Tagarchief: rubben

Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt


de kunstroutevlaggen in de Bellinkstraat met aan het eind mijn pakhuis ‘Holstein’ aan de Korendijk met vlag

Nee, dat op z’n Italiaans, ‘Lasciate ogni speranza, voi ch’intrate’ staat niet boven de ingang van mijn atelier, maar is wel de laatste van de negen zinnen die boven de toegang naar de Hel staan. Volgens Alighieri, Dante Alighieri, althans. En hij kon het weten gezien het verslag van zijn reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs in La Divina Commedia.

Wel heb ik die beroemde regels afgelopen zondag even aangehaald bij het voorlezen uit de Goddelijke Komedie. Gezeten voor de openstaande toegangsdeuren van mijn atelier tijdens de Kunst en Cultuurroute Middelburg die eindelijk weer eens kon plaatsvinden. Ik schreef er hier vorige week al over.

toehoorders terwijl ik voorlees uit de Goddelijke Komedie

En als ik de toehoorders uiteindelijk vreesvrij naar binnen had gepraat, konden ze daar onder andere een aantal van mijn ‘Dante-schilderijen’ bekijken.

Toos van Holstein, Le Purgatoire (150-110 cm)

Want zoals ik eerder al schreef, 2021 is een echt Dante-jaar. Onder de noemer ‘Dante700’. Want zeven eeuwen geleden overleed hij. Niet dat ik me nu pas door zijn grootse boek heb laten inspireren, dat is al veel eerder gebeurd. Zoals bijvoorbeeld in 2004 bij mijn speciale expositie ‘De mens op weg’ in de middeleeuwse Martinikerk van Franeker. Uit die tentoonstelling stamt ook de laatste foto van mijn blog vorige week. Met zichtbaar tussen de pilaren door ‘Paradiso’, een schilderij met mijn interpretatie van Dante’s onbereikbare geliefde Beatrice. De jong gestorven vrouw die hij pas weer in het Paradijs tegenkomt.

Toos van Holstein, Paradiso (100-90 cm)

Die tentoonstelling ‘De mens op weg’ ging trouwens niet alleen over de Divina Comedia. Nee, die ging veel breder. Het jaar 2004 was namelijk een zogenaamd Jacobusjaar, een jaar waarin Jezus’  apostel Jacobus de Meerdere door de Paus in Rome extra in het zonnetje werd gezet. Dat gebeurt altijd als 25 juli, zijn naamdag, op een zondag valt. De apostel ook die volgens de legende begraven zou liggen in het Spaanse Santiago de Compostela. Waarom daar? Tja, dat is natuurlijk weer een van die heerlijke kerkelijke sprookjes over heiligen. Hoe dan ook, in de middeleeuwen gingen daarom gigantische aantallen pelgrims op bedevaart naar Santiago. Via een zich steeds verder ontwikkelend netwerk van pelgrimswegen. De Camino, de Sintjacobs routes. Met daarlangs overal nieuwe pleisterplaatsen, herbergen, kloosters, kerken, kapellen en overnachtingsplaatsen. Eigenlijk de eerste toeristische routes in Europa met overal Airbnb’s avant la lettre. En met zelfs een speciale toeristische gids waarin al werd gewaarschuwd voor de gevaren onderweg en de oplichtingsmethoden van vuige veermannen.

het hele routestelsel van de Camino de Santiago

Die route, nu al weer jaren bezig aan een populariteitsopmars, is niet te onderschatten voor de ontwikkeling van ons continent in de middeleeuwen. Kun je je voorstellen dat er jaren waren met zo’n half miljoen pelgrims die Santiago bezochten? En dat in die tijd! Ongeveer 1% van de toenmalige bevolking! Allemaal te voet, de speciale pelgrimsstaf met de Sint Jacobsschelp in de hand. Maar waarom vertel ik dit?

Allereerst omdat de Martinikerk in Franeker één van de speciale pleisterplaatsen was langs de route vanuit het noorden van Friesland naar het duizenden kilometers verder liggende Santiago. Maar ook omdat in de kerk nog prachtige, eeuwenoude grafstenen ingemetseld liggen in de vloeren.

de Martinikerk tijdens ‘De mens op weg’
een indruk van de grafstenen in de kerkvloer

En daar ging ik eens lekker op rubben met vetkrijt en schildersdoek! Want de gebeitelde teksten en emblemen van de stenen werden voor mij het denkbeeldige kantelpunt tussen de reis tijdens het leven (de pelgrimage naar Santiago de Compostela) en de reis na de dood (de reis van Dante door Hel, Louteringsberg en Paradijs). Zie daar het concept van die expositie ´De mens op weg´. Een heel succesvolle tentoonstelling die in de zomer van 2004 zo´n 12 tot 13.000 bezoekers kreeg.

een indruk van de kerk en mijn tentoonstelling ‘De mens op weg’

Nog even over dat rubben. Daarbij legde ik het losse, nog niet opgespannen en lege doek op een grafsteen en wreef er overheen met oilsticks van diverse kleuren. Gevolg? De onderliggende delen kwamen tevoorschijn. Als ik soms wel eens last heb van een knie beweert levensgezel dat ik daar in de kerk boete gedaan heb voor ik weet niet hoeveel jaar zonde. Uren liggend op mijn knieën op die stenen vloer zonder kussentje eronder en maar wrijven. Beetje dom? Ach, noem het enthousiasme!

bezig met rubben

Daarna liet ik die doeken opspannen en begon ik er op door te schilderen zodat een combinatie van tekst en afbeelding ontstond. Als ik af en toe nog weer eens zo’n gerubde ondergrond nodig heb, is een telefoontje naar de koster van de kerk voldoende. ‘Ja natuurlijk Toos, kom maar!’

Dat ik hierdoor met Dante, en natuurlijk ook met Santiago de Compostela, een paar jaar later zou terechtkomen in de Dutch Church in Londen voor ‘Man on his way’ kon ik toen nog niet bevroeden. Met andere woorden, mijn Dante-avonturen in dit blog en in dit Dante700 jaar zijn zeker nog niet voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Knielen in een koude kerk


bezig in de Martinikerk van Franeker, 1996
bezig in de Martinikerk van Franeker, 1996

Ik heb de laatste jaren heel wat keertjes geknield in de kerk. Niet vanwege boetedoening trouwens. Mijn katholieke opvoeding en bijbehorende verschijnselen heb ik al heel lang achter me gelaten. Dat knielen was voor de kunst. Op grafstenen nog wel! Om te rubben.

Ik heb hierover al eens eerder geschreven. Maar kort geleden vond ik ‘t, even kort samengevat, weer noodzakelijk om wat te knielen in Franeker vanwege de Odyssee van de oude Griek Homerus, “O die zee” van Theater De Wegwijzer in Nieuw en Sint Joosland (www.odiezee.com)   en fort Rammekens bij Ritthem.

Nu iets minder kort samengevat. In 1996 had ik een grote expositie in de middeleeuwse Martinikerk in het Friese Franeker. Daar hebben ze nog een prachtige verzameling eeuwenoude grafstenen te zien op de vloer en tegen de muren. Delen van die grafstenen heb ik toen met oliekrijt gerubd op schilderslinnen en blauw zeildoek om er daarna op door te werken met olieverf. Op de foto hier boven is een duidelijk jongere en roodharige versie van mij daarmee bezig.

Deze techniek heb ik later diverse keren opnieuw toegepast, bijvoorbeeld voor de tentoonstellingen “De mens op weg” en “Helden” in diezelfde Martinikerk in respectievelijk 2004 en 2013 Bijgevoegde plaatjes, met een steeds wat oudere Toos-uitgave, getuigen hiervan.

Martinikerk, 2004
Martinikerk, 2004

Martinikerk, 2013
Martinikerk, 2013

Zoals ik een paar weken geleden meldde, kwam ineens het in komende augustus plaatsvindende theaterspektakel “O die zee” op mijn pad met de mogelijkheid voor een tentoonstelling. En dat terwijl ik al bezig was met een expositie over de Odyssee komend jaar in Nice. Versneld aan de gang dus!

Bij de Odyssee had ik al een aantal aquarellen gemaakt als studie voor steendrukken die een nieuwe Franse uitgave van die klassieker opsieren. Zes van die aquarellen heb ik nu als basis gebruikt voor mixed media werken op doek. Doeken van 100 bij 90 cm waarop ik links of rechts naast de al aanwezige rudimentaire afbeelding bewust een baan leeg had gelaten om daarop te kunnen rubben. Dus wat was een van mijn stops toen ik laatst toch in Friesland moest zijn? Franeker! Mijn band daar met de koster is zodanig groot na al die jaren van samenwerking dat ik zonder enig probleem de sleutel krijg om in alle rust in die Martinikerk te kunnen werken. Rubben dus. Op mijn knieën. Maar wel met een kussentje eronder! In een koude kerk. Want voor mij alleen zetten ze de verwarming toch maar niet aan in die gigantische ruimte. Nou, daar kan ik inkomen.

overleg bij Artel, Rucphen
overleg bij Artel, Rucphen

Daarna heb ik die losse doeken afgeleverd bij Artel in Rucphen. Een bedrijf waar ik al jaren kom en dat perfect doeken opspant op zelf gefabriceerde aluminium schilderijenframes. Even overleg over hoe ik het wilde hebben en een paar dagen later waren ze klaar.

opgespannen doeken
opgespannen doeken

Nu werk ik verder in mijn atelier aan deze gedeeltelijk gerubde doeken. Want in augustus moeten die komen te hangen in het hoofdbastion van fort Rammekens. Dat dient dan als centrum voor heel veel publieksactiviteiten bij de rockopera “O die zee” die zich daar buiten de fortmuren in de gracht gaat afspelen. Ik hou jullie op de hoogte. Tot volgende week.

in mijn atelier
in mijn atelier

TOOS

www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein