Tagarchief: Venetië

Maak ’t groot en maak ’t veel, dan wordt ’t KUNST


Weer terug naar Venetië na vorige week als plotsklapse noodzakelijke onderbreking het melden van mijn nominatie voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Nu dus toch die Biennale di Venezia. Elk oneven jaar voor mij als kunstenaar een onverbiddelijke must. Niet omdat alles wat daar onder de noemer kunst wordt gepresenteerd nou zo overweldigend  is.  Maar gewoon om op de hoogte te blijven van zowel het goede en slechte als het ridicule en te genieten van de ambiance van die unieke stad. Want reken maar dat je tegen zogenaamd kunstzinnige uitingen aanloopt  waar ik voor mezelf heel grote vraagtekens bij zet. Wat bijvoorbeeld te denken van die koe hieronder?

Die draait de hele dag rondjes op z’n railtje. Uitgezocht en geautoriseerd door de hoofdcurator van de Biennale die voor dit soort kunstuitingen  twee jaar lang de hele wereld over reist. ‘Wat moet ik hiermee’, denk ik dan.  Zeker als ik het bijbehorende verhaal na twee keer lezen ook nog steeds niet begrijp. Zoals een vriend dat een aantal jaren geleden eens heel mooi uitdrukte, ‘hier ben ik geestelijk nog niet aan toe’. Je kunt ’t natuurlijk ook gewoon ‘kunstkul’ noemen. En reken maar dat je dat veel tegenkomt. Naast echt prachtige zaken. Zoals bijvoorbeeld in het officiële Russische paviljoen op de Giardini, het park en heilige kunstplek waar in 1895 de 1ste Biennale di Venezia startte.

Kom ik daar zomaar ineens een hele installatie tegen gewijd aan Rembrandts beroemde schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’ dat hangt in de Hermitage in Sint-Petersburg. Een in het duister gehuld geheimzinnig en intrigerend geheel waarover ik in de Nederlandse pers niets had gelezen. Ook dat is voor mij dan weer onbegrijpelijk in een jaar waarin je bij ons onmogelijk om alle Rembrandt-manifestaties heen kunt.

Waar je op de biënnale in ieder geval ook niet omheen kunt is het ‘groot en veel’. Levensgezel formuleerde dat lang geleden zo: ‘maak ’t groot en maak ’t veel, dan wordt het vanzelf KUNST’. Kunst met hoofdletters dus. Voorbeeldje. Zet in een grote ruimte een ouwe, lege melkfles neer en iedereen denkt dat iemand die fles is vergeten. Zet er een paar duizend neer, maak er een liefst wat ingewikkeld en onbegrijpelijk verhaal met veel dure woorden bij en ’t is ineens een kunstinstallatie. Of zet een pop van een baby neer en men denkt ‘het zal wel’. Maak diezelfde pop 6 meter hoog en iedereen staat vol bewondering te kijken. Want dan is het indrukwekkend. Van dat mechanisme wordt in de kunst veel gebruik gemaakt. Ook weer op de biënnale nu. Kijk maar.

Zet je een zo’n ding neer, dan is ’t niks. Maar een heleboel in strakke rijen zoals op onze tulpenvelden? Dan kom je in een landenpaviljoen op de Giardini.  Nog een aantal variaties hierop? Vooruit.

Bij de laatste foto, gemaakt in het Arsenale (het tweede grote expositieterrein), probeerde ik even zo’n zwart geval op te rapen en te bekijken. Oeps, foutje! Er was gelijk iemand bij die vertelde dat alles precies zo moest blijven liggen als het lag. Nou, vooruit dan maar, dan maar geen vingerafdruk achterlaten op de Biennale!

Je kunt natuurlijk ook een hoop losse motorpakken in het Arsenale draperen over balken en trappen.

Hier ook nog wat voorbeelden van ‘maak het groot, dan wordt ’t kunst’.

Overigens kan dat heel goed werken en een bijzonder indruk achterlaten zonder geforceerd over te komen. Zoals in de kerk San Giorgio Maggiore waar elke biënnale wel iets bijzonders is te zien.

Of dit op een afgelegen gedeelte van het Arsenale.

Wat dan naar mijn mening weer niet kan worden gezegd van deze installatie in de grote, te restaureren San Lorenzo kerk waar ik 4 jaar geleden exposeerde.

Komende keer nog meer Biennale, met ook echt mooie en intrigerende kunst en een snuf politieke correctheid. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

De verkiezing voor de Kunstenaar van het Jaar 2020 is losgebarsten!


Die foto hierboven met een brede glimlach heeft een heel duidelijke, vrolijke verklaring. Want was ik van plan hier deze week nog wat meer over Venetië en de Biënnale te schrijven, haalt de heel prettige actualiteit me in. In mijn achterhoofd wist ik ’t eigenlijk wel, maar in die architectonische wonderstad was ’t echt tot in een zeer verre uithoek van mijn grijze cellen weggedrukt. Wat? De verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar. Die start namelijk altijd op 1 juli. Met als uiteindelijk resultaat de bekendmaking van de winnaar begin november. Zij of hij mag zich dan de Kunstenaar van het Jaar 2020 noemen.

 Ik heb er voorgaande jaren al wel vaker over geschreven. Omdat het door de jaren heen geleidelijk aan veranderend kunstpanel mij elke keer opnieuw weer gunstig is gezind met een nominatie. Zo ook nu. Toch mooi van die zo’n 100 museumdirecteuren, conservatoren, docenten kunstgeschiedenis, kunsthistorici,kunstrecensenten en verzamelaars.

Dus zit ik opnieuw in de groep van 90 genomineerde kunstenaars. Met daaronder natuurlijk niet de minsten. Even een greepje. Marlene Dumas, tegenwoordig miljoenen waard. Jeroen Krabbé, jazekers, die heeft de kunstacademie gedaan. Erwin Olaf, de beroemde fotograaf die net een expositie in het Haags Gemeentemuseum afsloot en een nieuwe opende in het Rijksmuseum. Daan Roosegaarde, de regelmatig omstreden kunstenaardesigner die nu een tentoonstelling heeft in het Groninger Museum. herman de vries, ja, zo wil hij zelf zijn naam geschreven hebben, die wat jaartjes geleden het Nederlands paviljoen bij de Biënnale in Venetië tot zijn beschikking had. En daar mag ik, alfabetisch, zomaar weer tussen staan.

Logisch toch dat ik Venetië even voor een weekje opschuif en iedereen graag wil wijzen op die verkiezing: https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/? Of je op mij zou willen stemmen ga ik natuurlijk niet vragen. Maar dat ik ’t op prijs stel, ligt vanzelfsprekend wel een ietsiepietsie voor de hand. ’t Zou sowieso al heel leuk zijn als ik in deze ronde kan doordringen tot bij de laatste 25 kunstenaars die dan weer door de mallemolen van het kunstpanel gaan. De komende paar maanden is in ieder geval de keus aan het kunstliefhebbende publiek.

En voor die nieuwe Venetiaanse avonturen?

En deze Venetiaanse foto? Volgende week de oplossing.

Tot volgende week.

TOOS

Venetië, altijd een feessie!


Venice by night
gondelfile bij de Brug der Zuchten, niet doen, zoiets

Als ik vertel dat ik Venetië altijd een feest vind om heen te gaan, krijg ik vaak de reactie ‘maar Toos, dat is een soort Disneyland geworden, daar loopt ’t toch over van de toeristen ‘. Klopt. Zo’30 miljoen per jaar. En dat gaan er vast nog meer worden. Maar toch! Als je de stad kent, en dat doe ik na vele bezoeken zo langzamerhand wel, valt ’t heel erg mee. Gewoon de Venetiaanse varianten van de Amsterdamse Dam en Kalverstraat mijden en zie daar, rust! Want al die dagjestoeristen, 80% van het totaal, willen alleen maar naar de Rialtobrug en het San Marcoplein. Want dan hebben ze Venetië gezien. Denken ze. Ik ben vorige week, toen ik in La Serenissima, de Allerdoorluchtigste, verkeerde dan ook niet één enkele keer op dat plein met al die schijtduiven geweest.

buiten de Kalverstraat

Nee , ik kwam voor de wereldberoemde Kunstbiënnale van Venetië. Die heeft twee kernterreinen. De oude Giardini met heel veel landenpaviljoens en het Arsenale. Het uit de middeleeuwen stammende industrieterrein met zijn indrukwekkende gigantisch lange en hoge hangars. En weet je hoeveel bezoekers daar komen in de Biënnale periode van mei tot november? Ongeveer een half miljoen! In het veel kleinere Rijksmuseum komen er meer. Maar daarover een andere keer. Nu gewoon eerst  ‘mijn’ Venetië, waar ik in de loop der tijden drie keer heb geëxposeerd.

Daardoor maak ik elke keer ook een vaste gang naar het restaurant Aciugetha. Afkomstig van acciuga, Italiaans voor anchovis. Ergens in de jaren 90 aten we daar met een stel kunstenaars na een opening en heb ik een aquarelletje gemaakt voor de eigenaar. Dus moet ik toch regelmatig even controleren of mijn kunstwerk er nog aanwezig is. En ja hoor, ’t hangt er nog steeds. Zelfs op een officiële foto van hun website kon ik het ontdekken. Daar laat ik mijn kunstenaarsego toch graag door strelen.

het plein waaraan het restaurant Aciugheta
bij mijn aquarel daar

Het woord kunst  zou je trouwens wel als een synoniem kunnen zien voor Venetië. Afgezien van de moderne biënnale en alle andere eeuwenoude kunstschatten  is de stad al kunst van zichzelf. Die je dan al wandelend of varend tot je kunt nemen. Want lopen zul je! Geen auto’s, geen brommers, geen fietsen. Alleen de benenwagen en de vaporetto, de waterbus. Heerlijk gewoon. Daar horen natuurlijk ook terrassen bij. En dan niet die aan de Kalverstraat maar gewoon in de wijken waar de echte Venetianen wonen. Zoekt en gij zult vinden.

aan het tekenen op zo’n rustig terras
op een Venetiaans feest tussen de Venetianen met een Venetiaanse vriendin, curator Efthalia Rentetzi
de kade van Giudecca

Dan geniet je daar van je spritz in relatieve rust, want ’t blijven vanzelfsprekend wel italianen waar je tussen zit. Dit keer zaten we veel op Giudecca, een wijk en eiland even buiten alle drukte. Op een terras met het kanaalwater klotsend tegen de kade bij je voeten en een heerlijk uitzicht. Tussen de Italiaanse bambino’s en bambina’s met bijbehorende moeders en grootmoeders. Met de arbeiders die er einde middag hun aperitief komen halen. En de enkele  erheen gedwaalde toeristen. Leven als God in Venetië!

het Canal Grande, gezien vanuit een van de prachtige paleizen
ook het huisvuil moet vanuit Venetië per boot vervoerd worden
zo’n prachtig verweerde muur in Venetië
een zaal in een van de vele prachtige paleizen
hoezo geen rustige plekjes in Venetië?

Oh ja, en die spritz die tegenwoordig zo heel erg in is, overal in Europa, schijnt dus echt uit Venetië te komen. We ontdekten dat drankje daar al weer heel wat jaren geleden. Heerlijk: voor ons 1/3 prosecco, 1/3 bruisend mineraal water en 1/3 Campari. Want met dat wat bittere laatste is ie veel lekkerder dan met die zoetige Aperol. Proost! En tot volgende week.

TOOS

La Serenissima


Hierbij nog weer een van mijn serie speciale zomerblogs. ’t Is ten slotte augustus en nog steeds vakantie dus een versnellinkje lager mag best. Gewoon wat makkelijker. Één foto erin van een schilderij van mij met een daarop geïnspireerde tekst. Een praatje bij een plaatje zogezegd.

Toos van Holstein, Nebbia a Venezia, olieverf 65-45 cm

Vorige week schreef ik ’t nog. De stad, oud of modern, fascineert me altijd. Maar als er één oude stad is waarvoor dat geldt, is ’t wel Venetië. Een week Venetië is voor mij altijd een feest. En dat gebeurt meestal in de oneven jaren. Als de wereldberoemde kunstbiënnale daar weer bezit neemt van het bijbehorende expositieterrein, van het oude industriële Arsenale en van allerlei palazzi. Volgend jaar ben ik dus wel weer van de partij. Maar eens kijken of het er opnieuw drukker is geworden met al die horden toeristen die de stad het hele jaar lang overstromen. Want de stad zelf mag dan af en toe te lijden hebben van de aqua alta, de te hoge waterstand waarbij het water bezit neemt van bepaalde pleinen en straten, de toeristengolven spoelen er het hele jaar doorheen. Maar dan vooral in de Venetiaanse Kalverstraat, de wirwar van aan elkaar geschakelde straten en straatjes die het treinstation via de Ponte di Rialto verbindt met het Piazza San Marco. Want daar moeten en zullen alle dagtoeristen natuurlijk heen. Gelukkig, zou ik bijna zeggen! Want daardoor zijn er ook nog grote delen in de stad waar het veel rustiger is. Daar verkeer ik dan ook het liefst. Daar komen die eeuwenoude sfeer en schoonheid van La Serenissima nog steeds heel goed tot hun recht. Dan voelt ’t nog steeds als een voorrecht in die stad te kunnen ronddwalen en verdwalen en te genieten van al het moois dat de mens daar aan architectuur heeft gecreëerd. En loop je een kerk binnen, dan sta je eigenlijk altijd gelijk oog in oog met de prachtigste kunst van oude Italiaanse meesters. Echt genieten.

Dat is het ook als de dagtoeristen zijn verdwenen en de nacht over Venetië valt. Pure, feeërieke schoonheid. Net zoals bij de af en toe binnenvallende nevel. Vandaar bovenstaand schilderij Nebbia a Venezia. Mist in Venetië. Tot volgende week.

TOOS 

De venetianisering van Venetië


Je leest er tegenwoordig regelmatig over, Amsterdam is aan het venetianiseren. Maar wat betekent dat eigenlijk? Een paar maanden geleden was ik voor de tigste keer weer eens een week in dat Venetië, het grootste en mooiste openlucht museum ter wereld. Dus een beetje ervaringsdeskundige mag ik mijzelf wel noemen.

Het is beslist een feit dat steeds grotere massa’s toeristen de Amsterdamse binnenstad als een soort tsunami overstromen. Met, naar verluid, de bijbehorende geluidstsunami  van dag en nacht voort denderende rolkoffers en brallende, niet meer zo sobere toeristen. Met een toenemend aantal Airbnb kamers en appartementen die de eigenaar menige euro doen toevloeien. Met plaatselijke stanktsunami’s  in de openbare ruimte van soms minder en soms meer verteerde vloeistof en voedselresten die juist van toeristen afvloeien. En met, niet te vergeten, de fietstsunami  van grote groepen die hun leenfiets als een oneigenlijk voorwerp onder hun achterste ervaren en al zwalkend moeten anticiperen op het nogal gehaaste, agressieve fietsgedrag van de autochtonen. Gevolg? Fietsfiles, menige fietsbotsing en bijbehorende Babylonische taal en vloekverwarringen.

Hoe zit dat dan in La Serenissima Repubblica Venezia, de allerdoorluchtigste Republiek Venetië, zoals de naam ooit luidde?  Maar even een paar  foto’s.

bij het Dogenpaleis
‘rustige’ vaporetto, ’t kan veel en veel voller
fotootje maken op de Rialtobrug
om de hoek bij het San Marcoplein

Één ding ontbreekt in ieder geval op die plaatjes. Fietsers. Want in Venetië zult gij lopen of varen. Alleen kindertjes mogen op hun fietsjes over de pleinen heen en weer scheuren. Meestal onder het toeziend oog van moeder. Als die ten minste dat oog niet even heeft afgewend vanwege de niet te versmaden gesprekken met andere toeziende moeders. Met natuurlijk de laatste Venetiaanse roddels. Want in dat opzicht is Venetië echt een dorp. Al lopend komt iedereen altijd iedereen tegen. Maar ‘iedereen’ wordt snel kleiner. Het aantal inwoners is al gezakt tot ergens rond de 50.000. Terwijl het aantal toeristen exponentieel is gestegen. Zo’n 30 miljoen nu per jaar.  Gemiddeld dus meer dan 80.000 per dag. Let wel, gemiddeld! Er zijn dus dagen met een veel groter aantal. En die persen zich dan met z’n allen op de vaporetto’s, de waterbussen, en door de smalle straten. Maar godzijdank vooral door de Kalverstraat die zich vanaf het station langs de Rialtobrug naar het San Marcoplein wringt. Want juist die plekken, daar moeten we als lemmingen heen met z’n allen. Die Kalverstraat overigens is meer een netwerk van zich aaneenrijgende, vaak haaks op elkaar staande straten met allerlei vernauwingen, verbredingen en heel veel bruggetjes.

de rolkofferbrigade op stap

filevorming op het water

Daar moet je dus ook niet willen zijn. Mijd de diersoort die zich daar in kudden voortbeweegt: de dagjesmens. Een asociale diersoort die het blokkeren van straten voor anderen als vanzelfsprekend beschouwt. Militaire wegblokkades zijn er niets bij is. Als het dan ook nog gaat regenen en de paraplu’s te voorschijn komen, moet je, al maaiend met armen en handen, echt een gevecht leveren voor het behoud van je ogen. Je ziet dan ook gelijk wie de echte Venetianen zijn. Die hebben een superieur paraplugebruik ontwikkeld waardoor ze vrijwel niemand tot last zijn. Maar goed, dat is dus  in die Kalverstraat. Als ’t ook maar even kan, mijd ik die dus.

het Canal Grande kent ook rustige tijden

Sla zoveel mogelijk de zijstraatjes in, neem gewoon het risico dat je doodloopt tegen een kanaal of toch de kaart erbij moet pakken om te zien hoe je verdwaald bent. Hoewel? Echt verdwalen kun je nooit. Je zit ten slotte op een stelsel van eilandjes met maar één verbindingsweg naar de kust. Dan ervaar je wat La Serenissma echt is en hoe rustig grote delen zijn. Dan snap je dat geboren Venetianen niets liever willen dan in hun prachtige stad blijven wonen. Maar ja, als je moet huren, is dat nauwelijks meer op te brengen. Veel te duur. Huiseigenaren verhuren liever aan toeristen, dan vangen ze heel veel meer.

Toen wij ‘ons’ appartementje, midden tussen Rialtobrug en San Marcoplein in, jaren geleden ontdekten, waren er volgens de eigenaar zo’n tweehonderd van dat soort verhuurappartementen. Nu, met de vlucht die Airbnb heeft genomen, zo’n tweeduizend. Afgezien nog van de groei van het aantal hotels.

ergens daar achteraan zit ik op een heerlijk terras

Dus is Venetië gevenetianiseerd? Ja en nee! Lallende, bezopen toeristen? Nauwelijks. Prachtige plekken waar de dagtoeristen niet komen? Vele. Terrassen waar je in alle rust kunt zitten met een koele spritz in de hand? Zoekt en gij zult vinden. Als je daar dan zit met een zonnetje erbij kan Venetië niet kapot. Nooit niet! Loop je in de schemering door de stad als de lemmingen zijn verdwenen? Een ervaring die je nooit vergeet. En doe je dat ’s avonds laat? Één grote museale ervaring. Venetië is voor mij altijd een feest.

Venetië ’s nachts

Maar één ding moet absoluut gebeuren. Die joekels van cruiseschepen moeten uit de stad worden verbannen. Een absolute schande dat die ooit zijn toegestaan. Dat vinden de bewoners ook. Maar ja, overheid, geld en corruptie? De doorsnee Venetiaan kan daar heel veel over verhalen.

een absolute schande, die cruiseschepen in Venetië

Tot volgende week.

TOOS

Damien Hirst, Venetië, de kunstduvel en de grote kunsthoop


beeld bij de ingang van de Punta della Dogana

Als je snel bent, kun je nog net de, terecht, wereldwijd meest besproken tentoonstelling van dit jaar bezoeken. Maar daarvoor moet je dan wel even naar Venetië. Voor ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable‘ van Damien Hirst. Ik was er al, zo’n twee maanden geleden. Toch kwam ’t er steeds niet van om er over te schrijven. Nu eindelijk wel. Hieronder al vast een filmpje om voor te proeven.

Die Damien Hirst (1965) is een apart mannetje wiens kunst ik nooit zo heb zien zitten. Tegen 1990 brak hij door toen de beroemde kunstverzamelaar en public relations goeroe Charles Saatchi zijn ‘The Physical Impossibility Of Death In The Mind Of Someone Living‘ kocht. Een volstrekt belachelijke titel voor alleen maar een haai op sterk water.

Na Saatchi, die de haai later met een gigantische winst doorverkocht, moesten heel veel anderen natuurlijk ook zoiets hebben. De start dus van een kunstcarrière die Hirst tot de rijkste levende kunstenaar maakte met een, enkele jaren geleden, geschat vermogen van rond de 300 miljoen Engelse ponden. Of euro’s. Dat weet ik niet zo goed meer. Maar ach,al staat de euro dan wat lager dan het pond, er van leven lukt ook dan nog wel. Met die haai heb ik niet zoveel. Net zo min als met het platina doodshoofd vol geplakt met diamanten dat onder de titel ‘For the love of God‘  in 2008 een wereld tournee maakte die begon in het Rijksmuseum.

Stel je voor, lange rijen in Amsterdam voor een doodshoofd. Want in publiciteit genereren is Hirst een meester. Dat ding moest, dacht ik, 90 miljoen dollar opbrengen. Of ’t verkocht is? Wat dacht je! Net zoals trouwens honderden, zoniet duizenden van zijn pillenschilderijen.

Allemaal gefabriekt door zijn ateliertroepen die bij het inkleuren natuurlijk wel binnen de vooraf door de meester vastgestelde lijntjes moesten blijven. Ik heb echt bewondering voor de manier waarop hij dat allemaal flikt. Maar al zijn conceptueel  kunstgedoe met bijbehorende kunstklets en vele kubieke meters gebakken lucht? Laat maar.

Toch heeft ie me nu in Venetië echt prettig verrast. Met twee grote exposities in het monumentale Palazzo Grassi aan het Canal Grande en het prachtig gerenoveerde pakhuis van de Punta della Dogana aan het begin daarvan. Allebei in bezit van Hirst’s gigantisch rijke Franse kunstvriend François Pinault. Denk bij die laatste maar aan Gucci, Samsonite en veilinghuis Christie’s. Dan weet je gelijk waar zijn miljarden vandaan komen. Samen hebben Damien en François die  ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable‘ bekostigd. Een project van vele jaren en vele miljoenen op basis van een prachtig, volstrekt uit de duim gezogen verhaal. Fantasievol fake news zogezegd. Zogezegd helemaal in de trant van deze tijd. Lees maar.

met Venetiaanse vriend Roberto in Palazzo Grassi
het gigantisch grote beeld van kunststof in het palazzo

In 2008 wordt in de Indische Oceaan een groot wrak ontdekt van een vrachtschip dat daar zo’n 2000 jaar geleden was gezonken. Aan boord: een ongelooflijke schat met vooral veel beelden. Van klein tot gigantisch groot, in brons, marmer, graniet, goud en zilver. Van over de hele antieke wereld bij elkaar gebracht door een onder de Romeinen vrijgemaakte slaaf die daarna een groot fortuin vergaarde. De bedoeling: dit alles onderbrengen in een nog te bouwen tempel. Maar helaas dus. De inhoud van dit schip wordt nu, na gedeeltelijke restauratie, getoond op de twee exposities.

Als bezoeker van de expositie wordt je gelijk geconfronteerd met een volstrekt realistische documentaire waarin je kunt zien hoe duikers alles opdelven uit de zeebodem en naar boven laten takelen. Inclusief het aan de beelden vastgegroeide, prachtig gekleurde koraal. Maar als je van te voren je erin hebt verdiept, weet je ook dat al die voorwerpen eerst vanaf het schip op de bodem zijn neergelaten om ze daarna weer snel op te hijsen. En dat het zogenaamde koraal van beschilderd brons is. Fake koraal en ook een fake documentaire dus. Toch liepen er in Palazzo Grassi mensen rond die er in eerste instantie helemaal instonken.  We waren namelijk in gezelschap van onze Venetiaanse vriend Roberto die rondlopende Italianen een ietsiepietsie beter verstond dan wij. Wat bleek af en toe? Pure verbazing over al dit duizenden jaren oude, prachtige antiek. Net zoiets als volwassenen die nog geloven in Sinterklaas.

Want als je nou een beeld van Mickey Mouse met beschilderde koraal  tegenkomt of zelfs Goofy, dan moet er toch wel een hele grote lamp gaan branden?

het beeld van Mickey Mouse wordt opgedolven uit het wrak
Mickey Mouse zoals die nu op de expositie staat
aan welk verhaal doet dit ‘duizenden jaren oude’ beeld denken?

Wat zal het Hirst-team, dat jarenlang aan dit project heeft gewerkt, een lol hebben gehad. Wat zullen we nu weer eens voor geks bedenken? Hoe gaan we in de begeleidende teksten nu weer eens allerlei klassieke mythologische verhalen gebruiken en verdraaien? Allemaal absoluut prachtig en vakkundig uitgedacht en gemaakt.

Logisch dat allerlei moderne kunstgoeroes dit alles volledig hebben afgebrand. Schande, pure schande, met pek insmeren die Hirst, kitsch, allemaal kitsch!  Maar voor mij dan als totaal wel magistrale superkitsch waar massa’s enthousiaste bezoekers op af kwamen. En waar ook diverse miljonairs tevreden op terug kijken die, afgaande op de Panama en Paradise papers, nog iets leuks konden doen met hun overgebleven belastingcentjes.

het hoofd van Medusa in brons
idem in goud

 Want ja, nu nog die duvel en de grote hoop uit de titel. Alles op die exposities was namelijk van te voren al te koop. Er hingen in Venetië dan wel geen prijskaartjes aan, maar reken maar dat je zonder diamanten of platina credit card niet ver kwam. Zo las ik over een rijke verzamelaar die aan de hand van foto’s al een beeld voor twee miljoen had gekocht. Hij stootte echter zijn neus bij nog een paar andere beelden. Tussendoor al uitverkocht! En dan te weten dat van elk beeld een serie van drie is gemaakt. Reken er maar op dat dit bij heel veel andere items ook is gebeurd. Want al die particuliere musea die tegenwoordig uit de grond worden gestampt in bijvoorbeeld de Emiraten, Rusland en China door lui die van gekkigheid niet weten waar ze met hun miljoenen heen moeten, hebben vulling nodig. De prijzen op kunstveilingen rijzen niet voor niks volstrekt waanzinnig de pan uit .

Ik wil wedden dat meneer Damien Hirst er aardig wat bij krijgt op zijn al met 300 miljoen gevulde spaarrekening. Of dat meneer François Pinault net als Dagobert Duck in een nog beter gevuld geldzwembad kan duiken. De duvel schijt nog steeds op de grote hoop. Maar ze hebben daarvoor wel een spraakmakende en heel succesvolle tentoonstelling gemaakt. En niet te vergeten, te gelijkertijd de kunstaanhangers van de kleren van de keizer behoorlijk in hun hemd gezet. Kan dat laatste trouwens nog wel? Tot volgende week na deze qua lengte en foto’s wat uit de hand gelopen aflevering.

TOOS

“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”


“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”. Dat kan ik rustig van mijzelf zeggen. Afgezien natuurlijk van het kunstenaar zijn. Dat staat nog wat hoger in rangorde. Die beginzin ontleen ik trouwens, al parafraserend, aan Louis Couperus (1863-1923). De schrijver van klassiekers als ‘Eline Vere’, ‘De stille Kracht’ en ‘Van oude mensen de dingen die voorbij gaan’. Hij sprak namelijk ooit de onsterfelijke woorden “Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”.

een van mijn nieuwe cityscapes

De aanleiding voor deze inleiding? De Winter Art tentoonstelling bij Galerie Hans Persoon in Eersel en mijn deelname daarin. Die tentoonstelling start op zaterdag 18 november en dus  leverde ik heel recent een aantal nog maar net droge schilderijen aan.

Domein Oogenlust met daarin Galerie Hans Persoon
Hans bekijkt een paar van de nieuwe werken

Schilderijen met als thema, en dat zal dus niet verbazen, de stad. In het eerstvolgende nummer van kunstblad VIND staan in de expositie-agenda dan ook zinnen als:

‘De stad! Al duizenden jaren lang het kloppend hart voor civilisatie, innovatie, inspiratie, economische en culturele ontwikkeling. Wanneer en waar dan ook. Babylon, Athene, Rome, Venetië, New York, Sjanghai. Die stad, een bron van inspiratie voor Toos van Holstein’

en

‘Zo zijn er een aantal volstrekt persoonlijke cityscapes ontstaan. Stadsschappen die je herkent, maar nooit kunt plaatsen. Want ze bestaan niet echt, behalve in haar fantasie’.

Duomo, nieuw werk, Toos van Holstein

Zo is ’t maar net! Veel van mijn schilderijen hebben altijd al de stad en de mensen daarin als onderwerp gehad. En nog steeds dus. Van middeleeuwse tot moderne stad. Van de eeuwenoude duomo tot de skyline van … Ja, waarvan? Vul ’t zelf maar in. Reis in je eigen geest maar naar je eigen beelden en ervaringen. Net zoals ik dat doe als ik me opsluit in mijn atelier, staand voor mijn ezel en een in eerste instantie heel wit doek. Met boven een deur mijn slogan ‘for me art is travelling the mind‘.

Luccicare,  olieverfschilderij, ook nieuw

Maar de natuur links laten liggen? Nee, natuurlijk niet.  Ook daaruit put ik inspiratie. Waarbij het volgende, persoonlijke verhaal wel tekenend is.

Lang geleden, in 1990,reisden levensgezel en ik door de Wild West. Hij moest namelijk in Canada een week lang, samen met een aantal andere mannen, met een stok met onderaan een krul tegen een klein, hard, wit balletje slaan. En als je toch in die buurten bent, kun je net zo goed ook even wat verder kijken. Een Amerikaanse kunstvriend, Michael Parkes, had ons de natuurparken in Utah, Nevada, Arizona en Californië aangeraden. Op dus naar het Amerikaanse Wilde Westen.

Inheritance, geïnspireerd op het Wilde Westen

De eerste paar dagen zogen we volop de ongelooflijke kleurenpracht in van de natuur daar. Want dat rood, geel, bruin, oranje en zwart van de rotsen, de canyons, de bergen, het groen van de bomen, alles overgoten door fel zonlicht uit een strakblauwe hemel, was absoluut overweldigend. In Europa kennen we zoiets helemaal niet. Een en al imponerende natuurpracht dus. En toch bekroop ons beiden na een aantal dagen een licht gevoel van onbehagen. Maar waardoor dan?

Silence, Toos van Holstein

Nou, stel je voor. Je verlaat ’s morgens je motel en de routekaart, je weet wel, zo’n ouderwetse tom-tom op papier, vertelt dat het volgende dorp 1 uur en 37 minuten verderop ligt. Dat was met een zakjapanner, ook al weer zo’n bijna archeologisch ding, ook probleemloos uit te rekenen. Bijna lege wegen en een zeer strakke en ook genadeloos gecontroleerde snelheidslimiet. Goed, koffiestop dus over 1 uur en 37 minuten. Kom je daar, bestaat het gehucht uit een kerk en twee boerderijen waarvan er ook nog een verlaten is. Hoezo koffiestop? Oké, gewoon door naar de volgende mogelijkheid. Even kijken op de kaart. Oh, die is over 1 uur en 58 minuten. Rijden we na inderdaad  1 uur en 58 minuten een van god verlaten mormonendorp binnen! Want daar is ’t in Utah mee vergeven. Starbucks hadden we beslist niet verwacht, maar ook het totaal ontbreken van een soortement café?  Zelfs ’t bruinige, drabbige vocht dat in Amerika voor koffie doorgaat, was er op dat moment bij ons ingegaan als Gods woord in een ouderling. Maar dat werd ons door de Mormonen dus niet gegund.

Kort samengevat, natuurschoon in het kwadraat in combinatie met een volstrekt gebrek aan cultuur. Totaal niets van waar we in Europa zo aan gewend zijn: overal oude dorpen en steden, overal kerken, paleizen en kastelen, overal cafés, restaurants en terrassen. En daar? Nothing, niente, nada.

Together, Toos van Holstein

Dus ben ik een stadsmens? Ja, dat ben ik. Ik heb die stadscultuur om me heen nodig. Natuur is absoluut mooi. Maar alleen natuur? Nee. Vandaar dus die nieuwe cityscapes bij Galerie Hans Persoon op het al helemaal in kerstsfeer verkerende prachtige Domein Oogenlust.

Domein Oogenlust in kerstsfeer met de doorgang naar Galerie Hans Persoon

Tot volgende week.

TOOS