Tagarchief: Westerschelde

Een Veerse Vloot van vijfentwintig Vliegende Hollanders


de Grote Kerk van Veere

Is een kerk zonder kerkmeester eigenlijk nog wel een kerk te noemen? Of is het dan alleen nog maar een kerkgebouw? En stel dat een kerkgebouw weer een kerkmeester krijgt, is ’t dan gelijk weer een kerk? Rare gedachtefratsen? Nou, lees maar verder. Dit kwam onlangs spelenderwijs in me op door een kunstgebeurtenis in de Grote Kerk van Veere. Een majestueus middeleeuws bouwwerk dat én Veere én de wijde omgeving  be- en overheerst. Eigenlijk vele maten te groot voor het huidige stadje.

uitzicht over Veere vanuit de toren

Iedereen die Veere kent, zal dat kunnen beamen. En een ieder die Veere niet kent, moet er dan maar eens snel heen. Om in die Grote Kerk de expositie ‘Ex Voto’ te ervaren. Maar ga vooraf eerst wel naar het Museum Veere in de Schotse Huizen. Met als bonus op hetzelfde toegangskaartje ook nog dat prachtige laat gotische stadhuis (met er tegenover mijn reddersmonument). Daar krijg je wel verklaard waarom Veere ooit zo welvarend was dat het zich zo’n overmaatse  Grote Kerk kon veroorloven. Bekijk als voorproefje maar de video van MuseumTV over die Schotse Huizen en het stadhuis.

En dan dus die Grote Kerk die al heel lang geen kerk meer is. Maar wel een gigagrote geen-kerk. Nog steeds. Ook al hebben ze in de middeleeuwen die toren nooit tot de geplande 100 meter hoogte afgebouwd. Ook al zijn de uitgebreide begraafplaatsen er omheen verdwenen. En ook al hebben ze in de 19e eeuw de grote Noordbeuk afgebroken om de stenen ervan te kunnen verkopen omdat Veere in die tijd zo arm was als een kerkrat.  Maar dat zijn andere verhalen.

De laatste tientallen jaren wordt met vallen en opstaan geprobeerd de Grote Kerk tot een belangrijk cultureel centrum van Zeeland te maken. Met de permanente multimediale ‘Experience’ van de geschiedenis van de kerk naast onder andere muziekuitvoeringen en exposities. Zo hing er een aantal jaren geleden een paar keer werk van mij op groepstentoonstellingen met Zeeuwse kunstenaars.

Maar nu zat ik er in oktober op uitnodiging voor een heel speciale opening.  In een vanwege de coronaregels tot maar dertig personen beperkt publiek. Een nietig plukje mensen onder dat immense gewelf van het middenschip. Een gewelf waarin de dagen daarvoor schepen de lucht in waar gezeild. Gemaakt van allerlei kleuren kaarsvet en wax. Door Folkert de Jong. Een kunstenaar die ik een poos geleden persoonlijk leerde kennen maar van wie ik al ver daarvoor een intrigerende kunstinstallatie had bewonderd in het Kunstmuseum Den Haag. Om een paar jaar daarna soortgelijke beelden uit die installatie terug te zien op de grote jaarlijkse kunstbeurs in Keulen. En die nog weer wat jaren later bij de Oostkerk in Middelburg een groep beelden mocht plaatsen. Dat in het kader van de tweede editie van de grote kunstmanifestatie  Façade, georganiseerd door het CBK Zeeland.

2012, installatie ‘Anatomie’ van Folkert de Jong in het Kunstmuseum Den Haag
2014, beelden van Folkert de Jong op de kunstbeurs van Keulen
2017, beeld van Folkert de Jong bij de Oostkerk in Middelburg

Datzelfde CBK had nu Folkert de Jong gevraagd om kerkmeester te worden in Veere. Daar is ie dan, die kerkmeester! Niet zomaar een gewone kerkmeester trouwens. Nee, je wordt dat alleen als je in de kerk een expositie realiseert en blijft dat slechts voor de tentoonstellingsduur. In dit geval tot 28 februari volgend jaar. Maar hoe eigen je je die immense ruimte toe? Hoe maak je daar iets dat niet gelijk in nietigheid weg valt? Dat deed hij met 25 schepen van zo’n anderhalve meter lang, gecreëerd uit allerlei soorten kaarsvet. Die zweven daar nu als een luchtvloot onder de naam ‘Ex Voto’. Echt prachtig.

vlak voor de opening samen met Kathrin Ginsberg, directeur van het CBK Zeeland
Folkert de Jong heeft de erestaf, behorend bij het kerkmeesterschap, in ontvangst genomen
na de opening even bijpraten met Folkert
enkele van die schepen

Natuurlijk zit er een hele filosofie achter die schepen, maar die kan Folkert het beste zelf vertellen in deze video.

Heerlijk lijkt me dat. Je mogen uitleven in zo’n immense ruimte met zo’n eeuwenlange geschiedenis en met zoveel verhalen. In 2011 heb ik zelf al zoiets kunnen doen bij mijn grote tentoonstelling ‘TOOS’ in de krochten van Fort Rammekens bij Ritthem. Aan de monding van de Westerschelde. Ik zie al helemaal voor me hoe ik dat met de ervaring van toen nu zou kunnen doen in Veere. Ach, een mens moet af en toe gewoon lekker kunnen dromen. Ik ben trouwens best benieuwd naar je ‘experience’, zoals dat tegenwoordig heet, van en in de Grote Kerk. Tot volgende week.

TOOS

Kunst binnen gemaakt voor buiten


Fort Rammekens nu

We schrijven het jaar 10vC, tien voor Corona. In de oude jaartelling dus 2010. Ik loop in februari rond in de donkere krochten van Fort Rammekens bij Ritthem, bij de monding van de Westerschelde. Voor het eerst van m’n leven trouwens. Want als import-Brabander zei Fort Rammekens me toen nog niet zoveel. Helemaal fout natuurlijk, weet ik nu.

mijn Buitenkunst in de ‘etalage’ van mijn atelier aan de Korendijk 56

Dat beeld van destijds kwam weer boven toen het bestuur van onze Kunst en Cultuurroute Middelburg enige maanden geleden voorstelde om te beginnen met een project ‘Van binnen naar buiten’. Want coronatijden. Galerieën en ateliers voornamelijk dicht. Ook op de 1e zondagen van de maand, onze gebruikelijke routedag. Het idee: hang toch de routevlag uit, doe wat met je etalage, zet kunst voor je ramen, zet gewoon toch wat buiten. Op die manier kon een kunstige zondagmiddagwandeling door Middelburg langs gesloten deelnemersdeuren best aangenaam verrassend gemaakt worden. Dat gebeurde dus ook want we vormen met z’n allen een enthousiaste club.

Voor mij was ’t gelijk duidelijk, dat wordt dus mijn Buitenkunst. En daarvoor moet ik weer terug naar de historische grond van Fort Rammekens. Want historisch is die, voor mij nu ook. Gebouwd rond 1550 in opdracht van Maria van Hongarije, landvoogdes van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden en zuster van Karel V, keizer van het gigantische Habsburgse Rijk. Want de wereldhaven Antwerpen moest worden beschermd tegen vijandige machten.  En de beslist niet onbelangrijke haven van Middelburg werd daardoor ook direct meegenomen. Waar kon dat beter gebeuren dan aan de monding van de Westerschelde.

Fort Rammekens eeuwen geleden met schepen wachtend op goede wind. Naar boven de directe toegang naar Middelburg, naar recht de Westerschelde richting Antwerpen

Willem Hermansz. van Diest, Zicht op de rede van Fort Rammekens bij Vlissingen

Op die historisch heilige grond liep ik dus in 10vC voor het eerst rond. Want de directie van het Vlissingse MuZEEum had me gevraagd of ik er mogelijk voor voelde een grote expositie op te zetten in het fort. Een aantrekkelijk idee. Maar zoals altijd, eerst de locatie bekijken.

Prachtig vond ik ‘t. Duistere krochten, lange donkere gangen, heerlijk verweerde oude muren. Daar kon ik wel wat mee.

een paar foto’s van die gangen en krochten

Maar één dingetje was voor mij gelijk duidelijk, met mijn olieverfschilderijen kon ik ’t daar wel schudden. Kort samengevat: te koud, te vochtig en te zout. Wat wil je ook, een meer open dan dicht fort direct aan het zoute water van de Westerschelde. ’s Avonds gingen dan wel de krochtdeuren en de grote poort dicht, maar verwarming? Niet functioneel. En die expositie zou een half jaar gaan duren. Nou,dan kon je er vergif op innemen dat daarna alle olieverfschilderijen naar de sloop hadden kunnen worden gebracht. Dat soort omstandigheden konden ze echt niet aan. Dus gelijk als bij Tom Poes, kwam het er op neer ‘Toos, verzin een list’. Of eigenlijk heel veel listen. Want ik wilde ’t liefst het hele fort zoveel mogelijk gaan gebruiken. Het moest groots worden.

nog een paar van die foto’s

Al denkende en zoekende kwam ik een techniek tegen die net in opkomst was. Die van het drukken op een voor mij toen nog onbekend materiaal. Alu-dibond. Een plaat van kunststof aan beide zijden bedekt met een laag aluminium waarbij op een van die zijden op het aluminium digitaal een afbeelding kon worden aangebracht. Dat was ‘t! Op die manier kon ik op hoge resolutie ingescande dia’s van mijn schilderijen op het alu-dibond laten overbrengen. Maar in Nederland waren er nog nauwelijks bedrijven die dat én goed én op allerlei grootten konden. Nu doet elke fotozaak ’t voor je, maar 10vC was een andere tijd. Zoekend op internet kwam ik terecht bij het bedrijf ZWF in Bolsward. Die hadden net een nieuwe grote flatbed printer waarmee heel veel mogelijk was. En ach, Bolsward is in ons kleine landje ten slotte niet het eind van de wereld. Het gevolg? Ik werk nog steeds naar volle tevredenheid met ze samen.

ik hang een van de aludibonds op in het fort

vorig jaar in Bolsward, overleg met eigenaar Geoffrey Schippers
van ZWF over een opdracht

Daar dus, in Bolsward, en vooraf in mijn fantasie vond mijn Buitenkunst vorm. In 9vC uitgebreid te aanschouwen in Fort Rammekens en vandaag de dag dus in mijn atelieretalage in het kader van die actie ‘Van binnen naar buiten’. Zolang de coronasluiting duurt. Want ook op de eerste zondag van juni houd ik toch nog maar even mijn deuren dicht. Misschien weer in juli. Maar wel is zeker dat er over die Buitenkunst, dat fort en met kunst versierde tuinen nog veel meer te vertellen is? Daaraan ga ik me de volgende keer opnieuw te buiten.

nog zo’n kunstwerk op alu-dibond

Tot volgende week.

TOOS

Een echte Zeeuwse godin


Kijk, Friesland heeft zijn eigen schoonheidsgodin in de vorm van Doutzen Kroes. Maar die schoonheid gaat zeker en vast vergankelijk blijken. De Haagse Anouk wordt ook behoorlijk aanbeden om vooral haar muzikale kwaliteiten. Waarbij ’t dan maar de vraag is of dat nog eeuwen gaat duren. In Zeeland ligt dat heel anders. Daar hebben we Nehalennia. Al een paar duizend jaar lang. Een Zeeuwse godin die gewoon voort blijft leven. Zoals in de naam van de Middelburgse Nehalennia Scholengemeenschap en het Nehalennia Hotel in Domburg. En, eigenlijk veel belangrijker, ook in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

ontvangsthal van Museum van Oudheden

Ik was daar laatst voor de nu afgelopen tentoonstelling ‘Goden van Egypte’, maar toch ook voor Nehalennia. Als lokale godin aanbeden in Zeeland gedurende de Romeinse tijd. Daarna letterlijk in zee verdronken en eeuwen lang uit het oog verdwenen om uiteindelijk haar kop weer boven water uit te steken en erop te wijzen dat ze nog wel degelijk bestond. Waardoor ze een prachtige rol ging spelen in de roman ‘Waterproef’ van de Vlaamse schrijver Paul Koeck met als gevolg weer inspiratie voor mij om haar te vereeuwigen op het schilderij ‘Nehalennia’. Godinnen kunnen rare sprongen maken om weer in beeld te komen.

Toos van Holstein, Nehalennia, olieverf drieluik

In dat Rijksmuseum van Oudheden kan ze nu opnieuw aanbeden worden. Gewoon zoals dat in de 2e en 3e eeuw rond de monding van de Westerschelde werd gedaan door reizigers en handelaren in het Noordzeegebied. Die lieten graag stenen altaartjes en platte votiefstenen met inscriptie maken om Nehalennia gunstig te stemmen of te danken voor bewezen diensten bij een goed verlopen handelsreis naar Brittannië. Brexit? Hoezo?.

beeld van Nehalennia

3 etages oudheden: van Egypte via Grieken en Romeinen naar Nehalennia bovenin

Die altaren kwamen terecht in tempels bij Colijnsplaat en Domburg. De eerste verdween door heftige stormen onder het Oosterschelde-water. De tweede raakte eerst bedolven onder het stuifzand van nieuwe duinen tot ook daar stormen de kustlijn landinwaarts sloegen. Waardoor de locatie zich nu ergens in zee bevindt bij Domburg. Eeuwen  later zorgden weer andere stormen ervoor dat brokstukken aanspoelden op de kust, terwijl in 1970 een visser een stukje Nehalennia opviste bij Colijnsplaat. Met als gevolg uitgebreide zoektochten op de bodem van de Oosterschelde en een geweldige verzameling Nehalennia-altaren in Leiden.

Die wilde ik al heel lang eens zien. Maar ja, zoals dat dan gaat, ’t kwam er maar niet van. Tot nu dus. Prachtig om daar in Leiden vanuit de oude Egyptische cultuur met een paar stappen terecht te komen in de Zeeuwse historie van bijna tweeduizend jaar geleden.

In het Zeeuws Museum in Middelburg bevinden zich ook nog wel een paar Nehalennia overblijfselen maar Leiden spant toch echt de kroon. Net zoals dat boek van Paul Koeck van mij ook een kroontje mag krijgen. Ik heb ’t een aantal jaren geleden met grote gretigheid gelezen. Magisch realistisch. Een tijd van eeuwen bestrijkend. Een stenen Nehalennia die er in rondloopt en diepe voetstappen in de zompige Zeeuwse klei achterlaat. In een Zeeuws decor dat door stormen,  dijkdoorbraken en overstromingen in de loop van die eeuwen voortdurend veranderd. Een absolute aanrader. En dat Nehalennia-schilderij van me? Daarvan heb ik nog geen afscheid kunnen nemen, dat heb ik nog steeds in mijn atelier. Tot volgende week.

TOOS

Wegwijzeren in het Walcherse Nieuw- en Sint Joosland


Ooit golfde er het water van de Westerschelde en nu hangt er mijn kunst. Waar? In Nieuw-en Sint Joosland.  Een gebied bij Middelburg dat in de 17e eeuw langzaamaan werd ingepolderd. Een gebied waar nog weer een paar eeuwen later een schooltje kwam, De Wegwijzer. Nu ook een gebied dat min of meer los gesneden ligt van Middelburg door de snelweg A58 richting Vlissingen. Dat Nederlandse Land’s End, ons eigen Cap Finisterra, ons eigen eenzame Eind van de Wereld als je die stoere binken van mariniers ten minste mag geloven. Die mannen die overal ter wereld gedropt moeten kunnen worden om deze wereld te helpen redden maar niet kunnen overleven in Vlissingen. Maar dat terzijde. Nu gaat ’t om dat oude schooltje dat al lang geen schooltje meer is.

Theater De Wegwijzer in Nieuw-en Sint Joosland

’t Is namelijk een theatertje geworden: Theater de Wegwijzer (https://www.theaterdewegwijzer.nl/). Opgezet door een paar eigenzinnige en bevlogen theaterdieren, Trudi Wams en Arnout Schop. En in het jaar 2004 ingewijd door nog zo’n ander eigenzinnig figuur,Youp van ’t Hek. Maar wat heeft dat alles met mijn kunst te maken?

theaterzaal met de plafondschildering van Reynier de Muynck en portretten van artiesten die er hebben opgetreden

Een paar weken geleden kreeg ik een berichtje van Trudi. ‘Toos, mijn muren zijn leeg, kun jij daar iets aan doen?’ Nu ken ik Trudi al weer wat jaartjes. Eerst doordat ik één, twee keer per jaar een voorstelling bijwoonde in De Wegwijzer. Waardoor ik bijvoorbeeld Freek de Jonge, als ik zijn woorden van destijds ten minste mag geloven, voor de eerste keer in zijn leven een gitaar op het toneel hoorde betokkelen bij een try-out. Dat heb ik daarna nooit meer waargenomen en ik kan best verklappen dat dit ook helemaal niet erg is. Maar ik leerde Trudi nog weer beter kennen toen ze in 2014 de Homerische rockopera ‘O die Zee’ in Fort Rammeken bij Ritthem organiseerde. Een overweldigend theatergebeuren waaraan ik ook een steentje mocht bijdragen met mijn serie schilderijen over de Ilias en Odyssee van Homerus.

In De Wegwijzer hebben Trudi en Arnout traditiegetrouw altijd een tijd lang werk van een door hen uitgezochte en bewonderde Zeeuwse kunstenaar hangen. Zoals dat van Ruden Riemens, een bekende Zeeuwse fotograaf die toevallig ook nog mijn één-huis-verder-buurman is aan de Korendijk. Of sinds een jaar dat van Frank van der Meijden. In een ander leven manager van de overbekende Zeeuwse band BLØF en nu succesvol met een geheel eigen vorm van kunstkastjes. Daarvan hing er dus al een hele poos een rij in de foyer van het theater. Tot er een hoteleigenaar voorbij kwam die zei ‘doe die mij maar allemaal’. En toen was de wand ineens leeg en kwam dat berichtje van Trudi aan mij.

twee vriendinnen voor het theater

Natuurlijk zei ik ‘ja’. Want ik vind Trudi een dijk van een wijf. Zeg nou zelf, een import Amsterdamse die het lef had om zonder subsidie samen met technische man Arnout een theatertje van 80 plaatsen te beginnen in een Walchers dorpje? Hoeveel mensen zouden dat aandurven? Daar werk ik graag mee samen!

bezig met het inrichten van de foyer

En het leuke is natuurlijk dat ik nu bij komende voorstellingen die ik in De Wegwijzer ga zien mijn eigen schilderijen kan zien hangen. Dat maakt het daar altijd gezellige borrelen achteraf alleen nog maar gezelliger. Zeker ook na de opmerking van Trudi die ik de avond na het inrichten ontving: ‘De foyer is zo mooi en kleurrijk. We zijn al een paar keer gewoon wezen kijken’. Tot volgende week.

TOOS

Toos, Terneuzen en Mathilde Willink


Mathilde Willink

Carel Willink en zijn muze

Wat ik met Mathilde Willink heb? Nou, tot voor kort niet veel meer dan de meeste Nederlanders. Oké, ze was een aantal jaren lang de extravagant opgemaakte muze en Amsterdamse societykoningin van de veel oudere magisch-realistische schilder Carel Willink (1900-1983), ze verscheen in de prachtig barokke en ook al extravagante kleding van mode-ontwerpster Fong Leng, ze maakte Willink bekender, hij maakte een groot, iconisch portret van haar en ze stierf veel te jong. Zelfmoord of moord? Dat is nooit opgelost. Maar dat was dan wel zo’n beetje wat ik wist.

Zo moet ik tot mijn grote schande toegeven dat ’t mij volstrekt onbekend was dat ze uit Terneuzen kwam. Die stad op ‘de andere kant’, zoals Zeeuws-Vlaanderen hier op Walcheren wordt betiteld. De Westerschelde, zo klinkt daarin door, vormt dus niet alleen een geografische scheiding.

Maar in Terneuzen zelf wisten ze dondersgoed dat Mathilde daar op 7 juli 1938 was geboren. Dit jaar dus op de kop af 80 jaar geleden. Reden voor een groep enthousiastelingen om daar een uitgebreide manifestatie omheen te gaan bouwen die in juli moet gaan plaatsvinden. Een manifestatie die verder moest reiken dan alleen Zeeuws-Vlaanderen. Meer noordwaarts dus, via Zeeland de rest van Nederland in. Naar hun ‘die andere kant’. Want dat sentiment is tweekantig.

Vandaar dat de organisatie ook graag kunstenaars uit bijvoorbeeld Walcheren bij hun evenement wilde betrekken. Op hun uitnodiging heb ik heel spontaan en enthousiast ja gezegd. Leuk leek me dat. Alhoewel, leuk? Tegenwoordig moet je dan, geloof ik, zeggen dat je ’t een uitdaging vindt. Schijnt beter te klinken. Op dus naar die andere kant, naar Terneuzen, voor een bespreking en een rondgang langs de verschillende beoogde manifestatielocaties.

Het gevolg? Dat ik nu heel druk aan het ‘mathilden’ ben.

bezig met de installatie

Met een installatie die, zoals ’t er naar uitziet, in de Grote Kerk komt. Met een met groot drieluik dat in galerie Lokaal 54 komt te hangen. En met nog iets anders dat toch al op mijn verlanglijst stond maar nu helemaal een verplicht nummer werd. Een bezoek aan het uit de middeleeuwen stammende kasteel Ruurlo in de Achterhoek. Daar waar kunstverzamelaar en mecenas Hans Melchers sinds juni vorig jaar het grootste deel van zijn Willink-collectie heeft ondergebracht. Het kleinere deel bleef achter in zijn tweede museum, ’t prachtige MORE in Gorssel, niet ver van Ruurlo.

ingang van kasteel Ruurlo

achterzijde

Was mijn verlangen destijds gewoon ’t zien van dat gerestaureerde kasteel en de Willinks, na die Terneuzense uitnodiging was ik nu natuurlijk extra gefocust  op Mathilde. Hoe werd zij er gepresenteerd? Wat kon ik daar nog van opsteken?

Dat museum is echt een must!Prachtig zoals dat kasteel is gerestaureerd. Prachtig zoals er nieuwe zowel oud als modern aandoende houten vloeren zijn gelegd. Prachtig zoals met modern design en moderne materialen de muren zijn behangen op een manier die doet lijken of het al eeuwen zo is geweest. En prachtig ook de nieuwe brug en glazen ingang die perfect zijn geïntegreerd. Chapeau! Voor zowel de miljoenen van Melchers als de architecten.

enkele van de Willink-zalen

Carel Willink laat ik maar even zitten, ’t gaat nu om Mathilde. Aan haar werd ook ruim aandacht besteed. Met centraal een aantal Fong Leng gewaden die ze ooit heeft gedragen en natuurlijk dat iconische portret met jurk. Met in een vitrinekast een bijna gelijkend exemplaar van dat glinstergewaad. De ‘echte’ kan namelijk niet meer worden getoond. Over haar turbulente laatste paar levensjaren na de scheiding van Willink werd ik echter niet veel wijzer gemaakt. Maar ja, het museum is ten slotte ook gewijd aan Carel.

een paar van de jurken die Mathilde droeg

HET schilderij en DE jurk

Dat Mathilde als icoon nog steeds aanspreekt blijkt wel uit allerlei boeken over haar leven en de misdaadroman die Thomas Ross over haar dood schreef. Net zoals uit de vele filmpjes die er over haar op YouTube staan. Zoals bijvoorbeeld een interview met haar door die enge roddelkoning Henk Van der Meyden, de man waaraan je als societyfiguur destijds niet voorbij kon.

Nu op naar 7 juli. Ik ga in ieder geval mijn bijdrage leveren, inspiratie genoeg. Dit wordt vervolgd, da’s duidelijk. Tot volgende week.

TOOS

Hoe Plantin en zijn Garamond de wereld via Antwerpen, Nice en Middelburg rond maken


In 1546 stierf Maarten Luther, in 1555 drukte Christoffel Plantin zijn eerste boek en 462 jaar later stond ik vorige maand december even te wachten op een aantal kleurkopieën die een machine in hoog tempo uitspuugde. Cryptisch? Jazekers. Maar daarom niet minder associatief logisch.

portret van Christoffel Plantin

Want een paar weken geleden schreef ik over de Luther-expositie in het Museum Catharijneconvent. Daar leerde ik dat hij vijf jaar na publicatie van zijn 95 stellingen al de meest gelezen auteur in Duitsland was geworden. Mee natuurlijk dankzij zijn voor het eerst in het Duits vertaalde bijbel. Een bijbel die dan weer dankzij de boekdrukkunst wijd en zijd verspreid kon worden. Stel je eens voor dat dit nog had moeten gebeuren met handgeschreven exemplaren, de enige manier in de eeuwen daarvoor. Zou de Reformatie dan zo snel de Europese geloofswereld op zijn kop hebben kunnen zetten? Vast niet. De boekdrukkunst was voor Luther dus cruciaal, hoe arbeidsintensief dat drukproces toen ook nog verliep. En tegenwoordig? Nu stond ik op m’n gemakkie bij die machine te wachten op een stapeltje kleurkopieën van mijn nieuwjaarswens. Vanzelfsprekend gedrukt via een bestandje op een USB-stick. Over moderne zegeningen gesproken!

Museum Plantin-Moretus in Antwerpen

Dat besefte ik onlangs in Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. De stad waar de hierboven al genoemde Fransman Christoffel Plantin (1520-1589) neerstreek, een drukkerij begon en in 1555 zijn eerste uitgave de wereld in stuurde. In dat prachtige drukkersmuseum ga je figuurlijk en letterlijk ver terug in de tijd. Omdat je er rondloopt in de oorspronkelijke woonruimten en drukkerswerkplaatsen van vele generaties  Plantin en Moretus, de aangetrouwde tak.

Steeds rijker wordend kochten ze uiteindelijk een carré van aaneengesloten eeuwenoude woningen bij elkaar rond een grote binnentuin. Nu is dat een grandioos monument uit de Gouden Eeuw van Antwerpen. Een toen van de handelslui vergeven kosmopolitisch  Antwerpen dat in die 16de eeuw bruiste aan alle kanten en een van de belangrijkste Europese havensteden was.

de binnentuin van het complex

Een vrijzinnig Antwerpen ook waar de humanistisch ingestelde Plantin zich goed thuis voelde en al snel zijn drukkerij opstootte in de vaart der volkeren en zelfs uitbouwde tot de grootste ter wereld. Met 22 persen en meer dan 80 werknemers. Met boeken op zowel religieus, humanistisch, taalkundig, kartografisch als wetenschappelijk gebied. Gedrukt in vele talen. Van o.a. Latijn, Grieks en Nederlands  tot zelfs Oud-Syrisch en Armeens. Echt ongelooflijk. Hoeveel verschillende soorten loden lettertekens moeten ze daar wel niet hebben gehad?

opslagruimte met de letterbakken

Daarnaast zette Plantin zelf nog een filiaal op in Leiden en werd hij zelfs officiële drukker van onze Staten Generaal werd. Achteraf gezien heel belangrijk omdat Leiden zich daardoor, na de oprichting in 1575 van de universiteit door Willem van Oranje,  tijdens de Tachtigjarige Oorlog tot een belangrijke en vrije drukkersstad  kon ontwikkelen.

Dat in tegenstelling tot Antwerpen. In 1585 was de stad weer in Spaanse handen gevallen. Veel protestantse kooplui verlieten de stad richting Noordelijke Nederlanden. Achteraf gezien betekende dat stuivertje wisselen van Gouden Eeuw. Amsterdam nam het havenstokje van Antwerpen over. Ook omdat die vervelende protestantse Zeeuwen en Hollanders nu tol eisten voor de toegang tot de Westerschelde. Een heffing die officieel pas in1863 werd afgeschaft. Maar om nou te zeggen dat ’t tegenwoordig helemaal pais en vree is tussen Vlaanderen en Nederland rond die Westerschelde? Niet echt toch? Nog steeds animositeit genoeg.

gravure over de bezigheden in een drukkerij destijds

schilderij van een proeflezer die de teksten controleert

Hoewel Antwerpen dus economisch wegzakte, wist die drukkerij van de Plantijnen en Moretussen zich goed te handhaven. De Officina Plantaniana had namelijk het recht kregen van de Spaanse regering alle religieuze geschriften voor hun rijk te drukken. Best een leuk contract als je beseft dat ook al die veroverde gebieden in Midden en Zuid-Amerika er onder vielen. Zodoende stond in Antwerpen de grootste drukkerij van de Contrareformatie. Maar aan alle moois komt ooit een eind. Meer dan drie eeuwen na de oprichting verkocht nazaat Edward Moretus drukkerij en gebouwen aan de stad Antwerpen. Nu dat stijlvolle en heel interessante Museum Plantin-Moretus.

de oudste nog bestaande drukpersen ter wereld

de privé-bibliotheek van de familie

Zo leerde ik er dat Christoffel Plantin ook de Garamond had ontworpen. Een lettertype dat nog steeds in zwang is. Toen ik dat las, had ik direct mijn Niçoise galerist/uitgever Jean-Paul Aureglia in zijn werkplaats voor ogen. De man met wie ik samenwerkte aan nieuwe uitgaven van onder andere de Divina Commedia en de werken van Homerus.

Griekstalige uitgave van Homerus, gedrukt in de Officina Plantiniana

De man die de teksten van zijn uitgaven nog ouderwets handmatig zet met loden lettertjes. Letters in van die letterbakken die ooit heel populair waren als wandversiering. En weet je welk lettertype hij daarin heeft zitten? De Garamond! Thuis in Middelburg staat dus een hele reeks livres d’art met daarin illustraties van mij en Franse teksten uit Nice in de Garamond, de letter die Plantin in Antwerpen ontwierp. Prachtig toch?

deel van galerie/werkplaats van Jean-Paul in Nice met ook nog een schilderij van mij

Tot volgende week.

TOOS

Daverende “O die zee”


Cerberus, bewaker van de Onderwereld en fort Rammekens
Cerberus, bewaker van de Onderwereld en fort Rammekens

Fort Rammekens bij Ritthem op Walcheren is toch wel een heel bijzondere locatie. Eerst door landvoogdes Margaretha van Hongarije in opdracht van haar broer en Habsburgse keizer Karel V in 1547 gebouwd als bescherming voor de Antwerpse haven. In de 17de eeuw uitvalsbasis voor onze vele handelsschepen. Daarna in 1809 grondig veranderd door Napoleon om ’t de Engelsen moeilijk te maken de monding van de Westerschelde op te varen. Dan in de 20ste eeuw een zeer vredige champignonkwekerij in de donkere, vochtige krochten. En nu het prachtige decor voor een speciale theatervoorstelling en een kunstexpositie. ’t Kan verkeren!

Want gezien alle publiciteit zal ’t waarschijnlijk geen Zeeuw ontgaan zijn dat deze maand het spektakel “O die zee” wordt opgevoerd in het fort. Overigens, ook landelijk heeft deze rockopera ontzettend veel aandacht gekregen. Drie pagina’s in de Cultuurbijlage van de NRC, vier sterren in De Volkskrant, artikelen in tijdschriften, interviews op de radio. Volgens mij hebben Trudi Wams van Theater De Wegwijzer en bedenker van het geheel Huub van der Lubbe, van o.a. popgroep De Dijk, nooit durven dromen van zoveel gratis publiciteit. Maar die is in mijn ogen volstrekt terecht. En als je dan als beeldend kunstenaar tijdens dit alles ook nog je expositie “Odyssee” in het fort hebt mogen inrichten, geeft dat natuurlijk een echte kick.

opening met werk van mij op achtergrond
opening met werk van mij op achtergrond

Vorige week woensdag, bij de première, was het nog even aanpoten om mijn hellehond Cerberus af te krijgen. Maar dat lukte. Dus kon ik met een gerust hart de festiviteiten rond de première meevieren. Een drukte van jewelste onder de grote tent op het middenterrein van het fort. Een opening door de voorzitter van de stichting van Theater De Wegwijzer. Mooie woorden van de Vlissingse locoburgemeester en de Zeeuwse Commissaris van de Koning. Met daarbij op de achtergrond een groot, geprint doek met werk van mij en het waarom van mijn tentoonstelling. Daarna een geweldig verzorgde, Zeeuws getinte catering en de gang over fortmuur, speciaal aangelegde steile stalen trap en houten brug om de tribune te bereiken.

opening 2a

opening 3

opening 4

Een paar dagen eerder had ik al een try-out meegemaakt. Des te interessanter dus om te zien wat er nog was veranderd in de voorstelling. Stond die al als een huis, nu stond ie als een fort. Maar ja, wat wil je. Naast de teksten van Huub van der Lubbe ook nog songteksten van cabaretier en regisseur Tom de Ket. Muziekarrangementen van Robert Jan Stips, toetsenist van popgroep Nits, en ook leider van de rockende begeleidingsband. Muziek gecomponeerd door o.a. George Kooymans van Golden Earring, Frédérique Spigt, Daniël Lohues en Robert Jan Stips zelf. Tevens nog wijze lessen van zangeres Mathilde Santing voor het koor. Kan ’t dan, met toneelspelers/zangers van wie de koppen regelmatig op tv zijn te zien, nog stuk? Nee dus! Ik heb een paar foto’s van de voorstelling er hier doorheen gestrooid. Maar die kunnen absoluut niet weergeven wat je bij dit spektakel allemaal meemaakt.

opening 5 opening 6 opening 7 opening 8

Als je nog kaartjes kunt bemachtigen via www.odiezee.com  heb ik maar één advies: DOEN!! En als toetje is er dan natuurlijk altijd nog mijn “Odyssee”. Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

De Finse eurodeal en de geschiedenis van fort Rammekens


Regelmatig ben ik even in fort Rammekens in verband met een of  ander voor mijn expositie daar. Elke keer als ik die Rammekense grond onder de voeten heb, voel ik mezelf lopen  op een bijzondere plek met ontzettend veel Zeeuwse geschiedenis. Vond hier in april 1573 niet de Slag bij Rammekens plaats tussen de Spanjaarden en de Zeeuwse Geuzenvloot? Dat zie je terug in de serie wereldberoemde wandtapijten in het Zeeuws Museum in Middelburg die de Zeeuwse magistraten eind 16de eeuw lieten maken om een aantal glorieuze overwinningen tijdens de beginjaren van de 80-Jarige Oorlog te eren. Eén daarvan gaat over die Slag bij Rammekens. Overigens moet je op dat reusachtige tapijt nog heel goed speuren naar waar dat fort ligt tussen al die vurende oorlogsschepen in. Dat detail heb ik er hier maar uitgelicht. Het is echt alleen al de moeite waard het Zeeuws Museum te bezoeken voor die tapijten.

 Maar wist je dat, ondanks al die overwinningen, Vlissingen en het fort van 1585 tot 1616 Engels bezit waren? Ze werden als onderpand aan Engeland gegeven voor het leveren van duizenden Engelse soldaten die meevochten tegen de Spanjaarden aan de kant van Holland en Zeeland. Vergelijk dat eens met de eurodeal die de Finnen willen maken met Griekenland voor het redden van de Griekse economie!  Na al die eeuwen zijn de tijden nog steeds niet fundamenteel veranderd.  Jammer dat dit soort details meestal niet in de geschiedenisboekjes voorkomt. Trouwens, zou de Acropolis niet een beter onderpand zijn dan een zak met euro’s?

 Van het fort zijn natuurlijk meer afbeeldingen uit vroeger tijden overgebleven. Op een schilderij van Willem Hermansz van Diest zie je direct dat de omgeving van Rammekens in de loop der eeuwen behoorlijk is veranderd.

Toen stak de punt ervan nog in zee, nu ligt die helemaal ingeklemd achter de dijk van de Westerschelde. Wat je op dit schilderij niet kunt zien maar op bijgaand kaartje wel, is de directe toegangsweg vanaf die Westerschelde naar Middelburg, in de 16de eeuw de drukste handelshaven van de Noordelijke Nederlanden.

Dat kanaal is er al lang niet meer. Nu loopt daar het nieuwe tracé van de provinciale N57. En als je goed kijkt zie je dat Arnemuiden nog aan open water ligt zodat de huidige snelweg naar Vlissingen daar nu langs de Westerschelde zou voeren als later niet de polders rond Nieuw en St.Joosland zouden zijn ingedijkt. Zeeland is en blijft toch wel een heel bijzondere provincie!

TOOS