Tagarchief: Parijs

Dance macabre van de vrouwelijke surrealisten


deel van ‘De Tranen van Eros’

Vorige week noemde ik ze al even vanwege de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum te Utrecht. Salvador Dalí, Max Ernst, René Magritte. Welke kunstliefhebber kent ze niet. Overal ter wereld kom je ze tegen als de grote surrealisten. Juan Miró, Yves Tanguy,  Paul Delvaux en Man Ray kun je er trouwens ook makkelijk aan toevoegen. Allemaal doken ze wel op in mijn academie-studieboeken. Maar vrouwelijke kunstenaars als Leonora Carrington, Leonor Fini, Dorothea Tanning, Dora Maar, Lee Miller, Meret Oppenheim en Eileen Agar? Wie zei je? Nou, die dus! Ooit van gehoord? Die kans was tot voor enkele jaren niet echt groot. Frida Kahlo vergeet ik dan maar even.

Leonora Carrington, Assurbanipal Abluting Harpies (1958), Centraal Museum Utrecht

Lang namelijk zijn ze weggestopt geweest in de surrealistische kunstwereld waar mannen de grote trom roerden. Met als aanvoerder André Breton. Dichter, schrijver  en vanaf 1924 theoreticus achter de denkwereld van het surrealisme. En dat terwijl juist de vrouw door de surrealisten op een hoog voetstuk werd geplaatst. Maar dan niet als kunstenaar. Want de Gelijkheid uit het Franse credo ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ ging daar in Parijs blijkbaar toch wat te ver. Maar de Vrijheid en Broederschap in de vorm van muze, inspiratiebron en liefdespartner? Geen probleem. Als je ’t over wisselende contacten hebt, dan daar wel. De zeventiger jaren parenclubs verbleken er ernstig bij.

Lee Miller, foto van Leonora Carrington en Max Ernst (1937), in 2018 gefotografeerd in
Madrid

Toch ging het die vrouwen wel degelijk om de gelijkheid. Zo blijkt in die voorbeeldige expositie in Utrecht. Carrington vond het, ondanks haar liefdesrelatie met de veel oudere Max Ernst, maar onzin als muze te worden gezien. ‘Ik had geen tijd om iemands muze te zijn, ik had het te druk met rebelleren tegen mijn familie en leren om kunstenaar te zijn.’ Dat haar olieverven de laatste jaren voor een paar miljoen over de veilingtoonbank gaan, zal ze toen niet hebben kunnen bedenken.

Leonora Carrington, Oink (They Shall Behold Thine Eyes) (1959), Centraal Museum Utrecht

Ook is daar de mij uit het hart gegrepen uitspraak van Dorothea Tanning. Een groot voorstander van gelijkheid die de benaming ‘vrouwelijke kunstenaar’ ver van zich wierp. ‘Het is net zo’n contradictio in terminis als ‘mannelijke kunstenaar’ of ‘olifanten-kunstenaar’. Je bent misschien een vrouw en je kunt een kunstenaar zijn; maar de één is een gegeven en de ander ben je.’ Zelf noem ik me ook altijd een kunstenaar en geen kunstenares. Dat laatste verfoei ik echt. Maar vaak heb ik ’t in mijn blog voor alle duidelijkheid nog over ‘vrouwelijke kunstenaar’ omdat menigeen bij ‘kunstenaar’ meestal toch automatisch een man voor zich ziet.

Dorothea Tanning, Asleep in the Deep (1947), Centraal Museum Utrecht
Leonor Fini, la Bergère des Sphinx (1941), Centraal Museum Utrecht

En Leonor Fini? Die zag zichzelf als autonome vrouw met volledige zeggenschap over zichzelf. Dat blijkt ook wel uit haar leven. Maar dat is een toekomstig verhaal. Binnenkort in dit theater, zogezegd. Met dan daarin misschien ook gelijk het veilingresultaat van onderstaand schilderij. Begin juli bij Sotheby voor een schatting tegen de $600.000. Schijntje toch?

Leonor Fini, La terrasse

In ieder geval had Leonor een pesthekel aan André Breton vanwege zijn ideeën over de vrouw als muze. Ze weigerde zichzelf daardoor dan ook als surrealist te zien. Macho Dalí vond wel van haar dat ze als kunstenaar ‘beter was dan de meeste anderen, maar talent zit nu eenmaal in de ballen’. Ach ja! Hij zag de figuurlijke ballen bij haar niet.

Leonor Fini

Zo ging dat dus. De mannen speelden graag haantje de voorste en kunstrecensenten, toen natuurlijk allemaal mannen, gingen daarin gretig mee. Maar gelukkig is daarin sinds de jaren 80 langzaam aan verandering gekomen. Nu zijn al die vrouwelijke surrealisten na hun dood bezig met een gezamenlijke opmars. Een soort surrealistische dance macabre. Want ga maar na.

Begin 2017 waren Leonora Carrington, Leonor Fini, Dorothea Tanning al, zij het schaars, vertegenwoordigd op een expositie over surrealisme in Museum Boijmans van Beuningen.

Leonora Carrington, Are You Really Syrious, (1953), Museum Boijmans
Dorothea Tanning, Voltage (1942), Boijmans
Leonor Fini, Due Donne (1939), Museum Boijmans

Toen ik in 2018 het Juan Míro Museum in Barcelona bezocht, werd ik blij verrast door een speciale expositie over  de Amerikaanse vrouwelijke fotograaf Lee Miller en het surrealisme in Engeland.

Eileen Agar, Quadriga (1935), ook in Madrid

In 2019 was er een grote tentoonstelling over de Amerikaanse Dorothea Tanning in het bekende Tate Modern in Londen en een over Française Leonor Fini in New York. Nu nog net loopt er in Frankfurt ‘Fantastische Frauen’ met daarin veel van de namen van hierboven. Vanaf augustus te zien in Denemarken. En tot september in Utrecht dus ‘De Tranen van Eros’.

Meret Oppenheim, ontwerpen uit 1935-40, pas uitgevoerd in 2003, Centraal Museum Utrecht

Daarbij heb ik ’t ook nog niet eens gehad over de aandacht in die expositie voor het LHBTI-gehalte van de surrealistische gemeenschap destijds. Lesbisch, homosexueel, bisexueel, transgender en interseksueel, ze liepen als kunststroming duidelijk heel ver voor de troepen uit. Maar Bob Dylan zong lang geleden al The Times They Are a-Changin’. Tot volgende week.

TOOS

Nice aan de Côte d’Azur, absoluut nice


de voorgevel van het Palais de Venise in Nice

Vorige week schreef ik er al even over, ik ben weer voor wat weekjes neergestreken in mijn tweede woonstad. In Nice aan de Côte d’Azur. Hoe verzeilde je daar, Toos? Die vraag heb ik al heel vaak gehoord. Nou, aan dat verzeilen gaat een interessant en vanzelfsprekend ook kunstzinnig getint maar wel ingewikkeld verhaal  vooraf dat ik ooit ook nog wel eens uit de doeken zal doen.

Maar feit is dat ik me hier in 1997 een zogenaamd trois pièces, een 3-kamer appartement, kon veroorloven. In een zeer smakelijk, oud en prestigieus complex uit 1908. Het Palais de Venise. Met prachtig barokke gevels en geschilderd in zo’n heerlijk mediterraan gelige kleur.  Een overduidelijk pluspuntje bij de aankoop was  wel dat de moeder van mijn galerist in Nice, Jean-Paul Areglia van Galerie Quadrige, in de makelaardij zat. Dat scheelde een hoop gedoe voor een buitenlandse  bij de Frans bureaucratische regelarij. Reken maar dat Nederland een luilekkerland is vergeleken daarmee.

dezelfde voorgevel van de andere kant gefotografeerd, met ook weer de markt voor mijn tuinpoort

Nu dus al weer 22 jaren lang verkeer ik hier regelmatig. In die tijd heb ik Nice, en zeer zeker mijn directe woonomgeving, behoorlijk zien veranderen. In heel positieve zin! Konden er destijds nog aan vier kanten auto’s rondom mijn Palais rijden, nu zijn die straten vrijwel geheel voetgangersgebied. Dat er een en ander zou gaan veranderen wist ik al wel. Maar vanwege die bureaucratie en het regelwaterhoofd Parijs, alle wegen leiden ten slotte naar Parijs, weet je hier maar nooit wanneer het sein op groen springt. Zeker niet wanneer ook nog onverkwikkelijke controverses in de nationale en financiële malversaties in de Niçoise politiek gaan opspelen. Maar dat zijn allemaal ook weer andere ingewikkelde, maar wel achter de rug liggende verhalen.

Nu heb ik zelfs 6 dagen in de week een deel van de Niçoise groentemarkt direct bij mijn tuinpoort aan de voorkant. De stinkende vismarkt zit gelukkig een heel eind verder weg. Ik ga daar regelmatig een heel vers visje halen, maar die geur? Al krijg je die er gratis bij, nee, die hoef ik niet.

en als de markt tegen 1 uur afloopt, kun je gelijk aan de lunch
Charles de Gaulle aan de wandel bij de vismarkt
het oude station

En aan de achterkant? Daar stond ooit, ver voor mijn tijd, het Gare du Sûd voor de trein naar het binnenland. Met een prachtige, nog door de beroemde architect Eifel ontworpen stationshal. Inderdaad, die van dat torentje in Parijs. Het station werd verplaatst, de hal bleef staan en de ruimte er omheen werd één grote, meestal veel te volle parkeerplaats. Dat Fransen heel creatief met parkeerruimte kunnen omgaan, heb ik er vaak genoeg mogen ervaren. Met bijbehorende autobeschadiging van dien.  Naast natuurlijk rondzwervende junkies, s’ nachts op de vuist gaande dronken zwervers en meer van dat grote-stad-gedoe. Ook dat is allemaal zeer veranderd.

de latere parkeerplaats
de vervallen toegangshal op de kop van het station
de achtergevel van het Palais de Venise nu

Er kwam een grote ondergrondse parkeergarage en op het oude  stationsterrein staan nu heel dure appartementsgebouwen waarbij de oude Eiffel-hal is omgetoverd tot zo’n moderne eetuiting. Een Food Hall, een Halle Gourmande.

de stationshal van Eifel nu

Ik ben er nog niet goed achter wat je er eigenlijk niet kunt eten. Met daarbuiten ook niet te vergeten zo’n heerlijk nostalgische draaimolen voor de kindertjes. De oude voorkant van de stationshal is gerestaureerd tot een fenomenale suikertaart met daarin de wijkbibliotheek. Pas mal du tout! Oh ja, Pathé bouwde er ook nog een grote bioscoop met 9 zalen.

de draaimolen
de toegangshal nu overdag
en ’s avonds
de poort uit, linksaf en weer rechts en je staat midden in de stad
de poort uit, rechtsaf en links en je ziet dit

Over de nieuwe tramlijnen Ligne 1 en Ligne 2 die me nu voor 1 euro met één overstap van een kleine honderd meter bij mij vandaan tot voor de deur van de vertrekhal van het vliegveld afzetten zal ik ’t dan nog maar niet hebben. Leven als god in Frankrijk? Ik probeer daar af en toe toch iets van mee te krijgen.

op de kop van het Palais de Venise

Tot volgende week.

TOOS

Kunstgedoe en fakenews


zelfportret van de jonge Rembrandt, 1629

Een poosje geleden bracht ik een min of meer verplicht bezoek aan het Mauritshuis in Den Haag. Je weet wel, Rembrandt 350 jaar geleden overleden en dat moet gevierd worden. Ik schreef er al eerder over. In het Rijksmuseum was ik al geweest, maar ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ moest nog afgevinkt worden. Dat klinkt dan misschien als een moetje, maar dat is ’t beslist niet. Want het Mauritshuis is altijd de moeite waard en als ze dan ook nog eens al hun ‘eigen’ Rembrandts bij elkaar hangen,wordt ’t helemaal leuk. Dus als je kunt, gewoon gaan. Nog tot 15 september.

Waar het me nu om gaat is het iconische schilderij ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’. Rembrandts eerste grote groepsportret waarmee hij in 1632 doorbrak.

Een werk waarin je je helemaal kunt verliezen als je er aandachtig naar kijkt. Maar alleen kijken is tegenwoordig niet meer genoeg. Er moet van alles bij. Toeters, bellen, experience dit en dat, brood en spelen, apps. Vooral dat laatste is heel erg in, ook omdat de mobiele telefoon voor velen een soort lichamelijk verlengstuk is geworden. Dat heeft absoluut allerlei voordelen. Maar elk voordeel hep ze nadeel, zoals een beroemd Nederlands filosoof jaren geleden al wist. Nu is er dus ook een app waarmee je die anatomische les in het Mauritshuis driedimensionaal kunt binnentreden. Kijk maar bij dit promotiefilmpje van het Mauritshuis en sponsor Nationale Nederlanden (https://youtu.be/uYUKT6moER4 ).

still uit de video

Toen in het Mauritshuis dacht ik al ‘wat voegt dit nu eigenlijk toe?’. ’t Is leuk, maar hooguit dat, en dan? Is kijken naar het echte schilderij niet veel interessanter dan zo’n namaakgedoe? Maar ja, ik kijk natuurlijk wel als kunstenaar en het schilderij is voor mij ‘experience’ genoeg.

Die gedachte kwam opnieuw in me op toen ik een paar weken geleden het bericht las over de pratende Mona Lisa. Ook al zo’n iconisch schilderij van Leonardo da Vinci en dan nog veel wereldberoemder dan die anatomische les. Probeer er in het Louvre in Parijs maar eens bij te komen. Een aantal jaren geleden maakte ik er deze foto.

En dat gaat daar dus de hele dag zo door. Eigenlijk complete waanzin! Nu heeft een Russische expert aan de hand van één foto van de Mona Lisa haar aan de praat gekregen. Met een ingewikkeld computerprogramma dat blijkbaar gebaseerd is op AI, artificial intelligence (https://youtu.be/P2uZF-5F1wI ).

Ze praat daarin wel, maar maakt nog geen geluid. Een soort ‘talking head’  zonder stem. Gaat dit nu ook een gimmick worden in musea (sorry voor al die Engelse termen, hoe kun je nog zonder)? Ik hoop eigenlijk van niet. Maar ongetwijfeld gaan we door dit soort technieken interessante tijden tegemoet met 100% fakenews.  Gewoon één foto van president Macron en op een volstrekt betrouwbaar medium als Facebook verschijnt een video waarin hij heel natuurlijk in z’n mooiste Frans vertelt dat hij Franse wijn al jaren niet om te drinken vindt. Zoals gezegd, dat worden interessante tijden. Maar laten we in de kunst toch gewoon lekker blijven kijken. Tot volgende week.

TOOS

De gemeenschappelijke deler van Alexandrië, Cambridge, Den Haag, Parijs en Nice


Wat kunnen die steden uit het rijtje in de titel nu met elkaar gemeen hebben? Nou, bijvoorbeeld dat er allemaal grote bibliotheken staan met daarin veel, héééél veel boeken. Zoals bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. En overal groeit dat aantal boeken. Ook in de KB van ‘s-Gravenhage. Ik weet dat zeker want heel onlangs hebben ze er in ieder geval twee bij gekregen. Van mij namelijk. Twee speciale kunstboeken die, en dat is nou echt de gemeenschappelijke deler, ook in die andere steden aanwezig zijn.  

KB in Den Haag

De oorzaak bij de KB zit ‘m in de zogenaamde Collectie Koopman. Nog nooit van gehoord? Ik tot voor kort ook niet. Tot ik een berichtje las in ‘BK-informatie’, het vakblad voor beeldende kunstenaars. Daarin stond een piepkleine aankondiging voor een bijeenkomst met uitleg over die Collectie Koopman. Wat bleek? Dat is een grote verzameling Franse kunstboeken, originele brieven, foto’s en handschriften. Ooit aangelegd door Louis Koopman (1887-1968). Met de nadruk op bijzondere uitgaven van Franse auteurs, geïllustreerd door kunstenaars. En daaronder niet de minsten! Picasso, Braque, Chagall, Degas, Miró, ‘onze’ Kees van Dongen, Matisse, Max Ernst. Louis Koopman liet zijn hele verzameling na aan de KB, samen met een flinke pot dukaten om de collectie te kunnen blijven updaten. Er zijn zelfs tentoonstellingen van geweest in bijvoorbeeld Brussel en New York.

Die bijeenkomst leek me dus wel wat, zeker gezien het feit dat ik als kunstenaar ook betrokken ben bij dat soort uitgaven via mijn Galerie Quadrige in Nice. Daarover heb wel vaker eens iets geschreven in dit blog.

bijeenkomst in de KB

Op dus naar de Koninklijke Bibliotheek op de juiste dag. Daar heb ik geen spijt van gekregen. Paul van Capelleveen, de beheerder van deze zo’n 10.000 items omvattende collectie, bleek een heerlijk bevlogen verteller die ons uiteindelijk heel veel wijzer de KB weer liet verlaten.

kunstboeken en boekjes in allerlei formaten
dav

Maar ik bleek hem ook nog wat wijzer te kunnen maken. Want hoewel hij dus een legaat ter beschikking heeft om de Collectie Koopman nog steeds verder uit te breiden met hedendaagse kunstboekuitingen, bleek hij nog nooit te hebben gehoord van ‘mijn’ galerie Quadrige en de bijbehorende uitgeverij La Diane Française.  Het gevolg daarvan?

 Een paar weken geleden zaten levensgezel en ik op de KB-kamer van Paul geanimeerd te praten over Franse kunstboeken, de Franse kunstwereld en mijn eigen bijdragen daaraan. En daar weer het gevolg van? Dat wat ik in mijn inleiding al schreef. De Collectie Koopman is nu uitgebreid met twee uitgaven die ik heb geïllustreerd met steendrukken. De ‘Edda ou Monuments de la Mythologie& de la Poësie des anciens du Nord ‘ uitgegeven in 2007,en La Légende Dorée, Sainte Catherine (25 novembre) uit 2010. Ik voel me daarbij best een beetje trots!

bij Paul van Capelleveen op zijn kamer in de KB

Want zo zitten mijn bijdragen aan het Franse livre d’art nu toch maar mooi in die prachtige nieuwe, gigantisch grote bibliotheek van Alexandrië, het eeuwenoude Trinity College in Cambridge waar je in de hal tegen een beeld van de grote natuurkundige Newton aanloopt, de Nationale Bibliotheek van Frankrijk in Parijs, bijna vanzelfsprekend in de Bibliothèque Louis Nucéra van Nice en nu ook in de Koninklijke Bibliotheek van onze Hofstad. Pas mal!

deel van de bibliotheek in Nice

Tot volgende week.

TOOS

Kunstkilometers vreten


Hoezo zou Nederland klein zijn? Ben je wel eens van het zuidwestelijk gelegen Middelburg naar het noordoostelijke Bad Nieuweschans in Groningen bij de Duitse grens gereden? Meer dan 380 km schoon aan de haak! Van Middelburg naar Parijs is korter.

Hoe ik dat weet? Omdat ik die rit in de loop der jaren een aantal malen vice versa heb gemaakt. Ook de afgelopen twee weekeinden weer. Vanwege een nieuwe expositie bij Galerie Wiek XX in dat Bad Nieuweschans. Eerst zo’n ritje om schilderijen te brengen, een week later voor de officiële opening. Heel veel kunstkilometers vreten dus. Maar levensgezel en ik maken dat dan met kunstavonturen zo aangenaam en nuttig mogelijk. Hoe? Lees maar!

Toevallig had ik kort geleden een schilderij verkocht via een in Parijs gevestigde online-kunstorganisatie. Aan een liefhebber van mijn werk in Berlijn. Maar dat schilderij was nog in consignatie bij Galerie Drentsche Aa in Balloo, even ten oosten van Assen. Kwam dat even goed uit! Kon ik ’t op zaterdag 16 februari gelijk ophalen als ik dat weekeinde toch noordwaarts ging. En kon ik ook te gelijkertijd met galerist Jan Wekema wat zomerse toekomstplannen doornemen die hier ongetwijfeld nog ter sprake gaan komen.

met Jan bij zijn Toos van Holstein wand

Zo dicht bij Assen konden we natuurlijk niet de expositie ‘Nubië: Land van de Zwarte Farao’s’ in het Drents Museum links laten liggen. Levensgezel en ik hebben elkaar ten slotte voor ’t eerst in Caïro ontmoet vanwege onze belangstelling voor het oude Egypte en het zuidelijk daarvan gelegen Nubië. ’t Bleek een heel interessante weekendtoevoeging.

Maar er wachtte ons in het Drents Museum nog een extra kunstverrassing. Een prachtige tentoonstelling van Carolijn Smit. Een keramist van wie we werk al vaak tegen kwamen op kunstbeurzen en dat ons elke keer opnieuw aansprak. Bleek ze daar zomaar ineens een heel grote tentoonstelling te hebben. Sommigen gruwen misschien van haar beelden maar ik vind het ongelooflijk intrigerend en ook nog eens perfect afgewerkt.

Opgetild door al die kunst was het toen nog maar een kippeneindje naar ons gebruikelijke verblijfadres in Friesland. Een klein dorpje waar familie van levensgezel resideert.

bij Galerie Wiek XX

Zondag. Eerst op naar Bad Nieuweschans om daar mijn schilderijen af te leveren en daarna terug via Ameide. Een eeuwenoude plekje, gelegen aan de Lek tussen Vianen en Schoonhoven. Daar hield kunstgenoot Lon Buttstedt open huis. Ze ging verhuizen van haar gigantisch grote 17e eeuwse pand van waaruit ooit het waterschap de polder bestierde naar iets veel kleiners. Altijd interessant om te zien wat ze zoal kwijt wilde. Op die manier is nu een heel grote houten, met stof beklede leeuw de mijne geworden. Dus alweer opgetild door iets moois bleek Middelburg ineens verrassend dichtbij.

een rij prachtig oude panden in Ameide

En het afgelopen weekeinde met die opening bij Galerie Wiek XX? Heel kort! Op vrijdag vanuit het domicilie van levensgezel in Den Haag naar Leiden. Opnieuw voor Egypte. Met de tentoonstelling ‘Goden van Egypte’ in het Rijksmuseum van Oudheden. Ook weer prachtig! Met als toegift nog onze eigen Zeeuwse godin Nehalennia. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Zaterdag noordwaarts via Dirkshorn in Noord-Holland voor een lunchafspraak bij Ronald en Elisabeth Leyen. Die Elisabeth die afgelopen oktober ‘Stalkunst’ organiseerde als onderdeel van de Kunst10daagse Bergen. Over mijn deelname daaraan schreef ik toen hier. Behalve die lunch had Elisabeth nog een extra lokkertje in de vorm van een prachtig groot fotoboek over onze ‘Stalkunst’.

samen met Elisabeth op de bank met dat fotoboek

’s Middags door naar het Fries Museum in Leeuwarden. Voor ‘Rembrandt en Saskia: liefde in de Gouden Eeuw’. Want om Rembrandt kunnen we dit jaar absoluut niet heen. Maar dat komt nog wel. Nog een ander verhaal.

Uiteindelijk weer door naar dat Friese dorpje van hierboven om van daaruit op zondag richting Nieuweschans te gaan. Voor die opening.

En afgelopen maandag? Nog even naar ‘ZWF Ontwerp’ in Bolsward. Daar waar ik al mijn alu-dibonds laat maken en waar ik wat ideeën te bespreken had met baas Geoffey Schippers. Over bijvoorbeeld Gubbio in Italië en mijn 70-Series. Raadselachtig? Zekers! Maar ook dat zijn komende verhalen.

met Geoffrey Schippers in de grote hal van ZWF Ontwerp

En wat ik tussen die twee weekeinden in heb gedaan? Werken natuurlijk. In mijn atelier. Tot volgende week.

TOOS

Zeeuwse Zomer aan Zee


Jan Toorop, Zee en duin bij Westkapelle 1907

De zomervakanties zijn voorbij. Ten minste die van de scholen. Wat niet wil zeggen dat de drukte aan de Walcherse kust dan ook voorbij is. Nu wordt ‘t, zoals levensgezel dat uitdrukt, grijze-koppen-tijd. Een paar jaar geleden zagen we dat begin september op een zaterdag levendig geïllustreerd. Zeeland  binnenrijdend vanaf Bergen op Zoom constateerden we dat het tegemoet komend verkeer substantieel bestond uit met gezinnen gevulde campers en gezinsauto’s met fietsen en fietsjes achterop of met de bekende sleurhut er achter. En Zeeland in? Ook zoiets, maar dan met een vulling van veelal ‘grijze koppen’. Een Zeeuwse Zomer aan Zee bestrijkt tegenwoordig dan ook flink wat maanden. Was die periode begin 20ste eeuw absoluut korter en rustiger, ze was er niet echt minder zomers door. Kijk maar.

Ferdinand Hart Nibbrig, Gezicht op het dorp Zoutelande 1912

Dit schilderij maakt deel uit van ‘Aan Zee’, een heerlijk zomerse tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum helemaal gewijd aan Walcheren. De rust die Zoutelande hier nog uitstraalt is deze stralende zomer trouwens wel anders geweest. Zou de hit ‘Zoutelande’ van het Zeeuwse Bløf hier ook een aandeel hebben gehad? ’t Is maar een vermoeden! Grappig dat in de bijbehorende video ook een soortgelijk vogelvluchtoverzicht van het dorp wordt gegevens als op het schilderij.

Maar waarom nu juist Walcheren in het Gemeentemuseum? Gewoon omdat ze er de grootste verzameling Mondriaans ter wereld bezitten. En daar willen ze af en toe natuurlijk wat mee. In dit geval in samenhang met werken van Jan Toorop, Jacoba van Heemskerck en dus Ferdinand Hart Nibbrig. Want al die kunstenaars kwamen rond 1910 een aantal zomers lang samen in Domburg. Destijds the place to be voor de adel en de rijken van Europa. En daardoor dus ook voor kunstenaars. Een kwestie van follow the money. Maar dat is weer een ander verhaal.

Het viertal kwam er trouwens niet alleen om te schilderen bij het beroemde Zeeuwse licht maar ook om te discussiëren en filosoferen over kunst in het algemeen in samenhang met hun eigen werk.

Jan Toorop (1858-1928), al behoorlijk beroemd tijdens zijn leven, was daarvan de aanstichter. Hij maakte de anderen enthousiast voor Domburg en omstreken en introduceerde bij hen ook het zogenaamde pointillisme. Een manier van schilderen met kleine kleurige puntjes die hij meenam vanuit zijn verblijf in Brussel waar dat weer was komen aanwaaien vanuit Parijs. Destijds het magisch en episch kunstcentrum van de wereld. Maar ook dat zijn weer andere kunstverhalen.

Jan Toorop, Zee en duinen te Domburg 1908

Jan Toorop, Dijkweg bij Westkapelle 1910

Ferdinand Hart Nibbrig, Zeeuws meisje 1914

Hart Nibbrig (1866-1915) bleef daarna zijn leven lang dat pointillisme trouw. Ook was hij zo enthousiast over Zoutelande dat hij er maar gelijk Huize Santvlught liet bouwen. Een nog steeds bestaande villa. Hij zal vast wel een paar losse familiekapitaalcenten hebben gehad want met zijn schilderen heeft ie ’t vermoedelijk

niet verdiend.

Jacoba van Heemskerck (1876-1923) zag uiteindelijk meer in het kubisme en de Duitse Expressionisten.

Jacoba van Heemskerk, Twee bomen 1908-1910

Jacoba van Heemskerk, Kasteel van Westhove 1913

overzicht van contributies voor het chique Badpalviljoen van Domburg

Maar ze bleef Domburg wel trouw. Niet zo moeilijk trouwens. Want haar rijke vriendin Marie Tak van Poortvliet, de eerste Nederlandse verzamelaar van moderne kunst, hoefde daar geen villa meer te laten bouwen, die bezat ze namelijk al. Villa Loverendale, een huis van zoete inval voor kunstenaars, kunstcritici en verzamelaars. Een grotendeels niet onbemiddeld gezelschap. Want ga maar na. Het boven op de duinen gelegen oude Badpaviljoen, een prachtig cultureel trefcentrum voor de toenmalige jetset, was alleen voor leden en introducees toegankelijk via een contributie van 10 gulden voor 4 maanden (zie foto). Beslist een hoop geld meer dan een eeuw geleden. Maar daarvoor had je dan ook wat met vanzelfsprekend een speciale herenzaal en aparte leesruimte voor de dames.

Badpaviljoen linksboven op het duin

En Mondriaan? Voor hem waren die Walcherse zomers en de schilderijen die hij er maakte van kerktorens en duinlandschappen vooral de opmaat naar zijn nu wereldberoemde abstractie met vlakverdeling door verticale en horizontale lijnen.

Mondriaan, Duin IV 1909

Mondriaan, Duinlandschap 1911

Mondriaan, Kerk te Domburg 1911

Mondriaan, Kerkgevel I-kerk te Domburg 1914

Hij is duidelijk de meest zoekende en vernieuwende van de vier kunstenaars, zo blijkt wel uit de expositie. Echt een aanradertje (nog tot 18 november). Je houdt er gewoon een heel blij en zomers gevoel aan over. Zie ook nog maar de officiële video van het museum.

Tot volgende week.

TOOS

Een icoon voor vrouwen in de kunst: Camille Claudel


Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine

Een paar weken geleden noemde ik het Franse provinciestadje Nogent-sur-Seine al eens vanwege enkele Sint Nicolaas overpeinzingen. Nu is ’t al weer aan de beurt. Maar dan om de echte reden dat ik daar was. Camille Claudel (1864-1943).Juist ja, die. En natuurlijk omdat in Nogent-sur-Seine in april van dit jaar een geheel aan haar gewijd museum is geopend. Dat wilde ik zien. Want Camille Claudel is langzaam aan uitgegroeid tot een icoon voor de vrouw in de kunst. Dat werd ook dit jaar nog eens in de bioscoop benadrukt door de speelfilm ‘Rodin’.

Een absolute must dus voor mij om na het zien van die film ook dat museum te bezoeken. In het stadje waar ze een deel van haar jeugd doorbracht. ’t Bleek de omweg, op weg naar Nice, dubbel en dwars waard.

Camille Claudel aan het werk in haar atelier

Sommigen zullen bij haar naam een zacht of misschien zelfs wat harder belletje horen rinkelen, bij anderen zal  ’t heel stil blijven. Maar zeker weten dat bij de naam Rodin heel veel bellen luid en duidelijk opklinken. Nou, die Camille Claudel  was dus vanaf 1883 een kleine tien jaar lang de maîtresse van die 24 jaar oudere, al getrouwde en steeds beroemder wordende beeldhouwer. In wat je kunt noemen een stormachtige en gepassioneerde liefdesrelatie. Maar daarnaast was ze ook nog eens een zeer getalenteerd kunstenaar. In diezelfde tak van sport, het beeldhouwen. Gaat dat dan goed, zo’n minnaarskoppel van twee grandioze talenten die te gelijkertijd eigenlijk ook elkaars concurrenten zijn? In een tijd dat de vrouw heel veel meer haar positie moest bevechten dan tegenwoordig? Op zich is dat mogelijk, maar hier dus beslist niet. En dat heeft mee het tragische leven van Camille veroorzaakt. Ga maar na. Geboren worden in een welgesteld gezin en na je dood terechtkomen in een anoniem graf van een krankzinnigengesticht.

Rodin door Camille Claudel

Camille door Auguste Rodin

Volop tragiek dus voor een vrouw die tijdens haar leven door sommige mannen zelfs werd betiteld als een genie. Echt een ongelooflijk compliment in die tijd! Want hadden de beroemde 18de eeuwse Verlichtings-filosofen Rousseau en Kant niet bij hoog en laag beweerd dat vrouwen nooit en te nimmer een genie konden zijn? Gezien hun psyche was dat volstrekt onmogelijk. Mannen, ja, dat was andere koek natuurlijk! In de 19de eeuw stond dat vrouwbeeld nog stevig overeind in conservatievere kringen. Leuke tijden dus voor de vrouw van toen. Zo werd Camille ook niet toegelaten tot de officiële kunstacademie in Parijs, de École des Beaux Arts. Tja, jammer mademoiselle  Claudel, we laten nu eenmaal geen vrouwen toe. Regels zijn regels.

In het atelier van Rodin gold die regel niet. Hij onderkende niet alleen haar beeldhouwtalent maar ook haar vrouwelijke aantrekkingskracht. Hartstochtelijke liefde, wederzijdse inspiratie en gezamenlijk werken aan projecten was het gevolg. Toch weigerde Rodin te scheiden van de vrouw met wie hij al vele jaren getrouwd was en bij wie hij een zoon had. Ook kwam hij zijn belofte niet na om Camille in contact te brengen met zijn steeds groter wordende klantenkring. Uiteindelijk breekt haar dat allemaal op en maakt ze, na een abortus, in 1892 een eind aan hun verhouding.

links een beeld van Rodin, rechts van Claudel

Door allerlei oorzaken, naast ook familiale wantoestanden,  gaat ’t daarna zowel financieel als mentaal steeds slechter met haar. In 1905 vernielt ze in een geestelijke depressie ineens veel van de beelden in haar atelier. Volgens de toen heersende psychiatrische inzichten zou ze zelfs tekenen van schizofrenie hebben getoond. Maar afgaand op die ouderwetse inzichten en de erbij beschreven uitingsvormen zou tegenwoordig een substantieel deel van onze Westerse bevolking gedwongen opgesloten moeten worden. Zo heb ik mij dat eens laten vertellen door iemand met de nodige kennis op dat gebied. Interessante gedachte, nietwaar?

in gedachten verzonken bij een bekend beeld van Camille Claudel

Camille Claudel, L’Âge mûr, nog zo’n bekend beeld

Camille Claudel, La Valse, diverse uitvoeringen

Voor wat die diagnose ook waard mag zijn geweest, in 1913 werd Camille Claudel door toedoen van haar moeder en haar jongere broer Paul ook echt opgenomen in een gesticht. Dat kwam ze uitermate goed uit want zo hoefden ze na de dood van hun welgestelde man/vader zijn erfenis niet met haar te delen. Ze hebben er zelfs voor gezorgd dat Camille nooit meer dat gesticht heeft kunnen verlaten ondanks herhaalde doktersrapporten die aangaven dat ze genezen was en naar huis kon. Leuk, zo’n familie. Dertig jaar had ze er gezeten tot ze in 1943 in alle eenzaamheid stierf en haar lichaam  in een soort massagraf voor gestorven patiënten terecht kwam. Niet dus in het familiepraalgraf dat broerlief intussen had laten maken. Broerlief die zichzelf ooit eens het werkelijke genie van de familie had genoemd. Je kunt je dus afvragen wie eigenlijk in dat gesticht had moeten zitten.

Tot slot nog even twee frapperende beelden. Een van Rodin en een van Claudel.

Rodin, L’Eternel Printemps

Camille Claudel, links L’Abandon, rechts het beroemde Sakoentara

Hoe gelijk en ook hoe verschillend! Voor de masculiene Rodin was het natuurlijk logisch dat de man uitstak boven de vrouw. En bij Camille? Oordeel zelf. Tot volgende week.

TOOS

Honderd miljoen dollar voor dat beeldje? Oké, pak maar in!


Giacometti in Galerie Lympia, Nice

Ik heb in twijfel gestaan. Wel of niet voor een korte trip naar Londen. Want in kunstbladen en op kunstsites valt  ’t maar met moeite over het hoofd te zien, de grote overzichtstentoonstelling van Giacometti in het Tate Modern in Londen. En die heerlijk vreemde kunstvogel Alberto Giacometti  (1901-1966) is een lievelingsartiest van me. Zeker sinds ik in 1994 zijn werk voor het eerst ‘live’ zag bij de Fondation Maeght, een prachtig museum in Saint-Paul-de-Vence even boven Nice.  Daar staan permanent een aantal beelden van hem. Die beslissing over Londen had ik overigens toch nog maar even voor me uitgeschoven. En dat kwam plots ook heel goed uit.

Giacometti bij zijn beelden in Fondation Maeght

Want zo lees ik tijdens mijn recente verblijf in Nice ineens dat daar bijna bij mij om de hoek, nou ja, heel veel bijna dan, ook een expositie van Giacometti is geopend. En niets daarvan dus in die kunstbladen en op die kunstsites. Een Angelsaksisch staaltje van Brexit-kunstdiscriminatie! Dan is de PZC van de Côte d’Azur, de Nice Matin, toch maar weer een nuttige informatiebron. Even terzijde voor de niet-Zeeuwen, die aloude PZC is de Provinciale Zeeuwse Courant die met een viertal verschillende edities de nog steeds heersende eilandengeest van Zeeland voortreffelijk weet te benadrukken.

Wat bleek in de Nice Matin? Er was bij de oude haven pas een nieuw museum geopend. De Galerie Lympia. Twee honderden jaren oude gebouwen die in hun bestaan al hadden gediend als pakhuis, gevangenis of badhuis waren omgetoverd tot een kunstcentrum. Jammer genoeg niet door de stad Nice zelf, maar door het Département. Waardoor ik er niet gratis naar binnen kon.  Alle Niçoise gemeentemusea zijn namelijk gratis toegankelijk voor inwoners mits in bezit van het juiste pasje. Maar het Département des Alpes-Maritimes doet daar niet aan mee. De begroting zal wel net zo krap zijn als die van de provincie Zeeland.

de haven lang geleden, met het gebouw met de klok en de lange muur rechts ervan, nu samen Galerie Lympia

zoals nu, met Galerie Lympia

Maar dat betalen had ik er wel voor over. Geheel terecht, zo bleek. Het Tate Modern? Hoeft niet meer. In samenwerking met de Fondation Giacometti uit Parijs was een heel mooi overzicht gemaakt van werk uit Giacomett’s laatste vijf levensjaren. Hoe groot de verzekeringssom is die ze daarvoor hebben moeten betalen? Geen idee! Maar goedkoop zal ’t niet zijn geweest. Ga maar na, in de top-tien van duurste beelden ooit komt Giacometti veelvuldig voor. Met zelfs plaats 1 en 2 noteringen door rammelende geldbuideltjes gevuld met respectievelijk zo’n 140 miljoen en 100 miljoen US dollars. Volstrekte waanzin natuurlijk, zulke bedragen voor kunst. Maar ja, je hebt dan wel een beeld van Giacometti. Best interessant om aan je vriendjes te laten zien. Toch?

Alberto zelf zal dit nooit hebben kunnen bevroeden. Hij werd tijdens zijn leven wel steeds bekender, maar zat eigenlijk ’t liefst in zijn maar 25 vierkante meter grote, rommelige Parijse atelier. Tekenend, schilderend  en eindeloos werkend in gips en klei aan zijn uiterst langgerekte menselijke figuren en gezichten.  Later een inspiratiebron voor heel veel kunstenaars.

Giacometti in zijn atelier

schets door Giacometti van zijn atelier

Uren moesten zijn modellen in dat vaak koude atelier poseren. Niet, naar zijn eigen zeggen, om ze te boetseren zoals je ze zag maar om weer te geven hoe ze als persoon waren. In eerste instantie gaven vooral zijn broer Diego en zijn vrouw Annette zich over aan die onvermijdelijke procedure. In zijn laatste levensjaren kwamen daar vriend Eli Lotar en een nieuwe vlam, de 20-jarige Caroline, bij. Zogezegd de oude bok en het groene blaadje. Maar zij verleidde hem er in ieder geval ook toe om veel meer uit dat donkere atelierhok te komen. Samen lekker toeren door Parijs. In die mooie sportwagen die hij voor haar had gekocht. Dat dan weer wel. Misschien zelfs nog wel een kostenpost voor de Franse belasting. Want vanuit die auto maakte hij ook nog schetsen van de stad.

foto’s van de expositie in de twee gebouwen

Wat ik altijd heel knap vind van Giacometti is dat de koppen van zijn modellen die hij al deformerend heel langgerekt zat te creëren direct herkenbaar zijn. Daarin toont zich de grote kunstenaar. Want probeer een sterk overdreven lichamelijke deformatie maar eens esthetisch aanvaardbaar en daarnaast ook nog realistisch te laten overkomen. Dat is razend moeilijk.

afbeeldingen van Annette, de vrouw van Giacometti

afbeeldingen van vriend Eli Lotar

Echt een museumaanwinst voor Nice, die Galerie Lympia. Sowieso vanwege de bijzondere Giacometti-expositie. Want hoe vaak zal ’t voorkomen dat te gelijkertijd zijn langste beeld en zijn kleinste samen worden geëxposeerd? Dat laatste van maar een paar centimeter hoog kun je eigenlijk niet eens goed kunt bekijken, zo petieterig. En dan te bedenken dat hij er eindeloos mee bezig is geweest.

kleinste beeldje van Giacometti

hoogste beeld van Giacometti

Maar ook gebouw en ligging zijn heel aantrekkelijk. Je loopt het museum uit en kunt gelijk neerstrijken op een van de terrasjes aan die levendige, mediterraan gekleurde haven. Met ook nog het dagelijks af en aan varen van de veerboten naar Corsica en Sardinië vlak voor je neus. Tot volgende week.

TOOS

Blauw, blau, bleu, blue


 Toon Hermans zong ’t heel lang geleden al, “Mediterranee, zo blauw, zo blauw”. Want niet voor niks heet de Côte d’Azur zoals die heet. Dus als ik, zoals nu, in Nice verblijf, zijn associaties met blauw niet echt vreemd. Zeker niet als ik aan de voet van de Promenade des Anglais op het Blue Beach strandterras het prachtige lenteweer tot me neem. Met zicht op kilometers azuurblauw water voor me en kilometers blauwe lucht boven me. En met naast me ook nog een blauwe parasol.

Daardoor dacht ik ineens aan het nieuwe pigment blauw dat een paar jaar geleden bij toeval door chemici werd gemaakt terwijl ze op zoek waren naar heel iets anders. Toen volgde logischerwijs de associatie met Yves Klein en zat ik een poos later in het Mamac. Toch maar even uitleggen, denk ik.

Yves Klein

Ultramarijn is een lievelingskleur van me. Zie ik ergens iets met die kleur, dan word ik er als door een magneet heen getrokken. Dus toen ik op een of andere kunstsite het bericht over dat nieuwe blauw zag, had dat direct mijn hele aandacht. YInMn blue dus,er stond niet bij hoe je dat moet uitspreken. Onlangs gepatenteerd en nu in de handel verkrijgbaar. Blijkbaar een heel duurzaam en gifvrij blauw pigment dat prima als vervanger van het ouderwetse ultramarijn kan dienen. Maar tot mijn stomme verbazing stond nergens in dat uitgebreide artikel ook maar iets over IKB, het International Klein Blue. Duidelijk een geval van te weinig cultuurhistorische kennis of besef. Want als ’t gaat over de kleur blauw in combinatie met patenten hoor je dat als kunstjournalist gewoon te weten en te vermelden. Ziedaar dus die Yves Klein (1928-1963) uit mijn associatiereeks. Zelfs geboren en getogen in Nice. Een echte Niçois dus, met ook nog een echte kunstenaarsgeest.

Venus Bleue, gebaseerd op de Griekse Venus in het Louvre

Klein was bezeten van het idee een ultramarijn pigment te ontwikkelen dat al het andere blauw zou verslaan. Iets dat hem in samenwerking met een chemicus ook lukte. Het zogenaamde International Klein Blue kwam ter wereld. In 1960 kregen ze zelfs een Frans patent op het technische productieproces. Je moet het in werkelijkheid zien om te beseffen hoe je er ins Blaue hinein in kunt verzinken, in kunt worden gezogen. Dat diepgloeiende blauw wordt blijkbaar veroorzaakt door het samenspel van weerkaatsend licht met het aan een heel specifiek bindmiddel gebonden pigmentpoeder. Overigens doet die wetenschappelijke verklaring niks af aan de magie van het IKB.

Victoire de Samothrace bleue, gebaseerd op het Samothrace beeld in het Louvre

Dat ultramarijn zorgde voor Yves Klein’s wereldwijde doorbraak. En dat echt niet alleen vanwege alle schilderijen, beelden en installaties van hem in die kleur. Want er waren eind jaren vijftig ook nog  zijn happenings met het IKB in o.a. Parijs. Toen the place to be voor kunstenaars. Neem maar rustig aan dat die bijeenkomsten volop de publiciteit haalden. Welgeschapen naakte vrouwelijke modellen, besmeurd met dikke lagen van zijn blauwe verf, wentelden zich over of drukten zich tegen nog onbeschilderd canvas of papier. Of werden er overheen gesleurd. Dat alles onder muzikale begeleiding van een klassiek strijkje.

happening

schildering gemaakt bij zo’n happening

Kijk ook maar eens op YouTube bij https://youtu.be/gj9nHa7FtQQ .

Succes verzekerd natuurlijk. Zeker in die tijd toen normen en waarden langzaam aan het verschuiven waren naar de definitieve omslag in de jaren 60. Hé, normen en waarden die veranderen? Heb ik daarover de laatste tijd niet heel wat gezien, gelezen en gehoord? Nog nieuws onder de zon? Dat valt dus wel mee!

Maar als je in Nice aan Yves Klein denkt, komt ook gelijk het Mamac als associatie aanzetten. Het grote en bekende gemeentelijk museum voor moderne kunst. Voor bewoners van Nice altijd gratis toegankelijk met een speciale pas. Net zoals veel andere musea in de stad. En vanwege mijn atelier/appartement hier heb ik zo’n pas. Die ik meestal ook gewoon op zak heb want niet vooruit geplande museumvisites zijn per definitie onverwacht. Van Niçois Yves Klein bezit het Mamac natuurlijk een groot kunstlegaat. Op de bovenste etages, met regelmatig wisselende keuzes uit de vaste museumcollectie, is altijd wel werk van hem te zien. Dit keer had ik ook nog mazzel. Een geheel monochrome IKB zaal!

de Yves Klein zaal in het Mamac, Nice

Ik heb me er volledig gelaafd aan dat opzuigende ultramarijn voordat ik met verlichte schreden weer richting atelier ging. Waar blauwe associaties al niet toe leiden!Tot volgende week.

TOOS

Ernest Pignon-Ernest, de pre-Banksy en nog veel beter ook


Promenade des Anglais
Promenade des Anglais

Ik was weer even in Nice, mijn tweede woonstad. Nooit een straf met de vrijwel altijd betere weersomstandigheden en die ook altijd weer bruisende ambiance van Parijs in het klein op z’n Italiaans. Nog steeds, ondanks de gruwelijke aanslag die er een aantal maanden geleden plaatsvond op de Promenade des Anglais. Die beroemde, prachtige boulevard aan de Baie des Anges.

het MAMAC
het MAMAC

Met de tram op weg naar Quadrige, mijn galerie in Nice, passeerde ik het  MAMAC en zag in een flits op de gevel in grote letters de naam Ernest Pignon-Ernest voorbij schuiven. Met als instantane reactie “daar moet ik heen!”. Dat MAMAC is het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain. En die Ernest Pignon-Ernest(1942) is de kunstenaar uit Nice die ik ruim 20 jaar geleden daar voor het eerst ontdekte. Een geweldige artiest die in Nederland volkomen onterecht nog steeds  volstrekt onbekend is, maar destijds in Frankrijk en Italië al wereldberoemd was door zijn straatkunst in o.a. Parijs, Avignon, Grenoble en Napels.

werk van Ernest Pignon-Ernest in Napels
werk van Ernest Pignon-Ernest in Napels

In feite is hij een Banksy avant la lettre. Je weet wel, die Banksy die al een aantal jaren wereldwijd furore maakt door op de gekste plekken overal ter wereld ineens afbeeldingen op muren tevoorschijn te toveren. Anoniem midden in de nacht stiekem op muren gespoten, in een altijd herkenbare wat cartooneske  stijl. En altijd met een maatschappijkritische ondertoon.

werk van Banksy
werk van Banksy

Maar naar mijn nederige interpretatie vooral wereldberoemd door zijn gimmick. Proberen zijn identiteit geheim te houden. Dat ‘m dat nog steeds lukt is op zich al een prestatie. Wel zijn er vermoedens wie hij is, maar daar blijft ’t bij. Anoniem proberen te blijven en daarmee toch wereldberoemd worden in de kunst. Best een aardig kunstje.

Daar doet Ernest Pignon-Ernest, voor het gemak ook wel EP-E genoemd, niet aan. Al vanaf het begin van zijn carrière heeft hij met zijn straatkunst in de openbaarheid gewerkt.  Zoals in 1971 in Parijs met grote doeken op de trappen van de Sacré-Coeur.

op de trappen van de Sacré-Coeur
op de trappen van de Sacré-Coeur

En jaren later in de vergane straten van het oude centrum van Napels. Foto’s van zijn werk daar ter plekke zag ik destijds voor het eerst in het MAMAC. Ik was er gelijk door gegrepen. Prachtige, bijna renaissancistisch getekende levensgrote muurwerken die als een trompe l’oeil in hun omgeving opgingen. Je moet ’t maar durven en doen in een tijd waarin de kunstkritiek de abstractie hoog in het vaandel had en het realisme in de officiële “kleren van de keizer” kunstkringen als ’t even kon geheel werd verguisd.

in Napels
in Napels

in het museum
in het museum

in Napels
in Napels

in het museum
in het museum

in het museum
in het museum

Nu was er dus eindelijk een grote overzichtstentoonstelling van hem in zijn geboortestad Nice. Met o.a. de originele krijt, pastel en inkt tekeningen die later verwerkt werden in zijn straatkunst. In de vorm van bijvoorbeeld graffiti of op muren geplakte zeefdrukken. Zoals in Soweto (Zuid-Afrika).

in Soweto
in Soweto

Of zoals in Rome waar hij een Pasolini-parcours gemaakt had. Met als inspiratiebron de in 1975 vermoorde, altijd spraakmakende filmregisseur Pier Paolo Pasolini.

in het museum
in het museum

in Rome
in Rome

Wat te denken ook van zijn project in de St.Paul  gevangenis in Lyon?

in Lyon
in Lyon

in het museum
in het museum

Of deze vanwege de huidige grote vluchtelingenproblemen wel heel actuele muurschilderingen. Gemaakt in de jaren 70 in Parijs en Calais! Hoezo vooruitziende blik?

in Parijs
in Parijs

in Calais
in Calais

Dit alles was echt smullen. Die hele Banksy, alhoewel beslist niet slecht, kan vergeleken met EP-E wat mij betreft wel inpakken.  En dit was nog niet alles. Er wachtte nog een heel speciale EP-E verrassing. Maar daarvoor tot volgende week.

TOOS

 

Hoe naakt is naakt?


Galerie Peter Leen en restaurant Same Same in Breukelen
Galerie Peter Leen en restaurant Same Same in Breukelen

Nog even voortborduren op mijn expositie met naakt bij Galerie Peter Leen in Breukelen waarover ik vorige week al een en ander meldde.

Als mens, en dus ook als vrouw, kun je aardig geconditioneerd raken door de meningen en gewoonten om je heen. Als vrouwelijk kunstenaar al helemaal als je eeuwenlang niet naar mannelijk naakt mocht tekenen en schilderen. Heel grote kans dat je dat zelfs als normaal gaat beschouwen. Ter illustratie daarvan even een deel uit een dagboek van een Amerikaanse kunstacademiestudente die in 1901 verzeild was geraakt aan Académie Colarossi in Parijs. Destijds het episch centrum van de kunst, de stad waar “het allemaal gebeurde”.

Ze schrijft:’Op de eerste dag, een open deur passerend bij één van de ateliers, zag ik Hermione staan en ging naar haar toe. Ze stond daar kalm te kijken met haar hoofd kritisch naar één kant. Aan het einde van de zaal passeerden in een rij één voor één naakte, mannelijke modellen. Het model voor die week werd gekozen. Voordat de rede het instinct kon controleren, draaide ik me om, en rende weg, sloot me op in de wc en voelde me ziek. Hoe kon mijn lieve Hermione daar staan, zo kalm taxerend? Hoe kon ze? Toen schudde ik mezelf door elkaar. “Idioot, puriteinse!  Terug en imiteer Hermione’s nonchalance”. Het kostte me daarna maar weinig tijd om ook een schattend oog over de die naakte mannelijke modellen te laten gaan.’

badmode rond 1900
badmode rond 1900

Kunnen we ons dat nu nog voorstellen? Eigenlijk niet. Ondanks de Nieuwe Preutsheid die er naar mijn gevoel aan het ontstaan is. Want ga maar na. Werd je enkele tientallen jaren geleden nog raar aangekeken als je aan de Côte d’Azur met bikinitopje aan op het strand lag, nu is dat het geval als je er juist zonder ligt. En dat bij de huidige discussie over de boerkini in Frankrijk! Toch leuk om dan even een foto van de badmode rond 1900 aan onze stranden te tonen. Zoals levensgezel dan vaak constateert bij dit soort zaken, “we leven toch maar in interessante tijden”.

Hoe dan ook, Peter Leen begon, toen ik mijn werk bracht, het gelijk met veel enthousiasme op te hangen. Werk in allerlei technieken. Ga maar na. Olieverf op linnen, tekeningen en aquarellen op papier. Drieluiken met dikke olieverf-zijpanelen en dunne middenstukken op alu-dibond. En mixed media werken op alu-dibond in zowel de gewone als de geborstelde versie. Geborsteld alu-dibond? Ja, inderdaad. Daarbij schimmert het aluminiumoppervlak door de combinatie van opgebrachte tekening en olieverf heen. Echt een heel intrigerend effect.

Masculino II, mixed media op geborsteld aluminium
Masculino II, mixed media op geborsteld aluminium

Hoe dat alles nu hangt weet ik eerlijk gezegd niet. Want toen we ’s avonds weer richting Middelburg gingen na een overheerlijke Thaise maaltijd in het Same Same restaurant van de galerie zag je Peter nog steeds nadenken. Ga ik die nou nog verhangen, moet die hoger of lager of combineer ik juist die twee met elkaar? Daar heb je nu je galeriehouders voor. Die kennen hun ruimte en dan moet een kunstenaar zich niet bemoeien met het ophangen. Hoe moeilijk dat soms ook is.

Peter03 Peter04

bezig met inrichten van de expositie
bezig met inrichten van de expositie

de afsluitende, heerlijke Thaise maaltijd
de afsluitende, heerlijke Thaise maaltijd

Toch mooi dat de galeriebezoekers en restaurantgasten nu rustig tussen al dat mannelijk en vrouwelijk naakt kunnen verkeren. Zonder verschuifbare gordijntjes ervoor, zoals dat volgens de overlevering uit de 19de eeuw nog het geval was met één van de iconen uit de kunstgeschiedenis. Het beruchte en beroemde “L’origine du monde” uit 1866 van Gustave Courbet. Nu permanent in de collectie van het Musée d’Orsay in Parijs. Met de destijds in Parijs woonachtige Turks-Egyptische diplomaat Khalil-Bey als eerste eigenaar. Ironie van de geschiedenis, dat Turks-Egyptische? Bepaal ’t zelf maar.

Gustave Courbet, L'origine du monde, 1866
Gustave Courbet, L’origine du monde, 1866

Tegenwoordig doen we dat natuurlijk niet meer, gordijntjes ervoor. Stel je voor! Of misschien toch wel, maar dan anders? Op Facebook schijn namelijk wel af en toe het nodige verwijderd te worden dat met naakt heeft te maken. Misschien dat ik toch binnenkort maar eens onderstaand werk op Facebook zet. Gewoon om te kijken wat er gebeurt. Bij Galerie Peter Leen is het in ieder geval te zien.

Folata, aquarel 110 cm-80 cm
Folata, aquarel 110 cm-80 cm

Zet overigens 24/25 september maar in de agenda. Dan is er bij Peter een speciaal weekeinde te beleven met mijn werk. Waarover tegen die tijd meer. Tot volgende week.

TOOS

Top kunst van ongans rijke Amerikanen


 

Metropolitan Museum, New York
Metropolitan Museum, New York

Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen

Het Louvre in Parijs is groot, heel groot. Als je er ongericht begint te dwalen, kun je er heel goede vèrdwalen. Maar het Metropolitan Museum in New York kan er ook wat van. Ook gigantisch groot en ook daar raak je makkelijk de weg kwijt.

Waarom ik daar nu op kom? Allereerst was ik recent bezig met maken van een fotoboek over mijn verblijf in New York afgelopen november. En daarbij kwam ik in de lading foto’s gemaakt in het Metropolitan er eentje tegen van “De aanbidding door de Drie Koningen” van Jeroen Bosch. Over wiens moergrobben dus juist mijn blog van vorige week ging. Logisch bruggetje toch?

Met03 Dat wat conventionele werk zonder echte moergrobben hing er toen nog. Snel daarna zou het de reis over de Atlantische Oceaan richting Europa gaan maken voor de grote overzichtstentoonstelling van Bosch. Nadat het dus ooit eens juist de tegenovergestelde tocht had gemaakt. Net zoals een ongelooflijk grote hoeveelheid topkunst die in het Metropolitan Museum is te bewonderen. Want wat hebben die Amerikanen zich vroeger ongans gekocht aan Europese kunst! Maar ja, hoeveel ongans rijke staal, olie en bankbaronnen liepen er in de 19de en begin 20ste eeuw wel niet rond in de Nieuwe Wereld.  En al hun ongans grote villa’s moesten naar de mode natuurlijk worden opgeleukt met kunst van het Oude Continent. Kunst die later uiteindelijk vaak geschonken werd aan het in 1872 geopende Metropolitan Museum.

Met04

Nu staat daar dus aan de oostrand van het Central Park een reusachtig gebouw waarin je dagen kunt ronddwalen door millennia van wereldkunst. Egyptische, Griekse, Romeinse, Oceanische, Aziatische, Afrikaanse, Arabische en middeleeuwse tot en met 20ste eeuwse Europese kunst. Oh ja, ook nog oude muziekinstrumenten, fotografie en natuurlijk heel veel Amerikaanse kunst. Je komt tijd, ogen en concentratie te kort. Zeker als je, zoals wij, maar één dag hebt ingeroosterd. Zij het een hele. ’s Morgens erin en met donker er weer uit.

Dat erin leverde een nieuwe ervaring op. Negen jaar geleden was ik er voor het laatst. Toen was het museum nog gratis toegankelijk. Met in de hal grote bakken met een gleuf waar je biljetten en munten in kon doen als vrijwillige donatie. Die bakken werden heel veel genegeerd. Nu bleken ze verdwenen.

Met05

Moest je dus toch toegang gaan betalen? Nee hoor, ’t is in principe nog steeds gratis. Maar …… Ze hebben een heel slim concept ontwikkeld om aan veel donaties te komen. Je moet nu naar een toegangsloket waar je een op te plakken sticker krijgt met een kleurtje. Elke dag een andere. Achter de diensdoende lieftallige dame doemt in je blikveld een niet te ontwijken heeeel groot bord op met gesuggereerde toegangsdonaties voor een dagje rondkijken. $17 voor 65+’ers, $25 voor de jonkies. Maar je hoeft echt niks te betalen als je dat niet wilt. Elk bedrag van 0 tot iets is welkom. Slim toch? Want je moet psychisch wel heel sterk in je schoenen staan om die lieve mevrouw die jou je sticker met een grote glimlach overhandigt, financieel geheel te negeren. Zouden we zoiets ook niet eens als proef in Nederland kunnen proberen? En dan al die af en toe weer oplaaiende discussies over wel of niet gratis museumtoegang overslaan?

Ben je een keer binnen, dan weet je gewoon niet waar je moet beginnen. Een en al keuzestress, zoals dat tegenwoordig heet. Nou, oké, de Griekse en Egyptische tempels komen nog wel weer eens. Net zoals Afrika, Oceanië, Noord- en Zuid-Amerika en de afdeling wapenuitrustingen. Nee, op naar de Middeleeuwen en naar onze eigen Gouden Eeuw met een zaal vol Rembrandts. Waarbij “Aristoteles met de buste van Homerus”. Mij natuurlijk heel erg aansprekend vanwege mijn illustraties bij de Ilias en de Odyssee.

afdeling Middeleeuwen
afdeling Middeleeuwen

gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt

 

Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus
Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus

Ook op naar de oude Italianen, naar de Spanjaarden, naar Van Gogh, naar de Impressionisten, naar William Turner.

Rafaël, Madonna met kind en heiligen
Rafaël, Madonna met kind en heiligen

schilderijen van William Turner
schilderijen van William Turner

En naar een paar van mijn schilderheldinnen. Zoals Artemisia Gentileschi (1593-1653). Een dijk van een wijf die in de 16de eeuw als eerste vrouw ooit lid werd van de Accademia dell’Arte del Disegno in Florence. Een vrouw met een leven vol ups en downs, één groot avonturenverhaal.

Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus
Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus

Of zoals Rosa Bonheur (1822-1899) met haar iconische “De paardenmarkt”. Ook zo’n vrouw waaraan je een heel blog kunt wijden. Onconventioneel. Schilderend in mannenkleren op die Parijse paardenmarkt omdat ze anders teveel opzien zou baren. Want een vrouw schilderend in de buitenlucht? Aanstootgevend! De wereld , zelfs de Parijse, moest niet gekker worden.

Rosa Bonheur, de paardenmarkt
Rosa Bonheur, de paardenmarkt

niet iedereen heeft oog voor de kunst
niet iedereen heeft oog voor de kunst

Zo kun je daar in het Metropolitan Museum uren dwalen van het ene naar het andere topstuk. Alle belangrijke kunstenaars zijn vertegenwoordigd. Logisch dat het tot de drukst bezochte musea ter wereld behoort. Dankzij dus die puissant rijke Amerikanen die graag hun verworven kunst schonken en trouwens nog steeds schenken. Tot volgende week.

TOOS

 

Met 2 getroubleerde zielen het expo 3-luik afsluiten


de nieuwe toegang van het Van Gogh Museum in Amsterdam
de nieuwe toegang van het Van Gogh Museum in Amsterdam

“Onze” Vincent van Gogh (1853-1990) was niet direct een vrolijke flierefluiter. Maar wel een persoon  die onvoorwaardelijk koos voor de kunst. De Noor Edvard Munch (1863-1944), met zijn obsessies voor ziekte, dood, liefde en hier en daar een zenuwinzinking, hoorde ook niet echt bij de afdeling “optimisten”. Maar ook hij was een kunstenaar pur sang. En beiden horen bij de absolute kunsttop van hun tijd. Waarbij Munch, vele jaren na de dood van Vincent, ook nog eens tegen een opdrachtgever beweerde “Ik heb deze techniek van Vincent van Gogh geleerd”. Dat kan dan in ieder geval niet van Van Gogh persoonlijk zijn geweest want beiden hebben elkaar nooit ontmoet. Wel ondergingen ze alle twee de invloed van het Parijse kunstleven in de jaren rond 1890. Maar Vincent was al vertrokken naar Zuid-Frankrijk tegen de tijd dat Munch in Parijs aankwam.

Daar wordt, vind ik, te weinig nadruk op gelegd in het Amsterdamse Van Gogh Museum bij de parallellen die tussen beide kunstenaars worden getrokken op de blockbuster tentoonstelling “Van Gogh-Munch”. De derde expositie die op mijn “te doen” lijstje stond na die over Turner (Zwolle, Enschede) en Kleur Ontketend (Den Haag).

Gogh02

De vrijdag van vorige week had ik daarvoor ingeroosterd. Het werk van Van Gogh ken ik natuurlijk. Uitgebreid. Dat wordt ons in Nederland met de paplepel ingegoten. Maar nu was er de unieke kans een aantal wereldberoemde, iconische schilderijen van Munch in werkelijkheid te zien. Voor het eerst in Nederland en voorlopig ook wel voor het laatst. Gaan dus. Want had ik in mijn academietijd niet juist Munch gekozen als voorbeeld bij het vak figuurcompositie? De manier waarop hij dat deed was namelijk beroemd in de kunstgeschiedenis.

academiewerk van mij bij figuurcompositie
academiewerk van mij bij figuurcompositie

Destijds besefte ik eigenlijk nog niet goed waarom mijn keus op hem viel. Waarom bijvoorbeeld niet op de ook daarom bekende Edgar Degas met zijn vrolijke danseresjes en wel op die zwaarmoedige Munch? Met  o.a. zijn beroemde “Het zieke kind” dat ook op de tentoonstelling hangt. Een schilderij waarin hij de dood op jonge leeftijd van zijn zusje verwerkte. Overleden aan tbc, net als zijn moeder wat jaren later.

Munch, Het zieke kind, 1996
Munch, Het zieke kind, 1996

Of met “De schreeuw”. Een werk waarvan hij een aantal versies maakte en waarvan er één in Amsterdam is te zien.  Samen met een heel interessante  brief en bijbehorende tekening die hij aan een vriend stuurde.

de brief met schets
de brief met schets

De schreeuw, 1893
De schreeuw, 1893

Een  schrijven waaruit duidelijk wordt wat hem uiteindelijk bewoog tot het schilderen van die figuur met de wanhopig wijdopen gesperde mond en de handen tegen de oren. Op die brug raakte hij duidelijk in een depressie, zo kun je lezen, en ervoer hij ineens de natuur als één grote schreeuw. Het is dus niet Munch die schreeuwt.

emoticon bij WhatsApp
emoticon bij WhatsApp

Nee, de natuur schreeuwt tegen hem. En in verschrikking duwt hij zijn oren dicht. Ik moest ineens denken aan bijgaande emoticon. Die staat altijd paraat bij de meegeleverde serie emoticons op WhatsApp op mijn mobiel. Zou die er ook te vinden zijn geweest als Munch niet ooit “De schreeuw” had gemaakt? Ik vermoed van niet. Zo iconisch is dus dat werk van hem.

Maar waarom dus op de academie mijn keus voor Munch? Pas een aantal jaren besefte ik dat ik in die tijd niet helemaal lekker in mijn vel zat. Net als Munch. Maar die bleef er zijn hele leven mee behept. Ik kwam erachter toen ik een serie schilderijen maakte die ik de naam “Ontmoetingen” gaf. Met daarbij nog steeds die figuurcompositie van Munch in gedachten . Een bekende vond toen dat die serie eigenlijk meer met afscheid nemen had te maken dan met ontmoeten. En dat klopte. Het was, achteraf gezien, geen vrolijke serie.

drukte op de expositie
drukte op de expositie

Dat alles sijpelde langzaam weer bij me binnen bij het zien van die vaak triest stemmende schilderijen van Munch in het Van Gogh Museum. Echt curieus was dat ik het zelfs lichamelijk begon te ervaren. Mijn  middelgrote damestas begon uit zichzelf zwaarder en zwaarder te worden. Ik begon zelfs mijn schouders te voelen onder die toenemende last. Of ik die tas nu naar links of rechts verhing, ’t maakte niet uit. Als dat geen bewijs is dat Munch een hele grote was in het weergeven van diep menselijke emotie, wat dan wel!

Munch, Amor en Psyche, 1906
Munch, Amor en Psyche, 1906

Munch, Jaloezie II, ingekleurde litho 1896
Munch, Jaloezie II, ingekleurde litho 1896

Bij van Gogh is dat anders. Die schilderde toch meer de uitwendige wereld. Portretten, interieurs, arbeiders en natuur. Naar mijn mening eerst eigenlijk helemaal niet zo geweldig. Pas later, in het Parijse en Zuid-Franse licht , komt zijn talent razendsnel tot ontwikkeling. Met dat speciale kleurenpalet, die geheel eigen  interpretatie en dat prachtig dikke schilderen. Dan spettert ’t van het doek. Terwijl Munch, in zijn veel langere leven, eigenlijk steeds ingetogener wordt. De vergelijking van die twee op de expositie, hoe gezocht ook af en toe, levert  echt een prachtige geheel op. Hulde aan de organisatoren die zoveel wereldberoemde schilderijen bij elkaar wisten te brengen! Tot volgende week.

TOOS

Kleur ontketend, maar dat niet alleen


Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Van Gogh, Tuin te Arles, 1888

Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910

Lang, heel lang geleden ……. Zo beginnen sprookjes heel vaak. Dit verhaal is dan wel geen sprookje, maar het begint toch ook lang geleden. Op de Academie in Tilburg. Daar waar ik ooit studeerde. Ik kreeg er onder andere les van Hans Koch. Die gaf CIS, Cultuur Iconografische Symboliek. Tja, kom maar eens op zo’n naam! Maar het was een vak waarin hij op een geweldig boeiende manier de grote verscheidenheid aan culturele uitingen van de mens met elkaar verbond. Beeldende kunst natuurlijk, maar dan in samenhang met muziek, ballet, architectuur,wetenschap en historische achtergronden. Ik vond dat fascinerend. Te ontdekken dat er allerlei lijntjes lopen tussen gebeurtenissen die zich op het eerste gezicht min of meer los van elkaar lijken te ontwikkelen.

Waarom ik daar nu over begin? Door mijn recente bezoek aan de expositie “Kleur ontketend-Moderne Kunst in de Lage Landen, 1885-1914” in het Gemeentemuseum van Den Haag. Die moest ik van mijzelf namelijk zien. Want voor op het oog aantrekkelijke tentoonstellingen wil ik af en toe best de deur van mijn atelier voor een dag achter me in het slot laten vallen. Me even losweken uit dat ateliercoconnetje en loskomen van mijn schilderijen. Die moeten ten slotte ook tijd krijgen om te drogen voor ik er weer mee verder kan. En dan gewoon wat kilometers maken om andere werelden te betreden. Dat werkt bij mij vaak verruimend voor de geest. Een soort geestverruimend en atelier-uittredend middel dus. Zonder verslavende bijwerkingen. Alhoewel?

Jan Toorop, Arbeis (Houthakker), 1905
Jan Toorop, Arbeid (Houthakker), 1905

Maar goed, die kleurexplosie in de beeldende kunst rond 1900 in De Lage Landen. Waarom zou gras niet rood mogen zijn? Of bomen paars? Een gezicht blauw? Prima toch! Of de lucht geel? Moet kunnen! Absoluut een boeiende tentoonstelling. Want natuurlijk is het interessant te zien hoe vanuit Parijs, het episch kunstcentrum van de wereld destijds, een revolutionaire ontwikkeling zich als een aardschok verplaatst door Europa. Naar Brussel bijvoorbeeld waar de kunstenaarsgroep Les XX zich erdoor laat inspireren. Een groepering waarvan de Nederlandse kunstenaar Jan Toorop deel uitmaakte. Die zorgde er weer voor dat de schokgolf zich verder voortplantte naar Nederland.

Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905
Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905

Maar voor mij ontbrak er iets essentieels bij de uitleg in het Gemeentemuseum. Want waarom ontstond er juist in die tijd zo’n kunstbeweging? Wat was daar weer de achtergrond van? Hadden de expositiesamenstellers zich daarin voor de bezoekers niet wat meer kunnen verdiepen? Of misten ze daarvoor, en dat is misschien wel te negatief gedacht, de benodigde bagage? Logisch dat ik dan automatisch moet denken aan mijn oude docent Hans Koch. Die zou dat ongetwijfeld uitgebreid hebben gedaan.

Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907
Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907

Die zou waarschijnlijk gewezen hebben op sensationele ontwikkelingen in de fotografie. Met in 1888 de eerste Kodak camera met filmrolletje voor het grote publiek onder de kreet “You press the button, we do the rest”. Met de kleurenfotografie die in de kinderschoenen begon te staan. Welke invloed moet dat hebben gehad op schilders die zagen dat fotografie een ernstige concurrent voor hen werd?

Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908
Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908

Die zou gewezen hebben op  ontwikkelingen in de architectuur. Met de gigantische Eiffeltoren die in 1889 het icoon werd van de grote wereldtentoonstelling in Parijs. Daar waar alles passeerde dat op dat moment belangrijk was in de wereld. En wat te denken van de industriële voortgang bij de diesel en benzinemotor. Met als gevolg de allereerste auto’s die in het straatbeeld beginnen verschijnen. Of de grote ommekeer in de natuurkunde met alles op zijn kop zettende ideeën van eerst Max Planck in 1900 en iets later Einstein in 1905? Zou het revolutionaire muziek en balletspektakel “Le sacre du printemps”  van Strawinsky uit 1913 hebben kunnen ontstaan als er rond de eeuwwisseling niet allerlei van die eerst onvoorstelbare maatschappelijke omwentelingen hadden plaatsgevonden?

Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910

Kees van Dongen, Molly
Kees van Dongen, Molly

Over die invloeden had ik in de uitleg bij de expositie toch graag iets teruggevonden. Want natuurlijk is er bij al die processen sprake geweest van wederzijdse kruisbestuivingen. Maar hoe dan ook, ’t was genieten. Van wegbereider Van Gogh natuurlijk. Van een zich ontwikkelende Mondriaan. Van hem hebben ze in het Gemeentemuseum ten slotte de grootste verzameling ter wereld. Dus als ze die uit kast kunnen trekken, zullen ze dat niet nalaten. Of van Jan Toorop en Jan Sluijters waarvan echt mooie werken werden getoond. Persoonlijk vind ik dat die teveel 2de hands werk hebben gemaakt. Maar dit was top. En niet te vergeten de representanten van België, dat andere Lage Land. Bijvoorbeeld James Ensor met zijn wonderbare wereld. Of de jong gestorven Rik Wouters, echt een ontdekking die in onze Noordelijke Lage Landje te weinig bekend is. Ook een pure colorist.

James Ensor, De intrige, 1890
James Ensor, De intrige, 1890

beeld en schilderijen van Rik Wouters
beeld en schilderijen van Rik Wouters

Wat was ’t daarom ook mooi dat op de terugweg naar Middelburg de autoradio “Het land van Maas en Waal” van Boudewijn de Groot in petto had. Met die intrigerende beginzin “onder de groene hemel, in de blauwe zon”. Noem dat maar eens toeval!  Tot volgende week.

TOOS

Daar is ie weer, de Verkiezing Kunstenaar van het Jaar


kvhj 1

We schrijven het jaar Anno Domini 2003. Het jaar waarin David Polak het initiatief neemt voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Kunstenaars uit heel Nederland kunnen er zich voor aanmelden en via internet mag het publiek de duim naar boven of naar beneden houden. Op een of andere manier vernam ik hiervan. Hoe weet ik echt niet meer. Maar ik vond het een prima particulier initiatief omdat het helemaal buiten de geijkte kunstkanalen en instanties om ging. Daarom had ik ook zoiets van “ach, waarom doe ik niet mee”. En laat ik nou ook nog verkozen worden bij het selecte groepje waaruit in een zaal in Utrecht die eerste Kunstenaar van het Jaar zou worden verkozen door het daar aanwezige publiek. Een groep van een paar honderd mensen die, eigenlijk wel heel ouderwets,  schriftelijke stembriefjes kreeg.

Onder de aanwezige uitverkozenen was ook de oude Corneille. De beroemde Cobra-kunstenaar had bij zijn reis vanuit woonplaats Parijs naar Utrecht vast wel het idee in z’n achterhoofd dat hij hoge ogen zou gooien. En inderdaad, in een nogal rommelige verkiezingsseance werd hij de eerste Kunstenaar van het Jaar. Hoe de anderen, waaronder ik dus, eindigden? Dat bleef onbekend. Waarschijnlijk daarom ontbreekt het jaar 2003 in onderstaande erelijst. Mijn verkiezingslijst sindsdien, zoals die ergens is terug te vinden op http://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing/ .

Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2015, 22e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2014, 22e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2013, 21e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2012, 21e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2011, 18e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2009/2010, 17e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2008, 20e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2007, 21e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2006, 15e positie
Galerie van Hedendaagse Kunstenaars 2005, 2e positie

Niet onaardig toch? Waar 2004 is? Dat jaar ontbreekt omdat ik me toen niet inschreef vanwege dat wat rommelige karakter in 2003. Maar in 2005 had David Polak het hele proces zodanig gestroomlijnd dat een nieuwe poging me wel wat leek. Met succes! Want zeg nu zelf, tweede is natuurlijk geen eerste, maar toch beslist de moeite waard. Het schijnt uiteindelijk maar een verschil van een paar stemmen te zijn geweest.

2005: op het podium met presentatrice Catherine Keyl
2005: op het podium met presentatrice Catherine Keyl

Na dat jaar kwam David op de proppen met het kunstpanel van zo’n honderd kunstkenners uit allerlei kunstdisciplines in het land. Journalisten, verzamelaars, directeuren, leraren, expositiemakers, enz.  Die moesten in een 1ste ronde 90 kunstenaars gaan nomineren. Dat voorkwam dat jan en alleman zich als kunstenaar voor de verkiezing kon opgeven. Want die begon best al aardig populair te worden. Via een publieke 2de ronde moesten er van die 90 dan 20 overblijven. Met nog vijf wild cards erbij mocht het panel uit de 25 overblijvenden dan de laatste 8 aanwijzen voor de ronde waarin het publiek het laatste oordeel mocht geven. Dat panel is, tot nu toe, altijd heel aardig voor me geweest. Elk jaar zit ik toch mooi weer bij die eerste 90 genomineerden. En elk jaar verkiest het publiek me weer bij die laatste 25. Maar dan stokt ‘t. Onder de panelleden heb ik blijkbaar toch niet genoeg draagvlak om bij de laatste 8 gekomen. Op zich jammer. Toch ben ik met die positie rond de 20ste plek die ik van ze krijg ook heel tevreden. Hoeveel kunstenaars telt Nederland ten slotte wel niet?

Afwachten maar waar ik nu terecht ga komen. Want ook voor de nieuwe verkiezing die in juli is gestart zit ik toch weer mooi bij die 90. Klik op http://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2015/ronde2/ en de hele stemlijst met genomineerden ontrolt zich. De stemprocedure spreekt verder voor zich.

de stemlijst met de 90 genomineerden voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2016
de stemlijst met de 90 genomineerden voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2016

Toch zou er naar mijn smaak nog iets in die hele procedure kunnen veranderen. Want theoretisch is het volgende mogelijk. Een bepaalde kunstenaar krijgt zoveel publieksstemmen dat hij of zij veruit bovenaan komt te staan in die 2de ronde. Maar als het panel die kunstenaar daarna niet bij de eerste acht verkiest, heb je aan al die stemmen dus helemaal niks, niente, nada. Is dat eigenlijk wel terecht?  Toch een vraag om over na te denken, lijkt me. Zou ’t niet eerlijker zijn als het aantal publieksstemmen, naast het oordeel van het panel, een bepaalde wegingsfactor mee krijgt bij het bepalen van die laatste acht? Er worden ten slotte toch tienduizenden stemmen uitgebracht! Bij veel van die populaire, wedstrijdachtige programma’s op tv is dat niet meer dan normaal. Een aantal jaren geleden heb ik dat al eens aan David Polak voorgesteld, maar dat idee zag hij niet zo zitten. Jammer! Want zou ’t de transparantie van de verkiezing niet duidelijk vergroten? En is transparantie de laatste jaren maatschappelijk gezien juist niet heel erg in trek ? Naast duurzaamheid trouwens. Maar dat is weer een heel ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Kunst op Cuba 2


Iemand is gekend in zijn of haar regio. Noem je die naam daarbuiten? Nada, onbekend. Of je naam wordt geroemd in Nederlandse kringen en je bent net de grens met België over? Niente, nooit van gehoord. Menig kunstenaar zal die ervaring hebben. Grenzen zijn nog steeds grenzen. Ondanks Europa en mondialisering. Cultuur en bekendheid zijn, zeg maar, grensverschijnselen. De beperkte groep uitzonderingen natuurlijk daar gelaten. Die gedachte kwam bij me op toen ik me laafde aan de kunst in het Museo Nacional de Bellas Artes Arte Cubana in Havana.

cuban arts museum in old havana© Cuba Absolutely, 2014

Zoals ik dat vorige week hier al meldde, een tropische, kunstzinnige verrassing. Met een paar geweldige kunstenaars waarvan ik nog nooit had gehoord en een enkeling die me toch wel vaag bekend voorkwam. Maar laat ik beginnen bij het begin. Dat doet dit museum ook. Dat wil zeggen vanaf de landing van Columbus in 1492 op een strand in het oostelijk deel van Cuba. Met dus de “ontdekking” van Amerika.

Armando Menacal, De landing van Columbus, Museo Nacional
Armando Menacal, De landing van Columbus, Museo Nacional

Daarna komt in de loop van de 16de en 17de eeuw langzaam de Europese kunst binnensluipen. Want welstand dient vanzelfsprekend getoond te worden, met schilderijen aan de muur. Denk maar aan onze 17de eeuw. Je weet wel, die Gouden. Maar in Cuba is dan alleen sprake van derde en vierde rangs schildersgarnituur. Dat liet het Museo Nacional chronologisch duidelijk zien. In de 19de eeuw wordt dat al stukken beter. Goeie kunstenaars beginnen naar Cuba te komen. Zo gaat dat nu eenmaal als er kringen met heel veel geld ontstaan. Want reken maar dat er kapitalen werden verdiend op Cuba. Met vooral rietsuiker en tabak. En met de slaven natuurlijk. Lage loonkosten, zogezegd!

eind 19de eeuwse/begin 20ste eeuwse kunst
eind 19de eeuwse/begin 20ste eeuwse kunst

Maar de grootste kunstontwikkeling zag ik toch in de loop van de 20ste eeuw. Is daar ineens een zaal vol prachtig werk van ene Wilfredo Lam (1902-1982), gebaseerd op het kubisme van Braque en Picasso.

museo 04 Lam

werken van Wilfredo Lam in het museum
werken van Wilfredo Lam in het museum

Ergens kwam ’t me bekend voor. Maar ’t echt kunnen plaatsen, nee, dat lukte me niet.  Dat gebeurde thuis pas. Even googelen, en ja hoor, natuurlijk. Die had ook werk in het MoMa in New York en Centre Pompidou in Parijs. Die Wilfredo Lam was dan wel geboren en getogen in Cuba, maar had ook een aantal jaren in Parijs geleefd en daar alle groten uit die tijd leren kennen. Ik had dus ongetwijfeld wel eens iets van hem gezien. Maar pas zoveel werk bij elkaar deed hem echt recht.

Ooit gehoord van Fidelio Ponce de Leon (1895-1949)? Nou ik ook niet. Toch heel bekend in Cuba en aanpalende landen, maar niet in Europa. Denk maar aan mijn opmerking in het begin.

werk van Fidelio Ponce de Leon
werk van Fidelio Ponce de Leon

Of van ene Rolando Gutiérrez (1919-1976)? Toen ik zijn tekeningen zag, kon ik gelijk ook de wereld met dikke mensen van de wereldberoemde Columbiaanse schilder en beeldhouwer Botero (1932) plaatsen.

Gutiërrez links, Botero rechts
Gutiërrez links, Botero rechts

En zo waren er nog diverse andere moderne kunstenaars.

museo 08

zalen met moderne kunstenaars
zalen met moderne kunstenaars

De grootste verrassing was echter ene Roberto Fabelo (1951). Een fabelachtige tekenaar en schilder met een geheel eigen, fascinerende en magisch realistische wereld.

museo 10

werk van Fabelo
werk van Fabelo

Diezelfde dag heb ik op de boekenmarkt in Havana nog een paar boeken over hem gekocht. Zoals een met illustraties van hem bij het verhaal van Pinokkio.  En het leuke was dat ik in de weken daarvoor al werk van hem had gezien zonder ’t te weten. Op paraplu’s! Want op Cuba lopen heel veel mensen rond met kunstzinnige regenschermen die in februari  vooral als parasol werden gebruikt. Van een echt Cubaans merk, Artex. Een keten met winkeltjes waar je de Cubaanse cultuur aantreft op bijvoorbeeld mokken, douchegordijnen en vazen. En dus ook op paraplu’s. Met daarop, zo realiseerde ik mij in het museum, ook afbeeldingen van die Fabelo. Ik had al een hele verzameling van die schermen op straatfoto’s omdat ik ze zo interessant vond. Kwestie van even zoeken. En ja hoor, daar had ik Fabelo al te pakken!

paraplu met afbeelding van werk van Fabelo
paraplu met afbeelding van werk van Fabelo

Dat moeten ze bij het Rijksmuseum ook eens gaan doen. Rembrandt en Vermeer op paraplu’s. Dan lopen wij op straat ook onze Nederlandse cultuur te showen. Tot volgende week.

TOOS

Wat zouden middeleeuwers vinden van Pompidou-Metz?


Ik ben een groot liefhebber van de middeleeuwse gotiek. En dan vooral van de kathedralen uit die tijd. Als er ergens zo’n machtig gebouw boven een stad uittorent , moét ik er gewoonweg heen. In het noordelijk deel van Frankrijk kan ik mijn hart dan ook helemaal ophalen. Echt ongelooflijk wat de bouwmeesters van die tijd, zo ongeveer vanaf het jaar 1200, gepresteerd hebben. Gewoon bouwmeesters dus, want de architecten moesten nog worden uitgevonden. Ambachtslieden, vaak van vader op zoon, met een heel goed oog voor verhouding en esthetiek. Toen, in die van christendom doordrenkte tijden, bouwden ze gewoon de hoogte in ter ere van hun God. En natuurlijk ook, maar dan wat bedekter, van die van de plaatselijke kerkbestuurders en gegoede burgerij die het van groot belang vonden dat hun toren toch hoger was dan die van concurrenten. God regeerde in plaats van het grote geld. Alhoewel? Over die wereld heeft  Ken Follett een paar interessante boeken geschreven, Pilaren van de Aarde (Pillars of the Earth) en Brug naar de Hemel (World without End). Aanraders wat mij betreft.

 Image

Maar goed, die kathedralen dus. Toen ik laatst in Straatsburg moest zijn, reden we langs een hele mooie. Die van Metz. Die zie je vanaf de autoroute al overduidelijk liggen. Moderne architecten en politieke stedenbouwers zouden ’t nu in dat taaltje van hun hebben over   “een stedelijk icoon” of “een statement” of “een architecturale sculptuur om je stad mee op de kaart te zetten”.  Gewoon voor het algemeen belang natuurlijk, dat spreekt voor zich! Interessant is daarom dat een paar jaar geleden Metz er zo’n modern “statement” bij kreeg. Een dépendance van het Pompidou in Parijs. Het Pompidou-Metz. Tja, en als ik dan toch in de buurt ben!

Image

Metz3Dat Pompidou-Metz staat er inderdaad als zo’n architecturale sculptuur. Zo’n vreemde vorm  waar architecten zich, dankzij alle moderne bouwtechnieken, helemaal op kunnen uitleven. Bij nieuwe musea is dat zelfs een absolute noodzaak. Kijk maar naar wat er op onze wereld de laatste tientallen jaren aan waanzinnig gevormde kunstgebouwen is bijgekomen. Niet altijd even esthetisch vind ik, wel interessant. Dat geldt ook in Metz.

Naast de expositiezalen was er één ruimte die ik extra interessant vond. Een grote uitbouw met een gigantisch raam dat vanuit dit moderne “icoon” direct uitzicht biedt op dat middeleeuwse icoon, de kathedraal. Een mooie vondst, die directe link van nieuw naar oud.

Image

Maar ook in die Cathédrale Saint-Étienne de Metz heb je dat. Want daar zie je niet alleen nog gebrandschilderde ramen uit de 14de eeuw, maar ook de indrukwekkende ramen die Marc Chagall ontwierp in de jaren 1958-1960. Als de zon daar doorheen schijnt, wordt je gewoon overweldigt door de kleurenpracht ervan. Echt een kunststuk. En een link van oud naar nieuw.  Toch mooi, die verbondenheid tussen dat oudste en nieuwste icoon van Metz. Wel kwam de vraag in me op wat een middeleeuwer zou vinden van het Pompidou-Metz als die nu plotsklaps in Metz zou worden gedropt.  Maar ik moet mezelf het antwoord schuldig blijven. Dat weet ik niet. Tot volgende week.

Image Image

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

De kunstkronkelweg van Nice via Middelburg naar Drusenheim


Achter gebeurtenissen in het leven zit eigenlijk altijd wel een logica. Zo lijken Nice, mijn woonplaats Middelburg en Drusenheim  in de Elzas op het oog weinig met elkaar te maken te hebben. En toch  zorgde logica ervoor dat ik afgelopen weekeinde bij de opening van het Musée PASO in Drusenheim was.

Paso1

Want lezers van “TOOS&ART” kunnen weten dat ik samenwerk met Galerie Qvadrige/La Diane Française in Nice (http://www.galerie-quadrige.com/) . Die galerie vertegenwoordigt diverse kunstenaars. Uit Italië, Spanje, Denemarken, Duitsland en natuurlijk ook Frankrijk. Eén van de Franse kunstenaars is PASO, kunstenaarsnaam van Paul Klein. Een succesvolle, oude rot in het vak met wie ik bevriend ben geraakt. Hij woont in Straatsburg, maar is geboren in het nabij gelegen Drusenheim. En wat maar enkele kunstenaars bij leven overkomt, is hem nu overkomen. Hij heeft een eigen museum gekregen. Nog wel in zijn geboorteplaats. Zo’n museum moet natuurlijk geopend worden. Met toeters en bellen, en vanzelfsprekend met de nodige kunstminnende en politieke hotemetoten.

Paso2

Paso3 Niet dat ik mijzelf daartoe reken, maar de uitnodiging om aanwezig te zijn heb ik toch in dank aanvaard. Vooral omdat ’t zo bijzonder is, als kunstenaar bij leven en welzijn je eigen museum in de schoot geworpen krijgen. Alhoewel, PASO heeft daarvoor wel een schenking van vele honderden schilderijen aan zijn Musée gedaan. Ten slotte moet er wel wat getoond kunnen worden en is ’t toch ook wel handig als er regelmatig van schilderijen gewisseld kan worden.

Echt iets om als kunstenaar jaloers op te zijn, de ruimten die PASO nu ter beschikking heeft om zijn sterk geabstraheerde en kleurige schilderijen te tonen. Jammer toch dat al die verschillende Nederlandse overheidslagen minder cultuurminnend zijn dan de Franse. Dat valt me altijd weer op, Frankrijk hecht echt veel meer aan haar cultuur dan wij dat in ons land doen. Cultuur mag er wat kosten.

Paso4

Ik heb overigens gelijk maar Nederland vertegenwoordigd, gezien het feit dat mijn lief en ik de enige aanwezige  Nederlanders waren. Zowel bij de opening overdag als bij het vriendendiner ’s avonds bij PASO en zijn vrouw Helga thuis. Daar hebben we het feest op de bekende Franse wijze nog even voortgezet. Met champagne vooraf en kaas aan het eind!

Paso5

Zo is zo’n weekendje Elzas beslist niet onaangenaam. Zeker niet in combinatie met een bezoekje aan het nieuwe museum voor moderne kunst dat het Parijse Centre Pompidou in Metz heeft laten bouwen. Het Centre Pompidou-Metz dus. Maar daarover een volgende keer. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Zomer, zee, Matisse en Nice


In de vorige aflevering had ik het al aangekondigd. Deze zomer kun je in Nice niet om de beroemde Henri  Matisse heen, die hier een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht. En omdat ik er toch was, heb ik dus maar voor €10 de stempelkaart gekocht voor de acht verschillende thematentoonstellingen die er rond zijn kunst zijn georganiseerd. Net zo’n soort Nederlandse molenschaatstocht waar je bij elke post een stempeltje gaat halen. Overigens geen geld natuurlijk. Stel je eens voor, in Nederland acht exposities rond Rembrandt voor een tientje! Iedereen zou zeggen “je bent gek”. Nou, dat zijn ze in Nice dus. Daar zijn normaal gesproken alle gemeentelijke musea zelfs vrij toegankelijk. Kom daar in cultureel Nederland maar eens om. Hier praten we alleen over zo’n idee.

Matisse 01

Maar goed, Matisse dus. De aanleiding tot deze “Een Zomer voor Matisse” was het 50-jarig bestaan van het Musée Matisse. Een prachtig grote villa in het hoger gelegen deel van de stad waar de Romeinen destijds al huisden. Vanuit het museum, gelegen naast de oude arena, kijk je dan ook direct op de resten van hun villa’s.

Matisse 02

Matisse 03

Dat museum ken ik natuurlijk van eerdere bezoeken. Maar nu hadden ze een aantal uitlenen van schilderijen die ik nog niet kende. Een daarvan, uit het Museum of Modern Art in New York, trof mij in het bijzonder. Dat was een groot werk, gebaseerd op een stilleven van onze eigen Nederlandse 17de eeuwse Jan Davidsz. de Heem dat in het Louvre hangt. Matisse heeft daar in 1915 zijn eigen interpretatie van gemaakt nadat hij het ooit in zijn academietijd bij zijn leermeester Gustave Moreau (1826-1898) al eens had gekopieerd. Ik heb ’t maar stiekem even gefotografeerd want eigenlijk was dat verboden. Toos, foei toch! Maar wel zonder flits natuurlijk.

Matisse 04

In het Musée des Beaux Arts, een op de boulevard uitkijkende gigantisch grote villa, was dan weer een expositie rond die Gustave Moreau en Matisse. Met Moreau heb ik een speciale band. Over het waarom daarvan vertel ik nog wel eens een keer, dat is een speciaal verhaal. In ieder geval heb ik zijn eigen museum in Parijs al een paar keer bezocht. Nu waren er werken uit dat museum naar Nice overgebracht van de man die ooit tegen Matisse zei “jij gaat het schilderen simpeler maken”. Nou, daar hoef je de kunstboeken maar op na te lezen om te leren hoe voorspellend die uitspraak is geweest.

Matisse 05Dat Matissse uiteindelijk weer grote invloed heeft gehad op een nieuwe generatie kunstenaars werd duidelijk in het MAMAC, het Musée d’art moderne et d’art contemporain. Het was wel grappig te zien dat de grote Andy Warhol eens een werk van Matisse min of meer heeft nagetekend. En dat een ander één van de grote knipselwerken van Matisse uit blauw papier gewoon heeft “nageknipt”, maar nu met een kartelschaartje. Tja, wat is kunst?

 Wat hadden de expositiesamenstellers zoal nog meer verzonnen? Bijvoorbeeld een tentoonstelling met affiches van en rond Matisse, één rond de palmboom die Matisse veel als beeldend element heeft gebruikt en iets met foto’s van vrouwen omdat Matisse ook beelden heeft gemaakt van het vrouwelijk naakt. Allemaal iets teveel aan de haren erbij gesleept naar mijn idee. Maar wel inventief. Tot volgende week.

Matisse 06

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Leven als god in Frankrijk


Nice01 Het is een bekende uitdrukking, dat “leven als god in Frankrijk”. Maar ik kan aardig aanvoelen waar dat gevoel over het goede Franse leven vandaan komt. Dat krijg je wel als je regelmatig in Nice verkeert. Dat Parijs in het klein, maar dan op z’n Italiaans.

Nu ook weer. ’s Middags aangekomen met Transavia vanaf Rotterdam en ’s avonds gelijk aan tafel met kunstliefhebbers in diverse soorten en maten op een terras in het bergachtige achterland. Een kunstverzamelend echtpaar had mijn Niçoise galerist Jean-Paul Aureglia, mij en mijn lief, en nog een ander kunstenaarskoppel uitgenodigd. Hun nieuwe huis was bijna klaar, de kunstverzameling hing en dat moest gevierd worden. Met veel champagne en een overvloedige barbecue. En natuurlijk een bezichtiging van hun kunstverzameling. Zo stond ik dan ineens samen met hun voor één van de schilderijen die ze van mij hebben hangen op prominente plekken in de woonkamer.

Nice02

Loop ik de volgende morgen het Palais de Venise uit, het gebouw waarin zich mijn atelier/appartement bevindt, dan bots ik bijna tegen de markt aan die zich daar dagelijks tot 13 uur bij mij voor de deur en in de omgeving afspeelt. Groenten, fruit, vis, bloemen, wat al niet.

Nice03

’s Avonds is diezelfde omgeving omgetoverd tot een soort Quartier Latin met een keur aan restaurants. Allemaal met terras natuurlijk. Want vrijwel elke avond is ook een zomerse avond waarbij je tot laat buiten kunt zitten.

Nice04Tel daarbij ook nog maar op het strand met de beroemde Promenade des Anglais op loopafstand, net zoals trouwens ook vele musea. Acht gemeentelijke musea telt Nice, naast nog een aantal andere. Normaal zijn die acht vrij toegankelijk. Deze zomer moet je echter €10 toegang in totaal betalen vanwege een circuit van acht exposities die allemaal met Henri Matisse (1869-1954) hebben te maken. Die wereldberoemde kunstenaar die een groot deel van zijn leven in Nice woonde en er ook stierf. Maar daarover een volgende keer.

Nice05 Nu ben ik alweer terug in Middelburg. Na vanzelfsprekend een afscheidsetentje met Jean-Paul onder de arcaden van mijn favoriete plein in Nice, place Garibaldi. Leven als god in Frankrijk! Hoezo? Nu moet er echter weer worden gewerkt vanwege komende exposities. Ook daarover meer de komende tijd. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube http://bit.ly/ij4Pag