Tagarchief: Rajasthan

Het Lijk in de Ganges, ReisKunst deel III


‘When in Rome, do as the Romans do.’ Een prachtige uitdrukking en nuttige aanbeveling voor in verre landen.  Maar niet altijd een makkie. Neem nou mijn eerste reis in India. Door Rajasthan en omstreken. Mezelf klein maken om niet boven de Indiase vrouwen uit te steken? Mijn huidskleur aanpassen? Ineens in zo’n prachtig gekleurde sari gaan rondlopen? Maar toch is het me in één opzicht best aardig gelukt.

de prachtige sari’s van de vrouwen in Rajasthan

Want die plotse, schotelronde ogen die bijkans op steeltjes naar buiten schoten bij mij tegemoet komende jongemannen? Met kijkrichting op borsthoogte? Dat was maar niks. Kreeg ik er achter mijn rug nog moeizaam onderdrukt gegiechel gratis bij. Oké, ik moet toegeven dat mijn buste duidelijk vorstelijker is dan gemiddeld bij Indiase vrouwen. En dat zich dit in een voor mij heel normaal T-shirt  ook zo aftekent. Maar wel duidelijk te duidelijk voor deze overrompelde mannen. Om met heer Bommel te spreken, ‘Tom Poes, verzin een list’.

Toos van Holstein, Indian colours , olieverfschilderij geïnspireerd door die prachtige sari’s en de kleuren in de steden

Dus op de derde dag na aankomst  ’s morgens richting een kledingzaak annex naaiatelier. Om me een soepel en ruimvallend hes aan te laten meten. Want mijn maat was natuurlijk niet voorradig. Geen probleem, ’s avonds klaar. ’t Verbaast me nog steeds hoe die kleermaker mij de maat nam zonder mijn borsten ook maar even aan te raken. Excellente keurigheid in het kwadraat. ’s Avonds een telefoontje van de balie. Of ik me wilde begeven naar de ingang van ons hotel, zo’n 10 kilometer buiten de stad gelegen. Stond daar een doornatte en kleumende jongen met zijn brommer om mijn hes af te leveren. ’t Zeek werkelijk van de regen. Logisch dus dat we hem wat te drinken aanboden, hij moest ten slotte door die stortbui ook weer terug. Toen bleek dat we ons nog niet helemaal hielden aan die regel over de Romeinen . De koerier accepteerde wel ons aanbod, maar toch wat ongemakkelijk en aarzelend. En het hotelpersoneel? Duidelijk voelbaar was dat we ons niet conform de cultuurregels gedroegen. Kastensysteem! Overigens heb ik hierna mooi geen last meer gehad van ogen op steeltjes.

Maar dat Hindoeïstische kastensysteem zal never nooit niet wennen. Ik zal ook nooit de aanblik vergeten van dat gezin van onaanraakbaren, of Dalit zoals je tegenwoordig dient te zeggen, dat in New Delhi leefde op een vluchtheuveltje. Te midden van dag en nacht stinkende en ronkende verkeersstromen. Tussen lappen en plastic, hun tentje. Wel heeft dat systeem me indirect inspiratie opgeleverd. Met Jodhpur, de Blauwe Stad.

Jodhpur, de Blauwe Stad

Een stad met veel Brahmanen, de hoogste kaste. En Brahmanen mogen hun huis blauw schilderen. Altijd makkelijk om te weten dat daar dus Brahmanen wonen. In Jodhpur maken ze hier gretig gebruik van. Wat je hier ook van vindt, in combinatie met het op een rots hoog boven de stad uittorende gigantische fort levert ’t een imponerend schouwspel op. Zodanig zelfs dat ik het op mijn manier moest vereeuwigen. ‘For me art is travelling the mind’, nietwaar?

het kasteel boven de stad
Toos van Holstein, Protected (olieverfschilderij)

Wat ik maar niet vereeuwigd heb, is dat lijk in de Ganges uit de titel. Beetje luguber. Maar ik heb het toch echt voorbij zien drijven, gekleed in ritueel begrafeniswit. Toen ik in een boot op die rivier voer bij Varanasi. Of Benares of Kashi. Allemaal namen voor dezelfde, eeuwenoude pelgrimsstad. Die bekend staat om de rituele verbrandingen van de doden aan de rivieroever. Om de rituele baden die Hindoes er nemen in het open riool dat Ganges heet. En om de heilige mannen die blijkbaar leven van rituele aalmoezen. Een en al ritueel, die stad. Maar ook fascinerend. Met al die op elkaar gestapelde bouwsels, gigantische trappen naar de rivier en verbrandingsplaatsen erlangs.

Of je echt het eeuwige leven krijgt door te drinken van water uit de Ganges? Volgens mij wordt het er juist stevig door bekort. En of je er echt je zonden van je af kunt wassen? ’t Lijkt me dat daar dan heel andere zaken voor in de plaats komen. En dat voorbij drijvende lijk? Heel normaal! De afgelopen tijd schijnen ’t er nog heel veel meer te zijn geweest. Gevolg van een overmaat aan coronadoden en tekort aan hout voor de crematiestapels. En toch heb ik Varanasi vereeuwigd. Want fascinerend blijft die oever.

Toos van Holstein, Villes des Rèves (olieverfschilderij)
Toos van Holstein, Ganges (olieverfschilderij)

Maar ‘when in India, do as the Indians do’? Dat gaat me cultureel gezien toch een stap in de Ganges te ver. Hoe aardig en vriendelijk ik de Indiërs ook heb ervaren. Tot volgende week.

TOOS

Kleur en chaos


In India moest ik natuurlijk wel gelijk mijn hand laten beschilderen

Lang geleden reisde ik rond in Rajasthan en omgeving in het noordoostelijk deel van India. Een reis die me altijd is bijgebleven. Een aantal weken geleden landde ik na flink wat uren vliegtuiggenoegen (of ongenoegen, ’t is maar hoe je dat ervaart) vroeg in de morgen, stram van lijf en leden, op het vliegveld van Chennai . Het vroegere Madras, in het zuidwestelijk deel van India. En al zitten er een paar duizend kilometers tussen die gebieden, want India is echt héééél groot, gelijk was er weer die herkenning van twee elementen. Uitbundige kleuren en heerlijke chaos. Twee Indiase kenmerken die in ons strak georganiseerde landje juist vaak ontbreken. Zie bijvoorbeeld onderstaand filmpje met een paar verkeersshots.

Menig Nederlands chauffeur zou er een stevige hartverzakking aan overhouden, zo niet een eersteklas hartaanval. En toch loopt ’t allemaal. Wel met heel veel getoeter maar zonder van die vreselijke opgestoken Nederlandse middelvingers en chagrijnige hoofden en ook vrijwel zonder stoplichten! Voor ons gevoel gaan ze tot het gaatje, of ook regelmatig tot in het gaatje, maar daar houden ze allemaal gewoon rekening mee. Echt een Hindoeïstisch wonder!

Claxonneren is zelfs verplicht zoals achterop veel vrachtauto’s valt te lezen: sound horn!

De chauffeurs zijn namelijk gewend vooral vooruit te kijken en de zijspiegel is er meer om je haar goed te kunnen kammen. Dus als achteropkomend verkeer geef je gewoon even een zo hard mogelijk toetersignaal dat je eraan komt. Middenin de stad is het dan ook altijd echt een klereherrie. Het zien vergaat je niet, het horen wel. Wettelijke normen voor de geluidsbelasting in decibel van gevels aan de verkeersweg? Ja hallo, dit is India!

Aan dat aantal verkeersdB’s dragen de claxons van de tuktuks, dat ongelooflijk grote leger van gele, heel wendbare wagentjes, substantieel bij. Je weet wel, die drie of vierwielertjes waarmee je voor een luttel bedrag van hot naar haar komt. Ideaal. Als je ten minste van te voren met de chauffeur maar een prijs afspreekt. Want toeristen zijn natuurlijk per definitie een prooi voor afzetterij. Maar is dat in Nederland fundamenteel anders?

Soms ook waant zo’n tuktukchauffeur zich een kloon van James Bond. Dan zit je ineens in een zinderende achtervolging waarbij een paar centimeter afstand van voorliggers ruim voldoende is terwijl een ruime centimeter aan weerszijden zijn tuktuk en de naastrijdende vervoersmiddelen schaafvrij houdt. Wat of wie hij dan achtervolgt? Geen idee! Want heeft hij het ene doelwit achter zich gelaten, dan springt hij wel weer achter een volgend aan. Ik heb mijn hart daarbij regelmatig vastgehouden, net als de hand van levensgezel, maar altijd weer kwam ’t goed.

Dan dat tweede kenmerk. Die uitbundige kleuren. Destijds in Rajasthan had ik daar al volop van genoten. De mensen zelf, de kleurrijke sari’s van de vrouwen, de aardkleuren van de eeuwenoude mogolpaleizen, al die beschilderde muren van de huizen, de chaos aan reclameborden. En met natuurlijk die vele overkleurige Hindoetempels met al hun beelden. Nu was ’t nog steeds niet anders.

Ik ging echt weer kopje onder in een andere cultuur, in een andere wereld. Een wereld die vanwege de in dit jaargetij altijd wel aanwezige zon de hele dag door schittert van de kleur. En iedereen die mijn werk kent, weet dan wat ik bedoel. Dat het daarbij overdag boven de 30 graden komt bij een vaak behoorlijk hoge vochtigheidsgraad? Ach, wie maalt daar om in zo’n sfeer.

Je kunt in India dan ook wel aan het fotograferen blijven. Gelukkig hebben we daarbij niks meer te maken met dat noodgedwongen zuinige gedoe in de ‘oertijd’ fotografie van een paar decennia geleden. Hoeveel rolletjes heb ik nog? Maak ik die foto nou wel of niet? Oeps, mijn rolletjes zijn bijna op! Toch maar niet dan. Kun je je dat nog voorstellen? Nu schiet je maar gewoon, raak of niet raak, weggooien kan altijd nog.

Voor deze aflevering heb ik tamelijk willekeurig even een heel snelle en heel kleine keus gemaakt uit de gigantische hoeveelheid die nu op de harde schijf staat. Hoe levensgezel en ik daar een uitgebreid fotoboek uit gaan brouwen? Dat wordt keuzestress tot en met. Beslist veel erger dan wanneer je tegenwoordig de Mediamarkt binnenloopt om een televisie uit te zoeken. En hoeveel stress roept dat al niet op!

Hoe dan ook, reken maar dat er de komende tijd meer ‘India’ voorbij gaat komen. Tot volgende week.

TOOS