Tagarchief: van Gogh

Vrijetijds Kunstprofeten, Kunst als fundamentele Levensbehoefte en ‘The 70-Series and More’


expositie ‘The 70-Series and More’ in Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel, De Lier

Als ik me weer de beelden van afgelopen Hemelvaartsdag voor de geest haal, zou ik bijna gaan wensen dat ’t in het Pinksterweekeinde af en toe even lekker doorgiet. Want wie kunnen zich nou eigenlijk in deze coronatijden bij hun volle verstand als kuddes lemmingen op de boulevards en stranden willen storten? Een aantal verfrissende buien zouden dat ‘volle verstand’ dan misschien wel goed doen.  Net zoals het besef dat 1,5 meter toch echt niet zo’n  rekbaar begrip is dat je die behoorlijk kunt laten inkrimpen. Zou er nou echt niks anders te verzinnen zijn voor die vrije tijdsbesteding?

Zelf zal ik daar in het Pinksterweekeinde niet zoveel problemen mee hebben. Want juist dan gaat toch nog, na een paar maanden uitstel, mijn nieuwe editie van ‘The 70-Series and More’ echt van start. Bij Vellekoop & Vellekoop Kunsthandel in De Lier, Pastoor van Rooijplein 3. Dus mocht je nog wat vrije tijd over hebben? Van harte welkom. Maar daarover straks meer.

een paar maanden geleden toen het werk voor de expositie werd gebracht

Want over vrije tijd gesproken! De geschiedkundige schellen zijn me onlangs eindelijk van de ogen gevallen. Dankzij het nieuwe college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Mogelijk heb je er over gelezen. VVD, CDA en iets provinciaals hebben met Forum voor Democratie een nieuw college in elkaar geflanst. Gaande dat flansen deden ze een geweldige ontdekking. Namelijk dat kunst en cultuur eigenlijk niks anders voorstellen dan iets dat  wel kon  vallen onder een nieuw te benoemen gedeputeerde voor Vrije Tijd. Wel een bezuinigingsgezinde natuurlijk. Geniaal toch?

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat cultuur en kunst intrinsiek waren aan de menselijke geest. Dat ze een onmisbaar onderdeel vormen van ons mens-zijn. Maar volgens dit Brabantse college is ’t  eigenlijk allemaal alleen maar vrijetijdsgedoe. Die tienduizenden jaren oude brokstukken van wat zeer waarschijnlijk een primitieve fluit is geweest? Gewoon een stukje huisvlijt van iemand die toen al teveel vrije tijd had. Een fundamentele behoefte tot het maken en genieten van ritme en muziek? Kom op zeg! Je moet toch iets doen met die overvloed aan vrije tijd tussen jagen en verzamelen door. En die oude grotschilderingen? Waarschijnlijk meer zoiets van ‘wat zal ik vandaag eens gaan doen, oh ja, mijn grot een beetje opleuken’. En die prachtige gotische kathedralen uit de Middeleeuwen? Een uit de hand gelopen vrijetijdshobby natuurlijk. Of Rembrandt? Een typische zondagsschilder. Vergeet trouwens Vincent van Gogh niet. Dankzij de financiële steun van zijn broer Theo had ie natuurlijk veel te veel vrije tijd. Kon ie gelijk lekker een beetje kwasten. Dat ik nou FvD, VVD, CDA en dat iets provinciaals nodig had om dat te ontdekken! Zo zie je maar, als mens en als kunstenaar ben je nooit te oud is om nog wat  te leren van zo’n groep diepe doordenkers. Nu weet ik ten minste weer waar ik als kunstenaar sta in deze maatschappij.

in de galerie

Maar goed, terug naar De Lier (https://www.vellekoopkunsthandel.nl/ ). De opening van mijn ‘The 70-Series and More’ stond gepland op 21 maart. In mijn blog van 12 maart schreef ik daarover. Maar ja, corona. Galerie eigenaar Piet Vellekoop had er zelfs al een film over laten maken die vertoond werd op de WOS, de regionale omroep van het Westland.

filmopname

Dat had natuurlijk niet meer zoveel zin bij een feitelijk gesloten galerie. Piet en ik besloten toen alles maar te laten hangen tot we een duidelijker kijk kregen op de loop der gebeurtenissen. Nu de corona-mist wat aan het optrekken is, wisten we het. De officiële vernissage gaat plaatsvinden in het Pinksterweekeinde. Ooit daalde volgens het Nieuwe Testament met Pinksteren de Heilige Geest neer. Mocht nu, naast af en toe die al genoemde plensbui van hierboven, de kunstgeest dat ook gaan doen over ons als vrije-tijds-mens, dan zou ik dat helemaal niet erg vinden. De expositie hangt, al zeg ik ’t zelf, prachtig. Die anderhalve meter zal geen probleem zijn. En die film draait alweer op de WOS. Net zoals trouwens hieronder via een link met mijn YouTube-kanaal.

overleg met Piet over de inrichting van de expositie

Op mijn Facebook en Instagram pagina’s heb ik de laatste maanden ook de nodige aandacht gegeven aan de 70 kunstwerken uit mijn ‘The 70-Series’. Met als gevolg dat er nu ook al werken op heel andere adressen hangen. Maar 70 moest natuurlijk wel 70 blijven. Kom maar tellen .

De expositie loopt voorlopig van zaterdag 30 mei tot zondag  14 juni elke dag van 1 tot 5 uur. Zelf ben ik op Pinksterzondag en maandag aanwezig. Om bijvoorbeeld kopers van mijn nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’ te plezieren met een opdracht erin. Maar ook om het glas te heffen op een goede afloop van alle corona-misère. Tot volgende week.

TOOS

Een Paasverhaal bij het wereldmerk Da Vinci


zelfportret van Leonardo da Vinci

Rembrandt is natuurlijk ons grote Nederlands schildersicoon. Of mogelijk Van Gogh? En voor België? Rubens toch wel, denk ik. Picasso voor Spanje? Zou best kunnen. Maar wie zou het wereldmerk voor de beeldende kunst zijn? Ik ga voor Leonardo da Vinci. Want als er ook maar ergens een flintertje nieuws over hem opduikt, vliegt ’t gelijk als Covid-19 de hele wereld over. Mocht er een kunstenaarshiernamaals bestaan, dan heeft Leonardo in de afgelopen eeuwen daardoor vast al heel vaak een hemels glimlachje kunnen tonen boven zijn zorgvuldig gecoiffeerde en gekrulde baard. Misschien ook wel toen ik mijn blog vorige week eindigde met die lange, lege tafel.

Eigenlijk een soort voorbode voor de surrealistische Paasperiode die we nu al weer achter de rug hebben. Een Corona-Pasen in combinatie met de aanstormende 1,5 meter economie. Ga maar na. Sinds eeuwen geen Semana Santa processies in Spanje. Een moeilijk lopende oude paus, bijna in z’n uppie in die gigantische Sint Pieter in Rome met een massaal plein ervoor zelfs zonder uppies. Een volop bloeiende Keukenhof met hallucinerend lege parkeerterreinen. En dus ook geen Jezus en discipelen aan het Laatste Avondmaal op die beroemde en beruchte muurschildering van Leonardo da Vinci in de eetzaal van het Santa Maria delle Grazie klooster in Milaan. Door hem met tussenpozen gecreëerd in de jaren 1495-98. Met experimentele methoden en materialen. Tja, je bent natuurlijk Leonardo de onderzoeker of je bent ‘m niet. Vandaar dan ook die toevoeging ‘beruchte’ hierboven. Want al heel snel begon zijn meters hoge en brede Laatste Avondmaal  te vervagen, te scheuren, te bladderen en wat al niet meer. Vele, meestal slechte restauraties volgden in de eeuwen erna. Experts schatten dat nog maar zo’n 20% enigszins oorspronkelijk is. Maar origineel of niet, Jezus en zijn twaalf apostelen zijn gehavend en wel natuurlijk toch weer teruggekeerd aan hun tafel.

Toch zou Da Vinci niet Da Vinci zijn als dat het hele verhaal over zijn muurschildering zou zijn. Want, zoals al geconstateerd, altijd weer duikt er een artikel, een boek of een documentaire op met deze uomo universale  uit de Renaissance in de hoofdrol. Fascinerend vind ik dat. Zo verscheen een paar jaar geleden een documentaire over een tweede, perfect gelijkend Laatste Avondmaal van Leonardo. Hier de trailer van die documentaire.

We hoeven dus helemaal niet naar Milaan, we kunnen gewoon naar een oude abdij in het Belgische Tongerlo.

de abdij in Tongerlo
de zaal daar met ‘Het Laatste Avondmaal’

Voor dat min of meer verborgen Da Vinci geheim. Even groot als de oorspronkelijke muurschildering maar dan op doek. Gemaakt in opdracht van koning Louis XII van Frankrijk. Wel grotendeels geschilderd door medewerkers van Leonardo’s atelier maar, zo wordt vermoed, met Jezus en Johannes van Leonardo’s eigen hand. Gewoon naar Tongerlo dus en niet naar Milaan. Nu alleen nog even niet. Corona en zo! Nieuwsgierig geworden? Hier vind je de hele documentaire ‘The Search for the Last Supper’. https://youtu.be/FSKIQebJ4ZI

Trouwens, een paar geleden stond ik nog bij de Milanese versie. Wel in Haarlem. Bij een moderne  namaak in het Teylers Museum tijdens een expositie over tekeningen van Leonardo.

Waar je helemaal niet meer naar op zoek hoeft is Leonardo’s beroemde muurschildering ‘De slag bij Anghiari’. Die is namelijk echt verdwenen. Alhoewel? Misschien is ie alleen maar verstopt. Ook dit is weer zo’n intrigerend Da Vinci verhaal dat eens in de zoveel jaar de kop opsteekt. Dat hij in 1507 het fresco maakte op een muur van de grote zaal van het Palazzo Vecchio in Florence is zeker. Er bestaan zelfs nog voorstudies van zijn eigenste hand.

studieschets van Da Vinci voor ‘De Slag bij Anghiari’

Maar ja, zelfde verhaal. Hij was weer lekker aan het experimenteren geslagen met materialen. Gevolg? Mislukking op mislukking. Vermoedelijk zelfs niet afgemaakt en nu, zo lijken een paar piepkleine boorgaatjes van 4 mm aan te tonen, mogelijk verstopt achter een extra muur waarop Giorgio Vasari in 1563 een ander fresco maakte. Een schildering die er trouwens nog wel goed bij staat. Dus wat te doen? Proberen er achter te kijken of die voorste muur in z’n geheel netjes weghalen? Er wordt nog steeds over gediscussieerd door horden specialisten.

Net zoals over waar zich nu eigenlijk dat duurste schilderij ter wereld, die  Salvator Mundi van 450 miljoen dollar, bevindt. Weer zo’n spannend Leonardo da Vinci verhaal. Maar niet voor nu.

Nog even dit. Vorige week begon ik met die gesloten  once in a lifetime expositie over Rafaël in Rome. Laat daarvan nu net een prachtige video op internet te zijn geplaatst.

Net zoals over tekeningen van Rafaël die zich bevinden in een hierboven al genoemde, altijd een beetje verborgen gebleven museumparel. Het Teylers Museum.

Tot volgende week.

TOOS

Piketty, de superrijken en de kunst deel 2


in Venetië, Palazzo Grassi 2017, lees hieronder

Honderdduizend dollar per nacht voor een hotelsuite met moderne kunst en design. In gokstad Las Vegas. Volstrekte waanzin! Dat en de aanwezigheid zeer onlangs in Amsterdam van economische superstar Thomas Piketty bracht bij mij een reeks associaties op gang. Van Amsterdamse hotels met kunst naar de Biënnale van Venetië, Damien Hirst en Las Vegas.

Een paar weken geleden schreef ik al over Piketty, zijn nieuwe boek ‘Kapitaal en Ideologie’ en kunstaankopen voor belachelijk vele miljoenen door een buitenproportioneel rijk groepje verzamelaars. Nu was Piketty zeer onlangs in onze hoofdstad voor interviews in verband met het verschijnen van de Nederlandse vertaling van zijn boek.

Toen ik daarover las, vroeg ik me gelijk af in welk hotel hij zou verblijven. En hoe duur dat hotel dan zou zijn. En of dat zo’n hotel zou zijn dat zich sterk op de kaart zet met kunst en design. Want daarmee scoor je tegenwoordig heel goed bij gasten die zonder enig probleem zo vierhonderd euro voor een nachtje in een ‘eenvoudige’ kamer neerleggen maar daarbij toch nog wel iets speciaals willen ervaren. Zoals bijvoorbeeld in het ‘five star luxury lifestyle’ Andaz Hotel aan de Prinsengracht.

Andaz Hotel, Amsterdam

Moderne kunst en design in overvloed daar. Voor een ietsje meer, €900, heb je er trouwens een heel leuke suite. Ook het Pulitzer, aan dezelfde gracht, is in die categorie niet te versmaden. Daar hangen vast geen goedkope affiches van Van Gogh op de kamers.

Pulitzer Hotel, Amsterdam

Die in mijn ogen al belachelijke kamerprijzen zijn trouwens niet meer dan een heel klein fooitje vergeleken met de kosten van die suite in het Palms Casino Resort in Las Vegas. Die van de $100.000 uit het begin.

vuurwerk op en om het Palms Casino Resort bij de opening in 2019

Maar nu moet ik eerst een sprongetje terugmaken in de tijd. Naar de Biënnale van Venetië in 2017. Eén van de grote verrassingen daar was, en dat echt niet alleen voor mij, een uitgebreide expositie van Damien Hirst op twee locaties. Het Palazzo Grassi en de Punta della Dogana. Beide eigendom van zo’n superrijke kunstverzamelaar, François Pinault. Eigenaar van Gucci, Samsonite, veilinghuis Christie’s en nog zo wat van die leuke dingetjes.

De Britse Damien Hirst, rijkste kunstenaar van nu en ooit bekend geworden met zijn haaien op sterk water, had in Venetië alles uit de kast gehaald met wat je rustig een fake-expositie kunt noemen. ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable’. Met zogenaamd boven water gehaalde kunstschatten uit een in de eerste eeuw voor de kust van de Indische Oceaan gezonken schip. Gewoon fake want alles wat er werd getoond was net in de jaren voor 2017 gecreëerd. Ik heb er destijds nog een bewonderend blog aan gewijd. Lees maar https://wp.me/p1I3dP-VO. Hier nog even een paar foto’s.

zo’n haai op sterk water waar Damien Hirst wereldberoemd mee werd
het Palazzo Grassi in Venetië
foto’s van het gigantisch grote beeld in de hal van Palazzo Grassi
een ander beeld in de Punta della Dogana

Dat gigantisch grote beeld in de hal van het Palazzo Grassi, lijkend op brons maar gegoten van kunststof, heeft nu een plek gekregen in Las Vegas. Bij het zwembad van dat Palms Casino Resort.

het grote beeld nu in het Palms Casino Resort, Las Vegas

Maar daarbij is ’t niet gebleven. Hirst mocht zich helemaal uitleven op een suite voor de superrijken. Maar welke gek betaalt er in godsnaam $100.000 voor een hotelnachtje. Dat doe je alleen als geld geen enkele betekenis meer voor je heeft. Als ’t een volstrekt abstract begrip is geworden. Als je volledig bent losgezongen van de aardse werkelijkheid. Als je niet meer beseft dat met dat geld heel veel belangrijkere zaken voor de mensheid kunnen worden bewerkstelligd. Hier nog wat foto’s van dat hotel.

delen van de suite ontworpen door Damien Hirst

ach, nog wat stukjes haai over
de gang naar het casinodeel van het hotel

Dat Hirst er nog wat haaien op sterk water tegenaan gooit? Ach, hij moet ten slotte ook leven! En als dat nog steeds wordt gepikt, waarom niet? En dat de gang naar het casino er een beetje leuk uit moet zien? Logisch toch? Want de gasten dienen er natuurlijk wel in de juiste stemming binnen te komen. Maar dat er iets in onze wereld moet veranderen, staat voor mij buiten kijf. Als je de samenvattingen over het boek van Piketty leest, die 1200 pagina’s zijn me toch een tikje teveel, scoort hij heel wat punten. Tot volgende week.

TOOS

Hockney en Van Gogh


Beslist knap als iemand een verband weet te leggen tussen de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea 2003 in Florence (lees mijn blog van vorige week), de eerste lichting iPad uit 2010 en het Van Gogh Museum dit jaar. Maar voor mij is dat een fluitje van een cent. Lees maar.

In november 2010 logeerde ik een aantal dagen in Phoenix (Arizona) bij Jeff Rose, eigenaar van de nu niet meer bestaande Creekside Gallery. Ik heb regelmatig bij hem geëxposeerd, maar dat is een ander verhaal. Nu gaat ’t om een toen net uitgebracht apparaat. “Toos, dat moet je zien, echt iets voor jou”. Dus in zijn ruim bemeten auto, ’t is natuurlijk wel Amerika, op naar zo’n ongelooflijk grote Amerikaanse elektronicazaak. En wat lag daar? De iPad versie 1, in Nederland nog niet eens te koop. Ik was gelijk verkocht. Pure magie! Tekenen en schilderen met je vinger op een scherm!Logisch dat ik in Nederland landde met zo’n iPad in mijn bagage. Daarna heb ik er heel wat TOOS-doodles mee gemaakt en gepubliceerd. Kijk maar naar de filmpjes https://youtu.be/6p-vqugh4L8  en  https://youtu.be/y7UC5NtBMz0  op mijn YouTube-kanaal.

Die techniek was echt heel nieuw, ik kende nog geen kunstenaars die dat ook deden. Tot ik ergens in 2011 las dat ook de wereldberoemde Engelse kunstenaar David Hockney zich ermee bezig hield. Bevond ik me als Zeeuws kunstenaartje toch maar even in goed gezelschap! Want ik bewonder Hockney al heel lang. Vanwege zijn durf om figuratief te schilderen toen dat volstrekt not done was, vanwege zijn openlijk beleefde homoseksualiteit, toen ook not done in het  Britse koninkrijk , en vanwege zijn originele wetenschappelijk kijk op het perspectief. In 2003 had ik hem zelfs nog een handtekening weten te ontfutselen. In Florence.

de handtekening van Hockney

Nu komt die Biennale uit de inleiding, waaraan ik zelf deelnam, om de hoek kijken. Hockney zou er, zo wist ik, komen voor een lezing en om de Award “Lorenzo il Magnifico”for Lifetime Achievement in ontvangst te nemen.

Hockney in Florence 2003
China Diary

Dus had ik zijn ‘China Diary’ van mijn boekenplank geplukt en meegenomen. Een boek over zijn reis door China. Daar moest natuurlijk zijn signatuur in komen. Dat bleek geen enkel probleem, hij was de vriendelijkheid zelve.

 

En nu is er dan de tentoonstelling ‘Hockney- Van Gogh: The Joy of Nature’ in het Van Gogh Museum. Logisch dus dat ik ben gaan kijken wat Hockney allemaal had bekokstoofd sinds hij zich een aantal jaren geleden in een kunstzinnige draai op het Engelse landschap had gestort. Zowel met echt schilderen als met die schermpjes van iPhone of iPad. Zelf doe ik dat vingerverven zonder vieze vingers te krijgen nog maar af en toe omdat ik daarbij toch de echte verf mis.  Ook blijven zulke afbeeldingen voor mijn gevoel te ‘plat’. Ik mis de diepte en reflectie van de verfhuid die ontstaat bij het laag op laag schilderen. Dat viel me nu ook weer op bij de tot wel heel grote proporties opgeblazen iPad-schilderijen van Hockney. Er zit dan vast nog wel een heel technisch team achter om zo’n sterk vergroot kunstwerk pixelvrij te houden, maar er ontbreekt voor mijn gevoel toch iets. ’t Blijft een tikkie doods ondanks alle frisse kleurenpracht.

iPad schilderijen van Hockney

Dan zie ik toch liever zijn ‘echte’ schilderijen waarbij hij, geïnspireerd door Vincent, vaak met strepen en stippen werkt. En dan gelijk ook maar weer in het groot. Dat overdondert absoluut. Veelluiken die een hele muur beslaan, kleuren die er af spatten, ontzettend veel schetsen van hetzelfde formaat naast en boven elkaar. Je ogen komen staafjes en kegeltjes te kort. De paar schilderijen die er van Van Gogh hangen, worden helemaal weggedrukt door het Hockney-geweld. En dat is jammer. Want toen ik dat geweld even weg filterde uit mijn ooghoeken en inzoomde op die veel kleinere werken van Vincent vond ik die toch meer echt zinderen.

Stel nou eens dat Van Gogh nu zou leven en zijn landschappen kon creëren met dezelfde middelen die Hockney vandaag de dag ter beschikking heeft. Hoe zou dan deze expositie eruit hebben gezien? Vast nog veel imposanter en interessanter dan nu al het geval is. En wie van de twee zou dan de duurste nog levende kunstenaar zijn? Nu is dat in ieder geval Hockney met een record van 79 miljoen euro voor onderstaand schilderij.

Hoeveel zou eigenlijk die handtekening van hem in mijn ‘China Diary’ waard zijn? Tot volgende week.

TOOS

2x Frank Gehry en 1x Beatrix Ruf op 1 dag in 2 plaatsen in de Provence


Je hebt heel rijke mensen en dan nog die van de hors category. Zeg maar die 1% de nu al meer bezit dan de resterende 99% van de wereldbevolking zoals berekeningen laatst aantoonden. Het type dus dat geld als een volledig abstract begrip kan zien en waarschijnlijk al in geen jaren hun handen aan een geldbiljet, laat staan een munt, vuil heeft gemaakt. Ik stel me zo voor dat er altijd wel iemand is die hun diamanten en platina creditcards in een bundeltje voor ze meedraagt. Want een Dagobert Duck-achtig zwembad tot de rand gevuld met geld is natuurlijk niet meer van deze tijd.

Zoals bekend probeert van die 1% een deel alleen nog maar meer te krijgen. Stel je eens slechte tijden voor!Dan moet je toch wel wat extra’s achter de hand hebben. Maar sommigen willen met hun kapitaal wel iets constructievers doen. Onder andere op kunstgebied. En dan bedoel ik niet de lui die ‘van kijk mij eens’  op kunstveilingen tientallen, zo niet honderden miljoenen neerleggen voor een schilderij. Want dat slaat echt helemaal nergens meer op. Nee, dan doel ik op twee initiatieven in de Franse Provence. In Arles en op het wijnchateau La Coste bij Aix-en-Provence.

de oude Romeinse arena in Arles

Hoe ik daar zo op kom? Ik zit alweer een poosje in Nice om daar te werken aan een speciaal project. Een heel ander verhaal trouwens dat nog wel eens komt. Af en toe even mijn atelier uit is dan geen slecht idee. Vandaar onlangs Arles. Voor Franse begrippen niet echt ver van Nice. Gewoon twee uurtjes doorrijden en je zit er. Een aangename pleisterplaats die de oude Romeinen al op hun landkaarten intekenden. En natuurlijk ook de stad waar onze eigenste Vincent van Gogh heel wat eeuwen later inspiratie opdeed voor een reeks prachtige schilderijen.

Van Gogh, Arles onder de sterrenhemel
Van Gogh, het bekende café in Arles

Maar daarvoor kwam ik niet. Ik wilde iets anders zien. Het nieuwe kunstinitiatief waar door een superrijke familie meer dan 100 miljoen euro tegenaan wordt gegooid.  De familie Hoffman van de Zwitserse farmaceutische gigant Hoffmann-La Roche. Zo’n tak van industrie waarin miljarden worden verdiend. Miljarden die, voorzichtig uitgedrukt, regelmatig ter discussie staan. En terecht!

Ooit werd Luc Hoffmann (1923-2016)verliefd op de Camargue streek waarin Arles ligt. Met als gevolg dat, heel kort door de bocht geformuleerd, zijn dochter Maja Hoffmann nu de Luma Foundation beheert. Een kunststichting die een aantal jaren geleden een uitgebreid en oud en vervallen complex van de SNCF, de Franse NS, in Arles kocht. Om er iets kunstigs mee te gaan doen.

het oude SNCF complex in de overgang naar kunstcentrum

En bij dat iets hoorde een soort toren van Babel, te ontwerpen door Frank Gehry. De wereldberoemde architect die, al weer wat jaartjes geleden, de in vergetelheid weggezonken Spaanse provinciestad Bilbao opnieuw op de kaart zette met een iconische museum voor moderne kunst.

het beroemde gebouw van Gehry in Bilbao

Voor Arles is dat niet persé noodzakelijk maar die nog niet affe nieuwe kunstkathedraal van Gehry wilde ik wel eens met eigen ogen komen aanschouwen.

Nou, modern is ie absoluut. Zeker voor dat ouwe Arles. Hoe zou Van Gogh dit hebben gevonden, vroeg ik me af. Zou hij er een schilderij aan hebben gewaagd? Geen idee! Maar persoonlijk vind ik het niet echt erg dat het bouwsel behoorlijk buiten de stadskern ligt. Stel je voor dat die toren naast het Romeinse amfitheater was komen te liggen! Geen echt lekkere combinatie. Overigens doet dat niets af aan het feit dat het een geweldig multidisciplinair kunstcentrum gaat worden waar beeldende kunst, architectuur, design en kunstonderzoek gecombineerd gaan worden. Nu al is de gigantisch grote, prachtig gerenoveerde treinreparatiehal open. Net als een aantal opgeknapte remises. Als alles echt helemaal officieel klaar is in 2019 ga ik zeker weer.

de tot grote kunsthal omgebouwde treinwerkplaats

Op z’n minst ook interessant was dat ik de naam Beatrix Ruf tegenkwam in het begeleidend kunstteam voor de stichting. Je weet wel, de ex-directeur van het Amsterdams Stedelijk Museum. Smadelijk vertrokken vanwege ondergrondse schnabbelpraktijken. Maar ja, als je rond moet komen van zo’n armzalig directeurssalarisje? Da’s geen echte vetpot. Overigens past dat dan wel weer aardig in het beeld dat Hoffmann-La Roche ooit door de Europese Commissie een boete van € 462 miljoen opgelegd kreeg. Iets met geheime kartelvorming in de farmaceutische wereld. Dus die 100 miljoen voor dit nieuwe kunstcentrum? Er zijn ergere zaken om je druk over te maken. Toch?

En waar dat 2x Frank Gehry op 1 dag uit de titel op slaat? Op het al genoemde Chateau La Coste zo’n 20 km boven Aix-en-Provence. Lees maar over 7 dagen. Tot volgende week.

TOOS

Over de godfather van de Nederlandse kunstTV


in het Stedelijk Museum Schiedam

Nog net op de valreep kon ik een poosje geleden in Schiedam herinneringen van heel lang geleden verenigen met het heden. Herinneringen aan lange, fladderende armen en handen met heel bewegelijke en trillende vingers. Voor ’t eerst live waargenomen toen ik als 17-jarige student  rondstapte op de academie in Tilburg. Van de lessen kunstbeschouwing die via die armen en handen tot me kwamen, weet ik eerlijk gezegd niet veel meer. Maar wat wil je ook: zeventien, vrijheid, de academie! Dan zijn er wel andere zaken die je leven op dat moment bepalen. Maar dat ze toebehoorden aan Pierre Janssen die toen directeur was van de academie in Rotterdam, dat weet ik natuurlijk nog wel.

Want wie uit die jaren 60 en 70 zou nou niet weten wie Pierre Janssen (1926-2007) was. Vraag ’t maar. ‘Pierre Janssen? Oh ja, natuurlijk! Wat was die man goed, hè!’. De man dus die met zijn tv-programma ‘Kunstgrepen’ in die jaren op zondagavond met gemak een paar miljoen kijkers trok. Simpelweg door heel enthousiast op een unieke manier over kunst te vertellen.

de opnamestudio van Kunstgrepen

Oké, er waren natuurlijk nog maar twee landelijke tv-zenders in die tijd, de commerciëlen moesten nog heel lang op hun verwekking wachten . Maar toch! Meer dan honderd uitzendingen in de periode van 1959 tot 1972 over kunst. Met kijkers die hij, zoals dat heet, aan de buis gekluisterd hield. Dan ben je een verhalend natuurtalent, een mediafenomeen, een geweldige kunstverteller.

nagebouwde studio bij de expositie in Schiedam

Nu in 2017, tien jaar na zijn dood, zijn er twee exposities aan hem gewijd. In Museum Arnhem waar hij jarenlang directeur was  en in het Stedelijk Museum Schiedam waar hij zijn bestuurlijke kunstcarrière startte als conservator en inbrenger van allerlei nieuwe, originele ideeën. Ideeën om publiek aan te zuigen en ook de plaatselijke bevolking veel meer bij ‘hun’ museum te betrekken. De expositie in Schiedam kon ik dus gelukkig nog net op de valreep bekijken. Zie hieronder een video erover https://youtu.be/tdrcx9ml-cU . Die in Arnhem loopt nog tot half oktober.

Natuurlijk zijn er nu ook goeie kunstprogramma’s op tv. Jeroen Krabbé, niet alleen acteur maar ook beeldend kunstenaar, ging op reis om in twee documentaireseries enthousiast te vertellen over, eerst, Van Gogh en daarna Picasso. En een ander lid van de Krabbé-kunstdynastie, Jasper, is nu bezig met ‘Het geheim van de meester’. Het populaire ‘Tussen Kunst en Kitsch’ is al jaren niet van de tv weg te slaan. En ook ‘Kunstuur’ hebben we nog. Maar Pierre Janssen met dat lange, slungelachtige, magere lichaam en dito karakteristieke hoofd is nog nooit verslagen. Die zou, denk ik, ook vandaag de dag nog steeds heel veel mensen aan de buis kluisteren. Want ga maar na wat hij toen, zonder alle visuele hulpmiddelen van nu, als decor had. Een vrijwel kale ruimte met een tafel en een stoel. Nog wat verlichting, een kunstvoorwerp en vooral zichzelf als meesterverteller. Eigenlijk wel logisch dat hij de eerste gast was in het programma ‘Zomergasten’ van de VPRO toen dat in 1988 startte.

Van al die ‘Kunstgrepen’ is jammer genoeg maar heel weinig bewaard gebleven. Ik vond op YouTube nog een fragment van een paar minuten over de opgraving van het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen in Egypte https://youtu.be/0mJtS8BGxr8  .

Want bewaren toen? Dat moest op film. En dat was duur. Dus dat deed men niet.

Overigens werd Pierre Janssen niet door iedereen op handen gedragen. Je had destijds ook de Stichting Openbaar Kunstbezit die o.a. via een tijdschrift, speciale afbeeldingen op papier, radio en later ook televisieprogramma’s de kunst educatief onder de mensen wilde brengen. Daar konden ze Pierre Janssen blijkbaar wel schieten. Hij was, met hun woorden, een conferencier, een handelsreiziger, een populistische goochelaar die de kunst te grabbel gooide en hij ontheiligde de kunst door die tot bezit van de straat te maken. Nou, geef mij dan voor nu maar snel nog een paar van die Pierre Janssen’s. Gewoon om zonder kunstklets en kunstkul maar met heel veel persoonlijk enthousiasme en grondige kennis niet alleen oude maar ook hedendaagse kunst tot bezit van de straat te maken.

Pierre janssen wist een grote hoeveelheid werk van Karel Appel voor het Schiedamse museum te verkrijgen

Want bij die hedendaagse kunst zit naast grote hoeveelheden gebakken lucht ook veel interessants. Ik heb dat de afgelopen dagen weer meegemaakt in Venetië bij de Biënnale daar. Heel veel kul, maar ook de nodige parels. Als die nieuwe ervaringen allemaal bezonken zijn, komt het resultaat over een poosje hier wel te voorschijn. Tot volgende week.

TOOS

Top kunst van ongans rijke Amerikanen


 

Metropolitan Museum, New York
Metropolitan Museum, New York
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen
Jeroen Bosch, Aanbidding door de Drie Koningen

Het Louvre in Parijs is groot, heel groot. Als je er ongericht begint te dwalen, kun je er heel goede vèrdwalen. Maar het Metropolitan Museum in New York kan er ook wat van. Ook gigantisch groot en ook daar raak je makkelijk de weg kwijt.

Waarom ik daar nu op kom? Allereerst was ik recent bezig met maken van een fotoboek over mijn verblijf in New York afgelopen november. En daarbij kwam ik in de lading foto’s gemaakt in het Metropolitan er eentje tegen van “De aanbidding door de Drie Koningen” van Jeroen Bosch. Over wiens moergrobben dus juist mijn blog van vorige week ging. Logisch bruggetje toch?

Met03 Dat wat conventionele werk zonder echte moergrobben hing er toen nog. Snel daarna zou het de reis over de Atlantische Oceaan richting Europa gaan maken voor de grote overzichtstentoonstelling van Bosch. Nadat het dus ooit eens juist de tegenovergestelde tocht had gemaakt. Net zoals een ongelooflijk grote hoeveelheid topkunst die in het Metropolitan Museum is te bewonderen. Want wat hebben die Amerikanen zich vroeger ongans gekocht aan Europese kunst! Maar ja, hoeveel ongans rijke staal, olie en bankbaronnen liepen er in de 19de en begin 20ste eeuw wel niet rond in de Nieuwe Wereld.  En al hun ongans grote villa’s moesten naar de mode natuurlijk worden opgeleukt met kunst van het Oude Continent. Kunst die later uiteindelijk vaak geschonken werd aan het in 1872 geopende Metropolitan Museum.

Met04

Nu staat daar dus aan de oostrand van het Central Park een reusachtig gebouw waarin je dagen kunt ronddwalen door millennia van wereldkunst. Egyptische, Griekse, Romeinse, Oceanische, Aziatische, Afrikaanse, Arabische en middeleeuwse tot en met 20ste eeuwse Europese kunst. Oh ja, ook nog oude muziekinstrumenten, fotografie en natuurlijk heel veel Amerikaanse kunst. Je komt tijd, ogen en concentratie te kort. Zeker als je, zoals wij, maar één dag hebt ingeroosterd. Zij het een hele. ’s Morgens erin en met donker er weer uit.

Dat erin leverde een nieuwe ervaring op. Negen jaar geleden was ik er voor het laatst. Toen was het museum nog gratis toegankelijk. Met in de hal grote bakken met een gleuf waar je biljetten en munten in kon doen als vrijwillige donatie. Die bakken werden heel veel genegeerd. Nu bleken ze verdwenen.

Met05

Moest je dus toch toegang gaan betalen? Nee hoor, ’t is in principe nog steeds gratis. Maar …… Ze hebben een heel slim concept ontwikkeld om aan veel donaties te komen. Je moet nu naar een toegangsloket waar je een op te plakken sticker krijgt met een kleurtje. Elke dag een andere. Achter de diensdoende lieftallige dame doemt in je blikveld een niet te ontwijken heeeel groot bord op met gesuggereerde toegangsdonaties voor een dagje rondkijken. $17 voor 65+’ers, $25 voor de jonkies. Maar je hoeft echt niks te betalen als je dat niet wilt. Elk bedrag van 0 tot iets is welkom. Slim toch? Want je moet psychisch wel heel sterk in je schoenen staan om die lieve mevrouw die jou je sticker met een grote glimlach overhandigt, financieel geheel te negeren. Zouden we zoiets ook niet eens als proef in Nederland kunnen proberen? En dan al die af en toe weer oplaaiende discussies over wel of niet gratis museumtoegang overslaan?

Ben je een keer binnen, dan weet je gewoon niet waar je moet beginnen. Een en al keuzestress, zoals dat tegenwoordig heet. Nou, oké, de Griekse en Egyptische tempels komen nog wel weer eens. Net zoals Afrika, Oceanië, Noord- en Zuid-Amerika en de afdeling wapenuitrustingen. Nee, op naar de Middeleeuwen en naar onze eigen Gouden Eeuw met een zaal vol Rembrandts. Waarbij “Aristoteles met de buste van Homerus”. Mij natuurlijk heel erg aansprekend vanwege mijn illustraties bij de Ilias en de Odyssee.

afdeling Middeleeuwen
afdeling Middeleeuwen
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt
gewoon even een zaaltje vol met Rembrandt

 

Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus
Rembrandt, Aristoteles met buste van Homerus

Ook op naar de oude Italianen, naar de Spanjaarden, naar Van Gogh, naar de Impressionisten, naar William Turner.

Rafaël, Madonna met kind en heiligen
Rafaël, Madonna met kind en heiligen
schilderijen van William Turner
schilderijen van William Turner

En naar een paar van mijn schilderheldinnen. Zoals Artemisia Gentileschi (1593-1653). Een dijk van een wijf die in de 16de eeuw als eerste vrouw ooit lid werd van de Accademia dell’Arte del Disegno in Florence. Een vrouw met een leven vol ups en downs, één groot avonturenverhaal.

Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus
Artemisia Gentileschi, Esther voor Ahasverus

Of zoals Rosa Bonheur (1822-1899) met haar iconische “De paardenmarkt”. Ook zo’n vrouw waaraan je een heel blog kunt wijden. Onconventioneel. Schilderend in mannenkleren op die Parijse paardenmarkt omdat ze anders teveel opzien zou baren. Want een vrouw schilderend in de buitenlucht? Aanstootgevend! De wereld , zelfs de Parijse, moest niet gekker worden.

Rosa Bonheur, de paardenmarkt
Rosa Bonheur, de paardenmarkt
niet iedereen heeft oog voor de kunst
niet iedereen heeft oog voor de kunst

Zo kun je daar in het Metropolitan Museum uren dwalen van het ene naar het andere topstuk. Alle belangrijke kunstenaars zijn vertegenwoordigd. Logisch dat het tot de drukst bezochte musea ter wereld behoort. Dankzij dus die puissant rijke Amerikanen die graag hun verworven kunst schonken en trouwens nog steeds schenken. Tot volgende week.

TOOS

 

Met 2 getroubleerde zielen het expo 3-luik afsluiten


de nieuwe toegang van het Van Gogh Museum in Amsterdam
de nieuwe toegang van het Van Gogh Museum in Amsterdam

“Onze” Vincent van Gogh (1853-1990) was niet direct een vrolijke flierefluiter. Maar wel een persoon  die onvoorwaardelijk koos voor de kunst. De Noor Edvard Munch (1863-1944), met zijn obsessies voor ziekte, dood, liefde en hier en daar een zenuwinzinking, hoorde ook niet echt bij de afdeling “optimisten”. Maar ook hij was een kunstenaar pur sang. En beiden horen bij de absolute kunsttop van hun tijd. Waarbij Munch, vele jaren na de dood van Vincent, ook nog eens tegen een opdrachtgever beweerde “Ik heb deze techniek van Vincent van Gogh geleerd”. Dat kan dan in ieder geval niet van Van Gogh persoonlijk zijn geweest want beiden hebben elkaar nooit ontmoet. Wel ondergingen ze alle twee de invloed van het Parijse kunstleven in de jaren rond 1890. Maar Vincent was al vertrokken naar Zuid-Frankrijk tegen de tijd dat Munch in Parijs aankwam.

Daar wordt, vind ik, te weinig nadruk op gelegd in het Amsterdamse Van Gogh Museum bij de parallellen die tussen beide kunstenaars worden getrokken op de blockbuster tentoonstelling “Van Gogh-Munch”. De derde expositie die op mijn “te doen” lijstje stond na die over Turner (Zwolle, Enschede) en Kleur Ontketend (Den Haag).

Gogh02

De vrijdag van vorige week had ik daarvoor ingeroosterd. Het werk van Van Gogh ken ik natuurlijk. Uitgebreid. Dat wordt ons in Nederland met de paplepel ingegoten. Maar nu was er de unieke kans een aantal wereldberoemde, iconische schilderijen van Munch in werkelijkheid te zien. Voor het eerst in Nederland en voorlopig ook wel voor het laatst. Gaan dus. Want had ik in mijn academietijd niet juist Munch gekozen als voorbeeld bij het vak figuurcompositie? De manier waarop hij dat deed was namelijk beroemd in de kunstgeschiedenis.

academiewerk van mij bij figuurcompositie
academiewerk van mij bij figuurcompositie

Destijds besefte ik eigenlijk nog niet goed waarom mijn keus op hem viel. Waarom bijvoorbeeld niet op de ook daarom bekende Edgar Degas met zijn vrolijke danseresjes en wel op die zwaarmoedige Munch? Met  o.a. zijn beroemde “Het zieke kind” dat ook op de tentoonstelling hangt. Een schilderij waarin hij de dood op jonge leeftijd van zijn zusje verwerkte. Overleden aan tbc, net als zijn moeder wat jaren later.

Munch, Het zieke kind, 1996
Munch, Het zieke kind, 1996

Of met “De schreeuw”. Een werk waarvan hij een aantal versies maakte en waarvan er één in Amsterdam is te zien.  Samen met een heel interessante  brief en bijbehorende tekening die hij aan een vriend stuurde.

de brief met schets
de brief met schets
De schreeuw, 1893
De schreeuw, 1893

Een  schrijven waaruit duidelijk wordt wat hem uiteindelijk bewoog tot het schilderen van die figuur met de wanhopig wijdopen gesperde mond en de handen tegen de oren. Op die brug raakte hij duidelijk in een depressie, zo kun je lezen, en ervoer hij ineens de natuur als één grote schreeuw. Het is dus niet Munch die schreeuwt.

emoticon bij WhatsApp
emoticon bij WhatsApp

Nee, de natuur schreeuwt tegen hem. En in verschrikking duwt hij zijn oren dicht. Ik moest ineens denken aan bijgaande emoticon. Die staat altijd paraat bij de meegeleverde serie emoticons op WhatsApp op mijn mobiel. Zou die er ook te vinden zijn geweest als Munch niet ooit “De schreeuw” had gemaakt? Ik vermoed van niet. Zo iconisch is dus dat werk van hem.

Maar waarom dus op de academie mijn keus voor Munch? Pas een aantal jaren besefte ik dat ik in die tijd niet helemaal lekker in mijn vel zat. Net als Munch. Maar die bleef er zijn hele leven mee behept. Ik kwam erachter toen ik een serie schilderijen maakte die ik de naam “Ontmoetingen” gaf. Met daarbij nog steeds die figuurcompositie van Munch in gedachten . Een bekende vond toen dat die serie eigenlijk meer met afscheid nemen had te maken dan met ontmoeten. En dat klopte. Het was, achteraf gezien, geen vrolijke serie.

drukte op de expositie
drukte op de expositie

Dat alles sijpelde langzaam weer bij me binnen bij het zien van die vaak triest stemmende schilderijen van Munch in het Van Gogh Museum. Echt curieus was dat ik het zelfs lichamelijk begon te ervaren. Mijn  middelgrote damestas begon uit zichzelf zwaarder en zwaarder te worden. Ik begon zelfs mijn schouders te voelen onder die toenemende last. Of ik die tas nu naar links of rechts verhing, ’t maakte niet uit. Als dat geen bewijs is dat Munch een hele grote was in het weergeven van diep menselijke emotie, wat dan wel!

Munch, Amor en Psyche, 1906
Munch, Amor en Psyche, 1906
Munch, Jaloezie II, ingekleurde litho 1896
Munch, Jaloezie II, ingekleurde litho 1896

Bij van Gogh is dat anders. Die schilderde toch meer de uitwendige wereld. Portretten, interieurs, arbeiders en natuur. Naar mijn mening eerst eigenlijk helemaal niet zo geweldig. Pas later, in het Parijse en Zuid-Franse licht , komt zijn talent razendsnel tot ontwikkeling. Met dat speciale kleurenpalet, die geheel eigen  interpretatie en dat prachtig dikke schilderen. Dan spettert ’t van het doek. Terwijl Munch, in zijn veel langere leven, eigenlijk steeds ingetogener wordt. De vergelijking van die twee op de expositie, hoe gezocht ook af en toe, levert  echt een prachtige geheel op. Hulde aan de organisatoren die zoveel wereldberoemde schilderijen bij elkaar wisten te brengen! Tot volgende week.

TOOS

Kleur ontketend, maar dat niet alleen


Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Van Gogh, Tuin te Arles, 1888
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Mondriaan, Vuurtoren bij Westkapelle, 1910

Lang, heel lang geleden ……. Zo beginnen sprookjes heel vaak. Dit verhaal is dan wel geen sprookje, maar het begint toch ook lang geleden. Op de Academie in Tilburg. Daar waar ik ooit studeerde. Ik kreeg er onder andere les van Hans Koch. Die gaf CIS, Cultuur Iconografische Symboliek. Tja, kom maar eens op zo’n naam! Maar het was een vak waarin hij op een geweldig boeiende manier de grote verscheidenheid aan culturele uitingen van de mens met elkaar verbond. Beeldende kunst natuurlijk, maar dan in samenhang met muziek, ballet, architectuur,wetenschap en historische achtergronden. Ik vond dat fascinerend. Te ontdekken dat er allerlei lijntjes lopen tussen gebeurtenissen die zich op het eerste gezicht min of meer los van elkaar lijken te ontwikkelen.

Waarom ik daar nu over begin? Door mijn recente bezoek aan de expositie “Kleur ontketend-Moderne Kunst in de Lage Landen, 1885-1914” in het Gemeentemuseum van Den Haag. Die moest ik van mijzelf namelijk zien. Want voor op het oog aantrekkelijke tentoonstellingen wil ik af en toe best de deur van mijn atelier voor een dag achter me in het slot laten vallen. Me even losweken uit dat ateliercoconnetje en loskomen van mijn schilderijen. Die moeten ten slotte ook tijd krijgen om te drogen voor ik er weer mee verder kan. En dan gewoon wat kilometers maken om andere werelden te betreden. Dat werkt bij mij vaak verruimend voor de geest. Een soort geestverruimend en atelier-uittredend middel dus. Zonder verslavende bijwerkingen. Alhoewel?

Jan Toorop, Arbeis (Houthakker), 1905
Jan Toorop, Arbeid (Houthakker), 1905

Maar goed, die kleurexplosie in de beeldende kunst rond 1900 in De Lage Landen. Waarom zou gras niet rood mogen zijn? Of bomen paars? Een gezicht blauw? Prima toch! Of de lucht geel? Moet kunnen! Absoluut een boeiende tentoonstelling. Want natuurlijk is het interessant te zien hoe vanuit Parijs, het episch kunstcentrum van de wereld destijds, een revolutionaire ontwikkeling zich als een aardschok verplaatst door Europa. Naar Brussel bijvoorbeeld waar de kunstenaarsgroep Les XX zich erdoor laat inspireren. Een groepering waarvan de Nederlandse kunstenaar Jan Toorop deel uitmaakte. Die zorgde er weer voor dat de schokgolf zich verder voortplantte naar Nederland.

Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905
Kees van Dongen, Schovenbindsters, 1905

Maar voor mij ontbrak er iets essentieels bij de uitleg in het Gemeentemuseum. Want waarom ontstond er juist in die tijd zo’n kunstbeweging? Wat was daar weer de achtergrond van? Hadden de expositiesamenstellers zich daarin voor de bezoekers niet wat meer kunnen verdiepen? Of misten ze daarvoor, en dat is misschien wel te negatief gedacht, de benodigde bagage? Logisch dat ik dan automatisch moet denken aan mijn oude docent Hans Koch. Die zou dat ongetwijfeld uitgebreid hebben gedaan.

Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907
Jan Sluijters, Bal Tamarin, 1907

Die zou waarschijnlijk gewezen hebben op sensationele ontwikkelingen in de fotografie. Met in 1888 de eerste Kodak camera met filmrolletje voor het grote publiek onder de kreet “You press the button, we do the rest”. Met de kleurenfotografie die in de kinderschoenen begon te staan. Welke invloed moet dat hebben gehad op schilders die zagen dat fotografie een ernstige concurrent voor hen werd?

Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908
Mondriaan, Molen in zonlicht, 1908

Die zou gewezen hebben op  ontwikkelingen in de architectuur. Met de gigantische Eiffeltoren die in 1889 het icoon werd van de grote wereldtentoonstelling in Parijs. Daar waar alles passeerde dat op dat moment belangrijk was in de wereld. En wat te denken van de industriële voortgang bij de diesel en benzinemotor. Met als gevolg de allereerste auto’s die in het straatbeeld beginnen verschijnen. Of de grote ommekeer in de natuurkunde met alles op zijn kop zettende ideeën van eerst Max Planck in 1900 en iets later Einstein in 1905? Zou het revolutionaire muziek en balletspektakel “Le sacre du printemps”  van Strawinsky uit 1913 hebben kunnen ontstaan als er rond de eeuwwisseling niet allerlei van die eerst onvoorstelbare maatschappelijke omwentelingen hadden plaatsgevonden?

Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Mondriaan, Duinen bij Domburg, 1910
Kees van Dongen, Molly
Kees van Dongen, Molly

Over die invloeden had ik in de uitleg bij de expositie toch graag iets teruggevonden. Want natuurlijk is er bij al die processen sprake geweest van wederzijdse kruisbestuivingen. Maar hoe dan ook, ’t was genieten. Van wegbereider Van Gogh natuurlijk. Van een zich ontwikkelende Mondriaan. Van hem hebben ze in het Gemeentemuseum ten slotte de grootste verzameling ter wereld. Dus als ze die uit kast kunnen trekken, zullen ze dat niet nalaten. Of van Jan Toorop en Jan Sluijters waarvan echt mooie werken werden getoond. Persoonlijk vind ik dat die teveel 2de hands werk hebben gemaakt. Maar dit was top. En niet te vergeten de representanten van België, dat andere Lage Land. Bijvoorbeeld James Ensor met zijn wonderbare wereld. Of de jong gestorven Rik Wouters, echt een ontdekking die in onze Noordelijke Lage Landje te weinig bekend is. Ook een pure colorist.

James Ensor, De intrige, 1890
James Ensor, De intrige, 1890
beeld en schilderijen van Rik Wouters
beeld en schilderijen van Rik Wouters

Wat was ’t daarom ook mooi dat op de terugweg naar Middelburg de autoradio “Het land van Maas en Waal” van Boudewijn de Groot in petto had. Met die intrigerende beginzin “onder de groene hemel, in de blauwe zon”. Noem dat maar eens toeval!  Tot volgende week.

TOOS

Turner the Great in Zwolle en Enschede


Self-Portrait c.1799 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N00458
zelfportret van de jonge Turner

Alexander de Grote,Karel de Grote, Tsaar Peter de Grote, Catharina de Grote. Allemaal figuren uit de geschiedenis die meestal door hun dadendrang bij landje-pik spelen die toevoeging van groot verdiend schijnen te hebben. Maar in de kunst? Kom je daar die toevoeging “de Grote” tegen? Niet naar mijn weten. Blijkbaar is kunst daarvoor niet het geëigende terrein. En toch vind ik dat sommige kunstenaars er voor in aanmerking komen. Zeker Engelsman Joseph Mallard William Turner (1775-1851). Turner the Great dus. Niet William the Great, dat klinkt te gewoon.

Waarom Turner zo groot is? Dat valt nog tot 3 januari te bekijken in Zwolle en Enschede. Bij een dubbeltentoonstelling: Gevaar & Schoonheid-Turner en de traditie van het sublieme. In Museum de Fundatie en Rijksmuseum Twenthe. Twee regionale, middelgrote musea die geweldig scoren met deze exposities. Maar waarom juist daar? Omdat we in Nederland maar één, let wel ÉÉN, schilderij van deze wereldberoemde schilder in een openbare collectie hebben. Een kleintje, in de Fundatie. Verder nergens, in heel Nederland niet. Heel verwonderlijk eigenlijk.

het enige schilderij van Turner in Nederland
het enige schilderij van Turner in Nederland

In Londen, in de Tate Britain, hebben ze zalen vol. En in de National Gallery wereldberoemde hoogtepunten uit zijn oeuvre. Want Turner liet na zijn dood de inhoud van zijn atelier als erfenis achter voor de Britse staat. Zo’n 300 olieverfschilderijen en duizenden schetsen en aquarellen. Een aantal jaren geleden liep ik er rond. Helemaal verlekkerd, als een groupie in volle bewondering. Want die man was echt goed en uniek!

The fighting Temeraire tugged to its last berth
The fighting Temeraire tugged to its last berth
Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway
Rain, Steam and Speed-the Great Western Railway

Stel ’t je maar eens voor. Het Impressionisme, laat staan het latere Expressionisme, wist nog bij lange na niet dat het ergens in de jaren na 1860 geboren ging worden. Na de dood van Turner dus. Ook de verftube was nog niet uitgevonden. Hij kon daardoor niet, zoals de impressionisten, voluit in de openlucht schilderen met olieverf. Turner kon alleen maar heel veel schetsen en aquarelleren tijdens zijn wandelingen in de natuur en zijn reizen in het buitenland. Onder andere ook in Nederland.

Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel
Turner, Haarlem vanaf de Spaarne, aquarel
Berglandschap met pas, aquarel
Berglandschap met pas, aquarel

Pas in zijn atelier kwamen de olieverfschilderijen tot stand. Die olieverven waarin hij op wat latere leeftijd woeste wolkenluchten, zinderende zeeën, vurige zonsondergangen en echte branden zo ongelooflijk  expressionistisch weergaf als eerder nog nooit iemand had gedaan. Terwijl het na zijn dood nog heel lang zou duren voor dit weer gebeurde.

Sunset ?c.1830-5 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N01876

Turner08

Natuurlijk maakte hij ook relatief “bravere” schilderijen. Zowel in het begin van zijn carrière als later. Maar zelfs die waren in meerderheid al uitzonderlijk.

George IV at St Giles's, Edinburgh c.1822 Joseph Mallord William Turner 1775-1851 Accepted by the nation as part of the Turner Bequest 1856 http://www.tate.org.uk/art/work/N02857

Turner10

een Venetië schilderij van Turner
een Venetië schilderij van Turner
De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688
De prins van Oranje, Willem III, landt bij Torbay, 4 november 1688

Ik vind het echt verbazingwekkend hoe iemand in die tijd zo on-tijds kon werken. En ook verbazingwekkend is eigenlijk wel dat hij er kopers voor had. Want die moesten daar toch ook voor open staan. Een halve eeuw later kon Vincent van Gogh zijn expressionistische werk aan de straatstenen niet kwijt, terwijl Turner een zeer goed betaald schilder werd.

Nu zijn er dan die twee exposities in Nederland. Met flink wat aquarellen en een kleinere collectie van olieverfschilderijen. Natuurlijk had ik Turner the Great in Londen gezien en wist ik dat deze tentoonstellingen die ervaring nooit zouden kunnen evenaren. Maar ik was wel heel nieuwsgierig naar de aanpak in de Fundatie en het Rijksmuseum Twenthe. Twee musea waar ik nog nooit was geweest. Naar de Fundatie was ik daarbij ook extra nieuwsgierig vanwege de omstreden uitbreiding een paar jaar geleden met een grote blop bovenop het dak. Best interessant, dat moderne ding, een soort misvormd ei, in de eeuwenoude Zwolse binnenstad.

Turner13 DeFundatie, Zwolle Turner14

De door andere musea uitgeleende werken van Turner waren vanzelfsprekend weer helemaal de moeite waard, alhoewel bekende hoogtepunten ontbraken. Wat me enigszins tegenviel was de `verdunning` die werd toegepast. Om de zalen vol te krijgen waren er allerlei andere kunstenaars bijgehaald die òf Turner destijds hadden geïnspireerd òf later geïnspireerd waren geraakt door Turner òf pasten bij de vier elementen water, vuur, aarde en lucht, de toegepaste deelthema’s. Grof verdeeld was 1/3 deel van Turner, de rest van anderen. En van die anderen waren er voor mijn gevoel teveel echt aan de haren bij gesleept. Zo van “die hebben we nog in de eigen collectie en kletsen we met een mooi kunstverhaal wel zogenaamd passend de tentoonstelling in”. Of “daar in dat museum kunnen we nog wat lenen, dan krijgen zij wel iets van ons, goed voor de samenwerking”. Op zich jammer, maar wel begrijpelijk. Hoe dan ook, Turner bleef vanzelfsprekend moeiteloos overeind. Helemaal toen ik zag dat hij zich door de Odyssee van Homerus had laten inspireren.

Odysseus Deriding Polyphemus
Odysseus Deriding Polyphemus

Dat prachtige verhaal waar ik de laatste paar jaar ook mee bezig ben geweest voor een nieuwe uitgave ervan bij mijn galerie in Nice. Dus als je nog de mogelijkheid hebt, ga! En bekijk ooit nog eens de grandioze speelfilm “Mr. Turner”. Tot volgende week.

TOOS  

Tentoonstelling Munch: Van Gogh


Madonna, Munch
Madonna, Munch

Een uitspraak van Edvard Munch (!863-1944):

“Een kunstwerk kan alleen in je innerlijk ontstaan. Kunst is de vorm van het beeld dat door zenuwen, hart, brein en het oog van de mens ontstaat.”

 

Dat is me uit het hart, of liever uit de buik gegrepen. Want ik zeg ’t zelf heel vaak in gesprekken over kunst: “ik werk vanuit mijn gevoel, vanuit mijn buik, vanuit les tripes zoals de Fransen dat dan zeggen.

Vorige week schreef ik ’t al. Ik ben even voor een paar weken onder de internet-radar verdwenen. Dat wil zeggen, die radar ziet mij niet, maar ik zie internet ook niet. Kwestie van bereik. Toch wil ik mijn reeks van wekelijkse afleveringen niet onderbreken. Vandaar dat er een paar korte, van te voren klaargezette blogjes verschijnen. Met eigenlijk reclame voor een aantal, in mijn ogen, heel aantrekkelijke exposities die nu in het land zijn te zien. En die op mijn lijstje staan om de komende maanden te bezoeken.

Sterrennacht boven de Rhône
Sterrennacht boven de Rhône, van Gogh

Eén van die exposities is “Munch: Van Gogh” in het Van Gogh Museum. Ik heb er alleen maar lovende kritieken over gelezen. Op dus naar Amsterdam, naar het Museumplein, naar de vernieuwde ingang van het museum.  Zelf ga ik absoluut. Tot volgende week.

TOOS

Hoe een bezoek aan het Steendrukmuseum in Valkenswaard leidde tot een foto in het Madrileense Thyssen-Bornemisza Museum


het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard
het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard

Het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard draag ik een warm hart toe. Niet voor niets hebben ze daar de complete verzameling steendrukken die ik in de loop der jaren maakte. En niet voor niets maakte ik er vorig jaar op de grote pers hun jaarlijkse relatiegeschenk-steendruk. Algemeen directeur Frank van Oortmersen en technisch directeur Cees van Rooij zijn dus voor mij beslist geen onbekenden. Vandaar ook dat ze vorig jaar september te gast waren op het grote feest dat levensgezel en ik toen gaven in verband met de combinatie van enkele mooi afgeronde getallen in ons beider levensfase. Daar ook begint eigenlijk dit verhaal.

Het kwam al vaker ter sprake dat mijn met pensioen gaande meestersteendrukker Rudolf Broulim uit het Belgische Ekeren mij toen een prachtig geschenk aanbood. Ik mocht voor alle feestgangers van toen bij hem nog een litho maken op zijn steendrukpers. Een pers die nu waarschijnlijk al naar China is verhuisd. Want daar willen ze aan hun academies graag alle ins en outs van die prachtige techniek van het steendrukken gaan beheersen. Maar dat is een heel ander verhaal.

overhandiging van de feeststeendrukken aan Frank (links) en Cees (rechts)
overhandiging van de feeststeendrukken aan Frank (links) en Cees (rechts)

Frank en Cees als persoon hadden die feeststeendruk nog van mij tegoed. En natuurlijk moest mijn collectie bij het museum er ook mee worden aangevuld. Die behoort vanzelfsprekend wel compleet te blijven. Daarom was ik een paar weken geleden te gast in Valkenswaard. Dat kwam mooi uit want zo kon ik ook nog de tot 4 oktober lopende expositie over Vincent van Gogh bewonderen. Het is namelijk 125 jaar geleden dat Van Gogh (1853-1890) overleed. Daar wordt op meer dan 30 locaties door heel Europa uitgebreid aandacht aan gegeven onder de noemer “Van Gogh 2015, 125 years of inspiration”. Met Valkenswaard al één van die locaties.

Maar Van Gogh en het Steendrukmuseum? Is dat een voor de hand liggende combinatie? Natuurlijk bracht hij een tijd door in Nuenen, vlak in de buurt van Valkenswaard. Maar steendrukken? Ja, inderdaad, steendrukken! Want in die tentoonstelling “Vincent van Gogh als graficus” blijkt dat een van de onderbelichte aspecten in zijn kunstleven te zijn. Het Nederlands Steendrukmuseum laat daar nu veel meer licht op schijnen in samenwerking met niet de minste kunstinstituten. Het Van Gogh Museum, het Rijksprentenkabinet, het Kröller-Müller Museum en het British Museum.

Het is mooi dat dit gebeurt want hoeveel mensen zouden nu weten dat hij heeft geprobeerd zich in de techniek van het steendrukken te verdiepen? Of dat hij er zelfs ook nog een paar heeft gemaakt. Eén zelfs van een voorstudie van hem voor zijn beroemde De Aardappeleters. Ongedurig als hij was, gunde Vincent zich uiteindelijk niet de tijd om zich voldoende in de lithotechniek te verdiepen. Maar toch is er op 16 april 1885 in Eindhoven wel kleine oplage van die litho van De Aardappeleters gemaakt. Heb je er zo een, dan heb je natuurlijk goud in handen. En ik heb er nu een! Jammer genoeg geen oorspronkelijke, dat moet er wel gelijk bij. Maar eentje die heel recent is gemaakt. Dankzij dat Steendrukmuseum. Met speciale technieken heeft Gertjan Forrer, de meestersteendrukker waarmee ik vorig jaar ook samenwerkte in het museum, de oorspronkelijke litho weer opnieuw op steen gezet om er een nieuwe oplage mee te maken. 130 Jaar nadat Vincent dat deed. Van die oplage kreeg ik een exemplaar als cadeau mee naar huis van Frank en Cees. Echt een heel mooi cadeau!

overhandiging van De Aardappeleters door Frank en Cees
overhandiging van De Aardappeleters door Frank en Cees

Wat wil nu vervolgens het toeval? Op maandag liep ik rond in dat intieme Nederlandse Steendrukmuseum in Valkenswaard en zag daar dus die litho van De Aardappeleters. Op donderdag liep ik rond in het indrukwekkende Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid. Daar waar een gigantisch rijke Duitse familie hun gigantisch rijke particuliere kunstcollectie toont. Eén van de grootste, zo niet de grootste ter wereld. En wat zag ik daar? Die steendruk van De Aardappeleters. In een museum vol met schilderijen van de middeleeuwen tot in de 20ste eeuw was dat het enige aanwezige grafische kunstwerk.

steendruk De Aardappeleters in het Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid
steendruk De Aardappeleters in het Thyssen-Bornemisza Museum in Madrid

Wonderbaarlijk toch? Nu één keer, nou vooruit, twee keer raden waarover dit blog de komende keer gaat. Tot volgende week.

TOOS

Aix? Gewoon doen!


Aix-en-Provence
Aix-en-Provence

Ken je dat? Van die steden die je eigenlijk altijd al een keer wilde bezoeken, maar waaraan je toch steeds voorbij reed? Zo van “opzij, opzij, opzij, we hebben ongelooflijke haast”.Voor mij is ’t in ieder geval  geen onbekend verschijnsel. Elke keer als ik met de auto onderweg ben van Nederland naar mijn atelier in Nice, of juist omgekeerd, zijn er van die plaatsen. Aix-en -Provence bijvoorbeeld. Terwijl die stad toch zelfs bijna tegen de autoroute aangeplakt zit. En daarbij ook nog eens de woonplaats was van Paul Cézanne (1839-1906), geroemd als wegbereider voor de moderne kunst. Maar ja, van Aix naar Nice is nog maar een luizige 200 km. Gewoon doorrijden dus. En op de weg terug naar Nederland ben je eigenlijk net lekker op gang gekomen, dus waarom zou je er stoppen? Oké, voor de kunst dan, voor Cézanne en vanwege het grote toeristenbord langs de autoroute dat je opmerkzaam maakt op de Mont St.Victoire. De berg die je dan in de verte ziet liggen en die door Cézanne onsterfelijk is gemaakt via veel, heel veel schilderijen. Dus dit keer had ik me voor genomen “en nu ga ik”.

Aix 02 Aix 03

Cézanne, 3x de Mont St.Victoite
Cézanne, 3x de Mont St.Victoite

Dat werd een echte Provençaalse verrassing. Een grote middeleeuwse stadskern met die bijbehorende maar altijd weer charmante kronkelstraatjes geplaveid met lekker ongelijk liggende hobbelstenen. Maar ook met heel veel pleinen vol terrassen vol met oud en jong. Want Aix herbergt flink wat universitaire studenten . En rond die kern 18de en 19de eeuwse wijken met brede, boomrijke lanen, prachtige statige panden en heel veel fonteinen. Een lust om er, onder de mediterrane zon, rond te dwalen, een terrasje te pakken en de relaxte sfeer op te snuiven.

middeleeuwse centrum
middeleeuwse centrum

Ook een stad trouwens met onverwacht veel kunst. Natuurlijk veel aandacht voor Cézanne, daar wordt je mee doodgegooid. Met zijn atelier dat je nog steeds kunt bezoeken, met Cézanne-excursies en met die Mont St.Victoire.

atelier van Cézanne
atelier van Cézanne

Overigens, dat is nu. Want rond 1900 gaf de toenmalige directeur van het Musée Granet, het grote kunstmuseum van Aix, nog aan dat er wat hem betrof nooit een werk van Cézanne het museum in zou komen. Stel je voor, werk van zo’n prutser die nauwelijks nog iets verkocht ook! De goede man kon er natuurlijk geen idee van hebben dat ruim een eeuw later een “Mont St.Victoire” voor meer dan 100 miljoen dollar geveild zou worden. En dat Cézanne’s “Kaartspelers” in 2012 een slordige 250 miljoen opbracht. Lang was dus het Musée Granet “le musée sans Cézanne”. Gelukkig hebben allerlei bruiklenen daar nu verandering in gebracht. Maar er is ook heel veel andere interessante kunst te bewonderen in dat prachtig verbouwde museum. Heel verrassend.

Aix 07

2x het Musée Granet
2x het Musée Granet

Tot voor een paar jaar had je ’t dan met musea wel gehad in Aix. Dat veranderde toen Marseille verkozen werd tot Culturele Hoofdstad van Europa 2013. Aix-en-Provence pikte daarvan een behoorlijk grote zak met subsidiegraantjes mee. De hele regio rond Marseille mocht namelijk delen in de kunstvreugde. Hé, hadden ze niet nog ergens in de stad een leegstaande, grote middeleeuwse kapel die een nieuwe bestemming behoefde? En hadden ze niet ook een overeenkomst gesloten met de Fondation Jean et Suzanne Planque om de privéverzameling van Jean Planque een goed onderdak te geven? Een verzameling van meer dan 300 werken met daaronder Renoir, Monet, Van Gogh, Degas, Bonnard, Picasso, Braque, Léger en nog zo wat van dat soort namen. Nu is er dus sinds 2013 het Musée Granet XXe-Chapelle des Pénitents blancs.

Musée Granet XXe-Chapelle des Pénitents blancs
Musée Granet XXe-Chapelle des Pénitents blancs

Aix 10

Een verbazingwekkend mooie plek voor een verbazingwekkend mooie verzameling moderne kunst. Met heel weinig geld bijeengebracht door de Zwitser Planque die werkte voor de bekende galerie Beyeler in Bazel. Hij leerde daardoor heel veel kunstenaars kennen met wie hij ook nog eens  heel goed kon opschieten. Ook een manier om een kunstcollectie tot stand te brengen zonder met dollarflappen te hoeven zwaaien.

En om Aix helemaal op de kunstkaart te zetten is er nu ook het Caumont Centre d’Art. Zo’n groot 18de eeuwse Hotel de Ville zoals je er in Parijs vele hebt. Een paleisachtig herenhuis met prachtige tuin dat recent opende en waar alleen maar tijdelijke exposities worden georganiseerd. Want een eigen verzameling hebben ze daar niet.

heerlijk vertoeven in de tuin van Caumont Centre d'Art
heerlijk vertoeven in de tuin van Caumont Centre d’Art

Kom ik net van mijn eigen expositie in Venetië en wat hebben ze daar in dat Caumont? Een grote tentoonstelling met werken van Canaletto (1697-1768). En waar is die Canaletto beroemd mee geworden? Juist ja! Schilderijen van Venetië.

Canaletto, het San Marco plein
Canaletto, het San Marco plein

Ik kon dus prachtig controleren of hij dat goed had gedaan. Venetië is de laatste paar eeuwen ten slotte niet echt veel veranderd. De Dogenstad kon voor mij al niet stuk, maar nu helemaal niet meer. Trouwens, Aix eigenlijk ook niet. Echt de moeite waard. Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Rembrandtkaart mij Matisse liet voorschouwen


De oase van Matisse in het Stedelijk Museum Amsterdam
De oase van Matisse in het Stedelijk Museum Amsterdam

Een paar weken geleden maakte ik al wat propaganda voor de Rembrandtkaart. Dat was naar aanleiding van mijn bezoek aan de expositie Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Maar de lengte van die blogaflevering dreigde helemaal uit de hand te lopen waardoor ik toen mijn gratis reclame voor die kaart nog even opschortte . Met de belofte er op terug te komen.

Dat is dus nu. Met de grote Matisse-tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam als aanleiding. Want krijg ik me daar een aantal weken geleden zomaar een mail van de Vereniging Rembrandt met de vraag of ik gebruik wil maken van de voorschouw van “De oase van Matisse”! Ik mocht al naar de preview voordat die expositie officieel zou openen. Nou, dat was dus niet tegen dovemansoren gezegd.

één van de vroegere, abstractere werken, Zicht op de Nôtre Dame, 1914
één van de vroegere, abstractere werken, Zicht op de Nôtre Dame, 1914
één van de laatste, abstractere werken, Herinnering aan Oceanië, 1952-1953
één van de laatste, abstractere werken, Herinnering aan Oceanië, 1952-1953

Zo liep ik daar op een dinsdagmiddag een paar weken geleden al rond en zag ik ´s avonds bij “De Wereld Draait Door” en bij “Pauw” allerlei lieden aan tafel aanschuiven om reclame te maken voor die tentoonstelling die pas een paar dagen later officieel zou openen. En ik had daar dus al lekker rondgekeken. Maar daarover straks meer, nu eerst toch even die Rembrandtkaart.

Veel cultuurliefhebbers kennen natuurlijk de museumjaarkaart. Je betaalt € 54,95 voor een jaar en kunt dan meer dan 400 musea in Nederland gratis bezoeken. Tenzij er een speciale tentoonstelling is, dan komt er soms een extra toeslag om de hoek kijken. Zoals bij Late Rembrandt: € 5 extra. Wat ontdekte ik nu laatst? Als je bij de Vereniging Rembrandt voor twee personen te gelijkertijd twee Rembrandtkaarten aanvraagt, betaal je € 90. Nou weet ik wel dat het peil van het huidige rekenonderwijs in Nederland heftig ter discussie staat. Maar zelfs discalculieklantjes moeten toch, eventueel met rekenmachine, kunnen berekenen dat je voor twee personen met die Rembrandtkaart dus duidelijk goedkoper uit bent. Okay, je kunt dan slechts 125 musea gratis bezoeken. Maar als je geen behoefte hebt aan bijvoorbeeld het Openbaar Vervoer Museum in Doetinchem, het Tassenmuseum Hendrikje in Amsterdam of Het Nollenproject in Den Helder, dan is dat totaal geen probleem. Alle echt belangrijke kunstmusea vallen er wel onder.

En wat is nog een bijkomend voordeel? Je betaalt geen extra toeslagen. Zoals dus die € 5 van hierboven bij Late Rembrandt. En je krijgt een uitnodiging voor de voorschouw van “De oase van Matisse”. Ooit daarvan gehoord bij de museumjaarkaart? Dus enthousiast over die Rembrandtkaart? Ja, nogal.

Stilleven met mand met sinaasappelen, 1912, zo'n typisch stilleven van Matisse
Stilleven met mand met sinaasappelen, 1912, zo’n typisch stilleven van Matisse
Odalisque, 1920-1921, één van de vele odalisken n.a.v. zijn reizen naar Marokko
Odalisque, 1920-1921, één van de vele odalisken n.a.v. zijn reizen naar Marokko

Ben ik ook zo enthousiast over die grote expositie van Matisse (1869-1954)? Ja en nee. Ik word hoe dan ook altijd blij van zijn kunst. Het fauvisme waarvan hij de grondlegger was, dat werken met wilde, heldere en onlogische kleuren, roept bij mij altijd een blij gevoel op. Daarom vind ik het eigenlijk storend dat in het eerste deel van de expositie de Matissen thematisch gecombineerd worden met heel veel ander werk. Van kunstenaars die hem inspireerden en van tijdgenoten die op een of andere manier een connectie met hem hadden. Van Gogh, Manet, Cézanne, Seurat, Mondriaan, Kirchner, Picasso, Malevitch, zelfs Rothko. De schappen van de eigen collectie in het Stedelijk zijn hiervoor grondig geplunderd. Maar voor mij wordt daardoor het “Matisse-gehalte” te veel verdund. Het doet te weinig recht aan een aantal heel mooie werken van hem die er dan min of meer “tussendoor” hangen.

één van mijn favorieten,echt Matisse, 1947
één van mijn favorieten,echt Matisse, 1947
Femme en bleue, 1937
Femme en bleue, 1937

Al die anderen? Dat geloof ik eigenlijk wel. Maar dat is heel persoonlijk, in diverse krantenrecensies wordt deze aanpak juist heel positief gewaardeerd. Pas in de grote bovenzalen is het bijna allemaal Matisse dat de klok slaat. Met heel veel van de knipsels die hij op oude leeftijd noodgedwongen ging maken. Gehandicapt door een operatie kon hij het lichamelijk niet meer aan te schilderen en concentreerde Matisse zich heel sterk op die knipseltechniek. Zittend in zijn rolstoel of liggend in bed dirigeerde hij zijn assistenten bij het tot op de millimeter nauwkeurig schikken en vast prikken van composities met die gekleurde knipsels. En hoe anders ook dan zijn schilderijen, ook die werken maken me blij.

een bezoek aan Tahiti zorgde voor veel inspiratie, 1936
een bezoek aan Tahiti zorgde voor veel inspiratie, 1936
Mimosa, 1951
Mimosa, 1951
Interieur met zwarte varen, één van zijn laatste olieverven, 1948
Interieur met zwarte varen, één van zijn laatste olieverven, 1948
de grote zaal met knipsels van Matisse
de grote zaal met knipsels van Matisse

Dus liep ik het Stedelijk toch helemaal vrolijk uit. Ook in de wetenschap dat er zich de komende maanden waarschijnlijk lange rijen gaan vormen bij het Stedelijk die ik dus mooi had kunnen omzeilen. Met nog een voornemen daarbij. Namelijk om, als ik over een poosje weer eens langer in Nice verkeer, daar de vele voetsporen van Matisse eens na te lopen en daarover te schrijven. Overigens, die Rembrandtkaart heb ik weer goed opgeborgen voor een volgend gebruik. Oh ja, en vergeet niet dat de kosten voor die kaart ook nog bijdragen aan de aankoop van nieuwe kunst voor onze musea. Tot volgende week.

TOOS

4 Van Gogh’s en 1 van Holstein


Afgelopen zaterdag vierde ik het Sinterklaasfeest in Friesland en dan is een omweggetje naar galerie Kesk in Workum een voor de hand liggende actie. Eigenaren Sophie en Klaas Elzinga vertegenwoordigen mij al een paar jaar met hun galerie in het Noorden des lands en dan is ’t altijd goed even bij te praten. Bij Friese koffie en Fries gebak. Dat bijpraten was nu zeker de moeite waard want er hangen ten slotte tegenwoordig een viertal Van Gogh’s in hun galerieruimte. In combinatie dus met mijn werk. Nou, dat overkomt je als kunstenaar niet vaak. Hangen naast Vincent van Gogh. Niet onaardig toch? Overigens moet ik wel zeggen dat die werken in de galerie kopieën zijn van de echte die ergens in een kluis staan. Want ga er maar aanstaan, echte Van Gogh’s verzekeren!  Alhoewel, echt?

Samen met Sophie Elzinga bij de 4 Van Gogh's en die Van Holstein
Samen met Sophie Elzinga bij de 4 Van Gogh’s en die Van Holstein

Daar zit nu net het grote pijnpunt voor Sophie en Klaas. Want alleen als het Amsterdamse Van Gogh Museum een Van Gogh label wil plakken op een vermeend werk van Van Gogh, dan pas is ’t een echte Van Gogh. Wereldwijd. En dat wil het Van Gogh Museum dus niet. Ondanks heel veel feiten die er voor pleiten.  Daar zit natuurlijk een onverkwikkelijk verhaal achter.

De Aardappeleters van Van Gogh
De Aardappeleters van Van Gogh

In 1884 woont Vincent in Nuenen. In deze periode, waarin het beroemde “De aardappeleters” ontstaat, trekt hij veel op met amateurschilder Anton Kerssemakers. In een brief uit die tijd van Vincent aan zijn broer Theo schrijft hij “Heb nog een schilderijtje gemaakt zo groot als de knollenpluksters in de sneeuw, van de korenoogst. Een maaier en een vrouw die opbindt”. Laat nu net zo’n schilderijtje, niet gesigneerd trouwens, bij Kerssemakers achterblijven als Van Gogh in 1885 vertrekt naar Antwerpen. Samen met nog drie andere, ook niet gesigneerde werken van vrijwel dezelfde afmetingen.

"Een maaier en een vrouw die opbindt" uit de brief van Van Gogh
“Een maaier en een vrouw die opbindt” uit de brief van Van Gogh

Dat alles is feitelijk geheel onomstreden. Via de familie Kerssemakers komen de schilderijen ten slotte in bezit bij een familie Keunen. Die probeert in de jaren 90 van de vorige eeuw de schilderijtjes door het Van Gogh Museum als echt te laten erkennen. Volstrekt achteloos wordt hun verzoek terzijde geschoven.

Anderen, zoals de conservator van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, raken wel overtuigd van de echtheid. Met dat soort belangrijke mensen in zijn vaarwater wil Senior Researcher Van Tilborgh dan uiteindelijk de schilderijen wel onderzoeken. Intussen heeft de familie Keunen al aan Sophie en Klaas gevraagd of die hun belangen willen behandelen. Ze zijn al dat jaren durende en vertragende gedoe helemaal spuugzat.

Modern technisch materiaalonderzoek wijst één ding uit. Alles, doek, ondergrond en pigmenten wijst naar één persoon, Vincent Van Gogh. Eitje dus! Ja, dat had je gedacht. De Senior Researcher acht in 2006, na twee jaar onderzoek, de variatie in de penseelstreek te weinig, vindt die niet bijzonder trefzeker en weinig spontaan terwijl er ook te weinig contrast en durf in kleurgebruik is. Wat is hier subjectief, wat objectief? Weer wat jaartjes later weet hij echter te melden dat Van Gogh in zijn Nuenense tijd nog geen eigen stijl had en experimenteerde met verschillende stijlen. Tja, wat moet je daar dan weer mee?

Nog een foto van Sophie en mij bij die schilderijen
Nog een foto van Sophie en mij bij die schilderijen

Het televisieprogramma Pauw raakt geïnteresseerd. Afgelopen oktober zou de directeur van het Van Gogh Museum daar in discussie gaan met Sophie en Klaas. Maar wat doet deze directeur? Vlak voor de uitzending weigert hij om met hen aan één tafel te zitten. In de uitzending zelf mag Sophie nu nog een paar opmerkingen vanuit het publiek plaatsen. Doet de directeur dat vanuit sterkte of juist zwakte? In ieder geval is duidelijk dat de leiding van het museum de hakken in het zand zet. Eerlijk of oneerlijk? Ik ben gezien de feiten geneigd tot het laatste. Maar die Van Gogh’s zijn intussen dus nog steeds niet erkend.

Ik ga er voorlopig toch maar vanuit dat ik hang bij een paar echte Van Gogh’s. Gemaakt in de omgeving van Nuenen, het dorp waar ik een flink deel van mijn jeugd heb gewoond. En dat is een leuke gedachte. Nietwaar? Tot volgende week.

TOOS

TEFAF


Tefaf 1

’t Is weer voorbij. Nee, niet die mooie zomer uit de gelijknamige hit van Gerard Cox van lang geleden. Die zomer moet zelfs nog komen. Maar wel voorbij sinds zondag is al weer The European Fine Art Fair, de Tefaf in Maastricht. Een naam die sinds 1988 een mondiaal begrip is geworden in de wereld van kunst, antiek en design.

Van Gogh
Van Gogh

Al voor de opening landen tegenwoordig de particuliere vliegtuigen uit alle werelddelen als spreeuwenzwermen  op de vliegvelden in de omgeving van Maastricht. Met aan boord “oud geld”, “nieuw geld”, kunstverzamelaars en museumconservatoren voor wie op de VIP-opening een exquis buffet heeft klaar gestaan en voor wie heel wat champagnekurkjes hebben geplopt. Reken maar!

Want die Tefaf vormt gedurende een dikke week een topmuseum dat topkunst uit de hele wereld toont. Van de klassieke Egyptische, Griekse en Romeinse kunst tot de hedendaagse. Met nog steeds een nadruk op onze Gouden Eeuw. Want van daaruit is de Tefaf in zijn soort de belangrijkste beurs ter wereld geworden. Een museum dus, maar dan wel één waar alles te koop is. Tegen topprijzen natuurlijk! Maar ja, waar koop je tegenwoordig nog zomaar een Van Gogh. Of een Francis Bacon (1809-1992), de kunstenaar waarvoor tegenwoordig op veilingen gigantische bedragen worden betaald. Vraagprijs op de beurs € 30 miljoen. Of een doekje met één chrysant op een rozige ondergrond voor € 2,5 miljoen. Duur bloemetje, maar dan wel van Mondriaan! Logisch dat de verzekerde waarde van alle aanwezige stukken zo rond de € 2 miljard lag.

Francis Bacon
Francis Bacon
Mondriaan
Mondriaan

Niet dat ik van plan was iets te kopen, echt een ietsie pietsie te begrotelijk. Maar omdat ’t er de laatste paar jaar niet van was gekomen, werd het toch tijd die wonderschone beurs weer eens te bezoeken. Want wonderschoon is ie. De aankleding alleen al! Geen beurs in Nederland die zo mooi wordt opgesierd met bloemstukken, vloerbedekking en meubilair als hier. En dan heb ik ’t nog niet over de stands zelf en hun inhoud!

Bij de moderne kunst vanaf zo rond 1860 kom je echt elke bekende kunstenaar tegen. Monet, Manet, Degas, Renoir, Picasso, Braque, Léger, Dubuffet, Egon Schiele, Gustav Klimt, Dali, Max Ernst, Je kunt je eigenlijk beter afvragen wie er niet hangt. En dan wordt het echt moeilijk een naam te verzinnen. Zo kwam ik zelfs een werk tegen van Berthe Morisot, één van mijn vrouwelijke kunstheldinnen en één van de weinige vrouwelijke impressionisten uit de begintijd van die stroming. Volkomen onterecht weggeschreven uit de kunstgeschiedenis. Maar dat is een bekend verschijnsel in de lang door mannen beheerste geschreven kunstgeschiedenis. Feministisch gedacht? Nee hoor, helemaal niet. Zo langzamerhand levert gedegen wetenschappelijk onderzoek voldoende bewijs voor die stelling. Daarom des te leuker dus een schilderij van Berthe op de Tefaf te zien. Misschien moet ik over haar nog maar eens iets schrijven in dit blog.

Berthe Morisot
Berthe Morisot
Anthony van Dyck
Anthony van Dyck

En dan natuurlijk nog de 17de eeuw! Gewoon even een losse greep. Anthony van Dyck voor maar

€ 6,5 miljoen, Jan van Goyen, Aelbert Cuyp, Abraham Bloemaert, Jan Lievens, etsen van Rembrandt. Zoals hierboven al geconstateerd; een topmuseum. Wel overigens sinds een paar jaar voor een toptoegangsprijs van € 55. Want de organisatie wilde het voortdurend stijgende aantal bezoekers beperken door middel van een duur prijskaartje. Daardoor stabiliseert dat aantal nu rond de 70.000! Ik had overigens lekker een vrijkaartje. Tot volgende week.

 

Tefaf 4

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

To culture or not to culture


Marseille 01

Vrij naar Shakespeare hebben ze in Marseille besloten niet aan dat “not” te willen doen. Daarom wist de stad enkele jaren geleden de titel ‘Culturele Hoofdstad van Europa 2013′ binnen te halen. En als Fransen iets aan hun cultuur gaan doen, dan mag dat een paar centen kosten. Zeshonderd miljoen euro’s waren beschikbaar om die arme, vervallen en door allochtonenproblemen geplaagde stad aan te pakken. Zowel infrastructureel als cultureel. Nieuwe wegen, te renoveren wijken en vooral rondom de oude haven in het hart van de stad op te knappen winkelstraten . Ooit legden in die Vieux Port de oceaanstomers aan, net als in Rotterdam. Wereldhavens midden in de stad. Rotterdam heeft daar nu de Maasvlakte voor, Marseille heeft haar Vieux Port omgetoverd in een gigantische plezierhaven met rondom de bijbehorende  horeca .

Marseille 02

Marseille 03

Marseille 04

Met nu ook nog voor dat culturele aspect drie nieuwe musea erbij. Daarvan is het MuCEM, ’t Musée des civilations de l’Europe & de la Méditerranée, zondermeer de grootste trekpleister. Geïntegreerd met het oude, prachtig opgeknapte Fort Saint-Jean heeft de architect een echt kunststukje verricht. Zie de foto’s hierboven.

Op een steenworp daarnaast is de Villa Méditerranée verrezen, ook al zo’n iconisch bouwwerk (zie foto’s hieronder). De vervallen aanblik van Marseille vanuit zee is helemaal opgepimpt. Oud met nieuw kan echt iets moois opleveren.

Marseille 05

Marseille 06

Met nog een tweede steenworp erbij kom je nu bij een groot, oud sanitairgebouw dat is omgebouwd tot het Musée Regards de Provence, een nieuw museum voor regionale kunst. En al die musea geven aandacht aan wat de landen rond de Middellandse Zee met elkaar bindt en van elkaar scheidt. Geschiedenis, toekomst, cultuur, godsdienst, wat al niet.

Wat er nu getoond wordt is interessant maar in mijn ogen nog geen top. Dat was er wel in het gerenoveerde 19de eeuwse Musée des Beaux-Arts. Van Gogh, Matisse, Cézanne, Monet, Renoir, Gauguin, om maar een paar kunstenaars te noemen die hun sporen nalieten aan de Zuid-Franse kust.

Veel museumgeweld dus dat een paar dagen Marseille beslist de moeite waard maakt. Afgezien nog van ander cultureel geweld op het gebied van bijvoorbeeld muziek en dans, in zowel Marseille als ook  Arles en Aix-en-Provence. Want die steden doen ook mee onder de noemer van Culturele Hoofdstad. Dus als je kans ziet, op naar de zonnige Provence!

Maar wat dit voor Marseille in de toekomst oplevert? Hoe ze jaar in jaar voldoende publiek naar die nieuwe musea kunnen blijven trekken? Hoe dit de stad de benodigde oppeppers kan geven? Tja, daarop weet ik nu even het antwoord niet. Tot volgende week.

TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz

 

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

De Galerie der Onsterfelijken


De Galerie der Onsterfelijken? Wat is dat? Ik moest aan die Galerie denken toen een poosje geleden bekend werd gemaakt dat museum Het Mauritshuis in Den Haag een nieuwe aankoop had gedaan. Van Clara Peeters het “Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen”, een schilderij van rond 1615 (zie foto hierboven). Het is in zijn soort een prachtig werk, virtuoos geschilderd. En toen dacht ik ineens “zou die Clara Peeters eigenlijk wel voorkomen in die Galerie der Onsterfelijken?”. Dat overzicht van honderd beroemde Nederlandse schilders uit de afgelopen eeuwen is een initiatief van de Stichting Kunstweek die ook de verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar organiseert. Op het stemformulier op www.kunstweek.nl/verkiezing2012/  kun je zowel een stem op een genomineerde en dus nog levende kunstenaar uitbrengen als op een dooie kunstenaar. Want om onsterfelijk te worden moet je eerst wel overtuigend dood gaan. Denk maar aan Rembrandt, van Gogh, Vermeer, Mondriaan, enz.

Clara Peeters komt op die lijst dus niet voor. Trouwens, veel andere vrouwelijke kunstenaars ook niet. Maar vijf van die honderd onsterfelijken zijn vrouw. De 17de eeuwse Haarlemse Judith Leyster (zie zelfportret) en nog vier anderen uit de 19de en 20ste eeuw. Dat vind ik raar! Want alleen in de 17/18de eeuw al had je ook nog beroemde kunstenaars als Maria van Oosterwijck en Rachel Ruysch, net als Clara Peeters gespecialiseerd in stillevens. Dat gebeurde vaak noodgedwongen omdat vrouwelijke kunstenaars allerlei beperkingen kregen opgelegd die voor mannen niet golden. Ik schreef daarover al eens n.a.v. een expositie in Parijs van Artemisia Gentileschi, één van mijn favorieten.

Neem bijvoorbeeld de superklasse bloemstillevens van Rachel Ruysch (1664-1750). Die vind je in musea over de hele wereld. Haar schilderijen brachten tijdens haar leven regelmatig meer op dan er voor werken van Rembrandt ooit betaald was. Die hoort toch gewoon bij de Onsterfelijken? Er ligt een schone taak bij de Kunstweekorganisatie om die Galerie eens goed op te schonen. Meer vrouwen erin, kwaliteit genoeg!

Bij de 90 genomineerden voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar is het gelukkig beter. Bijna 30 ervan zijn vrouw. Waarbij dus ook mijn naam. De eerste publieke stemmingsronde is nu voorbij. Twintig namen blijven er over. Of ik daarbij zit? Afwachten maar, de lijst wordt binnenkort bekend gemaakt. Een intrigerende vraag is nu natuurlijk wel wie van al die vrouwen in de hopelijk pas verre toekomst die Galerie der Onsterfelijken meer in evenwicht gaat brengen. Tot volgende week.

TOOS.

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag