Tagarchief: Museum de Fundatie

Ego en hebzucht in Het Nijenhuis


Kasteel Het Nijenhuis in Heino

Een paar weken geleden werd ik door ‘De Achterkant van het Gelijk’ ineens geestelijk geteleporteerd naar Kasteel Het Nijenhuis in Heino en bedacht ik me ook dat ik al vééél te lang geen bioscoop van binnen heb gezien. De menselijke geest maakt dus soms, op het eerste gezicht, rare sprongen. Zoals die naar Het Nijenhuis. Maar die naar de bioscoop ligt meer voor de hand. Want daar hebben vermoedelijk meer mensen last van. Eerst ‘De Achterkant van het Gelijk’.

Dat legendarische tv-programma is namelijk na jaren weer van zolder gehaald en afgestoft. Nu met Alexander Pechtold als advocaat van de duivel, destijds met Marcel van Dam. Marcel dreef toen, in mijn herinnering dan, de deelnemers uit allerlei maatschappelijke sectoren toch scherper naar de rand van de door hen zelf gegraven ethische valkuilen dan Pechtold nu. Maar de formule blijft spannend. Zo ook de aflevering die ik zag met daarin museumdirecteuren die openheid moesten geven over de grenzen van hun besturen en handelen.

de uitzending van ‘De achterkant van het Gelijk’ met de museumdirecteuren

affiche van ‘The last Vermeer’

Eén van de thema’s ging over kunstvervalsingen en één van de directeuren was die van Museum de Fundatie/Kasteel Het Nijenhuis. En laat nu juist in dat kasteel een aantal niet-meer-Vermeers hangen. En laat nu ook net eind vorig jaar een nieuwe film over Vermeer-vervalser Han van Meegeren zijn uitgekomen!Die niet-meer-Vermeers zag ik nog net, met voorgeschreven mombakkes, voor de musea eind 2020 werden gelockdowned. Die film ‘The last Vermeer’ ging spijtig genoeg aan de ook gelockdownde bioscopen voorbij. Daarvoor moet je nu  vanaf je bank online naar de betaalsite Pathé Thuis. Iets dat mij niet zo ligt. Want bij zo’n speelfilm hoort voor mij toch de belevingsmagie van het grote witte doek.

Terug naar Kasteel Het Nijenhuis. Nu een museum, tot aan zijn overlijden het optrekje van Dirk Hannema (1894-1984). Ooit directeur van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Een egorijke man die eerst werd geroemd en daarna verguisd. Geroemd vanwege de slimme en snelle aanschaf in 1937 van ‘De Emmaüsgangers’ van Vermeer. Een koopje, slechts 540.000 gulden. En na de oorlog verguisd toen duidelijk werd dat hij een ongelooflijk dikke kat in de zak had gekocht.

Hannema op de voorgrond, in bewondering voor zijn fameuze aankoop

Het beruchte verhaal over vervalser Han van Meegeren (1889-1947) is wereldwijd bekend. Over hem en over zijn laatste levensfase gaat die film ‘The last Vermeer’ met daarvan hier de trailer.

In Het Nijenhuis vind je ‘De Emmaüsgangers’ trouwens niet, dat schilderij is nog steeds in bezit van Boijmans. Nee, er hangen een aantal andere ‘Vermeers. Want expert Hannema klopte zichzelf regelmatig op de borst bij weer de ontdekking van een onbekende Vermeer. Ik telde er in de gauwigheid vier. Nu zijn ze getooid met een tekstbordje ‘maker onbekend, toeschrijving door Dirk Hannema aan Johannes Vermeer’. Dit zijn dan trouwens geen vervalsingen maar authentieke werken uit de 17e en 18e eeuw. Door Hannema  in zijn hebzucht aan Vermeer verbonden.

een van de zalen in Kasteel Het Nijenhuis
het schilderij behorend bij bovenstaand bordje
enkele ‘niet-meer-Vermeers’ in het kasteel

Kijken we met de ogen en de kennis van nu, dan vraag je je echt af ‘hoe in godsnaam kun je die werken aan Vermeer toeschrijven?’. Maar diverse museumdirecteuren en kenners van toen wilden koste wat kost Vermeers in huis halen. Want er bestonden al zo weinig werken van Delftse meesterschilder en daarvan hing er ook nog maar een klein aantal in Nederland. Dat moest absoluut veranderen. Niet alleen liefde maakt blind,maar ook de combinatie van ego en hebzucht. Het Rijksmuseum bood Hannema zelfs aan om hun ‘De Liefdesbrief’ van Vermeer in te ruilen voor dat geweldige vroege meesterwerk ‘De Emmaüsgangers’. Wat zullen ze jaren later hebben staan juichen dat Hannema niet op hun aanbod wilde ingaan .

Vermeer, De liefdesbrief (nog steeds in het Rijksmuseum)

In de tussentijd hadden ze trouwens ook zelf nog een Van Meegerense ‘Vermeer’ aangeschaft: ‘De voetwassing’. Voor de soepele prijs van 1, 1 miljoen guldens. ’t Was namelijk zo’n prachtige link tussen het vroege en het oudere werk van Vermeer. Ook typisch weer zo’n geval van blinde hebzucht en ‘wij willen ook’.

De voetwassing, een van de door Van Meegeren vervalste ‘Vermeers’

Nog even weer Kasteel Het Nijenhuis. Dirk Hannema had dat dan in eerste instantie testamentair wel aan zijn hond nagelaten(???????), maar uiteindelijk kreeg de provincie Overijssel het in bezit. Daardoor is het nu een prachtige, te verborgen museumparel met ook nog eens een geweldige beeldentuin erbij.

hier op de brug kon ik mij even kasteelvrouwe wanen
een zaal met werk van Jan Cremer
nog meer moderne kunst in het kasteel
rondom het kasteel in het water en de beeldentuin

Echt een levensgrote aanrader daar in Heino, even zuidwestelijk van Zwolle. Heengaan als ’t weer kan! En wil je nog wat meer achtergrond over Van Meegeren’s vervalsingen? Kijk hier dan maar eens.

Tot volgende week.

TOOS

Turner the Great in Zwolle en Enschede


Self-Portrait c.1799 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N00458
zelfportret van de jonge Turner

Alexander de Grote,Karel de Grote, Tsaar Peter de Grote, Catharina de Grote. Allemaal figuren uit de geschiedenis die meestal door hun dadendrang bij landje-pik spelen die toevoeging van groot verdiend schijnen te hebben. Maar in de kunst? Kom je daar die toevoeging “de Grote” tegen? Niet naar mijn weten. Blijkbaar is kunst daarvoor niet het geëigende terrein. En toch vind ik dat sommige kunstenaars er voor in aanmerking komen. Zeker Engelsman Joseph Mallard William Turner (1775-1851). Turner the Great dus. Niet William the Great, dat klinkt te gewoon.

Waarom Turner zo groot is? Dat valt nog tot 3 januari te bekijken in Zwolle en Enschede. Bij een dubbeltentoonstelling: Gevaar & Schoonheid-Turner en de traditie van het sublieme. In Museum de Fundatie en Rijksmuseum Twenthe. Twee regionale, middelgrote musea die geweldig scoren met deze exposities. Maar waarom juist daar? Omdat we in Nederland maar één, let wel ÉÉN, schilderij van deze wereldberoemde schilder in een openbare collectie hebben. Een kleintje, in de Fundatie. Verder nergens, in heel Nederland niet. Heel verwonderlijk eigenlijk.

het enige schilderij van Turner in Nederland
het enige schilderij van Turner in Nederland

In Londen, in de Tate Britain, hebben ze zalen vol. En in de National Gallery wereldberoemde hoogtepunten uit zijn oeuvre. Want Turner liet na zijn dood de inhoud van zijn atelier als erfenis achter voor de Britse staat. Zo’n 300 olieverfschilderijen en duizenden schetsen en aquarellen. Een aantal jaren geleden liep ik er rond. Helemaal verlekkerd, als een groupie in volle bewondering. Want die man was echt goed en uniek!

The fighting Temeraire tugged to its last berth
The fighting Temeraire tugged to its last berth

Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway

Stel ’t je maar eens voor. Het Impressionisme, laat staan het latere Expressionisme, wist nog bij lange na niet dat het ergens in de jaren na 1860 geboren ging worden. Na de dood van Turner dus. Ook de verftube was nog niet uitgevonden. Hij kon daardoor niet, zoals de impressionisten, voluit in de openlucht schilderen met olieverf. Turner kon alleen maar heel veel schetsen en aquarelleren tijdens zijn wandelingen in de natuur en zijn reizen in het buitenland. Onder andere ook in Nederland.

Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel
Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel

Berglandschap met pas, aquarel
Berglandschap met pas, aquarel

Pas in zijn atelier kwamen de olieverfschilderijen tot stand. Die olieverven waarin hij op wat latere leeftijd woeste wolkenluchten, zinderende zeeën, vurige zonsondergangen en echte branden zo ongelooflijk  expressionistisch weergaf als eerder nog nooit iemand had gedaan. Terwijl het na zijn dood nog heel lang zou duren voor dit weer gebeurde.

Sunset ?c.1830-5 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N01876

Turner08

Natuurlijk maakte hij ook relatief “bravere” schilderijen. Zowel in het begin van zijn carrière als later. Maar zelfs die waren in meerderheid al uitzonderlijk.

George IV at St Giles's, Edinburgh c.1822 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N02857

Turner10

een Venetië schilderij van Turner
een Venetië schilderij van Turner

De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688
De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688

Ik vind het echt verbazingwekkend hoe iemand in die tijd zo on-tijds kon werken. En ook verbazingwekkend is eigenlijk wel dat hij er kopers voor had. Want die moesten daar toch ook voor open staan. Een halve eeuw later kon Vincent van Gogh zijn expressionistische werk aan de straatstenen niet kwijt, terwijl Turner een zeer goed betaald schilder werd.

Nu zijn er dan die twee exposities in Nederland. Met flink wat aquarellen en een kleinere collectie van olieverfschilderijen. Natuurlijk had ik Turner the Great in Londen gezien en wist ik dat deze tentoonstellingen die ervaring nooit zouden kunnen evenaren. Maar ik was wel heel nieuwsgierig naar de aanpak in de Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe. Twee musea waar ik nog nooit was geweest. Naar de Fundatie was ik daarbij ook extra nieuwsgierig vanwege de omstreden uitbreiding een paar jaar geleden met een grote blop bovenop het dak. Best interessant, dat moderne ding, een soort misvormd ei, in de eeuwenoude Zwolse binnenstad.

Turner13 DeFundatie, Zwolle Turner14

De door andere musea uitgeleende werken van Turner waren vanzelfsprekend weer helemaal de moeite waard, alhoewel bekende hoogtepunten ontbraken. Wat me enigszins tegenviel was de `verdunning` die werd toegepast. Om de zalen vol te krijgen waren er allerlei andere kunstenaars bijgehaald die òf Turner destijds hadden geïnspireerd òf later geïnspireerd waren geraakt door Turner òf pasten bij de vier elementen water, vuur, aarde en lucht, de toegepaste deelthema’s. Grof verdeeld was 1/3 deel van Turner, de rest van anderen. En van die anderen waren er voor mijn gevoel teveel echt aan de haren bij gesleept. Zo van “die hebben we nog in de eigen collectie en kletsen we met een mooi kunstverhaal wel zogenaamd passend de tentoonstelling in”. Of “daar in dat museum kunnen we nog wat lenen, dan krijgen zij wel iets van ons, goed voor de samenwerking”. Op zich jammer, maar wel begrijpelijk. Hoe dan ook, Turner bleef vanzelfsprekend moeiteloos overeind. Helemaal toen ik zag dat hij zich door de Odyssee van Homerus had laten inspireren.

Odysseus Deriding Polyphemus
Odysseus Deriding Polyphemus

Dat prachtige verhaal waar ik de laatste paar jaar ook mee bezig ben geweest voor een nieuwe uitgave ervan bij mijn galerie in Nice. Dus als je nog de mogelijkheid hebt, ga! En bekijk ooit nog eens de grandioze speelfilm “Mr. Turner”. Tot volgende week.

TOOS