Tagarchief: Parijs

Een icoon voor vrouwen in de kunst: Camille Claudel


Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine

Een paar weken geleden noemde ik het Franse provinciestadje Nogent-sur-Seine al eens vanwege enkele Sint Nicolaas overpeinzingen. Nu is ’t al weer aan de beurt. Maar dan om de echte reden dat ik daar was. Camille Claudel (1864-1943).Juist ja, die. En natuurlijk omdat in Nogent-sur-Seine in april van dit jaar een geheel aan haar gewijd museum is geopend. Dat wilde ik zien. Want Camille Claudel is langzaam aan uitgegroeid tot een icoon voor de vrouw in de kunst. Dat werd ook dit jaar nog eens in de bioscoop benadrukt door de speelfilm ‘Rodin’.

Een absolute must dus voor mij om na het zien van die film ook dat museum te bezoeken. In het stadje waar ze een deel van haar jeugd doorbracht. ’t Bleek de omweg, op weg naar Nice, dubbel en dwars waard.

Camille Claudel aan het werk in haar atelier

Sommigen zullen bij haar naam een zacht of misschien zelfs wat harder belletje horen rinkelen, bij anderen zal  ’t heel stil blijven. Maar zeker weten dat bij de naam Rodin heel veel bellen luid en duidelijk opklinken. Nou, die Camille Claudel  was dus vanaf 1883 een kleine tien jaar lang de maîtresse van die 24 jaar oudere, al getrouwde en steeds beroemder wordende beeldhouwer. In wat je kunt noemen een stormachtige en gepassioneerde liefdesrelatie. Maar daarnaast was ze ook nog eens een zeer getalenteerd kunstenaar. In diezelfde tak van sport, het beeldhouwen. Gaat dat dan goed, zo’n minnaarskoppel van twee grandioze talenten die te gelijkertijd eigenlijk ook elkaars concurrenten zijn? In een tijd dat de vrouw heel veel meer haar positie moest bevechten dan tegenwoordig? Op zich is dat mogelijk, maar hier dus beslist niet. En dat heeft mee het tragische leven van Camille veroorzaakt. Ga maar na. Geboren worden in een welgesteld gezin en na je dood terechtkomen in een anoniem graf van een krankzinnigengesticht.

Rodin door Camille Claudel
Camille door Auguste Rodin

Volop tragiek dus voor een vrouw die tijdens haar leven door sommige mannen zelfs werd betiteld als een genie. Echt een ongelooflijk compliment in die tijd! Want hadden de beroemde 18de eeuwse Verlichtings-filosofen Rousseau en Kant niet bij hoog en laag beweerd dat vrouwen nooit en te nimmer een genie konden zijn? Gezien hun psyche was dat volstrekt onmogelijk. Mannen, ja, dat was andere koek natuurlijk! In de 19de eeuw stond dat vrouwbeeld nog stevig overeind in conservatievere kringen. Leuke tijden dus voor de vrouw van toen. Zo werd Camille ook niet toegelaten tot de officiële kunstacademie in Parijs, de École des Beaux Arts. Tja, jammer mademoiselle  Claudel, we laten nu eenmaal geen vrouwen toe. Regels zijn regels.

In het atelier van Rodin gold die regel niet. Hij onderkende niet alleen haar beeldhouwtalent maar ook haar vrouwelijke aantrekkingskracht. Hartstochtelijke liefde, wederzijdse inspiratie en gezamenlijk werken aan projecten was het gevolg. Toch weigerde Rodin te scheiden van de vrouw met wie hij al vele jaren getrouwd was en bij wie hij een zoon had. Ook kwam hij zijn belofte niet na om Camille in contact te brengen met zijn steeds groter wordende klantenkring. Uiteindelijk breekt haar dat allemaal op en maakt ze, na een abortus, in 1892 een eind aan hun verhouding.

links een beeld van Rodin, rechts van Claudel

Door allerlei oorzaken, naast ook familiale wantoestanden,  gaat ’t daarna zowel financieel als mentaal steeds slechter met haar. In 1905 vernielt ze in een geestelijke depressie ineens veel van de beelden in haar atelier. Volgens de toen heersende psychiatrische inzichten zou ze zelfs tekenen van schizofrenie hebben getoond. Maar afgaand op die ouderwetse inzichten en de erbij beschreven uitingsvormen zou tegenwoordig een substantieel deel van onze Westerse bevolking gedwongen opgesloten moeten worden. Zo heb ik mij dat eens laten vertellen door iemand met de nodige kennis op dat gebied. Interessante gedachte, nietwaar?

in gedachten verzonken bij een bekend beeld van Camille Claudel
Camille Claudel, L’Âge mûr, nog zo’n bekend beeld
Camille Claudel, La Valse, diverse uitvoeringen

Voor wat die diagnose ook waard mag zijn geweest, in 1913 werd Camille Claudel door toedoen van haar moeder en haar jongere broer Paul ook echt opgenomen in een gesticht. Dat kwam ze uitermate goed uit want zo hoefden ze na de dood van hun welgestelde man/vader zijn erfenis niet met haar te delen. Ze hebben er zelfs voor gezorgd dat Camille nooit meer dat gesticht heeft kunnen verlaten ondanks herhaalde doktersrapporten die aangaven dat ze genezen was en naar huis kon. Leuk, zo’n familie. Dertig jaar had ze er gezeten tot ze in 1943 in alle eenzaamheid stierf en haar lichaam  in een soort massagraf voor gestorven patiënten terecht kwam. Niet dus in het familiepraalgraf dat broerlief intussen had laten maken. Broerlief die zichzelf ooit eens het werkelijke genie van de familie had genoemd. Je kunt je dus afvragen wie eigenlijk in dat gesticht had moeten zitten.

Tot slot nog even twee frapperende beelden. Een van Rodin en een van Claudel.

Rodin, L’Eternel Printemps
Camille Claudel, links L’Abandon, rechts het beroemde Sakoentara

Hoe gelijk en ook hoe verschillend! Voor de masculiene Rodin was het natuurlijk logisch dat de man uitstak boven de vrouw. En bij Camille? Oordeel zelf. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Honderd miljoen dollar voor dat beeldje? Oké, pak maar in!


Giacometti in Galerie Lympia, Nice

Ik heb in twijfel gestaan. Wel of niet voor een korte trip naar Londen. Want in kunstbladen en op kunstsites valt  ’t maar met moeite over het hoofd te zien, de grote overzichtstentoonstelling van Giacometti in het Tate Modern in Londen. En die heerlijk vreemde kunstvogel Alberto Giacometti  (1901-1966) is een lievelingsartiest van me. Zeker sinds ik in 1994 zijn werk voor het eerst ‘live’ zag bij de Fondation Maeght, een prachtig museum in Saint-Paul-de-Vence even boven Nice.  Daar staan permanent een aantal beelden van hem. Die beslissing over Londen had ik overigens toch nog maar even voor me uitgeschoven. En dat kwam plots ook heel goed uit.

Giacometti bij zijn beelden in Fondation Maeght

Want zo lees ik tijdens mijn recente verblijf in Nice ineens dat daar bijna bij mij om de hoek, nou ja, heel veel bijna dan, ook een expositie van Giacometti is geopend. En niets daarvan dus in die kunstbladen en op die kunstsites. Een Angelsaksisch staaltje van Brexit-kunstdiscriminatie! Dan is de PZC van de Côte d’Azur, de Nice Matin, toch maar weer een nuttige informatiebron. Even terzijde voor de niet-Zeeuwen, die aloude PZC is de Provinciale Zeeuwse Courant die met een viertal verschillende edities de nog steeds heersende eilandengeest van Zeeland voortreffelijk weet te benadrukken.

Wat bleek in de Nice Matin? Er was bij de oude haven pas een nieuw museum geopend. De Galerie Lympia. Twee honderden jaren oude gebouwen die in hun bestaan al hadden gediend als pakhuis, gevangenis of badhuis waren omgetoverd tot een kunstcentrum. Jammer genoeg niet door de stad Nice zelf, maar door het Département. Waardoor ik er niet gratis naar binnen kon.  Alle Niçoise gemeentemusea zijn namelijk gratis toegankelijk voor inwoners mits in bezit van het juiste pasje. Maar het Département des Alpes-Maritimes doet daar niet aan mee. De begroting zal wel net zo krap zijn als die van de provincie Zeeland.

de haven lang geleden, met het gebouw met de klok en de lange muur rechts ervan, nu samen Galerie Lympia
zoals nu, met Galerie Lympia

Maar dat betalen had ik er wel voor over. Geheel terecht, zo bleek. Het Tate Modern? Hoeft niet meer. In samenwerking met de Fondation Giacometti uit Parijs was een heel mooi overzicht gemaakt van werk uit Giacomett’s laatste vijf levensjaren. Hoe groot de verzekeringssom is die ze daarvoor hebben moeten betalen? Geen idee! Maar goedkoop zal ’t niet zijn geweest. Ga maar na, in de top-tien van duurste beelden ooit komt Giacometti veelvuldig voor. Met zelfs plaats 1 en 2 noteringen door rammelende geldbuideltjes gevuld met respectievelijk zo’n 140 miljoen en 100 miljoen US dollars. Volstrekte waanzin natuurlijk, zulke bedragen voor kunst. Maar ja, je hebt dan wel een beeld van Giacometti. Best interessant om aan je vriendjes te laten zien. Toch?

Alberto zelf zal dit nooit hebben kunnen bevroeden. Hij werd tijdens zijn leven wel steeds bekender, maar zat eigenlijk ’t liefst in zijn maar 25 vierkante meter grote, rommelige Parijse atelier. Tekenend, schilderend  en eindeloos werkend in gips en klei aan zijn uiterst langgerekte menselijke figuren en gezichten.  Later een inspiratiebron voor heel veel kunstenaars.

Giacometti in zijn atelier
schets door Giacometti van zijn atelier

Uren moesten zijn modellen in dat vaak koude atelier poseren. Niet, naar zijn eigen zeggen, om ze te boetseren zoals je ze zag maar om weer te geven hoe ze als persoon waren. In eerste instantie gaven vooral zijn broer Diego en zijn vrouw Annette zich over aan die onvermijdelijke procedure. In zijn laatste levensjaren kwamen daar vriend Eli Lotar en een nieuwe vlam, de 20-jarige Caroline, bij. Zogezegd de oude bok en het groene blaadje. Maar zij verleidde hem er in ieder geval ook toe om veel meer uit dat donkere atelierhok te komen. Samen lekker toeren door Parijs. In die mooie sportwagen die hij voor haar had gekocht. Dat dan weer wel. Misschien zelfs nog wel een kostenpost voor de Franse belasting. Want vanuit die auto maakte hij ook nog schetsen van de stad.

foto’s van de expositie in de twee gebouwen

Wat ik altijd heel knap vind van Giacometti is dat de koppen van zijn modellen die hij al deformerend heel langgerekt zat te creëren direct herkenbaar zijn. Daarin toont zich de grote kunstenaar. Want probeer een sterk overdreven lichamelijke deformatie maar eens esthetisch aanvaardbaar en daarnaast ook nog realistisch te laten overkomen. Dat is razend moeilijk.

afbeeldingen van Annette, de vrouw van Giacometti

afbeeldingen van vriend Eli Lotar

Echt een museumaanwinst voor Nice, die Galerie Lympia. Sowieso vanwege de bijzondere Giacometti-expositie. Want hoe vaak zal ’t voorkomen dat te gelijkertijd zijn langste beeld en zijn kleinste samen worden geëxposeerd? Dat laatste van maar een paar centimeter hoog kun je eigenlijk niet eens goed kunt bekijken, zo petieterig. En dan te bedenken dat hij er eindeloos mee bezig is geweest.

kleinste beeldje van Giacometti
hoogste beeld van Giacometti

Maar ook gebouw en ligging zijn heel aantrekkelijk. Je loopt het museum uit en kunt gelijk neerstrijken op een van de terrasjes aan die levendige, mediterraan gekleurde haven. Met ook nog het dagelijks af en aan varen van de veerboten naar Corsica en Sardinië vlak voor je neus. Tot volgende week.

TOOS

Blauw, blau, bleu, blue


 Toon Hermans zong ’t heel lang geleden al, “Mediterranee, zo blauw, zo blauw”. Want niet voor niks heet de Côte d’Azur zoals die heet. Dus als ik, zoals nu, in Nice verblijf, zijn associaties met blauw niet echt vreemd. Zeker niet als ik aan de voet van de Promenade des Anglais op het Blue Beach strandterras het prachtige lenteweer tot me neem. Met zicht op kilometers azuurblauw water voor me en kilometers blauwe lucht boven me. En met naast me ook nog een blauwe parasol.

Daardoor dacht ik ineens aan het nieuwe pigment blauw dat een paar jaar geleden bij toeval door chemici werd gemaakt terwijl ze op zoek waren naar heel iets anders. Toen volgde logischerwijs de associatie met Yves Klein en zat ik een poos later in het Mamac. Toch maar even uitleggen, denk ik.

Yves Klein

Ultramarijn is een lievelingskleur van me. Zie ik ergens iets met die kleur, dan word ik er als door een magneet heen getrokken. Dus toen ik op een of andere kunstsite het bericht over dat nieuwe blauw zag, had dat direct mijn hele aandacht. YInMn blue dus,er stond niet bij hoe je dat moet uitspreken. Onlangs gepatenteerd en nu in de handel verkrijgbaar. Blijkbaar een heel duurzaam en gifvrij blauw pigment dat prima als vervanger van het ouderwetse ultramarijn kan dienen. Maar tot mijn stomme verbazing stond nergens in dat uitgebreide artikel ook maar iets over IKB, het International Klein Blue. Duidelijk een geval van te weinig cultuurhistorische kennis of besef. Want als ’t gaat over de kleur blauw in combinatie met patenten hoor je dat als kunstjournalist gewoon te weten en te vermelden. Ziedaar dus die Yves Klein (1928-1963) uit mijn associatiereeks. Zelfs geboren en getogen in Nice. Een echte Niçois dus, met ook nog een echte kunstenaarsgeest.

Venus Bleue, gebaseerd op de Griekse Venus in het Louvre

Klein was bezeten van het idee een ultramarijn pigment te ontwikkelen dat al het andere blauw zou verslaan. Iets dat hem in samenwerking met een chemicus ook lukte. Het zogenaamde International Klein Blue kwam ter wereld. In 1960 kregen ze zelfs een Frans patent op het technische productieproces. Je moet het in werkelijkheid zien om te beseffen hoe je er ins Blaue hinein in kunt verzinken, in kunt worden gezogen. Dat diepgloeiende blauw wordt blijkbaar veroorzaakt door het samenspel van weerkaatsend licht met het aan een heel specifiek bindmiddel gebonden pigmentpoeder. Overigens doet die wetenschappelijke verklaring niks af aan de magie van het IKB.

Victoire de Samothrace bleue, gebaseerd op het Samothrace beeld in het Louvre

Dat ultramarijn zorgde voor Yves Klein’s wereldwijde doorbraak. En dat echt niet alleen vanwege alle schilderijen, beelden en installaties van hem in die kleur. Want er waren eind jaren vijftig ook nog  zijn happenings met het IKB in o.a. Parijs. Toen the place to be voor kunstenaars. Neem maar rustig aan dat die bijeenkomsten volop de publiciteit haalden. Welgeschapen naakte vrouwelijke modellen, besmeurd met dikke lagen van zijn blauwe verf, wentelden zich over of drukten zich tegen nog onbeschilderd canvas of papier. Of werden er overheen gesleurd. Dat alles onder muzikale begeleiding van een klassiek strijkje.

happening
schildering gemaakt bij zo’n happening

Kijk ook maar eens op YouTube bij https://youtu.be/gj9nHa7FtQQ .

Succes verzekerd natuurlijk. Zeker in die tijd toen normen en waarden langzaam aan het verschuiven waren naar de definitieve omslag in de jaren 60. Hé, normen en waarden die veranderen? Heb ik daarover de laatste tijd niet heel wat gezien, gelezen en gehoord? Nog nieuws onder de zon? Dat valt dus wel mee!

Maar als je in Nice aan Yves Klein denkt, komt ook gelijk het Mamac als associatie aanzetten. Het grote en bekende gemeentelijk museum voor moderne kunst. Voor bewoners van Nice altijd gratis toegankelijk met een speciale pas. Net zoals veel andere musea in de stad. En vanwege mijn atelier/appartement hier heb ik zo’n pas. Die ik meestal ook gewoon op zak heb want niet vooruit geplande museumvisites zijn per definitie onverwacht. Van Niçois Yves Klein bezit het Mamac natuurlijk een groot kunstlegaat. Op de bovenste etages, met regelmatig wisselende keuzes uit de vaste museumcollectie, is altijd wel werk van hem te zien. Dit keer had ik ook nog mazzel. Een geheel monochrome IKB zaal!

de Yves Klein zaal in het Mamac, Nice

Ik heb me er volledig gelaafd aan dat opzuigende ultramarijn voordat ik met verlichte schreden weer richting atelier ging. Waar blauwe associaties al niet toe leiden!Tot volgende week.

TOOS

Ernest Pignon-Ernest, de pre-Banksy en nog veel beter ook


Promenade des Anglais
Promenade des Anglais

Ik was weer even in Nice, mijn tweede woonstad. Nooit een straf met de vrijwel altijd betere weersomstandigheden en die ook altijd weer bruisende ambiance van Parijs in het klein op z’n Italiaans. Nog steeds, ondanks de gruwelijke aanslag die er een aantal maanden geleden plaatsvond op de Promenade des Anglais. Die beroemde, prachtige boulevard aan de Baie des Anges.

het MAMAC
het MAMAC

Met de tram op weg naar Quadrige, mijn galerie in Nice, passeerde ik het  MAMAC en zag in een flits op de gevel in grote letters de naam Ernest Pignon-Ernest voorbij schuiven. Met als instantane reactie “daar moet ik heen!”. Dat MAMAC is het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain. En die Ernest Pignon-Ernest(1942) is de kunstenaar uit Nice die ik ruim 20 jaar geleden daar voor het eerst ontdekte. Een geweldige artiest die in Nederland volkomen onterecht nog steeds  volstrekt onbekend is, maar destijds in Frankrijk en Italië al wereldberoemd was door zijn straatkunst in o.a. Parijs, Avignon, Grenoble en Napels.

werk van Ernest Pignon-Ernest in Napels
werk van Ernest Pignon-Ernest in Napels

In feite is hij een Banksy avant la lettre. Je weet wel, die Banksy die al een aantal jaren wereldwijd furore maakt door op de gekste plekken overal ter wereld ineens afbeeldingen op muren tevoorschijn te toveren. Anoniem midden in de nacht stiekem op muren gespoten, in een altijd herkenbare wat cartooneske  stijl. En altijd met een maatschappijkritische ondertoon.

werk van Banksy
werk van Banksy

Maar naar mijn nederige interpretatie vooral wereldberoemd door zijn gimmick. Proberen zijn identiteit geheim te houden. Dat ‘m dat nog steeds lukt is op zich al een prestatie. Wel zijn er vermoedens wie hij is, maar daar blijft ’t bij. Anoniem proberen te blijven en daarmee toch wereldberoemd worden in de kunst. Best een aardig kunstje.

Daar doet Ernest Pignon-Ernest, voor het gemak ook wel EP-E genoemd, niet aan. Al vanaf het begin van zijn carrière heeft hij met zijn straatkunst in de openbaarheid gewerkt.  Zoals in 1971 in Parijs met grote doeken op de trappen van de Sacré-Coeur.

op de trappen van de Sacré-Coeur
op de trappen van de Sacré-Coeur

En jaren later in de vergane straten van het oude centrum van Napels. Foto’s van zijn werk daar ter plekke zag ik destijds voor het eerst in het MAMAC. Ik was er gelijk door gegrepen. Prachtige, bijna renaissancistisch getekende levensgrote muurwerken die als een trompe l’oeil in hun omgeving opgingen. Je moet ’t maar durven en doen in een tijd waarin de kunstkritiek de abstractie hoog in het vaandel had en het realisme in de officiële “kleren van de keizer” kunstkringen als ’t even kon geheel werd verguisd.

in Napels
in Napels
in het museum
in het museum
in Napels
in Napels
in het museum
in het museum
in het museum
in het museum

Nu was er dus eindelijk een grote overzichtstentoonstelling van hem in zijn geboortestad Nice. Met o.a. de originele krijt, pastel en inkt tekeningen die later verwerkt werden in zijn straatkunst. In de vorm van bijvoorbeeld graffiti of op muren geplakte zeefdrukken. Zoals in Soweto (Zuid-Afrika).

in Soweto
in Soweto

Of zoals in Rome waar hij een Pasolini-parcours gemaakt had. Met als inspiratiebron de in 1975 vermoorde, altijd spraakmakende filmregisseur Pier Paolo Pasolini.

in het museum
in het museum
in Rome
in Rome

Wat te denken ook van zijn project in de St.Paul  gevangenis in Lyon?

in Lyon
in Lyon
in het museum
in het museum

Of deze vanwege de huidige grote vluchtelingenproblemen wel heel actuele muurschilderingen. Gemaakt in de jaren 70 in Parijs en Calais! Hoezo vooruitziende blik?

in Parijs
in Parijs
in Calais
in Calais

Dit alles was echt smullen. Die hele Banksy, alhoewel beslist niet slecht, kan vergeleken met EP-E wat mij betreft wel inpakken.  En dit was nog niet alles. Er wachtte nog een heel speciale EP-E verrassing. Maar daarvoor tot volgende week.

TOOS

 

Hoe naakt is naakt?


Galerie Peter Leen en restaurant Same Same in Breukelen
Galerie Peter Leen en restaurant Same Same in Breukelen

Nog even voortborduren op mijn expositie met naakt bij Galerie Peter Leen in Breukelen waarover ik vorige week al een en ander meldde.

Als mens, en dus ook als vrouw, kun je aardig geconditioneerd raken door de meningen en gewoonten om je heen. Als vrouwelijk kunstenaar al helemaal als je eeuwenlang niet naar mannelijk naakt mocht tekenen en schilderen. Heel grote kans dat je dat zelfs als normaal gaat beschouwen. Ter illustratie daarvan even een deel uit een dagboek van een Amerikaanse kunstacademiestudente die in 1901 verzeild was geraakt aan Académie Colarossi in Parijs. Destijds het episch centrum van de kunst, de stad waar “het allemaal gebeurde”.

Ze schrijft:’Op de eerste dag, een open deur passerend bij één van de ateliers, zag ik Hermione staan en ging naar haar toe. Ze stond daar kalm te kijken met haar hoofd kritisch naar één kant. Aan het einde van de zaal passeerden in een rij één voor één naakte, mannelijke modellen. Het model voor die week werd gekozen. Voordat de rede het instinct kon controleren, draaide ik me om, en rende weg, sloot me op in de wc en voelde me ziek. Hoe kon mijn lieve Hermione daar staan, zo kalm taxerend? Hoe kon ze? Toen schudde ik mezelf door elkaar. “Idioot, puriteinse!  Terug en imiteer Hermione’s nonchalance”. Het kostte me daarna maar weinig tijd om ook een schattend oog over de die naakte mannelijke modellen te laten gaan.’

badmode rond 1900
badmode rond 1900

Kunnen we ons dat nu nog voorstellen? Eigenlijk niet. Ondanks de Nieuwe Preutsheid die er naar mijn gevoel aan het ontstaan is. Want ga maar na. Werd je enkele tientallen jaren geleden nog raar aangekeken als je aan de Côte d’Azur met bikinitopje aan op het strand lag, nu is dat het geval als je er juist zonder ligt. En dat bij de huidige discussie over de boerkini in Frankrijk! Toch leuk om dan even een foto van de badmode rond 1900 aan onze stranden te tonen. Zoals levensgezel dan vaak constateert bij dit soort zaken, “we leven toch maar in interessante tijden”.

Hoe dan ook, Peter Leen begon, toen ik mijn werk bracht, het gelijk met veel enthousiasme op te hangen. Werk in allerlei technieken. Ga maar na. Olieverf op linnen, tekeningen en aquarellen op papier. Drieluiken met dikke olieverf-zijpanelen en dunne middenstukken op alu-dibond. En mixed media werken op alu-dibond in zowel de gewone als de geborstelde versie. Geborsteld alu-dibond? Ja, inderdaad. Daarbij schimmert het aluminiumoppervlak door de combinatie van opgebrachte tekening en olieverf heen. Echt een heel intrigerend effect.

Masculino II, mixed media op geborsteld aluminium
Masculino II, mixed media op geborsteld aluminium

Hoe dat alles nu hangt weet ik eerlijk gezegd niet. Want toen we ’s avonds weer richting Middelburg gingen na een overheerlijke Thaise maaltijd in het Same Same restaurant van de galerie zag je Peter nog steeds nadenken. Ga ik die nou nog verhangen, moet die hoger of lager of combineer ik juist die twee met elkaar? Daar heb je nu je galeriehouders voor. Die kennen hun ruimte en dan moet een kunstenaar zich niet bemoeien met het ophangen. Hoe moeilijk dat soms ook is.

Peter03 Peter04

bezig met inrichten van de expositie
bezig met inrichten van de expositie
de afsluitende, heerlijke Thaise maaltijd
de afsluitende, heerlijke Thaise maaltijd

Toch mooi dat de galeriebezoekers en restaurantgasten nu rustig tussen al dat mannelijk en vrouwelijk naakt kunnen verkeren. Zonder verschuifbare gordijntjes ervoor, zoals dat volgens de overlevering uit de 19de eeuw nog het geval was met één van de iconen uit de kunstgeschiedenis. Het beruchte en beroemde “L’origine du monde” uit 1866 van Gustave Courbet. Nu permanent in de collectie van het Musée d’Orsay in Parijs. Met de destijds in Parijs woonachtige Turks-Egyptische diplomaat Khalil-Bey als eerste eigenaar. Ironie van de geschiedenis, dat Turks-Egyptische? Bepaal ’t zelf maar.

Gustave Courbet, L'origine du monde, 1866
Gustave Courbet, L’origine du monde, 1866

Tegenwoordig doen we dat natuurlijk niet meer, gordijntjes ervoor. Stel je voor! Of misschien toch wel, maar dan anders? Op Facebook schijn namelijk wel af en toe het nodige verwijderd te worden dat met naakt heeft te maken. Misschien dat ik toch binnenkort maar eens onderstaand werk op Facebook zet. Gewoon om te kijken wat er gebeurt. Bij Galerie Peter Leen is het in ieder geval te zien.

Folata, aquarel 110 cm-80 cm
Folata, aquarel 110 cm-80 cm

Zet overigens 24/25 september maar in de agenda. Dan is er bij Peter een speciaal weekeinde te beleven met mijn werk. Waarover tegen die tijd meer. Tot volgende week.

TOOS

Top kunst van ongans rijke Amerikanen


 

Metropolitan Museum, New York
Metropolitan Museum, New York
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen

Het Louvre in Parijs is groot, heel groot. Als je er ongericht begint te dwalen, kun je er heel goede vèrdwalen. Maar het Metropolitan Museum in New York kan er ook wat van. Ook gigantisch groot en ook daar raak je makkelijk de weg kwijt.

Waarom ik daar nu op kom? Allereerst was ik recent bezig met maken van een fotoboek over mijn verblijf in New York afgelopen november. En daarbij kwam ik in de lading foto’s gemaakt in het Metropolitan er eentje tegen van “De aanbidding door de Drie Koningen” van Jeroen Bosch. Over wiens moergrobben dus juist mijn blog van vorige week ging. Logisch bruggetje toch?

Met03 Dat wat conventionele werk zonder echte moergrobben hing er toen nog. Snel daarna zou het de reis over de Atlantische Oceaan richting Europa gaan maken voor de grote overzichtstentoonstelling van Bosch. Nadat het dus ooit eens juist de tegenovergestelde tocht had gemaakt. Net zoals een ongelooflijk grote hoeveelheid topkunst die in het Metropolitan Museum is te bewonderen. Want wat hebben die Amerikanen zich vroeger ongans gekocht aan Europese kunst! Maar ja, hoeveel ongans rijke staal, olie en bankbaronnen liepen er in de 19de en begin 20ste eeuw wel niet rond in de Nieuwe Wereld.  En al hun ongans grote villa’s moesten naar de mode natuurlijk worden opgeleukt met kunst van het Oude Continent. Kunst die later uiteindelijk vaak geschonken werd aan het in 1872 geopende Metropolitan Museum.

Met04

Nu staat daar dus aan de oostrand van het Central Park een reusachtig gebouw waarin je dagen kunt ronddwalen door millennia van wereldkunst. Egyptische, Griekse, Romeinse, Oceanische, Aziatische, Afrikaanse, Arabische en middeleeuwse tot en met 20ste eeuwse Europese kunst. Oh ja, ook nog oude muziekinstrumenten, fotografie en natuurlijk heel veel Amerikaanse kunst. Je komt tijd, ogen en concentratie te kort. Zeker als je, zoals wij, maar één dag hebt ingeroosterd. Zij het een hele. ’s Morgens erin en met donker er weer uit.

Dat erin leverde een nieuwe ervaring op. Negen jaar geleden was ik er voor het laatst. Toen was het museum nog gratis toegankelijk. Met in de hal grote bakken met een gleuf waar je biljetten en munten in kon doen als vrijwillige donatie. Die bakken werden heel veel genegeerd. Nu bleken ze verdwenen.

Met05

Moest je dus toch toegang gaan betalen? Nee hoor, ’t is in principe nog steeds gratis. Maar …… Ze hebben een heel slim concept ontwikkeld om aan veel donaties te komen. Je moet nu naar een toegangsloket waar je een op te plakken sticker krijgt met een kleurtje. Elke dag een andere. Achter de diensdoende lieftallige dame doemt in je blikveld een niet te ontwijken heeeel groot bord op met gesuggereerde toegangsdonaties voor een dagje rondkijken. $17 voor 65+’ers, $25 voor de jonkies. Maar je hoeft echt niks te betalen als je dat niet wilt. Elk bedrag van 0 tot iets is welkom. Slim toch? Want je moet psychisch wel heel sterk in je schoenen staan om die lieve mevrouw die jou je sticker met een grote glimlach overhandigt, financieel geheel te negeren. Zouden we zoiets ook niet eens als proef in Nederland kunnen proberen? En dan al die af en toe weer oplaaiende discussies over wel of niet gratis museumtoegang overslaan?

Ben je een keer binnen, dan weet je gewoon niet waar je moet beginnen. Een en al keuzestress, zoals dat tegenwoordig heet. Nou, oké, de Griekse en Egyptische tempels komen nog wel weer eens. Net zoals Afrika, Oceanië, Noord- en Zuid-Amerika en de afdeling wapenuitrustingen. Nee, op naar de Middeleeuwen en naar onze eigen Gouden Eeuw met een zaal vol Rembrandts. Waarbij “Aristoteles met de buste van Homerus”. Mij natuurlijk heel erg aansprekend vanwege mijn illustraties bij de Ilias en de Odyssee.

afdeling Middeleeuwen
afdeling Middeleeuwen
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt

 

Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus
Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus

Ook op naar de oude Italianen, naar de Spanjaarden, naar Van Gogh, naar de Impressionisten, naar William Turner.

Rafaël, Madonna met kind en heiligen
Rafaël, Madonna met kind en heiligen
schilderijen van William Turner
schilderijen van William Turner

En naar een paar van mijn schilderheldinnen. Zoals Artemisia Gentileschi (1593-1653). Een dijk van een wijf die in de 16de eeuw als eerste vrouw ooit lid werd van de Accademia dell’Arte del Disegno in Florence. Een vrouw met een leven vol ups en downs, één groot avonturenverhaal.

Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus
Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus

Of zoals Rosa Bonheur (1822-1899) met haar iconische “De paardenmarkt”. Ook zo’n vrouw waaraan je een heel blog kunt wijden. Onconventioneel. Schilderend in mannenkleren op die Parijse paardenmarkt omdat ze anders teveel opzien zou baren. Want een vrouw schilderend in de buitenlucht? Aanstootgevend! De wereld , zelfs de Parijse, moest niet gekker worden.

Rosa Bonheur, de paardenmarkt
Rosa Bonheur, de paardenmarkt
niet iedereen heeft oog voor de kunst
niet iedereen heeft oog voor de kunst

Zo kun je daar in het Metropolitan Museum uren dwalen van het ene naar het andere topstuk. Alle belangrijke kunstenaars zijn vertegenwoordigd. Logisch dat het tot de drukst bezochte musea ter wereld behoort. Dankzij dus die puissant rijke Amerikanen die graag hun verworven kunst schonken en trouwens nog steeds schenken. Tot volgende week.

TOOS

 

Met 2 getroubleerde zielen het expo 3-luik afsluiten


de nieuwe toegang van het Van Gogh Museum in Amsterdam
de nieuwe toegang van het Van Gogh Museum in Amsterdam

“Onze” Vincent van Gogh (1853-1990) was niet direct een vrolijke flierefluiter. Maar wel een persoon  die onvoorwaardelijk koos voor de kunst. De Noor Edvard Munch (1863-1944), met zijn obsessies voor ziekte, dood, liefde en hier en daar een zenuwinzinking, hoorde ook niet echt bij de afdeling “optimisten”. Maar ook hij was een kunstenaar pur sang. En beiden horen bij de absolute kunsttop van hun tijd. Waarbij Munch, vele jaren na de dood van Vincent, ook nog eens tegen een opdrachtgever beweerde “Ik heb deze techniek van Vincent van Gogh geleerd”. Dat kan dan in ieder geval niet van Van Gogh persoonlijk zijn geweest want beiden hebben elkaar nooit ontmoet. Wel ondergingen ze alle twee de invloed van het Parijse kunstleven in de jaren rond 1890. Maar Vincent was al vertrokken naar Zuid-Frankrijk tegen de tijd dat Munch in Parijs aankwam.

Daar wordt, vind ik, te weinig nadruk op gelegd in het Amsterdamse Van Gogh Museum bij de parallellen die tussen beide kunstenaars worden getrokken op de blockbuster tentoonstelling “Van Gogh-Munch”. De derde expositie die op mijn “te doen” lijstje stond na die over Turner (Zwolle, Enschede) en Kleur Ontketend (Den Haag).

Gogh02

De vrijdag van vorige week had ik daarvoor ingeroosterd. Het werk van Van Gogh ken ik natuurlijk. Uitgebreid. Dat wordt ons in Nederland met de paplepel ingegoten. Maar nu was er de unieke kans een aantal wereldberoemde, iconische schilderijen van Munch in werkelijkheid te zien. Voor het eerst in Nederland en voorlopig ook wel voor het laatst. Gaan dus. Want had ik in mijn academietijd niet juist Munch gekozen als voorbeeld bij het vak figuurcompositie? De manier waarop hij dat deed was namelijk beroemd in de kunstgeschiedenis.

academiewerk van mij bij figuurcompositie
academiewerk van mij bij figuurcompositie

Destijds besefte ik eigenlijk nog niet goed waarom mijn keus op hem viel. Waarom bijvoorbeeld niet op de ook daarom bekende Edgar Degas met zijn vrolijke danseresjes en wel op die zwaarmoedige Munch? Met  o.a. zijn beroemde “Het zieke kind” dat ook op de tentoonstelling hangt. Een schilderij waarin hij de dood op jonge leeftijd van zijn zusje verwerkte. Overleden aan tbc, net als zijn moeder wat jaren later.

Munch, Het zieke kind, 1996
Munch, Het zieke kind, 1996

Of met “De schreeuw”. Een werk waarvan hij een aantal versies maakte en waarvan er één in Amsterdam is te zien.  Samen met een heel interessante  brief en bijbehorende tekening die hij aan een vriend stuurde.

de brief met schets
de brief met schets
De schreeuw, 1893
De schreeuw, 1893

Een  schrijven waaruit duidelijk wordt wat hem uiteindelijk bewoog tot het schilderen van die figuur met de wanhopig wijdopen gesperde mond en de handen tegen de oren. Op die brug raakte hij duidelijk in een depressie, zo kun je lezen, en ervoer hij ineens de natuur als één grote schreeuw. Het is dus niet Munch die schreeuwt.

emoticon bij WhatsApp
emoticon bij WhatsApp

Nee, de natuur schreeuwt tegen hem. En in verschrikking duwt hij zijn oren dicht. Ik moest ineens denken aan bijgaande emoticon. Die staat altijd paraat bij de meegeleverde serie emoticons op WhatsApp op mijn mobiel. Zou die er ook te vinden zijn geweest als Munch niet ooit “De schreeuw” had gemaakt? Ik vermoed van niet. Zo iconisch is dus dat werk van hem.

Maar waarom dus op de academie mijn keus voor Munch? Pas een aantal jaren besefte ik dat ik in die tijd niet helemaal lekker in mijn vel zat. Net als Munch. Maar die bleef er zijn hele leven mee behept. Ik kwam erachter toen ik een serie schilderijen maakte die ik de naam “Ontmoetingen” gaf. Met daarbij nog steeds die figuurcompositie van Munch in gedachten . Een bekende vond toen dat die serie eigenlijk meer met afscheid nemen had te maken dan met ontmoeten. En dat klopte. Het was, achteraf gezien, geen vrolijke serie.

drukte op de expositie
drukte op de expositie

Dat alles sijpelde langzaam weer bij me binnen bij het zien van die vaak triest stemmende schilderijen van Munch in het Van Gogh Museum. Echt curieus was dat ik het zelfs lichamelijk begon te ervaren. Mijn  middelgrote damestas begon uit zichzelf zwaarder en zwaarder te worden. Ik begon zelfs mijn schouders te voelen onder die toenemende last. Of ik die tas nu naar links of rechts verhing, ’t maakte niet uit. Als dat geen bewijs is dat Munch een hele grote was in het weergeven van diep menselijke emotie, wat dan wel!

Munch, Amor en Psyche, 1906
Munch, Amor en Psyche, 1906
Munch, Jaloezie II, ingekleurde litho 1896
Munch, Jaloezie II, ingekleurde litho 1896

Bij van Gogh is dat anders. Die schilderde toch meer de uitwendige wereld. Portretten, interieurs, arbeiders en natuur. Naar mijn mening eerst eigenlijk helemaal niet zo geweldig. Pas later, in het Parijse en Zuid-Franse licht , komt zijn talent razendsnel tot ontwikkeling. Met dat speciale kleurenpalet, die geheel eigen  interpretatie en dat prachtig dikke schilderen. Dan spettert ’t van het doek. Terwijl Munch, in zijn veel langere leven, eigenlijk steeds ingetogener wordt. De vergelijking van die twee op de expositie, hoe gezocht ook af en toe, levert  echt een prachtige geheel op. Hulde aan de organisatoren die zoveel wereldberoemde schilderijen bij elkaar wisten te brengen! Tot volgende week.

TOOS