Tagarchief: Mondriaan

Even ondergedoken nr.2


Nog steeds zorgen mijn werkzaamheden ervoor dat de internetradarhorizon zich een stuk boven mijn kruin bevindt. Nog één week voor ik weer opduik om te kunnen gaan strepen in die bucketlist waarvan ik vorige week al melding maakte. Na het Catharijneconvent met Maarten Luther wordt dat de expositie over Anton Heijboer in het Haags Gemeentemuseum. Door de bouw alleen al één van de mooiste musea van Nederland. https://www.gemeentemuseum.nl/

Anton Heijboer

Toos toch! Heijboer? Die nogal gestoord overkomende kunstenaar die toch best wel aardig leek, daar op zijn rommelige boerderij met ook nog al zijn vrouwen,  en bij het grote publiek vooral bekend geworden door ‘de bladen’? Ja, die dus. Maar voor hij zijn kunstcarrière door al zijn mallotigheid vergooide, stond hij op internationaal doorbreken met heel intrigerende kunst.

werk van Heijboer

En juist daarover gaat die tentoonstelling in Den Haag. Gaan, zou ik zeggen. Dan pik je gelijk Mondriaan in dit De Stijl-jaar als tegenpool nog even mee. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Hoe de Middelburgse Façade leidt naar graffiti in Tarente


Tarente (of Taranto), Italië

Wel eens in Puglia geweest? De regio die de hak van het Italiaanse schiereiland in beslag neemt? Die kans wordt met het jaar groter, want ook de Nederlandse toerist weet dat prachtige gebied steeds vaker te vinden. Ik was er in ieder geval wel. In mei vorig jaar. Onder andere ook in de oude havenstad Tarente (of Taranto). Al een paar duizend jaar oud en met grote welvaartspieken en armoedalen in haar bestaan. Nu duidelijk in een dal want de oude stad maakte een behoorlijk onderkomen en vervuilde indruk. Mee door de natuurlijk onontkoombare smerige spuitbustags op de eeuwenoude muren.

graffiti diarree, Taranto

Maar daar tussendoor ontdekte ik ook heel intrigerende kunstzinnige graffiti. Duidelijk allemaal van één kunstenaar.

die kunstenaar

Waarom ik daar nu zo ineens mee aankom, ruim een jaar later? Tja, associaties! Want in dat brein van mij schiet ’t de hele dag door alle kanten op. Best vermoeiend voor de mensen om mij heen als ik weer eens een opmerking maak die ze absoluut niet kunnen volgen. In mijn hoofd zijn daar dan namelijk al heel wat stappen aan vooraf gegaan waar zij geen weet van hebben. Soms word ik er zelf trouwens ook wel eens moe van. Maar goed, die associaties richting Taranto dus.

meer van die kunstenaar

Een paar weken geleden schreef ik over de nog tot begin november durende kunstmanifestatie Façade in Middelburg. Met als ‘logisch’ gevolg dat in een volgend blog ook de huidige Mondriaanversieringen in rood, geel en blauw op allerlei kantoorgevels in Den Haag ter sprake kwamen. Dan is ’t nog maar een kleine associatiestap naar die internationale plaag van dat afschuwelijke gekladder op allerlei muren in steden en langs snelwegen.

Van honden weten we het, die moeten vanwege een instinctieve drang altijd tegen paaltjes en bomen piesen. Maar sommige leden van het menselijk geslacht lijden blijkbaar ook aan zo’n onbedwingbare primitieve drang. Alleen gebruiken zij een spuitbus voor hun tag. Dan hebben we ons reukorgaan niet nodig, maar kunnen we visueel ‘genieten’ van hun vervuilende oprispingen.

Rome

Overigens leidt dat voor mij af en toe wel tot het maken van foto’s zoals hierboven in Rome of hieronder in Venetië. Maar je moet toch beslist ernstige puberale kortsluitingen in je brein hebben om op die manier de stad te verstieren. ’t Zal wel zoiets zijn van ‘eigen kick eerst’!

Venetië

Toch kan graffiti ook prachtige versieringen opleveren als je in kunstzinnig opzicht echt iets in je mars hebt. Dan ontstaan er zelfs fantasierijke, intrigerende muurversieringen en façadeschilderingen. Zoals die van hieronder. Plaatjes die ik schoot in Havana en New York.

Havana
New York

Je kunt er zelfs wereldberoemd mee worden. De mysterieuze Banksy van wie men nog steeds niet goed weet wie dat is, laat over de hele wereld beelden achter op muren die zelfs uitgroeien tot kunsticonen.

Banksy, Londen

Of die roem ook in het verschiet ligt voor de onbekende muurkunstenaar in dat Taranto in Puglia? Vermoedelijk niet. Want wie zit er nu te wachten op zo’n figuur uit Taranto. Die vervallen, in zee uitstekende stad. Op zich trouwens beslist een stad met grote toeristische mogelijkheden. Als ie maar met de nodige investeringen behoorlijk stevig wordt afgestoft en opgepoetst. Toch gaf de huidige situatie die kunstenaar wel weer de gelegenheid om op allerlei plekken zijn kunstzinnige tags achter te laten. Elk nadeel hep ze voordeel!

Het was wel grappig hoe ’t ging. Eerst zagen we plotseling één zo’n afbeelding, toen een tweede en daarna nog weer een. Tussen al die oerlelijke andere graffiti door. Dat leidde er toe om, genietend van de zon en toch ook van die krakkemikkige omgeving, allerlei straatjes en doodlopende stegen in te lopen met als doel er nog meer te ontdekken. En die waren er. Op allerlei, in ieder geval in mijn ogen, schilderachtige en fotogenieke plekken.

Dan toch nog even een laatste associatie. Waarom niet zoiets in Middelburg? We hebben al een, nog steeds te onbekende, route met gedichten op diverse muren in de stad. Daar kan best een route met muurschilderingen bij. Een soort blijvende Façade. Middelburg op de kaart als kunststad!Tot volgende week.

TOOS

Mondriaans, heel veel Mondriaans


Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944

’t Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?

een van de vele zalen met veel Mondriaans

Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  ‘De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York’. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.

het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan

Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo’n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt https://vimeo.com/222828403 .

De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan ’t alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego’s die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.

Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar ’t verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak ‘onmogelijke’ experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.

de verschillende stijlen van Mondriaan
Molen bij Domburg, 1908
Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Duinen bij Domburg, 1910
zaal vol met Zeelandschilderijen

Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar ’t allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.

studie voor De grijze boom, 1911
De grijze boom, 1911
Compositie Bomen 1, 1912
Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat.

Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken. Tot volgende week.

TOOS

Den Haag helemaal in Stijl


kantoor over de Utrechtse Baan, Den Haag

Over façade gesproken! Hebben we in Middelburg de kunstmanifestatie Façade waarover ik vorige week schreef, gaan ze in Den Haag ineens ook allerlei façades versieren. Als je daar nu de stad binnenrijdt over de Utrechtse Baan, de hoofdentree van de Hofstad, valt ’t direct op. Veel façades van grote kantoorgebouwen langs of over die Utrechtse baan staan er geblokt en gestreept bij. In de primaire kleuren rood, geel en blauw.

kantoor naast de Utrechtse Baan

In de stad zelf is dat ook het geval. En mocht zelfs dat je nog niet opvallen, dan wordt je blik wel bij allerlei etalageruiten gedeeltelijk geblokkeerd. Ook weer met die drie kleuren. Als ’t daarbij even meezit, zie je zelfs rijen vlaggen in die ruiten weerspiegeld in natuurlijk de kleuren die ik nu niet meer hoef te noemen. Er is geen ontkomen aan, Den Haag viert in 2017 de oprichting in 1917 van De Stijl  helemaal in stijl. Zie alle bijgaande foto’s maar.

het stadhuis
het provinciehuis van Zuid-Holland

De Stijl? Ja, De Stijl. Zonder dat je je dat waarschijnlijk nog realiseert, kom je overal de gevolgen van die Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsbeweging tegen. Dat hebben de oprichters waaronder schrijver en kunstenaar Theo van Doesburg, ons aller Piet Mondriaan, schilders Vilmos Huszár en Bart van der Leck, architect J.J.P. Oud en meubelmaker Gerrit Rietveld toch maar mooi voor elkaar gekregen. De Stijl, met een aantal hier niet genoemden een behoorlijke verzameling ego’s bij elkaar. Dat die elkaar dan ook regelmatig de tent uitvochten, weliswaar in woord en niet lichamelijk, wekt dus niet echt verwondering. Een soort duiventil was ‘t, die groep. Je stapte er zelf uit vanwege onenigheid of werd er wel uitgegooid. Of er kwamen weer nieuwe adepten bij. Maar dat alles dan wel met als een van de uitgangspunten een utopisch geloof in de vooruitgang van de wereld waarbij kunst een belangrijke rol moest en kon spelen.

Centraal Station van Den Haag
de openbare piano op het CS
voor het CS

Met kunst in alleen de kleuren die je nu volop in Den Haag ziet. De primaire kleuren rood, geel en blauw naast wit, grijstinten en zwart. Wel gevat in horizontale en verticale lijnen. Dus als er eens iemand een scheve schaats wilde rijden met een diagonaal kon je daar heftige discussies over krijgen.

overal dit soort vlaggen
een hotel in Scheveningen
etalageruiten

Echt een lekker stelletje bij elkaar. Maar wie kan er tegenwoordig nog om de rol van Mondriaan heen in de moderne kunstontwikkeling? Of je wel of geen liefhebber van zijn werk bent, doet er daarbij helemaal niet toe. En de naam J.J.P.Oud is niet alleen gekoppeld aan ons Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam, maar zul je ook vaak genoeg tegenkomen in de geschiedenis van de moderne architectuur.  Om over Gerrit Rietveld maar niet te spreken. Denk alleen maar aan zijn wereldberoemde Rietveld-Schröderhuis in Utrecht en die stoel.

het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht
de Rietveldstoel

De wereldberoemde Rietveldstoel  in dus die kleuren. Of ie lekker zit? Geen idee! Want je komt die stoel vooral in musea tegen en daar is dat zitten natuurlijk ten strengste verboden. Tonnen is zo’n stoel waard!

Wie kijkt er trouwens nog op van een placemat in rood, geel en blauwe blokjes met hier en daar wat wit, gescheiden door zwarte strepen? Of een koffiemok, vloerkleed, muurschildering, servies met die kleuren. Niemand toch? Reden genoeg dus om die honderd jaar De Stijl dit jaar stijlvol te vieren met allerlei exposities. In bijvoorbeeld Leiden, de oprichtingsstad waar ook nummer 1 van het tijdschrift De Stijl verscheen met als redacteur Theo van Doesburg. In Amersfoort en Utrecht, geboortesteden van Mondriaan, Doesburg, Rietveld en Van der Leck. In Eindhoven als huidige Dutch Design stad vanwege de nog steeds grote invloed van De Stijl op het hedendaags design. En natuurlijk in Den Haag.

Niet alleen door de grote collectie design en meubels daar in het Gemeentemuseum. Maar vooral omdat ze er de grootste collectie Mondriaans ter wereld hebben. En dat willen weten ook. Maar daarover een andere keer meer. Tot volgende week.

TOOS

Kleur ontketend, maar dat niet alleen


Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910

Lang, heel lang geleden ……. Zo beginnen sprookjes heel vaak. Dit verhaal is dan wel geen sprookje, maar het begint toch ook lang geleden. Op de Academie in Tilburg. Daar waar ik ooit studeerde. Ik kreeg er onder andere les van Hans Koch. Die gaf CIS, Cultuur Iconografische Symboliek. Tja, kom maar eens op zo’n naam! Maar het was een vak waarin hij op een geweldig boeiende manier de grote verscheidenheid aan culturele uitingen van de mens met elkaar verbond. Beeldende kunst natuurlijk, maar dan in samenhang met muziek, ballet, architectuur,wetenschap en historische achtergronden. Ik vond dat fascinerend. Te ontdekken dat er allerlei lijntjes lopen tussen gebeurtenissen die zich op het eerste gezicht min of meer los van elkaar lijken te ontwikkelen.

Waarom ik daar nu over begin? Door mijn recente bezoek aan de expositie “Kleur ontketend-Moderne Kunst in de Lage Landen, 1885-1914” in het Gemeentemuseum van Den Haag. Die moest ik van mijzelf namelijk zien. Want voor op het oog aantrekkelijke tentoonstellingen wil ik af en toe best de deur van mijn atelier voor een dag achter me in het slot laten vallen. Me even losweken uit dat ateliercoconnetje en loskomen van mijn schilderijen. Die moeten ten slotte ook tijd krijgen om te drogen voor ik er weer mee verder kan. En dan gewoon wat kilometers maken om andere werelden te betreden. Dat werkt bij mij vaak verruimend voor de geest. Een soort geestverruimend en atelier-uittredend middel dus. Zonder verslavende bijwerkingen. Alhoewel?

Jan Toorop, Arbeis (Houthakker), 1905
Jan Toorop, Arbeid (Houthakker), 1905

Maar goed, die kleurexplosie in de beeldende kunst rond 1900 in De Lage Landen. Waarom zou gras niet rood mogen zijn? Of bomen paars? Een gezicht blauw? Prima toch! Of de lucht geel? Moet kunnen! Absoluut een boeiende tentoonstelling. Want natuurlijk is het interessant te zien hoe vanuit Parijs, het episch kunstcentrum van de wereld destijds, een revolutionaire ontwikkeling zich als een aardschok verplaatst door Europa. Naar Brussel bijvoorbeeld waar de kunstenaarsgroep Les XX zich erdoor laat inspireren. Een groepering waarvan de Nederlandse kunstenaar Jan Toorop deel uitmaakte. Die zorgde er weer voor dat de schokgolf zich verder voortplantte naar Nederland.

Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905
Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905

Maar voor mij ontbrak er iets essentieels bij de uitleg in het Gemeentemuseum. Want waarom ontstond er juist in die tijd zo’n kunstbeweging? Wat was daar weer de achtergrond van? Hadden de expositiesamenstellers zich daarin voor de bezoekers niet wat meer kunnen verdiepen? Of misten ze daarvoor, en dat is misschien wel te negatief gedacht, de benodigde bagage? Logisch dat ik dan automatisch moet denken aan mijn oude docent Hans Koch. Die zou dat ongetwijfeld uitgebreid hebben gedaan.

Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907
Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907

Die zou waarschijnlijk gewezen hebben op sensationele ontwikkelingen in de fotografie. Met in 1888 de eerste Kodak camera met filmrolletje voor het grote publiek onder de kreet “You press the button, we do the rest”. Met de kleurenfotografie die in de kinderschoenen begon te staan. Welke invloed moet dat hebben gehad op schilders die zagen dat fotografie een ernstige concurrent voor hen werd?

Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908
Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908

Die zou gewezen hebben op  ontwikkelingen in de architectuur. Met de gigantische Eiffeltoren die in 1889 het icoon werd van de grote wereldtentoonstelling in Parijs. Daar waar alles passeerde dat op dat moment belangrijk was in de wereld. En wat te denken van de industriële voortgang bij de diesel en benzinemotor. Met als gevolg de allereerste auto’s die in het straatbeeld beginnen verschijnen. Of de grote ommekeer in de natuurkunde met alles op zijn kop zettende ideeën van eerst Max Planck in 1900 en iets later Einstein in 1905? Zou het revolutionaire muziek en balletspektakel “Le sacre du printemps”  van Strawinsky uit 1913 hebben kunnen ontstaan als er rond de eeuwwisseling niet allerlei van die eerst onvoorstelbare maatschappelijke omwentelingen hadden plaatsgevonden?

Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Kees van Dongen, Molly
Kees van Dongen, Molly

Over die invloeden had ik in de uitleg bij de expositie toch graag iets teruggevonden. Want natuurlijk is er bij al die processen sprake geweest van wederzijdse kruisbestuivingen. Maar hoe dan ook, ’t was genieten. Van wegbereider Van Gogh natuurlijk. Van een zich ontwikkelende Mondriaan. Van hem hebben ze in het Gemeentemuseum ten slotte de grootste verzameling ter wereld. Dus als ze die uit kast kunnen trekken, zullen ze dat niet nalaten. Of van Jan Toorop en Jan Sluijters waarvan echt mooie werken werden getoond. Persoonlijk vind ik dat die teveel 2de hands werk hebben gemaakt. Maar dit was top. En niet te vergeten de representanten van België, dat andere Lage Land. Bijvoorbeeld James Ensor met zijn wonderbare wereld. Of de jong gestorven Rik Wouters, echt een ontdekking die in onze Noordelijke Lage Landje te weinig bekend is. Ook een pure colorist.

James Ensor, De intrige, 1890
James Ensor, De intrige, 1890
beeld en schilderijen van Rik Wouters
beeld en schilderijen van Rik Wouters

Wat was ’t daarom ook mooi dat op de terugweg naar Middelburg de autoradio “Het land van Maas en Waal” van Boudewijn de Groot in petto had. Met die intrigerende beginzin “onder de groene hemel, in de blauwe zon”. Noem dat maar eens toeval!  Tot volgende week.

TOOS

Hoe je met Duits staalgeld goede kunstsier maakt in het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid


het Plaza Mayor in Madrid
het Plaza Mayor in Madrid

Er moest nodig een kunstlacune in mijn culturele opvoeding worden opgevuld. Stel je voor, ik was nog nooit in Madrid geweest. En daardoor ook nog nooit in het Prado. Toch een van de belangrijkste musea ter wereld. Met een collectie die misschien wel wat onder doet voor die van het Louvre maar toch ook weer niet overdreven veel.

Dus bevond ik mij heel recent voor het eerst in de Spaanse hoofdstad. Een heel prettige kennismaking. Duidelijk een stad waar ik in de toekomst vaker heen wil.  Een wereldstad met geschiedenis en een bruisend straat en pleinleven.

het bruisende pleinleven in Madrid
het bruisende pleinleven in Madrid

Daarbij wat betreft uitgaan ook duidelijk aangenamer geprijsd dan de in mijn ogen veel te dure horecasector in Nederland. Met ook nog een appartementje in het centrum dat levensgezel voor ons had gescoord via Airbnb. Die alternatieve site waar particulieren van over de hele wereld verblijfsruimte aanbieden voor vaak heel prettige prijzen vergeleken met die van hotels. Maar dat is dus weer zo’n ander verhaal.

Museo Thyssen-Bornemisza
Museo Thyssen-Bornemisza

Kunst en Madrid is een geweldige combinatie. Want naast dat Prado heb je binnen loopafstand daarvan ook nog het Centro de Arte Reina Sofia voor de moderne kunst vanaf de 19de eeuw en het Museo Thyssen-Bornemisza. Over dat laatste had ik al wel veel gelezen, maar het overtrof alle verwachtingen. Ik strooi maar enigszins willekeurig wat foto’s ervan door deze blogaflevering.

zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum

Ooit, in 1920, begon Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947), hoofd van een gigantisch zakenimperium, een kunstcollectie aan te leggen. Met het vermogen dat de familie Thyssen in de 19de eeuw in eerste instantie met ijzer en staal had verdiend. Een heel, heel groot vermogen kun je wel stellen. Zoonlief Hans Heinrich (1921-2002) bouwde die collectie nog verder uit tot de grootste privéverzameling ter wereld. Nou, oké, die van het Britse koningshuis is misschien nog wat groter. Uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, kwam een groot deel van de verzameling vanuit Zwitserland naar Madrid waar de Spaanse regering een prachtige locatie aanbood. Die kocht van Hans Heinrich zelfs nog een groot deel van de collectie aan voor een absoluut vriendenprijsje van 250 miljoen euro. Mazzelaars! Denk maar even aan die 160 miljoen nu voor twee Rembrandt’s.

Maar bij zo’n vriendenprijs is de kans natuurlijk heel groot dat er in een al stinkend rijke familie de geldpleuris uitbreekt. Zeker ook omdat onze Hans Heinrich toen ook net toe was aan zijn vijfde vrouw. De voormalige Miss Spanje 1961, Carmen “Tita” Cervera, van wie hij ook nog een zoon echtte. Maar om ook hier een lang verhaal kort te maken, Hans Heinrich won de juridische strijd. Daardoor kon zijn Tita, ook behept geraakt met het kunstvirus, rustig doorgaan met heel veel geld aan heel veel kunstaankopen te besteden. Als je ziet wat die nu alweer bij elkaar heeft gekocht! Er is zelfs een aparte vleugel voor aangebouwd bij het oorspronkelijke museum.

de zalmroze vleugel van Tita
de zalmroze vleugel van Tita
Rogier van der Weyden
Rogier van der Weyden

Met zalmroze geverfde muren. Speciaal uitgezocht door de, volgens mij, tegenwoordig flink strak getrokken en gebotoxte Tita. Foto’s spreken wat dat betreft boekdelen. Maar hoe dan ook, het familiekapitaal is en wordt prima besteed.

Wat er al niet hangt! Werken vanaf de 14de tot en met de 20ste eeuw. Van de Vlaamse Renaissance uit de eerste helft van de 15 de eeuw met o.a. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. Van de Italiaanse Renaissance en opvolgers als Caravaggio. Van hem hing er een beeldschoon schilderij van de heilige Catharina. Iets wat mij altijd aanspreekt vanwege mijn officiële eerste voornaam. Catharina!

De heilige Catharina van Caravaggio
De heilige Catharina van Caravaggio

Maar ook onze Gouden Eeuw was uitgebreid aanwezig. Rembrandt en Frans Hals natuurlijk. Maar ook een heel speciale “Christus aan het kruis” van Anton van Dyck die toch vooral bekend staat om zijn portretten.

 

Christus aan het kruis, van Anton van Dyck
Christus aan het kruis, van Anton van Dyck

Ook heel veel Ruisdaels. Net zoals zijn wolken vlogen zijn schilderijen je daar om de oren. En dat ging maar door. De Franse klassieke school, het Impressionisme, een paar Van Gogh’s (zie vorige week), heel veel Duitse Expressionisten als Nolde, Kirchner, Macke, Beckman, Grosz, Dix. Zelfs via Picasso, Braque, Dali, Hopper en Rothko naar onze eigen Piet Mondriaan en Karel Appel.

een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
Salvador Dali
Salvador Dali
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten

Echt ongelooflijk, zo’n particuliere collectie die zelfs nog veel groter is dan wat er in het museum is te zien. En toen moest de volgende dag het Prado nog komen! Met heel veel Goya’s, de schilder die onderwerp was van een van mijn afstudeeronderwerpen aan de academie. Voor mij echt een cliffhanger zoals dat tegenwoordig heet, die volgende dag. Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Rembrandtkaart mij Matisse liet voorschouwen


De oase van Matisse in het Stedelijk Museum Amsterdam
De oase van Matisse in het Stedelijk Museum Amsterdam

Een paar weken geleden maakte ik al wat propaganda voor de Rembrandtkaart. Dat was naar aanleiding van mijn bezoek aan de expositie Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Maar de lengte van die blogaflevering dreigde helemaal uit de hand te lopen waardoor ik toen mijn gratis reclame voor die kaart nog even opschortte . Met de belofte er op terug te komen.

Dat is dus nu. Met de grote Matisse-tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam als aanleiding. Want krijg ik me daar een aantal weken geleden zomaar een mail van de Vereniging Rembrandt met de vraag of ik gebruik wil maken van de voorschouw van “De oase van Matisse”! Ik mocht al naar de preview voordat die expositie officieel zou openen. Nou, dat was dus niet tegen dovemansoren gezegd.

één van de vroegere, abstractere werken, Zicht op de Nôtre Dame, 1914
één van de vroegere, abstractere werken, Zicht op de Nôtre Dame, 1914
één van de laatste, abstractere werken, Herinnering aan Oceanië, 1952-1953
één van de laatste, abstractere werken, Herinnering aan Oceanië, 1952-1953

Zo liep ik daar op een dinsdagmiddag een paar weken geleden al rond en zag ik ´s avonds bij “De Wereld Draait Door” en bij “Pauw” allerlei lieden aan tafel aanschuiven om reclame te maken voor die tentoonstelling die pas een paar dagen later officieel zou openen. En ik had daar dus al lekker rondgekeken. Maar daarover straks meer, nu eerst toch even die Rembrandtkaart.

Veel cultuurliefhebbers kennen natuurlijk de museumjaarkaart. Je betaalt € 54,95 voor een jaar en kunt dan meer dan 400 musea in Nederland gratis bezoeken. Tenzij er een speciale tentoonstelling is, dan komt er soms een extra toeslag om de hoek kijken. Zoals bij Late Rembrandt: € 5 extra. Wat ontdekte ik nu laatst? Als je bij de Vereniging Rembrandt voor twee personen te gelijkertijd twee Rembrandtkaarten aanvraagt, betaal je € 90. Nou weet ik wel dat het peil van het huidige rekenonderwijs in Nederland heftig ter discussie staat. Maar zelfs discalculieklantjes moeten toch, eventueel met rekenmachine, kunnen berekenen dat je voor twee personen met die Rembrandtkaart dus duidelijk goedkoper uit bent. Okay, je kunt dan slechts 125 musea gratis bezoeken. Maar als je geen behoefte hebt aan bijvoorbeeld het Openbaar Vervoer Museum in Doetinchem, het Tassenmuseum Hendrikje in Amsterdam of Het Nollenproject in Den Helder, dan is dat totaal geen probleem. Alle echt belangrijke kunstmusea vallen er wel onder.

En wat is nog een bijkomend voordeel? Je betaalt geen extra toeslagen. Zoals dus die € 5 van hierboven bij Late Rembrandt. En je krijgt een uitnodiging voor de voorschouw van “De oase van Matisse”. Ooit daarvan gehoord bij de museumjaarkaart? Dus enthousiast over die Rembrandtkaart? Ja, nogal.

Stilleven met mand met sinaasappelen, 1912, zo'n typisch stilleven van Matisse
Stilleven met mand met sinaasappelen, 1912, zo’n typisch stilleven van Matisse
Odalisque, 1920-1921, één van de vele odalisken n.a.v. zijn reizen naar Marokko
Odalisque, 1920-1921, één van de vele odalisken n.a.v. zijn reizen naar Marokko

Ben ik ook zo enthousiast over die grote expositie van Matisse (1869-1954)? Ja en nee. Ik word hoe dan ook altijd blij van zijn kunst. Het fauvisme waarvan hij de grondlegger was, dat werken met wilde, heldere en onlogische kleuren, roept bij mij altijd een blij gevoel op. Daarom vind ik het eigenlijk storend dat in het eerste deel van de expositie de Matissen thematisch gecombineerd worden met heel veel ander werk. Van kunstenaars die hem inspireerden en van tijdgenoten die op een of andere manier een connectie met hem hadden. Van Gogh, Manet, Cézanne, Seurat, Mondriaan, Kirchner, Picasso, Malevitch, zelfs Rothko. De schappen van de eigen collectie in het Stedelijk zijn hiervoor grondig geplunderd. Maar voor mij wordt daardoor het “Matisse-gehalte” te veel verdund. Het doet te weinig recht aan een aantal heel mooie werken van hem die er dan min of meer “tussendoor” hangen.

één van mijn favorieten,echt Matisse, 1947
één van mijn favorieten,echt Matisse, 1947
Femme en bleue, 1937
Femme en bleue, 1937

Al die anderen? Dat geloof ik eigenlijk wel. Maar dat is heel persoonlijk, in diverse krantenrecensies wordt deze aanpak juist heel positief gewaardeerd. Pas in de grote bovenzalen is het bijna allemaal Matisse dat de klok slaat. Met heel veel van de knipsels die hij op oude leeftijd noodgedwongen ging maken. Gehandicapt door een operatie kon hij het lichamelijk niet meer aan te schilderen en concentreerde Matisse zich heel sterk op die knipseltechniek. Zittend in zijn rolstoel of liggend in bed dirigeerde hij zijn assistenten bij het tot op de millimeter nauwkeurig schikken en vast prikken van composities met die gekleurde knipsels. En hoe anders ook dan zijn schilderijen, ook die werken maken me blij.

een bezoek aan Tahiti zorgde voor veel inspiratie, 1936
een bezoek aan Tahiti zorgde voor veel inspiratie, 1936
Mimosa, 1951
Mimosa, 1951
Interieur met zwarte varen, één van zijn laatste olieverven, 1948
Interieur met zwarte varen, één van zijn laatste olieverven, 1948
de grote zaal met knipsels van Matisse
de grote zaal met knipsels van Matisse

Dus liep ik het Stedelijk toch helemaal vrolijk uit. Ook in de wetenschap dat er zich de komende maanden waarschijnlijk lange rijen gaan vormen bij het Stedelijk die ik dus mooi had kunnen omzeilen. Met nog een voornemen daarbij. Namelijk om, als ik over een poosje weer eens langer in Nice verkeer, daar de vele voetsporen van Matisse eens na te lopen en daarover te schrijven. Overigens, die Rembrandtkaart heb ik weer goed opgeborgen voor een volgend gebruik. Oh ja, en vergeet niet dat de kosten voor die kaart ook nog bijdragen aan de aankoop van nieuwe kunst voor onze musea. Tot volgende week.

TOOS