Tagarchief: Mediterranée

Drie kunstvliegen in één Antibense klap


Ik wilde al lang eens op mijn gemak Le Nomade op het havenhoofd van Antibes gaan bekijken. Dus als je een paar weken geleden bij een blogaflevering  hebt gedacht ‘waarom zit Toos nou in de zon op een terras in Antibes terwijl er in Nice toch niet echt gebrek aan is’, dan ken je nu één van de redenen.

Van ver zie je dat prachtige beeld van de Catalaan Jaume Plensa al heel duidelijk zijn kop boven de oude havenmuren uitsteken. Gelukkig ook boven al die protserige jachten uit van lui die iets te luid en duidelijk verkondigen dat ze overmatig bij kas zitten. Maar winnen van Plensa? Voor mij niet. Maar ik ben dan ook een bewonderaar van zijn werk. Mee vanwege Leeuwarden en Venetië.

het beeld van Plensa in Leeuwarden voor het station

In Leeuwarden staat sinds 2018, toen de stad Culturele Hoofdstad van Europa was, ook zo’n aaibaar, groot beeld dat af en toe in stoom wordt gehuld. Esthetische en toegankelijke kunst. Je begrijpt meteen waarom zijn sculpturen veel andere moderne kunstuitingen in de openbare ruimte, waar een mens niet altijd direct blijmoedig van wordt, subiet de loef afsteekt. In 2015 bij de Biënnale van Venetië overkwam me datzelfde gevoel ook al.

in 2015 in de Chiesa di San Maggiore in Venetië

En dan was er afgelopen zomer ook nog een grote expositie van zijn werk in het Museum Beelden aan Zee. Dat intiem in de duinen verscholen museum aan de boulevard van Scheveningen. Altijd de moeite waard daar.

deze zomer in Beelden aan Zee in Scheveningen

Maar ik had nog andere kunstzinnige reden voor zo’n dagje Antibes. Het Musée Picasso. In een echt kasteel, het Chateau Grimaldi. Ja, inderdaad, ooit bezit van dezelfde Grimaldi’s die financieel onbehoeftigen met genoegen ontvangen in hun vorstendommetje Monaco. Tegen een kleine vergoeding. Dat dan weer wel, want ook zij moeten kunnen leven.

het Musée Picasso in Antibes

In 1946 mocht Pablo Picasso er een poos werken. Met als gevolg dat hij een groot aantal daar gecreëerde schilderijen en tekeningen schonk waaromheen nu dat museum is gebouwd. En omdat Pablo een paar jaar later een endje verder in Vallauris druk bezig was om keramiek te beschilderen, zijn er ook nog flink wat Picasso-borden en vazen bijgekomen. Ik kende ze al wel, maar nu keek ik er toch anders naar. Want was ik afgelopen zomer niet zelf bezig met keramiek in het Italiaanse Gubbio? Shuffle maar eens terug naar vorige afleveringen.

zelf aan het werk in Gubbio

Picasso’s productie zal ik van z’n leven nooit meer kunnen inhalen. Want hij was een snelle jongen die door zijn genialiteit met een paar pigmentstreken een bord een heel nieuw leven inblies. Maar toch? Met wat ik afgelopen zomer aan kennis opstak, bekroop me wel af en toe de gedachte ‘kom op Pablo, iets minder snel en ’t was een stuk beter geweest’. Maar ja, ’t blijft natuurlijk wel Picasso!

dav

Dat waren dus twee kunstvliegen, nu de derde. Bij mijn diverse bezoeken aan dat Musée Picasso raakte ik telkens weer geïntrigeerd door een paar beelden die lekker meditatief op de terrasmuur van het kasteel van hun Mediterrane omgeving stonden te genieten. Beelden van ene Germaine Richier (1902-1959). En nu bleek er van haar een solotentoonstelling te zijn. Gaan dus!

de beelden van Germaine Richier op het terras van Musée Picasso

Haar beelden spraken mij het meest aan, tweedimensionaal kwam ze, om ’t maar letterlijk uit te drukken, minder uit de verf. Een wereld met soms vreemde, organische en gedrochtelijke gestalten met zowel menselijke als dierlijke kenmerken. Ik kreeg het idee dat de ontwerper van het buitenaardse gedrocht in de bekende Alien speelfilms mogelijk door haar beelden was geïnspireerd. Richier had daarmee een mooie kunstcarrière opgebouwd, zo bleek.

Daardoor moest ik ineens weer denken aan de vele vrouwelijke kunstenaars die dat in de loop der eeuwen ook hadden verdiend. Maar die stomweg uit de kunstgeschiedenis zijn weggeschreven. Daar moet ik hier toch nodig weer eens aandacht aan geven. Tot volgende week.

TOOS

Het azuur van de Côte d’Azur


aan de Promenade des Anglais in Nice
aan de Promenade des Anglais in Nice

Waarom zit er eigenlijk dat azuur in de Côte d’Azur? Uit ervaring weet ik dat zo langzamerhand wel. Als ik weer eens voor  een poosje naar mijn atelier in Nice ga, is het namelijk mijn gewoonte zo snel mogelijk na aankomst een wandelingetje te maken. Naar de baai waaraan Nice ligt, de Baie des Anges. Met de bijbehorende wereldberoemde Promenade des Anglais. Als dan de weersomstandigheden  meezitten, zie ik gelijk waar de benaming Côte d’Azur vandaan komt. Onder de zon kleurt het  water van de Méditerranée, de Middellandse Zee, met een blauw zoals je dat bij onze Noordzee nooit en te nimmer zult meemaken.

vandaar het azuur in de Côte d'Azur
vandaar het azuur in de Côte d’Azur
Henri Matisse
Henri Matisse

Zo ook weer een paar weken geleden toen ik na aankomst in Nice die traditionele wandeling maakte. Dan begrijp ik gelijk, nog afgezien van het klimaat, waarom beeldend kunstenaars hier zo graag neerstrijken en streken. Dat licht, dat zo overrompelende licht! De directe invloed daarvan op de kleuren op je schilderspalet. De invloed die zorgt voor dat “zuidelijke”, dat mediterrane accent.

Ik moet daarbij vaak denken aan Henri Matisse (1869-1945). De oude meester, toch al één van die op kleur verliefde schildersgroep van de Fauvisten, die een belangrijk deel van zijn leven doorbracht in appartementen aan die Promenade des Anglais. Met elke dag uitzicht op de azuren zee. Dat dit grote invloed heeft gehad op het blauw in zijn vele interieurschilderijen is voor mij wel duidelijk. Hoe vaak zie je daarin niet een raam met daarachter de palmbomen of die zee.

Henri Matisse, de Baie des Anges
Henri Matisse, de Baie des Anges
Venus Bleue
Venus Bleue

Maar dat heeft natuurlijk niet alleen voor Matisse gegolden. Ik vraag me af of de beroemde kunstenaar Yves Klein (1928-1962), een echte Niçois, ooit zijn bekende “Yves Klein blauw” had kunnen maken als ook hij dat azuur van de zee bij Nice niet al van jongs af aan had ondergaan. Die kleur is al heel lang mijn lievelingsblauw. Een pigment, zo speciaal, zo iriserend, zo ultramarijn, dat hij er zelfs een patent op kreeg onder de naam International Klein Blue.

In het MAMAC, het museum voor moderne en hedendaagse kunst in Nice, is er permanent werk van hem met die kleur te zien. Niet alleen zijn wereldberoemde Venus Bleue, maar soms ook een grote bak, gevuld met alleen maar dat pigment. Fascinerend om te zien wat zo’n enkele kleur kan doen.

azuur 7a

De stad Nice zou natuurlijk wel gek zijn als ze met dat azuur niks zou doen. Zo kun je je tegenwoordig door de stad verplaatsen op de Vélo Bleu, de moderne variant van het uit 1967 stammende en toen mislukte witte-fietsenplan van Amsterdamse provo Luud Schimmelpennink.

Ook is er dat treinviaduct waar ik onderdoor loop op weg van mijn atelier richting Promenade. Sinds een jaar of vier is dat, in het kader van een groot kunstproject langs de nieuwe tramlijn door de stad, ’s avonds geheimzinnig en feeëriek blauw verlicht. Je kunt er de prachtigste foto’s maken.

azuur 8a

Maar ook vlak bij mij om de hoek straalt het tegenwoordig blauw. Daar is de oude, pompeuze entreehal van een al lang verdwenen treinstation omgetoverd tot een suikertaartkleurige bibliotheek. Zo’n heerlijk protserig gebouw zoals je ze alleen maar in Zuid Frankrijk en Italië tegen komt. Met nu ’s avonds een azuren lichtaccent.

azuur 9a

Ik voel me heel erg thuis in Middelburg en mijn eeuwenoude pakhuis/atelier daar. Maar ook Nice heb ik door mijn tweede atelier daar, in het Palais Vénitien uit 1908, heel erg in mijn hart gesloten. Tot volgende week.

TOOS