William Turner: “The sun is God”


Ik verdwijn even voor een paar weken onder de internet-radar. Dat wil zeggen, die ziet mij niet, maar ik zie internet ook niet in die tijd. Kwestie van bereik. Toch wil ik mijn reeks van wekelijkse afleveringen niet onderbreken. Vandaar dat vanaf nu een paar korte, van te voren klaargezette blogjes verschijnen. Met eigenlijk reclame voor een aantal prachtige exposities die nu in het land zijn te zien en die op mijn bezoeklijstje staan.

Allereerst Joseph Mallord William Turner (1775-1851). In heel Nederland is maar één, let wel, maar één schilderij van deze wereldberoemde schilder in een openbare collectie te zien. In Museum De Fundatie in Zwolle.

die ene "Turner" in Nederland
die ene “Turner” in Nederland

En laten ze nu net daar de komende maanden, in samenwerking met het Rijksmuseum Twenthe in Enschede over Turner een dubbeltentoonstelling organiseren. Rond dat ene schilderij en heel veel uitgeleend werk van de man die op zijn sterfbed als laatste woorden zou hebben gezegd “The sun is God”.

Turner2,_Going_to_the_Ball_(San_Martino)

Een uitspraak die aan twijfel onderhevig is, maar hij zou ’t gezegd kunnen hebben gezien zijn bijzondere werk. Ik ga er absoluut heen, maar vele anderen moeten dat beslist ook gaan doen. Op naar het Oosten des lands!Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Paradepaarden van het Prado


het Prado in Madrid
het Prado in Madrid

Prado01a Lang, lang geleden, in de grijze oudheid toen ik zelf nog niet grijs was, studeerde ik af aan de Academie in Tilburg. Met Francisco José De Goya y Lucientes (1746-1828), kortweg Goya, als scriptie onderwerp. De man en zijn kunst fascineerden mij heel sterk. Niet dat ik zijn werk in werkelijkheid kon zien. Want in Nederland is er niet zoveel van hem te vinden in openbare collecties. In Spanje, in het Madrileense Prado, echter des te meer. Maar ja, prijsvechters als Ryanair, easyJet en Transavia bestonden toen nog niet. Dus een vliegreisje naar de Spaanse hoofdstad was destijds toch iets te begrotelijk voor een arm academiestudentje. Zodoende werden het boekenplaatjes waarmee ik ’t moest doen. Plaatjes van schilderijen en van de serie etsen Los desastres de la guerra (De gruwelen van de oorlog). Of van Los caprichos.  Die andere serie etsen waarin Goya vaak met ironie de corrupte heerschappij van staat en kerk verbeeldt. Maar altijd heb ik de wens gehouden zijn kunst in werkelijkheid in dat Prado te mogen bewonderen.

prado02

En nu was ik daar, onlangs. In dat gigantische museum met een wirwar aan zalen, zaaltjes en grote langwerpige hallen. Met als verlangen “eerst Goya, de rest komt daarna wel”. Overigens was dat wel even zoeken omdat zijn schilderijen over allerlei ruimten op verschillende verdiepingen zijn verspreid. Maar uiteindelijk zat ik daar dan toch. Eerst te midden van een geweldige collectie grote kartonnen.

een van de zalen met "kartonnen" van Goya
een van de zalen met “kartonnen” van Goya

Ontwerpen voor grote tapijten die de stenen muren van de koninklijke paleizen moesten decoreren en isoleren. Schilderingen van vaak vrolijke, volkse taferelen die je gelijk blij maken. Werk ook dat hem in aanraking bracht met het Spaanse vorstenhuis waardoor hij ten slotte zelfs de officiële hofschilder werd. Maar dan was daar als grote tegenstelling ook de zaal met de geheimzinnige serie Zwarte Schilderijen, gemaakt rond 1820. Toen Goya al 75 was. Een en al gruwelijkheid met afschuwelijke koppen, demonen en heksen.

een van de 14 Zwarte Schilderijen van Goya
een van de 14 Zwarte Schilderijen van Goya

Eigenlijk al expressionisme pur sang terwijl dat expressionisme nog  op zich zou laten wachten tot einde 19de eeuw. Wat er nu hangt, zijn na zijn dood op doek overgebrachte muurschilderingen die hij maakte in een door hem gekocht huis aan de rand van Madrid, het Quinta del Sordo.  Goya was intussen doof geworden en de relatie met het koninklijk huis was ook niet meer zo tof. De Spaanse Inquisitie, onder de nogal repressief ingestelde vorst Ferdinand VII zeer machtig, zat hem dwars. Probeer daar trouwens maar eens vriendjes mee te blijven als je een onafhankelijk en kritisch ingesteld karakter hebt. Aan de ene kant jaren werken voor de royalty als hofschilder en te gelijkertijd de in jouw ogen corrupte wereld om je heen afkeuren. Ga er als broodschilder, afhankelijk van de rijken,maar aan staan!

Maar hoe dan ook, in zijn hofjaren ontstonden prachtige konings en koniginnenportretten. En die mocht ik nu zomaar aanschouwen. Met ook nog het wereldberoemde La Maja desdenuda, De naakte Maja, in gezelschap van haar meer aangeklede versie. Mooi om die twee iconische schilderijen naast elkaar te zien hangen.

Prado05 Prado06

Aangrijpend was ’t om dat beroemde “De derde mei 1808” voor het eerst in werkelijkheid te zien. Een heel groot doek dat de fusillade voorstelt van Spaanse opstandelingen door het Franse leger van Napoleon die toen Spanje overheerste. Voor mij de 19de eeuwse Guernica, het fameuze werk van Picasso uit de 20ste eeuw. En laat dat nu op een steenworp afstand van het Prado hangen! In het Museo Reina Sofia, het museum voor de moderne kunst.

De derde mei 1808
De derde mei 1808

Het totaal was voor mij een overweldigende, emotionele ontmoeting met Goya. Na zo lange tijd een grote wens in vervulling zien gaan. Prachtig! Het Prado kon voor mij al niet meer stuk terwijl de gigantisch grote rest nog moest komen.

Zoals het werk van Jheronimus Bosch (circa 1450-1516), tegenwoordig bij ons Jeroen Bosch maar in Spanje El Bosco. Daar krijg je vooral wazige blikken als je begint over Jeroen Bosch. Het Prado bezit relatief veel werken van onze bekendste middeleeuwse schilder. Een hele zaal is er aan gewijd.

de zaal met Jeroen Bosch
de zaal met Jeroen Bosch

Hoe die allemaal daar terecht zijn gekomen, in dat verre Spanje? Dat is een verhaal apart. Maar het pronkstuk Tuin der Lusten schijnt zelfs in Brussel bij onze Vader des Vaderlands Willem van Oranje te hebben gehangen.  In de tijd dat hij daar nog onder de adel verkeerde.  Later legde Alfa beslag op het schilderij en kreeg Philips II ’t uiteindelijk in zijn bezit. Een ander pronkstuk, De Hooiwagen, kon ik ook nog net zien hangen. Nu zou dat niet meer lukken. Het pronkt voor de komende tijd namelijk in Nederland, in Museum Boymans van Beuningen. Ik zag recent zelfs een foto waarin ze het drieluik in Rotterdam aan het installeren zijn. En volgend jaar wordt ’t Den Bosch, Jheronimus’ woonplaats. Als ze daar uitgebreid zijn 500ste sterfdag gaan vieren.

De hooiwagen, nog in het Prado
De hooiwagen, nog in het Prado
De hooiwagen in opbouw in Boymans van Beuningen
De hooiwagen in opbouw in Boymans van Beuningen

Heb je El Bosco gehad, dan komt de grote Velazquez nog eens een keer. Of een absolute topper van Rogier van der Weyden, een Kruisafname van Christus uit de 15de eeuw.

Kruisafname van Christus, Rogier van der Weyden
Kruisafname van Christus, Rogier van der Weyden

Ik ben er diverse keren naar terug gelopen. En niet te vergeten de prachtigste Romantiek met stervende, al lijkbleke heldinnen en helden op gigantisch grote doeken.

de Romantiek ten top
de Romantiek ten top

Mijn harde schijf was op een bepaald moment helemaal mudje vol. Al het vele, vele andere moois, ik kon het gewoonweg niet meer opnemen. Een heel goeie reden om nog eens terug te keren naar Madrid. Om me ook opnieuw te kunnen laven aan Goya. Tot volgende week.

TOOS

Annie M.G. Schmidt, Toos en Bas+Mar de Jager


Laat in Zeeland de namen Bas en Mar de Jager vallen in een gesprek en de kans is heel groot dat je blikken van herkenning krijgt. Nog veel groter is natuurlijk die kans als je de naam Annie M.G.Schmidt gebruikt. Maar wat hebben die verschillende namen en ik met elkaar te maken.

Vorig jaar had ik een tentoonstelling bij Veldhoven Interieurs in Bilthoven. Een gerenommeerde interieurspecialist in het hoge segment van de markt. En ook lid van een zeer select Nederlands gezelschap van interieurspecialisten. Een gezelschap opgezet door Henri de Jager, zoon van Bas en Mar de Jager, en de tweede generatie die leiding geeft aan Bas+Mar de Jager. Kijk, daar is al een verband. Let overigens op dat +je. Want zo wordt de in 1962 opgerichte zaak officieel genoemd. Een zaak die, zoals gezegd, zeer gekend is in Zeeland, maar ook in aanpalende provincies en tot ver in Vlaanderen. Want vanuit al die verre streken komen de klanten aangereden naar het Kerkplein in Kapelle waar je te kust en te keur kunt op meubel, verlichtings en designgebied.

Bas+Mar de Jager in Kapelle met links het geboortehuis van Annie M.G.Schmidt
Bas+Mar de Jager in Kapelle met links het geboortehuis van Annie M.G.Schmidt

Henri wist door zijn contacten natuurlijk van mijn expositie destijds in Bilthoven. En ik wist van Henri gezien de bekendheid van Bas+ enz. Dus toen hij contact met mij opnam en vroeg of ik oren had naar een tentoonstelling bij hem was dat snel beklonken. Maar wat ik nog niet wist, was dat het geboortehuis van Annie M.G.Schmidt (1911-1995) in zijn showruimte is geïntegreerd.

Beatrice
Beatrice

De klassieke witte gevel links op de foto hierboven is de voorkant van dat geboortehuis. Ooit de woning van Johannes Daniël Schmidt, vanaf 1909 predikant in Kapelle. Nu staat alleen die gevel er nog en is de rest showroom. Maar hoe dan ook is hier de basis gelegd voor al die bekende boekenkarakters die Annie aan Nederland schonk. Jip en Janneke, Abeltje, Minoes, Pluk van de Petteflet, Floddertje, beertje Pippeloentje. Of die tv-karakters uit beroemde en beruchte tv-series destijds als Pension Hommeles en Ja zuster, nee zuster.

Prachtig voor mij om dan te beseffen dat daar, in die ruimte, nu bijvoorbeeld mijn interpretatie hangt van het wereldberoemde middeleeuwse karakter Beatrice uit de Divina Commedia van Dante. Naast nog heel veel ander werk. Olieverfschilderijen, aquarellen, mixed media werken op alu-dibond en beelden.

bas3 bas4 bas5

Meer dan 40 in totaal. Ik heb er in Zeeland dus eigenlijk voor een half jaar een heel grote en prachtige tentoonstellingsruimte bij. Want die expositie duurt tot 1 april komend jaar. Niet gek dus. Als bezoekers van mijn atelier tijdens de maandelijkse Kunst en Cultuurroute in Middelburg op de 1ste zondag van de maand meer zouden willen zien, kan ik ze mooi verwijzen naar Kapelle. Naar het Kerkplein 57 waar ze op dinsdag t/m vrijdag terecht kunnen van 9-18 uur en op zaterdag van 9-17 uur.

bas6 bas7

bas8 Komende week keer ik in dit blog weer terug naar Spanje. Maar dit Zeeuwse tussendoortje moest ik toch ook even kwijt. Tot volgende week.

TOOS

Hoe je met Duits staalgeld goede kunstsier maakt in het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid


het Plaza Mayor in Madrid
het Plaza Mayor in Madrid

Er moest nodig een kunstlacune in mijn culturele opvoeding worden opgevuld. Stel je voor, ik was nog nooit in Madrid geweest. En daardoor ook nog nooit in het Prado. Toch een van de belangrijkste musea ter wereld. Met een collectie die misschien wel wat onder doet voor die van het Louvre maar toch ook weer niet overdreven veel.

Dus bevond ik mij heel recent voor het eerst in de Spaanse hoofdstad. Een heel prettige kennismaking. Duidelijk een stad waar ik in de toekomst vaker heen wil.  Een wereldstad met geschiedenis en een bruisend straat en pleinleven.

het bruisende pleinleven in Madrid
het bruisende pleinleven in Madrid

Daarbij wat betreft uitgaan ook duidelijk aangenamer geprijsd dan de in mijn ogen veel te dure horecasector in Nederland. Met ook nog een appartementje in het centrum dat levensgezel voor ons had gescoord via Airbnb. Die alternatieve site waar particulieren van over de hele wereld verblijfsruimte aanbieden voor vaak heel prettige prijzen vergeleken met die van hotels. Maar dat is dus weer zo’n ander verhaal.

Museo Thyssen-Bornemisza
Museo Thyssen-Bornemisza

Kunst en Madrid is een geweldige combinatie. Want naast dat Prado heb je binnen loopafstand daarvan ook nog het Centro de Arte Reina Sofia voor de moderne kunst vanaf de 19de eeuw en het Museo Thyssen-Bornemisza. Over dat laatste had ik al wel veel gelezen, maar het overtrof alle verwachtingen. Ik strooi maar enigszins willekeurig wat foto’s ervan door deze blogaflevering.

zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum

Ooit, in 1920, begon Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947), hoofd van een gigantisch zakenimperium, een kunstcollectie aan te leggen. Met het vermogen dat de familie Thyssen in de 19de eeuw in eerste instantie met ijzer en staal had verdiend. Een heel, heel groot vermogen kun je wel stellen. Zoonlief Hans Heinrich (1921-2002) bouwde die collectie nog verder uit tot de grootste privéverzameling ter wereld. Nou, oké, die van het Britse koningshuis is misschien nog wat groter. Uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, kwam een groot deel van de verzameling vanuit Zwitserland naar Madrid waar de Spaanse regering een prachtige locatie aanbood. Die kocht van Hans Heinrich zelfs nog een groot deel van de collectie aan voor een absoluut vriendenprijsje van 250 miljoen euro. Mazzelaars! Denk maar even aan die 160 miljoen nu voor twee Rembrandt’s.

Maar bij zo’n vriendenprijs is de kans natuurlijk heel groot dat er in een al stinkend rijke familie de geldpleuris uitbreekt. Zeker ook omdat onze Hans Heinrich toen ook net toe was aan zijn vijfde vrouw. De voormalige Miss Spanje 1961, Carmen “Tita” Cervera, van wie hij ook nog een zoon echtte. Maar om ook hier een lang verhaal kort te maken, Hans Heinrich won de juridische strijd. Daardoor kon zijn Tita, ook behept geraakt met het kunstvirus, rustig doorgaan met heel veel geld aan heel veel kunstaankopen te besteden. Als je ziet wat die nu alweer bij elkaar heeft gekocht! Er is zelfs een aparte vleugel voor aangebouwd bij het oorspronkelijke museum.

de zalmroze vleugel van Tita
de zalmroze vleugel van Tita
Rogier van der Weyden
Rogier van der Weyden

Met zalmroze geverfde muren. Speciaal uitgezocht door de, volgens mij, tegenwoordig flink strak getrokken en gebotoxte Tita. Foto’s spreken wat dat betreft boekdelen. Maar hoe dan ook, het familiekapitaal is en wordt prima besteed.

Wat er al niet hangt! Werken vanaf de 14de tot en met de 20ste eeuw. Van de Vlaamse Renaissance uit de eerste helft van de 15 de eeuw met o.a. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. Van de Italiaanse Renaissance en opvolgers als Caravaggio. Van hem hing er een beeldschoon schilderij van de heilige Catharina. Iets wat mij altijd aanspreekt vanwege mijn officiële eerste voornaam. Catharina!

De heilige Catharina van Caravaggio
De heilige Catharina van Caravaggio

Maar ook onze Gouden Eeuw was uitgebreid aanwezig. Rembrandt en Frans Hals natuurlijk. Maar ook een heel speciale “Christus aan het kruis” van Anton van Dyck die toch vooral bekend staat om zijn portretten.

 

Christus aan het kruis, van Anton van Dyck
Christus aan het kruis, van Anton van Dyck

Ook heel veel Ruisdaels. Net zoals zijn wolken vlogen zijn schilderijen je daar om de oren. En dat ging maar door. De Franse klassieke school, het Impressionisme, een paar Van Gogh’s (zie vorige week), heel veel Duitse Expressionisten als Nolde, Kirchner, Macke, Beckman, Grosz, Dix. Zelfs via Picasso, Braque, Dali, Hopper en Rothko naar onze eigen Piet Mondriaan en Karel Appel.

een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
Salvador Dali
Salvador Dali
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten

Echt ongelooflijk, zo’n particuliere collectie die zelfs nog veel groter is dan wat er in het museum is te zien. En toen moest de volgende dag het Prado nog komen! Met heel veel Goya’s, de schilder die onderwerp was van een van mijn afstudeeronderwerpen aan de academie. Voor mij echt een cliffhanger zoals dat tegenwoordig heet, die volgende dag. Tot volgende week.

TOOS

Hoe een bezoek aan het Steendrukmuseum in Valkenswaard leidde tot een foto in het Madrileense Thyssen-Bornemisza Museum


het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard
het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard

Het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard draag ik een warm hart toe. Niet voor niets hebben ze daar de complete verzameling steendrukken die ik in de loop der jaren maakte. En niet voor niets maakte ik er vorig jaar op de grote pers hun jaarlijkse relatiegeschenk-steendruk. Algemeen directeur Frank van Oortmersen en technisch directeur Cees van Rooij zijn dus voor mij beslist geen onbekenden. Vandaar ook dat ze vorig jaar september te gast waren op het grote feest dat levensgezel en ik toen gaven in verband met de combinatie van enkele mooi afgeronde getallen in ons beider levensfase. Daar ook begint eigenlijk dit verhaal.

Het kwam al vaker ter sprake dat mijn met pensioen gaande meestersteendrukker Rudolf Broulim uit het Belgische Ekeren mij toen een prachtig geschenk aanbood. Ik mocht voor alle feestgangers van toen bij hem nog een litho maken op zijn steendrukpers. Een pers die nu waarschijnlijk al naar China is verhuisd. Want daar willen ze aan hun academies graag alle ins en outs van die prachtige techniek van het steendrukken gaan beheersen. Maar dat is een heel ander verhaal.

overhandiging van de feeststeendrukken aan Frank (links) en Cees (rechts)
overhandiging van de feeststeendrukken aan Frank (links) en Cees (rechts)

Frank en Cees als persoon hadden die feeststeendruk nog van mij tegoed. En natuurlijk moest mijn collectie bij het museum er ook mee worden aangevuld. Die behoort vanzelfsprekend wel compleet te blijven. Daarom was ik een paar weken geleden te gast in Valkenswaard. Dat kwam mooi uit want zo kon ik ook nog de tot 4 oktober lopende expositie over Vincent van Gogh bewonderen. Het is namelijk 125 jaar geleden dat Van Gogh (1853-1890) overleed. Daar wordt op meer dan 30 locaties door heel Europa uitgebreid aandacht aan gegeven onder de noemer “Van Gogh 2015, 125 years of inspiration”. Met Valkenswaard al één van die locaties.

Maar Van Gogh en het Steendrukmuseum? Is dat een voor de hand liggende combinatie? Natuurlijk bracht hij een tijd door in Nuenen, vlak in de buurt van Valkenswaard. Maar steendrukken? Ja, inderdaad, steendrukken! Want in die tentoonstelling “Vincent van Gogh als graficus” blijkt dat een van de onderbelichte aspecten in zijn kunstleven te zijn. Het Nederlands Steendrukmuseum laat daar nu veel meer licht op schijnen in samenwerking met niet de minste kunstinstituten. Het Van Gogh Museum, het Rijksprentenkabinet, het Kröller-Müller Museum en het British Museum.

Het is mooi dat dit gebeurt want hoeveel mensen zouden nu weten dat hij heeft geprobeerd zich in de techniek van het steendrukken te verdiepen? Of dat hij er zelfs ook nog een paar heeft gemaakt. Eén zelfs van een voorstudie van hem voor zijn beroemde De Aardappeleters. Ongedurig als hij was, gunde Vincent zich uiteindelijk niet de tijd om zich voldoende in de lithotechniek te verdiepen. Maar toch is er op 16 april 1885 in Eindhoven wel kleine oplage van die litho van De Aardappeleters gemaakt. Heb je er zo een, dan heb je natuurlijk goud in handen. En ik heb er nu een! Jammer genoeg geen oorspronkelijke, dat moet er wel gelijk bij. Maar eentje die heel recent is gemaakt. Dankzij dat Steendrukmuseum. Met speciale technieken heeft Gertjan Forrer, de meestersteendrukker waarmee ik vorig jaar ook samenwerkte in het museum, de oorspronkelijke litho weer opnieuw op steen gezet om er een nieuwe oplage mee te maken. 130 Jaar nadat Vincent dat deed. Van die oplage kreeg ik een exemplaar als cadeau mee naar huis van Frank en Cees. Echt een heel mooi cadeau!

overhandiging van De Aardappeleters door Frank en Cees
overhandiging van De Aardappeleters door Frank en Cees

Wat wil nu vervolgens het toeval? Op maandag liep ik rond in dat intieme Nederlandse Steendrukmuseum in Valkenswaard en zag daar dus die litho van De Aardappeleters. Op donderdag liep ik rond in het indrukwekkende Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid. Daar waar een gigantisch rijke Duitse familie hun gigantisch rijke particuliere kunstcollectie toont. Eén van de grootste, zo niet de grootste ter wereld. En wat zag ik daar? Die steendruk van De Aardappeleters. In een museum vol met schilderijen van de middeleeuwen tot in de 20ste eeuw was dat het enige aanwezige grafische kunstwerk.

steendruk De Aardappeleters in het Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid
steendruk De Aardappeleters in het Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid

Wonderbaarlijk toch? Nu één keer, nou vooruit, twee keer raden waarover dit blog de komende keer gaat. Tot volgende week.

TOOS