Categorie archief: TOOS

Het Roosevelt Statement in de Oude Crypte


Nee, de titel  hierboven is niet die van een of ander spannende thriller over nog onontdekte geheimen uit het verre verleden. ’t Gaat juist over de zeer nabije toekomst. Maar dan wel in samenhang met onze Gouden Eeuw. De eeuw die juist dit jaar uitgebreid in een sterk toeristisch zonnetje wordt gezet met het marketingconcept ‘Rembrandt & de Gouden Eeuw’?Je weet wel, die kunstenaar die 350 jaar geleden stierf. Als je dat nu nog niet hebt meegekregen, doen ze in de reclamewereld echt iets fout.

Een aantal oude Hollandse en Zeeuwse steden wil namelijk met zogenaamde citymarketing (sorry voor ’t vreselijke jargon, maar zo schijnt dat nu eenmaal te moeten heten) heel graag buitenlandse toeristen Amsterdam uitlokken. Rembrandt en de Gouden Eeuw als rattenvangers van Hamelen zogezegd.

Want laten we wel wezen, er is in Nederland nog wel iets meer dan alleen dat Rijksmuseum, de overvolle Wallen en die blijkbaar niet te versmaden Amsterdamse wiet. Neem nou ons onvolprezen Middelburg. De stad die destijds na Amsterdam de belangrijkste was in de allang overleden VOC, maar die nu wel alweer 20 jaar de KCRM herbergt. De maandelijkse Kunst en Cultuurroute Middelburg. Naast nog veel meer leuks natuurlijk. Zoals de, jammer genoeg, maar zelden geopende ondergrondse, geheimzinnige crypten van de middeleeuwse  Abdij. Het hart van de latere stad.

de crypte

Allemaal hapklare brokken, maar hoe maak je daar nu een lekkere maaltijd van? Laat dat maar over aan kunstenaars. Dus toen binnen de KCRM het ludieke idee opplopte iets met die Gouden Eeuw en moderne kunst te gaan doen, schakelden mijn hersenradertjes in de sectie ‘associatie’ naar nog een versnellinkje hoger. Wat hadden we in Middelburg nog meer? Maar natuurlijk! De tweejaarlijkse uitreiking van de Four Freedoms Awards aan beroemde wereldburgers. Ook in het Abdijcomplex. En had je in de 17e eeuw niet ook het bij volwassenen populaire ‘album amicorum‘? Het vriendenalbum. Eigenlijk wat nu het poesiealbum is. Een boek dus waarin vrienden teksten schreven en afbeeldingen maakten. Daarvan zijn heel interessante exemplaren bewaard gebleven. Zoals dat van Burchard Grossmann met daarin zelfs een kunstwerk en tekst van ons aller Rembrandt uit 1634. Toepasselijk in deze context? Nogal!

het album amicorum van Grossmann met de bijdrage van Rembrandt

Dus dacht ik ‘waarom gaan we met kunstenaars van de KCRM niet een modern album amicorum maken’. Als link naar die Gouden Eeuw. Maar voor wie zou je dat dan gaan creëren? Ach, natuurlijk! Voor Franklin Delano Roosevelt (1882-1945), de Amerikaanse president die met zijn in 1941 uitgesproken Four Freedoms de grondslag legde voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Dezelfde Four Freedoms dus van die Awards in Middelburg. Toen nog een laatste associatie. Want wat moest er dan in dat album amicorum komen?

Enkele jaren geleden had ik voor een speciaal kunstboekje van mij al uitspraken verzameld van een aantal Four Freedoms laureaten. Zoals van Nelson Mandela, Nederlander Jan Tinbergen, de Birmese Aung San Suu Kyi en de Engelse Karen Armstrong. Dus waarom niet onze kunstenaars vragen hier één van uit te zoeken en een daarop geïnspireerd kunstwerk te maken? Op allemaal even grote vellen papier. Zelf had ik al een citaat van Malala Yousafzai in gedachten: ‘ for me peace is not only the absence of war but the absence of fear’.

pagina met originele tekening bij citaat van Malala Yousafzai in mijn ‘Citaten van Four Freedom Awards laureaten 1982-2016’

Dit idee sloeg direct aan. Het gevolg? Van 1 tot 18 augustus opent zich die vrijwel altijd gesloten prachtige abdijcrypte. Want daar worden die kunstwerken, allemaal van 120 bij 80 cm, tentoongesteld.

passen en meten in de crypte
in mijn atelier bezig met mijn bijdrage voor het album amicorum

Maar erboven, in de gotische  kloostergangen, gaat de KCRM helemaal uit z’n dak met het vieren van het 20-jarig bestaan door nóg een expositie. Want die 20 jaar en de Gouden Eeuw zijn ten slotte best een goed feest waard.

de prachtige ramen in de kloostergangen van de Middelburgse Abdij

Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Hoe dichter bij Dordt hoe …….


Heb je ooit een groot huis kunnen kopen voor een halve euro en dat niet gedaan? Waar die vraag mee te maken heeft? Met een recent bezoek van mij aan Dordrecht.

de Grote Kerk in Dordrecht

Dordrecht, een stad die niet alleen een belangrijke rol heeft gespeeld in mijn vroegere, jonge leven maar ook in de nog veel oudere Nederlandse geschiedenis. Ga maar na: een belangrijke middeleeuwse handelsstad, de grootste van Holland, sterk bepalend voor de Tachtigjarige Oorlog en godsdienstig zeer bepalend door de Dordtse Synode van 1618-19.

overzicht van de bijeenkomst van de Dordtse Synode

Bij mijn bezoek moest ik weer denken aan de uitspraak ‘Hoe dichter bij Dordt hoe rotter ’t wordt’. Een uitspraak die ik nooit heb begrepen. En terecht. Want werd onlangs niet in The Times, toch echt geen miezerig krantje, Dordrecht aangemerkt als een verborgen parel? En heeft ook  niet een miljoenenpubliek  op tv de recente  optocht van The Passion door de oude stad kunnen bewonderen? Dat van die parel wist ik dus al heel lang. Gewoon omdat ik rond 1970 een aantal jaren in Dordrecht heb gewoond en gewerkt. Ik had er zelfs met enkele vrienden een gigantisch monumentenpand kunnen kopen vlak naast de voor Dordt zo beeldbepalende Grote Kerk.

bij dat monumentenpand
de ligging ervan naast de Grote Kerk

Dat moest dan één gulden kosten. Jazeker, één hele gulden! Maar dan namen we wel de verplichting op ons om dat patriciërshuis helemaal volgens de regeltjes te restaureren en renoveren. Op eigen kosten natuurlijk. Want de gemeente had geen sous. En rijkssubsidie? Wat was dat? Dus ’t zat er toen voor ons als jonkies financieel niet in. Afgezien nog van de vele jaren die ’t zou gaan kosten naast onze banen. Een typisch geval van jammer.

Die herinneringen kwamen boven toen ik de Grote Kerk bezocht vanwege een expositie daar  van de bekende stillevenschilder Henk Helmantel en ik ook nog door ging naar museum Het Hof van Nederland vanwege de Statenbijbel. Beide onderdelen van de festiviteiten rond die Dordtse Synode van 400 jaar geleden.

interieur van de Grote Kerk

Maandenlang waren ze toen in Dordrecht aan het steggelen, de rekkelijken en preciezen, oftewel de Arminianen en Gomaristen, oftewel de remonstranten en contraremonstranten. Een akkefietje over de goddelijke predestinatie. Maar over hun hoofden heen woedde een politieke strijd tussen stadhouder Maurits en raadspensionaris Van Oldebarnevelt. De gevolgen? Van Oldebarnevelt werd nog in 1619 letterlijk een kopje kleiner gemaakt en in 1637 verscheen de eerste officiële editie van de Statenvertaling van de bijbel.

de Statenbijbel

In dat geheel past Henk Helmantel heel mooi vanwege zijn gereformeerde achtergrond en zijn schilderijen van kerkinterieurs. Want ook die maakt hij namelijk. Hij had er zelfs een op een ezel staan in de keuken van zijn prachtig herbouwde middeleeuwse pastorie in het Groningse Westeremden toen ik daar een aantal jaren geleden met hem gezellig de kunstwereld zat door te nemen. Mee een reden om in de Grote Kerk te gaan kijken hoe hij die nu in beeld had gebracht.

schilderijen van Henk Helmantel in de Grote Kerk

Dit kon ik dan gelijk combineren met een bezoek aan dat Hof van Nederland. Een prachtig nieuw museum in oude gebouwen, geopend in 2015, en gewijd aan de geschiedenis van het ontstaan van onze Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. En de belangrijke rol die Dordrecht daarin speelde.

museum Het Hof van Nederland
expositie over de Statenbijbel

Echt een moetje, alleen al vanwege de moderne manier van presenteren. Maar ik was er voor de speciale expositie over de beroemde Statenbijbel. Het boek dat vanaf 1637 mee het fundament legde voor onze Nederlandse taal nu. Met bijvoorbeeld woorden en uitdrukkingen als: muggeziften, de dood in de pot, de geest is gewillig maar het vlees is zwak, in zak en as zitten.

In zak en as heb ik zeker niet gezeten toen die koop van dat monumentenpand in Dordrecht er niet in bleek te zitten. Nog steeds ga ik graag iets drinken op een terras van het Groothoofd, gelegen aan een van de drukst bevaren plekken van Europa, waar drie rivieren samenvloeien. En zou de liefde op het eerste gezicht voor mijn Middelburgse pakhuis uit 1738 iets met het oude Dordrecht en alle water daar te maken kunnen hebben? Vast wel! Tot volgende week.

het Groothoofd in Dordrecht

TOOS

Homerus en Dante bij mij te gast op Bevrijdingsdag 5 mei


mijn atelier aan de Korendijk 56

Of ’t echt waar is weet ik niet, maar het verhaal klinkt goed. Namelijk dat, toen in 1999 de maandelijkse KCRM (Kunst&Cultuurroute Middelburg) ontstond, een aantal winkeliers en de gemeente op het idee kwamen dit te combineren met ook een maandelijkse koopzondag. Die bestond nog niet in de Zeeuwse hoofdstad waardoor het op de Dag des Heeren meestal stervensrustig was in de stad. En dan wordt er door bepaalde lieden nog beweerd dat kunst weinig toevoegt aan de maatschappij, die zelfs ondergraaft en dat kunstenaars alleen maar hun hand ophouden voor subsidie. Over uilskuikens gesproken!

Maar of dat koopzondagverhaal klopt? Daarover kunnen de oprichters van de kunstroute vast wel meer vertellen. Ik kon pas mee gaan doen in 2002. Wat in ieder geval wel klopt is dat ‘onze’ kunstroute nog veel meer heeft veroorzaakt. Wat te denken van ‘VÓLkoren’ in het eerste weekeinde van juni?

VÓLkoren vorig jaar op het Abdijplein

Ooit een thema dat werd opgezet door het routebestuur, nu een grote zelfstandige organisatie die dit jaar op 1 en 2 juni zo’n 170 koren kan laten optreden. Reken maar dat het muziekplezier er weer vanaf gaat spatten op al die 27 verschillende locaties  in de stad.

Of wat te denken van ‘MIDDELBURG BOEKENSTAD’? Altijd op de 1e zondag van mei. Nu dus op Bevrijdingsdag 5 mei.

de boekenmarkt op de Markt voor het stadhuis

Ook zo’n onderdeel van de kunstroute dat al jaren zelfstandig draait. Het marktplein voor het prachtige gotische stadhuis is dan omgetoverd tot één gigantische boekenstal. Maar niet alleen daar.

Want diverse deelnemers aan de kunstroute gaan graag mee in dat boekengeweld omdat ze zelf ook ‘iets hebben met boeken’. Onder anderen mijn persoontje.

affiche van de routedeelnemers aan ‘Middelburg Boekenstad’

Dus is zondag 5 mei voor mij reden een aantal zeer gerenommeerde schrijvers uit te nodigen. Zoals de oude Griek Homerus. Niet de minste toch om uit zijn graf te laten opstaan? Of de Italiaan Dante Alighieri. Ook niet uit te vlakken in de wereldliteratuur vanwege zijn brede kennis over Hel, Vagevuur en Hemel. Over een paar Germaanse goden en wat katholieke heiligen heb ik ’t dan nog niet eens. Waarlijk een boeiend gezelschap dat ik graag laat praten via hun teksten en de steendrukken die ik maakte bij hun boeken en verhalen. Nieuwe boekuitgaven die ik maakte in samenwerking met uitgeverij La Diane Française in Nice.

stapel met ‘mijn’ boeken

Dat ik daarbij graag uitleg geef over de boeiende steendruktechniek spreekt voor zich. Eigenlijk heel jammer dat die meer dan twee eeuwen oude techniek in de kunst langzaam aan het verdwijnen is. Maar ja, werken in een grote pers ten koste van je rug, in samenwerking met een echte meester steendrukker, is natuurlijk wel iets anders dan in je uppie in een makkelijke bureaustoel gaan zitten photoshoppen.

aan het werk in de grote steendrukpers in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard
Toos van Holstein, steendruk Entrada

Misschien had de oplettende lezer bij dat jaartal 1999 als start van de kunstroute wel de associatie  ‘hé, da’s 20 jaar geleden’. Klopt dus helemaal! En reken maar dat we dit gaan vieren. Met een extra feestje.  Een speciale kunstmanifestatie in augustus in de eeuwenoude Abdijgangen en de geheimzinnige crypten onder het Abdijplein. In het echte hart van de oude stad met het mooiste plein van Nederland. Oké, misschien ben ik daarin enigszins bevooroordeeld maar kom dat idee dan zelf maar eens toetsen in augustus . Ik houd jullie op de hoogte van de ontwikkelingen. Tot volgende week.

TOOS

Hockney en Van Gogh


Beslist knap als iemand een verband weet te leggen tussen de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea 2003 in Florence (lees mijn blog van vorige week), de eerste lichting iPad uit 2010 en het Van Gogh Museum dit jaar. Maar voor mij is dat een fluitje van een cent. Lees maar.

In november 2010 logeerde ik een aantal dagen in Phoenix (Arizona) bij Jeff Rose, eigenaar van de nu niet meer bestaande Creekside Gallery. Ik heb regelmatig bij hem geëxposeerd, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat ’t om een toen net uitgebracht apparaat. “Toos, dat moet je zien, echt iets voor jou”. Dus in zijn ruim bemeten auto, ’t is natuurlijk wel Amerika, op naar zo’n ongelooflijk grote Amerikaanse elektronicazaak. En wat lag daar? De iPad versie 1, in Nederland nog niet eens te koop. Ik was gelijk verkocht. Pure magie! Tekenen en schilderen met je vinger op een scherm!Logisch dat ik in Nederland landde met zo’n iPad in mijn bagage. Daarna heb ik er heel wat TOOS-doodles mee gemaakt en gepubliceerd. Kijk maar naar de filmpjes https://youtu.be/6p-vqugh4L8  en  https://youtu.be/y7UC5NtBMz0  op mijn YouTube-kanaal.

Die techniek was echt heel nieuw, ik kende nog geen kunstenaars die dat ook deden. Tot ik ergens in 2011 las dat ook de wereldberoemde Engelse kunstenaar David Hockney zich ermee bezig hield. Bevond ik me als Zeeuws kunstenaartje toch maar even in goed gezelschap! Want ik bewonder Hockney al heel lang. Vanwege zijn durf om figuratief te schilderen toen dat volstrekt not done was, vanwege zijn openlijk beleefde homoseksualiteit, toen ook not done in het  Britse koninkrijk , en vanwege zijn originele wetenschappelijk kijk op het perspectief. In 2003 had ik hem zelfs nog een handtekening weten te ontfutselen. In Florence.

de handtekening van Hockney

Nu komt die Biennale uit de inleiding, waaraan ik zelf deelnam, om de hoek kijken. Hockney zou er, zo wist ik, komen voor een lezing en om de Award “Lorenzo il Magnifico”for Lifetime Achievement in ontvangst te nemen.

Hockney in Florence 2003
China Diary

Dus had ik zijn ‘China Diary’ van mijn boekenplank geplukt en meegenomen. Een boek over zijn reis door China. Daar moest natuurlijk zijn signatuur in komen. Dat bleek geen enkel probleem, hij was de vriendelijkheid zelve.

 

En nu is er dan de tentoonstelling ‘Hockney- Van Gogh: The Joy of Nature’ in het Van Gogh Museum. Logisch dus dat ik ben gaan kijken wat Hockney allemaal had bekokstoofd sinds hij zich een aantal jaren geleden in een kunstzinnige draai op het Engelse landschap had gestort. Zowel met echt schilderen als met die schermpjes van iPhone of iPad. Zelf doe ik dat vingerverven zonder vieze vingers te krijgen nog maar af en toe omdat ik daarbij toch de echte verf mis.  Ook blijven zulke afbeeldingen voor mijn gevoel te ‘plat’. Ik mis de diepte en reflectie van de verfhuid die ontstaat bij het laag op laag schilderen. Dat viel me nu ook weer op bij de tot wel heel grote proporties opgeblazen iPad-schilderijen van Hockney. Er zit dan vast nog wel een heel technisch team achter om zo’n sterk vergroot kunstwerk pixelvrij te houden, maar er ontbreekt voor mijn gevoel toch iets. ’t Blijft een tikkie doods ondanks alle frisse kleurenpracht.

iPad schilderijen van Hockney

Dan zie ik toch liever zijn ‘echte’ schilderijen waarbij hij, geïnspireerd door Vincent, vaak met strepen en stippen werkt. En dan gelijk ook maar weer in het groot. Dat overdondert absoluut. Veelluiken die een hele muur beslaan, kleuren die er af spatten, ontzettend veel schetsen van hetzelfde formaat naast en boven elkaar. Je ogen komen staafjes en kegeltjes te kort. De paar schilderijen die er van Van Gogh hangen, worden helemaal weggedrukt door het Hockney-geweld. En dat is jammer. Want toen ik dat geweld even weg filterde uit mijn ooghoeken en inzoomde op die veel kleinere werken van Vincent vond ik die toch meer echt zinderen.

Stel nou eens dat Van Gogh nu zou leven en zijn landschappen kon creëren met dezelfde middelen die Hockney vandaag de dag ter beschikking heeft. Hoe zou dan deze expositie eruit hebben gezien? Vast nog veel imposanter en interessanter dan nu al het geval is. En wie van de twee zou dan de duurste nog levende kunstenaar zijn? Nu is dat in ieder geval Hockney met een record van 79 miljoen euro voor onderstaand schilderij.

Hoeveel zou eigenlijk die handtekening van hem in mijn ‘China Diary’ waard zijn? Tot volgende week.

TOOS

Een waargebeurd wonderbaar Paasverhaal


Pasen. Met daarbij het opstaan van Jezus uit de dood  als kerkelijk wonder.  Maar is ’t eigenlijk ook al geen wondertje dat hij elk jaar opnieuw  weer op een andere datum gestorven blijkt te zijn? Zijn geboorte wordt wel altijd op 25 december gevierd, maar zijn kruisiging en de daaraan gekoppelde opstanding op 1e Paasdag  vallen op steeds verschuivende datums. Best wonderlijk. Maar goed, daarover ga ik niet, dat doet ‘Rome’. Waar ik zo vlak voor de Pasen dit jaar aan moest denken is een ander wonderbaarlijk Paasverhaal dat zich vorig jaar afspeelde.

het plein waar zich dit Paasverhaal afspeelt

Levensgezel en ik bevonden ons toen, een volle drie weken eerder dan de Pasen nu, in Italië. In Toscane, om nauwkeuriger te zijn. Op bezoek bij Nederlandse vrienden in hun tweede huis ergens aan de kust. Zij hadden weer familie die wel vast in Toscane woonde maar dan een aardig stukje meer landinwaarts, iets ten zuiden van Florence. Die vonden het leuk als we op Tweede Paasdag met z’n vieren bij hun op bezoek kwamen. Met in het vooruitzicht eerst een bubbelende borrel en aansluitend  het onvermijdelijke Italiaanse restaurant was dat no problema natuurlijk. Maar bij aankomst bleek dat restaurant toch nog wel even een klein problema te zijn geweest.

Het eerste belletje voor een reservering: vol. Tweede belletje: vol. Derde belletje: we zijn dicht. Pas bij het vierde belletje: bingo. ’t Werd daardoor wel ietwat verder rijden. Alweer no problema. Onderweg naar dat vierde belletje keek levensgezel mij ineens vragend aan. “Ik zag net op een richtingenbord Vigline Valdarno staan. Was dat niet die plaats waar we ooit eens een aantal weken hebben gebivakkeerd?” Onzekerheid troef bij ons beiden. De vraag of we naar dat Vigline gingen werd overigens wel bevestigend beantwoord, maar onze onzekerheid moest nog even voortduren.

de binnenplaats van het complex voor de Biennale

Nu eerst een flink aantal jaren terug in de tijd. Ik was uitgenodigd om in december 2003 deel te nemen aan de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea in Florence en had daarop ja gezegd. Dat leek me wel leuk. Maar een paar weken in Florence zelf gaan zitten bleek toch een tikje buiten de begroting te vallen. Vandaar dat ik in een stadje 20 kilometer zuidelijker een soortement loft had gehuurd, bovenin een hoog appartementencomplex. Op een letterlijke steenworp afstand van het treinstation daar. Lekker makkelijk, direct de trein in en bij de halte Florence er weer uit. Maar of ’t nou in dat Vigline Valdarno van hierboven was geweest?  Het was hooguit  een heel bescheiden belletje dat er rinkelde.

Bij het binnenrijden van Vigline passeerden we in ieder geval wel een spoorwegovergang, maar verder? De parkeerplaats? Mwah! Toen in de binnenstad die arcade? Zou best wel eens kunnen. Daarna het grote plein? Ja, dit kenden we. We herinnerden ons toen ook een restaurant op dat plein. Ergens daar in die hoek. Ging daar niet ook een trap naar beneden naar een gewelfde kelder waar we destijds diverse keren prima hadden gegeten? ’t Zou toch niet dat we daar ……? Maar dat zou dus wel! Die hoek, die trap, dat gewelf, nu liepen we daar ineens met z’n zessen. Reken dus maar dat we er opnieuw van een voortreffelijk maaltijd hebben genoten want de eigenaar bleek nog steeds dezelfde.

de hoek
de deur van het restaurant
de kelder

Natuurlijk zijn we, inclusief onze Italiaanse vulling en behoorlijk laat op de avond, nog even richting station gelopen om te aanschouwen hoe ’t stond met dat toenmalige loft van ons. Kijk, daar was ‘t! Nog steeds ook inclusief de bijbehorende kubuskamer  met een view die plompverloren bovenop het dak stond en van waaruit zich een deur opende tot dat dak. Gewoon je stoel buiten zetten en je had volledig rondom een gigantisch terras ter beschikking.

GoogleMap foto met middenin die kubus op het dak en links het station

Over toeval gesproken! Want stel je nou eens voor dat die restaurantreservering van het eerste, tweede of derde belletje wel was gelukt. Dan had ik dit wondere Paasverhaal toch maar mooi niet kunnen beleven. Tot volgende week.

TOOS

Een echte Zeeuwse godin


Kijk, Friesland heeft zijn eigen schoonheidsgodin in de vorm van Doutzen Kroes. Maar die schoonheid gaat zeker en vast vergankelijk blijken. De Haagse Anouk wordt ook behoorlijk aanbeden om vooral haar muzikale kwaliteiten. Waarbij ’t dan maar de vraag is of dat nog eeuwen gaat duren. In Zeeland ligt dat heel anders. Daar hebben we Nehalennia. Al een paar duizend jaar lang. Een Zeeuwse godin die gewoon voort blijft leven. Zoals in de naam van de Middelburgse Nehalennia Scholengemeenschap en het Nehalennia Hotel in Domburg. En, eigenlijk veel belangrijker, ook in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

ontvangsthal van Museum van Oudheden

Ik was daar laatst voor de nu afgelopen tentoonstelling ‘Goden van Egypte’, maar toch ook voor Nehalennia. Als lokale godin aanbeden in Zeeland gedurende de Romeinse tijd. Daarna letterlijk in zee verdronken en eeuwen lang uit het oog verdwenen om uiteindelijk haar kop weer boven water uit te steken en erop te wijzen dat ze nog wel degelijk bestond. Waardoor ze een prachtige rol ging spelen in de roman ‘Waterproef’ van de Vlaamse schrijver Paul Koeck met als gevolg weer inspiratie voor mij om haar te vereeuwigen op het schilderij ‘Nehalennia’. Godinnen kunnen rare sprongen maken om weer in beeld te komen.

Toos van Holstein, Nehalennia, olieverf drieluik

In dat Rijksmuseum van Oudheden kan ze nu opnieuw aanbeden worden. Gewoon zoals dat in de 2e en 3e eeuw rond de monding van de Westerschelde werd gedaan door reizigers en handelaren in het Noordzeegebied. Die lieten graag stenen altaartjes en platte votiefstenen met inscriptie maken om Nehalennia gunstig te stemmen of te danken voor bewezen diensten bij een goed verlopen handelsreis naar Brittannië. Brexit? Hoezo?.

beeld van Nehalennia
3 etages oudheden: van Egypte via Grieken en Romeinen naar Nehalennia bovenin

Die altaren kwamen terecht in tempels bij Colijnsplaat en Domburg. De eerste verdween door heftige stormen onder het Oosterschelde-water. De tweede raakte eerst bedolven onder het stuifzand van nieuwe duinen tot ook daar stormen de kustlijn landinwaarts sloegen. Waardoor de locatie zich nu ergens in zee bevindt bij Domburg. Eeuwen  later zorgden weer andere stormen ervoor dat brokstukken aanspoelden op de kust, terwijl in 1970 een visser een stukje Nehalennia opviste bij Colijnsplaat. Met als gevolg uitgebreide zoektochten op de bodem van de Oosterschelde en een geweldige verzameling Nehalennia-altaren in Leiden.

Die wilde ik al heel lang eens zien. Maar ja, zoals dat dan gaat, ’t kwam er maar niet van. Tot nu dus. Prachtig om daar in Leiden vanuit de oude Egyptische cultuur met een paar stappen terecht te komen in de Zeeuwse historie van bijna tweeduizend jaar geleden.

In het Zeeuws Museum in Middelburg bevinden zich ook nog wel een paar Nehalennia overblijfselen maar Leiden spant toch echt de kroon. Net zoals dat boek van Paul Koeck van mij ook een kroontje mag krijgen. Ik heb ’t een aantal jaren geleden met grote gretigheid gelezen. Magisch realistisch. Een tijd van eeuwen bestrijkend. Een stenen Nehalennia die er in rondloopt en diepe voetstappen in de zompige Zeeuwse klei achterlaat. In een Zeeuws decor dat door stormen,  dijkdoorbraken en overstromingen in de loop van die eeuwen voortdurend veranderd. Een absolute aanrader. En dat Nehalennia-schilderij van me? Daarvan heb ik nog geen afscheid kunnen nemen, dat heb ik nog steeds in mijn atelier. Tot volgende week.

TOOS

Klank en kleur bij Kunstroute Middelburg komende zondag


Al weer heel wat jaren kun je op de 1ste zondag van april in Middelburg zowel ogen als oren laven aan kleurklank en klankkleur. Want dan staat ‘Van Klassiek tot Populair’ op het program bij onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute. Bands, ensembles en eenlingen  zetten die dag met zowel klassieke als populaire muziek hun beste muziekbeentjes voor op diverse locaties.

een optreden in mijn atelier een paar jaar geleden van Anoushka Koppelaar en Huibert-Jan Vader

Ook al jaren stel ik daarvoor graag mijn atelier aan de Korendijk 56 beschikbaar. Die ruimte met z’n prachtige houten pakhuisbalken leent zich daar prima voor. Muzikanten loven de akoestiek en bezoekers vinden altijd voldoende plek. Alhoewel? Eén keer liep dat bijna fout. De optredende band kwam voorrijden met een bus zodanig vol geluidsapparatuur dat ze er een heel podium in de Amsterdamse Arena mee hadden kunnen vullen. Versterkers, woofers, regelkasten, microfoons, een gigantische hoeveelheid kabels, een hele slagwerkfabriek, een verzameling toetsenborden, echt niet te geloven. Er had daardoor geen bezoeker meer naar binnen gekund. Niet echt handig. Dat moest dus duidelijk een onsje minder worden.

Natuurlijk kwam alles uiteindelijk wel voor elkaar en konden de muzikanten, hun meegereisde groupies en de routebezoekers zich helemaal de pan uit swingen. Maar zelfs met hun veel kleinere opstelling brachten de voortgebrachte geluidstrillingen bijkans het water in de Kinderdijkgracht aan het golven en konden de buren aan de overkant ervan gewild of ongewild meedeinen.

Echt heel anders dan die keer dat er een jonge vrouw binnenkwam met een kleine harp onder de arm. Dat was ’t dan! Maar er volgde wel een heerlijk optreden. Een program van zowel poëtische, intieme als humoristische liedjes met een stem die daar perfect bijpaste.

Voor mijzelf is ’t altijd weer een verrassing wat ik te horen ga krijgen. Want met de organisatie heb ik geen bemoeien, ik zie wel wie ik krijg toegewezen. Maar één keer wist ik al dat er saxofoons aan zaten te komen. Juist mijn lievelingsinstrument. Vandaar dat ik een ‘saxofoonschilderij’ van mij had opgehangen. Laat nou de expressieve speelster die erbij kwam te staan regelmatig dezelfde houding aannemen als de speler op dat doek! Complimentje voor mezelf, vond ik. Die houding had ik dus goed getroffen.

Diezelfde middag kwam er ook nog een heel ander muziekgezelschap op bezoek. Een klezmer band die nu landelijk bekend is.

En verder in al die jaren? Een groep muzikanten met nu een eigen zaaltje in Amsterdam. Ook Middelburgers die op behoorlijk professioneel niveau gewoon lekker voor hun plezier kwamen spelen. Of jonge mensen opgebouwd uit muziekgenen, nog studerend aan een conservatorium of de  Zeeuwse Muziekschool.

Dit keer komt blokfluitensemble Alma del Core langs. Ik ben weer benieuwd. Vier vrouwen die op diverse soorten blokfluiten, van klein tot groot, muziek brengen met renaissance en barokinvloeden tot aan tango’s en Ierse folk toe. Spannend! Iedereen is welkom.

blokfluitensemble Alma del Core

Het hele schema van ‘ Van Klassiek tot Populair’ staat op https://www.kunstroutemiddelburg.nl/. Onze site die door routevrijwilliger en  professionele websitebouwer Sabine de Jong recent prachtig opnieuw vorm is gegeven. Petje af! Wat zou de kunstroute zijn zonder alle vrijwilligers die op de achtergrond meewerken. De vraag stellen, is al het antwoord geven zoals dat dan heet. Tot volgende week.

TOOS