Over fonteinen, de Oortwolk en de Heilige Martinus


één van de elf nieuwe fonteinen in Friesland

Een wat warrige titel? Klopt! En dat zit zo. Ruim een maand geleden, oftewel zo’n vijf blogs terug, verkeerde ik in onze Europese Culturele Hoofdstad van 2018. Leeuwarden dus. Om er de Reuzen-manifestatie uit Frankrijk te aanschouwen. De reis erheen verliep via de Afsluitdijk en tussenstops inHarlingen en Franeker. Twee van die bekende Elf Friese Steden. Maar waarom die tussenstops? De verklaring zit ‘m in fonteinen.

Kijk, die winterse Elfstedentocht kunnen we vanwege de warmere toekomst waarschijnlijk wel op onze buik schrijven, maar die steden willen natuurlijk toch wel een beetje in de toeristische running blijven. En vrijwilligers om die hele tocht elk jaar op heroïsche wijze zwemmend af te leggen zullen na Maarten van der Weijden waarschijnlijk dun gezaaid zijn. Maar daar hebben ze in Friesland iets op gevonden. Een Elffonteinentocht. In het kader van dat culturele hoofdstad zijn van Leeuwarden mochten de andere steden en stadjes ook meedoen. Ze kregen elk een fontein, ontworpen door een bekende, meestal buitenlandse kunstenaar. Over dat hele proces zijn op NPO zelfs drie documentaires vertoond (nog steeds terug te zien). Heel interessant op diverse manieren. Maar dat is een ander verhaal.

de walvis-fontein in Harlingen

Voor mij was dit een reden om onderweg al vast twee van de elf te bezoeken. Eerst die, op z’n Fries, in Harns en daarna die van Frentsjer. Die van Harlingen (zie foto hierboven) vind ik echt een sof. Een heel af en toe wat magertjes spuitende walvis in de Waddenzeehaven, veel te ver weg om te belopen en nog slecht zichtbaar ook. Jammer. Maar in Franeker wachtte een verrassing.

de fontein in Franeker waarover ik de uitleg sta te lezenWant waar stond daar die fontein? Precies op de plek waar ik in het verleden wel de auto parkeerde om schilderijen uit te laden voor mijn grote exposities in de Martinikerk. Zie daar dus die Heilige Martinus uit de titel. De Romeinse soldaat die bij een stadspoort van Amiens met zijn zwaard de helft van zijn Romeinse soldatenmantel afsneed om die aan een bedelaar te geven die het stervenskoud had. Heel wat middeleeuwse kerken, ook die in Franeker, benoemden hem tot schutspatroon.
de Martinikerk in volle glorie, nog zonder de fontein

In die prachtige 14e eeuwse pseudobasiliek had ik in 1996, 2004 en 2013 grote solotentoonstellingen in samenwerking met Anita van Os van galerie De Roos van Tudor. En dan moet je toch werk kunnen uitladen. ’t Liefst vlak bij de ingang. Nu dus de plek die defontein zich heeft toegeëigend. Op het verklarende bordje las ik waardoor de Franse kunstenaar Jean-Michel Othoniel zich voor zijn kunstwerk had laten inspireren. Namelijk door de in Franeker geboren wereldberoemde Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort (1900-1992) en zijn hypothese van de Oortwolk (klik maar hier voor meer astronomische informatie). Levensgezel, nog druk aan het fotograferen, bleek blij verrast bij mijn mededeling hierover. Goh, wat leuk, een fontein met wetenschappelijke inspiratie. En ja, met zijn natuurkundige achtergrond kende hij natuurlijk zowel Oort als de Oortwolk. Maar dat Oort in Franeker was geboren? Dat was nieuw voor hem.

Die Martinikerk heeft een dierbaar plekje in mijn hart. Vanwege die exposities en de vele uurtjes die ik er op mijn knieën doorbracht. Nee, niet om boete te doen. Maar wel om er op nog maagdelijk witte doeken delen van eeuwenoude grafstenen over te nemen met de rubbing techniek. Doek op de steen leggen en er dan met een oilstick overheen te wrijven. Zie onderstaande foto’s uit de verschillende jaren maar.

1996
2004
groot door mij beschilderd blauw zeildoek met de Heilige Christoffel (2004)
2013

Zo zie je ook gelijk mijn eigen verschillende jaargangen voorbij komen. Ik heb ’t altijd heerlijk gevonden er in de zomermaanden te kunnen werken en exposeren. Hierbij nog een paar foto’s van mijn expositie ‘Helden’ daar in 2013.

Prachtig toch, die kerk? En elke keer zo’n tienduizend bezoekers. Ook niet onaardig. Over die laatste expositie staat trouwens ook nog een filmpje op YouTube https://youtu.be/H3JmKOUojZQ. (als de video geblokkeerd blijkt deze link gebruiken)

En die resterende negen fonteinen? Die komen hier vast nog wel een keer voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Barocker Rubens centraal in Antwerpen


aanzicht van Antwerpen in de tijd van Rubens met heel wat kerktorens meer dan tegenwoordig
standbeeld van Rubens bij de kathedraal

Stel dat Antwerpen in 1585 niet was heroverd door het Spaanse regime en daardoor onderdeel zou zijn gebleven van de Noordelijke Nederlanden. Van de calvinistische Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden dus. Zou die stad dan dit jaar de manifestatie ‘Antwerpen Barok 2018. Rubens inspireert’ hebben kunnen organiseren? Een intrigerende vraag die in me opkwam na een huizenruil met vrienden. Zij voor een paar dagen in mijn Middelburgse pakhuis en wij in hun appartement in het centrum van Antwerpen. Om daar op ’t gemakkie dat groots aangepakte evenement te kunnen bewandelen. Met barok, heel veel swingende barok. Het kunstige paradepaardje van de roomse Contrareformatie in de 17e eeuw. Dat die kunststroming ’t in ons landje van Reformatie en protestante ketters nooit echt heeft kunnen maken is natuurlijk wel duidelijk.

Wij hebben natuurlijk wel ‘ons’ schildergenie Rembrandt (1606-1669) en het woord Rembrandtesk. Maar de Antwerpenaren hebben als antwoord daarop ‘hun’ barokke ster Rubens (1577-1640) en zijn voluptueuze Rubensiaanse vrouwen. Rembrandt en Rubens, beiden dus min of meer tijdgenoten en beiden heel succesvol. Alhoewel bij Rubens de florijnen zijn leven lang in grote golven bleven binnenstromen terwijl dat bij Rembrandt uiteindelijk nog hooguit golfjes waren. Maar zou de roomse Rubens zonder die Spaanse overwinning in een calvinistisch Antwerpen zijn internationale kunstcarrière wel hebben kunnen ontplooien? Met al die opdrachten uit o.a. Frankrijk, Spanje en van de katholieke kerk? Of zou hij dan verhuisd zijn? En had Antwerpen dan niet, zoals nu, met hem kunnen uitpakken? Want dat doen ze, uitpakken!

interieur van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal

Ben je ooit in Antwerpen in de Sint-Carolus Borromeuskerk, de Sint-Jacobskerk of de Sint-Pauluskerk geweest? Ik tot onlangs in ieder geval niet. Ja, wel natuurlijk in de overal bovenuit torenende Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Dat grote kerkse museum met prachtige kunst in een middeleeuwse ambiance van hooggotiek.

kathedraal: Rubens, De kruisoprichting 1609-10
Rubens, De kruisafname 1611-14
Rubens, Tenhemelopneming van Maria 1626

Maar in die andere, wat meer verscholen liggende eeuwenoude kerken? Nee dus. En nu? Gaan, zeg ik enthousiast! Zoals naar die Sint-Jacobskerk. Rubens eigen parochiekerk waar zich ook zijn graf bevindt. Met natuurlijk een altaarstuk van zijn hand.

de Sint-Jacobskerk
de graftombe van Rubens met zijn altaarschilderij geheimzinnig verlicht via een glas-in-lood-raam

Mooi ook dat er in die kerken heel enthousiaste gidsen rondlopen. Vrijwilligers met mappen vol informatie in hun hand die ongelooflijk veel weten van de kerken, van de Antwerpse geschiedenis en van de kunst. Je kunt ze zomaar in het wild aanspreken en anders doen ze dat jou wel. Vrouwen en mannen met heel veel plezier in hun vrijwilligerstaak. Zo spraken we minstens een half uur lang in die Jacobskerk met een gids die een uitstekende bron van informatie bleek.

Datzelfde gebeurde trouwens ook nog eens in de dominicaner Sint-Pauluskerk met weer een enthousiaste verteller.

in de Sint-Pauluskerk bij een altaarstuk van Rubens
nog meer werk van Rubens daar

En als je ’t over barok hebt? Nou, dan daar wel. Met vanzelfsprekend weer  Rubens. Maar ook met beroemdheden als Anthony van Dijck (1599-1641) en Jacob Jordaens (1593-1678), beiden Antwerpenaren van geboorte. Opnieuw zo’n gratis museum waar je overal je ogen de kunstkost kunt geven.

Het mooie van deze kerkenzoektocht is dat je straatjes en pleintjes ontdekt waar je anders nooit komt. En dan te beseffen dat er in al die eeuwen ook heel wat kerken zijn verdwenen. Door vernielingen tijdens de Reformatorische beeldenstormen in 1566. Door rigoureuze afbraak onder het zeer antiklerikale, revolutionaire regiem van de Fransen, zo tegen 1800. Of gewoonweg door brand en verval. Maar de Sint-Carolus Boromeuskerk staat er nog.

de Sint-Carolus Boromeuskerk
Rubens, De terugkeer van de Heilige Familie 1620

Met ook weer barok in een overdadig en toch groots interieur. En van wie is er daar natuurlijk weer kunst te zien? Inderdaad, Rubens! Ten minste, zijn handtekening staat eronder. En niet die van één van zijn vele medewerkers. Want zou hij al die vele joekels van doeken in zijn eentje hebben vol geschilderd? Reken maar van niet. Dat komt wel tot uiting in het Rubenshuis.

het oorspronkelijke atelier van Rubens en zijn medewerkers in het Rubenshuis
in de achtertuin van het Rubenshuis

Nu een museum, destijds zijn woonhuis annex atelier. Niet onaardig toch, zo’n verblijfplaats?

In Nederland gaan we nu trouwens ook een flink Rubensgraantje meepikken. Met een net geopende en alom al bejubelde expositie in Museum Boymans. Barocker Rubens swingt hier dus vast nog wel weer een keertje voorbij. Tot volgende week.

TOOS

Kunst op stal bij de Kunst10daagse van Bergen


 “Toos”, vroeg Elisabeth mij eind vorig jaar, “voel jij ervoor mee te doen met de expositie die ik organiseer bij de komende Kunst10daagse in Bergen?” Nou, dacht ik, Elisabeth kennende, dat zou best leuk kunnen zijn. “Maar”, voegde ze er aan toe, “het is wel in een koeienstal. Zonder koeien trouwens, die staan er al een aantal jaren niet meer.” Oeps!! Een koeienstal? Maar geen koeien? Dat is in ieder geval een pluspunt. En omdat ik wel van een kunstavontuur houd, ben ik een flink aantal maanden geleden dus eens in Bergen gaan kijken.

bezoek aan de stal met Elisabeth begin dit jaar

Want in Elisabeth Leijen heb ik zondermeer vertrouwen en de plaats Bergen in Noord Holland staat niet voor niets bekend als behoorlijk cultureel en kunstzinnig. Ga maar na.

Literaire grootheden als Adriaan Roland Holst, ooit onze Prins der Dichters, en schrijver Eduard du Perron woonden er. Adriaan van Dis is er geboren en schilder/dichter Lucebert was er kind aan huis. Daarbij maakten kunstenaars als Leo Gestel, Mathieu Wiegman en Charley Toorop de Bergense School tot een belangrijke schildersbeweging in Nederland. Met als gevolg een prachtige museum.

Museum Kranenburgh in Bergen

Ook die  befaamde Kunst10daagse van Bergen komt natuurlijk uit dit culturele klimaat voort. Dit jaar al weer voor de 26se keer met een verwacht bezoekersaantal van rond de 40.000. Niet gek toch voor zo’n dorp?

Maar wat heeft Elisabeth met dit alles te maken? Ik schreef hier vorig jaar al eens over haar in een blog ergens in oktober. Geboren en getogen in Bergen, Roland Holst over de vloer in het ouderlijk huis, Mathieu Wiegman met zijn atelier op hun erf. Niet gek dus dat haar bloed behalve witte en rode ook heel veel cultuur bloedlichaampjes bevat. Dat alles leidde tot een levensproject, al vanaf haar elfde, waarin ze Nederlandse schrijvers, dichters en kunstenaars verenigt in een aantal boekwerken. Met daarin door hen eigenhandig geschreven teksten en speciaal gemaakte kunstwerken. Namen? Roland Holst natuurlijk en Wiegman. Verder  bijvoorbeeld Gerrit Kouwenaar, Neeltje Maria Min, Juul Deelder, Simon Vinkenoog, Remco Campert en Adriaan van Dis. Naast Kees Verkade, Matthijs Röling, Armando, Jan Wolkers, Anton Heyboer en Dick Bruna. Allemaal door haar benaderd voor een bijdrage. En sinds vorig jaar ook Toos van Holstein. Want zo heb ik Elisabeth leren kennen.

mijn bijdrage aan het levensproject van Elisabeth

Elisabeth’s koeienstal bleek een kunstzinnige uitdaging. Ik kreeg gelijk al ideeën over de manier van inrichten van het grote, achterste deel dat ze mij had toebedeeld. In zo’n geval is mijn iPad een heerlijk werktuig om die vloed aan ideeën te stroomlijnen. Foto van de stal erop en intekenen en plakken maar.

Maar of die ideeën dan allemaal ook haalbaar zijn? Vandaar dus afgelopen week een tweede bezoek. Met rolmaat en de fotograferende levensgezel erbij om ook technische details vast te leggen.

stalbezoek vorige week
koffie en gebak na, samen met de boerin

Wat het uiteindelijk gaat worden in die 10-daagse periode van 19 tot 28 oktober? De kunstradertjes in mijn hersenen draaien op volle toeren.

Wil je meer weten over die Kunst10daagse en het expositieproject van Elisabeth? Kijk dan maar eens hier voor algemene informatie en op https://www.dekunst10daagse.nl/bekijk-kunstenaars-groep/990/exposanten-stalkunst9 voor het koeienstalproject. Tot volgende week.

TOOS

Zeeuwse Zomer aan Zee


Jan Toorop, Zee en duin bij Westkapelle 1907

De zomervakanties zijn voorbij. Ten minste die van de scholen. Wat niet wil zeggen dat de drukte aan de Walcherse kust dan ook voorbij is. Nu wordt ‘t, zoals levensgezel dat uitdrukt, grijze-koppen-tijd. Een paar jaar geleden zagen we dat begin september op een zaterdag levendig geïllustreerd. Zeeland  binnenrijdend vanaf Bergen op Zoom constateerden we dat het tegemoet komend verkeer substantieel bestond uit met gezinnen gevulde campers en gezinsauto’s met fietsen en fietsjes achterop of met de bekende sleurhut er achter. En Zeeland in? Ook zoiets, maar dan met een vulling van veelal ‘grijze koppen’. Een Zeeuwse Zomer aan Zee bestrijkt tegenwoordig dan ook flink wat maanden. Was die periode begin 20ste eeuw absoluut korter en rustiger, ze was er niet echt minder zomers door. Kijk maar.

Ferdinand Hart Nibbrig, Gezicht op het dorp Zoutelande 1912

Dit schilderij maakt deel uit van ‘Aan Zee’, een heerlijk zomerse tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum helemaal gewijd aan Walcheren. De rust die Zoutelande hier nog uitstraalt is deze stralende zomer trouwens wel anders geweest. Zou de hit ‘Zoutelande’ van het Zeeuwse Bløf hier ook een aandeel hebben gehad? ’t Is maar een vermoeden! Grappig dat in de bijbehorende video ook een soortgelijk vogelvluchtoverzicht van het dorp wordt gegevens als op het schilderij.

Maar waarom nu juist Walcheren in het Gemeentemuseum? Gewoon omdat ze er de grootste verzameling Mondriaans ter wereld bezitten. En daar willen ze af en toe natuurlijk wat mee. In dit geval in samenhang met werken van Jan Toorop, Jacoba van Heemskerck en dus Ferdinand Hart Nibbrig. Want al die kunstenaars kwamen rond 1910 een aantal zomers lang samen in Domburg. Destijds the place to be voor de adel en de rijken van Europa. En daardoor dus ook voor kunstenaars. Een kwestie van follow the money. Maar dat is weer een ander verhaal.

Het viertal kwam er trouwens niet alleen om te schilderen bij het beroemde Zeeuwse licht maar ook om te discussiëren en filosoferen over kunst in het algemeen in samenhang met hun eigen werk.

Jan Toorop (1858-1928), al behoorlijk beroemd tijdens zijn leven, was daarvan de aanstichter. Hij maakte de anderen enthousiast voor Domburg en omstreken en introduceerde bij hen ook het zogenaamde pointillisme. Een manier van schilderen met kleine kleurige puntjes die hij meenam vanuit zijn verblijf in Brussel waar dat weer was komen aanwaaien vanuit Parijs. Destijds het magisch en episch kunstcentrum van de wereld. Maar ook dat zijn weer andere kunstverhalen.

Jan Toorop, Zee en duinen te Domburg 1908
Jan Toorop, Dijkweg bij Westkapelle 1910
Ferdinand Hart Nibbrig, Zeeuws meisje 1914

Hart Nibbrig (1866-1915) bleef daarna zijn leven lang dat pointillisme trouw. Ook was hij zo enthousiast over Zoutelande dat hij er maar gelijk Huize Santvlught liet bouwen. Een nog steeds bestaande villa. Hij zal vast wel een paar losse familiekapitaalcenten hebben gehad want met zijn schilderen heeft ie ’t vermoedelijk

niet verdiend.

Jacoba van Heemskerck (1876-1923) zag uiteindelijk meer in het kubisme en de Duitse Expressionisten.

Jacoba van Heemskerk, Twee bomen 1908-1910
Jacoba van Heemskerk, Kasteel van Westhove 1913
overzicht van contributies voor het chique Badpalviljoen van Domburg

Maar ze bleef Domburg wel trouw. Niet zo moeilijk trouwens. Want haar rijke vriendin Marie Tak van Poortvliet, de eerste Nederlandse verzamelaar van moderne kunst, hoefde daar geen villa meer te laten bouwen, die bezat ze namelijk al. Villa Loverendale, een huis van zoete inval voor kunstenaars, kunstcritici en verzamelaars. Een grotendeels niet onbemiddeld gezelschap. Want ga maar na. Het boven op de duinen gelegen oude Badpaviljoen, een prachtig cultureel trefcentrum voor de toenmalige jetset, was alleen voor leden en introducees toegankelijk via een contributie van 10 gulden voor 4 maanden (zie foto). Beslist een hoop geld meer dan een eeuw geleden. Maar daarvoor had je dan ook wat met vanzelfsprekend een speciale herenzaal en aparte leesruimte voor de dames.

Badpaviljoen linksboven op het duin

En Mondriaan? Voor hem waren die Walcherse zomers en de schilderijen die hij er maakte van kerktorens en duinlandschappen vooral de opmaat naar zijn nu wereldberoemde abstractie met vlakverdeling door verticale en horizontale lijnen.

Mondriaan, Duin IV 1909
Mondriaan, Duinlandschap 1911
Mondriaan, Kerk te Domburg 1911
Mondriaan, Kerkgevel I-kerk te Domburg 1914

Hij is duidelijk de meest zoekende en vernieuwende van de vier kunstenaars, zo blijkt wel uit de expositie. Echt een aanradertje (nog tot 18 november). Je houdt er gewoon een heel blij en zomers gevoel aan over. Zie ook nog maar de officiële video van het museum.

Tot volgende week.

TOOS