(Van) Holsteinse lijntjes naar Oom Piet, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Zeeuwse Piet Rijken


de Schotse Huizen in Veere, onderdeel van Museum Veere

Mijn Middelburgse oom Piet schildert ook! Zo vertelde een collega van levensgezel alweer jaren geleden. Maar ’t kwam er niet van om daar dieper op in te gaan. Later wel,een keer bij die collega thuis. Daar hing namelijk een werk van oom Piet. Een goed geschilderd stilleven. Dat zich daarbij later een ‘Toos’ heeft gevoegd, een opdracht van die collega, is natuurlijk heel leuk. Zomaar een (van) Holsteins lijntje naar de kunst van Piet Rijken (1915-2001), tegenwoordig eigenlijk alleen nog wereldberoemd in Zeeland. En dat vind ik onterecht. Zo zag ik recent bij de nog tot 8 november durende tentoonstelling ‘Verfijnd verleden’ in de Schotse Huizen in Veere. Een expositie gewijd aan ‘oom Piet’. Tot mijn schande had ik van hem nog nooit een overzichtstentoonstelling kunnen bezoeken. Zoals de laatste grote nog tijdens zijn leven in 1995 in het Zeeuws Museum. Maar nu was de gelegenheid daar, zeker ook omdat nog een paar andere zaken me naar Veere brachten. Zoals de nieuwe ‘kerkmeester’ van de Grote Kerk, dat alles overheersende bouwwerk in het stadje, en een persoonlijke inspectie van mijn ‘Reddersmonument’ daar. Kerkmeester en Reddersmonument? Jazekers! Maar dat zijn komende verhalen.

Eerst Piet Rijken. Met die expositie in de prachtige middeleeuwse Schotse Huizen. Gecombineerde Hollandse en Schotse pracht aan de Kaai. Daar waar ’t eeuwen geleden wemelde van Schotse handelslui, Schotse vrachtschepen en Schotse dukaten. De verklaring daarvan? Het zogenaamde Schotse stapelrecht. Maar een verhaal daarover komt misschien nog wel eens.

beelden uit de rijke middeleeuwse periode van Veere in de Schotse Huizen

Een paar van de zalen op de 1e etage in die grote Schotse Huizen, onderdeel van Museum Veere, zijn nu geheel gewijd aan Piet Rijken. Te beginnen met een prachtig groot schilderij op de begane grond.

Piet Rijken, De rode lap (1974)
detail uit ‘De rode lap’

Een magisch realistisch werk uit 1974 waarin ‘Oom Piet’ heel mooi zijn fascinatie voor vergankelijkheid, natuur en milieuvervuiling verwerkte. Maar voordat hij dit zo kon, waren er al heel wat jaren verstreken. Gegrepen door de kunst had hij na de Tweede Wereldoorlog zijn baan bij de politie opgezegd om zich als autodidact helemaal te storten op het aanleren van de oude schilderstechnieken. Met succes.

Zeeuwse boerin (1953)
Zelfportret (1955)
De Dom van Veere (1955)
Gezicht op Zoutelande (1973)
Het vergeten portretje (1979)
Stenen vruchtenmand (1982)

Nou was dat realistische fijnschilderwerk in de periode van de jaren 50/60 natuurlijk helemaal not done. ’t Was Cobra en abstractie wat in de officiële kunstwereld de klok sloeg. Maar buiten dat circuit waren er nog heel veel liefhebbers van figuratie. Piet Rijken verkocht goed. Zoals op de tentoonstelling ook wel blijkt uit de vele schilderijen die door particulieren zijn uitgeleend. Dat geldt niet voor vier werken die in bezit zijn van het museum. Geschilderd naar aanleiding van de vondst van een oude beerput in een van de Schotse Huizen in 1995. Rijken vereeuwigde de daarin gevonden voorwerpen zodat je nu én die vondsten én zijn schilderijen daarvan in één blik kunt vatten.

de voorwerpen uit de beerput op de voorgrond, drie van de schilderijen erachter, let ook op dat houten bord
Oude wijnflessen met koperen schaaltje (1995)
Stilleven uit 1998 dat me sterk deed denken aan de wereldberoemde Italiaanse schilder Morandi

Hierdoor en door de stijl van Piet Rijken kon ik niet anders dan ook denken aan een andere, veel bekendere autodidact. Workumer Jopie Huisman (1922-2000). Achtereenvolgens plateelschilder, vertegenwoordiger in een metaalhandel, vodden en metalen koopman en ten slotte kunstenaar met zelfs een aan hem gewijd museum in zijn geboorteplaats Workum (Friesland). Een flamboyant figuur met de juiste connecties die regelmatig in tv-programma’s verscheen met zijn sappige verhalen. Maar iemand die ook kon schilderen. Vooral oude spullen die hij tegenkwam in zijn lompenhandel en dan bewaarde.

Vandaar dus mijn associatie met hem bij het zien van stillevens van Rijkens.

Eigenlijk zouden hij, de man die veel minder openbaar optrad, en Jopie Huisman eens een gezamenlijke expositie in Workum moeten krijgen. Ik zie ’t al helemaal voor me. Met een publicitair aansprekende titel. In het Engels natuurlijk, dat scoort beter. ‘The Art Battle of the Year: Piet Rijken, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Friese Piet Rijken’.

En mijn (van) Holsteinse lijntje naar Jopie Huisman (zie de titel)? Het Jopie Huisman Museum verhuisde naar een paar panden er tegenover. In het vrijgekomen monumentenpand vestigden Sophie en Klaas Elzinga een aantal jaren later hun Galerie Kesk. Met daarin een permanente ruimte voor mijn schilderijen.

uitladen voor een expositie bij Galerie Kesk in het voormalige Jopie Huisman Museum
deel van mijn eigen zaal daar

De galerie bestaat niet meer, maar ik kan dus in alle eerlijkheid stellen dat ik heb geëxposeerd in het oude Jopie Huisman Museum. Zo zie je maar weer hoe in onze wereld gigantisch veel verbindende lijnen zijn  te ontdekken. Zoals tussen Oom Piet, Jopie Huisman en ondergetekende.

TOOS   

Het Heilige Geloof oftewel Santa Fe en de foto’s die je vroeger niet maakte


foto gemaakt in mijn atelier vanwege die koeienschedel

Eerst even wat zaken op een rij die ogenschijnlijk niets met elkaar hebben te maken.

– Komende zaterdag 24 oktober staat op NPO2 om 23.30 uur een documentaire geprogrammeerd die  elke rechtgeaarde kunstliefhebber niet mag missen. Dit was de trigger voor deze blogaflevering en  de  door mijn vele miljoenen breinneuronen verwekte volgende  associaties.

– De foto hierboven.

– In 2004 schaften levensgezel en ik onze eerste digitale camera aan.

– Een aantal jaren daarvoor stonden we in Santa Fe in New Mexico voor een gesloten museum.

– In 1990 kreeg ik van levensgezel een boek cadeau met de titel ‘Georgia O’Keeffe- Art and Letters’.

De verbindende factor tussen dit alles? Die Georgia O’Keeffe (1887-1986). Al heel lang een van mijn kunstfavorieten.

Georgia O’Keeffe gefotografeerd door haar grote liefde Alfred Stieglitz

Vandaar dus ook dat cadeautje van levensgezel. Want al kenden we elkaar toen nog niet zo lang, dat wist hij al wel. Daarom ook stonden we, enkele jaren voor de aanschaf van onze eerste digitale camera, voor dat gesloten museum in Santa Fe. Het Georgia O’Keeffe Museum. We waren toen in het wilde weg kilometers aan het maken door een aantal ‘Wild West’ staten van de USA. Vanuit Park City in Utah, waar ik toen een expositie had, naar Arizona, Colorado en New Mexico. Met als een van de doelen dat museum. Maar ja, hoe ging dat in die tijden? Nog geen slimme telefoon of tablet want de eerste iPhone verscheen pas in 2008 en de eerste iPad in 2010. Een laptop mee op vakantie? Kom nou! WiFi? Wat is dat? Iets opzoeken op internet? Huh? Dus stond er een onverwachte schutting rond het museum. Verbouwing. Een typisch gevalletje van jammer. Van die situatie heb ik ook geen foto. Geen digitale camera. Wel zo’n ding met een fotorolletje erin. Maar daarmee was je automatisch heel zuinig. Anders zou ik nu vast een foto hebben gehad van een bedremmeld kijkende Toos voor een belemmerende schutting. C’est la vie! En daarom heb ik dus maar even een plaatje van dat museum zonder schutting van internet geplukt.

Blijft natuurlijk de vraag waarom Georgia O’Keeffe een van mijn kunstenaarshelden is. Heel simpel. Allereerst heeft ze natuurlijk prachtige kunst gemaakt maar daarnaast was ze ook een onafhankelijk denkende vrouw die haar leven in eigen hand hield. Een eigenschap die mij persoonlijk heel erg aanspreekt. Vandaar ook dat ze vanuit New York in New Mexico belandde. Dat bleek haar habitat, haar plek. Daar, in dat woeste, kleurige en lege landschap voelde ze zich pas echt thuis.

Georgia op haar woonplek in New Mexico

Want New York, waar zo rond 1916 haar kunstenaarscarrière startte toen ze fotograaf en galerie-eigenaar Alfred Stieglitz ontmoette, benauwde haar op den duur.  

Georgia samen met Alfred Stieglitz

Ook al werd de tientallen jaren oudere Stieglitz haar echte grote liefde, ze bleek geestelijke en fysieke ruimte nodig te hebben om zich onvoorwaardelijk over te kunnen geven aan het scheppen van haar kunst. Om dat te creëren wat ze gewoonweg moest maken. Zoals sterk uitvergrote en geabstraheerde details van bloemen die grote verontwaardiging opriepen bij de, vooral, mannelijke kunstrecensenten. Foei, foei,dat leken wel vagina’s. Hoe onbetamelijk erotisch! Hoe sterk seksueel getint!En dat geschilderd door een vrouw. Volstrekt not done. Maar over die vroegere houding naar vrouwelijke kunstenaars heb ik ’t al vaker gehad. Hoe zou er geoordeeld zijn als de schilderijen waren gesigneerd met een mannennaam? Want mannen en mogelijk seksueel getinte schilderijen? Wat zou daar nou mis mee kunnen zijn?

twee van die ‘bloemenschilderijen’
nog meer van die werken

Ze werd zelfs afgeschilderd als ‘een door seks geobsedeerde nymfomane’. Zelf bleef ze haar hele leven lang ontkennen dat die schilderijen ook maar iets met sex en erotiek hadden te maken. Die interpretatie vond zij dan weer belachelijk. Zelfs toen decennia later, in de jaren 70, feministische groeperingen juist die schilderijen wilden betrekken in hun ideologische strijd nam ze er duidelijk afstand van. Niets wilde ze daar mee te maken hebben. Ach, oordeel zelf maar aan de hand van deze video waarin die ‘bloemenschilderijen’ op een rij zijn gezet.

Onderstaand schilderij zette in 2014 trouwens een veilingrecord neer:bijna 45 miljoen dollar. Toen het hoogste bedrag ooit voor een vrouwelijke kunstenaar betaald. ’t Kan verkeren.

Jimson Weed,White Flower No. 1 (1932)

Maar O’Keeffe maakte ook prachtige kleurrijke landschapsschilderijen, daar in New Mexico.

Georgia O’Keeffe Purple Hills Ghost Ranch – 2

Alleen ontbreekt daar nu toch even de ruimte voor. Trouwens, die foto helemaal bovenaan? Idem dito. Dus je snapt ’t al, dat wordt weer een ander verhaal. Oh ja, en vergeet die documentaire niet. Tot volgende week.

TOOS

Nederlandse Dagobert Duck’s en het Grote Kunstgeheim van Delden


Dat geheim van Delden komt zo. Eerst een raadseltje. Wat is de overeenkomst tussen Ruurlo, Wassenaar en Gorssel? Een makkie natuurlijk, het antwoord. Dat zijn Nederlandse Dagobert Duck’s. Niet dat ze zoals de enige echte en oorspronkelijke Dagobert letterlijk zwemmen in hun geld. Nee, dat gebeurt meer figuurlijk. Maar vrijwel letterlijk kunnen ze dat wel tussen alle kunst in hun pakhuizen.  Zo groot en zo vol met kunst dat er nieuw te bouwen musea aan te pas moesten te komen om ruimte te scheppen. Ze bleven namelijk maar kopen. Want als je lekker ruim in de slappe was zit en heftig besmet raakt met het kunstvirus is het hek snel van de dam. Dan wil je gewoon steeds meer, die drang wordt onbeheersbaar. Maar aan die verslaving danken we nu wel Museum Voorlinden in Wassenaar,  Museum MORE in Gorssel en Kasteel Ruurlo.

museum Voorlinden in Wassenaar
museum MORE in Gorssel
in museum MORE

Want  Joop van Caldenborgh en Hans Melchers konden niet op hun geld en hun kunst blijven zitten. Zij lieten deze nieuwe particuliere musea bouwen. Met wat kort door de bocht geformuleerd de focus op de internationale moderne kunst en op het Nederlandse Realisme.

Voor MORE werd die basis overigens wel gelegd door een uiteindelijk behoorlijk mislukte Dagobert Duck. Dirk Scheringa, de selfmade man op, letterlijk, altijd geitenwollen sokken. Die zag zijn bank in een diepe financiële put afzinken en moest zijn in aanbouw zijnde museum als een mislukt monument van macht leeg achterlaten in het weidse Westfriese landschap.

En zag daarbij ook nog het grootste gedeelte van zijn kunstverzameling, met vele Carel Willink’s als kern, overgaan in de handen van chemiemagnaat Hans Melchers. Die toen in het Achterhoekse Gorssel  het oude gemeentehuis liet uitbouwen en gelijk ook maar kasteel Ruurlo prachtig liet renoveren om daar Willink te laten schitteren.

Kasteel Ruurlo

Best interessant, die ontwikkeling. Ooit waren pausen, kardinalen en adellijke families  de kunstmecenassen. ’t Mocht best een losse florijn kosten om kathedralen, pauselijke verblijven,kastelen en paleizen op te laten fleuren. Erfgoed waar we nu nog steeds van genieten. Maar tegenwoordig, met het cultureel steeds armlastiger gedrag van onze overheid, gaat dat kunststokje over in handen van die nieuwe groep mecenassen. Rijke, zo niet gigantisch rijke zakenmensen met een leuk plekje in de Quote-500. En zo kom ik dan bij dat Grote Kunstgeheim van Delden.

museum No Hero in Delden

Goeie vriend Frank van Oortmersen, oud-directeur van het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard, wees me erop. ‘Toos, daar moet je heen, een verborgen kunstparel’. Dat bleek  museum No Hero te zijn. Op het landgoed Twickel in het Twentse Delden. Bestaand sinds 2018 en opgericht door ook weer zo’n kunstgevoelige Dagobert Duck: Geert Steinmeijer.

de prachtige achtertuin, met beelden

Nou, ik was door de opening van mijn expositie ‘The 70-Series and More, editie 4’ op 4 oktober bij Galerie Àlafran in Diepenheim (zie vorige blogaflevering) toch in de buurt. Want de afstand Diepenheim-Delden stelt heel weinig voor. En Frank had helemaal gelijk! Een nog veel te weinig bekende kunstparel, dat No Hero. Met een heel brede, eigenwijze kijk op de kunst. Van middeleeuwse panelen en beelden via de 19e eeuw naar Jan Sluijters  met tijdgenoten om dan bij de huidige moderne kunst aan te landen.

Zoals ook bij de Nederlandse Michael Raedecker die met stiksels in zijn schilderijen een glansrijke carrière opbouwde vanuit Londen en dit jaar is beland bij de laatste 8 van de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2021. Hij maakt weer deel uit van de tijdelijke expositie over de Young British Artists. Een groep die in de jaren 90 de kunstwereld veroverde met aan het hoofd Damien Hirst, nu de rijkste artiest van het land. Ik schreef hier al eens over hem. Ook van hem hangt er werk. Net zoals van onze eigen grote Twentse schilderbarbaar Jan Cremer. Dat dan weer in samenwerking met het Rijksmuseum Twenthe waardoor er ook nog een vroege Mondriaan hangt.

werk van Michael Raedecker
werk van Damien Hirst
een heel vroege Mondriaan
werk van Jan Cremer

De net overleden Designer des Vaderlands en kunstverzamelaar Jan des Bouvrie, ‘zijn creatieve peetvader’ zoals Steinmeijer zegt, heeft ook nog een groot steentje bijgedragen aan de inrichting van museum en museumcafé. En dat kun je zien. Net zoals hij dat jaren geleden deed in hotel/restaurant  Domaine Cocagne in Cagnes sûr Mer aan de Côte d’Azur. Waar ik ’t diverse keren met hem aan de bar heel gezellig over kunst had. Net zoals trouwens met  Alex Mulder, een andere Dagobert Duck met een heel groot cultureel hart. Die recent Het Hem, oorspronkelijk een grote munitiefabriek in Zaandam, heeft omgetoverd in een gigantisch groot nieuw huis voor eigentijdse cultuur.

Het Hem in Zaandam

Maar dat staat nog op mijn te-bezoeken-lijstje en wordt misschien nog wel een ander verhaal. Laten we hopen dat er nog vele nieuwe kunstbehepte Dagobert Duck’s opstaan in Nederland. Tot volgende week.

TOOS  

Coronabestendig en kunstproof: ‘The 70-series’ in het Stedeke Diepenheim bij Galerie Àlafran


vorig jaar 5 oktober in Galerie Peter Leen XL

Op 5 oktober vorig jaar onthulde ik samen met levensgezel mijn ‘The 70-Series’ tijdens een groot feest in Galerie Peter Leen XL in Breukelen (lees hier maar). Het ei was gelegd, de 1e editie van ‘The 70-Series and More’. Nu, vrijwel op de kop af één jaar later, vond op 4 oktober de opening plaats van editie 4 van deze zich door Nederland verplaatsende expositie. Bij Galerie Àlafran. In Diepenheim. Het kleinste stadje van Twente, maar wel het Stedeke van Kunst, Cultuur en Natuur.

dit jaar 4 oktober bij Galerie Àlafran

Dat klopt helemaal, dat zich afficheren als Stedeke van Kunst, Cultuur en Natuur. Want die stadsrechten waren er al in de middeleeuwen. Overigens zonder dat er ooit gebruik werd gemaakt van het bijbehorend recht tot bouwen van stadsmuren. En wat betreft die Cultuur en Natuur? Rond Diepenheim liggen niet minder dan zes kastelen en de nodige kunstzinnige tuinprojecten, te bekijken via speciaal daarvoor uitgestippelde routes. En de Kunst? Elk jaar in de herfstvakantie stroomt het Stedeke over van op kunst beluste bezoekers. Vanwege het Kunstmoment Diepenheim. Tien dagen, duizenden kunstliefhebbers, tientallen met kunst ingerichte locaties in Diepenheim zelf en de omgeving. Al jaren lang een heel speciaal gebeuren. Alleen dit jaar dus effe niet. Je kunt zelf wel bedenken waarom.

klein deel van ‘The 70-Series’ in Galerie Àlafran

Is dat ‘t? Nee. Wat dacht je van de grote expositiezalen van Kunstvereniging Diepenheim en het van het internationaal georiënteerde Drawing Centre. Maar bovenal is daar natuurlijk Galerie Àlafran. Eén van de mooiste galerieën in de wijde Twentse omgeving. Vind ik ten minste. Maar ja, ik ben natuurlijk niet geheel onbevooroordeeld na de al jarenlange samenwerking met galeristen Irma en Hugo Blank. Nu uitmondend in de 4e editie van mijn ‘The 70-Series and More’. Een editie die er opnieuw heel anders uitziet dan die eerste in Breukelen, dan de tweede in Galerie Persoon (Eersel) en dan de derde in Kunsthandel Vellekoop (De Lier).

aan de gang in mijn atelier voor editie 4 van ‘The 70-Series’

Telkens na afloop van een editie moest ik weer flink aan de slag. Ze vlogen namelijk weg, die werken van ‘The 70-Series’: 35 olieverfschilderijen van 20 bij 20 cm en 35 mixed media kunstwerken op alu-dibond van 25 bij 25 cm. En de afspraak was dat ’t er bij elke expositie weer 70 zouden zijn. Geen straf overigens, dat doorpezen. Want bij mijn geboorte stroomde er al verf door mijn aderen.  Beslist een pré in deze coronatijden. Want veel binnen blijven in mijn atelier en er lekker mijn fantasie laten gaan? Dat vond Toos helemaal niet erg.

de uitnodiging voor de expositie

Ten slotte moest ik wel de woorden waar maken die Irma Blank schreef in de uitnodiging bij deze expositie. Even twee citaten.

– ‘De semi-abstracte stadslandschappen van Toos van Holstein spreken al tot de verbeelding sinds haar afstuderen aan de kunstacademie in Tilburg.. Zij is nu 70 geworden en maakt een tournee langs haar vaste galeries, waarbij ze steeds 70 kleine schilderijen tentoonstelt naast een aantal grote.’

– En ‘een geoefend oog als dat van de Franse kunstcriticus Thierry Tessier ontdekt een ongekende reeks verwantschappen in haar werk. Zoals met Venetië door de kleuren. Op toga’s lijkende kleding van personages verwijzen naar de oudheid. Andere, meer specifieke motieven naar uitheemse culturen: een symbool doet denken aan China, een vis zou een christelijke metafoor kunnen zijn. Nooit zijn die referenties direct te herleiden of te dateren, het blijft altijd bij vage suggesties. Haar werk is een fusie van herinneringen, emoties, geuren en kleuren.’

Kan ik daar nog iets aan toevoegen? Dat ga ik niet eens proberen. Kom dat alles zelf maar controleren tot 29 november in galerie Àlafran aan de Grotestraat 45 (donderdag t/m zondag 13-17 uur). ’t Hangt echt prachtig!

beelden van de opening op 4 oktober

Oh ja, en als je dan toch in die buurten bent, vergeet een bezoek aan Museum No Hero niet. In Delden, gewoon een paar flinke steenworpen verder. Een nog te onbekende, verborgen kunstparel. Maar dat is een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Hoe een ‘nieuwe decreet’ leidt tot een Boulevard van Schoonheid en Troost


Cryptisch, die titel? Nogal, schat ik zo in. ’t Had ook kunnen zijn ‘Hoe een kunsttijdschrift leidt tot straatnaam-verandering’. Maar ook dat schiet niet op. Dus daar gaat ie, de verduidelijking.

Toos van Holstein, Schoonheid en Troost, mixed media op dun aluminiumplaat, 30-42 cm

 Enkele jaren geleden kocht ik hier in Middelburg in De Drukkerij,een van Nederlands mooiste boekenzaken, een speciaal kunsttijdschrift. Alleen gericht op hedendaagse Zeeuwse kunst. Of nog wat nauwkeuriger geformuleerd, puur gericht op de kunst van een paar Zeeuwse kunstenaarscollectieven. Decreet heette dat blad, uitgave nummer 15. Een niche-uitgave in kleine oplage, echt gericht op de liefhebber. En wat bleek later? Bij dat nummer bleef het.’t Was mooi geweest voor makers.

Tot ik in juni ineens een mailtje kreeg van Ramon de Nennie, een van de initiators destijds. De kas van stichting ‘decreet-concreet’ bevatte nog subsidie voor nog een ‘nieuwe decreet’. Waarin, zo stond in de mail, ‘kunstenaars van KipVis; MAS en VirusGrafiek en enkele loslopende kunstenaars een bijdrage kunnen leveren’. Dat ik onder de loslopende kunstenaars val is natuurlijk wel duidelijk. Want met mijn manier van werken heb ik nooit bij een of andere kunststroming of groep behoord. Dat ligt me ook niet. Op de academie was ik al een eenling in dat opzicht en dat is zo gebleven. Maar meedoen met dit initiatief? Leek me leuk. Ik moest een kunstwerk op A3-formaat (29,5 bij 42 cm) aanleveren dat ook op die grootte in het tijdschrift zou komen. Maar wat te bedenken? Ik was toen bezig met mijn XX-XX Serie op dun aluminiumplaat van A4-formaat (zie bijvoorbeeld deze blogaflevering). Dat werd dus gewoon opschalen naar A3, simple comme bonjour. Daarbij was het voorgelegde uitgangspunt van het ‘nieuwe decreet’: ‘Schoonheid & Troost, wat maakt het leven de moeite waard?’.

de laatste hand wordt gelegd aan mijn ‘Schoonheid en Troost’ (zie bovenste foto)

Sommigen, waarschijnlijk al wat ouder, zullen zich misschien afvragen waar ze die kreet van kennen. Nou, van de beroemde tv-interviewserie ‘Van de Schoonheid en de Troost’ van 20 jaar geleden. Toen journalist Wim Kayzer die vraag voorlegde aan een groep internationale kunstenaars, schrijvers, wetenschappers en filosofen. Gedenkwaardige interviews werden dat.

Nu is er dus het ‘nieuwe decreet’ met naast mijn bijdrage die van heel veel andere Zeeuwse kunstenaars. Te koop bij De Drukkerij en Atelier/Galerie de Roofprintpers.

enkele bijdragen aan de ‘nieuwe decreet’

Maar daarbij is het niet gebleven. Toen Ramon mij een paar weken geleden de nieuwe uitgave kwam brengen, wist hij te melden dat we in Middelburg, in samenwerking met de gemeente, nu ook een Boulevard van Schoonheid en Troost gingen krijgen. Op de Loskade langs het Kanaal door Walcheren tegenover het station. Een echte kunstkade. Want op 25 lantaarnpalen en stalen omhulsels van bomen zouden 25 borden van A3-formaat bevestigd worden met 25 afbeeldingen van 25 kunstenaars uit het ‘nieuwe decreet’. En aldus geschiedde.

het begin van de Loskade/Boulevard van Schoonheid en Troost, met op de meest linkse boom mijn bijdrage

Als je nu vanuit het station de brug overloopt en direct rechtsaf slaat, begint ie. De Boulevard van Schoonheid en Troost. Met direct al aan het begin mijn bijdrage. En daarna volgen er langs de hele kade dus nog vele andere. Een echte kunstwandeling in de openbare ruimte waarvan je zelf de Schoonheid kunt bepalen.

Toos van Holstein, Schoonheid en Troost

de bijdrage van kunstcompaan Juul Kortekaas

einde van de Loskade/ Boulevard van Schoonheid en Troost

 En die Troost? In het ‘nieuwe decreet’ memoreert Ramon aan Frederick. een muis uit een prentenboek van Leo Lionni uit 1974. Zijn muizenfamilie is druk bezig etensvoorraad te vergaren voor de koude, schrale winter. Maar hij niet. Hij kijkt rond en verzamelt kleuren en zonnestralen. Volop onbegrip natuurlijk bij zijn medemuizen. Maar dan wordt ’t winter en zitten ze in een grauw hol te bibberen van kou en ellende. Tot Frederick begint te vertellen over zijn verzameling kleuren en zonnestralen. Hartverwarmd en opgeleefd komen ze zo de winter door. Zouden al die politieke kunst en cultuurbezuinigers van tegenwoordig dit muizenverhaal begrijpen? Ik vrees met grote vreze!

Nu moet de loop er op de kunstboulevard in gaan komen. Wel jammer is dan dat de kunstborden niet groter zijn dan A3. Stel je eens A1 voor: 84 bij 59 cm. Zou dan niet prettig imponeren? Of nog een slag groter, A0? Waarschijnlijk een kwestie van geld en vergunningregels. Maar misschien iets voor nog komende Boulevards van Schoonheid en Troost. Want er staan ook nog plannen op stapel voor, ik meen, Vlissingen, Terneuzen, Goes en Zierikzee. En die gedachte biedt toch maar mooi troost in deze nare coronatijden. Tot volgende week.

TOOS