Tagarchief: Victory Boogie Woogie

De Mythe van het Kunstenaarsatelier II


de foto waarmee ik vorige week eindigde

Een week geleden kondigde ik dit al aan, het vervolg van ‘De Mythe van het Kunstenaarsatelier’. Want met die mythe ben ik nog even niet klaar.

Mee door mijn gesprek met collega-kunstenaar Michael Parkes (lees vorige week) besloot ik begin jaren 90 om voor de stilte en beslotenheid van het atelier te gaan. Moest kunnen, schatte ik zo in. Als kind al kon ik me lekker stiekem verstoppen. Dacht ik althans, mijn moeder zal dat anders hebben ervaren. Dan zat ik uren lang in mijn eigen intieme hoekje op de zolder van ons al heel lang geleden afgebroken huisje bij de Oude Toren in Eindhoven. Helemaal in mijn eigen fantasiewereld. Dus die allenigheid in mijn atelier en lekker schilderen? Geen probleem. Maar door toenemend succes groeide ik die atelierkamer in  mijn Eindhovense flat echt uit. Dus werd voor gebiedsuitbreiding de grotere woonkamer geannexeerd. Gevolg? De slaapkamer werd woonkamer, de kleinere logeerkamer mijn nachtverblijf en een nog kleiner hok was opeens  kunstopslagruimte. Alles draaide dus om dat atelier. Dat op den duur gevoelsmatig toch krimpneigingen leek te vertonen. Om een lang zoekverhaal kort te maken, uiteindelijk verhuisde ik in 2001 naar Middelburg. Naar mijn prachtig verbouwde pakhuis uit 1738. Dat twee jaar daarvoor  nog een ongelooflijke klerezooi was.

Voor de goeie orde, in de grote pakhuisruimte op de begane grond lag de rotzooi overal tot aan het plafond opgestapeld.  Het atelier van Francis Bacon (1909-1992) was daarbij vergeleken als prettig geordend en bijna leeg te bestempelen. Want aan hem behoorde dat Heilige der Heiligen waar ik vorige week mee eindigde en nu mee begon.

Francis Bacon in zijn atelier

 Een beroemd en berucht atelier van een beroemd en berucht kunstenaar. Wiens schilderijen nu onbetaalbaar zijn. Tenzij je deel uitmaakt van dat van de echte wereld losgezongen gezelschap waarvoor geld een volstrekt abstract begrip is. Prachtig en intrigerend werk trouwens. Bacon hoort bij mijn toppers.

schilderijen van Bacon

Dat atelier van hem is nu én museum én bedevaartplaats. Het is zelfs verplaatst van de Londense wijk Kensington naar zijn geboortestad Dublin in Ierland. Hoe? Een team van archeologen, ja, je leest ’t goed, inventariseerde het geheel en brak het af om ’t propje voor propje, verfblik voor verfblik, penseel voor penseel en verfvlek voor verfvlek opnieuw op te bouwen in Dublin. Daar is het nu als een soort museumstuk te bezichtigen. Met alle 570 boeken en catalogi, 1500 foto’s, 100 versneden doeken, 1300 uit boeken gescheurde pagina’s, 2000 stuks schildermateriaal, tekeningen, stapels brieven, tijdschriften, kranten en lp’s er weer in op de juiste plek.Net zoals vanzelfsprekend alle gecatalogiseerde verfspatten.

kun je je dat atelier van Bacon voorstellen in deze statige Dublin City Gallery?

Bacon zelf zei hierover ooit ‘Ik voel me thuis hier in deze chaos omdat chaos bij mij beelden doet opkomen’. En daarin kan ik meegaan. Ook ik heb ’t liefst wat chaos om me heen als ik aan het creëren ben. Dat lukt me in een nettere ruimte beslist minder goed. Maar de puinhoop van Bacon? Nee zeg, dat gaat me toch wel iets te ver!

een momentopname van mijn atelier

Wat me trouwens ook weer veel te ver gaat, is het andere uiterste. Een uiterste waar de geordendheid, de reinheid en regelmaat helemaal vanaf spat. Figuurlijk dan!

Het New Yorkse atelier van ons aller Piet Mondriaan dus. Gefotografeerd vlak na zijn overlijden in 1944. Met op de ezel nog zijn laatste en niet voltooide werk Victory Boogie Woogie. Het schilderij dat in 1998 na veel onderhandelen door het Haags Gemeentemuseum, nu Kunstmuseum Den Haag, werd aangekocht voor een slordige 80 miljoen. Guldens! Eigenlijk best een koopje. Want alle er op geplakte stukjes papier en tape die Mondriaan nodig had bij zijn scheppingsproces waren bij die prijs inbegrepen. De publieke opiniehel barstte los. ’t Was dat Twiiter nog lang niet bestond anders was het Haagse Verversingskanaal naar de Noordzee door alle bagger volstrekt verstopt geraakt. Waren ze daar nou echt helemaal bezopen, tachtig miljoen!! Wat je noemt boogie woogie ten top. Nu hoor je daar helemaal niemand meer over. Den Haag heeft er sinds een paar weken zelfs een nieuwe verkeerstunnel bij gekregen met de naam Victory Boogie Woogie. Vraag me niet naar de prijs!

Wat dat dan weer te maken heeft met deze monnikencel?

Tot volgende week.

TOOS

Mondriaans, heel veel Mondriaans


Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944

’t Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?

een van de vele zalen met veel Mondriaans

Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  ‘De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York’. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.

het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan

Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo’n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt https://vimeo.com/222828403 .

De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan ’t alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego’s die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.

Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar ’t verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak ‘onmogelijke’ experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.

de verschillende stijlen van Mondriaan

Molen bij Domburg, 1908

Vuurtoren bij Westkapelle, 1910

Duinen bij Domburg, 1910

zaal vol met Zeelandschilderijen

Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar ’t allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.

studie voor De grijze boom, 1911

De grijze boom, 1911

Compositie Bomen 1, 1912

Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat.

Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken. Tot volgende week.

TOOS