Tagarchief: Matthijs Röling

Nog een haiku hier, en ook nog een haiku daar, een schilderij klaar


Drie regels waarvan de eerste regel vijf lettergrepen bevat, de tweede zeven en de derde weer vijf. Ziedaar de structuur van een haiku. Zoals dus hierboven in de titel van dit stukje. Of ik me nu ineens letterlijk op de poëzie stort? Nee hoor, geen sprake van. Mijn gaven liggen bij de beeldende kunst. Maar me daarbij laten inspireren door de Muze van de Poëzie? Waarom niet! Ter verklaring eerst even een stukje Groningse kunstgeschiedenis.

In 1991 organiseerde Henriëtte Mulder van de vermaarde Galerie Wiek XX, toen nog gevestigd in de Groningse binnenstad, de nu legendarische thematentoonstelling ‘Dichtbeelden’. Daarbij lieten o.a. Wout Muller (1946-2000)en Matthijs Röling (1943), gerespecteerde namen in de wereld van de hedendaagse Nederlandse kunst, zich inspireren door drie haiku’s van dichter C.O.Jellema. Reden voor Henriëtte en haar partner Frans Boersma om dit thema nu, 27 jaar later, nog eens te herpakken. Met een andere groep kunstenaars en op een andere locatie. Van die groep ben ik er dus een en die nieuwe locatie is Bad Nieuweschans. Nog steeds in Groningen, maar dan wel de provincie, en tegen de Duitse grens aan.

Galerie Wiek XX in Bad Nieuweschans

Ooit in de 17de eeuw heette ’t Langeakkerschans en lag ’t direct aan het water van De Dollard, daarna werd ’t Nieuweschans en schoof ’t het binnenland in door inpoldering. Maar in 2009 kwam er Bad Nieuweschans op het naambord te staan. Je moet de economische ontwikkeling ten slotte een kans geven. Want met Bad ervoor trek je veel meer Duitse toeristen naar het kuuroord Fontana dat er, met zijn warme mineraalbaden, sinds 1985 is gevestigd. Van  een in 1628 gebouwde schans ter verdediging tegen de Spaanse troepen naar kuuroord, ’t kan verkeren.

Maar terug naar die haiku’s. Toen Henriëtte mij vroeg mee te doen aan die nieuwe thematentoonstelling onder de naam ‘Haiku Verbeeld’ heb ik niet echt geaarzeld. Leuk! Zes haiku’s van dichter Henk van Zuiden kregen we als de deelnemende kunstenaars onder ogen. Met de opdracht ‘maak er wat van’. Als de schilderijen maar niet groter zouden worden dan 60 bij 50 cm. Drie werken werden het bij mij. Hieronder twee daarvan met de bijbehorende haiku’s.

Een dansjapon

ondergaande zon

maakt van lucht een dansjapon

met rode sluiers

 

 

 

 

 

Hemels droomspel

voor wie nu niet slaapt

speelt nachtlucht met lichtballon

een hemels droomspel

 

Hoe de andere kunstenaars hun inspiratie hebben verbeeld? Kijk daarvoor maar eens bij  https://www.wiekxx.nl/index.php?pag=39&lang=nl. En mocht je de reis naar Wiek XX gaan maken, besef dan dat je door een belangrijk stuk van de Nederlandse geschiedenis reist. Want vlak voor Nieuweschans passeer je Heiligerlee. Hé, Heiligerlee? Hoe zit dat ook al weer? Oh ja, die beroemde Slag bij Heiligerlee in 1568! Daar waar volgens onze officiële geschiedschrijving de 80-Jarige Oorlog begon. Met een eerste gewonnen slag tegen de Spanjaarden. Nu dus 450 jaar geleden. Helemaal in dit jaar, die 80-Jarige Oorlog. Met nieuwe boeken, met groots opgezette tentoonstellingen en met een prachtige serie documentaire geschiedschrijving op NPO2. Dat al heel snel na die gewonnen slag de provincie Groningen weer aan de Spanjaarden verviel tot Prins Maurits pas zo’n 20 jaar later het gebied weer heroverde? Ach, een kniesoor die daar op let.

gravure van de Slag bij Heiligerlee

Nu zit dus galerie Wiek XX er. Met een haikutentoonstelling. Op Nederlands grondgebied. Hoewel in het Rampjaar 1672 ook dat weer heel anders had kunnen lopen toen Bommen Berend, bisschop van Münster, Nieuweschans aanviel en de stad Groningen belegerde.

Beleg van Nieuweschans, prent uit 1675

Maar uiteindelijk slaagden hij, de Franse koning Louis XIV en de Engelse koning Charles II niet in hun opzet. De Republiek der Verenigde Zeven Provinciën overleefde ternauwernood en nu hebben we een koning in plaats van een Stadhouder. Maar dat is weer een heel ander verhaal. Oh ja, die expositie loopt tot 18 november. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Kunst op stal bij de Kunst10daagse van Bergen


 “Toos”, vroeg Elisabeth mij eind vorig jaar, “voel jij ervoor mee te doen met de expositie die ik organiseer bij de komende Kunst10daagse in Bergen?” Nou, dacht ik, Elisabeth kennende, dat zou best leuk kunnen zijn. “Maar”, voegde ze er aan toe, “het is wel in een koeienstal. Zonder koeien trouwens, die staan er al een aantal jaren niet meer.” Oeps!! Een koeienstal? Maar geen koeien? Dat is in ieder geval een pluspunt. En omdat ik wel van een kunstavontuur houd, ben ik een flink aantal maanden geleden dus eens in Bergen gaan kijken.

bezoek aan de stal met Elisabeth begin dit jaar

Want in Elisabeth Leijen heb ik zondermeer vertrouwen en de plaats Bergen in Noord Holland staat niet voor niets bekend als behoorlijk cultureel en kunstzinnig. Ga maar na.

Literaire grootheden als Adriaan Roland Holst, ooit onze Prins der Dichters, en schrijver Eduard du Perron woonden er. Adriaan van Dis is er geboren en schilder/dichter Lucebert was er kind aan huis. Daarbij maakten kunstenaars als Leo Gestel, Mathieu Wiegman en Charley Toorop de Bergense School tot een belangrijke schildersbeweging in Nederland. Met als gevolg een prachtige museum.

Museum Kranenburgh in Bergen

Ook die  befaamde Kunst10daagse van Bergen komt natuurlijk uit dit culturele klimaat voort. Dit jaar al weer voor de 26se keer met een verwacht bezoekersaantal van rond de 40.000. Niet gek toch voor zo’n dorp?

Maar wat heeft Elisabeth met dit alles te maken? Ik schreef hier vorig jaar al eens over haar in een blog ergens in oktober. Geboren en getogen in Bergen, Roland Holst over de vloer in het ouderlijk huis, Mathieu Wiegman met zijn atelier op hun erf. Niet gek dus dat haar bloed behalve witte en rode ook heel veel cultuur bloedlichaampjes bevat. Dat alles leidde tot een levensproject, al vanaf haar elfde, waarin ze Nederlandse schrijvers, dichters en kunstenaars verenigt in een aantal boekwerken. Met daarin door hen eigenhandig geschreven teksten en speciaal gemaakte kunstwerken. Namen? Roland Holst natuurlijk en Wiegman. Verder  bijvoorbeeld Gerrit Kouwenaar, Neeltje Maria Min, Juul Deelder, Simon Vinkenoog, Remco Campert en Adriaan van Dis. Naast Kees Verkade, Matthijs Röling, Armando, Jan Wolkers, Anton Heyboer en Dick Bruna. Allemaal door haar benaderd voor een bijdrage. En sinds vorig jaar ook Toos van Holstein. Want zo heb ik Elisabeth leren kennen.

mijn bijdrage aan het levensproject van Elisabeth

Elisabeth’s koeienstal bleek een kunstzinnige uitdaging. Ik kreeg gelijk al ideeën over de manier van inrichten van het grote, achterste deel dat ze mij had toebedeeld. In zo’n geval is mijn iPad een heerlijk werktuig om die vloed aan ideeën te stroomlijnen. Foto van de stal erop en intekenen en plakken maar.

Maar of die ideeën dan allemaal ook haalbaar zijn? Vandaar dus afgelopen week een tweede bezoek. Met rolmaat en de fotograferende levensgezel erbij om ook technische details vast te leggen.

stalbezoek vorige week
koffie en gebak na, samen met de boerin

Wat het uiteindelijk gaat worden in die 10-daagse periode van 19 tot 28 oktober? De kunstradertjes in mijn hersenen draaien op volle toeren.

Wil je meer weten over die Kunst10daagse en het expositieproject van Elisabeth? Kijk dan maar eens hier voor algemene informatie en op https://www.dekunst10daagse.nl/bekijk-kunstenaars-groep/990/exposanten-stalkunst9 voor het koeienstalproject. Tot volgende week.

TOOS

Toos in ’t Rijksmuseum? Zou best wel eens kunnen!


Of ik het leuk zou vinden als er kunst van mij in het Rijksmuseum in Amsterdam te vinden zou zijn? Allicht! Maar Toos, dat Rijks is toch alleen voor ouwe en heel ouwe knarren die ook al heel lang dood zijn? En dat ben jij toch nog niet? Ja en ja. Maar ons Nederlandse kunstwalhalla is al een poosje bezig met een inhaalslag. Hedendaagse kunst mag een grotere rol gaan spelen. Om dus op de titel hierboven terug te komen en daarbij de titel van een oude James Bond film aan te halen, Never Say Never Again.

Of ik me met bovenstaande op drijfzand begeef? Nee hoor, zeker niet! Er zit zelfs een interessant verhaal achter. Een verhaal dat begint bij een bericht van ene Elisabeth dat een poosje geleden plompverloren in mijn digitale IN-bak viel en een daarop volgend bezoek van diezelfde Elisabeth aan mijn atelier.

samen met Elisabeth in mijn atelier

Maar eigenlijk begint dat verhaal nog heel veel jaren eerder. Bij de toen 11-jarige Elisabeth in haar woonplaats Bergen. Dat bekende dorp in Noord-Holland, vlak achter de ter plekke zeer hoge duinen. Een dorp met een groot kunstverleden. Bijvoorbeeld omdat Adriaan Roland Holst (1888-1976), destijds de Prins der Dichters, er woonde. Omringd natuurlijk door een grote schare bewonderaars en mededichters en schrijvers. En ook omdat een uitgebreide kunstenaarskolonie daar de stoot gaf tot het ontstaan van de Bergense School. Een artistieke stroming die een belangrijk hoofdstuk vormt in de Nederlandse kunstgeschiedenis van de eerste helft van de 20ste eeuw.

Roland Holst, geschilderd door Wiegman, 1934

Je kunt dus stellen dat de jonge Elisabeth opgroeide in een van cultuur doordesemde omgeving. Adriaan Roland Holst, Jani voor haar met zijn intimi-naam, kwam vaak bij haar ouders over de vloer. Matthieu Wiegman, één van de belangrijkste figuren binnen de Bergense School, woonde bij hun op het erf en had daar ook zijn atelier. Eigenlijk logisch dus dat beide kunstenaars iets maakten voor het poëzie-album dat Elisabeth kreeg op haar 11de verjaardag.  En daarmee de basis legden voor een kunstqueeste van Elizabeth. Eerst in Bergen en later door heel Nederland. Een queeste die nog steeds voortduurt.

Nu, zo’n 55 jaar later, is dat eerste poëzie-album uitgegroeid tot een serie unieke kunstboeken. Met als opzet een werk van een bekend kunstenaar op de ene pagina en op de andere een begeleidende tekst van óf die kunstenaar óf een dichter/schrijver. Wel alles origineel natuurlijk, geheel en al speciaal voor dat album. Wat namen naast die twee eersten? Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek, Neeltje Maria Min, Juul Deelder, Simon Vinkenoog, Remco Campert, Adriaan van Dis en Ivo de Wijs als dichters/schrijvers. Niet de minsten dus. Dat een aantal van hen al overleden is? Dat geeft aan hoe lang Elisabeth al met haar project bezig is.

Bij de beeldende kunstenaars is ’t van hetzelfde laken en pak.  Ans Wortel, inwoonster van Bergen met ooit een expositie in het Stedelijk Museum Amsterdam en met door het Rijksmuseum aangekocht werk. Nu onterecht wat weggezakt in de aandacht. Jan Wolkers , als schrijver in feite nog beroemder dan als kunstenaar. Herman Gordijn, met net een prachtige expositie in het nieuwe museum MORE in Gorssel. Of Anton Heijboer van wie nu een tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum gaande is. Wie kent ‘m niet vanwege vooral zijn levensstijl? En wie kent niet de zelfs wereldberoemde schrijver en illustrator Dick Bruna met zijn Nijntje? Een maand voor zijn dood maakte hij nog met veel plezier een bijdrage voor Elisabeth.

bezig met mijn tekst in het album
tekst af en al vast een oefentekeningetje

Maar veel namen in de albums behoren gelukkig bij nog springlevende kunstenaars. Kees Verkade, Matthijs Röling en Armando. Sam Drukker en Jeroen Hermkens, beiden verkozen tot Kunstenaar van het Jaar. Of theaterman Herman van Veen. Schildert die dan? Jazeker. Er hangen werken van hem in galerie Onze Lieve Vrouwe in Maastricht waar ook schilderijen van mij zijn te vinden.

Nu mag ik dus ook mijn naam toevoegen aan dat illustere rijtje. Want dat was natuurlijk het verzoek van Elisabeth in dat in het begin genoemde mailtje. Of ik ook een bijdrage wilde leveren? En dat deed ik dus. Twee zelfs, zodat ze nog een keus had ook. Iets dat ik ook vaak doe bij opdrachten. Dan maak ik twee schilderijen opdat de opdrachtgever/geefster een keus heeft.

de aquarel van de twee die ’t niet geworden is
mijn uiteindelijke bijdrage in het album

Blijft over dat Rijksmuseum. Want het is Elisabeth’s bedoeling haar uiteindelijk tot zeven albums uitgegroeide verzameling aan het Rijks te schenken. Als ze dat willen hebben natuurlijk. En ze zouden natuurlijk wel gek zijn dat te weigeren. Want is Elisabeth in de loop der jaren niet al drie keer op verzoek van de redactie van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ in dat kunstprogramma opgetreden? Met die albums! Trouwens, wat ze in haar hoofd heeft zitten, dat zit niet enz…. Daarvoor ken ik haar nu wel goed genoeg. Zeker na onlangs nog een heerlijke Surinaamse maaltijd bij haar thuis in Noord-Holland. Tot volgende week.

TOOS

Wiek XX draait weer en Toos draait mee


Ooit vond er in 1568 de Slag bij Heiligerlee plaats. Met de eerste overwinning van de opstandelingen tegen het Spaanse leger. Heus, Oranje wint ook wel eens. Vandaar trouwens ook de naam Tachtigjarige Oorlog omdat de uiteindelijke vrede in 1648 gesloten werd. En ooit, in 1628, werd er het vestingstadje Nieuweschans gebouwd. Als grensverdediging tegen die nog steeds vervelende Spanjaarden. Waar dan wel? In het oosten van Groningen. Daar waar de horizon heel ver weg ligt in een laag en leeg landschap. Daar ook waar de slogan “Er gaat niets boven Groningen” je duidelijk wordt. En daar waar ook lang geleden Galerie Wiek XX neerstreek.

Nieuweschans in roeriger tijden (17de eeuw)

Galerie Wiek XX, een gerenommeerde naam in de Nederlandse kunstwereld. De galerie die vanaf 1977 de zogenaamde Noordelijke Realisten een podium gaf. Met als gevolg dat de namen van o.a. Wout Muller, Matthijs Röling, Sam Drukker, Douwe Elias en Pieter Pander niet meer zijn weg te denken uit het galerie en museum circuit. En ook de galerie waarmee ik een aantal jaren succesvol samenwerkte. Tot Henriëtte Mulder en Frans Boersma ’t in 2008 ’t eigenlijk wel mooi vonden.

met Henriëtte en Frans voor hun woonboerderij

Maar ja, hoe gaat dat als je bloed is besmet met het kunstvirus? Zulk bloed blijft kriebelig en zoekt stiekem die plaatsen waar ’t dan misschien niet kan gaan maar wel kan kruipen. Tot het uiteindelijk overwint. Dus verrees eind vorig jaar de galerie weer. Als een Phoenix met wiekende vleugels. Niet meer op de oorspronkelijke locatie in Nieuweschans, maar als huisgalerie in de woonboerderij van Henriëtte en Frans (https://www.wiekxx.nl/) .

Vandaar dat ik mij kort geleden onverwacht weer eens richting Nieuweschans begaf. Of beter gezegd richting Bad Nieuweschans. Want dat is sinds enkele jaren de officiële nieuwe naam. De reden daarvoor? Als ik dat een beetje kan inschatten vanwege het eerste echte Nederlandse kuuroord dat er ooit verrees. Het Fontana Resort. Op een steenworp afstand van de grens trek je vermoedelijk meer Duitse gasten als er Bad in je plaatsnaam voorkomt. Kijk maar eens naar de hoeveelheid Bad Zus of Zo kuurplaatsen op de landkaart van onze oosterburen.

Tijdens zo’n rit merk je toch ook weer dat Nederland helemaal niet zo klein is. Daar kwam ik lang geleden achter na een vochtrijke tentoonstellingsopening en idem dito maaltijd bij Wiek XX. De afstand van het noordoostelijke Nieuweschans naar het zuidwestelijke Middelburg bleek 390 km. En dat is zogezegd best een klere end midden in de nacht. Gelukkig reed levensgezel. Die stelt zich bij een ver-weg opening op voorhand altijd in op soberheid.

‘En ville’ en ‘Nocturno’, enkele van de schilderijen op de expositie
‘Riflettere’, schilderij op de expositie

Nu zat ik dus opnieuw in de huiskamer bij Henriëtte en Frans. In een weidse omgeving die in niets meer doet denken aan die van rond 1600. Want van de oorspronkelijke vestingplaats is weinig meer over. Net zo min als van het oude landschap. Je kunt je absoluut niet meer voorstellen dat Nieuweschans toen aan het nu heel ver weg gelegen open water van de Dollard lag. En dat ’t zich op een militair zeer strategische positie bevond te midden van water, van uitgestrekte ontoegankelijke moerassen en van veengebieden. Maar dat heeft dan wel weer als voordeel dat je er nu zoevend heenrijdt over een vierbaans snelweg. Niks geen moeilijk begaanbaar modderig pad meer als enige toegangsweg.

de Voorstraat in Nieuweschans, ooit het exercitieterrein voor de militairen
een herinnering aan vroeger tijden

Een eitje dus, zo’n bezoek aan de expositie “Met een knipoog” op nummer 50 van de Voorstraat. Er staat je letterlijk niets meer in de weg voor de vrij, zater en zondagen van 13 tot 17 uur in de periode van 14 april tot 16 juli. Met niet alleen mijn werk maar ook dat van andere gerenommeerde kunstenaars als Candace Charlton en  Caius Spronken. Tot volgende week.

TOOS