Tagarchief: Odyssee

Homerus en Dante bij mij te gast op Bevrijdingsdag 5 mei


mijn atelier aan de Korendijk 56

Of ’t echt waar is weet ik niet, maar het verhaal klinkt goed. Namelijk dat, toen in 1999 de maandelijkse KCRM (Kunst&Cultuurroute Middelburg) ontstond, een aantal winkeliers en de gemeente op het idee kwamen dit te combineren met ook een maandelijkse koopzondag. Die bestond nog niet in de Zeeuwse hoofdstad waardoor het op de Dag des Heeren meestal stervensrustig was in de stad. En dan wordt er door bepaalde lieden nog beweerd dat kunst weinig toevoegt aan de maatschappij, die zelfs ondergraaft en dat kunstenaars alleen maar hun hand ophouden voor subsidie. Over uilskuikens gesproken!

Maar of dat koopzondagverhaal klopt? Daarover kunnen de oprichters van de kunstroute vast wel meer vertellen. Ik kon pas mee gaan doen in 2002. Wat in ieder geval wel klopt is dat ‘onze’ kunstroute nog veel meer heeft veroorzaakt. Wat te denken van ‘VÓLkoren’ in het eerste weekeinde van juni?

VÓLkoren vorig jaar op het Abdijplein

Ooit een thema dat werd opgezet door het routebestuur, nu een grote zelfstandige organisatie die dit jaar op 1 en 2 juni zo’n 170 koren kan laten optreden. Reken maar dat het muziekplezier er weer vanaf gaat spatten op al die 27 verschillende locaties  in de stad.

Of wat te denken van ‘MIDDELBURG BOEKENSTAD’? Altijd op de 1e zondag van mei. Nu dus op Bevrijdingsdag 5 mei.

de boekenmarkt op de Markt voor het stadhuis

Ook zo’n onderdeel van de kunstroute dat al jaren zelfstandig draait. Het marktplein voor het prachtige gotische stadhuis is dan omgetoverd tot één gigantische boekenstal. Maar niet alleen daar.

Want diverse deelnemers aan de kunstroute gaan graag mee in dat boekengeweld omdat ze zelf ook ‘iets hebben met boeken’. Onder anderen mijn persoontje.

affiche van de routedeelnemers aan ‘Middelburg Boekenstad’

Dus is zondag 5 mei voor mij reden een aantal zeer gerenommeerde schrijvers uit te nodigen. Zoals de oude Griek Homerus. Niet de minste toch om uit zijn graf te laten opstaan? Of de Italiaan Dante Alighieri. Ook niet uit te vlakken in de wereldliteratuur vanwege zijn brede kennis over Hel, Vagevuur en Hemel. Over een paar Germaanse goden en wat katholieke heiligen heb ik ’t dan nog niet eens. Waarlijk een boeiend gezelschap dat ik graag laat praten via hun teksten en de steendrukken die ik maakte bij hun boeken en verhalen. Nieuwe boekuitgaven die ik maakte in samenwerking met uitgeverij La Diane Française in Nice.

stapel met ‘mijn’ boeken

Dat ik daarbij graag uitleg geef over de boeiende steendruktechniek spreekt voor zich. Eigenlijk heel jammer dat die meer dan twee eeuwen oude techniek in de kunst langzaam aan het verdwijnen is. Maar ja, werken in een grote pers ten koste van je rug, in samenwerking met een echte meester steendrukker, is natuurlijk wel iets anders dan in je uppie in een makkelijke bureaustoel gaan zitten photoshoppen.

aan het werk in de grote steendrukpers in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard
Toos van Holstein, steendruk Entrada

Misschien had de oplettende lezer bij dat jaartal 1999 als start van de kunstroute wel de associatie  ‘hé, da’s 20 jaar geleden’. Klopt dus helemaal! En reken maar dat we dit gaan vieren. Met een extra feestje.  Een speciale kunstmanifestatie in augustus in de eeuwenoude Abdijgangen en de geheimzinnige crypten onder het Abdijplein. In het echte hart van de oude stad met het mooiste plein van Nederland. Oké, misschien ben ik daarin enigszins bevooroordeeld maar kom dat idee dan zelf maar eens toetsen in augustus . Ik houd jullie op de hoogte van de ontwikkelingen. Tot volgende week.

TOOS

Wegwijzeren in het Walcherse Nieuw- en Sint Joosland


Ooit golfde er het water van de Westerschelde en nu hangt er mijn kunst. Waar? In Nieuw-en Sint Joosland.  Een gebied bij Middelburg dat in de 17e eeuw langzaamaan werd ingepolderd. Een gebied waar nog weer een paar eeuwen later een schooltje kwam, De Wegwijzer. Nu ook een gebied dat min of meer los gesneden ligt van Middelburg door de snelweg A58 richting Vlissingen. Dat Nederlandse Land’s End, ons eigen Cap Finisterra, ons eigen eenzame Eind van de Wereld als je die stoere binken van mariniers ten minste mag geloven. Die mannen die overal ter wereld gedropt moeten kunnen worden om deze wereld te helpen redden maar niet kunnen overleven in Vlissingen. Maar dat terzijde. Nu gaat ’t om dat oude schooltje dat al lang geen schooltje meer is.

Theater De Wegwijzer in Nieuw-en Sint Joosland

’t Is namelijk een theatertje geworden: Theater de Wegwijzer (https://www.theaterdewegwijzer.nl/). Opgezet door een paar eigenzinnige en bevlogen theaterdieren, Trudi Wams en Arnout Schop. En in het jaar 2004 ingewijd door nog zo’n ander eigenzinnig figuur,Youp van ’t Hek. Maar wat heeft dat alles met mijn kunst te maken?

theaterzaal met de plafondschildering van Reynier de Muynck en portretten van artiesten die er hebben opgetreden

Een paar weken geleden kreeg ik een berichtje van Trudi. ‘Toos, mijn muren zijn leeg, kun jij daar iets aan doen?’ Nu ken ik Trudi al weer wat jaartjes. Eerst doordat ik één, twee keer per jaar een voorstelling bijwoonde in De Wegwijzer. Waardoor ik bijvoorbeeld Freek de Jonge, als ik zijn woorden van destijds ten minste mag geloven, voor de eerste keer in zijn leven een gitaar op het toneel hoorde betokkelen bij een try-out. Dat heb ik daarna nooit meer waargenomen en ik kan best verklappen dat dit ook helemaal niet erg is. Maar ik leerde Trudi nog weer beter kennen toen ze in 2014 de Homerische rockopera ‘O die Zee’ in Fort Rammeken bij Ritthem organiseerde. Een overweldigend theatergebeuren waaraan ik ook een steentje mocht bijdragen met mijn serie schilderijen over de Ilias en Odyssee van Homerus.

In De Wegwijzer hebben Trudi en Arnout traditiegetrouw altijd een tijd lang werk van een door hen uitgezochte en bewonderde Zeeuwse kunstenaar hangen. Zoals dat van Ruden Riemens, een bekende Zeeuwse fotograaf die toevallig ook nog mijn één-huis-verder-buurman is aan de Korendijk. Of sinds een jaar dat van Frank van der Meijden. In een ander leven manager van de overbekende Zeeuwse band BLØF en nu succesvol met een geheel eigen vorm van kunstkastjes. Daarvan hing er dus al een hele poos een rij in de foyer van het theater. Tot er een hoteleigenaar voorbij kwam die zei ‘doe die mij maar allemaal’. En toen was de wand ineens leeg en kwam dat berichtje van Trudi aan mij.

twee vriendinnen voor het theater

Natuurlijk zei ik ‘ja’. Want ik vind Trudi een dijk van een wijf. Zeg nou zelf, een import Amsterdamse die het lef had om zonder subsidie samen met technische man Arnout een theatertje van 80 plaatsen te beginnen in een Walchers dorpje? Hoeveel mensen zouden dat aandurven? Daar werk ik graag mee samen!

bezig met het inrichten van de foyer

En het leuke is natuurlijk dat ik nu bij komende voorstellingen die ik in De Wegwijzer ga zien mijn eigen schilderijen kan zien hangen. Dat maakt het daar altijd gezellige borrelen achteraf alleen nog maar gezelliger. Zeker ook na de opmerking van Trudi die ik de avond na het inrichten ontving: ‘De foyer is zo mooi en kleurrijk. We zijn al een paar keer gewoon wezen kijken’. Tot volgende week.

TOOS

Homerus, Helden aflevering IV


De vierde en laatste aflevering in deze korte serie over mijn helden. Literaire helden wel te verstaan. Maar in dit geval dan toch ook weer oorlogshelden. Van een paar duizend jaar geleden en tot ons gekomen via overgeleverde teksten. Teksten en helden die mij inspireerden tot bepaalde schilderijen.

Wanneer ben je een held? In het oude Griekenland eigenlijk alleen maar als de goden dat toestonden. Die indruk kun je ten minste krijgen bij het lezen van de Ilias en Odyssee van Homerus. Bovenop hun berg Olympus maken die goden voortdurend ruzie met elkaar, spelen politieke machtsspelletjes en gebruiken de mensen als marionetten.

Achilles in de strijd om Troje

Het beleg van Troje duurt alleen maar tien eindeloze jaren vanwege onderling gedoe van de goden. Odysseus, de bedenker van het Paard van Troje, moet daarna ook nog eens tien jaar onderweg zijn om zijn heldendaden te verrichten. Dan moet je dus maar niet de gramschap van zeegod Poseidon op de hals halen. Wel krijgt hij daarbij weer hulp van Athene. Een dubieus bestaan dus, dat heldendom in de Griekse mythologie.

Toos van Holstein, Mythologie, olieverf 80-160 cm

Zoals hierboven al aangestipt, is dit in deze kleine serie voorlopig mijn laatste heldenaflevering. Die had ik weken geleden al klaargezet omdat ik wist dat een hele poos lang internet voor mij geen vanzelfsprekendheid ging worden. Maar ik ben weer terug  in het Zeeuwse land. Tot volgende week dus.

TOOS

Er is niet aan te ontkomen, aan die Grieken en Italianen


In deze globaliserende tijden heerst toch nog wel eens het gevoel dat we die Grieken en Italianen beter kwijt dan rijk kunnen zijn. Hoe kort is ´t nog maar geleden dat Grexit ineens een nieuw woord werd voor de dictionaire? Terwijl een paar weken geleden vanwege Italiaans politieke toestanden het begrip Quitalia in de media verscheen. Raar eigenlijk als je bedenkt dat we in onze Westerse beschaving behoorlijk wat te danken hebben aan de oude Grieken en Romeinen. Om van iets recentere Italianen als schrijver Dante Alighieri (1265-1321) en beroemde Renaissance kunstenaars als Leonardo da Vinci en Michelangelo maar niet eens te spreken. “Het kan verkeren”, zoals de lijfspreuk luidde van onze 17de eeuwse Nederlandse dichter en toneelschrijver Bredero. En dat vind ik in dit geval toch eigenlijk een geval van jammer.

Dante op een fresco in de kathedraal van Orvieto

Want, ´t zal niet onbekend zijn, ik heb ten slotte goeie banden met de oude Homerus en zijn Ilias en Odyssee. Net zoals met Dante en z´n Divina Commedia. Boeken die ik, samen met andere kunstenaars, heb helpen illustreren. En schrijvers die heel veel anderen hebben geïnspireerd waardoor je ze om de haverklap tegenkomt in de kunst. Zeker in een land als Italië. Daar waar je bij wijze van spreken op elke straathoek wordt geconfronteerd met hun cultuur uit het middeleeuwse en nog veel verdere verleden. Zoals ik recent weer eens opnieuw ervoer. Want wie figureerde er in de fresco´s in de kathedraal van Orvieto die ik een paar weken geleden beschreef? Dante natuurlijk!

Nogmaals Dante in de kathedraal, nu op zijn tocht door de Hel in de Divina Commedia

En van wie zag ik enkele dagen daarvoor de invloed op eeuwenoude Etruskische urnen? Van Homerus!

het Etruskisch museum in Volterra

Ik liep toen rond in het Museo Etrusco Guarnacci in Volterra. Eén van de oudste steden van Italië, midden in het gebied waar de Etrusken heersten voordat de Romeinen er de macht overnamen. Echt prachtig, dat museum. De Etruskische urnen vliegen je er bijkans om de oren. Allemaal van die kleine sarcofagen voor asresten, uitbundig versierd met prachtig gebeeldhouwde tableaus. Van bijvoorbeeld, zo werd me totaal onverwacht duidelijk, scènes uit de Odyssee. Zoals die waarbij Odysseus zich aan de mast van zijn schip heeft laten vastbinden.

Hij wil namelijk wel het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen horen terwijl zijn bemanningsleden uit veiligheid hun oren met was hebben dicht gestopt. Zelf heb ik daarover en ook over Homerus wel schilderijen gemaakt.

Toos van Holstein, Sirène, olieverf
Toos van Holstein, Homère, olieverf

Echt machtig om te zien hoe die Etrusken in hun eigen cultuur die van de Grieken verwerkten. Het gevolg van, natuurlijk, de globaliserende handel in die tijd. Nou ja, Mediterrane handel dan.

Homerus was trouwens niet weg te slaan uit mijn Italiaanse belevingen. Want in Orvieto in de middeleeuwse Palazzi Papali, de Pauselijke Paleizen, kwam ik hem opnieuw tegen. In wat ooit een uitgebreide bibliotheek was geweest.

de oude bibliotheek in de Palazzi Papali in Orvieto
Homerus en Vergilius boven mijn hoofd

En dat nog wel samen met de bekende Romeinse dichter Vergilius. Niet zo vreemd overigens want Vergilius zag zich zelf graag als de evenknie van Homerus. Toen was mijn cirkel ineens helemaal rond. Want is ´t niet Vergilius die Dante begeleidt op zijn tocht door Hel en Vagevuur in de Divina Commedia? Ook al weer iets waarover ik ooit zeefdrukken en schilderijen maakte.

Toos van Holstein, zeefdruk uit de serie bij de Divina Commedia
Toos van Holstein, Divina Commedia, olieverf

Waarom Vergilius niet mee mocht de Hemel in op Dante’s naarstige zoektocht naar zijn zo vurig aanbeden, vroegtijdig overleden Beatrice? Tja, een beetje orde moet er natuurlijk wel zijn. Vergilius (70 v.C-19 v.C.) kon per definitie geen christen zijn. Zie zijn sterfjaar maar. Dikke pech voor hem. Want zulke zielen konden nu eenmaal onder geen voorwaarde tot de christelijke Hemel worden toegelaten. Nee, hij moest ´t doen met Hel en Vagevuur. Die kende hij dan ook op z´n duimpje. Daar had ie geen TomTom voor nodig. Een prachtige truc dus van Dante om hem tot gids op zijn reis te maken.

Al dit soort business hebben we toch maar mooi te danken aan die Grieken en Italianen. Dus als je ´t aan mij vraagt? Geen Grexit, geen Quitalia. Tot volgende week.

TOOS

Carrara


Carrara. Een mythische naam in de kunstwereld en zeker onder beeldhouwers. Want komt daar uit de groeven niet het marmer vandaan waaruit Michelangelo zijn onvergelijkelijke ‘David’ en ‘Pièta’ beitelde! Lang geleden was ik er wel eens geweest, maar nu deed zich de gelegenheid opnieuw voor.

de ‘David’ van Michelangelo in het museum in Florence
de ‘Pièta’ in de Sint Pieter in Rome

Toen namelijk in de loop van april mijn Odyssee-kunstklus was geklaard (lees het blog van twee weken geleden), besloten levensgezel en ik vrienden te gaan bezoeken in het Toscaanse Marina di Massa en daar gelijk een korte vakantie aan te koppelen. Want vanuit Nice zit je via de Franse autoroute binnen de kortste keren aan de andere kant van de grens op de Italiaanse autostrada. Dan nog een paar uurtjes doortuffen langs de kust en daar is Marina di Massa al. Kilometers daarvoor kondigen opslagwerven en werkplaatsen langs de weg al aan dat er in die streek iets met marmer te doen is. En dan ineens zie je links hoog in de Apuaanse Alpen als doorslaggevend bewijs daarvan dat witte gesteente van de marmergroeven van Carrara liggen blinken in de zon.

Zoals gezegd een mythische plek en dat echt niet alleen vanwege Michelangelo of de net zo beroemde Bernini. Want ook de laatste heeft heel wat marmer vandaar naar Rome laten verslepen voor door hem ontworpen paleizen, voor zijn beelden en ook voor die beroemde Vierstromenfontein op de Piazza Navona.

de Vierstromenfontein van Bernini in Rome

Maar ver voor hen waren de Etrusken en later de Romeinen al bezig om er marmer uit de bergflanken te hakken. En wat dacht je van al die witte steen op het indrukwekkende Piazza dei Miracoli in Pisa met z’n Baptisterium, Duomo en die toren die al heel lang lekker scheef staat te staan?

de Piazza dei Miracoli in Pisa

 Waar zou die steen nou vandaan komen? Trouwens, hoe zit dat met die witte marmeren tegels in onze eigen badkamers? Of al dat marmer in van die protserig lelijke en smakeloos moderne paleizen en vergaderzalen in bepaalde landen, alleen maar bedoeld om indruk te maken? Grote kans dat er marmer bij zit uit Carrara. Of ook in die categorie, de Trump Tower in New York? Reken maar 100% van yes!

Logisch dus dat ik, nu die gelegenheid er was, mijn nogal versleten herinneringen aan Carrara van tientallen jaren geleden wilde opfrissen. ’t Was net of ze in al die tijd niks waren opgeschoten met afhakken. Zo gigantisch groot is ’t daar met nog steeds zo’n 300 marmergroeven die vaak familiebezit zijn. Niet alleen buiten maar ook binnen in de bergen. Met overweldigend hoge gewelven die door al het gehak en gezaag alsmaar groter worden.

Het is echt ongelooflijk wat mensenhanden daar met primitieve middelen in de loop der eeuwen hebben bereikt. Je kunt alleen maar heel grote bewondering krijgen voor die arbeiders van vroeger en er te gelijker tijd met afschuw aan denken. Hoezo Arbowetten en 8-urige werkdagen zoals tegenwoordig? Uitputtend lange werkdagen, slechte en gevaarlijke werkomstandigheden en simpele werktuigen. Probeer ’t je maar eens voor te stellen. Die ‘David’ van Michelangelo, gebeiteld uit één blok marmer, is meer dan 5 meter hoog.  Maar dat blok moest wel de steile berghelling af! Om daarna nog naar Florence getransporteerd te worden. Hoeveel pure spier en mankracht en hoeveel trekdieren en wagens zijn daar wel niet voor nodig geweest? Over primitieve wegen! Wat een klus. En zo ging dat eeuwen lang. Op nog bestaande oude foto’s krijg je een beetje een indruk van die Sisyfusarbeid  uit een tijdperk nog zonder elektrische drilboren, mechanische hijskranen en doordenderende vrachtwagens. Ik schat zo in dat de gemiddelde leeftijd van de werklui in de marmergroeven destijds niet echt hoog is geweest.

’t Schijnt daar in Carrara in de 19de eeuw ook een behoorlijk anarchistische bende te zijn geweest. Gevaarlijke en zwaar werk, dat wil en kan niet iedereen doen. Dus elk paar handen aan het marmer in plaats van aan het bed was welkom. Ook die van misdadigers die in de afgelegen groeven anonieme veiligheid zochten. Nu ziet ’t er allemaal heel geciviliseerd uit. Maar ’t levert nog steeds prachtige beelden op. Zeker als de hemel ook nog stralend blauw is.

Tot volgende week.

TOOS

Een Toosiaanse Odyssee


aan het werk in mijn atelier in Nice

Al ruime tijd geleden had ik mijn galerist in Nice, Jean-Paul Aureglia, een belofte gedaan. Een Odysseese belofte zogezegd. Ik ging op zijn verzoek voor zijn uitgave van de Odyssee twee volstrekt unieke exemplaren maken. Niet meer, niet minder, gewoon twee, maar dan wel  de twee enige op deze hele wereld!Met alleen originele en gesigneerde tekeningen en mixed-media werken. Minimaal 24 per exemplaar. Want dat is het aantal delen in dichtvorm waarmee Homerus de beroemde avonturen van zijn Griekse held Odysseus heeft verwoord. Ik strooi er hier zo wat van die tekeningen tussendoor.

Voor zo’n klus moet je echt wel gaan zitten, dat gaat niet even tussen neus en lippen door. Reden om mij in maart en april af te zonderde in mijn atelier in Nice. Even geen Nederlandse kunstruis om mijn hoofd, maar de rust om ongestoord en geconcentreerd te kunnen werken.

Eerst nog kort het volgende. Dat ik multiples heb gemaakt voor Jean-Paul’s met de hand gezette en gedraaide livre d’art van de Odyssee (oplage 140) is wel meer ter sprake gekomen. Maar die bijdrage bestond uit ‘slechts’ vijf steendrukken bij de delen 10 tot en met 14. Nu ging ik dus het totale epos te lijf. Niet echt volstrekt nieuw trouwens want ik had zoiets al eens eerder gedaan. Bij de Ilias namelijk. Dat andere mythische verhaal van Homerus over de strijd van de Grieken tegen de Trojanen. Ook daarvan bestaan er op deze wereld twee unieke exemplaren, vol met aquarellen van mij.

twee boeken dus elke keer een tweetal werken die op elkaar lijken maar in detail verschillen zoals uit de volgende foto’s ook wel blijkt

Nu was dus Odysseus aan de beurt. In de Ilias speelt hij al een kleine maar wel beslissende rol als bedenker van de list met het Paard van Troje. Daardoor valt de stad uiteindelijk na jaren strijd in handen van de Grieken. Maar dan krijgt Odysseus alle ruimte van Homerus om zijn eigen avonturen te beleven. En dat allemaal als speelbal van de goden. Met zeegod Poseidon die hem om allerlei redenen dwars zit, met godin Athena als zijn beschermengel  en met oppergod Zeus die ’t allemaal op z’n gemakkie aankijkt.

Eerst houdt de verliefde Kalypso, dochter van Atlas, hem een aantal jaren gevangen. Daarna steekt hij de levensgevaarlijke cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon, zijn enige oog uit, verkeert hij een aantal jaren bij tovenares Kirke, bezoekt de Griekse onderwereld en weerstaat het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen terwijl tussendoor zijn hele scheepsbemanning verdrinkt, wordt opgegeten of gedood. Dat alles terwijl op thuiseiland Ithaka zijn vrouw Penelope zich een groep opdringerige vrijers van het lijf houdt die haar allemaal wel willen trouwen. Maar zij blijft hem trouw. Dat hij intussen amoureuze  avonturen beleeft met Kalypso en Kirke? Ach, wie maalt daar om! Zo is dat nu eenmaal met mannen. Voor mij nam onze held eigenlijk steeds meer de vorm aan van vooral charmeur en charlatan. Dat ie dan bij zijn uiteindelijke thuiskomst na vele jaren nog even al die vrijers in de pan hakt om samen met Penelope oud te worden is voor het verhaal natuurlijk mooi meegenomen.

Maar voor Jean-Paul was dat nog niet genoeg. Want tijdens zijn bezoek aan de onderwereld voorspelt de blinde ziener Tiresias aan Odysseus dat hij ook volkeren zal ontmoeten die nog nooit de zee hebben gezien. Dat echter komt in de ons bekende Odyssee niet meer voor. Dus heeft Jean-Paul daarover nog vier ‘chants‘, helemaal in de vereiste stijl, bij laten maken door Homerus-kenner Jean-Louis Augé. Conservator van het Musée Goya in Castres, een museum waar ik ook nog wel eens heb geëxposeerd. Maar dat is natuurlijk weer een ander verhaal.

Zo heb ik uiteindelijk 28 chants elk tweemaal geïllustreerd met in totaal 64 werken. Wat je noemt een echte kunstklus. Die liggen nu allemaal in Nice en worden door Jean-Paul op de juiste plaats los ingeschoven in de twee klaar liggende boeken. Eén gaat er bij hem in de verkoop, één is voor mij. Dat exemplaar komt dus straks naar Middelburg. Of zal ik ’t maar gaan ophalen? Want een reisje naar dat Parijs in het klein op z’n Italiaans kun je moeilijk een straf noemen. Ik zie wel. Tot volgende week.

TOOS

Dante en Homerus te gast bij TOOS als Middelburg op 6 mei Boekenstad is


affiche van dit jaar

Eens per jaar op de eerste zondag in mei is Middelburg een echte Boekenstad. Vanuit verre streken, zelfs uit Vlaanderen, komen zo’n 130 handelaren in allerlei soorten en maten naar de Markt. Daar waar zich ook al heel lang één van de mooiste en grootste boekhandels van Nederland bevindt. De Drukkerij. Nog nooit bezocht? Dan mis je wat. ’t Is maar dat je ’t weet! Maar dat terzijde.

Zelf voeg ik ook het nodige toe. Maar dan wel in mijn atelier aan de Korendijk. Met als gasten onder anderen de Griek Homerus, de Italiaan Dante Alighieri, de goden uit de IJslandse Edda en heiligen als Sint Nicolaas en Catharina van Alexandrië? Best een interessant gezelschap, nietwaar?

embleem van de kunstroute

Die boekenmarkt is een spin-off van onze maandelijkse Kunst en Cultuurroute in Middelburg. Ooit een thema, dat uiteindelijk zoveel succes had dat de organisatie ervan na een aantal jaren op eigen benen kon staan. Maar die boeken zitten natuurlijk nog wel steeds in de genen van de kunstroute. Vandaar dat een aantal ateliers en galerieën zich zondag 6 mei ook werpt op het boek. Maar vanzelfsprekend wel kunstzinnig. Kijk maar op de website https://www.kunstroutemiddelburg.nl/.

Daar zul je dus ook mijn atelier aantreffen. Want naast schilderijen heb ik ook wel een en ander in huis op boeken in combinatie met kunst. Van de oude Grieken via de middeleeuwen tot aan vandaag de dag. En dat allemaal dankzij mijn Galerie Quadrige in Nice. Eigenaar Jean-Paul Aureglia blies er nieuw leven in uitgeverij La Diane Française die ooit al samenwerkte met nu dooie maar nog steeds beroemde kunstenaars als Salvador Dali, Leonor Fini en André Masson.

Hij stelde zich als levensdoel om naast nieuwe teksten ook eeuwenoude literaire pijlers onder onze hedendaagse Westerse beschaving uit te geven.  In de vorm van het livre d’art. Een in la douce France veel meer dan in Nederland voorkomend soort kunstboek. Uitgaven in zeer beperkte oplage, geïllustreerd met multiples. Originele kunstwerken zoals etsen, houtsneden, gravures, steendrukken en zeefdrukken. Allemaal losliggend en daardoor met het handje uitneembaar.

mijn ‘verzamelde werken’ in de boekenvitrine in mijn atelier

Bij dat levensdoel van Jean-Paul ben ik als kunstenaar nu al een flink aantal jaren betrokken. En daardoor kan ik dus mooi meespelen met Middelburg Boekenstad. Met zeefdrukken bij hoofdstukken uit de 14de eeuwse Divina Commedia van Dante. Met steendrukken bij de duizenden jaren oude verzen in de Ilias en Odyssee van bard Homerus. Met steendrukken bij de ook al heel oude Scandinavische sagen en legenden uit de Edda. Ooit in de 12de eeuw opgetekend in IJsland. En met steendrukken bij een paar heiligenlevens uit de Legenda Aurea.

zeefdruk bij de Divina Commedia
een steendruk bij de Edda

De Legenda Aurea? Ja! Een boek dat in Nederland niet zo bekend is, maar in de middeleeuwen het meest gelezen boek was na de Bijbel. Met uitgebreide levensbeschrijvingen van het gigantische aantal heiligen dat de Roomse Kerk in de loop der eeuwen had verzameld. Zoals onze eigenste Sint Nicolaas. Toen nog zonder zijn Piet. Verwacht in mijn afbeeldingen dus geen zwarte of in wat voor kleur dan ook geveegde of gestreepte helpers van hem.

Ook Santa Catharina, die zorgde voor mijn eerste voornaam, heb ik kunstzinnig onder handen genomen. Maar dan wel die van Alexandrië. Want het Toscaanse Siena heeft ook een 14de eeuwse heilige van die naam. Eveneens heel sterk vereerd, maar mij een te kwezelachtig typje. Nee, dan mijn naamgenoot Catharina van Alexandrië van rond het jaar 300!

een steendruk bij de levensbeschrijving van Sainte Catharina d’ Alexandria

Een zeer wijze, onafhankelijke, standvastige en gelovige vrouw die met haar heldere verstand zelfs mannen wist te overtuigen. Ga er maar aan staan! Maar ja, ze moest ’t wel met de marteldood bekopen. Volgens de legende dan natuurlijk. Kijk, dat zijn vrouwen die me inspiratie opleveren.

Benieuwd? Kom dan 6 mei naar de Korendijk 56. Daar krijg je niet alleen uitleg over die prachtige steendrukkunst maar kun je ook de bijbehorende livres d’art bekijken. Allemaal nog ouderwets met losse loden lettertjes met de hand gezet door Jean-Paul en pagina voor pagina op de handpers gedraaid. Wel in de Franse taal. Maar zoals gezegd, alle apart genummerde en gesigneerde bijbehorende multiples liggen er los in. En is kunst niet een soort universele taal? Tot volgende week.

bezig in het atelier van meestersteendrukker Rudolf Broulim bij Antwerpen

TOOS