Tagarchief: Verona

Hoe Dante Alighieri in z’n dooie eentje de Giro d’Italia 2021 infietst


Met wielrennen heb ik niet zo veel. Heel weinig is nog beter uitgedrukt. Dus de Giro d’Italia die nu gaande is? ’t Zal wel. Maar vorige week schoof levensgezel mij een krantenartikel over die drie weken durende wielerwedstrijd onder de neus met de opmerking ‘dit zul je vast interessant vinden’. En hij bleek helemaal gelijk te hebben. Want wie kwam daar zomaar in voor? Alighieri, Dante Alighieri! Dat die voor mij ooit nog eens een connectie met wielrennen zou leggen? Nee, zelfs niet in mijn stoutste dromen. Maar daarmee is ’t dus wel een mooi voorbeeld  van waar mijn Dante-verhalen van de laatste tijd me via de meest onverwachte en bergachtige kronkelwegen brengen.

het dodenmasker van Dante Alighieri

Wat er ook allemaal, terecht of onterecht, over Italië en de Italianen wordt beweerd, één ding staat als een heel lange, dikke paal boven water. Ze eren hun cultuur. Daar hebben ze geen minister Hugo de Jonge die onlangs met droge ogen in de Tweede Kamer bij een coronadebat met veel aplomb stond te beweren ”Je hoeft niet naar het theater. Je kunt ook thuis een mooie DVD opzetten”.  Figuurlijke pek en veren, dat is wat hij verdient hij voor zo’n ongelooflijk schrijnende en domme opmerking. Hoe krijg je ’t uit je mond als je ziet hoe de hele cultuursector lijdt onder het huidige coronabeleid. Een beleid waarin sekswerkers voorrang krijgen boven het openen van musea en theaters. Ach, zo weet je in ieder geval wel waar cultuur staat in de mentale pikorde van deze minister.

Nee, dan Italië en het Dante700 jaar. Ik schreef er de laatste tijd enkele keren over vanwege mijn al heel wat jaartjes durende kunstzinnige band met Dante’s Divina Commedia. Een eigenlijk ongepland steeds verder uitdijende cyclus waarin ik van tevoren zeker geen plekje had ingeruimd voor de Giro.  Tot nu dus door die actie van levensgezel. Want bekijk onderstaande foto maar eens.

maglia rosa 2021

Een plaatje van de maglia rosa, de roze leiderstrui in 2021. Binnenin de halsboord staan daar de woorden ‘ Disposto a salire alle stelle‘. ‘Gereed om naar de sterren op te stijgen.’ De laatste regel van het laatste Canto 33 van De Louteringsberg, deel 2 van de Goddelijke Komedie. Vlak voordat Dante het Paradijs gaat betreden. Ik heb er geen idee van of de drager van de leiderstrui zich door deze woorden gaat laten inspireren, maar de gedachte alleen al om die zin in het Dante700 jaar in de trui te printen zegt iets over Italië. Net zoals het feit dat etappe 13 vertrekt in Ravenna en eindigt in Verona. Ravenna, de stad waar Dante in 1321 stierf en waar zijn gebeente bewaard wordt in een eigen kapel die speciaal dit jaar roze wordt aangelicht.

de dit jaar speciaal in het roze aangelichte Dante-kapel in Ravenna

En Verona, niet alleen de stad van Romeo en Julia, maar ook de stad waar Dante twee keer een aantal jaren verbleef na in 1302 verbannen te zijn uit zijn geboortestad Florence. Feit dat geëerd wordt met een groot standbeeld van hem. Noem dat maar eens geen symboliek, zo’n Dante-etappe!

het beeld van Dante in Verona

En ze konden ’t daar in Verona natuurlijk ook niet nalaten om dat beroemde balkon van Julia in het roze aan te stralen.

het dit jaar roze verlichte balkon van Julia in Verona

Eerder in de Giro wordt trouwens ook nog Foligno aangedaan. Toen ik daar in 2019 op een heerlijk terras aan de spritz zat, met Campari natuurlijk en niet dat te zoete Aperol, had ik er echt geen idee van dat hier in 1472 het allereerste gedrukte exemplaar van de Divina Commedia verscheen. Een mens is nooit te oud om te leren, zo blijkt maar weer.

een toost op Dante in Foligno
beginpagina van die aller, allereerste druk van de Divina Commedia

Nog even terug naar dat gebeente van Dante. Dat ligt dus in Ravenna. Maar o jee, wat zouden ze in Florence toch graag een ietsiepietsie daarvan willen hebben. Zijn geboortestad heeft er zelfs begin 19e eeuw al een mausoleum voor laten bouwen in de Basilica di Santa Croce. Maar Ravenna weigert. Geen splinter van een botje krijgen ze daar in Florence, zelfs niet in de uitleen. Hadden ze Dante meer dan zeven eeuwen geleden maar niet moeten verbannen. Want zo vindt de huidige burgemeester, het uitlenen van beenderen zou leiden tot ‘zeer complexe ethische en juridische problemen’ en ‘grote onenigheid’. En dat kunnen we natuurlijk niet hebben.

de nog steeds heel erg lege tombe voor Dante in Florence

Nu had ik een paar weken geleden beloofd in dit blog een aan Dante gerelateerde trip te maken naar de First Dutch Church in de City van Londen en mijn expositie ‘Man on his way’ daar destijds. Maar ja, zo’n actualiteit van zeven eeuwen geleden in combinatie met de Giro van nu kon ik niet laten liggen. Dikke schuld van levensgezel. Dus die Dante-etappe naar Londen komt nog. Tot volgende week.

TOOS

Hoe een toverfluit een culturele lacune opvulde


Afgelopen vrijdag zat ik een culturele lacune in mijn opvoeding op te vullen. Want als je een brede culturele belangstelling hebt, is de kans op dat soort gaten natuurlijk ook levensgroot aanwezig. Een mens kan ten slotte niet alles, heet ’t dan. Waar ik dan wel zat? In het theater van de Stopera in Amsterdam. Daar was ik nog nooit geweest! Wel in de operatheaters van bijvoorbeeld Venetië en Nice en in de Romeinse arena van Verona. Verweggistan dus. Maar in die beroemde symbiose tussen stadhuis en opera/danstheater in Amsterdam? Ja, één keer was ik er, vorig jaar in de openbare gangen. Toen The Dogparade er werd getoond en mijn Cerby bij de ingang van de trouwzalen stond. Toen ook kwam het idee op om nu dan eindelijk maar eens een opera daar bij te wonen. En dat was dus vorige week vrijdag.

het orkest als onderdeel van het totale toneelbeeld
het orkest als onderdeel van het totale toneelbeeld

Bij Die Zauberflöte van Mozart. Een “Singspiel” zoals de componist het zelf noemde. Ook zijn laatste opera, met de première een paar maanden voor zijn dood in december 1791. Over deze uitvoering waren juichende kritieken verschenen. Nou, volkomen terecht. In eerste instantie ga ik meer voor het Italiaanse melodrama en pathos van bijvoorbeeld Verdi’s opera’s. Maar hier werd een “Zauberflöte” neergezet die alles in zich had. Het verhaal op zich is volstrekt krankjorum. Meestal kunnen operalibretto’s er wel wat van, maar dat verhaal van Die Zauberflöte? Knap als je dat goed kunt navertellen.

Zauberflote 2

Zauberflote 3

Maar de uitvoering! Geweldige stemmen en geweldige toneelmiddelen. In van die heerlijk ouderwetse, 19de eeuwse bonbondozen als La Fenice in Venetië en de L’Opera in Nice passen eigenlijk alleen maar ook ouderwets aandoende ensceneringen. En in die grote arena van Verona ontkomt een regisseur er niet aan om met veel bombasterij grootse toneelscenes te creëren. Maar in de moderne Stopera met de moderne toneelmiddelen kun je op een groot podium natuurlijk heerlijk uitpakken met allerlei nieuwerwetse projectiemethoden en bewegende toneeldelen. De foto’s geven hier maar een heel beperkte indruk van. Hoe dan ook, ’t was indrukwekkend. Voor herhaling vatbaar.

Íride Martínez (Königin der Nacht), Chen Reiss (Pamina)

Zauberflote 5

In dit verband nog even een anekdote. Lang geleden, toen ik in de zomer een expositie in Venetië had, kochten we daar kaartjes voor zo’n opera uitvoering in Verona. Carmen van Bizet. Zover rijden van Venetië naar Verona is het ten slotte niet. Maar dat waren kaartjes voor vrije zitplaatsen op de stenen ring, behoorlijk ver van het toneel vandaan. Eerst uren in de rij in de zon om snel een goeie plaats te vinden, dan nog een paar uur wachten voor de voorstelling om negen uur begint. En al die tijd zie je de stoelen beneden in de arena, vlak voor het podium, leeg blijven. Tot rond kwart voor negen ook daar het publiek in feestelijke uitgaanskledij na het nuttigen van een Italiaanse maaltijd langzaam binnendruppelt. Toen besloot mijn lief om, als we ooit nog eens zouden terugkeren, dan daar te willen zitten.

de arena van Verona
de arena van Verona

Een paar jaar later, weer op weg naar Venetië, rijden we bij Verona langs en kijken elkaar vrijwel te gelijkertijd aan. Zo van “zullen we?”. En ja hoor, we zouden. Dus afslag Verona genomen en kaartjes gekocht voor een week later. In die arena zelf, op rij twee. Toevallig ook nog voor Aïda van Verdi. Wel een rib uit ons lijf, de prijzen voor die kaartjes. Maar de creditcard was er goed voor. En een week later, schreden wij rond kwart voor negen, na een voortreffelijke maaltijd in een restaurant vlak bij de arena, in feestkledij de arena binnen. Met natuurlijk even een enigszins meelijwekkende blik op al die bezoekers die daar ver weg al uren zaten te wachten op die stenen banken. Zo’n ervaring vergeet je nooit meer. Tot volgende week.

TOOS