Sint Nicolaas, zijn wonderen en geschenken, maar dan net even anders


de verklaring van deze foto lees je helemaal onderaan

Die hele Sint Nicolaas is eigenlijk maar een wonderbaarlijk figuur. Want moeten we nou echt geloven dat hij zijn schimmel als een pré-Anky (van Grunsven) zo heeft gedresseerd dat ie op daken kan lopen en balanceren? En dat hij pakjes door een schoorsteen precies in schoentjes weet te mikken die niet eens direct onder die schoorsteen staan? Trouwens, schoorsteen? Hoe zit dat bij cv-verwarming? Maar ja, een wondertje hier en daar en de broodnodige verwarring is hij nooit uit de weg gegaan. Bij het Sinterklaasjournaal lust Dieuwertje Blok er wel pap van. Trouwens, niet alleen het journaal van nu maar ook dat van eeuwen geleden. Een Sinterklaasjournaal eeuwen geleden? Ja, natuurlijk! Want wat is zo’n middeleeuws veelluik als hieronder anders dan dat?

veelluik met de wonderen van Sint Nikolaas

Gewoon een geschilderd journaal om het volk kond te doen van Sint zijn wonderen. Zoals linksonder die wonderbaarlijke vermenigvuldiging van graanzakken in een schip toen er hongersnood dreigde in Myra, de Turkse stad waar hij bisschop was. Hé, kennen we ook niet zo’n wonderverhaal over vermenigvuldiging van brood en wijn uit een andere bron? Goed voorbeeld doet goed volgen!

Sint Nicolaas vermenigvuldigt de zakken graan in het schip op wonderbaarlijke wijze

En wat te denken van de afbeelding linksboven waar onze goedheiligman met stiekeme geldschenkingen de drie dochters van een zieke vader redt van de prostitutie. Voor arme ongetrouwde vrouwen vaak de laatste reddingsboei destijds. Zou hij toen al geleerd hebben om goed te mikken met cadeautjes?

de redding van de drie maagden

Rechtsboven staat ook nog een mooie. Daar heeft hij drie kinderen die door een kwaadwillige slager in stukken waren gehakt weer keurig in elkaar gezet en tot leven gebracht. Het monster van Frankenstein is er niks bij.

de redding van de drie in stukken gesneden kinderen

Welk wonder er mogelijk op het missende paneel rechtsonder heeft gestaan? Misschien wel die redding van de door een heidense koning  gevangen genomen edelmanszoon die deze snode heerser vertelde over de wonderen van Sint Nicolaas. ’s Konings hoon dat die heilige hem toch maar mooi in de steek liet, kon Nicolaas natuurlijk niet op zich laten zitten. Hij verscheen subiet, gezeten op een wolk. Logisch dus dat die jongeman vrijkwam.

Prachtige sprookjes natuurlijk. Maar of onze Sint er toen ook uit zag als op dat schilderij? Daarover heerst toch wat onzekerheid. Kijk maar.

links onze kindervriend in Zwitserland, midden Oekraïne en rechts Tsjechië

En die mijter? Op de oude icoon hieronder (links in de foto) is daarvan geen sprake. Wel interessant overigens dat zijn uiterlijk daar wel wat lijkt op het hoofd van Nicolaas dat een aantal jaren geleden is gereconstrueerd  na wetenschappelijk onderzoek van resten van zijn geraamte.

Daarbij dan wel aangenomen natuurlijk dat het ook echt de botten van die bisschop van Myra betreft. De tombe met zijn overblijfselen valt te aanbidden in de Sint-Nicolaas basiliek van Bari aan de zuidoost- kust van Italië. Een druk bezocht graf, zo kon ik in 2016 zelf constateren.

de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de Sint-Nicolaas basiliek in Bari
de crypte met het graf van Sint Nicolaas

Hoe zijn beenderen daar terecht kwamen? Na een rooftocht van kooplieden in 1087 die ’t maar niks vonden dat hun heilige begraven lag in een toen islamitisch geworden gebied. Daardoor pronkt Bari nu ook jaarlijks met een processie waarin het beeld van Sint Nicolaas wordt rond gesjouwd door de oude stad. Als je goed kijkt zie je dat zijn gezicht behoorlijk bruin getint is. Interessant en humoristisch toch? Leuk ook voor een pikante bijdrage aan onze Pietendiscussie.

Nog leuker is dat Turkije die relieken van Nicolaas graag terug wil hebben. Gestolen erfgoed ten slotte! Een Turkse professor in de archeologie staat daar helemaal achter. Nicolaas zelf zou destijds in de 4e eeuw namelijk nooit hebben verklaard dat hij in Italië wilde worden begraven. Echt een ijzersterk argument. Ik moest even denken aan Rudy Giuliani, zijn geweldige Trumpteam en hun grootse resultaten bij het aanvechten van de Amerikaanse verkiezingsuitslag.

steendruk de drie maagden van hierboven

Maar goed, wij hebben op 5 december ons eigen Sinterklaasfeest. Zij het dit jaar onder beperkende corona-omstandigheden. ’t Blijft wel gek dat we dat op 5 december vieren terwijl officieel de sterf en naamdag van Sint Nicolaas op 6 december valt. Laat dat nou toevallig dit jaar de 1e zondag van de maand zijn! De dag van de Kunst en Cultuurroute Middelburg (13-17 uur). Iedereen welkom in mijn atelier aan de Korendijk 56. En logisch natuurlijk dat ik zorg voor aantrekkelijke kunstcadeautjes. Zoals bijvoorbeeld mijn bijdrage met vier steendrukken aan de levensbeschrijving van Saint Nicolas in de middeleeuwse ‘La Légende Dorée’ van monnik Jacques de Voragine (foto helemaal bovenaan). Maar dat is een ander verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Een Veerse Vloot van vijfentwintig Vliegende Hollanders


de Grote Kerk van Veere

Is een kerk zonder kerkmeester eigenlijk nog wel een kerk te noemen? Of is het dan alleen nog maar een kerkgebouw? En stel dat een kerkgebouw weer een kerkmeester krijgt, is ’t dan gelijk weer een kerk? Rare gedachtefratsen? Nou, lees maar verder. Dit kwam onlangs spelenderwijs in me op door een kunstgebeurtenis in de Grote Kerk van Veere. Een majestueus middeleeuws bouwwerk dat én Veere én de wijde omgeving  be- en overheerst. Eigenlijk vele maten te groot voor het huidige stadje.

uitzicht over Veere vanuit de toren

Iedereen die Veere kent, zal dat kunnen beamen. En een ieder die Veere niet kent, moet er dan maar eens snel heen. Om in die Grote Kerk de expositie ‘Ex Voto’ te ervaren. Maar ga vooraf eerst wel naar het Museum Veere in de Schotse Huizen. Met als bonus op hetzelfde toegangskaartje ook nog dat prachtige laat gotische stadhuis (met er tegenover mijn reddersmonument). Daar krijg je wel verklaard waarom Veere ooit zo welvarend was dat het zich zo’n overmaatse  Grote Kerk kon veroorloven. Bekijk als voorproefje maar de video van MuseumTV over die Schotse Huizen en het stadhuis.

En dan dus die Grote Kerk die al heel lang geen kerk meer is. Maar wel een gigagrote geen-kerk. Nog steeds. Ook al hebben ze in de middeleeuwen die toren nooit tot de geplande 100 meter hoogte afgebouwd. Ook al zijn de uitgebreide begraafplaatsen er omheen verdwenen. En ook al hebben ze in de 19e eeuw de grote Noordbeuk afgebroken om de stenen ervan te kunnen verkopen omdat Veere in die tijd zo arm was als een kerkrat.  Maar dat zijn andere verhalen.

De laatste tientallen jaren wordt met vallen en opstaan geprobeerd de Grote Kerk tot een belangrijk cultureel centrum van Zeeland te maken. Met de permanente multimediale ‘Experience’ van de geschiedenis van de kerk naast onder andere muziekuitvoeringen en exposities. Zo hing er een aantal jaren geleden een paar keer werk van mij op groepstentoonstellingen met Zeeuwse kunstenaars.

Maar nu zat ik er in oktober op uitnodiging voor een heel speciale opening.  In een vanwege de coronaregels tot maar dertig personen beperkt publiek. Een nietig plukje mensen onder dat immense gewelf van het middenschip. Een gewelf waarin de dagen daarvoor schepen de lucht in waar gezeild. Gemaakt van allerlei kleuren kaarsvet en wax. Door Folkert de Jong. Een kunstenaar die ik een poos geleden persoonlijk leerde kennen maar van wie ik al ver daarvoor een intrigerende kunstinstallatie had bewonderd in het Kunstmuseum Den Haag. Om een paar jaar daarna soortgelijke beelden uit die installatie terug te zien op de grote jaarlijkse kunstbeurs in Keulen. En die nog weer wat jaren later bij de Oostkerk in Middelburg een groep beelden mocht plaatsen. Dat in het kader van de tweede editie van de grote kunstmanifestatie  Façade, georganiseerd door het CBK Zeeland.

2012, installatie ‘Anatomie’ van Folkert de Jong in het Kunstmuseum Den Haag
2014, beelden van Folkert de Jong op de kunstbeurs van Keulen
2017, beeld van Folkert de Jong bij de Oostkerk in Middelburg

Datzelfde CBK had nu Folkert de Jong gevraagd om kerkmeester te worden in Veere. Daar is ie dan, die kerkmeester! Niet zomaar een gewone kerkmeester trouwens. Nee, je wordt dat alleen als je in de kerk een expositie realiseert en blijft dat slechts voor de tentoonstellingsduur. In dit geval tot 28 februari volgend jaar. Maar hoe eigen je je die immense ruimte toe? Hoe maak je daar iets dat niet gelijk in nietigheid weg valt? Dat deed hij met 25 schepen van zo’n anderhalve meter lang, gecreëerd uit allerlei soorten kaarsvet. Die zweven daar nu als een luchtvloot onder de naam ‘Ex Voto’. Echt prachtig.

vlak voor de opening samen met Kathrin Ginsberg, directeur van het CBK Zeeland
Folkert de Jong heeft de erestaf, behorend bij het kerkmeesterschap, in ontvangst genomen
na de opening even bijpraten met Folkert
enkele van die schepen

Natuurlijk zit er een hele filosofie achter die schepen, maar die kan Folkert het beste zelf vertellen in deze video.

Heerlijk lijkt me dat. Je mogen uitleven in zo’n immense ruimte met zo’n eeuwenlange geschiedenis en met zoveel verhalen. In 2011 heb ik zelf al zoiets kunnen doen bij mijn grote tentoonstelling ‘TOOS’ in de krochten van Fort Rammekens bij Ritthem. Aan de monding van de Westerschelde. Ik zie al helemaal voor me hoe ik dat met de ervaring van toen nu zou kunnen doen in Veere. Ach, een mens moet af en toe gewoon lekker kunnen dromen. Ik ben trouwens best benieuwd naar je ‘experience’, zoals dat tegenwoordig heet, van en in de Grote Kerk. Tot volgende week.

TOOS

Kunst voor in je brievenbus en zou Hugo de Jonge misschien stiekem Rolling Stones fan zijn?


Wat deze foto hier doet? verklaring verderop.

Sinds vorige week is in Zeeland een nieuw lichtpuntje te ontwaren in het diepe duister waarin de Nederlandse cultuursector zich al tijden bevindt. Maar daarover straks.

Eerst nog wat extra licht op dat diepe duister. Dat ging twee weken geleden toch echt wel lijken op een zwart gat. Geen toneellampen meer aan in de theaters. Concertzalen als donkere, holle ruimten. Geen oplichtende schermen in de bioscopen. Zelfs musea moesten minimaal twee weken de uitlichting van hun kunst staken. Reden onder andere? Het aantal verkeersbewegingen terugbrengen Maar Ikea? Die filialen mochten open blijven. Een absolute gotspe! Stel dat alle auto’s richting musea links zouden moeten voorsorteren en die voor Ikea rechts. Gokkie leggen dat je rechts één grote, urenlange file had gekregen en dat de museumbezoekers links gewoon konden doorrijden? Bezoekers, doordeweeks voornamelijk ‘grijze koppen’, die zich keurig voor zo’n tijdslot hadden aangemeld waarin maar een minimaal aantal mensen was toegestaan. Bezoekers die zich, zo weet ik uit ervaring, keurig aan alle afstandsregels houden. Want zijn zij niet de begerenswaardigste doelgroep voor dat pluizige coronabolletje met die gretige grijparmpjes? Bezoekers ook die de regelmatig beslagen brillenglazen op de koop toenemen bij hun net niet goed zittende gezichtsmaskers.

drie weken geleden bij Kasteel Het Nijenhuis ten oosten van Zwolle, ongelooflijk toch, die drukte, met alle bijbehorende verkeersbewegingen?

Maar nee, dicht moesten ze, die musea, absoluut dicht! En nog geen week later? Minister Hugo de Jonge op tv. Met droge ogen en zonder enige schaamte weet ie te melden dat ze zeer waarschijnlijk snel weer open mogen. Gewoon nog wat nachtjes rustig slapen en ’t is zo ver. Wat is er daar achter de schermen gebeurd? Welk visioen, welk voortschrijdend inzicht had zich binnen zeven dagen zo plotseling aan hem geopenbaard? Maar goed, met zijn Bijbelse achtergrond zal de spreuk ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’ hem niet onbekend zijn.

De bioscopen, theaters en ook musea mogen dus nu toch eind deze week ineens weer open. Wel natuurlijk met alle bijbehorende en beperkende corona-voorwaarden. Zwalkende cultuur-lichtpuntjes zogezegd. Met in Zeeland zelfs nog die al genoemde extra lichtbron. De herintroductie van Kunstbezord.nl.

Hé, zullen sommige lezers mogelijk denken. Ken ik dat niet? Jazekers ken je dat. In april en mei schreef ik daarover al. Nog even kort samengevat. Alles wat kunst betrof lag op z’n gat. Reden voor het Centrum Beeldende Kunst Zeeland om te beginnen met die actie Kunstbezorgd.nl. Alle bij het CBK ingeschreven professionele kunstenaars konden foto’s aanleveren van opstuurbare, brievenbusveilige kunstwerken met maximaal A4-formaat. Alles te koop voor de vaste prijs van €100 per kunstwerk. Gelijke monniken, gelijke kappen dus. Het idee vond ik zo sympathiek dat ik me over mijn bezwaar tegen die toch wel lage prijs heen zette.

Ik ging aan de slag met een stapel dunne, makkelijk snijdbare aluminiumplaten die al jaren in mijn atelier lag. En met succes. Veertig maakte ik er in die lockdown-maanden, allemaal verkocht. Een heerlijk gevoel dat ik in die sombere tijd best wel kon gebruiken. Zo’n heerlijk gevoel dat ik er ook nog een brochure van 40 pagina’s aan ga wijden. Maar dat wordt een ander verhaal.

afbeelding op de omslag van die komende brochure over de XX-XX Serie

Toen galerieën en musea weer opengingen sloot het CBK de site af. Tot ik twee weken geleden bericht kreeg dat in deze opnieuw duistere tijden de Kunstbezord site weer internetleven wordt ingeblazen. Oh,had ik nog wat van die aluminiumplaten liggen? Ja! Vandaar onderstaande foto van vorige week.

bezig in mijn atelier aan nieuwe kunstwerken voor Kunstbezorgd.nl

Kunstbezorgd.nl is intussen actief in de cyberspace en in de shop staan ook alweer heel wat werken te koop van heel wat kunstenaars. Zoals van mij. Ten minste, op dit moment van schrijven. Want zoals dat door de bancaire wereld tegenwoordig heet ‘resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst’. Je hoeft trouwens niet door alles heen te scrollen, je kunt ook op naam zoeken.

een screenshot van vorige week van de verkoopsite van Kunstbezorgd.nl met daarin het kunstwerk dat je al zag staan, helemaal bovenaan
een nieuw kunstwerk dat er nu op staat

En wat Hugo de Jonge betreft? Ik vroeg me ineens af of hij niet stiekem een fan is van de Rolling Stones. Want op vrijdag 20 november mogen de musea weer open. Komt dat even goed uit voor het Groninger Museum met de opening van de nieuwe blockbuster expositie ‘Unzipped’ over dat fameuze stel jonge ouwe mannen. Waarbij Mick Jagger de officiële opener is op donderdag 19 november om 17.00 uur. Dat gebeurt online via rollingstonesgroningen.nl. Door iedereen te volgen. Toeval? Bij Hugo de Jonge gebeuren wel meer rare dingen. Tot volgende week.

TOOS

The Wild West, Gebleekte Koeienschedels en Fascinerende Landschappen


Hé, heb je die foto hierboven daar niet al eens eerder zien staan? Klopt. Drie weken geleden stond ie er ook. In deze aflevering over Georgia O’Keeffe, een van mijn schildershelden. Maar de verklaring van waarom die daar stond? Die moest ik toen nog schuldig blijven. Want anders liep de lengte van die aflevering echt uit de hand. Hierbij de inlossing van mijn schuld.

gewoon ergens onderweg in Het Wilde Westen

Toen ik begin jaren 90 voor het eerst The Wild West van Amerika doorkruiste, was dat een overweldigende ervaring. Wat een ruimte, wat een ongelooflijk landschap, wat een rijkdom aan fascinerende kleuren. Daardoor begon ik te begrijpen waarom de wereldberoemde Georgia O’Keeffe, daar in New Mexico, schilderde zoals ze schilderde. Zo’n groots landschap vanuit je eigen gevoel in verf weergeven zonder te vervallen in het puur naschilderen van een fotografische realiteit, is gewoon heel moeilijk. Dan moet je wel sterk vereenvoudigen. Dan moet je die prachtige aardtinten flink aanzetten, dan moet je sterke kleurtegenstellingen creëren. Kijk maar eens naar een paar van haar landschapsschilderijen en wat foto’s uit de rijke verzameling die ik op latere reizen in die gebieden digitaal bij elkaar schoot.

olieverf van Georgia O’Keeffe
ook weer zomaar ergens onderweg

Dit past ook helemaal bij wat ze eens schreef in een brief aan een kunstgenoot. ‘Wat anderen vorm hebben genoemd, heeft niets van doen met mijn vorm- ik wil mijn eigen creëren. Ik kan niks anders doen dan dat- als ik denk aan wat anderen- autoriteiten of het publiek- of wie dan ook- zouden zeggen van mijn vorm zou ik niet in staat zijn om ook maar iets te doen’. Die houding van ‘ik zoek zelf wel uit wat ik wil schilderen, ik laat me de les niet lezen’ spreekt mij persoonlijk ook heel erg aan. Op de academie was ik al een van de weinigen die altijd figuratie in mijn werk wilde aanbrengen. Ik kon in feite niet anders. De abstracte kunst die toen helemaal ‘in’ was, paste niet in mijn wereld. Ik had ook mijn eigen vorm. En belangrijke leraren voor me, zoals Ru van Rossem en Nico Molenkamp hebben me daarin toen gelukkig gestimuleerd. Waarschijnlijk omdat zij in hun kunst ook altijd werkten met figuratieve elementen, ook in een geheel eigen vorm, een geheel eigen wereld. Een wereld die ik,ook al zijn ze al jaren dood, nog steeds van verre herken in hun schilderijen en grafiek.

grafiek van Ru van Rossem
olieverfschilderij van Nico Molenkamp

Maar nu nog die atelierfoto met de koeienschedel en wat dat met Georgia O’Keeffe heeft te maken. Die schedel kreeg ik in de grijze oudheid eens van een leerling. Toen ik nog op de Middelbare Detailhandelsschool les gaf in het vak Esthetische Vorming. Ik had me in een les spontaan laten ontvallen dat het hebben van een koeienschedel me wel interessant leek. Staat die leerling een aantal dagen later met een heel grote tas voor mijn neus. Wat daarin zat? Een afgesneden koeienkop! Had ie geregeld via zijn vader. Moest nog wel,zo wist hij met een grote grijns te vermelden, helemaal worden schoongemaakt. Ik zal je niet vermoeien met de mierenhoop waarin ik die kop heb gestopt en de grote uitkookpan die uiteindelijk nodig was. Maar dat die schedel nu al jarenlang mijn atelier siert, is gewoon een feit. Hij komt ook nog voor in kunstwerken van me. Bijvoorbeeld als warme welkomstgroet voor de zielen van overledenen die zich melden bij de Griekse onderwereld, de Hades.

Toos van Holstein, Hades, olieverfschilderij

En dan kom ik er op een goeie dag via foto’s achter dat Georgia O’Keeffe ook een koeienschedel in haar pueblo in New Mexico had hangen en die gebruikte in schilderijen.

Georgia O’Keeffe in haar pueblo

Voor haar overigens niet zo moeilijk om die zonder vel en zongebleekt te verkrijgen. Die vond ze gewoon op haar wandelingen door de woestijn. Niks geen mierenhoop en uitkookpan voor haar. Gewoon kant en klaar. Nog mooier werd ’t toen ik ergens in het Wilde Westen deze foto kon maken. Niet als verwelkoming voor de Hades maar op het hek van een haciënda.

En ’t wordt nog mooier. Weet je waar nu dat schilderij ‘Hades’ van mij hangt? Ergens in dat Wilde Westen. Op exposities in Nederland, België en Frankrijk  had niemand er belangstelling voor. Maar bij een tentoonstelling in Scottsdale, een kunstzinnige voorstad van Phoenix in Arizona (waar tijdens het schrijven van dit stukje nog steeds stemmen worden geteld) was ie gelijk weg. Een kwestie van cultuur.

een hoekje van mijn expositie destijds in Scottsdale met links ‘Hades’

Oh ja, heb je toen die documentaire over Georgia waarnaar ik drie weken geleden verwees nog gezien?

Tot volgende week.

TOOS

Mijn Reddersmonument en van toen het Veerse Meer nog het Veerse Gat was


Wat dit hierboven is? Mijn Reddersmonument in Veere. Op de hoek van Markt en Kaai. Op de muur van wat ooit het katholieke kerkje O.L. Vrouwe ter Snee was, schuin tegenover dat prachtige middeleeuwse stadhuis. Onthuld op 29 mei 2010. Een paar weken geleden was ik er weer  eens even  om te controleren of dat reddersmonument er nog steeds goed bij hangt. Dat maakte ook gelijk heel wat herinneringen los. Zoals dat het al onthuld had moeten worden op 11 januari 2008 en ook nog op een heel andere plek.

bij de ingang van de haven

Daar dus waar nu die kanonnen staan. En dan zo’n 5 meter hoog. Je begrijpt vast al dat dit een stukje recente Veerse  geschiedenis vormt in de lange historie van deze ooit zo rijke havenstad. Van toen het Veerse Gat, de directe verbinding met de Noordzee, nog lang geen afgesloten Veerse Meer was. En er op drukke dagen in de 16e en 17e eeuw tientallen handelsschepen voor anker gingen.

Schepen die bij heftige stormen op zee wel eens in nood kwamen en ook vergingen. Waarbij zeelui verdronken of op het nippertje werden gered.

Pas in de tweede helft van de 18e eeuw kwam er een soort reddingswezen op gang. Met als gangmaker de in Veere geboren Frans Naerebout (1748-1818). Voorganger van de velen die zich daarna inzetten voor dat reddingswezen. Zoals bijvoorbeeld nog op 11 januari 1958 kapitein Jan Minneboo en matroos Boete Minneboo. Die met hun reddingsboot en gevaar voor eigen leven op bijna miraculeuze manier de bemanning van de zinkende sleepboot Ebro veilig aan wal wisten te krijgen. Toen al beloofde de burgemeester dat daar een eremonument voor moest komen. Niet dus.

Frans Minneboo

En dat kon Frans Minneboo, zoon van Jan, niet laten gebeuren. Dat monument, een eerbetoon aan al die redders van eeuwen her, moest en zou er komen. Het liefst exact 50 jaar na die heldendaad in 1958. De laatste trouwens. Want een paar jaar later werd het Veerse Gat afgesloten. Dat is zelfs nog bezongen door de bekende troubadour Jaap Fischer. Luister maar.

Frans Minneboo richtte dus een stichting op. De Stichting Reddersmonument Veere, de SRM Veere. Vijf  Zeeuwse kunstenaars werden geselecteerd om een ontwerp te maken voor het monument. En, kort samengevat, mijn ontwerp werd ‘t.

maquette voor mijn Reddersmonument

Vanwege de figuratief vormgegeven symboliek. Met de vervaarlijke zeebodem en het opengewerkte lichaam van de drenkeling, bijna al een lege huls. En met de reddingsboot als windvaan bovenop de dubbel gelaagde golven. Voor zowel het visueel dramatisch effect als de gelaagdheid van het redden lang geleden. Want leverde een vergaan schip niet ook heel veel aangespoelde, te jutten en te verkopen goederen op?

Waar dit geheel moest komen wist ik gelijk. Op de kop van de haven waar vroeger al die schepen in en uit voeren. Recht tegenover de stoere 15e eeuwse Campveerse Toren, ooit onderdeel van de Veerse stadsmuur. Zo ongeveer moest ’t er ongeveer uit komen te zien.

gezien vanaf de hoek van Kaai en Markt

Maar toen kwamen de nimby’s in opstand. De lui van ‘ik ben wel voor, maar not in my back yard‘, niet in mijn achtertuin. Of eigenlijk dus nimfy’s. Not in my front yard, niet in mijn voortuin. Want, zoals dat werd verwoord in hun bezwaarschriften, ‘het past niet in onze vestingstad en bovendien zou bij plaatsing op de beschermde stadswallen het aloude silhouet van de stad worden aangetast’. Een heel curieus argument trouwens, dat van het silhouet. Want exact op de plaats waar het reddersmonument zou komen, stond eeuwen geleden een andere toren van de vestingwal. Zoals deze oude gravure van Veere laat zien. Maar ja, historisch besef is een rekbaar begrip.

links de gravure, rechts een uitsnede ervan, met links die toren tegenover de Campveerse Toren

Die toren schijnt ooit bij een zeer lage waterstand de haven in te zijn gegleden en is nooit meer opgebouwd. De tegenstanders liepen zelfs in de zomer op de Kaai toeristen te ronselen om hun bezwaar mee te ondertekenen. Ik heb me destijds ver gehouden van al dat gedoe, dat was aan de SRM Veere. Met pijn in het hart natuurlijk. Maar ik had van insiders wel begrepen dat Veere een politiek wespennest was en er mogelijk ook nog andere,meer persoonlijke belangen speelden. Uiteindelijk ging de oorspronkelijke opzet dus niet door, B en W haalden bakzeil. Maar geen haar op Frans Minneboo’s hoofd die er aan dacht zich schaakmat te laten zetten. De particuliere geldgiften waren overigens ook al binnen. Dus maakte ik een nieuwe, veel kleinere opzet voor die hoek bij Markt en Kaai. ’t Was toch ook mijn eer te na dat die redders niet geëerd zouden worden.

Het resultaat? Een groot feest op 29 mei 2010. Met redder Boete Minneboo en oud-Ebro-kapitein  Jan Bruins, beiden 85, als eregasten.

onthulling door Boete Minneboo en Jaap Bruins
en ondergetekende deed natuurlijk ook nog een woordje
een shanty-koor mocht natuurlijk ook niet ontbreken

Eind goed, al goed. Met dat nog steeds prachtig hangende reddersmonument. Tot volgende week.

TOOS

(Van) Holsteinse lijntjes naar Oom Piet, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Zeeuwse Piet Rijken


de Schotse Huizen in Veere, onderdeel van Museum Veere

Mijn Middelburgse oom Piet schildert ook! Zo vertelde een collega van levensgezel alweer jaren geleden. Maar ’t kwam er niet van om daar dieper op in te gaan. Later wel,een keer bij die collega thuis. Daar hing namelijk een werk van oom Piet. Een goed geschilderd stilleven. Dat zich daarbij later een ‘Toos’ heeft gevoegd, een opdracht van die collega, is natuurlijk heel leuk. Zomaar een (van) Holsteins lijntje naar de kunst van Piet Rijken (1915-2001), tegenwoordig eigenlijk alleen nog wereldberoemd in Zeeland. En dat vind ik onterecht. Zo zag ik recent bij de nog tot 8 november durende tentoonstelling ‘Verfijnd verleden’ in de Schotse Huizen in Veere. Een expositie gewijd aan ‘oom Piet’. Tot mijn schande had ik van hem nog nooit een overzichtstentoonstelling kunnen bezoeken. Zoals de laatste grote nog tijdens zijn leven in 1995 in het Zeeuws Museum. Maar nu was de gelegenheid daar, zeker ook omdat nog een paar andere zaken me naar Veere brachten. Zoals de nieuwe ‘kerkmeester’ van de Grote Kerk, dat alles overheersende bouwwerk in het stadje, en een persoonlijke inspectie van mijn ‘Reddersmonument’ daar. Kerkmeester en Reddersmonument? Jazekers! Maar dat zijn komende verhalen.

Eerst Piet Rijken. Met die expositie in de prachtige middeleeuwse Schotse Huizen. Gecombineerde Hollandse en Schotse pracht aan de Kaai. Daar waar ’t eeuwen geleden wemelde van Schotse handelslui, Schotse vrachtschepen en Schotse dukaten. De verklaring daarvan? Het zogenaamde Schotse stapelrecht. Maar een verhaal daarover komt misschien nog wel eens.

beelden uit de rijke middeleeuwse periode van Veere in de Schotse Huizen

Een paar van de zalen op de 1e etage in die grote Schotse Huizen, onderdeel van Museum Veere, zijn nu geheel gewijd aan Piet Rijken. Te beginnen met een prachtig groot schilderij op de begane grond.

Piet Rijken, De rode lap (1974)
detail uit ‘De rode lap’

Een magisch realistisch werk uit 1974 waarin ‘Oom Piet’ heel mooi zijn fascinatie voor vergankelijkheid, natuur en milieuvervuiling verwerkte. Maar voordat hij dit zo kon, waren er al heel wat jaren verstreken. Gegrepen door de kunst had hij na de Tweede Wereldoorlog zijn baan bij de politie opgezegd om zich als autodidact helemaal te storten op het aanleren van de oude schilderstechnieken. Met succes.

Zeeuwse boerin (1953)
Zelfportret (1955)
De Dom van Veere (1955)
Gezicht op Zoutelande (1973)
Het vergeten portretje (1979)
Stenen vruchtenmand (1982)

Nou was dat realistische fijnschilderwerk in de periode van de jaren 50/60 natuurlijk helemaal not done. ’t Was Cobra en abstractie wat in de officiële kunstwereld de klok sloeg. Maar buiten dat circuit waren er nog heel veel liefhebbers van figuratie. Piet Rijken verkocht goed. Zoals op de tentoonstelling ook wel blijkt uit de vele schilderijen die door particulieren zijn uitgeleend. Dat geldt niet voor vier werken die in bezit zijn van het museum. Geschilderd naar aanleiding van de vondst van een oude beerput in een van de Schotse Huizen in 1995. Rijken vereeuwigde de daarin gevonden voorwerpen zodat je nu én die vondsten én zijn schilderijen daarvan in één blik kunt vatten.

de voorwerpen uit de beerput op de voorgrond, drie van de schilderijen erachter, let ook op dat houten bord
Oude wijnflessen met koperen schaaltje (1995)
Stilleven uit 1998 dat me sterk deed denken aan de wereldberoemde Italiaanse schilder Morandi

Hierdoor en door de stijl van Piet Rijken kon ik niet anders dan ook denken aan een andere, veel bekendere autodidact. Workumer Jopie Huisman (1922-2000). Achtereenvolgens plateelschilder, vertegenwoordiger in een metaalhandel, vodden en metalen koopman en ten slotte kunstenaar met zelfs een aan hem gewijd museum in zijn geboorteplaats Workum (Friesland). Een flamboyant figuur met de juiste connecties die regelmatig in tv-programma’s verscheen met zijn sappige verhalen. Maar iemand die ook kon schilderen. Vooral oude spullen die hij tegenkwam in zijn lompenhandel en dan bewaarde.

Vandaar dus mijn associatie met hem bij het zien van stillevens van Rijkens.

Eigenlijk zouden hij, de man die veel minder openbaar optrad, en Jopie Huisman eens een gezamenlijke expositie in Workum moeten krijgen. Ik zie ’t al helemaal voor me. Met een publicitair aansprekende titel. In het Engels natuurlijk, dat scoort beter. ‘The Art Battle of the Year: Piet Rijken, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Friese Piet Rijken’.

En mijn (van) Holsteinse lijntje naar Jopie Huisman (zie de titel)? Het Jopie Huisman Museum verhuisde naar een paar panden er tegenover. In het vrijgekomen monumentenpand vestigden Sophie en Klaas Elzinga een aantal jaren later hun Galerie Kesk. Met daarin een permanente ruimte voor mijn schilderijen.

uitladen voor een expositie bij Galerie Kesk in het voormalige Jopie Huisman Museum
deel van mijn eigen zaal daar

De galerie bestaat niet meer, maar ik kan dus in alle eerlijkheid stellen dat ik heb geëxposeerd in het oude Jopie Huisman Museum. Zo zie je maar weer hoe in onze wereld gigantisch veel verbindende lijnen zijn  te ontdekken. Zoals tussen Oom Piet, Jopie Huisman en ondergetekende.

TOOS   

Het Heilige Geloof oftewel Santa Fe en de foto’s die je vroeger niet maakte


foto gemaakt in mijn atelier vanwege die koeienschedel

Eerst even wat zaken op een rij die ogenschijnlijk niets met elkaar hebben te maken.

– Komende zaterdag 24 oktober staat op NPO2 om 23.30 uur een documentaire geprogrammeerd die  elke rechtgeaarde kunstliefhebber niet mag missen. Dit was de trigger voor deze blogaflevering en  de  door mijn vele miljoenen breinneuronen verwekte volgende  associaties.

– De foto hierboven.

– In 2004 schaften levensgezel en ik onze eerste digitale camera aan.

– Een aantal jaren daarvoor stonden we in Santa Fe in New Mexico voor een gesloten museum.

– In 1990 kreeg ik van levensgezel een boek cadeau met de titel ‘Georgia O’Keeffe- Art and Letters’.

De verbindende factor tussen dit alles? Die Georgia O’Keeffe (1887-1986). Al heel lang een van mijn kunstfavorieten.

Georgia O’Keeffe gefotografeerd door haar grote liefde Alfred Stieglitz

Vandaar dus ook dat cadeautje van levensgezel. Want al kenden we elkaar toen nog niet zo lang, dat wist hij al wel. Daarom ook stonden we, enkele jaren voor de aanschaf van onze eerste digitale camera, voor dat gesloten museum in Santa Fe. Het Georgia O’Keeffe Museum. We waren toen in het wilde weg kilometers aan het maken door een aantal ‘Wild West’ staten van de USA. Vanuit Park City in Utah, waar ik toen een expositie had, naar Arizona, Colorado en New Mexico. Met als een van de doelen dat museum. Maar ja, hoe ging dat in die tijden? Nog geen slimme telefoon of tablet want de eerste iPhone verscheen pas in 2008 en de eerste iPad in 2010. Een laptop mee op vakantie? Kom nou! WiFi? Wat is dat? Iets opzoeken op internet? Huh? Dus stond er een onverwachte schutting rond het museum. Verbouwing. Een typisch gevalletje van jammer. Van die situatie heb ik ook geen foto. Geen digitale camera. Wel zo’n ding met een fotorolletje erin. Maar daarmee was je automatisch heel zuinig. Anders zou ik nu vast een foto hebben gehad van een bedremmeld kijkende Toos voor een belemmerende schutting. C’est la vie! En daarom heb ik dus maar even een plaatje van dat museum zonder schutting van internet geplukt.

Blijft natuurlijk de vraag waarom Georgia O’Keeffe een van mijn kunstenaarshelden is. Heel simpel. Allereerst heeft ze natuurlijk prachtige kunst gemaakt maar daarnaast was ze ook een onafhankelijk denkende vrouw die haar leven in eigen hand hield. Een eigenschap die mij persoonlijk heel erg aanspreekt. Vandaar ook dat ze vanuit New York in New Mexico belandde. Dat bleek haar habitat, haar plek. Daar, in dat woeste, kleurige en lege landschap voelde ze zich pas echt thuis.

Georgia op haar woonplek in New Mexico

Want New York, waar zo rond 1916 haar kunstenaarscarrière startte toen ze fotograaf en galerie-eigenaar Alfred Stieglitz ontmoette, benauwde haar op den duur.  

Georgia samen met Alfred Stieglitz

Ook al werd de tientallen jaren oudere Stieglitz haar echte grote liefde, ze bleek geestelijke en fysieke ruimte nodig te hebben om zich onvoorwaardelijk over te kunnen geven aan het scheppen van haar kunst. Om dat te creëren wat ze gewoonweg moest maken. Zoals sterk uitvergrote en geabstraheerde details van bloemen die grote verontwaardiging opriepen bij de, vooral, mannelijke kunstrecensenten. Foei, foei,dat leken wel vagina’s. Hoe onbetamelijk erotisch! Hoe sterk seksueel getint!En dat geschilderd door een vrouw. Volstrekt not done. Maar over die vroegere houding naar vrouwelijke kunstenaars heb ik ’t al vaker gehad. Hoe zou er geoordeeld zijn als de schilderijen waren gesigneerd met een mannennaam? Want mannen en mogelijk seksueel getinte schilderijen? Wat zou daar nou mis mee kunnen zijn?

twee van die ‘bloemenschilderijen’
nog meer van die werken

Ze werd zelfs afgeschilderd als ‘een door seks geobsedeerde nymfomane’. Zelf bleef ze haar hele leven lang ontkennen dat die schilderijen ook maar iets met sex en erotiek hadden te maken. Die interpretatie vond zij dan weer belachelijk. Zelfs toen decennia later, in de jaren 70, feministische groeperingen juist die schilderijen wilden betrekken in hun ideologische strijd nam ze er duidelijk afstand van. Niets wilde ze daar mee te maken hebben. Ach, oordeel zelf maar aan de hand van deze video waarin die ‘bloemenschilderijen’ op een rij zijn gezet.

Onderstaand schilderij zette in 2014 trouwens een veilingrecord neer:bijna 45 miljoen dollar. Toen het hoogste bedrag ooit voor een vrouwelijke kunstenaar betaald. ’t Kan verkeren.

Jimson Weed,White Flower No. 1 (1932)

Maar O’Keeffe maakte ook prachtige kleurrijke landschapsschilderijen, daar in New Mexico.

Georgia O’Keeffe Purple Hills Ghost Ranch – 2

Alleen ontbreekt daar nu toch even de ruimte voor. Trouwens, die foto helemaal bovenaan? Idem dito. Dus je snapt ’t al, dat wordt weer een ander verhaal. Oh ja, en vergeet die documentaire niet. Tot volgende week.

TOOS

Hoe een ‘nieuwe decreet’ leidt tot een Boulevard van Schoonheid en Troost


Cryptisch, die titel? Nogal, schat ik zo in. ’t Had ook kunnen zijn ‘Hoe een kunsttijdschrift leidt tot straatnaam-verandering’. Maar ook dat schiet niet op. Dus daar gaat ie, de verduidelijking.

Toos van Holstein, Schoonheid en Troost, mixed media op dun aluminiumplaat, 30-42 cm

 Enkele jaren geleden kocht ik hier in Middelburg in De Drukkerij,een van Nederlands mooiste boekenzaken, een speciaal kunsttijdschrift. Alleen gericht op hedendaagse Zeeuwse kunst. Of nog wat nauwkeuriger geformuleerd, puur gericht op de kunst van een paar Zeeuwse kunstenaarscollectieven. Decreet heette dat blad, uitgave nummer 15. Een niche-uitgave in kleine oplage, echt gericht op de liefhebber. En wat bleek later? Bij dat nummer bleef het.’t Was mooi geweest voor makers.

Tot ik in juni ineens een mailtje kreeg van Ramon de Nennie, een van de initiators destijds. De kas van stichting ‘decreet-concreet’ bevatte nog subsidie voor nog een ‘nieuwe decreet’. Waarin, zo stond in de mail, ‘kunstenaars van KipVis; MAS en VirusGrafiek en enkele loslopende kunstenaars een bijdrage kunnen leveren’. Dat ik onder de loslopende kunstenaars val is natuurlijk wel duidelijk. Want met mijn manier van werken heb ik nooit bij een of andere kunststroming of groep behoord. Dat ligt me ook niet. Op de academie was ik al een eenling in dat opzicht en dat is zo gebleven. Maar meedoen met dit initiatief? Leek me leuk. Ik moest een kunstwerk op A3-formaat (29,5 bij 42 cm) aanleveren dat ook op die grootte in het tijdschrift zou komen. Maar wat te bedenken? Ik was toen bezig met mijn XX-XX Serie op dun aluminiumplaat van A4-formaat (zie bijvoorbeeld deze blogaflevering). Dat werd dus gewoon opschalen naar A3, simple comme bonjour. Daarbij was het voorgelegde uitgangspunt van het ‘nieuwe decreet’: ‘Schoonheid & Troost, wat maakt het leven de moeite waard?’.

de laatste hand wordt gelegd aan mijn ‘Schoonheid en Troost’ (zie bovenste foto)

Sommigen, waarschijnlijk al wat ouder, zullen zich misschien afvragen waar ze die kreet van kennen. Nou, van de beroemde tv-interviewserie ‘Van de Schoonheid en de Troost’ van 20 jaar geleden. Toen journalist Wim Kayzer die vraag voorlegde aan een groep internationale kunstenaars, schrijvers, wetenschappers en filosofen. Gedenkwaardige interviews werden dat.

Nu is er dus het ‘nieuwe decreet’ met naast mijn bijdrage die van heel veel andere Zeeuwse kunstenaars. Te koop bij De Drukkerij en Atelier/Galerie de Roofprintpers.

enkele bijdragen aan de ‘nieuwe decreet’

Maar daarbij is het niet gebleven. Toen Ramon mij een paar weken geleden de nieuwe uitgave kwam brengen, wist hij te melden dat we in Middelburg, in samenwerking met de gemeente, nu ook een Boulevard van Schoonheid en Troost gingen krijgen. Op de Loskade langs het Kanaal door Walcheren tegenover het station. Een echte kunstkade. Want op 25 lantaarnpalen en stalen omhulsels van bomen zouden 25 borden van A3-formaat bevestigd worden met 25 afbeeldingen van 25 kunstenaars uit het ‘nieuwe decreet’. En aldus geschiedde.

het begin van de Loskade/Boulevard van Schoonheid en Troost, met op de meest linkse boom mijn bijdrage

Als je nu vanuit het station de brug overloopt en direct rechtsaf slaat, begint ie. De Boulevard van Schoonheid en Troost. Met direct al aan het begin mijn bijdrage. En daarna volgen er langs de hele kade dus nog vele andere. Een echte kunstwandeling in de openbare ruimte waarvan je zelf de Schoonheid kunt bepalen.

Toos van Holstein, Schoonheid en Troost

de bijdrage van kunstcompaan Juul Kortekaas

einde van de Loskade/ Boulevard van Schoonheid en Troost

 En die Troost? In het ‘nieuwe decreet’ memoreert Ramon aan Frederick. een muis uit een prentenboek van Leo Lionni uit 1974. Zijn muizenfamilie is druk bezig etensvoorraad te vergaren voor de koude, schrale winter. Maar hij niet. Hij kijkt rond en verzamelt kleuren en zonnestralen. Volop onbegrip natuurlijk bij zijn medemuizen. Maar dan wordt ’t winter en zitten ze in een grauw hol te bibberen van kou en ellende. Tot Frederick begint te vertellen over zijn verzameling kleuren en zonnestralen. Hartverwarmd en opgeleefd komen ze zo de winter door. Zouden al die politieke kunst en cultuurbezuinigers van tegenwoordig dit muizenverhaal begrijpen? Ik vrees met grote vreze!

Nu moet de loop er op de kunstboulevard in gaan komen. Wel jammer is dan dat de kunstborden niet groter zijn dan A3. Stel je eens A1 voor: 84 bij 59 cm. Zou dan niet prettig imponeren? Of nog een slag groter, A0? Waarschijnlijk een kwestie van geld en vergunningregels. Maar misschien iets voor nog komende Boulevards van Schoonheid en Troost. Want er staan ook nog plannen op stapel voor, ik meen, Vlissingen, Terneuzen, Goes en Zierikzee. En die gedachte biedt toch maar mooi troost in deze nare coronatijden. Tot volgende week.

TOOS

Yes! Opnieuw bij de Kunstenaars Top-25 van Nederland


Met dat ‘Yes!’ begint ook één van de onderdelen van de Nieuwsbrief die ik afgelopen weekeinde verstuurde naar mijn uitgebreide Nieuwsbrieven-bestand. Want naast dit wekelijkse blog gaan er per jaar gemiddeld ook  6 à 7 Nieuwsbrieven mijn computer uit. Met berichten over mijn exposities en aanverwante kunstmanifestaties. Zoals dus de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Lees hieronder maar, de inhoud spreekt voor zich.

Belangstelling voor die Nieuwsbrief? Gewoon even een mailtje naar mailto:toosvanholstein@xs4all.nl. Met daarin bijvoorbeeld ‘Yes! Graag die Nieuwsbrief’. Dan blijf je als eerste regelmatig op de hoogte van al het allerlei rond mijn kunst. Tot volgende week.

TOOS

NIEUWSBRIEF TOOS van HOLSTEIN
september 2020

Greek Tragedy, mixed media op alu-dibond 150-100 cm

Drie items in deze vijfde Nieuwsbrief van mij in dit heftige Corona-jaar. Want de wereld mag er dan wat wrakkig bij liggen, kunst gaat gewoon door. Zoals de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2021, de net geopende expositie ‘What about red?’ en mijn nieuwe editie van ‘The 70-Series and More’.

Yes! Bij de laatste 20 van verkiezing KvhJ 2021.

Woensdag werden ze bekend gemaakt. De 20 kunstenaars die na de publieke stemming zijn over gebleven van de 90 genomineerden voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2021. En daar stond toch maar weer mooi mijn naam, net als vorig jaar! Tussen die van zeer gerenommeerde kunstenaars en ook een aantal nieuwe. Samen met 5 zogenaamde wildcards verdwijnen er nu 25 namen in de hoge hoed van het honderdkoppige kunstpanel. Op 1 oktober worden er 8 uit te voorschijn getoverd die dan de laatste publieke ronde ingaan. Of ik nu voor een goeie uitslag ga duimen draaien, kaarsjes branden of sjamanen aan het werk zet? Nee, toch maar niet. Ik ben nog hard aan het werk voor een komende tentoonstelling. En ik ben ook al zeer tevreden met deze uitslag.

deel van ‘The 70-Series’

Editie 4 van ‘The 70-series and More’ bij Galerie Álafran (Diepenheim) op 4 oktober

In oktober vorig jaar startte, met een knetterend feest, bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen de eerste editie van mijn reizende expositie ‘The 70-Series and More’. Dat getal had te maken met een collectie van 70 kleine kunstwerken, zowel olieverfjes op linnen als mixed media werken op alu-dibond. Maar ook met dat feest. Iets met een verjaardag. Het ‘More’ heeft betrekking op een aantal nieuwe, grote olieverven. Nu ben ik, bijna een jaar later, toe aan editie 4. Bij Galerie Álafran in Diepenheim (gegevens hieronder). Met natuurlijk weer die 70 kleinere kunstwerken. Dat is trouwens elke keer opnieuw hard werken in mijn atelier. Want voor die €250 per stuk vliegen ze weg. Ook zijn er elke keer weer nieuwe grotere olieverven bij. De afgelopen Corona-maanden ben ik dus prima doorgekomen. Zondag 4 oktober is de opening. In mijn aanwezigheid natuurlijk.

‘What about red?’ in het Musiom, Amersfoort

‘Expositie ‘What about red?’ in museum Musiom in Amersfoort

Net vorig weekeinde opende de prachtige expositie ‘What about red?’ met daarin drie kunstwerken van mij. Onder andere ‘Greek Tragedy’, het werk op de foto helemaal bovenaan. Over deze groepstentoonstelling, draaiend rond de kleur rood, heb ik deze week uitgebreid geschreven in mijn blog TOOS&ART. Lees hier maar. Tot eind december is al het rood daar nog te bewonderen.

Op dat blog kun je je trouwens ook abonneren door ergens aan de rechterkant je e-mailadres in te vullen en op ‘volg’ te drukken. Elke week een stukje over kunst, maar ook elke week weer anders. Zoals recent over een heel verkeerd boek over vrouwen in de kunst en Charley Toorop, het Kröller-Müller Museum, hoe schilder Poen de Wijs onsterfelijk moet worden, over de grote Artemisia Gentileschi expositie in Londen die ik niet zag, over de steendrukken van Mucha in Valkenswaard en nog zowat van die kunstzaken.

Toos van Holstein

‘for me art is travelling the mind’

 

Galerie Álafran  ‘The 70-Series and More, editie 4’

opening zondag 4 oktober vanaf 12 uur

Grotestraat 45, 7478 AB Diepenheim

http://alafran.nl/

 

website www.toosvanholstein.nl

e-mail: toosvanholstein@xs4all.nl

wekelijks blog ‘TOOS&ART’ https://toosvanholstein.wordpress.com/

ook actief op Facebook, LinkedIn,Twitter, Pinterest, Pictify, Tumblr en Instagram

Het Rood van Liefde, Dood en Duivel museaal verenigd


voor het Musiom in Amersfoort

De kleur rood staat voor heel veel. Liefde sowieso. Maar ook voor schaamrood, hartstocht, dood, duivel. En wat dacht je van communisme, macht, bloed, rode oortjes. Daarbij aangetekend dat de volgorde van al die woorden volstrekt willekeurig is en dat er nog veel meer aan rood is op te hangen. Dit om te voorkomen dat iemand rood van verontwaardiging gaat beweren dat ik hier toch echt door het rooie lint ga. Duidelijk dus een thema voor een expositie, dat rood. Je kunt er als kunstenaar alle kanten mee op.

Greek Tragedy, mixed media op alu-dibond, 150-100cm

Dat gebeurt dan ook in de expositie ‘What about red?’ in het Musiom in Amersfoort. Met daarin van mij onder andere bovenstaand kunstwerk ‘Greek Tragedy’. Straks meer daarover. Eerst dat Musiom (https://musiom.art/ ).

Ik schreef al eens eerder over dit nog net geen twee jaar jonge museum dat zich richt op de top van de Nederlandse kunstenaars grofweg geboren in de periode 1950-60. Vaak kunstenaars die zich niet in een of andere kunststroming hebben laten drukken. Die het lef hadden geheel hun eigen kunstgang te gaan, onafhankelijk van museale trends.  Maar die daardoor dan ook meer in galerieën te vinden waren en zijn dan in die musea. Diversiteit in onafhankelijkheid, daarmee kun je deze groep van kunstenaars ’t best typeren. Nu krijgen ze hun verdiende podium in het Musiom. Als Briljanten Kunstenaar van 2016 met ook schilderijen in de kerncollectie van dit museum mag ik dat best zeggen. Toch?

Toos van Holstein, Energy, olieverf op linnen, 160-120 cm, deel van de museumcollectie

Initiatiefnemers Herold Broertjens en medekunstbroeder Hans Vanhorck hebben een van oorsprong 20e eeuws kerkgebouw aan de rand van het oude Amersfoort laten ombouwen tot een heerlijk intiem museum. In heel korte tijd kregen ze ook voor elkaar dat het Musiom vrij toegankelijk is met de Museumkaart. Met ook nog de toestemming om aan het Musiom een galerie te koppelen waarvan de opbrengst ten goede komt aan de ontwikkeling van het museum. Absoluut een Nederlands record in ons ingewikkelde en regelrijke bureaucratische cultuur en museumsysteem. Want daarin geldt, om die bekende lijfspreuk van de belastingdienst maar eens te parafraseren, leuker kunnen we ’t niet maken, wel ingewikkelder. Petje af dus.

Nu de nieuwe expositie ‘What about red?’ die afgelopen weekeinde startte. Jammer genoeg zonder echte opening. Want ja, dat coronavirus! Welke gevoelskleur zou je trouwens aan dat virus toekennen? Rood misschien?

deel van de expositie ‘What about red’

Twaalf kunstenaars doen mee. Waaronder ik dus, met drie kunstwerken. Zoals dat ‘Greek Tragedy’. Dat moest er absoluut bij! Want wie had er in die oude Griekse tragedies over oorlog en liefde het meest te lijden? Wie bleven er achter als de mannen ten strijde trokken of op avontuur gingen in Homerus’ Ilias en Odyssee? En wie moesten ’t lijdelijk en lijfelijk verwerken als man of zoon sneuvelde? En wie herrees altijd weer als sterke Feniks uit de grauwe as? De vrouw, de echtgenote, de moeder! Die gedachte heb ik geprobeerd over te brengen in deze mix van kunsttechnieken op de alu-dibondplaat. Met in gedachten deze woorden van maestro Henri Matisse. ‘Waar die kleur rood in mijn werk vandaan komt, ik weet het gewoon niet. De dingen die ik schilder moeten ook écht worden wat ze in hun diepste essentie zijn. Dat lukt pas als ik die dingen met elkaar in contact laat komen. Dat doe ik dankzij de kleur rood.’ Nou, daar kan ik me dus wel in vinden.

uitleg aan Marianne, vrijwilligster bij het Musiom, en Herold Broertjens over mijn bedoelingen achter ‘Greek Tragedy’

Net zoals bij mijn rood beschilderde aluminium beeld ‘Star-eyed Alice’. Staat mijn parmantige meisje, mijn kleine alter-ego, daar niet heel listig van onderaf met rode koontjes en rooie oortjes de grote-mensen-wereld te bekijken, te beluisteren en te interpreteren?

Hoe mijn ‘Star-eyed Alice’ daar staat? Ga maar kijken.

deel van de expositie met nog een schilderij van mij, ‘Energy’160-120 cm

deel van de museumgalerie

de beelden-binnenplaats

Je kunt voor ‘What about red?’ terecht in het Musiom van vrijdag t/m zondag. Tot 27 december. In de maand van onze rood-bemantelde Sinterklaas en de ook rood uitgeslagen Kerstman, zijn Amerikaanse na-aper. Één rood accentje mis ik nog wel. De rode loper voor het celebrity-gevoel bij ’t betreden van het museum. Oh ja, en die oude binnenstad van Amersfoort is ook niet te versmaden. Tot volgende week.

TOOS

Kunstkwaliteit is ook maar een mening oftewel het pijnlijk gemis van Charley Toorop


links in Kröller-Müller Museum, rechts in Kunstmuseum Den Haag

Tweemaal trof ik haar de laatste weken en tweemaal keek ze me vorsend aan met haar grote, doordringende ogen. Eerst in het Kröller-Müller Museum op de Hoge Veluwe. Daarna, een week geleden, in het Kunstmuseum Den Haag toen ik de tentoonstelling ‘Breitner vs Israël’ bezocht en nog even doorliep naar andere zalen. Niet dat ik haar letterlijk tegen het lijf liep. Beetje moeilijk bij iemand die in 1955 stierf. Nee, ze staarde me aan vanaf de museummuren. Maar ook één keer trof ik haar juist niet terwijl dat absoluut had gemoeten. Namelijk in het nieuwe boek ‘GREAT  WOMEN ARTISTS’.  Foei, wat een omissie, wat een kneiter van een fout! Charley Toorop (1891-1955), want om haar gaat ‘t, was daarin nergens te bespeuren. Terwijl er toch meer dan 400 beroemde vrouwelijke kunstenaars van de laatste vijf eeuwen in voor zouden komen. Waarover straks meer.

 Dat boek moest ik natuurlijk hebben! Ik schrijf ten slotte niet zomaar regelmatig over vrouwen in de kunst. Een onderwerp dat me zeer na aan het hart ligt. Dus plaatste ik gelijk een bestelling in Engeland. Bleek ineens een paar dagen later dat er ook een Nederlandse vertaling, ‘HET GROTE VROUWEN KUNST BOEK’, op de markt kwam. Maar Engels of Nederlands, over Charley Toorop niets, nothing, rien, niente, nada. En dat terwijl ze in alle belangrijke Nederlandse musea voor moderne kunst hangt. Gewoon zoals ’t behoort bij zo’n kunsticoon, bij die grande dame in de Nederlandse kunstwereld van de eerste helft van de 20e eeuw. Want reken maar dat ze dat was.

Even kort door de bocht. Dochter van de beroemde schilder Jan Toorop. Opgroeiend in de avant-gardistische kringen rond haar vader waarbij de kunst met de paplepel werd ingegoten. Al jong bevriend met Piet Mondriaan, daardoor bezoeken aan Parijs met zelfs een tentoonstelling in die stad. Een turbulent leven met veel verhuizingen en  veel mannen na een mislukt, vijf jaar durend huwelijk waaruit drie kinderen werden geboren. Maar altijd met de drang naar schilderen, dat was het ultieme. Zonder academie weliswaar, maar met de kennis van haar vader en over de vloer komende schildersvrienden ontwikkelde ze een geheel eigen stijl. Al zoekende kwam ze uit bij Vincent van Gogh waardoor ze ook net als hij een poosje ging wonen in de Borinage, de mijnstreek in Wallonië.

Arbeiders uit de Borinage 1923, houtskool op papier, Boijmans van Beuningen, Rotterdam

Twee vrouwen uit de Borinage 1922, Gemeentemuseum Helmond

Dichter bij huis vond ze inspiratie in de boerengemeenschap van Westkapelle op Walcheren. Dat spreekt mij als ZeBra, Zeeuwse Brabander, natuurlijk wel aan. Heel wat zomers verkeerde ze er omdat haar roemrijke vader dan het middelpunt was van de nu zo bekende Domburgse kunstenaarskolonie. Met o.a. Mondriaan, Henri le Fauconnier en Jacoba van Heemskerck. Maar de sociaal bewogen en eigenzinnige Charley verkeerde liever enkele kilometers verderop. Bij de boeren in Westkapelle.

Boeren (1930), Centraal Museum Utrecht

Boerengezin in Zeeland 1927, Stedelijk Museum Amsterdam

Muzikanten en dansende boeren 1927, Kröller-Müller museum

Uiteindelijk kwam ze in het voornamelijk mannelijke kunstbolwerk tot die heel persoonlijke stijl die bij geen enkele kunststroming hoort maar die je overal direct herkent.

Medusa kiest zee 1939-41, Kröller-Müller Museum

Zelfportret met haar drie kinderen (1929), Groninger Museum

De maaltijd der vrienden 1932-33, Boijmans van Beuningen

video Maaltijd der vrienden

Zelfportret tegen palet 1934, Kröller-Müller Museum

Portretgroep van H.P.Bremmer en zijn vrouw met kunstenaars uit hun tijd 1936-38, Kröller-Müller

Zelfportret 1943-44, Kröller-Müller

Oude bloeiende appelboom (1949), Kröller-Müller

‘Drie generaties’, met haar al overleden vader als bronzen kop en schilderszoon Edgar Fernhout 1941-50, Boijmans van Beuningen

Charley Toorop voor dat beroemde schilderij ‘Drie generaties’

Misschien is dat wel de reden dat ze niet in ‘GREAT WOMAN ARTISTS’ voorkomt en die al genoemde, expressionistisch schilderende Jacoba van Heemskerck wel.  Net zoals trouwens Artemisia Gentileschi, Sofonisba Anguisola, Judith Leyster, Clara Peeters en Rachel Ruysch. Vrouwen waarover ik al herhaaldelijk schreef. En waarbij aan sommigen door curatoren van het Mauritshuis korte video’s zijn gewijd in het kader van dat nieuwe boek.

 

Maar over die namen heeft dan ook de geschiedenis geoordeeld. Die hebben het schiftingsproces van tijd en kwaliteit ruimschoots doorstaan. Wat je niet kunt zeggen van een aantal in de uitgave voorkomende kunstenaars van pas zo’n 30, 40 jaar oud. Eigenlijk een grote schande voor zo’n salontafelboek van een paar kilo met teveel Angelsaksische pretenties . Een paar voorbeelden.

werk van Tschabalala Self (geb. 1990 New York)

werk van Amalia Ulman (geb. 1989 Buenos Aires)

Zouden die echt over een halve eeuw nog bij de grote vrouwelijke kunstenaars horen? Ik mag toch echt hopen van niet. Dat ze daarbij dan ook nog ‘mijn’ Leonor Fini (zie deze blogaflevering ) geen bladzijde gunnen ten koste van dit ‘gedoe’, maakt ’t alleen nog maar erger.

Ik verwacht dat Karin Haanappel het beter gaat doen. Karin Haanappel? Ja, de kunsthistoricus die zich in Nederland zeer beijvert voor de positie van de vrouw in de kunst. Met lezingen, seminars, optredens voor radio en tv,enz. En met boeken. Kijk maar eens bij https://www.haanappelart.com/.

Volgend jaar moet haar ‘Herstory of art’ uitkomen. Een geheel herziene versie van de 1e druk uit 2012 die nergens meer is te krijgen. Een Nederlandse uitgave trouwens, ondanks de titel. Maar die is natuurlijk te mooi om niet te gebruiken. En Karin, zorg dat Charley Toorop erin voorkomt. Owee als dat niet het geval is! Want dan moeten we toch eens ernstig met elkaar praten. Tot volgende week.

TOOS

Kunstpassie en geld, er zijn slechter combinaties denkbaar!


het toegangspad naar Kröller-Müller Museum

Als je dan toch in de zomermaanden corona-gedwongen in Nederland blijft verblijven, is de Hoge Veluwe voor een uitstap beslist niet de slechtste plek om te vertoeven. Zeker niet onder de lommerrijke bomen daar als erboven een hittegolf heerst. En nog zekerder niet als je dat combineert met een bezoek aan het geweldige Kröller-Müller Museum. Dat ultieme resultaat van een volstrekt uit de hand gelopen drang van Helene Kröller-Müller  en haar man Anton om een grote privé-kunstcollectie op te bouwen en die te showen in een geheel eigen museum in een geheel eigen park.

een heel klein stukje van het gigantische beeldenpark van Kröller-Müller

In feite had ik eigenlijk weer naar mijn atelier in Nice gewild. De stad die ik in maart vroegtijdig ‘ontvluchtte’ vanwege de dreiging van allerlei grenssluitingen. Ik heb daaraan hier nog een blog gewijd. De stad trouwens die nu ‘coronarood’ is verklaard, de stad waar je nu ook van de burgemeester overal op straat zo’n adembenemend masker over mond en neus dient te trekken en de stad waar afgelopen weekeinde de Tour de France startte.  Met alle onvermijdelijke poespas van dien natuurlijk. Dus heb ik mijn Nice-verlangen maar stevig onder druk gezet. Nu effe nog niet, niet echt verstandig!

beelden van Marino Marini en Giacometti in het museum

Maar in Nederland stonden nog wel allerlei vrienden- en zakenafspraken in de Covid-19 wacht. Dus draaide levensgezel  als alternatieve werkvakantie een logistiek verantwoorde Tour des Pays-Bas in elkaar. Met daarin ook een etappe door het Nationale Park ‘De Hoge Veluwe’. Want van vrienden hadden we vorig jaar als heel lief cadeau toegangskaarten gekregen voor dat park. Voor de auto en voor twee personen. Tel daarbij op de gratis toegang tot het Kröller-Müller vanwege onze Rembrandtkaarten en de teller blijft op 0 staan. Zo komt Jan Splinter toch maar mooi door de winter! Of de hittegolf. Want moet je je even voorstellen. Om bij het Kröller-Müller te komen moet je de toegangspoort naar het Nationale Park door. Twee volwassenen, één auto, bijna € 30. Daarna het museum € 22 als je geen museumkaart of Rembrandtkaart hebt.  Kassa!

in een installatie in het museum

Maar daardoor kan het park als particuliere stichting zonder al te veel subsidie toch blijven draaien. Want ooit door de puissant rijk geworden zakenman Anton Kröller bij elkaar gekochte lappen Veluwe vormen nu ons grootste Nationale Park. Geen rijksbezit maar een particulier park. En vooral door Helene bij elkaar gekochte kunst vult nu haar in 1938 geopende museum. En wat voor één! Een gigantisch grote beeldentuin van 25 hectare met zo’n 200 sculpturen. Met een museumgebouw dat letterlijk als kern de grootste particuliere collectie Van Gogh’s  bevat. Zo’n 90 schilderijen en 180 tekeningen.

’t Is beslist hard weken geweest voor Helene om die collectie bij elkaar te krijgen. Ga maar na. In 15 jaar kochten zij en Anton bijna 11.500 kunstwerken. Gemiddeld dik 750 per jaar. Oftewel zo’n twee kunstwerken per dag. Dat is doorpezen! Maar met een goeie neus en goeie adviseurs heb je dan ook wat. Iets waar we nu met z’n allen uitgebreid van kunnen genieten.

enkele van de vele Van Gogh’s

Van Gogh, detail van ‘De groene wijngaard'(1888)

Dat deed ik dus in die afgelopen on-Nederlandse hittegolf. Ook al met code rood. Net als Nice, maar dan anders. Om bijvoorbeeld de na een aantal jaren restauratie net weer geopende Jardin d’email ‘ van Jean Dubuffet uit 1974 weer te bewonderen. Niet meer aangekocht door Helene zelf trouwens. Die was toen al heel wat jaartjes dood. Maar wel uitgegroeid tot een favoriete trekpleister voor jong en oud.

Kijk ook nog maar eens naar deze filmpjes

 

Het Aldo van Eyck paviljoen vind ik ook zo’n hoogtepunt. Prachtig zoals daar beelden van allerlei kunstenaars  helemaal tot hun recht komen in allerlei doorkijken. Zeker als dan de zon via het glazen dak ook nog een intrigerend strepenpatroon te voorschijn tovert op de muren.

Maar overal verspreid in het park vind je sculpturen. Van gedateerd aandoend tot modern.

bij een brons van Maillol

bij een kunstwerk van Jan Fabre

Arno van der Mark, The library ????

zeg ’t maar!

Giuseppe Penone. een in brons gegoten boom met daaronder bladeren en takjes van brons, typisch iets wat het bos hier hard nodig had

 Zodanig modern soms dat ik toch even op mijn hoofd moest krabben met dat karakteristieke gebaar van Stan Laurel in de slapstickfilms met zijn maatje Oliver Hardy. Maar hoe dan ook, eens in de zoveel jaar een dagje Kröller-Müller is geen slechte gewoonte. Tot volgende week.

TOOS

To steendruk or not to steendruk, that’s the question


in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard

 Een paar weken geleden zat ik in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard te praten met de directeur Maarten Kentgens. Om twee vliegen in één klap te slaan. Want al een hele poos loop ik rond met het idee om weer eens een paar steendrukken te maken op de grote pers in het museum, waarover straks meer. En er loopt nu een prachtige expositie over een van de bekendste steendrukkunstenaars ter wereld, Alfonse Mucha (1860-1939). Wie kent ze niet? De affiches die de grondslag legden voor de Art Nouveau in Parijs.

Heel wat kamers werden ermee versierd toen in de jaren 1960/70 het Nederlandse bedrijf Verkerke Reproducties begon met de verkoop van goedkope kunstposters. Over de hele wereld vond je ze, de Verkerke-posters. Zo herinnerde levensgezel zich direct dat hij op zijn Leidse studentenkamer een paar Mucha’s had hangen en dat die mogelijk nog ergens op zolder stonden. En ja hoor, daar vond hij ze! Verstopt in een hoekje. Destijds zelf opgeplakt op spaanplaat, nu behoorlijk verbleekt en ook niet echt meer geweldig toonbaar. Kijk maar.

Dan hangen de oorspronkelijke litho’s van Mucha er in het Steendrukmuseum heel wat frisser bij (nog tot 27 september met misschien een verlenging). Indrukwekkend zijn ze, en groot, heel groot! Ik zag gelijk mezelf al voorover gebogen staan tekenen op zo’n grote, in de pers liggende steen. Om spontaan rugpijn van te krijgen. Maar als je weet hoe de rond 1800 door Alois Senefelder ontwikkelde techniek van het steendrukken in elkaar zit, zie je ook direct het meesterschap van Mucha. Niet voor niets werd hij al heel snel beroemd met zijn eerste litho’s.

Met de Franse Sarah Bernhardt (1862-1923) als onderwerp. De beroemdste toneelspeelster van haar tijd, de femme fatale met vele minnaars, de vrouw die altijd opnieuw meer uitgaf dan ze aan francs verdiende en de doorzetster die op oudere leeftijd nog een aantal jaren doorspeelde nadat er bij haar een been had moeten worden afgezet.

Een aantal van Mucha’s steendrukken met daarop Bernhardt in diverse van haar vele hoofdrollen, zelfs ook als man, hangen in Valkenswaard. Wereldiconen van de steendruktechniek zijn dat. Sarah hield er zelf ook altijd een aantal achter om ze later aan verzamelaars te verkopen. Een leuk spaarpotje  als ze weer eens in geldnood zat.

een aantal steendrukken met Sarah Bernhardt als onderwerp

Sarah in de mannelijke hoofdrol van Lorenzo de Medici in het stuk Lorenzaccio (1896)

Maar er hangt veel meer van Mucha. Echte reclameposters bijvoorbeeld. Want vooral daarvoor werden die steendrukken gebruikt. Hoe moest je namelijk anders reproduceren op grote schaal en op groot formaat? Daarom golfde in het begin van de 19e eeuw de steendruktechniek als een revolutie over Europa. Eindelijk een manier om muziekbladen vol noten te reproduceren in plaats van ze altijd maar weer met de hand te moeten schrijven! Eindelijk een manier om in grotere oplage kranten van tekeningen te voorzien! En ook een manier waarmee kunstenaars uit de voeten konden om de prachtigste kleurenlitho’s te creëren. Zoals die beroemde afbeeldingen van Toulouse-Lautrec en ook Mucha. Maar ook een techniek die spijtig genoeg wat in het verdomhoekje van de kunst terecht is gekomen. Voor velen te ingewikkeld, te moeilijk! Maar ik hou ervan!

dav

dav

Op de academie had ik wel wat ervaring opgedaan met het steendrukken, maar dat was niet echt om over naar huis te schrijven. Veel te zwaar om te sjouwen, die stenen. Meer iets voor échte mannen. Maar later ben ik er verslingerd aan geraakt. Door mijn ervaringen bij meestersteendrukker Ernst Hanke in Zwitserland. Waar ik weer terecht kwam door mijn kunstbroeder Poen de Wijs waarover ik hier vorige week nog schreef (vergeet je niet om hem te tippen voor de Galerie der Onsterfelijken?).

Sindsdien heb ik er al aardig wat gecreëerd. Eerst bij Ernst, later in Rudolf Broulim’s steendrukatelier in Ekeren bij Antwerpen en een paar jaar geleden met Gertjan Forrer op die gigantische lithopers in het Steendrukmuseum.

peinzend bij die grote pers in het Steendrukmuseum

enkele jaren geleden voorovergebogen aan het werk in die pers

meestersteendrukker Gertjan Forrer legt mijn steen in de pers voor de 1e drukgang van een nieuwe litho

Dat laatste wil ik graag nog eens herhalen. Want bij mijn galerie Quadrige in Nice heb ik nog een afspraak lopen voor een expositie waar een paar speciale, nog te maken steendrukken aan zijn gekoppeld. Vandaar dus mijn afspraak met directeur Maarten Kentgens. Dit steendrukverhaal krijgt dus beslist een vervolg. Oh ja, dat mijn litho’ in de collectie van het Steendrukmuseum zijn opgenomen, ligt natuurlijk voor de hand. Tot volgende week.

TOOS

Waarom je eerst moet overlijden om onsterfelijk te worden


Eigenlijk is ’t heel tegenstrijdig. Als we ’t hebben over iemand die vanwege haar of zijn daden als onsterfelijk betiteld wordt, heeft die persoon normaalgesproken al het tijdelijke voor het eeuwige gewisseld. Neem nou bijvoorbeeld de Galerie der Onsterfelijken op de verkiezingslijst voor de Kunstenaar van het Jaar 2021. Die Galerie vind je na doorscrollen direct onder de lijst van de 90 genomineerden waarin ook mijn naam te vinden is. Over die verkiezing berichtte ik enkele weken geleden hier. Maar nu wil ik graag aandacht geven aan iemand anders. Namelijk aan Poen de Wijs. Ik zie de vraagtekens al verschijnen. Dus daar gaat ie. Want ik wil meehelpen Poen onsterfelijk te krijgen.

Poen de Wijs, zelfportret, olieverfschilderij

Als er één kenmerk is dat kunstenaars als Rembrandt, Vermeer, Van Gogh en Mondriaan in die Galerie der Onsterfelijken verbindt, is ’t toch wel dat ze dood zijn. Kijk maar bij https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2021/ronde2/

Maar er moet vanzelfsprekend nog wel iets meer zijn dan alleen dat om in die Galerie der Onsterfelijken te mogen verkeren. Zoiets als kwaliteit, bijzonderheid, kundigheid, originaliteit, publieksacceptatie en nog zo wat. De eeuwen hebben daarin natuurlijk al veel voorwerk verricht. Maar hoe gaat dat met nog niet zo lang geleden overleden kunstenaars? Kunnen die ook Onsterfelijk worden? Zoals bijvoorbeeld mijn te vroeg overleden schildersvriend Poen de Wijs (1948-2014)? Voor mij en veel anderen behorend bij de absolute top van de Nederlandse realistische schilderkunst en lithografie in de afgelopen vier decennia. Waarom? Kijk maar eens bij https://penseeltoets.nl/ . En bij deze video.

Misschien ken je wel de uitspraak over prostaatkanker ‘de meeste mannen gaan er méé dood en niet áán dood’. Voor Poen gold dat spijtig genoeg niet. Zijn in volle bloei staande kunstcarrière werd door die kanker veel te vroeg afgebroken. Een carrière die echt begon met de platenhoezen van de muziekgroep Flairck. Bij ouderen zou die naam een behoorlijk luide bel kunnen doen rinkelen. Met misschien daardoor een aha-erlebnis zijn van ‘oh, waren die hoezen door Poen de Wijs ontworpen’. Ja dus! Prachtige, bijzondere aquarellen waren dat, gecreëerd op een geheel eigen wijze.

Pas later, nadat ik levensgezel had ontmoet, leerde ik Poen persoonlijk kennen. Hij en levensgezel waren namelijk goeie vrienden. Ik heb heel wat uurtjes met hem en zijn vrouw Marion van Nieuwpoort, ook schilder, doorgebracht. Pratend over kunst, de techniek, de kunstwereld en de galerieën waarmee we samenwerkten. Daaruit bleek dat hij dezelfde opleiding had gedaan als ik, de opleiding MO-B, maar dan aan de Koninklijke Academie van Den Haag. En dat hij daardoor, net als ik, een gedegen academie-ondergrond had. Zoiets schept een band. Zeker ook omdat hij graag zijn kennis en fabelachtige fijnschildertechniek wilde delen met anderen. Door Poen kwam ik ook terecht in Zwitserland bij meestersteendrukker Ernst Hanke.

Poen de Wijs, olieverfschilderij

Poen’s carrière ontwikkelde zich zeer voorspoedig. Hij kon heel goed leven van zijn kunst en voelde zich het gelukkigst  op zijn zolderatelier in Den Haag. De prachtigste realistische schilderijen zijn daar ontstaan. Die ook allemaal via galerieën als Steltman in Amsterdam, De Twee Pauwen in Den Haag en Bonnard in Nuenen hun weg vonden naar een ruime kring van liefhebbers.

En toen kwam die kanker! En kwamen er ten slotte ook geen nieuwe meesterwerken meer.

Een groep fans van Poen de Wijs vindt nu dat het tijd is om hem opgenomen te zien worden in die Galerie der Onsterfelijken. Naast bijvoorbeeld Carel Willink en Jopie Huisman. Gezien zijn fabelachtige techniek en geheel eigen verbeeldingswereld hoort hij daar gewoon thuis. Maar hoe dat te doen? Onderaan die  Galerie staat een vakje waarin je zelf een suggestie kunt doen voor een nieuwe Onsterfelijke met daarnaast zelfs nog de mogelijkheid voor een motivatie daarvan. Maar dat hoeft natuurlijk niet.

Poen de Wijs, acrylschilderij

Als we nu eens met heel velen de naam van Poen de Wijs gaan invullen? Wat zou ’t mooi zijn als hij dan komend jaar staat te prijken onder de Onsterfelijken! Ook omdat er voor het eerst na zijn dood een museale tentoonstelling over hem komt. In Museum Musiom in Amersfoort. Op dus naar https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2021/ronde2/ .

Poen aan het werk in zijn atelier

Nog een lange documentaire? Kijk maar.

Tot volgende week.

TOOS

Niet Alice maar Leonor Fini in Wonderland


Had je me voor de lente van 1994 gevraagd naar ene kunstenaar Leonor Fini, dan had ik vragend terug moeten kijken. Maar zou je dat nu doen, in augustus 2020? Dan komt er een uitgebreid persoonlijk verhaal. Beginnend bij Sophie Kerfanto, restaurant Abacadabra en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence om dan via Pierre Cottalorda in Nice en Lichtstad Parijs door te gaan naar Neil Zukerman in New York. Met die Leonor Fini als rode draad. Begin juli noemde ik haar al eens in een blogaflevering over vrouwelijke surrealisten. Lees eventueel maar hier.

het kunststadje Saint-Paul-de-Vence met op de achtergrond de kust van de Côte d’Azur

Maar dat persoonlijke verhaal dus. In de lente van 1994 raakte ik volstrekt onverwacht verzeild in het middeleeuwse kunststadje Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur. Noordwestelijk van Nice. Hoe ik daar terecht kwam en waarom ik er uiteindelijk drie maanden verbleef? Dat is een bijzonder, maar ander verhaal.

Ik zie me er gelijk weer zitten, op de zolder boven restaurant Abacadabra aan de Rue Grande waar eigenaar Sophie Kerfanto de scepter zwaaide en zelf op de 1e etage woonde. Een zolder die ik als slaapplek en atelier had kunnen inrichten. Met een prachtig uitzicht op de vallei aan de westkant van Saint-Paul. En met in het restaurant  een dik boek over ene Leonor Fini. Een in 1907 geboren vrouwelijke kunstenaar met werk dat me direct intrigeerde. Echt een heel eigen, sterke en overduidelijk vrouwelijke wereld.

Leonor Fini, olieverfschilderij

Leonor Fini

Dicht bij Saint-Paul ligt de Fondation Maeght, een heel bekend particulier museum voor hedendaagse kunst met een focus op de tweede helft van de 20e eeuw. Bleken ze daar een grote bibliotheek te hebben met ook een aantal boeken over Leonor Fini! Ik heb er in mijn drie maanden Saint-Paul aardig wat uurtjes doorgebracht als ik me wilde ontspannen na uren geconcentreerd schilderen op mijn steeds warmer wordende zolder. Om me bijvoorbeeld te laven aan het avontuurlijke leven van Fini. Een ravissante, zeer eigenzinnige vrouw die verkeerde in de bruisende kringen van de surrealisten in Parijs, die vaak extravagant gekleed ging, die haar liefdesleven verrijkte met zowel mannen als vrouwen en die er daarbij ook nog zo’n twintig Perzische katten op nahield.

rechts Leonor met links de wereldberoemde filmster Brigitte Bardot

Leonor met een van haar katten

Leonor Fini, olieverfschilderij

links Jean-Paul en rechts zijn compagnon Pierre Cottalorda

In die Saint-Paul tijd kwam levensgezel ook een week aanvliegen opdat we samen konden rondtoeren aan de Côte. Om onder andere musea en galerieën te bezoeken. Wie weet was er een galerie te vinden voor mijn schilderijen. Op de laatste dag van die week ontdekten we Galerie Qvadrige in Nice. De galerie van Jean-Paul Aureglia met wie ik nu al jaren samenwerk. Maar je begrijpt ’t al, dat is een ander verhaal. Wel van belang is dat Jean-Paul een veel oudere compagnon had, Pierre Cottalorda. Een gedistingeerde, oer-Franse heer die veel van kunst wist en die, zo bleek na verloop van tijd, nog had samengewerkt met o.a. Matisse, Salvador Dali en André Masson. En met ……. Leonor Fini! Zeg maar eens dat toeval niet bestaat. Vandaar dat ik nu dan ook in het bezit ben van een aantal steendrukken van Leonor. Want die waren via Pierre eigendom van Qvadrige.

Leonor Fini, steendruk

enkele olieverven van Leonor Fini

Een jaar later zag ik in een Parijse galerie voor het eerst ‘live’ olieverfschilderijen van haar. In wat waarschijnlijk de laatste expositie tijdens haar leven is geweest. Want ze overleed in 1996. Ik was al verknocht aan haar werk maar toen was ik gelijk helemaal verkocht. Wat een vrouw, wat een karakter, wat een kunstenaar! En wat een durf! Een kunstenaar die vond dat je het illustreren van de in 1954 gepubliceerde, hoogst gedurfde erotische roman ‘Histoire d’O’ niet aan mannen kon overlaten maar dat ook als vrouw moest doen. De vrouw die vond dat ook zij de als pornografisch betitelde boeken ‘De 120 dagen van Sodom’ en ‘Justine’ van Markies de Sade (1740-1814) moest illustreren. En laat ik nu zo’n maand geleden enkele van die steendruk-illustraties tegenkomen op de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum in Utrecht. Met de aanduiding dat deze waren uitgeleend door de CFM Gallery in New York. Waarvan ik dan weer eigenaar Neil Zukerman ken bij wie levensgezel en ik zo’n drie jaar geleden in zijn Manhattans appartement zaten te praten over …… Leonor Fini. Maar dat verhaal komt nog.

steendruk van Leonor Fini bij de uitgave van Histoire d’O, uitgeleend door de CFM Gallery in New York voor de expositie ‘De Tranen van Eros’

steendruk van Leonor Fini bij de Nederlandse vertaling van Justine van Marquis de Sade

enkele losse steendrukken bij die boeken op de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum te Utrecht

Oh ja, in die aflevering van begin juli schreef ik over een schilderij van Leonor dat toen nog op de veiling moest komen. Verkocht voor bijna 1 miljoen dollar!

Leonor Fini, dat schilderij van bijna 1 miljoen!

Tot volgende week.

TOOS

Je in Scheveningen laten teleporteren naar het Franse Antibes? Geen probleem!


Begin maart ‘ontvluchtte’ ik mijn atelier in Nice om te voorkomen dat ik tegen plots gesloten grenzen zou aanbotsen. Achteraf gezien keurig op tijd. Ik heb daaraan destijds ook nog een blog gewijd. Lees maar. Alhoewel ik er nu graag weer heen zou gaan, laat ik toch het verstand nog maar even prevaleren boven die wens. Een voornemen waarin ik me door de buitenlandse corona-berichtgeving van de laatste tijd niet geheel en al onbevestigd voel.  Maar een paar weken geleden werd ik vanuit Scheveningen toch ineens geteleporteerd naar de Côte d’Azur. Naar Antibes om wat preciezer te zijn. Of, om ’t nog wat verder te preciseren, naar het Musée Picasso daar, op de dag van 13 oktober 2019. Hoe dat zit?

uitzicht vanuit Museum Beelden aan Zee op het Scheveningse strand met in de verte voor anker liggende, lege cruiseschepen

Om de paar jaar kom ik wel in dat Musée Picasso. Niet echt meer voor de vaste Picasso-collectie want die ken ik nu wel, maar vooral voor de speciale exposities. Ik laat dan nooit na ook het grote terras te betreden met een prachtige uitzicht op de baai van Antibes. En met een paar intrigerende beelden op de balustrade.

Bronzen die daar al decennia lang  in alle rust de terrasbezoekers staan te bekijken. Gecreëerd door ene Germaine Richier (1902-1959).  Rauwe mensfiguren waarvan de lichaamsverhoudingen nou niet direct kloppen maar te gelijkertijd toch harmoniëren. Om dat te bereiken moet je als kunstenaar echt weten wat je doet. Zorgen dat ’t klopt als ’t niet klopt.

Aan zoiets kunnen kunstcritici kleinletterig heel grote pagina’s wijden waarbij je dan, zo is mijn ervaring, aan het eind vaak niet goed meer weet wat je nu eigenlijk hebt gelezen. Best een gave trouwens, zulke ingewikkelde en niet grijpbare  kunstbeschrijverij kunnen produceren. Eén die ik echt niet bezit. Daarom houd ik ’t maar bij die kort door de bocht formulering:  je ziet dat ’t niet klopt en toch klopt ‘t. Dat is alleen de echte grote kunstenaars gegeven. Zoals Giacometti met zijn veel te lang uitgerekte figuren en Botero met zijn bolle rolmopmensen.

links werk van Giacometti, rechts van Botero

Germaine Richier hoort daar voor mij ook bij. Toen er vorig jaar een uitgebreide expositie met haar werkwas in dat Musée Picasso moest ik er uit nieuwsgierigheid dus wel heen. Op die 13e oktober van hierboven.

op 13 oktober 2019 op dat terras tussen twee grote beelden van Richier

Daarbij kom ik in dat museum al jaren steeds hetzelfde probleem tegen. Je mag bij de vaste collectie zoveel fotograferen als je maar wilt, maar bij de tijdelijke? Pas maar op! De blik van de er rond warende cerberussen is zodanig dat je de camera zo ver mogelijk wegstopt in een heel diepe zak of tas. Ze stralen uit dat je subiet in de boeien wordt geslagen bij overtreding. Om daarna de rest van je leven op water en brood te slijten ergens in een diepe kerker van dat middeleeuwse kasteel waarin het museum is gehuisvest. Heel jammer natuurlijk, zeker omdat ik door de tentoonstelling blij werd verrast.

Dus toen ik las dat het Schevenings museum Beelden aan Zee in samenwerking met dat Musée Picasso van Antibes een tentoonstelling over Germaine Richier in elkaar had gezet, was ’t duidelijk. Op naar Scheveningen, naar ‘Mensbeeld-Mensbeest’.

Aldus geschiedde een paar weken geleden. En daar mag altijd wel uitgebreid worden gefotografeerd. Zodat levensgezel er onderstaande foto van mij kon nemen.

in Scheveningen staand voor een grote foto van dat terras in Antibes

Begrijp je nu die opmerking over de teleportatie? Daar stond ik in Scheveningen toch zomaar op dat terras in Antibes. Zoiets als ‘beam me up, Scotty’, de bekende kreet uit de sf tv-serie Star Trek. En ook kon hij me opnieuw op de foto zetten tussen de twee grote beelden die vorig jaar tijdelijk op dat Antibens terras stonden en nu in die grote ruimte van ‘Beelden aan Zee’.

Bevreemdend eigenlijk, dat je dezelfde kunst in het ene museum niet mag fotograferen en in het andere wel. Daarom nu maar een selectie uit Scheveningen. Waar de tentoonstelling ook duidelijk uitgebreider is dan die in Antibes.

Met beelden waaraan je kunt aflezen hoe Richier heeft geworsteld en gevochten met, gehamerd en gebeiteld op, getrokken en geduwd heeft aan haar materiaal. Om een bevreemdend, fascinerend en geheel eigen oevre te creëren van mensfiguren en ook een soort dierlijke aliens, afkomstig uit een horror-achtige wereld. Waarbij ze dus heel goed wist wat ze deed en liet kloppen wat niet klopte. Nog te zien tot 6 september. Gaan, wat mij betreft. Bekijk ook maar eens deze video over haar.

Tot volgende week.

TOOS

Kamerverkiezingen pas volgend jaar, maar Kunstenaar van het Jaar 2021 verkiezing nu al


Ik maak ’t me eerst even lekker makkelijk met het kopiëren en plakken van een deel uit mijn Nieuwsbrief van begin juli. Want zo’n 6 à 7 keer per jaar verstuur ik die aan heel veel e-mailadressen in binnen en buitenland als er van mijn persoonlijk kunstfront iets te melden valt. Over exposities, kunstmanifestaties en andersoortig nieuws waarbij ik betrokken ben. Zoals dus bij onderstaande copy/paste alinea blijkt.

aan het werk in mijn atelier

“Verkiezing Kunstenaar van het Jaar 2021

Al heel wat jaartjes is ’t op 1 juli vaste prik in de inbox voor mijn e-mail: het bericht dat ik weer hoor bij de 90 genomineerden voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Toch is ’t elk jaar spannend. Want zoals dat dan heet ‘resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst’. Maar daar was ie! En dat gaf opnieuw een heel tevreden gevoel. In de ogen van een kunstpanel van zo’n honderd kunstkenners/professionals vanuit heel Nederland te mogen horen bij de 90 uitverkorenen voelt elke keer als een eer en als een erkenning. Nu maar hopen dat er veel gestemd wordt via https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2021/ronde2/. En als dat op mij is, waardeer ik dat natuurlijk zeer!”

de pagina waarop jouw voorkeur voor de Kunstenaar van het Jaar 2021 kan worden aangegeven

Nou, dat is duidelijk. Het verkiezingscircus voor de Kunstenaar van het Jaar is weer begonnen. En opnieuw mag ik daarin een rol spelen. Vanaf 2003 is deze kunsthappening steeds professioneler, uitgebreider en belangrijker geworden. Ik weet nog goed dat een groot aantal belangstellenden zich in 2003 had verzameld in een te krappe en alsmaar snikheter wordende zaal ergens in Amsterdam. Daar hield initiator David Polak zijn geesteskind ten doop. Ik was daar omdat ik op een of andere manier bij de acht genomineerde kunstenaars terecht was gekomen waaruit die avond de aanwezigen de Kunstenaar van het Jaar gingen kiezen. Dat ik ’t niet ging worden, was me direct al duidelijk. Want wie liep er namelijk ook rond? De oude Corneille! Speciaal hiervoor uit zijn woonplaats Parijs overgekomen. En wie werd de verkozene? Inderdaad, Corneille. Maar ik zat toch mooi bij die acht.

in 2005 op het podium toen ik 2e werd bij de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar, met links initiator David Polak

Sindsdien zijn er heel veel kunstenaars gekomen en gegaan bij de 90 die nu al weer vele jaren op een heel andere manier worden genomineerd dan destijds bij de start. Namelijk door dat kunstpanel uit die Nieuwsbriefalinea. Museumdirecteuren, kunstcritici, verzamelaars, curatoren en nog zo wat kunstkenners. Niet onaardig dus dat ik bij al dat komen en gaan toch steeds standvastig blijk. Zo vroeg ik levensgezel heel vriendelijk of hij de genomineerdenlijst van 2005, toen ik tweede werd,  eens wilde vergelijken met die van nu. In dat soort zaken ben ik namelijk niet zo goed, dat weet hij. Ruim meer dan 60 namen bleken verdwenen te zijn. Van óf overleden óf van de lijst gekukelde kunstenaars. Anderen bleven, maar dan ook niet de minsten. Internationaal gevierden als schilder Marlene Dumas, fotograven Rineke Dijkstra en Erwin Olaf, beeldhouwers Folkert de Jong en Mark Manders. Oh ja, en natuurlijk de 80-jarige krasse knar, onverbiddelijke bestsellerschrijver en schilder Jan Cremer. Wie heeft vroeger niet met rode oortjes de delen 1, 2 en 3 van ‘Ik Jan Cremer’ gelezen!  Niet onaardig dus dat ik mijn naam in dat gezelschap mag zien staan.

mijn raamaffiche over de nominatie op de grote glazen deur van mijn atelier

Nu is het publiek aan zet om uit de 90 genomineerden een volgende groep van 20 te kiezen. Die worden dan met nog 5 nieuwe wildcards opnieuw aan het panel voorgeschoteld. Opdat uiteindelijk een groep van 8 ontstaat waaruit het publiek ten slotte de Kunstenaar van het Jaar 2021 aanwijst. Je ziet, een verkiezingscircus van vele ronden.

Maar voor deze ronde kun je naar https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2021/ronde2/. Nog tot 15 september. Ik ben er natuurlijk weer heel erg nieuwsgierig of ik opnieuw bij die laatste 25 beland.

Overigens, mijn Nieuwsbrief staat helemaal los van dit blog TOOS&ART. Mocht je er belangstelling voor hebben, stuur dan even een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl. Die laatste van begin juli is in z’n geheel te lezen op mijn website www.toosvanholstein.nl onder de knop Nieuwsbrief. Tot volgende week.

TOOS

Een typerend MeToo-slachtoffer, kunstenaar Artemisia Gentileschi, maar wel al uit de 17e eeuw


Je vingers ingeklemd in een martelwerktuig om, letterlijk, uit je te persen dat jij, het slachtoffer, bij je aanklacht voor verkrachting de waarheid en niets dan de waarheid hebt verteld.  Dezelfde vingers die ook jouw volstrekt onmisbare gereedschap vormen. Je bent namelijk de supergetalenteerde dochter van de in Rome gevestigde kunstenaar Orazio Gentileschi en als assistent werkzaam in je vaders atelier. We schrijven 1612 en die dochter is de 17-jarige Artemisia Gentileschi. Vorige week schreef ik al over haar.

Artemisia, De onthoofding van Holofernes (1620)

Kijk je met die kennis naar bovenstaand schilderij van Artemisia, dan is de inhoud daarvan met wat simpele psychologie van de koude grond misschien wel aardig te duiden. Want die verkrachting had inderdaad  plaatsgevonden. De uiteindelijk veroordeelde dader? Kunstenaar Agostino Tassi, bij wie Artemisia toen in de leer was. Zeven maanden, inclusief marteling, duurde het proces dat vader Orazio had aangespannen tegen Tassi. En een wonder geschiedde, hij won! Omdat de rechtbankannalen van dit proces grotendeels bewaard zijn gebleven, kon onderstaand filmpje gemaakt worden. Met daarin letterlijk overgenomen teksten.

Maar de naam van Artemisia als vrouw was natuurlijk sterk bezoedeld. Logisch toch? Roddels te over van ‘waar rook is, is vuur. Rome kon ze als opkomend kunstenaar voorlopig wel vergeten. In het geheim getrouwd met een tweederangs schilder vertrok ze naar dat andere grote Italiaanse kunstcentrum, Florence. Daar kon ze ten minste met een schone lei beginnen. Want de social media werkten destijds toch wat trager dan tegenwoordig en programma’s als Showtime lieten nog wat eeuwen op zich wachten.

En Tassi? Die bleek zelfs al een eerdere verkrachtings en mogelijk moordgeschiedenis te hebben? Hij kreeg twee jaar, kwam na acht maanden al vrij en pakte gewoon zonder probleem zijn werk als kunstenaar weer op.

fresco van Tassi in een villa in Rome

In Florence bleef het talent van Artemisia zogezegd niet onopgemerkt. Ze presteerde ’t zelfs om in 1616 als eerste vrouw ooit te worden opgenomen in de prestigieuze Accademia delle Arti del Disegno. Een soort Rotary avant la lettre van de beroemdste Florentijnse kunstenaars. Absoluut een gigantische prestatie voor een vrouw toentertijd. Maar ze had dan ook de gave zich soepel te

Artemisia, Zelfportret met luit

kunnen bewegen in de hoogste culturele en literaire kringen. Naast natuurlijk ook nog haar schildersgave waarmee ze heel wat opdrachten in die hoogste kringen verwierf. Opdrachten die als onderwerp regelmatig sterke vrouwen hadden. Zoals dus Judith uit dat schilderij hierboven. Waar ze met zichtbare afschuw maar ook duidelijke standvastigheid met hulp van haar dienstmeid generaal Holofernes letterlijk een kop kleiner maakt. Overigens wel een verhaal uit het Oude Testament dat destijds behoorlijk populair was. Van lekker heftige dramatiek in de beeldende kunst was men toen niet echt vies. Koppen mochten rollen, geen probleem. Dat gebeurde ten slotte ook nog met regelmaat in het echt op het schavot. Hebben we in Nederland niet ons eigen verhaal van Johan van Oldebarnevelt? Misschien moet ik toch nog maar eens een blogaflevering maken met de verzameling foto’s van schilderijen uit de 16e en 17e eeuw met afgehakte hoofden die ik op mijn harde schijf heb staan.

Dat populaire thema van Judith en Holofernes heeft Artemisia dus nog een paar keer gebruikt voor haar opdrachtgevers.

de dienstmeid van Judith verbergt het hoofd van Holofernes in een mand

Juditn en haar diensmeid (met het hoofd in de mand) verlaten het legerkamp van Holofernes

Maar David met het hoofd van de door hem gedode reusachtige Goliath, nog zo’n verhaaltje uit de reeks ‘voor het slapen gaan’ in het Oude Testament, was vanzelfsprekend ook niet te versmaden.

David met het hoofd van de verslagen Goliath

een recent ontdekt schilderij van Artemisia met daarop David en het hoofd van Goliath aan zijn voet

Net zoals het verhaal over de stoutmoedige Jaël die een tentharing slaat door het hoofd van de aan haar voeten slapende Sisera, ook alweer een generaal. Echte oudtestamentische horror.

Nog een paar voorbeelden van moedige vrouwen? Wat dacht je van Cleopatra die volgens de overlevering voor de dood door een giftige slangenbeet kiest. Liever dat dan zich volledig over te geven aan de Romeinse keizer Octavianus.

Cleopatra laat zich bijten door de slang

het dode lichaam van Cleopatra wordt ontdekt

Of Lucretia. Dochter van een belangrijke Romeinse familie die in 510 v.C. wordt verkracht door een koningszoon, haar ontering opbiecht aan vader en echtgenoot om daarna met een mes zelfmoord te plegen. Niet zo vreemd, denk ik dan, dat dit verhaal Artemisia heeft aangesproken.

De verkrachting van Lucrezia

een vorig jaar ontdekt schilderij van Artemisia met daarop Lucrezia die zich van het leven berooft

het thema van Lucrezia nog een keer

Overal waar ze kwam liet ze wel een aantal speciale vrouwen achter. In Rome waar ze als gescheiden en dus alleenstaande vrouw vanuit Florence weer terugkwam, in Venetië, in Napels en zelfs in Londen. Waar nu, zo leerde ik uit een reactie op Facebook, die Artemisia-expositie toch vanaf 3 oktobernog door lijkt te gaan. IJs en corona dienende denk ik dan tegenwoordig maar. Maar voor die tijd kom ik hier vast nog wel een keer op haar terug. Artemisia is, met haar leven en haar kunst, te fascinerend om dat niet te doen. Tot volgende week.

TOOS

Twee supersterren die me door de neus werden geboord


Normaal gesproken zou ik nu net terug zijn uit Londen. Maar ja, dat minuscule pluizige bolletje met die nare grijparmpjes! Dat greep, en grijpt nog steeds, wereldwijd zodanig heftig in dat mijn reis naar de Britse hoofdstad een ‘no go’ werd.  Net zoals de bezoeken daar aan tentoonstellingen over twee kunstenaarsiconen, Artemisia Gentileschi en Angelica Kauffman. Op dat alles had ik me toch zeer verheugd.  Niet alleen vanwege mijn eerste keer met de trein door de Kanaaltunnel, maar zeker ook vanwege mijn schildersheld Artemisia. Dat alles is dus een typisch gevalletje van jammer geworden.

de National Gallery in Londen waar ik dus niet heen kon

Misschien denk je nu ‘maar Toos, je moet in deze tijd toch niet naar dat met code oranje geoormerkte  Engeland willen?’ Een terechte gedachte. Echter, die reis was al geboekt begin februari toen er nog niks aan de hand leek. Zelfs ons aller RIVM bekeek dat bolletje nog slechts met een onderzoekende blik en ’t zou ook nog een hele poos duren voordat het hoofd van Jaap van Dissel niet van het televisiescherm was weg te branden. Niks aan de hand dus, toen. Behalve dan dat er in de eerste helft van juli twee prachtige exposities van twee beroemde vrouwelijke kunstenaars elkaar mooi overlapten. Die over de 17e eeuwse Artemisia Gentileschi (1593-1653) in The National Gallery stond op aflopen en die over de 18e eeuwse Angelica Kauffman (1741-1807) in de Royal Academy was net gestart. Echt reden om weer eens naar Londen af te reizen. Want daar was ik al te lang niet geweest. Sinds 2006 niet meer. Toen ik daar in de City in de Dutch Church, op een steenworp afstand van de Bank of England, mijn tentoonstelling ‘Man on his way’ had. Maar that’s another story.

de expositie ‘Artemisia’ in de National Gallery waar ik dus niet heen kon

de expositie ‘Angelica Kauffman’ waar ik dus niet heen kon

Zoals gezegd, een typisch geval van jammer. Allereerst werd mijn treinrit van Rotterdam naar Londen met de Eurostar me door de neus geboord. Geannuleerd. En ook had ik als ongewenste vreemdeling nog even in quarantaine gemoeten terwijl een flinke stoet Londenaars zich al stond te bezatten in de net weer geopende pubs. Daarbij was die tentoonstelling ‘Artemisia’ ook al uitgesteld tot een nader te bepalen en nog steeds in nevelen gehuld tijdstip ergens in de toekomst en was die over Angelica Kauffman zelfs helemaal van de kalender verdwenen. Net zoals dus nu mijn Londense avonturen waarover ik hier graag had verhaald. Maar verhalen over mijn icoon Artemisia wil ik jullie toch niet onthouden.

zelfportret van Artemisia

Juist omdat ze de laatste jaren sterk in het brandpunt van de belangstelling is komen te staan. Onder andere, en dat klinkt misschien wat cynisch maar is niet zo bedoeld, door MeToo.  Want Artemisia is een wel heel duidelijk verkrachtings en MeToo-voorbeeld uit de 17e eeuw. Daarover later meer. Nog andere aanleidingen voor die belangstelling?

Voor het eerst in 27 jaar kocht de beroemde National Gallery voor de eigen collectie weer een schilderij van een vrouw aan. Daarmee werd Artemisia’s ‘Zelfportret als de Heilige Catharina van Alexandrië’ het welgeteld 21e kunstwerk van een vrouw in een collectie van zo’n 2000 stuks. Over een vrouwnodige inhaalslag gesproken! Maar oké, ze betaalden dan wel zo’n 4 miljoen euro!

dat ‘Zelfportret als de Heilige Catharina van Alexandrië’

Daarnaast werd er vorig jaar door de experts een schilderij van haar ontdekt, en gelijk maar geveild voor zo’n 5 miljoen euro, dat al heel lang aan een ander was toegeschreven. Een man natuurlijk, Giovanni Francesco Guerreri.

presentatie van het nieuw ontdekte schilderij ‘David met het hoofd van Goliath’

Die Guerreri was één van de leerlingen in het atelier van Artemisia’s vader. De appel viel zogezegd niet ver van de boom. Want vader Orazio Gentileschi (1563-1639) was een bekend schilder in zijn tijd en werd een navolger van de stijl van Caravaggio. De stijl dus waarmee Artemisia opgroeide. Daarom was ´t ook zo interessant dat ik vorig jaar augustus in Fabriano rondliep op een expositie van Orazio. In Fabriano? Ja, inderdaad, die stad waarbij heel veel kunstenaars gelijk aan papier moeten denken. Omdat het aquarel en steendrukpapier uit Fabriano al eeuwen wereldberoemd is. En het middeleeuwse Gubbio, waar ik vorig jaar zomer exposeerde en keramiek beschilderde, ligt niet ver van dat ook middeleeuwse Fabriano. Dus toen ik las over die expositie met Orazio Gentileschi werd ’t helemaal een moetje om er heen te gaan. Hier wat foto’s daarvan.

de expositie in 2019 in Fabriano met Orazio Gentileschi als centrale figuur

driemaal de Heilige Maria Magdalena, links en rechts van de leerling Guerreri, in het midden van Orazio

Orazio Gentileschi, ‘Maria, Jezus en Jozef tijdens een rustpauze op de vlucht naar Egypte’

En dat MeToo bij Artemisia? En haar kunst? En haar ingewikkelde leven? Oh ja, en Angelica Kauffman? Ik zal maar zeggen, tot volgende week.

TOOS

40 Kunstwerken in de XX-XX Serie in 2020. Logisch toch?


Dit jaar 2020 gaat zeker en vast als een heel bijzonder jaar de geschiedenisboeken in. Daar kun je halverwege dit jaar met aan grote zekerheid grenzende waarschijnlijkheid al wel vergif op innemen. Figuurlijk dan. En dat er ons nog meer verrassingen staan te wachten? Vast wel. Maar voor mij is er hoe dan ook al één grote zekerheid. Zonder de coronapandemie was de titel van deze blogaflevering beslist anders geweest. Want dan was de actie Kunstbezorgd.nl  van het Centrum Beeldende Kunst Zeeland niet op touw gezet en was mijn Corona-serie niet ontstaan.

in mijn atelier aan het werk voor de ‘XX-XX Serie’

Ik schreef er al eerder over. Lees hier maar. Een actie in april opgezet door dat CBK Zeeland. Waarbij professionele Zeeuwse beeldende kunstenaars van allerlei snit, achtergrond, status en kunststroming in de brievenbus passende kunst maakten van maximaal A4-formaat. Met voor alle kunstwerken dezelfde prijs: €100. Gewoon gelijke kunstenaars, gelijke kunstkappen. Ongeacht je prijsniveau in de Nederlandse en eventueel  internationale kunstwereld. Dat idee had helemaal mijn sympathie, ook omdat de opbrengst volledig voor de kunstenaar was. Ik bleek niet de enige sympathisant gezien het aantal deelnemers.

de 1ste van de ‘XX-XX Serie’ die werd verkocht

werkend met die dunne aluminium platen

In mijn atelier had ik nog een stapel dunne aluminiumplaten liggen. Ooit eens verworven via een grote expositie van mij een aantal jaren geleden. Platen heel makkelijk tot A4 grootte te snijden en heel makkelijk te bewerken met allerlei schildersmaterialen. Ik aan de gang. De eerste exemplaren waren binnen de kortste keren verkocht. ’t Was alsof kopers van te voren al met hun vinger bij de Enter-knop zaten. De volgende? Idem dito. Zo bleef ’t maar doorgaan. Floep, floep, weg!

’t Was dus heerlijk werken in de afgelopen coronamaanden. Pure concentratie op dat kleine formaat van 29,7 bij 21 cm, me los makend van de wereld, de angst voor corona wegdrukkend, dagenlang achter elkaar bezig in mijn atelier en levensgezel die de boodschappen deed.

een paar voorbeelden uit de ‘XX-XX Serie’

Uiteindelijk heb ik er zo, zonder dat van te voren te kunnen inschatten, in totaal 40 gemaakt. Allemaal verkocht! Nee, nu lieg ik. Er staat op het moment dat ik dit schrijf, nog één te koop op Kunstbezorgd.nl . Die kon er, samen met de kunstwerken van anderen, nog mooi op voordat 15 juli deze CBK actie stopt. Sla dus nu je slag nog. De afbeelding van dat werk van mij staat ergens rond positie 50. Overigens, er zijn in totaal meer dan 300 kunstwerken verkocht! Formidabel toch?

degene die nog te koop staat (stond?) bij het schrijven van dit blog

Om te stoppen bij dat totaal van 40 vond ik wel symbolisch. Uiteindelijk is het woord quarantaine de laatste tijd heel veel gevallen. En komt dat niet van het Italiaanse quaranta, veertig? Het aantal dagen dat schepen en bemanning tijdens de grote pestepidemie in de 14e eeuw in Italiaanse havens in afzondering moesten blijven liggen. En is het nu toevallig niet het jaar 2020? Zeg maar eens dat dit niks met veertig heeft te maken.

Daarom doop ik die hele serie, die ik eerst de Corona Serie noemde, hierbij officieel om in de XX-XX Serie. Nou vraag ik me toch wel ineens af of op school tegenwoordig de Romeinse cijfers nog worden aangeleerd. Nou weet ik natuurlijk wel dat 2020 eigenlijk MMXX zou moeten zijn, maar ja, XX-XX allitereert veel mooier!

nog enkele

De nummer 40 (of XL, zo je wilt), is officieel in het bezit van het CBK. Want, ook dat was zo sympathiek, als je met de actie mee kon doen, kreeg je gelijk €100 gestort. Zelfs nog zonder enige verkoop. Het CBK verplichtte zich namelijk vooraf al om altijd één kunstwerk van elke deelnemer aan te kopen.

het kunstwerk dat nu in het bezit is van het CBK Zeeland

En nu ga ik tussendoor tijd besteden aan de opzet van een uitgave over mijn XX-XX Serie. Veertig pagina’s misschien? Het lijkt me gewoon heel leuk om daarvan een boekje te maken. Maar dat wordt weer een ander, toekomstig verhaal.

vooruit, nog eentje

Tot volgende week.

TOOS

Een kunstinkijkje in de wereld van beeldend kunstenaar TOOS van Holstein: ervaringen, ideeën en ART

%d bloggers liken dit: