Ooit was Rembrandt jong


Zou Rembrandt ooit kindertekeningen hebben gemaakt? Je weet wel, van die A4’tjes die trotse ouders en grootouders met een punaise ergens op prikken. Met van die abstracte strepen erop of van die zogenaamde kop-potelingen waarin het middenlichaam ontbreekt. En die dan jarenlang blijven hangen als de eerste uitingen van een artistiek talent in ontwikkeling.

Om op die beginvraag terug te komen,dat kan bijna niet anders. Maar hoe? Van A4’tjes had toen nog nooit iemand gehoord. Even achteloos een dik pak wit of gekleurd papier kopen in de winkel? In de 17e eeuw? Vast niet. Laat staan een set viltstiften in allerlei kleuren of die Caran d’Ache doos met een gigantische hoeveelheid kleurpotloden.

een stoere Rembrandt voor het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden

Toch moet Rembrandt als kind op de een of andere manier zijn tekentalent hebben kunnen uiten. Van mezelf weet ik nog dat ik als kind heel veel zat te tekenen. Lekker afgezonderd in mijn eigen hoekje op zolder. Helemaal in mijn eigen wereldje. Net zoals dat ik er in de tekenles behoorlijk bovenuit stak op de Middelbare Meisjesschool. Die onvolprezen MMS, de vrouwelijke pendant van de ook al heel lang verdwenen HBS. En dat ik van de tekenleraar toch nooit een hoger cijfer kreeg dan een 7 of 8. Gewoon omdat die docent vond dat het altijd beter kon. Iets waarin hij natuurlijk helemaal gelijk had. Hoe dat toen met de in 1606 geboren Leidse Rembrandt Harmenszoon van Rijn zat? Dat zal wel voor altijd in het geschiedenisduister verborgen blijven.

Maar op de expositie ‘Jonge Rembrandt-Rising Star’ in het prachtig verbouwde museum De Lakenhal in Leiden hangen gelukkig toch een paar werken uit zijn jonge jaren. Zoals ‘De brillenverkoper’, een schilderij dat hij maakte zo rond zijn 18e. Of die tekening van zijn vader, gedateerd ergens tussen 1625 en 1630.

En ook onderstaande twee olieverven van ergens rond zijn 20ste.

De doop van de kamerling, 1626
Historiestuk, 1626

Goeie schilderijen natuurlijk, zondermeer. Maar toch beslist nog niet de Rembrandt zoals we hem van later kennen. Ach, mag ‘t? Zo rond die leeftijd? Als je nog je weg en je stijl aan het vinden bent. En als je opbokst tegen je vriend Jan Lievens (1607-1674) met wie Rembrandt een atelier deelde.

Maar dan een paar jaar later!

De ontvoering van Proserpina, 1630-31
Simeon in de tempel. 1630

Daar is ie al, ‘onze’ Rembrandt. De kunstenaar die de wereld nog steeds verbaasd doet staan met zijn destijds zo innovatieve wereld. Het licht-donker met daarin prachtig geheimzinnige lichtaccenten die spaarzaam opflitsen. Die lossere manier van schilderen die toen helemaal ‘in’ werd, maar in zijn laatste levensfase weer ‘uit’ raakte. Ach, trends en mode in de kunst zijn van alle tijden, daar is nog steeds helemaal niks in veranderd.

Oosterse vorst, 1632

Die ontwikkeling in Rembrandts stijl in zijn jonge jaren, dat is wat deze tentoonstelling zo interessant en aantrekkelijk maakt. Knap dat ze dit beeld kunnen schetsen in de na een grondige verbouwing zo mooi afgestofte Lakenhal. Dankzij heel veel uitlenen, dat wel. Want zelf bezitten ze daar niet veel van één van hun beroemdste inwoners. Zelfs zijn geboortehuis is in de 20e eeuw afgebroken.

er hangen ook prachtige tekeningen

Nog een van die interessante facetten van de expositie vond ik een paar grote prenten van Rembrandt . Prenten gemaakt met een schilderij als basis. En in samenwerking met de Leidse prentmaker Jan Gillisz. van Vliet. Met natuurlijk de prent in spiegelbeeld ten opzichte van het schilderij. Dan moet je van te voren heel goed nadenken over de compositie. Vertel me wat, ik heb ten slotte een flink aantal steendrukken gemaakt in de loop van de tijd.

Tot begin februari kun je er nog heen. Wat mij betreft, doen!! Tot volgende week.

TOOS

Rembrandt 350 Jaar bijna verleden tijd


zo rustig zie je het Rijksmuseum zelden

Nog even en Rembrandt is al weer 351 jaar geleden overleden. Dus komend jaar is ’t uit met de pret van al die speciale Rembrandt exposities van dit jaar. Maar als je snel bent, kun je er nog twee prachtige bezoeken. Tussen alle schildersdrukte door voor de volgende editie van mijn ‘The 70-Series and More’ half januari in Eersel wilde ik daarvoor absoluut tijd vrij maken.

Dus liep ik op een heel speciale donderdagavond rond in het Rijksmuseum bij ‘Rembrandt-Velázquez’ (nog tot 19 januari) en een paar dagen later bij ‘Jonge Rembrandt-Rising Star’ in Leiden (tot 9 februari). Alle twee om verschillende redenen meer dan de moeite waard.

Die donderdagavond was sowieso al bijzonder. Want heb ik op de foto hierboven het Rijksmuseum zomaar helemaal voor mijzelf? Nou, bijna! Levensgezel maakte deze foto terwijl we op dat moment echt de enigen waren in de beginzaal van ‘Rembrandt-Velázquez’. Een kwestie van ‘slim’ rondlopen.

Het was een avond voor houders van de Rembrandtpas. Een soort Museumkaart, maar dan van de Vereniging Rembrandt. Met vergeleken bij de Museumkaart allerlei voordelen als vrij toegankelijke lezingen over kunst en cultuur, speciale toegangsdagen bij speciale exposities, een eigen magazine en nog zowat meer. Nu opende die donderdagavond het Rijksmuseum speciaal de deuren enkel en alleen voor Rembrandtpas-bezitters en kon je tot twee keer toe een boeiend verhaal aanhoren van de samensteller van ‘Rembrandt-Velázquez’. Best aanleiding voor nog weer eens een ander verhaal, die Rembrandtpas. Nu terug naar die eerste zaal.

de beginzaal van ‘Rembrandt-Velázquez’

Met ‘De Vaandeldrager’ waarin Rembrandt zelf in een lekker protserig pak stoer staat te wezen. Ik voelde me, heel eventjes maar trouwens, één van de Rothschilds. Want die niet echt onbemiddelde familie heeft daar al heel lang van kunnen genieten. Maar ze willen ’t nu wel kwijt voor een leuk prijsje. Van de Franse regering echter mag ’t de komende twee jaar het land nog niet uit. Cultureel erfgoed of zoiets. Behalve zoals nu voor zo’n speciale uitleen. Als in die tijd iemand daar minimaal 165 miljoen ophoest, blijft ’t er. Lukt dat niet, dan, zo gaat het gerucht, wil het Rijksmuseum wel een poging wagen. Net zoals enkele jaren geleden bij Marten en Oopjen. Toen ook in het bezit van de Rothschilds. En nu als gemeenschappelijk bezit van het Rijksmuseum en het Louvre hangend naast een paar even grote  portretschilderijen van Velázquez.

alweer alle ruimte

Van Velázquez zag ik een aantal jaren geleden enkele van zijn beroemdste schilderijen hangen in het Prado in Madrid. Indrukwekkend! Maar nu met die twee portretten naast Rembrandt’s Marten en Oopjen? In voetbaltermen, Ajax won overtuigend van Real Madrid. Ik zag het in vooral zwart geklede echtpaar nu voor de derde keer en ze worden steeds indrukwekkender. Zoals Rembrandt allerlei nuances zwart ongelooflijk levendig in de jurk van Oopjen heeft verwerkt is technisch echt ongelooflijk. Minimaal vijftig tinten zwart! Het zwart van Velázquez lijkt daarbij vergeleken zelfs saai en vlak. En dat zegt iets!

Zo worden Velázquez en Rembrandt meer met elkaar geconfronteerd.

en nog eens bij Rembrandts ‘De Staalmeesters’ en ‘De smidse van Vulcanus’ van Velázquez
zelfportretten van Rembrandt en Velázquez
‘Vrouwelijke figuur’ van Velázquez en ‘Lezende oude vrouw’ van Rembrandt
zelfportret van Rembrandt als ‘Apostel Paulus’ en ‘Nar met boeken’ van Velázquez

Als je dat als een soort wedstrijd zou willen zien, vind ik dat over het geheel genomen Rembrandt wint. Hij schildert levendiger, menselijker, vriendelijker. Maar ja, ben ik wel objectief? De schilderkunst uit onze Gouden Eeuw (oeps, politiek correct niet meer helemaal de juiste term, geloof ik) heeft een heel andere basis dan de Spaanse kunst destijds. Even heel wit-zwart: protestantisme tegen katholicisme, burgerij tegen adel, grotere geestelijke vrijheid tegen strenge dogma’s. En dat heeft invloed. Ik vond dit heel mooi geïllustreerd in onderstaande foto.

Eén van mijn lievelings-Rembrandts, Het Joodse Bruidje, naast ‘Christus omhelst de heilige Bernardus’ van Francisco Ribalta, een andere Spaanse grootmeester. Alle twee prachtige werken. Maar geef mij dan in plaats van de overgrote katholieke devotie en overgave toch maar die lieflijke tederheid in gebaar en blik.

 

En die Jonge Rembrandt in De Lakenhal in Leiden? Die komt er nog aan. Tot volgende week.

TOOS

‘Kamers van nu’ in een pakhuis van toen


pakhuis Holstein, Korendijk 56, Middelburg

Voor alles in het leven is er een eerste keer. Dus ook voor zoiets als een kunstige kruisbestuiving tussen de 20-jarige Kunst en Cultuurroute Middelburg en De Vleeshal. Het sinds de 70-er jaren bestaande Middelburgse en tot over verre grenzen bekende  centrum voor hedendaagse internationale kunst. En die eerste keer gaat dan ook nog eens gebeuren in mijn eeuwenoude pakhuis Holstein. Er wordt daar op 1 december Zeeuwse kunsthistorie geschreven. Aangenomen dan dat, zoals ik denk, dit ook echt de eerste keer is. Intrigerend daarbij is dat ik op dit moment zelf nog niet eens goed weet wat me allemaal staat te wachten. Hoe dat alles in elkaar steekt? Lees maar.

Vorig jaar is De Vleeshal gestart met het project ‘Rooms of Now’. Daarbij wordt een kunstenaar door Roos Gortzak, directeur van De Vleeshal, gevraagd kunstzinnige ingrepen te doen in een Middelburgs huis. Dat pand wordt daarna een aantal dagen opengesteld voor het publiek. Maar dan moeten er daarvoor natuurlijk wel huizen beschikbaar zijn. Dus dacht ik ‘waarom niet bij mij?’. Het gevolg?

het team van De Vleeshal ter oriëntatie bij mij op bezoek

In het woongedeelte van mijn pakhuis uit 1738 vindt komende zondag 1 december om 15 uur de officiële opening plaats van ‘Rooms of Now #4’. In aanwezigheid van natuurlijk de ingrijpende kunstenaar, van Roos Gortzak en van iedereen die denkt ‘daar wil ik bij zijn en dat pakhuis wil ik wel eens zien’.

Beneden ben ik dan in mijn atelier al vanaf 13 uur bezig met de 11e en laatste editie van 2019 van onze onvolprezen kunstroute. Twee exposities dus in één pand. Het lijkt bijna de Kunsthal in Rotterdam wel, dat pakhuis Holstein! Wat er beneden is te beleven, heb ik natuurlijk zelf in de hand. Maar boven? Dat wordt in ieder geval een twee jaar geleden gecreëerde video-installatie van kunstenaar Inge Meijer (zie foto).

de video-installatie van Inge Meijer twee jaar geleden in een speciale ruimte

Waar die precies komt te staan, hoe groot ’t wordt, hoe mijn woonplezier wordt beïnvloed en wat er bij te ervaren valt? Ik heb nog geen flauwe notie, ik laat me deze week maar gewoon verrassen door het Vleeshalteam. Wel weet ik al dat er twee reprises gaan plaatsvinden. Namelijk op zondag 5 januari en zondag 2 februari. Die verplichting heb ik graag op me genomen voor dit experiment, voor deze kruisbestuiving tussen De Vleeshal en de Kunstroute.

een recente foto van mijn woongedeelte op 1e en 2e etage

En wat ik ook al weet, is dat ik beneden naast mijn eigen kunst ook mijn nieuwe boek ‘TOOS VAN HOLSTEIN II, for me art is travelling the mind’ presenteer. Voor €35 heb je dan bijna anderhalve kilo boek met meer dan 200 pagina’s. Met heel veel foto’s van mijn kunstwerken vergezeld van bijbehorende overpeinzingen en verhalen, met artikelen van kunstcritici en kunstverzamelaars en met, als toegevoegde waarde, een opdracht plus origineel tekeningetje. Als ik daar ten minste de tijd voor krijg.

Welkom dus op de Korendijk 56 vanaf 13 uur voor de Kunst en Cultuurroute in mijn atelier en om 15 uur bij de officiële opening van ‘Roomsof Now #4’ in mijn woonhuis. Over dat laatste valt nog meer lezen op https://vleeshal.nl/nl/publieksprogramma/rooms-of-now-4. Tot zondag en anders tot volgende week.

TOOS

Het al eeuwenoude glazen plafond voor de vrouw in de kunst


cover van het nieuwe nummer van het ‘Holland Côte d’Azur Magazine’

De Nederlandse Club aan de Côte d’Azur floreert al jaren. Niet zo raar want er wonen daar duizenden Nederlanders. Óf omdat ze er hun Fransgetinte euro’s verdienen óf vanwege het azuurblauwe invullen van hun pensionadostatus. Zelf werd ik ergens in de jaren 90 lid van de club. Ik verkeerde toen ten slotte toch al regelmatig in die regio, zeker nadat ik er zelfs een atelier kon verwerven.

Zo’n vijftien jaar geleden werd ik door de redactie van het verenigingsblad ‘Holland Côte d’Azur Magazine’ gevraagd of ik in dat zeer verzorgde kwartaaltijdschrift de kunstpagina’s wilde vullen. Nou, eens in de drie maanden drie pagina’s met tekst en plaatjes, dat moest kunnen. Zeven achtereenvolgende jaren heb ik toen met veel plezier mijn zogenaamde ‘Kunststukjes’ gemaakt. Zowel gericht op de kunst aan de Côte als op algemenere items . Hoewel dus al weer wat jaartjes geleden valt dat alles nog steeds terug te lezen op mijn website www.toosvanholstein.nl.  Onder de knop ‘Publicaties’ en dan ‘Kunststukjes’.

pagina over de ‘Kunststukjes’ op http://www.toosvanholstein.nl

Recht vanuit mijn kunsthart schreef ik daarbij ook over vrouwen in de kunst. Want ik was er, pas na mijn academietijd, achter gekomen dat die vrouw in de kunst in voorgaande eeuwen behoorlijk in het verdomhoekje had gezeten. En dat er in de 20e eeuw naast dat beruchte glazen plafond voor de vrouw ook nog steeds een heel laaghangend kunstplafond voor ons bestond. Niks geen probleem om daar zonder te springen je kop tegen te stoten. Iets dat trouwens nog steeds geldt.

Want ga maar na. Een van de belangrijkste dikke academiepillen die we als student moesten doorploeteren was het standaardwerk ‘Wereldgeschiedenis van de kunst’ van de Amerikaan Janson. Geen vrouwelijke kunstenaar in te bekennen! Geen enkele! Echt, Toos? Echt, geen enkele. Pas in de 5e en herziene druk van 1995 mochten ze er, bij de gratie van de mannelijke kunstgoden, mondjesmaat in. In nog zo’n modern standaardwerk, ‘Eeuwige Schoonheid’ van Gombrich, waren vrouwelijke kunstenaars ook de bekende naald in de hooiberg. Hoezo modern standaardwerk!

Ik vond ’t dus heel logisch om als hedendaagse vrouwelijke kunstenaar over dat soort zaken te schrijven in die ‘Kunststukjes’. Met o.a. als inspirerend voorbeeld de Guerrilla Girls. Een in 1985 opgerichte groep van Amerikaanse vrouwelijke kunstenaars. Van hen is onderstaande, onsterfelijke affiche over de naakte waarheid.

Sinds die tijd is er best wel wat gebeurd. Maar of we er al zijn? Ter illustratie het volgende verhaaltje. Kunstgeschiedenisdocente Karin Haanappel groeit in Nederland steeds meer uit tot DE vrouw bij wie je moet zijn voor de geschiedenis van de vrouw in de kunst. Onlangs gaf ze een lezing voor zo’n 120 kunstvakgenoten. Professoren, kunsthistorici en kunstgeschiedenis studenten. Niet het minst kunstige gezelschap dus. Maar drie aanwezigen bleken bekend met Sofonisba Anguissola, een beroemd vrouwelijk kunstenaar uit de 16e en begin 17e eeuw. Iets minder dan 30 kenden Berthe Morisot, schoonzuster van de wereldberoemde 19e eeuwse impressionist Manet. Maar mee daardoor ondergesneeuwd geraakt terwijl ze zelf een oeuvre bij elkaar schilderde dat kwalitatief niet voor dat van haar echtgenoot onderdoet. En op de vraag van Karin wie Natalja Gontsjarova kende, bleven alle vingertjes omlaag. Nota bene een beroemde Russische avant-gardist uit begin 20e eeuw en later lid van de in de kunstgeschiedenis overbekende Blaue Reiter groep.

zelfportret van Sofonisba Anguissola
Berthe Morisot, Le berceau
Natalja Gontsjarova

Valt er dus nog wat te winnen voor de vrouw in de kunst? Absoluut. Volop reden om daaraan hier zo af een stukje te wijden. Net zoals destijds in dat Magazine.

Oh ja, is ’t de oplettende lezer misschien opgevallen dat ik het woord kunstenares helemaal niet gebruik? Vrouwelijke kunstenaar vind ik een veel betere benaming, zelfs eigenlijk nog het liefst zonder dat vrouwelijke. Hebben we ’t ooit over een timmervrouw, een bakster, een ministeres, een Commissaresse van de Koning of een monteuse? Nou dan! Tot volgende week.

TOOS

het hART op de goeie plek hebben


de happening in het NBC Congrescentrum kan beginnen

Mijn heARTseat geveild voor een heel mooi bedrag en ook nog zo dat ik me absoluut geen mooiere plek voor mijn bank had kunnen wensen! Dat is het resultaat van de veiling van de heARTseats in het Nieuwegeinse NBC Congrescentrum waarvan ik vorige week melding maakte. Die veiling die geld moest opbrengen voor de ontwikkeling  van het medicijn tegen de gevreesde en meestal dodelijke energiestofwisselingsziekte bij jonge kinderen.

mijn heARTseat bij het podium met daarop o.a. presentator Jochem van Gelder
presentatie van de heARTseat-film met daarin mijn aandeel

Toen mijn bank werd geveild, kon ik zien dat ie uiteindelijk werd verworven door een vrouw die ergens schuin achter mij zat. Maar wie ze was? Geen idee. Tot ik naar haar toeging. Ze bleek van voren Willemien te heten en van achteren Smeitink. De vrouw van Jan Smeitink! Hoogleraar Mitochondriële Geneeskunde bij het Radboud UMC in Nijmegen. En DE spil om wie alles draait bij de ontwikkeling van dat medicijn. De man die het tot zijn levenswerk heeft gemaakt een geneesmiddel te vinden tegen die vreselijke ziekte. Bij hen thuis komt dus nu mijn heARTseat te staan. Je hebt kicks in allerlei soorten en maten, maar voor mij was dit wel een heel buitengewone. Om ’t in Tour de France termen uit te drukken, een kick van hors categorie. Want is er een mooiere plek denkbaar? Voor mij niet!

met Willemien en Jan Smeitink bij mijn, door hun gekochte, bank

De hele veiling bracht meer dan 90.000 euro op. Maar eigenlijk is dat nog maar een druppel op de welbekende gloeiende plaat. Al pratend met Jan bleek dat de ontwikkeling van het medicijn al heel ver is. Dit jaar was het voor het eerst geprobeerd op volwassen mannen in Nederland. En met succes. Maar dan!! Dan moet het in andere landen worden getest, ook weer op mannen. Met bijbehorende dikke pakken aanvraagpapieren. Per land, zoals Duitsland en België, natuurlijk weer andersoortige stapels. Logisch toch? Gaat dat goed, dan mag ’t voor het eerst op kinderen worden getest. Met vanzelfsprekend nieuwe dikke pakken papier erbij. Enzovoorts. Als alles meezit mag het medicijn in 2024 de markt op. Maar in de tussenliggende jaren is voor dat hele proces een bedrag nodig van € 50 miljoen. Ja, je leest ’t goed, vijftig miljoen euro! Met mijn klapperende oren had een helikopter kunnen opstijgen.

de aanwezige kunstenaars worden in de bloemen gezet

Moet je nagaan hoeveel acties er nog moeten worden gevoerd en hoeveel subsidie er nog uit allerlei potten moet komen voor de Stichting Energy4All die meehelpt bij de financiering. Hoe dan ook, ik heb daar toch maar mooi  een splintertje van een kiezelsteentje aan mogen bijdragen. Tot volgende week.

TOOS

De A(RT)poheose van de heARTseats


De apotheose nadert! Nog een paar nachtjes slapen en op vrijdag 8 november ’t is zover. De veiling van de heARTseats in het NBC Congrescentrum in Nieuwegein. Ik heb er hier al een paar keer iets over vermeld. Maar voor alle zekerheid toch nog even in het kort waar die heARTseats mee te maken hebben.

in mijn atelier met mijn heARTseat, genaamd Reflection

Per week worden er alleen al in Nederland gemiddeld 2 à 3 kinderen geboren met de energiestofwisselingsziekte. Een vreselijke ziekte die kinderen heel erg in hun ontwikkeling beperkt waardoor de meesten veel te jong sterven . Aan de universiteit van Nijmegen heeft een arts het tot zijn levenswerk gemaakt een medicijn tegen deze ziekte te ontwikkelen. Grote farmaceutische industrieën zijn hierin totaal niet geïnteresseerd. Een zogenaamd zeldzame ziekte waaraan voor die kapitalistische bedrijven geen stuiver te verdienen valt! Daarom organiseert de Stichting Energy4All al jaren allerlei soorten acties om het razend dure proces van de medicijnontwikkeling financieel mee te ondersteunen.

zoontje Noa van organisator Mike Zeelen

Een van die acties is de heARTparade, op touw gezet door Mike Zeelen. Mike is niet alleen een bekende van mij maar ook moeder van zoontje Noa  die aan die energiestofwisselingsziekte lijdt. Zij benaderde bekende Nederlandse kunstenaars om een heel speciale, hartvormige bank te beschilderen. Een aantal jaren geleden deed ik ook al mee met haar Dogparade waarvoor ik een 1,80 meter hoge hond van kunststof beschilderde. Nu is er dus die heARTseat, een prachtig ontwerp van Johan Leemkuil. Kijk maar eens naar dit filmpje op mijn YouTube-kanaal over mijn bank.

Dertig heARTseats hebben dit jaar via allerlei kunst en lifestyle beurzen een reis door Nederland gemaakt om aandacht te krijgen voor de slotmanifestatie. Die al genoemde veiling. Zo heeft mijn bank, naast natuurlijk de andere, staan te pronken op bijvoorbeeld de Masters of LXRY, de oude Miljonairsfair, bij Art Laren en tijdens de Kunstbeurs van Noord-Brabant. Op https://www.heartparade.nl/ kun je alle dertig banken op je gemak bekijken.

Vorige week gaven mijn bank en ik nog acte de présence bij de prestigieuze Bergarde Galleries in Heerjansdam. Daar werd het nodige verteld over de Stichting Energy4All en de komende veiling. Een prima gelegenheid om samen met ontwerper Johan Leemkuil mijn bank nog eens extra in het kunstlicht te zetten.

life music bij het toelichtende filmpje in de Bergarde Galleries met nog mijn hoofd daarop zichtbaar
met ontwerper Johan Leemkuil bij mijn Reflection
in gesprek met een van de conservatrices van Bergarde Galleries

Nu op naar het NBC Congrescentrum in Nieuwegein. Vanaf vrijdag 19 uur begint daar aan Blokhoeve 1 de veilingmanifestatie die helemaal gratis door dat congrescentrum wordt gesponsord. Voor €40 pp, ook allemaal natuurlijk voor de heARTparade, wordt je daar geëntertaind door onder anderen Jochem van Gelder. De BN’er en tv-presentator die al jaren optreedt als ambassadeur voor Energy4All. Met het bijbehorende walking dinner in de hand kun je uitgebreid tussen alle banken doorlopen om een keus te maken voordat de veiling losbarst. Reken maar dat tegen die tijd mijn zenuwen overuren gaan draaien. Want hoeveel gaat mijn ‘Reflexion’ opbrengen? Tot volgende week.

TOOS

Drie kunstvliegen in één Antibense klap


Ik wilde al lang eens op mijn gemak Le Nomade op het havenhoofd van Antibes gaan bekijken. Dus als je een paar weken geleden bij een blogaflevering  hebt gedacht ‘waarom zit Toos nou in de zon op een terras in Antibes terwijl er in Nice toch niet echt gebrek aan is’, dan ken je nu één van de redenen.

Van ver zie je dat prachtige beeld van de Catalaan Jaume Plensa al heel duidelijk zijn kop boven de oude havenmuren uitsteken. Gelukkig ook boven al die protserige jachten uit van lui die iets te luid en duidelijk verkondigen dat ze overmatig bij kas zitten. Maar winnen van Plensa? Voor mij niet. Maar ik ben dan ook een bewonderaar van zijn werk. Mee vanwege Leeuwarden en Venetië.

het beeld van Plensa in Leeuwarden voor het station

In Leeuwarden staat sinds 2018, toen de stad Culturele Hoofdstad van Europa was, ook zo’n aaibaar, groot beeld dat af en toe in stoom wordt gehuld. Esthetische en toegankelijke kunst. Je begrijpt meteen waarom zijn sculpturen veel andere moderne kunstuitingen in de openbare ruimte, waar een mens niet altijd direct blijmoedig van wordt, subiet de loef afsteekt. In 2015 bij de Biënnale van Venetië overkwam me datzelfde gevoel ook al.

in 2015 in de Chiesa di San Maggiore in Venetië

En dan was er afgelopen zomer ook nog een grote expositie van zijn werk in het Museum Beelden aan Zee. Dat intiem in de duinen verscholen museum aan de boulevard van Scheveningen. Altijd de moeite waard daar.

deze zomer in Beelden aan Zee in Scheveningen

Maar ik had nog andere kunstzinnige reden voor zo’n dagje Antibes. Het Musée Picasso. In een echt kasteel, het Chateau Grimaldi. Ja, inderdaad, ooit bezit van dezelfde Grimaldi’s die financieel onbehoeftigen met genoegen ontvangen in hun vorstendommetje Monaco. Tegen een kleine vergoeding. Dat dan weer wel, want ook zij moeten kunnen leven.

het Musée Picasso in Antibes

In 1946 mocht Pablo Picasso er een poos werken. Met als gevolg dat hij een groot aantal daar gecreëerde schilderijen en tekeningen schonk waaromheen nu dat museum is gebouwd. En omdat Pablo een paar jaar later een endje verder in Vallauris druk bezig was om keramiek te beschilderen, zijn er ook nog flink wat Picasso-borden en vazen bijgekomen. Ik kende ze al wel, maar nu keek ik er toch anders naar. Want was ik afgelopen zomer niet zelf bezig met keramiek in het Italiaanse Gubbio? Shuffle maar eens terug naar vorige afleveringen.

zelf aan het werk in Gubbio

Picasso’s productie zal ik van z’n leven nooit meer kunnen inhalen. Want hij was een snelle jongen die door zijn genialiteit met een paar pigmentstreken een bord een heel nieuw leven inblies. Maar toch? Met wat ik afgelopen zomer aan kennis opstak, bekroop me wel af en toe de gedachte ‘kom op Pablo, iets minder snel en ’t was een stuk beter geweest’. Maar ja, ’t blijft natuurlijk wel Picasso!

dav

Dat waren dus twee kunstvliegen, nu de derde. Bij mijn diverse bezoeken aan dat Musée Picasso raakte ik telkens weer geïntrigeerd door een paar beelden die lekker meditatief op de terrasmuur van het kasteel van hun Mediterrane omgeving stonden te genieten. Beelden van ene Germaine Richier (1902-1959). En nu bleek er van haar een solotentoonstelling te zijn. Gaan dus!

de beelden van Germaine Richier op het terras van Musée Picasso

Haar beelden spraken mij het meest aan, tweedimensionaal kwam ze, om ’t maar letterlijk uit te drukken, minder uit de verf. Een wereld met soms vreemde, organische en gedrochtelijke gestalten met zowel menselijke als dierlijke kenmerken. Ik kreeg het idee dat de ontwerper van het buitenaardse gedrocht in de bekende Alien speelfilms mogelijk door haar beelden was geïnspireerd. Richier had daarmee een mooie kunstcarrière opgebouwd, zo bleek.

Daardoor moest ik ineens weer denken aan de vele vrouwelijke kunstenaars die dat in de loop der eeuwen ook hadden verdiend. Maar die stomweg uit de kunstgeschiedenis zijn weggeschreven. Daar moet ik hier toch nodig weer eens aandacht aan geven. Tot volgende week.

TOOS

Een kunstinkijkje in de wereld van beeldend kunstenaar TOOS van Holstein: ervaringen, ideeën en ART

%d bloggers liken dit: