Tagarchief: Umbria

De staart van Dante700, zijn botten en de Mohammed-kwestie


Toos van Holstein, Paradiso (met de hand beschilderd bord)
het programma van ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’, 17 lezingen in 3 dagen over Dante met daar tussenin die expositie en overhandiging

Zonder Dante was bovenstaand bord van mij niet ontstaan. Zonder Dante was er nu geen kunstwerk van mij aanwezig geweest aan de Universiteit van Perugia. Zonder Jean-Paul Aureglia, eigenaar van Galerie Quadrige in Nice, trouwens ook niet. Want een paar weken geleden was hij in die hoofdstad van Umbrië. Voor het drie dagen durend symposium ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’. En om er met een kleine expositie zijn door de universiteit aangekochte Franse editie van La Divine Comédie te overhandigen. Mee ook door mij geïllustreerd. ’t Is ten slotte nog steeds Dante700. Met een heel jaar lang van alles rond Dante’s 700ste sterfjaar. Ik schreef er bijvoorbeeld hier en hier al eens over. Wat had ik er graag bij willen zijn. Maar ja, dat zat er reis- en tijdtechnisch gewoon niet in.

Overigens, wat kilometers noordoostelijker, in Gubbio, bevindt zich sinds oktober ook die Franse Divine Comédie. Oké, niet helemaal, maar alleen het deel uit het Purgatoire met mijn zeefdrukken. ’t Leek me een leuk idee dat te schenken aan de beroemde Biblioteca Sperelliana daar.

de directeur van de Biblioteca Sperelliana met mijn boekgeschenk aan de bibliotheek en nog een paar borden van mij voor de show

Gevestigd in een prachtig groot en eeuwenoud kloostercomplex. Met in de beveiligde kelder een gigantische hoeveelheid oude folianten. Waarbij natuurlijk uitgaven van en over Dante. Mijn aanvulling werd door de directeur in grote dank aanvaard. En dat er in de bibliotheek een expositie over Dante was? Allicht! Dante700, nietwaar.

in het heilige der heiligen van de bibliotheek, met in het midden een geweldig grote, bruine uitgave over Dante
onderdeel van de expositie over Dante met een prachtige kast waarin de gehele tekst van het Purgatorio uit de Divina Commedia

In heel Italië vond je ze, die Dante-exposities. Daarom wilde ik tijdens onze Gubbio-weken in september/oktober ook persé naar Ravenna. Niet alleen vanwege de wereldberoemde Romeinse mozaïeken (dat wordt nog een ander verhaal), maar ook omdat Dante er stierf in 1321. Met als gevolg een kapel waar zich zijn gebeente bevindt, direct naast het aan hem gewijde Museo Dante.

bij de tombe van Dante met daarin zijn gebeente in een Romeinse sarcofaag
binnenplaats van het Museo Dante

Eigenlijk zijn die botten van hem een soort heiligenreliek geworden. Ongelooflijk zoals daarmee is gerommeld, zo bleek in ’t museum. Eerst begraven geweest in een oude Romeinse sarcofaag buiten het klooster van de Basilica di San Francesco en eind 15e eeuw naar binnen gehaald. Maar begin 16e eeuw stiekem verborgen omdat Dante’s geboortestad Florence zijn overblijfselen opeiste. De Florentijnen vonden dus een lege sarcofaag. Lekker puh! In de loop van de 17e eeuw opgeborgen in een houten kist en eind 18e eeuw terug gelegd in de oorspronkelijke sarcofaag. In de nieuw gebouwde kapel zoals die er nu nog staat.

het houten kistje waarin Dante’s botten ook opgeborgen zijn geweest

Maar in 1810 opnieuw verborgen op een heel geheime plek. Vanwege de Franse bezetting door Napoleon. Die had een goeie hand van weggraaien van kostbare kunst en andere schatten. En daarna? Oh jé, waar was nou die geheime plek ook al weer? Pas in 1865 teruggevonden tijdens restauratiewerkzaamheden rond de viering van Dante’s 600ste geboortejaar. Dante600 zeg maar. Toen voor het publiek een aantal maanden tentoongesteld in een glazen kist.

de glazen showkist waarin zijn botten voor het publiek werden tentoongesteld

In 1944/45 weer uit de sarcofaag gehaald en verborgen onder een hoop aarde. Vanwege angst voor beschadiging door bombardementen van de geallieerden. Hoezo rust in vrede!

de hoop aarde waarin zijn botten waren verborgen tijdens de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog, met gedenkstaan daaraan
nog wat plaatjes van het Museo Dante

Maar er was natuurlijk nog veel meer ‘Dante’ in Ravenna? Zoals ergens in het wild deze speelse affiche en dat schilderij in het restaurant.

gewoon ergens op straat
in een restaurant waar we aten

Of deze tentoonstelling. Een onvermoede verrassing in een groots paleis.

opnieuw van die grote Dante-koppen zoals ze ook in het Museo Dante stonden
kunstwerken geïnspireerd door de gravures van Gustave Doré

Prachtig toch, die koppen. En prachtig ook die kunstwerken geïnspireerd op de geweldige serie gravures die Gustave Doré (1832-1883) ooit maakte bij de Divina Commedia.

Hierdoor moet ik ineens weer denken aan het Vlaams/Nederlandse Dante schandaal begin dit jaar. Want Doré maakte in die serie ook een gravure waarin de profeet Mohammed voorkomt (met zijn neef Ali). Zie de figuur in het midden met opengereten borst.

gravure van Doré met in het midden Mohammed en voorop Ali, Dante en zijn gids Vergilius kijken ernaar

Deze scene komt voort uit Canto 28 van het Inferno. Waarin het lot wordt beschreven van schismaveroorzakers  in het christendom. In Dante’s tijd dacht men namelijk nog dat Mohammed een afvallige christelijke priester was die een splitsing in het geloof had veroorzaakt. Onder andere deze regels vind je daar:

‘Zie mij, Mohammed, aan:verminkt als geen!

Voor mij gaat Ali, met het hoofd gespleten

Van kuif tot kinnebak; hoor zijn geween.

Ook ieder ander hier, laat ik u weten,

Heeft twist en tweedracht op de aard verspreid;

En daarvoor worden wij uiteengereten’

(vertaling Ike Cialona en Peter Verhagen)

Nooit een probleem geweest voor vertalers. Nooit! Tot dit jaar. Toen bleek in een nieuwe Nederlandse vertaling Mohammed ineens verdwenen te zijn. De Twitter-beer brak los! Maar volgens de uitgeefster ‘had dit anonimiseren van de profeet Mohammed er wél voor gezorgd dat het verhaal niet onnodig kwetsend zou kunnen zijn voor een lezersgroep die zo’n groot onderdeel uitmaakt van de Nederlandse en Vlaamse samenleving’. Tja!! Op die manier krijgen geschieds- en literatuurherschrijvers  er een lekkere kluif aan om de wereldliteratuur van alle eeuwen te kuizen en te herschrijven. Best netjes uitgedrukt, toch?

Nog een extra staartje Dante700? Geen probleem. Het Italiaans Cultureel Instituut in Nederland zet nu elke dag een nieuwe, korte video op YouTube waarin een deel van de Divina Commedia ter sprake komt. Kijk maar.  Echt leuk! (voor de inleidende video https://youtu.be/j6beUtGD7LE )  

Tot volgende week.

TOOS

Gubbiaanse Keramiek, Italiaanse Creativiteit en de Corona QR-code


Gubbio in Umbrië (Italië)

Ben je in Italië, doe als de Italianen doen. Een paar weken geleden schreef ik over een lijk in de Ganges en dat ik toch wat moeite had met ‘When in India, do as the Indians do’. Dan is ’t met ‘When in Italy, do as the Italians do’ toch ietwat eigener. Zeker als je, zoals ik nu, al een aantal weken in keramiekstad Gubbio in Umbrië verblijft. Om, niet echt moeilijk te raden, keramiek te beschilderen.Natuurlijk moet je jezelf hier instellen op het beslist sterker ontwikkelde improvisatie dan organisatietalent bij veel Italianen. En zeker moet je ook gewoon het Italiaanse joie de vivre, het la dolce vita, omarmen. Nou, graag!

de afscheids campari-spritz op het terras van ons stamcafé in Gubbio afgelopen dinsdag

Neem bijvoorbeeld de omgang van de Italianen met hun Green Pass, onze Corona QR-code. Hoe relaxed tonen hier de vele halfgemaskerde binnenkomende restaurantbezoekers, vaak hele gezinnen,  hun mobieltje met dat vierkantje erop. Zowel in Gubbio, als op reis hierheen in Arezzo, en laatst tussendoor in Ravenna,heb ik geen wanklank meegemaakt. Niet in hotels, niet in de horeca en niet in musea. Waar je trouwens nog steeds zo’n brilbeslaander moet dragen net als in winkels en supermarkten. Alles  als vanzelfsprekend na de gigantische Covid-catastrofe van vorig jaar in Noord-Italië. Wat een gedoe dan van een aantal Nederlanders. Voor zover ik ’t hier van relativerende afstand ervaar,’do as the Italians do’. Die zich percentagegewijs ook meer hebben laten vaccineren.

in het atelier van meesterkeramist Giampietro Rampini

Maar dat terzijde. Ik ben hier ten slotte voor de keramiek. Net zoals twee jaar geleden. Toen ik hier neerstreek voor een groepstentoonstelling  in een paar prachtige eeuwenoude gewelven. Om daarvan één voor mijn rekening te nemen samen met de mij toen nog onbekende maar in Gubbio en omstreken zeer gekende keramist Giampietro Rampini. Ik werd gelijk verliefd op deze prachtige stad. Een echte middeleeuwse Italiaanse parel! Maar daarover komt nog wel een verhaal.

maar een héééél kleine selectie van al die prachtige plekken in Gubbio

Nu eerst die keramiek. Je kunt rustig stellen, een voor mij nog onbeschreven blad. Na die vier weken in 2019 en na opnieuw vier weken nu, begint dat blad zich beetje bij beetje te vullen. Eigenlijk is ’t net zoals bij het creëren van een steendruk. Daar heb ik als kunstenaar een meestersteendrukker bij nodig met een eigen atelier en drukpers, met kennis van de techniek en een in jaren opgebouwde knowhow. Voor mij is Giampietro nu de meesterkeramist. Met zijn werkruimte, zijn opslagplaats, zijn materiaalkennis en met zijn wetenschap over hoe die voorwerpen van klei schilderklaar te maken. En met zijn ovens en zijn ervaring met stookprogramma’s. Hoe langzaam of snel en tot hoe hoog moet de stooktemperatuur? In hoeveel uren moet de oven weer afkoelen. Allemaal stuurbaar met programma’s, maar dan moet je wel de juiste cijfertjes kennen en invoeren.

overleg met Giampietro
werkend aan een nieuw bord
het schoonmaken vooraf van een nieuw item
het dompelen om een witte laag te krijgen zoals de vazen op de voorgrond
altijd opnieuw spannend, hoe komt die schaal uit de oven
Is ie goed geslaagd? Yes!!

Over de te gebruiken pigmenten bij het beschilderen heb ik ’t dan nog niet eens. Want daar zit  magie achter. Nou ja, in feite natuurlijk chemie. Die kleurpigmenten zijn in eerste instantie veel fletser dan olie en waterverf, maar komen sprankelend en schitterend fel de oven uit.

Vooraf  moet je dus heel goed weten wat je opbrengt. Een soort schaken met kleur waarbij je een paar zetten vooruit moet denken en je geen fouten kunt permitteren want herstellen zit er nauwelijks in. Met hoeveel water leng ik een pigment aan om wat voor kleureffect te krijgen na het stoken?  Of hoe dik of dun breng ik ’t op om na drogen er nog in te kunnen krassen voor bepaalde visuele effecten of op te vullen met een andere kleur. Of als ik een heel dun laagje vloeistof langzaam laat absorberen in de klei, hoe wolkig is dan straks het aanzicht?

een van mijn nieuwe aanwinsten voor straks in het atelier in Middelburg tijdens de Kunst en Cultuurroute

De afgelopen weken heb ik voor mijzelf weer heel wat bijgeleerd, net zoals ook Giampietro die meer van de standaardmethode is. Gewoon omdat ik stomweg en onbevangen allerlei techniekjes en ideetjes uitprobeer, staat hij na het ovenresultaat regelmatig paf van ver en bewondering bij de bereikte effecten. Dat maakt onze samenwerking ook zo mooi. “Toos, dit is voor mij nieuw, dit heb ik nog geen andere kunstenaar zo zien doen”. Mijn probleem is dan dat ik me moet zien te herinneren hoe ik dat ook al weer heb gedaan. Want soms dompel ik me zo onder in het creatieve proces dat mijn brein dat na afloop niet meer volledig kan reconstrueren.

Hoe dan ook, as ’t effe kan volgend jaar weer! Tot volgende week.

TOOS

Mijn Schatplichtige Dante700 Kunstmijmeringen (II)


Zou Dante dik 700 jaar geleden, net als ik op deze foto, ook hebben zitten genieten van de Italiaanse zon tegen die muur van het duizend jaar oude Monastero di Fonte Avellana. Gekke vraag? Nee, zekers niet. Want zoals ik vorige week al beschreef , bezocht hij ooit ook dit afgelegen Benedictijner klooster waar ik in september 2019 de eer had een persoonlijke rondleiding van de abt te krijgen. Dat hij hier was, laten ze ook graag weten.  Zie de gedenksteen in de kloostermuur. Ik vermoed zomaar dat die eer mij niet te beurt gaat vallen.

Het bewijs van zijn bezoek? Dat levert Dante zelf. In de regels 106-111 van Canto XXI uit ‘Paradiso’, het laatste deel van zijn La Divina Commedia.

“Daar waar de bergen hoge kammen dragen,

Niet ver verwijderd van uw vaderstad,

Hoog boven het geweld der donderslagen

Ligt bij de Catria een klooster dat

Bewoond wordt door een aantal metgezellen

Dat er als kluizenaars de Heer aanbad.”

(vertaling Ike Cialoni en Peter Verstegen)

Het Monastero is nu met de auto goed bereikbaar via een omhoog  slingerende, geasfalteerde weg. Maar Dante, die heeft op zijn reis vast veel meer moeten afzien dan ik bij de mijne. Te voet, te paard, smalle, steile en stenige bergpaden? Zo zat ik daar tegen die muur van alles te bemijmeren, in volledige rust en stilte, met alleen wat bladergeruis om me heen. Mijmeringen als ‘zal ik die abt bij een volgend bezoek ‘mijn’ Divina Commedia katern uit het Purgatorium met die vier zeefdrukken cadeau doen voor hun bibliotheek?’

met abt en mijn gastheer Giampietro Rampini in de bibliotheek

Want ook die bibliotheek mocht ik bezoeken. Ooit stonden daar de prachtigste door monnikshanden geschreven middeleeuwse folianten. Nu jammer genoeg niet meer. Ze staan opgeslagen in de gigantische bibliotheek van het Vaticaan. Misschien maar goed ook. Want zo kunnen te grijpgrage handjes dat soort zeldzame boeken zich niet onrechtmatig toe eigenen in een niet zo geweldig beveiligd klooster. Nog meer mijmeringen? Mijn eigenste Dante-exposities. Zoals bijvoorbeeld die in Nice, in 2004. In Galerie Quadrige.

uitnodiging voor de expositie

Dat was namelijk de afspraak. Elke kunstenaar die meedeed aan de nieuwe Franstalige uitgave van La Divine Comédie (lees vorige week) maakte rond die bijdrage ook nog een tentoonstelling in de galerie. Gericht op Dante natuurlijk. En aldus geschiedde.

Zo maakte ik een hele reeks Dante-schilderijen, vooral gebaseerd op de Louteringsberg, ook wel betiteld als Vagevuur of Purgatorium. Het gebied waar je alsnog je toegang naar het Paradijs kon verdienen als ’t je lukte je te louteren voor nog niet uitgeboete zonden. Ook het gebied trouwens waar voor-christelijke zielen mochten verkeren. Want tja, hoe kon de kerk die kwijt? Die hadden hun zonden niet vergeven kunnen krijgen omdat Jezus pas na hen op aarde kwam. Voor het Paradijs konden ze dus niet in aanmerking komen, dat was echt alleen voor christenen bedoeld.

nog wat foto’s van de opening van die expositie in Galerie Quadrige in Nice

Dante had daardoor eigenlijk best mazzel. Want op die manier kon de grote Romeinse dichter Vergilius (70-19 v.C.), van wie Dante een grote fan was, zijn begeleider worden door Hel en Louteringsberg. Gebieden die Vergilius op zijn duimpje kende omdat hij er al eeuwen vrij rond kon dwalen. Wie beweert er hier nog dat logica ver te zoeken in is de leer van de Rooms-Katholieke kerk?

galerie eigenaar Jean-Paul Aureglia in gesprek met een bezoekster

Toch heb ik mij destijds ook nog wel schilderkundig bezondigd aan het Paradiso. Met een schilderij van die naam waarop ik mijn interpretatie weergaf van Beatrice. De voor Dante onbereikbare jonge vrouw, eigenlijk meisje nog, waarop hij verliefd werd en die jong stierf. Zij huisde vanzelfsprekend in het Paradijs en werd daar ook zijn begeleidster nadat hij aan het eind van zijn tocht over de Louteringsberg afscheid had moeten nemen van Vergilius. Die mocht natuurlijk geen stap zetten over de hemelse drempel.

mijn schilderij ‘Paradiso’

Maar dit schilderij ‘Paradiso’ hing duidelijk niet in galerie Quadrige. Nee, deze foto is, ook in 2004, genomen in de Martinikerk in Franeker. Waar toen mijn expositie ‘De Mens op Weg’ werd tentoongesteld. Met daarin een heel duidelijke Dante-exponent. Alweer zo’n persoonlijke Dante-link! Hoe dat zit? Ach, Dante700 duurt het hele jaar zodat ik ook nog wel wat tijd heb. Tot volgende week.

TOOS

Mijn schatplichtigheid aan Alighieri, Dante Alighieri, nog springlevend 700 jaar na zijn dood


Alighieri, Dante Alighieri! Bond, James Bond stelt de verschijning van zijn nieuwe film telkens maar weer opnieuw uit, maar Alighieri, Dante Alighieri heeft in 2021 première na première. Schrijvend aan mijn blog van vorige week dacht ik ineens aan hem bij het tikken van ‘scriptorium’. De mallemolen onder mijn hersenpan ging direct in de vierde versnelling met allerlei persoonlijke Dante pop-ups. Dante700, scriptorium, klooster in de Marche, Gubbio, zeefdrukken, Carros, galerie Quadrige, kunstroute Middelburg, mijn expo De Mens op Weg, the Dutch Church in Londen. Oh ja, en ook nog Perugia. Dat alles draaiend rond Dante’s ultieme La Divina Commedia, De goddelijke komedie, het belangrijkste werk uit de Italiaanse literatuur. Dante’s virtuele reis via Hel en Louteringsberg naar het Paradijs waar hij zijn vroeg gestorven liefde Beatrice zou ontmoeten. Daar ging ik over schrijven!Bij deze.

het dodenmasker van Dante met het officiële certificaat van echtheid erbij

Dante, de beroemdste dichter van Italië (Florence 1265-Ravenna 1321). De man van wie gezegd wordt dat hij aan de basis stond van wat de officiële Italiaanse taal is geworden. Want zijn beroemdste boek, La Divina Commedia, schreef hij niet in het toen gebruikelijke Latijn, Nee, dat deed hij in het Toscaanse dialect. Zijn eigen volkstaal, die van Florence en omstreken. Razend populair werd dat boek. Door alle stadstaatjes en onafhankelijke streken van de Italiaanse laars heen. Met al hun verschillende dialecten. En met al hun elkaar altijd maar weer bestrijdende machthebbers. Wilde je dus die middeleeuwse bestseller kunnen lezen of aanhoren, dan moest je dat Toscaanse dialect beheersen. De taal die nu het Italiaanse woordenboek vult.

Nog één van de gevolgen? Een heel jaar Dante700. Eén grote Dantemanifestatie gewijd aan zijn sterfdag op 14 september 700 jaar geleden. Dat mag ik niet zomaar voorbij laten gaan gezien mijn schatplichtigheid aan hem. Die begon in 2002 in Carros, een plaats even ten noorden van Nice.

bezig in het zeefdrukatelier in Carros (Frankrijk)

Of beter gezegd, het begon met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Want Jean-Paul had het plan opgevat een nieuwe uitgave te maken van La Divine Comédie. Een speciale Franstalige kunstuitgave van de Divina Commedia in beperkte oplage. Met illustraties  van de hand van kunstenaars uit zijn ‘stal’. Of ik mee wilde doen? Ja, natuurlijk! En bij welk onderdeel  ik dan afbeeldingen wilde maken? Bij De Hel, De Louteringsberg of Het Paradijs? Dat werd de Louteringsberg, het Purgatorium. En bij welke van de 33 Canto’s, de 33 Verzen, daarin?  Ik koos voor de nummer 25 t/m 29. Die spraken mij wel aan. Toen was de uiteindelijke vraag wat voor soort multiples ik dan wel wilde gaan maken. Steendrukken, gravures, zeefdrukken, houtsneden, etsen? Laat nou in dat Carros dicht bij Nice en dus makkelijk aan te rijden een zeefdrukatelier zitten. Keus gemaakt! Net zoals dus uiteindelijk een aantal zeefdrukken. Dat was trouwens makkelijker gezegd dan gedaan. Want de laatste keer dat ik er een maakte was in 1987.

die zeefdruk ‘Kloof’ uit 1987

Dat was voor een speciaal kunstproject bij Elegance. Destijds de eerste glossy in Nederland,HET maandelijks magazine over lifestyle. Een geselecteerde groep van 99 kunstenaars maakte in samenwerking met het zeefdrukatelier van Wout van der Vet voor het decembernummer van 1987 honderdduizend zeefdrukken. Die los werden bijgesloten in de Elegance oplage van 100.000. Op die manier zijn er aardig wat exemplaren van mijn ‘Kloof’ verspreid geraakt. Af en toe zie ik er nog wel eens eentje voorbij komen op internet kunstveilingen. Allemaal natuurlijk handgesigneerd, gewoon zoals ’t hoort. Dat hele project staat trouwens ook vermeld bij het Guinness Book of Records.

Maar nu wachtte er een nieuwe zeefdrukklus die technisch ook wat anders in elkaar stak. Met zeefdrukrasters die elke keer apart belicht moesten worden voor elke aparte kleurdrukgang.

weer dat zeefdrukatelier in Carros

1 van mijn 4 zeefdrukken bij la Divine Comédie

Vier zeefdrukken maakte ik voor Jean-Paul en zijn nieuwe Divine Comédie. Kunstwerken die nu ook deel uitmaken van een regelmatig rondreizende expositie. Eigenlijk lag ’t wel voor de hand dat die dit jaar in Italië zou neerstrijken. Dante700 tenslotte. En ja hoor, laatst vernam ik van Jean-Paul dat het Perugia gaat worden. Corona volente natuurlijk. Ik veerde echt even op toen hij dat vertelde. Perugia? Daar liep ik zomer 2019 nog rond! In die prachtige oude hoofdstad van Umbrië.

Perugia 2019

Ik werkte toen voor een maand in Gubbio, nog zo’n eeuwenoude stad in die streek. De streek ook waar ik dankzij mijn gastheer en keramist Giampietro Rampini een persoonlijke rondleiding kreeg van de abt in een middeleeuws klooster waar ook Alighieri, Dante Alighieri, had verbleven. Het Monastero di Fonte Avellana, midden in de bergen op de grens van Umbrië en de Marche. Daar stond ik dan, in het scriptorium waar Dante rond 1318 ongetwijfeld ook had gezeten.

met Giampietro en de abt in het scriptorium van het Monastero di Fonte Avellana

Echt goud, dat moment. Je merkt, over mijn ‘persoonlijke’ Dante ben ik nog niet uitgeschreven. Tot volgende week.

TOOS

Gekkenwerk in een gekkenhuis


Normaal gesproken zou ik deze week zijn opgenomen in het gekkenhuis. Het grootste gekkenhuis van Italië. Gubbio namelijk, de stad van de gekken, zoals ze dat in heel Italië weten.  Nou ja, niet het hele jaar door maar wel in de week waarin 15 mei valt. Aanstaande vrijdag dus. Want dan is het hoogtepunt van de Festa dei Ceri, het Feest van de Kaarsen. Kijk eerst maar eens naar onderstaand filmpje van een kleine twee minuten, dan weet je waarover ik ’t heb.

 

Duidelijk toch, die stad van de gekken? De passie, de overgave, de gemeenschapszin, ’t spat er met bloed, zweet en tranen vanaf. Waarom ik nu in Gubbio zou hebben moeten zijn, dat komt zo wel. Waarom ik er nu niet ben, dat mag duidelijk zijn. Corona! Voor het eerst sinds 1160 gaat dit gigantische festijn niet door. Afgezien van nog een paar keer in Eerste en Tweede Wereldoorlog. Noem dat maar eens geen eeuwenoude traditie.

deel van de oude stad van Gubbio

Vorig jaar schreef ik in augustus al een paar keer over Gubbio. Dat is hier, hier en hier terug te lezen. Ik was daar toen om twee redenen. Ik nam er deel aan een tentoonstelling en ging in het kader daarvan ook keramiek beschilderen. Bij maestro Giampietro Rampini in zijn atelier.

overleg met Giampietro in zijn atelier

Die vier weken in Gubbio hadden aardig wat gevolgen. Allereerst de vriendschap met Giampietro, zijn vrouw Roseanna en hun dochter Giulia die nu zelfs studeert aan de kunstacademie in Perugia. Dan mijn liefde voor dat prachtige, authentiek gebleven middeleeuwse Gubbio. Verder een soort gevoel van thuiskomen door de hartelijke bevolking in het oude centrum, met hun leven op straat, met de gehechtheid aan hun woon-quartieri,hun gewoontes en feesten die van generatie op generatie zijn overgeleverd. En, heel belangrijk, de afspraak met Giampietro dat ik eind april dit jaar zou terugkomen om weer opnieuw te komen werken in zijn atelier. Het atelier waar hij zelf de afgelopen paar maanden niet eens mocht komen. Want al reed hij als mantelzorger elke paar dagen vanuit zijn woning in de oude stad naar het moderne, tegen zijn atelier aan gebouwde huis waar zijn moeder woont, meer dan dat mocht niet. Want keramist stond niet op het door de almachtige Italiaanse autoriteit geproduceerde lijstje van essentiële beroepen. Je moeder verzorgen? Allicht! Maar daarna? Snel wegwezen naar je eigen honk. Niks niet stiekem binnendoor naar je atelier om je beroep uit te oefenen. Typisch gevalletje van ‘jede Konsequenz führt zum Teufel’.

winkel met erachter het atelier van Ceramiche Giampietro, met op de 2e etage mijn tijdelijke verblijf en op de 1e de woonetage van ‘mama’

Nu had ik dus opnieuw in dat atelier zullen werken en het Festa dei Ceri kunnen meemaken. Niet natuurlijk door als een gek mee te hollen onder die ‘ceri’ met daarop de heiligen Sant’Ubaldo, San Giorgio en Sant’Antonio. Want dat recht is voorbehouden aan zo’n 400 sterke, goed geconditioneerde mannen die daarvoor elk jaar streng worden geselecteerd. Mannen die maandenlang oefenen om elkaar langs de meer dan vier kilometer lange en honderden meters stijgende route vlekkeloos af te lossen tijdens dat rennen. Dat gaat wel eens fout trouwens. Giampietro heeft daardoor in zijn jonge jaren ooit een knie gebroken. Maar een echte Gubbiaan, en dat is hij, heeft zoiets er voor over.

aan het werk in het atelier

Snap je dat ik dit feest van een aantal dagen graag samen met Giampietro en zijn familie had meegemaakt? Nu dus maar hopen op 2021. Met daarbij in mijn achterhoofd nog wel een ideetje. Want als je goed kijkt in die video van hierboven zie je rond de 50ste seconde dat drie mannen vanaf een verticale stellage omlaag kiepen en daardoor de ‘ceri’ oprichten (zie ook de foto bovenaan). Daarbij gooit elk een met water gevulde kruik de menigte in. Die vallen natuurlijk te pletter, maar reken maar dat de scherven worden gekoesterd door de omstanders. Want als er ergens scherven geluk brengen is ’t hier wel. Elk jaar maakt een andere kunstenaar zes van die kruiken, drie voor het kapot gooien en drie voor in het museum. Stel nou eens dat ……. Begrijp je? Giampietro stelde dat vorig jaar al eens voor. Maar ja, naast de eer is de concurrentie natuurlijk heel groot.

een hoek in het museum met enkele van de kruiken waarover ik hierboven schrijf

Hoe dan ook, vorig jaar mocht ik al meehelpen een groot bord te beschilderen voor het grote wijken-feest in de stad, het tweede grote evenement in de tradities van Gubbio.

de uitreiking van dat bord op de Piazza Grande

op datzelfde plein bezig met ‘la dolce far niente’

In dat museum draait trouwens continu een professionele video over de ‘Ceri’. Echt prachtig omdat je via drone-opnames een geweldig zicht krijgt op én de stad én het feest. Kijken!

Nu dus nog even geen Gubbio voor mij. Maar wie weet! Mogelijk nog september,oktober? Graag! Tot volgende week.

TOOS

Een leuke KunstKlus: The 70-Series and More


Ook een balkon kan atelier zijn als je aan een tafeltje, papier, kleine doekjes , verf en penselen genoeg hebt. En als het weer meezit. Want een zonnetje met de bijbehorende juiste temperatuur kan dan natuurlijk helemaal geen kwaad. In Gubbio was dat allemaal het geval. Had ik ogen in mijn rug gehad, dan was zelfs nog de achtergrond inspirerend geweest.

Ik was in dat Gubbio dan wel een aantal weken bezig met keramiek beschilderen en het Italië-gevoel uit te buiten (lees voorgaande afleveringen), maar er moest ook nog een en ander meer gebeuren.

Zondag 6 oktober namelijk, en die dag komt eigenlijk al sneller in zicht dan ik had ingeschat, opent om 13.30 uur bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen een grote tentoonstelling van mij. Niet zomaar suggereert dat XL in de naam iets, ’t is ook gewoon zo. Je kunt er niet alleen kunst kijken in diverse ruimtes, je kunt er bovendien overheerlijk Thais eten. Dat laatste weet ik vanuit ruime ervaring.

het complex van Galerie Peter Leen XL in Breukelen

Ik heb met Peter, met wie ik al jaren samenwerk, afgesproken dat mijn tentoonstelling ‘The 70-Series and More’ bij hem in wereldpremière gaat. Ook die titel suggereert weer iets, maar sta me toe dat ik daar nu niet verder op inga. Maar hetgeen waar ik nu dus niet verder op inga, was wel aanleiding voor een idee. Minimaal  70 nieuwe werken maken.  Kleinere werken, dat wel. Volgens plan 35 olieverfschilderijtjes van 20 bij 20 cm met nog een mooie lijst er omheen en 35 mixed media werken van 25 bij 25 cm op alu-dibond. Een materiaal waarop je in combinatie kunt drukken en schilderen.

Zoiets vergt natuurlijk vooruit denken en je tijd goed gebruiken. Want 70 van zulke werken flats ik toch echt niet  op een achternamiddag even bij elkaar. Niet echt mijn stijl. Vandaar dus dat Gubbiaanse buitenatelier. Maar vandaar ook onderstaande foto.

Die is in de lente gemaakt in Nice. Geen balkon dus, maar een echt atelier in mijn appartement van dat heerlijke Niçoise Palais de Venise. Een zalige plek waar ik me in alle rust kan terugtrekken als ik even een ontkoppeling nodig heb van alle drukte in Nederland.

de achterkant van het Palais de Venise

Daar werd dus ook al aan die 70-Series gewerkt. Net zoals aan ‘More’ trouwens. Dat staat niet voor niets zo suggestief in de expositietitel. Naast die 70 kleinere werken komt er een hele serie nieuwe, grotere schilderijen. Hier al vast een enkel voorproefje.

Zo’n nieuwe reeks ben ik eigenlijk ook wel moreel verplicht aan alle kunstfans die opnieuw  hun stem op mij hebben uitgebracht bij de nog lopende verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2020. Daar kun je nog stemmen tot 15 september. Kijk maar bij https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/ .

Van én ‘The 70-Series and More’ én die verkiezing houd ik jullie de komende tijd allicht op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

Bijna al beroemd in Gubbio


‘Toos, zou jij willen meewerken aan de eerste prijs voor het Torneo dei Quartieri?’ ‘Vertel Giampietro, wat is dat?’ Want dat moest gastheer en keramist Giampietro Rampini me wel eventjes uitleggen. Nou, dat bleek dus het op één na grootste jaarfeest van de stad te zijn. Altijd op de avond van 14 augustus. Met direct daarop volgend het Ferragosta, Maria Hemelvaart, één van de belangrijkste vieringen in gans Italië. Logisch dus, die 14e augustus, want dan kun je ’s avonds en ’s nachts lekker doorhalen. Hoe je de 15e dan uit bed komt is een andere zorg. Maar daarover straks meer.

ver na middernacht wordt er nog druk gefeest voor de kerk van het eigen stadskwartier

Eerst de opzet van dat Torneo dei Quartieri. Een groots opgezette manifestatie op het prachtige Piazza Grande. Waarbij de vier concurrerende wijken van de middeleeuwse stad tegen elkaar opboksen met een eigen enscenering rond een zelf gekozen historisch thema. Maar dat weet ik dus ook allemaal pas sinds kort. Daarna komt er nog een wedstrijd kruisboog schieten. Met, dat zal niet verbazen, weer vier teams uit die vier wijken. Bestaand uit stoere, middeleeuws geklede mannen Want het zijn vanzelfsprekend wel alleen mannen die schieten. Vrouwen deden zoiets nog niet in de middeleeuwen. En het feminisme in macho-Italië? Dan kan nog wel een inhaalslagje maken.

de kruisboogschutters voor aanvang van de wedstrijd

in actie

Dat er bij zo’n festijn wat te winnen valt spreekt voor zich. De prijs waarover Giampietro sprak was die voor het beste middeleeuwse optocht-en-toneel spektakel. Een keramisch bord waarop ik eerst een deel zou schilderen waarna zijn vrouw Roseanna en hijzelf het zouden afmaken. Een echte coproductie Rampini/van Holstein. Of ik vereerd was met die uitnodiging? Wat dacht je! Want ik krijg na een paar weken dat keramiek beschilderen al wel in de vingers, maar het is technisch echt heel anders dan werken op een doek met olieverf. Dus als je dan als eerste buitenlandse kunstenaar aan zo’n belangrijke prijs voor de Gubbianen mag meewerken? Daar ga je van stuiteren. Mentaal gesproken dan. Want voor de lichamelijke variant is mijn lijf niet meer geschikt. Hier een foto van het prijsbord.

De afbeeldingen op de rand zijn van mij. Met daar tussendoor prachtig ingepast natuurlijke elementen van Roseanna. Giampietro schilderde het middendeel.

Die avond van het feest liepen hij en dochter Giulia ook mee in de optocht van zijn wijk San Giuliano. Want een wijk zonder eigen heilige, dat kan natuurlijk niet. Trommelaars voorop en het tableau de la troupe van bestuurders, notabelen, schone jonkvrouwen en gewoon voetvolk er achteraan. Prachtig om dat trommelgeluid uit de verschillende wijken te horen weerklinken in de smalle straten en tegen de steile helling waarop Gubbio ligt. Op de Piazza Grande werd dan de uiteindelijke onderlinge scenische strijd uitgevochten.

Maar afgezien van het daarop volgende kruisboogschieten ben je er nog niet. De balletschool van Gubbio kwam er ook nog aan te pas. En het spectaculaire vendelzwaaien. Dat alles gade geslagen door het publiek op de tribunes en een letterlijk en figuurlijk hooggeplaatst middeleeuws gezelschap op de indrukwekkende trap van het machtige Palazzo dei Consoli. Met natuurlijk een stel af en toe op lange trompetten blazende herauten achter zich.

dat vendelzwaaien en gooien is maar moeilijk scherp te krijgen in het donker

Daar mocht ik me later ook bij voegen, staand naast de burgemeester, om de eerste prijs uit te reiken aan de winnende wijk. Toevallig die van Giampietro. Waarbij van mijn kant van partijdigheid geen sprake kon zijn. Dat was het werk van een onpartijdige jury.

op de grote trap naast de burgemeester

de uitreiking van het prijsbord

En daarna bleef het nog lang onrustig in de stad. Toen levensgezel en ik na inname van de nodige bubbels ruim na twaalven de steile straten afdaalden, kwamen we nog twee trommelbendes tegen die gebroederlijk al roffelend op hun instrumenten door de straten marcheerden. Vergezeld nog steeds van een aantal middeleeuwse dames. Dat trommelen klonk overigens wel iets onregelmatiger dan eerder op de avond. Een bijna magisch realistische scene.

Oh ja, en het grootste jaarfeest van Gubbio dan? Dat is het Festa dei Ceri, altijd op 15 mei. Ik heb met Giampietro afgesproken daar volgend jaar bij te zijn. Tot volgende week.

TOOS

De geïmproviseerde Gubbio-banner òftewel Italië in een notendop


Of er een verschil is in culturen tussen Italië en Nederland? Zekers! Ik heb niet voor niks diverse exposities gehad in de laars van Europa. Daarbij kan dan een grote mate van flexibiliteit heel nuttig blijken. Daarom wil ik jullie het volgende, kostelijke en cultuurgebonden verhaal niet onthouden. Gubbio, de stad waar ik nu verkeer, is plaats van handeling (lees ook voorgaande blogs).

Gubbio

Maar de proloog begint in ons eigen, soms wat over georganiseerde Nederland. In aanloop naar de internationale groepstentoonstelling ‘Arte incontra Artigianato’ hier in Gubbio had levensgezel regelmatig overleg met Martin Impelmans van de organiserende stichting Grenze(N)loze Kunst. Onder andere over publiciteit. Martin moest als Italiaans sprekende maar Nederlandse spin in het Gubbiaanse gemeenteweb allerlei zaken en zaakjes regelen. Ook dus die pr. En wat is tegenwoordig een expositie zonder uitbundig wapperende vlaggen en aandachttrekkende metershoge banners op buitenmuren. Wat in Gubbio dus per definitie middeleeuwse en derhalve beschermde muren zijn. Dat er daarin op wonderbaarlijke wijze wel eens wat verdwaalde spijkers en schroeven  verzeild zijn geraakt? Dat is natuurlijk geschiedenis. Toestemming voor nieuwe spijkers en schroeven? Ojee, dan hebben we een groot probleem, Professore Impelmans! Dat kunnen we echt niet toestaan. Dan kun  je als Nederlander hoog of laag springen, maar Italiaanse ambtenaren kennen hun Italiaanse regels natuurlijk veel beter dan zo iemand uit het hoge noorden. Regels waarvan ambtshalve geen letter, hoe klein ook, mag worden afgeweken. Onder geen beding! Jammer, jammer, Signor Impelmans. Ja maar, die verdwaalde spijkers die er al zitten dan? Ach, u begrijpt vast wel dat wij daar niets van af weten. Conclusie? Geen banners aan de buitenmuur bij de expositie. Vlaggen dan misschien? Want er zitten toch vlaggenhouders hoog in de muur? Oh, maar daarvoor moeten wel speciale vlaggenstokken worden gemaakt. We gaan kijken wat we daaraan kunnen doen. Martin liet al vast vlaggen drukken in Nederland.

Bij de opening op zaterdag 27 juli? Geen banners dus. Maar ook nog geen vlaggenstokken. Toen mijn gastheer en mede-exposant, keramist Giampietro Rampini, opmerkte dat er toch eigenlijk wel wat publiciteit op de buitenmuur moest, vertelde levensgezel hem bovenstaand verhaal. Oh, daar ging hij wat aan doen! Maar de gemeente dan? Kom toch, hadden we die dan nodig? Hij moest nu eerst naar Finland, was woensdag terug en ging donderdag aan de gang. Maar aan Martin mochten we niks vertellen.

Dus op donderdagmiddag loopt Giampietro levensgezel achterop in Gubbio. Harm, Harm die banner! Heb jij een goeie foto van werk van Toos op je laptop? Natuurlijk! Goed, dan gaan we nu aan de slag. Dus werd er, met mij erbij, een langwerpige, abstracte uitsnede van een schilderij gekozen en op USB-stick gezet. Daarna gelijk naar de drukker. Die kon namelijk direct aan de gang. Daar even praten, uitleggen en de start van het drukken meemaken.

de banner begint uit de pers te komen

 

Toen even ergens koffiedrinken met een dolce, de banner van meer dan 3 meter lang bij 1 meter breed na een half uurtje ophalen, terug naar het keramiekatelier, de familie in de persoon van Gampietro’s moeder inschakelen om op haar naaimachine nog iets aan de banner te fiksen en vrijdagmorgen was alles klaar.

klaar!

banner uitgehangen in de keramiekwerkplaats

Nou ja, nog niet helemaal. Want er moesten boven en onder stangen aan en die behoorden natuurlijk wel esthetisch verantwoord te zijn. We zitten uiteindelijk wel in Italië! Stangen dus met middeleeuws aandoend pijlpunten aan weerszijden. Dat deed de smid die vrijdag nog wel even.

Op zaterdagmorgen waren Giampietro en levensgezel uiteindelijk illegaal bezig om gaten in de eeuwenoude muur te boren en de banner te bevestigen. Martin wist niet wat hij zag.

bevestiging van de banner

Giampietro en de verbaasde Martin als de klus is geklaard

Tussendoor moest Giampietro nog wel even weg. Tja, hij had wel veel voorbereid, maar toevallig net niet de juiste maat steenboor en pluggen meegenomen. Nessun problema! Er zat wel een ijzerwinkel om de hoek. Wat weer eens de stelling van levensgezel bewees: improviseren kunnen ze als geen ander, die Italianen.

Heeft daarna een ambtelijk iemand nog iets over die banner gezegd? Nee natuurlijk. En die vlaggen? Die wapperen eindelijk ook. Twee weken na aanvang van de expositie. Italië in een notendop dus. Tot volgende week in de Corriere della Toos.

TOOS

Ik wou dat ik twee Toosjes was, dan …….


de wandelgangen van de Middelburgse Abdij

In een bundel van Michel van der Plas van lang geleden stond het heerlijke gedicht:

Ik zit mij voor het vensterglas

onnoemlijk te vervelen.

Ik wou dat ik twee hondjes was,

dan kon ik samen spelen.

Hier in het Italiaanse Gubbio, in de provincie Umbrië, kwam de volgende variatie in me op:

Ik wou dat ik twee Toosjes was,

Dan had ik me kunnen delen.

 Want dat was eind vorige week best handig geweest. Eén Toosje in Gubbio en één Toosje in Middelburg. Waar het 20-jarig bestaan van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute werd gevierd. Met de opening van een drie weken durende speciale expositie (zie de affiche) en het afscheid van onze net zo onvolprezen, jarenlange voorzitter Jan Kiewiet. Maar ja, ik zit voor een viertal weken vast in Gubbio. Wat trouwens geen straf is te noemen!

afscheid van voorzitter jan Kiewiet

bezoekers bij mijn bijdrage aan de tentoonstelling in de wandelgangen

Dus kon ik Jan geen stevig bedankende afscheidshand geven in de kloostergangen van de Abdij, kan ik niet onze gezamenlijke expositie daar aanschouwen en mis ik ook nog eens de speciale tentoonstelling ‘Omarm Vrijheid’. Plaatsvindend in de zelden geopende crypten onder die kloostergangen. Echt een moetje, die crypten, prachtig! Een beetje wrang daarbij is eigenlijk wel dat ik zelf nog het idee voor die tentoonstelling heb aangedragen.

 

de expositie ‘Omarm Vrijheid’ in de crypten

Want hebben we in Middelburg niet elke twee jaar de uitreiking van de bekende en prestigieuze Roosevelt Awards? Gebaseerd op de Four Freedoms van USA-president Roosevelt: Vrijheid van godsdienst, Vrijheid van meningsuiting, Vrijwaring van gebrek, Vrijwaring van vrees.

Mij leek ’t een inspirerend idee daarmee aan de gang te gaan op basis van uitspraken van laureaten die in het verleden zo’n Roosevelt Award hebben ontvangen. Veertien routedeelnemers, met mij erbij, hebben een kunstwerk gemaakt op basis van zo’n uitspraak. Die van mij? ‘For me peace is not only the absence of war but the absence of fear’. Een uitspraak van de dappere, jonge Pakistaanse vrouw Malala Yousafzai die als meisje door een achterlijke Taliban in haar hoofd werd geschoten. Had ze maar niet moeten pleiten voor onderwijs voor meisjes. Want stel je eens voor dat vrouwen ontwikkeld zouden raken! Te gek voor woorden toch? De wereld, zijn bekrompen en enge wereld dus, zou ten onder gaan. Malala overleefde het en reist nu de wereld over om te pleiten voor de vrouwenrechten. Een vrouw naar mijn hart dus.

mijn bijdrage aan ‘Omarm Vrijheid’

aan een muur in Perugia

Daarom voelde ik me vorige week bij een bezoek aan Perugia, de hoofdstad van Umbrië, extra getroffen. In zo’n steile kronkelstraat van de ook daar weer magnifieke middeleeuwse kern werd ik plots geconfronteerd met een geschilderd portret van haar aan een muur. Toeval? Ja, natuurlijk. Maar wel een bijzonder toeval.

 

Gelukkig kan ik mijn afwezigheid tegenover mijn Middelburgse kunstgenoten wel verantwoorden. Want het is hier ook werken geblazen. In het atelier van mijn gastheer, keramist Giampietro Rampini. Als onderdeel van de ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato'(Art meets Craftmanship) hebben we namelijk een samenwerking opgezet. Ik ga keramiek van hem beschilderen. Een nieuw kunstavontuur. Waarover beslist gerapporteerd gaat worden in de Corriere della Toos.

overleg met Giampietro

bezig met het beschilderen van een bord

Tot volgende week.

TOOS

Italiaanse Paradox


Norcia 01

 

Norcia 02Vorige week schreef ik in dit blog al over een tentoonstelling in Norcia (Italië) waaraan ik deelnam, samen met enkele andere kunstenaars. Dat Norcia ligt weer in Umbria, de bergachtige streek ten zuiden van het rijke Toscane. Van oudsher een armer gebied dan Toscane maar daarom niet minder rijk aan cultuur. Denk alleen maar aan Assisi. Overdonderend  met al z’n middeleeuwse cultuur omdat, en dit is beslist te kort samengevat,  de heilige Franciscus van Assisi  goed met dieren kon praten. Zo zegt althans het verhaal.

Daarbuiten echter stikt ’t ook van de prachtigste oude stadjes,  Spoleto bijvoorbeeld , met al hun kerken, kloosters, kastelen en paleizen. Maar  ook met winkels vol uitstallingen van de lekkerste etenswaren. Want daar zijn Italianen gek op. Hun keuken wordt niet voor niks over de hele wereld geroemd.

En daar stuit ik voor mijn gevoel steeds weer op die grote paradox. Want hoe kan een volk dat wortelt in zo’n oude  cultuur en dat houdt van mooie en lekkere dingen, in een land waar je om de haverklap de prachtigste kunst tegenkomt, nu weer opnieuw zo’n  figuur als Berlusconi politiek belangrijk maken. Ik snap dat dus gewoon niet.

Norcia 04Norcia 05Maar goed, Norcia dus. Ter illustratie bij deze aflevering wat foto’s van de etenswaren waarom Norcia bekend staat. De norcineria, salami maar ook allerlei andere soorten worst. En de zwarte truffel natuurlijk. Daarvan liet ik vorige week al een plaatje zien. € 600 tot € 800 per kilo. Een leuke bijverdienste dus om truffels te vinden. Honden met een goeie truffelneus, die dat “zwarte goud” opsporen in de bossen in de grond onder eikenbomen, worden dan ook regelmatig gestolen. Zo heb ik mij ten minste laten vertellen.

Ondanks de kou in Norcia, ’t ligt op 700 m hoogte in het Apenijnse gebergte, was het de afgelopen paar weekeinden tijdens de grote truffelbeurs  goed druk bij de vele stands  in de straten en op het grote plein.

Norcia 06

Daar waar ook op de achtergrond  het museum  staat met daarin tijdelijk mijn werk. Onder de zegenende arm van de rond het jaar 480 geboren Benedictus. Toch knap dat ze, ondanks het gebrek aan een burgerlijke stand destijds, nog wisten waar dat was gebeurd. Want op die plek staat nu, achter hem, zijn eigen kerk. Met in de crypte de exacte geboorteplek. Tot volgende week.

Norcia 03TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

TOOS, truffels en kunst


Norcia 1

Norcia 2 Schreef ik vorige week nog over kunst en Wenen, nu gaat ’t over kunst en Norcia. En dan nog wel mijn eigen kunst. In Norcia? Ja, inderdaad, Norcia. Een oud stadje in Umbria dat het Italiaanse centrum is voor de Tuber Melanosporum Vittadini, il tartufo nero, oftewel de zwarte truffel. En van de norcineria, wereldberoemde salami. Grote kans dat bij de gastronomen onder ons nu de speekselklieren door een Pavlov reactie optimaal gaan werken. Net nu, voor de 50ste keer, is daar de internationale truffelmarkt, de Mostra Mercato del Tartufo Nero. En ook net nu is daar dus werk van mij te zien in het Museo Castellino.

Hoe ik daar terecht kwam? Tja, zoals gewoonlijk is dat weer een ingewikkeld verhaal. Maar heel kort door de bocht geformuleerd komt ’t er op neer dat mijn levensgezel goeie connecties heeft met ImSpa Poductions (www.imspa.com ). En ImSpa , liefhebberend in de kunst, heeft weer connecties in Umbria. Zodoende hebben mijn schilderijen nu een flinke reis afgelegd, samen met die van een paar andere kunstenaars. Want het betreft een groepstentoonstelling in dat museum van Norcia. “5 Artisti Olandese a Norcia”.

Norcia 3

Heerlijk om weer eens die Italiaanse toestanden mee te maken. Want Italianen zijn niet echt sterk in organiseren, maar des te sterker in improviseren. Dat weet ik uit ervaring. Dus weet ik ook dat je je niet al te druk moet maken als zaken in eerste instantie niet helemaal lopen zoals je als georganiseerde Nederlander verwacht. Uiteindelijk komt ‘t weer, bijna, op z’n pootjes terecht.

Norcia 4

Het museum is zo’n stevig oud kasteel waar Italië volmee staat.  Dat is het mooie van dit land. Overal beeldende kunst in de vorm van architectuur, beeldhouwwerken en schilderingen. Van die oude stadjes die op zich vaak al een kunstwerk zijn. Zo ook Norcia, met nog steeds de oude omwalling waarin ook huizen zijn opgenomen. Maar in een volgende blogaflevering laat ik nog wel wat foto’s zien. Van bijvoorbeeld de heilige Benedictus. Want die zou hier geboren zijn. Ja, die van de Benedictijner monnikenorde. En ook nog de schutspatroon van Europa. Ten minste, zo heeft de Paus dat bepaald in 1964. Of hij “Brussel” daarin heeft gemengd? Vast niet! Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Norcia 5