Tagarchief: olieverf

In Heerlijckheid Diepenheim kunnen ze toveren


één van de eeuwenoude landhuizen in Diepenheim

Ooit in Diepenheim geweest? Met ongeveer 2700 inwoners het kleinste stadje in Overijssel met keiharde middeleeuwse stadsrechten. En met ook nog een zestal eeuwenoude kastelen en landhuizen in en rondom de plaats. Ze afficheren zich daar graag als de ‘Heerlijckheid Diepenheim, Stedeke van kunst, cultuur en natuur’. Over toveren wordt niet gesproken, maar dat kunnen ze er ook goed. Vooral in de maand oktober. Al sinds 2005. Dan weten ze namelijk een moment, iets dat per definitie maar erg kort duurt, ontzettend op te rekken. Tot zelfs 10 dagen. En dat noemen ze dan het Kunstmoment Diepenheim. Nou is ’t natuurlijk ook heel kunstig, dat oprekken. Maar ’t heeft ook echt met kunst te maken. Overal zijn dan namelijk tentoonstellingen, zowel binnen als buiten. Eigenlijk is het Stedeke zo tien dagen lang één grote expositieruimte. Dit jaar van 19 tot 29 oktober.

Deze inleiding kan natuurlijk maar één ding betekenen. Dat ik meedoe met dat Kunstmoment. Via Galerie Àlafran  waarmee ik alweer een hele tijd samenwerk. Een prachtige galerie, gewoon de mooiste in het stadje. Acht jaar geleden ontstaan door een oude bakkerij om te bouwen.

met de bus werk brengen naar Àlafran

Je kunt er lekker rondlopen door de diverse zaaltjes waar galeriste Irma Blank de kunstscepter zwaait. Voor het komende Kunstmoment zocht ze een paar kunstenaars bij elkaar die deze ruimten dan van schilderijen en beelden voorzien. Met daarbij dus ook werk van mij. Zie hieronder foto’s van een paar van die olieverven.

Bozzetto, Toos van Holstein

Maar er is die tien dagen dus nog veel meer gaande in Diepenheim. Met werk van meer dan 100 professionele kunstenaars op allerlei onverwachte plekken. Bijzondere huizen, kastelen, oude schuren, speciale buitengebieden, winkels, noem maar op. En vanzelfsprekend ook in ateliers van kunstenaars. ‘Met je hoed in je hand kom je door het ganse land’ heet ‘t, maar in Diepenheim kun je dat beter doen met een speciaal daarvoor uitgegeven plattegrond. Dat maakt het zoeken naar alle locaties in en rondom de plaats een stuk makkelijker.

Riva, Toos van Holstein

Bij die rondgang  kun je constateren dat men ook echt probeert Diepenheim op de kunstkaart te zetten. Ga maar na, er zit al jaren de bloeiende Kunstvereniging Diepenheim met een eigen, groot expositiecomplex. En recentelijk is daar het Drawing Centre Diepenheim bijgekomen. Want tekenen is wereldwijd al een flinke tijd weer helemaal terug in de actuele kunst. Meegaand met die trend is er dankzij heel veel subsidie nu in een  vroeger schoolgebouwtje dat Drawing Centre ontstaan. Volgens eigen zeggen ‘na New York en Londen het derde centrum ter wereld dat hedendaagse tekenkunst centraal stelt’. Ik geloof ze op hun woord.

Drawing Centre Diepenheim

Dat onder de al langer aanwezige kunstondernemers in het Stedeke hierdoor nogal wat gemor ontstond, is begrijpelijk. Want waar bleef hun subsidie voor al hun inzet voor de kunst? Waar bleef hun ondersteuning uit gemeentelijke, provinciale en staatsruif? Een heel bekend en veel voorkomend verschijnsel in de kunstwereld. Waarbij die kinnesinne ook nog regelmatig terecht is. Reken maar dat er over de wrijving tussen al die verschillende beeldende kunstcircuits heel wat verhalen zijn te vertellen.  Over de clubs en clubjes van geheel onafhankelijke galerieën, van galerieën die direct of indirect subsidiesteun ontvangen. Over die van kunstenaars die zelf hun broek ophouden en die van de kunstenaars in het subsidiabele circuit. Of over de circuits van de ‘echte’ en de ‘commerciële’ kunst. De aanhalingstekens geven aan dat dit niet specifiek mijn woorden zijn. Maar die verhalen laat ik hier achterwege. Daarom de komende keer over Venetië waar ik onlangs was. Dus tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Inspiratie III


Ik heb even een pauzestop ingelast van een paar weken, waarbij internet achter de horizon is verdwenen. Maar van te voren heb ik wel een enkele korte afleveringen neergezet. Met schilderijen van mij waarvoor ik inspiratie opdeed uit de wereldliteratuur. Literatuur van en voor alle tijden.

Mag dan de klassieker ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll ontbreken? Nee, natuurlijk niet. Want als ik het kleine, nieuwsgierige meisje in mij niet blijf koesteren, zal dat ongetwijfeld ten koste gaan van inspiratie.

Alice, olieverf, 150 cm-120 cm

 

Alice

En zo was het dus ook. Ze was nu maar vijfentwintig centimeter hoog en haar gezicht vrolijkte op bij de gedachte dat ze nu de juiste lengte had om door dat deurtje te gaan naar die prachtige tuin…

(uit Alice in Wonderland, Lewis Carroll)

Tot volgende week.

TOOS

Vergankelijkheid van zowel kunst als kunstenaar


Dat een kunstenaar vergankelijk is, dat moge duidelijk zijn. We eindigen allemaal, dus zelfs ook kunstenaars, als een stel botjes in een kist of als een hoopje as in een urn. Maar kunst vergankelijk? Nou reken maar! Dan hoef je alleen maar te denken aan ‘onze eigen’ Johannes Vermeer (1632-1675). Na de 17de eeuw helemaal weggezakt in het kunstgeheugen van de Lage Landen. Tot de Franse kunstcriticus Théophile Thoré-Bürger in 1842 Vermeers ‘Gezicht op Delft’ zag in het Haagse Mauritshuis. Ja, toen hing ’t er ook al. Daarna pas begon Vermeers opmars naar zijn huidige status. Maar daar was dus wel een Fransman voor nodig.

Vermeer, Gezicht op Delft

Of denk aan, ook al weer ‘onze’, Laurens  Alma Tadema (1836-1912). Wereldberoemd in Engeland en Amerika, na zijn dood snel vergeten, een schilderij van hem rond 1950 bij de vuilnis gezet omdat ’t de koper ging om de lijst ervan, en nu laatst geëerd door een grote expositie in Leeuwarden. Met ook schilderijen die voor miljoenen weggaan op de veiling. Maar hoeveel weggezakte dooie kunstenaars zouden zo’n revival meemaken? Heel erg weinig.

Poen de Wijs

Ik kwam tot deze weemoedige overpeinzing vanwege een heel goede kunstvriend van me die een warm plekje heeft in mijn hart. Poen de Wijs (1948-2014, http://poendewijs.nl/), een paar jaar geleden veel te vroeg overleden en één van de beste realistische schilders kunstenaars van zijn generatie.

Poen de Wijs? Moet je die dan kennen? Dat zou best wel eens kunnen. Want hoevelen kennen er niet de eerste platenhoezen en affiches van die unieke muziekgroep Flairck. In 1978 in Nederland en later wereldwijd doorgebroken met LP en theatershow ‘Variaties op een Dame’. Meerdere gigantisch goed verkopende platen volgden. Met op de hoezen aquarellen van Poen. Hoe zijn werk daarop kwam? Dat is weer een ander verhaal.

hoes van “variaties op een dame” met aquarel van Poen de Wijs
meer hoezen van Flairck met werk van Poen de Wijs

Net als bij Flairck ontwikkelde Poen’s kunstcarrière zich voorspoedig. Met eerst die aquarellen, daarna olieverven en ten slotte acrylschilderijen. Aan kopers en exposities geen gebrek. Tot hij een aantal jaren geleden hoorde dat zijn levenshorizon ineens veel dichterbij lag dan vermoed. Een ernstige vorm van prostaatkanker met hooguit nog een paar jaar te gaan. Over vergankelijkheid gesproken!

Poen is toen heel intens aan de gang gegaan met zijn kunstzinnige nalatenschap. Onder andere door met filmer en fotograaf John Vijlbrief een reeks bijzonder interessante, Engelstalige iBooks te maken. Over zijn schildertechnieken,zijn tekeningen en steendrukken, zijn experimenten daarmee, zijn vindingen en zijn ideeën. Nu allemaal te koop voor een paar euro per stuk bij iTunes van Apple. Een absolute aanrader voor de schilderliefhebber! Zie hier het introductiefilmpje of https://youtu.be/JNVLYw2ozlk .

Maar hoe nu verder? Want hoe ging dat bij Vermeer? Bekend in Delft in een beperkte kring van klanten met een beperkt aantal schilderijen. Poen heeft heel wat meer werk nagelaten, vooral in Nederland. Bij ook een relatief kleine schare van particuliere bewonderaars. Hij werkte met maar een paar galerieën, zijn werk verkocht toch wel. Tegen behoorlijk hoge prijzen.

Alle Vermeer-elementen zijn dus aanwezig om Poen langzaam aan weg te laten zakken in de kunstvergetelheid. Want hoeveel kunstenaars telt de wereld tegenwoordig wel niet? En hoeveel daarvan zullen uiteindelijk eeuwige roem bereiken? Dat is natuurlijk maar voor een beperkt aantal weggelegd. Waarbij toeval ook een grote rol speelt. Staat er, zoals bij Vermeer, iemand op die een goed woordje voor je doet?

schilderij van Poen de Wijs

Daar heeft Poen de Wijs dan in ieder geval filmer John Vijlbrief voor. Die heeft zich heel gedreven ten doel gesteld Poen’s nalatenschap wijd en zijd zo groot mogelijke bekendheid te geven. Met een site, met die iBooks en ook met, zeer recent, een Nederlandstalige documentaire over Poen op YouTube: ‘De Schilder van het Realisme’ https://youtu.be/o7m9TY3cdL4. Kijken!

Verder moet een Engelstalige, van opzet andere versie de komende jaren op internationale documentairefestivals terecht komen. John wil Poen met zijn schilderijen meer op de wereldkaart zetten dan ooit het geval is geweest. En terecht. Poen was een fabuleus schilder.

In oktober komt er nog een expositie met nagelaten schilderijen en tekeningen van Poen bij galerie De Twee Pauwen in Den Haag. Voorlopig dus nog geen vergankelijkheid.

schilderij van Poen de Wijs

Ook niet voor Flairck trouwens, die groep treedt weer op in de theaters. Eigenlijk door de dood van Poen. Hij had namelijk een groep behoorlijke getalenteerde leerlingen die jarenlang wekelijks bij hem op zijn atelier kwamen. Toen zij van Poen’s naderende einde hoorden, organiseerden ze voor hem een grote, eenmalige theatervoorstelling. Met daarin artiesten waarmee hij in zijn carrière had samengewerkt. Met Mini&Maxi, Sjaak Bral, Fred Delfgauw en vele anderen. En dus ook met het uit elkaar gevallen Flairck. Laten die nu in de kleedkamer bij de voorstelling besluiten om weer samen te gaan optrekken! Goed gedaan, Poen. Tot volgende week.

TOOS

Poëzie II: in navolging van “Following”


Toos van Holstein, Following, olieverfschilderij 110-150 cm
Toos van Holstein, Following, olieverfschilderij 110-150 cm

Vorige week een gedicht van Vlaming Rob Van de Zande bij mijn brons “Pellegrinos”, nu een bij mijn olieverf “Following”. Een schilderij dat nu hangt bij een expositie van mij in het Duitse Viersen. Niet ver over de grens bij Venlo.

Dat Rob voor de tweede maal een gedicht maakte bij een werk van mij kan heel bijzonder genoemd worden. Daarin ben ik namelijk tot nu toe de enige kunstenaar die deze eer te beurt valt. Controleer ’t maar op zijn website http://robvandezande.blogspot.nl/.

Rob Van de Zande
Rob Van de Zande

Met de link http://robvandezande.blogspot.nl/2016/09/schilderij-van-toos-van-holstein-met.html ben je er gelijk. Bij dat gedicht. Maar ik heb het hieronder ook nog overgenomen.

Schilderij van Toos van Holstein met gedicht. (opgedragen aan Marjorie)

Versmeten gelijkt eeniedere tijd,

Als de minneklaroen jou niet luidt

En haar keel diep van koper slijt

Tot een nauw en rouwend geluid

Smoort alles met ’n stotend hart,

Alleen droppels van een ijzren slag

Komen uit verre heemlen gehard

En deuken wat aan ’t schone lag;

Zo is dat aan ieder ter hand gesteld,

En zo gaat alles rond mij ten buit

Aan ’n stilte bottend uit elk levensveld,

Als de minneklaroen jou niet luidt.

 

Tot volgende week als ik vermoedelijk weer boven de internetradarhorizon verschijn.

TOOS

TOOS en TINA als start bij Kunst en Cultuurroute Middelburg 2016


atelier Toos van Holstein aan de Korendijk 56, Middelburg
atelier Toos van Holstein aan de Korendijk 56, Middelburg

Vaste prik, die eerste zondag in februari. Dan begint weer een nieuw jaar voor de Kunst en Cultuurroute in Middelburg http://www.kunstroutemiddelburg.nl/. Zo ook nu, op 7 februari. Voor ik weet wel niet de hoeveelste keer, ik ben de tel een beetje kwijt geraakt. Maar dit jaar begint ’t op een heel leuke, wat andere manier. Ik ben namelijk de helft van mijn atelier kwijt. Of positiever uitgedrukt, die helft wordt in beslag genomen door een andere kunstenaar. TINA.

poster bij Zeeuwse gasten
poster bij Zeeuwse gasten

Al breinstormend was binnen het bestuur van de route namelijk het idee “Zeeuwse Gasten” ontstaan. Nodig in je eigen atelier een Zeeuwse collega-kunstenaar uit. Een tiental deelnemers zag dit wel zitten. Ik ook. Met TINA. Een heel goeie vriendin van mij in Middelburg die echt Zeeuwse sieraden en wandobjecten maakt. Met als inspiratiebronnen de Zeeuwse kust, het rijke Zeeuwse verleden en ook dat van haarzelf (http://zeeschuim.webklik.nl/page/home).

Wat ze gaat doen in mijn atelier? Ik ben zelf ook heel erg benieuwd. Er wordt nog hard aan gewerkt. Iets met netten, allemaal tafels die verschoven worden, mijn hele atelier gaat worden omgegooid. Maar hoe dan ook, had je heel vroeger Sjors en Sjimmie in de Panorama en later in Eppo, nu dus TOOS en TINA aan de Korendijk in Middelburg. Op zondag 7 februari en dan zelfs nog extra vroeg. Want de ateliers die meedoen aan “Zeeuwse Gasten” zijn vanaf 11.30 uur open. En daarna natuurlijk weer op iedere 1ste zondag van de maand, maar dan vanaf 13 uur.

Elk jaar is het weer een avontuur, die Kunst en Cultuurroute. Met de regelmatige bezoekers, maar ook de heel onverwachte. Zoals het Nederlandse echtpaar dat een weekend met de boot in de Middelburgse jachthaven lag, binnenkwam, op slag verliefd werd op een groot bronzen beeld van mij en het gelijk maar meenam. Of zoals de bezoekers uit Vlaanderen, uit Duitsland en af en toe zelfs uit Frankrijk. Soms ook beginnen die buitenlandse gasten regelmatiger terug te komen en worden het zelfs vrienden. Zoals dat Duitse echtpaar dat verliefd is op Zeeland, woont in de buurt van Bonn, nu ook enkele van mijn werken in de kamer heeft hangen en bij wie ik al een paar keer heb mogen verblijven. Leuke dingen, zogezegd. Die niet zouden gebeuren als ik me alleen maar opsloot in mijn atelier en dat niet zou openstellen op die maandelijkse 1ste zondag.

atelierbezoek bij de kunstroute
atelierbezoek bij de kunstroute

Natuurlijk heb ik ook wel eens kromme tenen. Want er zijn in Nederland heel veel amateurschilders die graag de kunst bij de professionals komen afkijken. Heel vaak vrouwen die groepjesgewijs met elkaar optrekken. Niks op tegen natuurlijk als dat met respect gebeurt. Maar soms is er zo’n groepje een cursus volgende amateurvrouwen dat eerst zachtjes onder elkaar kritiek staat te leveren tot er één vraagt “is dat acryl?”. En dat terwijl ik mijn hele kunstenaarsleven lang al met olieverf werk. Ja dan moet ik mijzelf even in bedwang houden om vriendelijk te blijven. Overdreven? Nee, dit is echt al meerdere keren gebeurd.

En galerie-eigenaren kunnen er helemaal over meepraten. Zo hoorde ik laatst van een van hen een prachtverhaal. Loopt er een groepje, sorry mannen, ik wil jullie niet discrimineren maar het waren toch weer vrouwen, in zijn in realisme gespecialiseerde galerie rond. Eén heeft steeds vrij luid negatief commentaar op schilderijen van beslist niet de slechtste kunstenaars in Nederland. Dus vraagt hij aan haar “Goh, u heeft hier vast veel verstand van” waarop ze hem vragend aankijkt. “Ja, want u heeft heel veel bij deze werken te vertellen”. Zij: “Oh, bedoelt u dat”. Hij: “Ja. Heeft u misschien foto’s van eigen werk bij u?”. “Hoezo?”. “Nou, als ik u zo hoor mag u binnen de kortste keren bij mij komen exposeren want uw werk moet wel heel goed zijn!” Er schijnt in het groepje wat besmuikt gegrimlacht te zijn en het bezoek heeft daarna niet echt lang meer geduurd. Ik heb er hartelijk om moeten lachen.

Nee, dan toch liever die man die af en toe op zo’n zondag binnenkomt om op foto’s te laten zien waarmee hij bezig is. Met daarbij de vraag of ik wat commentaar wil leveren. Dan komt in mij de docent weer boven en probeer ik samen met hem een oplossing te vinden voor de problemen waar hij tegenaan loopt in zijn realistische manier van schilderen.

Er is trouwens nog een groot voordeel aan die kunstroute. Het is een stok achter de deur. Want ik moet elke maand toch maar mooi mijn atelier opruimen. Zonder die stok zou het waarschijnlijk een steeds dichter wordende chaos worden.

hoezo vol?
hoezo vol?

Tot volgende week.

TOOS

Turner the Great in Zwolle en Enschede


Self-Portrait c.1799 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N00458
zelfportret van de jonge Turner

Alexander de Grote,Karel de Grote, Tsaar Peter de Grote, Catharina de Grote. Allemaal figuren uit de geschiedenis die meestal door hun dadendrang bij landje-pik spelen die toevoeging van groot verdiend schijnen te hebben. Maar in de kunst? Kom je daar die toevoeging “de Grote” tegen? Niet naar mijn weten. Blijkbaar is kunst daarvoor niet het geëigende terrein. En toch vind ik dat sommige kunstenaars er voor in aanmerking komen. Zeker Engelsman Joseph Mallard William Turner (1775-1851). Turner the Great dus. Niet William the Great, dat klinkt te gewoon.

Waarom Turner zo groot is? Dat valt nog tot 3 januari te bekijken in Zwolle en Enschede. Bij een dubbeltentoonstelling: Gevaar & Schoonheid-Turner en de traditie van het sublieme. In Museum de Fundatie en Rijksmuseum Twenthe. Twee regionale, middelgrote musea die geweldig scoren met deze exposities. Maar waarom juist daar? Omdat we in Nederland maar één, let wel ÉÉN, schilderij van deze wereldberoemde schilder in een openbare collectie hebben. Een kleintje, in de Fundatie. Verder nergens, in heel Nederland niet. Heel verwonderlijk eigenlijk.

het enige schilderij van Turner in Nederland
het enige schilderij van Turner in Nederland

In Londen, in de Tate Britain, hebben ze zalen vol. En in de National Gallery wereldberoemde hoogtepunten uit zijn oeuvre. Want Turner liet na zijn dood de inhoud van zijn atelier als erfenis achter voor de Britse staat. Zo’n 300 olieverfschilderijen en duizenden schetsen en aquarellen. Een aantal jaren geleden liep ik er rond. Helemaal verlekkerd, als een groupie in volle bewondering. Want die man was echt goed en uniek!

The fighting Temeraire tugged to its last berth
The fighting Temeraire tugged to its last berth
Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway

Stel ’t je maar eens voor. Het Impressionisme, laat staan het latere Expressionisme, wist nog bij lange na niet dat het ergens in de jaren na 1860 geboren ging worden. Na de dood van Turner dus. Ook de verftube was nog niet uitgevonden. Hij kon daardoor niet, zoals de impressionisten, voluit in de openlucht schilderen met olieverf. Turner kon alleen maar heel veel schetsen en aquarelleren tijdens zijn wandelingen in de natuur en zijn reizen in het buitenland. Onder andere ook in Nederland.

Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel
Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel
Berglandschap met pas, aquarel
Berglandschap met pas, aquarel

Pas in zijn atelier kwamen de olieverfschilderijen tot stand. Die olieverven waarin hij op wat latere leeftijd woeste wolkenluchten, zinderende zeeën, vurige zonsondergangen en echte branden zo ongelooflijk  expressionistisch weergaf als eerder nog nooit iemand had gedaan. Terwijl het na zijn dood nog heel lang zou duren voor dit weer gebeurde.

Sunset ?c.1830-5 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N01876

Turner08

Natuurlijk maakte hij ook relatief “bravere” schilderijen. Zowel in het begin van zijn carrière als later. Maar zelfs die waren in meerderheid al uitzonderlijk.

George IV at St Giles's, Edinburgh c.1822 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N02857

Turner10

een Venetië schilderij van Turner
een Venetië schilderij van Turner
De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688
De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688

Ik vind het echt verbazingwekkend hoe iemand in die tijd zo on-tijds kon werken. En ook verbazingwekkend is eigenlijk wel dat hij er kopers voor had. Want die moesten daar toch ook voor open staan. Een halve eeuw later kon Vincent van Gogh zijn expressionistische werk aan de straatstenen niet kwijt, terwijl Turner een zeer goed betaald schilder werd.

Nu zijn er dan die twee exposities in Nederland. Met flink wat aquarellen en een kleinere collectie van olieverfschilderijen. Natuurlijk had ik Turner the Great in Londen gezien en wist ik dat deze tentoonstellingen die ervaring nooit zouden kunnen evenaren. Maar ik was wel heel nieuwsgierig naar de aanpak in de Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe. Twee musea waar ik nog nooit was geweest. Naar de Fundatie was ik daarbij ook extra nieuwsgierig vanwege de omstreden uitbreiding een paar jaar geleden met een grote blop bovenop het dak. Best interessant, dat moderne ding, een soort misvormd ei, in de eeuwenoude Zwolse binnenstad.

Turner13 DeFundatie, Zwolle Turner14

De door andere musea uitgeleende werken van Turner waren vanzelfsprekend weer helemaal de moeite waard, alhoewel bekende hoogtepunten ontbraken. Wat me enigszins tegenviel was de `verdunning` die werd toegepast. Om de zalen vol te krijgen waren er allerlei andere kunstenaars bijgehaald die òf Turner destijds hadden geïnspireerd òf later geïnspireerd waren geraakt door Turner òf pasten bij de vier elementen water, vuur, aarde en lucht, de toegepaste deelthema’s. Grof verdeeld was 1/3 deel van Turner, de rest van anderen. En van die anderen waren er voor mijn gevoel teveel echt aan de haren bij gesleept. Zo van “die hebben we nog in de eigen collectie en kletsen we met een mooi kunstverhaal wel zogenaamd passend de tentoonstelling in”. Of “daar in dat museum kunnen we nog wat lenen, dan krijgen zij wel iets van ons, goed voor de samenwerking”. Op zich jammer, maar wel begrijpelijk. Hoe dan ook, Turner bleef vanzelfsprekend moeiteloos overeind. Helemaal toen ik zag dat hij zich door de Odyssee van Homerus had laten inspireren.

Odysseus Deriding Polyphemus
Odysseus Deriding Polyphemus

Dat prachtige verhaal waar ik de laatste paar jaar ook mee bezig ben geweest voor een nieuwe uitgave ervan bij mijn galerie in Nice. Dus als je nog de mogelijkheid hebt, ga! En bekijk ooit nog eens de grandioze speelfilm “Mr. Turner”. Tot volgende week.

TOOS  

Een must, Mr.Turner!


turner 01

Het was al heel lang mijn bedoeling om eens aandacht aan hem te geven, aan een van mijn absolute schildershelden. Maar toen ik afgelopen mei las dat de film” Mr. Turner” op het filmfestival van Cannes in première zou gaan, heb ik dat nog even uitgesteld. Eerst die film zien! Dat is nu dus gebeurd. En ik kan alleen maar zeggen ” een must, en niet alleen voor de kunstliefhebber”. Ga zien hoe de schilder William Turner((1775-1851), want die bedoel ik natuurlijk, magnifiek wordt gespeeld door Timothy Spall in die film “Mr. Turner” van de ook al zo bekende regisseur Mike Leigh.

Maar waarom ben ik zo gek op dat werk van Turner? In ieder geval omdat hij Venetië zo geweldig wist weer te geven in die zeer eigengereide stijl van hem. Ik ben verliefd op die stad, maar volgens mij was hij dat ook.

The Dogana and Santa Maria della salute, 1843
The Dogana and Santa Maria della salute, 1843

Kijk maar eens naar die vochtige atmosfeer, die zinderende warmte en vooral dat licht en die lucht! Dat is voor mij Turner ten voeten uit. Maar hoe komt iemand er toe in 1843 zo te schilderen, tegen alle heersende tradities in? Daar gaat natuurlijk een ontwikkeling aan vooraf. Want nog zo’n Venetiëschilderij uit 1834 (hieronder) zit veel traditioneler en braver in elkaar. Gewoon meer zoals ’t hoorde.

The dogana and San Giorgio maggiore, 1834
The dogana and San Giorgio maggiore, 1834

Daarom heb ik ook zo’n bewondering voor de eenling Turner. Hij durfde op latere leeftijd te schilderen zoals nog niemand dat ooit voor hem had gedaan. Dat hij op oudere leeftijd steeds excentrieker werd, heeft daar misschien wel mee te maken. Maar hoe dan ook, Turner heeft ons prachtig werk nagelaten.

Kijk nog maar eens naar de twee zeeschilderijen hieronder. De eerste uit zijn begintijd, de tweede duidelijk van veel later. Alle twee mooi, maar ik weet wel waar ik voor ga!

Fishermen at Sea, 1796
Fishermen at Sea, 1796
 Snow Storm, Steamboat of a Harbours Mouth
Snow Storm, Steamboat of a Harbours Mouth

En dan te bedenken dat het Impressionisme in Frankrijk nog tientallen jaren op zich zou laten wachten. Die stroming begon pas vanaf 1870 met het werk van Claude Monet en werd in eerste instantie door het publiek geheel en al verguisd. Zo in de trant van “wat een troep”. Maar vergelijk het schilderij waaraan die kunststroming zijn naam ontleent, Monet’s  “Impression, soleil levant”, eens met dat latere werk van Turner.

 Impression,Soleil levant, Monet,1872
Impression,Soleil levant, Monet,1872

Is ’t dan niet heel erg braaf? Dat maakt het allemaal nog verbazingwekkender. Nou is ’t wel zo dat juist die latere schilderijen van Turner ook veel minder werden gepruimd door het kunstminnende deel van het Victoriaanse publiek. De film suggereert dat de jonge koningin Victoria, toen ze zijn werk zag op de jaarlijkse Salon in Londen, haar koninklijk neusje er heftig voor optrok. Tja, en als de koningin dat doet? Verzet je maar eens tegen zo’n adellijke mening. In die zin is er in de wereld nog weinig veranderd. Verander bijvoorbeeld maar eens het woord” koningin” in dit verhaal door “museumdirecteur voor moderne kunst”. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Al het werk dat Turner nog bezat bij zijn dood liet hij na aan de staat: olieverven, heel veel aquarellen en gigantisch veel schetsen.  Vandaar dat het Tate Britain in Londen nu een geheel eigen vleugel heeft voor Turner. Toen ik daar een aantal jaren geleden meer van zijn aquarellen zag, begreep ik ook zijn olieverfschilderijen beter. Kijk maar eens naar “Uitbraak van de Vesuvius”. Dat is dus echt een aquarel op papier en geen olieverf op doek.

Eruption of Vesuvius, 1817
Eruption of Vesuvius, 1817

Turner kon zijn aquareltechniek dus heel goed overbrengen op zijn olieverfschilderijen. En dat is zondermeer knap. Maar die schilderijen bewonder ik toch het meest. Daarom nog maar een paar.

Burning of the House of Lords, 1834
Burning of the House of Lords, 1834
Giudecca, la Donna della Salute and San Georgio
Giudecca, la Donna della Salute and San Georgio
Rain, Steam and Speed, the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed, the Great Western Railway

turner 11

En dat laatste schilderij? Abstracte kunst? Die bestond nog helemaal niet,dat kwam pas in de 20ste eeuw! Overigens, dit is ook het enige schilderij dat we van Turner in Nederland in een museum hebben. In de Fundatie in Zwolle. En laten die Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe nu dit jaar samen een grote expositie organiseren rond Turner! Turner is dus hot. Maar eerst “Mr.Turner” gaan zien. En wordt het geen tijd dat we in Nederland nu ook eens zo’n prachtige film over Rembrandt maken? Onze eigen gigant die al weer ver voor Turner revolutionair bezig was en prachtig speelde met licht en verf. Tot volgende week.

TOOS