Tagarchief: Zuid-Frankrijk

Money, money, money: van Pillen, Poeders en Prikken naar Godsdienstige Grandeur, deel I


Arles, Zuid-Frankrijk. En nee, ik heb me niet op de bekende Zwarte Zaterdag in Frankrijk  tussen al die verdwaasde vakantielemmingen gestort die zo nodig in honderden kilometers lange files op de Route du Soleil urenlang zuidwaarts kruipen. Asjeblieft zeg, hoe gek kun je zijn! Nee, ik was daar al eerder dit jaar. En nee, ik was daar niet vanwege onze Vincent, Vincent van Gogh. Ik was er omdat ik vijf jaar geleden onderstaande in wording zag.

En dat ding in wording, La Tour, is nu af. Architect Frank Gehry, ja, die van wereldfaam en van bijvoorbeeld het museum in Bilbao, heeft weer eens één van zijn befaamde verwrongen eieren gelegd. Waardoor opdrachtgever Maja Hoffmann, telg van het stinkend rijke farmaceutische Hoffmann-La Roche concern uit Zwitserland, haar grote droom van het ‘LUMA Arles au Parc des Ateliers’ waarheid heeft zien worden.

het spoorwegcomplex zoals ’t er ooit bij lag
en zoals het nu is

Het door haar aangekochte gigantisch grote, oude emplacement waar ooit treinen en treinonderdelen werden gerepareerd in grote en kleinere hallen is volstrekt onherkenbaar veranderd. Terwijl die hallen er toch nog steeds staan. Maar nu om samen met die alien-toren van Gehry dat Parc des Ateliers te vormen. Een, om maar eens haar eigen woorden te gebruiken,  interdisciplinaire creatieve campus waar door middel van tentoonstellingen, conferenties, live performance, architectuur en design, denkers, kunstenaars, onderzoekers, wetenschappers de relaties tussen kunst, cultuur, milieu, mensenrechten en onderzoek ter discussie stellen.

toegangsweg vanaf het parkeerterrein
eerste aanblik en toegang

Nou, daar kun je natuurlijk wel wat mee, met zo’n doelstelling. Zeker als ’t dan ook nog best wat mag kosten. 150 Miljoen zette Maja er uit haar behoorlijk gevulde spaarpotje voor opzij. Levensgezel kon bij het aanschouwen van al dat moois natuurlijk niet nalaten een wat ironische vraag te stellen en gelijk ook maar het antwoord te geven.”En wie zouden dat nou eigenlijk echt betaald hebben? Wij dus! Door ons door Hoffmann te laten prikken en door Hoffmannpilletjes en poedertjes te slikken”. Om direct relativerend toe te voegen dat ze voor dat bedrag natuurlijk ook een leuk oligarchenjachtje had kunnen aanschaffen maar nu in plaats daarvan wel een prachtig cultuurcomplex realiseerde dat ook nog eens vrij toegankelijk is.

klein stukje van het park
en natuurlijk is er horeca met prachtige uitzichten
nog meer horeca

Want dat is een hele grote plus voor Maja. Het nieuwe park kun je zo binnenlopen. Een park met honderden net aangeplante maar al verduveld grote bomen. Want kleine boompjes die nog flink moeten doorgroeien voor ’t wat is, nee, daar deden ze niet aan. De nieuwe, gigantisch grote parkeerplaats in de buurt is ook vrij. Voor de exposities in La Tour en andere gebouwen hoef je alleen maar op de website https://www.luma.org/fr/arles.html  je toegangsbiljet kosteloos te reserveren. Om bij de entree door een legertje jonge mensen enthousiast begroet en voorzien te worden met allerlei nuttige informatie. “Daar kunnen ze bij Museum Voorlinden in Wassenaar nog wat van leren”, zo ging door me heen. Voor dat kunstspeeltje van de ook behoorlijk rijke Joop van Caldenborgh, een prachtig  kunstspeeltje trouwens, betaal je bijna €20 toegang. En houd je Museumkaart en Rembrandtpas maar gewoon op zak. Niet geldig. Maar ja, het vermogen van Joop wordt dan ook geschat op slechts een schamele €800 miljoen. Elke extra stuiver is dus van harte welkom. Maar dat terzijde.

Die La Tour is absoluut indrukwekkend, zowel van buiten als van binnen.

uitzicht vanaf La Tour op het oude Arles
levensgezel leeft zich, net als ik, uit met fotograferen, let op de weerspiegeling bovenin vanwege een reusachtige spiegel in het plafond
Frank Gehry heeft zich ook helemaal kunnen uitleven, met zelfs nog een glijbuis
prachtig toch, al die blokken?

De kunst is natuurlijk de keuze van Maja Hoffmann. Niet altijd mijn keus. Maar ja, de kunstwereld bestaat nu eenmaal uit vele parallelle universums. Hier een paar indrukken ervan, verspreid door La Tour.

hier een paar foto’s van kunst die me nog wel aansprak
bij de liften een muur van uitgekristalliseerde zoutblokken
deel van het trappenhuis
kunst in het park

Eigenlijk was mijn plan nu gelijk door te schrijven naar een soortgelijk groots project, even buiten Arles. Alleen wat eeuwtjes ouder. Maar dat gaat ’t niet worden, te veel. Vandaar dus een snelle ‘deel I’ in de titel erbij getikt met nog een klein opgetild sluiertipje tot slot.

Want ook een project dat indirect mee tot stand kwam via de penningen van de gewone mens.  Niet door lichamelijk geabsorbeerde pillen, poeders en prikken maar door een in de geest diep doorgedrongen devotie. Welk project ik bedoel? De Montmajour.

vanaf de toren zicht in de verte op de Montmajour

Oh ja, en Van Gogh speelt ook nog een rolletje. Tot volgende week.

TOOS

Met 2 getroubleerde zielen het expo 3-luik afsluiten


de nieuwe toegang van het Van Gogh Museum in Amsterdam
de nieuwe toegang van het Van Gogh Museum in Amsterdam

“Onze” Vincent van Gogh (1853-1990) was niet direct een vrolijke flierefluiter. Maar wel een persoon  die onvoorwaardelijk koos voor de kunst. De Noor Edvard Munch (1863-1944), met zijn obsessies voor ziekte, dood, liefde en hier en daar een zenuwinzinking, hoorde ook niet echt bij de afdeling “optimisten”. Maar ook hij was een kunstenaar pur sang. En beiden horen bij de absolute kunsttop van hun tijd. Waarbij Munch, vele jaren na de dood van Vincent, ook nog eens tegen een opdrachtgever beweerde “Ik heb deze techniek van Vincent van Gogh geleerd”. Dat kan dan in ieder geval niet van Van Gogh persoonlijk zijn geweest want beiden hebben elkaar nooit ontmoet. Wel ondergingen ze alle twee de invloed van het Parijse kunstleven in de jaren rond 1890. Maar Vincent was al vertrokken naar Zuid-Frankrijk tegen de tijd dat Munch in Parijs aankwam.

Daar wordt, vind ik, te weinig nadruk op gelegd in het Amsterdamse Van Gogh Museum bij de parallellen die tussen beide kunstenaars worden getrokken op de blockbuster tentoonstelling “Van Gogh-Munch”. De derde expositie die op mijn “te doen” lijstje stond na die over Turner (Zwolle, Enschede) en Kleur Ontketend (Den Haag).

Gogh02

De vrijdag van vorige week had ik daarvoor ingeroosterd. Het werk van Van Gogh ken ik natuurlijk. Uitgebreid. Dat wordt ons in Nederland met de paplepel ingegoten. Maar nu was er de unieke kans een aantal wereldberoemde, iconische schilderijen van Munch in werkelijkheid te zien. Voor het eerst in Nederland en voorlopig ook wel voor het laatst. Gaan dus. Want had ik in mijn academietijd niet juist Munch gekozen als voorbeeld bij het vak figuurcompositie? De manier waarop hij dat deed was namelijk beroemd in de kunstgeschiedenis.

academiewerk van mij bij figuurcompositie
academiewerk van mij bij figuurcompositie

Destijds besefte ik eigenlijk nog niet goed waarom mijn keus op hem viel. Waarom bijvoorbeeld niet op de ook daarom bekende Edgar Degas met zijn vrolijke danseresjes en wel op die zwaarmoedige Munch? Met  o.a. zijn beroemde “Het zieke kind” dat ook op de tentoonstelling hangt. Een schilderij waarin hij de dood op jonge leeftijd van zijn zusje verwerkte. Overleden aan tbc, net als zijn moeder wat jaren later.

Munch, Het zieke kind, 1996
Munch, Het zieke kind, 1996

Of met “De schreeuw”. Een werk waarvan hij een aantal versies maakte en waarvan er één in Amsterdam is te zien.  Samen met een heel interessante  brief en bijbehorende tekening die hij aan een vriend stuurde.

de brief met schets
de brief met schets

De schreeuw, 1893
De schreeuw, 1893

Een  schrijven waaruit duidelijk wordt wat hem uiteindelijk bewoog tot het schilderen van die figuur met de wanhopig wijdopen gesperde mond en de handen tegen de oren. Op die brug raakte hij duidelijk in een depressie, zo kun je lezen, en ervoer hij ineens de natuur als één grote schreeuw. Het is dus niet Munch die schreeuwt.

emoticon bij WhatsApp
emoticon bij WhatsApp

Nee, de natuur schreeuwt tegen hem. En in verschrikking duwt hij zijn oren dicht. Ik moest ineens denken aan bijgaande emoticon. Die staat altijd paraat bij de meegeleverde serie emoticons op WhatsApp op mijn mobiel. Zou die er ook te vinden zijn geweest als Munch niet ooit “De schreeuw” had gemaakt? Ik vermoed van niet. Zo iconisch is dus dat werk van hem.

Maar waarom dus op de academie mijn keus voor Munch? Pas een aantal jaren besefte ik dat ik in die tijd niet helemaal lekker in mijn vel zat. Net als Munch. Maar die bleef er zijn hele leven mee behept. Ik kwam erachter toen ik een serie schilderijen maakte die ik de naam “Ontmoetingen” gaf. Met daarbij nog steeds die figuurcompositie van Munch in gedachten . Een bekende vond toen dat die serie eigenlijk meer met afscheid nemen had te maken dan met ontmoeten. En dat klopte. Het was, achteraf gezien, geen vrolijke serie.

drukte op de expositie
drukte op de expositie

Dat alles sijpelde langzaam weer bij me binnen bij het zien van die vaak triest stemmende schilderijen van Munch in het Van Gogh Museum. Echt curieus was dat ik het zelfs lichamelijk begon te ervaren. Mijn  middelgrote damestas begon uit zichzelf zwaarder en zwaarder te worden. Ik begon zelfs mijn schouders te voelen onder die toenemende last. Of ik die tas nu naar links of rechts verhing, ’t maakte niet uit. Als dat geen bewijs is dat Munch een hele grote was in het weergeven van diep menselijke emotie, wat dan wel!

Munch, Amor en Psyche, 1906
Munch, Amor en Psyche, 1906

Munch, Jaloezie II, ingekleurde litho 1896
Munch, Jaloezie II, ingekleurde litho 1896

Bij van Gogh is dat anders. Die schilderde toch meer de uitwendige wereld. Portretten, interieurs, arbeiders en natuur. Naar mijn mening eerst eigenlijk helemaal niet zo geweldig. Pas later, in het Parijse en Zuid-Franse licht , komt zijn talent razendsnel tot ontwikkeling. Met dat speciale kleurenpalet, die geheel eigen  interpretatie en dat prachtig dikke schilderen. Dan spettert ’t van het doek. Terwijl Munch, in zijn veel langere leven, eigenlijk steeds ingetogener wordt. De vergelijking van die twee op de expositie, hoe gezocht ook af en toe, levert  echt een prachtige geheel op. Hulde aan de organisatoren die zoveel wereldberoemde schilderijen bij elkaar wisten te brengen! Tot volgende week.

TOOS

Kunst? Onvermijdelijk!


Voor die onvermijdelijkheid van kunst wordt wel gezorgd. Door ons allemaal. Want kunst is, in al haar vormen, een bestanddeel van ons leven. Kunst zit gewoon in ons aller genen. Vandaar dus kunstbijlagen, kunstdiscussies, kunstsubsidies, discussies over kunstdiscussies, kunst aan de muur, galerieën, musea, grotschilderingen en wat al niet. En dan natuurlijk nog de Culturele Hoofdstad van Europa.

Begin december schreef ik hierover al iets naar aanleiding van een lezing die ik ging geven in Zuid-Frankrijk. Want Marseille, met de verre omgeving daarbij, is in 2013 onze Culturele Hoofdstad. Komend weekeinde zijn in Marseille, Arles en Aix-en Provence de groots opgezette openingsfestiviteiten. Intussen heb ik ook mijn lezing gehouden voor de leden van de ANM, de Association Néerlandaise du Midi.

58a 58b

Dat was heel  leuk om te doen, en echt niet alleen vanwege het aangeboden diner, maar ook omdat ik me daarvoor meer moest verdiepen in alles wat er in Marseille dit jaar te doen is. Ik meldde al eerder dat ze daar zo’n € 600.000.000 gestoken hebben in infrastructuur en nieuwe musea. De artist impressions  van die nieuwe kunsttempels zien er werkelijk indrukwekkend uit.

foto MECEM

Dus als ik deze zomer weer in Nice verblijf om daar te werken, ga ik zeker naar Marseille en Aix om daar de manifestaties  te bekijken. En om te zien of Marseille er van opknapt. Want ook dat is de bedoeling. De stad een flinke zet geven om van de naam van criminele hoofdstad van Frankrijk af te komen. Die hebben ze daar niet zomaar. Lang geleden liep ik er rond in gezelschap van een politie inspecteur die in bepaalde wijken heel duidelijk liet zien dat hij zijn pistool bij zich had. “Gewoon om problemen te voorkomen” zoals hij zei. Als ik de krantenberichten van nu lees over het aantal moorden  daar in het misdaadcircuit zijn ze nog steeds aardig bezig met een inhaalslag.

Villa Méditerranée 2Maar als kunstenaars zich er gaan vestigen of als er musea gebouwd worden, blijken stadsdelen zich vaak heel positief te ontwikkelen. Daarvoor zijn genoeg harde bewijzen. Dus wie weet gaat dat in Marseille ook lukken. Afgelopen oktober was dat trouwens nog niet helemaal het geval. Toen ondervonden diverse leden van die ANM van hierboven bij een excursie dat je toch niet al te opvallend met dure spullen moest rondlopen. Dat ga ik dus komende zomer daar ook duidelijk niet doen. Te zijner tijd vertel ik er wel over. Tot volgende week.

TOOS

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag