‘The Great Liao’ in het Drents Museum


in een graftombe op ‘The Great Liao’

Als ik van Middelburg met de auto richting Bayonne aan de Frans-Spaanse grens ga, ben ik zo’n 1150 km onderweg. Diezelfde afstand geldt ook voor Bayonne naar Gibraltar aan het zuidelijke puntje van Spanje. Als een Liao-steppekrijger op zijn paard rond het jaar 1100 van de ene kant naar de andere kant van het Liao-rijk zou rijden was hij er dan nog lang niet. Want daarvoor zou hij 4000 km moeten afleggen. Ga je vanaf Gibraltar die afstand noordwaarts, dan kom je enkele honderden kilometers noordelijk boven Oslo uit. Dit om maar even aan te geven hoe groot het Liao-rijk in zijn hoogtijdagen was.

Nog nooit gehoord van die Liao? Dan moet je spoorslags naar het Drents Museum in Assen.  Daar wordt de 10de en 11de eeuwse geschiedenis onthuld van dit door veroveringen en allianties groot geworden Oost- Aziatische imperium van de Khitan-nomaden. Op een prachtige manier.

in het geel het Liao-imperium

Dat rijk? Het kaartje hierboven zegt heel veel. Delen van Rusland en zelfs hoofdstad Peking van het huidige China vielen toen binnen de grenzen ervan. Dat er heel lang weinig over dit nomadenland  bekend was, ligt aan het feit dat de geschiedenis meestal geschreven wordt door de overwinnaar. En die overwinning lag uiteindelijk toch bij de meerderheid van de Han-Chinezen in het zuidelijk deel van het imperium. Hoogontwikkelde, beschaafde Chinezen, volgens henzelf dan wel. En dan zijn nomaden en steppekrijgers natuurlijk al heel snel weg te schrijven als minderwaardig en onontwikkeld. Dat gebeurde dus en dat bleef ook eeuwenlang het beeld van hen.

Tot zo’n 40 jaar geleden bij toeval een aantal graftombes van de Khitan werden ontdekt. Wat daaruit naar boven kwam veranderde als bij donderslag hun historie. Grafgiften van goud en zilver terwijl  de Chinezen dat toen nauwelijks gebruikten. En prachtige wandschilderingen die blijk geven van een hoogontwikkelde cultuur. Iets dat we eigenlijk ook wel hadden kunnen weten als je kijkt naar de Boeddhistische pagodes die de Liao hebben nagelaten en die nog steeds het landschap sieren. Ook geven archeologische vondsten aan dat er enorme ommuurde Liao-steden hebben bestaan.

de graftombe met nagemaakte muurschilderingen
de Witte Pagode van Qingzhou
aardewerken drakenkop als versiering van een pagode

In het Drents Museum wordt heel sterk de nadruk gelegd op de grafvondsten en op versieringen van en voorwerpen uit de pagodes. Maar hoe doe je dat met heel veel kleinere voorwerpen die in vitrines moeten liggen? Door een bijna hallucinerende, gigantisch grote vloerbedekking te leggen die de steppegrond imiteert. Met rondom doorlopende foto’s van de steppe op de wanden. Door een paar van die graftombes na te bouwen met nageschilderde de bijbehorende wandversieringen erin. Een op de normale manier, een door met oplichtende contouren ervan te werken. Ook door de totale opstelling zo neer te zetten dat je heel makkelijk je oriëntatie in de expositiezaal kwijtraakt. Echt knap gedaan. En mooi dat in Assen de geschiedenis van die paar eeuwen Liao-rijk  wordt herschreven.

deel van de grote tentoonstellingsruimte
de speciaal vormgegeven graftombe
verguld zilveren kroon uit een tombe

Een rijk dat begin 12de eeuw uit elkaar viel door onderling getwist. Maar dat vacuüm werd snel opgevuld. Want vanuit het oosten rukten de opstandige Jürchen op, een Mongoolse stam. De Jürchen? Gaat er bij de naam Gengis Khan (1162-1227) of Dzjengis Khan wellicht wel een lampje branden? Alweer een steppekrijger wiens dynastie door zeer gewelddadige veroveringen het grootste aaneengesloten imperium stichtte dat er ooit heeft bestaan. Het Mongools Keizerrijk dat zelfs doorliep tot in Oost-Europa en angst en vrees in heel Europa veroorzaakte. Tja, geschiedenis en oorlog, twee onverbrekelijk met elkaar verbonden begrippen.

gouden dodenmasker van een prinses uit een tombe
de gouden laarzen die ze aan had

Daarom miste ik eigenlijk iets bij die tentoonstelling ‘The Great Liao’. Een grote landkaart van ons Europa met daarop geprojecteerd het Liao-rijk. Ik denk dat de huidige EU en dat oude rijk elkaar dan in grootte ongeveer bedekken. Als je bedenkt dat de EU pas zo’n 50 jaar bezig is zich op vreedzame wijze te vormen en dus nog zo’n 150 jaar te gaan heeft om de twee eeuwen van de Liao vol te krijgen, zouden er dan niet allerlei interessante bespiegelingen op gang kunnen komen? Tot volgende week.

TOOS

Vergankelijkheid van zowel kunst als kunstenaar


Dat een kunstenaar vergankelijk is, dat moge duidelijk zijn. We eindigen allemaal, dus zelfs ook kunstenaars, als een stel botjes in een kist of als een hoopje as in een urn. Maar kunst vergankelijk? Nou reken maar! Dan hoef je alleen maar te denken aan ‘onze eigen’ Johannes Vermeer (1632-1675). Na de 17de eeuw helemaal weggezakt in het kunstgeheugen van de Lage Landen. Tot de Franse kunstcriticus Théophile Thoré-Bürger in 1842 Vermeers ‘Gezicht op Delft’ zag in het Haagse Mauritshuis. Ja, toen hing ’t er ook al. Daarna pas begon Vermeers opmars naar zijn huidige status. Maar daar was dus wel een Fransman voor nodig.

Vermeer, Gezicht op Delft

Of denk aan, ook al weer ‘onze’, Laurens  Alma Tadema (1836-1912). Wereldberoemd in Engeland en Amerika, na zijn dood snel vergeten, een schilderij van hem rond 1950 bij de vuilnis gezet omdat ’t de koper ging om de lijst ervan, en nu laatst geëerd door een grote expositie in Leeuwarden. Met ook schilderijen die voor miljoenen weggaan op de veiling. Maar hoeveel weggezakte dooie kunstenaars zouden zo’n revival meemaken? Heel erg weinig.

Poen de Wijs

Ik kwam tot deze weemoedige overpeinzing vanwege een heel goede kunstvriend van me die een warm plekje heeft in mijn hart. Poen de Wijs (1948-2014, http://poendewijs.nl/), een paar jaar geleden veel te vroeg overleden en één van de beste realistische schilders kunstenaars van zijn generatie.

Poen de Wijs? Moet je die dan kennen? Dat zou best wel eens kunnen. Want hoevelen kennen er niet de eerste platenhoezen en affiches van die unieke muziekgroep Flairck. In 1978 in Nederland en later wereldwijd doorgebroken met LP en theatershow ‘Variaties op een Dame’. Meerdere gigantisch goed verkopende platen volgden. Met op de hoezen aquarellen van Poen. Hoe zijn werk daarop kwam? Dat is weer een ander verhaal.

hoes van “variaties op een dame” met aquarel van Poen de Wijs
meer hoezen van Flairck met werk van Poen de Wijs

Net als bij Flairck ontwikkelde Poen’s kunstcarrière zich voorspoedig. Met eerst die aquarellen, daarna olieverven en ten slotte acrylschilderijen. Aan kopers en exposities geen gebrek. Tot hij een aantal jaren geleden hoorde dat zijn levenshorizon ineens veel dichterbij lag dan vermoed. Een ernstige vorm van prostaatkanker met hooguit nog een paar jaar te gaan. Over vergankelijkheid gesproken!

Poen is toen heel intens aan de gang gegaan met zijn kunstzinnige nalatenschap. Onder andere door met filmer en fotograaf John Vijlbrief een reeks bijzonder interessante, Engelstalige iBooks te maken. Over zijn schildertechnieken,zijn tekeningen en steendrukken, zijn experimenten daarmee, zijn vindingen en zijn ideeën. Nu allemaal te koop voor een paar euro per stuk bij iTunes van Apple. Een absolute aanrader voor de schilderliefhebber! Zie hier het introductiefilmpje of https://youtu.be/JNVLYw2ozlk .

Maar hoe nu verder? Want hoe ging dat bij Vermeer? Bekend in Delft in een beperkte kring van klanten met een beperkt aantal schilderijen. Poen heeft heel wat meer werk nagelaten, vooral in Nederland. Bij ook een relatief kleine schare van particuliere bewonderaars. Hij werkte met maar een paar galerieën, zijn werk verkocht toch wel. Tegen behoorlijk hoge prijzen.

Alle Vermeer-elementen zijn dus aanwezig om Poen langzaam aan weg te laten zakken in de kunstvergetelheid. Want hoeveel kunstenaars telt de wereld tegenwoordig wel niet? En hoeveel daarvan zullen uiteindelijk eeuwige roem bereiken? Dat is natuurlijk maar voor een beperkt aantal weggelegd. Waarbij toeval ook een grote rol speelt. Staat er, zoals bij Vermeer, iemand op die een goed woordje voor je doet?

schilderij van Poen de Wijs

Daar heeft Poen de Wijs dan in ieder geval filmer John Vijlbrief voor. Die heeft zich heel gedreven ten doel gesteld Poen’s nalatenschap wijd en zijd zo groot mogelijke bekendheid te geven. Met een site, met die iBooks en ook met, zeer recent, een Nederlandstalige documentaire over Poen op YouTube: ‘De Schilder van het Realisme’ https://youtu.be/o7m9TY3cdL4. Kijken!

Verder moet een Engelstalige, van opzet andere versie de komende jaren op internationale documentairefestivals terecht komen. John wil Poen met zijn schilderijen meer op de wereldkaart zetten dan ooit het geval is geweest. En terecht. Poen was een fabuleus schilder.

In oktober komt er nog een expositie met nagelaten schilderijen en tekeningen van Poen bij galerie De Twee Pauwen in Den Haag. Voorlopig dus nog geen vergankelijkheid.

schilderij van Poen de Wijs

Ook niet voor Flairck trouwens, die groep treedt weer op in de theaters. Eigenlijk door de dood van Poen. Hij had namelijk een groep behoorlijke getalenteerde leerlingen die jarenlang wekelijks bij hem op zijn atelier kwamen. Toen zij van Poen’s naderende einde hoorden, organiseerden ze voor hem een grote, eenmalige theatervoorstelling. Met daarin artiesten waarmee hij in zijn carrière had samengewerkt. Met Mini&Maxi, Sjaak Bral, Fred Delfgauw en vele anderen. En dus ook met het uit elkaar gevallen Flairck. Laten die nu in de kleedkamer bij de voorstelling besluiten om weer samen te gaan optrekken! Goed gedaan, Poen. Tot volgende week.

TOOS

Van Bob Dylan tot Giuseppe Verdi


Bob Dylan in de AFAS Live, voorheen Heineken Music Hall, Amsterdam

Stel dat die toen al zou hebben bestaan, zou operagrootmeester Giuseppe Verdi (1813-1901)dan mogelijk de Nobelprijs voor literatuur hebben kunnen krijgen? Ik denk van niet. Want de libretto’s voor zijn opera’s werden toch vooral door anderen geschreven. Maar ja, wie had ooit gedacht dat Bob Dylan (1941) die literatuurprijs nog eens zou krijgen? Zeker niet diegenen uit het literaire wereldje die daarover vorig jaar moord en brand schreeuwden.

Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova), Roberto Accurso (Marullo), Koor van de Nationale Opera

Ik zie al weer die verbaasde gezichten voor me met daarop duidelijk zichtbaar de vraag ‘hoe kom je nu in godsnaam op de link tussen Verdi en Dylan’. Nou, eigenlijk heel simpel. Omdat ik in een kort tijdsbestek zowel een concert van Dylan meemaakte als de opera  Rigoletto van Verdi bijwoonde. Een wonderlijke combinatie? Nee hoor, totaal niet. Ik kan ten slotte ook genieten van zowel realistische schilderkunst als van abstracte. Zeg maar van Vermeer tot Willem de Kooning. Of bij beelden van Michelangelo tot Henry Moore. Als ’t maar kwaliteit is. En daar heb je bij Verdi en Dylan beslist niet over te klagen.

Oké, Dylans stem is behoorlijk gruizig geworden. En zijn bewegingen op het podium zijn beslist houterig te noemen. Hing er daarom misschien geen groot projectiescherm voor detailopnamen van het podium? Niet dat dit iets uitmaakte want zelfs vanaf het balkon in de immense Heineken Music Hall, die nu ineens AFAS Live heet, kon zijn ingeperkte bewegingsritmiek  je echt niet ontgaan. Maar het blijft natuurlijk wel Bob Dylan, een van de grootste iconen uit de popwereld. Een man die onsterfelijke liedjes heeft gemaakt met maatschappelijk tegendraadse en poëtische teksten. En die nu toch maar mooi de Nobel literatuurprijs heeft gekregen. Dat die teksten met die gruizige, af en toe wat mompelende stem niet altijd goed waren te verstaan? Ach, so what! ’t Was gewoon genieten.

nog een scene uit Rigoletto,

Bij zo’n opera van Verdi versta ik de Italiaanse tekst ten slotte ook niet, hoe duidelijk en gearticuleerd die ook wordt gezongen. Maar daarvoor hebben ze in de Stopera boven het toneel dan juist wel een scherm hangen waarop de vertaling voorbij komt. Kun je, terwijl ’t zich voor je ogen afspeelt, in ieder geval ook nog lezen dat er iemand heftig verliefd geworden is of mogelijk zelfs aan het doodgaan is. Want daar gaat ’t bij Italiaanse opera toch om: drama, liefde, verraad en emotie, een en al emotie. Met prachtige muziek en prachtige stemmen. Toch een tikje anders dan die stem van Dylan.

La donna è mobile, de vrouw is grillig, beroemde aria uit Rigoletto zoals gezongen in de Stopera

Ik weet nog goed dat ik heel wat jaartjes geleden als volstrekt groentje en plaatsvervangster met mijn zus mee mocht naar een concert van de wereldberoemde sopraan Jessye  Norman in het Concertgebouw. En eigenlijk is het heel gênant wat ik nu vertel. Maar ach, ’t is ook erg lang geleden. Na de pauze, let wel ná, vroeg ik ineens ‘Zingt ze nou zonder versterking?’. De blik van zuslief omschrijven gaat me niet lukken. Zogezegd een leermomentje.

Maar je kunt je ook nauwelijks voorstellen wat voor geluidsvolume zo’n operakeel kan produceren. Dat maakte ik een paar jaar geleden nog mee bij een uitvoering van Mozarts ‘Die Zauberflöte’. Ook weer van de Nederlandse Opera in de Amsterdamse Stopera. We zaten op rij twee en de regisseur had, zo bleek,  besloten dat tijdens de voorstelling één van de zangers het toneel zou aflopen en zich al zingend langs de benen van de toehoorders op juist die rij twee moest wurmen. Op zich al een kunststukje. Maar het geluidsvolume dat me toen passeerde? Echt ongelooflijk! Wat een klankkast kwam daar voorbij! Dat zal ik nooit meer vergeten.

andere scene in Rigoletto

Datzelfde geldt trouwens ook voor die voorstelling van Rigoletto. Het verhaal op zich is, zoals bij veel opera’s, zonder meer krankjorum te noemen. Volstrekt naïeve dochter van mismaakte  hofnar Rigoletto wordt zeer heftig verliefd op rokkenjagende hertog van Mantua en wordt doodgestoken  door een door haar vader ingehuurde kille moordenaar die eigenlijk de vuige hertog moet vermoorden. Drama tot de laatste snik. Misschien dat de regisseur hierdoor op het idee kwam ’t geheel zich te laten afspelen in een ouderwets krankzinnigengesticht. Met Rigoletto als geestelijk wrak. Geen kasteel van Mantua dus. Ach, moet kunnen. Zeker als ’t zo inventief en beeldend wordt uitgewerkt als nu het geval was. Zogezegd een frisse kijk, of moderner geformuleerd, out of the box denken. Maar in welke enscenering dan ook, die muziek blijft prachtig. Net zoals bij Dylan.

nogmaals Dylan in de AFAS Live

Bij hem ontdek je ook ineens dat ie het intro van een eigen nummer zo heeft veranderd dat je ’t in eerste instantie helemaal niet herkent. Ook heel knap, zo out of the box spelen. Tot volgende week.

TOOS

De EU twaalfhonderd jaar geleden


Dom van Aken met middenin de Paltskapel

Je kunt nu eenmaal niet alles weten en bezoeken. Maar bij levensgezel moest ik beslist nog een ernstige smet op zijn cultuurblazoen wegpoetsen. Hij was nog nooit in de Paltskapel van Aken geweest! Dat beroemde bouwwerk van Karel de Grote waar hij ook begraven werd. Heel erg foei natuurlijk van levensgezel, ook omdat die kapel voor mij een speciale betekenis heeft. In mijn Tilburgse academietijd heb ik namelijk een scriptie gemaakt over de Karolingische manuscripten. Nog zo’n belangrijke erfenis van Charlemagne (748-814).

Nu moesten we onlangs toch in Maastricht zijn vanwege mijn daar nog tot 10 juni lopende expositie ‘Paradise lost’ in de Onze Lieve Vrouwe Galerie.  En dan is Aken, zo’n 1200 jaar geleden het Brussel van ’t Europa van toen, niet ver.

bij de affiche voor de Onze Lieve Vrouwe Galerie

Voor mij toch ook weer een hernieuwde kennismaking. Want in de tussentijd was er het Neues Stadtmuseum Aachen gebouwd en bleek de belangrijke kerkschat van de Dom nu veel mooier getoond te worden dan vroeger.

Neues Stadtmuseum
oudst bekende beeld van Karel de Grote

Dat alles om Aken met behulp van Karel de Grote niet alleen goed op de kaart te zetten als die veel oudere voorganger van Brussel maar ook als stad van Europese verzoening en ontwikkeling. Met de internationaal belangrijke jaarlijkse Karelsprijs als extraatje. Voor mensen die belangrijk waren of zijn bij de Europese eenwording. Marine le Pen en Geert Wilders zullen er dus, zo schat ik voorzichtig in, wel niet voor in aanmerking komen.

oorkonde Karelsprijs voor François Mitterand en Helmut Kohl

Wat zij namelijk uit elkaar willen laten vallen, werd onder Karel, honderden jaren na de instorting van het West-Romeinse imperium, juist weer verenigd tot één groot christelijk rijk. Een soort EU avant la lettre. Oké, ’t vergde wel een moordje hier en daar, flink wat veldslagen en aardig wat onthoofdingen van Saksische heidenen, maar dan had je ook wat. Toch wel fijn dat de huidige EU op iets vreedzamer manier tot stand is gekomen. Ook probeerde hij een eenheidsmunt in te voeren. Hé, hebben we tegenwoordig ook niet zoiets?

Die Karolingische manuscripten uit mijn academiescriptie waren ook zo’n poging tot eenheid in zijn rijk. Zitten nu heel veel mensen te tikken met lettertypes als Times New Roman en Arial, toen voerde Charlemagne als nieuw lettertype de Karolingische minuskel in. De bedoeling? Dat overal in zijn rijk alle boeken, brieven en administratie goed leesbaar zouden zijn vanwege die zowel eenvoudig schrijfbare als leesbare minuskel.

de Karolingische minuskel
zo’n oud Karolingisch manuscript
een prachtige, oude boekomslag voor zo’n manuscript, toch iets anders dan een schoolboek kaften

Ik weet nog dat ik bij het bestuderen van al die oude manuscripten zelfs bepaalde persoonlijke handschriften begon te herkennen. Zoals we dat nu ook nog vaak hebben bij vrienden. Als die ten minste nog met de pen in het handje schrijven op papier.

Dat inkijken van die geschriften kon ik alleen aan de hand van foto’s in boeken. Want echte Karolingische manuscripten in Tilburg? ’t Was dus kicken toen ik destijds bij een studiebezoek aan Aken een paar manuscripten ook in werkelijkheid kon zien. Met daarin bijvoorbeeld teksten uit de Klassieke Oudheid. Alweer zo’n verdienste van Charlemagne. Hij wilde de Griekse en Romeinse culturele erfenis graag continueren door bewaard gebleven oude manuscripten over te laten schrijven. Die konden dan mooi bestudeerd worden door de vele geleerden die hij aan zijn hof in Aken had verzameld. En door wie werden die boeken overgeschreven? Enig idee waar de term ‘monnikenwerk’ vandaan komt? Zo’n 7000 daarvan zijn er nog bewaard gebleven. Geschriften dan. Die monniken zijn al een poosje dood.

Logisch dus dat aardig wat botten van Karel terecht zijn gekomen in een indrukwekkend versierde, goudblinkende schrijn in de Dom van Aken.

de Paltskapel
schrijn met botten van Karel de Grote

De Dom waar de beroemde Paltskapel nu deel van uitmaakt na eerst alleen gestaan te hebben. Gebouwd naar het voorbeeld van de nog weer eeuwen oudere Basiliek van San Vitale in het Noord-Italiaanse Ravenna. Een gebied dat Karel zich op verzoek van de Paus ook had toegeëigend. Kon ie daar gelijk nog wat marmer voor zijn kapel vandaan halen. Gewoon even de Alpen over met dat spul. Een mooier bouwwerk, samen met zijn niet meer bestaande paleis, was er boven die Alpen dan ook niet te vinden.

foto’s van het interieur van de Dom

Dat laatste geldt trouwens nog steeds voor de Schatkamer van de Dom. Met beroemde stukken als het Lothariuskruis, het borstbeeld van Karel de Grote en zijn zogenaamde Armrelikwie. Misschien zat die schrijn al vol toen ze nog wat arm over bleken te houden. Geen probleem natuurlijk als je in 1165 tot een soort van heilig bent verklaard door een of andere tegenpaus. Dan is een extra relikwie nooit weg. Zeker deze niet.

het beroemde borstbeeld van Karel
de reliek met een arm van Karel

Eén ding van Karel de Grote valt me toch wel wat tegen. Want toen ik de kaart van zijn grote rijk zat te bekijken, viel me ineens iets op. In het huidige Frankrijk heb je zo’n puntige landstreek die de Atlantische Oceaan insteekt. Een gebied dat dankzij Asterix en Obelix nooit door de Romeinen veroverd kon worden. Ook Karel is dat dus niet gelukt. Zouden de Bretons uit de 8ste eeuw nog steeds dat geheim van de toverdrank van Panoramix hebben gekend? Tot volgende week.

TOOS

De lange arm van Homerus


de Ilias en Odyssee in de vitrine in mijn atelier

Had die goeie ouwe, rondtrekkende en verhalen vertellende bard Homerus ’t ruim 28 eeuwen geleden ooit kunnen bevroeden? Dat beeldend kunstenaars, filmregisseurs en toneelmakers zich nu nog steeds laten inspireren door wat hij toen op schrift stelde? De Ilias en de Odyssee. In ritmische zangen en verzen gegoten geschiedenissen, mondeling van bard op bard doorgegeven. Avonturenverhalen die toen ook al eeuwenoud waren. En had hij kunnen bedenken dat ik daar komende zondag 4 juni aandacht aan geef in mijn atelier bij de Middelburgse Kunst en Cultuurroute?

Nee, vast niet! Want hadden wij, om maar wat te noemen, 28 jaren in plaats van 28 eeuwen geleden ook maar het flauwste vermoeden van het ritueel dat zich nu veelvuldig voor onze ogen afspeelt? Een ritueel waar hele volksstammen zich op straat, in trein, bus of bioscoop om de haverklap aan overgeven. Volledig gebiologeerd en zonder oog voor de omgeving met hun vingertjes over oplichtende schermpjes vegen. Zowel lopend, staand als zittend. Daarbij ook nog vaak luidop in zichzelf pratend met geluidgevende dopjes in hun oren. Geluid dat, zo schat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in, vast niets met de verzen van Homerus heeft te maken. Nee, dat vermoeden hadden we vast niet. Dus valt die goeie, ouwe bard in dat opzicht helemaal niets kwalijk te nemen.

paar steendrukken uit de Ilias

Hoe ik voor die kunstroute op 4 juni ineens op Homerus kom? Ten eerste, en trouwe lezers weten dat, omdat ik een stevige band met hem heb via mijn galerie in Nice. Waarmee ik heb samengewerkt aan nieuwe, geïllustreerde uitgaven van de Ilias en Odyssee. Maar er is nog een belangrijk ten tweede. Een dikke week geleden bevond ik mij op Malta. In de begin 19de eeuw gebouwde Nationale Bibliotheek van hoofdstad Valetta. Daar bleken ze een ruime collectie heel oude drukken van de Odyssee en de Ilias te bezitten . Waaronder zelfs een kostbare en zeldzame vroege Venetiaanse uitgave uit 1499. Maar ook ontdekte ik dat ze er op Malta behoorlijk trots op zijn dat de grote Griekse held Odysseus een aantal jaren doorgebracht zou hebben op Gozo. Het tweede eiland van de archipel van de Repubblika ta”Malta. Ja, ik heb ook nog wat Maltees opgestoken.

Nationale Bibliotheek in Valetta, Malta

Op dat Gozo, of Ogygia zoals het in de Odyssee heet, werd hij jaren gevangen gehouden door tovenares Calypso. Die was hopeloos verliefd op hem geworden nadat hij op haar eiland aanspoelde na een schipbreuk. Gevangen is daarbij overigens een nogal betrekkelijk begrip. Want Odysseus zou, niet geheel onvrijwillig, een paar kinderen bij haar verwekken. Maar uiteindelijk beschikten de goden op de top van hun Olympus toch maar dat hij weer naar zijn paleis op Ithaka mocht. Waar zijn eigen Penelope al jaren smachtend op hem zat te wachten.

Komt bij dit alles mogelijk de vraag op waarom ik op dat verre Malta verkeerde? Dat is weer een heel ander verhaal.

paar steendrukken uit de Odyssee

Hoe ik op 4 juni aandacht ga geven aan Homerus? Ik heb vier dikke volumes van die Ilias en Odyssee met daarbij door mij gemaakte steendrukken. En natuurlijk schilderijen die erop zijn gebaseerd. Schilderijen die voor zich spreken. Maar ik wil daar best wel wat aan toevoegen. Overigens niet in de vorm van verzen en zangen zoals Homerus dat deed. Lijkt me echt beter van niet. Maar als je die dag Middelburg ingaat, heb je best nog wel kans een aantal woeste zeemansgezangen op te vangen. Want het is Middelburg VÓLkoren. Zo’n spin off van de kunstroute die een eigen leven is gaan leiden. Met overal zangkoren van overal vandaan. Daarbij zitten vast ook shantykoren. Van die groepen mannen die uit volle borst zeemansliederen ten gehore brengen. Soms al honderden jaren oud. Je zou je er de bemanning van het schip van Odysseus zo bij kunnen voorstellen. Ruige, moedige zeevaarders voor geen kleintje vervaard. Waarbij ik wel ’t lichte vermoeden heb dat de meeste van die shantykoorleden de zee nog nooit voor ’t echie hebben meegemaakt.

Sirene, olieverfschilderij gebaseerd op de Odyssee

En wat mijn eigen Odyssee betreft? Die duurt nog wel even. Want ik heb in overleg met Jean-Paul Aureglia van die galerie Quadrige in Nice besloten om samen met hem nog twee unieke exemplaren van, op z’n Frans, L’Odysée te maken. Twee boeken in groot formaat, elk geïllustreerd met 25 originele aquarellen. Voor de Ilias deed ik dat al eerder. De lange arm van Homerus reikt dus nog steeds over de eeuwen heen, zeker ook naar mij. Wie weet tot 4 juni en in ieder geval tot volgende week.

TOOS

Dromen in Balloo bij de Drentsche Aa


Op school moesten we vroeger bij aardrijkskunde heel wat Nederlandse rivieren, riviertjes en beken bij naam kennen en op de kaart kunnen aanwijzen. Maar of de Drentsche Aa daar ook bij zat? Ik weet ’t echt niet meer. Misschien net niet goed opgelet toen? Of een gaatje in mijn geheugenvergiet?

Dat doet er trouwens niet meer toe want nu weet ik het wel.

En Balloo? Is dat bekend? Nee? Nou, dat was voor mij eerlijk gezegd tot vorig jaar net zo.  Maar ook die lacune in mijn aardrijkskundige kennis van Nederland is nu gevuld. Het dorpje ligt vlak bij die Drentsche Aa even ten oosten van Assen. Een leven lang leren heet zoiets tegenwoordig, geloof ik.

Galerie Drentsche Aa

Ik kwam dat allemaal te weten door een bezoek van Jan en Hilde Wekema aan mijn Middelburgse atelier. Rechtgeaarde Drenten. Niks geen gekronkel zoals bij die Drentsche Aa beek . Ze runden de galerie Drentsche Aa in Balloo, vielen op mijn werk en of ik er iets voor voelde om bij hun tentoon te stellen. Normaal gesproken wil ik dan altijd eerst wel de expositieruimte zien voordat ik een besluit neem. Maar bij Jan en Hilde had ik gelijk zo’n gevoel van “dat zit wel goed”. Dus gingen ze einde middag terug naar Drenthe met een paar schilderijen in consignatie achterin hun auto. Want in een nieuwe samenwerking moet je natuurlijk ergens beginnen.

een paar van mijn werken in de galerie

Een frappant vervolg is dat ik een aantal weken later voor een poosje in Nice zat en daar een goeie vriendin bezocht. Een Drentse die al een aantal jaren aan de Côte d’Azur verkeert. Op mijn vraag “ken jij misschien Balloo?” keek ze me zeer verrast aan. Ja natuurlijk kende ze dat. Ze was daar in de buurt geboren en had heel wat gespeeld aan de Drentsche Aa. Of ze dan die galerie kende? Nee. En Jan en Hilde Wekema? Daar ging wel een lichtje branden. Hilde? ’t Zou heel goed kunnen zijn dat die op school had gezeten bij haar zus. En het plaatselijk café kon ook nog wel eens een rol hebben gespeeld. Bij navraag aan de zus, eveneens een goeie vriendin van me, gingen ook bij haar lampjes branden. Zo had de Drentsche Aa zijn stroomgebied dus ineens via Nederland, België en Frankrijk naar de Middellandse Zee uitgebreid. Toch een prachtig voorbeeld van globalisering.

Later ben ik, toen ik toch in het noorden moest zijn, natuurlijk in Balloo wezen kijken.

Google Maps van Balloo
aankondiging van de expositie Dreams

’t Lijkt erop dat ze daar de woorden ringweg en rondweg hebben uitgevonden. Een aaneenschakeling van boerderijen aan een hele grote rotonde. Gelegen ook in een belangrijk toeristisch fietsgebied, zo weet ik intussen. Al die fietsers kunnen dan gelijk, als ze hebben genoten van het heideschoon van het Ballöerveld, vanaf Hemelvaartsdag 25 mei tot 2 juli aan de Balloo 27 in Balloo de expositie “Dromen” meepikken. Met daarin een flink aantal schilderijen van mij. Meer informatie is te vinden bij http://www.galeriedrentscheaa.nl/ en natuurlijk op http://www.toosvanholstein.nl/. En als je nu die naam Balloo nog niet in je hoofd hebt zitten, ik in ieder geval wel. Wie weet tot in Balloo. Hoe dan ook tot volgende week.

TOOS

Roeien met de benen die je hebt en andere zaken: fotoboek 2 over Myanmar


Inle Lake

Ik hoor ’t al zeggen: “Toos, ’t is roeien met de riemen die je hebt. Niet benen!” Dat weet ik ook wel, maar op het Inle Meer in Myanmar hebben ze daar andere ideeën over. Kijk maar eens naar dit korte filmpje dat ik maakte van de speciale roeitechniek die de vissers er daar op nahouden.

Vers van de pers plofte een paar dagen geleden mijn tweede fotoboek over Myanmar op de vloer in het halletje. Met daarin natuurlijk ook foto’s van die vissers. Via de link http://bit.ly/2ponznf  kom je ze vanzelf tegen bij het doorbladeren. Tussen nog heel veel ander Inle Meer schoons in. Want die streek is echt niet zomaar een van de grootste toeristische trekpleisters in Birma aan het worden. Daarvoor hoefde ik alleen maar te kijken naar de aantallen loslopende baardige en gevarieerd gekapte westerse hipsters. ’t Is hot daar.

foto’s van het Inle Lake

En Erica Terpstra,toch niet direct het prototype van de hipster, is er ook al geweest. Aan o.a. dat Inle Lake. Voor het tv-programma “Erica op reis”. Beslist leuk om die aflevering eens te bekijken https://www.npo.nl/erica-op-reis/25-03-2017/POW_03453899 .
Ze bezoekt daarin ook de bij het meer. Een pagode complex met eeuwenoude stupa’s . Toen ik die tv-beelden zag was ik er gelijk door gegrepen. Later, er in werkelijkheid rondlopend, bleek mijn gevoel helemaal te kloppen. Sprookjesachtig prachtig en indrukwekkend, die gigantische verzameling van vervallen en hier en daar ook weer opgeknapte, elegante pieken. In gerestaureerde staat natuurlijk weer bedekt met goudverf of bladgoud. Absoluut een kunstig hoogtepunt!

Verder laat ik een kleine selectie foto’s van mensen, tempels en markten uit dit tweede deel hier voor zich spreken. Een ding is zeker, je kunt in Myanmar blijven fotograferen (lees daaronder weer verder).

Toch wil ik één onderdeel er nog even speciaal uithalen. Die straat in Mandalay, na Yangon de tweede stad van het land. Een straat die op wonderbaarlijke wijze het hele jaar door bedekt lijkt  met een laagje sneeuw. Niet echt aannemelijk natuurlijk bij het klimaat daar. ’t Is dan ook een dikke laag wit stof. Afkomstig uit een lange rij werkplaatsen waar Boeddha’s van wit steen en marmer worden gemaakt. Ontzettend veel Boeddha’s in allerlei formaten. Groot, klein, middelmaat, zittend, liggend, ’t doet er niet toe. U vraagt? Wij hakken, slijpen en polijsten. Maar dan natuurlijk wel zonder een Arbowet. Want de werkomstandigheden daar? Niet te geloven. Stoflongen? Nooit van gehoord! Stofkapjes, wat is dat? En gehoorbeschermers tegen al het slijplawaai? Bestaan die dan?

Wij kennen allemaal wel de nogal hilarische Nederlandse traditie van het koekhappen. Dat ik eigenlijk wel miste bij die Koningsdag in Tilburg. Maar dat terzijde. In Mandalay hebben ze daar dus hun eigen variant op ontwikkeld.  Stofhappen. Om een beschermend marmerlaagje op de binnenkant van je longen te creëren.

Arbotechnisch niet gezond, fototechnisch wel geniek. Tot volgende week.

TOOS

Een kunstinkijkje in de wereld van beeldend kunstenaar TOOS van Holstein: ervaringen, ideeën en ART

%d bloggers liken dit: