Tagarchief: Noord-Holland

Een eeuw later opnieuw The Roaring Twenties


Bergen

Een jaar later dan bedoeld zit ik nu in het Noord-Hollandse Bergen. Want wie had kunnen bevroeden dat ‘The Roaring Twenties’, het pré-corona verzonnen thema voor de Kunst Tien Daagse van Bergen 2020, zo toepasselijk zou worden? Niemand, denk ik. De Roaring Twenties uit de 20e eeuw kennen we. Maar dat onze 21ste eeuwse Twenties zo ‘Roaring’ zouden beginnen? Verzin ’t maar eens. Een corona-epidemie met alle onbekende en nare gevolgen en beperkingen van dien. Het platleggen van de hele culturele sector. En dus het afgelasten van die K10D in dat bekende kunstenaarsdorp. Je weet wel, het Bergen van de beroemde Dichter des Vaderlands avant la lettre Adriaan Roland Holst (1888-1976), het dorp van de kunstenaars van de bekende Bergense School en niet te vergeten de woonplaats van Charley Toorop (1891-1955), een van mijn vrouwelijke schildershelden.

Charley Toorop geschilderd door Mathieu Wiegman, een van de grondleggers van de Bergense School, museum Kranenburgh in Bergen

Maar goed, nu zit ik er wel, zij ’t een jaar later. Hoewel we met dat Roaring door Covid-19 toch nog wel even bezig zullen zijn. Maar gelukkig kon ik zo’n anderhalve week geleden toch mijn bus naar binnen rijden in de ouwe koeienstal aan de Voert 9. Om mijn aandeel aan de groepsmanifestatie StalKunst9 al grotendeels te kunnen inrichten. Lees maar in de vorige aflevering. Afgelopen vrijdag bracht ik nog wat finishing touches aan en toen kon de zaak los.

deel van de stal met helemaal achterin mijn aandeel met o.a. het grote drieluik Specchio

Met afgelopen zaterdag toch al dik 400 en zondag meer dan 1000 bezoekers. En met ook al de eerste verkopen. Zoals aan een vrouw die haar eerste kunstaankoop ooit deed. Voor haar een absolute kick en daardoor ook voor mij.

het plakken van de rode stip als teken van ‘verkocht’

Maar ook met de ontmoeting met een man die drie jaar geleden, toen ik voor ’t eerst deelnam aan StalKunst, weg was van een bepaald schilderij. Nu was hij er weer en wilde weten of ik dat werk nog had. Over incubatietijd gesproken! Of wat te denken van de 90-jarige man die, zo vertelde hij, al jaren weg is van mijn kunst en alles over mij verzameld omdat hij niet het geld heeft iets te kunnen kopen. Dat ontroert. Net zoals de komst  van bekenden en vrienden van overal uit het land die langskwamen om te kijken. En dan nog die filmopnamen voor RTV Noord-Holland. Wat daarvan gaat worden uitgezonden? Geen idee, dat komt einde vrijdagmiddag pas.

tv-opname voor RTV Noord-Holland

Maar zelf wil ik natuurlijk ook graag ronddwalen langs al die verschillende adressen in Bergen en Bergen aan Zee. Waar ik weet wel niet hoeveel beeldende kunstenaars hun werk tonen. In een ouwe koeienstal dus bijvoorbeeld. Of in hotels, de brandweerkazerne, leegstaande gebouwen, restaurants, galerieën, winkels, privéhuizen, oude villa’s, tuinen en landgoederen. Je kunt ’t zo gek niet verzinnen of er is kunst te vinden tijdens de K10D. Overigens wel rijp en groen door elkaar, dat moet ook gezegd. Enige ballotage door de organisatie zou volgens mij beslist geen kwaad kunnen. Hier wat sfeerimpressies van tot nu toe.

ergens in het centrum van Bergen
in Bergen aan Zee

Oh ja, en dan nog dat thema van The Roaring Twenties. Behalve dat Museum Kranenburgh een expositie onder die naam toont, kon ik daarvan maar heel weinig terugvinden.

Zelf heb ik er nog een kleine installatie aan gewijd met daarin twee in aluminium gegoten meisjes. Waarin ik het verschil wil uitdrukken tussen arm en rijk.

Want die Roaring Twenties van een eeuw geleden hebben dan wel dat etiket van fris, vrolijk en de charleston gekregen, maar het verschil tussen arm en rijk was toen natuurlijk wel heel groot. Een kwestie die, jammer genoeg, in onze twintiger jaren wel eens opnieuw een groot thema kan worden. Eigenlijk een gotspe dat dit in onze zo welvarende Westerse landen nog ter sprake moet komen. Maar dat terzijde.

Voorlopig ben ik tot en met komende zondag 31 oktober nog in mijn koeienstal te vinden. Tussen de andere deelnemende kunstenaars. Elke dag van 11 tot 17 uur. Welkom, welkom!!

Tot volgende week.

TOOS

K10D Bergen (NH), here I come!


In 2020 kon ’t allemaal niet doorgaan. Iets met een virusje en een pandemietje. Maar nu wel. Dankzij de inventiviteit, denkkracht en doorzettingsvermogen bij fundamenteel onderzoek van een groep slimme wetenschappers.  Daardoor lag de kennis voor een nieuw vaccin voor het grijpen en klinken de fileberichten ’s morgens weer bijna als vanouds. Ook kan nu wel de 10e en dus jubileumeditie van StalKunst9 bij de 28e editie van de K10D van Bergen doorgaan. Van vrijdag 22 tot zondag 31 oktober.

Toch even voor de duidelijkheid, dat K10D staat voor de Kunst Tien Daagse die sinds 1993 jaarlijks in dat bekende kunst en kunstenaarsdorp Bergen in Noord-Holland wordt georganiseerd. Op allerlei locaties binnen en buiten het dorp en ook in Bergen aan Zee. Alleen vorig jaar dus even niet. Maar nu is er dan toch voor de tiende keer die manifestatie Stalkunst9. In een oude koeienstal aan de Voert 9 in het buitengebied van Bergen. Een koeienstal? Toos, wat doe jij in godsnaam in een koeienstal?

een gedeeltelijk overzicht van alle locaties, met midden onder de plek van Voert 9 bij die dichte verzameling vierkantjes

Dat was inderdaad ook de vraag die ik mezelf stelde toen Elisabeth Leyen begin 2018 vroeg of ik aan de door haar georganiseerde  expositie Stalkunst9 wilde meedoen. Hoe ik Elisabeth had leren kennen is een verhaal dat ik hier al eens vertelde. Mogelijk belandt daardoor misschien nog eens een kunstbijdrage van mij in het Rijksmuseum.

samen met Elisabeth in de stal, een paar dagen geleden

Maar om een lang verhaal kort te maken, ik ging met Elisabeth kijken aan de Voert 9, ging door haar enthousiasme en de , zeg maar, uitdagende ruimte overstag en deed in 2018 mee aan de 8e editie van StalKunst9. Naar alle tevredenheid, zowel vanwege de sfeer als het succes. Dus toen ze na afloop te kennen gaf mij er heel graag weer bij te hebben voor haar jubileumeditie wist ik ’t wel. Ja, leuk, doen! 2020 stond in de agenda genoteerd. Dat bleek uiteindelijk typisch een jaar om te deleten. Waardoor ik dus pas een paar dagen geleden opnieuw met mijn bus vorstelijk de stal binnenreed. Naar het achterste deel waar jaren geleden de koeien naar buiten liepen via de grote staldeuren.

mijn bus achterin de stal

Want dat achterste deel is weer ‘mijn’ ruimte. Waar ik kan doen en laten wat ik wil. En waar levensgezel gelijk na het uitladen zijn trapvaardigheid kon tonen. Om die staldeuren te behangen met een aantal blauwbeschilderde banners. Allereerst natuurlijk een prima eyecatcher voor de bezoeker die aan de voorkant binnenkomt. Maar ook een mooie achtergrond voor het grote drieluik dat we er nu op hebben hangen.

’t Was wel wat uren doorpezen om de inrichting voor het overgrote deel op een middag voor elkaar te krijgen, maar ’t lukte. Op openingsdag 22 oktober nog even wat herordeningen en aanvullingen en het volk mag toestromen. De organisatie van de K10D schermt met zo’n 40.000 bezoekers in die 10 dagen. Of die ook allemaal naar StalKunst9 komen? Dat zou wel heel bijzonder zijn. De locatie is in ieder geval elke dag open van 11-17 uur. Waarbij ik ga proberen om ook zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Want dat is nou juist een van de leuke aspecten daar. De geïnteresseerde bezoeker persoonlijk te woord kunnen staan. Maar ik wil toch ook graag zelf bezoekertje spelen op de andere plekken. Hoezo nieuwsgierig!

overzicht van de deelnemende kunstenaars aan StalKunst9 met links 2e van boven een van mijn mixed media uit ‘The 70-Series’

Intussen is de publiciteit al wel losgebarsten. In bijvoorbeeld de bij museum en galeriebezoekers ongetwijfeld bekende en altijd gratis verkrijgbare Kunst-&Museumkrant. De Noord-Hollandse uitgave is in een speciaal dik K10D nummer verschenen. Met daarin natuurlijk aandacht voor StalKunst9 en ene Toos van Holstein. Ook op internet kun je jezelf volledig verdiepen in dekunst10daagse.nl . Dat ik daarnaast de komende tijd mee in de bus ga blazen van de social media? Allicht! En let maar op mijn komende blogaflevering.

hier al vast een klein stukje van mijn expositiebijdrage, volgende week meer

Tot volgende week.

TOOS

Toos in ’t Rijksmuseum? Zou best wel eens kunnen!


Of ik het leuk zou vinden als er kunst van mij in het Rijksmuseum in Amsterdam te vinden zou zijn? Allicht! Maar Toos, dat Rijks is toch alleen voor ouwe en heel ouwe knarren die ook al heel lang dood zijn? En dat ben jij toch nog niet? Ja en ja. Maar ons Nederlandse kunstwalhalla is al een poosje bezig met een inhaalslag. Hedendaagse kunst mag een grotere rol gaan spelen. Om dus op de titel hierboven terug te komen en daarbij de titel van een oude James Bond film aan te halen, Never Say Never Again.

Of ik me met bovenstaande op drijfzand begeef? Nee hoor, zeker niet! Er zit zelfs een interessant verhaal achter. Een verhaal dat begint bij een bericht van ene Elisabeth dat een poosje geleden plompverloren in mijn digitale IN-bak viel en een daarop volgend bezoek van diezelfde Elisabeth aan mijn atelier.

samen met Elisabeth in mijn atelier

Maar eigenlijk begint dat verhaal nog heel veel jaren eerder. Bij de toen 11-jarige Elisabeth in haar woonplaats Bergen. Dat bekende dorp in Noord-Holland, vlak achter de ter plekke zeer hoge duinen. Een dorp met een groot kunstverleden. Bijvoorbeeld omdat Adriaan Roland Holst (1888-1976), destijds de Prins der Dichters, er woonde. Omringd natuurlijk door een grote schare bewonderaars en mededichters en schrijvers. En ook omdat een uitgebreide kunstenaarskolonie daar de stoot gaf tot het ontstaan van de Bergense School. Een artistieke stroming die een belangrijk hoofdstuk vormt in de Nederlandse kunstgeschiedenis van de eerste helft van de 20ste eeuw.

Roland Holst, geschilderd door Wiegman, 1934

Je kunt dus stellen dat de jonge Elisabeth opgroeide in een van cultuur doordesemde omgeving. Adriaan Roland Holst, Jani voor haar met zijn intimi-naam, kwam vaak bij haar ouders over de vloer. Matthieu Wiegman, één van de belangrijkste figuren binnen de Bergense School, woonde bij hun op het erf en had daar ook zijn atelier. Eigenlijk logisch dus dat beide kunstenaars iets maakten voor het poëzie-album dat Elisabeth kreeg op haar 11de verjaardag.  En daarmee de basis legden voor een kunstqueeste van Elizabeth. Eerst in Bergen en later door heel Nederland. Een queeste die nog steeds voortduurt.

Nu, zo’n 55 jaar later, is dat eerste poëzie-album uitgegroeid tot een serie unieke kunstboeken. Met als opzet een werk van een bekend kunstenaar op de ene pagina en op de andere een begeleidende tekst van óf die kunstenaar óf een dichter/schrijver. Wel alles origineel natuurlijk, geheel en al speciaal voor dat album. Wat namen naast die twee eersten? Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek, Neeltje Maria Min, Juul Deelder, Simon Vinkenoog, Remco Campert, Adriaan van Dis en Ivo de Wijs als dichters/schrijvers. Niet de minsten dus. Dat een aantal van hen al overleden is? Dat geeft aan hoe lang Elisabeth al met haar project bezig is.

Bij de beeldende kunstenaars is ’t van hetzelfde laken en pak.  Ans Wortel, inwoonster van Bergen met ooit een expositie in het Stedelijk Museum Amsterdam en met door het Rijksmuseum aangekocht werk. Nu onterecht wat weggezakt in de aandacht. Jan Wolkers , als schrijver in feite nog beroemder dan als kunstenaar. Herman Gordijn, met net een prachtige expositie in het nieuwe museum MORE in Gorssel. Of Anton Heijboer van wie nu een tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum gaande is. Wie kent ‘m niet vanwege vooral zijn levensstijl? En wie kent niet de zelfs wereldberoemde schrijver en illustrator Dick Bruna met zijn Nijntje? Een maand voor zijn dood maakte hij nog met veel plezier een bijdrage voor Elisabeth.

bezig met mijn tekst in het album

tekst af en al vast een oefentekeningetje

Maar veel namen in de albums behoren gelukkig bij nog springlevende kunstenaars. Kees Verkade, Matthijs Röling en Armando. Sam Drukker en Jeroen Hermkens, beiden verkozen tot Kunstenaar van het Jaar. Of theaterman Herman van Veen. Schildert die dan? Jazeker. Er hangen werken van hem in galerie Onze Lieve Vrouwe in Maastricht waar ook schilderijen van mij zijn te vinden.

Nu mag ik dus ook mijn naam toevoegen aan dat illustere rijtje. Want dat was natuurlijk het verzoek van Elisabeth in dat in het begin genoemde mailtje. Of ik ook een bijdrage wilde leveren? En dat deed ik dus. Twee zelfs, zodat ze nog een keus had ook. Iets dat ik ook vaak doe bij opdrachten. Dan maak ik twee schilderijen opdat de opdrachtgever/geefster een keus heeft.

de aquarel van de twee die ’t niet geworden is

mijn uiteindelijke bijdrage in het album

Blijft over dat Rijksmuseum. Want het is Elisabeth’s bedoeling haar uiteindelijk tot zeven albums uitgegroeide verzameling aan het Rijks te schenken. Als ze dat willen hebben natuurlijk. En ze zouden natuurlijk wel gek zijn dat te weigeren. Want is Elisabeth in de loop der jaren niet al drie keer op verzoek van de redactie van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ in dat kunstprogramma opgetreden? Met die albums! Trouwens, wat ze in haar hoofd heeft zitten, dat zit niet enz…. Daarvoor ken ik haar nu wel goed genoeg. Zeker na onlangs nog een heerlijke Surinaamse maaltijd bij haar thuis in Noord-Holland. Tot volgende week.

TOOS

Een’ Tour de Toos’ in plaats van Tour de France


 Martinikerk, Franeker
Martinikerk, Franeker

Kesk-Art, Bolsward
Kesk-Art, Bolsward

 Het spektakel van de Tour de France is in zijn laatste week. En dat het een spektakel is, heb ik tijdens mijn “schildersverblijf” in Nice kunnen meemaken toen daar zo’n twee weken geleden de ploegentijdrit werd verreden. Drie dagen lang  lag de beroemde boulevard Promenade des Anglais en dus ook het verkeer volledig overhoop. Maar ja, een stad moet er natuurlijk wel iets voor over hebben om die Tour te mogen ontvangen.

Dan is het toch aangenaam rustiger bij de, overigens veel langer durende, Tour de Toos. Bestaat die dan? Jazeker! Maar wel alleen dit jaar. Want toevalligerwijs is er deze zomer werk van mij te zien op vier locaties in het noordelijk deel van Nederland. Om die alle vier te bezoeken kun je dus etappe- gewijs een soort Tour de Toos uitzetten in een geheel persoonlijke volgorde. Als de etappeplaatsen Franeker, Grou en Workum in Friesland en Nibbixwoud in Noord-Holland er maar in op zijn genomen. Voor herkenningspunten heb ik hier wat plaatjes van expositieruimten rondgestrooid.

Museum Art-Land, Nibbixwoud
Museum Art-Land, Nibbixwoud

Het overkomt een kunstenaar niet vaak dat er tegelijkertijd zoveel exposities draaien met werk van haar of hem. Voor mij is ’t in ieder geval de eerste keer. ’t Was dan ook wel een kwestie van doorwerken en alles logistiek goed organiseren om dit voor elkaar te krijgen. Maar met het resultaat ben ik beslist tevreden.

04 KunstKrant En juist omdat dit zo bijzonder is, is er ook een twee pagina’s groot artikel over mij en mijn werk verschenen in het juli/augustus nummer van de KunstKrant. Dat is een kunstblad met grote oplage en  verspreiding over heel Nederland. Bij galeries, musea, culturele centra, enz. Niet slecht dus. Zeker niet omdat de voorpagina ook nog eens geheel in beslag wordt genomen door een schilderij van mij (zie foto).

Dit artikel met foto’s is een grote ruimtevreter en daardoor niet zo geschikt voor dit blog. Maar voor de nieuwsgierigen kan ik het volgende doen. Vraag het artikel gewoon even aan via mijn e-mailadres toos@toosvanholstein.nl  en ik stuur het toe als een pdf-je. Alle gegevens over de verschillende tentoonstellingen staan er ook in opgenomen. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag