Tagarchief: Saenredam

Een niet meer bestaand Wereldwonder in Frankrijk


een van de gigantisch grote Boeddhabeelden in Afghanistan, voor en na de vernieling door de Taliban

Toen de Taliban in 2001 in Afghanistan een paar gigantische Boeddhabeelden aan flarden schoot, was de wereld te klein. Idem dito toen IS in 2015 met dynamiet de ruïnes van de oude Syrische oase-stad Palmyra, waar ik lang geleden bewonderend rondliep, nog flink verder verruïneerde. Toen vorig jaar in de VS en GB allerlei plots in ongenade gevallen beelden omver werden getrokken, was er hier en daar wel enig begrip. Kwestie van dubbeldenken?

vernietiging van delen van Palmyra door IS
in de USA vorig jaar

Want gaat ’t hier in feite niet steeds over hetzelfde? Het moedwillig vernietigen van onwelgevallige culturele uitingen? Die gedachte ging door me heen toen ik in de Romaanse kerk in het Franse Tournus wat voor me heen zat te filosoferen. Lees mijn blog van vorige week maar.

Een kerk die er voor 1562 van binnen beslist anders uitzag. Want in dat jaar raasde er vanwege de godsdienstoorlogen een beeldenstorm door delen van Frankrijk. Iets dat onze Lage Landen in 1566 ook overkwam.

impressie van de Beeldenstorm in 1566 in de Lage Landen
Dirck van Delen, Beeldenstorm in een kerk (Rijksmuseum)

De protestanten in Frankrijk, de Hugenoten, gingen dus al eerder helemaal los op de interieurs van Rooms-katholieke kerken. Ook in Tournus. En na 1789 werd dat alles nog eens lekker dik overgedaan tijdens de Franse Revolutie onder het motto liberté, égalité, fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap). ’t Is natuurlijk maar hoe je dat interpreteert. Vandaar de nu naakte muren, geen schildering meer te zien. Bij de restauraties heeft men dat bewust zo gelaten.

Tournus

Denk ook maar eens aan die prachtig ruimtelijk geschilderde  17e eeuwse Nederlandse kerkinterieurs van bijvoorbeeld Pieter Saenredam.  Wit moesten ze worden, de protestantse muren. Weg met de Bijbelse fresco’s, veelluiken,schilderijen, katholieke afgodsbeelden en relieken! Hoeveel er destijds aan kunstschatten is vernield! Ongelooflijk heel veel! Begrijp je mijn overpeinzing van hierboven?

Saenredam, Interieur van de Sint Catharinakerk in Utrecht

Wat zuidelijker van Tournus, in het stadje Cluny, kon ik die nog even in een versnelling hoger laten draaien. Vorige week liet ik al onderstaande foto zien van een maquette van de gigantische Benedictijnse Abbaye de Cluny zoals die er in de hoogtijdagen van de 12/13e eeuw uit moet hebben gezien. Toen een centrum met kerkelijke en wereldse macht in christelijk West Europa. Waar het dagelijks leven op een voor ons nu ondenkbare manier doordrenkt was van het geloof.

En wat rest nu nog aan oorspronkelijks? Dit!

Twee torens en wat ruimten er omheen. Ook hier raasde die beeldenstorm in 1562 doorheen. En ook nog eens in 1572. Want Frankrijk kende in de tweede helft van de 16e eeuw zes godsdienstoorlogen, les Guerres de Religion, voordat uiteindelijk de Roomse Kerk het geloofsleven weer kon overheersen. Maar toen was wel de bibliotheek van Cluny, een van de beste en rijkste in Europa sinds de oprichting van de abdij rond 900, voor het grootste deel verscheurd en verbrand. In naam van God natuurlijk. En restanten die heimelijk verstopt waren, kwamen dus nog eens aan de beurt tijdens de Franse Revolutie. Wat er daarna uiteindelijk nog overbleef, vind je nu in de Nationale Bibliotheek van Frankrijk en het British Museum. Maar ja, wat vind je daar in Londen eigenlijk niet!

Zo’n 45 jaar geleden bezocht ik voor het eerst de overblijfselen van dat ooit zo machtige complex. Waar ooit, voordat in de 17eeuw de nieuwe Sint Pieter in Rome voltooid raakte, de grootste kerk van het christendom stond. Een Romaanse kathedraal van dik 170 meter lang met een middenschip van 30 meter hoog.

zoals de kerk op het hoogtepunt er uit zou hebben gezien

Bij dat bezoek moest ik me dit allemaal zelf voorstellen, te midden van vooral ruïnes. Maar met mijn rijke fantasie lukte dat wel. Nu staat er een museum, is er een soort plattegrond in de bodem verwerkt, zijn er allemaal visuele hulpmiddelen aangerukt zoals digitale 3D-beelden en ligt alles er keurig aangeharkt bij. Prima natuurlijk, maar voor mijn fantasie minder uitdagend.

reconstructie van een toegangspoort met de overgebleven ‘schaarse’ middelen
digitale 3D reconstructie van de kerk

Bekijk ook maar eens dit filmpje op YouTube. Vergeet de Franse tekst, bekijk gewoon de beelden.

Wel raak ik nog steeds verbijsterd bij het idee dat de oorspronkelijke gebouwen tijdens de Revolutie en onder Napoleons regime als een soort stenenmijn werden gebruikt. Afbreken die muren, schoonbikken die stenen en hergebruiken, dat was het motto rond 1800. Eigenlijk bestaat het huidige stadje Cluny deels uit de hergebruikte abdijstenen. Circulaire economie iets moderns? Hoezo?

een weergave uit ergens tussen 1810-1820 toen er dus nog veel meer stond
zoals nu, de gebouwen er omheen zijn er veel later bij gekomen, zie ook de stukken zuil van de oorspronkelijke kerk

Maar als je je nou eens indenkt dat er geen vandalistische geloofsterreur was geweest, dat de Franse Revolutie geen culturele kaalslag had veroorzaakt en dat er eerbied was geweest voor die eeuwenoude gebouwen? Tja, als! Dan zou Cluny nu een wereldwonder zijn geweest. Dan zou de Eiffeltoren zich van schaamte  een nietig bouwpakketje voelen. Oh ja, en stel je nu ook nog eens voor dat de Taliban, de IS en die beeldenschenners van vorig jaar er ook zo over zouden hebben gedacht. Ach, ik denk dat ik een dromer ben. Tot volgende week.

TOOS

Een vrolijke Frans in Haarlem


Ik was er al heel lang niet meer geweest.  Zeker wel vijfentwintig jaar, zo niet dertig. Dus werd ’t wel weer eens tijd. En de tentoonstelling “Frans Hals- Oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan” was daarvoor, in combinatie met een afspraak in Haarlem, de perfecte aanleiding.

Frans Hals 1Het 100-jarige Haarlemse Frans Hals Museum is één van die kleinere musea die een ongekende kwaliteit bieden. Met bijvoorbeeld een rijke collectie  aan 16de en 17de eeuwse schilderkunst uit en over Haarlem. De lakenhandel had de stad rijk gemaakt. En zoals vaak, de rijkeren omringden zich graag met kunst. Van Jan van Scorel, Maerten van Heemskerck, Cornelis van Haarlem in de 16de eeuw. Willem Claesz Heda, Gerard ter Borch, Saenredam en natuurlijk vooral Haarlemmer Frans Hals (Antwerpen 1582/83-Haarlem 1666) in de 17de. Zoals schrijver Louis Couperus ooit zei “Zoo ik iets ben , ben ik een Hagenaar”, zo zou je van Frans Hals kunnen zeggen “zo hij iets was, was hij een Haarlemmer”. Dat bleek wel toen de grote portretschilder Anthony van Dyck, hofschilder van de Engelse koning Karel I, hem in 1632 probeerde over te halen ook naar Londen te komen. Hij weigerde. Hals was voor Haarlem zelfs zo belangrijk dat hij in de laatste periode van zijn leven jaarlijks een lading turf en een soort pensioen  kreeg. Maar hij was dan ook een wijd en zijd beroemd kunstenaar die van jongs af aan als één van de weinigen de zogenaamde “ruwe” stijl van schilderen tot in de perfectie beheerste. Zoals ook Rembrandt dat op latere leeftijd deed.

Met je neus bovenop schilderijen als “Lachende jongen” en “Pekelharing” kun je dat heel Frans Hals 2goed zien. Probeer maar eens met zo’n ruwe toets de lach in een gezicht te vangen. Kunstboeken uit die tijd  beschrijven hoe moeilijk dat was. Maar Hals deed ’t moeiteloos. “Pekelharing”, destijds de benaming voor een kannekijker oftewel drinkebroer, hing waarschijnlijk in een bekende Haarlemse kunstenaarskroeg die ook door Frans werd gefrequenteerd. Blijkbaar was hij daarbij niet altijd consequent in het betalen, gezien een proces dat door de kroegeigenaren eens tegen hem werd aangespannen. Maar hij deed er vast ook heel veel gratis inspiratie op voor dit soort genrestukken die toen heel populair waren.

Net zoals trouwens de schutterstukken. We kennen natuurlijk allemaal “De Nachtwacht” als het ultieme voorbeeld. Maar Hals kon er ook wat van.

Frans Hals 3

In de grote zaal van het museum hangen er vijf van hem. Dat is so wie so al imposant, maar ze zijn ook heerlijk los geschilderd. Deze schilderijen werden in opdracht gemaakt als na een aantal jaren de stadsbeveiliging, de schutters, plaats moest maken voor een nieuwe groep. Dat werd dan gevierd met een grootse maaltijd die blijkbaar nog wel eens behoorlijk kon uitlopen. Maximaal  vier dagen was toegestaan! Zo staat dat ten minste In een stadsverordening uit 1633. Voldoende tijd dus om een goed beeld te krijgen van die burgers en ze daarna levendig te kunnen schilderen. Beslist de moeite waard, die tentoonstelling. Nog tot einde juli. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag