Tagarchief: World Heritage

Eeuwenoude inburgeringscursussen en hedendaagse beeldenstormen


Ravenna by night

Lang, lang geleden …., zo begon ik ook vorige week. En net als toen zit ik nog steeds in oude, Romeinse sferen. Maar wel  zo’n luttele zes eeuwen later. Want lang, lang geleden liep ik namelijk met jonge, kunstacademisch gevormde ogen rond in Ravenna. Net als opnieuw een luttele vier maanden geleden. Nu wel met oudere en van kunst bezwangerde kijkers. Het doel beide keren? De 6e eeuwse Basilica di San Vitale. Door omstandigheden, zoals dat zo mooi heet, deels in Romeinse deels in Byzantijnse bouwstijl. Hieronder verspreid wat foto’s.  

op weg naar de Basilica di San Vitale aan het einde van de straat

Ravenna, die prachtige Noord-Italiaanse stad. Met naast de tombe van Dante (lees hier) de unieke, grandioze Byzantijnse mozaïeken. Werelderfgoed tot en met.

de Basilica di San Vitale aan de buitenkant
de overweldigende binnenruimte

Maar hé, Byzantijns? Byzantium is toch wat eerst het Oost-Romeins Rijk heette? Met Constantinopel, het huidige Istanboel, als hoofdstad en Grieks als voertaal? Ja! Ja! Terwijl Ravenna ligt in wat destijds het West-Romeinse Rijk was met Latijn als voertaal? Ja! Maar waarom veroverden die Oost-Romeinen dan Ravenna in 540 n.Chr.? Terwijl het oorspronkelijke Romeinse Rijk al in 285 om administratieve en legertechnische redenen officieel gesplitst was in dat Westelijk en Oostelijk deel. Ik begrijp Obelix helemaal als hij weer eens roept ‘ils sont fous, ces Romains’. ‘Rare jongens, die Romeinen’.

’t Zal eind jaren 70 zijn geweest toen ik in de zomervakantie met een oude academievriendin in mijn Renaultje 4 stapte. Om de Biënnale in Venetië te bezoeken en ook Ravenna mee te pikken. Want die wereldberoemde mozaïeken in de Basilica di San Vitale moesten we nu eindelijk maar eens met eigen ogen aanschouwen. Die zijn me altijd bijgebleven.

 Daarom reed ik afgelopen september vanuit Gubbio, waar ik keramiek beschilderde, opnieuw naar Ravenna. Nu voor twee dagen. Voor van allerlei rond Dante700 als opnieuw voor die mozaïeken. Twee uurtjes rijden maar. En nu in gezelschap van levensgezel die vond dat hij zijn Ravenna-lacune maar eens diende op te vullen.

Voor mezelf ontdekte ik nu met andere ogen te kijken dan destijds. Want de grijzige massa onder mijn schedeldak had in de loop der jaren toch zo een en ander extra aan geschiedeniskennis opgeslagen. Zoals.

Het West-Romeinse Rijk was aardig in verval geraakt. Zelfs de keizer was foetsie. Door grote volksverhuizingen vanuit het oosten, bijbehorende veldslagen en politiek gekonkel met de keizer in Constantinopel waren grote delen in handen gekomen van diverse Germaanse stammen. Zo veroverde eind  5e eeuw koning Theodorik (451-526) met zijn Ostrogoten, en met toestemming van de toenmalige keizer Zeno, de Italiaanse laars. Ravenna werd zijn hoofdstad. Die gekerstende Ostrogoten namen daarbij de nog steeds bestaande Romeinse structuren en de Latijnse spreektaal over. Een geslaagde integratiecursus avant la lettre.

Maar er rees een geloofsprobleempje. De Ostrogoten begonnen het Arianisme aan te hangen. Iets met een andere interpretatie van de Heilige Drie-eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Foei! Afwijken van de orthodoxe leer? Stel je voor! Justinianus I de Grote (keizer van 527 tot 565) nam dat niet. En hij zag ook nog graag dat grote Romeinse imperium van eeuwen her graag weer in ere hersteld. Gevolg? Bij Macht en het Ware Geloof op één kussen, daar slaapt de oorlogsduivel tussen. Dus hup, wat oorlogjes er tegenaan. Nu terug naar de omstandigheden voor die deels Romeinse deels Byzantijnse bouwstijl van de San Vitale.

Vlak na Theodoriks dood startte in 526 daarvan de bouw. In Romeinse stijl. Weet je nog, die integratiecursus? Maar in 540 werden de Ostrogoten verslagen door het leger van Justinianus. Waarna de bouw werd voortgezet in Byzantijnse stijl. Met binnenin mozaïeken in de dogmatisch orthodoxe geloofssymboliek. Oud en Nieuw Testamentische afbeeldingen, Mozes, profeten, de vier evangelisten, Christus op een wereldbol, aartsengelen, vliegende engelen, heiligen, kerkelijke prelaten en allicht keizer Justinianus zelve. Alles in een overweldigende overvloed. Veel goud, veel purper, je weet bijna niet waar je moet kijken. 

groot mozaïek met keizer Justinianus in het midden

Dan is het een eeuw oudere en heel dichtbij gelegen Mausoleo di Galla Placidia heel wat kleiner en veel intiemer. Maar toch ook weer rijk versierd met mozaïeken vol christelijke symboliek. Je kon er zelfs op je gemak gaan zitten. Met QR-code en mondmasker natuurlijk.

Mausoleo di Galla Placidia

En zonder dat kwam je ook de Basilica di Sant’Apollinare Nuovo niet in. Nog wel gebouwd tijdens koning Theodorik’s bewind, vlak naast zijn nu verdwenen paleis. Met natuurlijk opnieuw mozaïeken. Oorspronkelijk met allerlei Ariaanse elementen erin. Maar dat werd natuurlijk snel veranderd na de verovering door Justinianus. Want beeldenstormen zijn van alle tijden. Denk maar aan alle huidige woke-gedoe in Amerika en Engeland rond niet welgevallige beelden.

Basilica di Sant’Apollinare Nuovo

Wist je trouwens dat je in Aken in de beroemde Paltskapel van Karel de Grote (747-814) ook een beetje in Ravenna rondloopt? Zelfs letterlijk. Want het bouwplan van zijn kapel was gebaseerd op die Basilica di San Vitale en daar konden marmeren zuilen en ruïneresten uit Ravenna mooi voor gebruikt worden.

foto’s die ik een aantal jaren geleden maakte van de Paltskapel

Tot volgende week.

TOOS

!! Heb ik in Nice zomaar een Werelderfgoed-atelier !!


Dat onderste raam midden tussen die twee palmbomen op bovenstaande foto is niet zomaar een raam. Nee, dat is sinds 27 juli een zeer bijzonder raam. Een Werelderfgoed-raam! Maar daar had ik nog geen flauwe notie van toen ik begin juli dit plaatje schoot van het Palais Venise met daarop mijn atelier/appartement. Toen was ’t nog maar gewoon een raam van mijn woonkamer.

Want wist ik veel dat het stadsbestuur van Nice bij de Unesco het verzoek had lopen om delen van de stad tot Werelderfgoed te betitelen! Onder het motto ‘Nice, de stad van het winterresort aan de Rivièra’ vanwege de roemrijke en lange toeristische historie.  Nu geef ik ze natuurlijk helemaal gelijk, zeker ook omdat ‘mijn’ Palais Venise’ nog net binnen de grens van dit nieuwe World Heritage valt.

Kijk maar op de kaart bij pijl 1. Daar ligt de Rue Clement Roassal met mijn appartementencomplex uit 1910. Nog net binnen de grens. Net zoals trouwens Place Charles de Gaulle, dat naar links uitstekende kopje erboven, waar ik deze foto maakte.

Met op de achtergrond nog de zogenaamde Belle Epoque gevel van Palais Venise. Eigenlijk best frappant dat ik twee weken geleden hier in dit blog uitgebreid aandacht gaf aan dat prachtige Nice. Met daarin ook een foto van het uit 1897 stammende Regina. Het gigantisch grote hotel waar Queen Victoria regelmatig logeerde als één van die 150.000 wintergasten die destijds jaarlijks de Rivièra frequenteerden vanwege het heerlijke klimaat. En laat nu dat Régina ook binnen de grenzen vallen! Bij pijl 2, op de nu behoorlijk volgebouwde heuvelrug van de Cimier.

Nog steeds een zeer prestigieus deel van Nice met in die Belle Époque alleenhier en daar verspreid liggende, gigantische villa’s. Waaronder het huidige Musée Matisse, nu dus ook Werelderfgoed.

bij Musée Matisse

Dat doet mijn kunsthart heel erg goed. Juist omdat de stad Nice ook zoveel aan kunst doet. Dat werd me nog eens bevestigd toen ik ging kijken bij het eindpunt van de gloednieuwe Ligne 2. De tramlijn die, beginnend bij het vliegveld, vanuit een tunnel opduikt bij de Vieux Port, de Oude Haven (pijl 3 op de kaart). Want Nice zou Nice niet zijn als bij dat eindpunt niet ook een groot kunstwerk zou opduiken.

Le Vieux Port in Nice
waar een terrasje niet te versmaden is om in de zon lekker te lezen

Want zo werkt dat daar. In Frankrijk, en zeker in Nice, is men niet bang voor grote kunstzinnige gebaren. Waar je ’t dan wel of niet mee eens kunt zijn. In Nederland krijgen we door allerlei gedoe in commissietjes vaak van die niksige dingetjes in de openbare ruimte. Maar in Frankrijk mag ’t indrukwekkend worden. Zoals dus bij Le Vieux Port. En niet alleen daar. Want bij het voorlaatste ondergrondse tramstation zie je dit als je bovenkomt.

Want dat daar het bijbehorende park met het aangrenzende bibliotheekgebouw te gelijkertijd met de bouw van Ligne 2 zouden worden opgeknapt, lag op Niçoise denkwijze natuurlijk helemaal voor de hand.

Die sculptuur is van Claude Gilly, één van de oprichters van de zogeheten École de Nice. Een groep kunstenaars die zich eind jaren 50 manifesteerde met uiteenlopende soorten kunst. Sommigen schopten ’t zelfs tot internationale faam. Zoals Arman, Yves Klein, Bernar Venet en César. Logisch dat die École de Nice geëerd wordt! Zoals met dit, letterlijke, hoofdgebouw van Sosno waarin zich een deel van de Centrale Bibliotheek bevindt.

Nog wat voorbeelden?

Arman die vooral bekend is geworden met zijn doorgezaagde muziekinstrumenten.

César die auto’s verfrommelde en van wie overal ter wereld zijn duimen zijn te vinden. Dus zeker in Nice bij de ingang van het stadhuis.

En Venet, over wie ik in 2019 hier al eens schreef. Hij kon 2x breed uitpakken aan de Promenade des Anglais.

 En bovenop de Paillon, de nu onzichtbare rivier die langs de middeleeuwse stad stroomt. Op onderstaande foto sta ik er zelf ook bovenop bij een kopie van Michelangelo’s beroemdste beeldhouwwerk, de David.

Zie je ook die toren daar? Nou, zoek die ook maar even op in deze oude foto waar vrouwen nog de was doen in de nog niet overdekte Paillon.

Nog meer indrukwekkende kunst in de openbare ruimte?

Deze figuren op de Place Massena zijn van Jaume Plensa. Hé, Plensa? Die naam zou je kunnen kennen. Want hij mocht in 2018, toen Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa was, een prachtig groot werk plaatsen voor het station daar.

Nog een toetje? Vooruit! Niki de Saint Phalle bij het Mamac, het museum voor moderne kunst. Ook al bovenop die Paillon gebouwd.

Begrijp je dat ik nu lekker trots zit te werken in mijn Niçoise Werelderfgoed-atelier?

En dat ik, toen dat bekend werd, met levensgezel bij een temperatuur van rond de 30 graden daarop  ben gaan proosten met een heerlijk koud pilsje op het terras aan de kop van Palais Venise? Wel in de schaduw dan!

Tot volgende week.

TOOS