Tagarchief: West Indische Compagnie

Een dijk vaneen kunstwijf, die Rachel Ruysch


schilderij van Rachel Ruysch, gemaakt op 20-jarige leeftijd (1684)

Tijdens het creëren van een prachtig oeuvre aan schilderijen ook nog tien kinderen op de wereld zetten en bouwen aan een levensverhaal om u tegen te zeggen. Dat had Rachel Ruysch (1664-1750) allemaal gedaan  toen ze op 86-jarige leeftijd stierf. Terecht is ze nu een historisch kunsticoon. Want haar naam zul je tegenwoordig telkens weer tegenkomen als ’t gaat over de geschiedenis van de vrouw in de kunst. Een geschiedenis over de maar zeer weinige vrouwen die hun mannetje stonden in de kunstwereld maar in de pikorde van de mannelijke kunsthistorici in de 19e en 20e eeuw werden weggelaten .

Vorige week eindigde ik ermee om Rachel een hybride voorbeeld van zo’n kunstvrouw te noemen. Want vrouwelijke schilders waren destijds bijna altijd óf van rijke en vaak adellijke afkomst óf ze groeiden op in een kunstenaarsfamilie. Laat nou dat óf óf voor Rachel Ruysch min of meer én én zijn!  Moeder stamde namelijk uit een familie waarin het kunstgen rijkelijk aanwezig was en vader was een bekend en beslist niet onbemiddeld wetenschapper uit de gegoede burgerij.

moeder Maria Post, portret door Juriaen Pool (II), rond 1710

Eerst moeder Maria Post. Met een vader, Pieter Post, die bouwmeester was voor de Oranjes en bijvoorbeeld de interieuraankleding verzorgde van het Mauritshuis in Den Haag. Nu een beroemd museum, toen de pracht-en-praal-villa van graaf en koopman Johan Maurits van Nassau-Siegen. Als ex-gouverneur-generaal van de West Indische Compagnie in Brazilië, met dus suikerrietplantages en slavenhandel onder zich, kon zijn vermogen wel wat lijden. Aan hem is nu trouwens sinds vorig jaar een hele zaal gewijd in zijn eigen pronkhuis. Geheel in de geest van onze politiek correcte tijd. Maar dat wordt nog wel een ander verhaal.

Voor diezelfde Johan Maurits verbleef de broer van Rachels opa, Frans Post, een aantal jaren in dat door de WIC op de Portugezen veroverde stukje Brazilië. Om er landschap en leven in schetsen en uiteindelijk ook op schildersdoek vast te leggen. Had Rachel ooit kunnen bedenken dat ze samen met haar oud-oom nu op maar een paar meter afstand van het ‘torentje van Rutte’ hangt?

Frans Post, Braziliaans landschap met huis in aanbouw, hangend in Mauritshuis

En vader Frederik Ruysch? Die zal, denk ik, vanwege zijn financiële positie letterlijk best aardig wat duiten in het zakje hebben kunnen doen voor Rachels opvoeding. Want befaamd wetenschapper, bioloog, chirurgijn/lijkensnijder, beheerder van de botanische tuin van de Amsterdamse universiteit en nog zo een en ander.

portret van Frederik Ruysch
De anatomische les door dr.Ruysch, Adriaen Backer (1670)

Zoals bezitter van een in heel wetenschappelijk Europa bekend biologisch kabinet in hun eigen grote huis. Vijf kamers volledig ingericht met bijvoorbeeld gebalsemde kinderlijkjes en menselijke lichaamsonderdelen. Naast allerlei soorten dieren en zeldzame insecten. Dat alles dan weer gecombineerd met een grote diversiteit aan flora van heel ver tot dichtbij. Zodanig geprepareerd met een door Ruysch zelf ontwikkelde methode dat bloemen en blaadjes er nog net zo fris uitzagen als in de vaas. En de presentatie? Vernieuwend en curieus zou je kunnen zeggen! Zie een paar van de tekeningen die daarvan nog bestaan.

Wanneer je als kind dan een groot tekentalent blijkt te hebben, is zo’n huis natuurlijk een onuitputtelijke bron voor verwondering en inspiratie. Het verhaal gaat dan ook dat Rachel haar vader op een bepaald moment heeft kunnen leren hoe hij dat soort tekeningen van hierboven zelf kon maken. Maar daarvoor had ze eerst wel les gehad. Van niet de minste. Want Willem van Aelst (1627-1683) nam haar onder zijn hoede toen ze 14 was. En laat die van Aelst nou destijds de bekendste  stillevenschilder van Amsterdam zijn geweest. En laat van hem nou ook weer werk in de collectie van het Mauritshuis zitten!

Willem van Aelst, stilleven uit 1663 (Mauritshuis)
Willem van Aelst, jachtstilleven uit 1658 Rijksmuseum

Rachels passie werd het schilderen van bloemen en insecten. Voorbeelden genoeg thuis.Net zoals trouwens van dat kunstgen in de familie Post. Want ook jongere zus Anna Ruysch (1666-1741) bleek een aardig potje te kunnen schilderen. Met vermoedelijk ook weer Willem van Aelst als leraar.

Anna Ruysch, stilleven
Anna Ruysch, stilleven

Maar Anna stopte al snel met de kunst. Of dat te maken heeft met haar op 21-jarige leeftijd introuwen in een nogal stijf gereformeerde familie of gewoon omdat ze trouwde en dus huisvrouw werd? Geen idee. Maar ach, hoe lang is ’t geleden dat bij ons een vrouw die trouwde geacht werd te stoppen met haar baan? Toen ik trouwde in 1971 werd mij door de ongetrouwde directrice van de Dordrechtse school waar ik lesgaf nog gesuggereerd dat ik nu eigenlijk moest stoppen. Dan kon de man van een gezin met kinderen mijn plek wel overnemen. Nooit niet natuurlijk! Hoe dan ook, van Anna Ruysch bestaan dus maar weinig schilderijen.

Rachel Ruysch, bloemstilleven uit 1688 (National Museum of Women in the Arts, Washington)

Rachel echter had, zo schat ik in, een behoorlijk koppig karaktertje. Zo trouwde ze pas op haar 29ste. Best laat voor die tijd. En met nog wel een schilder! Ook ze bleef lekker doorgaan met haar bloemstillevens. Tussen het kinderen krijgen door. Of kreeg ze kinderen tussen het schilderen door? Maar ik heb mijn A4-tax alweer bereikt. Die Rachel is toch maar een onverwacht inspiratierijke schrijfbron. Komende keer meer dus. Tot volgende week.

TOOS

Twee kunstenaars mijlpalen neerzetten in één klap


Toos van Holstein, Waterfront, olieverf 100-120 cm, onderdeel van ‘The 70-Series and More’

Als iemand kunstenaar is in hart en nieren is ie dat ook gelijk haar of zijn hele leven lang. Iets met bloed of een kunstgen? Hoe dan ook, die drang tot creëren valt gewoon niet te onderdrukken. Gaat niet lukken! Zo ervaar ik dat zelf ten minste. Niet zomaar werd ik al op 6-jarige leeftijd vermeld in het Eindhovens Dagblad omdat ik met een tekening een wedstrijd had gewonnen. En ook niet zomaar was ik vele jaren later Nederlands Briljanten Kunstenaar van het jaar 2016.

Ik ben niet persé op zoek naar dat soort mijlpalen in mijn kunstleven.  Zeker niet als ze aan leeftijd gebonden zijn. Maar af en toe is het toch wel leuk om in het kader daarvan zelf ook een mijlpaaltje de grond in te meppen. Nog leuker natuurlijk als dat er in één flinke mep  twee kunnen worden. Vandaar dus mijn ’70-Series and More’ die ik al eerder aankondigde en mijn te gelijkertijd daarbij verschijnende nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’ waarover ik vorige week schreef.

de boek-mijlpaal op straat voor mijn atelier

Die mijlpaal, opgebouwd uit heel veel dozen met daarin verpakt de oplage van 750 exemplaren, staat sinds een paar dagen in mijn atelier. Ik vind ’t trouwens niet echt bezwaarlijk als die mijlpaal steeds een kopje kleiner wordt. Nu nog, tot en met 5 oktober, is het boek te koop voor de voorintekenprijs van € 25. Op 6 oktober wordt dat  € 35.

de dozen in mijn atelier

Waarom die 6e oktober? Omdat dan op die andere mijlpaal, mijn ’70-Series and More’, een flinke klap gegeven wordt. Ter voorbereiding daarvan was ik een paar dagen geleden in Breukelen. Het oude stadje dat ooit zijn naam gaf aan de wijk Brooklyn in New York toen ‘onze’ West Indische Compagnie daar nog de scepter zwaaide. Maar dat is een heel ander verhaal. Iets met ‘Gouden Eeuw’ geloof ik. Oei, misschien verknoei ik ’t met dat woord nu wel helemaal in bepaalde kunstkringen van Amsterdam!

uitladen voor Galerie Peter Leen XL in Breukelen

Maar goed, Breukelen dus, of om nauwkeuriger te zijn, Galerie Peter Leen XL aan de Herenstraat 25. Die heeft de primeur van deze expositie. Daar moest worden ingericht voor de vernissage op 6 oktober. Een flinke klus zogezegd. Want die speciale 70-Series bestaat uit 35 olieverfschilderijen van 20 bij 20 cm en 35 mixed media werken van 25 bij 25 cm op alu-dibond. Speciaal daarbij, want dat mag best worden vermeld, is ook de prijs. Gewoon een kunstfeest met feestelijke prijzen.

bezig met een deel van ‘The 70-Series’

En dat ‘More’? Daaraan kan ik allerlei persoonlijke invullingen geven. Maar één daarvan is in ieder geval dat er naast die 70-Series heel veel nieuw en groter werk te zien is. Alle ruimtes van de galerie, te weten drie zalen, zijn dan ook helemaal ‘Toos’.

samen met Peter Leen de expositie inrichten

Iedere geïnteresseerde is hierbij uitgenodigd. Vanaf 13.30 uur tot ongeveer 17 uur moet ’t een feestje gaan worden. Aan galerie-eigenaar Peter Leen zal dat niet liggen. Want in de galerie is sinds een aantal jaren geïntegreerd  het in de zeer wijde omgeving als zeer goed bekend staande Thaise restaurant SameSame. Reserveren in het weekeinde schijnt zelfs een gebruikelijk moetje te zijn. Zorgen over het natje en droogje voor mijn bezoekers, en ook voor mezelf natuurlijk, hoef ik dus beslist niet te hebben.

Voor mij is hoe dan ook de stamtafel al bij voorbaat gereserveerd want ik heb natuurlijk ruimte nodig om voor de kopers van een boek een opdracht voorin te schrijven. Ook een moetje. Maar wel een heel leuke. Tot 6 oktober en anders tot volgende week.

TOOS

Monumentendag 2017: “Boeren, Burgers en Buitenlui”, ook op de Korendijk 56 in Middelburg


rijksmonument en pakhuis ‘Holstein’, Korendijk 56, Middelburg

Alles heeft een begin. Zoals bijvoorbeeld zo’n 13 miljard jaar geleden ons heelal met , volgens de huidige inzichten, de Big Bang. Of zoals Middelburg vermoedelijk zo’n 12 eeuwen geleden door de invallen van de roofzuchtige Noormannen. Met het door eilandbewoners opwerpen van een cirkelvormige aarden verdedigingswal.  De zogenaamde Middelste Burg, een van de drie ringwallen op Walcheren. Naast de Zuidburg, nu Souburg, en de Duinburg nu Domburg. Dat die Middelste Burg ooit een stad met rijke historie zou worden, uiteindelijk zonder beschermingsmuur maar wel met meer dan 1000 beschermde rijksmonumenten?

kaart met rijksmonumenten in Middelburg

Dat kon toen natuurlijk niemand weten. En dat er ooit nationale Monumentendagen zouden komen in het tweede weekeinde van september? En dat die van 2017 op zaterdag 9 september als onderwerp ‘Boeren, Burgers en Buitenlui’ heeft? En dat ik daaraan zou deelnemen? Ook nee natuurlijk, maar nu wel allemaal realiteit.

Ik vind ’t altijd heel interessant om oude kaarten en stadsgezichten van Middelburg te bestuderen. Ook vanwege de ligging van mijn eigen 18de eeuwse rijksmonument/pakhuis ‘Holstein’  aan de Korendijk. Dan zie je dat vanuit die Middelste Burg en de latere 12de eeuwse abdij de stad langzaam aan steeds verder cirkelvormig wordt uitgebreid. Met eerst op wat nu dan de Korendijk heet helemaal geen bebouwing maar wel bedrijvigheid. Kijk maar op onderstaande kaart bij het linkerdeel: water en schepen die aanmeren.

En dan ineens staat dat deel wel vol huizen, is er een scheepswerf, maar zit er tegenover de Bellinkbrug nog een gat tussen twee woonhuizen. Juist waar ik nu woon.

Ooit liet ik mij vertellen dat daar een haringpakkerij zou hebben gezeten. Maar een echt bewijs? Dat had ik nog nooit gezien. Tot ik laatst in een geschiedschrijving over het bankwezen in Middelburg het volgende tegenkwam.

‘De stad Middelburg werd verplicht bepaalde accijnzen, bv op turf, brandhout, wijn enz. aan de leenbank af te staan. In 1676 werd een loterij uitgeschreven, waarbij men de loten ook kon betalen met obligaties van de leenbank. De te winnen prijzen bestonden uit Heerlijkheden of gedeelten daarvan; obligaties op de Westindische Compagnie, vier windmolens op de bolwerken, de haringpakkerij tegenover de Bellingbrug’.

Dat die loterij voortkwam uit financiële problemen bij de banken en bij de stad Middelburg, maar uiteindelijk helemaal niet doorging, dat is een ander verhaal. Hoe dan ook, daar was ie dan, mijn haringpakkerij! Ik vraag me wel af of de buren destijds daar erg blij mee waren. Haring en bijbehorende geur, ik moet er niet aan denken. Maar ach, het water aan voor en achterkant van de Korendijk zal ongetwijfeld ook behoorlijk gestonken hebben. Openbaar riool, nietwaar? Heel normaal in steden tot ver in de 19de eeuw.

In 1738 werd dat gat aan de Korendijk gedicht. Door de in 1720 opgerichte MCC, de Middelburgse Commercie Compagnie. ’t Werd een pakhuis voor door de Compagnie vervoerde goederen. Geen slaven trouwens. Die slavenhandel van de MCC kwam pas later op gang en slaven werden door de MCC rechtstreeks van Afrika naar Midden-Amerika vervoerd. Wat er wel allemaal heeft gelegen? ’t Zou mooi zijn als iemand dat ooit nog eens uitzocht in de vele strekkende meters MCC-archief in de kelders van het prachtige Zeeuws Archief.

Niet uitgezocht hoeft te worden waarom het straatje achter mijn pakhuis de naam Balkengat heeft. Onderstaande 18de eeuwse prent en de luchtfoto uit 1928 spreken boekdelen.

Dat water, waar zich nu een woonwijkje en tuinen bevinden, heeft zich uitgestrekt tot achter mijn pakhuis. De achterkant ligt dan ook een stuk lager dan de voorkant. Toen ik het kocht verliep de vloer zelf nog twintig centimeter van voor naar achter. Hoe dat is opgelost? Dat kun je op zaterdag 9 september van 10-17 uur komen bekijken als ik het hele monumentenpand openstel.

Dan kun je ook komen gissen waar de foto hieronder is genomen.

Iedereen is welkom. Zowel boeren als burgers. En natuurlijk ook buitenlui. Vroeger de benaming voor rondtrekkende lui zonder vaste woon en verblijfplaats. Met daaronder vast de nodige vreemde vogels. Maar is die huidige bewoonster, die kunstenaar, niet ook een wat vreemde vogel? Want wie begint er in godsnaam aan om een vervallen pakhuis waar nog nooit iemand had gewoond op te knappen tot atelier en woning? Tot volgende week.

TOOS