Tagarchief: Rome

Een waargebeurd wonderbaar Paasverhaal


Pasen. Met daarbij het opstaan van Jezus uit de dood  als kerkelijk wonder.  Maar is ’t eigenlijk ook al geen wondertje dat hij elk jaar opnieuw  weer op een andere datum gestorven blijkt te zijn? Zijn geboorte wordt wel altijd op 25 december gevierd, maar zijn kruisiging en de daaraan gekoppelde opstanding op 1e Paasdag  vallen op steeds verschuivende datums. Best wonderlijk. Maar goed, daarover ga ik niet, dat doet ‘Rome’. Waar ik zo vlak voor de Pasen dit jaar aan moest denken is een ander wonderbaarlijk Paasverhaal dat zich vorig jaar afspeelde.

het plein waar zich dit Paasverhaal afspeelt

Levensgezel en ik bevonden ons toen, een volle drie weken eerder dan de Pasen nu, in Italië. In Toscane, om nauwkeuriger te zijn. Op bezoek bij Nederlandse vrienden in hun tweede huis ergens aan de kust. Zij hadden weer familie die wel vast in Toscane woonde maar dan een aardig stukje meer landinwaarts, iets ten zuiden van Florence. Die vonden het leuk als we op Tweede Paasdag met z’n vieren bij hun op bezoek kwamen. Met in het vooruitzicht eerst een bubbelende borrel en aansluitend  het onvermijdelijke Italiaanse restaurant was dat no problema natuurlijk. Maar bij aankomst bleek dat restaurant toch nog wel even een klein problema te zijn geweest.

Het eerste belletje voor een reservering: vol. Tweede belletje: vol. Derde belletje: we zijn dicht. Pas bij het vierde belletje: bingo. ’t Werd daardoor wel ietwat verder rijden. Alweer no problema. Onderweg naar dat vierde belletje keek levensgezel mij ineens vragend aan. “Ik zag net op een richtingenbord Vigline Valdarno staan. Was dat niet die plaats waar we ooit eens een aantal weken hebben gebivakkeerd?” Onzekerheid troef bij ons beiden. De vraag of we naar dat Vigline gingen werd overigens wel bevestigend beantwoord, maar onze onzekerheid moest nog even voortduren.

de binnenplaats van het complex voor de Biennale

Nu eerst een flink aantal jaren terug in de tijd. Ik was uitgenodigd om in december 2003 deel te nemen aan de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea in Florence en had daarop ja gezegd. Dat leek me wel leuk. Maar een paar weken in Florence zelf gaan zitten bleek toch een tikje buiten de begroting te vallen. Vandaar dat ik in een stadje 20 kilometer zuidelijker een soortement loft had gehuurd, bovenin een hoog appartementencomplex. Op een letterlijke steenworp afstand van het treinstation daar. Lekker makkelijk, direct de trein in en bij de halte Florence er weer uit. Maar of ’t nou in dat Vigline Valdarno van hierboven was geweest?  Het was hooguit  een heel bescheiden belletje dat er rinkelde.

Bij het binnenrijden van Vigline passeerden we in ieder geval wel een spoorwegovergang, maar verder? De parkeerplaats? Mwah! Toen in de binnenstad die arcade? Zou best wel eens kunnen. Daarna het grote plein? Ja, dit kenden we. We herinnerden ons toen ook een restaurant op dat plein. Ergens daar in die hoek. Ging daar niet ook een trap naar beneden naar een gewelfde kelder waar we destijds diverse keren prima hadden gegeten? ’t Zou toch niet dat we daar ……? Maar dat zou dus wel! Die hoek, die trap, dat gewelf, nu liepen we daar ineens met z’n zessen. Reken dus maar dat we er opnieuw van een voortreffelijk maaltijd hebben genoten want de eigenaar bleek nog steeds dezelfde.

de hoek
de deur van het restaurant
de kelder

Natuurlijk zijn we, inclusief onze Italiaanse vulling en behoorlijk laat op de avond, nog even richting station gelopen om te aanschouwen hoe ’t stond met dat toenmalige loft van ons. Kijk, daar was ‘t! Nog steeds ook inclusief de bijbehorende kubuskamer  met een view die plompverloren bovenop het dak stond en van waaruit zich een deur opende tot dat dak. Gewoon je stoel buiten zetten en je had volledig rondom een gigantisch terras ter beschikking.

GoogleMap foto met middenin die kubus op het dak en links het station

Over toeval gesproken! Want stel je nou eens voor dat die restaurantreservering van het eerste, tweede of derde belletje wel was gelukt. Dan had ik dit wondere Paasverhaal toch maar mooi niet kunnen beleven. Tot volgende week.

TOOS

Caravaggio, grote schurk en groot kunstenaar


de twee foto’s uit 2015 van De kruisiging van Petrus en De bekering van Paulus van Caravaggio

Toen ik in oktober 2015 in Rome voor de twee schilderijen van hierboven stond, realiseerde ik me niet, zoals nu wel, dat op precies diezelfde plek in de eerste helft van de 17e eeuw andere Nederlandse kunstenaars hadden gestaan. Welke die in eeuwen onveranderde plek is? De Cerasi-kapel in de kerk van Santa Maria del Popolo. De eerste kerk die kunstenaars uit het Noorden zagen als ze door de stadspoort daar de Eeuwige Stad betraden. En wie die Nederlandse schilders waren? Onder anderen Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen. En waarom ik me dat nu wel realiseer? Omdat aan die drie mannen een prachtige, indrukwekkende expositie is gewijd in het Centraal Museum van Utrecht: ‘Utrecht, Carravagio en Europa’.

drukte bij de expositie

Want Caravaggio was de maker van die twee schilderijen. Of voluit Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610).Daar kwam hij vandaan, van de plaats Caravaggio.  De ideale schoonzoon was die Michelangelo niet. Steengoed in het beledigen van mensen van zowel lage als hoge komaf. Met voortdurend een  zweem om hem heen van homoseksualiteit oftewel sodomie zoals ’t toen heette. Overigens zonder enig concreet  bewijs daarvoor. Als heethoofd ook altijd tuk op een lekkere vechtpartij. Soms met zijn zwaard dat hem goed in de hand lag. Gevolg? In 1606 een dodelijk slachtoffer en een vlucht uit de stad waar hij furore maakte met zijn geheel nieuwe manier van schilderen. Want schilderen kon hij als de beste.

Caravaggio, De mediterende Hiëronymus 1605-06, één van de 2 werken van hem op de expositie

Net zoals Braque en Picasso in het begin van de 20e eeuw samen een heel nieuwe schilderstijl ontwikkelden, het kubisme, deed hij dat in z’n eentje aan het begin van de 17e eeuw. Met wat we nu het Caravaggisme noemen. Een zo boeiende, moderne stijl  dat hij al snel getalenteerde navolgers kreeg. Want Rome was toen de place to be zoals Parijs dat in de 19e eeuw werd. Voor je goeie kunstenaarsfatsoen moest je daarheen wel een studiereis maken. Meestal te voet, maanden lang door weer en wind en door gevaarlijke streken. Een tikje andere manier van reizen dan tegenwoordig, je moest er wel wat voor over hebben. Sommigen bleven en maakten daar carrière. Anderen vertrokken weer als overtuigde Caravaggisten. Zoals dus Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Bruggen.

Gerard van Honthorst, De bespotting van Christus ca. 1617
Dirck van Baburen Christus en de schriftgeleerden ca. 1618
Hendrick ter Bruggen, detail van De bevrijding van Petrus 1624

Onafhankelijk van elkaar vertrokken voor hun kunst-bedevaartstocht en na terugkomst alle drie furore makend in Utrecht met die nieuwe, levendige, vaak dramatische schilderstijl. Vol contrasterende schaduw en lichtpartijen en levensechte mensen die zo van de straat geplukt konden zijn. Met het zogenaamde clair-obscur waardoor later Rembrandt, op zijn geheel eigen manier, ook weer sterk werd beïnvloed.

Gerard van Honthorst, De onthoofding van Johannes de Doper 1617-18
Gerard van Honthorst, De heilige Sebastiaan 1623
Gerard van Honthorst De koppelaarster 1625
Gerard van Honthorst, De liederlijke student 1625
Dirck van Baburen, De graflegging van Christus 1617-18
Hendrick ter Brugghen, De heilige Sebastiaan door Irene verzorgd 1625
Hendrick ter Brugghen, De annunciatie 1629

Kunstliefhebbers moeten beslist naar Utrecht.  Niet omdat er veel van de maestro zelf is te zien, twee werken slechts. Maar wel vanwege die Utrechtse caravaggisten en nog wat anderen. Uit Italië natuurlijk maar Frankrijk en Spanje zijn ook vertegenwoordigd. Hierdoor kun je hun vakmanschap onderling mooi vergelijken. Voor mij springt dan Gerard van Honthorst er echt uit. Het niveau van maestro Caravaggio haalt hij net niet maar dat is ook vrijwel onmogelijk bij dat schildersgenie. Een soort Italiaanse Rembrandt. Die was trouwens pas een paar jaar oud was toen Caravaggio in 1610 totaal berooid en in de hoop op vergiffenis terugkeerde naar Rome, onderweg ziek werd en veel te vroeg stierf.

de achterkant van het tweede werk van Caravaggio op de tentoonstelling: Het hoofd van Medusa

Maar gelukkig hadden we nog zijn navolgers. Zoals Orazio Gentileschi  (1563-1639) en zijn nog veel talentvollere dochter Artemisia Gentileschi (1593-1653) aan wie ik hier beslist extra aandacht ga geven in het kader van ‘vrouwen in de kunst’.

Orazio Gentileschi, David en Goliath 1605-07
bij een ander werk van Orazio Gentileschi
Simon Vouet, Judith met het hoofd van Holofernes 1620-25

Of Spanjaard Gusepe de Ribera (1591-1652) en Fransman Simon Vouet (1590-1649). Van die laatste vond ik het schilderij hiernaast toch wel heel curieus.

Zie dat afgehakte hoofd rechtsonder. En de dame die haar onderarm er met een vredig gezicht op laat rusten. Met de pink omhoog! Net zoals een keurig opgevoede dame die met een precieus gebaar aan een kopje thee wil gaan nippen met duim en wijsvinger rond het oortje geklemd. Toch heeft ze net zelf dat hoofd afgehakt.  Dat van generaal  Holofernes die volgens het Oudtestamentische verhaal haar stad belegerde. Uit wraak verleid deze Judith hem en hakt zijn hoofd af als hij slaapt. Een populair verhaal dat door heel wat schilders is verbeeld. Mannen én vrouwen. Zoals door Artemisia, maar dan volstrekt anders. Ook iets om nog op terug te komen. Tot volgende week.

TOOS

 

Carrara


Carrara. Een mythische naam in de kunstwereld en zeker onder beeldhouwers. Want komt daar uit de groeven niet het marmer vandaan waaruit Michelangelo zijn onvergelijkelijke ‘David’ en ‘Pièta’ beitelde! Lang geleden was ik er wel eens geweest, maar nu deed zich de gelegenheid opnieuw voor.

de ‘David’ van Michelangelo in het museum in Florence
de ‘Pièta’ in de Sint Pieter in Rome

Toen namelijk in de loop van april mijn Odyssee-kunstklus was geklaard (lees het blog van twee weken geleden), besloten levensgezel en ik vrienden te gaan bezoeken in het Toscaanse Marina di Massa en daar gelijk een korte vakantie aan te koppelen. Want vanuit Nice zit je via de Franse autoroute binnen de kortste keren aan de andere kant van de grens op de Italiaanse autostrada. Dan nog een paar uurtjes doortuffen langs de kust en daar is Marina di Massa al. Kilometers daarvoor kondigen opslagwerven en werkplaatsen langs de weg al aan dat er in die streek iets met marmer te doen is. En dan ineens zie je links hoog in de Apuaanse Alpen als doorslaggevend bewijs daarvan dat witte gesteente van de marmergroeven van Carrara liggen blinken in de zon.

Zoals gezegd een mythische plek en dat echt niet alleen vanwege Michelangelo of de net zo beroemde Bernini. Want ook de laatste heeft heel wat marmer vandaar naar Rome laten verslepen voor door hem ontworpen paleizen, voor zijn beelden en ook voor die beroemde Vierstromenfontein op de Piazza Navona.

de Vierstromenfontein van Bernini in Rome

Maar ver voor hen waren de Etrusken en later de Romeinen al bezig om er marmer uit de bergflanken te hakken. En wat dacht je van al die witte steen op het indrukwekkende Piazza dei Miracoli in Pisa met z’n Baptisterium, Duomo en die toren die al heel lang lekker scheef staat te staan?

de Piazza dei Miracoli in Pisa

 Waar zou die steen nou vandaan komen? Trouwens, hoe zit dat met die witte marmeren tegels in onze eigen badkamers? Of al dat marmer in van die protserig lelijke en smakeloos moderne paleizen en vergaderzalen in bepaalde landen, alleen maar bedoeld om indruk te maken? Grote kans dat er marmer bij zit uit Carrara. Of ook in die categorie, de Trump Tower in New York? Reken maar 100% van yes!

Logisch dus dat ik, nu die gelegenheid er was, mijn nogal versleten herinneringen aan Carrara van tientallen jaren geleden wilde opfrissen. ’t Was net of ze in al die tijd niks waren opgeschoten met afhakken. Zo gigantisch groot is ’t daar met nog steeds zo’n 300 marmergroeven die vaak familiebezit zijn. Niet alleen buiten maar ook binnen in de bergen. Met overweldigend hoge gewelven die door al het gehak en gezaag alsmaar groter worden.

Het is echt ongelooflijk wat mensenhanden daar met primitieve middelen in de loop der eeuwen hebben bereikt. Je kunt alleen maar heel grote bewondering krijgen voor die arbeiders van vroeger en er te gelijker tijd met afschuw aan denken. Hoezo Arbowetten en 8-urige werkdagen zoals tegenwoordig? Uitputtend lange werkdagen, slechte en gevaarlijke werkomstandigheden en simpele werktuigen. Probeer ’t je maar eens voor te stellen. Die ‘David’ van Michelangelo, gebeiteld uit één blok marmer, is meer dan 5 meter hoog.  Maar dat blok moest wel de steile berghelling af! Om daarna nog naar Florence getransporteerd te worden. Hoeveel pure spier en mankracht en hoeveel trekdieren en wagens zijn daar wel niet voor nodig geweest? Over primitieve wegen! Wat een klus. En zo ging dat eeuwen lang. Op nog bestaande oude foto’s krijg je een beetje een indruk van die Sisyfusarbeid  uit een tijdperk nog zonder elektrische drilboren, mechanische hijskranen en doordenderende vrachtwagens. Ik schat zo in dat de gemiddelde leeftijd van de werklui in de marmergroeven destijds niet echt hoog is geweest.

’t Schijnt daar in Carrara in de 19de eeuw ook een behoorlijk anarchistische bende te zijn geweest. Gevaarlijke en zwaar werk, dat wil en kan niet iedereen doen. Dus elk paar handen aan het marmer in plaats van aan het bed was welkom. Ook die van misdadigers die in de afgelegen groeven anonieme veiligheid zochten. Nu ziet ’t er allemaal heel geciviliseerd uit. Maar ’t levert nog steeds prachtige beelden op. Zeker als de hemel ook nog stralend blauw is.

Tot volgende week.

TOOS

Kerstaflevering: Maarten Luther en de Transaviaanse aflaten


Als ik een vliegticket boek naar Nice om weer eens lekker ongestoord te kunnen werken in mijn atelier daar doe ik dat bij Transavia. As ’t effe kan voor het laagste tarief, te weten € 29 enkele reis. Best te doen toch als je dat vergelijkt met een retourtje Middelburg-Groningen per trein van € 53? Maar dan moet je natuurlijk niet ingaan op blijkbaar onmisbare zaken als het aanbod van een parkeerplaats, een gereserveerde zitplaats, meer beenruimte, ruimbagage of reis en annuleringsverzekering. En ook niet op het aanbod om je CO2 uitstoot tijdens de vlucht af te kopen. Want naast Transavia moet ook het klimaat worden gered. Niet dat ze dan minder van die koolstofdioxide uitstoten, dat gaat natuurlijk niet lukken. Nee, dat geld wordt dan ergens in een heel ander deel van de wereld op een of andere vage manier gebruikt om daar die uitstoot te verminderen.

voorbeeld van middeleeuwse aflaat

Een soort Roomse aflaat dus waarmee je in de middeleeuwen de boetedoening voor je zonden kon afkopen. Bij Paus Transavia kun je nu dus op dezelfde manier je CO2-schuldgevoel weg poetsen. Die gedachte kwam plots op toen ik vorige week de expositie bezocht over Maarten Luther  in het Utrechtse Museum Catharijneconvent. Een tentoonstelling ter ere van het feit dat hij op 31 oktober, nu 500 jaar geleden, in het Duitse Wittenberg zijn beroemde en beruchte 95 stellingen op de deur van de kapel spijkerde. Althans, zo luid het aan enige twijfel onderhevige verhaal. Maar of dat getimmer nu wel of niet heeft plaats gevonden, één ding is zeker: het heeft heel wat gevolgen gehad.

introductievideo bij begin van de expositie
vroegste afbeelding van Luther

In zijn stellingen sprak de monnik Luther zich sterk uit tegen dat kerkgedoe met die aflaten. Als biechtvader maakte hij ’t regelmatig mee dat hij na de biecht geen boetedoening meer kon opleggen vanwege de door de gelovige gekochte aflaat die deze voor zijn neus heen en weer zwaaide . Van de opbrengst werd bijvoorbeeld de bouw van de nieuwe Sint Pieter kathedraal in Rome bekostigd. Een win-win situatie voor zowel zondaar als clerus. Maar niet voor al die Duitse keurvorsten die veel geld naar Rome zagen wegstromen. Dat was natuurlijk niet eerlijk, zij minder en de paus meer. Dit en nog heel veel andersoortige ongenoegens over de kerk zorgde ervoor dat Luthers stellingen in vruchtbare aarde vielen.

detail van 17de eeuws schilderij waarop Luther niet hamert maar schrijft op de kerkdeur

Over die achtergronden had ik graag nog wat meer willen zien en lezen, daar in het prachtige Catharijneconvent. Maar ik voelde me niet echt ‘opgetild’ door de kwaliteit van de getoonde kunst in samenhang met het grote aantal getoonde vlugschriften,boeken en bijbels. Wel geschriften die vaak gedrukt werden met gevaar voor eigen leven. Want de inquisitie zat ook niet stil. Maar de branding van het merk Luther door zijn gebruik van kunst en de moderne social media destijds, zoals die nieuwe boekdrukkunst, bracht een niet meer te stoppen proces op gang. Binnen vijf jaar was hij de meest gelezen auteur in Duitsland. Mee ook dankzij zijn designer Lucas Cranach, zowel een bekend kunstenaar als ook plaatsgenoot. Die Cranach heeft niet alleen tientallen schilderijen van Luther gemaakt maar ook veel prenten in grote oplage. Naast, ook niet te vergeten, prachtige houtsneden als titelblad bij Luthers geschriften en de door hem uit het Latijn in het Duits vertaalde bijbel. Daardoor kon eindelijk iedereen die het lezen machtig was het Oude en Nieuwe Testament bestuderen.  En kon je ook nog een 16de eeuwse poster van je grote held aan de muur hangen.

laatste portret dat Cranach maakte van Luther in 1546, het sterfjaar van Luther
door Luther in het Duits vertaalde bijbel met houtsnede van Cranach
rechts ets van de heilige Hiëronymus (naar Dürer) die bijbel in het Latijn vertaalt, links Luther in dezelfde setting als de heilige terwijl hij de bijbel in het Duits vertaalt
verbranding van de eerste vrouwelijke Lutherse martelaar, Wendelmoet Claesdochter in Den Haag 1527
beeldenstorm

Dat alles wordt op de expositie goed uitgelegd, maar een aantal andere onderwerpen komt er toch wat karig af. Want hoeveel oorlogen zijn er niet ontstaan door de Reformatie die Luther op gang bracht en hoeveel slachtoffers zijn er wel niet gevallen in de naam van God?  En wat te denken van al die verbrandingen van ketters en van de beeldenstormen waarbij gigantisch veel kunst is vernield? Hoe zit dat nou met die uit de geloofsstrijd ontstane Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waar we uiteindelijk meer zagen in de op Luther voortbordurende Zwitser Calvijn? Waarom werd Nederland calvinistisch en is de kerk in Duitsland en Scandinavië vooral Lutheraans ? Kijk maar eens op de interessante kaart hieronder die op de expositie hing.

jaar 1575: lichtblauw calvinistisch, blauw Lutheraans, beige Rooms, wit rechtsonder islamitisch

Ziet Europa er qua geloofsbeleving niet nog vrijwel hetzelfde uit als toen in 1575? Frappant toch! Voor mij dus een expositie met plussen en minnen. Maar zeker interessant. En in ieder geval ook nog nuttig voor de bezoekers die daar rondliepen en die, zo hoorde ik, dachten dat de Jodenvervolging pas was ontstaan in de tijd van Luther, mede vanwege zijn negatieve houding tegenover hen.

Calvijn links en Luther rechts op spiegelgravures
Christus als goede herder voor de kinderen en de gewone mens, de paus uit het dakraam die met goud en zilver de priester op het dak lokt
Luther en Calvijn rechts winnen het met hun bijbel van de kerkschatten van de paus links

Dan nog iets ander wonderbaarlijks. Over die moderne CO2-aflaten bij Transavia. Die zijn namelijk inclusief BTW terwijl over vliegtickets die belasting nog steeds niet wordt geheven. Net zo min als over vliegtuigbrandstof belasting wordt betaald. Valt dat nou ook onder moderne klimaataflaten? Best interessant om daar over na te denken als je bij de benzinepomp staat te tanken. Tot volgende week.

TOOS

“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”


“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”. Dat kan ik rustig van mijzelf zeggen. Afgezien natuurlijk van het kunstenaar zijn. Dat staat nog wat hoger in rangorde. Die beginzin ontleen ik trouwens, al parafraserend, aan Louis Couperus (1863-1923). De schrijver van klassiekers als ‘Eline Vere’, ‘De stille Kracht’ en ‘Van oude mensen de dingen die voorbij gaan’. Hij sprak namelijk ooit de onsterfelijke woorden “Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”.

een van mijn nieuwe cityscapes

De aanleiding voor deze inleiding? De Winter Art tentoonstelling bij Galerie Hans Persoon in Eersel en mijn deelname daarin. Die tentoonstelling start op zaterdag 18 november en dus  leverde ik heel recent een aantal nog maar net droge schilderijen aan.

Domein Oogenlust met daarin Galerie Hans Persoon
Hans bekijkt een paar van de nieuwe werken

Schilderijen met als thema, en dat zal dus niet verbazen, de stad. In het eerstvolgende nummer van kunstblad VIND staan in de expositie-agenda dan ook zinnen als:

‘De stad! Al duizenden jaren lang het kloppend hart voor civilisatie, innovatie, inspiratie, economische en culturele ontwikkeling. Wanneer en waar dan ook. Babylon, Athene, Rome, Venetië, New York, Sjanghai. Die stad, een bron van inspiratie voor Toos van Holstein’

en

‘Zo zijn er een aantal volstrekt persoonlijke cityscapes ontstaan. Stadsschappen die je herkent, maar nooit kunt plaatsen. Want ze bestaan niet echt, behalve in haar fantasie’.

Duomo, nieuw werk, Toos van Holstein

Zo is ’t maar net! Veel van mijn schilderijen hebben altijd al de stad en de mensen daarin als onderwerp gehad. En nog steeds dus. Van middeleeuwse tot moderne stad. Van de eeuwenoude duomo tot de skyline van … Ja, waarvan? Vul ’t zelf maar in. Reis in je eigen geest maar naar je eigen beelden en ervaringen. Net zoals ik dat doe als ik me opsluit in mijn atelier, staand voor mijn ezel en een in eerste instantie heel wit doek. Met boven een deur mijn slogan ‘for me art is travelling the mind‘.

Luccicare,  olieverfschilderij, ook nieuw

Maar de natuur links laten liggen? Nee, natuurlijk niet.  Ook daaruit put ik inspiratie. Waarbij het volgende, persoonlijke verhaal wel tekenend is.

Lang geleden, in 1990,reisden levensgezel en ik door de Wild West. Hij moest namelijk in Canada een week lang, samen met een aantal andere mannen, met een stok met onderaan een krul tegen een klein, hard, wit balletje slaan. En als je toch in die buurten bent, kun je net zo goed ook even wat verder kijken. Een Amerikaanse kunstvriend, Michael Parkes, had ons de natuurparken in Utah, Nevada, Arizona en Californië aangeraden. Op dus naar het Amerikaanse Wilde Westen.

Inheritance, geïnspireerd op het Wilde Westen

De eerste paar dagen zogen we volop de ongelooflijke kleurenpracht in van de natuur daar. Want dat rood, geel, bruin, oranje en zwart van de rotsen, de canyons, de bergen, het groen van de bomen, alles overgoten door fel zonlicht uit een strakblauwe hemel, was absoluut overweldigend. In Europa kennen we zoiets helemaal niet. Een en al imponerende natuurpracht dus. En toch bekroop ons beiden na een aantal dagen een licht gevoel van onbehagen. Maar waardoor dan?

Silence, Toos van Holstein

Nou, stel je voor. Je verlaat ’s morgens je motel en de routekaart, je weet wel, zo’n ouderwetse tom-tom op papier, vertelt dat het volgende dorp 1 uur en 37 minuten verderop ligt. Dat was met een zakjapanner, ook al weer zo’n bijna archeologisch ding, ook probleemloos uit te rekenen. Bijna lege wegen en een zeer strakke en ook genadeloos gecontroleerde snelheidslimiet. Goed, koffiestop dus over 1 uur en 37 minuten. Kom je daar, bestaat het gehucht uit een kerk en twee boerderijen waarvan er ook nog een verlaten is. Hoezo koffiestop? Oké, gewoon door naar de volgende mogelijkheid. Even kijken op de kaart. Oh, die is over 1 uur en 58 minuten. Rijden we na inderdaad  1 uur en 58 minuten een van god verlaten mormonendorp binnen! Want daar is ’t in Utah mee vergeven. Starbucks hadden we beslist niet verwacht, maar ook het totaal ontbreken van een soortement café?  Zelfs ’t bruinige, drabbige vocht dat in Amerika voor koffie doorgaat, was er op dat moment bij ons ingegaan als Gods woord in een ouderling. Maar dat werd ons door de Mormonen dus niet gegund.

Kort samengevat, natuurschoon in het kwadraat in combinatie met een volstrekt gebrek aan cultuur. Totaal niets van waar we in Europa zo aan gewend zijn: overal oude dorpen en steden, overal kerken, paleizen en kastelen, overal cafés, restaurants en terrassen. En daar? Nothing, niente, nada.

Together, Toos van Holstein

Dus ben ik een stadsmens? Ja, dat ben ik. Ik heb die stadscultuur om me heen nodig. Natuur is absoluut mooi. Maar alleen natuur? Nee. Vandaar dus die nieuwe cityscapes bij Galerie Hans Persoon op het al helemaal in kerstsfeer verkerende prachtige Domein Oogenlust.

Domein Oogenlust in kerstsfeer met de doorgang naar Galerie Hans Persoon

Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Middelburgse Façade leidt naar graffiti in Tarente


Tarente (of Taranto), Italië

Wel eens in Puglia geweest? De regio die de hak van het Italiaanse schiereiland in beslag neemt? Die kans wordt met het jaar groter, want ook de Nederlandse toerist weet dat prachtige gebied steeds vaker te vinden. Ik was er in ieder geval wel. In mei vorig jaar. Onder andere ook in de oude havenstad Tarente (of Taranto). Al een paar duizend jaar oud en met grote welvaartspieken en armoedalen in haar bestaan. Nu duidelijk in een dal want de oude stad maakte een behoorlijk onderkomen en vervuilde indruk. Mee door de natuurlijk onontkoombare smerige spuitbustags op de eeuwenoude muren.

graffiti diarree, Taranto

Maar daar tussendoor ontdekte ik ook heel intrigerende kunstzinnige graffiti. Duidelijk allemaal van één kunstenaar.

die kunstenaar

Waarom ik daar nu zo ineens mee aankom, ruim een jaar later? Tja, associaties! Want in dat brein van mij schiet ’t de hele dag door alle kanten op. Best vermoeiend voor de mensen om mij heen als ik weer eens een opmerking maak die ze absoluut niet kunnen volgen. In mijn hoofd zijn daar dan namelijk al heel wat stappen aan vooraf gegaan waar zij geen weet van hebben. Soms word ik er zelf trouwens ook wel eens moe van. Maar goed, die associaties richting Taranto dus.

meer van die kunstenaar

Een paar weken geleden schreef ik over de nog tot begin november durende kunstmanifestatie Façade in Middelburg. Met als ‘logisch’ gevolg dat in een volgend blog ook de huidige Mondriaanversieringen in rood, geel en blauw op allerlei kantoorgevels in Den Haag ter sprake kwamen. Dan is ’t nog maar een kleine associatiestap naar die internationale plaag van dat afschuwelijke gekladder op allerlei muren in steden en langs snelwegen.

Van honden weten we het, die moeten vanwege een instinctieve drang altijd tegen paaltjes en bomen piesen. Maar sommige leden van het menselijk geslacht lijden blijkbaar ook aan zo’n onbedwingbare primitieve drang. Alleen gebruiken zij een spuitbus voor hun tag. Dan hebben we ons reukorgaan niet nodig, maar kunnen we visueel ‘genieten’ van hun vervuilende oprispingen.

Rome

Overigens leidt dat voor mij af en toe wel tot het maken van foto’s zoals hierboven in Rome of hieronder in Venetië. Maar je moet toch beslist ernstige puberale kortsluitingen in je brein hebben om op die manier de stad te verstieren. ’t Zal wel zoiets zijn van ‘eigen kick eerst’!

Venetië

Toch kan graffiti ook prachtige versieringen opleveren als je in kunstzinnig opzicht echt iets in je mars hebt. Dan ontstaan er zelfs fantasierijke, intrigerende muurversieringen en façadeschilderingen. Zoals die van hieronder. Plaatjes die ik schoot in Havana en New York.

Havana
New York

Je kunt er zelfs wereldberoemd mee worden. De mysterieuze Banksy van wie men nog steeds niet goed weet wie dat is, laat over de hele wereld beelden achter op muren die zelfs uitgroeien tot kunsticonen.

Banksy, Londen

Of die roem ook in het verschiet ligt voor de onbekende muurkunstenaar in dat Taranto in Puglia? Vermoedelijk niet. Want wie zit er nu te wachten op zo’n figuur uit Taranto. Die vervallen, in zee uitstekende stad. Op zich trouwens beslist een stad met grote toeristische mogelijkheden. Als ie maar met de nodige investeringen behoorlijk stevig wordt afgestoft en opgepoetst. Toch gaf de huidige situatie die kunstenaar wel weer de gelegenheid om op allerlei plekken zijn kunstzinnige tags achter te laten. Elk nadeel hep ze voordeel!

Het was wel grappig hoe ’t ging. Eerst zagen we plotseling één zo’n afbeelding, toen een tweede en daarna nog weer een. Tussen al die oerlelijke andere graffiti door. Dat leidde er toe om, genietend van de zon en toch ook van die krakkemikkige omgeving, allerlei straatjes en doodlopende stegen in te lopen met als doel er nog meer te ontdekken. En die waren er. Op allerlei, in ieder geval in mijn ogen, schilderachtige en fotogenieke plekken.

Dan toch nog even een laatste associatie. Waarom niet zoiets in Middelburg? We hebben al een, nog steeds te onbekende, route met gedichten op diverse muren in de stad. Daar kan best een route met muurschilderingen bij. Een soort blijvende Façade. Middelburg op de kaart als kunststad!Tot volgende week.

TOOS

Een zuidelijke hak met noordelijk design


Basilica San Nicola, Bari
Basilica San Nicola, Bari

Sint Nicolaas zal zo langzamerhand wel weer zijn terug gekeerd in zijn residentie. In het Italiaanse Bari dus en niet in Spanje zoals vele goedgelovigen nog steeds aannemen. Ik schreef daarover al eens in september. Na een ongetwijfeld grondige evaluatie met zijn met-of zonder- vegen Zwarte, Blauwe en Bruine Pieten. Dat mag ook wel bij al die gebeurtenissen en avonturen van de afgelopen Sinterklaasperiode. Je hoeft alleen maar het Sinterklaasjournaal te hebben gevolgd om te beseffen dat hij zijn oude knoken best wel weer voor een jaartje te ruste mag leggen. In zijn geriefelijke tombe in de crypte van de Basilica San Nicola in dat Bari. In de streek Puglia, Apulië op z’n Nederlands, de hak van Italië.

de tombe van Sint Nicolaas
de tombe van Sint Nicolaas
kunst in de kathedraal van Bari
kunst in de kathedraal van Bari

Maar waarom is onze populairste heilige juist daar neergestreken en is hij niet in het nu Turkse Myra gebleven? Tijdens mijn rondreis in Puglia dit jaar ben ik dat beter gaan begrijpen. Daar zitten dan natuurlijk gelijk allerlei verhalen aan vast. Over middeleeuwen, kunst, architectuur, religie en kruistochten. En vooral die laatste zijn heel belangrijk voor dit verhaal.

 

Oude havensteden als Bari , Brindisi en nog een paar andere aan de oostkust van de hak vormen al eeuwen lang een belangrijke schakel in de route over zee naar de Griekse en Turkse regio’s. Nog steeds trouwens. Want tel ze maar eens, al die toeristen die voor een Griekse vakantie de veerboot vanuit Brindisi nemen.

Ooit heersten in het begerenswaardige en vruchtbare Puglia de Grieken, de Romeinen en de Byzantijnen. Tot de Normandiërs er neerstreken. De Normandiërs? Jazeker. Absoluut een reislustig en veroverend volkje. Want nam Normandiër Willem de Veroveraar door zijn overwinning in de slag bij Hastings in 1066 Engeland over, andere Normandiërs vestigden zich in die 11de eeuw op Sicilië en in Puglia. En die naam Normandië? Komt van de Noormannen, de Skandinaviërs die zich nog weer eerder  dat stuk van Frankrijk toe eigenden. Maar dat ter zijde.

kerk in Molfetta
kerk in Molfetta

puglia05a-molfetta

Hun timing bij het veroveren van Puglia kun je beslist uitstekend noemen. Want in diezelfde tijd verbrokkelde de macht van het orthodoxe Byzantijnse Rijk en pikten de islamitische Seltsjoeken grote stukken ervan in. Zoals het Heilige Land met Jeruzalem en het oosten van wat nu Turkije is. Incluis Myra en het graf van de in die middeleeuwen al heel populaire San Nicola. Dus werd in 1087 door een stel kooplieden het gebeente van de heilige uit Myra weggeroofd en naar Bari gebracht. Zo’n belangrijk reliek is voor de stad economisch vast heel gunstig zullen die kooplieden wel hebben gedacht. Daar komen veel pelgrims, en dus ook geld, op af. Zeker omdat er vanuit Bari al de nodige bedevaartgangers naar pelgrimsoord nummer één Jeruzalem overstaken. Dus werd er voor onze Sint een speciale kerk, de Basilica San Nicola, gebouwd. In de bekende Romaanse stijl van die tijd, meegebracht uit Normandië. En dat Romaanse? Dat heeft natuurlijk te maken met de Romeinen en Rome. Maar dat ter zijde.

Juist ook toen begonnen de kruistochten. Met de eerste van 1096 tot 1099, resulterend in de verovering van Jeruzalem op de Seltsjoeken. Natuurlijk hallejula alom. Vooral ook in Puglia. Want van daaruit vertrokken heel veel kruisvaarders. Niet alleen vanuit Bari en Brindisi maar ook vanuit andere havenstadjes als Molfetta, Trani  en Barletta.

puglia06-trani
kerk in Trani
puglia07-trani
Trani
puglia08
kerk in Barletta

Er werd flink verdiend met een soort hop on hop off systeem voor al diegenen die kruisvarend hun ziel wilden redden tot meerdere glorie van God. De Normandiërs lieten prachtige Romaanse kerkjes verrijzen op de mooiste locaties. Met natuurlijk ook weer relieken erin. Want er moest wel geconcurreerd worden met Sint Nicolaas. Wat te denken van een stuk van het kruis waaraan Jezus stierf? Of een doorn van zijn doornenkroon? Allemaal natuurlijk met certificaat van echtheid.

reliekschrijn met stukken van het kruis van Jezus
reliekschrijn met stukken van het kruis van Jezus

Er volgden nog meer kruistochten  in de twee eeuwen na die eerste. Zoals bijvoorbeeld die wel heel  curieuze kinderkruistocht van 1212. Lees “Kruistocht in spijkerbroek” er maar op na. Dat bekende jeugdboek van Thea Beckman waarin ook weer Bari en Brindisi voorkomen.

Ook volgden er na de Normandiërs nog vele andere heersers in Italië’s hak. Zoals de keizer van het Heilige Roomse Rijk, de Franse Angevins, de Spaanse koning en het Huis van Bourbon. En allemaal lieten ze hun zichtbare en culturele sporen na. Echt de moeite waard dus om te bezoeken, dat Puglia.

puglia10
kerken in het binnenland van Puglia

puglia11a puglia12 puglia13a puglia14 puglia15a

Eigenlijk is ’t een soort Europa in Madurodam-formaat realiseer ik me ineens. Ga maar na. Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Scandinaviërs in de vorm van Noormannen, Normandiërs, Duitsland via het Heilige Roomse Rijk, Spanje, Frankrijk en nu Italië. En niet te vergeten die massa’s kruisvaarders van overal vandaan. Met z’n allen hebben ze die streek vorm gegeven. Over verwevenheid van Europa gesproken! Wat moet ik dan met die huidige ideeën om ons weer binnen eigen grenzen terug te trekken? Denkstof voor rond de kerstboom met al die lichtjes binnen en buiten terwijl de dagen weer gaan lengen. Tot volgende week.

TOOS