Tagarchief: Saint Paul de Vence

Niet Alice maar Leonor Fini in Wonderland


Had je me voor de lente van 1994 gevraagd naar ene kunstenaar Leonor Fini, dan had ik vragend terug moeten kijken. Maar zou je dat nu doen, in augustus 2020? Dan komt er een uitgebreid persoonlijk verhaal. Beginnend bij Sophie Kerfanto, restaurant Abacadabra en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence om dan via Pierre Cottalorda in Nice en Lichtstad Parijs door te gaan naar Neil Zukerman in New York. Met die Leonor Fini als rode draad. Begin juli noemde ik haar al eens in een blogaflevering over vrouwelijke surrealisten. Lees eventueel maar hier.

het kunststadje Saint-Paul-de-Vence met op de achtergrond de kust van de Côte d’Azur

Maar dat persoonlijke verhaal dus. In de lente van 1994 raakte ik volstrekt onverwacht verzeild in het middeleeuwse kunststadje Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur. Noordwestelijk van Nice. Hoe ik daar terecht kwam en waarom ik er uiteindelijk drie maanden verbleef? Dat is een bijzonder, maar ander verhaal.

Ik zie me er gelijk weer zitten, op de zolder boven restaurant Abacadabra aan de Rue Grande waar eigenaar Sophie Kerfanto de scepter zwaaide en zelf op de 1e etage woonde. Een zolder die ik als slaapplek en atelier had kunnen inrichten. Met een prachtig uitzicht op de vallei aan de westkant van Saint-Paul. En met in het restaurant  een dik boek over ene Leonor Fini. Een in 1907 geboren vrouwelijke kunstenaar met werk dat me direct intrigeerde. Echt een heel eigen, sterke en overduidelijk vrouwelijke wereld.

Leonor Fini, olieverfschilderij
Leonor Fini

Dicht bij Saint-Paul ligt de Fondation Maeght, een heel bekend particulier museum voor hedendaagse kunst met een focus op de tweede helft van de 20e eeuw. Bleken ze daar een grote bibliotheek te hebben met ook een aantal boeken over Leonor Fini! Ik heb er in mijn drie maanden Saint-Paul aardig wat uurtjes doorgebracht als ik me wilde ontspannen na uren geconcentreerd schilderen op mijn steeds warmer wordende zolder. Om me bijvoorbeeld te laven aan het avontuurlijke leven van Fini. Een ravissante, zeer eigenzinnige vrouw die verkeerde in de bruisende kringen van de surrealisten in Parijs, die vaak extravagant gekleed ging, die haar liefdesleven verrijkte met zowel mannen als vrouwen en die er daarbij ook nog zo’n twintig Perzische katten op nahield.

rechts Leonor met links de wereldberoemde filmster Brigitte Bardot
Leonor met een van haar katten
Leonor Fini, olieverfschilderij
links Jean-Paul en rechts zijn compagnon Pierre Cottalorda

In die Saint-Paul tijd kwam levensgezel ook een week aanvliegen opdat we samen konden rondtoeren aan de Côte. Om onder andere musea en galerieën te bezoeken. Wie weet was er een galerie te vinden voor mijn schilderijen. Op de laatste dag van die week ontdekten we Galerie Qvadrige in Nice. De galerie van Jean-Paul Aureglia met wie ik nu al jaren samenwerk. Maar je begrijpt ’t al, dat is een ander verhaal. Wel van belang is dat Jean-Paul een veel oudere compagnon had, Pierre Cottalorda. Een gedistingeerde, oer-Franse heer die veel van kunst wist en die, zo bleek na verloop van tijd, nog had samengewerkt met o.a. Matisse, Salvador Dali en André Masson. En met ……. Leonor Fini! Zeg maar eens dat toeval niet bestaat. Vandaar dat ik nu dan ook in het bezit ben van een aantal steendrukken van Leonor. Want die waren via Pierre eigendom van Qvadrige.

Leonor Fini, steendruk
enkele olieverven van Leonor Fini

Een jaar later zag ik in een Parijse galerie voor het eerst ‘live’ olieverfschilderijen van haar. In wat waarschijnlijk de laatste expositie tijdens haar leven is geweest. Want ze overleed in 1996. Ik was al verknocht aan haar werk maar toen was ik gelijk helemaal verkocht. Wat een vrouw, wat een karakter, wat een kunstenaar! En wat een durf! Een kunstenaar die vond dat je het illustreren van de in 1954 gepubliceerde, hoogst gedurfde erotische roman ‘Histoire d’O’ niet aan mannen kon overlaten maar dat ook als vrouw moest doen. De vrouw die vond dat ook zij de als pornografisch betitelde boeken ‘De 120 dagen van Sodom’ en ‘Justine’ van Markies de Sade (1740-1814) moest illustreren. En laat ik nu zo’n maand geleden enkele van die steendruk-illustraties tegenkomen op de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum in Utrecht. Met de aanduiding dat deze waren uitgeleend door de CFM Gallery in New York. Waarvan ik dan weer eigenaar Neil Zukerman ken bij wie levensgezel en ik zo’n drie jaar geleden in zijn Manhattans appartement zaten te praten over …… Leonor Fini. Maar dat verhaal komt nog.

steendruk van Leonor Fini bij de uitgave van Histoire d’O, uitgeleend door de CFM Gallery in New York voor de expositie ‘De Tranen van Eros’
steendruk van Leonor Fini bij de Nederlandse vertaling van Justine van Marquis de Sade
enkele losse steendrukken bij die boeken op de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum te Utrecht

Oh ja, in die aflevering van begin juli schreef ik over een schilderij van Leonor dat toen nog op de veiling moest komen. Verkocht voor bijna 1 miljoen dollar!

Leonor Fini, dat schilderij van bijna 1 miljoen!

Tot volgende week.

TOOS

Daar waar het allemaal begon


terras in Saint Paul de Vence
terras in Saint Paul de Vence

Nee, ik bedoel niet het Paradijs met Adam en Eva. Maar wel de zolder boven het terras op bovenstaande foto. Een terras in Saint Paul de Vence waar ik een paar dagen geleden nog zat de genieten in de zon aan de Côte d’Azur. En wat daar dan wel, nu 20 jaar geleden, op die zolder begon? Mijn Franse kunstavontuur dat nog steeds voortduurt.

Want begin 1994 zat daar in de buurt, in Villeneuve Loubet, een Australisch familielid van mij een beetje in haar eentje te kniezen in zo’n time sharing resort. Dus mijn zus, haar man en ik in een opwelling daarheen met de auto om haar op te beuren en zelf ook gelijk onverwacht vakantie te vieren.

Saint Paul de Vence
Saint Paul de Vence

Op een zonnige februarimorgen bezoeken we zodoende een middeleeuws stadje op een steile  heuvel in het achterland van Nice. De plaats was me geheel onbekend en we kwamen ook nog binnen door de stadspoort aan de anonieme achterkant. Ten minste, dat bleek later. Een prachtige oude, nauwe straat. Verweerde huismuren. Hier en daar een leuke winkel. Een galerie. Weer een galerie. En zowaar nog één! Het bleek er te stikken van de galerieën. Ik was beland in, wat uiteindelijk bleek, Saint Paul de Vence. Waar in het verleden beroemdheden als Matisse, Chagall, Picasso, Braque, Léger en Dufy hadden geresideerd. En ik, zelf beeldend kunstenaar, had daarvan nog nooit gehoord! Dat gebrek in mijn opvoeding heb ik nu trouwens meer dan genoeg bijgespijkerd.

Rue Grande
Rue Grande

Want dat onbekende stadje had op die februarimorgen direct al een heel grote, onverklaarbare maar daarom niet minder reële aantrekkingskracht op me. Hier wilde ik zijn, hier wilde ik werken. Dezelfde dag nog heb ik voor een periode van drie maanden die zolder gehuurd, boven wat toen restaurant Abacadabra was en nu La Terrasse heet. In de Grande Rue, de smalle hoofdstraat waardoor zich dagelijks vele toeristen wurmen.

Weer thuis ben ik mijn auto helemaal gaan volstouwen. Met natuurlijk ook heel veel schildersmateriaal. Die drie maanden erna zijn een soort roes geweest. Ongelooflijk hard werken, nieuwe vriendschappen maken, mijn Frans opwaarderen, Saint Paul leren kennen. Zogezegd mijn Franse kunstavontuur een vliegende start geven. Want ik legde contact met Galerie Qvadrige in Nice, de galerie waarmee ik nog steeds samenwerk.  Met een jaar later een expositie in de kapel van Saint Jeannet, ook zo’n middeleeuws stadje daar in de buurt. En ook nog een tentoonstelling in het Musée de Saint Paul de Vence. Een eer die daarvoor noch daarna aan andere Nederlandse kunstenaars is verleend.

graf Chagall
graf Chagall
schilderij van Chagall met St.Paul op achtergrond
schilderij van Chagall met St.Paul op achtergrond

 

Dus als ik weer voor enige tijd in mijn atelier in Nice verkeer, zoals nu, maak ik vaak even een tour sentimental naar Saint Paul. Met dit keer ook weer een bezoekje aan het graf van Chagall. Die heeft er namelijk gewoond, ligt er begraven en heeft het stadje ook op diverse schilderijen vereeuwigd. De begraafplaats ligt bij die achterste stadspoort, daar waar ik dus destijds binnenkwam. Toeval of niet, wat ontdekte ik  even later? In het Musée de Saint Paul, vlak bij de voorste stadspoort, was een tentoonstelling over Chagall. Nu wil ik mezelf beslist niet vergelijken met die wereldberoemde kunstenaar, maar ‘t gaf toch wel een heel goed gevoel dat ik daar ook al eens had mogen exposeren. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

 

Kunstzinnig dineren onder een Picasso


Ooit geluncht of gedineerd  te midden van originele werken van Picasso, Braque, Léger, César, Míro? Dat zijn toch niet de minsten in de kunstwereld van de 20ste eeuw. Nee? Dan heb ik een tip. Je moet er wel even een eindje voor rijden of vliegen, maar dan heb je ook wat.

Colombe 1Ik moest hier de afgelopen dagen aan denken omdat het bekende filmfestival in Cannes weer is losgebarsten. Met daarbij natuurlijk allerlei filmberoemdheden op de rode loper van het congrescentrum daar. Maar over Cannes gaat ’t hier niet, wel over La Colombe d’Or  in het nabijgelegen kunstzinnige vestingstadje Saint Paul de Vence. Daar zoeven deze week de Rolls-Royces en limousines af en aan om die beroemdheden in en uit te laden. Die prikken namelijk graag een vorkje in dat La Colombe d’Or, omringd door kunst van andere beroemdheden die overigens allemaal al wel het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld.  Ik heb zelf ooit drie maanden gewoond en gewerkt in Saint Paul dus La Colombe en die limousines zijn me niet onbekend. Ook de kunst daar niet, wat overigens niet betekent dat ik er regelmatig dat vorkje oppakte. Dat is tot enkele keren beperkt gebleven. Gewoon toch iets te prijzig voor een eenvoudig kunstenaar.

Chef Jeramie Robison of Cinq at La Colombe d’Or Hotel - Houston,

Maar hoe komt zo’n prachtige kunstcollectie daar aan de muren? Vooruit, een tweede tip. Open een restaurant/hotelletje in een gebied waar veel en ook veelal arme kunstenaars komen en laat ze met hun kunst betalen voor een koel glas bier, een vin de Provence, een maaltijd en een verblijf.  Dat deed in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw eigenaar Paul Roux van La Colombe d’Or. Niet voor niets stond op het uithangbord dat hij in 1931 aan de muur bevestigde “Hier, bij La Colombe, komt men te voet, te paard of per schilderij”. Paul Roux en later zijn zoon Francis hadden ’t in zich om met veel van die kunstenaars aan de Côte d’Azur een goede band op te bouwen. Zoals wel blijkt uit de anekdote dat zoon Francis in het atelier van Picasso een schilderij kon komen uitzoeken toen die had vernomen dat Paul niet lang meer te leven had. “Ik weet dat je vader houdt van wat ik maak, kom naar mijn atelier en zoek een doek uit dat hem zal bevallen”.

Colombe 3

Colombe 4

Na de Tweede Wereldoorlog ging dit proces door met bijvoorbeeld kunstenaars als César, Arman, Míro en Calder. Namen die je nu over de hele wereld in de musea voor moderne kunst tegenkomt.

Geen restaurant ter wereld heeft daardoor zo’n kunstcollectie aan de muur als La Colombe d’Or. Ik heb ze nooit gevraagd naar de verzekeringspremie die ze moeten betalen, maar ik kan me zo voorstellen dat die toch een deel uitmaakt van de prijzen op de menukaart. Trouwens, nog een derde tip. De lunch is er beslist goedkoper dan het diner.

Colombe 5

Over Saint Paul de Vence vallen overigens nog veel meer verhalen te vertellen. Maar dat komt dan misschien een andere keer wel eens. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag