Tagarchief: Mauritshuis

Schandalige Vergetelheid


portret van Maria van Oosterwyck, geschilderd door Wallerant Vaillant, Rijksmuseum

In Dresden, Wenen, Augsburg, Kopenhagen, in de Royal Collection van het Britse koningshuis, in Kroatië, Montreal en diverse musea van de Verenigde Staten, op al die plaatsen vind je schilderijen van de Nederlandse kunstenaar Maria van Oosterwyck (1630-1693). En in ons eigen land? Alleen het Mauritshuis heeft een bloemstilleven van haar in bezit. Eentje! Dat hangt dan nog niet eens in het Mauritshuis zelf, maar in de Galerij Prins Willem V. De wat? De Galerij Prins Willem V, schertsend wel eens de verborgen parel van Den Haag genoemd. Vanuit het Mauritshuis rechtsaf over het Binnenhof naar het Buitenhof en daar ligt schuin rechts aan de overkant die in 1774 gebouwde Galerij. Feitelijk het eerste museum van Nederland dat stadhouder Willem V destijds een paar dagen per week open stelde om een ieder zich aan zijn grote collectie kunst te laten vergapen. Hutje mutje hangen de wanden daar nu weer vol met een deel van de Mauritshuis-collectie. Net als toen. Met dus ook dat ene schilderij van Maria van Oosterwyck in onze nationale collectie. Eigenlijk te gek voor woorden. Maar dat heeft natuurlijk een oorzaak.

deel van de Prins V Galerij met links in het midden tegen het grote schilderij aan het enige werk van Maria van Oosterwyck in de Nederlandse Collectie
dat enige schilderij

Domineesdochter Maria schilderde eigenlijk alleen fabelachtig goeie bloemstillevens. Net zoals die paar andere nationaal en internationaal doorgebroken vrouwelijke Gouden Eeuw kunstenaars, die ik een paar blogs geleden al noemde, zich vooral in stillevens specialiseerden. Met de genreschilderijen van Judith Leyster als uitzondering (lees hier maar). Dat vrouwen vooral stillevens schilderden heeft natuurlijk ook weer een oorzaak. Maar dat is een ander verhaal.

een vanitas stilleven, 1668

Haar schildertalent kon Maria van Oosterwyck, dankzij de connecties van haar domineesvader,  ontwikkelen in de ateliers van Abraham van Beijeren (1620/1-1690) en Jan Davidsz.de Heem (1606-1683/4). Beiden al bekende stillevenschilders. Dat ze dichter, diplomaat, reiziger, geleerde en kunstliefhebber Constantijn Huygens ook goed kende, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan haar internationale doorbraak. Want nadat keizer Leopold I van Oostenrijk en de Florentijnse prins Cosimo III de’Medici werk van haar hadden gekocht, zong haar naam goed rond aan de grote Europese hoven.

een werk dat eerst was toegeschreven aan Jan van Huysum. Iets dat vrouwelijke kunstenaars na hun dood vaker overkwam, je schilderijen toegeschreven aan een man. Nu te zien in het Fitzwilliam Museum (USA)

De zaken gingen zelfs zo lekker dat ze zich een duur eigen grachtenpand in Amsterdam kon veroorloven. En het bleef haar door al die adellijke buitenlandse aankopen voor de wind gaan toen de economische malaise toesloeg in en na het zogenaamde Rampjaar 1672. De gebroeders De Witt vermoord, strijd tussen de Orangisten en Republikeinen, Lodewijk XIV die met zijn Franse troepen zelfs Utrecht brandschatte, verloren zeeslagen met de Engelsen en Bommen Berend, de bisschop van Münster, die Groningen aanviel, dat was iets teveel voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Zelfs al was die tijd van de Gouden Eeuw een heel bijzondere. Een tijd waarin de bloeiende economie ook aan velen uit de lagere klasse van boeren en arbeiders ten goede kwam. In een land met een voor die tijd relatief laag analfabetisme. En, ook belangrijk, een verbeterde positie van de vrouw door grote vraag naar arbeid. Maar ja, al die tegenslagen in een land afhankelijk van internationale handel, dat was toch iets teveel. Dan kon je ineens ook weer arm en berooid zijn.

Maar Maria floreerde. Ze kon ’t zich zelfs veroorloven ongetrouwd te blijven wat op zich al bijzonder is. Daarover staat in het naslagwerk ‘De groote schouburgh der Nederlandsche konstschilders en schilderessen’ van Arnold Houbraken nog een leuke roddel.

In haar atelier in Amsterdam keek ze uit op het atelier van de stillevenschilder en levensgenieter Willem van Aelst bij wie ze eerst nog assistent was geweest. Deze  kreeg, zo valt te lezen, op een bepaald moment wel ‘bevallen in haar’. Maria echter,’zedig en buiten gemeen godsdienstig en bijzonder yverig in ’t voortzetten van haar Konst’ (zoals het een vrouw natuurlijk betaamt!), zag dit absoluut niet zitten, maar liet ’t niet blijken. Zij maakte met Willem de afspraak dat, wanneer hij een jaar lang elke dag een aantal vastgestelde uren zou schilderen, zij hem wel te woord wilde staan ‘om van minnery te spreken’. Als zij op die vastgestelde uren naar hem riep in zijn atelier en hij niet antwoordde, zette ze een streepje met krijt. Na een jaar stonden er evenveel streepjes ‘als er staan op de Schuldly van een Antwerpsche Herberg, die rykelijk is beneeringt met Schilders kalanten’. Van Aelst kon het dus wel schudden en berustte in zijn lot.

Bloemstilleven

Is ’t eigenlijk niet heel erg beschamend dat er over zo’n in Europa beroemde 17e eeuwse Nederlandse vrouwelijke kunstenaar nooit een behoorlijke tentoonstelling is georganiseerd? Kom op museumcuratoren, doe er wat aan! Tot volgende week.

TOOS

‘Sesam open u’ met de Rembrandtpas


voorkant van de Rembrandtpas 2020

Ali Baba had in het bekende sprookje die toverspreuk ‘Sesam open u’ nodig om de schatkamer van de veertig rovers te openen. Ik heb in werkelijkheid alleen maar een pasje nodig om zomaar heel veel museale kunstschatkamers gratis voor niemandal te ontsluiten. De Rembrandtpas!

Ja maar, hoor ik al zeggen, dat kan ik met mijn Museumkaart ook. Klopt. Toch heeft de Rembrandtpas ideële en financiële voordelen waaraan de Museumkaart niet kan tippen. Maar dat komt straks. Eerst hoe ik hier op kom. Dat is omdat levensgezel en ik onze Rembrandtpassen de laatste tijd veelvuldig gebruikten. Ik had dit stukje namelijk ook als titel kunnen geven ‘Wat ik zag en waarover ik nog niet schreef’. En dat is best veel.

Als ik naarstig naar een expositie heb toegewerkt, zoals mijn ‘The 70-Series and More’ die nu gaande is bij Galerie Persoon in Eersel, moet ik daarna even stevig afkicken. Met veel lezen en met kunst, hoe gek dat laatste dan misschien ook kan lijken. Maar ja, mijn kunstgenen zijn nu eenmaal sterk overheersend. Dus komen dan de tentoonstellingen aan de beurt waaraan ik niet toekwam tijdens mijn verblijf in die zelf verkozen isoleercel, mijn atelier. Zodoende zwaaiden wij de afgelopen tijd uitbundig met onze Rembrandtpassen op allerlei locaties.

het Prinsenhof in Delft

Bijvoorbeeld bij het Haagse Mauritshuis en het Delftse Prinsenhof, heilige grond voor onze 17e eeuwse Republiek met nog de kogelgaten in de muur van de moord op aartsvader Willem van Oranje. Want de tentoonstellingen ‘Pieter de Hooch in Delft, uit de schaduw van Vermeer’ en ‘Nicolaes Maes- Rembrandts veelzijdige leerling’ over tijdgenoten De Hooch (1629-1684) en Maes (1632-1675) moest ik natuurlijk zien. Beide prachtige en interessante exposities.  Waarbij voor mij die in Delft door de hele aanpak toch won. Het Prinsenhof, waar ik al veel te lang niet was geweest,  bleek ook nog eens een zeer aangename, architectonische metamorfose te hebben ondergaan. Heel goed gedaan.

Pieter de Hooch in het Prinsenhof
Nicolaes Maes in het Mauritshuis, Den Haag

Nog een paar van die museumstops? Beelden aan Zee in Scheveningen met ‘Niki de Saint Phalle aan Zee’. Een prachtig in de duinen verstopt museum met dit keer een, naar mijn smaak, heel rommelige tentoonstelling. Niki de Saint Phalle is beter waard. Maar dat is een komend verhaal .

Beelden aan Zee, verscholen liggend aan de Scheveningse boulevard
een deel van de expositie over Niki de Saint Phalle

In Singer Laren daarentegen werd ik blij verrast met twee heel afgewogen exposities: ‘Spiegel van de Ziel, Toorop tot Mondriaan’ en ‘Van Barbizon tot Bergen’. Wat een heerlijk rustgevende lust voor het oog vergeleken met het kermisgedoe in Scheveningen.

een zaal in Singer Laren nu
in het Singer dit schilderij van Mondriaan, de toren van de Catharinakerk in Zoutelande, die moest natuurlijk op de foto vanwege mijn officiële eerste voornaam Catharina

Waar ik trouwens met mijn Rembrandtpas kon zwaaien tot ik een ons woog was bij Museum Voorlinden in Wassenaar. Maar dat wist ik van te voren. Want dit nieuwe museum is een particulier initiatief van de puissant rijke kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh. Gewoon betalen, € 17,50 pp! Niks geen vrije toegang met Rembrandtpas en Museumkaart. Maar absoluut de moeite waard.

Museum Voorlinden met een beeld van Louise Bourgeois
Museum Voorlinden, bij een werk van de door mij zeer bewonderde Anselm Kiefer

En nu dan die ideële en financiële voordelen van de Rembrandtpas, een initiatief van de Vereniging Rembrandt.

Levensgezel en ik hebben er elk één, maar wel aan elkaar gekoppeld. Voor € 110 samen. Tweemaal een Museumkaart? € 140 incl. administratiekosten. Bij Pieter de Hooch in Delft € 5 extra toeslag voor Museumkaart-houders. Met de Rembrandtpas? Niets en niemandal. Bij Niki de Saint Phalle € 3,50 extra met de Museumkaart. Met de Rembrandtpas? Nada, niente.

Bij de Rembrandtpas minimaal twee keer per jaar een speciaal event. Bijvoorbeeld een preview van een komende blockbustertentoonstelling of een speciale avond ergens. Zoals vorig jaar bij ‘Rembrandt en Velàzquez’ in het Rijksmuseum voor alleen leden. Waardoor ik, door handig te zijn, af en toe Rembrandt bijna helemaal alleen voor mezelf had.

‘Rembrandt en Velàzquez’, vorig jaar in het Rijksmuseum

Daarnaast nog driemaal per jaar een speciaal  magazine. En, echt heel belangrijk, de Vereniging Rembrandt steunt regelmatig musea in Nederland bij aankopen voor hun kunstcollecties. Toevallig net de afgelopen weken nog met een belangrijk schilderij van Dirck van Baburen (1595-1624) voor het Centraal Museum in Utrecht.

het aangekochte werk van Utrechter Dirck van Baburen

En voor het Amsterdam Museum een collectie met werk van kunstenaar en uitvinder Jan van der Heyden (1637-1712), ook wel eens de Nederlandse Da Vinci genoemd.

Van der Heyden verbeterde de brandspuit spectaculair

Daaraan mee te kunnen helpen met mijn Rembrandtpas geeft een prettig gevoel. Kijk maar eens bij https://www.verenigingrembrandt.nl/. Tot volgende week.

TOOS

Mannelijk Chauvinisme en Vrouwen in de Kunst


National Museum of Women in the Arts, Washington

In Washington gebeuren ook best wel goeie dingen. Want naast die ‘grab them by the pussy’ president met zijn dikke-vinger-tweets vind je min of meer om de hoek bij het Witte Huis sinds 1987 het National Museum of Women in the Arts. Zo zie je dat God toch best wel een beetje straft. Net dit weekeinde sloot daar  de expositie ‘Women Artists of the Dutch Golden Age’. Over vrouwelijke kunstenaars dus in onze ‘eigen’ Gouden Eeuw. Die overigens in het Amsterdams Museum sinds kort niet meer zo mag heten vanwege doorgeslagen politieke correctheid. Maar dat weten ze dus in Amerika blijkbaar nog niet.

Judith Leyster, zelfportret

Hadden we in de Gouden Eeuw dan ook bekende vrouwelijke kunstenaars buiten Rembrandt, Frans Hals, Jan Steen, Vermeer en nog zo wat beroemde schilders? Ja, natuurlijk hadden we die. Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch, Maria van Oosterwijck, om er maar een paar te noemen. Maar ja, ze werden in de kunstgeschiedenis heel gewoontjes weggeschreven. Door mannen, om te beginnen in de 19e eeuw. Als gevolg van bijvoorbeeld de Verlichtings-filosoof  Immanuel Kant (1724-1804) die, een beetje voor zich uit filosoferend, stelde dat alleen mannen een genie konden zijn omdat de vrouw te weinig controle zou hebben over haar emoties. En zo wist die andere beroemde filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) ook zeker dat vrouwen over te weinig passie zouden beschikken. Laten dat nou net een paar interessante eigenschappen zijn die in de 19e eeuw aan het geromantiseerde, mythische en geniale kunstenaarschap werden toegeschreven.

Clara Peeters, mogelijk een zelfportret
Maria van Oosterwijck, zelfportret

Gevolg? Vrouwen exit in boeken over de kunstwereld. Zoals in twee heel belangrijke 20ste eeuwse kunstbijbels waarin geen vrouw voorkomt. The Story of Art (1950) van kunstpaus en kunsthistoricus Ernst Gombrich. En Janson’s History of Art (1962) dat bij elke academiedocent op het nachtkastje lag. Vrouwen? Nada, niente! Kun je nagaan hoeveel nog steeds in de kunstwereld functionerende leraren en academici zijn opgevoed zonder ook maar enige kennis over vrouwen in de kunstgeschiedenis.

Maar het tij keert. Vooral omdat in de USA begin jaren 70 vorige eeuw de feministische beweging zich met die kunstgeschiedenis begon te bemoeien. Heel langzaam aan is het besef gegroeid dat er iets goed mis was in die door mannen geschreven historie. Met als gevolg dat er nu de laatste paar jaar ineens de ene na de andere grote expositie over juist die volstrekt genegeerde kunsthoek wordt gelanceerd. Je zou ’t een soort MeToo-beweging kunnen noemen maar dan met vergeten, verwaarloosde en ondergewaardeerde vrouwelijke kunstenaars.

Maria van Oosterwijck, stilleven

Ga maar na. Het oude, beroemde Prado Museum in Madrid toont, let wel, al hun tweede expositie over vrouwen. Maar daar hebben ze dan wel tweehonderd jaar voor nodig gehad.  Onderwerp zijn Sofonisba Anguissola en Lavinia Fontana, kunstenaars over wie ik een poosje geleden al eens schreef (lees maar hier). In datzelfde stukje viel ook de naam van Artemisia Gentileschi, mijn eigen rockstar uit de kunstgeschiedenis. Laat die nu in april een grote overzichtstentoonstelling krijgen in The National Gallery in Londen. En wat doet het Centraal Museum in Utrecht binnenkort? Daar komt een tentoonstelling over surrealisme met, quote, ‘voor het eerst veel ruimte voor vrouwelijke surrealisten als Leonora Carrington en Leonor Fini’. Zoals gezegd, het tij keert: de kunstgeschiedenis wordt terecht herschreven.

Artemisia Gentileschi, zelfportret als de heilige Catharina, te zien in Londen
Leonore Fini, La grange batelie, olieverf

Daarom wordt ’t eigenlijk best wel tijd dat het Rijksmuseum of Mauritshuis die tentoonstelling van ver weg in Washington als voorbeeld nemen. ’t Is toch eigenlijk van de gekke dat je in Nederland met een zaklantarentje moet zoeken naar werk van onder anderen die Judith Leijster, Clara Peeters, Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck. Alleen als je heel goed oplet, zie je er wel eens wat van hangen.

Rachel Ruysch, bloemstilleven, uitgeleend door het Mauritshuis aan het Rijksmuseum voor de expositie Rembrandt-Velazquez
Clara Peeters, stilleven gefotografeerd in het Mauritshuis
werk van Judith Leyster, gefotografeerd in het Mauritshuis

Een goeie reden dus om er zelf zo af en toe maar eens wat blogs over die vrouwen tegenaan te gooien. Leve de Gouden Eeuw en de vrouwelijke kunstenaars van toen! Tot volgende week.

TOOS

Kunstgedoe en fakenews


zelfportret van de jonge Rembrandt, 1629

Een poosje geleden bracht ik een min of meer verplicht bezoek aan het Mauritshuis in Den Haag. Je weet wel, Rembrandt 350 jaar geleden overleden en dat moet gevierd worden. Ik schreef er al eerder over. In het Rijksmuseum was ik al geweest, maar ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ moest nog afgevinkt worden. Dat klinkt dan misschien als een moetje, maar dat is ’t beslist niet. Want het Mauritshuis is altijd de moeite waard en als ze dan ook nog eens al hun ‘eigen’ Rembrandts bij elkaar hangen,wordt ’t helemaal leuk. Dus als je kunt, gewoon gaan. Nog tot 15 september.

Waar het me nu om gaat is het iconische schilderij ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’. Rembrandts eerste grote groepsportret waarmee hij in 1632 doorbrak.

Een werk waarin je je helemaal kunt verliezen als je er aandachtig naar kijkt. Maar alleen kijken is tegenwoordig niet meer genoeg. Er moet van alles bij. Toeters, bellen, experience dit en dat, brood en spelen, apps. Vooral dat laatste is heel erg in, ook omdat de mobiele telefoon voor velen een soort lichamelijk verlengstuk is geworden. Dat heeft absoluut allerlei voordelen. Maar elk voordeel hep ze nadeel, zoals een beroemd Nederlands filosoof jaren geleden al wist. Nu is er dus ook een app waarmee je die anatomische les in het Mauritshuis driedimensionaal kunt binnentreden. Kijk maar bij dit promotiefilmpje van het Mauritshuis en sponsor Nationale Nederlanden (https://youtu.be/uYUKT6moER4 ).

still uit de video

Toen in het Mauritshuis dacht ik al ‘wat voegt dit nu eigenlijk toe?’. ’t Is leuk, maar hooguit dat, en dan? Is kijken naar het echte schilderij niet veel interessanter dan zo’n namaakgedoe? Maar ja, ik kijk natuurlijk wel als kunstenaar en het schilderij is voor mij ‘experience’ genoeg.

Die gedachte kwam opnieuw in me op toen ik een paar weken geleden het bericht las over de pratende Mona Lisa. Ook al zo’n iconisch schilderij van Leonardo da Vinci en dan nog veel wereldberoemder dan die anatomische les. Probeer er in het Louvre in Parijs maar eens bij te komen. Een aantal jaren geleden maakte ik er deze foto.

En dat gaat daar dus de hele dag zo door. Eigenlijk complete waanzin! Nu heeft een Russische expert aan de hand van één foto van de Mona Lisa haar aan de praat gekregen. Met een ingewikkeld computerprogramma dat blijkbaar gebaseerd is op AI, artificial intelligence (https://youtu.be/P2uZF-5F1wI ).

Ze praat daarin wel, maar maakt nog geen geluid. Een soort ‘talking head’  zonder stem. Gaat dit nu ook een gimmick worden in musea (sorry voor al die Engelse termen, hoe kun je nog zonder)? Ik hoop eigenlijk van niet. Maar ongetwijfeld gaan we door dit soort technieken interessante tijden tegemoet met 100% fakenews.  Gewoon één foto van president Macron en op een volstrekt betrouwbaar medium als Facebook verschijnt een video waarin hij heel natuurlijk in z’n mooiste Frans vertelt dat hij Franse wijn al jaren niet om te drinken vindt. Zoals gezegd, dat worden interessante tijden. Maar laten we in de kunst toch gewoon lekker blijven kijken. Tot volgende week.

TOOS

Om Rembrandt heen willen in 2019? Gaat niet lukken!


Zelfportret van Rembrandt als de apostel Paulus, olieverf 1661, detail

Er omheen, er overheen, er onderdoor of er dwars doorheen? Dat gaat je dit jaar bij Rembrandt, ons nationale 17e eeuwse schildersicoon, echt niet lukken. Want in 1669, nu dus  350 jaar geleden, stierf hij. En dat zullen we weten ook. Typisch eigenlijk, dat je de sterfdag van iemand heel uitgebreid gaat vieren. Maar ja, ook een overleden Rembrandt speelt natuurlijk nog wel steeds in de Eredivisie van BN’ers .

In zijn geval heb je in Amsterdam op dit moment alleen al drie feestjes. ‘Rembrandt Privé’ in het Stadsarchief, ‘Rembrandt’s Social Network’ in het Rembrandthuis en ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. En dan moet ik ‘Rembrandt & de Gouden Eeuw’ in het Haagse Mauritshuis en ‘Rembrandt en Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw’ In het Fries Museum van Leeuwarden natuurlijk ook niet vergeten. Is dat dan alles? Nee hoor. In de loop van 2019 volgen er op allerlei plekken in Nederland nog andere, indirect aan Rembrandt en direct aan de Gouden Eeuw gekoppelde tentoonstellingen. Ook in mijn eigen Middelburg. Gevalletje van overkill? Zou kunnen. Maar je kunstzinnig vervelen is dus beslist niet nodig.

een paar van de vele zelfportretten van Rembrandt op de expositie

Een paar weken geleden was ik al in het Rijksmuseum. Zelfs voordat die tentoonstelling met ‘Alle Rembrandts’  officieel opende. Dat dankzij mijn Rembrandtpas. Bezitters daarvan en ook Vrienden van het Rijksmuseum hadden namelijk een dag eerder al toegang bij een voorbezichtiging. Best wel leuk dus, zo’n Rembrandtpas. Maar daar schrijf ik binnenkort nog wel eens over. Want die pas heeft, vind ik, allerlei voordelen boven de bekende Museumkaart.

zoals je het dus niet te zien zult krijgen (persfoto)

Kwam ik even bedrogen uit bij mijn gedachte dat het waarschijnlijk niet al te druk zou zijn!

Die gedachte was heel duidelijk bij meer pashouders en museumvrienden opgekomen. Maar dat mocht mijn kunstpret niet drukken. Want die ‘Alle Rembrandts’ is een absolute must. Grandioos! Alles wat ze in het Rijksmuseum aan prenten, tekeningen en schilderijen van ons icoon bezitten, hebben ze uit de temperatuur gecontroleerde depots en ladekasten gehaald en van de muren gehaakt om ze bij elkaar te brengen. Nou ja, één schilderij dan niet. De Nachtwacht. Die mocht blijven waar hij was. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen.

Maarten en Oopjen, olieverf 1634
Oopjen, detail
Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem, olieverf 1630 en Musicerend gezelschap 1626, vroeg werk van Rembrandt
Johannes Wtenbogaert, olieverf 1633, voorvechter van religieuze tolerantie die een grote rol speelde bij de Synode van Dordrecht, weer een ander verhaal
Gezicht op Amsterdam vanaf de Kadijk, ets ca, 1641
Daniël in de leeuwenkuil, tekening ca. 1650
Drie vrouwen en een kind bij een huisdeur, tekening ca 1645

Maar de overige 22 schilderijen, 60 tekeningen en honderden etsen zijn te vinden in de vleugel voor tijdelijke exposities. Thematisch onderverdeeld. Zoals bijvoorbeeld Rembrandts vele selfies En dan natuurlijk heel wat beter en mooier dan bij al dat moderne gedoe voor de social media met selfiestick en  tandpastalachjes. Ook ‘Landschappen’, ‘Wandelen in en rond Amsterdam’, ‘Verhalen uit de Bijbel’, ‘Intimiteit’ en nog zo wat. Daardoor hangt klein en groot helemaal door elkaar. Van kleine etsjes waar je eigenlijk met je neus bovenop moet staan tot grote schilderijen waar je afstand van moet kunnen nemen. En dat veroorzaakt dan naar mijn mening gelijk een groot logistiek probleem bij deze megahappening. Ik vroeg me gelijk af hoe dat zal gaan als ’t echt druk wordt.

Heel veel bezoekers lopen namelijk rond met zo’n audio-ding aan hun oor. Die audiotoer kun je trouwens ook nog met een app van te voren gratis downloaden op je mobiel. Bij een lang verhaal schuifelen ze al luisterend steeds dichter op het kunstwerk. Moet je je even voorstellen dat er dan, zoals ik meemaakte, een paar bezoekers met hun neuzen op nog net gepaste sociale afstand van elkaar zowat staan te ruiken aan een heel klein etsje.

Voor hun niks mee mis natuurlijk. Maar voor al die anderen? Stel dat die ook allemaal de gratis app aan hun oor hebben en ook willen ruiken? Ik ben benieuwd hoeveel ongepaste sociale irritatie dat gaat oproepen.

Het monnikje in het korenveld, ets ca. 1646, best wel actueel gezien de recente bijeenkomst van de kerkprelaten in het Vaticaan
Jupiter en Antiope, ets 1659
De kruisafname ets 1633, detail
Presentatie van Jezus in de tempel, ets ca. 1640
Stilleven met pauwen, olieverf ca 1639
Isaak en Rebekka, bekend als ‘Het Joodse bruidje, olieverf 1665-69, detail, één van mijn lievelingsschilderij van Rembrandt

Maar hoe dan ook, gewoon gaan! ’t Duurt weer een hele poos voordat Rembrandt opnieuw een mooi aantal jaren dood is. Wel van te voren online kaartjes regelen met een tijdslot. Anders loop je bij de kassa misschien wel aan tegen ‘voor vandaag uitverkocht’. Voor mij gold dat gelukkig niet die dag vanwege mijn Rembrandtpas. Tot volgende week.

TOOS

Tinguely, spelen als kunst


Jean Tinguely
Jean Tinguely

Als je alle interessante tentoonstellingen van dit moment in Nederland wilt zien, moet je kilometers gaan vreten en de tank van je auto zeker een paar keer volgooien. Tenzij je een fervent aanhanger bent van het openbaar vervoer. Maar ook dan blijven die kilometers er. Ga maar na. Alma-Tadema in Leeuwarden en Russische schilders in Assen. Over beide schreef ik al eens. Of Rodin in Groningen, De Lairesse in Enschede en “Het Vleiend Penseel van Caesar van Everdingen” in Alkmaar. Of toch maar liever de “Hollandse Meesters uit Boedapest” in Haarlem, Hercules Segers in het Rijksmuseum en Daubigny in het Van Gogh? Niet te vergeten trouwens de renaissanceschilder Fra Bartolomeo in het Rotterdamse Boymans Van Beuningen en “Hollanders in Huis” uit de Britse koninklijke collectie in het Haagse Mauritshuis. Hoezo keuzestress? Alleen bij het op een rijtje zetten hiervan krijg ik al de bibbers.

Maar één expositie heb ik hier bewust nog overgeslagen. Die wilde ik echt absoluut zien! De overzichtstentoonstelling “Machinespektakel” van Zwitser Jean Tinguely (1925-1991) in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Hieronder al vast een klein YouTube filmpje dat ik ervan maakte.

Voor die Tinguely kan ik echt bewondering opbrengen. Hoe die in de jaren 60 en 70 de kunstwereld letterlijk maar ook figuurlijk in beweging zette met zijn kinetische kunst, in één woord magnifiek.

Probeer ’t maar eens. Van schroot, tandraderen, motortjes en gewoon ouwe rotzooi  allerlei bewegende gekkigheid zodanig in elkaar lassen, schroeven en timmeren dat iedereen er gefascineerd naar blijft kijken. Want dat deed ie. Gewoon lekker ludiek spelen met spullen uit de oudijzerhandel. Al ruim voor de ludieke tijden van onze Nederlandse Provobeweging aanbraken en voordat de hippiebeweging op gang kwam. Heel goed de tijgeest aanvoelend zoals bleek uit populaire exposities in het Stedelijk in 1961 (Bewogen Beweging) en 62 (Dylaby). Ook ruim voordat de Beatles in 1964 hun eerste en enige optreden in Nederland in Blokker hadden. En voordat de Rolling Stones in datzelfde jaar zorgden voor een in een mum van tijd verbouwd Kurhaus in Scheveningen.

Heerlijk toch dat je als kunstenaar zo de tijdgeest kunt aanvoelen? Door met volstrekt idiote, zinloos bewegende machientjes al die toekomstige maatschappelijke veranderingen op een prettig gestoorde manier van te voren symboliseren. Ten minste, zo zie ik ‘t.

tinguely03
nooit zomaar ouwe rotzooi weggooien
tinguely04a
tekenmachine, door de toeschouwer zelf te bedienen

tinguely02a tinguely05

In het Stedelijk is in “Machinespektakel”zijn hele ontwikkeling vanaf eind jaren 50 mooi te volgen. Van klein naar steeds groter en ingewikkelder. Van zomaar naar meer symbolische lading. Van roestig schroot naar zwartgeschilderde installaties. Want dat vond Tinguely na verloop van tijd toch chiquer. En daarin kan ik hem alleen maar gelijk geven.

Mooi ook dat zijn levensgezellin Niki de Saint Phalle (1930-2002) in de tentoonstelling goed aan bod komt. De kunstenaar van de zogenaamde vaak meer dan levensgrote Nana’s. Opgeblazen vrouwenfiguren die nu over de hele wereld zijn terug te vinden.

Tinguely met Niki de Saint Phalle
Tinguely met Niki de Saint Phalle
kop beschilderd door Niki de Saint Phalle
kop beschilderd door Niki de Saint Phalle

Maar ook de kunstenaar die, voordat ze daarmee begon, al heel wat experimenten achter de rug had. Zoals haar schietschilderijen. Schietschilderijen? Ja, inderdaad. Maar dat is weer een ander verhaal dat nog wel eens ter sprake zal komen. Want ze heeft veel van haar kunst geschonken aan het Mamac, het museum voor de moderne kunst in Nice. En zoals je weet, verkeer ik daar nog wel eens.

Terug naar Tinguely. Want er moet bij die expositie toch nog wel een negatieve noot geplaatst worden. Er heerst namelijk in de Tinguely-zalen veel te vaak een serene rust. Waar is dat bijbehorende schuren en piepen, knarsen en kraken van zijn installaties? Dat is er dus meestal niet. Want het grootste deel van de tijd staat alles stil. Te oud, te fragiel, te versleten. ’t Mag allemaal niet meer te veel bewegen. Dan zou  er namelijk tegen het eind van de tentoonstelling in maart geen tentoonstelling meer over zijn. Dan zou alles als een vorm van recycling weer op één grote schroothoop kunnen worden gegooid. Alleen eens in de zoveel tijd begint er iets te bewegen. En dan moet je er ook snel bij zijn. Want tegen de tijd dat je met gezwinde pas  vanuit zo’n stille zaal in die ineens schurende en piepende ruimte aankomt, kan alles daar al weer zijn stil gevallen. Dat is echt jammer. Want zo heeft Tinguely het natuurlijk nooit bedoeld.

tinguely08

tinguely09
tekening van Tinguely
deel van de installatie Mengele-Totentanz, 1986
deel van de installatie Mengele-Totentanz, 1986

tinguely11

Maar elk nadeel hep ze voordeel. Zo moet je gewoon veel geduld opbrengen tot de volgende bewegingscyclus begint en kun je alles rustig laten bezinken. Ook een onthaastingstentoonstelling dus. Maar gelukkig kon ik toch nog het nodige filmen waarvan het filmpje bovenaan getuigt. Een uitgebreidere documentaire over deze expositie van Tinguely? Klik dan op de volgende link http://bit.ly/2iTwQEg . Tot volgende week.

TOOS

 

 

 

 

 

 

 

 

TEFAF, het grootste commerciële, tijdelijke museum ter wereld


Tefaf 01

Vorige week liep ik helemaal verlekkerd rond  op de TEFAF. Die jaarlijkse, wereldwijd bekende kunstbeurs in Maastricht waar bijna de helft van de 75.000 bezoekers buitenlands is. Een beurs met kunst van 7000 jaar geleden tot nu. Eigenlijk één groot museum, zij ’t dat alles wat er hangt, staat en ligt te koop is.

TefaF 02

Daarvoor moet je dan wel een heel dikke portemonnee meenemen of een diamanten credit card. Wat te denken van een net ontdekt schilderijtje van de jonge Rembrandt.

de net ontdekte Rembrandt
de net ontdekte Rembrandt

Of van een zeldzaam, zo te zien niet afgemaakt middeleeuws gebedenboek met prachtige miniaturen van de kunstzinnige gebroeders Van Limburg uit 1407 dat een paar jaar geleden opdook. Zes of zeven nullen met een of ander  getalletje ervoor, ga daar maar vanuit.

getijdenboek van de gebroeders van Limburg
getijdenboek van de gebroeders van Limburg
Roeland Saverij, bloemstilleven, 1615
Roeland Saverij, bloemstilleven, 1615

Oh ja, en dan vergeet ik nog het bloemstilleven van Roeland Saverij uit 1615 dat door het Mauritshuis werd aangeschaft voor € 6,5 miljoen. Of wil je misschien een koopje? Een pianostoeltje van ontwerper Gerrit Rietveld voor slechts € 195.000! Zo’n soort beurs dus. En zo’n soort museum.

 

Ook geen goedkoop museum trouwens. Veertig euro entree. Maar ik had vrijkaartjes via een bevriende galerie. Dat scheelt toch gelijk een leuk slokje op een borrel. Jammer genoeg golden ze niet voor de openingsavond. Die is tegenwoordig voorbehouden aan voornoemde dikke-beurzen-cliënten en de kunstbobo’s dezer aarde . En zelfs daar geldt al een strikte pikorde. Zo heb je niet alleen een preview voor de officiële opening begint, er is ook al een pre-preview. Ik heb het idee dat de pikorde wordt bepaald de lengte van de limousine waarmee je komt voorrijden in combinatie met de grootte van de privéjet waarmee je landt op Maastricht-Aachen Airport. Die vliegen daar de hele week af en aan, vooral op de openingsdag.

Tefaf 08

Tefaf 06 In de jaren 90 was dat alles toch eenvoudiger. Toen was ik een keer uitgenodigd voor de opening, ’s avond vanaf 6 uur. En één beeld daarbij staat me nog steeds helder op het netvlies gebrand. Met levensgezel op weg van Eindhoven, waar ik toen nog woonde, naar Maastricht peuzelden we in de auto al vast een boterhammetje op ter maagvulling. Op de beurs liepen al heel wat bezoekers rond. Vooral heel veel gesoigneerde heren in grijzige maatkostuums en feestelijk opgetuigde dames die kort daarvoor nog bij de kapper hadden gezeten. Je hoorde Engels, Frans, Duits, Italiaans, absoluut een internationaal gezelschap. In de gangpaden stonden her en der grote langwerpige tafels met, naar ik aannam, etenswaar. Omdat er grote, damasten tafellakens overheen lagen kon je namelijk niet zien wat zich daaronder bevond. En nu dat beeld. Toen die lakens om klokke zeven werden verwijderd stortte de fine de fleur de l’Europe zich op het aldaar getoonde exquise voedsel alsof ze door dagen vasten uitgehongerd waren. Zagen die tafels er bij aanvang nog als culinaire kunstwerken uit, een kwartier later waren het voedselruïnes. Eén groot slagveld aan etensresten. Ik heb ’t verbijsterd waargenomen. Echt tenenkrommend. En door de plaatsvervangende schaamte heb ik zelf geen hap meer tot me genomen. Ik had ten slotte in de auto al die boterham met kaas verorberd.

tefaf 07 Ik neem aan dat ’t tegenwoordig door de spreiding bij de opening anders gaat. Pre-preview met de eerste gretige, voorrang hebbende kopers. Dan de preview met geïnteresseerden en kooplustigen van wat lagere maar nog altijd hoge orde. En ten slotte de officiële opening met museumdirecteuren, tentoonstellingscuratoren,  verzamelaars en andere bobo’s van allerlei kunstinstituties als genodigden. Zo’n 10.000 in totaal, die eerste dag, volgens het persbericht. ’t Zou eigenlijk best een studie waard zijn om na te gaan in hoeverre de TEFAF het beeld bevestigt dat tegenwoordig in diverse economische studies naar voren komt. Namelijk dat het verschil tussen arm en rijk op onze aarde de laatste decennia weer duidelijk toeneemt. Maar dat is een heel ander verhaal.

tefaf 09

Tefaf 10

Hoe dan ook, ik heb genoten van de kunst. Griekse en Romeinse beelden en beeldjes of de resten daarvan. Prachtige oud-Chinese kunst. Middeleeuwse veelluiken. De prachtigste miniaturen in perfect bewaard gebleven middeleeuwse handschriften. Natuurlijk ook navolgers van Jeroen Bosch in het kader van zijn grote tentoonstelling in Den Bosch.

Tefaf 10a

Tefaf 11

Allicht ook de 17de eeuwse oude meesters, ooit de core business van de TEFAF.

Tefaf 12

Tefaf 13

Tefaf 14

En niet te vergeten de moderne en hedendaagse kunst. Ooit in de jaren 90 voorzichtig begonnen met een tiental stand wordt daarmee nu al bijna een kwart van het beursoppervlak in beslag genomen. Noem een beroemde kunstenaarsnaam en die hangt er. Picasso kon je niet eens ontwijken, al zou je dat hebben gewild. Ook zelfs al hedendaagse installaties. Kleren van de keizer waarmee ze beter gelijk kunnen stoppen. Zonde!

tefaf 15

Echt dus één groot, gigantisch museum waar ik van half twaalf ’s morgens tot sluitingstijd om 7 uur heb rondgedwaald. Met als gevolg wel behoorlijk brandende voetjes. Maar voor de kunst moet je wat overhebben. Tot volgende week.

TOOS