Tagarchief: Rembrandt

High Society in het Rijksmuseum, Lower Society in Zuid-India


Ik verkeer nog steeds in Niçoise dreven, al een flinke tijd. En daar is helemaal niks mis mee. Maar ’t betekent natuurlijk wel dat ik van een aantal recente kunstige belevenissen in Nederland alleen op de hoogte kan blijven via internet. Tot voor een paar jaar moest ik daarvoor naar buiten. Zoals naar een terrasje tegenover het prachtige oude complex waarin mijn atelier zit.

Een terrasje dus met wifi en ook vaak zon. iPad’je erbij en, afhankelijk van het tijdstip, een cappucino, een pilsje of een glas wijn. Ook alweer niks mee mis. Maar het moderne communicatieleven schrijdt voort. Niet gestadig, maar in een continue sprint. Dus heb ik me hier uiteindelijk toch maar overgegeven  aan die niet te stuiten ontwikkeling en me gewaagd aan een huiselijke internetverbinding. En nu? Wat went een mens toch onafwendbaar snel aan zoiets. Een leven zonder cyberspace op mijn Niçoise afzonderingsplek? Ik kan ’t me bijna niet meer voorstellen.

Daardoor heb ik alle berichtgeving over de nieuwe blockbustertentoonstelling ‘High Society’ in het Rijksmuseum goed kunnen volgen. Wie kan ’t trouwens ook zijn ontgaan? Overal is er wel aandacht besteed aan die van over de hele wereld verzamelde collectie van menshoge portretten. Met onze eigen afgestofte en opgefriste Marten en Oopjen van Rembrandt als stralend middelpunt.

Rembrandt, Marten en Oopjen
Paolo Veronese, Graaf en Gravin da Ponte, 1552

Een soort parade van machtigen en rijken door eeuwen heen. Want machtig of rijk moest je natuurlijk wel zijn als je je vroeger op die manier liet vereeuwigen. Nu, met de fotografie, laat je gewoon voor niet al te veel geld even een paar meter hoge foto van jezelf afdrukken. Hoewel?

Zijn van Barack en Michelle Obama niet net een paar maanden geleden hun officiële geschilderde, ook menshoge portretten onthuld?

Ze hadden zo in ‘High Society’ in het Rijksmuseum ingepast kunnen worden. De portretschilderkunst wordt blijkbaar nog steeds hoger gewaardeerd dan de portretfotografie. Ga maar eens na hoeveel mensen graag van zichzelf en van hun kinderen een geschilderde beeltenis aan de muur hebben hangen. Hele volksstammen, schat ik zo in. Maar ’t is natuurlijk ook wel zo dat een echt goeie portrettist heel veel extra’s in een schilderij kan leggen. Kijk maar bij Barack en Michelle. Zoiets gaat volgens mij niet lukken bij een foto, hoe goed ook.  Terecht dus dat zowel destijds de schilders van ‘High Society’ als hun moderne opvolgers nu een leuk belegde boterham kunnen verdienen. Bij Kehinde Wiley en Amy Sherald, die respectievelijk Barack en Michelle heel mooi en persoonlijk in de verf zetten, zal dat beleg zelfs wel extra dik gaan worden. Want reken maar dat ze nu lange wachtlijsten hebben voor klanten die een aardige duit in hun schilderszakje willen doen. En ook weer daarmee is niks mis. Kunstenaars die hun vak verstaan, verdienen dat.

Net toen de portretten van het ex-presidentspaar werden onthuld, reisden levensgezel en ik rond in Zuid-India. Zie een paar voorgaande afleveringen. Bij de vele foto’s van de reis zitten natuurlijk ook heel wat mensenplaatjes. Geen dure portretten dus van de rijken en machtigen der aarde waaraan lang is gewerkt. Maar gewoon momentopnamen van vaak karakteristieke koppen waar het leven op heeft ingewerkt en de tijd overheen is gegaan. Noem het maar snapshots van de ‘Lower Society’ van India. Geen vooraf bepaalde poses en geen voor de selfie ingestudeerde tandpastaglimlachjes, maar de dynamiek en bijbehorend toeval van net die ene halve seconde. Dit leek me wel leuk als tegenstelling met bovenstaande. Bij deze een selectie.

Maar as ’t effe kan, ga ik natuurlijk nog wel naar het Rijksmuseum. Want de expositie daar duurt tot begin juni. En voor die tijd ben ik zeker weer terug in Nederland.

TOOS

Advertenties

Vercingetorix, Asterix en Rembrandt


groot beeld van Vercingetorix bij Alesia (Frankrijk)

Ooit gehoord van Vercingetorix? De kans op nee is, schat ik zo in, veel groter dan op ja. Maar daar gaat nu verandering in komen. En ooit gehoord van Asterix? Of Obelix? Ik durf er wel een legioen beurs gemepte Romeinse soldaten onder te verwedden dat ‘ja’ hier sterk overheerst. Hele volksstammen in Nederland, of die nou nageslacht zijn van de Batavieren, Friezen of Cananafaten, beginnen blij te glimlachen bij ‘Zo’n 2000 jaar geleden was heel Gallië (zo heette Frankrijk toen) bezet door de soldaten van Caesar, de Romeinse veldheer. Heel Gallië? Nee, een kleine nederzetting bleef moedig ………..’. Kijk maar op de eerste pagina van heel veel Asterix stripboeken.

nog zo’n beeld van Vercingetorix, nu in het MARQ, Clermont-Ferrand

Dat glimlachen deden zowel levensgezel als ik dan ook toen we in oktober, onderweg in Frankrijk, een groot reclamebord passeerden. Met daarop de verblijdende mededeling dat er weer een nieuwe ‘Asterix’ zat aan te komen. Al vast iets voor de Sinterklaaslijst! Maar waarom daar hier over schrijven? Omdat het toeval mij twee dagen later in het MARQ bijna letterlijk aan liet lopen tegen ene Vercingetorix. Met als gevolg twee grote AHA’s. Aha één:daar kwam dus Asterix vandaan, daar sloeg dat tweede plaatje uit Asterix de Galliër, het allereerste album, op. En aha twee? Onze Nederlandse identiteit. Heel erg in de laatste jaren. Maar daarover straks.

tweede plaatje in het allereerste Asterix album (Duitse versie)
atrium in het MARQ
bij een groot, heel dramatisch schilderij in het MARQ

Eerst dat MARQ, het Musée d’Art Roger-Quilliot in Clermont-Ferrand. Een regionaal museum waarin oud en nieuwbouw prachtig zijn geïntegreerd en waar je een verrassende kunstcollectie tegenkomt. Met dus ook die afdeling ‘Vercingetorix’. De Galliër die  in 53-52 v. Chr. een eerst succesvolle opstand leidde tegen Julius Caesar maar ten slotte toch als gevangene werd afgevoerd naar Rome. Eeuwige roem dus voor Caesar die nu heel Gallië had veroverd. Behalve dan natuurlijk dat ene legendarische dorpje aan de noord-westkust!

schilderijen en beelden van Vercingetorix, MARQ

Maar waarom hadden ze daar in het MARQ nou zo’n Vercingetorix-afdeling? Omdat ze in het Frankrijk van de 19de eeuw heel hard helden nodig hadden voor het opkomend nationalisme. Een tendens die trouwens in heel veel andere gebieden van Europa ook opspeelde. Hé, komt dat bekend voor, zelfs nog in de 21ste eeuw? En wat is er nou mooier om nationalistische gevoelens te stimuleren door die te projecteren op iemand uit het verre verleden. Iemand die het toen ook al opnam tegen de vreemde overheerser. Ontelbare beelden en schilderijen zijn er daardoor in de 19de eeuw van die pré-Asterix gemaakt. Zelfs een beeld van hem samen met Marianne, dat andere Franse oersymbool voor vrijheid en nationalisme.

Marianne en Vercingetorix hand in hand

Nu die tweede AHA. Want hadden wij in de 17de eeuw niet ook al zoiets? Onze nieuwe, nog behoorlijk loszanderige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kon ook wel wat verenigende oppeppers gebruiken.  Het nieuwe stadhuis in Amsterdam, nu het Paleis op de Dam, moest daarvoor het podium worden. Diverse kunstenaars kregen opdrachten, waarbij ook ons aller Rembrandt. En die kwam aanzetten met ‘De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis’.

Rembrandt, De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis

Ook alweer zo’n opstandig figuur, die Claudius. En ook vechtend tegen de Romeinen. Eigenlijk dus ‘onze’ Asterix avant la lettre. Wat we nu nog van dat schilderij kennen, is maar een stuk van het oorspronkelijk geheel. Want de heren bestuurders vonden de steeds losser wordende stijl van Rembrandt niet goed meer te pruimen. Het meer dan 5 meter hoge en brede schilderij werd al snel teruggegeven aan Rembrandt. Te groot voor de handel sneed hij het nu nog bekende deel eruit. Hangt dat nu in het Rijksmuseum? Nee. Dat hangt in het Nationalmuseum van Stockholm.

Logisch dus dat we nog steeds aan het bekvechten zijn over wat nou eigenlijk die Nederlandse identiteit is. Dat overgebleven stuk van 2 bij 3 meter van onze nationale held Rembrandt met daarop die andere nationale held, onze fiere, edelmoedige en strijdvaardige Bataaf Claudius Civilis,hangt in Zweden!

 Die nieuwe ‘Asterix en de race door de laars’ heb ik weer met veel plezier gelezen, alhoewel het verhaal erin wel eens sterker is geweest. Maar de tekeningen met al die half verborgen grapjes blijven ijzersterk. Eigenlijk best gek dat Vercingetorix en Claudius zich beiden hebben moeten overgeven aan de Romeinen en heel veel eeuwen later toch een nationale heldenstatus kregen. Geef mij dan toch maar Asterix. En Obelix natuurlijk. En Rembrandt. Tot volgende week.

TOOS

Top kunst van ongans rijke Amerikanen


 

Metropolitan Museum, New York
Metropolitan Museum, New York
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen

Het Louvre in Parijs is groot, heel groot. Als je er ongericht begint te dwalen, kun je er heel goede vèrdwalen. Maar het Metropolitan Museum in New York kan er ook wat van. Ook gigantisch groot en ook daar raak je makkelijk de weg kwijt.

Waarom ik daar nu op kom? Allereerst was ik recent bezig met maken van een fotoboek over mijn verblijf in New York afgelopen november. En daarbij kwam ik in de lading foto’s gemaakt in het Metropolitan er eentje tegen van “De aanbidding door de Drie Koningen” van Jeroen Bosch. Over wiens moergrobben dus juist mijn blog van vorige week ging. Logisch bruggetje toch?

Met03 Dat wat conventionele werk zonder echte moergrobben hing er toen nog. Snel daarna zou het de reis over de Atlantische Oceaan richting Europa gaan maken voor de grote overzichtstentoonstelling van Bosch. Nadat het dus ooit eens juist de tegenovergestelde tocht had gemaakt. Net zoals een ongelooflijk grote hoeveelheid topkunst die in het Metropolitan Museum is te bewonderen. Want wat hebben die Amerikanen zich vroeger ongans gekocht aan Europese kunst! Maar ja, hoeveel ongans rijke staal, olie en bankbaronnen liepen er in de 19de en begin 20ste eeuw wel niet rond in de Nieuwe Wereld.  En al hun ongans grote villa’s moesten naar de mode natuurlijk worden opgeleukt met kunst van het Oude Continent. Kunst die later uiteindelijk vaak geschonken werd aan het in 1872 geopende Metropolitan Museum.

Met04

Nu staat daar dus aan de oostrand van het Central Park een reusachtig gebouw waarin je dagen kunt ronddwalen door millennia van wereldkunst. Egyptische, Griekse, Romeinse, Oceanische, Aziatische, Afrikaanse, Arabische en middeleeuwse tot en met 20ste eeuwse Europese kunst. Oh ja, ook nog oude muziekinstrumenten, fotografie en natuurlijk heel veel Amerikaanse kunst. Je komt tijd, ogen en concentratie te kort. Zeker als je, zoals wij, maar één dag hebt ingeroosterd. Zij het een hele. ’s Morgens erin en met donker er weer uit.

Dat erin leverde een nieuwe ervaring op. Negen jaar geleden was ik er voor het laatst. Toen was het museum nog gratis toegankelijk. Met in de hal grote bakken met een gleuf waar je biljetten en munten in kon doen als vrijwillige donatie. Die bakken werden heel veel genegeerd. Nu bleken ze verdwenen.

Met05

Moest je dus toch toegang gaan betalen? Nee hoor, ’t is in principe nog steeds gratis. Maar …… Ze hebben een heel slim concept ontwikkeld om aan veel donaties te komen. Je moet nu naar een toegangsloket waar je een op te plakken sticker krijgt met een kleurtje. Elke dag een andere. Achter de diensdoende lieftallige dame doemt in je blikveld een niet te ontwijken heeeel groot bord op met gesuggereerde toegangsdonaties voor een dagje rondkijken. $17 voor 65+’ers, $25 voor de jonkies. Maar je hoeft echt niks te betalen als je dat niet wilt. Elk bedrag van 0 tot iets is welkom. Slim toch? Want je moet psychisch wel heel sterk in je schoenen staan om die lieve mevrouw die jou je sticker met een grote glimlach overhandigt, financieel geheel te negeren. Zouden we zoiets ook niet eens als proef in Nederland kunnen proberen? En dan al die af en toe weer oplaaiende discussies over wel of niet gratis museumtoegang overslaan?

Ben je een keer binnen, dan weet je gewoon niet waar je moet beginnen. Een en al keuzestress, zoals dat tegenwoordig heet. Nou, oké, de Griekse en Egyptische tempels komen nog wel weer eens. Net zoals Afrika, Oceanië, Noord- en Zuid-Amerika en de afdeling wapenuitrustingen. Nee, op naar de Middeleeuwen en naar onze eigen Gouden Eeuw met een zaal vol Rembrandts. Waarbij “Aristoteles met de buste van Homerus”. Mij natuurlijk heel erg aansprekend vanwege mijn illustraties bij de Ilias en de Odyssee.

afdeling Middeleeuwen
afdeling Middeleeuwen
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt

 

Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus
Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus

Ook op naar de oude Italianen, naar de Spanjaarden, naar Van Gogh, naar de Impressionisten, naar William Turner.

Rafaël, Madonna met kind en heiligen
Rafaël, Madonna met kind en heiligen
schilderijen van William Turner
schilderijen van William Turner

En naar een paar van mijn schilderheldinnen. Zoals Artemisia Gentileschi (1593-1653). Een dijk van een wijf die in de 16de eeuw als eerste vrouw ooit lid werd van de Accademia dell’Arte del Disegno in Florence. Een vrouw met een leven vol ups en downs, één groot avonturenverhaal.

Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus
Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus

Of zoals Rosa Bonheur (1822-1899) met haar iconische “De paardenmarkt”. Ook zo’n vrouw waaraan je een heel blog kunt wijden. Onconventioneel. Schilderend in mannenkleren op die Parijse paardenmarkt omdat ze anders teveel opzien zou baren. Want een vrouw schilderend in de buitenlucht? Aanstootgevend! De wereld , zelfs de Parijse, moest niet gekker worden.

Rosa Bonheur, de paardenmarkt
Rosa Bonheur, de paardenmarkt
niet iedereen heeft oog voor de kunst
niet iedereen heeft oog voor de kunst

Zo kun je daar in het Metropolitan Museum uren dwalen van het ene naar het andere topstuk. Alle belangrijke kunstenaars zijn vertegenwoordigd. Logisch dat het tot de drukst bezochte musea ter wereld behoort. Dankzij dus die puissant rijke Amerikanen die graag hun verworven kunst schonken en trouwens nog steeds schenken. Tot volgende week.

TOOS

 

TEFAF, het grootste commerciële, tijdelijke museum ter wereld


Tefaf 01

Vorige week liep ik helemaal verlekkerd rond  op de TEFAF. Die jaarlijkse, wereldwijd bekende kunstbeurs in Maastricht waar bijna de helft van de 75.000 bezoekers buitenlands is. Een beurs met kunst van 7000 jaar geleden tot nu. Eigenlijk één groot museum, zij ’t dat alles wat er hangt, staat en ligt te koop is.

TefaF 02

Daarvoor moet je dan wel een heel dikke portemonnee meenemen of een diamanten credit card. Wat te denken van een net ontdekt schilderijtje van de jonge Rembrandt.

de net ontdekte Rembrandt
de net ontdekte Rembrandt

Of van een zeldzaam, zo te zien niet afgemaakt middeleeuws gebedenboek met prachtige miniaturen van de kunstzinnige gebroeders Van Limburg uit 1407 dat een paar jaar geleden opdook. Zes of zeven nullen met een of ander  getalletje ervoor, ga daar maar vanuit.

getijdenboek van de gebroeders van Limburg
getijdenboek van de gebroeders van Limburg
Roeland Saverij, bloemstilleven, 1615
Roeland Saverij, bloemstilleven, 1615

Oh ja, en dan vergeet ik nog het bloemstilleven van Roeland Saverij uit 1615 dat door het Mauritshuis werd aangeschaft voor € 6,5 miljoen. Of wil je misschien een koopje? Een pianostoeltje van ontwerper Gerrit Rietveld voor slechts € 195.000! Zo’n soort beurs dus. En zo’n soort museum.

 

Ook geen goedkoop museum trouwens. Veertig euro entree. Maar ik had vrijkaartjes via een bevriende galerie. Dat scheelt toch gelijk een leuk slokje op een borrel. Jammer genoeg golden ze niet voor de openingsavond. Die is tegenwoordig voorbehouden aan voornoemde dikke-beurzen-cliënten en de kunstbobo’s dezer aarde . En zelfs daar geldt al een strikte pikorde. Zo heb je niet alleen een preview voor de officiële opening begint, er is ook al een pre-preview. Ik heb het idee dat de pikorde wordt bepaald de lengte van de limousine waarmee je komt voorrijden in combinatie met de grootte van de privéjet waarmee je landt op Maastricht-Aachen Airport. Die vliegen daar de hele week af en aan, vooral op de openingsdag.

Tefaf 08

Tefaf 06 In de jaren 90 was dat alles toch eenvoudiger. Toen was ik een keer uitgenodigd voor de opening, ’s avond vanaf 6 uur. En één beeld daarbij staat me nog steeds helder op het netvlies gebrand. Met levensgezel op weg van Eindhoven, waar ik toen nog woonde, naar Maastricht peuzelden we in de auto al vast een boterhammetje op ter maagvulling. Op de beurs liepen al heel wat bezoekers rond. Vooral heel veel gesoigneerde heren in grijzige maatkostuums en feestelijk opgetuigde dames die kort daarvoor nog bij de kapper hadden gezeten. Je hoorde Engels, Frans, Duits, Italiaans, absoluut een internationaal gezelschap. In de gangpaden stonden her en der grote langwerpige tafels met, naar ik aannam, etenswaar. Omdat er grote, damasten tafellakens overheen lagen kon je namelijk niet zien wat zich daaronder bevond. En nu dat beeld. Toen die lakens om klokke zeven werden verwijderd stortte de fine de fleur de l’Europe zich op het aldaar getoonde exquise voedsel alsof ze door dagen vasten uitgehongerd waren. Zagen die tafels er bij aanvang nog als culinaire kunstwerken uit, een kwartier later waren het voedselruïnes. Eén groot slagveld aan etensresten. Ik heb ’t verbijsterd waargenomen. Echt tenenkrommend. En door de plaatsvervangende schaamte heb ik zelf geen hap meer tot me genomen. Ik had ten slotte in de auto al die boterham met kaas verorberd.

tefaf 07 Ik neem aan dat ’t tegenwoordig door de spreiding bij de opening anders gaat. Pre-preview met de eerste gretige, voorrang hebbende kopers. Dan de preview met geïnteresseerden en kooplustigen van wat lagere maar nog altijd hoge orde. En ten slotte de officiële opening met museumdirecteuren, tentoonstellingscuratoren,  verzamelaars en andere bobo’s van allerlei kunstinstituties als genodigden. Zo’n 10.000 in totaal, die eerste dag, volgens het persbericht. ’t Zou eigenlijk best een studie waard zijn om na te gaan in hoeverre de TEFAF het beeld bevestigt dat tegenwoordig in diverse economische studies naar voren komt. Namelijk dat het verschil tussen arm en rijk op onze aarde de laatste decennia weer duidelijk toeneemt. Maar dat is een heel ander verhaal.

tefaf 09

Tefaf 10

Hoe dan ook, ik heb genoten van de kunst. Griekse en Romeinse beelden en beeldjes of de resten daarvan. Prachtige oud-Chinese kunst. Middeleeuwse veelluiken. De prachtigste miniaturen in perfect bewaard gebleven middeleeuwse handschriften. Natuurlijk ook navolgers van Jeroen Bosch in het kader van zijn grote tentoonstelling in Den Bosch.

Tefaf 10a

Tefaf 11

Allicht ook de 17de eeuwse oude meesters, ooit de core business van de TEFAF.

Tefaf 12

Tefaf 13

Tefaf 14

En niet te vergeten de moderne en hedendaagse kunst. Ooit in de jaren 90 voorzichtig begonnen met een tiental stand wordt daarmee nu al bijna een kwart van het beursoppervlak in beslag genomen. Noem een beroemde kunstenaarsnaam en die hangt er. Picasso kon je niet eens ontwijken, al zou je dat hebben gewild. Ook zelfs al hedendaagse installaties. Kleren van de keizer waarmee ze beter gelijk kunnen stoppen. Zonde!

tefaf 15

Echt dus één groot, gigantisch museum waar ik van half twaalf ’s morgens tot sluitingstijd om 7 uur heb rondgedwaald. Met als gevolg wel behoorlijk brandende voetjes. Maar voor de kunst moet je wat overhebben. Tot volgende week.

TOOS

Hoe je met Duits staalgeld goede kunstsier maakt in het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid


het Plaza Mayor in Madrid
het Plaza Mayor in Madrid

Er moest nodig een kunstlacune in mijn culturele opvoeding worden opgevuld. Stel je voor, ik was nog nooit in Madrid geweest. En daardoor ook nog nooit in het Prado. Toch een van de belangrijkste musea ter wereld. Met een collectie die misschien wel wat onder doet voor die van het Louvre maar toch ook weer niet overdreven veel.

Dus bevond ik mij heel recent voor het eerst in de Spaanse hoofdstad. Een heel prettige kennismaking. Duidelijk een stad waar ik in de toekomst vaker heen wil.  Een wereldstad met geschiedenis en een bruisend straat en pleinleven.

het bruisende pleinleven in Madrid
het bruisende pleinleven in Madrid

Daarbij wat betreft uitgaan ook duidelijk aangenamer geprijsd dan de in mijn ogen veel te dure horecasector in Nederland. Met ook nog een appartementje in het centrum dat levensgezel voor ons had gescoord via Airbnb. Die alternatieve site waar particulieren van over de hele wereld verblijfsruimte aanbieden voor vaak heel prettige prijzen vergeleken met die van hotels. Maar dat is dus weer zo’n ander verhaal.

Museo Thyssen-Bornemisza
Museo Thyssen-Bornemisza

Kunst en Madrid is een geweldige combinatie. Want naast dat Prado heb je binnen loopafstand daarvan ook nog het Centro de Arte Reina Sofia voor de moderne kunst vanaf de 19de eeuw en het Museo Thyssen-Bornemisza. Over dat laatste had ik al wel veel gelezen, maar het overtrof alle verwachtingen. Ik strooi maar enigszins willekeurig wat foto’s ervan door deze blogaflevering.

zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum

Ooit, in 1920, begon Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947), hoofd van een gigantisch zakenimperium, een kunstcollectie aan te leggen. Met het vermogen dat de familie Thyssen in de 19de eeuw in eerste instantie met ijzer en staal had verdiend. Een heel, heel groot vermogen kun je wel stellen. Zoonlief Hans Heinrich (1921-2002) bouwde die collectie nog verder uit tot de grootste privéverzameling ter wereld. Nou, oké, die van het Britse koningshuis is misschien nog wat groter. Uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, kwam een groot deel van de verzameling vanuit Zwitserland naar Madrid waar de Spaanse regering een prachtige locatie aanbood. Die kocht van Hans Heinrich zelfs nog een groot deel van de collectie aan voor een absoluut vriendenprijsje van 250 miljoen euro. Mazzelaars! Denk maar even aan die 160 miljoen nu voor twee Rembrandt’s.

Maar bij zo’n vriendenprijs is de kans natuurlijk heel groot dat er in een al stinkend rijke familie de geldpleuris uitbreekt. Zeker ook omdat onze Hans Heinrich toen ook net toe was aan zijn vijfde vrouw. De voormalige Miss Spanje 1961, Carmen “Tita” Cervera, van wie hij ook nog een zoon echtte. Maar om ook hier een lang verhaal kort te maken, Hans Heinrich won de juridische strijd. Daardoor kon zijn Tita, ook behept geraakt met het kunstvirus, rustig doorgaan met heel veel geld aan heel veel kunstaankopen te besteden. Als je ziet wat die nu alweer bij elkaar heeft gekocht! Er is zelfs een aparte vleugel voor aangebouwd bij het oorspronkelijke museum.

de zalmroze vleugel van Tita
de zalmroze vleugel van Tita
Rogier van der Weyden
Rogier van der Weyden

Met zalmroze geverfde muren. Speciaal uitgezocht door de, volgens mij, tegenwoordig flink strak getrokken en gebotoxte Tita. Foto’s spreken wat dat betreft boekdelen. Maar hoe dan ook, het familiekapitaal is en wordt prima besteed.

Wat er al niet hangt! Werken vanaf de 14de tot en met de 20ste eeuw. Van de Vlaamse Renaissance uit de eerste helft van de 15 de eeuw met o.a. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. Van de Italiaanse Renaissance en opvolgers als Caravaggio. Van hem hing er een beeldschoon schilderij van de heilige Catharina. Iets wat mij altijd aanspreekt vanwege mijn officiële eerste voornaam. Catharina!

De heilige Catharina van Caravaggio
De heilige Catharina van Caravaggio

Maar ook onze Gouden Eeuw was uitgebreid aanwezig. Rembrandt en Frans Hals natuurlijk. Maar ook een heel speciale “Christus aan het kruis” van Anton van Dyck die toch vooral bekend staat om zijn portretten.

 

Christus aan het kruis, van Anton van Dyck
Christus aan het kruis, van Anton van Dyck

Ook heel veel Ruisdaels. Net zoals zijn wolken vlogen zijn schilderijen je daar om de oren. En dat ging maar door. De Franse klassieke school, het Impressionisme, een paar Van Gogh’s (zie vorige week), heel veel Duitse Expressionisten als Nolde, Kirchner, Macke, Beckman, Grosz, Dix. Zelfs via Picasso, Braque, Dali, Hopper en Rothko naar onze eigen Piet Mondriaan en Karel Appel.

een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
Salvador Dali
Salvador Dali
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten

Echt ongelooflijk, zo’n particuliere collectie die zelfs nog veel groter is dan wat er in het museum is te zien. En toen moest de volgende dag het Prado nog komen! Met heel veel Goya’s, de schilder die onderwerp was van een van mijn afstudeeronderwerpen aan de academie. Voor mij echt een cliffhanger zoals dat tegenwoordig heet, die volgende dag. Tot volgende week.

TOOS

Waarom Lyon geen Nationaal Hitteplan heeft


Lyon 01

Lyon, je rijdt er doorheen of omheen. Ik meestal er door. Want  om is inderdaad heel erg om.En bij er doorheen valt de file altijd reusachtig mee. Pure afstand en tijdwinst dus. Dan ervaar je ook hoe groot Lyon is. Naar inwonertal de tweede stad van Frankrijk. Welke de eerste is? Raad dat zelf maar. Deze keer had ik me voorgenomen er te stoppen in het kader van “nu ga ik”. Het kader dat ik vorige week al schetste en gelijk maar toepaste op Aix-en-Provence.

Dat Lyon heel anders zou zijn dan Aix was me wel duidelijk van al die keren dat ik over de A7, de Autoroute du Soleil, langs de Rhône door Lyon was gereden. Stedenbouwkundig duidelijk Parijse sferen. Maar wel met twee grote rivieren in plaats van maar eentje. De Rhône en de Saône vloeien er namelijk samen. Een confluence, zoals dat op z’n Frans heet. En laat nu net op dat punt van het schiereiland dat Lyon eigenlijk is, een nieuw architectonisch icoon zijn neergezet. Het Musée des Confluences, een natuur-historisch museum.

Musée des Confluences
Musée des Confluences

Want een beetje stad heeft of krijgt tegenwoordig natuurlijk zo’n gebouw, meestal een museum, dat er heel futuristisch en bouwkundig eigenlijk onmogelijk uit moet zien. Bilbao zette jaren geleden de toon en vele steden volgden. Lyon nu zeer recent ook.

Maar eigenlijk kwam ik toch meer voor die Parijse sfeer. Je kent dat wel, prachtig statige en grote gebouwen in 18e en 19e eeuwse stijl, dito pleinen, promenades langs de rivier, grote beelden en imponerende boulevards.

Lyon 03

kathedraal in het oude centrum
kathedraal in het oude centrum

Dat beeld klopte helemaal, met één klein en één groot verschil. Er is nog een echt middeleeuws centrum, zij het kleiner en minder aantrekkelijk dan in Aix, en, best belangrijk, de sfeer is heel relaxed. Gemoedelijke terrassen met veel gemoedelijker prijzen dan in Parijs, vriendelijke mensen, relatief rustig verkeer, veel voetgangersgebied en  goed openbaar vervoer. Niks mis mee. Ook niet met de kunst trouwens. Psychisch gezien vast een afwijking van me, maar persoonlijk toch altijd een belangrijke graadmeter. Leverde Aix in dat opzicht al verrassingen op, Lyon deed ’t ook.

op ziekenbezoek bij Fidel Castro
op ziekenbezoek bij Fidel Castro

Niet zo zeer wat betreft de moderne kunst. Natuurlijk is er een Musée d’Art Contemporain. Maar het enige interessante daar was dat ik even op ziekenbezoek kon bij Fidel Castro. Bij mijn bezoek aan Cuba begin dit jaar had ik dat wel geprobeerd, maar geen toestemming gekregen. Nu begreep ik waarom. Hij had zich stiekem naar Lyon laten overbrengen om daar in alle rust verbaasde museumbezoekers te kunnen ontvangen. Maar de rest? Slecht, slecht. Heel snel vergeten!

Die teleurstelling werd echter geheel en al goed gemaakt in het Musée des Beaux Arts de Lyon. Een soort klein Louvre. Alhoewel klein? Een gigantisch gebouw waarin je uren kunt ronddwalen. Maar ja, vergeleken met het Louvre is alles klein. Zelfs de beste padvinder kan daar verdwalen. Maar met Lyon als tweede grote stad in Frankrijk kun je dit museum rustig ook een tweede plek geven achter het Louvre. Vanaf de Middeleeuwen tot nu, onderverdeeld over de vele, vele zalen. Met moderne kunst waar het zootje in het Musée d’Art Contemporain niet aan kon tippen.

indrukwekkende moderne kunstinstallatie in het Musée des Beaux Arts
indrukwekkende moderne kunstinstallatie in het Musée des Beaux Arts

Lyon 07 Lyon 08 Lyon 09 Lyon 10

Natuurlijk alle bekenden. Van Rembrandt tot Picasso, in gezelschap van alle grote Franse kunstenaars. Maar ook verrassingen. Zoals een aantal werken van ene Cubaan Wifredo Lam(1902-1982). Had ik in Havana al een paar zalen vol met zijn op Picasso geënt werk gezien, kom ik ook hier schilderijen van hem tegen.

schilderijen van Wifredo Lam
schilderijen van Wifredo Lam

Daar zullen de jaren die hij in Parijs leefde beslist aan hebben meegewerkt. En verder ene Louis Janmot(1814-1892). Nog nooit van gehoord, van deze Lyonnais.

werk van Louis Janmot
werk van Louis Janmot

Met werk dat heel duidelijk beïnvloed was door de Prerafaëlieten, die beroemde groep 19de eeuwse, vooral Engelse schilders waar ook onze eigen Albert Alma-Tadema toe behoorde. Die verdiende een heel goede boterham met zijn werk in Londen. Dat kan niet gezegd worden van Janmot, maar zijn werk is er niet minder om. Echt een ontdekking voor een Nederlandse kunstenaar die dan toch weer niet genoeg weet van de Franse kunstgeschiedenis.

Dat soort zaken is natuurlijk het prettigst te overpeinzen op een terras. In de zomer ’t liefst wel onder een parasol.

Lyon 13

Want het kan daar dan in de zon behoorlijk warm zijn. Meestal boven de 30 graden, zo vernamen we van diverse inwoners. Maar ach, dat waren ze gewend. En daardoor moest ik ineens denken aan ons eigen Nationaal Hitteplan. Dat kwam ergens in juni uit een ambtelijke la toen de temperatuur  een viertal dagen lang boven de 27 graden uit durfde te komen. Tjonge, dat was me wat. Maar we konden met z’n allen de gevaren redelijk goed doorkomen als we dat plan maar volgden. Voldoende water drinken, dunne kleding dragen, in de schaduw blijven en op het heetst van de dag vooral de lichamelijke inspanning beperken.  Kijk, daar heb je wat aan bij een bevolking waarvan beweerd wordt dat bijna 50% hoger opgeleid is. In Lyon hoorde ik niemand over zo’n Hitteplan. Stom hè! Tot volgende week.

TOOS

2 Rembrandt’s, de Late en de Vereniging


Rembrandt 1 Fokke en Sukke

Fokke en Sukke hadden ’t blijkbaar nog niet helemaal door. Je moet niet op die Late Rembrandt wachten, je moet er zelf heen. Naar het Rijksmuseum, naar de pas eind vorig jaar geopende gerestaureerde  Philipsvleugel. Met natuurlijk Philips LED-verlichting. Want Rijksmuseum en Philips gaan wel met hun tijd mee. Eigenlijk wel curieus nu de Lichtdivisie van Philips te koop staat. En dat terwijl Timmer, de legendarische president-commissaris in de jaren 90, die lichtdivisie core business vond en eigenlijk Medical Systems wilde afstoten. En laat Van Houten, de huidige CEO, want zo heet zo iemand tegenwoordig, nou precies het omgekeerde vinden! Toch iets van waan van de dag in CEO-world? Maar goed, die Late Rembrandt dus. Daar moest ik voor m’n goeie fatsoen natuurlijk wel heen. De maandagmorgen, dat leek me daarbij wel wat gezien alle verontrustende verhalen over de vreselijk grote drukte.

een "rustige" maandagmorgen bij de Late Rembrandt
een “rustige” maandagmorgen bij de Late Rembrandt

Nou, volgens mij maakt ’t totaal niet uit wanneer je gaat, ’t is en blijft heel druk. Wel met golfbewegingen. Want als er weer een nieuw tijdsblok is toegelaten, wordt ’t duidelijk vloed. Heel verstandig schijnt het toch te zijn om  het weekeinde te mijden. Dan voorkom je rijen, dringen, ellebogen, liefhebbers die maan spelen bij het verduisteren van zonnige schilderijen en meer van dat soort menselijke verschijnselen. Zelf had ik het voordeel van gewoon door te mogen lopen. Want sinds kort ben ik in het bezit van een pas van de Vereniging Rembrandt. Een magische kaart. Geen tijdsblok, geen bijbetaling zoals bij de Museumjaarkaart, gewoon ermee zwaaien en het Sesam-Open-U effect treedt op in combinatie met wijkende suppoosten. Maar over die magische pas straks meer. Nu die tentoonstelling zelf.

Rembrandt 6 vereniging-rembrandt-logokopie

Ik ben een groot bewonderaar van Rembrandt. In mijn bibliotheek in Middelburg staan aardig wat boeken over hem. Op plaatjes heb ik dus eigenlijk al zijn werk wel gezien. Maar nu hangen er een aantal schilderijen en etsen die van over de hele wereld zijn gekomen en die ik dus voor het eerst in het echt kon bekijken. Een absolute smulpartij! Al dat werk van ongeveer zijn laatste 15 levensjaren bij elkaar bewijst maar weer eens hoe gedurfd hij toen schilderde. Juist tegen de kunsttrend van die tijd in.

Je aandacht wordt meestal eerst naar de gezichten getrokken. Dat is natuurlijk ook de bedoeling. Maar daarna ga je die vooral abstracte achtergronden zien. Met soms een lichte aanduiding van de achter de personen liggende ruimte. En de rest van de figuur? Pure verfsuggestie. Klodders, stippen en strepen die kleding vormen. Handen waarvan je weet dat ’t handen zijn. Maar als je goed kijkt? In dat opzicht is het uit Engeland overgekomen “Zelfportret met twee cirkels”, een  schilderij dat ik nog nooit in levende lijve had gezien, wel heel extreem.

Zelfportret met twee cirkels
Zelfportret met twee cirkels

Kunstexperts hebben de afgelopen eeuwen uitgebreid gediscussieerd over vragen als “is het nou af of niet” en “wat betekenen die twee cirkels”. Maar ik vind fascinerend wat Rembrandt zich hier permitteert met die handen met daarin het schilderspalet en kwasten.

Of neem dat overbekende portret van Jan Six. Die mantel met daarop de pure verfstreken die de tressen suggereren. Of de kraag van die mantel. Alles in één keer raak!

Portret van Jan Six
Portret van Jan Six

Dat is echt de hand van de oude meester die uit ruime ervaring genadeloos goed weet wat hij doet. Of neem ook daarbij weer de handen met de handschoenen. Vooral heel veel suggestie. Rembrandt wist drommels goed dat wij als kijker dat plaatje zelf wel verder gaan invullen bij het aanschouwen .Je moest maar durven in die tijd toen gepolijst werk in de Vlaamse Barok stijl à la Rubens veel meer in zwang was. Maar vergeet niet dat die Late Rembrandt nog steeds heel veel liefhebbers had voor zijn werk. Van het binnen- tot het verre buitenland. Op een 17-de eeuws Facebook zou hij beslist nog ontzettend veel vrienden hebben gehad met heel veel “likes” bij zijn schilderijen en etsen.

nog een "handige" toegift
nog een “handige” toegift

Ik zou nog veel meer willen laten zien, ook van de etsen en tekeningen,maar dan wordt dit stukje een heel lang stuk. Gewoon zelf gaan, dat is echt het allerbeste. Dit is een absolute, niet te missen topper. Met mijn Vereniging Rembrandt pas zou ik morgen zo weer heen kunnen. Zonder toeslag, zonder tijdzone. Hierboven beloofde ik daar nog meer over te vertellen. Maar die gratis publiciteit voor de Vereniging Rembrandt moet nog even wachten tot een volgende keer. Ook weer die lengte! Tot volgende week.

TOOS