Tagarchief: museum

’t Kan slechter dan lekker aan de gang zijn in Nice


het gebouw in Nice met daarin mijn atelier/appartement met de markt voor de deur

Een paar weken retraite in Nice is geen slechte bezigheid. Nu zeker niet. Want er staan een paar grote projecten te wachten dit jaar. Projecten die bij de voorbereiding om de nodige rust en concentratie vragen. En in Nice vind ik die makkelijker dan in Middelburg waar allerlei kunstruis op mijn lijn zit. Me daarvoor afsluiten lukt hier veel beter.

Wat die projecten dan wel zijn? Allereerst een nieuw boek.

aan het werk voor mijn nieuwe Grote Boek

Alweer een flink aantal jaren geleden kwam er een groot, dik boek uit over mijn schilderijen met op de rug overduidelijk het Romeinse cijfer I. Natuurlijk de indicatie dat ooit deel II zou verschijnen. Nu is dat zover. Maar dat vergt veel denkwerk, redactie en overleg. Welke schilderijen, beelden en steendrukken moeten er in komen? In welke volgorde? Welke teksten? Wie gaan die schrijven? Waar gaat ’t gedrukt worden? Om over het lettertype nog maar te zwijgen. Begin oktober moet dat boek van meer dan 200 pagina’s er volgens de planning zijn. Werk aan de winkel dus in mijn rustgevende Niçoise atelier en appartement.

aan de lunch in de lentezon

Dat ligt dan wel weer in het bruisende hart van het Libération-quartier. Met de dagelijkse markt voor de deur, de zeer frequente tram om de hoek, de beroemde Promenade des Anglais op 20 minuten loopafstand voor het geval ik die tram niet neem en een zeer ruime keus aan bars en restaurants binnen een straal van 150 meter. Voor de af en toe noodzakelijke onderbreking van mijn werkzaamheden en ter aangename verpozing is het dan ook geen enkel probleem  een zonnig terras te vinden waar ’t met een vriendin goed lunchen is. Te midden van heel veel Fransen. Want die lunch in Frankrijk is natuurlijk wel een cultuuruiting van de heilige soort. Maar daarna is ’t weer werken geblazen.

Aan nog een tweede groot project. Mijn ’70-Series’.

werk voor mijn ’70 Series’

Een paar reeksen van 70 kleine werken: olieverven en dibonds. Allemaal 20 bij 20 cm. Ook die ’70-Series’ gaan in oktober in première. Tegelijk met dat Toos van Holstein Deel II. Een datum is ook al geprikt: zondag 6 oktober in de grote ruimtes van Galerie Peter Leen in Breukelen. Zet ’t maar in je agenda, want dat gaat een leuk feestje worden. Reken trouwens maar dat én dat boek én die ’70-Series’ hier voor die tijd nog wel vaker ter sprake gaan komen.

Dat ik ’t toch niet kan laten om tussendoor ook nog kunstuitingen van anderen te bezoeken? Ach, dat zit nou eenmaal in mijn nieuwsgierigheidsgenen. Als ingeschrevene hier kan ik, als een soort halve Niçoise, met een speciaal pasje alle gemeentelijke musea vrij bezoeken. Zoals hier de Galerie des Ponchettes, gelegen aan die al genoemde wereldbekende Promenade.

dav

Met dit keer een uitgebreide installatie van aan elkaar genaaide, kleurig verweerde doeken. Best esthetisch en interessant om te zien. Ook omdat ik zelf, als artist in residence, in 2008 iets dergelijks creëerde  met grote, bedrukte en beschilderde banners in een kunstruimte in Peking.

mijn banners in Peking

Die banners gaan deze zomer trouwens een soortement vervolg krijgen in de prachtige oude Italiaanse stad Gubbio in Umbrië. Een derde groot project dit jaar. Maar dat is weer een ander, nog toekomstig verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Museum Musiom met ook mijn werk in de kerncollectie


Hoeveel van alle dode en nog levende Nederlandse kunstenaars zouden wereldwijd, of zelfs alleen maar in Nederland,  in een museum hangen? Werk van hun hand dan natuurlijk, niet zij zelf. Ik schat zo in dat dit maar een heel klein percentage is. Ga maar na. Tegenwoordig studeren er per jaar vele, vele honderden af aan de kunstacademies. Per jaar dus! Die komen echt niet allemaal in een museum terecht. Want daar gaat in de loop der tijden een selectie aan vooraf die o.a. sterk beheerst wordt door trends. Door de waan van de dag en die van museumdirecteuren en bijbehorende kunstcuratoren. Klein klassiek voorbeeldje? Frans Hals (1582-1666), wereldberoemd toch? Maar wel helemaal uit na zijn leven tot hij ineens een soort afgod werd voor de  Franse impressionisten in de tweede helft van de 19e eeuw. En nu? Zie het Frans Hals Museum in Haarlem.

Daarom zijn een paar enthousiastelingen in Amersfoort een eigen museum begonnen. Het ‘Musiom, huis voor hedendaagse kunst’. Een museum bedoeld voor kunstenaars geboren rond 1950. Want velen uit die tijd hebben zich nooit in een hokje laten stoppen, zich nooit aan heersende kunst en museumdirecteurentrends aangepast. Ze zijn gewoon helemaal hun eigenste gang gegaan, hebben door de kwaliteit van hun werk een mooie carrière opgebouwd maar zijn nooit doorgedrongen in het gesubsidieerde museale  circuit. Te on-Cobra of te weinig abstract expressionisme of veel te figuratief. Of geen verwantschap met min of meer onbegrijpelijke kunstperformances en installaties. Enzovoort. Niet passend dus in het aankoopbeleid van de grotere musea. Gewoon te eigenwijs en teveel werkend vanuit hun eigen fantasie, vanuit hun eigen beleving.

voorkant van het Musiom

Op die manier is een kunstenaarsgeneratie die juist volwassen werd in de roerige jaren 60 en 70 en die zich niets aantrok van stromingen nooit museaal aan bod gekomen. Allemaal individualisten die zich niet lieten vangen in een kunsthokje. Nee, ze waren gewoon allemaal apart allemaal hun eigen kunststroming. Maar wel op zo’n manier dat een deel van hen nationaal en ook internationaal bekendheid kreeg. Met als gevolg dat ze bij heel veel particulieren hangen en staan met hun schilderijen en beelden. Omdat heel veel ‘gewone’ kunstliefhebbers wel wat zagen in hun werk.  En vergeet ook niet bepaalde bedrijfscollecties die eigenwijs hun gang gingen met verzamelen.

deel van de huidige expositie in het Musiom
met kunstenaar Hans Vanhorck, een van de initiatiefnemers, kijkend naar een werk van mij voor de kerncollectie

Het Musiom (www.musiom.art) aan de Stadsring 137 in Amersfoort springt nu in dit museale gat. Waarbij ik mag meespringen. Want vorige week bracht ik er wat schilderijen heen die deel gaan uitmaken van de kerncollectie. Samen met werk van bijvoorbeeld Hans Vanhorck, Richard Smeets, Poen de Wijs, Saskia Pfaelzer, Sjer Jacobs, Ad Arma, Arvee en Jan van Lokhorst. Allemaal kunstenaars met een mooie carrière en vaak ook nog volop bezig in de kunst. Daar ben ik best een beetje trots op.

met Hans Vanhorck voor een werk van Richard Smeets

Elke drie à vier maanden is er in het Musiom weer een nieuwe expositie te zien van enkele van de Musiom-kunstenaars aangevuld met een keus uit die kerncollectie. Wanneer ik aan de beurt ben? Reken maar dat ik dat hier meld. Tot volgende week.

TOOS

Honderd miljoen dollar voor dat beeldje? Oké, pak maar in!


Giacometti in Galerie Lympia, Nice

Ik heb in twijfel gestaan. Wel of niet voor een korte trip naar Londen. Want in kunstbladen en op kunstsites valt  ’t maar met moeite over het hoofd te zien, de grote overzichtstentoonstelling van Giacometti in het Tate Modern in Londen. En die heerlijk vreemde kunstvogel Alberto Giacometti  (1901-1966) is een lievelingsartiest van me. Zeker sinds ik in 1994 zijn werk voor het eerst ‘live’ zag bij de Fondation Maeght, een prachtig museum in Saint-Paul-de-Vence even boven Nice.  Daar staan permanent een aantal beelden van hem. Die beslissing over Londen had ik overigens toch nog maar even voor me uitgeschoven. En dat kwam plots ook heel goed uit.

Giacometti bij zijn beelden in Fondation Maeght

Want zo lees ik tijdens mijn recente verblijf in Nice ineens dat daar bijna bij mij om de hoek, nou ja, heel veel bijna dan, ook een expositie van Giacometti is geopend. En niets daarvan dus in die kunstbladen en op die kunstsites. Een Angelsaksisch staaltje van Brexit-kunstdiscriminatie! Dan is de PZC van de Côte d’Azur, de Nice Matin, toch maar weer een nuttige informatiebron. Even terzijde voor de niet-Zeeuwen, die aloude PZC is de Provinciale Zeeuwse Courant die met een viertal verschillende edities de nog steeds heersende eilandengeest van Zeeland voortreffelijk weet te benadrukken.

Wat bleek in de Nice Matin? Er was bij de oude haven pas een nieuw museum geopend. De Galerie Lympia. Twee honderden jaren oude gebouwen die in hun bestaan al hadden gediend als pakhuis, gevangenis of badhuis waren omgetoverd tot een kunstcentrum. Jammer genoeg niet door de stad Nice zelf, maar door het Département. Waardoor ik er niet gratis naar binnen kon.  Alle Niçoise gemeentemusea zijn namelijk gratis toegankelijk voor inwoners mits in bezit van het juiste pasje. Maar het Département des Alpes-Maritimes doet daar niet aan mee. De begroting zal wel net zo krap zijn als die van de provincie Zeeland.

de haven lang geleden, met het gebouw met de klok en de lange muur rechts ervan, nu samen Galerie Lympia
zoals nu, met Galerie Lympia

Maar dat betalen had ik er wel voor over. Geheel terecht, zo bleek. Het Tate Modern? Hoeft niet meer. In samenwerking met de Fondation Giacometti uit Parijs was een heel mooi overzicht gemaakt van werk uit Giacomett’s laatste vijf levensjaren. Hoe groot de verzekeringssom is die ze daarvoor hebben moeten betalen? Geen idee! Maar goedkoop zal ’t niet zijn geweest. Ga maar na, in de top-tien van duurste beelden ooit komt Giacometti veelvuldig voor. Met zelfs plaats 1 en 2 noteringen door rammelende geldbuideltjes gevuld met respectievelijk zo’n 140 miljoen en 100 miljoen US dollars. Volstrekte waanzin natuurlijk, zulke bedragen voor kunst. Maar ja, je hebt dan wel een beeld van Giacometti. Best interessant om aan je vriendjes te laten zien. Toch?

Alberto zelf zal dit nooit hebben kunnen bevroeden. Hij werd tijdens zijn leven wel steeds bekender, maar zat eigenlijk ’t liefst in zijn maar 25 vierkante meter grote, rommelige Parijse atelier. Tekenend, schilderend  en eindeloos werkend in gips en klei aan zijn uiterst langgerekte menselijke figuren en gezichten.  Later een inspiratiebron voor heel veel kunstenaars.

Giacometti in zijn atelier
schets door Giacometti van zijn atelier

Uren moesten zijn modellen in dat vaak koude atelier poseren. Niet, naar zijn eigen zeggen, om ze te boetseren zoals je ze zag maar om weer te geven hoe ze als persoon waren. In eerste instantie gaven vooral zijn broer Diego en zijn vrouw Annette zich over aan die onvermijdelijke procedure. In zijn laatste levensjaren kwamen daar vriend Eli Lotar en een nieuwe vlam, de 20-jarige Caroline, bij. Zogezegd de oude bok en het groene blaadje. Maar zij verleidde hem er in ieder geval ook toe om veel meer uit dat donkere atelierhok te komen. Samen lekker toeren door Parijs. In die mooie sportwagen die hij voor haar had gekocht. Dat dan weer wel. Misschien zelfs nog wel een kostenpost voor de Franse belasting. Want vanuit die auto maakte hij ook nog schetsen van de stad.

foto’s van de expositie in de twee gebouwen

Wat ik altijd heel knap vind van Giacometti is dat de koppen van zijn modellen die hij al deformerend heel langgerekt zat te creëren direct herkenbaar zijn. Daarin toont zich de grote kunstenaar. Want probeer een sterk overdreven lichamelijke deformatie maar eens esthetisch aanvaardbaar en daarnaast ook nog realistisch te laten overkomen. Dat is razend moeilijk.

afbeeldingen van Annette, de vrouw van Giacometti

afbeeldingen van vriend Eli Lotar

Echt een museumaanwinst voor Nice, die Galerie Lympia. Sowieso vanwege de bijzondere Giacometti-expositie. Want hoe vaak zal ’t voorkomen dat te gelijkertijd zijn langste beeld en zijn kleinste samen worden geëxposeerd? Dat laatste van maar een paar centimeter hoog kun je eigenlijk niet eens goed kunt bekijken, zo petieterig. En dan te bedenken dat hij er eindeloos mee bezig is geweest.

kleinste beeldje van Giacometti
hoogste beeld van Giacometti

Maar ook gebouw en ligging zijn heel aantrekkelijk. Je loopt het museum uit en kunt gelijk neerstrijken op een van de terrasjes aan die levendige, mediterraan gekleurde haven. Met ook nog het dagelijks af en aan varen van de veerboten naar Corsica en Sardinië vlak voor je neus. Tot volgende week.

TOOS

TEFAF, het grootste commerciële, tijdelijke museum ter wereld


Tefaf 01

Vorige week liep ik helemaal verlekkerd rond  op de TEFAF. Die jaarlijkse, wereldwijd bekende kunstbeurs in Maastricht waar bijna de helft van de 75.000 bezoekers buitenlands is. Een beurs met kunst van 7000 jaar geleden tot nu. Eigenlijk één groot museum, zij ’t dat alles wat er hangt, staat en ligt te koop is.

TefaF 02

Daarvoor moet je dan wel een heel dikke portemonnee meenemen of een diamanten credit card. Wat te denken van een net ontdekt schilderijtje van de jonge Rembrandt.

de net ontdekte Rembrandt
de net ontdekte Rembrandt

Of van een zeldzaam, zo te zien niet afgemaakt middeleeuws gebedenboek met prachtige miniaturen van de kunstzinnige gebroeders Van Limburg uit 1407 dat een paar jaar geleden opdook. Zes of zeven nullen met een of ander  getalletje ervoor, ga daar maar vanuit.

getijdenboek van de gebroeders van Limburg
getijdenboek van de gebroeders van Limburg
Roeland Saverij, bloemstilleven, 1615
Roeland Saverij, bloemstilleven, 1615

Oh ja, en dan vergeet ik nog het bloemstilleven van Roeland Saverij uit 1615 dat door het Mauritshuis werd aangeschaft voor € 6,5 miljoen. Of wil je misschien een koopje? Een pianostoeltje van ontwerper Gerrit Rietveld voor slechts € 195.000! Zo’n soort beurs dus. En zo’n soort museum.

 

Ook geen goedkoop museum trouwens. Veertig euro entree. Maar ik had vrijkaartjes via een bevriende galerie. Dat scheelt toch gelijk een leuk slokje op een borrel. Jammer genoeg golden ze niet voor de openingsavond. Die is tegenwoordig voorbehouden aan voornoemde dikke-beurzen-cliënten en de kunstbobo’s dezer aarde . En zelfs daar geldt al een strikte pikorde. Zo heb je niet alleen een preview voor de officiële opening begint, er is ook al een pre-preview. Ik heb het idee dat de pikorde wordt bepaald de lengte van de limousine waarmee je komt voorrijden in combinatie met de grootte van de privéjet waarmee je landt op Maastricht-Aachen Airport. Die vliegen daar de hele week af en aan, vooral op de openingsdag.

Tefaf 08

Tefaf 06 In de jaren 90 was dat alles toch eenvoudiger. Toen was ik een keer uitgenodigd voor de opening, ’s avond vanaf 6 uur. En één beeld daarbij staat me nog steeds helder op het netvlies gebrand. Met levensgezel op weg van Eindhoven, waar ik toen nog woonde, naar Maastricht peuzelden we in de auto al vast een boterhammetje op ter maagvulling. Op de beurs liepen al heel wat bezoekers rond. Vooral heel veel gesoigneerde heren in grijzige maatkostuums en feestelijk opgetuigde dames die kort daarvoor nog bij de kapper hadden gezeten. Je hoorde Engels, Frans, Duits, Italiaans, absoluut een internationaal gezelschap. In de gangpaden stonden her en der grote langwerpige tafels met, naar ik aannam, etenswaar. Omdat er grote, damasten tafellakens overheen lagen kon je namelijk niet zien wat zich daaronder bevond. En nu dat beeld. Toen die lakens om klokke zeven werden verwijderd stortte de fine de fleur de l’Europe zich op het aldaar getoonde exquise voedsel alsof ze door dagen vasten uitgehongerd waren. Zagen die tafels er bij aanvang nog als culinaire kunstwerken uit, een kwartier later waren het voedselruïnes. Eén groot slagveld aan etensresten. Ik heb ’t verbijsterd waargenomen. Echt tenenkrommend. En door de plaatsvervangende schaamte heb ik zelf geen hap meer tot me genomen. Ik had ten slotte in de auto al die boterham met kaas verorberd.

tefaf 07 Ik neem aan dat ’t tegenwoordig door de spreiding bij de opening anders gaat. Pre-preview met de eerste gretige, voorrang hebbende kopers. Dan de preview met geïnteresseerden en kooplustigen van wat lagere maar nog altijd hoge orde. En ten slotte de officiële opening met museumdirecteuren, tentoonstellingscuratoren,  verzamelaars en andere bobo’s van allerlei kunstinstituties als genodigden. Zo’n 10.000 in totaal, die eerste dag, volgens het persbericht. ’t Zou eigenlijk best een studie waard zijn om na te gaan in hoeverre de TEFAF het beeld bevestigt dat tegenwoordig in diverse economische studies naar voren komt. Namelijk dat het verschil tussen arm en rijk op onze aarde de laatste decennia weer duidelijk toeneemt. Maar dat is een heel ander verhaal.

tefaf 09

Tefaf 10

Hoe dan ook, ik heb genoten van de kunst. Griekse en Romeinse beelden en beeldjes of de resten daarvan. Prachtige oud-Chinese kunst. Middeleeuwse veelluiken. De prachtigste miniaturen in perfect bewaard gebleven middeleeuwse handschriften. Natuurlijk ook navolgers van Jeroen Bosch in het kader van zijn grote tentoonstelling in Den Bosch.

Tefaf 10a

Tefaf 11

Allicht ook de 17de eeuwse oude meesters, ooit de core business van de TEFAF.

Tefaf 12

Tefaf 13

Tefaf 14

En niet te vergeten de moderne en hedendaagse kunst. Ooit in de jaren 90 voorzichtig begonnen met een tiental stand wordt daarmee nu al bijna een kwart van het beursoppervlak in beslag genomen. Noem een beroemde kunstenaarsnaam en die hangt er. Picasso kon je niet eens ontwijken, al zou je dat hebben gewild. Ook zelfs al hedendaagse installaties. Kleren van de keizer waarmee ze beter gelijk kunnen stoppen. Zonde!

tefaf 15

Echt dus één groot, gigantisch museum waar ik van half twaalf ’s morgens tot sluitingstijd om 7 uur heb rondgedwaald. Met als gevolg wel behoorlijk brandende voetjes. Maar voor de kunst moet je wat overhebben. Tot volgende week.

TOOS

Minimal art in een minimaal blogje


Zoals ik vorige week al meldde is het internet een paar weken even geen onderdeel van mijn leven. Daardoor is een wekelijkse uitgebreide blogaflevering  enigszins problematisch. Maar een heel kort, van te voren klaargezet blogje is geen probleem. Daarom leek ’t me wel leuk die paar weken op te vullen met een uitspraak over de kunst en wat foto’s. Hierbij dus.

Hilton Kramer, Amerikaans kunstcriticus (1928-2012):

“Des te minimaler de kunst, des te maximaler de uitleg.”

Die uitspraak is me uit het hart gegrepen. Goeie kunst spreekt genoeg voor zichzelf en al die uitgebreide, conceptuele en onbegrijpelijke kunstuitleg? Daar ga ik geen uitleg over geven!

Jan Schoonhoven (1914-1994)
Jan Schoonhoven (1914-1994)

Wat me gedurende de laatste paar jaar wel opvalt is dat de zogenaamde minimal art weer aan een revival bezig is op kunstbeurzen en in bepaalde galerieën.

Donald Judd (1928-1994)
Donald Judd (1928-1994)

Tot volgende week.

TOOS

35 Miljoen duur? Ach, alles is relatief!


In gesprek met bevriend galeriehouder op de PAN
In gesprek met bevriend galeriehouder op de PAN

Vorige week was ik nog in Amsterdam op de PAN. De Nederlandse en eenvoudiger pendant van de dure wereldbeurs TEFAF in Maastricht. Dus antiek in allerlei soorten, schilderijen van oude meesters en werken van hedendaagse kunstenaars. Eigenlijk was ik van plan daarover iets te schrijven. Want op de hedendaagse kunstbeurzen zijn allerlei ontwikkelingen gaande die duidelijk te maken hebben met het feit dat kunstkopers tegenwoordig hun portemonnee of creditcard wat minder snel tevoorschijn halen dan kunstverkopers eigenlijk wel graag zouden willen.

Georgia O'Keeffe, Red Hills, verkocht voor €35 miljoen
Georgia O’Keeffe, Red Hills, verkocht voor €35 miljoen
Georgia O'Keeffe op jongere leeftijd
Georgia O’Keeffe op jongere leeftijd

Maar toen kwam er ineens het nieuws dat in New York een schilderij van Georgia O’Keeffe was geveild voor, omgerekend vanuit dollars, 35 miljoen euro. Daarmee werd ze zomaar ineens de duurste vrouwelijke kunstenaar op onze aardkloot. Niet dat ze er zelf nog veel aan had. Want Georgia stierf in 1986, op de gezegende leeftijd van 98 jaar. Maar ze is al heel lang een van mijn favoriete kunstenaars. Een dijk van een wijf zogezegd. Dus daarom dacht ik “geen PAN maar Georgia O’Keeffe”. Die PAN is er volgend jaar ten slotte ook weer.

Een dijk van een wijf dus, zeker door haar schilderijen die ik hier en daar door deze aflevering strooi. Maar ook omdat ze in haar leven aardig wat strijd moest leveren om aan de kunsttop in Amerika te komen. Dat was in de eerste helft van de 20ste eeuw voor vrouwen beslist minder vanzelfsprekend dan voor mannen. Ga maar na, pas eind 19de eeuw was het voor vrouwelijke kunstenaars enigszins normaal geworden op de academies het mannelijk naakt te mogen tekenen en schilderen. Leidinggevenden, mannen dus, vonden dat ze die tere vrouwelijke ziel daartegen toch echt in bescherming moesten nemen. Over die strijd van de vrouwen zijn heel wat kunstverhalen te vertellen. Maar dat is misschien iets voor volgende keren.

Keeffe 4

Keeffe 5kopieToen Georgia in de jaren 20 begon met het heel vergroot te schilderen van bloemen of delen daarvan brak de hel los in behoudende kunstkringen. Want wat ze schilderde deed die mannen toch wel heel erg aan bepaalde vrouwelijk lichaamsdelen denken (zie hiernaast). Tja, en dat kon natuurlijk niet, dat was pornografisch. Kijk, dat mannelijke kunstenaars het vrouwelijk naakt op allerlei manieren exploiteerden in hun werk was logisch. Daarvoor waren ze ten slotte man. Maar als een vrouw erotische beelden maakte, althans in mannelijke ogen? Dan waren ze wel van god los. O’Keeffe  werd zelfs afgeschilderd als ‘een door sex geobsedeerde nymfomane’. Zelf heeft ze altijd ontkent dat haar werk een erotische inslag zou hebben. Dat verzon men maar. Zelfs toen in de jaren 70 de feministische beweging in Amerika haar kunst annexeerde en ook duidelijk in het seksuele vlak probeerde te trekken, protesteerde ze. Als de altijd onafhankelijk denkende kunstenaar weigerde ze in deze mening mee te gaan.

Museum van Georgia O'Keeffe in Santa Fe
Museum van Georgia O’Keeffe in Santa Fe

Overigens maakte ze ook heel ander werk dan die bloemen. Werk geïnspireerd door de natuur van de staat New Mexico waar ze jaren woonde en ook een eigen museum heeft in Santa Fe. Zelf heb ik die schedels ook zien liggen in de woestijn daar in dat deel van de USA. Amerikaanser kan bijna niet. Regelmatig kom je daar bij ranches zo’n koeienschedel tegen, gespijkerd aan het toegangshek. Dat heeft ook bij mij tot inspiratie geleid voor een schilderij dat nu ergens in Amerika hangt.

Georgia O'Keeffe, Cow Skull, Red, White and Blue
Georgia O’Keeffe, Cow Skull, Red, White and Blue
Toos van Holstein, Hades
Toos van Holstein, Hades

Natuurlijk is die 35 miljoen belachelijk veel. Dat soort bedragen slaat nergens meer op. Maar het doet me toch wel veel plezier dat “mijn” Georgia O’Keeffe nu de vorige vrouw met het recordbedrag zeer ruim heeft overtroffen. Dat was Joan Mitchell (1925-1992) die “maar” zo’n 10 miljoen euro haalde met het soort werk zoals hieronder.

 

 

Joan Mitchell, Granders carrieres
Joan Mitchell, Granders carrieres

’t Is maar waar je van houdt. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Het Nationaal Muiseum


logo van Muiseum
logo van Muiseum

Ben ik een beetje spellingsblind aan het worden? Muiseum? ’t Is toch museum? Nee hoor, die i extra staat helemaal op de goeie plek. Een museum dus van, voor en door muizen? Nou, in ieder geval wel met muizen. Maar wees gerust. Het is niet zoals ik een aantal jaren geleden in een tempel in India meemaakte. Een tempel, gewijd aan die diertjes, waar je alleen met blote voeten naar binnen mocht. Dan kon je ze lekker over je voeten laten lopen. Het krioelde er namelijk van de muizen op de tempelvloeren. Een heel speciale ervaring! Niks voor mensen die direct bovenop een stoel klimmen als ze een muis gewaar worden. Maar in dit Muiseum is dat beslist ook niet nodig. Alle muizen daar zijn namelijk gewoon heel erg tam en lief want heel erg plat en bewegingsloos stevig ingeklemd.  In kaders van 7 bij 7 cm. En als ze soms al driedimensionaal zijn, kunnen ze ook niet bewegen. Zielig? Valt best mee. Het zijn namelijk kunstmuisjes.

het nog virtuele Nationaal Muiseum
het nog virtuele Nationaal Muiseum

Een paar jaar geleden kwam Gerard van Hoogenhuyze op het idee een museum op te richten waarin alleen afbeeldingen van muizen mochten komen te hangen. En dan ook alleen nog op doekjes van 7 bij 7 cm of in kubusjes met ribben van dezelfde afmeting. Met dat idee begon hij kunstenaars te benaderen. Wilden die eventueel gratis zo’n muis maken voor het Nationaal Muiseum? Een museum trouwens dat nog alleen in zijn gedachten bestond. In de tussentijd hebben zo’n 300 kunstenaars een gratis muizenbijdrage geleverd, waaronder ook ik. Want dit vond ik zo’n origineel en creatief idee dat ik graag op het verzoek in ging. Nou zijn muizen niet echt groot, maar ze persen in een vierkantje van 49 vierkante centimeters? Mijn muis vond dat eigenlijk ook wat klein dus heb ik hem/haar, ik heb geen gender-onderzoek laten doen, maar flink laten brullen.

The mouse that roared
The mouse that roared

Want voor de titel van het schilderijtje moest ik namelijk denken aan “The mouse that roared”, de gelijknamige, komische film die rond 1960 in de bioscopen draaide. Met de grote komiek Peter Sellers in een dubbelrol als hertogin en als legeraanvoerder van een heel klein staatje in de Alpen dat de oorlog verklaard aan de VS.

Alle tot nu toe gecreëerde muizen staan op de website http://amusesmouseion.wix.com/amuses-mouseion maar een werkelijk bestaand Muiseum is er nog niet. Zoiets heeft namelijk heel wat muizenpootjes in de aarde. Kijk maar eens op die site en bewonder de verscheidenheid aan muizenafbeeldingen. Echt niet te geloven. Tot volgende week.

TOOS.

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein