Tagarchief: Niki de Saint Phalle

How nice to be in Nice


Een aantal jaren huurde ik aan de Côte d’Azur telkens een andere plek om daar zo’n drie maanden te kunnen werken. Tot er in Nice een appartement met ateliermogelijkheid voorbij kwam waaraan ik echt geen weerstand kon bieden. Dat ‘Palais de Venise’ uit 1908 was te aantrekkelijk. Middenin het echte Nice, het bruisende stadshart dat in de 19e eeuw vanuit het middeleeuwse deel sterk werd uitgebouwd. Een soort ‘Parijs in het klein, maar dan op z’n Italiaans’ zoals levensgezel dat dan kort en bondig uitdrukt.

links het Palais de Venise met de koepeltjes

Sommigen zoeken voor de rust een klooster, ik heb in Nice mijn retraite oord. Rust om te werken en rust om na te denken. Met voor de grofstoffelijke voeding, heel praktisch, ’s morgens een dagelijkse groente en fruitmarkt voor het Palais. Een beeld dat ’s middags een metamorfose ondergaat tot restaurantterrassen.

En kunstzinnige voeding? Geen probleem in een stad vol kunst en musea. Daarbij nog  heel vaak zon met een heerlijke temperatuur en de uitdrukking ‘leven als God in Frankrijk’ behoeft geen verdere verklaring.

Dat ik tijdens zo’n verblijf op bezoek ga bij Jean-Paul Aureglia, mijn galerist van Galerie Quadrige, met wie ik al jaren samenwerk, spreekt voor zich. Laat er deze maand nou ook nog een vernissage zijn! Logisch dat ik daar acte de présence gaf.

vernissage bij Galerie Quadrige

Logisch ook dat ik tijdens zo’n retraite af en toe wat kunstige bedevaartstochtjes maak. Zoals naar het MAMAC, het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain. Ik heb er vanwege mijn appartement in Nice altijd vrij toegang. Dus kan ik zomaar binnenlopen. Bijvoorbeeld om te zien of men ter verandering voor de vaste zaal van echte Niçois en kunsticoon Yves Klein (1928-1962) nog wat heeft gerommeld in de kunstopslag. Vooral van zijn beroemde, prachtig intens vibrerende Yves-Klein-blauw is ’t elke keer weer genieten.

zaal van Yves Klein in het MAMAC
werk van Niki de Saint Phalle in haar zaal

Niki de Saint Phalle (1930-2002) vind ik ook altijd zo’n bedevaartstochtje waard.  Voordat ze wereldberoemd werd door haar grote Nana’s heeft ze nog heel wat andere interessante en gekke dingen gedaan. Ooit gehoord van haar ‘schietschilderijen’? Google maar eens. Uit de grote collectie die ze naliet aan het MAMAC kan de curator nu te kust en te keurkiezen voor de ‘Nikizaal’.

Tijdens mijn MAMAC-rondgang stond ik plotsklaps voor werk van een Nederlander. Marinus Boezem (1934), één van de grondleggers van de conceptuele kunst in Nederland. Dat werk hing  op de tijdelijke expositie ‘Cosmogonies, au Gré des Éléments’. Een onbegrijpelijke titel? Ach, dat strookte dan gelijk met het ‘Wheather Drawing’s, 1969′ van Boezem. Een verzameling foto’s van met de hand getekende weerkaarten. Je moet er maar op komen!

Marinus Boezem, Wheather Drawings 1969

Nee, dan liever “Matisse&Picasso, la comédie du modèle” in het Musée Matisse. Een prachtig gelegen oude villa bij een groot olijfbomenpark en Romeinse ruïnes. Met voor mij opnieuw kostenloze toegang.

Musée Matisse

Dit jaar gaan die twee grote kunstenaars, zowel elkaars bewonderaars als enigszins na-ijverige concurrenten, er een kunstzinnige strijd aan. De al wat oudere maestro Matisse en macho en ego Picasso! Echt een prachtige tentoonstelling die een uitgebreidere beschouwing verdient. Maar voor nu laat ik ’t hieronder bij een paar foto’s, want mijn bedevaartjes voerden ook nog naar het Musée National Marc Chagall.

Matisse en Picasso naast elkaar: wat is van wie?

een imposante reeks steendrukken van Picasso

Dat werd ook wel weer eens tijd. Een mooi museum dat destijds architectonisch om een geschonken verzameling Bijbelse schilderijen van Chagall heen is gebouwd. Boeiend om er na wat jaartjes weer eens rond te lopen. Vooral door de extra expositie over Chagall’s plannen voor een door hem aan te pakken kapel. Die kwam er niet, terwijl zoiets wel lukte aan Matisse, Picasso en Jean Cocteau. Oei, oei, niet goed voor het kunstenaarsego!

voorstudie met knippen en plakken voor glas-in-lood ramen voor de beoogde kapel
een al verder gevorderde voorstudie
genieten op z’n Niçois op Place Garibaldi

Trouwens beslist een verhaal waard, die kapellen. Maar misschien komt dat nog wel eens. Nu eerst bijkomen van al die kunstbedevaarten op mijn favoriete plein Place Garibaldi.

 

Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

École de Nice en de luiheid van kunstrecensenten


MAMAC met een sculptuur van Niki de Saint Phalle ervoor

Je hebt de Haagse School, de Larense School, de goeie ouwe lagere school en in België de Latemse School. Of in Frankrijk de School van Barbizon en de École de Paris. Overal Scholen met een hoofdletter. Afgezien dan van die vertrouwde lagere school allemaal verzinsels van schrijvers over kunst. Die gedachte kwam in me op toen ik kort geleden in Nice in het MAMAC, het museum voor de moderne kunst, een overzichtsexpositie bezocht van de École de Nice.

Want ’t is natuurlijk lekker makkelijk als je een stelletje heel diverse kunstenaars die uit een bepaalde streek komen en heel soms ook nog in een overeenkomstige stijl werken allemaal in een achteraf verzonnen hokje te plaatsen. Onze chaotische wereld toch maar overzichtelijke ingedeeld in rubriekjes en tabelletjes is ten slotte wel zo prettig. Zo bestaat die School van Barbizon uit kunstenaars die voor het eerst  echt buiten gingen schilderen. In de buurt van Barbizon dus, niet al te ver van Parijs. Dat werd mogelijk door de uitvinding van de zinken tube in 1841. Eindelijk konden ze olieverf  langdurig bewaren. Een revolutionaire vinding die de kunstwereld definitief veranderde. Want zonder verftube geen impressionisten! Maar dat is een ander verhaal.

installatie van Martial Raysse op de tentoonstelling

Zo is ooit ook achteraf de École de Nice, de School van Nice, verzonnen voor een zeer diverse groep kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog. Kunstenaars die allemaal wel wat met Nice en omgeving hadden te maken. Omdat ik daar regelmatig verkeer, kan ik moeilijk om ze heen. Daar zorgt dat MAMAC wel voor. Dat is ’t aan zijn Niçoise stand natuurlijk verplicht die kunstenaars voortdurend in een mediterraan zonnetje te zetten.

Nana’s van Niki de Saint Phalle

Zelf heb ik dat al eens gedaan met Yves Klein (1928-1962) en zijn speciaal door hem ontworpen en gepatenteerde Yves Klein blauw. Ook kwam Niki de Saint Phalle (1930-2002) al wel ter sprake. Overgewaaid vanuit Amerika en door de liefde en de kunst aan de Côte d’Azur verbonden geraakt. Maar er zijn ook nog de beroemd geworden Ben (1935), Arman (1928-2005) en César (1921-1998). Naast diverse anderen die ’t niet wereldwijd hebben gemaakt. Het grootste deel ervan is trouwens al overleden. Maar sommigen van die nu ouwe knakkers schuurden al op jonge leeftijd tegen die École de Nice-groep aan  en houden zich nog steeds min of meer op de been. Dat weet ik omdat ik hun broze verschijningen nog wel eens meemaak bij vernissages van  Galerie Quadrige. De galerie waarmee ik al sinds de jaren 90 samenwerk. Maar wie hier in Nederland ooit heeft gehoord van Aloco, Monticelli of Viallat mag nu een vinger opsteken. Dat worden er vast niet veel.

Dit jaar zijn voor een aantal maanden twee verdiepingen van het MAMAC gewijd aan een overzichtstentoonstelling van de hogere en de lagere goden van de groep. Altijd is er van die hogere wel ’t nodige te zien in de vaste collectie. Maar nu heeft men de magazijnen eens heel goed doorgeplozen op meer. Interessant om te zien dat veel van die toen nog jonge kunstenaars vaak werkten met goedkoop afvalmateriaal om hun kunstdrang te kunnen uiten. Een soort recycling avant la lettre.

assemblages van diverse kunstenaars met restmateriaal

Zo begon Arman bijvoorbeeld meubels en oude muziekinstrumenten door te zagen en de losse stukken weer esthetisch met elkaar te verbinden. Dat werd zo gewaardeerd dat ’t uitgroeide tot zijn core-business.

de core-business van Arman

César had waarschijnlijk ooit in een grote pers een autowrak zien verfrommelen tot een groot metalen blok en bedacht dat dit ook kon met andere afvalmaterialen van metaal. En zie daar, César werd er bekend mee.

werk van César

Ben Vautier, maar zijn achternaam laat hij weg, zocht ’t in de jaren 60 meer in de meest maffe performances in de straten van Nice (https://vimeo.com/64392276)

Ook begon hij allerlei zelf verzonnen korte teksten op papier te zetten. En zie, nu sieren die de tramhaltes in Nice.

installatie van Ben
teksten van Ben bij de tramhaltes in Nice

En Yves Klein was behalve met zijn blauw ook al bezig met photoshoppen ver voordat de computer op onze bureaus terecht kwam.

Hoezo dus een School? Van Arman zag ik trouwens nog een installatie waarvoor hij in 1975 in New York zijn slaapkamer enigszins had verruïneerd met een bijl. Er zijn dronken popsterren onder de dope die ’t hem niet nadoen.

Best grappig, je moet ’t maar durven dat als kunst te tonen. Maar het interessante was dat ik gelijk moest denken aan onderstaande foto.

Een installatie uit 1998 van de nu wereldberoemde Engelse Tracey Emin. Ooit verkocht voor ongeveer een miljoen Engelse ponden. Duur bedje dus. Maar ja, bij de prijs inbegrepen waren wel een aantal gebruikte condooms. Toeval, die gelijkenis? Geen idee! Overigens wel een intrigerende gedachte. Tot volgende week.

TOOS

Tinguely, spelen als kunst


Jean Tinguely
Jean Tinguely

Als je alle interessante tentoonstellingen van dit moment in Nederland wilt zien, moet je kilometers gaan vreten en de tank van je auto zeker een paar keer volgooien. Tenzij je een fervent aanhanger bent van het openbaar vervoer. Maar ook dan blijven die kilometers er. Ga maar na. Alma-Tadema in Leeuwarden en Russische schilders in Assen. Over beide schreef ik al eens. Of Rodin in Groningen, De Lairesse in Enschede en “Het Vleiend Penseel van Caesar van Everdingen” in Alkmaar. Of toch maar liever de “Hollandse Meesters uit Boedapest” in Haarlem, Hercules Segers in het Rijksmuseum en Daubigny in het Van Gogh? Niet te vergeten trouwens de renaissanceschilder Fra Bartolomeo in het Rotterdamse Boymans Van Beuningen en “Hollanders in Huis” uit de Britse koninklijke collectie in het Haagse Mauritshuis. Hoezo keuzestress? Alleen bij het op een rijtje zetten hiervan krijg ik al de bibbers.

Maar één expositie heb ik hier bewust nog overgeslagen. Die wilde ik echt absoluut zien! De overzichtstentoonstelling “Machinespektakel” van Zwitser Jean Tinguely (1925-1991) in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Hieronder al vast een klein YouTube filmpje dat ik ervan maakte.

Voor die Tinguely kan ik echt bewondering opbrengen. Hoe die in de jaren 60 en 70 de kunstwereld letterlijk maar ook figuurlijk in beweging zette met zijn kinetische kunst, in één woord magnifiek.

Probeer ’t maar eens. Van schroot, tandraderen, motortjes en gewoon ouwe rotzooi  allerlei bewegende gekkigheid zodanig in elkaar lassen, schroeven en timmeren dat iedereen er gefascineerd naar blijft kijken. Want dat deed ie. Gewoon lekker ludiek spelen met spullen uit de oudijzerhandel. Al ruim voor de ludieke tijden van onze Nederlandse Provobeweging aanbraken en voordat de hippiebeweging op gang kwam. Heel goed de tijgeest aanvoelend zoals bleek uit populaire exposities in het Stedelijk in 1961 (Bewogen Beweging) en 62 (Dylaby). Ook ruim voordat de Beatles in 1964 hun eerste en enige optreden in Nederland in Blokker hadden. En voordat de Rolling Stones in datzelfde jaar zorgden voor een in een mum van tijd verbouwd Kurhaus in Scheveningen.

Heerlijk toch dat je als kunstenaar zo de tijdgeest kunt aanvoelen? Door met volstrekt idiote, zinloos bewegende machientjes al die toekomstige maatschappelijke veranderingen op een prettig gestoorde manier van te voren symboliseren. Ten minste, zo zie ik ‘t.

tinguely03
nooit zomaar ouwe rotzooi weggooien
tinguely04a
tekenmachine, door de toeschouwer zelf te bedienen

tinguely02a tinguely05

In het Stedelijk is in “Machinespektakel”zijn hele ontwikkeling vanaf eind jaren 50 mooi te volgen. Van klein naar steeds groter en ingewikkelder. Van zomaar naar meer symbolische lading. Van roestig schroot naar zwartgeschilderde installaties. Want dat vond Tinguely na verloop van tijd toch chiquer. En daarin kan ik hem alleen maar gelijk geven.

Mooi ook dat zijn levensgezellin Niki de Saint Phalle (1930-2002) in de tentoonstelling goed aan bod komt. De kunstenaar van de zogenaamde vaak meer dan levensgrote Nana’s. Opgeblazen vrouwenfiguren die nu over de hele wereld zijn terug te vinden.

Tinguely met Niki de Saint Phalle
Tinguely met Niki de Saint Phalle
kop beschilderd door Niki de Saint Phalle
kop beschilderd door Niki de Saint Phalle

Maar ook de kunstenaar die, voordat ze daarmee begon, al heel wat experimenten achter de rug had. Zoals haar schietschilderijen. Schietschilderijen? Ja, inderdaad. Maar dat is weer een ander verhaal dat nog wel eens ter sprake zal komen. Want ze heeft veel van haar kunst geschonken aan het Mamac, het museum voor de moderne kunst in Nice. En zoals je weet, verkeer ik daar nog wel eens.

Terug naar Tinguely. Want er moet bij die expositie toch nog wel een negatieve noot geplaatst worden. Er heerst namelijk in de Tinguely-zalen veel te vaak een serene rust. Waar is dat bijbehorende schuren en piepen, knarsen en kraken van zijn installaties? Dat is er dus meestal niet. Want het grootste deel van de tijd staat alles stil. Te oud, te fragiel, te versleten. ’t Mag allemaal niet meer te veel bewegen. Dan zou  er namelijk tegen het eind van de tentoonstelling in maart geen tentoonstelling meer over zijn. Dan zou alles als een vorm van recycling weer op één grote schroothoop kunnen worden gegooid. Alleen eens in de zoveel tijd begint er iets te bewegen. En dan moet je er ook snel bij zijn. Want tegen de tijd dat je met gezwinde pas  vanuit zo’n stille zaal in die ineens schurende en piepende ruimte aankomt, kan alles daar al weer zijn stil gevallen. Dat is echt jammer. Want zo heeft Tinguely het natuurlijk nooit bedoeld.

tinguely08

tinguely09
tekening van Tinguely
deel van de installatie Mengele-Totentanz, 1986
deel van de installatie Mengele-Totentanz, 1986

tinguely11

Maar elk nadeel hep ze voordeel. Zo moet je gewoon veel geduld opbrengen tot de volgende bewegingscyclus begint en kun je alles rustig laten bezinken. Ook een onthaastingstentoonstelling dus. Maar gelukkig kon ik toch nog het nodige filmen waarvan het filmpje bovenaan getuigt. Een uitgebreidere documentaire over deze expositie van Tinguely? Klik dan op de volgende link http://bit.ly/2iTwQEg . Tot volgende week.

TOOS

 

 

 

 

 

 

 

 

Gitareske kunst


Kunsthandelaar Ferrero heeft een deel van zijn grote collectie geschonken aan zijn stad Nice. Nou, dat is dan leuk voor Nice zul je misschien denken,maar  moet ik daar verder iets mee? Niet persé natuurlijk. Maar het leuke is wel dat ik daardoor vorige week onverwacht naar een werk met doorgezaagde gitaren stond te kijken .

ferrero1a

Kirke
Kirke

Een kunstwerk van de best redelijk wereldberoemde Niçoise kunstenaar  Arman (1928-2005.) In een nieuw museum in Nice dat aan die collectie van Ferrero is gewijd. En dat terwijl er op dit moment in Venetië ook een kunstwerk met gitaren is te vinden, maar dan van mij. Mijn Kirke die met haar rok van doorgezaagde gitaren en gitaarstukken gewoon lekker staat te staan in de Sala del Portale aan de Campo San Lorenzo.

Toeval? Zeker weten! Maar toch wel een heel frappant toeval waaruit opnieuw blijkt dat in de kunst alles al wel eens een keer is gebeurd. Ook met doorgezaagde gitaren dus. Het is eigenlijk net als kok spelen. Bij voedsel staat je een beperkt aantal ingrediënten ter beschikking, maar daarmee is een ongelooflijk aantal variaties te bedenken.

Nu zit er bij die gitaren van mij wel een verhaal. Zoals eigenlijk altijd bij mijn schilderijen en beelden. Een verhaal dat ik meestal voor mijzelf bewaar. Want kijkers, vind ik, moeten gewoon zonder verhaalbezwangering van mijn kant hun eigen ideeën kunnen vormen. Maar voor die gitaren maak ik hier nu even een uitzondering vanwege dat toeval.

Kirke, ook wel als Circe geschreven, is een tovenares uit de Odyssee van Homerus en woont op het eiland Aeaea. Ze vindt het wel spannend om mannen in beesten te veranderen. Letterlijk dus! Dat gebeurt ook met de scheepsbemanning van onze grote held Odysseus als hun schip na veel omzwervingen bij Aeaea aankomt. Zijn mannen worden veranderd in varkens, overigens wel met behoud van hun verstand. Om een lang verhaal verder kort te maken, onze moedige en slimme Odysseus weet, met een beetje hulp van de god Hermes,  Kirke die betovering ongedaan te laten maken. Maar daarvoor moet hij wel al zijn mannelijke charmes in de strijd gooien. Hij weet haar zo te  bespelen dat ze verliefd op hem wordt en hem zelfs nog kinderen baart. Vandaar dus die rok van doorgezaagde gitaren. Een metafoor voor dat bespelen van Kirke door Odysseus.

Kon ik ook zo’n verhaal bedenken bij die gitaren van Arman toen ik daarvoor stond? Nee, eigenlijk niet. Hij heeft destijds, als kunstenaar in de stroming van het Nouveau Réalisme, gewoon een compositie gemaakt van al die verzaagde gitaaronderdelen en dat was het dan. In die tijd, de jaren 60 en later, hebben heel wat van dit soort werken zijn atelier verlaten om verspreid te raken over de wereld. In zowel musea als particuliere verzamelingen. En zeker dus in die collectie van galerie eigenaar Ferrero die hem vertegenwoordigde. Op weg naar de Promenade des Anglais aan het strand ben ik heel wat keertjes bij Galerie Ferrero langs en soms ook binnengelopen. Met in de etalage en binnenin altijd wel werk van Arman. Of van Yves Klein, César of Niki de Saint Phalle, ook wereldberoemde Franse kunsticonen.

Espace Ferrero
Espace Ferrero

ferrero4 Maar nu is er dan sinds kort de Espace Ferrero met daarin werk van al die kunstenaars. Een gebouw grenzend aan de Cours Saleya. Dat zal veel toeristen weinig zeggen. Maar bij de naam Marché des Fleurs, de Bloemenmarkt, zullen vele ogen wellicht oplichten. Oh, daar! Ja, inderdaad, daar. In een groot pand waar destijds, zoals ik bij een bezoek wel eens heb ervaren, altijd ijverig stadsplanningambtenaren met mapjes onder de arm heen en weer liepen. Nu heerst er de serenere museumsfeer. Al weer een museum erbij dus! Nice begint als culturele hoofdstad van de Côte d’Azur ook een echte museumstad te worden. Naast alle andere aantrekkelijkheden die de stad al heeft.

still uit de Taiwanese video
still uit de Taiwanese video

Dat ervaar ik telkens weer als ik er voor een poosje in mijn atelier neerstrijk. Zoals nu. Even bijkomen van de Venetiaanse vermoeienissen voordat ik over een paar weken opnieuw richting Dogenstad ga. Voor het einde van mijn expositie daar en voor de Biënnale. Want daar heb ik nog maar een klein stukje van kunnen zien. Wel zag ik al de landenbijdrage  van Taiwan. Een video waarin een bepaald muziekinstrument een belangrijke rol speelt. Je mag één keer raden welk. Heel goed, een gitaar! Een opvouwbare nog wel. Toch wel frappant, al die kunstige gitaren. Tot volgende week.

TOOS