Tagarchief: Venetië

La Serenissima


Hierbij nog weer een van mijn serie speciale zomerblogs. ’t Is ten slotte augustus en nog steeds vakantie dus een versnellinkje lager mag best. Gewoon wat makkelijker. Één foto erin van een schilderij van mij met een daarop geïnspireerde tekst. Een praatje bij een plaatje zogezegd.

Toos van Holstein, Nebbia a Venezia, olieverf 65-45 cm

Vorige week schreef ik ’t nog. De stad, oud of modern, fascineert me altijd. Maar als er één oude stad is waarvoor dat geldt, is ’t wel Venetië. Een week Venetië is voor mij altijd een feest. En dat gebeurt meestal in de oneven jaren. Als de wereldberoemde kunstbiënnale daar weer bezit neemt van het bijbehorende expositieterrein, van het oude industriële Arsenale en van allerlei palazzi. Volgend jaar ben ik dus wel weer van de partij. Maar eens kijken of het er opnieuw drukker is geworden met al die horden toeristen die de stad het hele jaar lang overstromen. Want de stad zelf mag dan af en toe te lijden hebben van de aqua alta, de te hoge waterstand waarbij het water bezit neemt van bepaalde pleinen en straten, de toeristengolven spoelen er het hele jaar doorheen. Maar dan vooral in de Venetiaanse Kalverstraat, de wirwar van aan elkaar geschakelde straten en straatjes die het treinstation via de Ponte di Rialto verbindt met het Piazza San Marco. Want daar moeten en zullen alle dagtoeristen natuurlijk heen. Gelukkig, zou ik bijna zeggen! Want daardoor zijn er ook nog grote delen in de stad waar het veel rustiger is. Daar verkeer ik dan ook het liefst. Daar komen die eeuwenoude sfeer en schoonheid van La Serenissima nog steeds heel goed tot hun recht. Dan voelt ’t nog steeds als een voorrecht in die stad te kunnen ronddwalen en verdwalen en te genieten van al het moois dat de mens daar aan architectuur heeft gecreëerd. En loop je een kerk binnen, dan sta je eigenlijk altijd gelijk oog in oog met de prachtigste kunst van oude Italiaanse meesters. Echt genieten.

Dat is het ook als de dagtoeristen zijn verdwenen en de nacht over Venetië valt. Pure, feeërieke schoonheid. Net zoals bij de af en toe binnenvallende nevel. Vandaar bovenstaand schilderij Nebbia a Venezia. Mist in Venetië. Tot volgende week.

TOOS 

Advertenties

De venetianisering van Venetië


Je leest er tegenwoordig regelmatig over, Amsterdam is aan het venetianiseren. Maar wat betekent dat eigenlijk? Een paar maanden geleden was ik voor de tigste keer weer eens een week in dat Venetië, het grootste en mooiste openlucht museum ter wereld. Dus een beetje ervaringsdeskundige mag ik mijzelf wel noemen.

Het is beslist een feit dat steeds grotere massa’s toeristen de Amsterdamse binnenstad als een soort tsunami overstromen. Met, naar verluid, de bijbehorende geluidstsunami  van dag en nacht voort denderende rolkoffers en brallende, niet meer zo sobere toeristen. Met een toenemend aantal Airbnb kamers en appartementen die de eigenaar menige euro doen toevloeien. Met plaatselijke stanktsunami’s  in de openbare ruimte van soms minder en soms meer verteerde vloeistof en voedselresten die juist van toeristen afvloeien. En met, niet te vergeten, de fietstsunami  van grote groepen die hun leenfiets als een oneigenlijk voorwerp onder hun achterste ervaren en al zwalkend moeten anticiperen op het nogal gehaaste, agressieve fietsgedrag van de autochtonen. Gevolg? Fietsfiles, menige fietsbotsing en bijbehorende Babylonische taal en vloekverwarringen.

Hoe zit dat dan in La Serenissima Repubblica Venezia, de allerdoorluchtigste Republiek Venetië, zoals de naam ooit luidde?  Maar even een paar  foto’s.

bij het Dogenpaleis
‘rustige’ vaporetto, ’t kan veel en veel voller
fotootje maken op de Rialtobrug
om de hoek bij het San Marcoplein

Één ding ontbreekt in ieder geval op die plaatjes. Fietsers. Want in Venetië zult gij lopen of varen. Alleen kindertjes mogen op hun fietsjes over de pleinen heen en weer scheuren. Meestal onder het toeziend oog van moeder. Als die ten minste dat oog niet even heeft afgewend vanwege de niet te versmaden gesprekken met andere toeziende moeders. Met natuurlijk de laatste Venetiaanse roddels. Want in dat opzicht is Venetië echt een dorp. Al lopend komt iedereen altijd iedereen tegen. Maar ‘iedereen’ wordt snel kleiner. Het aantal inwoners is al gezakt tot ergens rond de 50.000. Terwijl het aantal toeristen exponentieel is gestegen. Zo’n 30 miljoen nu per jaar.  Gemiddeld dus meer dan 80.000 per dag. Let wel, gemiddeld! Er zijn dus dagen met een veel groter aantal. En die persen zich dan met z’n allen op de vaporetto’s, de waterbussen, en door de smalle straten. Maar godzijdank vooral door de Kalverstraat die zich vanaf het station langs de Rialtobrug naar het San Marcoplein wringt. Want juist die plekken, daar moeten we als lemmingen heen met z’n allen. Die Kalverstraat overigens is meer een netwerk van zich aaneenrijgende, vaak haaks op elkaar staande straten met allerlei vernauwingen, verbredingen en heel veel bruggetjes.

de rolkofferbrigade op stap

filevorming op het water

Daar moet je dus ook niet willen zijn. Mijd de diersoort die zich daar in kudden voortbeweegt: de dagjesmens. Een asociale diersoort die het blokkeren van straten voor anderen als vanzelfsprekend beschouwt. Militaire wegblokkades zijn er niets bij is. Als het dan ook nog gaat regenen en de paraplu’s te voorschijn komen, moet je, al maaiend met armen en handen, echt een gevecht leveren voor het behoud van je ogen. Je ziet dan ook gelijk wie de echte Venetianen zijn. Die hebben een superieur paraplugebruik ontwikkeld waardoor ze vrijwel niemand tot last zijn. Maar goed, dat is dus  in die Kalverstraat. Als ’t ook maar even kan, mijd ik die dus.

het Canal Grande kent ook rustige tijden

Sla zoveel mogelijk de zijstraatjes in, neem gewoon het risico dat je doodloopt tegen een kanaal of toch de kaart erbij moet pakken om te zien hoe je verdwaald bent. Hoewel? Echt verdwalen kun je nooit. Je zit ten slotte op een stelsel van eilandjes met maar één verbindingsweg naar de kust. Dan ervaar je wat La Serenissma echt is en hoe rustig grote delen zijn. Dan snap je dat geboren Venetianen niets liever willen dan in hun prachtige stad blijven wonen. Maar ja, als je moet huren, is dat nauwelijks meer op te brengen. Veel te duur. Huiseigenaren verhuren liever aan toeristen, dan vangen ze heel veel meer.

Toen wij ‘ons’ appartementje, midden tussen Rialtobrug en San Marcoplein in, jaren geleden ontdekten, waren er volgens de eigenaar zo’n tweehonderd van dat soort verhuurappartementen. Nu, met de vlucht die Airbnb heeft genomen, zo’n tweeduizend. Afgezien nog van de groei van het aantal hotels.

ergens daar achteraan zit ik op een heerlijk terras

Dus is Venetië gevenetianiseerd? Ja en nee! Lallende, bezopen toeristen? Nauwelijks. Prachtige plekken waar de dagtoeristen niet komen? Vele. Terrassen waar je in alle rust kunt zitten met een koele spritz in de hand? Zoekt en gij zult vinden. Als je daar dan zit met een zonnetje erbij kan Venetië niet kapot. Nooit niet! Loop je in de schemering door de stad als de lemmingen zijn verdwenen? Een ervaring die je nooit vergeet. En doe je dat ’s avonds laat? Één grote museale ervaring. Venetië is voor mij altijd een feest.

Venetië ’s nachts

Maar één ding moet absoluut gebeuren. Die joekels van cruiseschepen moeten uit de stad worden verbannen. Een absolute schande dat die ooit zijn toegestaan. Dat vinden de bewoners ook. Maar ja, overheid, geld en corruptie? De doorsnee Venetiaan kan daar heel veel over verhalen.

een absolute schande, die cruiseschepen in Venetië

Tot volgende week.

TOOS

Damien Hirst, Venetië, de kunstduvel en de grote kunsthoop


beeld bij de ingang van de Punta della Dogana

Als je snel bent, kun je nog net de, terecht, wereldwijd meest besproken tentoonstelling van dit jaar bezoeken. Maar daarvoor moet je dan wel even naar Venetië. Voor ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable‘ van Damien Hirst. Ik was er al, zo’n twee maanden geleden. Toch kwam ’t er steeds niet van om er over te schrijven. Nu eindelijk wel. Hieronder al vast een filmpje om voor te proeven.

Die Damien Hirst (1965) is een apart mannetje wiens kunst ik nooit zo heb zien zitten. Tegen 1990 brak hij door toen de beroemde kunstverzamelaar en public relations goeroe Charles Saatchi zijn ‘The Physical Impossibility Of Death In The Mind Of Someone Living‘ kocht. Een volstrekt belachelijke titel voor alleen maar een haai op sterk water.

Na Saatchi, die de haai later met een gigantische winst doorverkocht, moesten heel veel anderen natuurlijk ook zoiets hebben. De start dus van een kunstcarrière die Hirst tot de rijkste levende kunstenaar maakte met een, enkele jaren geleden, geschat vermogen van rond de 300 miljoen Engelse ponden. Of euro’s. Dat weet ik niet zo goed meer. Maar ach,al staat de euro dan wat lager dan het pond, er van leven lukt ook dan nog wel. Met die haai heb ik niet zoveel. Net zo min als met het platina doodshoofd vol geplakt met diamanten dat onder de titel ‘For the love of God‘  in 2008 een wereld tournee maakte die begon in het Rijksmuseum.

Stel je voor, lange rijen in Amsterdam voor een doodshoofd. Want in publiciteit genereren is Hirst een meester. Dat ding moest, dacht ik, 90 miljoen dollar opbrengen. Of ’t verkocht is? Wat dacht je! Net zoals trouwens honderden, zoniet duizenden van zijn pillenschilderijen.

Allemaal gefabriekt door zijn ateliertroepen die bij het inkleuren natuurlijk wel binnen de vooraf door de meester vastgestelde lijntjes moesten blijven. Ik heb echt bewondering voor de manier waarop hij dat allemaal flikt. Maar al zijn conceptueel  kunstgedoe met bijbehorende kunstklets en vele kubieke meters gebakken lucht? Laat maar.

Toch heeft ie me nu in Venetië echt prettig verrast. Met twee grote exposities in het monumentale Palazzo Grassi aan het Canal Grande en het prachtig gerenoveerde pakhuis van de Punta della Dogana aan het begin daarvan. Allebei in bezit van Hirst’s gigantisch rijke Franse kunstvriend François Pinault. Denk bij die laatste maar aan Gucci, Samsonite en veilinghuis Christie’s. Dan weet je gelijk waar zijn miljarden vandaan komen. Samen hebben Damien en François die  ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable‘ bekostigd. Een project van vele jaren en vele miljoenen op basis van een prachtig, volstrekt uit de duim gezogen verhaal. Fantasievol fake news zogezegd. Zogezegd helemaal in de trant van deze tijd. Lees maar.

met Venetiaanse vriend Roberto in Palazzo Grassi
het gigantisch grote beeld van kunststof in het palazzo

In 2008 wordt in de Indische Oceaan een groot wrak ontdekt van een vrachtschip dat daar zo’n 2000 jaar geleden was gezonken. Aan boord: een ongelooflijke schat met vooral veel beelden. Van klein tot gigantisch groot, in brons, marmer, graniet, goud en zilver. Van over de hele antieke wereld bij elkaar gebracht door een onder de Romeinen vrijgemaakte slaaf die daarna een groot fortuin vergaarde. De bedoeling: dit alles onderbrengen in een nog te bouwen tempel. Maar helaas dus. De inhoud van dit schip wordt nu, na gedeeltelijke restauratie, getoond op de twee exposities.

Als bezoeker van de expositie wordt je gelijk geconfronteerd met een volstrekt realistische documentaire waarin je kunt zien hoe duikers alles opdelven uit de zeebodem en naar boven laten takelen. Inclusief het aan de beelden vastgegroeide, prachtig gekleurde koraal. Maar als je van te voren je erin hebt verdiept, weet je ook dat al die voorwerpen eerst vanaf het schip op de bodem zijn neergelaten om ze daarna weer snel op te hijsen. En dat het zogenaamde koraal van beschilderd brons is. Fake koraal en ook een fake documentaire dus. Toch liepen er in Palazzo Grassi mensen rond die er in eerste instantie helemaal instonken.  We waren namelijk in gezelschap van onze Venetiaanse vriend Roberto die rondlopende Italianen een ietsiepietsie beter verstond dan wij. Wat bleek af en toe? Pure verbazing over al dit duizenden jaren oude, prachtige antiek. Net zoiets als volwassenen die nog geloven in Sinterklaas.

Want als je nou een beeld van Mickey Mouse met beschilderde koraal  tegenkomt of zelfs Goofy, dan moet er toch wel een hele grote lamp gaan branden?

het beeld van Mickey Mouse wordt opgedolven uit het wrak
Mickey Mouse zoals die nu op de expositie staat
aan welk verhaal doet dit ‘duizenden jaren oude’ beeld denken?

Wat zal het Hirst-team, dat jarenlang aan dit project heeft gewerkt, een lol hebben gehad. Wat zullen we nu weer eens voor geks bedenken? Hoe gaan we in de begeleidende teksten nu weer eens allerlei klassieke mythologische verhalen gebruiken en verdraaien? Allemaal absoluut prachtig en vakkundig uitgedacht en gemaakt.

Logisch dat allerlei moderne kunstgoeroes dit alles volledig hebben afgebrand. Schande, pure schande, met pek insmeren die Hirst, kitsch, allemaal kitsch!  Maar voor mij dan als totaal wel magistrale superkitsch waar massa’s enthousiaste bezoekers op af kwamen. En waar ook diverse miljonairs tevreden op terug kijken die, afgaande op de Panama en Paradise papers, nog iets leuks konden doen met hun overgebleven belastingcentjes.

het hoofd van Medusa in brons
idem in goud

 Want ja, nu nog die duvel en de grote hoop uit de titel. Alles op die exposities was namelijk van te voren al te koop. Er hingen in Venetië dan wel geen prijskaartjes aan, maar reken maar dat je zonder diamanten of platina credit card niet ver kwam. Zo las ik over een rijke verzamelaar die aan de hand van foto’s al een beeld voor twee miljoen had gekocht. Hij stootte echter zijn neus bij nog een paar andere beelden. Tussendoor al uitverkocht! En dan te weten dat van elk beeld een serie van drie is gemaakt. Reken er maar op dat dit bij heel veel andere items ook is gebeurd. Want al die particuliere musea die tegenwoordig uit de grond worden gestampt in bijvoorbeeld de Emiraten, Rusland en China door lui die van gekkigheid niet weten waar ze met hun miljoenen heen moeten, hebben vulling nodig. De prijzen op kunstveilingen rijzen niet voor niks volstrekt waanzinnig de pan uit .

Ik wil wedden dat meneer Damien Hirst er aardig wat bij krijgt op zijn al met 300 miljoen gevulde spaarrekening. Of dat meneer François Pinault net als Dagobert Duck in een nog beter gevuld geldzwembad kan duiken. De duvel schijt nog steeds op de grote hoop. Maar ze hebben daarvoor wel een spraakmakende en heel succesvolle tentoonstelling gemaakt. En niet te vergeten, te gelijkertijd de kunstaanhangers van de kleren van de keizer behoorlijk in hun hemd gezet. Kan dat laatste trouwens nog wel? Tot volgende week na deze qua lengte en foto’s wat uit de hand gelopen aflevering.

TOOS

“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”


“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”. Dat kan ik rustig van mijzelf zeggen. Afgezien natuurlijk van het kunstenaar zijn. Dat staat nog wat hoger in rangorde. Die beginzin ontleen ik trouwens, al parafraserend, aan Louis Couperus (1863-1923). De schrijver van klassiekers als ‘Eline Vere’, ‘De stille Kracht’ en ‘Van oude mensen de dingen die voorbij gaan’. Hij sprak namelijk ooit de onsterfelijke woorden “Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”.

een van mijn nieuwe cityscapes

De aanleiding voor deze inleiding? De Winter Art tentoonstelling bij Galerie Hans Persoon in Eersel en mijn deelname daarin. Die tentoonstelling start op zaterdag 18 november en dus  leverde ik heel recent een aantal nog maar net droge schilderijen aan.

Domein Oogenlust met daarin Galerie Hans Persoon
Hans bekijkt een paar van de nieuwe werken

Schilderijen met als thema, en dat zal dus niet verbazen, de stad. In het eerstvolgende nummer van kunstblad VIND staan in de expositie-agenda dan ook zinnen als:

‘De stad! Al duizenden jaren lang het kloppend hart voor civilisatie, innovatie, inspiratie, economische en culturele ontwikkeling. Wanneer en waar dan ook. Babylon, Athene, Rome, Venetië, New York, Sjanghai. Die stad, een bron van inspiratie voor Toos van Holstein’

en

‘Zo zijn er een aantal volstrekt persoonlijke cityscapes ontstaan. Stadsschappen die je herkent, maar nooit kunt plaatsen. Want ze bestaan niet echt, behalve in haar fantasie’.

Duomo, nieuw werk, Toos van Holstein

Zo is ’t maar net! Veel van mijn schilderijen hebben altijd al de stad en de mensen daarin als onderwerp gehad. En nog steeds dus. Van middeleeuwse tot moderne stad. Van de eeuwenoude duomo tot de skyline van … Ja, waarvan? Vul ’t zelf maar in. Reis in je eigen geest maar naar je eigen beelden en ervaringen. Net zoals ik dat doe als ik me opsluit in mijn atelier, staand voor mijn ezel en een in eerste instantie heel wit doek. Met boven een deur mijn slogan ‘for me art is travelling the mind‘.

Luccicare,  olieverfschilderij, ook nieuw

Maar de natuur links laten liggen? Nee, natuurlijk niet.  Ook daaruit put ik inspiratie. Waarbij het volgende, persoonlijke verhaal wel tekenend is.

Lang geleden, in 1990,reisden levensgezel en ik door de Wild West. Hij moest namelijk in Canada een week lang, samen met een aantal andere mannen, met een stok met onderaan een krul tegen een klein, hard, wit balletje slaan. En als je toch in die buurten bent, kun je net zo goed ook even wat verder kijken. Een Amerikaanse kunstvriend, Michael Parkes, had ons de natuurparken in Utah, Nevada, Arizona en Californië aangeraden. Op dus naar het Amerikaanse Wilde Westen.

Inheritance, geïnspireerd op het Wilde Westen

De eerste paar dagen zogen we volop de ongelooflijke kleurenpracht in van de natuur daar. Want dat rood, geel, bruin, oranje en zwart van de rotsen, de canyons, de bergen, het groen van de bomen, alles overgoten door fel zonlicht uit een strakblauwe hemel, was absoluut overweldigend. In Europa kennen we zoiets helemaal niet. Een en al imponerende natuurpracht dus. En toch bekroop ons beiden na een aantal dagen een licht gevoel van onbehagen. Maar waardoor dan?

Silence, Toos van Holstein

Nou, stel je voor. Je verlaat ’s morgens je motel en de routekaart, je weet wel, zo’n ouderwetse tom-tom op papier, vertelt dat het volgende dorp 1 uur en 37 minuten verderop ligt. Dat was met een zakjapanner, ook al weer zo’n bijna archeologisch ding, ook probleemloos uit te rekenen. Bijna lege wegen en een zeer strakke en ook genadeloos gecontroleerde snelheidslimiet. Goed, koffiestop dus over 1 uur en 37 minuten. Kom je daar, bestaat het gehucht uit een kerk en twee boerderijen waarvan er ook nog een verlaten is. Hoezo koffiestop? Oké, gewoon door naar de volgende mogelijkheid. Even kijken op de kaart. Oh, die is over 1 uur en 58 minuten. Rijden we na inderdaad  1 uur en 58 minuten een van god verlaten mormonendorp binnen! Want daar is ’t in Utah mee vergeven. Starbucks hadden we beslist niet verwacht, maar ook het totaal ontbreken van een soortement café?  Zelfs ’t bruinige, drabbige vocht dat in Amerika voor koffie doorgaat, was er op dat moment bij ons ingegaan als Gods woord in een ouderling. Maar dat werd ons door de Mormonen dus niet gegund.

Kort samengevat, natuurschoon in het kwadraat in combinatie met een volstrekt gebrek aan cultuur. Totaal niets van waar we in Europa zo aan gewend zijn: overal oude dorpen en steden, overal kerken, paleizen en kastelen, overal cafés, restaurants en terrassen. En daar? Nothing, niente, nada.

Together, Toos van Holstein

Dus ben ik een stadsmens? Ja, dat ben ik. Ik heb die stadscultuur om me heen nodig. Natuur is absoluut mooi. Maar alleen natuur? Nee. Vandaar dus die nieuwe cityscapes bij Galerie Hans Persoon op het al helemaal in kerstsfeer verkerende prachtige Domein Oogenlust.

Domein Oogenlust in kerstsfeer met de doorgang naar Galerie Hans Persoon

Tot volgende week.

TOOS

In Heerlijckheid Diepenheim kunnen ze toveren


één van de eeuwenoude landhuizen in Diepenheim

Ooit in Diepenheim geweest? Met ongeveer 2700 inwoners het kleinste stadje in Overijssel met keiharde middeleeuwse stadsrechten. En met ook nog een zestal eeuwenoude kastelen en landhuizen in en rondom de plaats. Ze afficheren zich daar graag als de ‘Heerlijckheid Diepenheim, Stedeke van kunst, cultuur en natuur’. Over toveren wordt niet gesproken, maar dat kunnen ze er ook goed. Vooral in de maand oktober. Al sinds 2005. Dan weten ze namelijk een moment, iets dat per definitie maar erg kort duurt, ontzettend op te rekken. Tot zelfs 10 dagen. En dat noemen ze dan het Kunstmoment Diepenheim. Nou is ’t natuurlijk ook heel kunstig, dat oprekken. Maar ’t heeft ook echt met kunst te maken. Overal zijn dan namelijk tentoonstellingen, zowel binnen als buiten. Eigenlijk is het Stedeke zo tien dagen lang één grote expositieruimte. Dit jaar van 19 tot 29 oktober.

Deze inleiding kan natuurlijk maar één ding betekenen. Dat ik meedoe met dat Kunstmoment. Via Galerie Àlafran  waarmee ik alweer een hele tijd samenwerk. Een prachtige galerie, gewoon de mooiste in het stadje. Acht jaar geleden ontstaan door een oude bakkerij om te bouwen.

met de bus werk brengen naar Àlafran

Je kunt er lekker rondlopen door de diverse zaaltjes waar galeriste Irma Blank de kunstscepter zwaait. Voor het komende Kunstmoment zocht ze een paar kunstenaars bij elkaar die deze ruimten dan van schilderijen en beelden voorzien. Met daarbij dus ook werk van mij. Zie hieronder foto’s van een paar van die olieverven.

Bozzetto, Toos van Holstein

Maar er is die tien dagen dus nog veel meer gaande in Diepenheim. Met werk van meer dan 100 professionele kunstenaars op allerlei onverwachte plekken. Bijzondere huizen, kastelen, oude schuren, speciale buitengebieden, winkels, noem maar op. En vanzelfsprekend ook in ateliers van kunstenaars. ‘Met je hoed in je hand kom je door het ganse land’ heet ‘t, maar in Diepenheim kun je dat beter doen met een speciaal daarvoor uitgegeven plattegrond. Dat maakt het zoeken naar alle locaties in en rondom de plaats een stuk makkelijker.

Riva, Toos van Holstein

Bij die rondgang  kun je constateren dat men ook echt probeert Diepenheim op de kunstkaart te zetten. Ga maar na, er zit al jaren de bloeiende Kunstvereniging Diepenheim met een eigen, groot expositiecomplex. En recentelijk is daar het Drawing Centre Diepenheim bijgekomen. Want tekenen is wereldwijd al een flinke tijd weer helemaal terug in de actuele kunst. Meegaand met die trend is er dankzij heel veel subsidie nu in een  vroeger schoolgebouwtje dat Drawing Centre ontstaan. Volgens eigen zeggen ‘na New York en Londen het derde centrum ter wereld dat hedendaagse tekenkunst centraal stelt’. Ik geloof ze op hun woord.

Drawing Centre Diepenheim

Dat onder de al langer aanwezige kunstondernemers in het Stedeke hierdoor nogal wat gemor ontstond, is begrijpelijk. Want waar bleef hun subsidie voor al hun inzet voor de kunst? Waar bleef hun ondersteuning uit gemeentelijke, provinciale en staatsruif? Een heel bekend en veel voorkomend verschijnsel in de kunstwereld. Waarbij die kinnesinne ook nog regelmatig terecht is. Reken maar dat er over de wrijving tussen al die verschillende beeldende kunstcircuits heel wat verhalen zijn te vertellen.  Over de clubs en clubjes van geheel onafhankelijke galerieën, van galerieën die direct of indirect subsidiesteun ontvangen. Over die van kunstenaars die zelf hun broek ophouden en die van de kunstenaars in het subsidiabele circuit. Of over de circuits van de ‘echte’ en de ‘commerciële’ kunst. De aanhalingstekens geven aan dat dit niet specifiek mijn woorden zijn. Maar die verhalen laat ik hier achterwege. Daarom de komende keer over Venetië waar ik onlangs was. Dus tot volgende week.

TOOS

Over de godfather van de Nederlandse kunstTV


in het Stedelijk Museum Schiedam

Nog net op de valreep kon ik een poosje geleden in Schiedam herinneringen van heel lang geleden verenigen met het heden. Herinneringen aan lange, fladderende armen en handen met heel bewegelijke en trillende vingers. Voor ’t eerst live waargenomen toen ik als 17-jarige student  rondstapte op de academie in Tilburg. Van de lessen kunstbeschouwing die via die armen en handen tot me kwamen, weet ik eerlijk gezegd niet veel meer. Maar wat wil je ook: zeventien, vrijheid, de academie! Dan zijn er wel andere zaken die je leven op dat moment bepalen. Maar dat ze toebehoorden aan Pierre Janssen die toen directeur was van de academie in Rotterdam, dat weet ik natuurlijk nog wel.

Want wie uit die jaren 60 en 70 zou nou niet weten wie Pierre Janssen (1926-2007) was. Vraag ’t maar. ‘Pierre Janssen? Oh ja, natuurlijk! Wat was die man goed, hè!’. De man dus die met zijn tv-programma ‘Kunstgrepen’ in die jaren op zondagavond met gemak een paar miljoen kijkers trok. Simpelweg door heel enthousiast op een unieke manier over kunst te vertellen.

de opnamestudio van Kunstgrepen

Oké, er waren natuurlijk nog maar twee landelijke tv-zenders in die tijd, de commerciëlen moesten nog heel lang op hun verwekking wachten . Maar toch! Meer dan honderd uitzendingen in de periode van 1959 tot 1972 over kunst. Met kijkers die hij, zoals dat heet, aan de buis gekluisterd hield. Dan ben je een verhalend natuurtalent, een mediafenomeen, een geweldige kunstverteller.

nagebouwde studio bij de expositie in Schiedam

Nu in 2017, tien jaar na zijn dood, zijn er twee exposities aan hem gewijd. In Museum Arnhem waar hij jarenlang directeur was  en in het Stedelijk Museum Schiedam waar hij zijn bestuurlijke kunstcarrière startte als conservator en inbrenger van allerlei nieuwe, originele ideeën. Ideeën om publiek aan te zuigen en ook de plaatselijke bevolking veel meer bij ‘hun’ museum te betrekken. De expositie in Schiedam kon ik dus gelukkig nog net op de valreep bekijken. Zie hieronder een video erover https://youtu.be/tdrcx9ml-cU . Die in Arnhem loopt nog tot half oktober.

Natuurlijk zijn er nu ook goeie kunstprogramma’s op tv. Jeroen Krabbé, niet alleen acteur maar ook beeldend kunstenaar, ging op reis om in twee documentaireseries enthousiast te vertellen over, eerst, Van Gogh en daarna Picasso. En een ander lid van de Krabbé-kunstdynastie, Jasper, is nu bezig met ‘Het geheim van de meester’. Het populaire ‘Tussen Kunst en Kitsch’ is al jaren niet van de tv weg te slaan. En ook ‘Kunstuur’ hebben we nog. Maar Pierre Janssen met dat lange, slungelachtige, magere lichaam en dito karakteristieke hoofd is nog nooit verslagen. Die zou, denk ik, ook vandaag de dag nog steeds heel veel mensen aan de buis kluisteren. Want ga maar na wat hij toen, zonder alle visuele hulpmiddelen van nu, als decor had. Een vrijwel kale ruimte met een tafel en een stoel. Nog wat verlichting, een kunstvoorwerp en vooral zichzelf als meesterverteller. Eigenlijk wel logisch dat hij de eerste gast was in het programma ‘Zomergasten’ van de VPRO toen dat in 1988 startte.

Van al die ‘Kunstgrepen’ is jammer genoeg maar heel weinig bewaard gebleven. Ik vond op YouTube nog een fragment van een paar minuten over de opgraving van het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen in Egypte https://youtu.be/0mJtS8BGxr8  .

Want bewaren toen? Dat moest op film. En dat was duur. Dus dat deed men niet.

Overigens werd Pierre Janssen niet door iedereen op handen gedragen. Je had destijds ook de Stichting Openbaar Kunstbezit die o.a. via een tijdschrift, speciale afbeeldingen op papier, radio en later ook televisieprogramma’s de kunst educatief onder de mensen wilde brengen. Daar konden ze Pierre Janssen blijkbaar wel schieten. Hij was, met hun woorden, een conferencier, een handelsreiziger, een populistische goochelaar die de kunst te grabbel gooide en hij ontheiligde de kunst door die tot bezit van de straat te maken. Nou, geef mij dan voor nu maar snel nog een paar van die Pierre Janssen’s. Gewoon om zonder kunstklets en kunstkul maar met heel veel persoonlijk enthousiasme en grondige kennis niet alleen oude maar ook hedendaagse kunst tot bezit van de straat te maken.

Pierre janssen wist een grote hoeveelheid werk van Karel Appel voor het Schiedamse museum te verkrijgen

Want bij die hedendaagse kunst zit naast grote hoeveelheden gebakken lucht ook veel interessants. Ik heb dat de afgelopen dagen weer meegemaakt in Venetië bij de Biënnale daar. Heel veel kul, maar ook de nodige parels. Als die nieuwe ervaringen allemaal bezonken zijn, komt het resultaat over een poosje hier wel te voorschijn. Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Middelburgse Façade leidt naar graffiti in Tarente


Tarente (of Taranto), Italië

Wel eens in Puglia geweest? De regio die de hak van het Italiaanse schiereiland in beslag neemt? Die kans wordt met het jaar groter, want ook de Nederlandse toerist weet dat prachtige gebied steeds vaker te vinden. Ik was er in ieder geval wel. In mei vorig jaar. Onder andere ook in de oude havenstad Tarente (of Taranto). Al een paar duizend jaar oud en met grote welvaartspieken en armoedalen in haar bestaan. Nu duidelijk in een dal want de oude stad maakte een behoorlijk onderkomen en vervuilde indruk. Mee door de natuurlijk onontkoombare smerige spuitbustags op de eeuwenoude muren.

graffiti diarree, Taranto

Maar daar tussendoor ontdekte ik ook heel intrigerende kunstzinnige graffiti. Duidelijk allemaal van één kunstenaar.

die kunstenaar

Waarom ik daar nu zo ineens mee aankom, ruim een jaar later? Tja, associaties! Want in dat brein van mij schiet ’t de hele dag door alle kanten op. Best vermoeiend voor de mensen om mij heen als ik weer eens een opmerking maak die ze absoluut niet kunnen volgen. In mijn hoofd zijn daar dan namelijk al heel wat stappen aan vooraf gegaan waar zij geen weet van hebben. Soms word ik er zelf trouwens ook wel eens moe van. Maar goed, die associaties richting Taranto dus.

meer van die kunstenaar

Een paar weken geleden schreef ik over de nog tot begin november durende kunstmanifestatie Façade in Middelburg. Met als ‘logisch’ gevolg dat in een volgend blog ook de huidige Mondriaanversieringen in rood, geel en blauw op allerlei kantoorgevels in Den Haag ter sprake kwamen. Dan is ’t nog maar een kleine associatiestap naar die internationale plaag van dat afschuwelijke gekladder op allerlei muren in steden en langs snelwegen.

Van honden weten we het, die moeten vanwege een instinctieve drang altijd tegen paaltjes en bomen piesen. Maar sommige leden van het menselijk geslacht lijden blijkbaar ook aan zo’n onbedwingbare primitieve drang. Alleen gebruiken zij een spuitbus voor hun tag. Dan hebben we ons reukorgaan niet nodig, maar kunnen we visueel ‘genieten’ van hun vervuilende oprispingen.

Rome

Overigens leidt dat voor mij af en toe wel tot het maken van foto’s zoals hierboven in Rome of hieronder in Venetië. Maar je moet toch beslist ernstige puberale kortsluitingen in je brein hebben om op die manier de stad te verstieren. ’t Zal wel zoiets zijn van ‘eigen kick eerst’!

Venetië

Toch kan graffiti ook prachtige versieringen opleveren als je in kunstzinnig opzicht echt iets in je mars hebt. Dan ontstaan er zelfs fantasierijke, intrigerende muurversieringen en façadeschilderingen. Zoals die van hieronder. Plaatjes die ik schoot in Havana en New York.

Havana
New York

Je kunt er zelfs wereldberoemd mee worden. De mysterieuze Banksy van wie men nog steeds niet goed weet wie dat is, laat over de hele wereld beelden achter op muren die zelfs uitgroeien tot kunsticonen.

Banksy, Londen

Of die roem ook in het verschiet ligt voor de onbekende muurkunstenaar in dat Taranto in Puglia? Vermoedelijk niet. Want wie zit er nu te wachten op zo’n figuur uit Taranto. Die vervallen, in zee uitstekende stad. Op zich trouwens beslist een stad met grote toeristische mogelijkheden. Als ie maar met de nodige investeringen behoorlijk stevig wordt afgestoft en opgepoetst. Toch gaf de huidige situatie die kunstenaar wel weer de gelegenheid om op allerlei plekken zijn kunstzinnige tags achter te laten. Elk nadeel hep ze voordeel!

Het was wel grappig hoe ’t ging. Eerst zagen we plotseling één zo’n afbeelding, toen een tweede en daarna nog weer een. Tussen al die oerlelijke andere graffiti door. Dat leidde er toe om, genietend van de zon en toch ook van die krakkemikkige omgeving, allerlei straatjes en doodlopende stegen in te lopen met als doel er nog meer te ontdekken. En die waren er. Op allerlei, in ieder geval in mijn ogen, schilderachtige en fotogenieke plekken.

Dan toch nog even een laatste associatie. Waarom niet zoiets in Middelburg? We hebben al een, nog steeds te onbekende, route met gedichten op diverse muren in de stad. Daar kan best een route met muurschilderingen bij. Een soort blijvende Façade. Middelburg op de kaart als kunststad!Tot volgende week.

TOOS