Tagarchief: Wikipedia

Petra en de Voetjesvrijende Arabier: een ReisKunst -verhaal


Toos van Holstein, l’Heritage (olieverfschilderij 90-100 cm), geïnspireerd door Petra

Waar de handel in wierook een paar duizend jaar geleden al niet toe leidde. Want zonder karavaanvervoer ervan vanuit Jemen naar het Romeinse Rijk was ’t maar de vraag geweest of Petra, hoofdstad van de Nabateeërs, op de lijst van Unesco Werelderfgoed terecht zou zijn gekomen. En of ik dan die Arabier had ontmoet die onder de tafel met mij probeerde voetje te vrijen?

de indrukwekkende toegangskloof naar Petra

Alweer wat jaartjes geleden waren levensgezel en ik rugzakkend op reis in Jordanië. Openbaar vervoer, af en toe een auto hurend, primitief hotelletje hier, soms een wat luxer verblijf daar, eenvoudig volksrestaurantje of exotische pizzeria (want waar op de wereld vind je die niet) en afzien in de warmte. Gewoon zoals dat gaat bij een rugzakvakantie.

Jordanië dus en daarmee Petra. Want als je ‘Indiana Jones and the Last Crusade’ met Harrison Ford en Sean Connery had gezien was dat natuurlijk een must. Die nauwe kloof van een paar kilometer lengte door en dan plotseling de gevel van die grandioze graftempel zien opduiken. Echt een belevenis!

en aan het eind van de kloof ineens dit

Gelige en oranjeachtige steen, eeuwenoude verwering, noem dat maar eens geen kolfje naar mijn kunstenaarshand. Er was zoveel indrukwekkends te zien dat we besloten de volgende dag nog eens te gaan. Net zoals we vonden dat we ons die avond, na terugkeer door de kloof, wel mochten trakteren op een iets duurdere maaltijd. Daarbij bleek onze Jordaanse ober, we schatten hem rond de dertig, zodanig Engels te spreken dat je ook een wat uitgebreider gesprek met ‘m kon voeren. Altijd nuttig als je geïnteresseerd bent in andere culturen. Gevolg? Hij schoof, toen ’t minder druk werd, bij ons aan. Aan de kop van de tafel waar levensgezel en ik tegenover elkaar zaten. Dit om even de situatie te schetsen.

Op een of andere manier kwam het onderwerp ‘vrouwen’ ter tafel. De vrouw in zijn cultuur en die in de westerse wereld. “Kijk”, zo wist hij te vertellen, “die ideeën van mijn vrienden over westerse meisjes die al vanaf hun twaalfde jaar gewoon naar bed gaan met allerlei mannen die ze leuk vonden, zijn natuurlijk onzin. Dat is gewoon niet zo”. Hij wist wel beter. “Vrouwen moet je eren, respecteren, ook al zijn de westerse vrouwen zelfstandiger dan de Islamitische”. Maar hij ging toch wel voor een van die laatsten, als hij genoeg gespaard had om te kunnen trouwen. En in de tussentijd dacht ik steeds “wat voel ik nou toch bij mijn voet”? Die had ik al een paar keer verplaatst maar elke keer gebeurde weer hetzelfde. Tot ik me realiseerde dat deze testosteronbom, die natuurlijk geen Arabische vrouw mocht aanraken, met zijn voet steeds opnieuw contact met de mijne probeerde te maken. Zijn mond vol van vrouwenrespect maar zijn voet een heel andere taal laten spreken. Ondanks levensgezel’s aanwezigheid. Beetje vreemd? Nogal! Zeker gezien zijn zogenaamde kennis over westerse meisjes en vrouwen.

Bijbehorende interpretaties en filosofieën over cultuur en identiteit laat ik verder graag aan de lezer over. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat ik er niet nieuwsgierig naar ben. Nu door naar de volgende dag, naar het tweede Petra-bezoek.

nog zo’n Petra-foto met mijn jongere toen
goed kijken, dan zie je mij heel klein voor die grote donkere toegang van de tempel

Want dat gebied is echt zo groot dat je gewoon aan één dag niet genoeg hebt. Omringd door bergen en alleen toegankelijk via enkele kloven bouwden de Nabateeërs een ingenieuze stad waar op het hoogtepunt zo rond de 20.000 mensen woonden. Een knooppunt van karavaanhandelswegen, midden in woestijngebied, waar flink werd verdiend. Uitgebreide verhalen daarover vind je op internet bij o.a. Wikipedia, dus die sla ik hier over. Opnieuw heb ik er weer uren rondgelopen. Van de ene in de rotsen uitgehouwen tempel naar een nog weer grootsere andere. Van dat ene vergezicht naar nog weer een andere heuvel. Van de ene verbazing naar de andere verwondering.

de wijdsheid ook van Petra

Dat daaruit schilderinspiratie is voortgekomen? Zie de voorbeelden waarvan onderstaande nu te zien is op mijn expositie ‘De Verwondering’ in Galerie Drentsche Aa in Balloo.

Toos van Holstein, Layers of the past (olieverfschilderij 100-130 cm), geïnspireerd dor Petra en nu te zien op mijn expositie ‘De Verwondering’ bij Galerie Drentsche Aa in Balloo

 En wat betreft de voetjevrijende Arabier? Ik zou bijna nog beginnen over die christelijk orthodoxe toeristengids in Syrië (toen je daar nog vrij kon rondzwerven) die ons bij hem thuis had uitgenodigd en daar zo nodig met mij wilde dansen terwijl zijn vrouw zich op zijn bevel bijna letterlijk het vuur uit de sloffen liep tussen keuken en kamer om ons maar te voorzien van veel te veel voedsel. No way natuurlijk, dat dansen. Maar dat is een ander verhaal. Alhoewel, echt anders? Eigenlijk niet. Tot volgende week.

TOOS

Marius Bauer, de Oriënt en ik zei de gek


Bauer, Kooplieden

‘Jouw werk heeft wel wat weg van Bauer’. Opmerkingen in die trant kreeg ik jaren geleden meermaals te horen toen mijn schilderijen landelijk bekender begonnen te worden. Ik keek dan een beetje wazig want die naam Bauer zei me echt niets. En even snel opzoeken op internet? Hoezo? Het werkwoord googelen moest nog worden uitgevonden, laat staan dat Wikipedia er al was. Ik had zelfs nog niet eens een pc. Hoe hebben we kunnen overleven in dat soort primitieve tijden? Maar na weer eens zo’n Bauer-vergelijking heb ik me toch maar losgerukt uit mijn atelier om de bibliotheek in te duiken. Bleek dat ie van voren Marius heette, als Nederlands grootste Oriëntalist werd beschouwd en met zijn etsen, aquarellen en schilderijen dus sterk op het Midden- en Verre Oosten was georiënteerd. Net zoals een deel van mijn werk toen ook. Alleen bleek hij al een poosje dood te zijn. Gestorven in 1932.

 Dat ik nu terugkom op die opmerkingen van destijds, heeft echter te maken met zijn geboortejaar: 1867. Een beetje hoofdrekenaar zegt dan gelijk ‘oh,150 jaar geleden’. Nou mag 2017 in China dan wel het Jaar van de Haan zijn en heeft de VN 2017 uitgeroepen tot het Internationale Jaar van Duurzaam Toerisme, bij de Nederlandse Bauer Documentatie Stichting hadden ze een nog beter idee. Dit moest het Bauer Jaar worden! Met een reeks tentoonstellingen over zijn leven en werk. De laatste en grootste daarvan is nu te zien in Bauers geboortestad Den Haag. In de statige expositiezalen van Pulchri Studio aan het Lange Voorhout. De mooiste laan van Europa. Ten minste, zo zeggen ze dat zelf bij dit Haags schilderkunstig genootschap, opgericht in 1847. Met ooit illustere leden als Weissenbruch, Bosboom, Israëls, Mesdag en dus ook Marius Bauer. Die expositie mocht ik natuurlijk niet missen.

Pulchri Studio aan de Lange Voorhout. Den Haag

zalen met de Bauer expositie

Want sinds die Bauer-opmerkingen ben ik vanzelfsprekend gaan letten op zijn werk. Ik kwam ’t tegen op kunstbeurzen als de Tefaf in Maastricht en de PAN in Amsterdam, soms in vaste collecties van musea zoals het Drents Museum en tegenwoordig ook regelmatig op internetveilingsites als Kunstveiling en Catawiki met vooral grafiek.

Bauer in het Drents Museum

grafiek van Bauer

Dus dwaalde ik vorige week nieuwsgierig rond door de altijd gratis toegankelijke Pulchrizalen. Bij het voor mij tot nu toe grootste overzicht van Bauers werk.  Drie zalen vol. Opnieuw begreep ik die vergelijking tussen zijn Oriëntalistische werk en mijn vroegere schilderijen. Kijk zelf maar.

Natuurlijk zijn er duidelijke verschillen. Kleur, oud tegen nieuw, verschil in techniek. Ook schetste hij bij zijn lange reizen door het Midden-Oosten en ook India heel wat notitieboekjes vol. Schetsen die hij dan later in Nederland uitwerkte. Ik doe dat niet. Bij mij ontstaat alles op de ezel vanuit opgedane impressies in combinatie met mijn fantasie. Maar ons beider fascinatie voor die Arabische cultuur? Die spat natuurlijk van het doek. Of van de vele etsen die Bauer heeft gemaakt en die in menige Nederlandse huiskamer hingen.

detail van een grote gravure van Bauer

kleine ets van Bauer

Bij mij is die fascinatie, zo vermoed ik, al vroeg ontstaan door de illustraties van Gustave Doré in de bijbel bij ons thuis. Die openden voor mij als kind een mysterieuze wereld waarin ik helemaal kon wegdromen.

Bijbel illustratie van Doré

In mijn academiejaren en daarna kwam dat allemaal terug op papier en doek. Helemaal toen ik in 1989 voor het eerst naar dat Midden-Oosten afreisde. Egypte om precies te zijn. Vol inspiratie, en dat echt niet alleen omdat ik daar levensgezel ontmoette, kwam ik terug. Met aardig wat oriëntalistische schilderijen als gevolg. Ook omdat daarna nog diverse reizen volgden. Met de rugzak of georganiseerd, en natuurlijk met levensgezel. Tunesië, Syrië, Jordanië, Marokko, Yemen. Vooral dat laatste land met zijn lemen steden maakte veel indruk. Echt heel droef en beschamend dat Yemen nu met Westerse wapens helemaal aan gruzelementen wordt gebombardeerd door de Saoud’s en hun vriendjes.

Toos van Holstein, Shira’a, geïnspireerd op de leembouw in Yemen

Maar langzaam aan is, om allerlei redenen met bijbehorende verhalen,  mijn inspiratie van het oriëntalistische verschoven naar andere culturen. India en Midden-Amerika kwamen erbij. Ook Zuid-Europa ging een rol spelen. En nu is het voor mijn gevoel veel meer een unieke mix geworden. Met ook de moderne stad erbij.

Maar als werk van mij nog af en toe met dat van Bauer wordt vergeleken, vind ik dat best een eer. Vergeleken worden met iemand die o.a. in 1901 de Grand Prix kreeg bij de Wereldtentoonstelling in Parijs, de Grand Prix d’Honneur in 1905 bij de World Exposition in St.Louis (USA) ontving, in 1910 tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau werd benoemd, in België in 1911 de versierselen van Officier in de Orde van de Kroon kreeg opgespeld en die over de hele wereld exposeerde? Niet onaardig toch? Tot volgende week.

TOOS