Tagarchief: YouTube

Een Hartige Bank 2


de Heart-Seat wordt gebracht

‘Je zal het maar hebben’. Dat is de titel van een tv-programma waarin mensen worden geportretteerd die aan zeer speciale ziektes lijden. Ziektes met namen waarvan je normaal gesproken nooit hoort. De ziekte van Marfan? Of het Kabuki syndroom? Om maar niet te spreken van Osteogenesis Imperfecta, het syndroom van Dandy Walker of diastrofe dysplasie? Ik weet niet of energiestofwisselingsziekte er wel eens voorbij is gekomen, maar die zou daar zeker een plaats verdienen.

Ik schreef er in maart al eens iets over vanwege de nog volledig witte HeartSeat die toen bij mij in het atelier werd afgeleverd. De bedoeling was dat ik die ging beschilderen voor de actie HeartParade.

de posteractie met Noa

Die energiestofwisselingsziekte veroorzaakt dat kinderen die er mee geboren worden, zich niet normaal kunnen ontwikkelen en hoogst waarschijnlijk nooit oud zullen worden. Sommigen kunnen nog wel normaal naar school maar moeten heel voorzichtig zijn met hun gezondheid. Anderen blijven zowel lichamelijk als geestelijk sterk achter in hun ontwikkeling. Zoals het jongetje Noa dat een aantal maanden geleden een hoofdrol speelde in een landelijke posteractie over die ziekte. En Noa ken ik dan weer persoonlijk. Zijn moeder Mike Zeelen heeft namelijk die HeartSeat-actie op touw gezet onder de paraplu van de Stichting Energy4All (https://www.heartparade.nl/). Zij ook vroeg mij of ik daaraan wilde meedoen. Natuurlijk! Net zoals vier jaren geleden toen ze de Dogparade organiseerde waarvoor kunstenaars een grote hond beschilderden. De mijne heeft toen € 8000 opgebracht. Bedoeld om de onderzoekgroep aan de Universiteit van Nijmegen financieel te ondersteunen bij het ontwikkelen van een medicijn tegen die ellendige ziekte.

mijn Cerby als onderdeel van de Dogparade

De afgelopen tijd ben ik dus bezig geweest met die hartvormige bank.

dav
dav

Een poosje geleden kwam zelfs een cameraman namens die stichting op bezoek om mijn bezigheden eraan te filmen. Die film wordt binnenkort wel openbaar, maar levensgezel maakte al vast een filmpje van het filmen. Een soort ‘The Making of …..’ zoals dat tegenwoordig heet. Zie hieronder.

Mijn HaertSeat is nu klaar, de handtekening heb ik er net vorige week opgezet.

Binnenkort wordt hij opgehaald om onderdeel te worden van een reizende tentoonstelling met  banken van nog andere bekende Nederlandse kunstenaars. Zoals Ans Markus, Clemens Briels en Jacques Tange. Uiteindelijk komt er volgend jaar weer zo’n veiling net als bij de Dogparade. Ik houd jullie wel op de hoogte van de wederwaardigheden van mijn Hartige Bank. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Toos, Terneuzen en Mathilde Willink


Mathilde Willink
Carel Willink en zijn muze

Wat ik met Mathilde Willink heb? Nou, tot voor kort niet veel meer dan de meeste Nederlanders. Oké, ze was een aantal jaren lang de extravagant opgemaakte muze en Amsterdamse societykoningin van de veel oudere magisch-realistische schilder Carel Willink (1900-1983), ze verscheen in de prachtig barokke en ook al extravagante kleding van mode-ontwerpster Fong Leng, ze maakte Willink bekender, hij maakte een groot, iconisch portret van haar en ze stierf veel te jong. Zelfmoord of moord? Dat is nooit opgelost. Maar dat was dan wel zo’n beetje wat ik wist.

Zo moet ik tot mijn grote schande toegeven dat ’t mij volstrekt onbekend was dat ze uit Terneuzen kwam. Die stad op ‘de andere kant’, zoals Zeeuws-Vlaanderen hier op Walcheren wordt betiteld. De Westerschelde, zo klinkt daarin door, vormt dus niet alleen een geografische scheiding.

Maar in Terneuzen zelf wisten ze dondersgoed dat Mathilde daar op 7 juli 1938 was geboren. Dit jaar dus op de kop af 80 jaar geleden. Reden voor een groep enthousiastelingen om daar een uitgebreide manifestatie omheen te gaan bouwen die in juli moet gaan plaatsvinden. Een manifestatie die verder moest reiken dan alleen Zeeuws-Vlaanderen. Meer noordwaarts dus, via Zeeland de rest van Nederland in. Naar hun ‘die andere kant’. Want dat sentiment is tweekantig.

Vandaar dat de organisatie ook graag kunstenaars uit bijvoorbeeld Walcheren bij hun evenement wilde betrekken. Op hun uitnodiging heb ik heel spontaan en enthousiast ja gezegd. Leuk leek me dat. Alhoewel, leuk? Tegenwoordig moet je dan, geloof ik, zeggen dat je ’t een uitdaging vindt. Schijnt beter te klinken. Op dus naar die andere kant, naar Terneuzen, voor een bespreking en een rondgang langs de verschillende beoogde manifestatielocaties.

Het gevolg? Dat ik nu heel druk aan het ‘mathilden’ ben.

bezig met de installatie

Met een installatie die, zoals ’t er naar uitziet, in de Grote Kerk komt. Met een met groot drieluik dat in galerie Lokaal 54 komt te hangen. En met nog iets anders dat toch al op mijn verlanglijst stond maar nu helemaal een verplicht nummer werd. Een bezoek aan het uit de middeleeuwen stammende kasteel Ruurlo in de Achterhoek. Daar waar kunstverzamelaar en mecenas Hans Melchers sinds juni vorig jaar het grootste deel van zijn Willink-collectie heeft ondergebracht. Het kleinere deel bleef achter in zijn tweede museum, ’t prachtige MORE in Gorssel, niet ver van Ruurlo.

ingang van kasteel Ruurlo
achterzijde

Was mijn verlangen destijds gewoon ’t zien van dat gerestaureerde kasteel en de Willinks, na die Terneuzense uitnodiging was ik nu natuurlijk extra gefocust  op Mathilde. Hoe werd zij er gepresenteerd? Wat kon ik daar nog van opsteken?

Dat museum is echt een must!Prachtig zoals dat kasteel is gerestaureerd. Prachtig zoals er nieuwe zowel oud als modern aandoende houten vloeren zijn gelegd. Prachtig zoals met modern design en moderne materialen de muren zijn behangen op een manier die doet lijken of het al eeuwen zo is geweest. En prachtig ook de nieuwe brug en glazen ingang die perfect zijn geïntegreerd. Chapeau! Voor zowel de miljoenen van Melchers als de architecten.

enkele van de Willink-zalen

Carel Willink laat ik maar even zitten, ’t gaat nu om Mathilde. Aan haar werd ook ruim aandacht besteed. Met centraal een aantal Fong Leng gewaden die ze ooit heeft gedragen en natuurlijk dat iconische portret met jurk. Met in een vitrinekast een bijna gelijkend exemplaar van dat glinstergewaad. De ‘echte’ kan namelijk niet meer worden getoond. Over haar turbulente laatste paar levensjaren na de scheiding van Willink werd ik echter niet veel wijzer gemaakt. Maar ja, het museum is ten slotte ook gewijd aan Carel.

een paar van de jurken die Mathilde droeg
HET schilderij en DE jurk

Dat Mathilde als icoon nog steeds aanspreekt blijkt wel uit allerlei boeken over haar leven en de misdaadroman die Thomas Ross over haar dood schreef. Net zoals uit de vele filmpjes die er over haar op YouTube staan. Zoals bijvoorbeeld een interview met haar door die enge roddelkoning Henk Van der Meyden, de man waaraan je als societyfiguur destijds niet voorbij kon.

Nu op naar 7 juli. Ik ga in ieder geval mijn bijdrage leveren, inspiratie genoeg. Dit wordt vervolgd, da’s duidelijk. Tot volgende week.

TOOS

Heyboer, getroubleerd genie of kunstmatig malloot? Of beide?


Anton Heyboer

Ego’s, karakters, vreemde typen genoeg in de kunstwereld. En sommigen zijn dan nog weer een graadje vreemder. Maar één stak er qua verkniptheid toch met kop en schouders bovenuit. Anton Heyboer(1925-2005) .

Ergens in oktober had ik hier al eens verteld dat de tentoonstelling ‘Het goede moment’ over hem in het Haagse Gemeentemuseum op mijn te-doen-lijst stond.

Een expositie die werk van hem toont, gemaakt in de jaren tot 1977 en daar dan bewust stopt vanwege een heel plotse, kunstzinnige breuklijn. Voor die tijd een kunstenaar die ’t wereldwijd in de musea aan het maken was.

vroeg werk van Heyboer op de expositie

Daarna ‘die geflipte kunstenaar met zijn vier vrouwen’, een mallotige BN’er. Vooral veroorzaakt door de pagina-grote sappige verhalen van BN’er goeroe Henk van der Meijden in De Telegraaf. Over hem, die vrouwen en ook die gigantische puinzooi op zijn labyrint-achtige boerderij in Den Ilp.

eigen, bewerkte foto’s van Heyboer in het Gemeentemuseum

Busladingen toeristen stopten bij zijn galerie. Daar waar altijd wel kippen, bootjes en vrouwen te koop waren. Op papier dan. Door Heyboer in een paar minuten neergekalkt en vlot de deur uitgaand voor een paar honderd euro per stuk. Hoeveel zou hij er daarvan hebben gemaakt? Gigantische aantallen in ieder geval. Hoe dat toeging is te zien op YouTube bij een voor mij toch behoorlijk tenenkrommende  aflevering van het programma ‘Thuis bij ..’ van ons aller André van Duin.

Hoe mallotig wil je je gedragen als kunstenaar! Is ’t de echte Heyboer in dat programma of is ’t alleen maar een met verve gespeelde rol? Als charlatan in een toneelstuk zou hij ’t zeker goed hebben gedaan.

In ieder geval zwerven er heel wat Heyboerse kippen en vrouwen rond op kunstveilingsites als Catawiki en Kunstveiling. Vorige week telde ik er daar in totaal een dikke twintig. Allemaal van na die breuklijn 1977. Of die ook allemaal echt zijn? Hoe dan ook, elke week weer komen er andere bij. Zoiets als warme broodjes bij de bakker. Maar zo maakte hij ze ook.

zo’n kip van Heyboer, natuurlijk niet op de expositie te zien

Dat is dus niet mijn Anton Heyboer. Dat is die van voor 1977. Een  kunstenaar die in zijn etsen een magie legt die me sterk doet denken aan grotschilderingen uit de oertijd. Die kun je ook niet echt begrijpen en toch spreekt hun beeldtaal me aan.  Net zoals bij Heyboer. En waarom? Dat is het mysterieuze van kunst. Dat weet ik eigenlijk niet.

Dat gevoel speelde vast ook bij anderen toen Heyboer in 1957 voor het eerst ging exposeren bij galerie Espace in Haarlem. Daar was toen overigens al heel wat levensleed aan vooraf gegaan. In de oorlog een werkkamp in Berlijn waar hij bijna stierf en waar hij sterk getroebleerd uitkwam. In 1951 voor enige tijd opname in een psychiatrische kliniek. Diverse scheidingen. En dan uiteindelijk in het maken van etsen een uitweg vinden voor zijn geestelijke demonen. Etsen met een volstrekt eigenzinnige beeldtaal gebaseerd op wat hij Het Systeem noemt. Het door hem op schrift gestelde Systeem dat ‘m houvast gaf in het leven en dat alleen hij blijkbaar volledig kon doorgronden. Een ‘normaal’ iemand haakt daarin namelijk na een paar zinnen al verdwaasd af. Volstrekt onbegrijpelijk.

werken gebaseerd op dat Systeem

Maar zijn buiten alle kunststromingen vallende kunst sprak aan, nationaal en internationaal. Tentoonstellingen in en aankopen door het Gemeentemuseum en het Stedelijk. Deelname aan de prestigieuze Documenta III in Kassel waar zijn grootste grafische werk ooit, Het goede moment, hangt tegenover ‘La perruche et la Sirène’ , het toen al beroemde gigantische knipsel van Matisse.

‘Het goede moment’, voor het eerst te zien in Nederland na die Documenta van lang geleden
links ‘La perruche etc.’ van Matisse zoals dat kunstwerk een paar jaar geleden hing op de grote Matise-expositie in het Stedelijk

De top of the bill, het Museum ofModern Art in New York oftewel het MoMA, koopt werk aan. Hij wordt geëerd in Japan en exposeert in 1975 in het LACMA, zoiets als het MoMA, maar dan in Los Angeles. Daar hangen schilderijen van hem, een nieuwe tak van sport voor Heyboer,naast werk van o.a. David Hockney en Lucian Freud. Beiden nu moderne iconen in de kunst.

schilderij van Heyboer dat ooit in het MoMA hing

En waar is Anton Heyboer gebleven? Ja, in het Gemeentemuseum 40 jaar na zijn laatste grote tentoonstelling daar. Met grafiek, foto’s en schilderijen die hij na een expositie in het Stedelijk in 1975 uit een soort frustratie gedeeltelijk overschilderde. In feite de beëindiging van een beloftevolle kunsttoekomst. En ’t waarom? Dat is zoals veel bij Heyboer nooit echt duidelijk.

de zaal met de overgeschilderde ‘Heyboers’

De man laat zich niet duiden. Was al dat Henk van der Meijden, André van Duin en kippengedoe  later  een rol als malloot? Of was ie een door geestelijke demonen bezocht getroebleerd kunstzinnig genie? Misschien wel beide. Want nu de Grote Trump zichzelf recent niet alleen slim heeft genoemd maar ook nog een stabiel genie zijn de geniemaatstaven een tikje opgerekt geraakt en zou Heyboer best ineens in die categorie kunnen vallen. En wie weet kan hij nu ook als geestelijk stabieler worden gezien. Tot volgende week.

TOOS

Een icoon voor vrouwen in de kunst: Camille Claudel


Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine

Een paar weken geleden noemde ik het Franse provinciestadje Nogent-sur-Seine al eens vanwege enkele Sint Nicolaas overpeinzingen. Nu is ’t al weer aan de beurt. Maar dan om de echte reden dat ik daar was. Camille Claudel (1864-1943).Juist ja, die. En natuurlijk omdat in Nogent-sur-Seine in april van dit jaar een geheel aan haar gewijd museum is geopend. Dat wilde ik zien. Want Camille Claudel is langzaam aan uitgegroeid tot een icoon voor de vrouw in de kunst. Dat werd ook dit jaar nog eens in de bioscoop benadrukt door de speelfilm ‘Rodin’.

Een absolute must dus voor mij om na het zien van die film ook dat museum te bezoeken. In het stadje waar ze een deel van haar jeugd doorbracht. ’t Bleek de omweg, op weg naar Nice, dubbel en dwars waard.

Camille Claudel aan het werk in haar atelier

Sommigen zullen bij haar naam een zacht of misschien zelfs wat harder belletje horen rinkelen, bij anderen zal  ’t heel stil blijven. Maar zeker weten dat bij de naam Rodin heel veel bellen luid en duidelijk opklinken. Nou, die Camille Claudel  was dus vanaf 1883 een kleine tien jaar lang de maîtresse van die 24 jaar oudere, al getrouwde en steeds beroemder wordende beeldhouwer. In wat je kunt noemen een stormachtige en gepassioneerde liefdesrelatie. Maar daarnaast was ze ook nog eens een zeer getalenteerd kunstenaar. In diezelfde tak van sport, het beeldhouwen. Gaat dat dan goed, zo’n minnaarskoppel van twee grandioze talenten die te gelijkertijd eigenlijk ook elkaars concurrenten zijn? In een tijd dat de vrouw heel veel meer haar positie moest bevechten dan tegenwoordig? Op zich is dat mogelijk, maar hier dus beslist niet. En dat heeft mee het tragische leven van Camille veroorzaakt. Ga maar na. Geboren worden in een welgesteld gezin en na je dood terechtkomen in een anoniem graf van een krankzinnigengesticht.

Rodin door Camille Claudel
Camille door Auguste Rodin

Volop tragiek dus voor een vrouw die tijdens haar leven door sommige mannen zelfs werd betiteld als een genie. Echt een ongelooflijk compliment in die tijd! Want hadden de beroemde 18de eeuwse Verlichtings-filosofen Rousseau en Kant niet bij hoog en laag beweerd dat vrouwen nooit en te nimmer een genie konden zijn? Gezien hun psyche was dat volstrekt onmogelijk. Mannen, ja, dat was andere koek natuurlijk! In de 19de eeuw stond dat vrouwbeeld nog stevig overeind in conservatievere kringen. Leuke tijden dus voor de vrouw van toen. Zo werd Camille ook niet toegelaten tot de officiële kunstacademie in Parijs, de École des Beaux Arts. Tja, jammer mademoiselle  Claudel, we laten nu eenmaal geen vrouwen toe. Regels zijn regels.

In het atelier van Rodin gold die regel niet. Hij onderkende niet alleen haar beeldhouwtalent maar ook haar vrouwelijke aantrekkingskracht. Hartstochtelijke liefde, wederzijdse inspiratie en gezamenlijk werken aan projecten was het gevolg. Toch weigerde Rodin te scheiden van de vrouw met wie hij al vele jaren getrouwd was en bij wie hij een zoon had. Ook kwam hij zijn belofte niet na om Camille in contact te brengen met zijn steeds groter wordende klantenkring. Uiteindelijk breekt haar dat allemaal op en maakt ze, na een abortus, in 1892 een eind aan hun verhouding.

links een beeld van Rodin, rechts van Claudel

Door allerlei oorzaken, naast ook familiale wantoestanden,  gaat ’t daarna zowel financieel als mentaal steeds slechter met haar. In 1905 vernielt ze in een geestelijke depressie ineens veel van de beelden in haar atelier. Volgens de toen heersende psychiatrische inzichten zou ze zelfs tekenen van schizofrenie hebben getoond. Maar afgaand op die ouderwetse inzichten en de erbij beschreven uitingsvormen zou tegenwoordig een substantieel deel van onze Westerse bevolking gedwongen opgesloten moeten worden. Zo heb ik mij dat eens laten vertellen door iemand met de nodige kennis op dat gebied. Interessante gedachte, nietwaar?

in gedachten verzonken bij een bekend beeld van Camille Claudel
Camille Claudel, L’Âge mûr, nog zo’n bekend beeld
Camille Claudel, La Valse, diverse uitvoeringen

Voor wat die diagnose ook waard mag zijn geweest, in 1913 werd Camille Claudel door toedoen van haar moeder en haar jongere broer Paul ook echt opgenomen in een gesticht. Dat kwam ze uitermate goed uit want zo hoefden ze na de dood van hun welgestelde man/vader zijn erfenis niet met haar te delen. Ze hebben er zelfs voor gezorgd dat Camille nooit meer dat gesticht heeft kunnen verlaten ondanks herhaalde doktersrapporten die aangaven dat ze genezen was en naar huis kon. Leuk, zo’n familie. Dertig jaar had ze er gezeten tot ze in 1943 in alle eenzaamheid stierf en haar lichaam  in een soort massagraf voor gestorven patiënten terecht kwam. Niet dus in het familiepraalgraf dat broerlief intussen had laten maken. Broerlief die zichzelf ooit eens het werkelijke genie van de familie had genoemd. Je kunt je dus afvragen wie eigenlijk in dat gesticht had moeten zitten.

Tot slot nog even twee frapperende beelden. Een van Rodin en een van Claudel.

Rodin, L’Eternel Printemps
Camille Claudel, links L’Abandon, rechts het beroemde Sakoentara

Hoe gelijk en ook hoe verschillend! Voor de masculiene Rodin was het natuurlijk logisch dat de man uitstak boven de vrouw. En bij Camille? Oordeel zelf. Tot volgende week.

TOOS

Damien Hirst, Venetië, de kunstduvel en de grote kunsthoop


beeld bij de ingang van de Punta della Dogana

Als je snel bent, kun je nog net de, terecht, wereldwijd meest besproken tentoonstelling van dit jaar bezoeken. Maar daarvoor moet je dan wel even naar Venetië. Voor ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable‘ van Damien Hirst. Ik was er al, zo’n twee maanden geleden. Toch kwam ’t er steeds niet van om er over te schrijven. Nu eindelijk wel. Hieronder al vast een filmpje om voor te proeven.

Die Damien Hirst (1965) is een apart mannetje wiens kunst ik nooit zo heb zien zitten. Tegen 1990 brak hij door toen de beroemde kunstverzamelaar en public relations goeroe Charles Saatchi zijn ‘The Physical Impossibility Of Death In The Mind Of Someone Living‘ kocht. Een volstrekt belachelijke titel voor alleen maar een haai op sterk water.

Na Saatchi, die de haai later met een gigantische winst doorverkocht, moesten heel veel anderen natuurlijk ook zoiets hebben. De start dus van een kunstcarrière die Hirst tot de rijkste levende kunstenaar maakte met een, enkele jaren geleden, geschat vermogen van rond de 300 miljoen Engelse ponden. Of euro’s. Dat weet ik niet zo goed meer. Maar ach,al staat de euro dan wat lager dan het pond, er van leven lukt ook dan nog wel. Met die haai heb ik niet zoveel. Net zo min als met het platina doodshoofd vol geplakt met diamanten dat onder de titel ‘For the love of God‘  in 2008 een wereld tournee maakte die begon in het Rijksmuseum.

Stel je voor, lange rijen in Amsterdam voor een doodshoofd. Want in publiciteit genereren is Hirst een meester. Dat ding moest, dacht ik, 90 miljoen dollar opbrengen. Of ’t verkocht is? Wat dacht je! Net zoals trouwens honderden, zoniet duizenden van zijn pillenschilderijen.

Allemaal gefabriekt door zijn ateliertroepen die bij het inkleuren natuurlijk wel binnen de vooraf door de meester vastgestelde lijntjes moesten blijven. Ik heb echt bewondering voor de manier waarop hij dat allemaal flikt. Maar al zijn conceptueel  kunstgedoe met bijbehorende kunstklets en vele kubieke meters gebakken lucht? Laat maar.

Toch heeft ie me nu in Venetië echt prettig verrast. Met twee grote exposities in het monumentale Palazzo Grassi aan het Canal Grande en het prachtig gerenoveerde pakhuis van de Punta della Dogana aan het begin daarvan. Allebei in bezit van Hirst’s gigantisch rijke Franse kunstvriend François Pinault. Denk bij die laatste maar aan Gucci, Samsonite en veilinghuis Christie’s. Dan weet je gelijk waar zijn miljarden vandaan komen. Samen hebben Damien en François die  ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable‘ bekostigd. Een project van vele jaren en vele miljoenen op basis van een prachtig, volstrekt uit de duim gezogen verhaal. Fantasievol fake news zogezegd. Zogezegd helemaal in de trant van deze tijd. Lees maar.

met Venetiaanse vriend Roberto in Palazzo Grassi
het gigantisch grote beeld van kunststof in het palazzo

In 2008 wordt in de Indische Oceaan een groot wrak ontdekt van een vrachtschip dat daar zo’n 2000 jaar geleden was gezonken. Aan boord: een ongelooflijke schat met vooral veel beelden. Van klein tot gigantisch groot, in brons, marmer, graniet, goud en zilver. Van over de hele antieke wereld bij elkaar gebracht door een onder de Romeinen vrijgemaakte slaaf die daarna een groot fortuin vergaarde. De bedoeling: dit alles onderbrengen in een nog te bouwen tempel. Maar helaas dus. De inhoud van dit schip wordt nu, na gedeeltelijke restauratie, getoond op de twee exposities.

Als bezoeker van de expositie wordt je gelijk geconfronteerd met een volstrekt realistische documentaire waarin je kunt zien hoe duikers alles opdelven uit de zeebodem en naar boven laten takelen. Inclusief het aan de beelden vastgegroeide, prachtig gekleurde koraal. Maar als je van te voren je erin hebt verdiept, weet je ook dat al die voorwerpen eerst vanaf het schip op de bodem zijn neergelaten om ze daarna weer snel op te hijsen. En dat het zogenaamde koraal van beschilderd brons is. Fake koraal en ook een fake documentaire dus. Toch liepen er in Palazzo Grassi mensen rond die er in eerste instantie helemaal instonken.  We waren namelijk in gezelschap van onze Venetiaanse vriend Roberto die rondlopende Italianen een ietsiepietsie beter verstond dan wij. Wat bleek af en toe? Pure verbazing over al dit duizenden jaren oude, prachtige antiek. Net zoiets als volwassenen die nog geloven in Sinterklaas.

Want als je nou een beeld van Mickey Mouse met beschilderde koraal  tegenkomt of zelfs Goofy, dan moet er toch wel een hele grote lamp gaan branden?

het beeld van Mickey Mouse wordt opgedolven uit het wrak
Mickey Mouse zoals die nu op de expositie staat
aan welk verhaal doet dit ‘duizenden jaren oude’ beeld denken?

Wat zal het Hirst-team, dat jarenlang aan dit project heeft gewerkt, een lol hebben gehad. Wat zullen we nu weer eens voor geks bedenken? Hoe gaan we in de begeleidende teksten nu weer eens allerlei klassieke mythologische verhalen gebruiken en verdraaien? Allemaal absoluut prachtig en vakkundig uitgedacht en gemaakt.

Logisch dat allerlei moderne kunstgoeroes dit alles volledig hebben afgebrand. Schande, pure schande, met pek insmeren die Hirst, kitsch, allemaal kitsch!  Maar voor mij dan als totaal wel magistrale superkitsch waar massa’s enthousiaste bezoekers op af kwamen. En waar ook diverse miljonairs tevreden op terug kijken die, afgaande op de Panama en Paradise papers, nog iets leuks konden doen met hun overgebleven belastingcentjes.

het hoofd van Medusa in brons
idem in goud

 Want ja, nu nog die duvel en de grote hoop uit de titel. Alles op die exposities was namelijk van te voren al te koop. Er hingen in Venetië dan wel geen prijskaartjes aan, maar reken maar dat je zonder diamanten of platina credit card niet ver kwam. Zo las ik over een rijke verzamelaar die aan de hand van foto’s al een beeld voor twee miljoen had gekocht. Hij stootte echter zijn neus bij nog een paar andere beelden. Tussendoor al uitverkocht! En dan te weten dat van elk beeld een serie van drie is gemaakt. Reken er maar op dat dit bij heel veel andere items ook is gebeurd. Want al die particuliere musea die tegenwoordig uit de grond worden gestampt in bijvoorbeeld de Emiraten, Rusland en China door lui die van gekkigheid niet weten waar ze met hun miljoenen heen moeten, hebben vulling nodig. De prijzen op kunstveilingen rijzen niet voor niks volstrekt waanzinnig de pan uit .

Ik wil wedden dat meneer Damien Hirst er aardig wat bij krijgt op zijn al met 300 miljoen gevulde spaarrekening. Of dat meneer François Pinault net als Dagobert Duck in een nog beter gevuld geldzwembad kan duiken. De duvel schijt nog steeds op de grote hoop. Maar ze hebben daarvoor wel een spraakmakende en heel succesvolle tentoonstelling gemaakt. En niet te vergeten, te gelijkertijd de kunstaanhangers van de kleren van de keizer behoorlijk in hun hemd gezet. Kan dat laatste trouwens nog wel? Tot volgende week na deze qua lengte en foto’s wat uit de hand gelopen aflevering.

TOOS

Over de godfather van de Nederlandse kunstTV


in het Stedelijk Museum Schiedam

Nog net op de valreep kon ik een poosje geleden in Schiedam herinneringen van heel lang geleden verenigen met het heden. Herinneringen aan lange, fladderende armen en handen met heel bewegelijke en trillende vingers. Voor ’t eerst live waargenomen toen ik als 17-jarige student  rondstapte op de academie in Tilburg. Van de lessen kunstbeschouwing die via die armen en handen tot me kwamen, weet ik eerlijk gezegd niet veel meer. Maar wat wil je ook: zeventien, vrijheid, de academie! Dan zijn er wel andere zaken die je leven op dat moment bepalen. Maar dat ze toebehoorden aan Pierre Janssen die toen directeur was van de academie in Rotterdam, dat weet ik natuurlijk nog wel.

Want wie uit die jaren 60 en 70 zou nou niet weten wie Pierre Janssen (1926-2007) was. Vraag ’t maar. ‘Pierre Janssen? Oh ja, natuurlijk! Wat was die man goed, hè!’. De man dus die met zijn tv-programma ‘Kunstgrepen’ in die jaren op zondagavond met gemak een paar miljoen kijkers trok. Simpelweg door heel enthousiast op een unieke manier over kunst te vertellen.

de opnamestudio van Kunstgrepen

Oké, er waren natuurlijk nog maar twee landelijke tv-zenders in die tijd, de commerciëlen moesten nog heel lang op hun verwekking wachten . Maar toch! Meer dan honderd uitzendingen in de periode van 1959 tot 1972 over kunst. Met kijkers die hij, zoals dat heet, aan de buis gekluisterd hield. Dan ben je een verhalend natuurtalent, een mediafenomeen, een geweldige kunstverteller.

nagebouwde studio bij de expositie in Schiedam

Nu in 2017, tien jaar na zijn dood, zijn er twee exposities aan hem gewijd. In Museum Arnhem waar hij jarenlang directeur was  en in het Stedelijk Museum Schiedam waar hij zijn bestuurlijke kunstcarrière startte als conservator en inbrenger van allerlei nieuwe, originele ideeën. Ideeën om publiek aan te zuigen en ook de plaatselijke bevolking veel meer bij ‘hun’ museum te betrekken. De expositie in Schiedam kon ik dus gelukkig nog net op de valreep bekijken. Zie hieronder een video erover https://youtu.be/tdrcx9ml-cU . Die in Arnhem loopt nog tot half oktober.

Natuurlijk zijn er nu ook goeie kunstprogramma’s op tv. Jeroen Krabbé, niet alleen acteur maar ook beeldend kunstenaar, ging op reis om in twee documentaireseries enthousiast te vertellen over, eerst, Van Gogh en daarna Picasso. En een ander lid van de Krabbé-kunstdynastie, Jasper, is nu bezig met ‘Het geheim van de meester’. Het populaire ‘Tussen Kunst en Kitsch’ is al jaren niet van de tv weg te slaan. En ook ‘Kunstuur’ hebben we nog. Maar Pierre Janssen met dat lange, slungelachtige, magere lichaam en dito karakteristieke hoofd is nog nooit verslagen. Die zou, denk ik, ook vandaag de dag nog steeds heel veel mensen aan de buis kluisteren. Want ga maar na wat hij toen, zonder alle visuele hulpmiddelen van nu, als decor had. Een vrijwel kale ruimte met een tafel en een stoel. Nog wat verlichting, een kunstvoorwerp en vooral zichzelf als meesterverteller. Eigenlijk wel logisch dat hij de eerste gast was in het programma ‘Zomergasten’ van de VPRO toen dat in 1988 startte.

Van al die ‘Kunstgrepen’ is jammer genoeg maar heel weinig bewaard gebleven. Ik vond op YouTube nog een fragment van een paar minuten over de opgraving van het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen in Egypte https://youtu.be/0mJtS8BGxr8  .

Want bewaren toen? Dat moest op film. En dat was duur. Dus dat deed men niet.

Overigens werd Pierre Janssen niet door iedereen op handen gedragen. Je had destijds ook de Stichting Openbaar Kunstbezit die o.a. via een tijdschrift, speciale afbeeldingen op papier, radio en later ook televisieprogramma’s de kunst educatief onder de mensen wilde brengen. Daar konden ze Pierre Janssen blijkbaar wel schieten. Hij was, met hun woorden, een conferencier, een handelsreiziger, een populistische goochelaar die de kunst te grabbel gooide en hij ontheiligde de kunst door die tot bezit van de straat te maken. Nou, geef mij dan voor nu maar snel nog een paar van die Pierre Janssen’s. Gewoon om zonder kunstklets en kunstkul maar met heel veel persoonlijk enthousiasme en grondige kennis niet alleen oude maar ook hedendaagse kunst tot bezit van de straat te maken.

Pierre janssen wist een grote hoeveelheid werk van Karel Appel voor het Schiedamse museum te verkrijgen

Want bij die hedendaagse kunst zit naast grote hoeveelheden gebakken lucht ook veel interessants. Ik heb dat de afgelopen dagen weer meegemaakt in Venetië bij de Biënnale daar. Heel veel kul, maar ook de nodige parels. Als die nieuwe ervaringen allemaal bezonken zijn, komt het resultaat over een poosje hier wel te voorschijn. Tot volgende week.

TOOS

Vergankelijkheid van zowel kunst als kunstenaar


Dat een kunstenaar vergankelijk is, dat moge duidelijk zijn. We eindigen allemaal, dus zelfs ook kunstenaars, als een stel botjes in een kist of als een hoopje as in een urn. Maar kunst vergankelijk? Nou reken maar! Dan hoef je alleen maar te denken aan ‘onze eigen’ Johannes Vermeer (1632-1675). Na de 17de eeuw helemaal weggezakt in het kunstgeheugen van de Lage Landen. Tot de Franse kunstcriticus Théophile Thoré-Bürger in 1842 Vermeers ‘Gezicht op Delft’ zag in het Haagse Mauritshuis. Ja, toen hing ’t er ook al. Daarna pas begon Vermeers opmars naar zijn huidige status. Maar daar was dus wel een Fransman voor nodig.

Vermeer, Gezicht op Delft

Of denk aan, ook al weer ‘onze’, Laurens  Alma Tadema (1836-1912). Wereldberoemd in Engeland en Amerika, na zijn dood snel vergeten, een schilderij van hem rond 1950 bij de vuilnis gezet omdat ’t de koper ging om de lijst ervan, en nu laatst geëerd door een grote expositie in Leeuwarden. Met ook schilderijen die voor miljoenen weggaan op de veiling. Maar hoeveel weggezakte dooie kunstenaars zouden zo’n revival meemaken? Heel erg weinig.

Poen de Wijs

Ik kwam tot deze weemoedige overpeinzing vanwege een heel goede kunstvriend van me die een warm plekje heeft in mijn hart. Poen de Wijs (1948-2014, http://poendewijs.nl/), een paar jaar geleden veel te vroeg overleden en één van de beste realistische schilders kunstenaars van zijn generatie.

Poen de Wijs? Moet je die dan kennen? Dat zou best wel eens kunnen. Want hoevelen kennen er niet de eerste platenhoezen en affiches van die unieke muziekgroep Flairck. In 1978 in Nederland en later wereldwijd doorgebroken met LP en theatershow ‘Variaties op een Dame’. Meerdere gigantisch goed verkopende platen volgden. Met op de hoezen aquarellen van Poen. Hoe zijn werk daarop kwam? Dat is weer een ander verhaal.

hoes van “variaties op een dame” met aquarel van Poen de Wijs
meer hoezen van Flairck met werk van Poen de Wijs

Net als bij Flairck ontwikkelde Poen’s kunstcarrière zich voorspoedig. Met eerst die aquarellen, daarna olieverven en ten slotte acrylschilderijen. Aan kopers en exposities geen gebrek. Tot hij een aantal jaren geleden hoorde dat zijn levenshorizon ineens veel dichterbij lag dan vermoed. Een ernstige vorm van prostaatkanker met hooguit nog een paar jaar te gaan. Over vergankelijkheid gesproken!

Poen is toen heel intens aan de gang gegaan met zijn kunstzinnige nalatenschap. Onder andere door met filmer en fotograaf John Vijlbrief een reeks bijzonder interessante, Engelstalige iBooks te maken. Over zijn schildertechnieken,zijn tekeningen en steendrukken, zijn experimenten daarmee, zijn vindingen en zijn ideeën. Nu allemaal te koop voor een paar euro per stuk bij iTunes van Apple. Een absolute aanrader voor de schilderliefhebber! Zie hier het introductiefilmpje of https://youtu.be/JNVLYw2ozlk .

Maar hoe nu verder? Want hoe ging dat bij Vermeer? Bekend in Delft in een beperkte kring van klanten met een beperkt aantal schilderijen. Poen heeft heel wat meer werk nagelaten, vooral in Nederland. Bij ook een relatief kleine schare van particuliere bewonderaars. Hij werkte met maar een paar galerieën, zijn werk verkocht toch wel. Tegen behoorlijk hoge prijzen.

Alle Vermeer-elementen zijn dus aanwezig om Poen langzaam aan weg te laten zakken in de kunstvergetelheid. Want hoeveel kunstenaars telt de wereld tegenwoordig wel niet? En hoeveel daarvan zullen uiteindelijk eeuwige roem bereiken? Dat is natuurlijk maar voor een beperkt aantal weggelegd. Waarbij toeval ook een grote rol speelt. Staat er, zoals bij Vermeer, iemand op die een goed woordje voor je doet?

schilderij van Poen de Wijs

Daar heeft Poen de Wijs dan in ieder geval filmer John Vijlbrief voor. Die heeft zich heel gedreven ten doel gesteld Poen’s nalatenschap wijd en zijd zo groot mogelijke bekendheid te geven. Met een site, met die iBooks en ook met, zeer recent, een Nederlandstalige documentaire over Poen op YouTube: ‘De Schilder van het Realisme’ https://youtu.be/o7m9TY3cdL4. Kijken!

Verder moet een Engelstalige, van opzet andere versie de komende jaren op internationale documentairefestivals terecht komen. John wil Poen met zijn schilderijen meer op de wereldkaart zetten dan ooit het geval is geweest. En terecht. Poen was een fabuleus schilder.

In oktober komt er nog een expositie met nagelaten schilderijen en tekeningen van Poen bij galerie De Twee Pauwen in Den Haag. Voorlopig dus nog geen vergankelijkheid.

schilderij van Poen de Wijs

Ook niet voor Flairck trouwens, die groep treedt weer op in de theaters. Eigenlijk door de dood van Poen. Hij had namelijk een groep behoorlijke getalenteerde leerlingen die jarenlang wekelijks bij hem op zijn atelier kwamen. Toen zij van Poen’s naderende einde hoorden, organiseerden ze voor hem een grote, eenmalige theatervoorstelling. Met daarin artiesten waarmee hij in zijn carrière had samengewerkt. Met Mini&Maxi, Sjaak Bral, Fred Delfgauw en vele anderen. En dus ook met het uit elkaar gevallen Flairck. Laten die nu in de kleedkamer bij de voorstelling besluiten om weer samen te gaan optrekken! Goed gedaan, Poen. Tot volgende week.

TOOS