Tagarchief: paleis

La Serenissima


Hierbij nog weer een van mijn serie speciale zomerblogs. ’t Is ten slotte augustus en nog steeds vakantie dus een versnellinkje lager mag best. Gewoon wat makkelijker. Één foto erin van een schilderij van mij met een daarop geïnspireerde tekst. Een praatje bij een plaatje zogezegd.

Toos van Holstein, Nebbia a Venezia, olieverf 65-45 cm

Vorige week schreef ik ’t nog. De stad, oud of modern, fascineert me altijd. Maar als er één oude stad is waarvoor dat geldt, is ’t wel Venetië. Een week Venetië is voor mij altijd een feest. En dat gebeurt meestal in de oneven jaren. Als de wereldberoemde kunstbiënnale daar weer bezit neemt van het bijbehorende expositieterrein, van het oude industriële Arsenale en van allerlei palazzi. Volgend jaar ben ik dus wel weer van de partij. Maar eens kijken of het er opnieuw drukker is geworden met al die horden toeristen die de stad het hele jaar lang overstromen. Want de stad zelf mag dan af en toe te lijden hebben van de aqua alta, de te hoge waterstand waarbij het water bezit neemt van bepaalde pleinen en straten, de toeristengolven spoelen er het hele jaar doorheen. Maar dan vooral in de Venetiaanse Kalverstraat, de wirwar van aan elkaar geschakelde straten en straatjes die het treinstation via de Ponte di Rialto verbindt met het Piazza San Marco. Want daar moeten en zullen alle dagtoeristen natuurlijk heen. Gelukkig, zou ik bijna zeggen! Want daardoor zijn er ook nog grote delen in de stad waar het veel rustiger is. Daar verkeer ik dan ook het liefst. Daar komen die eeuwenoude sfeer en schoonheid van La Serenissima nog steeds heel goed tot hun recht. Dan voelt ’t nog steeds als een voorrecht in die stad te kunnen ronddwalen en verdwalen en te genieten van al het moois dat de mens daar aan architectuur heeft gecreëerd. En loop je een kerk binnen, dan sta je eigenlijk altijd gelijk oog in oog met de prachtigste kunst van oude Italiaanse meesters. Echt genieten.

Dat is het ook als de dagtoeristen zijn verdwenen en de nacht over Venetië valt. Pure, feeërieke schoonheid. Net zoals bij de af en toe binnenvallende nevel. Vandaar bovenstaand schilderij Nebbia a Venezia. Mist in Venetië. Tot volgende week.

TOOS 

Advertenties

Kleur en chaos


In India moest ik natuurlijk wel gelijk mijn hand laten beschilderen

Lang geleden reisde ik rond in Rajasthan en omgeving in het noordoostelijk deel van India. Een reis die me altijd is bijgebleven. Een aantal weken geleden landde ik na flink wat uren vliegtuiggenoegen (of ongenoegen, ’t is maar hoe je dat ervaart) vroeg in de morgen, stram van lijf en leden, op het vliegveld van Chennai . Het vroegere Madras, in het zuidwestelijk deel van India. En al zitten er een paar duizend kilometers tussen die gebieden, want India is echt héééél groot, gelijk was er weer die herkenning van twee elementen. Uitbundige kleuren en heerlijke chaos. Twee Indiase kenmerken die in ons strak georganiseerde landje juist vaak ontbreken. Zie bijvoorbeeld onderstaand filmpje met een paar verkeersshots.

Menig Nederlands chauffeur zou er een stevige hartverzakking aan overhouden, zo niet een eersteklas hartaanval. En toch loopt ’t allemaal. Wel met heel veel getoeter maar zonder van die vreselijke opgestoken Nederlandse middelvingers en chagrijnige hoofden en ook vrijwel zonder stoplichten! Voor ons gevoel gaan ze tot het gaatje, of ook regelmatig tot in het gaatje, maar daar houden ze allemaal gewoon rekening mee. Echt een Hindoeïstisch wonder!

Claxonneren is zelfs verplicht zoals achterop veel vrachtauto’s valt te lezen: sound horn!

De chauffeurs zijn namelijk gewend vooral vooruit te kijken en de zijspiegel is er meer om je haar goed te kunnen kammen. Dus als achteropkomend verkeer geef je gewoon even een zo hard mogelijk toetersignaal dat je eraan komt. Middenin de stad is het dan ook altijd echt een klereherrie. Het zien vergaat je niet, het horen wel. Wettelijke normen voor de geluidsbelasting in decibel van gevels aan de verkeersweg? Ja hallo, dit is India!

Aan dat aantal verkeersdB’s dragen de claxons van de tuktuks, dat ongelooflijk grote leger van gele, heel wendbare wagentjes, substantieel bij. Je weet wel, die drie of vierwielertjes waarmee je voor een luttel bedrag van hot naar haar komt. Ideaal. Als je ten minste van te voren met de chauffeur maar een prijs afspreekt. Want toeristen zijn natuurlijk per definitie een prooi voor afzetterij. Maar is dat in Nederland fundamenteel anders?

Soms ook waant zo’n tuktukchauffeur zich een kloon van James Bond. Dan zit je ineens in een zinderende achtervolging waarbij een paar centimeter afstand van voorliggers ruim voldoende is terwijl een ruime centimeter aan weerszijden zijn tuktuk en de naastrijdende vervoersmiddelen schaafvrij houdt. Wat of wie hij dan achtervolgt? Geen idee! Want heeft hij het ene doelwit achter zich gelaten, dan springt hij wel weer achter een volgend aan. Ik heb mijn hart daarbij regelmatig vastgehouden, net als de hand van levensgezel, maar altijd weer kwam ’t goed.

Dan dat tweede kenmerk. Die uitbundige kleuren. Destijds in Rajasthan had ik daar al volop van genoten. De mensen zelf, de kleurrijke sari’s van de vrouwen, de aardkleuren van de eeuwenoude mogolpaleizen, al die beschilderde muren van de huizen, de chaos aan reclameborden. En met natuurlijk die vele overkleurige Hindoetempels met al hun beelden. Nu was ’t nog steeds niet anders.

Ik ging echt weer kopje onder in een andere cultuur, in een andere wereld. Een wereld die vanwege de in dit jaargetij altijd wel aanwezige zon de hele dag door schittert van de kleur. En iedereen die mijn werk kent, weet dan wat ik bedoel. Dat het daarbij overdag boven de 30 graden komt bij een vaak behoorlijk hoge vochtigheidsgraad? Ach, wie maalt daar om in zo’n sfeer.

Je kunt in India dan ook wel aan het fotograferen blijven. Gelukkig hebben we daarbij niks meer te maken met dat noodgedwongen zuinige gedoe in de ‘oertijd’ fotografie van een paar decennia geleden. Hoeveel rolletjes heb ik nog? Maak ik die foto nou wel of niet? Oeps, mijn rolletjes zijn bijna op! Toch maar niet dan. Kun je je dat nog voorstellen? Nu schiet je maar gewoon, raak of niet raak, weggooien kan altijd nog.

Voor deze aflevering heb ik tamelijk willekeurig even een heel snelle en heel kleine keus gemaakt uit de gigantische hoeveelheid die nu op de harde schijf staat. Hoe levensgezel en ik daar een uitgebreid fotoboek uit gaan brouwen? Dat wordt keuzestress tot en met. Beslist veel erger dan wanneer je tegenwoordig de Mediamarkt binnenloopt om een televisie uit te zoeken. En hoeveel stress roept dat al niet op!

Hoe dan ook, reken maar dat er de komende tijd meer ‘India’ voorbij gaat komen. Tot volgende week.

TOOS

Nog een palazzo’tje kopen?


palazzi genoeg in Venetië
palazzi genoeg in Venetië

Ging schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers ooit “Terug naar Oegstgeest”, een van zijn bekendste boeken, ik ga nog even terug naar Venetië. Jammer genoeg niet met een zodanig grote flappentap op zak dat ik me daarmee de aanschaf van een palazzo zou kunnen veroorloven. Al was ’t maar een heel kleintje. Mogelijkheden te over namelijk. Dat blijkt wel uit het steeds groter wordende contingent paleizen waar tijdens de Biënnale exposities worden georganiseerd. Allereerst door het toenemend aantal landen dat niet op de Giardini of in het Arsenale terecht kan (lees voorgaande afleveringen). Maar ook door allerlei wereldwijde kunststichtingen die graag een beetje in de Venetiaanse kunstbus willen meeblazen.  Ze huren een leegstaand palazzo ergens op een riante plek of laten een al jaren gesloten kerk weer openen. Want de huidige inwoners van de stad, 56 duizend in getal, hebben echt geen honderd kerken meer nodig.

binnencour van palazzo Grassi
binnencour van palazzo Grassi

Dat betekent natuurlijk dat ik daardoor nu in paleizen binnenkom die vroeger alleen toegankelijk waren voor de elite van de ooit zo machtige en rijke Dogenstad. Dus hoef ik eigenlijk toch geen palazzo te kopen. Eens in de twee jaar staan de deuren toch wel  voor me open. Zoals bijvoorbeeld die bij de puissant rijke Fransman François Pinault. Denk maar aan Gucci, Puma en veilinghuis Christie’s en je hebt een aardig beeld van de man. Hij zei een aantal jaren geleden tegen multinational Fiat en toenmalig eigenaar “doe mij dat palazzo Grassi aan het Canal Grande maar”. Met als gevolg dat je voor een kleine geldgift, want zakenman Pinault is natuurlijk ook niet gek, in dat gigapaleis vrij rondloopt tijdens de Biënnale om een deel van zijn eigen gigakunstcollectie te mogen aanschouwen.  Of, voor diezelfde gift, in de Punta della Dogana. Eeuwenlang was dat het douanecomplex van de stad, met opslag van goederen tot aan de hoge balkenplafonds. Daarna stond het een aantal jaren leeg. Nu is het, hoe raad je ‘t, ook al weer een museum. Prachtig gerestaureerd met, ook al weer, geld van Monsieur Pinault. Overigens wel erg leeg ingericht dit keer. Helemaal passend dus in de tendens van “lege kunst” zoals ik die een paar weken geleden signaleerde.

Punta della Dogana museum
Punta della Dogana museum

François had blijkbaar ook nog ergens zo’n negen miljoen liggen om de zes echt grote schilderijen te kopen van Baselitz die nu nog in het Arsenale hangen. Enkele afleveringen geleden stond van die werken een foto in dit blog omdat ik ze zo indrukwekkend vond. Wie weet zie ik ze nog eens een keer terug in een van die Pinault musea.

Maar Pinault is niet de enige in zijn soort. Steeds meer leegstaande palazzi raken in rijke buitenlandse handen. En steeds meer van die paleizen worden dus gebruikt voor exposities. Als dat zo door gaat is Venetië over een aantal jaren een en al kunststad. De grootste ter wereld, afgezien zelfs nog van de Biënnale. Wel natuurlijk met hier en daar nog wat bewoners er tussendoor.

tuin van een, normaal gesproken, gesloten palazzo
tuin van een, normaal gesproken, gesloten palazzo
paviljoen van Azerbeidzjan
paviljoen van Azerbeidzjan

palazzo 06

palazzo 08a

Terwijl ik zo dwaalde door al die paleizen bleken diverse nog steeds die grandeur van vroegere eeuwen te hebben. Barokke ruimten waar je het ruizen van de zijden jurken zonder veel moeite zo bij kon fantaseren. Maar regelmatig zag ik toch ook zalen met vlak gestucte, witte muren en kale plafonds. Tja, onderhoud in zo’n vochtige lagunestad als Venetië kostte ook vroeger al een lieve Italiaanse lire die er niet altijd was. Nu kwam ik er een mix tegen van verrassende en “wat moet ik er mee” kunst.

palazzo 07

palazzo 09

palazzo 10

Chiesa di San Giorgio Maggiore
Chiesa di San Giorgio Maggiore

Echt verrassend waren een paar oude kerkjes die nu weer eens deden wat in voorgaande eeuwen heel normaal was. De deuren openzetten. Niet meer voor de mis en de biecht. Want ga je er op zoek naar een pastoor of priester, dan kun je zoeken tot Sint Juttemis.  Wel voor soms heel intrigerende kunst in prachtige gotische of barokke ambiances.

Chiesa di San Antonin
Chiesa di San Antonin

Zo  moest ik natuurlijk naar de eindelijk weer geopende Chiesa di Santa Catarina. Mijn eerste officiële naam is ten slotte niet voor niets Catharina. Catharina? Ja, logisch toch: Catharina, Cato, To, Toos. Geloof ’t of niet, maar zo is het wel gekomen!

Chiesa di Santa Catarina
Chiesa di Santa Catarina

In die verduisterde kerk bevond zich een “archeologische” installatie waarbij ’t leek of er net allerlei beelden half waren opgegraven. En daar mocht je, in het donker, ook nog heel voorzichtig tussendoor lopen over nauwelijks zichtbare paden.

Toch wel opmerkelijk dat ik tijdens die paleizen en kerkentocht kunst onder de paraplu van de Biënnale tegenkwam die ik in de vele kunstkritieken nergens terugzag. Terwijl toch heel veel officiële landenbijdragen er absoluut niet aan konden tippen. “Voer voor psychologen” om maar te eindigen met dat boek van een andere grote Nederlandse, ook al dode schrijver. Harry Mulisch. Venetië en de Biënnale blijven intrigeren.  Dus kom ik er vast nog wel eens op terug. Tot volgende week.

TOOS

Belofte maakt schuld



voorpaginaAls je iets belooft, moet je dat ook nakomen. Zo ben ik opgevoed en zo zit ik nog steeds in elkaar. Maar soms duurt het iets langer dan bedoeld  voor een belofte kan worden ingelost. Die waarop ik hier doel, stamt van begin oktober van vorig jaar. In mijn blog schreef ik toen over een bezoek aan Genua, een heel verrassende stad. Ik gaf aan van dat bezoek een fotoboek te gaan maken en dat ook hier te publiceren. En dan komt er natuurlijk weer van alles tussen. Maar het is er nu dus!

DSC_0727

DSC_0827De komende paar weken kan het bekeken worden via de verkorte link http://bit.ly/VDIa49 . Die opent een pagina waarop de volgende toegangscode moet worden ingevuld:  3RW8G5 . Klikken op “verder”, op de volgende pagina nog eens klikken op “fotoboek bekijken” en je bent er. Sneller kan ik het niet maken, dat ligt aan de software van PostNL.

Overigens is het wel interessant in dit verband dat ik vorige week schreef over Marseille, Culturele Hoofdstad van Europa in 2013. Want Genua was dat, samen met Lille, in 2004. Ik hoop dat Marseille er meer uitsleept voor de toekomst dan Genua deed. Ze hebben daar nu wel een aantal prachtig opgeknapte paleizen die als musea dienst doen en een havenboulevard waaraan destijds het nodige is gedaan. Maar dan houdt ’t op. Je merkt er eigenlijk weinig meer van dat ze Culturele Hoofdstad waren.

DSC_0854Lille heeft dat toch anders aangepakt. Daar zie je langs de autoroute nog steeds een heel groot bord staan waarin herinnert wordt aan 2004. Ook vinden er nog steeds grootse kunstmanifestaties plaats die hun oorsprong vinden in dat jaar. Maar het voert iets te ver daar nu op in te gaan.

Bekijk in ieder geval maar mijn foto’s van Genua om te zien waarom ik het toch een heel aantrekkelijke en verrassende stad vind. Een paar van die plaatjes heb ik er hier al vast tussendoor gestrooid. Tot volgende week.

TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

DSC_0899