Tagarchief: Rotterdam

Het Kasteel van Rhoon en ’t Gevaarlijke Kunstvirus


het Kasteel van Rhoon

Toen ik jaren geleden voor het eerst in de Verenigde Staten rond toerde, verbaasde ’t me ten zeerste dat bij nat weer ineens overal bij de ingang van warenhuizen en winkels van die borden te voorschijn kwamen met de tekst ‘Caution, wet floor‘. Voorzichtig, natte vloer.   Dat kon je toch gewoon zelf wel zien! Maar ja, stel nou eens dat erbij afwezigheid van zo’n bord iemand zomaar zou uitglijden en zich bezeren. Dan zou je als eigenaar best een proces aan je broek of rok kunnen krijgen wegens nalatigheid. ‘Typisch Amerikaans’ dacht ik toen. Tot ik nu in Nederland ook steeds meer van die stomme waarschuwingsborden zie verschijnen. Zou ’t dan toch waar zijn? Dat alles wat in Amerika gebeurt uiteindelijk ook overwaait naar Europa? Nu maar hopen dat dit niet geldt voor het verschijnsel ‘Trump’.

Wat dit met kunst heeft te maken? Dat is simpel. Want waarom zie je nou nergens bij musea en galerieën bordjes met ‘Beware of the art virus‘. Pas op voor het kunstvirus. Want dat kunstvirus is pas écht gevaarlijk! Raak je er in zo’n kunstzinnige omgeving eenmaal door besmet, dan blijf je daar je hele leven lang last van houden. Met alle bijbehorende diep ingrijpende gevolgen. Kijk, ik ben er gewoon mee geboren, ik weet niet anders. Maar levensgezel heeft die besmetting pas ruim na zijn 30ste opgelopen en is er dus nooit meer van af gekomen. Geen medicijn of therapie helpt. Hoe zich dat dan uit? Dat laat ik hier maar achterwege, dat zijn weer heel veel andere verhalen. Reken er in ieder geval maar op dat ’t je leven heel sterk gaat bepalen.

Voor dit verhaal is nu alleen van belang dat het kunstvirus ook besmettelijke eigenschappen heeft. Het kan makkelijk op anderen, die daar bevattelijk voor zijn, worden overgedragen. En daarmee komt dan dat Kasteel van Rhoon uit de titel, liggend in de plaats Rhoon bij Rotterdam, ineens in beeld.

met mijn auto bij het kasteel om schilderijen te brengen

Ooit heeft namelijk levensgezel in zijn enthousiasme een collega en tevens vriend besmet met het kunstvirus. Die op zijn beurt stak zijn vrouw er weer mee aan. Martin en Wilma, zoals ze heten, begonnen ook kunst te verzamelen. En niet alleen dat. Ze startten een aantal jaren geleden zelfs een eigen kunstinitiatief in hun woonplaats Ridderkerk. Imspa Productions (www.imspa.com). Als spin off werd daaruit ook nog een stichting geboren. De Stichting Grenze(N)Loze Kunst. Met weer als gevolg daarvan veel buitenlandse contacten, vooral in Italië. Want Martin kan zich daar, als halve Italiaan, taalkundig heel goed redden. Daardoor heb ik als eens in het Castello in Norcia (Umbrië) geëxposeerd en zijn een paar van mijn schilderijen door half Italië op rondreis geweest.

Nu hebben Martin en Wilma hun voorlopige magnum opus tot stand gebracht. De Triangle of Life. Een kunstevenement dat deze weken plaatsvindt in zowel Ridderkerk als de wijde omgeving ervan. Op allerlei locaties met kunstenaars uit allerlei landen. Een van die locaties is dus dat Kasteel van Rhoon. Een prachtig oud landhuis waar je én heel lekker kunt eten én ook van kunst kunt genieten. Op de gigantisch grote zolders die helemaal als galerie zijn ingericht. Daar hangt van mij de komende weken een groot drieluik van 2 bij 3 meter en het schilderij ‘She’ dat de voorkant van de uitnodigingskaart voor de expositie siert.

uitnodigingskaart

Afgelopen zondag 6 mei was de vernissage van die expositie die nog loopt tot 27 mei. Meer informatie hierover is te vinden op mijn website www.toosvanholstein.nl. Het gemeentehuis van Ridderkerk is overigens ook een van de locaties voor ‘Triangle of life‘ en ook daar hangt werk van mij.

de opening in Rhoon
met Martin en Wilma voor mijn grote 3-luik ‘Specchio’

Zo zie je maar waar besmetting met het kunstvirus toe kan leiden. Trouwens, wat mij betreft mag ’t vrijelijk rondwaren en steeds meer mensen besmetten. Dat is ten slotte alleen maar goed voor de kunst en de kunstenaars. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Surrealistische realiteit in Boijmans


Salvador Dali, Mae West lippensofa, op “Gek van surrealisme” in Museum Boymans

 

 

Kun je ’t eigenlijk nog wel surrealisme noemen als je een surrealistisch moment hebt tijdens het rondlopen op de grote tentoonstelling “Gek van surrealisme” in het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen?  Want is zo’n surrealistisch moment daar dan eigenlijk niet normaal?  Ik had ’t toen ik Leonor Fini en André Masson er tegenkwam. Niet in levende lijve trouwens.  Ze zijn al weer wat jaartjes dood en daaruit opstaan is maar weinigen gegeven. Zelfs bij surrealisten. Maar dode kunstenaars leven wel voort in hun schilderijen. En die hingen er wel.

Leonor Fini, Due Donne, 1939
André Masson, Massacre, 1931

Maar waarom had ik nu juist bij die twee dat surrealistische moment? Er hangt ten slotte volop werk van wereldwijd bekende grote kunstkanonnen als Max Ernst, Salvador Dali, Yves Tanguy en René Magritte. Dat komt omdat er voor mij een persoonlijk lijntje loopt naar Fini (1907-1996) en Masson (1896-1987) van wie de namen regelmatig vallen in gesprekken met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Die galerie, waarmee ik al weer heel wat jaartjes samenwerk, werkte namelijk ooit  onder de naam La Diane Française ook met hen beiden. In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw.

Max Ernst, Le couple, 1923
Yves tanguy, les survenants II, 1942
Dali, Impressions of Africa (detail), 1938
René Magritte, The red model. 1935

Toen richtte Pierre Cottalorda zich met zijn uitgeverij La Diane Française op literaire kunstboeken in kleine oplage, aangekleed met steendrukken of etsen van bekende kunstenaars. Zoals de toen al wereldberoemde Matisse en Dali. En met, daar zijn ze, Leonor Fini en André Masson.

Gaat hier misschien een belletje rinkelen bij regelmatige lezers van dit blog? Want geeft galerie Quadrige ook niet nog steeds zulke boeken uit onder die naam van La Diane Française? En lever ik daaraan niet ook regelmatig mijn bijdrage? Ziehier het lijntje.

 Begin jaren 90 werden de oude Pierre Cottalorda en de veel jongere Jean-Paul Aureglia compagnons in de nieuwe galerie Quadrige waar uitgeverij La Diane Française onderdeel van ging uitmaken. Samen met de inboedel daarvan. Zoals een door Masson zelf geschreven en geïllustreerd boek “Le PLAISIR  de PEINDRE”. Nu een bibliofiele uitgave. En zoals een kunstuitgave van het beruchte en beroemde erotische “L’histoire d’O” waarbij die 50 tinten grijs volstrekt verbleken. Berucht vooral omdat het onder pseudoniem geschreven was door een toen nog onbekende vrouw. Een vrouw die porno schreef? Kon dat zomaar? Opschudding alom! Maar ja, ’t kon dus.

Net zo goed als dat een andere vrouw voor die kunstuitgave nogal erotisch getinte steendrukken maakte. Leonor Fini dus.

????????????????????????????????????

Een behoorlijk onafhankelijk ingesteld typje dat beslist niet bang was voor een opschuddinkje hier en daar. In Frankrijk en Amerika zeer gekend maar in Nederland nooit echt doorgebroken. Toch hangt ze nu maar mooi in Museum Boijmans. De Leonor Fini waarvan ik via galerie Quadrige nog zo’n L’histoire d’O steendruk heb kunnen verwerven. De Leonor ook die regelmatig verkeerde in het gezelschap van Dali en andere surrealistische tijdgenoten. Wat eveneens gold voor André Masson.

Dali bij de paal, Fini rechts van hem

Snap je nu mijn surrealistisch moment? In 1994, toen ik door toeval betrokken raakte bij Quadrige in Nice, had ik toch nooit kunnen bedenken dat een schakel van gebeurtenissen mij in 2017 in Rotterdam blij verrast voor schilderijen van Fini en Masson zou laten stilstaan?

Leonor Fini, The alcove, met Leonora Carrington (zie hieronder) op de voorgrond

Dat stilstaan gebeurde natuurlijk bij meer werken. Want aan Max Ernst kan ik nooit voorbij lopen. Die heeft zo’n intrigerende wereld geschapen dat ik er elke keer weer naar toe wordt getrokken. En  Salvador Dali blijft natuurlijk een trekker van jewelste met zijn iconische gesmolten horloges en olifanten op dunne pootjes. Maar dat naast die mannen ook de vaak wat weggestopte vrouwelijke surrealisten, zoals Leonora Carrington, in de tentoonstelling aan bod komen, vind ik een groot pluspunt . Als lid van het vrouwelijk geslacht mag ik ten slotte best vinden dat vrouwen in de kunst zowel in het verleden als ook nu nog veel te vaak worden ondergewaardeerd en weggeschreven. Daar valt nog een wereld te winnen.

Leonora Carrington, Are you really serious, 1953
Fini links, Carrington rechts

Tot volgende week.

TOOS

Briljanten Kunstenaar van het jaar 2016!!


Ben ik voor een aantal weken onder de horizon van de internetradar verdwenen, kom ik in de loop van de vorige week weer met mijn hoofd boven die horizon uit en zit mijn mailbox natuurlijk proppiesvol. Maar één bericht sprong er toch gelijk wel uit. Een mail Van de Stichting Kunstweek. De stichting die al heel wat jaartjes de verkiezing Kunstenaar van het Jaar organiseert. En wat stond erin? Dat ik was uitgeroepen tot de Briljanten Kunstenaar van het Jaar 2016. En wat dat briljante dan wel inhoudt? Dat verdient natuurlijk enige toelichting.

een toast op die titel Briljanten Kunstenaar mag natuurlijk best
een toast op die titel Briljanten Kunstenaar mag natuurlijk best

Over die verkiezing voor de Kunstenaar van het Jaar schreef ik al eerder. Al een aantal jaren achter elkaar ben ik daarvoor genomineerd door een bijbehorend kunstpanel. Al die jaren dring ik via de daarop volgende publieke verkiezingsronde  ook door tot de groep van de laatste 25 uitverkozenen. Daaruit kiest dat panel dan weer de laatste acht voor de uiteindelijke, opnieuw publieke ronde. Maar door de tussentijdse zeef van het panel bereik ik nooit die laatste acht. Wel zit ik altijd ergens tussen de 15de en 25ste plek. Samen trouwens met andere, gerenommeerde kunstenaars. Daarbij zitten er ook die 65 jaar of ouder zijn. Met dus sinds vorig jaar ook mijn persoontje daaronder. Voor die groep is een aantal jaren geleden de titel Briljanten Kunstenaar van het Jaar in het leven geroepen. De “oudjes” moeten ten slotte ook in ere worden gehouden. En laat ik nu dit jaar de 1ste kunstenaar in die groep zijn in de rangorde van de laatste 25. Met wel van nog een kanttekening erbij. Want ben je al eerder Briljanten Kunstenaar geweest, dan kun je dat niet meer opnieuw worden. Zo gaat bijvoorbeeld een icoon in de Nederlandse kunstwereld als Armando mij in de rangschikking dit jaar nog voor. Maar die was al eens briljant. Zodat hij nu niet meer mag. Ik dus nog wel, één jaar lang. Eigenlijk best kort. Weet je wat? Ik opteer er gewoon voor om een groeibriljant te zijn, ook na mijn 65ste.

Hoe dan ook, ik ben er trots op me nu in het gezelschap te mogen bevinden van Armando en verder bekenden als Marte Röling, Ans Markus, Henk Helmantel, Co Westerik en Gerti Bierenbroodspot.

Als gevolg van mijn “Nieuwe Titel” kreeg ik ook nog de uitnodiging om afgelopen zaterdag symbolisch het eerste exemplaar in ontvangst te nemen van het Jaarboek Nederlandse Kunstenaars 2016. Uit handen van David Polak, voorzitter van de Stichting Kunstweek. Dat gebeurde op een grote kunstbeurs die afgelopen weekeinde door de stichting in de Rotterdamse Ahoyhallen werd georganiseerd in het kader van de Kunstweek.

uitreiking van 1ste exemplaar Jaarboek Kunstenaars 2016
uitreiking van 1ste exemplaar Jaarboek Kunstenaars 2016

Kunstenaar van het Jaar werd overigens Daan Roosegaarde. De bevlogen designer die zich in allerlei projecten wereldwijd bezighoudt met het in elkaar laten vloeien van techniek, design, architectuur en natuur. Niet echt onverwacht, want hij maakt de laatste jaren flink furore. Maar eigenlijk veel leuker vond ik dat Maartje Korstanje Talent van het Jaar 2016 werd. Daarvoor moet je aan twee voorwaarden voldoen: jonger zijn dan 35 jaar en bij de groep van overgebleven 25 genomineerden de hoogst geplaatste van die jongeren zijn.  En waarom ik dat leuk vind? Afgezien van het feit dat ik Maartje wel ken, is zij Zeeuwse. Dus zijn twee van de drie kunstenaarstitels in Zeeland terecht gekomen. Een bij een echte Zeeuwse en een bij een ZeBra. Ondergetekende dus, een Zeeuwse Brabander. Tot volgende week.

TOOS

4 Of nog wel meer redenen om wel of niet naar Rothko te gaan


Rothko 1

Als kunstenaar ben je deze maanden wel bijna verplicht om twee grote tentoonstellingen te bezoeken. Een van een dooie kunstenaar in het Haags Gemeentemuseum en een van een levende in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Van Mark Rothko die in 1970 zelfmoord pleegde en van Marlene Dumas die gelukkig nog onder ons verkeert. Maar beiden iconen in de huidige wereld van de moderne kunst. Dat “huidig” en “modern” is eigenlijk taalkundig wat dubbelop, maar het ligt ten slotte in de kunstgeschiedenis van de toekomst verborgen of ze ook iconen blijven. Hoeveel voorbeelden zijn er niet van kunstenaars die in hun tijd beroemd waren en van wie nu bijna niemand meer weet?

Rothko 2 Mijn nieuwsgierigheid naar de tentoonstelling van Rothko is nu bevredigd. Van hem had ik in werkelijkheid ooit maar enkele schilderijen gezien. Schilderijen trouwens waarvan recent het hiernaast afgebeelde No.21 (Red, Brown, Black and Orange) voor 45 miljoen dollar in New York op de veiling werd verkocht. Zou ’t dat waard zijn? Vast niet! Is die kunstmarkt voor de grote namen in de moderne kunst overspannen? Vast wel! Zijn er mensen met veel te veel geld die graag pronken in hun omgeving met de vraag “Heb je mijn nieuwe Rothko al gezien”? Beslist! Maar dat ter zijde.

Ook vroeg ik me af wat ik aanmoest met de verhalen die altijd de ronde doen bij Rothko. Van die verhalen waarbij kijkers naar zijn werk zo diep emotioneel geraakt worden dat ze zelfs in huilen kunnen uitbarsten. Hoe zou mijn toch best wel sensitieve kunstenaarsziel gaan reageren op zo’n overmaat aan werken van hem? Nou, die ziel reageerde eigenlijk dubbel. Want was Rothko nou echt een groot kunstenaar? Zijn eerdere schilderijen uit de veertiger jaren vond ik beslist niet geweldig.

ouder werk van Rothko
ouder werk van Rothko

Bij Picasso kon je in zijn jeugd gelijk al zien wat een ongelooflijk talent hij had. Maar bij een Rothko op zelfs 40-jarige leeftijd kon ik dat, naar mijn idee, niet constateren. Was hij zo doorgegaan, dan was hij, denk ik, nu onbekend geweest. Maar na de Tweede Wereldoorlog kwam in Amerika het abstract expressionisme heel sterk op. Kunstenaars probeerden zich te ontworstelen aan allerlei conventies. Daarbij kwam bijvoorbeeld “onze” van oorsprong Rotterdamse Willem de Kooning boven drijven. Of Barnett Newman waarbij velen zullen reageren met “O die” bij het horen van “Who is afraid of red, yellow and blue”. Of Jackson Pollock met zijn dripping paintings. En dus Mark Rothko met zijn schilderijen met de kleurvelden. Meestal horizontale banen boven elkaar in verschillende kleuren.

Rothko 4

Rothko 5

Rothko heel summier belicht
Rothko heel summier belicht

Werd ik tot in mijn ziel geraakt? Nee. Wel vond ik het heel interessant de ontwikkeling van Rothko te zien, van zijn vroegere werk tot wat nu heet zijn classic style met de kleurvelden vanaf de jaren 50. Vooral als hij in die stijl werkte met allerlei nuances rood vond ik het boeiend.  Ander werk raakte mij minder. Interessant ook is een heel summier verlichte zaal, helemaal zoals Rothko dat zou hebben gewild. Daarin moet je heel langzaam en goed kijkend de kleine verschillen in kleurvelden op een aantal werken tot je laten doordringen. Een manier die je dwingt de tijd te nemen. Iets dat Rothko ook van zijn kunstkijkers verlangde.

het laatste schilderij van zowel Rothko als Mondriaan
het laatste schilderij van zowel Rothko als Mondriaan

Bij de vraag of Rothko een groot kunstenaar was, heb ik voor mijzelf geen duidelijk antwoord. Ik twijfel. Hij was met zijn stijl in ieder geval wel een juiste persoon op de juiste plaats, Amerika, op de juiste tijd, de jaren vijftig van de vorige eeuw. En daarmee heeft hij zeker een plaats in de kunstgeschiedenis verdiend. Maar ben je daarmee automatisch een groot kunstenaar? Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Gebakken lucht en kunstvibraties in Rotterdam


Op voetbalgebied mag Ajax al een paar jaar hoger staan dan Feyenoord, op een heel ander gebied  blaast Rotterdam toch een aardig toontje hoger. Zoals bij de Rotterdam Art Week. Die moet een beeld geven van de nieuwste ontwikkelingen in de moderne kunst en is een echt landelijke kunstgebeurtenis. Ga maar na.

Art Rotterdam als internationaal bekende kunstbeurs, de Raw Art Fair als meer nationaal. Daarnaast nog kleinere beurzen. Openingen van exposities in Museum Booymans van Beuningen, de Kunsthal en het Nederlands Fotomuseum. Designbeurs OBJECT, videopresentaties op diverse locaties, technische kunst bij TEC Art, enz. Heel erg veel dus.

Rotterdam 1 Dat op zich hoeft natuurlijk nog niet positief te zijn. Want in al die moderne kunstontwikkelingen zit vaak een hoog gehalte aan gebakken lucht. De toekomst zal moeten uitmaken wat beklijft en wat volledig wegzakt in verdiende vergetelheid. Maar ik vind, als professioneel kunstenaar, dat je wel op de hoogte moet blijven van wat er zoal speelt. Natuurlijk heb ik niet alles kunnen bekijken. Veel te veel! Maar een paar bezoeken geven vaak al snel een aardig beeld. Of vibraties, om maar eens te spreken met de woorden van kunstenaar Terpentijn, één van die onsterfelijke creaties van Marten Toonder in zijn strips van Tom Poes en heer Bommel. Fans hebben nu ongetwijfeld het beeld van Terpentijn met onafscheidelijke baret en pijp direct al op hun netvlies staan. Een prachtig kunstenaarskarakter, heel gevoelig voor kunstvibraties, zowel goede als slechte. Wat Terpentijn ervaren zou hebben weet ik niet, maar ik ervoer daar in Rotterdam toch meer slechte dan goeie vibraties.

Rotterdam 3s

Staat daar in een Engelse galerie een plastic emmer op de grond eenzaam te zijn. Slechts € 3.000. Daarvoor is ie, oorspronkelijke zwart, nog wel prachtig geel gespoten. Conceptuele kunst dus. Maar probeerde Marcel Duchamp in 1917 niet al een door hem gesigneerd urinoir als kunstvoorwerp op een New Yorkse beurs geplaatst te krijgen?  Nu een in de kunstgeschiedenis wereldberoemde act. Moet ik dan bij zo’n emmer, bijna 100 jaar later, denken aan moderne kunstontwikkelingen? Ik vraag me echt af of zo’n galeriehouder nou hikkend van de lach bezig is een goed plekje voor die emmer op de grond te vinden of er echt bloedserieus mee bezig is hoe die emmer het beste is uit te lichten.

Rotterdam 2

vazen van Hella Jongerius
vazen van Hella Jongerius

Rotterdam 4Natuurlijk was er ook echt vakkundig gemaakte kunst. Maar vaak zo kil en afstandelijk. Kunst zonder ziel, zonder emotie. En die emotie  is voor mij persoonlijk toch wel heel belangrijk. Verder extreem gephotoshopte foto’s, met een eigen wereld erin, vaktechnisch goed. Maar voor prijzen die echt over de top zijn. Hoe lang zal die hype nog stand houden? Een paar honderd gelijkvormige vazen van de internationaal bekende Nederlandse  ontwerpster Hella Jongerius. Voor slechts € 999 per stuk. Maar dan wel met BTW inbegrepen natuurlijk. Knip- en plakwerk waarmee ik vroeger mijn leerlingen probeerde esthetiek bij te brengen. Modern? Soms ook schilderijen waarvan ik me afvroeg of die nu bewust onbeholpen waren gemaakt of dat het echt onbeholpen was.

 

Rotterdam 6

Ik heb maar wat foto’s door dit stukje heen gestrooid die mijn “Terpentijnse vibraties” moeten illustreren. Overigens gaat dit natuurlijk over het gevoel dat ik had. Ongetwijfeld liepen er velen rond die het anders hebben gezien en ervaren. Maar toch moest ik iets te veel denken aan het sprookje van Andersen over de Kleren van de Keizer. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

 

Kunst, feest, Andy Warhol, Wenen en nog veel meer


Die kunstwereld is eigenlijk maar een raar wereldje. En als kunstenaar heb ik recht van spreken. Toch? Stel je voor. Bij je leven al ben je een superster, een levende  legende. Maar na je dood zak je peilloos diep weg in grote vergetelheid. En nu is je werk bezig met een sterke opmars. ’t Kan verkeren in de kunst.

Abundantia

Ik moest hieraan denken bij het schilderij “Abundantia”. Een uitbundig extraatje dat ik meekreeg in Museum Boijmans Van Beuningen toen ik daar laatst was  voor de tentoonstelling van Jan van Eyck. Maar over hem gaat dit niet, van Van Eyck kun je moeilijk beweren dat hij in vergetelheid raakte. Nee, ’t betreft  Hans Makart. Wie? Ja, goeie vraag. Nou, dat was dus de Andy Warhol van de 19de eeuw. Met wel het niet onbelangrijke verschilletje  dat Warhol na zijn dood beroemd is gebleven en de anekdotes rond zijn werkplaats The Factory en zijn New Yorkse societyleven nog steeds luidruchtig rondzingen. Ook Makart had zo’n heftig, beroemd en kort leven. Van 1840 tot 1884. Je moest in zijn stad Wenen, toen een machtig Europees centrum, en tot ver over veel landsgrenzen heen ook echt niet te vragen wie Hans Makart was.  In cultureel ingestelde kringen was je dan gelijk een ontzettende nitwit.

atelier Hans Makart

Stel je eens voor dat zich dagelijks voor mijn atelier in Middelburg  lange rijen vormden om tegen betaling dat atelier te mogen bezoeken. Dat zal voor mij wel bij een gedachtenexperiment blijven. Niet echter voor Makart. Maar ik moet natuurlijk wel toegeven dat mijn werkplaats ’t niet helemaal haalt bij die van hem. Dat blijkt wel uit bijgaande foto. Want de fotografie was net in die tijd volop in ontwikkeling. Daarom kunnen we ook zien dat Hans maar een klein mannetje was. Hans MakartOverigens wel een mannetjesputter.  Hij mocht voor de stad grootse praaloptochten ontwerpen waar gigantische volksmassa’s op af kwamen. Zijn huis was één groot partycentrum. Schilderijen van hem gingen op zegetocht langs Europese en zelfs Amerikaanse steden. Zo ook dat schilderij “Abundantia” van hierboven , genoemd naar een tweederangs Romeinse godin, die van de Hoorn des Overvloeds. Berlijn, Leipzig, Amsterdam, Londen, Philadelphia en New York deed ze aan. En toen verdween Makart dus helemaal van het toneel. Tot zijn barokke, uitbundige en feestelijke kunst de laatste tijd weer aan een nieuwe zegetocht bezig is. Met bijvoorbeeld een grote expositie in Wenen. Tja, waar anders!

 En zo stond ik dus een paar weken geleden voor een werk van zijn hand. Het enige dat er nu van hem in Nederland hangt. Zeg dus maar eens dat die kunstwereld geen raar wereldje is! Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Rotterdam geeft Amsterdam mooi het nakijken


P1

Nee, dit gaat dus niet over voetbal want met Feyenoord en Ajax houd ik me niet zo bezig. En bij de havens  is al lang duidelijk wie de grootste heeft. Het gaat over kunst. Wat anders in dit blog?

P2Ooit had Amsterdam de KunstRai, later Art Amsterdam, als voornaamste kunstbeurs in Nederland. Maar vorig jaar ging Art Amsterdam ten onder door fout management (komt wel meer voor de laatste tijd, geloof ik) en die bekende kinnesinne in de Nederlandse galeriewereld. Maar dat is een verhaal apart.  In de tussentijd bouwde Art Rotterdam al jaren gestaag aan een steeds betere naam. En nu is dit dus DE prominente Nederlandse beurs. Buitenlandse galerieën komen  graag in de Cruise Terminal op de Kop van Zuid om de nieuwste ontwikkelingen in de internationale kunstwereld te tonen. Gevolg? Onvoldoende ruimte voor veel  Nederlandse galerie eigenaren die er ook wel een plekkie zouden willen. Dus wat gebeurt? Er komen twee extra kunstbeurzen bij die gelijktijdig met de Art Rotterdam draaien . Op Katendrecht nog wel! De wijk die vroeger berucht was vanwege de zeelui, de kroegen en de willige dames. Bij die laatsten dan wel tegen betaling.

P4

Op dat Katendrecht staan nog een aantal oude, grote pakhuizen en fabrieken. Prachtlocaties om moderne en alternatieve kunst in een industriële en dus afwijkende omgeving te tonen. Daar had je dus afgelopen week de RAW Art Fair en Art at The Warehouse. Reden om me een zaterdag lang onder te dompelen in de beeldende kunst. En in de verschillende werelden van die verschillende beurzen. Dat zag je heel duidelijk aan het publiek. Op Katendrecht liepen veel jongeren rond en gezinnen met kinderen. Gewoon lekker allerlei leeftijdsgroepen door elkaar. De sfeer was heel ongedwongen, bijna feestelijk. Zo’n rauwe, industriële omgeving beïnvloedt toch wel heel duidelijk de kunstambiance op een prettige manier.  Bij Art Rotterdam was ’t allemaal keuriger. Met ook meer  “grijze koppen”. Veel meer het normaal  te verwachten kunstpubliek.

P3

Maar voor mijn gevoel toch ook meer “kleren van de keizer kunst”. Of zoals mijn levensgezel dat dan zegt “hier ben ik geestelijk nog niet aan toe”. Maar dat neemt niet weg dat ik, net als op de Katendrechtse beurzen, interessante verrassingen tegenkwam. Kunst die ik nog niet kende en die bleef hangen. Dat maakt voor mij zo’n bezoek dan altijd weer de moeite waard. Tot volgende week.

P5

P6

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag