Tagarchief: olieverf

Er is niet aan te ontkomen, aan die Grieken en Italianen


In deze globaliserende tijden heerst toch nog wel eens het gevoel dat we die Grieken en Italianen beter kwijt dan rijk kunnen zijn. Hoe kort is ´t nog maar geleden dat Grexit ineens een nieuw woord werd voor de dictionaire? Terwijl een paar weken geleden vanwege Italiaans politieke toestanden het begrip Quitalia in de media verscheen. Raar eigenlijk als je bedenkt dat we in onze Westerse beschaving behoorlijk wat te danken hebben aan de oude Grieken en Romeinen. Om van iets recentere Italianen als schrijver Dante Alighieri (1265-1321) en beroemde Renaissance kunstenaars als Leonardo da Vinci en Michelangelo maar niet eens te spreken. “Het kan verkeren”, zoals de lijfspreuk luidde van onze 17de eeuwse Nederlandse dichter en toneelschrijver Bredero. En dat vind ik in dit geval toch eigenlijk een geval van jammer.

Dante op een fresco in de kathedraal van Orvieto

Want, ´t zal niet onbekend zijn, ik heb ten slotte goeie banden met de oude Homerus en zijn Ilias en Odyssee. Net zoals met Dante en z´n Divina Commedia. Boeken die ik, samen met andere kunstenaars, heb helpen illustreren. En schrijvers die heel veel anderen hebben geïnspireerd waardoor je ze om de haverklap tegenkomt in de kunst. Zeker in een land als Italië. Daar waar je bij wijze van spreken op elke straathoek wordt geconfronteerd met hun cultuur uit het middeleeuwse en nog veel verdere verleden. Zoals ik recent weer eens opnieuw ervoer. Want wie figureerde er in de fresco´s in de kathedraal van Orvieto die ik een paar weken geleden beschreef? Dante natuurlijk!

Nogmaals Dante in de kathedraal, nu op zijn tocht door de Hel in de Divina Commedia

En van wie zag ik enkele dagen daarvoor de invloed op eeuwenoude Etruskische urnen? Van Homerus!

het Etruskisch museum in Volterra

Ik liep toen rond in het Museo Etrusco Guarnacci in Volterra. Eén van de oudste steden van Italië, midden in het gebied waar de Etrusken heersten voordat de Romeinen er de macht overnamen. Echt prachtig, dat museum. De Etruskische urnen vliegen je er bijkans om de oren. Allemaal van die kleine sarcofagen voor asresten, uitbundig versierd met prachtig gebeeldhouwde tableaus. Van bijvoorbeeld, zo werd me totaal onverwacht duidelijk, scènes uit de Odyssee. Zoals die waarbij Odysseus zich aan de mast van zijn schip heeft laten vastbinden.

Hij wil namelijk wel het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen horen terwijl zijn bemanningsleden uit veiligheid hun oren met was hebben dicht gestopt. Zelf heb ik daarover en ook over Homerus wel schilderijen gemaakt.

Toos van Holstein, Sirène, olieverf
Toos van Holstein, Homère, olieverf

Echt machtig om te zien hoe die Etrusken in hun eigen cultuur die van de Grieken verwerkten. Het gevolg van, natuurlijk, de globaliserende handel in die tijd. Nou ja, Mediterrane handel dan.

Homerus was trouwens niet weg te slaan uit mijn Italiaanse belevingen. Want in Orvieto in de middeleeuwse Palazzi Papali, de Pauselijke Paleizen, kwam ik hem opnieuw tegen. In wat ooit een uitgebreide bibliotheek was geweest.

de oude bibliotheek in de Palazzi Papali in Orvieto
Homerus en Vergilius boven mijn hoofd

En dat nog wel samen met de bekende Romeinse dichter Vergilius. Niet zo vreemd overigens want Vergilius zag zich zelf graag als de evenknie van Homerus. Toen was mijn cirkel ineens helemaal rond. Want is ´t niet Vergilius die Dante begeleidt op zijn tocht door Hel en Vagevuur in de Divina Commedia? Ook al weer iets waarover ik ooit zeefdrukken en schilderijen maakte.

Toos van Holstein, zeefdruk uit de serie bij de Divina Commedia
Toos van Holstein, Divina Commedia, olieverf

Waarom Vergilius niet mee mocht de Hemel in op Dante’s naarstige zoektocht naar zijn zo vurig aanbeden, vroegtijdig overleden Beatrice? Tja, een beetje orde moet er natuurlijk wel zijn. Vergilius (70 v.C-19 v.C.) kon per definitie geen christen zijn. Zie zijn sterfjaar maar. Dikke pech voor hem. Want zulke zielen konden nu eenmaal onder geen voorwaarde tot de christelijke Hemel worden toegelaten. Nee, hij moest ´t doen met Hel en Vagevuur. Die kende hij dan ook op z´n duimpje. Daar had ie geen TomTom voor nodig. Een prachtige truc dus van Dante om hem tot gids op zijn reis te maken.

Al dit soort business hebben we toch maar mooi te danken aan die Grieken en Italianen. Dus als je ´t aan mij vraagt? Geen Grexit, geen Quitalia. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Het Kasteel van Rhoon en ’t Gevaarlijke Kunstvirus


het Kasteel van Rhoon

Toen ik jaren geleden voor het eerst in de Verenigde Staten rond toerde, verbaasde ’t me ten zeerste dat bij nat weer ineens overal bij de ingang van warenhuizen en winkels van die borden te voorschijn kwamen met de tekst ‘Caution, wet floor‘. Voorzichtig, natte vloer.   Dat kon je toch gewoon zelf wel zien! Maar ja, stel nou eens dat erbij afwezigheid van zo’n bord iemand zomaar zou uitglijden en zich bezeren. Dan zou je als eigenaar best een proces aan je broek of rok kunnen krijgen wegens nalatigheid. ‘Typisch Amerikaans’ dacht ik toen. Tot ik nu in Nederland ook steeds meer van die stomme waarschuwingsborden zie verschijnen. Zou ’t dan toch waar zijn? Dat alles wat in Amerika gebeurt uiteindelijk ook overwaait naar Europa? Nu maar hopen dat dit niet geldt voor het verschijnsel ‘Trump’.

Wat dit met kunst heeft te maken? Dat is simpel. Want waarom zie je nou nergens bij musea en galerieën bordjes met ‘Beware of the art virus‘. Pas op voor het kunstvirus. Want dat kunstvirus is pas écht gevaarlijk! Raak je er in zo’n kunstzinnige omgeving eenmaal door besmet, dan blijf je daar je hele leven lang last van houden. Met alle bijbehorende diep ingrijpende gevolgen. Kijk, ik ben er gewoon mee geboren, ik weet niet anders. Maar levensgezel heeft die besmetting pas ruim na zijn 30ste opgelopen en is er dus nooit meer van af gekomen. Geen medicijn of therapie helpt. Hoe zich dat dan uit? Dat laat ik hier maar achterwege, dat zijn weer heel veel andere verhalen. Reken er in ieder geval maar op dat ’t je leven heel sterk gaat bepalen.

Voor dit verhaal is nu alleen van belang dat het kunstvirus ook besmettelijke eigenschappen heeft. Het kan makkelijk op anderen, die daar bevattelijk voor zijn, worden overgedragen. En daarmee komt dan dat Kasteel van Rhoon uit de titel, liggend in de plaats Rhoon bij Rotterdam, ineens in beeld.

met mijn auto bij het kasteel om schilderijen te brengen

Ooit heeft namelijk levensgezel in zijn enthousiasme een collega en tevens vriend besmet met het kunstvirus. Die op zijn beurt stak zijn vrouw er weer mee aan. Martin en Wilma, zoals ze heten, begonnen ook kunst te verzamelen. En niet alleen dat. Ze startten een aantal jaren geleden zelfs een eigen kunstinitiatief in hun woonplaats Ridderkerk. Imspa Productions (www.imspa.com). Als spin off werd daaruit ook nog een stichting geboren. De Stichting Grenze(N)Loze Kunst. Met weer als gevolg daarvan veel buitenlandse contacten, vooral in Italië. Want Martin kan zich daar, als halve Italiaan, taalkundig heel goed redden. Daardoor heb ik als eens in het Castello in Norcia (Umbrië) geëxposeerd en zijn een paar van mijn schilderijen door half Italië op rondreis geweest.

Nu hebben Martin en Wilma hun voorlopige magnum opus tot stand gebracht. De Triangle of Life. Een kunstevenement dat deze weken plaatsvindt in zowel Ridderkerk als de wijde omgeving ervan. Op allerlei locaties met kunstenaars uit allerlei landen. Een van die locaties is dus dat Kasteel van Rhoon. Een prachtig oud landhuis waar je én heel lekker kunt eten én ook van kunst kunt genieten. Op de gigantisch grote zolders die helemaal als galerie zijn ingericht. Daar hangt van mij de komende weken een groot drieluik van 2 bij 3 meter en het schilderij ‘She’ dat de voorkant van de uitnodigingskaart voor de expositie siert.

uitnodigingskaart

Afgelopen zondag 6 mei was de vernissage van die expositie die nog loopt tot 27 mei. Meer informatie hierover is te vinden op mijn website www.toosvanholstein.nl. Het gemeentehuis van Ridderkerk is overigens ook een van de locaties voor ‘Triangle of life‘ en ook daar hangt werk van mij.

de opening in Rhoon
met Martin en Wilma voor mijn grote 3-luik ‘Specchio’

Zo zie je maar waar besmetting met het kunstvirus toe kan leiden. Trouwens, wat mij betreft mag ’t vrijelijk rondwaren en steeds meer mensen besmetten. Dat is ten slotte alleen maar goed voor de kunst en de kunstenaars. Tot volgende week.

TOOS

In Heerlijckheid Diepenheim kunnen ze toveren


één van de eeuwenoude landhuizen in Diepenheim

Ooit in Diepenheim geweest? Met ongeveer 2700 inwoners het kleinste stadje in Overijssel met keiharde middeleeuwse stadsrechten. En met ook nog een zestal eeuwenoude kastelen en landhuizen in en rondom de plaats. Ze afficheren zich daar graag als de ‘Heerlijckheid Diepenheim, Stedeke van kunst, cultuur en natuur’. Over toveren wordt niet gesproken, maar dat kunnen ze er ook goed. Vooral in de maand oktober. Al sinds 2005. Dan weten ze namelijk een moment, iets dat per definitie maar erg kort duurt, ontzettend op te rekken. Tot zelfs 10 dagen. En dat noemen ze dan het Kunstmoment Diepenheim. Nou is ’t natuurlijk ook heel kunstig, dat oprekken. Maar ’t heeft ook echt met kunst te maken. Overal zijn dan namelijk tentoonstellingen, zowel binnen als buiten. Eigenlijk is het Stedeke zo tien dagen lang één grote expositieruimte. Dit jaar van 19 tot 29 oktober.

Deze inleiding kan natuurlijk maar één ding betekenen. Dat ik meedoe met dat Kunstmoment. Via Galerie Àlafran  waarmee ik alweer een hele tijd samenwerk. Een prachtige galerie, gewoon de mooiste in het stadje. Acht jaar geleden ontstaan door een oude bakkerij om te bouwen.

met de bus werk brengen naar Àlafran

Je kunt er lekker rondlopen door de diverse zaaltjes waar galeriste Irma Blank de kunstscepter zwaait. Voor het komende Kunstmoment zocht ze een paar kunstenaars bij elkaar die deze ruimten dan van schilderijen en beelden voorzien. Met daarbij dus ook werk van mij. Zie hieronder foto’s van een paar van die olieverven.

Bozzetto, Toos van Holstein

Maar er is die tien dagen dus nog veel meer gaande in Diepenheim. Met werk van meer dan 100 professionele kunstenaars op allerlei onverwachte plekken. Bijzondere huizen, kastelen, oude schuren, speciale buitengebieden, winkels, noem maar op. En vanzelfsprekend ook in ateliers van kunstenaars. ‘Met je hoed in je hand kom je door het ganse land’ heet ‘t, maar in Diepenheim kun je dat beter doen met een speciaal daarvoor uitgegeven plattegrond. Dat maakt het zoeken naar alle locaties in en rondom de plaats een stuk makkelijker.

Riva, Toos van Holstein

Bij die rondgang  kun je constateren dat men ook echt probeert Diepenheim op de kunstkaart te zetten. Ga maar na, er zit al jaren de bloeiende Kunstvereniging Diepenheim met een eigen, groot expositiecomplex. En recentelijk is daar het Drawing Centre Diepenheim bijgekomen. Want tekenen is wereldwijd al een flinke tijd weer helemaal terug in de actuele kunst. Meegaand met die trend is er dankzij heel veel subsidie nu in een  vroeger schoolgebouwtje dat Drawing Centre ontstaan. Volgens eigen zeggen ‘na New York en Londen het derde centrum ter wereld dat hedendaagse tekenkunst centraal stelt’. Ik geloof ze op hun woord.

Drawing Centre Diepenheim

Dat onder de al langer aanwezige kunstondernemers in het Stedeke hierdoor nogal wat gemor ontstond, is begrijpelijk. Want waar bleef hun subsidie voor al hun inzet voor de kunst? Waar bleef hun ondersteuning uit gemeentelijke, provinciale en staatsruif? Een heel bekend en veel voorkomend verschijnsel in de kunstwereld. Waarbij die kinnesinne ook nog regelmatig terecht is. Reken maar dat er over de wrijving tussen al die verschillende beeldende kunstcircuits heel wat verhalen zijn te vertellen.  Over de clubs en clubjes van geheel onafhankelijke galerieën, van galerieën die direct of indirect subsidiesteun ontvangen. Over die van kunstenaars die zelf hun broek ophouden en die van de kunstenaars in het subsidiabele circuit. Of over de circuits van de ‘echte’ en de ‘commerciële’ kunst. De aanhalingstekens geven aan dat dit niet specifiek mijn woorden zijn. Maar die verhalen laat ik hier achterwege. Daarom de komende keer over Venetië waar ik onlangs was. Dus tot volgende week.

TOOS

Inspiratie III


Ik heb even een pauzestop ingelast van een paar weken, waarbij internet achter de horizon is verdwenen. Maar van te voren heb ik wel een enkele korte afleveringen neergezet. Met schilderijen van mij waarvoor ik inspiratie opdeed uit de wereldliteratuur. Literatuur van en voor alle tijden.

Mag dan de klassieker ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll ontbreken? Nee, natuurlijk niet. Want als ik het kleine, nieuwsgierige meisje in mij niet blijf koesteren, zal dat ongetwijfeld ten koste gaan van inspiratie.

Alice, olieverf, 150 cm-120 cm

 

Alice

En zo was het dus ook. Ze was nu maar vijfentwintig centimeter hoog en haar gezicht vrolijkte op bij de gedachte dat ze nu de juiste lengte had om door dat deurtje te gaan naar die prachtige tuin…

(uit Alice in Wonderland, Lewis Carroll)

Tot volgende week.

TOOS

Vergankelijkheid van zowel kunst als kunstenaar


Dat een kunstenaar vergankelijk is, dat moge duidelijk zijn. We eindigen allemaal, dus zelfs ook kunstenaars, als een stel botjes in een kist of als een hoopje as in een urn. Maar kunst vergankelijk? Nou reken maar! Dan hoef je alleen maar te denken aan ‘onze eigen’ Johannes Vermeer (1632-1675). Na de 17de eeuw helemaal weggezakt in het kunstgeheugen van de Lage Landen. Tot de Franse kunstcriticus Théophile Thoré-Bürger in 1842 Vermeers ‘Gezicht op Delft’ zag in het Haagse Mauritshuis. Ja, toen hing ’t er ook al. Daarna pas begon Vermeers opmars naar zijn huidige status. Maar daar was dus wel een Fransman voor nodig.

Vermeer, Gezicht op Delft

Of denk aan, ook al weer ‘onze’, Laurens  Alma Tadema (1836-1912). Wereldberoemd in Engeland en Amerika, na zijn dood snel vergeten, een schilderij van hem rond 1950 bij de vuilnis gezet omdat ’t de koper ging om de lijst ervan, en nu laatst geëerd door een grote expositie in Leeuwarden. Met ook schilderijen die voor miljoenen weggaan op de veiling. Maar hoeveel weggezakte dooie kunstenaars zouden zo’n revival meemaken? Heel erg weinig.

Poen de Wijs

Ik kwam tot deze weemoedige overpeinzing vanwege een heel goede kunstvriend van me die een warm plekje heeft in mijn hart. Poen de Wijs (1948-2014, http://poendewijs.nl/), een paar jaar geleden veel te vroeg overleden en één van de beste realistische schilders kunstenaars van zijn generatie.

Poen de Wijs? Moet je die dan kennen? Dat zou best wel eens kunnen. Want hoevelen kennen er niet de eerste platenhoezen en affiches van die unieke muziekgroep Flairck. In 1978 in Nederland en later wereldwijd doorgebroken met LP en theatershow ‘Variaties op een Dame’. Meerdere gigantisch goed verkopende platen volgden. Met op de hoezen aquarellen van Poen. Hoe zijn werk daarop kwam? Dat is weer een ander verhaal.

hoes van “variaties op een dame” met aquarel van Poen de Wijs
meer hoezen van Flairck met werk van Poen de Wijs

Net als bij Flairck ontwikkelde Poen’s kunstcarrière zich voorspoedig. Met eerst die aquarellen, daarna olieverven en ten slotte acrylschilderijen. Aan kopers en exposities geen gebrek. Tot hij een aantal jaren geleden hoorde dat zijn levenshorizon ineens veel dichterbij lag dan vermoed. Een ernstige vorm van prostaatkanker met hooguit nog een paar jaar te gaan. Over vergankelijkheid gesproken!

Poen is toen heel intens aan de gang gegaan met zijn kunstzinnige nalatenschap. Onder andere door met filmer en fotograaf John Vijlbrief een reeks bijzonder interessante, Engelstalige iBooks te maken. Over zijn schildertechnieken,zijn tekeningen en steendrukken, zijn experimenten daarmee, zijn vindingen en zijn ideeën. Nu allemaal te koop voor een paar euro per stuk bij iTunes van Apple. Een absolute aanrader voor de schilderliefhebber! Zie hier het introductiefilmpje of https://youtu.be/JNVLYw2ozlk .

Maar hoe nu verder? Want hoe ging dat bij Vermeer? Bekend in Delft in een beperkte kring van klanten met een beperkt aantal schilderijen. Poen heeft heel wat meer werk nagelaten, vooral in Nederland. Bij ook een relatief kleine schare van particuliere bewonderaars. Hij werkte met maar een paar galerieën, zijn werk verkocht toch wel. Tegen behoorlijk hoge prijzen.

Alle Vermeer-elementen zijn dus aanwezig om Poen langzaam aan weg te laten zakken in de kunstvergetelheid. Want hoeveel kunstenaars telt de wereld tegenwoordig wel niet? En hoeveel daarvan zullen uiteindelijk eeuwige roem bereiken? Dat is natuurlijk maar voor een beperkt aantal weggelegd. Waarbij toeval ook een grote rol speelt. Staat er, zoals bij Vermeer, iemand op die een goed woordje voor je doet?

schilderij van Poen de Wijs

Daar heeft Poen de Wijs dan in ieder geval filmer John Vijlbrief voor. Die heeft zich heel gedreven ten doel gesteld Poen’s nalatenschap wijd en zijd zo groot mogelijke bekendheid te geven. Met een site, met die iBooks en ook met, zeer recent, een Nederlandstalige documentaire over Poen op YouTube: ‘De Schilder van het Realisme’ https://youtu.be/o7m9TY3cdL4. Kijken!

Verder moet een Engelstalige, van opzet andere versie de komende jaren op internationale documentairefestivals terecht komen. John wil Poen met zijn schilderijen meer op de wereldkaart zetten dan ooit het geval is geweest. En terecht. Poen was een fabuleus schilder.

In oktober komt er nog een expositie met nagelaten schilderijen en tekeningen van Poen bij galerie De Twee Pauwen in Den Haag. Voorlopig dus nog geen vergankelijkheid.

schilderij van Poen de Wijs

Ook niet voor Flairck trouwens, die groep treedt weer op in de theaters. Eigenlijk door de dood van Poen. Hij had namelijk een groep behoorlijke getalenteerde leerlingen die jarenlang wekelijks bij hem op zijn atelier kwamen. Toen zij van Poen’s naderende einde hoorden, organiseerden ze voor hem een grote, eenmalige theatervoorstelling. Met daarin artiesten waarmee hij in zijn carrière had samengewerkt. Met Mini&Maxi, Sjaak Bral, Fred Delfgauw en vele anderen. En dus ook met het uit elkaar gevallen Flairck. Laten die nu in de kleedkamer bij de voorstelling besluiten om weer samen te gaan optrekken! Goed gedaan, Poen. Tot volgende week.

TOOS

Poëzie II: in navolging van “Following”


Toos van Holstein, Following, olieverfschilderij 110-150 cm
Toos van Holstein, Following, olieverfschilderij 110-150 cm

Vorige week een gedicht van Vlaming Rob Van de Zande bij mijn brons “Pellegrinos”, nu een bij mijn olieverf “Following”. Een schilderij dat nu hangt bij een expositie van mij in het Duitse Viersen. Niet ver over de grens bij Venlo.

Dat Rob voor de tweede maal een gedicht maakte bij een werk van mij kan heel bijzonder genoemd worden. Daarin ben ik namelijk tot nu toe de enige kunstenaar die deze eer te beurt valt. Controleer ’t maar op zijn website http://robvandezande.blogspot.nl/.

Rob Van de Zande
Rob Van de Zande

Met de link http://robvandezande.blogspot.nl/2016/09/schilderij-van-toos-van-holstein-met.html ben je er gelijk. Bij dat gedicht. Maar ik heb het hieronder ook nog overgenomen.

Schilderij van Toos van Holstein met gedicht. (opgedragen aan Marjorie)

Versmeten gelijkt eeniedere tijd,

Als de minneklaroen jou niet luidt

En haar keel diep van koper slijt

Tot een nauw en rouwend geluid

Smoort alles met ’n stotend hart,

Alleen droppels van een ijzren slag

Komen uit verre heemlen gehard

En deuken wat aan ’t schone lag;

Zo is dat aan ieder ter hand gesteld,

En zo gaat alles rond mij ten buit

Aan ’n stilte bottend uit elk levensveld,

Als de minneklaroen jou niet luidt.

 

Tot volgende week als ik vermoedelijk weer boven de internetradarhorizon verschijn.

TOOS

TOOS en TINA als start bij Kunst en Cultuurroute Middelburg 2016


atelier Toos van Holstein aan de Korendijk 56, Middelburg
atelier Toos van Holstein aan de Korendijk 56, Middelburg

Vaste prik, die eerste zondag in februari. Dan begint weer een nieuw jaar voor de Kunst en Cultuurroute in Middelburg http://www.kunstroutemiddelburg.nl/. Zo ook nu, op 7 februari. Voor ik weet wel niet de hoeveelste keer, ik ben de tel een beetje kwijt geraakt. Maar dit jaar begint ’t op een heel leuke, wat andere manier. Ik ben namelijk de helft van mijn atelier kwijt. Of positiever uitgedrukt, die helft wordt in beslag genomen door een andere kunstenaar. TINA.

poster bij Zeeuwse gasten
poster bij Zeeuwse gasten

Al breinstormend was binnen het bestuur van de route namelijk het idee “Zeeuwse Gasten” ontstaan. Nodig in je eigen atelier een Zeeuwse collega-kunstenaar uit. Een tiental deelnemers zag dit wel zitten. Ik ook. Met TINA. Een heel goeie vriendin van mij in Middelburg die echt Zeeuwse sieraden en wandobjecten maakt. Met als inspiratiebronnen de Zeeuwse kust, het rijke Zeeuwse verleden en ook dat van haarzelf (http://zeeschuim.webklik.nl/page/home).

Wat ze gaat doen in mijn atelier? Ik ben zelf ook heel erg benieuwd. Er wordt nog hard aan gewerkt. Iets met netten, allemaal tafels die verschoven worden, mijn hele atelier gaat worden omgegooid. Maar hoe dan ook, had je heel vroeger Sjors en Sjimmie in de Panorama en later in Eppo, nu dus TOOS en TINA aan de Korendijk in Middelburg. Op zondag 7 februari en dan zelfs nog extra vroeg. Want de ateliers die meedoen aan “Zeeuwse Gasten” zijn vanaf 11.30 uur open. En daarna natuurlijk weer op iedere 1ste zondag van de maand, maar dan vanaf 13 uur.

Elk jaar is het weer een avontuur, die Kunst en Cultuurroute. Met de regelmatige bezoekers, maar ook de heel onverwachte. Zoals het Nederlandse echtpaar dat een weekend met de boot in de Middelburgse jachthaven lag, binnenkwam, op slag verliefd werd op een groot bronzen beeld van mij en het gelijk maar meenam. Of zoals de bezoekers uit Vlaanderen, uit Duitsland en af en toe zelfs uit Frankrijk. Soms ook beginnen die buitenlandse gasten regelmatiger terug te komen en worden het zelfs vrienden. Zoals dat Duitse echtpaar dat verliefd is op Zeeland, woont in de buurt van Bonn, nu ook enkele van mijn werken in de kamer heeft hangen en bij wie ik al een paar keer heb mogen verblijven. Leuke dingen, zogezegd. Die niet zouden gebeuren als ik me alleen maar opsloot in mijn atelier en dat niet zou openstellen op die maandelijkse 1ste zondag.

atelierbezoek bij de kunstroute
atelierbezoek bij de kunstroute

Natuurlijk heb ik ook wel eens kromme tenen. Want er zijn in Nederland heel veel amateurschilders die graag de kunst bij de professionals komen afkijken. Heel vaak vrouwen die groepjesgewijs met elkaar optrekken. Niks op tegen natuurlijk als dat met respect gebeurt. Maar soms is er zo’n groepje een cursus volgende amateurvrouwen dat eerst zachtjes onder elkaar kritiek staat te leveren tot er één vraagt “is dat acryl?”. En dat terwijl ik mijn hele kunstenaarsleven lang al met olieverf werk. Ja dan moet ik mijzelf even in bedwang houden om vriendelijk te blijven. Overdreven? Nee, dit is echt al meerdere keren gebeurd.

En galerie-eigenaren kunnen er helemaal over meepraten. Zo hoorde ik laatst van een van hen een prachtverhaal. Loopt er een groepje, sorry mannen, ik wil jullie niet discrimineren maar het waren toch weer vrouwen, in zijn in realisme gespecialiseerde galerie rond. Eén heeft steeds vrij luid negatief commentaar op schilderijen van beslist niet de slechtste kunstenaars in Nederland. Dus vraagt hij aan haar “Goh, u heeft hier vast veel verstand van” waarop ze hem vragend aankijkt. “Ja, want u heeft heel veel bij deze werken te vertellen”. Zij: “Oh, bedoelt u dat”. Hij: “Ja. Heeft u misschien foto’s van eigen werk bij u?”. “Hoezo?”. “Nou, als ik u zo hoor mag u binnen de kortste keren bij mij komen exposeren want uw werk moet wel heel goed zijn!” Er schijnt in het groepje wat besmuikt gegrimlacht te zijn en het bezoek heeft daarna niet echt lang meer geduurd. Ik heb er hartelijk om moeten lachen.

Nee, dan toch liever die man die af en toe op zo’n zondag binnenkomt om op foto’s te laten zien waarmee hij bezig is. Met daarbij de vraag of ik wat commentaar wil leveren. Dan komt in mij de docent weer boven en probeer ik samen met hem een oplossing te vinden voor de problemen waar hij tegenaan loopt in zijn realistische manier van schilderen.

Er is trouwens nog een groot voordeel aan die kunstroute. Het is een stok achter de deur. Want ik moet elke maand toch maar mooi mijn atelier opruimen. Zonder die stok zou het waarschijnlijk een steeds dichter wordende chaos worden.

hoezo vol?
hoezo vol?

Tot volgende week.

TOOS