Tagarchief: Rome

Een typerend MeToo-slachtoffer, kunstenaar Artemisia Gentileschi, maar wel al uit de 17e eeuw


Je vingers ingeklemd in een martelwerktuig om, letterlijk, uit je te persen dat jij, het slachtoffer, bij je aanklacht voor verkrachting de waarheid en niets dan de waarheid hebt verteld.  Dezelfde vingers die ook jouw volstrekt onmisbare gereedschap vormen. Je bent namelijk de supergetalenteerde dochter van de in Rome gevestigde kunstenaar Orazio Gentileschi en als assistent werkzaam in je vaders atelier. We schrijven 1612 en die dochter is de 17-jarige Artemisia Gentileschi. Vorige week schreef ik al over haar.

Artemisia, De onthoofding van Holofernes (1620)

Kijk je met die kennis naar bovenstaand schilderij van Artemisia, dan is de inhoud daarvan met wat simpele psychologie van de koude grond misschien wel aardig te duiden. Want die verkrachting had inderdaad  plaatsgevonden. De uiteindelijk veroordeelde dader? Kunstenaar Agostino Tassi, bij wie Artemisia toen in de leer was. Zeven maanden, inclusief marteling, duurde het proces dat vader Orazio had aangespannen tegen Tassi. En een wonder geschiedde, hij won! Omdat de rechtbankannalen van dit proces grotendeels bewaard zijn gebleven, kon onderstaand filmpje gemaakt worden. Met daarin letterlijk overgenomen teksten.

Maar de naam van Artemisia als vrouw was natuurlijk sterk bezoedeld. Logisch toch? Roddels te over van ‘waar rook is, is vuur. Rome kon ze als opkomend kunstenaar voorlopig wel vergeten. In het geheim getrouwd met een tweederangs schilder vertrok ze naar dat andere grote Italiaanse kunstcentrum, Florence. Daar kon ze ten minste met een schone lei beginnen. Want de social media werkten destijds toch wat trager dan tegenwoordig en programma’s als Showtime lieten nog wat eeuwen op zich wachten.

En Tassi? Die bleek zelfs al een eerdere verkrachtings en mogelijk moordgeschiedenis te hebben? Hij kreeg twee jaar, kwam na acht maanden al vrij en pakte gewoon zonder probleem zijn werk als kunstenaar weer op.

fresco van Tassi in een villa in Rome

In Florence bleef het talent van Artemisia zogezegd niet onopgemerkt. Ze presteerde ’t zelfs om in 1616 als eerste vrouw ooit te worden opgenomen in de prestigieuze Accademia delle Arti del Disegno. Een soort Rotary avant la lettre van de beroemdste Florentijnse kunstenaars. Absoluut een gigantische prestatie voor een vrouw toentertijd. Maar ze had dan ook de gave zich soepel te

Artemisia, Zelfportret met luit

kunnen bewegen in de hoogste culturele en literaire kringen. Naast natuurlijk ook nog haar schildersgave waarmee ze heel wat opdrachten in die hoogste kringen verwierf. Opdrachten die als onderwerp regelmatig sterke vrouwen hadden. Zoals dus Judith uit dat schilderij hierboven. Waar ze met zichtbare afschuw maar ook duidelijke standvastigheid met hulp van haar dienstmeid generaal Holofernes letterlijk een kop kleiner maakt. Overigens wel een verhaal uit het Oude Testament dat destijds behoorlijk populair was. Van lekker heftige dramatiek in de beeldende kunst was men toen niet echt vies. Koppen mochten rollen, geen probleem. Dat gebeurde ten slotte ook nog met regelmaat in het echt op het schavot. Hebben we in Nederland niet ons eigen verhaal van Johan van Oldebarnevelt? Misschien moet ik toch nog maar eens een blogaflevering maken met de verzameling foto’s van schilderijen uit de 16e en 17e eeuw met afgehakte hoofden die ik op mijn harde schijf heb staan.

Dat populaire thema van Judith en Holofernes heeft Artemisia dus nog een paar keer gebruikt voor haar opdrachtgevers.

de dienstmeid van Judith verbergt het hoofd van Holofernes in een mand
Juditn en haar diensmeid (met het hoofd in de mand) verlaten het legerkamp van Holofernes

Maar David met het hoofd van de door hem gedode reusachtige Goliath, nog zo’n verhaaltje uit de reeks ‘voor het slapen gaan’ in het Oude Testament, was vanzelfsprekend ook niet te versmaden.

David met het hoofd van de verslagen Goliath
een recent ontdekt schilderij van Artemisia met daarop David en het hoofd van Goliath aan zijn voet

Net zoals het verhaal over de stoutmoedige Jaël die een tentharing slaat door het hoofd van de aan haar voeten slapende Sisera, ook alweer een generaal. Echte oudtestamentische horror.

Nog een paar voorbeelden van moedige vrouwen? Wat dacht je van Cleopatra die volgens de overlevering voor de dood door een giftige slangenbeet kiest. Liever dat dan zich volledig over te geven aan de Romeinse keizer Octavianus.

Cleopatra laat zich bijten door de slang
het dode lichaam van Cleopatra wordt ontdekt

Of Lucretia. Dochter van een belangrijke Romeinse familie die in 510 v.C. wordt verkracht door een koningszoon, haar ontering opbiecht aan vader en echtgenoot om daarna met een mes zelfmoord te plegen. Niet zo vreemd, denk ik dan, dat dit verhaal Artemisia heeft aangesproken.

De verkrachting van Lucrezia
een vorig jaar ontdekt schilderij van Artemisia met daarop Lucrezia die zich van het leven berooft
het thema van Lucrezia nog een keer

Overal waar ze kwam liet ze wel een aantal speciale vrouwen achter. In Rome waar ze als gescheiden en dus alleenstaande vrouw vanuit Florence weer terugkwam, in Venetië, in Napels en zelfs in Londen. Waar nu, zo leerde ik uit een reactie op Facebook, die Artemisia-expositie toch vanaf 3 oktobernog door lijkt te gaan. IJs en corona dienende denk ik dan tegenwoordig maar. Maar voor die tijd kom ik hier vast nog wel een keer op haar terug. Artemisia is, met haar leven en haar kunst, te fascinerend om dat niet te doen. Tot volgende week.

TOOS

Caravaggio en zijn Corona-perikelen


Caravaggio, Narcissus (rond 1598), nu in het Rijksmuseum

’t Zou hier nu opnieuw gaan over mijn Buitenkunst, zo verkondigde ik vorige week. Maar ja, ik kan ook niet buiten kunst. Vandaar een onvoorziene interruptie. De musea mochten namelijk weer open op  1 juni en daar wilde ik dus héééél snel gebruik van maken. Samen met levensgezel trouwens. Die ook zowel binnen als buiten niet buiten kunst kan. Dus zat hij ’s morgens 21 mei, de eerste dag dat er weer kaartjes online geregeld konden worden voor het Rijksmuseum, binnen paraat voor zijn pc-scherm. Want we wilden nog snel naar de expositie ‘Caravaggio-Bernini, Barok in Rome’, die  op 7 juni zou eindigen. En ja! Het lukte om met onze Rembrandtpassen twee gratis toegangsbewijzen te scoren voor dinsdag 2 juni. Binnen het tijdslot van 14.15-14.30 uur. Want zo zijn tegenwoordig de regels in het corona-museumspel en zo moet ’t gespeeld worden. Online met een tijdslot en niet anders.

Bernini, Medusa (rond 1640), nu in het Rijksmuseum

Wij lopen dus op 2 juni om 14.14 uur het Rijksmuseum binnen. Dat soort logistiek vernuft laat ik altijd met een gerust hart aan levensgezel over! Kaartjes worden gescand, Rembrandtkaart getoond, handjes ontsmet en doorlopen naar die expositie. Ja, had je dus gedacht! In de grote hal stond al een soortement rij. Want ‘rij’ is tegenwoordig met die 1,5 meter toch wel een wat diffuser en ongeregelder begrip geworden.

 Enigszins in twijfel sluiten we aan. Maar die twijfel verdween snel toen een museummedewerker, laat ik die nr.1 noemen, aan ons een verzoek had. Of we wilden kijken hoe laat ’t nu was en hoe laat we de expositie binnen konden lopen opdat we onze wachttijd aan een aldaar geposteerde andere medewerker  konden doorgeven. Dat was voor hun nuttige informatie. Nou, natuurlijk! Wel begonnen we toen enige figuurlijke nattigheid te voelen. Dat was helemaal het geval toen we zo’n 6 à 7 minuten later en na een aantal meters terreinwinst een nogal nonchalant tegen een muur geplaatst Efteling-achtig bordje tegen kwamen. ‘Vanaf hier een uur’. Hè? Maar een langslopende medewerker, zeg maar nr.2, wist bij navraag te melden dat dit wel ongeveer klopte.

 De diffuse rij met die grote afstandsgaten schoof inderdaad tergend langzaam op. Medewerker nr.3 kwam langs met klapstoeltjes voor wachtenden die knikkende knieën en vervelende voeten begonnen te krijgen. Levensgezel, die een praatje aanknoopte met medewerker 4 die de klapstoeltjes bij inleveren gelijk weer ontsmette, leerde dat het Rijksmuseum eigenlijk ook in een leerproces zat. Want hoeveel bezoekers kan je in zo’n tijdslot binnenlaten en hoe snel stromen die door in de zalen waar maar weer een beperkt aantal mensen te gelijkertijd mag verkeren? In feite waren we proefkonijnen in een logistiek experiment. Dat Eftelingbordje klopte trouwens. Het duurde inderdaad een uur voor we aan medewerker 5 volgens belofte konden vertellen dat het beloofde uur inderdaad een uur was. Zo bleek de Cruyffiaanse uitspraak ‘dat elk nadeel zo ze voordeel heb’ toch weer op te gaan. Want hadden we in de tussentijd niet in alle rust met diverse museumsuppoosten gezellig een praatje kunnen maken? Iets wat er anders nooit zo snel van komt.

één groot voordeel van het beperkte aantal toegelaten bezoekers, je kunt in alle rust kijken
Caravaggio, De doornenkroning 1603
Bernini, buste van Thomas Baker rond 1637

En die expositie? Hier tussendoor heb ik al met foto’s gestrooid. Interessant, maar geen echte topper. Dat komt ook omdat de allerbeste werken van Caravaggio gewoon vast gespijkerd zitten aan kerkmuren in Italië en op Malta. En omdat Bernini alle Rome-bezoekers natuurlijk al helemaal heeft afgebluft met zijn beroemde, grootse barokfonteinen en beeldengroepen. Daar kom je in ’t museum echt niet meer overheen. Wel was voor mij opnieuw duidelijk dat toch maar enkele Caravaggistische schilders in kwaliteit in de buurt komen van hun grote meester. Zelfs al hingen de topwerken van Caravaggio er dus niet.

Orazio Gentileschi (1563-1639) Judith en haar dienstmeid met het hoofd van Holofernes, rond 1608
dochter Artemisia Gentileschi (1593-1654), De extase van Maria Magdalena
Annibale Caracci (1560-1609), De bewening van Christus 1604

Maar toch mooi dat Nederlander  Hendrick ter Brugghen (1588-1629) daar zeker  bij hoort.

Hendrick ter Brugghen, De ongelovige Thomas, 1622
Hendrick ter Brugghen, Jonge vrouw die een luit stemt, 1627

Hoe dan ook, ik liep toch maar lekker rond  in het net weer geopende Rijksmuseum. En dat ’s avonds op de 21e mei, dus nadat levensgezel ’s morgens die tickets had vastgelegd, bekend werd dat de expositie met alle uitlenen erbij verlengd had kunnen worden tot 13 september? Ach, dat is eigen aan deze telkens opnieuw verrassende coronatijden. Nu hebben anderen ook nog de gelegenheid. Bij een, naar ik hoop, beter logistiek ingespeeld Rijksmuseum. En die Buitenkunst van mij? Tot volgende week.

TOOS

Een Paasverhaal bij het wereldmerk Da Vinci


zelfportret van Leonardo da Vinci

Rembrandt is natuurlijk ons grote Nederlands schildersicoon. Of mogelijk Van Gogh? En voor België? Rubens toch wel, denk ik. Picasso voor Spanje? Zou best kunnen. Maar wie zou het wereldmerk voor de beeldende kunst zijn? Ik ga voor Leonardo da Vinci. Want als er ook maar ergens een flintertje nieuws over hem opduikt, vliegt ’t gelijk als Covid-19 de hele wereld over. Mocht er een kunstenaarshiernamaals bestaan, dan heeft Leonardo in de afgelopen eeuwen daardoor vast al heel vaak een hemels glimlachje kunnen tonen boven zijn zorgvuldig gecoiffeerde en gekrulde baard. Misschien ook wel toen ik mijn blog vorige week eindigde met die lange, lege tafel.

Eigenlijk een soort voorbode voor de surrealistische Paasperiode die we nu al weer achter de rug hebben. Een Corona-Pasen in combinatie met de aanstormende 1,5 meter economie. Ga maar na. Sinds eeuwen geen Semana Santa processies in Spanje. Een moeilijk lopende oude paus, bijna in z’n uppie in die gigantische Sint Pieter in Rome met een massaal plein ervoor zelfs zonder uppies. Een volop bloeiende Keukenhof met hallucinerend lege parkeerterreinen. En dus ook geen Jezus en discipelen aan het Laatste Avondmaal op die beroemde en beruchte muurschildering van Leonardo da Vinci in de eetzaal van het Santa Maria delle Grazie klooster in Milaan. Door hem met tussenpozen gecreëerd in de jaren 1495-98. Met experimentele methoden en materialen. Tja, je bent natuurlijk Leonardo de onderzoeker of je bent ‘m niet. Vandaar dan ook die toevoeging ‘beruchte’ hierboven. Want al heel snel begon zijn meters hoge en brede Laatste Avondmaal  te vervagen, te scheuren, te bladderen en wat al niet meer. Vele, meestal slechte restauraties volgden in de eeuwen erna. Experts schatten dat nog maar zo’n 20% enigszins oorspronkelijk is. Maar origineel of niet, Jezus en zijn twaalf apostelen zijn gehavend en wel natuurlijk toch weer teruggekeerd aan hun tafel.

Toch zou Da Vinci niet Da Vinci zijn als dat het hele verhaal over zijn muurschildering zou zijn. Want, zoals al geconstateerd, altijd weer duikt er een artikel, een boek of een documentaire op met deze uomo universale  uit de Renaissance in de hoofdrol. Fascinerend vind ik dat. Zo verscheen een paar jaar geleden een documentaire over een tweede, perfect gelijkend Laatste Avondmaal van Leonardo. Hier de trailer van die documentaire.

We hoeven dus helemaal niet naar Milaan, we kunnen gewoon naar een oude abdij in het Belgische Tongerlo.

de abdij in Tongerlo
de zaal daar met ‘Het Laatste Avondmaal’

Voor dat min of meer verborgen Da Vinci geheim. Even groot als de oorspronkelijke muurschildering maar dan op doek. Gemaakt in opdracht van koning Louis XII van Frankrijk. Wel grotendeels geschilderd door medewerkers van Leonardo’s atelier maar, zo wordt vermoed, met Jezus en Johannes van Leonardo’s eigen hand. Gewoon naar Tongerlo dus en niet naar Milaan. Nu alleen nog even niet. Corona en zo! Nieuwsgierig geworden? Hier vind je de hele documentaire ‘The Search for the Last Supper’. https://youtu.be/FSKIQebJ4ZI

Trouwens, een paar geleden stond ik nog bij de Milanese versie. Wel in Haarlem. Bij een moderne  namaak in het Teylers Museum tijdens een expositie over tekeningen van Leonardo.

Waar je helemaal niet meer naar op zoek hoeft is Leonardo’s beroemde muurschildering ‘De slag bij Anghiari’. Die is namelijk echt verdwenen. Alhoewel? Misschien is ie alleen maar verstopt. Ook dit is weer zo’n intrigerend Da Vinci verhaal dat eens in de zoveel jaar de kop opsteekt. Dat hij in 1507 het fresco maakte op een muur van de grote zaal van het Palazzo Vecchio in Florence is zeker. Er bestaan zelfs nog voorstudies van zijn eigenste hand.

studieschets van Da Vinci voor ‘De Slag bij Anghiari’

Maar ja, zelfde verhaal. Hij was weer lekker aan het experimenteren geslagen met materialen. Gevolg? Mislukking op mislukking. Vermoedelijk zelfs niet afgemaakt en nu, zo lijken een paar piepkleine boorgaatjes van 4 mm aan te tonen, mogelijk verstopt achter een extra muur waarop Giorgio Vasari in 1563 een ander fresco maakte. Een schildering die er trouwens nog wel goed bij staat. Dus wat te doen? Proberen er achter te kijken of die voorste muur in z’n geheel netjes weghalen? Er wordt nog steeds over gediscussieerd door horden specialisten.

Net zoals over waar zich nu eigenlijk dat duurste schilderij ter wereld, die  Salvator Mundi van 450 miljoen dollar, bevindt. Weer zo’n spannend Leonardo da Vinci verhaal. Maar niet voor nu.

Nog even dit. Vorige week begon ik met die gesloten  once in a lifetime expositie over Rafaël in Rome. Laat daarvan nu net een prachtige video op internet te zijn geplaatst.

Net zoals over tekeningen van Rafaël die zich bevinden in een hierboven al genoemde, altijd een beetje verborgen gebleven museumparel. Het Teylers Museum.

Tot volgende week.

TOOS

Was Jan van Eyck bijziend en andere afleidingen voor corona-dips


Man met rode tulband, vermoedelijk een zelfportret van Jan van Eyck, 1433

Soms zit ’t mee en soms zit ’t tegen. Was je één van die 70.000 die van te voren al een kaartje had gekocht voor de ‘once in a lifetime’ expositie in Rome over kunstenaarsgenie Rafaël (1483-1520)? Dan had je dus dikke pech. Op 4 maart geopend, drie dagen later weer dicht. Coronavirus! Had je een ticket op 13 maart of later voor de ook ‘once in a lifetime’ tentoonstelling over Jan van Eyck (1390?-1441) in Gent? Idem dito! Maar voor mij zat ’t mee. Levensgezel en ik hadden toegangsbewijzen met datum 2 maart. Voor toen de wereld, nog maar vijf weken geleden, er radicaal anders bij lag. Niks dicht, alles open. Hoe lang geleden lijkt dat al.

Ik had er naar uitgekeken, naar die tentoonstelling ‘Van Eyck, een optische revolutie’. Daarbij, ik was ’t eigenlijk ook wel moreel verplicht er heen te gaan. Want had ik niet diverse keren in de jaren 90 geëxposeerd onder het toeziend oog van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck? Nou ja, van hun standbeeld dan, op het grote marktplein van hun vermoedelijke geboorteplaats Maaseik.

Met op de hoek de prachtige Galerie Den Peroun. Dat waren schone exposities, al zeg ik ’t zelf op z’n Vlaams. Maar ja, galerieën komen en galerieën gaan terwijl kunstenaars blijven bestaan. Den Peroun is niet meer. Maar hun Maaseikse beeld en de schilderijen van de Van Eyck’s, vooral van Jan, bestaan nog steeds.

uitsnede met de aartsengel Gabriël van een van de delen van het grote veelluik Het Lam Gods

Een twintigtal werken zijn dat maar, verspreid over de hele wereld. Met voor het eerst de helft daarvan ingevlogen vanuit alle windstreken naar dat nu gesloten Museum voor Schone Kunsten in Gent. Om daar volgens schema tot 30 april getoond te worden in samenhang met acht recent gerestaureerde zijpanelen van ‘Het Lam Gods´. Het grootse, wereldberoemde veelluik dat al eeuwenlang alleen maar te zien was in de Gentse Sint Baafskathedraal. Nu kon je er bijna met je neus op gaan staan. En toen kwam die vraag bij me op. Was Jan van Eyck mogelijk bijziend­? Die vraag lijkt me best relevant als je ziet hoe ongelooflijk gedetailleerd Van Eyck op de vierkante centimeter schilderde. Even een voorbeeld.

links het grote scherm, rechts het gerestaureerde deel van Het Lam Gods

In de entreezaal van de expositie staat een metershoog scherm met daarop een deel van één van die gerestaureerde zijpanelen (middelste rij, 2e van links). Heel sterk uitvergroot dus. En die gigantische uitvergroting staat nog als een huis. Ongelooflijk!

Ik moest gelijk denken aan vriend, collega en fijnschilder Poen de Wijs. Die kon je best behoorlijk kippig noemen met zijn brillenglazen van min zeven. Als hij die bril omhoog schoof op zijn voorhoofd kon ie letterlijk met zijn neus op het doek de fijnste details schilderen. Zou dat bij Van Eyck ook hebben kunnen spelen? Maar dan rijst natuurlijk de vraag hoe ’t dan in zijn tijd met brillen zat. Geen Specsavers of EyeWish om de hoek. Vergeet ’t maar. En waarom wordt Van Eyck juist ook geroemd om zijn waarnemingsvermogen van de omgeving? Hij was de eerste in zijn tijd die gedetailleerde stadsgezichten als achtergrond voor zijn schilderijen gebruikte. Als Poen zijn sterke bijziendheidsbril niet op had, was de buitenwereld voor hem niet veel meer dan een vage brei aan beelden.

Nog een ander voorbeeldje. Van Eyck’s formidabele Annunciatie, ook hangend op de expositie. Een werk van 90 bij 34 cm.

links de Annunciatie, rechts een tip van de op de vloer hangende mantel van aartsengel Gabriël (speur maar eens daar dat stukje)

Kijk eens hoe ongelooflijk gedetailleerd en goed geschilderd zelfs zo’n klein stukje uit de mantel van de engel nog is. Dus hoe zat dat nou eigenlijk met die ogen van Van Eyck? Waren dat uitzonderlijke haviksogen of was hij stevig bijziend? En zo ja, hoe zat ’t dan met de rudimentaire brillen in zijn tijd? En hoe kon hij dan scherp zien in de verte? Zou daar ooit wetenschappelijk onderzoek naar zijn gedaan? In mijn ogen best een interessante vraag.

Ook nog even de Heilige Barbara, mijn lievelingswerk van hem. Maar 32 bij 18 cm groot!! Zelfde verhaal dus.

het paneel van de Heilige Barbara links, een detail ervan rechts

Al met al een prachtige expositie, verspreid over vele zalen met heel veel werk van tijdgenoten van Jan van Eyck. Maar helaas, dicht, dicht, dicht! En of ’t daar voor 30 april nog weer open gaat?

grote zaal met daarin een videoprojectie over Het Lam Gods
 een paar persfoto’s zonder de grote groepen bezoekers

Toch is er nog een lichtpuntje. Want op 24 september staat in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel de opening gepland van ´Facing van Eyck-The Miracle of the Detail’. Daar sluit dan mooi een prachtige en heel informatieve nieuwe website bij aan http://closertovaneyck.kikirpa.be/. Met daarop alle werken van de gebroeders in een ongelooflijk hoge resolutie.

En dan nu op naar een vreemde Pasen. Zie bijvoorbeeld deze overbekende frescoschildering. Daar is iets mee.

Wat dan wel? Na Pasen de oplossing. En mocht je tijdens de Paasdagen nog wat losse uurtjes over hebben en de Hermitage, dat overweldigende museum in Sint Petersburg, nog nooit hebben gezien?

Neem dan de tijd voor deze meer dan vijf uur durende, in één take opgenomen video. Heel bijzonder! Tot volgende week.

TOOS

Een waargebeurd wonderbaar Paasverhaal


Pasen. Met daarbij het opstaan van Jezus uit de dood  als kerkelijk wonder.  Maar is ’t eigenlijk ook al geen wondertje dat hij elk jaar opnieuw  weer op een andere datum gestorven blijkt te zijn? Zijn geboorte wordt wel altijd op 25 december gevierd, maar zijn kruisiging en de daaraan gekoppelde opstanding op 1e Paasdag  vallen op steeds verschuivende datums. Best wonderlijk. Maar goed, daarover ga ik niet, dat doet ‘Rome’. Waar ik zo vlak voor de Pasen dit jaar aan moest denken is een ander wonderbaarlijk Paasverhaal dat zich vorig jaar afspeelde.

het plein waar zich dit Paasverhaal afspeelt

Levensgezel en ik bevonden ons toen, een volle drie weken eerder dan de Pasen nu, in Italië. In Toscane, om nauwkeuriger te zijn. Op bezoek bij Nederlandse vrienden in hun tweede huis ergens aan de kust. Zij hadden weer familie die wel vast in Toscane woonde maar dan een aardig stukje meer landinwaarts, iets ten zuiden van Florence. Die vonden het leuk als we op Tweede Paasdag met z’n vieren bij hun op bezoek kwamen. Met in het vooruitzicht eerst een bubbelende borrel en aansluitend  het onvermijdelijke Italiaanse restaurant was dat no problema natuurlijk. Maar bij aankomst bleek dat restaurant toch nog wel even een klein problema te zijn geweest.

Het eerste belletje voor een reservering: vol. Tweede belletje: vol. Derde belletje: we zijn dicht. Pas bij het vierde belletje: bingo. ’t Werd daardoor wel ietwat verder rijden. Alweer no problema. Onderweg naar dat vierde belletje keek levensgezel mij ineens vragend aan. “Ik zag net op een richtingenbord Vigline Valdarno staan. Was dat niet die plaats waar we ooit eens een aantal weken hebben gebivakkeerd?” Onzekerheid troef bij ons beiden. De vraag of we naar dat Vigline gingen werd overigens wel bevestigend beantwoord, maar onze onzekerheid moest nog even voortduren.

de binnenplaats van het complex voor de Biennale

Nu eerst een flink aantal jaren terug in de tijd. Ik was uitgenodigd om in december 2003 deel te nemen aan de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea in Florence en had daarop ja gezegd. Dat leek me wel leuk. Maar een paar weken in Florence zelf gaan zitten bleek toch een tikje buiten de begroting te vallen. Vandaar dat ik in een stadje 20 kilometer zuidelijker een soortement loft had gehuurd, bovenin een hoog appartementencomplex. Op een letterlijke steenworp afstand van het treinstation daar. Lekker makkelijk, direct de trein in en bij de halte Florence er weer uit. Maar of ’t nou in dat Vigline Valdarno van hierboven was geweest?  Het was hooguit  een heel bescheiden belletje dat er rinkelde.

Bij het binnenrijden van Vigline passeerden we in ieder geval wel een spoorwegovergang, maar verder? De parkeerplaats? Mwah! Toen in de binnenstad die arcade? Zou best wel eens kunnen. Daarna het grote plein? Ja, dit kenden we. We herinnerden ons toen ook een restaurant op dat plein. Ergens daar in die hoek. Ging daar niet ook een trap naar beneden naar een gewelfde kelder waar we destijds diverse keren prima hadden gegeten? ’t Zou toch niet dat we daar ……? Maar dat zou dus wel! Die hoek, die trap, dat gewelf, nu liepen we daar ineens met z’n zessen. Reken dus maar dat we er opnieuw van een voortreffelijk maaltijd hebben genoten want de eigenaar bleek nog steeds dezelfde.

de hoek
de deur van het restaurant
de kelder

Natuurlijk zijn we, inclusief onze Italiaanse vulling en behoorlijk laat op de avond, nog even richting station gelopen om te aanschouwen hoe ’t stond met dat toenmalige loft van ons. Kijk, daar was ‘t! Nog steeds ook inclusief de bijbehorende kubuskamer  met een view die plompverloren bovenop het dak stond en van waaruit zich een deur opende tot dat dak. Gewoon je stoel buiten zetten en je had volledig rondom een gigantisch terras ter beschikking.

GoogleMap foto met middenin die kubus op het dak en links het station

Over toeval gesproken! Want stel je nou eens voor dat die restaurantreservering van het eerste, tweede of derde belletje wel was gelukt. Dan had ik dit wondere Paasverhaal toch maar mooi niet kunnen beleven. Tot volgende week.

TOOS

Caravaggio, grote schurk en groot kunstenaar


de twee foto’s uit 2015 van De kruisiging van Petrus en De bekering van Paulus van Caravaggio

Toen ik in oktober 2015 in Rome voor de twee schilderijen van hierboven stond, realiseerde ik me niet, zoals nu wel, dat op precies diezelfde plek in de eerste helft van de 17e eeuw andere Nederlandse kunstenaars hadden gestaan. Welke die in eeuwen onveranderde plek is? De Cerasi-kapel in de kerk van Santa Maria del Popolo. De eerste kerk die kunstenaars uit het Noorden zagen als ze door de stadspoort daar de Eeuwige Stad betraden. En wie die Nederlandse schilders waren? Onder anderen Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen. En waarom ik me dat nu wel realiseer? Omdat aan die drie mannen een prachtige, indrukwekkende expositie is gewijd in het Centraal Museum van Utrecht: ‘Utrecht, Carravagio en Europa’.

drukte bij de expositie

Want Caravaggio was de maker van die twee schilderijen. Of voluit Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610).Daar kwam hij vandaan, van de plaats Caravaggio.  De ideale schoonzoon was die Michelangelo niet. Steengoed in het beledigen van mensen van zowel lage als hoge komaf. Met voortdurend een  zweem om hem heen van homoseksualiteit oftewel sodomie zoals ’t toen heette. Overigens zonder enig concreet  bewijs daarvoor. Als heethoofd ook altijd tuk op een lekkere vechtpartij. Soms met zijn zwaard dat hem goed in de hand lag. Gevolg? In 1606 een dodelijk slachtoffer en een vlucht uit de stad waar hij furore maakte met zijn geheel nieuwe manier van schilderen. Want schilderen kon hij als de beste.

Caravaggio, De mediterende Hiëronymus 1605-06, één van de 2 werken van hem op de expositie

Net zoals Braque en Picasso in het begin van de 20e eeuw samen een heel nieuwe schilderstijl ontwikkelden, het kubisme, deed hij dat in z’n eentje aan het begin van de 17e eeuw. Met wat we nu het Caravaggisme noemen. Een zo boeiende, moderne stijl  dat hij al snel getalenteerde navolgers kreeg. Want Rome was toen de place to be zoals Parijs dat in de 19e eeuw werd. Voor je goeie kunstenaarsfatsoen moest je daarheen wel een studiereis maken. Meestal te voet, maanden lang door weer en wind en door gevaarlijke streken. Een tikje andere manier van reizen dan tegenwoordig, je moest er wel wat voor over hebben. Sommigen bleven en maakten daar carrière. Anderen vertrokken weer als overtuigde Caravaggisten. Zoals dus Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen.

Gerard van Honthorst, De bespotting van Christus ca. 1617
Dirck van Baburen Christus en de schriftgeleerden ca. 1618
Hendrick ter Bruggen, detail van De bevrijding van Petrus 1624

Onafhankelijk van elkaar vertrokken voor hun kunst-bedevaartstocht en na terugkomst alle drie furore makend in Utrecht met die nieuwe, levendige, vaak dramatische schilderstijl. Vol contrasterende schaduw en lichtpartijen en levensechte mensen die zo van de straat geplukt konden zijn. Met het zogenaamde clair-obscur waardoor later Rembrandt, op zijn geheel eigen manier, ook weer sterk werd beïnvloed.

Gerard van Honthorst, De onthoofding van Johannes de Doper 1617-18
Gerard van Honthorst, De heilige Sebastiaan 1623
Gerard van Honthorst De koppelaarster 1625
Gerard van Honthorst, De liederlijke student 1625
Dirck van Baburen, De graflegging van Christus 1617-18
Hendrick ter Brugghen, De heilige Sebastiaan door Irene verzorgd 1625
Hendrick ter Brugghen, De annunciatie 1629

Kunstliefhebbers moeten beslist naar Utrecht.  Niet omdat er veel van de maestro zelf is te zien, twee werken slechts. Maar wel vanwege die Utrechtse caravaggisten en nog wat anderen. Uit Italië natuurlijk maar Frankrijk en Spanje zijn ook vertegenwoordigd. Hierdoor kun je hun vakmanschap onderling mooi vergelijken. Voor mij springt dan Gerard van Honthorst er echt uit. Het niveau van maestro Caravaggio haalt hij net niet maar dat is ook vrijwel onmogelijk bij dat schildersgenie. Een soort Italiaanse Rembrandt. Die was trouwens pas een paar jaar oud was toen Caravaggio in 1610 totaal berooid en in de hoop op vergiffenis terugkeerde naar Rome, onderweg ziek werd en veel te vroeg stierf.

de achterkant van het tweede werk van Caravaggio op de tentoonstelling: Het hoofd van Medusa

Maar gelukkig hadden we nog zijn navolgers. Zoals Orazio Gentileschi  (1563-1639) en zijn nog veel talentvollere dochter Artemisia Gentileschi (1593-1653) aan wie ik hier beslist extra aandacht ga geven in het kader van ‘vrouwen in de kunst’.

Orazio Gentileschi, David en Goliath 1605-07
bij een ander werk van Orazio Gentileschi
Simon Vouet, Judith met het hoofd van Holofernes 1620-25

Of Spanjaard Gusepe de Ribera (1591-1652) en Fransman Simon Vouet (1590-1649). Van die laatste vond ik het schilderij hiernaast toch wel heel curieus.

Zie dat afgehakte hoofd rechtsonder. En de dame die haar onderarm er met een vredig gezicht op laat rusten. Met de pink omhoog! Net zoals een keurig opgevoede dame die met een precieus gebaar aan een kopje thee wil gaan nippen met duim en wijsvinger rond het oortje geklemd. Toch heeft ze net zelf dat hoofd afgehakt.  Dat van generaal  Holofernes die volgens het Oudtestamentische verhaal haar stad belegerde. Uit wraak verleid deze Judith hem en hakt zijn hoofd af als hij slaapt. Een populair verhaal dat door heel wat schilders is verbeeld. Mannen én vrouwen. Zoals door Artemisia, maar dan volstrekt anders. Ook iets om nog op terug te komen. Tot volgende week.

TOOS

 

Carrara


Carrara. Een mythische naam in de kunstwereld en zeker onder beeldhouwers. Want komt daar uit de groeven niet het marmer vandaan waaruit Michelangelo zijn onvergelijkelijke ‘David’ en ‘Pièta’ beitelde! Lang geleden was ik er wel eens geweest, maar nu deed zich de gelegenheid opnieuw voor.

de ‘David’ van Michelangelo in het museum in Florence
de ‘Pièta’ in de Sint Pieter in Rome

Toen namelijk in de loop van april mijn Odyssee-kunstklus was geklaard (lees het blog van twee weken geleden), besloten levensgezel en ik vrienden te gaan bezoeken in het Toscaanse Marina di Massa en daar gelijk een korte vakantie aan te koppelen. Want vanuit Nice zit je via de Franse autoroute binnen de kortste keren aan de andere kant van de grens op de Italiaanse autostrada. Dan nog een paar uurtjes doortuffen langs de kust en daar is Marina di Massa al. Kilometers daarvoor kondigen opslagwerven en werkplaatsen langs de weg al aan dat er in die streek iets met marmer te doen is. En dan ineens zie je links hoog in de Apuaanse Alpen als doorslaggevend bewijs daarvan dat witte gesteente van de marmergroeven van Carrara liggen blinken in de zon.

Zoals gezegd een mythische plek en dat echt niet alleen vanwege Michelangelo of de net zo beroemde Bernini. Want ook de laatste heeft heel wat marmer vandaar naar Rome laten verslepen voor door hem ontworpen paleizen, voor zijn beelden en ook voor die beroemde Vierstromenfontein op de Piazza Navona.

de Vierstromenfontein van Bernini in Rome

Maar ver voor hen waren de Etrusken en later de Romeinen al bezig om er marmer uit de bergflanken te hakken. En wat dacht je van al die witte steen op het indrukwekkende Piazza dei Miracoli in Pisa met z’n Baptisterium, Duomo en die toren die al heel lang lekker scheef staat te staan?

de Piazza dei Miracoli in Pisa

 Waar zou die steen nou vandaan komen? Trouwens, hoe zit dat met die witte marmeren tegels in onze eigen badkamers? Of al dat marmer in van die protserig lelijke en smakeloos moderne paleizen en vergaderzalen in bepaalde landen, alleen maar bedoeld om indruk te maken? Grote kans dat er marmer bij zit uit Carrara. Of ook in die categorie, de Trump Tower in New York? Reken maar 100% van yes!

Logisch dus dat ik, nu die gelegenheid er was, mijn nogal versleten herinneringen aan Carrara van tientallen jaren geleden wilde opfrissen. ’t Was net of ze in al die tijd niks waren opgeschoten met afhakken. Zo gigantisch groot is ’t daar met nog steeds zo’n 300 marmergroeven die vaak familiebezit zijn. Niet alleen buiten maar ook binnen in de bergen. Met overweldigend hoge gewelven die door al het gehak en gezaag alsmaar groter worden.

Het is echt ongelooflijk wat mensenhanden daar met primitieve middelen in de loop der eeuwen hebben bereikt. Je kunt alleen maar heel grote bewondering krijgen voor die arbeiders van vroeger en er te gelijker tijd met afschuw aan denken. Hoezo Arbowetten en 8-urige werkdagen zoals tegenwoordig? Uitputtend lange werkdagen, slechte en gevaarlijke werkomstandigheden en simpele werktuigen. Probeer ’t je maar eens voor te stellen. Die ‘David’ van Michelangelo, gebeiteld uit één blok marmer, is meer dan 5 meter hoog.  Maar dat blok moest wel de steile berghelling af! Om daarna nog naar Florence getransporteerd te worden. Hoeveel pure spier en mankracht en hoeveel trekdieren en wagens zijn daar wel niet voor nodig geweest? Over primitieve wegen! Wat een klus. En zo ging dat eeuwen lang. Op nog bestaande oude foto’s krijg je een beetje een indruk van die Sisyfusarbeid  uit een tijdperk nog zonder elektrische drilboren, mechanische hijskranen en doordenderende vrachtwagens. Ik schat zo in dat de gemiddelde leeftijd van de werklui in de marmergroeven destijds niet echt hoog is geweest.

’t Schijnt daar in Carrara in de 19de eeuw ook een behoorlijk anarchistische bende te zijn geweest. Gevaarlijke en zwaar werk, dat wil en kan niet iedereen doen. Dus elk paar handen aan het marmer in plaats van aan het bed was welkom. Ook die van misdadigers die in de afgelegen groeven anonieme veiligheid zochten. Nu ziet ’t er allemaal heel geciviliseerd uit. Maar ’t levert nog steeds prachtige beelden op. Zeker als de hemel ook nog stralend blauw is.

Tot volgende week.

TOOS

Kerstaflevering: Maarten Luther en de Transaviaanse aflaten


Als ik een vliegticket boek naar Nice om weer eens lekker ongestoord te kunnen werken in mijn atelier daar doe ik dat bij Transavia. As ’t effe kan voor het laagste tarief, te weten € 29 enkele reis. Best te doen toch als je dat vergelijkt met een retourtje Middelburg-Groningen per trein van € 53? Maar dan moet je natuurlijk niet ingaan op blijkbaar onmisbare zaken als het aanbod van een parkeerplaats, een gereserveerde zitplaats, meer beenruimte, ruimbagage of reis en annuleringsverzekering. En ook niet op het aanbod om je CO2 uitstoot tijdens de vlucht af te kopen. Want naast Transavia moet ook het klimaat worden gered. Niet dat ze dan minder van die koolstofdioxide uitstoten, dat gaat natuurlijk niet lukken. Nee, dat geld wordt dan ergens in een heel ander deel van de wereld op een of andere vage manier gebruikt om daar die uitstoot te verminderen.

voorbeeld van middeleeuwse aflaat

Een soort Roomse aflaat dus waarmee je in de middeleeuwen de boetedoening voor je zonden kon afkopen. Bij Paus Transavia kun je nu dus op dezelfde manier je CO2-schuldgevoel weg poetsen. Die gedachte kwam plots op toen ik vorige week de expositie bezocht over Maarten Luther  in het Utrechtse Museum Catharijneconvent. Een tentoonstelling ter ere van het feit dat hij op 31 oktober, nu 500 jaar geleden, in het Duitse Wittenberg zijn beroemde en beruchte 95 stellingen op de deur van de kapel spijkerde. Althans, zo luid het aan enige twijfel onderhevige verhaal. Maar of dat getimmer nu wel of niet heeft plaats gevonden, één ding is zeker: het heeft heel wat gevolgen gehad.

introductievideo bij begin van de expositie
vroegste afbeelding van Luther

In zijn stellingen sprak de monnik Luther zich sterk uit tegen dat kerkgedoe met die aflaten. Als biechtvader maakte hij ’t regelmatig mee dat hij na de biecht geen boetedoening meer kon opleggen vanwege de door de gelovige gekochte aflaat die deze voor zijn neus heen en weer zwaaide . Van de opbrengst werd bijvoorbeeld de bouw van de nieuwe Sint Pieter kathedraal in Rome bekostigd. Een win-win situatie voor zowel zondaar als clerus. Maar niet voor al die Duitse keurvorsten die veel geld naar Rome zagen wegstromen. Dat was natuurlijk niet eerlijk, zij minder en de paus meer. Dit en nog heel veel andersoortige ongenoegens over de kerk zorgde ervoor dat Luthers stellingen in vruchtbare aarde vielen.

detail van 17de eeuws schilderij waarop Luther niet hamert maar schrijft op de kerkdeur

Over die achtergronden had ik graag nog wat meer willen zien en lezen, daar in het prachtige Catharijneconvent. Maar ik voelde me niet echt ‘opgetild’ door de kwaliteit van de getoonde kunst in samenhang met het grote aantal getoonde vlugschriften,boeken en bijbels. Wel geschriften die vaak gedrukt werden met gevaar voor eigen leven. Want de inquisitie zat ook niet stil. Maar de branding van het merk Luther door zijn gebruik van kunst en de moderne social media destijds, zoals die nieuwe boekdrukkunst, bracht een niet meer te stoppen proces op gang. Binnen vijf jaar was hij de meest gelezen auteur in Duitsland. Mee ook dankzij zijn designer Lucas Cranach, zowel een bekend kunstenaar als ook plaatsgenoot. Die Cranach heeft niet alleen tientallen schilderijen van Luther gemaakt maar ook veel prenten in grote oplage. Naast, ook niet te vergeten, prachtige houtsneden als titelblad bij Luthers geschriften en de door hem uit het Latijn in het Duits vertaalde bijbel. Daardoor kon eindelijk iedereen die het lezen machtig was het Oude en Nieuwe Testament bestuderen.  En kon je ook nog een 16de eeuwse poster van je grote held aan de muur hangen.

laatste portret dat Cranach maakte van Luther in 1546, het sterfjaar van Luther
door Luther in het Duits vertaalde bijbel met houtsnede van Cranach
rechts ets van de heilige Hiëronymus (naar Dürer) die bijbel in het Latijn vertaalt, links Luther in dezelfde setting als de heilige terwijl hij de bijbel in het Duits vertaalt
verbranding van de eerste vrouwelijke Lutherse martelaar, Wendelmoet Claesdochter in Den Haag 1527
beeldenstorm

Dat alles wordt op de expositie goed uitgelegd, maar een aantal andere onderwerpen komt er toch wat karig af. Want hoeveel oorlogen zijn er niet ontstaan door de Reformatie die Luther op gang bracht en hoeveel slachtoffers zijn er wel niet gevallen in de naam van God?  En wat te denken van al die verbrandingen van ketters en van de beeldenstormen waarbij gigantisch veel kunst is vernield? Hoe zit dat nou met die uit de geloofsstrijd ontstane Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waar we uiteindelijk meer zagen in de op Luther voortbordurende Zwitser Calvijn? Waarom werd Nederland calvinistisch en is de kerk in Duitsland en Scandinavië vooral Lutheraans ? Kijk maar eens op de interessante kaart hieronder die op de expositie hing.

jaar 1575: lichtblauw calvinistisch, blauw Lutheraans, beige Rooms, wit rechtsonder islamitisch

Ziet Europa er qua geloofsbeleving niet nog vrijwel hetzelfde uit als toen in 1575? Frappant toch! Voor mij dus een expositie met plussen en minnen. Maar zeker interessant. En in ieder geval ook nog nuttig voor de bezoekers die daar rondliepen en die, zo hoorde ik, dachten dat de Jodenvervolging pas was ontstaan in de tijd van Luther, mede vanwege zijn negatieve houding tegenover hen.

Calvijn links en Luther rechts op spiegelgravures
Christus als goede herder voor de kinderen en de gewone mens, de paus uit het dakraam die met goud en zilver de priester op het dak lokt
Luther en Calvijn rechts winnen het met hun bijbel van de kerkschatten van de paus links

Dan nog iets ander wonderbaarlijks. Over die moderne CO2-aflaten bij Transavia. Die zijn namelijk inclusief BTW terwijl over vliegtickets die belasting nog steeds niet wordt geheven. Net zo min als over vliegtuigbrandstof belasting wordt betaald. Valt dat nou ook onder moderne klimaataflaten? Best interessant om daar over na te denken als je bij de benzinepomp staat te tanken. Tot volgende week.

TOOS

“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”


“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”. Dat kan ik rustig van mijzelf zeggen. Afgezien natuurlijk van het kunstenaar zijn. Dat staat nog wat hoger in rangorde. Die beginzin ontleen ik trouwens, al parafraserend, aan Louis Couperus (1863-1923). De schrijver van klassiekers als ‘Eline Vere’, ‘De stille Kracht’ en ‘Van oude mensen de dingen die voorbij gaan’. Hij sprak namelijk ooit de onsterfelijke woorden “Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”.

een van mijn nieuwe cityscapes

De aanleiding voor deze inleiding? De Winter Art tentoonstelling bij Galerie Hans Persoon in Eersel en mijn deelname daarin. Die tentoonstelling start op zaterdag 18 november en dus  leverde ik heel recent een aantal nog maar net droge schilderijen aan.

Domein Oogenlust met daarin Galerie Hans Persoon
Hans bekijkt een paar van de nieuwe werken

Schilderijen met als thema, en dat zal dus niet verbazen, de stad. In het eerstvolgende nummer van kunstblad VIND staan in de expositie-agenda dan ook zinnen als:

‘De stad! Al duizenden jaren lang het kloppend hart voor civilisatie, innovatie, inspiratie, economische en culturele ontwikkeling. Wanneer en waar dan ook. Babylon, Athene, Rome, Venetië, New York, Sjanghai. Die stad, een bron van inspiratie voor Toos van Holstein’

en

‘Zo zijn er een aantal volstrekt persoonlijke cityscapes ontstaan. Stadsschappen die je herkent, maar nooit kunt plaatsen. Want ze bestaan niet echt, behalve in haar fantasie’.

Duomo, nieuw werk, Toos van Holstein

Zo is ’t maar net! Veel van mijn schilderijen hebben altijd al de stad en de mensen daarin als onderwerp gehad. En nog steeds dus. Van middeleeuwse tot moderne stad. Van de eeuwenoude duomo tot de skyline van … Ja, waarvan? Vul ’t zelf maar in. Reis in je eigen geest maar naar je eigen beelden en ervaringen. Net zoals ik dat doe als ik me opsluit in mijn atelier, staand voor mijn ezel en een in eerste instantie heel wit doek. Met boven een deur mijn slogan ‘for me art is travelling the mind‘.

Luccicare,  olieverfschilderij, ook nieuw

Maar de natuur links laten liggen? Nee, natuurlijk niet.  Ook daaruit put ik inspiratie. Waarbij het volgende, persoonlijke verhaal wel tekenend is.

Lang geleden, in 1990,reisden levensgezel en ik door de Wild West. Hij moest namelijk in Canada een week lang, samen met een aantal andere mannen, met een stok met onderaan een krul tegen een klein, hard, wit balletje slaan. En als je toch in die buurten bent, kun je net zo goed ook even wat verder kijken. Een Amerikaanse kunstvriend, Michael Parkes, had ons de natuurparken in Utah, Nevada, Arizona en Californië aangeraden. Op dus naar het Amerikaanse Wilde Westen.

Inheritance, geïnspireerd op het Wilde Westen

De eerste paar dagen zogen we volop de ongelooflijke kleurenpracht in van de natuur daar. Want dat rood, geel, bruin, oranje en zwart van de rotsen, de canyons, de bergen, het groen van de bomen, alles overgoten door fel zonlicht uit een strakblauwe hemel, was absoluut overweldigend. In Europa kennen we zoiets helemaal niet. Een en al imponerende natuurpracht dus. En toch bekroop ons beiden na een aantal dagen een licht gevoel van onbehagen. Maar waardoor dan?

Silence, Toos van Holstein

Nou, stel je voor. Je verlaat ’s morgens je motel en de routekaart, je weet wel, zo’n ouderwetse tom-tom op papier, vertelt dat het volgende dorp 1 uur en 37 minuten verderop ligt. Dat was met een zakjapanner, ook al weer zo’n bijna archeologisch ding, ook probleemloos uit te rekenen. Bijna lege wegen en een zeer strakke en ook genadeloos gecontroleerde snelheidslimiet. Goed, koffiestop dus over 1 uur en 37 minuten. Kom je daar, bestaat het gehucht uit een kerk en twee boerderijen waarvan er ook nog een verlaten is. Hoezo koffiestop? Oké, gewoon door naar de volgende mogelijkheid. Even kijken op de kaart. Oh, die is over 1 uur en 58 minuten. Rijden we na inderdaad  1 uur en 58 minuten een van god verlaten mormonendorp binnen! Want daar is ’t in Utah mee vergeven. Starbucks hadden we beslist niet verwacht, maar ook het totaal ontbreken van een soortement café?  Zelfs ’t bruinige, drabbige vocht dat in Amerika voor koffie doorgaat, was er op dat moment bij ons ingegaan als Gods woord in een ouderling. Maar dat werd ons door de Mormonen dus niet gegund.

Kort samengevat, natuurschoon in het kwadraat in combinatie met een volstrekt gebrek aan cultuur. Totaal niets van waar we in Europa zo aan gewend zijn: overal oude dorpen en steden, overal kerken, paleizen en kastelen, overal cafés, restaurants en terrassen. En daar? Nothing, niente, nada.

Together, Toos van Holstein

Dus ben ik een stadsmens? Ja, dat ben ik. Ik heb die stadscultuur om me heen nodig. Natuur is absoluut mooi. Maar alleen natuur? Nee. Vandaar dus die nieuwe cityscapes bij Galerie Hans Persoon op het al helemaal in kerstsfeer verkerende prachtige Domein Oogenlust.

Domein Oogenlust in kerstsfeer met de doorgang naar Galerie Hans Persoon

Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Middelburgse Façade leidt naar graffiti in Tarente


Tarente (of Taranto), Italië

Wel eens in Puglia geweest? De regio die de hak van het Italiaanse schiereiland in beslag neemt? Die kans wordt met het jaar groter, want ook de Nederlandse toerist weet dat prachtige gebied steeds vaker te vinden. Ik was er in ieder geval wel. In mei vorig jaar. Onder andere ook in de oude havenstad Tarente (of Taranto). Al een paar duizend jaar oud en met grote welvaartspieken en armoedalen in haar bestaan. Nu duidelijk in een dal want de oude stad maakte een behoorlijk onderkomen en vervuilde indruk. Mee door de natuurlijk onontkoombare smerige spuitbustags op de eeuwenoude muren.

graffiti diarree, Taranto

Maar daar tussendoor ontdekte ik ook heel intrigerende kunstzinnige graffiti. Duidelijk allemaal van één kunstenaar.

die kunstenaar

Waarom ik daar nu zo ineens mee aankom, ruim een jaar later? Tja, associaties! Want in dat brein van mij schiet ’t de hele dag door alle kanten op. Best vermoeiend voor de mensen om mij heen als ik weer eens een opmerking maak die ze absoluut niet kunnen volgen. In mijn hoofd zijn daar dan namelijk al heel wat stappen aan vooraf gegaan waar zij geen weet van hebben. Soms word ik er zelf trouwens ook wel eens moe van. Maar goed, die associaties richting Taranto dus.

meer van die kunstenaar

Een paar weken geleden schreef ik over de nog tot begin november durende kunstmanifestatie Façade in Middelburg. Met als ‘logisch’ gevolg dat in een volgend blog ook de huidige Mondriaanversieringen in rood, geel en blauw op allerlei kantoorgevels in Den Haag ter sprake kwamen. Dan is ’t nog maar een kleine associatiestap naar die internationale plaag van dat afschuwelijke gekladder op allerlei muren in steden en langs snelwegen.

Van honden weten we het, die moeten vanwege een instinctieve drang altijd tegen paaltjes en bomen piesen. Maar sommige leden van het menselijk geslacht lijden blijkbaar ook aan zo’n onbedwingbare primitieve drang. Alleen gebruiken zij een spuitbus voor hun tag. Dan hebben we ons reukorgaan niet nodig, maar kunnen we visueel ‘genieten’ van hun vervuilende oprispingen.

Rome

Overigens leidt dat voor mij af en toe wel tot het maken van foto’s zoals hierboven in Rome of hieronder in Venetië. Maar je moet toch beslist ernstige puberale kortsluitingen in je brein hebben om op die manier de stad te verstieren. ’t Zal wel zoiets zijn van ‘eigen kick eerst’!

Venetië

Toch kan graffiti ook prachtige versieringen opleveren als je in kunstzinnig opzicht echt iets in je mars hebt. Dan ontstaan er zelfs fantasierijke, intrigerende muurversieringen en façadeschilderingen. Zoals die van hieronder. Plaatjes die ik schoot in Havana en New York.

Havana
New York

Je kunt er zelfs wereldberoemd mee worden. De mysterieuze Banksy van wie men nog steeds niet goed weet wie dat is, laat over de hele wereld beelden achter op muren die zelfs uitgroeien tot kunsticonen.

Banksy, Londen

Of die roem ook in het verschiet ligt voor de onbekende muurkunstenaar in dat Taranto in Puglia? Vermoedelijk niet. Want wie zit er nu te wachten op zo’n figuur uit Taranto. Die vervallen, in zee uitstekende stad. Op zich trouwens beslist een stad met grote toeristische mogelijkheden. Als ie maar met de nodige investeringen behoorlijk stevig wordt afgestoft en opgepoetst. Toch gaf de huidige situatie die kunstenaar wel weer de gelegenheid om op allerlei plekken zijn kunstzinnige tags achter te laten. Elk nadeel hep ze voordeel!

Het was wel grappig hoe ’t ging. Eerst zagen we plotseling één zo’n afbeelding, toen een tweede en daarna nog weer een. Tussen al die oerlelijke andere graffiti door. Dat leidde er toe om, genietend van de zon en toch ook van die krakkemikkige omgeving, allerlei straatjes en doodlopende stegen in te lopen met als doel er nog meer te ontdekken. En die waren er. Op allerlei, in ieder geval in mijn ogen, schilderachtige en fotogenieke plekken.

Dan toch nog even een laatste associatie. Waarom niet zoiets in Middelburg? We hebben al een, nog steeds te onbekende, route met gedichten op diverse muren in de stad. Daar kan best een route met muurschilderingen bij. Een soort blijvende Façade. Middelburg op de kaart als kunststad!Tot volgende week.

TOOS

Een zuidelijke hak met noordelijk design


Basilica San Nicola, Bari
Basilica San Nicola, Bari

Sint Nicolaas zal zo langzamerhand wel weer zijn terug gekeerd in zijn residentie. In het Italiaanse Bari dus en niet in Spanje zoals vele goedgelovigen nog steeds aannemen. Ik schreef daarover al eens in september. Na een ongetwijfeld grondige evaluatie met zijn met-of zonder- vegen Zwarte, Blauwe en Bruine Pieten. Dat mag ook wel bij al die gebeurtenissen en avonturen van de afgelopen Sinterklaasperiode. Je hoeft alleen maar het Sinterklaasjournaal te hebben gevolgd om te beseffen dat hij zijn oude knoken best wel weer voor een jaartje te ruste mag leggen. In zijn geriefelijke tombe in de crypte van de Basilica San Nicola in dat Bari. In de streek Puglia, Apulië op z’n Nederlands, de hak van Italië.

de tombe van Sint Nicolaas
de tombe van Sint Nicolaas
kunst in de kathedraal van Bari
kunst in de kathedraal van Bari

Maar waarom is onze populairste heilige juist daar neergestreken en is hij niet in het nu Turkse Myra gebleven? Tijdens mijn rondreis in Puglia dit jaar ben ik dat beter gaan begrijpen. Daar zitten dan natuurlijk gelijk allerlei verhalen aan vast. Over middeleeuwen, kunst, architectuur, religie en kruistochten. En vooral die laatste zijn heel belangrijk voor dit verhaal.

 

Oude havensteden als Bari , Brindisi en nog een paar andere aan de oostkust van de hak vormen al eeuwen lang een belangrijke schakel in de route over zee naar de Griekse en Turkse regio’s. Nog steeds trouwens. Want tel ze maar eens, al die toeristen die voor een Griekse vakantie de veerboot vanuit Brindisi nemen.

Ooit heersten in het begerenswaardige en vruchtbare Puglia de Grieken, de Romeinen en de Byzantijnen. Tot de Normandiërs er neerstreken. De Normandiërs? Jazeker. Absoluut een reislustig en veroverend volkje. Want nam Normandiër Willem de Veroveraar door zijn overwinning in de slag bij Hastings in 1066 Engeland over, andere Normandiërs vestigden zich in die 11de eeuw op Sicilië en in Puglia. En die naam Normandië? Komt van de Noormannen, de Skandinaviërs die zich nog weer eerder  dat stuk van Frankrijk toe eigenden. Maar dat ter zijde.

kerk in Molfetta
kerk in Molfetta

puglia05a-molfetta

Hun timing bij het veroveren van Puglia kun je beslist uitstekend noemen. Want in diezelfde tijd verbrokkelde de macht van het orthodoxe Byzantijnse Rijk en pikten de islamitische Seltsjoeken grote stukken ervan in. Zoals het Heilige Land met Jeruzalem en het oosten van wat nu Turkije is. Incluis Myra en het graf van de in die middeleeuwen al heel populaire San Nicola. Dus werd in 1087 door een stel kooplieden het gebeente van de heilige uit Myra weggeroofd en naar Bari gebracht. Zo’n belangrijk reliek is voor de stad economisch vast heel gunstig zullen die kooplieden wel hebben gedacht. Daar komen veel pelgrims, en dus ook geld, op af. Zeker omdat er vanuit Bari al de nodige bedevaartgangers naar pelgrimsoord nummer één Jeruzalem overstaken. Dus werd er voor onze Sint een speciale kerk, de Basilica San Nicola, gebouwd. In de bekende Romaanse stijl van die tijd, meegebracht uit Normandië. En dat Romaanse? Dat heeft natuurlijk te maken met de Romeinen en Rome. Maar dat ter zijde.

Juist ook toen begonnen de kruistochten. Met de eerste van 1096 tot 1099, resulterend in de verovering van Jeruzalem op de Seltsjoeken. Natuurlijk hallejula alom. Vooral ook in Puglia. Want van daaruit vertrokken heel veel kruisvaarders. Niet alleen vanuit Bari en Brindisi maar ook vanuit andere havenstadjes als Molfetta, Trani  en Barletta.

puglia06-trani
kerk in Trani
puglia07-trani
Trani
puglia08
kerk in Barletta

Er werd flink verdiend met een soort hop on hop off systeem voor al diegenen die kruisvarend hun ziel wilden redden tot meerdere glorie van God. De Normandiërs lieten prachtige Romaanse kerkjes verrijzen op de mooiste locaties. Met natuurlijk ook weer relieken erin. Want er moest wel geconcurreerd worden met Sint Nicolaas. Wat te denken van een stuk van het kruis waaraan Jezus stierf? Of een doorn van zijn doornenkroon? Allemaal natuurlijk met certificaat van echtheid.

reliekschrijn met stukken van het kruis van Jezus
reliekschrijn met stukken van het kruis van Jezus

Er volgden nog meer kruistochten  in de twee eeuwen na die eerste. Zoals bijvoorbeeld die wel heel  curieuze kinderkruistocht van 1212. Lees “Kruistocht in spijkerbroek” er maar op na. Dat bekende jeugdboek van Thea Beckman waarin ook weer Bari en Brindisi voorkomen.

Ook volgden er na de Normandiërs nog vele andere heersers in Italië’s hak. Zoals de keizer van het Heilige Roomse Rijk, de Franse Angevins, de Spaanse koning en het Huis van Bourbon. En allemaal lieten ze hun zichtbare en culturele sporen na. Echt de moeite waard dus om te bezoeken, dat Puglia.

puglia10
kerken in het binnenland van Puglia

puglia11a puglia12 puglia13a puglia14 puglia15a

Eigenlijk is ’t een soort Europa in Madurodam-formaat realiseer ik me ineens. Ga maar na. Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Scandinaviërs in de vorm van Noormannen, Normandiërs, Duitsland via het Heilige Roomse Rijk, Spanje, Frankrijk en nu Italië. En niet te vergeten die massa’s kruisvaarders van overal vandaan. Met z’n allen hebben ze die streek vorm gegeven. Over verwevenheid van Europa gesproken! Wat moet ik dan met die huidige ideeën om ons weer binnen eigen grenzen terug te trekken? Denkstof voor rond de kerstboom met al die lichtjes binnen en buiten terwijl de dagen weer gaan lengen. Tot volgende week.

TOOS

Alexandrië, maar dan onzichtbaar


al01

Eigenlijk zag ik niet zo veel, op die foto hierboven van zo’n anderhalve maand geleden. Gewoon een stenen muurtje, wat hengelaars, en water. Wel het water van de baai van Alexandrië. En dat op een fascinerende plek. Of die vissers zich daarvan bewust waren? Ik betwijfel ‘t. Wat er dan zo fascinerend was? Niet eens zo heel veel verder lagen, of beter gezegd liggen, de restanten van het paleis van Cleopatra. Onder water, dat dan wel. Alleen te bekijken als je een duikerspak aantrekt. Dus al zagen mijn ogen in werkelijkheid niet zoveel, mijn fantasie zag veel meer.

al02

al03 Stel je voor, Cleopatra( 69-30 v.C.), die welhaast mythische vrouw die in zowel de Egyptische als de Romeinse geschiedenis van de 1ste eeuw voor Christus een grote rol speelde. De vrouw die minnares was van Julius Caesar, later het bed deelde met zijn rivaal Marcus Antonius, bij beiden kinderen kreeg, maar uiteindelijk zelfmoord pleegde vanwege, even kort door de bocht geformuleerd, de verloren strijd om de heerschappij over Egypte. Magische onderwaterfoto’s zijn er al gemaakt van de restanten die daar, vlak voor mijn neus, verborgen lagen. Waarschijnlijk ooit onder water geraakt door aardbevingen en landverschuivingen die lang, lang geleden plaatsvonden.

Woeste plannen zijn er om al die historische schatten daar op de zeebodem zichtbaar te gaan maken voor het grote publiek. Met een gigantisch onderwatermuseum. Maar of dat er ooit gaat komen? Zoiets kost natuurlijk een aardige grijpstuiver. En met het toerisme in Egypte gaat ’t natuurlijk ook niet zo geweldig de laatste jaren. Maar de oorzaken daarvan, dat is weer een heel ander verhaal. Als je dan voor zo’n museum mikt op 3 miljoen bezoekers per jaar, heb je nog een aardige inhaalslag te maken. Maar als ’t er ooit zou komen, is ’t natuurlijk wel gelijk één van de spectaculairste musea ter wereld. Zo niet het spectaculairste.

het bovenwaterdeel van het geplande onderwatermuseum
het bovenwaterdeel van het geplande onderwatermuseum
onder water
onder water

Als ze dan toch ooit aan de gang zouden gaan, kunnen ze ook best nog even een andere onderwaterplek in die boeiende baai erbij betrekken. Vlak bij het middeleeuwse fort Quaitbey dat op één van de eindpunten van de baai ligt.

fort Quaitbey
fort Quaitbey

Want daar stond namelijk ooit één van de zeven klassieke wereldwonderen. De vuurtoren, de Pharos van Alexandrië. Het waarschijnlijk meer dan 100 meter hoge, stenen baken met vuur en spiegels bovenop. Moet je je even voorstellen. Een toren met die hoogte in die tijd! Zo kon je in ieder geval goed zien waar die door Alexander de Grote in 331 v.Chr. gestichte stad lag in het laagland van de Nijldelta. Restanten van de Pharos zijn verwerkt in dat fort. Maar er liggen ook nog gigantisch grote rotsblokken van het torenfundament onder water. Daar terechtgekomen bij, ook al weer, een aardbeving. Ergens rond 1300, schijnt ‘t. Toen die vuurtoren trouwens al helemaal in verval was geraakt. Wat zou ’t mooi zijn als je ook die ruïnes kon bewonderen.

restanten van de Pharos van Alexandrië
restanten van de Pharos van Alexandrië

Want van die zeven wereldwonderen is nu alleen nog de piramide van Cheops te bekijken. Eigenlijk zouden ze veel beter gelijk die hele baai kunnen afdammen en droogpompen. Stel je eens voor wat daar allemaal te voorschijn zou kunnen komen? Dat gaat zelfs mijn rijke fantasie ver te boven!

de baai van Alexandrië
de baai van Alexandrië

Restanten van de klassieke, wereldberoemde Bibliotheek van Alexandrië zitten daar waarschijnlijk niet bij. Die schijnt meer landinwaarts te hebben gestaan, een paar honderd meter van de huidige, moderne versie.  Die versie waar tijdens de International Bibliotheca Alexandrina Biennale for the Artist’s Book in mei mijn artist book “The Four Freedoms” werd tentoongesteld.

de huidige Bibliotheek van Alexandrië
de huidige Bibliotheek van Alexandrië

al11 Best gek te beseffen dat de plek waar ooit alle wijsheid van de Klassieke Wereld op papyrusrollen verzameld lag niet meer goed is terug te vinden. Nu zijn we blij met snippers teksten uit die tijd, toen lag alles voor het grijpen. Ook trouwens de plek waar de vrouwelijke wiskundige en filosofe Hypatia van Alexandrië( 370-415 n.C.) leefde en werd vermoord. Want dat verhaal moet ik toch nog even kwijt. Die Hypatia was wel een heel bijzondere vrouw. Stel je voor, een geleerde onafhankelijke vrouw in die tijd! De tijd van de overheersing van Egypte door de Romeinen en de opkomst van het Christendom. Met daarbij christelijke sekten die wijsheid als ketters zagen. Alleen de bijbel gold voor hen, wetenschap was heidens. In een Alexandrijnse machtstrijd tussen wereldlijk, dus Romeins gezag en kerkelijk gezag schijnt de niet-christelijke, dus daarmee gelijk heidense, Hypatia door óf een groep fanatieke monniken óf een meute opgehitste burgers gelyncht te zijn.

de steniging van Hypatia
de steniging van Hypatia

“L’histoire se répète” zou je kunnen constateren. Want werd Malala Yousafzai, die een paar jaar geleden een Four Freedoms Award kreeg uitgereikt in Middelburg, niet in haar hoofd geschoten door een fanatieke, Pakistaanse  Talibanstrijder! Juist vanwege het feit dat ze er voor streed dat meisjes naar school mochten? 1600 Jaar nadat Hypatia werd gestenigd door christenen! Er valt nog steeds een wereld te winnen. Tot volgende week.

TOOS

Kunst en kitsch tijdens een cruise


de Atlantische Oceaan
de Atlantische Oceaan

De moderne, digitale fotoboeken hebben een paar grote voordelen maar een heel  groot nadeel. Althans voor mij. Ze zijn heerlijk om af en toe eens doorheen te bladeren. En je kunt ze via internet makkelijk delen met anderen. Maar voordat je daar uiteindelijk aan toe bent!

Eerst de selectie maken. Vaak niet makkelijk, want we schieten tegenwoordig gigantisch veel meer foto’s dan vroeger. Met je analoge camera was je daar juist zuinig mee. Dure filmrolletjes. Tegenwoordig is dat geen probleem meer met kaartjes die nauwelijks zijn vol te krijgen. Dan uitzoeken bij welke fotoboekenaanbieder je dit keer gaat laten drukken. De prijsverschillen zijn vaak, zoals dat heet, significant. Steeds dus maar kiezen. Daarvoor hebben we tegenwoordig een mooi woord. Keuzestress. Max Dendermonde schreef lang geleden de prachtige roman “De wereld gaat aan vlijt ten onder”. Volgens mij zou die titel nu moeten worden “De wereld gaat aan stress ten onder”. Onder die stressnoemer valt dan ook beslist dat elke aanbieder natuurlijk net even verschillende gebruikssoftware heeft. Weet je hoe ’t bij de een werkt, moet ’t bij die nieuwe toch weer anders. En dan komen er nog de uren bij die je nodig hebt om uiteindelijk dat boek in elkaar te draaien.

oversteek 02 In mijn kunstenaarsbestaan ontbreekt het regelmatig aan die uren. Daarom kom ik er meestal pas toe als de desbetreffende reis al weer ver achter me ligt. In dit geval de cruise met oversteek van Rome naar Miami die ik eind oktober, begin november maakte. Daarover schreef ik al eerder en daarover deelde ik ook al mijn Rome-fotoboek http://bit.ly/1KZYcMI .

Maar nu is ’t er dan toch. Het cruiseboek http://bit.ly/1Q31Xlr van 100 pagina’s kijkplezier. Met daarin vanzelfsprekend foto’s van oceaanluchten. Ik moest op het schip regelmatig denken aan die beroemde 17de eeuwse Hollandse wolken van Jacob van Ruisdael (1628-1682). Juist omdat ze er meestal niet waren, daar op de oceaan.

jacob van Ruisdael, Gezicht op Haarlem
Jacob van Ruisdael, Gezicht op Haarlem

Atlantische wolken zien er toch heel vaak anders uit. En als de zon in de zee zakte, kregen ze ook nog eens heel verrassendste kleuren. Als je ze zo zou schilderen, met die felheid en verscheidenheid aan tinten en licht-donker contrasten, zou dat al snel als edelkitsch kunnen worden aangemerkt. En toch gooit moeder natuur je dat soms zomaar gratis in de schoot.

zo maar een zonsondergang op de oceaan
zo maar een zonsondergang op de oceaan

Overigens is dat niet de enige kitsch tijdens zo’n cruise. Aan boord is altijd wel een galerie waar je likkebaardend kunt rondlopen als je van Amerikaanse kitschkleuren houdt. Niet echt my piece of cake. Tijdens zo’n oversteek worden er zelfs regelmatig veilingen georganiseerd  waar je schilderijen kunt aanschaffen van, volgens de veilingmeester, wereldberoemde Amerikanen. En laat ik daar dan nog nooit van gehoord hebben!

galerie aan boord
galerie aan boord
veiling aan boord
veiling aan boord

Geef mij maar zo’n kunstverrassing als de Rua de Santa Maria in Funghal, de hoofdstad van Madeira en een van de aanlegplaatsen onderweg. Daar hebben plaatselijke kunstenaars die oude straat, al jaren vervallen, weer helemaal tot leven gebracht. Gewoon door van de huisdeuren kunstobjecten te maken. En nu? Nu bruist ’t er sinds een paar jaar aan alle kanten. Met terrasjes, restaurants en natuurlijk veel fotograferende toeristen. Zoals ik.

Rua de Santa Maria, Funchal (Madeira)
Rua de Santa Maria, Funchal (Madeira)

oversteek 08 oversteek 09 oversteek 10

Zoiets zouden ze ook moeten doen in Basseterre op het Caraïbisch eiland St.Kitts, de volgende stop na een flink aantal dagen alleen maar oceaanwater. Vervallen op een schilderachtige manier,maar een opknapbeurt zou geen kwaad kunnen. De toeristen blijven nu vooral hangen in de koopgoot waar ze automatisch doorheen worden gedwongen, gelijk als ze van boord gaan. Loop je wat verder, dan begint dat verval. Zo’n kunststraat zou er wonderen kunnen verrichten.

Basseterre
Basseterre

oversteek 12

Op St. Maarten is dat beslist minder nodig. Daar maakt hoofdstad Philipsburg gelijk een veel welvarender indruk. Nederlandse invloed en dito geld?  Of misschien toch het gevolg van maffiamoney? Dat schijnt rijkelijk aanwezig op het half Nederlandse, half Franse eiland. Heel toevallig kwam ik nog terecht in de galerie van kunstenaar Maximiliaan Phelipa. Echt zo’n leuke tropische verrassing, die ontmoeting.

verrassende ontmoeting
verrassende ontmoeting

En dan nu nog één fotoboek te gaan. Over New York. In november de afsluiting van die trans-Atlantische tocht. Wanneer dat afkomt? De wereld gaat aan stress ten onder en daar wil ik niet aan meedoen. Tot volgende week.

TOOS

Cruisen en kunsten


Toos van Holstein, Breaking waves, olieverfschilderij, 100-130 cm
Toos van Holstein, Breaking waves, olieverfschilderij, 100-130 cm

Wat een cruise met kunst heeft te maken? In directe zin eigenlijk niks. Maar voor mij indirect toch wel. Om dat uit te leggen moet ik teruggaan naar 2008.

Een paar vrienden van mij zijn zogezegd helemaal cruisecrazy. Met hun enthousiaste verhalen hadden ze mij en levensgezel uiteindelijk overgehaald ook een cruise te gaan maken. Maar dan wel een speciale. Eentje waarbij de Atlantische Oceaan werd overgestoken, een zogenaamde transatlantic. Vanuit Rome via wat stopplaatsen op de Middellandse Zee uiteindelijk zoef-zoef linea recta naar Puerto Rico in het Caraïbisch gebied. En vooral dat laatste, een flink aantal dagen alleen maar oceaan, bleek me onverwacht uitstekend te bevallen.

"mijn" cruiseschip afgelopen herfst
“mijn” cruiseschip afgelopen herfst

Zo’n cruiseschip is natuurlijk best groot, maar met een paar honderd meter van voor naar achter en van achter naar voor heb je ’t toch wel gehad. Eigenlijk een tijdelijke, maar wel heel prettige gevangenis waar je alle tijd aan jezelf hebt. Heel prettig omdat alles op zo’n boot er op is gericht dat je je helemaal te pletter kunt amuseren. Interessante lezingen, de nieuwste films in de bioscoop, beslist aardige acts en shows in het theater. En natuurlijk niet te vergeten allerlei lichamelijke activiteiten met oh zo leuke spelletjes in en rond het zwembad onder leiding van hyperactieve jongelingen. Dat laatste liet ik overigens met groot genoegen aan anderen over. Maar het mooie is dat je je ook volledig kunt overgeven aan het niks doen. Je vleit je in de zon op een ligstoel, pakt een boek en laat de wereld, in dit geval dus de zee, letterlijk aan je voorbij trekken. En dat laatste gaf me, toen in 2008, een ongelooflijke rust.

cruise04
Atlantische luchten

cruise03

Thuis is er altijd die combinatie van atelier en de ideeën die continu mijn brein doorkruisen en om uitvoering vragen. Op dat schip midden op de oceaan ging dat dus even niet. Geen atelier en geen materiaal aanwezig. Een nieuwe ambiance die me er toe dwong gewoon eens een boek achter elkaar uit te lezen. Echt heel ontspannend. Ook door het voortreffelijke culinaire klimaat aan boord. Want reken maar dat daar veel aandacht aan wordt gegeven. Daarbij was de prijs/kwaliteit verhouding bij zo’n wat minder goed in de cruisemarkt liggende oversteek naar Amerika ook heel erg gunstig. Kortom een varende kamer met balkon die elke dag een paar keer pico bello werd verzorgd, een sterrestaurant met elke dag een andere menukaart en dat alles voor een heel gunstige prijs.

de hut met balkon
de hut met balkon
achterdek
achterdek

Waar in Nederland was dat nog te vinden? Eigenlijk heel decadent natuurlijk. Maar voor die paar weken lukte ’t me wel om dat goed te praten.

Vooral ook omdat bleek dat ik door die gedwongen rust dat drukke hoofd van me weer eens helemaal leeg kon maken. Het spinrag werd uit de hersencellen gezwabberd, de gangen tussen die cellen werden eens goed gedweild en ik voelde een aangename leegte ontstaan voor nieuwe, frisse kunstideeën.

Toos van Holstein, Rolling over, olieverfschilderij, 100-90 cm
Toos van Holstein, Rolling over, olieverfschilderij, 100-90 cm

Zie daar voor mij het verband tussen cruisen en kunsten. Die stops onderweg hoefden voor mij niet eens. Want leg je aan in een interessante stad, dan is een dag in feite te kort. En ga je van boord in een minder interessante plaats, dan is die dag al snel te lang. Nee, gewoon lekker op zee, dat was het wel!

Vandaar dat ik die exercitie in 2010 nog eens heb herhaald. En opnieuw afgelopen herfst. Van Rome naar Miami. Maar als je in de US aankomt is het natuurlijk zonde om met een vliegtuig gelijk rechtsomkeer te maken richting Europa. Want dat is natuurlijk het nadeel. Dit type cruise gaat maar één kant op.

schroefgolven
schroefgolven

Maar elk nadeel heeft z’n voordeel. Als ik dan toch in Amerika was, waarom zou ik er dan bijvoorbeeld niet nog een aantal dagen New York aan vastplakken? ’t Was alweer negen jaar geleden dat ik voor het laatst die fascinerende stad had bezocht. Een prachtige gelegenheid dus om daar wat aan te doen. Tot volgende week.

TOOS

Waar de Thermen van Diocletianus al niet toe kunnen leiden


restanten van de Thermen van Diocletianus
restanten van de Thermen van Diocletianus

Waar was ik ook al weer gebleven voordat Jheronimus Bosch er tussendoor kwam? Oh ja, in Rome, de Eeuwige Stad. Daar waar altijd weer nieuwe kunstschatten zijn te ontdekken, al kom je er voor de tigste keer. Zo ook nu.

gerestaureerde hal in de thermen
gerestaureerde hal in de thermen

Over mijn eerste bezoek aan de Musei Vaticani berichtte ik al. Maar een dag later was er nog zo’n eerste bezoek. Nu overigens geheel onverwacht. Want stel je voor. Komend vanuit het grote eindstation Termini kun je ze bijna niet missen. De Thermen van Diocletianus. Een bij voorgaande Rome-bezoeken altijd gesloten en nogal ruïneus, maar beslist imposant geheel. Ooit, aan het begin van de 4e eeuw, het grootste thermencomplex uit de Romeinse oudheid.

een beeld van Henry Moore
een beeld van Henry Moore

Er konden te gelijkertijd zo’n drieduizend Romeinen gezellig met elkaar badderen. En nu ineens bleken die thermen weer geopend. Prachtig gerestaureerd. Maar niet als badhuis. Een paar gigantisch hoge ruimten waren omgetoverd tot expositiezalen. Met daarin een tentoonstelling van beelden en tekeningen van Henry Moore (1898-1986). De grote meester met de grote beelden van het geabstraheerde menselijke lichaam. Absoluut een veroverende kunstverrassing. Prachtig hoe zijn moderne beelden combineerden met de rauwe, eeuwenoude bakstenen muren. Die nieuwe oude ruimtes waren dan weer gekoppeld aan het ernaast liggende Museo Nazionale Romano. Dat is dan weer gevestigd in een oud kloostercomplex dat ooit weer gebouwd is op resten van de thermen. ’t Kan gewoon niet op in Rome, die combinatie van oud, nog ouder en cultuur.

een buitenruimte in de thermen
een buitenruimte in de thermen

Maar van de ene kunstverrassing kwam de andere. Ik had me al enigszins  verbaasd over de toch wel wat hoge toegangsprijs voor de combinatie van thermen en museum. In een gesprekje met een suppoost ter plaatse bleek maar weer eens dat je altijd de kleine lettertjes goed moet lezen. De kaartjes gaven namelijk ook nog toegang tot drie andere musea. Met de mogelijkheid die te bezoeken verspreid over verschillende dagen. Best handig dus. Maar oeps! Dit was onze laatste dag in Rome. Als je de volgende dag vanuit Civitavecchia per schip de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan wilt gaan oversteken, is ’t toch wel handig om daar op tijd aanwezig te zijn. Wat te doen? Dan komt natuurlijk het karakter van de rechtgeaarde Nederlander naar boven. Je hebt er voor betaald dus zul je ze allemaal zien ook! De kaart van Rome erbij, de hele planning voor die dag omgegooid en op naar achtereenvolgens het Palazzo Massimo, de Crypta Balbi en als laatste het Palazzo Altemps dat nog tot laat open was. Want kijk, de oude Romeinse ruïnes die voor die dag op het programma stonden, liggen er al hééél lang. De aanname dat ze er bij een volgend bezoek aan Rome ook nog wel zouden liggen, is dus beslist als redelijk te bestempelen. Maar dat toegangskaartje had niet diezelfde eeuwigheidsduur.

Palazzo Massimo
Palazzo Massimo
roma07
nagebouwde kamer met oorspronkelijke fresco”s

roma06

roma08

beeld van een hermafrodiet
beeld van een hermafrodiet
sarcofaag met geweldig reliëf
sarcofaag met geweldig reliëf

Die palazzi Massimo en Altemps bleken prachtige collecties Griekse en Romeinse beelden, fresco’s,  mozaïeken en sarcofagen te hebben. De dag ervoor liep ik me nog te vergapen aan de verzameling in de Musei Vaticani. En nu? Meer kwaliteit en veel mooier tentoongesteld. Was ’t in het Vaticaan soms wat rommelig, hier kreeg elk meesterstuk de benodigde, mooi uitgelichte ruimte. Interessant was ook om te zien hoe de oude Romeinen de klassieke Griekse beeldhouwkunst bewonderden en kopieerden. Veel oorspronkelijke Griekse beelden zijn ooit vernietigd of liggen misschien nog ergens op ons te wachten, bedolven onder de grond of verzonken op de zeebodem. Maar dankzij Romeinse kopieën weten we wel hoe ze er hebben uitgezien. Niet alleen petje af voor de superrijke oude Romeinse families die deze collecties de afgelopen eeuwen aanlegden, maar ook voor de expositie inrichters. Een absolute aanrader, die twee musea.

Palazzo Altemps
Palazzo Altemps

roma12 roma13 roma15 roma16

roma14 Met bijgaande foto’s heb ik geprobeerd een indruk te geven. Maar ben je nieuwsgierig naar meer? Dan is er on line mijn fotoboek over dit Romebezoek. Honderd pagina’s via http://bit.ly/1KZYcMI . Tot volgende week.

TOOS

 

Musei Vaticani en Jezuïtenzaken


het Vaticaans Museum
het Vaticaans Museum

“’t Blijft toch een stelletje Jezuïten, daar in dat Vaticaan”, hoorde ik levensgezel vanachter zijn computer roepen. Feitelijk gezien had hij natuurlijk ongelijk. Want er lopen in het Rooms-katholieke wereldbestuurscentrum vast ook vertegenwoordigers van andere monnikenordes rond. Maar, behorend tot de orde van de ongelovigen, moest hij blijkbaar enig anti-paaps ongenoegen tot uiting brengen.

nieuwe toegangstrap
nieuwe toegangstrap

Wat bleek het geval? Als voorbereiding op de reis naar Rome (lees de aflevering van vorige week) was hij bezig om via internet vooraf toegangskaarten te scoren voor de Musei  Vaticani. Het Vaticaans Museum dat elk jaar weer te vinden is in het rijtje van de meest bezochte musea ter wereld . Niet voor niks worden de horden bezoekers ver voor de ingang al door een heel lang hek in ordelijke rijen gesplitst. Dus van te voren kaartjes regelen om die drukte te vermijden kan geen kwaad. Normaal betaal je er aan de kassa € 16 per stuk voor. En wat betaal je via internet? Twintig euro! Vandaar die uitroep over dat stelletje Jezuïten. Ten eerste vond levensgezel dat hij ze werk uit handen nam door zelf vooraf toegangsbiljetten aan te schaffen zonder dat zij er maar een vinger naar uit hoefden te steken. En ten tweede hielp hij ze ook nog bij het voorkomen van rijvorming. Dan ook nog meer moeten betalen, viel voor hem duidelijk onder de filosofie van bovengenoemde orde! Maar ja, de bank van het Vaticaan heeft in het verleden wel eens vaker voor verwarring en vreemdsoortige bancaire zaken gezorgd.

Hoe dan ook, met de uitgedraaide tickets in de hand liepen wij dus eind oktober in Rome richting Vaticaanse museum. Voor ons doen zelfs al redelijk vroeg in de morgen. Want voor dat gigantische museumcomplex moet je als kunstliefhebber zeker een hele dag uittrekken. Tot mijn schande moet ik bekennen dat er hier ook nog een lacune in mijn kunstontwikkeling aanwezig was.  Dit zou pas mijn eerste bezoek gaan worden! Ooit had ik dat al eens gepland, maar toen was ik geschrokken omgedraaid. Niet te geloven, de rij waarin ik had moeten gaan staan! Tja, geen kaartje via internet geregeld. Als dat toen al kon trouwens.

Pinacoteca
Pinacoteca
natuurlijk een "Caravaggio"
natuurlijk een “Caravaggio”

De eerste gang was vanzelfsprekend naar de Pinacoteca, de schilderijen afdeling. Proberen de eerste busladingen voor te zijn. Aan het eind van de middag kwamen we er nog een keer terug. Een ontdekking! Tussen 5 en 6 uur liep er bijna niemand meer rond op die afdeling. Diverse zalen hadden we gewoon voor onszelf. Behalve dan dat er hier en daar nog een suppoost zijn tijd wat zat te verdoen. Best een kick eigenlijk. Misschien wel heel kinderachtig, maar ’t is dan net alsof je in je eigen museum rondloopt tussen je eigen wereldcollectie.

vaticaan 05 vaticaan 06

Wat heb ik die dag een gigantische hoeveelheid groepen voorbij zien komen! Allemaal trouw en gedwee achter hun vlaggetje aan. Zo van “opzij, opzij, opzij, we hebben vreselijke haast”.

 

vaticaan 02a

Eerst in sneltreinvaart naar een paar hoogtepunten en dan op naar de Sixtijnse Kapel. Via de shortcut natuurlijk. Want die staat overal aangegeven. Altijd handig als die voorop lopende vlag je in het Vaticaanse doolhof zo snel mogelijk naar die beroemde kapel van Michelangelo wil loodsen. Want mensen, kom op, de dag is kort en Rome moet vandaag nog af. Zijn we gek of zijn we gek?

Nee,dan heel veel liever op alle gemak langs al die kunst en door al die rijk versierde en gedecoreerde  gangen dwalen. Alhoewel, op alle gemak? Af en toe was ’t echt laveren tussen de menigte door. Maar daar krijg je dan ook wat voor terug. Prachtige beelden, perfect bewaard gebleven gigantisch grote tapijten uit de 16e en 17e eeuw, de mooiste fresco’s in de persoonlijke verblijven van vroegere pauzen.

vaticaan 07 vaticaan 08 vaticaan 09 vaticaan 10 vaticaan 11 vaticaan 12

Wat is ’t toch een grote geld en machtmachine geweest, dat Vaticaan uit vroeger tijden. Nog steeds levert dat inspiratie op voor boeken en films. En ook voor tv-series als De Borgia’s waarin dat alles wellustig breed en broeierig wordt uitgemeten.

Hoe je ’t trouwens ook bekijkt, nu kunnen we toch maar mooi genieten van de prachtigste kunst die destijds , op wat voor (on)kerkelijke manieren dan ook, bij elkaar werd gebracht. Met als hoogtepunt natuurlijk de Sixtijnse Kapel. Lopend langs NO PHOTO en SILENCE borden word je daar met heel veel andere lotgenoten naar binnen gepropt. Een plofkip heeft in haar stal meer loopruimte dan een toerist in die kapel op een doorsnee woensdagmiddag. Met gratis nekkramp erbij van het omhoog staren.

Sixtijnse Kapel
Sixtijnse Kapel
de oude uitgangstrap
de oude uitgangstrap

Maar die toerist verblijft er hooguit 20 tot 25 minuten voordat ie weer naar buiten wordt gedreven door de bewakers die in de tussentijd vele malen zeer luid “silenzio” hebben geroepen. Want zo’n menigte toeristische plofkippen kakelt natuurlijk wel aan één stuk door. Ondanks die bordjes SILENCE. Toch is het een belevenis de beroemde schilderingen van o.a. Botticelli, Perugino, Ghirlandaio en bovenal Michelangelo in werkelijkheid te zien. Maar liggend en op je gemak omhoog starend vanaf een zacht en door jezelf te besturen en te verplaatsen bedje zou ’t nog veel mooier maken. Met een in hoogte verstelbaar hoofdeinde erbij natuurlijk!Tot volgende week.

TOOS

Rome


moderne Romeinse soldaat
moderne Romeinse soldaat

Associaties zijn rare dingen. Onverwacht, onbestuurbaar, onvoorspelbaar. In moderne terminologie een soort pop-ups in je hersenen in plaats van op een pc, laptop, tablet of smartphonescherm. Dat kwam als tweede pop-up in me op toen ik in oktober 2015 over het plaveisel van Rome liep en als eerste pop-up plots aan mei 1527 had gedacht. En dat dan weer vanwege de gigantische geschiedenis die verborgen ligt onder het Romeinse straatdek. Een geschiedenis in de vorm van een puinhoop. Letterlijk. Niet alleen van het klassieke Rome, maar ook van een Rome van vele eeuwen later.  Vandaar die associatie met mei 1527. Want toen vond de zogenaamde Grote Plundering plaats. De stad waar de Paus als opperbestuurder van de Rooms-Katholieke Kerk resideerde, werd bestormd en ingenomen door de troepen van het Heilige Roomse Rijk. Tegenstrijdig? Nee hoor, niet voor die tijd. Karel V, als katholieke keizer van het Habsburgse en Rooms-Duitse rijk, had wat appeltjes te schillen in Italië. Vandaar dat katholieke Spaanse soldeniers en ,veelal protestante, Duitse landsknechten, beide groepen al lang zonder soldij zittend, het katholieke Rome na verovering mochten plunderen, platbranden en verwoesten. Met vanzelfsprekend het bijbehorende vermoorden van burgers en geestelijken, het verkrachten van alles wat vrouwelijk was, dus ook nonnen, en het opzuipen van alles dat maar naar alcohol rook.

El Saco de Roma, Francisco J. Amérigo, 1884
El Saco de Roma, Francisco J. Amérigo, 1884

Best wel ingewikkelde tijden dus. Met geloof, geweld, macht en politiek gekonkel tot in het kwadraat. Noem dat maar eens geen pop-up, daar in centrum van Rome. Met daarbij nog de gedachte dat het tegenwoordig toch wel heel veel prettiger wonen is in Europa dan destijds. Geef mij de huidige  EU met nu al meer dan 70 jaar vrede. Iets dat hier nog nooit zo lang het geval is geweest. Ook iets dus om over na te denken bij al die wilde kreten van de laatste jaren over  die EU. Maar dat terzijde.

Rome, van binnen naar buiten
Rome, van binnen naar buiten

Ik liep dus in Rome. Waarom ik daar liep? Trouwe lezers herinneren zich misschien dat ik afgelopen oktober en november een poosje verdwenen was onder de internetradarhorizon. Zonder daarvoor toen een nadere verklaring te geven. De reden? Ik zat een paar weken lang op een schip dat de grote plas overstak  richting Amerika. Vanuit Civitavecchia, dicht bij Rome. Vandaar een aantal dagen Rome vooraf en een vrijwel internetloze periode midden op de Atlantische Oceaan.

’t Kwam er maar niet van daaraan eens een paar blogjes te gaan wijden. Telkens was er wel weer iets anders om de aandacht op te richten. Maar dat verandert de komende weken.

De Eeuwige Stad eerst maar. Waar het bulkt van de kunst. Niet alleen in musea, maar ook in de vele kerken. Zo staat ergens een kerkdeur open, loop ik uit nieuwsgierigheid naar binnen en wat hangt er? Een onvervalste Caravaggio (1571-1610). Dat is typisch Rome!

rechts een werk van Caravaggio
rechts een werk van Caravaggio

Net zoals smaakvolle moderne kunst geïntegreerd in oude, gerestaureerde kerkfronten.

Rome e klein

Maar dat kost natuurlijk klauwen met geld. Ons Nationaal Restauratiefonds heeft ’t er al heel moeilijk mee om in Nederland de monumentenzorg te bekostigen. Laat staan hoe ze dat in Rome moeten doen. Dan heiligt het doel de middelen. Dan bedek je een te restaureren kerkgevel met uitbundige reclame voor de nieuwste James Bond film. Mooi meegenomen dat die kerk bovenaan de wereldberoemde Spaanse Trappen staat. Heel lege trappen trouwens want ook die werden gelijk maar opgeknapt.  Teveel uitgesleten zeker door alle toeristenachterwerken die er normaal de traptreden dag en nacht bezetten.

de Spaanse Trappen
de Spaanse Trappen

Ook het Rome van al die pleinen. Als er al geen fonteinen spuiten waar Feyenoord supporters zich aan te buiten kunnen gaan, dan staan er wel van die heerlijke barokke beeldengroepen. Die trouwens ook wel weer eens een schoonmaakbeurt kunnen gebruiken.

Rome g klein

Net zoals onderdoorgangen bij viaducten of coupés van de metro. Of moeten ze die graffiti toch maar laten zitten? Want eigenlijk kan dat er toch ook wel heel modern kunstzinnig uitzien.

Rome h klein

Rome i klein

En zou die straatkunstenaar wel beseffen hoeveel kunstzinnigs er zich nog onder zijn knieën kan bevinden?

Rome j klein

Van oude Romeinse overblijfselen van een paar duizend jaar geleden tot verruïneerde kunst bij die grote plundering van Rome in mei 1527? Ik denk haast van niet. Maar ’t zou natuurlijk toch zomaar wel kunnen. Want associaties zijn rare dingen. Tot volgende week.

TOOS

Van Zuid naar Noord, van Italië naar Friesland


Zo zit je in Venetië met een expositie, zo in Workum. In het alfabet scheelt ’t maar één letter, in temperatuur een aantal graden, alhoewel ook niet altijd zoals de laatste dagen bleek, en in afstand een rijkelijk aantal kilometers. Maar dat maakt het niet minder leuk. Want ook Workum heeft als één van die Friese elf steden weer een geheel eigen charme. Daarbij was het mooie dat van te voren al vast stond dat ik voor deze nieuwe tentoonstelling in galerie Kesk de atmosfeer en ambiance van Venetië zou meenemen.

Kesk 1

Vandaar dat galerie eigenaren Sophie en Klaas Elzinga de titel “De schoonheid van verval” heel passend vonden. Met daarbij de onderstaande tekst die ik jullie niet wil onthouden.

———————————-

De schoonheid van verval

Nebbia a Venezia, olieverf
Nebbia a Venezia, olieverf

Wie het werk van Toos van Holstein kent, zal direct begrijpen wat ze bedoelt met “De schoonheid van verval”, de titel van haar expositie bij galerie Kesk. De een zal bij een muur waar het geverfde stucwerk van afbrokkelt en de onderliggende steen te voorschijn komt zeggen “daar moet nodig wat aan gedaan worden”. Een ander, in dit geval Toos, ziet er juist schoonheid in. Een schoonheid die ze op het doek terugtovert bij het schilderen van verweerde muren en van gebouwen waarvan je je kunt afvragen of ze nu wel of niet bestaan. Architectonische vormen en ruimten, met altijd menselijke aanwezigheid, waarvan je weet dat ze er zouden kunnen zijn, ergens op deze aarde, maar waarvan je te gelijkertijd beseft dat ze ontsproten zijn aan het creatieve brein van de kunstenaar.

Vandaar dat de schoonheid en ook het verval van een stad als Venetië Toos van Holstein heel erg aanspreken. Regelmatig toveren het paletmes en penseel in haar hand dan ook een “Venetiëschilderij” op het schildersdoek. Olieverven waarbij je gelijk ruikt en proeft dat ze met die oude Dogenstad hebben te maken. Maar als je daar zou gaan zoeken naar de plek die Toos heeft weergegeven, zul je die nooit vinden. Die bestaat namelijk alleen in haar fantasie. Een gedroomd Venetië.

Overigens nam Toos in de maanden mei en juni nog deel aan een expositie in het reële Venetië tijdens de beroemde kunstbiënnale die daar nu gaande is. Een extra reden om er trots op te zijn dat ze de komende maanden exposeert in Galerie Kesk.

La dolce far niente, olieverf
La dolce far niente, olieverf

In deze expositie zal, naast andere, dus een aantal nieuwe “Venetiëschilderijen” te bewonderen zijn, samen met het driedimensionale werk van Toos van Holstein. Want als veelzijdig kunstenaar beheerst zij ook die kunstdiscipline.

———————————-

opbouw van de expositie met hulp van Sophie
opbouw van de expositie met hulp van Sophie

Kijk, dan krijg je toch maar mooi een aantal veren in het zitgedeelte van je lijf gestoken. Gelukkig figuurlijk want anders was dat zitten toch wel een probleempje geworden.

Adagio, olieverf
Adagio, olieverf

De opening was afgelopen weekeinde, maar de expositie duurt nog tot in september. Dus als je Toosiaanse en Venetiaanse sferen wilt proeven in een aangename Friese ambiance ben je altijd welkom bij Klaas en Sophie op

Sûd 114    8711CX Workum

van woensdag t/m zondag 13-17 uur

uitleg aan openingsbezoekers
uitleg aan openingsbezoekers
op de foto met bewonderaars van mijn werk
op de foto met bewonderaars van mijn werk

Misschien ook een idee om dan maar gelijk die andere tien Friese steden te bezoeken. Van die Elfstedentocht op de schaats komt ’t toch nooit meer. Zeker niet nu zelfs de Paus er van overtuigd is dat er iets met het klimaat aan de gang is. En als er één instituut is op aarde dat denkt op de lange termijn dan is dat toch wel de kerk in Rome. Dus maak ’t je makkelijk en neem de auto in plaats van de schaats voor die Friese Elf Steden. Maar vergeet galerie Kesk in Workum niet. Tot volgende week.

TOOS

Een dijk van een wijf


Artemisia Gentileschi dus! Twee weken geleden kondigde ik het aan. Ik ging naar Parijs voor een tentoonstelling over één van mijn kunstheldinnen uit vroeger eeuwen. Nou, daar heb ik geen spijt van. Ik had jaren geleden al eens een paar schilderijen van haar in ‘t echt gezien in Napels. Maar zoveel bij elkaar als nu? Nee, dat nog niet. ’t Was genieten, daar in het Musée Paillol.

Ik vertelde die twee weken geleden al wel iets over Artemisia’s  turbulente leven. Een verkrachting op 18-jarige leeftijd door toenmalige leermeester Agostino Tassi, een gebeurtenis die haar zou blijven achtervolgen. Ze werd gezien als een vrouw met een smet terwijl ze daaraan totaal geen schuld had. Haar graf werd zelfs nog besmeurd met teksten over nymfomanie en overspel. Dan moet je heel sterk in het leven staan om een succesvol kunstenaar te worden in een tijd dat dit voor vrouwen bijna onmogelijk was.

 Vermoedelijk heeft ze daarom ook heel wat schilderijen gemaakt met krachtige vrouwen als onderwerp. Cleopatra die een eind aan haar leven maakt door zich door een giftige slang te laten bijten (tweede foto). Of de joodse Judith die de Assyrische legeraanvoerder Holofernes onthoofdt. Ik toonde haar prachtige schilderij daarover al, maar er is nog een tweede waarin zijn hoofd al keurig in een mandje ligt (derde foto). Of Jaël die de Israël onderdrukkende generaal Sisera uit Kanaän een tentharing door zijn slaap hamert (vierde foto). Hoezo gewelddadige computerspelletjes tegenwoordig! Lees het Oude Testament maar eens.

Overigens is dat ook zoiets speciaals bij Artemisia. In haar tijd stond het genre van de historische schilderijen met afbeeldingen over de Griekse mythologie en het Oude Testament het meest in aanzien. En je raadt ’t al, dat was voorbehouden aan de mannen. Want vrouwen mochten in die tijd, en trouwens ook nog heel lang daarna, geen mannelijke naaktmodellen gebruiken. Stel je voor, foei! Dat de mannen vrouwelijke naaktmodellen gebruikten was natuurlijk geen probleem. Toch had je die man als model vaak nodig om een goed historisch schilderij te maken. Geen probleem dus voor Artemisia.

 

 Maar heel vaak gaf ze toch die speciale vrouwen weer. Zoals bijvoorbeeld ook Maria Magdalena, de door Jezus bekeerde zondares (vijfde foto). In die tijden een heel belangrijk vrouwelijk icoon. Even voor de lezers van “De Da Vinci Code” van Dan Brown, zonder haar was dat, wetenschappelijk gezien volstrekt onbetrouwbare maar toch heel spannende boek niet mogelijk geweest.

Veel meer over Artemisia staat in een artikel van mij op mijn site onder de link http://www.toosvanholstein.nl/artikelen/artikel02.html . En over kunststad Parijs en wat ik daar allemaal verder heb gezien, valt ook nog heel wat te vertellen. Maar dat komt nog wel.

Tot volgende week.

TOOS.

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag