Tagarchief: NPO

TOOS10 en de Afgeleiden van Fort Rammekens


Fort Rammekens bij Vlissingen

Van ’t een komt ’t ander en van ‘Dante700’ van de afgelopen twee weken dus zomaar een ‘TOOS10’.Echter, vrees niet, want via TOOS10 komt binnenkort zomaar weer een volgende Dante700 met persoonlijke bespiegelingen te voorschijn. De reden voor dit heen en weer gedoe? Juist deze week heb ook ik een mooi getal te vieren. En dat nog wel bij leven. Terwijl voor Dante700 de grote poëet Alighieri, Dante Alighieri, toch echt 700 jaar dood moest zijn.

Tien jaar geleden namelijk, om exact te zijn op de zonnige en warme zaterdagmiddag 23 april van 2011 n.C., vond de opening plaats van mijn anders dan andere expositie ‘TOOS’. In het oude Fort Rammekens. Aan de monding van de Westerschelde bij Ritthem en op een kanonschotafstand van Vlissingen. Een tentoonstelling met voor mij heel wat kunstzinnige gevolgen, heel veel Afgeleiden zogezegd, die nu 10 jaar later nog steeds doorwerken.

sfeerbeeld van de opening van ‘TOOS’ in Fort rammekens

Eerst wat voorgeschiedenis. Destijds beheerde het Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen dat rond 1550 voltooide zeefort, in opdracht van Staatsbosbeheer. Een uniek locatie waar heel wat gewelddadige historie overheen is gegaan. De directie van het muZEEum vroeg mij in 2010 of ik in de ruimten van het fort gedurende de lente en zomer  van 2011 een unieke tentoonstelling wilde creëren. JAAAA, dat wilde ik wel. Oh ja, nog een kleinigheid. Het muZEEum was arm als een kerkrat en kon geen financiële ondersteuning geven, wel hand -en spandiensten.

bezig in het grote bastion van Fort Rammekens

Dat werd dus, zoals ’t in huidig jargon dient te heten, een uitdaging. Een grote uitdaging zelfs. En dat niet alleen financieel, maar ook omdat ik er mijn corebusiness, om nog even bij het managersjargon te blijven, niet kon uitleven. Olieverfschilderijen in te koude, te vochtige en te zoute lucht zoals daar in dat fort? No way! Die konden een half jaar later beslist naar de stort. Stripmaker Marten Toonder legde in zulke situaties altijd de woorden, “Tom Poes, verzin een list”, in de mond van zijn legendarische held  Heer Bommel. Heel veel listen heb ik toen verzonnen.

Zoals het werken op alu-dibond. Een toen net opkomende techniek waarbij ik afbeeldingen op een dunne kunststofplaat met aluminium bedekking liet drukken waarop ik dan kon doorschilderen. Die kunstwerken  konden wel tegen een koud, vochtig en zoutig stootje. Zo verzekerde mij ZWF uit Bolsward ten minste. Volkomen terecht, kan ik nu wel constateren.

een van de ruimten waar alu-dibonds kwamen te hangen

Beelden, dat moest ook geen probleem zijn. Maar juist in die tijd was ’t heel populair bij bepaalde types om ’s nachts bronzen beelden uit openbare ruimtes en particuliere tuinen te roven en om te smelten. De bronsprijs lag namelijk lekker hoog! Geen brons dus, geen denken aan. Maar toen vond ik in Veghel het bedrijf Tenax dat ook beelden in allerlei kleuren kunststof goot. Ook weer geregeld. Afgezien van het feit dat ik nog wel even een model in was moest maken.

werkend in mijn atelier aan het wasmodel voor mijn ‘Alice’

Verder hoge steigers met banners? Waarom niet. Dekzeil van een boot? Vast atmosfeer bestendig.

de in kunststof gegoten meisjes
een van de kunstwerken op dekzeil

En handgeschept papier? Ja, natuurlijk. Dat wordt ten slotte met behulp van waterbaden gemaakt en moest een vochtige atmosfeer dus wel kunnen weerstaan. Uit dat idee is toen een reeks monoprints ontstaan. Net zoals een video over het maken daarvan (staat ook op mijn YouTube kanaal).

enkele van de monoprints

Over video gesproken, in die donkere krochten van het fort kon ik natuurlijk ook mooi van allerlei op de muren projecteren. Drie beamers hebben er uiteindelijk een half jaar lang overuren staan te draaien. Zoals met ‘TOOS-the movie’. Een woordenloze film van negen minuten over mij en mijn kunst. Met speciaal ervoor gecomponeerde muziek van vriend en saxofonist Frank Düring en gemaakt door vriend en NPO-cameraman Peter Havermans. Die voor programma’s als EenVandaag en Nova/Nieuwsuur heel wat reportages filmde. Voor het script verzonnen we een begin met een nog kleine Toos. Met een heel inventieve filmische overgang van jong naar nu. Kijk maar.

een paar fotomomenten van opnames voor TOOS-the movie

Of ’t met al die ideeën hard werken was? Nogal! Want over de installaties die ik ook nog in gedachten had, zal ik ’t maar niet hebben. Maar het werd een succes met duizenden bezoekers. Hier nog wat foto’s van die opening op 23 april 2011. Met een overzichtsvideo van het totaal. Van hetgeen ik in zo’n 10 verschillende ruimten van het fort had gecreëerd.

nog een paar foto’s van de opening
video van de expositie ‘TOOS’

En die Afgeleiden nu 10 jaar later? Natuurlijk mijn brochure ‘TOOS’ van 32 pagina’s en TOOS-the movie. Verder ben ik nog steeds ben ik bezig met mijn alu-dibonds. Er hangen de nodige in tuinen, op veranda’s, in huiskamers, dat blijft lekker doorgaan. Net heb ik ook weer voor de tigste keer nieuwe kunststofmeisjes, mijn kleine Alice’s laten gieten. Die blijven namelijk steeds maar nieuwe woonadressen vinden. Voor alle ervaringen die levensgezel en ik nog steeds meenemen vanuit de wereld van stichtingen, subsidies en sponsoren is nu geen ruimte meer. Dat worden misschien nog wel eens andere verhalen. Hoe dan ook, TOOS10 is voor ons op komende 23 april een trotse toost waard. Tot volgende week.

TOOS

Over fonteinen, de Oortwolk en de Heilige Martinus


één van de elf nieuwe fonteinen in Friesland

Een wat warrige titel? Klopt! En dat zit zo. Ruim een maand geleden, oftewel zo’n vijf blogs terug, verkeerde ik in onze Europese Culturele Hoofdstad van 2018. Leeuwarden dus. Om er de Reuzen-manifestatie uit Frankrijk te aanschouwen. De reis erheen verliep via de Afsluitdijk en tussenstops inHarlingen en Franeker. Twee van die bekende Elf Friese Steden. Maar waarom die tussenstops? De verklaring zit ‘m in fonteinen.

Kijk, die winterse Elfstedentocht kunnen we vanwege de warmere toekomst waarschijnlijk wel op onze buik schrijven, maar die steden willen natuurlijk toch wel een beetje in de toeristische running blijven. En vrijwilligers om die hele tocht elk jaar op heroïsche wijze zwemmend af te leggen zullen na Maarten van der Weijden waarschijnlijk dun gezaaid zijn. Maar daar hebben ze in Friesland iets op gevonden. Een Elffonteinentocht. In het kader van dat culturele hoofdstad zijn van Leeuwarden mochten de andere steden en stadjes ook meedoen. Ze kregen elk een fontein, ontworpen door een bekende, meestal buitenlandse kunstenaar. Over dat hele proces zijn op NPO zelfs drie documentaires vertoond (nog steeds terug te zien). Heel interessant op diverse manieren. Maar dat is een ander verhaal.

de walvis-fontein in Harlingen

Voor mij was dit een reden om onderweg al vast twee van de elf te bezoeken. Eerst die, op z’n Fries, in Harns en daarna die van Frentsjer. Die van Harlingen (zie foto hierboven) vind ik echt een sof. Een heel af en toe wat magertjes spuitende walvis in de Waddenzeehaven, veel te ver weg om te belopen en nog slecht zichtbaar ook. Jammer. Maar in Franeker wachtte een verrassing.

de fontein in Franeker waarover ik de uitleg sta te lezenWant waar stond daar die fontein? Precies op de plek waar ik in het verleden wel de auto parkeerde om schilderijen uit te laden voor mijn grote exposities in de Martinikerk. Zie daar dus die Heilige Martinus uit de titel. De Romeinse soldaat die bij een stadspoort van Amiens met zijn zwaard de helft van zijn Romeinse soldatenmantel afsneed om die aan een bedelaar te geven die het stervenskoud had. Heel wat middeleeuwse kerken, ook die in Franeker, benoemden hem tot schutspatroon.

de Martinikerk in volle glorie, nog zonder de fontein

In die prachtige 14e eeuwse pseudobasiliek had ik in 1996, 2004 en 2013 grote solotentoonstellingen in samenwerking met Anita van Os van galerie De Roos van Tudor. En dan moet je toch werk kunnen uitladen. ’t Liefst vlak bij de ingang. Nu dus de plek die defontein zich heeft toegeëigend. Op het verklarende bordje las ik waardoor de Franse kunstenaar Jean-Michel Othoniel zich voor zijn kunstwerk had laten inspireren. Namelijk door de in Franeker geboren wereldberoemde Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort (1900-1992) en zijn hypothese van de Oortwolk (klik maar hier voor meer astronomische informatie). Levensgezel, nog druk aan het fotograferen, bleek blij verrast bij mijn mededeling hierover. Goh, wat leuk, een fontein met wetenschappelijke inspiratie. En ja, met zijn natuurkundige achtergrond kende hij natuurlijk zowel Oort als de Oortwolk. Maar dat Oort in Franeker was geboren? Dat was nieuw voor hem.

Die Martinikerk heeft een dierbaar plekje in mijn hart. Vanwege die exposities en de vele uurtjes die ik er op mijn knieën doorbracht. Nee, niet om boete te doen. Maar wel om er op nog maagdelijk witte doeken delen van eeuwenoude grafstenen over te nemen met de rubbing techniek. Doek op de steen leggen en er dan met een oilstick overheen te wrijven. Zie onderstaande foto’s uit de verschillende jaren maar.

1996

2004

groot door mij beschilderd blauw zeildoek met de Heilige Christoffel (2004)

2013

Zo zie je ook gelijk mijn eigen verschillende jaargangen voorbij komen. Ik heb ’t altijd heerlijk gevonden er in de zomermaanden te kunnen werken en exposeren. Hierbij nog een paar foto’s van mijn expositie ‘Helden’ daar in 2013.

Prachtig toch, die kerk? En elke keer zo’n tienduizend bezoekers. Ook niet onaardig. Over die laatste expositie staat trouwens ook nog een filmpje op YouTube https://youtu.be/H3JmKOUojZQ. (als de video geblokkeerd blijkt deze link gebruiken)

En die resterende negen fonteinen? Die komen hier vast nog wel een keer voorbij. Tot volgende week.

TOOS