Tagarchief: Romaans

Toos en Tefaf te gelijkertijd in Maastricht


Terwijl Myanmar nog steeds bezig is zich te settelen op een comfortabele plek ergens in mijn hersencellen, heeft de dagelijkse gang van kunstzaken zich natuurlijk ook weer hervat. In feite speelde dat al in ’t verre Myanmar. Want waar heb je tegenwoordig geen wifi? Oké, misschien niet midden in de Sahara of in de Marianentrog tienduizend meter onder de zeespiegel. Maar verder? Ook in Myanmar schrijdt, of beter gezegd holt, de internetontwikkeling voort. Over globalisering gesproken! Of zouden de antiglobalisten dit wereldwijde internet ook willen afschaffen? ’t Is maar een vraag. Die globalisering betekent natuurlijk niet dat wifi in Myanmar altijd even goed werkt. Soms vulde de hotellobby zich met langdurige zuchten en steunen van een significant deel van de reisgenoten. Wat we tegenwoordig bijna als “dat hoort er gewoon bij” beschouwen, werkte dan niet helemaal jofel. Helemaal niet dus of tergend langzaam. Maar hoe dan ook, af en toe kwamen er toch digitale rooksignalen door vanuit het thuisland. Zoals voor mij een mailtje uit Maastricht. Of ik zin had in een expositie in de Onze Lieve Vrouwe Galerie daar.

met de auto voor de Onze Lieve Vrouwe Galerie in Maastricht

Nu heb ik in Mestreech jarenlang samengewerkt met galerie Tracé. Maar ja, een probleem voor kunstenaars is dat hun houdbaarheidsdatum vaak flink veel verder ligt dan die van de galerieën waarmee ze samenwerken. Kijk, ik ga gewoon lekker door met schilderen zolang dat kan. Bij galerieën ligt dat om allerlei verklaarbare redenen anders. Dus een aantal jaren geleden was Tracé passé. En weg dus mijn vertegenwoordiging in Limburg. Tot in Myanmar dat mailtje via een wel werkend wifinetwerk tot mij kwam. Hé, Maastricht? Het Onze Lieve Vrouweplein? Da’s een toplocatie in het oude centrum. Met de indrukwekkende romaanse Onze Lieve Vrouwebasiliek en de zeer vele terrassen waar het goed toeven is. Dan maar gelijk eens kijken op hun website. Wat? Tonen ze daar werk van Nico Molenkamp? Toen was ik eigenlijk al verkocht!

het Onze Lieve Vrouweplein met basiliek en terrassen

Want Nico Molenkamp is voor mij aan de Kunstacademie in Tilburg een heel belangrijk en maatgevend docent geweest. Samen met Ru van Rossem. Beiden al een aantal jaren dood, beiden kunsticonen in het Brabantse en beiden met werk dat ik altijd heb bewonderd. Wat me van hen, naast hun vakmanschap, zo raakte was dat ze me mijn eigen schilderswereld lieten behouden. Want tegen de toen heersende kunsttrend in wilde ik niet aan de pure abstractie. Er sloop bij mij onvermijdelijk altijd iets figuratiefs in. Ik kon er niks aan doen, ’t moest gewoon, die figuratieve pop-ups. Net zoals trouwens in het eigen werk van Nico en Ru. Maar die waren al wel veel ouder.

galeriste Monique Thelen met werk van mij en een schilderij van Molenkamp op de achtergrond

En nu zou ik zomaar kunnen exposeren in een galerie waar ook nog werk van mijn oude leermeester hing. Te gek! En wat bleek bij terugkomst uit Myanmar toen ik telefoneerde met galeriste Monique Thelen? De opening was gepland op 9 maart. Niet zomaar een datum, maar de openingsdag van de TEFAF, the European Fine Art Fair. De dag dus dat van over de hele wereld kunstverzamelaars met diamanten creditcards, museumdirecteuren met goedgevulde aankoopfondsen, kunstbezielde curatoren, kunsthandelaren in het dure segment , directeuren van wereldwijd werkende veilinghuizen en ook nog een paar gewone mensen met toch wel een paar losse centen op zak zich in Maastricht verzamelen. Want deze kunst en antiekbeurs is een van de meest prestigieuze ter wereld.

een deeltje van de expositie

Logisch dat allerlei aan kunst en horeca gelieerde zaken in en wijd rondom Maastricht daarvan een graantje willen meepikken. Ook de Onze Lieve Vrouwe Galerie dus (www.olvrouwegalerie.nl). Maar waar die TEFAF tien dagen duurt, loopt mijn tentoonstelling veel langer door. Tot Pinksteren namelijk. In een prachtig nostalgisch pand waar mijn schilderijen heel goed tot hun recht komen.

Terwijl ik dit alles zit te overpeinzen en te schrijven in mijn kunstcocon in Nice, waar ik recent ben neergestreken, komt ineens het volgende bij me op. Stel nou eens hypothetisch dat er een kunstenaarshemel is. Zou Nico Molenkamp daar dan, verkerend tussen al die andere kunstenaars, een goedkeurend knikje voor mij over hebben? Zo in de trant van “goed gedaan meissie”? Dat zou toch wel heel mooi zijn. Misschien dat ik toch nog maar een kaarsje moet gaan branden in de kapel van de basiliek. Baat dat niet, dan helpt ’t in ieder geval toch mee om een prachtige ambiance in stand te houden.

kapel bij de basiliek

Tot volgende week.

TOOS

Een zuidelijke hak met noordelijk design


Basilica San Nicola, Bari
Basilica San Nicola, Bari

Sint Nicolaas zal zo langzamerhand wel weer zijn terug gekeerd in zijn residentie. In het Italiaanse Bari dus en niet in Spanje zoals vele goedgelovigen nog steeds aannemen. Ik schreef daarover al eens in september. Na een ongetwijfeld grondige evaluatie met zijn met-of zonder- vegen Zwarte, Blauwe en Bruine Pieten. Dat mag ook wel bij al die gebeurtenissen en avonturen van de afgelopen Sinterklaasperiode. Je hoeft alleen maar het Sinterklaasjournaal te hebben gevolgd om te beseffen dat hij zijn oude knoken best wel weer voor een jaartje te ruste mag leggen. In zijn geriefelijke tombe in de crypte van de Basilica San Nicola in dat Bari. In de streek Puglia, Apulië op z’n Nederlands, de hak van Italië.

de tombe van Sint Nicolaas
de tombe van Sint Nicolaas
kunst in de kathedraal van Bari
kunst in de kathedraal van Bari

Maar waarom is onze populairste heilige juist daar neergestreken en is hij niet in het nu Turkse Myra gebleven? Tijdens mijn rondreis in Puglia dit jaar ben ik dat beter gaan begrijpen. Daar zitten dan natuurlijk gelijk allerlei verhalen aan vast. Over middeleeuwen, kunst, architectuur, religie en kruistochten. En vooral die laatste zijn heel belangrijk voor dit verhaal.

 

Oude havensteden als Bari , Brindisi en nog een paar andere aan de oostkust van de hak vormen al eeuwen lang een belangrijke schakel in de route over zee naar de Griekse en Turkse regio’s. Nog steeds trouwens. Want tel ze maar eens, al die toeristen die voor een Griekse vakantie de veerboot vanuit Brindisi nemen.

Ooit heersten in het begerenswaardige en vruchtbare Puglia de Grieken, de Romeinen en de Byzantijnen. Tot de Normandiërs er neerstreken. De Normandiërs? Jazeker. Absoluut een reislustig en veroverend volkje. Want nam Normandiër Willem de Veroveraar door zijn overwinning in de slag bij Hastings in 1066 Engeland over, andere Normandiërs vestigden zich in die 11de eeuw op Sicilië en in Puglia. En die naam Normandië? Komt van de Noormannen, de Skandinaviërs die zich nog weer eerder  dat stuk van Frankrijk toe eigenden. Maar dat ter zijde.

kerk in Molfetta
kerk in Molfetta

puglia05a-molfetta

Hun timing bij het veroveren van Puglia kun je beslist uitstekend noemen. Want in diezelfde tijd verbrokkelde de macht van het orthodoxe Byzantijnse Rijk en pikten de islamitische Seltsjoeken grote stukken ervan in. Zoals het Heilige Land met Jeruzalem en het oosten van wat nu Turkije is. Incluis Myra en het graf van de in die middeleeuwen al heel populaire San Nicola. Dus werd in 1087 door een stel kooplieden het gebeente van de heilige uit Myra weggeroofd en naar Bari gebracht. Zo’n belangrijk reliek is voor de stad economisch vast heel gunstig zullen die kooplieden wel hebben gedacht. Daar komen veel pelgrims, en dus ook geld, op af. Zeker omdat er vanuit Bari al de nodige bedevaartgangers naar pelgrimsoord nummer één Jeruzalem overstaken. Dus werd er voor onze Sint een speciale kerk, de Basilica San Nicola, gebouwd. In de bekende Romaanse stijl van die tijd, meegebracht uit Normandië. En dat Romaanse? Dat heeft natuurlijk te maken met de Romeinen en Rome. Maar dat ter zijde.

Juist ook toen begonnen de kruistochten. Met de eerste van 1096 tot 1099, resulterend in de verovering van Jeruzalem op de Seltsjoeken. Natuurlijk hallejula alom. Vooral ook in Puglia. Want van daaruit vertrokken heel veel kruisvaarders. Niet alleen vanuit Bari en Brindisi maar ook vanuit andere havenstadjes als Molfetta, Trani  en Barletta.

puglia06-trani
kerk in Trani
puglia07-trani
Trani
puglia08
kerk in Barletta

Er werd flink verdiend met een soort hop on hop off systeem voor al diegenen die kruisvarend hun ziel wilden redden tot meerdere glorie van God. De Normandiërs lieten prachtige Romaanse kerkjes verrijzen op de mooiste locaties. Met natuurlijk ook weer relieken erin. Want er moest wel geconcurreerd worden met Sint Nicolaas. Wat te denken van een stuk van het kruis waaraan Jezus stierf? Of een doorn van zijn doornenkroon? Allemaal natuurlijk met certificaat van echtheid.

reliekschrijn met stukken van het kruis van Jezus
reliekschrijn met stukken van het kruis van Jezus

Er volgden nog meer kruistochten  in de twee eeuwen na die eerste. Zoals bijvoorbeeld die wel heel  curieuze kinderkruistocht van 1212. Lees “Kruistocht in spijkerbroek” er maar op na. Dat bekende jeugdboek van Thea Beckman waarin ook weer Bari en Brindisi voorkomen.

Ook volgden er na de Normandiërs nog vele andere heersers in Italië’s hak. Zoals de keizer van het Heilige Roomse Rijk, de Franse Angevins, de Spaanse koning en het Huis van Bourbon. En allemaal lieten ze hun zichtbare en culturele sporen na. Echt de moeite waard dus om te bezoeken, dat Puglia.

puglia10
kerken in het binnenland van Puglia

puglia11a puglia12 puglia13a puglia14 puglia15a

Eigenlijk is ’t een soort Europa in Madurodam-formaat realiseer ik me ineens. Ga maar na. Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Scandinaviërs in de vorm van Noormannen, Normandiërs, Duitsland via het Heilige Roomse Rijk, Spanje, Frankrijk en nu Italië. En niet te vergeten die massa’s kruisvaarders van overal vandaan. Met z’n allen hebben ze die streek vorm gegeven. Over verwevenheid van Europa gesproken! Wat moet ik dan met die huidige ideeën om ons weer binnen eigen grenzen terug te trekken? Denkstof voor rond de kerstboom met al die lichtjes binnen en buiten terwijl de dagen weer gaan lengen. Tot volgende week.

TOOS

De Maior Ecclesia van Cluny


 

de abdij van Cluny een aantal eeuwen geleden
de abdij van Cluny een aantal eeuwen geleden

Vliegen naar Nice? As ’t effe kan graag.  Dat heeft toch zo zijn voordelen boven de auto. ’t Gaat een ietsiepietsie sneller, is dus comfortabeler als je ten minste voor een paar uurtjes de behoorlijk krappe knieruimte in Transavia-vliegtuigen voor lief neemt en is ook nog eens een heel stuk goedkoper. Vloog levensgezel ergens eind jaren 90 voor zo’n 500 harde Nederlandse florijnen met gedwongen Parijse tussenstop op en neer met Air France, nu ben je rechtstreeks nog geen € 60 kwijt als je de goeie dagen eruit pikt. Dus geef mij het vliegtuig maar als ik weer eens naar mijn atelier in Nice wil.

Maar ja, soms moet ’t wel met de auto. Met grote schilderijen onder je arm het vliegtuig in? Nee, niet erg handig. Maar dan is ’t toch dik 1300 km vanaf Middelburg. En, oh wonder, terug ook weer die afstand. Dus al heet een groot deel van de weg heel lieflijk Route du Soleil, ’t blijft een rottig lang stuk. Maar “La douce France” biedt gelukkig allerlei mogelijkheden dat toch wat te veraangenamen. Want heeft ’t niet een heel lange geschiedenis met heel veel bijbehorende culturele overblijfselen?

maquette van de abdij op het hoogtepunt in de 13de eeuw
maquette van de abdij op het hoogtepunt in de 13de eeuw

Vandaar een poosje geleden een tussenstop in Cluny, een uurtje noordwaarts vanaf Lyon. Historisch en cultureel gezien een magische plek. Want zo’n duizend jaar geleden l;ag hier het machtige christelijke hart van Europa. Met z’n in het jaar 910 gestichte gigantische Benedictijner abdij en de zogenaamde Maior Ecclesia. Eeuwen lang de grootste kerk in de christelijke wereld. Tot in 1626 in Rome de Sint Pieter werd ingewijd.

achterkant van de Maior Ecclesia
achterkant van de Maior Ecclesia

Heel lang geleden was ik er voor de eerste keer en lang geleden voor de tweede. Wat kon ik daar mijn fantasie laten gaan! Want van al die macht en pracht in de Romaanse bouwstijl rest niet veel meer. Van die kerk volgens de geleerden nog maar zo’n 10%. Alleen het deel van het kerktransept met de twee torens dat op onderstaande foto in de verte is te zien. Een foto gemaakt bij genoemde tussenstop. Bij mijn derde bezoek dus.

cluny04

Je moet de rest van de later neergezette gebouwen wegdenken om de 180 meter lengte van die kerk  goed te kunnen invoelen. Mee dankzij de basementen van de dikke pilaren met meters omtrek die hier en daar nog staan. Stel je eens voor dat je daar als middeleeuwer ergens rond 1100 voor het eerst binnenloopt. Wij raken nog maar zelden geïmponeerd door een of ander gigantisch hoog atrium in een nog gigantischer architectonisch modern hoogstandje. Zie je tegenwoordig overal, gesneden koek. Maar zo’n middeleeuwer?  Een onvoorstelbare lengte voor een gebouw. Met een ook onvoorstelbaar hoog dak. Wij kunnen ons eigenlijk helemaal niet meer voorstellen hoe iemand uit die tijd zich daar moet hebben gevoeld. Maar ik denk overweldigd en nietig in het kwadraat.

cluny05 cluny06

En dan zie je op bovenstaande reconstructiefoto’s nog niet eens de drukte die er geheerst moet hebben. Op het hoogtepunt, zo rond 1200, vielen in heel Europa bijna 1500 kloosters onder de orde in Cluny. Een soort Rooms-katholieke EU in een verrommelde lappendeken van allerlei grotere en kleinere machtsgebieden. Nou, daar horen heel wat monniken bij om dat alles in goede banen te geleiden, afgezien nog van de horden devote bezoekers. Waar nu toeristen in alle rust rondlopen, moet toen onder het hoge kerkdak en tussen de missen door een luid resonerend geroezemoes hebben geklonken. Hoe mooi zullen daar ook de Gregoriaanse gezangen van de monniken hebben gegalmd. Daar is die fantasie weer. Alhoewel die nu toch wat onderdrukt werd. Het terrein was voller geworden. Er bleken een paar nieuwe musea bijgekomen in gerestaureerde gebouwen en overal staat uitleg. Er was zelfs een 3D-animatiefilm van de vroegere toestand. Op zich natuurlijk prima voor de bezoekers. Maar ook prima voor mijn rijke fantasie die graag zelf invulling geeft? Eigenlijk niet.

Toch, ook bij dit derde bezoek, kreeg ik weer zo’n nietig gevoel bij die nog staande torens.

cluny07a cluny08a cluny09

Waar de rest is gebleven? Heel kort samengevat: verval, godsdiensttwisten, hoogmoed, slecht kerkelijk en financieel bestuur,maar vooral ouderwets, gedegen handwerk. Want tijdens het regime van de Franse Revolutie eind 18de eeuw en de daarop volgende Napoleontische periode waren staat en kerk even geen echte vriendjes meer. Het archief van de abdij en de grootse bibliotheek werden verbrand. Een nationalisatie volgde en de prachtige abdij werd letterlijk een stenenmijn. De gebouwen werden afgebroken, stenen netjes afgebikt en verkocht voor hergebruik elders. Cultuurbarbaren? Nu wel in onze ogen. Maar toen? Dat waren andere tijden. Alhoewel? Die opgeblazen grote Boeddha beelden in Afghanistan en de Taliban nog niet zo lang geleden? En de tempelvernietiging in Palmyra door IS? Tot volgende week.

TOOS