Een waargebeurd wonderbaar Paasverhaal


Pasen. Met daarbij het opstaan van Jezus uit de dood  als kerkelijk wonder.  Maar is ’t eigenlijk ook al geen wondertje dat hij elk jaar opnieuw  weer op een andere datum gestorven blijkt te zijn? Zijn geboorte wordt wel altijd op 25 december gevierd, maar zijn kruisiging en de daaraan gekoppelde opstanding op 1e Paasdag  vallen op steeds verschuivende datums. Best wonderlijk. Maar goed, daarover ga ik niet, dat doet ‘Rome’. Waar ik zo vlak voor de Pasen dit jaar aan moest denken is een ander wonderbaarlijk Paasverhaal dat zich vorig jaar afspeelde.

het plein waar zich dit Paasverhaal afspeelt

Levensgezel en ik bevonden ons toen, een volle drie weken eerder dan de Pasen nu, in Italië. In Toscane, om nauwkeuriger te zijn. Op bezoek bij Nederlandse vrienden in hun tweede huis ergens aan de kust. Zij hadden weer familie die wel vast in Toscane woonde maar dan een aardig stukje meer landinwaarts, iets ten zuiden van Florence. Die vonden het leuk als we op Tweede Paasdag met z’n vieren bij hun op bezoek kwamen. Met in het vooruitzicht eerst een bubbelende borrel en aansluitend  het onvermijdelijke Italiaanse restaurant was dat no problema natuurlijk. Maar bij aankomst bleek dat restaurant toch nog wel even een klein problema te zijn geweest.

Het eerste belletje voor een reservering: vol. Tweede belletje: vol. Derde belletje: we zijn dicht. Pas bij het vierde belletje: bingo. ’t Werd daardoor wel ietwat verder rijden. Alweer no problema. Onderweg naar dat vierde belletje keek levensgezel mij ineens vragend aan. “Ik zag net op een richtingenbord Vigline Valdarno staan. Was dat niet die plaats waar we ooit eens een aantal weken hebben gebivakkeerd?” Onzekerheid troef bij ons beiden. De vraag of we naar dat Vigline gingen werd overigens wel bevestigend beantwoord, maar onze onzekerheid moest nog even voortduren.

de binnenplaats van het complex voor de Biennale

Nu eerst een flink aantal jaren terug in de tijd. Ik was uitgenodigd om in december 2003 deel te nemen aan de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea in Florence en had daarop ja gezegd. Dat leek me wel leuk. Maar een paar weken in Florence zelf gaan zitten bleek toch een tikje buiten de begroting te vallen. Vandaar dat ik in een stadje 20 kilometer zuidelijker een soortement loft had gehuurd, bovenin een hoog appartementencomplex. Op een letterlijke steenworp afstand van het treinstation daar. Lekker makkelijk, direct de trein in en bij de halte Florence er weer uit. Maar of ’t nou in dat Vigline Valdarno van hierboven was geweest?  Het was hooguit  een heel bescheiden belletje dat er rinkelde.

Bij het binnenrijden van Vigline passeerden we in ieder geval wel een spoorwegovergang, maar verder? De parkeerplaats? Mwah! Toen in de binnenstad die arcade? Zou best wel eens kunnen. Daarna het grote plein? Ja, dit kenden we. We herinnerden ons toen ook een restaurant op dat plein. Ergens daar in die hoek. Ging daar niet ook een trap naar beneden naar een gewelfde kelder waar we destijds diverse keren prima hadden gegeten? ’t Zou toch niet dat we daar ……? Maar dat zou dus wel! Die hoek, die trap, dat gewelf, nu liepen we daar ineens met z’n zessen. Reken dus maar dat we er opnieuw van een voortreffelijk maaltijd hebben genoten want de eigenaar bleek nog steeds dezelfde.

de hoek
de deur van het restaurant
de kelder

Natuurlijk zijn we, inclusief onze Italiaanse vulling en behoorlijk laat op de avond, nog even richting station gelopen om te aanschouwen hoe ’t stond met dat toenmalige loft van ons. Kijk, daar was ‘t! Nog steeds ook inclusief de bijbehorende kubuskamer  met een view die plompverloren bovenop het dak stond en van waaruit zich een deur opende tot dat dak. Gewoon je stoel buiten zetten en je had volledig rondom een gigantisch terras ter beschikking.

GoogleMap foto met middenin die kubus op het dak en links het station

Over toeval gesproken! Want stel je nou eens voor dat die restaurantreservering van het eerste, tweede of derde belletje wel was gelukt. Dan had ik dit wondere Paasverhaal toch maar mooi niet kunnen beleven. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Een echte Zeeuwse godin


Kijk, Friesland heeft zijn eigen schoonheidsgodin in de vorm van Doutzen Kroes. Maar die schoonheid gaat zeker en vast vergankelijk blijken. De Haagse Anouk wordt ook behoorlijk aanbeden om vooral haar muzikale kwaliteiten. Waarbij ’t dan maar de vraag is of dat nog eeuwen gaat duren. In Zeeland ligt dat heel anders. Daar hebben we Nehalennia. Al een paar duizend jaar lang. Een Zeeuwse godin die gewoon voort blijft leven. Zoals in de naam van de Middelburgse Nehalennia Scholengemeenschap en het Nehalennia Hotel in Domburg. En, eigenlijk veel belangrijker, ook in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

ontvangsthal van Museum van Oudheden

Ik was daar laatst voor de nu afgelopen tentoonstelling ‘Goden van Egypte’, maar toch ook voor Nehalennia. Als lokale godin aanbeden in Zeeland gedurende de Romeinse tijd. Daarna letterlijk in zee verdronken en eeuwen lang uit het oog verdwenen om uiteindelijk haar kop weer boven water uit te steken en erop te wijzen dat ze nog wel degelijk bestond. Waardoor ze een prachtige rol ging spelen in de roman ‘Waterproef’ van de Vlaamse schrijver Paul Koeck met als gevolg weer inspiratie voor mij om haar te vereeuwigen op het schilderij ‘Nehalennia’. Godinnen kunnen rare sprongen maken om weer in beeld te komen.

Toos van Holstein, Nehalennia, olieverf drieluik

In dat Rijksmuseum van Oudheden kan ze nu opnieuw aanbeden worden. Gewoon zoals dat in de 2e en 3e eeuw rond de monding van de Westerschelde werd gedaan door reizigers en handelaren in het Noordzeegebied. Die lieten graag stenen altaartjes en platte votiefstenen met inscriptie maken om Nehalennia gunstig te stemmen of te danken voor bewezen diensten bij een goed verlopen handelsreis naar Brittannië. Brexit? Hoezo?.

beeld van Nehalennia
3 etages oudheden: van Egypte via Grieken en Romeinen naar Nehalennia bovenin

Die altaren kwamen terecht in tempels bij Colijnsplaat en Domburg. De eerste verdween door heftige stormen onder het Oosterschelde-water. De tweede raakte eerst bedolven onder het stuifzand van nieuwe duinen tot ook daar stormen de kustlijn landinwaarts sloegen. Waardoor de locatie zich nu ergens in zee bevindt bij Domburg. Eeuwen  later zorgden weer andere stormen ervoor dat brokstukken aanspoelden op de kust, terwijl in 1970 een visser een stukje Nehalennia opviste bij Colijnsplaat. Met als gevolg uitgebreide zoektochten op de bodem van de Oosterschelde en een geweldige verzameling Nehalennia-altaren in Leiden.

Die wilde ik al heel lang eens zien. Maar ja, zoals dat dan gaat, ’t kwam er maar niet van. Tot nu dus. Prachtig om daar in Leiden vanuit de oude Egyptische cultuur met een paar stappen terecht te komen in de Zeeuwse historie van bijna tweeduizend jaar geleden.

In het Zeeuws Museum in Middelburg bevinden zich ook nog wel een paar Nehalennia overblijfselen maar Leiden spant toch echt de kroon. Net zoals dat boek van Paul Koeck van mij ook een kroontje mag krijgen. Ik heb ’t een aantal jaren geleden met grote gretigheid gelezen. Magisch realistisch. Een tijd van eeuwen bestrijkend. Een stenen Nehalennia die er in rondloopt en diepe voetstappen in de zompige Zeeuwse klei achterlaat. In een Zeeuws decor dat door stormen,  dijkdoorbraken en overstromingen in de loop van die eeuwen voortdurend veranderd. Een absolute aanrader. En dat Nehalennia-schilderij van me? Daarvan heb ik nog geen afscheid kunnen nemen, dat heb ik nog steeds in mijn atelier. Tot volgende week.

TOOS

Klank en kleur bij Kunstroute Middelburg komende zondag


Al weer heel wat jaren kun je op de 1ste zondag van april in Middelburg zowel ogen als oren laven aan kleurklank en klankkleur. Want dan staat ‘Van Klassiek tot Populair’ op het program bij onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute. Bands, ensembles en eenlingen  zetten die dag met zowel klassieke als populaire muziek hun beste muziekbeentjes voor op diverse locaties.

een optreden in mijn atelier een paar jaar geleden van Anoushka Koppelaar en Huibert-Jan Vader

Ook al jaren stel ik daarvoor graag mijn atelier aan de Korendijk 56 beschikbaar. Die ruimte met z’n prachtige houten pakhuisbalken leent zich daar prima voor. Muzikanten loven de akoestiek en bezoekers vinden altijd voldoende plek. Alhoewel? Eén keer liep dat bijna fout. De optredende band kwam voorrijden met een bus zodanig vol geluidsapparatuur dat ze er een heel podium in de Amsterdamse Arena mee hadden kunnen vullen. Versterkers, woofers, regelkasten, microfoons, een gigantische hoeveelheid kabels, een hele slagwerkfabriek, een verzameling toetsenborden, echt niet te geloven. Er had daardoor geen bezoeker meer naar binnen gekund. Niet echt handig. Dat moest dus duidelijk een onsje minder worden.

Natuurlijk kwam alles uiteindelijk wel voor elkaar en konden de muzikanten, hun meegereisde groupies en de routebezoekers zich helemaal de pan uit swingen. Maar zelfs met hun veel kleinere opstelling brachten de voortgebrachte geluidstrillingen bijkans het water in de Kinderdijkgracht aan het golven en konden de buren aan de overkant ervan gewild of ongewild meedeinen.

Echt heel anders dan die keer dat er een jonge vrouw binnenkwam met een kleine harp onder de arm. Dat was ’t dan! Maar er volgde wel een heerlijk optreden. Een program van zowel poëtische, intieme als humoristische liedjes met een stem die daar perfect bijpaste.

Voor mijzelf is ’t altijd weer een verrassing wat ik te horen ga krijgen. Want met de organisatie heb ik geen bemoeien, ik zie wel wie ik krijg toegewezen. Maar één keer wist ik al dat er saxofoons aan zaten te komen. Juist mijn lievelingsinstrument. Vandaar dat ik een ‘saxofoonschilderij’ van mij had opgehangen. Laat nou de expressieve speelster die erbij kwam te staan regelmatig dezelfde houding aannemen als de speler op dat doek! Complimentje voor mezelf, vond ik. Die houding had ik dus goed getroffen.

Diezelfde middag kwam er ook nog een heel ander muziekgezelschap op bezoek. Een klezmer band die nu landelijk bekend is.

En verder in al die jaren? Een groep muzikanten met nu een eigen zaaltje in Amsterdam. Ook Middelburgers die op behoorlijk professioneel niveau gewoon lekker voor hun plezier kwamen spelen. Of jonge mensen opgebouwd uit muziekgenen, nog studerend aan een conservatorium of de  Zeeuwse Muziekschool.

Dit keer komt blokfluitensemble Alma del Core langs. Ik ben weer benieuwd. Vier vrouwen die op diverse soorten blokfluiten, van klein tot groot, muziek brengen met renaissance en barokinvloeden tot aan tango’s en Ierse folk toe. Spannend! Iedereen is welkom.

blokfluitensemble Alma del Core

Het hele schema van ‘ Van Klassiek tot Populair’ staat op https://www.kunstroutemiddelburg.nl/. Onze site die door routevrijwilliger en  professionele websitebouwer Sabine de Jong recent prachtig opnieuw vorm is gegeven. Petje af! Wat zou de kunstroute zijn zonder alle vrijwilligers die op de achtergrond meewerken. De vraag stellen, is al het antwoord geven zoals dat dan heet. Tot volgende week.

TOOS

’t Kan slechter dan lekker aan de gang zijn in Nice


het gebouw in Nice met daarin mijn atelier/appartement met de markt voor de deur

Een paar weken retraite in Nice is geen slechte bezigheid. Nu zeker niet. Want er staan een paar grote projecten te wachten dit jaar. Projecten die bij de voorbereiding om de nodige rust en concentratie vragen. En in Nice vind ik die makkelijker dan in Middelburg waar allerlei kunstruis op mijn lijn zit. Me daarvoor afsluiten lukt hier veel beter.

Wat die projecten dan wel zijn? Allereerst een nieuw boek.

aan het werk voor mijn nieuwe Grote Boek

Alweer een flink aantal jaren geleden kwam er een groot, dik boek uit over mijn schilderijen met op de rug overduidelijk het Romeinse cijfer I. Natuurlijk de indicatie dat ooit deel II zou verschijnen. Nu is dat zover. Maar dat vergt veel denkwerk, redactie en overleg. Welke schilderijen, beelden en steendrukken moeten er in komen? In welke volgorde? Welke teksten? Wie gaan die schrijven? Waar gaat ’t gedrukt worden? Om over het lettertype nog maar te zwijgen. Begin oktober moet dat boek van meer dan 200 pagina’s er volgens de planning zijn. Werk aan de winkel dus in mijn rustgevende Niçoise atelier en appartement.

aan de lunch in de lentezon

Dat ligt dan wel weer in het bruisende hart van het Libération-quartier. Met de dagelijkse markt voor de deur, de zeer frequente tram om de hoek, de beroemde Promenade des Anglais op 20 minuten loopafstand voor het geval ik die tram niet neem en een zeer ruime keus aan bars en restaurants binnen een straal van 150 meter. Voor de af en toe noodzakelijke onderbreking van mijn werkzaamheden en ter aangename verpozing is het dan ook geen enkel probleem  een zonnig terras te vinden waar ’t met een vriendin goed lunchen is. Te midden van heel veel Fransen. Want die lunch in Frankrijk is natuurlijk wel een cultuuruiting van de heilige soort. Maar daarna is ’t weer werken geblazen.

Aan nog een tweede groot project. Mijn ’70-Series’.

werk voor mijn ’70 Series’

Een paar reeksen van 70 kleine werken: olieverven en dibonds. Allemaal 20 bij 20 cm. Ook die ’70-Series’ gaan in oktober in première. Tegelijk met dat Toos van Holstein Deel II. Een datum is ook al geprikt: zondag 6 oktober in de grote ruimtes van Galerie Peter Leen in Breukelen. Zet ’t maar in je agenda, want dat gaat een leuk feestje worden. Reken trouwens maar dat én dat boek én die ’70-Series’ hier voor die tijd nog wel vaker ter sprake gaan komen.

Dat ik ’t toch niet kan laten om tussendoor ook nog kunstuitingen van anderen te bezoeken? Ach, dat zit nou eenmaal in mijn nieuwsgierigheidsgenen. Als ingeschrevene hier kan ik, als een soort halve Niçoise, met een speciaal pasje alle gemeentelijke musea vrij bezoeken. Zoals hier de Galerie des Ponchettes, gelegen aan die al genoemde wereldbekende Promenade.

dav

Met dit keer een uitgebreide installatie van aan elkaar genaaide, kleurig verweerde doeken. Best esthetisch en interessant om te zien. Ook omdat ik zelf, als artist in residence, in 2008 iets dergelijks creëerde  met grote, bedrukte en beschilderde banners in een kunstruimte in Peking.

mijn banners in Peking

Die banners gaan deze zomer trouwens een soortement vervolg krijgen in de prachtige oude Italiaanse stad Gubbio in Umbrië. Een derde groot project dit jaar. Maar dat is weer een ander, nog toekomstig verhaal. Tot volgende week.

TOOS

De Rembrandtkaart, eigenlijk een kunsten-must


Ik heb ‘m altijd op zak, mijn Rembrandtkaart van de Vereniging Rembrandt. Als ik ermee zwaai, heb ik direct toegang tot zo’n 130 musea in Nederland. Heel veel anderen doen dat met hun Museumkaart en ‘Sesam open u’ gaat dan op bij rond 400 musea. En toch geef ik de voorkeur aan die Rembrandtkaart. Niet zomaar natuurlijk. Daarvoor heb ik diverse redenen.

Een paar weken geleden schreef ik hier over de preview die me ten deel viel bij de grandioze blockbusterexpositie ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. Een preview dankzij die Rembrandtkaart. Een paar weken daarvoor had dat ook gekund bij ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ in Den Haag. Jammer genoeg kon ik toen niet. Een paar jaar eerder lukte dat bijvoorbeeld weer wel bij de grote expositie over Matisse in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Valt dat soort voordelen je ook in de schoot bij de Museumkaart? Vergeet ’t maar.

voorkant van de Rembrandtkaart 2019 met de leeuwentekening van Rembrandt die nu is te zien in ‘Alle Rembrandts’

Maar Toos, is die kaart dan niet veel duurder? Nee dus. Niet op de manier zoals levensgezel en ik dat doen. Want voor één persoon apart betaal je € 75 maar voor twee kaarten samen betaal je slechts € 110 als je je aanmeldt als zogenaamde ‘gezel’. En die Museumkaart? 2 x € 64,90 = € 129,80.

Natuurlijk kun je voor dat bedrag wel naar het Aviodrome in Lelystad, het Schoenenmuseum in Waalwijk of het Kermis- en Circusmuseum in Steenwijk. Om zomaar een paar dwarsstraten te noemen. Dat gaat mij dan weer niet lukken zonder daar toegang te betalen. Maar ik ben dan ook veel meer geïnteresseerd in onze musea voor beeldende kunst.

Nog een geldelijk voordeeltje? Regelmatig zie ik voor speciale grootschalige exposities op de informatieborden bij de museumbalie zoiets staan als ‘voor Museumkaart-houders geldt nog een toeslag van € …’. Bij mijn Rembrandtkaart is me dat tot nu maar één keer overkomen. Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling in ‘s-Hertogenbosch een paar jaar geleden. En verder? Nooit! Dus tel uit je winst. Soms hoef ik me met mijn kaart ook niet eens voor een tijdsslot aan te melden bij heel druk bezochte exposities. Ik kom, zwaai en loop door.

het portret van zijn zoon Titus van Rembrandt, ooit verkregen door de Vereniging Rembrandt voor Museum Boymans van Beuningen

Maar wat ik eigenlijk nog het allerbelangrijkste vindt, is dat ik door mijn lidmaatschap van de Vereniging Rembrandt ons kunsterfgoed ondersteun. Heel recent probeerden de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en het Rijk gezamenlijk nog een tekening van Rubens te behouden voor Nederland. Die werd in de verkoop gedaan door prinses Christina. Ooit ergens in de 19e eeuw, toen de financiën van Rijk en het Koninklijk Huis nog niet echt jofel van elkaar gescheiden waren, was die door ons koningshuis aangekocht. Nu meende Christina via Sotheby in New York te moeten cashen zonder het kunstwerk eerst op prinsesselijke manier in Nederland aan te bieden. Typisch gevalletje van misvatting. Een ongetwijfeld schatrijke particulier, voor wie geld waarschijnlijk een volstrekt abstract begrip is, kaapte de schets weg voor de Nederlandse ogen. En Christina? Die zal de 7 miljoen dollar wel nodig hebben gehad.

de tekening van Rubens

Maar vaak lukt een aankoop wel. Zo heeft de Vereniging Rembrandt sinds de oprichting in 1883 meegeholpen om onze musea met alleen al 39 werken van Rembrandt te verrijken. Naast nog heel veel andere kunst. Laatst voor het Centraal Museum in Utrecht nog een heel speciaal, op koper geschilderd werk van Utrechter Joachim Wtewael van begin 17e eeuw. Toevallig ook gekocht bij dat Sotheby in New York. Kijk maar eens op https://www.verenigingrembrandt.nl  wat de vereniging allemaal doet voor onze Nederlandse beeldende kunst.

Wtewael, Het godenbanket

Oh ja, er zijn ook regelmatig interessante lezingen die je gratis worden aangeboden. Allemaal redenen dus voor mij om heel blij te zijn met mijn Rembrandtkaart. En als je vindt dat dit eigenlijk één grote reclameboodschap is voor die kaart? Tja, dat kan en wil ik beslist niet ontkennen. Tot volgende week.

TOOS

Wegwijzeren in het Walcherse Nieuw- en Sint Joosland


Ooit golfde er het water van de Westerschelde en nu hangt er mijn kunst. Waar? In Nieuw-en Sint Joosland.  Een gebied bij Middelburg dat in de 17e eeuw langzaamaan werd ingepolderd. Een gebied waar nog weer een paar eeuwen later een schooltje kwam, De Wegwijzer. Nu ook een gebied dat min of meer los gesneden ligt van Middelburg door de snelweg A58 richting Vlissingen. Dat Nederlandse Land’s End, ons eigen Cap Finisterra, ons eigen eenzame Eind van de Wereld als je die stoere binken van mariniers ten minste mag geloven. Die mannen die overal ter wereld gedropt moeten kunnen worden om deze wereld te helpen redden maar niet kunnen overleven in Vlissingen. Maar dat terzijde. Nu gaat ’t om dat oude schooltje dat al lang geen schooltje meer is.

Theater De Wegwijzer in Nieuw-en Sint Joosland

’t Is namelijk een theatertje geworden: Theater de Wegwijzer (https://www.theaterdewegwijzer.nl/). Opgezet door een paar eigenzinnige en bevlogen theaterdieren, Trudi Wams en Arnout Schop. En in het jaar 2004 ingewijd door nog zo’n ander eigenzinnig figuur,Youp van ’t Hek. Maar wat heeft dat alles met mijn kunst te maken?

theaterzaal met de plafondschildering van Reynier de Muynck en portretten van artiesten die er hebben opgetreden

Een paar weken geleden kreeg ik een berichtje van Trudi. ‘Toos, mijn muren zijn leeg, kun jij daar iets aan doen?’ Nu ken ik Trudi al weer wat jaartjes. Eerst doordat ik één, twee keer per jaar een voorstelling bijwoonde in De Wegwijzer. Waardoor ik bijvoorbeeld Freek de Jonge, als ik zijn woorden van destijds ten minste mag geloven, voor de eerste keer in zijn leven een gitaar op het toneel hoorde betokkelen bij een try-out. Dat heb ik daarna nooit meer waargenomen en ik kan best verklappen dat dit ook helemaal niet erg is. Maar ik leerde Trudi nog weer beter kennen toen ze in 2014 de Homerische rockopera ‘O die Zee’ in Fort Rammeken bij Ritthem organiseerde. Een overweldigend theatergebeuren waaraan ik ook een steentje mocht bijdragen met mijn serie schilderijen over de Ilias en Odyssee van Homerus.

In De Wegwijzer hebben Trudi en Arnout traditiegetrouw altijd een tijd lang werk van een door hen uitgezochte en bewonderde Zeeuwse kunstenaar hangen. Zoals dat van Ruden Riemens, een bekende Zeeuwse fotograaf die toevallig ook nog mijn één-huis-verder-buurman is aan de Korendijk. Of sinds een jaar dat van Frank van der Meijden. In een ander leven manager van de overbekende Zeeuwse band BLØF en nu succesvol met een geheel eigen vorm van kunstkastjes. Daarvan hing er dus al een hele poos een rij in de foyer van het theater. Tot er een hoteleigenaar voorbij kwam die zei ‘doe die mij maar allemaal’. En toen was de wand ineens leeg en kwam dat berichtje van Trudi aan mij.

twee vriendinnen voor het theater

Natuurlijk zei ik ‘ja’. Want ik vind Trudi een dijk van een wijf. Zeg nou zelf, een import Amsterdamse die het lef had om zonder subsidie samen met technische man Arnout een theatertje van 80 plaatsen te beginnen in een Walchers dorpje? Hoeveel mensen zouden dat aandurven? Daar werk ik graag mee samen!

bezig met het inrichten van de foyer

En het leuke is natuurlijk dat ik nu bij komende voorstellingen die ik in De Wegwijzer ga zien mijn eigen schilderijen kan zien hangen. Dat maakt het daar altijd gezellige borrelen achteraf alleen nog maar gezelliger. Zeker ook na de opmerking van Trudi die ik de avond na het inrichten ontving: ‘De foyer is zo mooi en kleurrijk. We zijn al een paar keer gewoon wezen kijken’. Tot volgende week.

TOOS

Om Rembrandt heen willen in 2019? Gaat niet lukken!


Zelfportret van Rembrandt als de apostel Paulus, olieverf 1661, detail

Er omheen, er overheen, er onderdoor of er dwars doorheen? Dat gaat je dit jaar bij Rembrandt, ons nationale 17e eeuwse schildersicoon, echt niet lukken. Want in 1669, nu dus  350 jaar geleden, stierf hij. En dat zullen we weten ook. Typisch eigenlijk, dat je de sterfdag van iemand heel uitgebreid gaat vieren. Maar ja, ook een overleden Rembrandt speelt natuurlijk nog wel steeds in de Eredivisie van BN’ers .

In zijn geval heb je in Amsterdam op dit moment alleen al drie feestjes. ‘Rembrandt Privé’ in het Stadsarchief, ‘Rembrandt’s Social Network’ in het Rembrandthuis en ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. En dan moet ik ‘Rembrandt & de Gouden Eeuw’ in het Haagse Mauritshuis en ‘Rembrandt en Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw’ In het Fries Museum van Leeuwarden natuurlijk ook niet vergeten. Is dat dan alles? Nee hoor. In de loop van 2019 volgen er op allerlei plekken in Nederland nog andere, indirect aan Rembrandt en direct aan de Gouden Eeuw gekoppelde tentoonstellingen. Ook in mijn eigen Middelburg. Gevalletje van overkill? Zou kunnen. Maar je kunstzinnig vervelen is dus beslist niet nodig.

een paar van de vele zelfportretten van Rembrandt op de expositie

Een paar weken geleden was ik al in het Rijksmuseum. Zelfs voordat die tentoonstelling met ‘Alle Rembrandts’  officieel opende. Dat dankzij mijn Rembrandtpas. Bezitters daarvan en ook Vrienden van het Rijksmuseum hadden namelijk een dag eerder al toegang bij een voorbezichtiging. Best wel leuk dus, zo’n Rembrandtpas. Maar daar schrijf ik binnenkort nog wel eens over. Want die pas heeft, vind ik, allerlei voordelen boven de bekende Museumkaart.

zoals je het dus niet te zien zult krijgen (persfoto)

Kwam ik even bedrogen uit bij mijn gedachte dat het waarschijnlijk niet al te druk zou zijn!

Die gedachte was heel duidelijk bij meer pashouders en museumvrienden opgekomen. Maar dat mocht mijn kunstpret niet drukken. Want die ‘Alle Rembrandts’ is een absolute must. Grandioos! Alles wat ze in het Rijksmuseum aan prenten, tekeningen en schilderijen van ons icoon bezitten, hebben ze uit de temperatuur gecontroleerde depots en ladekasten gehaald en van de muren gehaakt om ze bij elkaar te brengen. Nou ja, één schilderij dan niet. De Nachtwacht. Die mocht blijven waar hij was. Daar kan ik me ook wel iets bij voorstellen.

Maarten en Oopjen, olieverf 1634
Oopjen, detail
Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem, olieverf 1630 en Musicerend gezelschap 1626, vroeg werk van Rembrandt
Johannes Wtenbogaert, olieverf 1633, voorvechter van religieuze tolerantie die een grote rol speelde bij de Synode van Dordrecht, weer een ander verhaal
Gezicht op Amsterdam vanaf de Kadijk, ets ca, 1641
Daniël in de leeuwenkuil, tekening ca. 1650
Drie vrouwen en een kind bij een huisdeur, tekening ca 1645

Maar de overige 22 schilderijen, 60 tekeningen en honderden etsen zijn te vinden in de vleugel voor tijdelijke exposities. Thematisch onderverdeeld. Zoals bijvoorbeeld Rembrandts vele selfies En dan natuurlijk heel wat beter en mooier dan bij al dat moderne gedoe voor de social media met selfiestick en  tandpastalachjes. Ook ‘Landschappen’, ‘Wandelen in en rond Amsterdam’, ‘Verhalen uit de Bijbel’, ‘Intimiteit’ en nog zo wat. Daardoor hangt klein en groot helemaal door elkaar. Van kleine etsjes waar je eigenlijk met je neus bovenop moet staan tot grote schilderijen waar je afstand van moet kunnen nemen. En dat veroorzaakt dan naar mijn mening gelijk een groot logistiek probleem bij deze megahappening. Ik vroeg me gelijk af hoe dat zal gaan als ’t echt druk wordt.

Heel veel bezoekers lopen namelijk rond met zo’n audio-ding aan hun oor. Die audiotoer kun je trouwens ook nog met een app van te voren gratis downloaden op je mobiel. Bij een lang verhaal schuifelen ze al luisterend steeds dichter op het kunstwerk. Moet je je even voorstellen dat er dan, zoals ik meemaakte, een paar bezoekers met hun neuzen op nog net gepaste sociale afstand van elkaar zowat staan te ruiken aan een heel klein etsje.

Voor hun niks mee mis natuurlijk. Maar voor al die anderen? Stel dat die ook allemaal de gratis app aan hun oor hebben en ook willen ruiken? Ik ben benieuwd hoeveel ongepaste sociale irritatie dat gaat oproepen.

Het monnikje in het korenveld, ets ca. 1646, best wel actueel gezien de recente bijeenkomst van de kerkprelaten in het Vaticaan
Jupiter en Antiope, ets 1659
De kruisafname ets 1633, detail
Presentatie van Jezus in de tempel, ets ca. 1640
Stilleven met pauwen, olieverf ca 1639
Isaak en Rebekka, bekend als ‘Het Joodse bruidje, olieverf 1665-69, detail, één van mijn lievelingsschilderij van Rembrandt

Maar hoe dan ook, gewoon gaan! ’t Duurt weer een hele poos voordat Rembrandt opnieuw een mooi aantal jaren dood is. Wel van te voren online kaartjes regelen met een tijdslot. Anders loop je bij de kassa misschien wel aan tegen ‘voor vandaag uitverkocht’. Voor mij gold dat gelukkig niet die dag vanwege mijn Rembrandtpas. Tot volgende week.

TOOS

Een kunstinkijkje in de wereld van beeldend kunstenaar TOOS van Holstein: ervaringen, ideeën en ART

%d bloggers liken dit: