Tagarchief: Matisse

Het Rood van Liefde, Dood en Duivel museaal verenigd


voor het Musiom in Amersfoort

De kleur rood staat voor heel veel. Liefde sowieso. Maar ook voor schaamrood, hartstocht, dood, duivel. En wat dacht je van communisme, macht, bloed, rode oortjes. Daarbij aangetekend dat de volgorde van al die woorden volstrekt willekeurig is en dat er nog veel meer aan rood is op te hangen. Dit om te voorkomen dat iemand rood van verontwaardiging gaat beweren dat ik hier toch echt door het rooie lint ga. Duidelijk dus een thema voor een expositie, dat rood. Je kunt er als kunstenaar alle kanten mee op.

Greek Tragedy, mixed media op alu-dibond, 150-100cm

Dat gebeurt dan ook in de expositie ‘What about red?’ in het Musiom in Amersfoort. Met daarin van mij onder andere bovenstaand kunstwerk ‘Greek Tragedy’. Straks meer daarover. Eerst dat Musiom (https://musiom.art/ ).

Ik schreef al eens eerder over dit nog net geen twee jaar jonge museum dat zich richt op de top van de Nederlandse kunstenaars grofweg geboren in de periode 1950-60. Vaak kunstenaars die zich niet in een of andere kunststroming hebben laten drukken. Die het lef hadden geheel hun eigen kunstgang te gaan, onafhankelijk van museale trends.  Maar die daardoor dan ook meer in galerieën te vinden waren en zijn dan in die musea. Diversiteit in onafhankelijkheid, daarmee kun je deze groep van kunstenaars ’t best typeren. Nu krijgen ze hun verdiende podium in het Musiom. Als Briljanten Kunstenaar van 2016 met ook schilderijen in de kerncollectie van dit museum mag ik dat best zeggen. Toch?

Toos van Holstein, Energy, olieverf op linnen, 160-120 cm, deel van de museumcollectie

Initiatiefnemers Herold Broertjens en medekunstbroeder Hans Vanhorck hebben een van oorsprong 20e eeuws kerkgebouw aan de rand van het oude Amersfoort laten ombouwen tot een heerlijk intiem museum. In heel korte tijd kregen ze ook voor elkaar dat het Musiom vrij toegankelijk is met de Museumkaart. Met ook nog de toestemming om aan het Musiom een galerie te koppelen waarvan de opbrengst ten goede komt aan de ontwikkeling van het museum. Absoluut een Nederlands record in ons ingewikkelde en regelrijke bureaucratische cultuur en museumsysteem. Want daarin geldt, om die bekende lijfspreuk van de belastingdienst maar eens te parafraseren, leuker kunnen we ’t niet maken, wel ingewikkelder. Petje af dus.

Nu de nieuwe expositie ‘What about red?’ die afgelopen weekeinde startte. Jammer genoeg zonder echte opening. Want ja, dat coronavirus! Welke gevoelskleur zou je trouwens aan dat virus toekennen? Rood misschien?

deel van de expositie ‘What about red’

Twaalf kunstenaars doen mee. Waaronder ik dus, met drie kunstwerken. Zoals dat ‘Greek Tragedy’. Dat moest er absoluut bij! Want wie had er in die oude Griekse tragedies over oorlog en liefde het meest te lijden? Wie bleven er achter als de mannen ten strijde trokken of op avontuur gingen in Homerus’ Ilias en Odyssee? En wie moesten ’t lijdelijk en lijfelijk verwerken als man of zoon sneuvelde? En wie herrees altijd weer als sterke Feniks uit de grauwe as? De vrouw, de echtgenote, de moeder! Die gedachte heb ik geprobeerd over te brengen in deze mix van kunsttechnieken op de alu-dibondplaat. Met in gedachten deze woorden van maestro Henri Matisse. ‘Waar die kleur rood in mijn werk vandaan komt, ik weet het gewoon niet. De dingen die ik schilder moeten ook écht worden wat ze in hun diepste essentie zijn. Dat lukt pas als ik die dingen met elkaar in contact laat komen. Dat doe ik dankzij de kleur rood.’ Nou, daar kan ik me dus wel in vinden.

uitleg aan Marianne, vrijwilligster bij het Musiom, en Herold Broertjens over mijn bedoelingen achter ‘Greek Tragedy’

Net zoals bij mijn rood beschilderde aluminium beeld ‘Star-eyed Alice’. Staat mijn parmantige meisje, mijn kleine alter-ego, daar niet heel listig van onderaf met rode koontjes en rooie oortjes de grote-mensen-wereld te bekijken, te beluisteren en te interpreteren?

Hoe mijn ‘Star-eyed Alice’ daar staat? Ga maar kijken.
deel van de expositie met nog een schilderij van mij, ‘Energy’160-120 cm
deel van de museumgalerie
de beelden-binnenplaats

Je kunt voor ‘What about red?’ terecht in het Musiom van vrijdag t/m zondag. Tot 27 december. In de maand van onze rood-bemantelde Sinterklaas en de ook rood uitgeslagen Kerstman, zijn Amerikaanse na-aper. Één rood accentje mis ik nog wel. De rode loper voor het celebrity-gevoel bij ’t betreden van het museum. Oh ja, en die oude binnenstad van Amersfoort is ook niet te versmaden. Tot volgende week.

TOOS

Niet Alice maar Leonor Fini in Wonderland


Had je me voor de lente van 1994 gevraagd naar ene kunstenaar Leonor Fini, dan had ik vragend terug moeten kijken. Maar zou je dat nu doen, in augustus 2020? Dan komt er een uitgebreid persoonlijk verhaal. Beginnend bij Sophie Kerfanto, restaurant Abacadabra en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence om dan via Pierre Cottalorda in Nice en Lichtstad Parijs door te gaan naar Neil Zukerman in New York. Met die Leonor Fini als rode draad. Begin juli noemde ik haar al eens in een blogaflevering over vrouwelijke surrealisten. Lees eventueel maar hier.

het kunststadje Saint-Paul-de-Vence met op de achtergrond de kust van de Côte d’Azur

Maar dat persoonlijke verhaal dus. In de lente van 1994 raakte ik volstrekt onverwacht verzeild in het middeleeuwse kunststadje Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur. Noordwestelijk van Nice. Hoe ik daar terecht kwam en waarom ik er uiteindelijk drie maanden verbleef? Dat is een bijzonder, maar ander verhaal.

Ik zie me er gelijk weer zitten, op de zolder boven restaurant Abacadabra aan de Rue Grande waar eigenaar Sophie Kerfanto de scepter zwaaide en zelf op de 1e etage woonde. Een zolder die ik als slaapplek en atelier had kunnen inrichten. Met een prachtig uitzicht op de vallei aan de westkant van Saint-Paul. En met in het restaurant  een dik boek over ene Leonor Fini. Een in 1907 geboren vrouwelijke kunstenaar met werk dat me direct intrigeerde. Echt een heel eigen, sterke en overduidelijk vrouwelijke wereld.

Leonor Fini, olieverfschilderij
Leonor Fini

Dicht bij Saint-Paul ligt de Fondation Maeght, een heel bekend particulier museum voor hedendaagse kunst met een focus op de tweede helft van de 20e eeuw. Bleken ze daar een grote bibliotheek te hebben met ook een aantal boeken over Leonor Fini! Ik heb er in mijn drie maanden Saint-Paul aardig wat uurtjes doorgebracht als ik me wilde ontspannen na uren geconcentreerd schilderen op mijn steeds warmer wordende zolder. Om me bijvoorbeeld te laven aan het avontuurlijke leven van Fini. Een ravissante, zeer eigenzinnige vrouw die verkeerde in de bruisende kringen van de surrealisten in Parijs, die vaak extravagant gekleed ging, die haar liefdesleven verrijkte met zowel mannen als vrouwen en die er daarbij ook nog zo’n twintig Perzische katten op nahield.

rechts Leonor met links de wereldberoemde filmster Brigitte Bardot
Leonor met een van haar katten
Leonor Fini, olieverfschilderij
links Jean-Paul en rechts zijn compagnon Pierre Cottalorda

In die Saint-Paul tijd kwam levensgezel ook een week aanvliegen opdat we samen konden rondtoeren aan de Côte. Om onder andere musea en galerieën te bezoeken. Wie weet was er een galerie te vinden voor mijn schilderijen. Op de laatste dag van die week ontdekten we Galerie Qvadrige in Nice. De galerie van Jean-Paul Aureglia met wie ik nu al jaren samenwerk. Maar je begrijpt ’t al, dat is een ander verhaal. Wel van belang is dat Jean-Paul een veel oudere compagnon had, Pierre Cottalorda. Een gedistingeerde, oer-Franse heer die veel van kunst wist en die, zo bleek na verloop van tijd, nog had samengewerkt met o.a. Matisse, Salvador Dali en André Masson. En met ……. Leonor Fini! Zeg maar eens dat toeval niet bestaat. Vandaar dat ik nu dan ook in het bezit ben van een aantal steendrukken van Leonor. Want die waren via Pierre eigendom van Qvadrige.

Leonor Fini, steendruk
enkele olieverven van Leonor Fini

Een jaar later zag ik in een Parijse galerie voor het eerst ‘live’ olieverfschilderijen van haar. In wat waarschijnlijk de laatste expositie tijdens haar leven is geweest. Want ze overleed in 1996. Ik was al verknocht aan haar werk maar toen was ik gelijk helemaal verkocht. Wat een vrouw, wat een karakter, wat een kunstenaar! En wat een durf! Een kunstenaar die vond dat je het illustreren van de in 1954 gepubliceerde, hoogst gedurfde erotische roman ‘Histoire d’O’ niet aan mannen kon overlaten maar dat ook als vrouw moest doen. De vrouw die vond dat ook zij de als pornografisch betitelde boeken ‘De 120 dagen van Sodom’ en ‘Justine’ van Markies de Sade (1740-1814) moest illustreren. En laat ik nu zo’n maand geleden enkele van die steendruk-illustraties tegenkomen op de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum in Utrecht. Met de aanduiding dat deze waren uitgeleend door de CFM Gallery in New York. Waarvan ik dan weer eigenaar Neil Zukerman ken bij wie levensgezel en ik zo’n drie jaar geleden in zijn Manhattans appartement zaten te praten over …… Leonor Fini. Maar dat verhaal komt nog.

steendruk van Leonor Fini bij de uitgave van Histoire d’O, uitgeleend door de CFM Gallery in New York voor de expositie ‘De Tranen van Eros’
steendruk van Leonor Fini bij de Nederlandse vertaling van Justine van Marquis de Sade
enkele losse steendrukken bij die boeken op de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum te Utrecht

Oh ja, in die aflevering van begin juli schreef ik over een schilderij van Leonor dat toen nog op de veiling moest komen. Verkocht voor bijna 1 miljoen dollar!

Leonor Fini, dat schilderij van bijna 1 miljoen!

Tot volgende week.

TOOS

Waarom een cholera-epidemie de Côte d’Azur groot maakte


op een door coronaperikelen hallucinant lege Promenade des Anglais in Nice wordt een wandelaar gecontroleerd of hij daar wel mag lopen

Stel nou eens dat er van 1832 tot 1834 geen heftige cholera-epidemie door Frankrijk heen had geraasd. En dat die niet had gedreigd over te slaan naar Italië. En dat dus het rijtuig van Lord Brougham en zijn dochter, op doorreis naar Italië, niet bij de rivier de Var ten westen van Nice was tegengehouden. Zou Henri Matisse dan in 1917 onderstaand schilderij van de toen al iconische Promenade des Anglais in Nice hebben geschilderd?

Matisse, Promenade des Anglais, 1917

En had ik dan afgelopen 13 maart in het Mamac, het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain van Nice, kunnen ronddolen?

deel van het Mamac in Nice

Bij dit soort als-vragen trekt levensgezel altijd lichtelijk z’n wenkbrauwen op en weet ik dat er zo’n soort opmerking komt als ‘als ik nog een broer had gehad, had die dan bruine bonen gelust?’. Maar zeg nou zelf. De nieuwsstroom begin maart raakte bijna volledig verstopt door een pandemie aan corona-berichten. Terwijl bovendien de dag na mijn bezoek het Mamac werd gesloten voor onbepaalde tijd. Logisch toch dat toen die als-vragen in me opkwamen gezien de epidemiegeschiedenis van de Franse Rivièra?

Lord Henry Brougham

Goed, Lord Henry Brougham dus. Een voormalige Britse minister van Financiën die er net niet in slaagde Prime Minister te worden. Derhalve dus niet onbemiddeld. Met zijn wat ziekelijke dochter Eleonore Louise via Zuid Frankrijk op weg naar Italië voor het aangename klimaat en de geëigende Grand Tour. Die voor elke Engelse jongeling van stand verplichte tocht om klassiek en cultureel doorvoed te geraken. Maar ja, domme pech. Cholera in Frankrijk en grens dicht. Niet bij Menton, maar bij de rivier de Var. Want toentertijd viel Nice nog onder het Koninkrijk Sardinië waartoe ook de regio Piemonte met als hoofdstad Turijn behoorde en waar de Hertog van Savoye de scepter zwaaide en de titel koning was geschonken door de Habsburgse keizer in Wenen. Hoezo verwarrend! Eén van de vele redenen waarom ik zo’n voorstander ben van de EU. Maar dat terzijde.

De Var ten westen van Nice vormde een natuurlijke grens met Frankrijk. Daar werd Brougham dus tegengehouden. Nee meneer, blijft u maar lekker aan uw kant, wij willen aan onze kant geen cholera. Dat werd dus omkeren. Maar waar nu te overnachten? Nice was ten slotte het volgende reisdoel geweest, daar bivakkeerde in de winter al vaker een handvol vermogende Engelsen. In het suffige vissersdorpje Cannes werd een eenvoudig onderkomen gevonden. De herberg van Monsieur Pinchinat. Veel meer dan dat had je in die streek in die tijd ook niet aan onderkomens. De rest is geschiedenis.

Brougham was binnen een paar dagen volstrekt verkikkerd op de streek, het eten, de ambiance, het weer en nog zowat van die zaken. Als man van een paar losse centen kocht hij binnen de kortste keren een stuk grond en twee jaar later, in 1836, hield hij een groot, duur en deftig feest voor de upper ten van politiek, adellijk en kapitalistisch Great Britain in zijn nieuwe, grootse villa op dat terrein. Globalisatie iets van deze tijd? Vergeet ’t maar, toen wisten ze er ook al van.

het bordes van de villa Eleonore van Lord Brougham in Cannes

In enkele tientallen jaren groeide het kleine dorpje Cannes uit tot een stad waar Europese rijken, de Russische adel inbegrepen, graag verkeerden. Zeker toen Brougham er zich tegenaan bemoeide om een betere haven te krijgen en in 1863 de spoorlijn vanaf Parijs naar de Franse Rivièra was doorgetrokken.

Maar nu nog Nice en Matisse. In 1860 verdween de Var als grens. De Piemonte tot voorbij Menton, het vroegere Comté de Nice, kwam bij Frankrijk. Nice werd ook booming. De beau monde van Europa kwam er flaneren. Over het van oorsprong smalle pad met de naam Promenade des Anglais waar de eerste Engelsen verpoosden die er al voor 1860 kwamen. Maar nu een steeds breder wordende boulevard waar de hotels zich aaneenregen. Queeen Victoria kwam er zelfs overwinteren in het imposante, tegen de heuvels gebouwde La Régina.

Promenade des Anglais in 1886
La Régina, waarvan Queen Victoria de helft in beslag nam als ze ter verpozing in Nice verkeerde

Nadat Paul Signac zich in 1892 als eerste kunstenaar vestigde in het vissersdorpje Saint Tropez kwamen daarna al gauw kunstenaarsvrienden op bezoek. Renoir kocht in 1903 in Cagnes-sur-Mer een villa en Matisse, daar is ie, logeerde in 1917 voor het eerst in Nice. Aan de Promenade des Anglais natuurlijk. Bonnard, Dufy, van Dongen, Picasso, Braque, Modigliani, Cocteau en Chagall volgden.

Raoul Dufy, Uitzicht op de Promenade des Anglais

Is ’t gek dat er daarom nu heel veel musea in Nice zijn? Zoals dat Mamac?

uitzicht op het Mamac met een beeld van Niki de Saint Phalle ervoor

Op die genoemde vrijdag 13 maart liep ik daar nieuwsgierig naar binnen om nog even de zalen met de eigen collectie te bezoeken. Zou er weer ander werk van Niki de Saint Phalle getoond worden uit de grote collectie eigen werk die ze ooit aan het museum schonk? Overigens, zou dat wel zijn gebeurd als Lord Brougham in 1834 ….? Maar ik zie de wenkbrauwen van levensgezel alweer omhoog gaan. Oh ja, Italië werd in 1835 toch getroffen door de cholera en levensgezel heeft wel een zus maar inderdaad geen broer. Tot volgende week.

TOOS 

To Art or not to Art, Kunst in Coronatijden


‘To be or not to be, that is the question’, de overbekende woorden  die Shakespeare Hamlet in de mond legde. In deze door het coronavirus onvoorspelbare tijden heeft die zin ineens een heel nieuwe lading gekregen. Bovenstaande foto vind ik daarvoor heel sprekend . Want wie kent niet dit kunstwerk van de Florentijnse renaissancekunstenaar Sandro Botticelli  (1445-1510)? ‘De geboorte van Venus’. Alleen zijn Venus, godin van de liefde, en haar entourage even weg. Gewoon naar huis, in quarantaine, net als al die andere miljoenen Italianen. En wanneer ze  weer terugkeren naar het nu hermetisch gesloten Uffizi Museum om hun vertrouwde plek opnieuw in te nemen? Daar durven betrokken wetenschappers nog geen zinnig woord over te zeggen in deze surrealistische tijden.

Venus terug in haar volle glorie

Zelf ervoer ik dat surrealisme heel goed toen ik nog maar zo’n anderhalve week geleden voor, dacht ik, een week in Nice zou verkeren. Op zaterdag 14 maart zat ik ’s middags op een steenworp afstand van de beroemde Promenade des Anglais heerlijk in de zon op een terras aan de Cours Saleya. DE plek om een toost uit te brengen op de ook al wereldberoemde schilder Matisse (1869-1954) die vele jaren woonde in het prachtig gelige pand op de achtergrond van onderstaande foto.

 

Maar met nog steeds heerlijk zonnig weer op zondag 15 maart?

Bij mij om de hoek van het Palais Venise, waar ik een atelier heb, barstte ’t van de leegte op het terras dat normaal stampvol zou zitten met marktbezoekers. Van de Marché auf fruits et légumes de Libération. Elke dag, behalve op maandag, vol met kramen en inkopende Niçois. Die inkopen, waarbij een meter een zeer rekkelijke afstand bleek, werden overigens wel gedaan. Maar alle omringende restaurants en terrassen bleven overweldigend leeg. Gesloten vanwege het plotse regeringsbesluit op zaterdagavond.

de markt op zondag 15 maart direct bij mij voor de deur

Toen op zondag ook nog bekend werd dat Duitsland de grens met Frankrijk ging sluiten, begon bij levensgezel en mij enige onrust toe te slaan. Wat was wijsheid? Eerder terugvliegen of blijven tot de geplande donderdag 19 maart? ’t Werd dus ‘eerder terug’. En dat bleek inderdaad wijsheid. Want anders hadden we nog een aantal dagen alleen de straat op gemogen met een staatspapiertje op zak waarop je had aangekruist wat je ging doen. Supermarkt, hond uitlaten, bezoek aan dokter of apotheek of een noodzakelijke gezondheidswandeling. Wist je trouwens dat de Côte d’Azur zoals we die nu kennen te danken is aan een bacterie? Die van de cholera. Maar dat is een ander ziekteverhaal voor een andere keer.

Terug in Nederland op maandagavond 16 maart bleek ook hier de wereld in korte tijd sterk surrealistische trekken te hebben gekregen. Op Eindhoven Airport alle eetzaken dicht. De buschauffeur afgeschermd met rood-wit gevarenlint. En nog nooit zo’n rustige trein meegemaakt. Maar gelukkig hoefden we nog geen briefje op zak te hebben met dat Franse keuzemenu.

Wel kwam gelijk de vraag op ‘wat te doen met de opening van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier’ op 21 maart. Dat was natuurlijk gauw duidelijk, die zat er niet meer in. Terwijl de expositie door galerist Piet Vellekoop al helemaal was ingericht. En nog heel mooi ook, al zeg ik ’t zelf. Eerst was Corona alleen maar een wat slap Mexicaans biertje, nu laat het ons hele leven sterk kantelen.

een deel van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier

Maar kunst laat zich natuurlijk niet zomaar ringeloren door zo’n rottig virus.  Sowieso is de tentoonstelling nu tot eind april of misschien nog wel langer te bekijken op afspraak (06 5328 7567) of via een druk op de galeriebel. Daarnaast plaats ik voorlopig elke dag één van de in De Lier hangende werken uit ‘The 70-Series’ op Facebook en Instagram. Die70 betekent iets, dus voorlopig kan ik vooruit.

een mixed media werk op alu-dibond van 25-25 cm uit ‘The 70-Series’, zoals ik dat al op Facebook en Instagraam publiceerde

Zo komt de expositie stukje bij beetje bij je thuis. In het huis dat noodgedwongen voorlopig een nog centralere rol zal innemen in ons leven dan normaal al het geval is. En dat het virus voorlopig ook een rol zal blijven spelen in dit blog? Het zijn onzekere tijden maar dat lijkt me redelijk zeker. Tot volgende week.

TOOS

De gemeenschappelijke deler van Alexandrië, Cambridge, Den Haag, Parijs en Nice


Wat kunnen die steden uit het rijtje in de titel nu met elkaar gemeen hebben? Nou, bijvoorbeeld dat er allemaal grote bibliotheken staan met daarin veel, héééél veel boeken. Zoals bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. En overal groeit dat aantal boeken. Ook in de KB van ‘s-Gravenhage. Ik weet dat zeker want heel onlangs hebben ze er in ieder geval twee bij gekregen. Van mij namelijk. Twee speciale kunstboeken die, en dat is nou echt de gemeenschappelijke deler, ook in die andere steden aanwezig zijn.  

KB in Den Haag

De oorzaak bij de KB zit ‘m in de zogenaamde Collectie Koopman. Nog nooit van gehoord? Ik tot voor kort ook niet. Tot ik een berichtje las in ‘BK-informatie’, het vakblad voor beeldende kunstenaars. Daarin stond een piepkleine aankondiging voor een bijeenkomst met uitleg over die Collectie Koopman. Wat bleek? Dat is een grote verzameling Franse kunstboeken, originele brieven, foto’s en handschriften. Ooit aangelegd door Louis Koopman (1887-1968). Met de nadruk op bijzondere uitgaven van Franse auteurs, geïllustreerd door kunstenaars. En daaronder niet de minsten! Picasso, Braque, Chagall, Degas, Miró, ‘onze’ Kees van Dongen, Matisse, Max Ernst. Louis Koopman liet zijn hele verzameling na aan de KB, samen met een flinke pot dukaten om de collectie te kunnen blijven updaten. Er zijn zelfs tentoonstellingen van geweest in bijvoorbeeld Brussel en New York.

Die bijeenkomst leek me dus wel wat, zeker gezien het feit dat ik als kunstenaar ook betrokken ben bij dat soort uitgaven via mijn Galerie Quadrige in Nice. Daarover heb wel vaker eens iets geschreven in dit blog.

bijeenkomst in de KB

Op dus naar de Koninklijke Bibliotheek op de juiste dag. Daar heb ik geen spijt van gekregen. Paul van Capelleveen, de beheerder van deze zo’n 10.000 items omvattende collectie, bleek een heerlijk bevlogen verteller die ons uiteindelijk heel veel wijzer de KB weer liet verlaten.

kunstboeken en boekjes in allerlei formaten
dav

Maar ik bleek hem ook nog wat wijzer te kunnen maken. Want hoewel hij dus een legaat ter beschikking heeft om de Collectie Koopman nog steeds verder uit te breiden met hedendaagse kunstboekuitingen, bleek hij nog nooit te hebben gehoord van ‘mijn’ galerie Quadrige en de bijbehorende uitgeverij La Diane Française.  Het gevolg daarvan?

 Een paar weken geleden zaten levensgezel en ik op de KB-kamer van Paul geanimeerd te praten over Franse kunstboeken, de Franse kunstwereld en mijn eigen bijdragen daaraan. En daar weer het gevolg van? Dat wat ik in mijn inleiding al schreef. De Collectie Koopman is nu uitgebreid met twee uitgaven die ik heb geïllustreerd met steendrukken. De ‘Edda ou Monuments de la Mythologie& de la Poësie des anciens du Nord ‘ uitgegeven in 2007,en La Légende Dorée, Sainte Catherine (25 novembre) uit 2010. Ik voel me daarbij best een beetje trots!

bij Paul van Capelleveen op zijn kamer in de KB

Want zo zitten mijn bijdragen aan het Franse livre d’art nu toch maar mooi in die prachtige nieuwe, gigantisch grote bibliotheek van Alexandrië, het eeuwenoude Trinity College in Cambridge waar je in de hal tegen een beeld van de grote natuurkundige Newton aanloopt, de Nationale Bibliotheek van Frankrijk in Parijs, bijna vanzelfsprekend in de Bibliothèque Louis Nucéra van Nice en nu ook in de Koninklijke Bibliotheek van onze Hofstad. Pas mal!

deel van de bibliotheek in Nice

Tot volgende week.

TOOS

De Rembrandtkaart, eigenlijk een kunsten-must


Ik heb ‘m altijd op zak, mijn Rembrandtkaart van de Vereniging Rembrandt. Als ik ermee zwaai, heb ik direct toegang tot zo’n 130 musea in Nederland. Heel veel anderen doen dat met hun Museumkaart en ‘Sesam open u’ gaat dan op bij rond 400 musea. En toch geef ik de voorkeur aan die Rembrandtkaart. Niet zomaar natuurlijk. Daarvoor heb ik diverse redenen.

Een paar weken geleden schreef ik hier over de preview die me ten deel viel bij de grandioze blockbusterexpositie ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. Een preview dankzij die Rembrandtkaart. Een paar weken daarvoor had dat ook gekund bij ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ in Den Haag. Jammer genoeg kon ik toen niet. Een paar jaar eerder lukte dat bijvoorbeeld weer wel bij de grote expositie over Matisse in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Valt dat soort voordelen je ook in de schoot bij de Museumkaart? Vergeet ’t maar.

voorkant van de Rembrandtkaart 2019 met de leeuwentekening van Rembrandt die nu is te zien in ‘Alle Rembrandts’

Maar Toos, is die kaart dan niet veel duurder? Nee dus. Niet op de manier zoals levensgezel en ik dat doen. Want voor één persoon apart betaal je € 75 maar voor twee kaarten samen betaal je slechts € 110 als je je aanmeldt als zogenaamde ‘gezel’. En die Museumkaart? 2 x € 64,90 = € 129,80.

Natuurlijk kun je voor dat bedrag wel naar het Aviodrome in Lelystad, het Schoenenmuseum in Waalwijk of het Kermis- en Circusmuseum in Steenwijk. Om zomaar een paar dwarsstraten te noemen. Dat gaat mij dan weer niet lukken zonder daar toegang te betalen. Maar ik ben dan ook veel meer geïnteresseerd in onze musea voor beeldende kunst.

Nog een geldelijk voordeeltje? Regelmatig zie ik voor speciale grootschalige exposities op de informatieborden bij de museumbalie zoiets staan als ‘voor Museumkaart-houders geldt nog een toeslag van € …’. Bij mijn Rembrandtkaart is me dat tot nu maar één keer overkomen. Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling in ‘s-Hertogenbosch een paar jaar geleden. En verder? Nooit! Dus tel uit je winst. Soms hoef ik me met mijn kaart ook niet eens voor een tijdsslot aan te melden bij heel druk bezochte exposities. Ik kom, zwaai en loop door.

het portret van zijn zoon Titus van Rembrandt, ooit verkregen door de Vereniging Rembrandt voor Museum Boymans van Beuningen

Maar wat ik eigenlijk nog het allerbelangrijkste vindt, is dat ik door mijn lidmaatschap van de Vereniging Rembrandt ons kunsterfgoed ondersteun. Heel recent probeerden de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en het Rijk gezamenlijk nog een tekening van Rubens te behouden voor Nederland. Die werd in de verkoop gedaan door prinses Christina. Ooit ergens in de 19e eeuw, toen de financiën van Rijk en het Koninklijk Huis nog niet echt jofel van elkaar gescheiden waren, was die door ons koningshuis aangekocht. Nu meende Christina via Sotheby in New York te moeten cashen zonder het kunstwerk eerst op prinsesselijke manier in Nederland aan te bieden. Typisch gevalletje van misvatting. Een ongetwijfeld schatrijke particulier, voor wie geld waarschijnlijk een volstrekt abstract begrip is, kaapte de schets weg voor de Nederlandse ogen. En Christina? Die zal de 7 miljoen dollar wel nodig hebben gehad.

de tekening van Rubens

Maar vaak lukt een aankoop wel. Zo heeft de Vereniging Rembrandt sinds de oprichting in 1883 meegeholpen om onze musea met alleen al 39 werken van Rembrandt te verrijken. Naast nog heel veel andere kunst. Laatst voor het Centraal Museum in Utrecht nog een heel speciaal, op koper geschilderd werk van Utrechter Joachim Wtewael van begin 17e eeuw. Toevallig ook gekocht bij dat Sotheby in New York. Kijk maar eens op https://www.verenigingrembrandt.nl  wat de vereniging allemaal doet voor onze Nederlandse beeldende kunst.

Wtewael, Het godenbanket

Oh ja, er zijn ook regelmatig interessante lezingen die je gratis worden aangeboden. Allemaal redenen dus voor mij om heel blij te zijn met mijn Rembrandtkaart. En als je vindt dat dit eigenlijk één grote reclameboodschap is voor die kaart? Tja, dat kan en wil ik beslist niet ontkennen. Tot volgende week.

TOOS

How nice to be in Nice


Een aantal jaren huurde ik aan de Côte d’Azur telkens een andere plek om daar zo’n drie maanden te kunnen werken. Tot er in Nice een appartement met ateliermogelijkheid voorbij kwam waaraan ik echt geen weerstand kon bieden. Dat ‘Palais de Venise’ uit 1908 was te aantrekkelijk. Middenin het echte Nice, het bruisende stadshart dat in de 19e eeuw vanuit het middeleeuwse deel sterk werd uitgebouwd. Een soort ‘Parijs in het klein, maar dan op z’n Italiaans’ zoals levensgezel dat dan kort en bondig uitdrukt.

links het Palais de Venise met de koepeltjes

Sommigen zoeken voor de rust een klooster, ik heb in Nice mijn retraite oord. Rust om te werken en rust om na te denken. Met voor de grofstoffelijke voeding, heel praktisch, ’s morgens een dagelijkse groente en fruitmarkt voor het Palais. Een beeld dat ’s middags een metamorfose ondergaat tot restaurantterrassen.

En kunstzinnige voeding? Geen probleem in een stad vol kunst en musea. Daarbij nog  heel vaak zon met een heerlijke temperatuur en de uitdrukking ‘leven als God in Frankrijk’ behoeft geen verdere verklaring.

Dat ik tijdens zo’n verblijf op bezoek ga bij Jean-Paul Aureglia, mijn galerist van Galerie Quadrige, met wie ik al jaren samenwerk, spreekt voor zich. Laat er deze maand nou ook nog een vernissage zijn! Logisch dat ik daar acte de présence gaf.

vernissage bij Galerie Quadrige

Logisch ook dat ik tijdens zo’n retraite af en toe wat kunstige bedevaartstochtjes maak. Zoals naar het MAMAC, het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain. Ik heb er vanwege mijn appartement in Nice altijd vrij toegang. Dus kan ik zomaar binnenlopen. Bijvoorbeeld om te zien of men ter verandering voor de vaste zaal van echte Niçois en kunsticoon Yves Klein (1928-1962) nog wat heeft gerommeld in de kunstopslag. Vooral van zijn beroemde, prachtig intens vibrerende Yves-Klein-blauw is ’t elke keer weer genieten.

zaal van Yves Klein in het MAMAC

werk van Niki de Saint Phalle in haar zaal

Niki de Saint Phalle (1930-2002) vind ik ook altijd zo’n bedevaartstochtje waard.  Voordat ze wereldberoemd werd door haar grote Nana’s heeft ze nog heel wat andere interessante en gekke dingen gedaan. Ooit gehoord van haar ‘schietschilderijen’? Google maar eens. Uit de grote collectie die ze naliet aan het MAMAC kan de curator nu te kust en te keurkiezen voor de ‘Nikizaal’.

Tijdens mijn MAMAC-rondgang stond ik plotsklaps voor werk van een Nederlander. Marinus Boezem (1934), één van de grondleggers van de conceptuele kunst in Nederland. Dat werk hing  op de tijdelijke expositie ‘Cosmogonies, au Gré des Éléments’. Een onbegrijpelijke titel? Ach, dat strookte dan gelijk met het ‘Wheather Drawing’s, 1969′ van Boezem. Een verzameling foto’s van met de hand getekende weerkaarten. Je moet er maar op komen!

Marinus Boezem, Wheather Drawings 1969

Nee, dan liever “Matisse&Picasso, la comédie du modèle” in het Musée Matisse. Een prachtig gelegen oude villa bij een groot olijfbomenpark en Romeinse ruïnes. Met voor mij opnieuw kostenloze toegang.

Musée Matisse

Dit jaar gaan die twee grote kunstenaars, zowel elkaars bewonderaars als enigszins na-ijverige concurrenten, er een kunstzinnige strijd aan. De al wat oudere maestro Matisse en macho en ego Picasso! Echt een prachtige tentoonstelling die een uitgebreidere beschouwing verdient. Maar voor nu laat ik ’t hieronder bij een paar foto’s, want mijn bedevaartjes voerden ook nog naar het Musée National Marc Chagall.

Matisse en Picasso naast elkaar: wat is van wie?

een imposante reeks steendrukken van Picasso

Dat werd ook wel weer eens tijd. Een mooi museum dat destijds architectonisch om een geschonken verzameling Bijbelse schilderijen van Chagall heen is gebouwd. Boeiend om er na wat jaartjes weer eens rond te lopen. Vooral door de extra expositie over Chagall’s plannen voor een door hem aan te pakken kapel. Die kwam er niet, terwijl zoiets wel lukte aan Matisse, Picasso en Jean Cocteau. Oei, oei, niet goed voor het kunstenaarsego!

voorstudie met knippen en plakken voor glas-in-lood ramen voor de beoogde kapel

een al verder gevorderde voorstudie

genieten op z’n Niçois op Place Garibaldi

Trouwens beslist een verhaal waard, die kapellen. Maar misschien komt dat nog wel eens. Nu eerst bijkomen van al die kunstbedevaarten op mijn favoriete plein Place Garibaldi.

 

Tot volgende week.

TOOS

Heyboer, getroubleerd genie of kunstmatig malloot? Of beide?


Anton Heyboer

Ego’s, karakters, vreemde typen genoeg in de kunstwereld. En sommigen zijn dan nog weer een graadje vreemder. Maar één stak er qua verkniptheid toch met kop en schouders bovenuit. Anton Heyboer(1925-2005) .

Ergens in oktober had ik hier al eens verteld dat de tentoonstelling ‘Het goede moment’ over hem in het Haagse Gemeentemuseum op mijn te-doen-lijst stond.

Een expositie die werk van hem toont, gemaakt in de jaren tot 1977 en daar dan bewust stopt vanwege een heel plotse, kunstzinnige breuklijn. Voor die tijd een kunstenaar die ’t wereldwijd in de musea aan het maken was.

vroeg werk van Heyboer op de expositie

Daarna ‘die geflipte kunstenaar met zijn vier vrouwen’, een mallotige BN’er. Vooral veroorzaakt door de pagina-grote sappige verhalen van BN’er goeroe Henk van der Meijden in De Telegraaf. Over hem, die vrouwen en ook die gigantische puinzooi op zijn labyrint-achtige boerderij in Den Ilp.

eigen, bewerkte foto’s van Heyboer in het Gemeentemuseum

Busladingen toeristen stopten bij zijn galerie. Daar waar altijd wel kippen, bootjes en vrouwen te koop waren. Op papier dan. Door Heyboer in een paar minuten neergekalkt en vlot de deur uitgaand voor een paar honderd euro per stuk. Hoeveel zou hij er daarvan hebben gemaakt? Gigantische aantallen in ieder geval. Hoe dat toeging is te zien op YouTube bij een voor mij toch behoorlijk tenenkrommende  aflevering van het programma ‘Thuis bij ..’ van ons aller André van Duin.

Hoe mallotig wil je je gedragen als kunstenaar! Is ’t de echte Heyboer in dat programma of is ’t alleen maar een met verve gespeelde rol? Als charlatan in een toneelstuk zou hij ’t zeker goed hebben gedaan.

In ieder geval zwerven er heel wat Heyboerse kippen en vrouwen rond op kunstveilingsites als Catawiki en Kunstveiling. Vorige week telde ik er daar in totaal een dikke twintig. Allemaal van na die breuklijn 1977. Of die ook allemaal echt zijn? Hoe dan ook, elke week weer komen er andere bij. Zoiets als warme broodjes bij de bakker. Maar zo maakte hij ze ook.

zo’n kip van Heyboer, natuurlijk niet op de expositie te zien

Dat is dus niet mijn Anton Heyboer. Dat is die van voor 1977. Een  kunstenaar die in zijn etsen een magie legt die me sterk doet denken aan grotschilderingen uit de oertijd. Die kun je ook niet echt begrijpen en toch spreekt hun beeldtaal me aan.  Net zoals bij Heyboer. En waarom? Dat is het mysterieuze van kunst. Dat weet ik eigenlijk niet.

Dat gevoel speelde vast ook bij anderen toen Heyboer in 1957 voor het eerst ging exposeren bij galerie Espace in Haarlem. Daar was toen overigens al heel wat levensleed aan vooraf gegaan. In de oorlog een werkkamp in Berlijn waar hij bijna stierf en waar hij sterk getroebleerd uitkwam. In 1951 voor enige tijd opname in een psychiatrische kliniek. Diverse scheidingen. En dan uiteindelijk in het maken van etsen een uitweg vinden voor zijn geestelijke demonen. Etsen met een volstrekt eigenzinnige beeldtaal gebaseerd op wat hij Het Systeem noemt. Het door hem op schrift gestelde Systeem dat ‘m houvast gaf in het leven en dat alleen hij blijkbaar volledig kon doorgronden. Een ‘normaal’ iemand haakt daarin namelijk na een paar zinnen al verdwaasd af. Volstrekt onbegrijpelijk.

werken gebaseerd op dat Systeem

Maar zijn buiten alle kunststromingen vallende kunst sprak aan, nationaal en internationaal. Tentoonstellingen in en aankopen door het Gemeentemuseum en het Stedelijk. Deelname aan de prestigieuze Documenta III in Kassel waar zijn grootste grafische werk ooit, Het goede moment, hangt tegenover ‘La perruche et la Sirène’ , het toen al beroemde gigantische knipsel van Matisse.

‘Het goede moment’, voor het eerst te zien in Nederland na die Documenta van lang geleden

links ‘La perruche etc.’ van Matisse zoals dat kunstwerk een paar jaar geleden hing op de grote Matise-expositie in het Stedelijk

De top of the bill, het Museum ofModern Art in New York oftewel het MoMA, koopt werk aan. Hij wordt geëerd in Japan en exposeert in 1975 in het LACMA, zoiets als het MoMA, maar dan in Los Angeles. Daar hangen schilderijen van hem, een nieuwe tak van sport voor Heyboer,naast werk van o.a. David Hockney en Lucian Freud. Beiden nu moderne iconen in de kunst.

schilderij van Heyboer dat ooit in het MoMA hing

En waar is Anton Heyboer gebleven? Ja, in het Gemeentemuseum 40 jaar na zijn laatste grote tentoonstelling daar. Met grafiek, foto’s en schilderijen die hij na een expositie in het Stedelijk in 1975 uit een soort frustratie gedeeltelijk overschilderde. In feite de beëindiging van een beloftevolle kunsttoekomst. En ’t waarom? Dat is zoals veel bij Heyboer nooit echt duidelijk.

de zaal met de overgeschilderde ‘Heyboers’

De man laat zich niet duiden. Was al dat Henk van der Meijden, André van Duin en kippengedoe  later  een rol als malloot? Of was ie een door geestelijke demonen bezocht getroebleerd kunstzinnig genie? Misschien wel beide. Want nu de Grote Trump zichzelf recent niet alleen slim heeft genoemd maar ook nog een stabiel genie zijn de geniemaatstaven een tikje opgerekt geraakt en zou Heyboer best ineens in die categorie kunnen vallen. En wie weet kan hij nu ook als geestelijk stabieler worden gezien. Tot volgende week.

TOOS

De Trump Tower? Toch maar even niet in mijn fotoboek van New York!


dit is NIET de Trump Tower
dit is NIET de Trump Tower

MoMA

Ik was dus in New York. Of beter gezegd, in Manhattan. Voor vier dagen. Met één hele dag voor het Metropolitan Museum, zoals ik vorige week beschreef. Even de rekenmachine erbij. Oh ja, dan blijven er nog drie over. Ga je dan vanwege de actualiteit de Trump Tower bezoeken? Nee. Genoeg aantrekkelijker alternatieven. Zoals het MoMA, het Museum of Modern Art. En dat niet alleen vanwege de heel erg veel miljoenen kostende ruimteverdubbeling daar, maar toch vooral voor de museale iconen. Want die hebben ze! Volop.

NY02

Neem alleen maar “Les Demoiselles d’Avignon” uit 1907 van Pablo Picasso (1881-1973). Het schilderij dat het begin van het kubisme markeert. De kunststroming  die in een paar jaar tijd de toenmalige moderne kunstwereld veroverde en nog steeds veel invloed heeft.

Picasso, Les Demoiselles d'Avignon
Picasso, Les Demoiselles d’Avignon

Eigenlijk is het een ongelooflijk verhaal dat twee kunstenaars, Georges Braque (1882-1963) en Picasso, samen zo’n revolutie ontketenden in een innige samenwerking. Zowel apart werkend in hun eigen atelier als ook in onderling overleg. Schilderijen creërend die de kunstwereld veranderden. Voor mijn gevoel krijgt Picasso daarvoor trouwens wel wat teveel eer vergeleken bij Braque. Vooral door dat Les Demoiselles d’Avignon dat sinds 1939 in het MoMA hangt. Maar ja, ga er als medekunstenaar maar aanstaan bij een Picasso die zichzelf altijd heel goed als het centrum van de wereld wist te presenteren. De kunstenaar met die als kooltjes gloeiende ogen, met die flamboyante natuur, met dat alles opeisende!

Gustav Klimt, Portret van Adele Bloch-Bauer
Gustav Klimt, Portret van Adele Bloch-Bauer

Wist je trouwens dat het Avignon uit de titel niks heeft te maken met de Franse stad Avignon? Dat slaat namelijk op de Carrer d’Avinyo in Barcelona. Destijds een straat met veel bordelen. Wordt ’t zo duidelijk wat met “demoiselles” wordt bedoeld?

Maar er is natuurlijk veel meer, daar in het MoMA. Het prachtige Jugendstilportret van Adele Bloch-Bauer door Gustav Klimt (1862-1918) uit 1912. Uit een jaar dus dat het kubisme in volle bloei was. Op een bepaald moment was die stijl van Klimt zelfs helemaal uit. Tijdens mijn opleiding op de academie mocht je zoiets zelfs helemaal niet mooi vinden. Terwijl ik dat stiekem toch deed. Helemaal fout dus. En nu? Klimt mag weer helemaal!. Tja, wat is kunst en wat is in?

En dan een zaal vol met Matisse (1869-1954), o.a. la Danse I. Ook een werk dat niet weg te denken is uit de kunstgeschiedenis.

Matisse, La Danse I
Matisse, La Danse I

Of de Waterlelies van Claude Monet (1840-1926). Het beroemde impressionistische schilderij dat een hele muur in beslag neemt. Zo loop je dus van het ene iconische werk naar het andere.

Claude Monet, De Waterlelies
Claude Monet, De Waterlelies

Fotoboek New York

En een keer weer buiten sta je gelijk midden in de bruisende metropool van Manhattan. Ook altijd weer overweldigend. Van dat verblijf in NY heb ik natuurlijk een fotoboek gemaakt dat ik mijn bloglezers niet wil onthouden. Via de link http://bit.ly/2aGQDC4 kun je er doorheen bladeren. Hieronder staan een paar van de opgenomen foto’s.

NY07 NY08 NY09 NY10 NY11 NY12

Daarbij ook enkele speciale. Want toevallig was het Veterans Day tijdens ons verblijf. Altijd op 11 november. Een spektakel waarvoor de hele Fifth Avenue een dag lang  is afgezet. Dan trekt er een bonte stoet langs van groepen die op de een of andere manier een link hebben met het Amerikaanse leger. Zoals echte veteranen van zelfs nog de Korea oorlog begin jaren 50. Maar ook kadetten van militaire opleidingen, ernstig kijkende scholieren, clownsachtige figuren en zelfs muziekkorpsen met sexy uitstraling.

NY13 NY14 NY15

Tegenwoordig hebben we jaarlijks ook zo’n parade in Nederland met het Haagse Malieveld als startpunt. Maar dat kan slechts een slap aftreksel zijn van het spektakel dat ik op Fifth Avenue urenlang voorbij zag trekken. Tot volgende week.

TOOS

TEFAF, het grootste commerciële, tijdelijke museum ter wereld


Tefaf 01

Vorige week liep ik helemaal verlekkerd rond  op de TEFAF. Die jaarlijkse, wereldwijd bekende kunstbeurs in Maastricht waar bijna de helft van de 75.000 bezoekers buitenlands is. Een beurs met kunst van 7000 jaar geleden tot nu. Eigenlijk één groot museum, zij ’t dat alles wat er hangt, staat en ligt te koop is.

TefaF 02

Daarvoor moet je dan wel een heel dikke portemonnee meenemen of een diamanten credit card. Wat te denken van een net ontdekt schilderijtje van de jonge Rembrandt.

de net ontdekte Rembrandt
de net ontdekte Rembrandt

Of van een zeldzaam, zo te zien niet afgemaakt middeleeuws gebedenboek met prachtige miniaturen van de kunstzinnige gebroeders Van Limburg uit 1407 dat een paar jaar geleden opdook. Zes of zeven nullen met een of ander  getalletje ervoor, ga daar maar vanuit.

getijdenboek van de gebroeders van Limburg
getijdenboek van de gebroeders van Limburg

Roeland Saverij, bloemstilleven, 1615
Roeland Saverij, bloemstilleven, 1615

Oh ja, en dan vergeet ik nog het bloemstilleven van Roeland Saverij uit 1615 dat door het Mauritshuis werd aangeschaft voor € 6,5 miljoen. Of wil je misschien een koopje? Een pianostoeltje van ontwerper Gerrit Rietveld voor slechts € 195.000! Zo’n soort beurs dus. En zo’n soort museum.

 

Ook geen goedkoop museum trouwens. Veertig euro entree. Maar ik had vrijkaartjes via een bevriende galerie. Dat scheelt toch gelijk een leuk slokje op een borrel. Jammer genoeg golden ze niet voor de openingsavond. Die is tegenwoordig voorbehouden aan voornoemde dikke-beurzen-cliënten en de kunstbobo’s dezer aarde . En zelfs daar geldt al een strikte pikorde. Zo heb je niet alleen een preview voor de officiële opening begint, er is ook al een pre-preview. Ik heb het idee dat de pikorde wordt bepaald de lengte van de limousine waarmee je komt voorrijden in combinatie met de grootte van de privéjet waarmee je landt op Maastricht-Aachen Airport. Die vliegen daar de hele week af en aan, vooral op de openingsdag.

Tefaf 08

Tefaf 06 In de jaren 90 was dat alles toch eenvoudiger. Toen was ik een keer uitgenodigd voor de opening, ’s avond vanaf 6 uur. En één beeld daarbij staat me nog steeds helder op het netvlies gebrand. Met levensgezel op weg van Eindhoven, waar ik toen nog woonde, naar Maastricht peuzelden we in de auto al vast een boterhammetje op ter maagvulling. Op de beurs liepen al heel wat bezoekers rond. Vooral heel veel gesoigneerde heren in grijzige maatkostuums en feestelijk opgetuigde dames die kort daarvoor nog bij de kapper hadden gezeten. Je hoorde Engels, Frans, Duits, Italiaans, absoluut een internationaal gezelschap. In de gangpaden stonden her en der grote langwerpige tafels met, naar ik aannam, etenswaar. Omdat er grote, damasten tafellakens overheen lagen kon je namelijk niet zien wat zich daaronder bevond. En nu dat beeld. Toen die lakens om klokke zeven werden verwijderd stortte de fine de fleur de l’Europe zich op het aldaar getoonde exquise voedsel alsof ze door dagen vasten uitgehongerd waren. Zagen die tafels er bij aanvang nog als culinaire kunstwerken uit, een kwartier later waren het voedselruïnes. Eén groot slagveld aan etensresten. Ik heb ’t verbijsterd waargenomen. Echt tenenkrommend. En door de plaatsvervangende schaamte heb ik zelf geen hap meer tot me genomen. Ik had ten slotte in de auto al die boterham met kaas verorberd.

tefaf 07 Ik neem aan dat ’t tegenwoordig door de spreiding bij de opening anders gaat. Pre-preview met de eerste gretige, voorrang hebbende kopers. Dan de preview met geïnteresseerden en kooplustigen van wat lagere maar nog altijd hoge orde. En ten slotte de officiële opening met museumdirecteuren, tentoonstellingscuratoren,  verzamelaars en andere bobo’s van allerlei kunstinstituties als genodigden. Zo’n 10.000 in totaal, die eerste dag, volgens het persbericht. ’t Zou eigenlijk best een studie waard zijn om na te gaan in hoeverre de TEFAF het beeld bevestigt dat tegenwoordig in diverse economische studies naar voren komt. Namelijk dat het verschil tussen arm en rijk op onze aarde de laatste decennia weer duidelijk toeneemt. Maar dat is een heel ander verhaal.

tefaf 09

Tefaf 10

Hoe dan ook, ik heb genoten van de kunst. Griekse en Romeinse beelden en beeldjes of de resten daarvan. Prachtige oud-Chinese kunst. Middeleeuwse veelluiken. De prachtigste miniaturen in perfect bewaard gebleven middeleeuwse handschriften. Natuurlijk ook navolgers van Jeroen Bosch in het kader van zijn grote tentoonstelling in Den Bosch.

Tefaf 10a

Tefaf 11

Allicht ook de 17de eeuwse oude meesters, ooit de core business van de TEFAF.

Tefaf 12

Tefaf 13

Tefaf 14

En niet te vergeten de moderne en hedendaagse kunst. Ooit in de jaren 90 voorzichtig begonnen met een tiental stand wordt daarmee nu al bijna een kwart van het beursoppervlak in beslag genomen. Noem een beroemde kunstenaarsnaam en die hangt er. Picasso kon je niet eens ontwijken, al zou je dat hebben gewild. Ook zelfs al hedendaagse installaties. Kleren van de keizer waarmee ze beter gelijk kunnen stoppen. Zonde!

tefaf 15

Echt dus één groot, gigantisch museum waar ik van half twaalf ’s morgens tot sluitingstijd om 7 uur heb rondgedwaald. Met als gevolg wel behoorlijk brandende voetjes. Maar voor de kunst moet je wat overhebben. Tot volgende week.

TOOS

Kleur ontketend


Henri Matisse: “Toen ik begon met schilderen, voelde ik me beland in een soort paradijs… In het dagelijks leven voelde ik me gewoonlijk verveeld en verstoord…Bij het schilderen voelde ik me heerlijk vrij…”

Landschap bij Collioure, Henri Matisse
Landschap bij Collioure, Henri Matisse

Deze week nog één keer een uitspraak van een kunstenaar die me heel erg aanspreekt en die voor mij te maken heeft met de tentoonstelling “Kleur ontketend: Moderne Kunst in de Lage Landen, 1885-1914” in het Gemeentemuseum van Den Haag. Want vrij zijn betekende rond 1900 in Frankrijk en Duitsland een explosie van “verkeerd” kleurgebruik. De kleur werd vrij.

Portret van Dolly, Kees van Dongen
Portret van Dolly, Kees van Dongen

Rode paarden, paars gras, blauwe bomen. In Nederland en België vond dat al snel navolging. Daarover gaat die expositie in het Gemeentemuseum. Op naar de bevrijde kleur, op naar Den Haag.

Herfst, Rik Wouters
Herfst, Rik Wouters

Tot volgende week.

TOOS

Asterix, Obelix, Matisse en Queen Victoria


“Toen ik begreep dat ik dit licht elke morgen weer zou kunnen zien, kon ik mijn geluk niet op”. Dat zei Matisse in 1917 toen hij op 48-jarige leeftijd voor het eerst Nice bezocht om in het milde klimaat van de Côte d’Azur zijn bronchitis te bestrijden. Ik moest aan die uitspraak denken toen ik een poosje geleden de grote expositie  “De oase van Matisse” bezocht in het Stedelijk Museum van Amsterdam.

Die uitspraak begrijp ik namelijk helemaal. Want voor een kunstenaar is het licht van groot belang en hier aan de Côte d’Azur is dat vaak veel helderder, krachtiger en doordringender dan in Nederland. Maar ook moest ik aan nog iets anders denken. Aan het Régina, een pompeus en dus ook luxueus Belle Époque appartementencomplex op de Cimiez, één van de heuvels van Nice.

Het Régina in Nice
Het Régina in Nice

Ooit, toen het Régina nog gedeeltelijk hotel was, kwam de Britse vorstin Victoria er af en toe wel bivakkeren met haar gevolg als ze Londen en Buckingham Palace beu was. Maar dat terzijde. Want ’t was toch Matisse die zorgde voor mijn associatie met het Régina. Hij maakte er namelijk een kunstwerk dat nu één van de pronkstukken is op de expositie in Amsterdam. La Péruche et la Sirène, één van de beroemde kunstknipsels die hij, noodgedwongen door lichamelijke ongemakken, op latere leeftijd maakte.

La Péruche et la Sirène, links op deze foto in het Stedelijk Museum
La Péruche et la Sirène, links op deze foto in het Stedelijk Museum

Matisse met zijn grote schaar en La péruche etc. achter hem
Matisse met zijn grote schaar en La péruche etc. achter hem

Hoe Matisse daar in dat architectonische icoon van het eind 19de eeuwse Nice kwam? Hij had zich daar, als welgesteld kunstenaar, twee appartementen veroorloofd. Ruime appartementen met heerlijk hoge muren waar hij zich met zijn assistenten en een heel grote schaar helemaal kon uitleven op die zogenaamde gouaches découpées. Ik vind het altijd weer mooi om daaraan te denken als ik in Nice in de verte dat gigantische Réginacomplex zie liggen schitteren op de heuvel in de mediterrane zon. In dat licht dat mee veroorzaakte dat Matisse het tweede deel van zijn leven in Nice en omgeving woonde.

Overigens pas op ’t laatst in het Régina. Daar gingen heel wat Niçoise appartementomzwervingen aan vooraf. Bijvoorbeeld aan het einde van de Cours Saleya. De bloemenmarkt die ik vorige week nog noemde vanwege het nieuwe museum Espace Ferrero dat daar onlangs is geopend.

appartementgebouw van Matisse op de Cours Saleya
appartementgebouw van Matisse op de Cours Saleya

Matisse-Nice05 Zeg nou zelf, als je dat grote, gele pand op de foto ziet moet je wel concluderen dat Matisse beslist een goeie neus had voor mooie plekjes. Want wie zou nou niet zo’n soort optrekje bij die Cours Saleya willen hebben, direct achter de boulevard en met uitzicht op de baai, de Baie des Anges. Ooit zag ik een interieurschilderij van Matisse waarop door het raam nog net een klein stukje zichtbaar is van die Cours. Maar zo zijn er meer werken van hem waarop Nice duidelijk herkenbaar is. Ook weer gemaakt vanuit plekken waar de kunstenaar de eerste jaren van zijn Niçoise bestaan verbleef.

"La baie de Nice"
“La baie de Nice”

Zoals de “La baie de Nice” vanuit een kamer in het Hôtel Beau Rivage. Met daarop nog de grote pier die toen ver de zee instak. Eén van die pieren die destijds overal in de westerse wereld zo populair waren en waarvan er nog maar enkele over zijn. Die van Nice in ieder geval niet meer. Die werd in 1942 gestript op bevel van de Duitsers. Die hadden de waardevolle metalen ervan nodig.

"Fête des Fleurs"
“Fête des Fleurs”

Of zoals het “Fête des Fleurs” vanaf het balkon van het  Hôtel de la Méditerranée et de la Côte d’Azur. Dat bestaat trouwens ook niet meer. Daar staat nu een heel duur complex met casino en appartementen die je alleen kunt betalen als je heel veel gewonnen hebt in datzelfde casino.

Nog meer Nice-Matisse connecties in de stad? Geen probleem! Maar dan eentje waar Matisse zelf waarschijnlijk nooit aan heeft gedacht. Het Musée Matisse, op een steenworp afstand van het Régina. Bij het sfeervolle Parque des Arènes met zijn vele olijfbomen. Een plek waar Matisse graag wandelde. Het werd geopend in 1963, bijna 10 jaar na zijn dood. In een prachtige 17de eeuwse villa, vlak boven de ruïnes van Cemenelum, het Romeinse Nice.

Musée Matisse
Musée Matisse

matisse-Nice09

matisse-Nice10 Want Asterix en Obelix mogen dan wel regelmatig verkondigen “ils sont fous”, ces Romains!”, maar echt gek waren die ouwe Romeinen nou ook weer niet. Die wisten al heel lang waar prachtige plekken te vinden waren . Net zoals dus Queen Victoria en Matisse. En of ik nou ook niet gek ben met mijn atelier in Nice? Dat moeten anderen maar beoordelen. Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Rembrandtkaart mij Matisse liet voorschouwen


De oase van Matisse in het Stedelijk Museum Amsterdam
De oase van Matisse in het Stedelijk Museum Amsterdam

Een paar weken geleden maakte ik al wat propaganda voor de Rembrandtkaart. Dat was naar aanleiding van mijn bezoek aan de expositie Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Maar de lengte van die blogaflevering dreigde helemaal uit de hand te lopen waardoor ik toen mijn gratis reclame voor die kaart nog even opschortte . Met de belofte er op terug te komen.

Dat is dus nu. Met de grote Matisse-tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam als aanleiding. Want krijg ik me daar een aantal weken geleden zomaar een mail van de Vereniging Rembrandt met de vraag of ik gebruik wil maken van de voorschouw van “De oase van Matisse”! Ik mocht al naar de preview voordat die expositie officieel zou openen. Nou, dat was dus niet tegen dovemansoren gezegd.

één van de vroegere, abstractere werken, Zicht op de Nôtre Dame, 1914
één van de vroegere, abstractere werken, Zicht op de Nôtre Dame, 1914

één van de laatste, abstractere werken, Herinnering aan Oceanië, 1952-1953
één van de laatste, abstractere werken, Herinnering aan Oceanië, 1952-1953

Zo liep ik daar op een dinsdagmiddag een paar weken geleden al rond en zag ik ´s avonds bij “De Wereld Draait Door” en bij “Pauw” allerlei lieden aan tafel aanschuiven om reclame te maken voor die tentoonstelling die pas een paar dagen later officieel zou openen. En ik had daar dus al lekker rondgekeken. Maar daarover straks meer, nu eerst toch even die Rembrandtkaart.

Veel cultuurliefhebbers kennen natuurlijk de museumjaarkaart. Je betaalt € 54,95 voor een jaar en kunt dan meer dan 400 musea in Nederland gratis bezoeken. Tenzij er een speciale tentoonstelling is, dan komt er soms een extra toeslag om de hoek kijken. Zoals bij Late Rembrandt: € 5 extra. Wat ontdekte ik nu laatst? Als je bij de Vereniging Rembrandt voor twee personen te gelijkertijd twee Rembrandtkaarten aanvraagt, betaal je € 90. Nou weet ik wel dat het peil van het huidige rekenonderwijs in Nederland heftig ter discussie staat. Maar zelfs discalculieklantjes moeten toch, eventueel met rekenmachine, kunnen berekenen dat je voor twee personen met die Rembrandtkaart dus duidelijk goedkoper uit bent. Okay, je kunt dan slechts 125 musea gratis bezoeken. Maar als je geen behoefte hebt aan bijvoorbeeld het Openbaar Vervoer Museum in Doetinchem, het Tassenmuseum Hendrikje in Amsterdam of Het Nollenproject in Den Helder, dan is dat totaal geen probleem. Alle echt belangrijke kunstmusea vallen er wel onder.

En wat is nog een bijkomend voordeel? Je betaalt geen extra toeslagen. Zoals dus die € 5 van hierboven bij Late Rembrandt. En je krijgt een uitnodiging voor de voorschouw van “De oase van Matisse”. Ooit daarvan gehoord bij de museumjaarkaart? Dus enthousiast over die Rembrandtkaart? Ja, nogal.

Stilleven met mand met sinaasappelen, 1912, zo'n typisch stilleven van Matisse
Stilleven met mand met sinaasappelen, 1912, zo’n typisch stilleven van Matisse

Odalisque, 1920-1921, één van de vele odalisken n.a.v. zijn reizen naar Marokko
Odalisque, 1920-1921, één van de vele odalisken n.a.v. zijn reizen naar Marokko

Ben ik ook zo enthousiast over die grote expositie van Matisse (1869-1954)? Ja en nee. Ik word hoe dan ook altijd blij van zijn kunst. Het fauvisme waarvan hij de grondlegger was, dat werken met wilde, heldere en onlogische kleuren, roept bij mij altijd een blij gevoel op. Daarom vind ik het eigenlijk storend dat in het eerste deel van de expositie de Matissen thematisch gecombineerd worden met heel veel ander werk. Van kunstenaars die hem inspireerden en van tijdgenoten die op een of andere manier een connectie met hem hadden. Van Gogh, Manet, Cézanne, Seurat, Mondriaan, Kirchner, Picasso, Malevitch, zelfs Rothko. De schappen van de eigen collectie in het Stedelijk zijn hiervoor grondig geplunderd. Maar voor mij wordt daardoor het “Matisse-gehalte” te veel verdund. Het doet te weinig recht aan een aantal heel mooie werken van hem die er dan min of meer “tussendoor” hangen.

één van mijn favorieten,echt Matisse, 1947
één van mijn favorieten,echt Matisse, 1947

Femme en bleue, 1937
Femme en bleue, 1937

Al die anderen? Dat geloof ik eigenlijk wel. Maar dat is heel persoonlijk, in diverse krantenrecensies wordt deze aanpak juist heel positief gewaardeerd. Pas in de grote bovenzalen is het bijna allemaal Matisse dat de klok slaat. Met heel veel van de knipsels die hij op oude leeftijd noodgedwongen ging maken. Gehandicapt door een operatie kon hij het lichamelijk niet meer aan te schilderen en concentreerde Matisse zich heel sterk op die knipseltechniek. Zittend in zijn rolstoel of liggend in bed dirigeerde hij zijn assistenten bij het tot op de millimeter nauwkeurig schikken en vast prikken van composities met die gekleurde knipsels. En hoe anders ook dan zijn schilderijen, ook die werken maken me blij.

een bezoek aan Tahiti zorgde voor veel inspiratie, 1936
een bezoek aan Tahiti zorgde voor veel inspiratie, 1936

Mimosa, 1951
Mimosa, 1951

Interieur met zwarte varen, één van zijn laatste olieverven, 1948
Interieur met zwarte varen, één van zijn laatste olieverven, 1948

de grote zaal met knipsels van Matisse
de grote zaal met knipsels van Matisse

Dus liep ik het Stedelijk toch helemaal vrolijk uit. Ook in de wetenschap dat er zich de komende maanden waarschijnlijk lange rijen gaan vormen bij het Stedelijk die ik dus mooi had kunnen omzeilen. Met nog een voornemen daarbij. Namelijk om, als ik over een poosje weer eens langer in Nice verkeer, daar de vele voetsporen van Matisse eens na te lopen en daarover te schrijven. Overigens, die Rembrandtkaart heb ik weer goed opgeborgen voor een volgend gebruik. Oh ja, en vergeet niet dat de kosten voor die kaart ook nog bijdragen aan de aankoop van nieuwe kunst voor onze musea. Tot volgende week.

TOOS

Het azuur van de Côte d’Azur


aan de Promenade des Anglais in Nice
aan de Promenade des Anglais in Nice

Waarom zit er eigenlijk dat azuur in de Côte d’Azur? Uit ervaring weet ik dat zo langzamerhand wel. Als ik weer eens voor  een poosje naar mijn atelier in Nice ga, is het namelijk mijn gewoonte zo snel mogelijk na aankomst een wandelingetje te maken. Naar de baai waaraan Nice ligt, de Baie des Anges. Met de bijbehorende wereldberoemde Promenade des Anglais. Als dan de weersomstandigheden  meezitten, zie ik gelijk waar de benaming Côte d’Azur vandaan komt. Onder de zon kleurt het  water van de Méditerranée, de Middellandse Zee, met een blauw zoals je dat bij onze Noordzee nooit en te nimmer zult meemaken.

vandaar het azuur in de Côte d'Azur
vandaar het azuur in de Côte d’Azur

Henri Matisse
Henri Matisse

Zo ook weer een paar weken geleden toen ik na aankomst in Nice die traditionele wandeling maakte. Dan begrijp ik gelijk, nog afgezien van het klimaat, waarom beeldend kunstenaars hier zo graag neerstrijken en streken. Dat licht, dat zo overrompelende licht! De directe invloed daarvan op de kleuren op je schilderspalet. De invloed die zorgt voor dat “zuidelijke”, dat mediterrane accent.

Ik moet daarbij vaak denken aan Henri Matisse (1869-1945). De oude meester, toch al één van die op kleur verliefde schildersgroep van de Fauvisten, die een belangrijk deel van zijn leven doorbracht in appartementen aan die Promenade des Anglais. Met elke dag uitzicht op de azuren zee. Dat dit grote invloed heeft gehad op het blauw in zijn vele interieurschilderijen is voor mij wel duidelijk. Hoe vaak zie je daarin niet een raam met daarachter de palmbomen of die zee.

Henri Matisse, de Baie des Anges
Henri Matisse, de Baie des Anges

Venus Bleue
Venus Bleue

Maar dat heeft natuurlijk niet alleen voor Matisse gegolden. Ik vraag me af of de beroemde kunstenaar Yves Klein (1928-1962), een echte Niçois, ooit zijn bekende “Yves Klein blauw” had kunnen maken als ook hij dat azuur van de zee bij Nice niet al van jongs af aan had ondergaan. Die kleur is al heel lang mijn lievelingsblauw. Een pigment, zo speciaal, zo iriserend, zo ultramarijn, dat hij er zelfs een patent op kreeg onder de naam International Klein Blue.

In het MAMAC, het museum voor moderne en hedendaagse kunst in Nice, is er permanent werk van hem met die kleur te zien. Niet alleen zijn wereldberoemde Venus Bleue, maar soms ook een grote bak, gevuld met alleen maar dat pigment. Fascinerend om te zien wat zo’n enkele kleur kan doen.

azuur 7a

De stad Nice zou natuurlijk wel gek zijn als ze met dat azuur niks zou doen. Zo kun je je tegenwoordig door de stad verplaatsen op de Vélo Bleu, de moderne variant van het uit 1967 stammende en toen mislukte witte-fietsenplan van Amsterdamse provo Luud Schimmelpennink.

Ook is er dat treinviaduct waar ik onderdoor loop op weg van mijn atelier richting Promenade. Sinds een jaar of vier is dat, in het kader van een groot kunstproject langs de nieuwe tramlijn door de stad, ’s avonds geheimzinnig en feeëriek blauw verlicht. Je kunt er de prachtigste foto’s maken.

azuur 8a

Maar ook vlak bij mij om de hoek straalt het tegenwoordig blauw. Daar is de oude, pompeuze entreehal van een al lang verdwenen treinstation omgetoverd tot een suikertaartkleurige bibliotheek. Zo’n heerlijk protserig gebouw zoals je ze alleen maar in Zuid Frankrijk en Italië tegen komt. Met nu ’s avonds een azuren lichtaccent.

azuur 9a

Ik voel me heel erg thuis in Middelburg en mijn eeuwenoude pakhuis/atelier daar. Maar ook Nice heb ik door mijn tweede atelier daar, in het Palais Vénitien uit 1908, heel erg in mijn hart gesloten. Tot volgende week.

TOOS

Daar waar het allemaal begon


terras in Saint Paul de Vence
terras in Saint Paul de Vence

Nee, ik bedoel niet het Paradijs met Adam en Eva. Maar wel de zolder boven het terras op bovenstaande foto. Een terras in Saint Paul de Vence waar ik een paar dagen geleden nog zat de genieten in de zon aan de Côte d’Azur. En wat daar dan wel, nu 20 jaar geleden, op die zolder begon? Mijn Franse kunstavontuur dat nog steeds voortduurt.

Want begin 1994 zat daar in de buurt, in Villeneuve Loubet, een Australisch familielid van mij een beetje in haar eentje te kniezen in zo’n time sharing resort. Dus mijn zus, haar man en ik in een opwelling daarheen met de auto om haar op te beuren en zelf ook gelijk onverwacht vakantie te vieren.

Saint Paul de Vence
Saint Paul de Vence

Op een zonnige februarimorgen bezoeken we zodoende een middeleeuws stadje op een steile  heuvel in het achterland van Nice. De plaats was me geheel onbekend en we kwamen ook nog binnen door de stadspoort aan de anonieme achterkant. Ten minste, dat bleek later. Een prachtige oude, nauwe straat. Verweerde huismuren. Hier en daar een leuke winkel. Een galerie. Weer een galerie. En zowaar nog één! Het bleek er te stikken van de galerieën. Ik was beland in, wat uiteindelijk bleek, Saint Paul de Vence. Waar in het verleden beroemdheden als Matisse, Chagall, Picasso, Braque, Léger en Dufy hadden geresideerd. En ik, zelf beeldend kunstenaar, had daarvan nog nooit gehoord! Dat gebrek in mijn opvoeding heb ik nu trouwens meer dan genoeg bijgespijkerd.

Rue Grande
Rue Grande

Want dat onbekende stadje had op die februarimorgen direct al een heel grote, onverklaarbare maar daarom niet minder reële aantrekkingskracht op me. Hier wilde ik zijn, hier wilde ik werken. Dezelfde dag nog heb ik voor een periode van drie maanden die zolder gehuurd, boven wat toen restaurant Abacadabra was en nu La Terrasse heet. In de Grande Rue, de smalle hoofdstraat waardoor zich dagelijks vele toeristen wurmen.

Weer thuis ben ik mijn auto helemaal gaan volstouwen. Met natuurlijk ook heel veel schildersmateriaal. Die drie maanden erna zijn een soort roes geweest. Ongelooflijk hard werken, nieuwe vriendschappen maken, mijn Frans opwaarderen, Saint Paul leren kennen. Zogezegd mijn Franse kunstavontuur een vliegende start geven. Want ik legde contact met Galerie Qvadrige in Nice, de galerie waarmee ik nog steeds samenwerk.  Met een jaar later een expositie in de kapel van Saint Jeannet, ook zo’n middeleeuws stadje daar in de buurt. En ook nog een tentoonstelling in het Musée de Saint Paul de Vence. Een eer die daarvoor noch daarna aan andere Nederlandse kunstenaars is verleend.

graf Chagall
graf Chagall

schilderij van Chagall met St.Paul op achtergrond
schilderij van Chagall met St.Paul op achtergrond

 

Dus als ik weer voor enige tijd in mijn atelier in Nice verkeer, zoals nu, maak ik vaak even een tour sentimental naar Saint Paul. Met dit keer ook weer een bezoekje aan het graf van Chagall. Die heeft er namelijk gewoond, ligt er begraven en heeft het stadje ook op diverse schilderijen vereeuwigd. De begraafplaats ligt bij die achterste stadspoort, daar waar ik dus destijds binnenkwam. Toeval of niet, wat ontdekte ik  even later? In het Musée de Saint Paul, vlak bij de voorste stadspoort, was een tentoonstelling over Chagall. Nu wil ik mezelf beslist niet vergelijken met die wereldberoemde kunstenaar, maar ‘t gaf toch wel een heel goed gevoel dat ik daar ook al eens had mogen exposeren. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

 

Zomer, zee, Matisse en Nice


In de vorige aflevering had ik het al aangekondigd. Deze zomer kun je in Nice niet om de beroemde Henri  Matisse heen, die hier een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht. En omdat ik er toch was, heb ik dus maar voor €10 de stempelkaart gekocht voor de acht verschillende thematentoonstellingen die er rond zijn kunst zijn georganiseerd. Net zo’n soort Nederlandse molenschaatstocht waar je bij elke post een stempeltje gaat halen. Overigens geen geld natuurlijk. Stel je eens voor, in Nederland acht exposities rond Rembrandt voor een tientje! Iedereen zou zeggen “je bent gek”. Nou, dat zijn ze in Nice dus. Daar zijn normaal gesproken alle gemeentelijke musea zelfs vrij toegankelijk. Kom daar in cultureel Nederland maar eens om. Hier praten we alleen over zo’n idee.

Matisse 01

Maar goed, Matisse dus. De aanleiding tot deze “Een Zomer voor Matisse” was het 50-jarig bestaan van het Musée Matisse. Een prachtig grote villa in het hoger gelegen deel van de stad waar de Romeinen destijds al huisden. Vanuit het museum, gelegen naast de oude arena, kijk je dan ook direct op de resten van hun villa’s.

Matisse 02

Matisse 03

Dat museum ken ik natuurlijk van eerdere bezoeken. Maar nu hadden ze een aantal uitlenen van schilderijen die ik nog niet kende. Een daarvan, uit het Museum of Modern Art in New York, trof mij in het bijzonder. Dat was een groot werk, gebaseerd op een stilleven van onze eigen Nederlandse 17de eeuwse Jan Davidsz. de Heem dat in het Louvre hangt. Matisse heeft daar in 1915 zijn eigen interpretatie van gemaakt nadat hij het ooit in zijn academietijd bij zijn leermeester Gustave Moreau (1826-1898) al eens had gekopieerd. Ik heb ’t maar stiekem even gefotografeerd want eigenlijk was dat verboden. Toos, foei toch! Maar wel zonder flits natuurlijk.

Matisse 04

In het Musée des Beaux Arts, een op de boulevard uitkijkende gigantisch grote villa, was dan weer een expositie rond die Gustave Moreau en Matisse. Met Moreau heb ik een speciale band. Over het waarom daarvan vertel ik nog wel eens een keer, dat is een speciaal verhaal. In ieder geval heb ik zijn eigen museum in Parijs al een paar keer bezocht. Nu waren er werken uit dat museum naar Nice overgebracht van de man die ooit tegen Matisse zei “jij gaat het schilderen simpeler maken”. Nou, daar hoef je de kunstboeken maar op na te lezen om te leren hoe voorspellend die uitspraak is geweest.

Matisse 05Dat Matissse uiteindelijk weer grote invloed heeft gehad op een nieuwe generatie kunstenaars werd duidelijk in het MAMAC, het Musée d’art moderne et d’art contemporain. Het was wel grappig te zien dat de grote Andy Warhol eens een werk van Matisse min of meer heeft nagetekend. En dat een ander één van de grote knipselwerken van Matisse uit blauw papier gewoon heeft “nageknipt”, maar nu met een kartelschaartje. Tja, wat is kunst?

 Wat hadden de expositiesamenstellers zoal nog meer verzonnen? Bijvoorbeeld een tentoonstelling met affiches van en rond Matisse, één rond de palmboom die Matisse veel als beeldend element heeft gebruikt en iets met foto’s van vrouwen omdat Matisse ook beelden heeft gemaakt van het vrouwelijk naakt. Allemaal iets teveel aan de haren erbij gesleept naar mijn idee. Maar wel inventief. Tot volgende week.

Matisse 06

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Leven als god in Frankrijk


Nice01 Het is een bekende uitdrukking, dat “leven als god in Frankrijk”. Maar ik kan aardig aanvoelen waar dat gevoel over het goede Franse leven vandaan komt. Dat krijg je wel als je regelmatig in Nice verkeert. Dat Parijs in het klein, maar dan op z’n Italiaans.

Nu ook weer. ’s Middags aangekomen met Transavia vanaf Rotterdam en ’s avonds gelijk aan tafel met kunstliefhebbers in diverse soorten en maten op een terras in het bergachtige achterland. Een kunstverzamelend echtpaar had mijn Niçoise galerist Jean-Paul Aureglia, mij en mijn lief, en nog een ander kunstenaarskoppel uitgenodigd. Hun nieuwe huis was bijna klaar, de kunstverzameling hing en dat moest gevierd worden. Met veel champagne en een overvloedige barbecue. En natuurlijk een bezichtiging van hun kunstverzameling. Zo stond ik dan ineens samen met hun voor één van de schilderijen die ze van mij hebben hangen op prominente plekken in de woonkamer.

Nice02

Loop ik de volgende morgen het Palais de Venise uit, het gebouw waarin zich mijn atelier/appartement bevindt, dan bots ik bijna tegen de markt aan die zich daar dagelijks tot 13 uur bij mij voor de deur en in de omgeving afspeelt. Groenten, fruit, vis, bloemen, wat al niet.

Nice03

’s Avonds is diezelfde omgeving omgetoverd tot een soort Quartier Latin met een keur aan restaurants. Allemaal met terras natuurlijk. Want vrijwel elke avond is ook een zomerse avond waarbij je tot laat buiten kunt zitten.

Nice04Tel daarbij ook nog maar op het strand met de beroemde Promenade des Anglais op loopafstand, net zoals trouwens ook vele musea. Acht gemeentelijke musea telt Nice, naast nog een aantal andere. Normaal zijn die acht vrij toegankelijk. Deze zomer moet je echter €10 toegang in totaal betalen vanwege een circuit van acht exposities die allemaal met Henri Matisse (1869-1954) hebben te maken. Die wereldberoemde kunstenaar die een groot deel van zijn leven in Nice woonde en er ook stierf. Maar daarover een volgende keer.

Nice05 Nu ben ik alweer terug in Middelburg. Na vanzelfsprekend een afscheidsetentje met Jean-Paul onder de arcaden van mijn favoriete plein in Nice, place Garibaldi. Leven als god in Frankrijk! Hoezo? Nu moet er echter weer worden gewerkt vanwege komende exposities. Ook daarover meer de komende tijd. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

To culture or not to culture


Marseille 01

Vrij naar Shakespeare hebben ze in Marseille besloten niet aan dat “not” te willen doen. Daarom wist de stad enkele jaren geleden de titel ‘Culturele Hoofdstad van Europa 2013′ binnen te halen. En als Fransen iets aan hun cultuur gaan doen, dan mag dat een paar centen kosten. Zeshonderd miljoen euro’s waren beschikbaar om die arme, vervallen en door allochtonenproblemen geplaagde stad aan te pakken. Zowel infrastructureel als cultureel. Nieuwe wegen, te renoveren wijken en vooral rondom de oude haven in het hart van de stad op te knappen winkelstraten . Ooit legden in die Vieux Port de oceaanstomers aan, net als in Rotterdam. Wereldhavens midden in de stad. Rotterdam heeft daar nu de Maasvlakte voor, Marseille heeft haar Vieux Port omgetoverd in een gigantische plezierhaven met rondom de bijbehorende  horeca .

Marseille 02

Marseille 03

Marseille 04

Met nu ook nog voor dat culturele aspect drie nieuwe musea erbij. Daarvan is het MuCEM, ’t Musée des civilations de l’Europe & de la Méditerranée, zondermeer de grootste trekpleister. Geïntegreerd met het oude, prachtig opgeknapte Fort Saint-Jean heeft de architect een echt kunststukje verricht. Zie de foto’s hierboven.

Op een steenworp daarnaast is de Villa Méditerranée verrezen, ook al zo’n iconisch bouwwerk (zie foto’s hieronder). De vervallen aanblik van Marseille vanuit zee is helemaal opgepimpt. Oud met nieuw kan echt iets moois opleveren.

Marseille 05

Marseille 06

Met nog een tweede steenworp erbij kom je nu bij een groot, oud sanitairgebouw dat is omgebouwd tot het Musée Regards de Provence, een nieuw museum voor regionale kunst. En al die musea geven aandacht aan wat de landen rond de Middellandse Zee met elkaar bindt en van elkaar scheidt. Geschiedenis, toekomst, cultuur, godsdienst, wat al niet.

Wat er nu getoond wordt is interessant maar in mijn ogen nog geen top. Dat was er wel in het gerenoveerde 19de eeuwse Musée des Beaux-Arts. Van Gogh, Matisse, Cézanne, Monet, Renoir, Gauguin, om maar een paar kunstenaars te noemen die hun sporen nalieten aan de Zuid-Franse kust.

Veel museumgeweld dus dat een paar dagen Marseille beslist de moeite waard maakt. Afgezien nog van ander cultureel geweld op het gebied van bijvoorbeeld muziek en dans, in zowel Marseille als ook  Arles en Aix-en-Provence. Want die steden doen ook mee onder de noemer van Culturele Hoofdstad. Dus als je kans ziet, op naar de zonnige Provence!

Maar wat dit voor Marseille in de toekomst oplevert? Hoe ze jaar in jaar voldoende publiek naar die nieuwe musea kunnen blijven trekken? Hoe dit de stad de benodigde oppeppers kan geven? Tja, daarop weet ik nu even het antwoord niet. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

 

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Ik ben een ZeBra


Ooit sprak John Kennedy in Berlijn de historische woorden “ich bin ein Berliner”. Dat was natuurlijk bedoeld als een statement. Maar als ik van mijzelf zeg “ik ben een ZeBra”, is dat zondermeer een feit. Dat woord staat in Zeeland namelijk voor de grote groep inwoners die oorspronkelijk uit Brabant afkomstig is, Zeeuwse Brabanders.

Als ZeBra moet ik voor allerlei zaken nog regelmatig in Brabant zijn. Want daar ligt de oorsprong van mijn kunstcarrière en daar heb ik dus automatisch nog veel contacten.

Reed ik een paar weken geleden een Tour de Fryslân, nu was er afgelopen week een korte Tour de Brabant waarbij ik onder andere Veghel en Goirle aandeed. In Veghel zit namelijk Beeldengieterij TENAX. En dat is het bedrijf waar mijn kunststof beelden perfect in allerlei kleuren kunnen worden gegoten. Nu heb ik van “mijn meisje”, zoals ik haar in gedachten altijd noem, een paar nieuwe exemplaren nodig. Maar omdat ik bij haar ooit besloot nooit tweemaal dezelfde kleur te gebruiken, is het toch wel handig om met bovenbaas Ronnie van Grunsven de juiste kleurnummers af te spreken. Naast ook nog enkele andere details. Zoals bijvoorbeeld de afleverdatum over een paar weken.

In Goirle moesten ook zaken worden besproken. Zaken rond een expositie van mijn werk daar in november in Galerie & Kunsthandel de Leeuwenhoeve. Kunstverzamelaar John Theuws en zijn partner Erica Dodde zijn daar een poos geleden met die galerie gestart. Ze combineren er hun uitgebreide verzameling met solo exposities van hedendaagse kunstenaars.

Getipt door een oud-galeriehouder kwamen ze op mijn pad. Bij onze eerste kennismaking, alweer een tijdje geleden, klikte het direct. Met dus als gevolg die tentoonstelling over een paar maanden. En het mooie is dat ik nu uit hun collectie een greep mag doen om die te combineren met mijn werk. Moet je je voorstellen, ik kan grasduinen tussen werken van wereldberoemde en museale kunstenaars als bijvoorbeeld Penck, Dennis Oppenheim, Karel Appel, James Croak, Matisse, Combas en vroege, en dus de beste, werken van Corneille. Wordt vervolgd, dat is duidelijk! Tot volgende week.

TOOS.

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag