Tagarchief: Promenade des Anglais

Waarom een cholera-epidemie de Côte d’Azur groot maakte


op een door coronaperikelen hallucinant lege Promenade des Anglais in Nice wordt een wandelaar gecontroleerd of hij daar wel mag lopen

Stel nou eens dat er van 1832 tot 1834 geen heftige cholera-epidemie door Frankrijk heen had geraasd. En dat die niet had gedreigd over te slaan naar Italië. En dat dus het rijtuig van Lord Brougham en zijn dochter, op doorreis naar Italië, niet bij de rivier de Var ten westen van Nice was tegengehouden. Zou Henri Matisse dan in 1917 onderstaand schilderij van de toen al iconische Promenade des Anglais in Nice hebben geschilderd?

Matisse, Promenade des Anglais, 1917

En had ik dan afgelopen 13 maart in het Mamac, het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain van Nice, kunnen ronddolen?

deel van het Mamac in Nice

Bij dit soort als-vragen trekt levensgezel altijd lichtelijk z’n wenkbrauwen op en weet ik dat er zo’n soort opmerking komt als ‘als ik nog een broer had gehad, had die dan bruine bonen gelust?’. Maar zeg nou zelf. De nieuwsstroom begin maart raakte bijna volledig verstopt door een pandemie aan corona-berichten. Terwijl bovendien de dag na mijn bezoek het Mamac werd gesloten voor onbepaalde tijd. Logisch toch dat toen die als-vragen in me opkwamen gezien de epidemiegeschiedenis van de Franse Rivièra?

Lord Henry Brougham

Goed, Lord Henry Brougham dus. Een voormalige Britse minister van Financiën die er net niet in slaagde Prime Minister te worden. Derhalve dus niet onbemiddeld. Met zijn wat ziekelijke dochter Eleonore Louise via Zuid Frankrijk op weg naar Italië voor het aangename klimaat en de geëigende Grand Tour. Die voor elke Engelse jongeling van stand verplichte tocht om klassiek en cultureel doorvoed te geraken. Maar ja, domme pech. Cholera in Frankrijk en grens dicht. Niet bij Menton, maar bij de rivier de Var. Want toentertijd viel Nice nog onder het Koninkrijk Sardinië waartoe ook de regio Piemonte met als hoofdstad Turijn behoorde en waar de Hertog van Savoye de scepter zwaaide en de titel koning was geschonken door de Habsburgse keizer in Wenen. Hoezo verwarrend! Eén van de vele redenen waarom ik zo’n voorstander ben van de EU. Maar dat terzijde.

De Var ten westen van Nice vormde een natuurlijke grens met Frankrijk. Daar werd Brougham dus tegengehouden. Nee meneer, blijft u maar lekker aan uw kant, wij willen aan onze kant geen cholera. Dat werd dus omkeren. Maar waar nu te overnachten? Nice was ten slotte het volgende reisdoel geweest, daar bivakkeerde in de winter al vaker een handvol vermogende Engelsen. In het suffige vissersdorpje Cannes werd een eenvoudig onderkomen gevonden. De herberg van Monsieur Pinchinat. Veel meer dan dat had je in die streek in die tijd ook niet aan onderkomens. De rest is geschiedenis.

Brougham was binnen een paar dagen volstrekt verkikkerd op de streek, het eten, de ambiance, het weer en nog zowat van die zaken. Als man van een paar losse centen kocht hij binnen de kortste keren een stuk grond en twee jaar later, in 1836, hield hij een groot, duur en deftig feest voor de upper ten van politiek, adellijk en kapitalistisch Great Britain in zijn nieuwe, grootse villa op dat terrein. Globalisatie iets van deze tijd? Vergeet ’t maar, toen wisten ze er ook al van.

het bordes van de villa Eleonore van Lord Brougham in Cannes

In enkele tientallen jaren groeide het kleine dorpje Cannes uit tot een stad waar Europese rijken, de Russische adel inbegrepen, graag verkeerden. Zeker toen Brougham er zich tegenaan bemoeide om een betere haven te krijgen en in 1863 de spoorlijn vanaf Parijs naar de Franse Rivièra was doorgetrokken.

Maar nu nog Nice en Matisse. In 1860 verdween de Var als grens. De Piemonte tot voorbij Menton, het vroegere Comté de Nice, kwam bij Frankrijk. Nice werd ook booming. De beau monde van Europa kwam er flaneren. Over het van oorsprong smalle pad met de naam Promenade des Anglais waar de eerste Engelsen verpoosden die er al voor 1860 kwamen. Maar nu een steeds breder wordende boulevard waar de hotels zich aaneenregen. Queeen Victoria kwam er zelfs overwinteren in het imposante, tegen de heuvels gebouwde La Régina.

Promenade des Anglais in 1886
La Régina, waarvan Queen Victoria de helft in beslag nam als ze ter verpozing in Nice verkeerde

Nadat Paul Signac zich in 1892 als eerste kunstenaar vestigde in het vissersdorpje Saint Tropez kwamen daarna al gauw kunstenaarsvrienden op bezoek. Renoir kocht in 1903 in Cagnes-sur-Mer een villa en Matisse, daar is ie, logeerde in 1917 voor het eerst in Nice. Aan de Promenade des Anglais natuurlijk. Bonnard, Dufy, van Dongen, Picasso, Braque, Modigliani, Cocteau en Chagall volgden.

Raoul Dufy, Uitzicht op de Promenade des Anglais

Is ’t gek dat er daarom nu heel veel musea in Nice zijn? Zoals dat Mamac?

uitzicht op het Mamac met een beeld van Niki de Saint Phalle ervoor

Op die genoemde vrijdag 13 maart liep ik daar nieuwsgierig naar binnen om nog even de zalen met de eigen collectie te bezoeken. Zou er weer ander werk van Niki de Saint Phalle getoond worden uit de grote collectie eigen werk die ze ooit aan het museum schonk? Overigens, zou dat wel zijn gebeurd als Lord Brougham in 1834 ….? Maar ik zie de wenkbrauwen van levensgezel alweer omhoog gaan. Oh ja, Italië werd in 1835 toch getroffen door de cholera en levensgezel heeft wel een zus maar inderdaad geen broer. Tot volgende week.

TOOS 

To Art or not to Art, Kunst in Coronatijden


‘To be or not to be, that is the question’, de overbekende woorden  die Shakespeare Hamlet in de mond legde. In deze door het coronavirus onvoorspelbare tijden heeft die zin ineens een heel nieuwe lading gekregen. Bovenstaande foto vind ik daarvoor heel sprekend . Want wie kent niet dit kunstwerk van de Florentijnse renaissancekunstenaar Sandro Botticelli  (1445-1510)? ‘De geboorte van Venus’. Alleen zijn Venus, godin van de liefde, en haar entourage even weg. Gewoon naar huis, in quarantaine, net als al die andere miljoenen Italianen. En wanneer ze  weer terugkeren naar het nu hermetisch gesloten Uffizi Museum om hun vertrouwde plek opnieuw in te nemen? Daar durven betrokken wetenschappers nog geen zinnig woord over te zeggen in deze surrealistische tijden.

Venus terug in haar volle glorie

Zelf ervoer ik dat surrealisme heel goed toen ik nog maar zo’n anderhalve week geleden voor, dacht ik, een week in Nice zou verkeren. Op zaterdag 14 maart zat ik ’s middags op een steenworp afstand van de beroemde Promenade des Anglais heerlijk in de zon op een terras aan de Cours Saleya. DE plek om een toost uit te brengen op de ook al wereldberoemde schilder Matisse (1869-1954) die vele jaren woonde in het prachtig gelige pand op de achtergrond van onderstaande foto.

 

Maar met nog steeds heerlijk zonnig weer op zondag 15 maart?

Bij mij om de hoek van het Palais Venise, waar ik een atelier heb, barstte ’t van de leegte op het terras dat normaal stampvol zou zitten met marktbezoekers. Van de Marché auf fruits et légumes de Libération. Elke dag, behalve op maandag, vol met kramen en inkopende Niçois. Die inkopen, waarbij een meter een zeer rekkelijke afstand bleek, werden overigens wel gedaan. Maar alle omringende restaurants en terrassen bleven overweldigend leeg. Gesloten vanwege het plotse regeringsbesluit op zaterdagavond.

de markt op zondag 15 maart direct bij mij voor de deur

Toen op zondag ook nog bekend werd dat Duitsland de grens met Frankrijk ging sluiten, begon bij levensgezel en mij enige onrust toe te slaan. Wat was wijsheid? Eerder terugvliegen of blijven tot de geplande donderdag 19 maart? ’t Werd dus ‘eerder terug’. En dat bleek inderdaad wijsheid. Want anders hadden we nog een aantal dagen alleen de straat op gemogen met een staatspapiertje op zak waarop je had aangekruist wat je ging doen. Supermarkt, hond uitlaten, bezoek aan dokter of apotheek of een noodzakelijke gezondheidswandeling. Wist je trouwens dat de Côte d’Azur zoals we die nu kennen te danken is aan een bacterie? Die van de cholera. Maar dat is een ander ziekteverhaal voor een andere keer.

Terug in Nederland op maandagavond 16 maart bleek ook hier de wereld in korte tijd sterk surrealistische trekken te hebben gekregen. Op Eindhoven Airport alle eetzaken dicht. De buschauffeur afgeschermd met rood-wit gevarenlint. En nog nooit zo’n rustige trein meegemaakt. Maar gelukkig hoefden we nog geen briefje op zak te hebben met dat Franse keuzemenu.

Wel kwam gelijk de vraag op ‘wat te doen met de opening van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier’ op 21 maart. Dat was natuurlijk gauw duidelijk, die zat er niet meer in. Terwijl de expositie door galerist Piet Vellekoop al helemaal was ingericht. En nog heel mooi ook, al zeg ik ’t zelf. Eerst was Corona alleen maar een wat slap Mexicaans biertje, nu laat het ons hele leven sterk kantelen.

een deel van mijn expositie ‘The 70-Series and More’ bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier

Maar kunst laat zich natuurlijk niet zomaar ringeloren door zo’n rottig virus.  Sowieso is de tentoonstelling nu tot eind april of misschien nog wel langer te bekijken op afspraak (06 5328 7567) of via een druk op de galeriebel. Daarnaast plaats ik voorlopig elke dag één van de in De Lier hangende werken uit ‘The 70-Series’ op Facebook en Instagram. Die70 betekent iets, dus voorlopig kan ik vooruit.

een mixed media werk op alu-dibond van 25-25 cm uit ‘The 70-Series’, zoals ik dat al op Facebook en Instagraam publiceerde

Zo komt de expositie stukje bij beetje bij je thuis. In het huis dat noodgedwongen voorlopig een nog centralere rol zal innemen in ons leven dan normaal al het geval is. En dat het virus voorlopig ook een rol zal blijven spelen in dit blog? Het zijn onzekere tijden maar dat lijkt me redelijk zeker. Tot volgende week.

TOOS

Kunst die een verkeersfile veroorzaakt? Het bestaat!


Dit verhaal begint in juli in de Franse Var en eindigt vorige week bij het Waalse Wanlin. Of nee, eigenlijk begint ’t al in Nice. In het Mamac, het museum voor de moderne kunst daar. Een aantal jaren geleden alweer liep ik daar tegen een expositie aan van ene Bernar Venet. Nog nooit van gehoord, maar wel afkomstig uit het gebied boven Nice. Ik was direct geïntrigeerd door zijn monumentale, abstracte sculpturen. Heel eenvoudig, heel afgewogen, heel esthetisch. Weer wat jaren later ontdekte ik een enigszins verstopt, huizenhoog werk van hem dat sinds kort een nieuwe, veel prominentere plek heeft aan de bekende Promenade des Anglais in Nice.

de sculptuur van Venet in Nice

Steeds meer drong ’t tot me door dat hij eigenlijk behoorlijk beroemd was en in diverse landen grote sculpturen had staan in de openbare ruimte.

Een paar jaar geleden pas las ik een piepklein berichtje over de Venet Foundation, opgericht in 2014. Best curieus. Een in New York gevestigde stichting met een kunstpark bij Le Muy in de Var. Het gebied dat je vanuit het westen doorkruist voordat je via het Massif de l’Esterel afdaalt naar Cannes en Nice. Daar moest ik natuurlijk heen, naar dat kunstpark. Maar ja, ’t was slechts open in de zomermaanden op donderdag en vrijdag. En dan mocht je ’t ook nog alleen met een gids groepsgewijs betreden als je alles van te voren via internet had geregeld. Oh ja, ook heel merkwaardig, de toegangsprijs was in dollars. Iets belastingtechnisch? Vast wel!

Een vriendin, woonachtig in de Var, was ook heel nieuwsgierig naar die toch behoorlijk verstopte Foundation. Zij zorgde dus voor kaartjes op een vrijdagmiddag in juli. We waren toen toch onderweg vanuit Nederland naar Nice om van daaruit richting Gubbio te trekken (zie vorige afleveringen). Gewoon even een klein ommetje, meer niet. Maar wel een geweldige ervaring.

bij de parkeerplaats van het complex

Een prachtig onderhouden groot park aan een riviertje waar die grote sculpturen van Venet optimaal uitkomen. Een grote hal waar de cortenstaal elementen die hij gebruikt geheel esthetisch verantwoord liggen opgestapeld. Grote galerieruimten waar zijn eigen 2-dimensionale werk hangt en waar ook tijdelijke exposities van kunstvrienden van hem worden georganiseerd. Zoals nu van Claude Viallat, een oude kunstenaar waarmee mijn galerie Quadrige in Nice ook samenwerkt. En in dat alles liepen we in alle rust rond met een steeds weer uitzwermend groepje van maar zes personen.

elementen in de opslagplaats

expositie van Clauude Viallat op het terrein

Over smaak valt te twisten, dus ’t kan heel goed zijn dat Venet’s kunst niet jouw piece of cake blijkt te zijn. Maar dan nog kan de ambiance van het geheel je overdonderen.

Overigens hoef je binnenkort helemaal niet meer zo ver te rijden om werk van hem te kunnen aanschouwen. Want nu komt het Waalse Wanlin in beeld. Enkele weken geleden stuurde die vriendin uit de Var een mailtje over iets dat gaat gebeuren bij de E411. Die saaie, vrijwel recht toe recht aan weg tussen Brussel en Luxemburg. Die gaat nu wat minder saai worden met een kunstwerk van 250 ton staal en 60 meter hoog bij Wanlin. Al zichtbaar van kilometers afstand. En wie maakt dat? Bernar Venet! Wij natuurlijk nieuwsgierig naar waar dat dan wel zou zijn.

Afgelopen week, op de terugweg uit Gubbio in Wallonië aangeland, hadden we elkaar al aangekeken. Waar oh waar? Opeens reden we een volstrekt onverwachte file in. Eentje van anderhalve kilometer, zo werd aangegeven. Wegwerkzaamheden zeker. Het enige wat je dan kunt doen, is je aan dat frustrerende fileleed overgeven. Tot we plots ver vooruit een bruin getint, gebogen stuk staal de lucht in zagen pieken. ’t Zou toch niet dat … Ja, dat zou dus wel.

bezig met plaatsing van Arc Majeure

Ze waren al bezig om Venet’s Arc Majeur te verankeren in de benodigde 1000 ton cement. Daarvoor was één rijbaan afgezet. Een file dus voor en door de kunst. Daar konden we wel vrede mee hebben. Een animatiefoto laat zien hoe je straks van ver die Arc Majeur al kunt ervaren. Nu maar hopen dat nieuwsgierige en daardoor afremmende automobilisten er niet een permanente kunstfile gaan veroorzaken.

zoals ’t er uit moet komen te zien

’t Kan bijna niet anders, dit gaat een icoon worden. Hoger dan het Jezusbeeld in Rio de Janeiro, hoger dan het Vrijheidsbeeld van New York. Hier kan het noodlijdende Wallonië mee scoren. En dat voor ‘maar’ 2,5 miljoen. Ook nog geschonken door een Belgische industriebedrijf. Tot volgende week.

TOOS

’t Kan slechter dan lekker aan de gang zijn in Nice


het gebouw in Nice met daarin mijn atelier/appartement met de markt voor de deur

Een paar weken retraite in Nice is geen slechte bezigheid. Nu zeker niet. Want er staan een paar grote projecten te wachten dit jaar. Projecten die bij de voorbereiding om de nodige rust en concentratie vragen. En in Nice vind ik die makkelijker dan in Middelburg waar allerlei kunstruis op mijn lijn zit. Me daarvoor afsluiten lukt hier veel beter.

Wat die projecten dan wel zijn? Allereerst een nieuw boek.

aan het werk voor mijn nieuwe Grote Boek

Alweer een flink aantal jaren geleden kwam er een groot, dik boek uit over mijn schilderijen met op de rug overduidelijk het Romeinse cijfer I. Natuurlijk de indicatie dat ooit deel II zou verschijnen. Nu is dat zover. Maar dat vergt veel denkwerk, redactie en overleg. Welke schilderijen, beelden en steendrukken moeten er in komen? In welke volgorde? Welke teksten? Wie gaan die schrijven? Waar gaat ’t gedrukt worden? Om over het lettertype nog maar te zwijgen. Begin oktober moet dat boek van meer dan 200 pagina’s er volgens de planning zijn. Werk aan de winkel dus in mijn rustgevende Niçoise atelier en appartement.

aan de lunch in de lentezon

Dat ligt dan wel weer in het bruisende hart van het Libération-quartier. Met de dagelijkse markt voor de deur, de zeer frequente tram om de hoek, de beroemde Promenade des Anglais op 20 minuten loopafstand voor het geval ik die tram niet neem en een zeer ruime keus aan bars en restaurants binnen een straal van 150 meter. Voor de af en toe noodzakelijke onderbreking van mijn werkzaamheden en ter aangename verpozing is het dan ook geen enkel probleem  een zonnig terras te vinden waar ’t met een vriendin goed lunchen is. Te midden van heel veel Fransen. Want die lunch in Frankrijk is natuurlijk wel een cultuuruiting van de heilige soort. Maar daarna is ’t weer werken geblazen.

Aan nog een tweede groot project. Mijn ’70-Series’.

werk voor mijn ’70 Series’

Een paar reeksen van 70 kleine werken: olieverven en dibonds. Allemaal 20 bij 20 cm. Ook die ’70-Series’ gaan in oktober in première. Tegelijk met dat Toos van Holstein Deel II. Een datum is ook al geprikt: zondag 6 oktober in de grote ruimtes van Galerie Peter Leen in Breukelen. Zet ’t maar in je agenda, want dat gaat een leuk feestje worden. Reken trouwens maar dat én dat boek én die ’70-Series’ hier voor die tijd nog wel vaker ter sprake gaan komen.

Dat ik ’t toch niet kan laten om tussendoor ook nog kunstuitingen van anderen te bezoeken? Ach, dat zit nou eenmaal in mijn nieuwsgierigheidsgenen. Als ingeschrevene hier kan ik, als een soort halve Niçoise, met een speciaal pasje alle gemeentelijke musea vrij bezoeken. Zoals hier de Galerie des Ponchettes, gelegen aan die al genoemde wereldbekende Promenade.

dav

Met dit keer een uitgebreide installatie van aan elkaar genaaide, kleurig verweerde doeken. Best esthetisch en interessant om te zien. Ook omdat ik zelf, als artist in residence, in 2008 iets dergelijks creëerde  met grote, bedrukte en beschilderde banners in een kunstruimte in Peking.

mijn banners in Peking

Die banners gaan deze zomer trouwens een soortement vervolg krijgen in de prachtige oude Italiaanse stad Gubbio in Umbrië. Een derde groot project dit jaar. Maar dat is weer een ander, nog toekomstig verhaal. Tot volgende week.

TOOS

In september hadden van mij best 40 dagen mogen zitten


lekker aan het tekenen op een terrasje in de oude stad

Bij het verschijnen van dit blog zit ik al weer in Nederland. Eigenlijk had die septembermaand in Nice voor mij best zo’n 40 dagen mogen tellen. Zoals ik vorige week al schreef, ’t is daar voor mij toch een beetje leven als God (die natuurlijk een vrouw is) in Frankrijk. Lekker werken, lekker genieten van het weer, lekker genieten van die prachtige stad en lekker nadenken over mijn kunst.

Maar ja, onze huidige, in 1582 door de Roomse kerk ingevoerde Gregoriaans kalender heeft anders beslist. September mag maar 30 dagen tellen. En daardoor riep de 1ste zondag van de maand oktober mij onverbiddelijk terug voor de Kunst en Cultuurroute in Middelburg. Met daarbij trouwens ook nog allerlei broodnodige voorbereidingen in verband met mijn deelname aan de Kunst10daagse in het Noord-Hollandse Bergen. Maar dat hoort nu eenmaal bij het leven van de kunstenaar zoals ik dat gekozen heb.

Over die toekomstige kunstactiviteiten ga ik natuurlijk te zijner tijd op deze plek berichten. Maar voor nu leek ’t me wel leuk om van Nice afscheid te nemen met wat foto’s en bijbehorende tekstjes. Bij deze.

Een aantal jaren geleden ontsierden vieze betonnen gebouwen en busstations de plek waar zich nu een ontzettend groot fonteinoppervlak bevindt met in het verlengde daarvan een park met speelmogelijkheden voor de jeugd. Nu is ’t of dit nooit anders is geweest. Een geweldige aanwinst met hier en daar ook nog de nodige buitenkunst.

Waarom de Côte d’Azur de naam heeft van azuurblauw te zijn? Lijkt me duidelijk!

Bij mij om de hoek. Zeg eerlijk, mooi of mooi?

Ook op het kiezelstrand van Nice, verwacht er geen zand, kun je heerlijk genieten. Zomaar een plaatje van iemand.

De oude stad lever heel wat fotogenieke plekjes op.

 En dan nog net even een laatste terrasje op de kop van mijn Palais de Venise voordat ik richting vliegveld moet. Tot volgende week.

TOOS

Blauw, blau, bleu, blue


 Toon Hermans zong ’t heel lang geleden al, “Mediterranee, zo blauw, zo blauw”. Want niet voor niks heet de Côte d’Azur zoals die heet. Dus als ik, zoals nu, in Nice verblijf, zijn associaties met blauw niet echt vreemd. Zeker niet als ik aan de voet van de Promenade des Anglais op het Blue Beach strandterras het prachtige lenteweer tot me neem. Met zicht op kilometers azuurblauw water voor me en kilometers blauwe lucht boven me. En met naast me ook nog een blauwe parasol.

Daardoor dacht ik ineens aan het nieuwe pigment blauw dat een paar jaar geleden bij toeval door chemici werd gemaakt terwijl ze op zoek waren naar heel iets anders. Toen volgde logischerwijs de associatie met Yves Klein en zat ik een poos later in het Mamac. Toch maar even uitleggen, denk ik.

Yves Klein

Ultramarijn is een lievelingskleur van me. Zie ik ergens iets met die kleur, dan word ik er als door een magneet heen getrokken. Dus toen ik op een of andere kunstsite het bericht over dat nieuwe blauw zag, had dat direct mijn hele aandacht. YInMn blue dus,er stond niet bij hoe je dat moet uitspreken. Onlangs gepatenteerd en nu in de handel verkrijgbaar. Blijkbaar een heel duurzaam en gifvrij blauw pigment dat prima als vervanger van het ouderwetse ultramarijn kan dienen. Maar tot mijn stomme verbazing stond nergens in dat uitgebreide artikel ook maar iets over IKB, het International Klein Blue. Duidelijk een geval van te weinig cultuurhistorische kennis of besef. Want als ’t gaat over de kleur blauw in combinatie met patenten hoor je dat als kunstjournalist gewoon te weten en te vermelden. Ziedaar dus die Yves Klein (1928-1963) uit mijn associatiereeks. Zelfs geboren en getogen in Nice. Een echte Niçois dus, met ook nog een echte kunstenaarsgeest.

Venus Bleue, gebaseerd op de Griekse Venus in het Louvre

Klein was bezeten van het idee een ultramarijn pigment te ontwikkelen dat al het andere blauw zou verslaan. Iets dat hem in samenwerking met een chemicus ook lukte. Het zogenaamde International Klein Blue kwam ter wereld. In 1960 kregen ze zelfs een Frans patent op het technische productieproces. Je moet het in werkelijkheid zien om te beseffen hoe je er ins Blaue hinein in kunt verzinken, in kunt worden gezogen. Dat diepgloeiende blauw wordt blijkbaar veroorzaakt door het samenspel van weerkaatsend licht met het aan een heel specifiek bindmiddel gebonden pigmentpoeder. Overigens doet die wetenschappelijke verklaring niks af aan de magie van het IKB.

Victoire de Samothrace bleue, gebaseerd op het Samothrace beeld in het Louvre

Dat ultramarijn zorgde voor Yves Klein’s wereldwijde doorbraak. En dat echt niet alleen vanwege alle schilderijen, beelden en installaties van hem in die kleur. Want er waren eind jaren vijftig ook nog  zijn happenings met het IKB in o.a. Parijs. Toen the place to be voor kunstenaars. Neem maar rustig aan dat die bijeenkomsten volop de publiciteit haalden. Welgeschapen naakte vrouwelijke modellen, besmeurd met dikke lagen van zijn blauwe verf, wentelden zich over of drukten zich tegen nog onbeschilderd canvas of papier. Of werden er overheen gesleurd. Dat alles onder muzikale begeleiding van een klassiek strijkje.

happening
schildering gemaakt bij zo’n happening

Kijk ook maar eens op YouTube bij https://youtu.be/gj9nHa7FtQQ .

Succes verzekerd natuurlijk. Zeker in die tijd toen normen en waarden langzaam aan het verschuiven waren naar de definitieve omslag in de jaren 60. Hé, normen en waarden die veranderen? Heb ik daarover de laatste tijd niet heel wat gezien, gelezen en gehoord? Nog nieuws onder de zon? Dat valt dus wel mee!

Maar als je in Nice aan Yves Klein denkt, komt ook gelijk het Mamac als associatie aanzetten. Het grote en bekende gemeentelijk museum voor moderne kunst. Voor bewoners van Nice altijd gratis toegankelijk met een speciale pas. Net zoals veel andere musea in de stad. En vanwege mijn atelier/appartement hier heb ik zo’n pas. Die ik meestal ook gewoon op zak heb want niet vooruit geplande museumvisites zijn per definitie onverwacht. Van Niçois Yves Klein bezit het Mamac natuurlijk een groot kunstlegaat. Op de bovenste etages, met regelmatig wisselende keuzes uit de vaste museumcollectie, is altijd wel werk van hem te zien. Dit keer had ik ook nog mazzel. Een geheel monochrome IKB zaal!

de Yves Klein zaal in het Mamac, Nice

Ik heb me er volledig gelaafd aan dat opzuigende ultramarijn voordat ik met verlichte schreden weer richting atelier ging. Waar blauwe associaties al niet toe leiden!Tot volgende week.

TOOS

Ernest Pignon-Ernest, de pre-Banksy en nog veel beter ook


Promenade des Anglais
Promenade des Anglais

Ik was weer even in Nice, mijn tweede woonstad. Nooit een straf met de vrijwel altijd betere weersomstandigheden en die ook altijd weer bruisende ambiance van Parijs in het klein op z’n Italiaans. Nog steeds, ondanks de gruwelijke aanslag die er een aantal maanden geleden plaatsvond op de Promenade des Anglais. Die beroemde, prachtige boulevard aan de Baie des Anges.

het MAMAC
het MAMAC

Met de tram op weg naar Quadrige, mijn galerie in Nice, passeerde ik het  MAMAC en zag in een flits op de gevel in grote letters de naam Ernest Pignon-Ernest voorbij schuiven. Met als instantane reactie “daar moet ik heen!”. Dat MAMAC is het Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain. En die Ernest Pignon-Ernest(1942) is de kunstenaar uit Nice die ik ruim 20 jaar geleden daar voor het eerst ontdekte. Een geweldige artiest die in Nederland volkomen onterecht nog steeds  volstrekt onbekend is, maar destijds in Frankrijk en Italië al wereldberoemd was door zijn straatkunst in o.a. Parijs, Avignon, Grenoble en Napels.

werk van Ernest Pignon-Ernest in Napels
werk van Ernest Pignon-Ernest in Napels

In feite is hij een Banksy avant la lettre. Je weet wel, die Banksy die al een aantal jaren wereldwijd furore maakt door op de gekste plekken overal ter wereld ineens afbeeldingen op muren tevoorschijn te toveren. Anoniem midden in de nacht stiekem op muren gespoten, in een altijd herkenbare wat cartooneske  stijl. En altijd met een maatschappijkritische ondertoon.

werk van Banksy
werk van Banksy

Maar naar mijn nederige interpretatie vooral wereldberoemd door zijn gimmick. Proberen zijn identiteit geheim te houden. Dat ‘m dat nog steeds lukt is op zich al een prestatie. Wel zijn er vermoedens wie hij is, maar daar blijft ’t bij. Anoniem proberen te blijven en daarmee toch wereldberoemd worden in de kunst. Best een aardig kunstje.

Daar doet Ernest Pignon-Ernest, voor het gemak ook wel EP-E genoemd, niet aan. Al vanaf het begin van zijn carrière heeft hij met zijn straatkunst in de openbaarheid gewerkt.  Zoals in 1971 in Parijs met grote doeken op de trappen van de Sacré-Coeur.

op de trappen van de Sacré-Coeur
op de trappen van de Sacré-Coeur

En jaren later in de vergane straten van het oude centrum van Napels. Foto’s van zijn werk daar ter plekke zag ik destijds voor het eerst in het MAMAC. Ik was er gelijk door gegrepen. Prachtige, bijna renaissancistisch getekende levensgrote muurwerken die als een trompe l’oeil in hun omgeving opgingen. Je moet ’t maar durven en doen in een tijd waarin de kunstkritiek de abstractie hoog in het vaandel had en het realisme in de officiële “kleren van de keizer” kunstkringen als ’t even kon geheel werd verguisd.

in Napels
in Napels
in het museum
in het museum
in Napels
in Napels
in het museum
in het museum
in het museum
in het museum

Nu was er dus eindelijk een grote overzichtstentoonstelling van hem in zijn geboortestad Nice. Met o.a. de originele krijt, pastel en inkt tekeningen die later verwerkt werden in zijn straatkunst. In de vorm van bijvoorbeeld graffiti of op muren geplakte zeefdrukken. Zoals in Soweto (Zuid-Afrika).

in Soweto
in Soweto

Of zoals in Rome waar hij een Pasolini-parcours gemaakt had. Met als inspiratiebron de in 1975 vermoorde, altijd spraakmakende filmregisseur Pier Paolo Pasolini.

in het museum
in het museum
in Rome
in Rome

Wat te denken ook van zijn project in de St.Paul  gevangenis in Lyon?

in Lyon
in Lyon
in het museum
in het museum

Of deze vanwege de huidige grote vluchtelingenproblemen wel heel actuele muurschilderingen. Gemaakt in de jaren 70 in Parijs en Calais! Hoezo vooruitziende blik?

in Parijs
in Parijs
in Calais
in Calais

Dit alles was echt smullen. Die hele Banksy, alhoewel beslist niet slecht, kan vergeleken met EP-E wat mij betreft wel inpakken.  En dit was nog niet alles. Er wachtte nog een heel speciale EP-E verrassing. Maar daarvoor tot volgende week.

TOOS