Tagarchief: Romeinse Rijk

Asterix en Cicero, best een interessant duo!


Lang, lang geleden schreef ik op de academie een scriptie over de spotprent in de kunst. Met daarin ook stripheld Asterix verwerkt. Waarom daardoor zeer kort geleden de vraag in me opkwam ‘zou Cicero eigenlijk niet eens een rol moeten spelen in ‘Asterix ‘? Omdat ik de ook daadwerkelijk donk’re dagen rond Kerst in welverdiende rust doorbracht in Romeins/Gallische sferen.

Met het al vast afvinken van wat goede voornemens. Zoals het lezen van de Cicero- trilogie van Robert Harris en het consumeren van ‘Asterix en de Griffioen’. De nieuwste ‘Asterix’, de 39ste, net een paar maanden uit.

Natuurlijk een moetje gezien die scriptie. Net als trouwens alle voorgaande albums. Maar daarover straks meer.

Die trilogie (Imperium, Lustum, Dictator) was een voornemen veroorzaakt door levensgezel’s enthousiasme erover. En gelijk had ie! Echt monumentaal. Net zoals trouwens ook Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.) een monument is uit die turbulente tijd van Caesar en de overgang van de Romeinse Republiek naar een keizerrijk.

Cicero: advocaat, consul, senator, politicus en een en al retoricus. Van wie veel toespraken bewaard zijn gebleven. Dankzij z’n secretaris/slaaf Tiro (ca. 103-4 v.Chr.), de man die ook het stenoschrift uitvond. En feitelijk ook de hoofdpersoon van de trilogie die in ik-vorm Cicero’s avontuurlijke en spannende leven beschrijft. Met alle bijbehorende hoogte en dieptepunten, tot aan de moord op Cicero toe. Want een politiek moordje? Of een veldslagje meer of minder? Hoorde er toch gewoon bij toen? Tel je zegeningen van onze democratische tijden. Zelfs bij de formatie van Rutte IV.

Tiro zou destijds zelf al een biografie van Cicero hebben geschreven, maar die is verloren gegaan. Niet echter heel veel andere geschriften. Waardoor Harris, volgens onderstaande leek,  een goed gedocumenteerd verhaal kon schrijven. Met genoeg lacunes tussen alle feiten door om die in te kunnen vullen met zijn grote inlevingsvermogen. Lezen!

Toen ik me daarna op Asterix wierp, zat ik dus nog helemaal in Caesars sferen. Maar nu in gezelschap van zijn twee eeuwige plaaggeesten Asterix en Obelix. Die hem nu zelfs al dwarszitten in het uitgestrekte en ijzig winterse Barbaricum, ver over de oostelijke grens van het Romeinse Rijk. 

Maar hoe zit dat met Asterix en die scriptie van mij? Tijdens mijn kunststudie destijds kwam ik allerlei diepzinnige beschouwingen tegen over de verbanden tussen de Franse geschiedenis, de literatuur en de spotprenten uit de Franse 19e eeuw. Spotprenten van bijvoorbeeld de bekende chroniqueur Daumier (1808-1879,)die op een heerlijke manier de Franse bourgeoisie en politiek op de hak nam, en gravures van Doré (1832-1883) die heel veel boeken illustreerde. En laten nu juist Goscinny en Uderzo,de bedenkers van Asterix en Obelix, voor hun strips rijkelijk hebben geput uit die rijke Franse erfenis! Een paar plaatjes.

Zeg maar eens dat deze prent van Daumier geen voorbeeld is geweest voor de manier waarop Romeinse soldaten in ‘Asterix’ worden weergegeven! En wat te denken van onderstaande vergelijkingen?

Een karikatuur van Louis Philippe, koning van Frankrijk in de periode 1830-48, en Gaius Delirius, gouverneur van Condatum in ‘Asterix en de Helvetiërs’.

Of vergelijk Charles-Louis-Napoléon Bonaparte, eerst president en later als Napoleon III  keizer van Frankrijk, die in 1848 nogal moeizaam op het schild wordt geheven maar eens met het plaatje van stamhoofd Heroïx (ook uit ‘Asterix en de Helvetiërs’).

En waar zou de inspiratie vandaan zijn gekomen voor het altijd laatste plaatje van de gezamenlijke schranspartij in ons dappere Gallische dorpje?

de laatste afbeelding uit Asterix en de Griffioen
detail uit een gravure van Doré (1873) als illustratie bij een boek van Rabelais over het leven van de reuzen Gargantua en Pantagruel.

Maar ook in ‘Asterix en de Griffioen’ staat weer zo’n mooie verwijzing naar het heden.

Lijkt die geograaf Ondeckjeplecjus niet heel erg op Michel Houellebecq, één van de meest omstreden Franse auteurs van de laatste decennia? Waarvan toevallig net vorige week zijn nieuwste roman ‘anéantir’ uitkwam.

Die zogenaamde Romeinse namen, zoals Ondeckjeplecjus (gewoon hardop uitspreken), vind ik altijd hilarisch. Ook nu weer.

Krakatovna, denk aan de Indonesische vulkaan Krakatau, mag er trouwens ook zijn met haar lavarode vlammende haardos. Één van de groep pré-emancipatoire,zelfstandige en krijgslustige Amazones die een grote rol spelen.

Zo zit dit nieuwe album vanzelfsprekend weer vol met allerlei (teken)grappen. Wat voorbeelden.

Het trouwe hondje Idéfix wordt gelinkt aan de bekende speelfilm ‘Dances with wolves’ door met een bende wolven op te trekken.

Een klein linker bovenhoekje in een tekening die je zelf maar moet interpreteren. Net zoals deze.

Ik heb overigens voor alle zekerheid nog uitgezocht of Cicero niet toch ergens een rolletje heeft gekregen in een van de strips. En ja hoor. In ‘Asterix en het ijzeren schild’ komt een citaat van hem voor: O tempora! O mores! Wat een tijden! Wat een zeden!  Maar voor mij mag dat best veel meer worden.

Oh ja, en deze cartoon van onze eigen, grote chroniqueur van de Nederlandse zeden, Peter van Straten (1935-2016), wil ik je toch ook niet onthouden.

Tot volgende week.

TOOS

Geen Rode Kruis maar het Ware Kruis


Arezzo, de aanleiding voor dit verhaal

December is echt zo’n maand van de fantastische en onmogelijke verhalen. Want dat er een oude man in een lange rode mantel met een lange staf en een lange witte baard op een schimmel over daken kan rijden? Of dat er zo’n buikig Amerikaans joho-figuur als slapper dan slap aftreksel van onze eigen Sinterklaas op een slee met rendieren door de lucht suist? En dan ook nog zo stom is om aan de Noordpool te wonen en niet in Spanje? Hoe verzin je ‘t! Moeten we zo’n dumbo nu echt zien als een symbool voor Kerst? Daarbij vergeleken wordt het christelijke Kerstverhaal bijna aannemelijk. Afgezien dan natuurlijk dat van de Onbevlekte Ontvangenis. Bij het waarheidsgehalte daarvan heb ik toch wel enige twijfel.

Arezzo, bij de kathedraal

Maar in het Toscaanse Arezzo, weer zo’n parel van een middeleeuwse Italiaanse stad met veel kunstige schatten, kwam ik ‘De Legende van het Ware Kruis’ tegen. Rond Kerst eigenlijk best wel een passend, stichtelijk en zeer verrassend verhaal dat ik in mijn katholieke opvoeding blijkbaar helemaal heb gemist. Foei Toos, niet goed opgelet bij catechisatie? Maar die schade kon ik in Arezzo via een stijve nek mooi inhalen. Bij een eeuwenoud stripverhaal, nog  zonder tekstballonnen. Als fresco door de beroemde Piero della Francesca (1412-1492) en zijn assistenten geschilderd. Hoog op de muren van de hoofdkapel van de Basilica di San Francesco. En letterlijk zeer illustratief voor bijbelles aan de grote ongeletterde meerderheid van de middeleeuwers.

voorgevel van de Basilica die San Francesco
het inwendige van de Basilica met helemaal achterin de kapel met het beroemde fresco
in die kapel

Begrijp je die stijve nek? Hooguit 15 bezoekers mochten er tegelijkertijd in en dan kreeg je 20 minuten om je te verbazen en te verlekkeren. Aan wat gezien wordt als het opus magnum van één van de grote kunstvernieuwers in de Vroeg-Renaissance en één van de beroemdste schilders uit de 15e eeuw. Zeggen deze in de kunstgeschiedenis beroemde portretten je misschien iets? Ook van zijn hand.

Piero della Francesca, Portretten van Federico da Montefeltro en Battista Sforza

Maar nu dus een korte samenvatting van die Legende van het Ware Kruis. Nou ja, van een van de versies dan. Geboekstaafd in de 13e eeuwse Legenda Aurea. Geschreven door Jacopo de Voragine. Een boek dat ik hier al eens vaker vermeldde.

het aanzicht van de kapel

Als Adam (die van Eva) sterft, krijgt zijn zoon Seth van de aartsengel Gabriël boomzaadjes(van die Paradijselijke boom met die appel) die hij in de mond van zijn vader moet leggen om diens ziel te redden. Nadat Adam begraven is, ontspring daaraan dan ook een boom. Speciale plek, nietwaar? En hoe zou die boom trouwens geworteld zijn? Stomme vragen natuurlijk.

rechts zit Adam te sterven, in het midden ligt zijn dode lichaam
detail waarbij hij de boomzaden in zijn mond heeft gekregen

Millennia verstrijken. En die boom maar groeien. Tot koning Salomo zijn grote tempel gaat bouwen  in Jeruzalem. Waarbij hout nodig is voor een brug. Dat van Adam’s boom natuurlijk! Als de koningin van Sheba haar Oud-Testamentische bezoek aan Salomo brengt, krijgt ze vibraties bij die brug. Met het bijbehorend visioen dat dit hout ooit gebruikt gaat worden voor het ontstaan van een nieuwe orde in Israël. Even voor de duidelijkheid, we zitten ergens in de 10e eeuw v.C.

rechts de koningin van Sheba die het hout uit de boom aanbidt
de koningin vertelt haar visioen aan Salomo

Als de koningin dit vertelt aan Salomo laat hij de brug afbreken en de balk verdwijnen. Dit visioen mag niet uitkomen. Had ie gedacht! Dat hout is bestemd voor het kruis van Jezus.

Salomo laat de balk weghalen en verstoppen

Dat het dus uiteindelijk ergens in een poel water naar boven komt en baders daar van allerlei zieken geneest? Logisch toch? Maar nu toont het fresco een staaltje tijdreizen zoals wij dat alleen in science fiction meemaken. Via een afbeelding van de Annunciatie aan Maria belanden we zomaar huppakee  in de 4e eeuw n.C. Bij keizerin Helena. Moeder van Constantijn, de eerste Romeinse christenkeizer. Zij gaat in Jeruzalem op zoek gaat naar de plek waar het kruis is verborgen. Natuurlijk vindt ze die. Maar daarvoor moet eerst de Jood Judas, toepasselijke naam trouwens, zeven dagen in een diepe, droge put opgesloten worden voordat hij doorslaat.

Judas wordt voor 7 dagen neergelaten in de droge put totdat hij vertelt waar het Ware Kruis ligt verborgen

Blijken op die plek ineens drie kruizen te liggen. Welke van de drie dus. Maar Helena kent wel een goeie test. En ja, het derde exemplaar doet een dode opstaan. Klus geklaard.

de kruizen worden opgegraven, met op de achtergrond Jeruzalem, geïnspireerd op het Arezzo uit de tijd van Piero della Francesca
met het derde kruis wordt een dode weer tot leven gewekt

Dat het kruis een paar eeuwen later gestolen wordt door een heidense Perzische keizer maar bij een woeste veldslag met zijn gelovige Byzantijnse ambtgenoot wordt terug veroverd en naar Jeruzalem wordt teruggebracht? Allicht!

het kruis wordt na de terugverovering in triomf naar Jeruzalem teruggebracht

Hoe ’t verder ging? In allerlei kerken wordt beweerd dat ze op z’n minst een splinter ervan bezitten. En in Ethiopië weet een orthodox-katholieke kerk zelfs zeker het volledige Ware Kruis nog te bezitten. Zoals altijd, een geloof heeft vele facetten.

Maar hoe dan ook, ik wens een ieder fijne en coronavrije Kerstdagen toe. Met of zonder kerstboom, met of zonder het Kerstverhaal en met of zonder de Legende van Het Ware Kruis. En die dikbuikige joho-figuur? Ach, laat maar. Tot volgende week.

TOOS

Mythe, Magie en Mystiek, het Kunstenaarsatelier leent zich er wel voor (III)


Van de Rijksmuseumse Eregalerij vorige keer terug naar mijn belofte over die eenzame monnik aan zijn lessenaar in de week daarvoor. Want die plotsklapse actualiteit van de Gouden Eeuwse vrouwelijke kunstenaars die eindelijk, eindelijk hun eigen plek kregen in de Eregalerij drong zich er even tussen.  Nu verder met mijn schrijfsels over de plek waar toch ook die vrouwen hun schilderijen maakten: het kunstenaarsatelier. Met bijbehorende geschiedenissen en persoonlijke ervaringen. Met de mythen, de magie en de legenden die er vaak aan de haren bij worden gesleept. En met ook mijn eigen werkplekken. In zowel Middelburg als Nice.

bezig in mijn atelier in Nice
het Palais Venise in Nice met op de 1e etage achter de witte balustrade en de draaimolen mijn atelier

Zeg nou zelf, is dat atelier in Nice zoiets speciaals? Een doodgewone kamer in een trois pièces, een driekamer appartement. Maar dan wel in het heerlijk barokke Palais Venise. Alleen de naam al! ’t Is een plek waar ik me heel goed thuis voel. Waar ik me als een monnik kan terugtrekken in mijn cel en me kan afsluiten van de drukte in Nederland. Waar ik de Mediterrané en de beroemde Promenade des Anglais heel dichtbij weet en waar ik helemaal tot rust kan komen. Maar waar ik dus door dat rottige virus nu al een heel jaar niet heen heb gekund. Lees hier maar eens terug hoe ik er vorig jaar maart weg moest vluchten.

illustratie uit de 11e eeuw, gemaakt in de abdij van Echternach
monnik in het scriptorium

Goed, die plaatjes met monniken. Die doen daar wat ik in Nice ook zo graag in alle rust en stilte doe. Gewoon lekker bezig zijn. Zij vooral met het nijver overschrijven en kalligraferen van teksten. Want de boekdrukkunst?  Die liet in die periode van de Middeleeuwen nog honderden jaren op zich wachten. Waar komt, dacht je, de uitdrukking ‘dat is monnikenwerk’ vandaan? Juist, ja! Maar al die ter ere van God beschreven perkamenten bladen werden ook regelmatig verluchtigd met miniaturen. Van heel eenvoudig tot meer kunstzinnig.

al veel mooier, een afbeelding vermoedelijk gemaakt door de beroemde Jan van Eyck rond 1420

Een twee-eenheid tussen tekst en verklarend plaatje. Op die manier werd het scriptorium mee ook een atelier. Simpel weliswaar, maar wel een voorloper van de veel latere schildersateliers.

Maar hoe zat ’t nu eigenlijk ver voor de Middeleeuwen? In de Griekse Oudheid en het Romeinse rijk. Want die hadden toch ook hun kunstenaars. En wat voor! Kijk maar.

Weten we ook iets van hun ateliers? Zoals van de legendarische schilder Apelles of de befaamde beeldhouwer Phidias. Het korte antwoord is, voor zover ik weet, nee. Wel kennen we het prachtige verhaal van de mythische Pygmalion. Die beeldhouwde een zo perfect marmeren beeld van het vrouwelijk lichaam dat hij er zelfs heimelijk verliefd op werd. Gelukkig was daar Aphrodite, de godin van de liefde. Met haar hulp kon hij het beeld tot leven brengen door het zacht op de lippen te kussen. Een moment dat Jean-Léon Gérôme (1824-1904) prachtig verbeeldde.

Maar of hij het beeldhouwatelier historisch een beetje correct heeft weergegeven? Slechte vraag natuurlijk bij deze zeer persoonlijke, romantische 19e eeuwse interpretatie. Pygmalion en zijn Galatea leefden in ieder geval nog lang en gelukkig. Maar dat dit verhaal in de middeleeuwen aanleiding was om dan maar te veronderstellen dat de perfecte vrouwelijkheid alleen kon bestaan dankzij de mannelijke scheppingskracht? Vast eenzijdig denkende mannen die dit idee kregen.

Ook die legendarische Apelles (370-306 v.C.) heeft heel wat kunstzinnige inspiratie op zijn geweten. Maar ja, hij werd in het Romeinse rijk dan ook gezien als de grootste schilder aller tijden. Dankzij beschrijvingen van Plinius de Oudere in zijn Naturalis Historia weten we het nodige over hem en zijn schilderijen. Waarvan niets is overgebleven. Wel zou onderstaande muurschildering uit Pompeï gebaseerd zijn op zijn schilderij ‘Venus Anadyomene’ (Venus oprijzend uit de zee) dat ooit in bezit was geraakt van keizer Augustus.

Een geweldig verhaal over Apelles heeft veel en veel later trouwens nog heel wat kunstwerken door anderen opgeleverd.

Jan Wierix, Apelles en Alexander de Grote

Zo zou Alexander de Grote hem opdracht hebben gegeven om een naaktportret te maken van Campasne, een belangrijke minnares van onze wereldveroveraar. Maar wat gebeurt er? Tijdens het poseren wordt Apelles straalverliefd op Campasne. Als Alexander dit te weten komt en weer op bezoek gaat in het atelier is hij zo sterk onder de indruk van het portret dat hij subiet zijn minnares schenkt aan Apelles als tegenprestatie voor dat schilderij. Of Campasne hierover iets te zeggen had? Goeie vraag! En of het geschetste atelier hier wel klopt? Kleine kans, schat ik zo in. Maar ’t kan nog veel erger.

Willem van Haecht (II), Alexander de Grote bezoekt het atelier van Apelles, in bezit van het Mauritshuis

Ja, ook hier wordt Apelles’ atelier verbeeld.  Kijk maar linksonder waar hij een in dit geval min of meer keurig gekleed poserende Campasne op het doek zet terwijl Alexander in extase toekijkt.

Volgende keer meer over dit curieuze schilderij en andersoortige atelierverhalen. Of? Nee, toch eerst maar Dante700. Tot volgende week.

TOOS

Kunst voor de eeuwigheid


ingang van het Egyptian Museum
ingang van het Egyptian Museum

Stond ik in de vorige aflevering geleund tegen een muurtje te turen over de baai van Alexandrië waar allerlei kunstschatten onder water liggen, een paar dagen later liep ik tussen wel zichtbare kunst. Kunst gemaakt voor de eeuwigheid en uitgestald in het Egyptian Museum van Caïro. 27 Jaar geleden liep ik daar ook, diep onder de indruk van de cultuur van het oude Egypte. Ook nu overkwam me dat weer. Toen was dat museum al oud en stoffig en waren de uitstalling en uitlichting van de kunst hard aan verbetering toe. Daar is dus nog niets aan veranderd. En toch!

EM02 EM03 EM04

Je ontkomt niet aan de kracht en uitstraling van een duizenden jaren oude cultuur die grofweg zo’n 3000 v.Chr. begon. En die daarna met alle bijbehorende ups en downs een periode beslaat van meer dan drie millennia. Want in al die tijd is het Egyptische rijk natuurlijk een aantal keren uiteen gevallen, stonden er weer nieuwe, krachtige machthebbers en dynastieën op om  alles langs de Nijl en ver daarbuiten opnieuw te verenigen, kwam Alexander de Grote even langs om het te veroveren en werden de Romeinen ten slotte de overheersers.

EM04a

Probeer je dat eens voor te stellen! Een periode van drieduizend jaar! Waar was Europa 3000 jaar geleden? Het hoogtepunt van de oude Griekse cultuur liet nog een aantal eeuwen op zich wachten. Het hoogtepunt van het Romeinse rijk, een soort EU avant la lettre met nog het Middellandse zeegebied erbij, lag nog meer dan een millennium weg. Toen dat imperium rond 400 n.C. uit elkaar viel duurde ’t weer tot rond 800 voor Karel de Grote een min of meer nieuwe Europese unificatie tot stand bracht met daarna ook weer verbrokkeling. De Middeleeuwen kwamen tot een einde, de Renaissance bracht nieuwe bloei, het Habsburgse Rijk, eigenlijk ook weer een soort EU, kwam tot bloei. En nu zijn er lui die onze eigentijdse EU weer om zeep willen brengen. Als je dat alles bedenkt, is het toch wel een heel groot wonder dat je in al die jaren daar in Egypte één grote ontwikkelingslijn met hier en daar wat kabelkinken kunt ontdekken. Met een kunst die, hoewel vaak star in de voorschriften, heel esthetisch is. Een kunst waaraan we ons nog steeds vergapen. Ondanks dat zo stoffige museum.

EM04b

Maar dat gaat veranderen. Niet alleen in Alexandrië zijn er wilde museumplannen. Ook in Caïro is dat het geval. Daar wordt zelfs gebouwd. Al een aantal jaren. Op de vlakte van Gizeh, een paar kilometer van de piramides.  In de 90’er jaren ontstond dat plan. Er moest een reusachtig nieuw museum komen, vele malen groter dan het huidige. The Grand Egyptian Museum. En dat moest klaar zijn in 2008. Maar ja, het huidige Egypte is natuurlijk niet dan van duizenden jaren geleden. Dus werd ’t 2012. Toen kwamen de opstanden van de Arabische Lente en de regering van de Moslimbroederschap er tussendoor met in 2013 de machtsovername door  generaal Sisi . De opening werd maar uitgesteld en uitgesteld. De bouw werd intussen, zoals zo vaak met dat soort projecten, een aantal honderden miljoenen dollars duurder. En dat in een arm land als Egypte dat het mee moet hebben van het toerisme dat op z’n gat is komen te liggen. ’t Schijnt nu 2018 te worden. Eerst zien, dan geloven. De bouw van de grote piramide van Cheops, zo’n 4500 jaar geleden, is vermoedelijk met heel wat minder problemen tot stand gekomen. Maar als ’t ooit zover komt, wil ik er heen. Dan wil ik ervaren hoe overweldigend de oude Egyptische kunst overkomt in een modern museum.

oud
oud

nieuw
nieuw

oud
oud

nieuw
nieuw

oud
oud

Echnaton
Echnaton

Zoals bijvoorbeeld die hele korte, vreemde en intrigerende interruptie van farao Echnaton (18de dynastie van 1351-1333 v.Chr.) en zijn vrouw Nefertiti. De farao die plotseling het monotheïsme invoerde met de zonnegod Amon, die een nieuwe hoofdstad Amarna stichtte en die hele nieuwe artistieke beeldvormen liet ontstaan. Dat alles was vanzelfsprekend te rigoureus voor de bestaande machten die graag hun oude orde wilden handhaven. Vandaar dat zonnegod Amon maar een kort leven beschoren was na het overlijden van Echnaton.

aanbidding van de zonnegod Amon
aanbidding van de zonnegod Amon

En hoe zullen de wereldberoemde tombeschatten van zijn zoon Toetankhamon in dat nieuwe museum gaan stralen? Nu hebben die wel een eigen ruimte, maar in de presentatie ervan is een hele Egyptische wereld te winnen.

Toetankhamon
Toetankhamon

In this Feb. 15, 2010 photo, women look at one of the coffins of King Tutankhamun at the Egyptian museum in Cairo, Egypt.  Egypt's famed King Tutankhamun suffered from a cleft palate and club foot, likely forcing him to walk with a cane, and died from complications from a broken leg exacerbated by malaria, according to the most extensive study ever of his mummy. (AP Photo/Amr Nabil)

EM14 ’t Wordt volgens mij een fascinerende ervaring, dat nieuwe Grand Egyptian Museum. Maar ja, wanneer? Misschien weten de oude Egyptische goden ’t wel.  Overigens lijkt het transport van al die joekels van beelden van het oude naar het nieuwe museum, dwars door het chaotische Caïro, me ook een fascinerend evenement te gaan worden. Tot volgende week.

TOOS