It giet oan, maar dan wel in Zeeland + andere kunst en seks gerelateerde zaken


It giet oan! Die legendarische Friese woorden hebben al 25 jaar lang niet meer geklonken. Behalve dan op tv als er weer eens nostalgisch wordt teruggeblikt op de laatste Tocht der Tochten. Daarom voel ik me wel gerechtigd ‘it giet oan’ nu te gebruiken voor een Zeeuws gekleurde vooruitblik. Voor de zo langzamerhand ook best wel legendarische Kunst en Cultuurroute Middelburg. Want begon de eerste editie ervan pas twee jaar na die laatste Elfstedentocht, daarna is ie zonder enige onderbreking wel elk jaar opnieuw doorgegaan! Weer of geen weer, altijd vanaf februari elke maand op de 1e zondag. Elf keer per jaar dus. Zij ’t in 2020 en 2021 met enige van regeringswege opgelegde haperingen. Iets met een virus!

openingspagina van de website van de kunstroute in Middelburg

Maar nu mogen we, ook weer van regeringswege en met in achtneming van een paar niet al te moeilijke coronaregels, lekker weer helemaal los. Met het traditionele februari-thema ‘Zeeuwse Gasten’. Daarbij nodigen routedeelnemers een Zeeuwse kunstenaar uit als mede-exposant in hun atelier of galerie. En dan bij wijze van uitzondering naast de zondag ook op de zaterdag. Dit jaar dus op 5 en 6 februari (van 13-17 uur). Ik ga dit keer voor keramist Marion Kamper uit Wissenkerke.

keramniek van Marion Kamper, kan ’t Zeeuwser?

Dat leek me wel interessant omdat ik met haar erbij twee heel verschillende keramieksferen in mijn atelier kan creëren. Met mijn eigen handbeschilderde keramische borden en vazen die ik maakte in het Italiaanse Gubbio en met de strak geometrische 3-dimensionale keramische objecten van Marion die uitnodigen tot spelen. Want je mag er gewoon aan draaien en schuiven. Je mag er eigenlijk zonder enig probleem een nieuwe vorm aan geven. Echt bijzonder. Kom ’t maar proberen in dat weekeinde van 5/6 februari.

links keramiek van Marion Kamper, rechts van Toos van Holstein
verdraaibaar keramisch object van Marion Kamper
routekaart van de kunstroute, met de vele te bezoeken adressen, te downloaden op de site van de kunstroute

Deze week ben ik met levensgezel al bezig geweest met de absoluut noodzakelijke klus van het grondig kuisen van mijn atelier -om dat prachtige Vlaamse woord maar eens te gebruiken- en het gedeeltelijk inrichten ervan. Opdat de objecten van Marion goed gaan uitkomen.

het al vast ingerichte deel van mijn atelier

En mocht je van plan zijn om onze kunstroute te komen bezoeken, het prachtige Zeeuws Museum is gelukkig ook weer open. Net zoals alle andere musea in Nederland.

welkom in het atelier van mijn 18e eeuwse monumentenpakhuis

’t Moet me toch echt even van het hart dat ik behoorlijk pissig ben geweest over dat regeringsbesluit van enkele weken geleden. Zogenaamde doorstroomlocaties als IKEA en de Bijenkorf mochten wel open en musea, ooit ook als doorstroomlocaties aangemerkt, niet. On-be-grij-pe-lijk!!! Dat zou volgens minister Kuipers te maken hebben met het zoveel mogelijk inperken van verkeersbewegingen. Mijn god! Heb je ooit de elke dag volle parkeerplaatsen gezien bij welke IKEA-vestiging dan ook? Een absolute gotspe! Volkomen terecht dat onze cultuursector eindelijk,eindelijk in opstand kwam. Met tot nagelstudio’s en kapsalons omgetoverde theaters en musea waar je zowel lichamelijke als hersengymnastiek kon doen of een kunstmarathon kon lopen. Wat me wel opviel was dat er, voor zover ik weet,  nergens bordelen in de musea werden ingericht om de deuren open te kunnen gooien. Want de sekswerkers mochten er officieel ook weer op los gaan. Gewoon 10 m2 vrijmaken, uitgaande van 5 m2 per persoon bij een duo. Daar waren toch beslist wel interessante variaties op te bedenken geweest. Maar dan blijkt dat de cultuursector toch best een heel nette sector is die de afgelopen tijd veel te weinig een echte vuist heeft gemaakt. Een les voor de toekomst? Misschien toch maar een grotere mond in een wereld waarin de hardste schreeuwers vooraan staan?

Maar goed, het culturele en kunstzinnige leven wordt godzijdank weer wat vrijer. Toch wil ik je tot leringhe ende vermaeck nog deze vlijmscherpe video van de bekende cabaretier Pieter Derks  voorschotelen. Echt tot het einde uitkijken en luisteren!

Oh ja, en dan nog iets betreffende dat thema ‘Zeeuwse Gasten’. ’t Ziet er naar uit dat we dat thema volgend jaar breder gaan trekken. Waardoor het mogelijk wordt ook kunstenaars van buiten Zeeland als gast uit te nodigen. Dus mocht iemand denken ‘hé, dat lijkt me wel wat’, aarzel niet. Ik sta altijd open voor nieuwe ideeën en kunstavonturen. Tot volgende week.

TOOS

Eeuwenoude inburgeringscursussen en hedendaagse beeldenstormen


Ravenna by night

Lang, lang geleden …., zo begon ik ook vorige week. En net als toen zit ik nog steeds in oude, Romeinse sferen. Maar wel  zo’n luttele zes eeuwen later. Want lang, lang geleden liep ik namelijk met jonge, kunstacademisch gevormde ogen rond in Ravenna. Net als opnieuw een luttele vier maanden geleden. Nu wel met oudere en van kunst bezwangerde kijkers. Het doel beide keren? De 6e eeuwse Basilica di San Vitale. Door omstandigheden, zoals dat zo mooi heet, deels in Romeinse deels in Byzantijnse bouwstijl. Hieronder verspreid wat foto’s.  

op weg naar de Basilica di San Vitale aan het einde van de straat

Ravenna, die prachtige Noord-Italiaanse stad. Met naast de tombe van Dante (lees hier) de unieke, grandioze Byzantijnse mozaïeken. Werelderfgoed tot en met.

de Basilica di San Vitale aan de buitenkant
de overweldigende binnenruimte

Maar hé, Byzantijns? Byzantium is toch wat eerst het Oost-Romeins Rijk heette? Met Constantinopel, het huidige Istanboel, als hoofdstad en Grieks als voertaal? Ja! Ja! Terwijl Ravenna ligt in wat destijds het West-Romeinse Rijk was met Latijn als voertaal? Ja! Maar waarom veroverden die Oost-Romeinen dan Ravenna in 540 n.Chr.? Terwijl het oorspronkelijke Romeinse Rijk al in 285 om administratieve en legertechnische redenen officieel gesplitst was in dat Westelijk en Oostelijk deel. Ik begrijp Obelix helemaal als hij weer eens roept ‘ils sont fous, ces Romains’. ‘Rare jongens, die Romeinen’.

’t Zal eind jaren 70 zijn geweest toen ik in de zomervakantie met een oude academievriendin in mijn Renaultje 4 stapte. Om de Biënnale in Venetië te bezoeken en ook Ravenna mee te pikken. Want die wereldberoemde mozaïeken in de Basilica di San Vitale moesten we nu eindelijk maar eens met eigen ogen aanschouwen. Die zijn me altijd bijgebleven.

 Daarom reed ik afgelopen september vanuit Gubbio, waar ik keramiek beschilderde, opnieuw naar Ravenna. Nu voor twee dagen. Voor van allerlei rond Dante700 als opnieuw voor die mozaïeken. Twee uurtjes rijden maar. En nu in gezelschap van levensgezel die vond dat hij zijn Ravenna-lacune maar eens diende op te vullen.

Voor mezelf ontdekte ik nu met andere ogen te kijken dan destijds. Want de grijzige massa onder mijn schedeldak had in de loop der jaren toch zo een en ander extra aan geschiedeniskennis opgeslagen. Zoals.

Het West-Romeinse Rijk was aardig in verval geraakt. Zelfs de keizer was foetsie. Door grote volksverhuizingen vanuit het oosten, bijbehorende veldslagen en politiek gekonkel met de keizer in Constantinopel waren grote delen in handen gekomen van diverse Germaanse stammen. Zo veroverde eind  5e eeuw koning Theodorik (451-526) met zijn Ostrogoten, en met toestemming van de toenmalige keizer Zeno, de Italiaanse laars. Ravenna werd zijn hoofdstad. Die gekerstende Ostrogoten namen daarbij de nog steeds bestaande Romeinse structuren en de Latijnse spreektaal over. Een geslaagde integratiecursus avant la lettre.

Maar er rees een geloofsprobleempje. De Ostrogoten begonnen het Arianisme aan te hangen. Iets met een andere interpretatie van de Heilige Drie-eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Foei! Afwijken van de orthodoxe leer? Stel je voor! Justinianus I de Grote (keizer van 527 tot 565) nam dat niet. En hij zag ook nog graag dat grote Romeinse imperium van eeuwen her graag weer in ere hersteld. Gevolg? Bij Macht en het Ware Geloof op één kussen, daar slaapt de oorlogsduivel tussen. Dus hup, wat oorlogjes er tegenaan. Nu terug naar de omstandigheden voor die deels Romeinse deels Byzantijnse bouwstijl van de San Vitale.

Vlak na Theodoriks dood startte in 526 daarvan de bouw. In Romeinse stijl. Weet je nog, die integratiecursus? Maar in 540 werden de Ostrogoten verslagen door het leger van Justinianus. Waarna de bouw werd voortgezet in Byzantijnse stijl. Met binnenin mozaïeken in de dogmatisch orthodoxe geloofssymboliek. Oud en Nieuw Testamentische afbeeldingen, Mozes, profeten, de vier evangelisten, Christus op een wereldbol, aartsengelen, vliegende engelen, heiligen, kerkelijke prelaten en allicht keizer Justinianus zelve. Alles in een overweldigende overvloed. Veel goud, veel purper, je weet bijna niet waar je moet kijken. 

groot mozaïek met keizer Justinianus in het midden

Dan is het een eeuw oudere en heel dichtbij gelegen Mausoleo di Galla Placidia heel wat kleiner en veel intiemer. Maar toch ook weer rijk versierd met mozaïeken vol christelijke symboliek. Je kon er zelfs op je gemak gaan zitten. Met QR-code en mondmasker natuurlijk.

Mausoleo di Galla Placidia

En zonder dat kwam je ook de Basilica di Sant’Apollinare Nuovo niet in. Nog wel gebouwd tijdens koning Theodorik’s bewind, vlak naast zijn nu verdwenen paleis. Met natuurlijk opnieuw mozaïeken. Oorspronkelijk met allerlei Ariaanse elementen erin. Maar dat werd natuurlijk snel veranderd na de verovering door Justinianus. Want beeldenstormen zijn van alle tijden. Denk maar aan alle huidige woke-gedoe in Amerika en Engeland rond niet welgevallige beelden.

Basilica di Sant’Apollinare Nuovo

Wist je trouwens dat je in Aken in de beroemde Paltskapel van Karel de Grote (747-814) ook een beetje in Ravenna rondloopt? Zelfs letterlijk. Want het bouwplan van zijn kapel was gebaseerd op die Basilica di San Vitale en daar konden marmeren zuilen en ruïneresten uit Ravenna mooi voor gebruikt worden.

foto’s die ik een aantal jaren geleden maakte van de Paltskapel

Tot volgende week.

TOOS

Asterix en Cicero, best een interessant duo!


Lang, lang geleden schreef ik op de academie een scriptie over de spotprent in de kunst. Met daarin ook stripheld Asterix verwerkt. Waarom daardoor zeer kort geleden de vraag in me opkwam ‘zou Cicero eigenlijk niet eens een rol moeten spelen in ‘Asterix ‘? Omdat ik de ook daadwerkelijk donk’re dagen rond Kerst in welverdiende rust doorbracht in Romeins/Gallische sferen.

Met het al vast afvinken van wat goede voornemens. Zoals het lezen van de Cicero- trilogie van Robert Harris en het consumeren van ‘Asterix en de Griffioen’. De nieuwste ‘Asterix’, de 39ste, net een paar maanden uit.

Natuurlijk een moetje gezien die scriptie. Net als trouwens alle voorgaande albums. Maar daarover straks meer.

Die trilogie (Imperium, Lustum, Dictator) was een voornemen veroorzaakt door levensgezel’s enthousiasme erover. En gelijk had ie! Echt monumentaal. Net zoals trouwens ook Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.) een monument is uit die turbulente tijd van Caesar en de overgang van de Romeinse Republiek naar een keizerrijk.

Cicero: advocaat, consul, senator, politicus en een en al retoricus. Van wie veel toespraken bewaard zijn gebleven. Dankzij z’n secretaris/slaaf Tiro (ca. 103-4 v.Chr.), de man die ook het stenoschrift uitvond. En feitelijk ook de hoofdpersoon van de trilogie die in ik-vorm Cicero’s avontuurlijke en spannende leven beschrijft. Met alle bijbehorende hoogte en dieptepunten, tot aan de moord op Cicero toe. Want een politiek moordje? Of een veldslagje meer of minder? Hoorde er toch gewoon bij toen? Tel je zegeningen van onze democratische tijden. Zelfs bij de formatie van Rutte IV.

Tiro zou destijds zelf al een biografie van Cicero hebben geschreven, maar die is verloren gegaan. Niet echter heel veel andere geschriften. Waardoor Harris, volgens onderstaande leek,  een goed gedocumenteerd verhaal kon schrijven. Met genoeg lacunes tussen alle feiten door om die in te kunnen vullen met zijn grote inlevingsvermogen. Lezen!

Toen ik me daarna op Asterix wierp, zat ik dus nog helemaal in Caesars sferen. Maar nu in gezelschap van zijn twee eeuwige plaaggeesten Asterix en Obelix. Die hem nu zelfs al dwarszitten in het uitgestrekte en ijzig winterse Barbaricum, ver over de oostelijke grens van het Romeinse Rijk. 

Maar hoe zit dat met Asterix en die scriptie van mij? Tijdens mijn kunststudie destijds kwam ik allerlei diepzinnige beschouwingen tegen over de verbanden tussen de Franse geschiedenis, de literatuur en de spotprenten uit de Franse 19e eeuw. Spotprenten van bijvoorbeeld de bekende chroniqueur Daumier (1808-1879,)die op een heerlijke manier de Franse bourgeoisie en politiek op de hak nam, en gravures van Doré (1832-1883) die heel veel boeken illustreerde. En laten nu juist Goscinny en Uderzo,de bedenkers van Asterix en Obelix, voor hun strips rijkelijk hebben geput uit die rijke Franse erfenis! Een paar plaatjes.

Zeg maar eens dat deze prent van Daumier geen voorbeeld is geweest voor de manier waarop Romeinse soldaten in ‘Asterix’ worden weergegeven! En wat te denken van onderstaande vergelijkingen?

Een karikatuur van Louis Philippe, koning van Frankrijk in de periode 1830-48, en Gaius Delirius, gouverneur van Condatum in ‘Asterix en de Helvetiërs’.

Of vergelijk Charles-Louis-Napoléon Bonaparte, eerst president en later als Napoleon III  keizer van Frankrijk, die in 1848 nogal moeizaam op het schild wordt geheven maar eens met het plaatje van stamhoofd Heroïx (ook uit ‘Asterix en de Helvetiërs’).

En waar zou de inspiratie vandaan zijn gekomen voor het altijd laatste plaatje van de gezamenlijke schranspartij in ons dappere Gallische dorpje?

de laatste afbeelding uit Asterix en de Griffioen
detail uit een gravure van Doré (1873) als illustratie bij een boek van Rabelais over het leven van de reuzen Gargantua en Pantagruel.

Maar ook in ‘Asterix en de Griffioen’ staat weer zo’n mooie verwijzing naar het heden.

Lijkt die geograaf Ondeckjeplecjus niet heel erg op Michel Houellebecq, één van de meest omstreden Franse auteurs van de laatste decennia? Waarvan toevallig net vorige week zijn nieuwste roman ‘anéantir’ uitkwam.

Die zogenaamde Romeinse namen, zoals Ondeckjeplecjus (gewoon hardop uitspreken), vind ik altijd hilarisch. Ook nu weer.

Krakatovna, denk aan de Indonesische vulkaan Krakatau, mag er trouwens ook zijn met haar lavarode vlammende haardos. Één van de groep pré-emancipatoire,zelfstandige en krijgslustige Amazones die een grote rol spelen.

Zo zit dit nieuwe album vanzelfsprekend weer vol met allerlei (teken)grappen. Wat voorbeelden.

Het trouwe hondje Idéfix wordt gelinkt aan de bekende speelfilm ‘Dances with wolves’ door met een bende wolven op te trekken.

Een klein linker bovenhoekje in een tekening die je zelf maar moet interpreteren. Net zoals deze.

Ik heb overigens voor alle zekerheid nog uitgezocht of Cicero niet toch ergens een rolletje heeft gekregen in een van de strips. En ja hoor. In ‘Asterix en het ijzeren schild’ komt een citaat van hem voor: O tempora! O mores! Wat een tijden! Wat een zeden!  Maar voor mij mag dat best veel meer worden.

Oh ja, en deze cartoon van onze eigen, grote chroniqueur van de Nederlandse zeden, Peter van Straten (1935-2016), wil ik je toch ook niet onthouden.

Tot volgende week.

TOOS

Met ‘Fuerza’ 2022 tegemoet


Toos van Holstein, Fuerza (bronzen beeld 87 cm hoog)

Fuerza, kracht. Dat bronzen beeld van mij met die bijbehorende titel leek me een goed symbool voor deze nieuwjaarswens. Gehavend als ze is, straalt de vrouw niet alleen kracht uit maar ook moed. Naast fierheid en standvastigheid, naast doorzettingsvermogen en veerkracht.

Eigenschappen die afgelopen jaar zeker en dit komende jaar ongetwijfeld opnieuw nodig zullen zijn. Zowel individueel als maatschappelijk.

Eigenschappen ook die voor mij persoonlijk in 2021 heel goed van pas kwamen gezien onverwachte lichamelijke malheur en de daaruit voortvloeiende ingrepen. Maar ‘Fuerza’, dat ik al een aantal jaren geleden creëerde, is natuurlijk wel de kunstzinnige uiting van een levenshouding.

Ook onze maatschappij als geheel, het sociale weefsel waarin we leven, zal ‘Fuerza ‘ goed kunnen gebruiken. Economie, gezondheidszorg, saamhorigheid en nog zo wat van die zaken hebben ’t zwaar door dat rottige virus, naast nog alle individueel leed dat het veroorzaakt.

Ik hoop van harte dat je in 2022 de ‘Fuerza’, de moed en de wijsheid vindt om er met elkaar een jaar van te maken waarin we onze maatschappij, ondanks vermoedelijk nog steeds hier en daar noodzakelijke beperkingen, een stap verder brengen naar een nog weer betere toekomst.

Met andere woorden, ik wens een ieder een goed, gelukkig en gezond 2022 toe! En tot volgende week.

TOOS

Oh, Oh, Omikron en Neerlands Beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond


Van Middelburg even op en neer naar Assen? Of Enschede? Nee, toch net iets teveel van het verre. Maar als ik levensgezel vraag om beide steden in te passen in een zowel familiale, kunstzakelijke als  logistiek verantwoorde Tour des Pays-Bas weet ik dat ’t wel voor elkaar komt. Maar waarom Assen en Enschede? Natuurlijk vanwege ‘Viva la Frida’ in het Drents Museum en ‘Artemisia, Vrouw & Macht’ in het Rijksmuseum Twenthe.

Dat Rondje Nederland was weer eens even noodzakelijk. Er moest kunst van mij naar kopers in Bergen en Nijmegen. Ook had ik beloofd om een keer in Borne (bij Hengelo)gezellig te komen borrelen bij de enthousiaste bezitters van twee recent bij Galerie Álafran (Diepenheim)aangekochte grote Toos-schilderijen. Verder stond er al een familiebezoek in Friesland in onze agenda’s. Terwijl ook zakelijke kunstafspraken in Emmen en Nijmegen moesten worden geëffectueerd. Net zoals het brengen van flink wat werken naar de galerie van museum Musiom in Amersfoort. Voor een nieuwe solo expositie daar. Maar dat verhaal komt nog wel.

Dat alles combineren in een Tour des Pays-Bas met ook Assen en Enschede er nog bij? Geen probleem voor levensgezel.

Alles dus geregeld, zijn we via Bergen in Friesland aangeland, komen Rutte en De Jonge op nota bene zaterdagavond hun zoveelste coronaconference geven. Lockdown! Musea dicht! Vergeet Frida op maandag maar. En Artemisia op dinsdag? Mooi niet dus!

persconferentie of conference, ik weet ’t eigenlijk niet meer

Bij ‘Viva la Frida’, over schildersicoon Frida Kahlo, valt daarmee voor nu wel te leven. Die expositie loopt nog tot 27 maart. En over haar en haar grote liefde Diego Rivera zag ik deze zomer al een prachtige tentoonstelling in het Amstelveense Cobra Museum. Lees hier maar.

een beroemd zelfportret van Artemisia, 1638-39

Maar bij mijn 17e eeuwse schildersheld en dijk van een wijf Artemisia Gentileschi? Vorig jaar boorde Covid-19 mij nog een grootse expositie over haar in Londen door de neus. Zou ik voor het eerst met de Eurostar naar die stad, was alles met hotel en kaartjes voor de National Gallery geregeld, komen er quarantaineregels op dat Brexit-eiland en rijdt die trein ook niet meer. Daaraan wijdde ik vorig jaar juli al een blog.

zie ook maar dit viseo opwarmertje voor de expositie

Met Artemisia zit ’t dus niet mee. Maar ingedachtig de uitspraak van onze beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond (oh ja, en ook nog onze Beste Voetballer Ooit) ‘elk nadeel hep ze voordeel’ , houd ik op deze manier natuurlijk wel iets over om naar uit te kijken. Nu maar hopen dat als het Orakel van het Haagse Torentje begin volgend jaar nieuwe Omikron-uitspraken doet, ik het Rijksmuseum Twenthe toch nog kan bezoeken voor de sluitingsdag 23 januari van  ‘Artemisia, Vrouw & Macht’. Dan toch maar gewoon even op en neer van Middelburg naar Enschede? Een halfvol glas is ten slotte beter dan een halfleeg.

En of Assen nog wat later aan de beurt kan komen? Dat zou wel fijn zijn. Dan zou mijn glas zomaar meer dan half vol raken. Ook omdat de stad, buiten het museum, volop meedoet met Frida-uitingen, zo zag ik bij onderstaande foto’s.

muurschildering in Assen vanwege Viva la Frida
veel Frida, maar wel dicht natuurlijk

Trouwens, na al die andere afspraken wel te hebben kunnen afhandelen, met  als laatste het in etappe 4 afleveren van mijn schilderijen bij het Amersfoortse Musiom, voelde ik me in finishplaats Middelburg best wel wat moe.

mijn schilderijen aflevern voor een solo expositie in de galerie van het Musiom die hopelijk ergens in januari van start kan gaan

Hoe zou dat zijn geweest met nog die twee expositiebezoeken erbij? Best nog wel een beetje moeier, schat ik zo in. Eigenlijk dus, op z’n Cruijffiaans, nog zo’n voordeel bij een nadeel.

Nu op naar 2022. Maak er ondanks, of misschien juist dankzij de Omikronvariant een mooie, vuurwerkvrije en gedenkwaardige Oud en Nieuwjaarsviering van.  Tot volgende week.

TOOS

Geen Rode Kruis maar het Ware Kruis


Arezzo, de aanleiding voor dit verhaal

December is echt zo’n maand van de fantastische en onmogelijke verhalen. Want dat er een oude man in een lange rode mantel met een lange staf en een lange witte baard op een schimmel over daken kan rijden? Of dat er zo’n buikig Amerikaans joho-figuur als slapper dan slap aftreksel van onze eigen Sinterklaas op een slee met rendieren door de lucht suist? En dan ook nog zo stom is om aan de Noordpool te wonen en niet in Spanje? Hoe verzin je ‘t! Moeten we zo’n dumbo nu echt zien als een symbool voor Kerst? Daarbij vergeleken wordt het christelijke Kerstverhaal bijna aannemelijk. Afgezien dan natuurlijk dat van de Onbevlekte Ontvangenis. Bij het waarheidsgehalte daarvan heb ik toch wel enige twijfel.

Arezzo, bij de kathedraal

Maar in het Toscaanse Arezzo, weer zo’n parel van een middeleeuwse Italiaanse stad met veel kunstige schatten, kwam ik ‘De Legende van het Ware Kruis’ tegen. Rond Kerst eigenlijk best wel een passend, stichtelijk en zeer verrassend verhaal dat ik in mijn katholieke opvoeding blijkbaar helemaal heb gemist. Foei Toos, niet goed opgelet bij catechisatie? Maar die schade kon ik in Arezzo via een stijve nek mooi inhalen. Bij een eeuwenoud stripverhaal, nog  zonder tekstballonnen. Als fresco door de beroemde Piero della Francesca (1412-1492) en zijn assistenten geschilderd. Hoog op de muren van de hoofdkapel van de Basilica di San Francesco. En letterlijk zeer illustratief voor bijbelles aan de grote ongeletterde meerderheid van de middeleeuwers.

voorgevel van de Basilica die San Francesco
het inwendige van de Basilica met helemaal achterin de kapel met het beroemde fresco
in die kapel

Begrijp je die stijve nek? Hooguit 15 bezoekers mochten er tegelijkertijd in en dan kreeg je 20 minuten om je te verbazen en te verlekkeren. Aan wat gezien wordt als het opus magnum van één van de grote kunstvernieuwers in de Vroeg-Renaissance en één van de beroemdste schilders uit de 15e eeuw. Zeggen deze in de kunstgeschiedenis beroemde portretten je misschien iets? Ook van zijn hand.

Piero della Francesca, Portretten van Federico da Montefeltro en Battista Sforza

Maar nu dus een korte samenvatting van die Legende van het Ware Kruis. Nou ja, van een van de versies dan. Geboekstaafd in de 13e eeuwse Legenda Aurea. Geschreven door Jacopo de Voragine. Een boek dat ik hier al eens vaker vermeldde.

het aanzicht van de kapel

Als Adam (die van Eva) sterft, krijgt zijn zoon Seth van de aartsengel Gabriël boomzaadjes(van die Paradijselijke boom met die appel) die hij in de mond van zijn vader moet leggen om diens ziel te redden. Nadat Adam begraven is, ontspring daaraan dan ook een boom. Speciale plek, nietwaar? En hoe zou die boom trouwens geworteld zijn? Stomme vragen natuurlijk.

rechts zit Adam te sterven, in het midden ligt zijn dode lichaam
detail waarbij hij de boomzaden in zijn mond heeft gekregen

Millennia verstrijken. En die boom maar groeien. Tot koning Salomo zijn grote tempel gaat bouwen  in Jeruzalem. Waarbij hout nodig is voor een brug. Dat van Adam’s boom natuurlijk! Als de koningin van Sheba haar Oud-Testamentische bezoek aan Salomo brengt, krijgt ze vibraties bij die brug. Met het bijbehorend visioen dat dit hout ooit gebruikt gaat worden voor het ontstaan van een nieuwe orde in Israël. Even voor de duidelijkheid, we zitten ergens in de 10e eeuw v.C.

rechts de koningin van Sheba die het hout uit de boom aanbidt
de koningin vertelt haar visioen aan Salomo

Als de koningin dit vertelt aan Salomo laat hij de brug afbreken en de balk verdwijnen. Dit visioen mag niet uitkomen. Had ie gedacht! Dat hout is bestemd voor het kruis van Jezus.

Salomo laat de balk weghalen en verstoppen

Dat het dus uiteindelijk ergens in een poel water naar boven komt en baders daar van allerlei zieken geneest? Logisch toch? Maar nu toont het fresco een staaltje tijdreizen zoals wij dat alleen in science fiction meemaken. Via een afbeelding van de Annunciatie aan Maria belanden we zomaar huppakee  in de 4e eeuw n.C. Bij keizerin Helena. Moeder van Constantijn, de eerste Romeinse christenkeizer. Zij gaat in Jeruzalem op zoek gaat naar de plek waar het kruis is verborgen. Natuurlijk vindt ze die. Maar daarvoor moet eerst de Jood Judas, toepasselijke naam trouwens, zeven dagen in een diepe, droge put opgesloten worden voordat hij doorslaat.

Judas wordt voor 7 dagen neergelaten in de droge put totdat hij vertelt waar het Ware Kruis ligt verborgen

Blijken op die plek ineens drie kruizen te liggen. Welke van de drie dus. Maar Helena kent wel een goeie test. En ja, het derde exemplaar doet een dode opstaan. Klus geklaard.

de kruizen worden opgegraven, met op de achtergrond Jeruzalem, geïnspireerd op het Arezzo uit de tijd van Piero della Francesca
met het derde kruis wordt een dode weer tot leven gewekt

Dat het kruis een paar eeuwen later gestolen wordt door een heidense Perzische keizer maar bij een woeste veldslag met zijn gelovige Byzantijnse ambtgenoot wordt terug veroverd en naar Jeruzalem wordt teruggebracht? Allicht!

het kruis wordt na de terugverovering in triomf naar Jeruzalem teruggebracht

Hoe ’t verder ging? In allerlei kerken wordt beweerd dat ze op z’n minst een splinter ervan bezitten. En in Ethiopië weet een orthodox-katholieke kerk zelfs zeker het volledige Ware Kruis nog te bezitten. Zoals altijd, een geloof heeft vele facetten.

Maar hoe dan ook, ik wens een ieder fijne en coronavrije Kerstdagen toe. Met of zonder kerstboom, met of zonder het Kerstverhaal en met of zonder de Legende van Het Ware Kruis. En die dikbuikige joho-figuur? Ach, laat maar. Tot volgende week.

TOOS

De staart van Dante700, zijn botten en de Mohammed-kwestie


Toos van Holstein, Paradiso (met de hand beschilderd bord)
het programma van ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’, 17 lezingen in 3 dagen over Dante met daar tussenin die expositie en overhandiging

Zonder Dante was bovenstaand bord van mij niet ontstaan. Zonder Dante was er nu geen kunstwerk van mij aanwezig geweest aan de Universiteit van Perugia. Zonder Jean-Paul Aureglia, eigenaar van Galerie Quadrige in Nice, trouwens ook niet. Want een paar weken geleden was hij in die hoofdstad van Umbrië. Voor het drie dagen durend symposium ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’. En om er met een kleine expositie zijn door de universiteit aangekochte Franse editie van La Divine Comédie te overhandigen. Mee ook door mij geïllustreerd. ’t Is ten slotte nog steeds Dante700. Met een heel jaar lang van alles rond Dante’s 700ste sterfjaar. Ik schreef er bijvoorbeeld hier en hier al eens over. Wat had ik er graag bij willen zijn. Maar ja, dat zat er reis- en tijdtechnisch gewoon niet in.

Overigens, wat kilometers noordoostelijker, in Gubbio, bevindt zich sinds oktober ook die Franse Divine Comédie. Oké, niet helemaal, maar alleen het deel uit het Purgatoire met mijn zeefdrukken. ’t Leek me een leuk idee dat te schenken aan de beroemde Biblioteca Sperelliana daar.

de directeur van de Biblioteca Sperelliana met mijn boekgeschenk aan de bibliotheek en nog een paar borden van mij voor de show

Gevestigd in een prachtig groot en eeuwenoud kloostercomplex. Met in de beveiligde kelder een gigantische hoeveelheid oude folianten. Waarbij natuurlijk uitgaven van en over Dante. Mijn aanvulling werd door de directeur in grote dank aanvaard. En dat er in de bibliotheek een expositie over Dante was? Allicht! Dante700, nietwaar.

in het heilige der heiligen van de bibliotheek, met in het midden een geweldig grote, bruine uitgave over Dante
onderdeel van de expositie over Dante met een prachtige kast waarin de gehele tekst van het Purgatorio uit de Divina Commedia

In heel Italië vond je ze, die Dante-exposities. Daarom wilde ik tijdens onze Gubbio-weken in september/oktober ook persé naar Ravenna. Niet alleen vanwege de wereldberoemde Romeinse mozaïeken (dat wordt nog een ander verhaal), maar ook omdat Dante er stierf in 1321. Met als gevolg een kapel waar zich zijn gebeente bevindt, direct naast het aan hem gewijde Museo Dante.

bij de tombe van Dante met daarin zijn gebeente in een Romeinse sarcofaag
binnenplaats van het Museo Dante

Eigenlijk zijn die botten van hem een soort heiligenreliek geworden. Ongelooflijk zoals daarmee is gerommeld, zo bleek in ’t museum. Eerst begraven geweest in een oude Romeinse sarcofaag buiten het klooster van de Basilica di San Francesco en eind 15e eeuw naar binnen gehaald. Maar begin 16e eeuw stiekem verborgen omdat Dante’s geboortestad Florence zijn overblijfselen opeiste. De Florentijnen vonden dus een lege sarcofaag. Lekker puh! In de loop van de 17e eeuw opgeborgen in een houten kist en eind 18e eeuw terug gelegd in de oorspronkelijke sarcofaag. In de nieuw gebouwde kapel zoals die er nu nog staat.

het houten kistje waarin Dante’s botten ook opgeborgen zijn geweest

Maar in 1810 opnieuw verborgen op een heel geheime plek. Vanwege de Franse bezetting door Napoleon. Die had een goeie hand van weggraaien van kostbare kunst en andere schatten. En daarna? Oh jé, waar was nou die geheime plek ook al weer? Pas in 1865 teruggevonden tijdens restauratiewerkzaamheden rond de viering van Dante’s 600ste geboortejaar. Dante600 zeg maar. Toen voor het publiek een aantal maanden tentoongesteld in een glazen kist.

de glazen showkist waarin zijn botten voor het publiek werden tentoongesteld

In 1944/45 weer uit de sarcofaag gehaald en verborgen onder een hoop aarde. Vanwege angst voor beschadiging door bombardementen van de geallieerden. Hoezo rust in vrede!

de hoop aarde waarin zijn botten waren verborgen tijdens de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog, met gedenkstaan daaraan
nog wat plaatjes van het Museo Dante

Maar er was natuurlijk nog veel meer ‘Dante’ in Ravenna? Zoals ergens in het wild deze speelse affiche en dat schilderij in het restaurant.

gewoon ergens op straat
in een restaurant waar we aten

Of deze tentoonstelling. Een onvermoede verrassing in een groots paleis.

opnieuw van die grote Dante-koppen zoals ze ook in het Museo Dante stonden
kunstwerken geïnspireerd door de gravures van Gustave Doré

Prachtig toch, die koppen. En prachtig ook die kunstwerken geïnspireerd op de geweldige serie gravures die Gustave Doré (1832-1883) ooit maakte bij de Divina Commedia.

Hierdoor moet ik ineens weer denken aan het Vlaams/Nederlandse Dante schandaal begin dit jaar. Want Doré maakte in die serie ook een gravure waarin de profeet Mohammed voorkomt (met zijn neef Ali). Zie de figuur in het midden met opengereten borst.

gravure van Doré met in het midden Mohammed en voorop Ali, Dante en zijn gids Vergilius kijken ernaar

Deze scene komt voort uit Canto 28 van het Inferno. Waarin het lot wordt beschreven van schismaveroorzakers  in het christendom. In Dante’s tijd dacht men namelijk nog dat Mohammed een afvallige christelijke priester was die een splitsing in het geloof had veroorzaakt. Onder andere deze regels vind je daar:

‘Zie mij, Mohammed, aan:verminkt als geen!

Voor mij gaat Ali, met het hoofd gespleten

Van kuif tot kinnebak; hoor zijn geween.

Ook ieder ander hier, laat ik u weten,

Heeft twist en tweedracht op de aard verspreid;

En daarvoor worden wij uiteengereten’

(vertaling Ike Cialona en Peter Verhagen)

Nooit een probleem geweest voor vertalers. Nooit! Tot dit jaar. Toen bleek in een nieuwe Nederlandse vertaling Mohammed ineens verdwenen te zijn. De Twitter-beer brak los! Maar volgens de uitgeefster ‘had dit anonimiseren van de profeet Mohammed er wél voor gezorgd dat het verhaal niet onnodig kwetsend zou kunnen zijn voor een lezersgroep die zo’n groot onderdeel uitmaakt van de Nederlandse en Vlaamse samenleving’. Tja!! Op die manier krijgen geschieds- en literatuurherschrijvers  er een lekkere kluif aan om de wereldliteratuur van alle eeuwen te kuizen en te herschrijven. Best netjes uitgedrukt, toch?

Nog een extra staartje Dante700? Geen probleem. Het Italiaans Cultureel Instituut in Nederland zet nu elke dag een nieuwe, korte video op YouTube waarin een deel van de Divina Commedia ter sprake komt. Kijk maar.  Echt leuk! (voor de inleidende video https://youtu.be/j6beUtGD7LE )  

Tot volgende week.

TOOS

Avventura artistica italiana òftewel Het Italiaanse Improvisatietalent


Tegen mijzelf ‘Toos, laat los, komt goed’. En levensgezel met nog wat extra massage ‘Toos, ze zijn hier heel goed in improviseren en gewoon wat minder in organiseren. Dat ‘hier’? Italië, Gubbio. De aanleiding? Een keramiek-opdracht. De afloop? Straks!

Gubbio nu, met de grootste kerstboom ter wereld, bestaande uit een lichtinstallatie liggend op de berg achter de oude stad

Die opdracht? Een behoorlijk kooklustig persoon was behoorlijk enthousiast over een speciaal eetbord-ontwerp van mij dat ik, als ’t effe kon, in Gubbio wilde gaan realiseren. In het keramiekatelier van Giampietro Rampini waar ik twee jaar geleden al eens vier weken had doorgebracht en dat nu weer ging doen. Even terzijde, ‘doe mij maar zes van die borden’ had opdrachtgever gezegd.

een voorontwerp van het bord, dat daarna nog diverse stadia heeft doorlopen

Het ontwerp had ik al ruim van te voren naar Gubbio doorgeseind. Dan kon GP, Giampietro, zich er met zijn pottenbakker Daniele, die ik ook van twee jaar geleden kende, al vast over buigen. Probleempje, ik kreeg ik geen reactie, ook niet na nog een kleine herinnering. Daar ben ik overigens bij GP al wel aan gewend geraakt. Hij is niet zo’n e-mailer en had ’t vast druk-druk. Nou, dan maar in Gubbio zelf.

Daar bleek hij mijn bericht wel te hebben gezien, maar ja, inderdaad druk-druk en nog wat andere problemen. Sorry, sorry. En GP kan ik gewoonweg niks kwalijk nemen, daarvoor is hij veel te aardig.

overleg met Daniele en Giampietro

Twee dagen later zaten GP, levensgezel en ik einde middag in het pottenbakkersatelier van Daniele. Dan was hij even vrij. Want ook druk, druk, druk. De opdrachten stroomden binnen, zelfs vanuit Australië. Er bleek namelijk een groeiende belangstelling te zijn voor het echte handwerk boven alle fabrieksmatige keramiek. Eigenlijk had hij voor mijn opdracht geen tijd.  En toen kwam dus dat Italiaanse improvisatietalent tot volle bloei. Van onze uitgebreide Italiaans/Engelse conversatie geef ik nu een zeer sterk ingekorte versie.

‘Oei Toos,  die borden met doorsnee van bijna 40 cm, met flink brede randen en met een eivormig kuiltje in de bodem? Technisch mogelijk maar ik heb nauwelijks tijd. Of, wacht even.’ Daniele dook ergens een rommelruimte in en kwam te voorschijn met een soort mal waarop handmatig wel een bord gekleid kon worden.

Daniele heeft die mal te voorschijn getoverd

‘Daarop kan mio padre wel al een beginvorm maken’. Zijn vader, van wie hij de zaak heeft overgenomen, helpt hem af en toe nog wel eens. ‘En dan maak ik zelf de rand nog wat breder, dat kost niet zoveel tijd’.

foto uit 2019 met de vader van Daniele op de achtergrond

Nou, goed idee natuurlijk. Maar dan dat eivormige kuiltje? Dan moest er eerst nog wel apart een losse, behoorlijk hoge onderrand tegen het bord worden aangedrukt.  Pas daarna kon hij die kuil in de nog weke platte bordbodem naar beneden duwen. ’t Was ten slotte niet de bedoeling dat het bord op dat kuiltje stond te wiebelen. ‘Oké, komt voor elkaar. Maar weet dat papa maar een paar borden per dag kan maken en dat ze, als ik ermee klaar ben, ook nog drie dagen moeten staan te drogen.’ Tja, wat moet dat moet.

de hand van Daniele die in een eerste experiment de eivorm maakt, die in het uiteindelijk ontwerp een kwartslag is gedraaid
ja, zo moet ie gaan worden!
de eerste exemplaren liggen nog wat verder te drogen in het atelier van GP

Een week later konden we de eerste borden ophalen. Ik helemaal blij natuurlijk. Maar dan moest GP ze eerst nog dompelen in een wit kalkbad waarna ze opnieuw moesten drogen en voorgebakken worden voor ik aan de gang kon. En vergeet de baktijd in de oven daarna niet.

de borden worden ondergedompeld in het kalkbad
en bij het voorbakken kan dan ook dit wel eens gebeuren
een van de borden voordat die de oven in ging
zoals het bord de oven uit kwam

Dit proces herhaalde zich in de weken daarna nog enkele keren. Waarbij soms ook een exemplaar óf bij Daniele al mislukte óf gebarsten uit de oven kwam. Snap je dat mantra van mij ‘Toos, laat los, komt goed’? Voordat Daniele uiteindelijk de laatste van elf exemplaren (de mislukte meegerekend) afleverde, had levensgezel al beredeneerd dat we ons verblijf voor alle zekerheid toch maar met een dag moesten oprekken. Op die extra dag konden we inderdaad einde middag op ‘ons’ terras in de oude stad toch onze Spritz Campari  heffen. De volgende morgen, vlak voor ons vertrek, zouden de laatste opdrachtborden uit de oven komen.

de herfst was net ingevallen, veel te koud voor de Italianen om op een terras te zitten maar voor stoere Hollanders geen probleem

Hoe ’t verder is gegaan? Afgelopen weekend reed een blije opdrachtgever huiswaarts met zes prachtige unieke borden. Handgemaakt door Daniele en zijn papa en handbeschilderd door mij. Missie geslaagd. Want van mijn kant is de uitvoering van zo’n kunstopdracht altijd vrijblijvend. De opdrachtgever mag altijd nee zeggen als de uitvoering niet echt naar de zin is. Tegen gelukkige kopers kan namelijk geen enkele andere reclame uiting op.

nog een van de zes opdrachtborden
een paar detailafbeeldingen

Mijn volgend verblijf in Gubbio heb ik al weer vastgelegd. Want nu wil ik grote vazen beschilderen. Wel een eigen ontwerp natuurlijk. Met  ‘Toos, laat los, komt goed’, gaat dat zeker en vast lukken. Tot volgende week.

TOOS

Eindelijk geven ‘The 70’s’ zich bloot op hun thuisbasis


‘Back home’ van onze onvolprezen rockband Golden Earring, ken je dat heerlijke nummer? Helemaal Earring, helemaal rockend.

 Ik moest er aan denken toen levensgezel de afgelopen dagen bezig was om mijn ‘The 70-Series’ ophang-gereed te maken voor de maandelijkse Kunst en Cultuurroute. Komende zondag 5 december.

Want die ‘The 70-series’ is eindelijk weer thuis.  Daar waar die wel is ontstaan maar nog nooit was te zien. Dat komt nu prachtig uit.  Want het thema van de route is deze maand ‘Geef Kunst Cadeau’. Is ten slotte december niet de maand bij uitstek om elkaar te verrassen met onverwachte geschenken? Dus waarom geen kunst?

een al verkocht olieverfschilderij uit The 70-Series

Even wat kunstgeschiedenis over ‘The 70-Series’. Oktober 2019 werd ie onthuld bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen (hier terug te lezen). Een serie van 70 kunstwerken: 35 olieverven van 20 bij 20 cm (met lijst 25-25 cm) en 35 niet ingelijste mixed media’s van 25 bij 25 cm op alu-dibond plaat. Gecreëerd om een verder niet nader te specificeren leeftijd luister bij te zetten. Ze vlogen weg, dat openingsweekend! Maar ja, €250 per stuk voor een origineel kunstwerk is natuurlijk ook heel appetijtelijk.

onthulling van een deel van The 70-Series, die verspreid hing over 4 plekken

Daardoor ontstond wel een probleempje. Want voor 2020/2021 stond er nog een aantal afgesproken exposities op de lijst onder de titel ‘The 70-Series and More’. En 70 is ten slotte wel 70. Bij elke tentoonstelling gebeurde trouwens hetzelfde. In Eersel in Brabant, in De Lier in het Westland, in Diepenheim in het Verre Oosten. Steeds weer mocht ik in mijn atelier creatief helemaal uit m’n bol gaan.

bezig in mijn atelier om The 70-Series weer aan te vullen tot 70

Het gevolg? Over heel Nederland verspreid hangen nu werken uit ‘The 70-Series’ terwijl thuisbasis Middelburg verwaarloosd moest worden. Maar daar komt nu dus verandering in. Want eindelijk is die serie na al dat rondreizen ‘Back home’. Ik ben er nu wel mee opgehouden om 70 ook 70 te laten zijn. De drang om weer groter te gaan werken is te groot geworden. Heerlijk om weer eens niet op afmetingen van maximaal 25 cm in te moeten zoomen. Heerlijk om mijn armen weer uit te moeten spreiden bij  ’t op de ezel zetten van doeken. En heerlijk om me daar in grotere gebaren op uit te leven.

hoekje in mijn atelier nu, met mixed media werken uit The 70-Series
idem met olieverven

Maar er zijn nog voldoende 70’s over om op Sinterklaasdag 5 december goed te kunnen uitpakken. In combinatie met wat grotere olieverven en mijn recente keramiek.  Na de eerste presentatie daarvan in november kon ik ’s avonds toch wat moeilijker zitten. Vanwege al die veren in m’n ……, ach, je weet wel. ’t Is dus een echte cadeau-tentoonstelling, al zeg ik dat zelf.

deel van de keramiek
en wil je ze niet afgesneden zien, zoals op de foto, dan ben je van harte welkom

Nou is 5 december natuurlijk wel een speciale dag waarop die heilige met zijn hoge mijter en lange staf ook nog wel eens wat aandacht zou kunnen trekken. Dus mocht ’t zondag slecht uitkomen, geen probleem. Gewoon een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en de afspraak voor een persoonlijk atelierbezoek aan de Korendijk 56 is snel gemaakt. Wel zo rustig ook. Want die sluitingstijd van 17 uur gold voor de route altijd al, maar verder probeer ik me vanzelfsprekend ook aan de andere nieuwe coronamaatregelen te houden.

nog een olieverf uit The 70-Series

Tot volgende week.

TOOS

Complottheorieën van middeleeuwse monniken, De Da Vinci Code en het Catharijneconvent


‘Wil de ware Maria Magdalena nu opstaan?’ Ken je nog het tv-spelletje ‘Wie van de Drie’? Een klassieker die sinds 1963 steeds weer in een iets ander jasje op het scherm opduikt? Drie personen beweren hetzelfde beroep uit te oefenen en panelleden moeten via uitgekiende vragen de ware zien aan te wijzen. Die aan het eind moet opstaan. Hoe zou dat bij Maria Magdalena gaan? Staat er dan niemand op of doen ze ’t alledrie tegelijk? Lees de vorige twee afleveringen over haar er nog maar eens op na. Met al die door monniken verzonnen en verwarrende middeleeuwse complottheorieën. Over de verwarring die Dan Brown in 2003 met zijn ‘De Da Vinci Code’ creëerde, schreef ik daarbij nog niet eens.

Miljoenen lezers verslonden die pageturner.  Extra miljoenen bioscoopbezoekers  kwamen er in 2006 nog bij. Door de film met Tom Hanks als geleerde Robert Langdon in de hoofdrol. Allemaal kregen ze mee dat Jezus een dochter bij zijn discipel Maria Magdalena had verwekt. En dat hun afstammingslijn zich tot op heden heeft voortgezet. Met daarin bijvoorbeeld de vroeg-middeleeuwse Merovingische koningen van Frankrijk. Logisch natuurlijk dat, zoals altijd bij complotten, ook de Orde der Tempeliers een rol krijgt toebedeeld. Net zoals Leonardo Da Vinci en dat….. Ach, laat die Katharen en de Heilige Graal maar even zitten. Zoals ook ‘het feit’ dat niet de langharige apostel Johannes aan de rechterhand van Jezus zit op Da Vinci’s beroemde fresco ‘Het Laatste Avondmaal’ maar Maria Magdalena in hoogst eigen persoon.

Leonardo da Vinci, Het laatste avondmaal (1495-98), klooster Santa Maria della Grazie, Milaan

Spannend allemaal, absoluut. Maar door wetenschappers volledig neergemaaid vanwege onjuistheden en ongeloofwaardige combinaties van vele mitsen en maren die als feitelijke logica aaneen werden geregen. Waaronder ook die landing van Maria Magdalena aan de zuidkust van Frankrijk  en haar grottenleven daar (lees vorige week). Eigenlijk is die ‘De Da Vinci Code’ één grote complottheorie. Maar wel een leuke. Dit in tegenstelling tot al die complotbedenksels van nu rond corona.

het complex van het Catharijneconvent in Utrecht

Snap je dat ik dus beslist naar het Museum Catharijneconvent in Utrecht moest? Niet vanwege een of ander reliek van MM, maar voor de expositie ‘Maria Magdalena’ (nog tot 9 januari) . Met alle vooraf gedane huiswerk in Frankrijk wilde ik wel eens controleren hoe die mystieke Bijbelse vrouw met al haar vele gedaanten daar is neergezet. Want was ze nou apostel, bekeerde zondares, geliefde van Jezus, kroongetuige, kluizenaar, mysticus, prostituee of wonderdoener? Het werd een aangename verrassing met een enkele dissonant. Eerst maar eens de inleidende video door cultuurhistoricus Herman Pleij.

Hieronder een impressie met wat foto’s en toelichtingen. Die, zo besef ik, veel te weinig recht doet aan deze zeer interessante expositie.

schilderij uit het 1e kwart van de 16e eeuw

Rechts naast het kruis beweent MM de dood van Jezus. Hoewel zo’n scene niet expliciet in de evangeliën van de Bijbel staat beschreven, was dit eeuwenlang een heel populair beeld.

Jacob Cornelisz. van Oostsanen, 1529

Net zoals ook haar aanwezigheid bij de kruisiging zelf die wel wordt genoemd. Evenals haar bezoek met twee andere vrouwen aan het graf van Jezus waar ze zijn lichaam willen balsemen. Ging niet door want het graf bleek leeg. Maar MM wordt daarom wel meestal afgebeeld met een zalfpot.

MM bij het lege graf

Daar komt natuurlijk nog bij dat ze volgens het evangelie van Lucas al veel eerder Jezus’ voeten had gewassen met haar tranen, gedroogd had met haar haren en daarna gezalfd. Heb je trouwens wel eens geprobeerd met je haren iets af te drogen? Nou, succes ermee! Maar hierdoor is, net als met het zalfpotje, een afbeelding van MM zonder lang golvend haar een zeldzaamheid.

schilderij van Gaspar de Crayer waarin MM als boetedoening voor haar zondig leven de schaar in haar lange haar zet
Alfred Stevens, 1887
foto van David LaChapelle met een moderne MM die de voeten van Jezus droogt met haar lange haar

Die laatste foto hierboven? Dat vind ik zo’n dissonant. Want zoals dat tegenwoordig noodzakelijk schijnt, moet je ook moderne kunst in zo’n expositie verweven. Zo worden er meer van die moderne uitingen aan de lange haren van MM bijgesleept. Voor mijn gevoel althans. Wat te denken van deze geestuitdrijving van de demonen bij MM door Jezus en die stapel textiel met op de achtergrond nog een werk van Marlene Dumas?

Helen Verhoeven, 2020, Jezus verdrijft 7 demonen uit MM terwijl rechtsachter 3 discipelen toekijken en links 7 melaatsen wachten op genezing

Daar steekt de keramische MM van Kiki Lamers uit 2020 dan wel weer bovenuit.

Maar ja, als je ooit in Florence dit eeuwenoude,weergaloze houten beeld hebt gezien?

Donatello, Maria Magdalena (1453-55)

Dat de grot van MM in Zuid-Frankrijk ook te voorschijn komt, spreekt voor zich.

schilderij uit het atelier van de zogenaamde Meester van 1518
Jan Nagel, 1592
detail

In het eerste schilderij nog wel ver op de achtergrond, in het tweede met een rijk geklede MM echt voorin de grot en helemaal achterin haar boetedoende en armoediger versie (zie detail).

Nu rest eigenlijk nog dat bekende ‘noli me tangere’-thema dat zo innig verbonden is met MM? Maar ach, wie wat bewaart, die heeft wat. Op de website van het museum vind je trouwens ook nog heel veel nuttige informatie met prima video’s en gesproken tekst.  Nu ga ik eerst op naar de 70’s. Tot volgende week.

TOOS

De Rituals-geur van Maria Magdalena


de/een(?) schedel van Maria Magdalena in Saint-Maximin-la-Sainte-Beaume

Sommige heiligen leggen na hun dood nog de wonderbaarlijkste reizen af. Voor alle duidelijkheid, hun lichamelijke overblijfselen natuurlijk. Ga maar na. Vorige week schreef ik over het vingerkootje van Maria Magdalena in Vézelay, het enige overblijfsel van veel meer botten die daar ooit terecht waren gekomen. In de eerste 11e eeuwse versie omdat een monnik ze in de 9e eeuw uit het Heilige Land had meegenomen, in de tweede omdat een andere monnik ze rond 1050 had meegezeuld vanuit het Zuid-Franse Maximin. Gewoon eerlijk gevonden in een sarcofaag die alleen maar van Maria Magdalena kon zijn geweest. Succes verzekerd natuurlijk. Veel pelgrims, veel inkomsten.

de basiliek in Saint-Maximin-la-Sainte-Beaume

Maar dan ineens krijgt in 1279 de Graaf van Anjou, Charles II, een droom waarin MM hem openbaart dat ze begraven ligt in een marmeren sarcofaag bij het kerkje van datzelfde Maximin. Nu Saint-Maximin-la-Sainte-Beaume geheten. En ja hoor, ondergronds verborgen liggen daar wat oude sarcofagen. Bij het openbreken van één daarvan stijgt een wonderbaarlijke geur van de heerlijkste parfums op. Dat moet een soort Rituals-ervaring zijn geweest zoals je die tegenwoordig in filialen van die keten in december meemaakt. Bingo, daar lag natuurlijk het gebeente van MM! Want had zij volgens het Lucas-evangelie niet de voeten van Jezus gezalfd met geurige olie?

Maria Magdalena wast de voeten van Jezus en wrijft ze in met geurige olie, houtsnijwerk op de preekstoel in de Basilique Sainte Marie-Madeleine

Toen was er dus ineens nóg een skelet van Maria Magdalena. Waarvoor natuurlijk een speciale kerk moest komen. Nog een Basilique Sainte Marie-Madeleine. Die langzaam pelgrims begon af te snoepen van Vézelay en uiteindelijk de tweestrijd won. Vandaar dus mijn vorige week al aangekondigde reis van Vézelay naar Saint-Maximin-la-Sainte-Beaume.

de nooit afgemaakte voorgevel van de Basilique Sainte Marie-Madeleine
de gigantische preekstoel daar met houtsnijwerk waarin diverse gebeurtenissen uit het leven van MM worden verbeeld
de crypte met daarin nog die oude sarcofagen en achterin het reliek met de schedel van MM
er zijn slechtere plekken te bedenken om in de kerk te trouwen, zo zagen we
MM in volle boetedoening
de kapel van Maria Magdalena in de basiliek

Blijft natuurlijk de vraag wat MM daar deed in de Provence. Dat valt allemaal terug te lezen in de beroemde Legenda Aurea van Jacobus de Voragine (1229-1298), ooit bisschop van Genua. Die daarin vele heiligenlevens beschrijft op grond van verhalen en legendes die over hen de ronde deden. Even terzijde, voor de levens van Saint Nicolas en Sainte Catharina d’Alexandria heb ik nog steendrukken gemaakt bij een nieuwe Franstalige uitgave door mijn galerie in Nice van deze Légende Dorée.

de Legenda Aurea

De legende over Maria Magdalena wil ons laten geloven dat zij ooit, omdat ze als apostel het evangelie van Jezus verkondigde, door een stelletje heidenen in een wankel bootje de zee was opgeduwd. Let wel, zonder riemen en zeilen. Voor de gezelligheid nog wel in gezelschap van haar zus Martha, haar broer Lazarus (ja, inderdaad die van de opwekking uit de dood door Jezus), ene Maximinus en nog wat anderen. Praat me niet van verwarrende Bijbelse familierelaties. Daarop wordt nog steeds gestudeerd. En het kind dat Jezus bij haar zou hebben verwekt? Komt nog.

de opstanding van Lazarus, verbeeld op die preekstoel

Maar eind goed, al goed. Ze landen ongeschonden aan de kust bij Marseille. Om van daaruit onvervaard verder te gaan met de evangelie-verkondiging. Best wel een eindje varen trouwens, vanuit Israël zo zonder zeil. Maar goed, de godswonderen waren toen de wereld nog niet uit.

op het altaar: verbeelding van MM en haar gezelschap dat op dat bootje wordt gezet

Maximinus wordt zelfs de eerste bisschop van Aix-en-Provence en MM trekt zich uiteindelijk terug in een grot in de Provençaalse bergen. Om daar zo’n dertig jaar in afzondering boete te doen voor haar zonden. En daar is dan weer die Bijbelse vrouwelijke Frankenstein (zie vorige aflevering), in de 6e eeuw door paus Gregorius I in elkaar gezet met onderdelen van diverse vrouwen. Zo kreeg de op die manier nooit bestaand hebbende MM als zondares/prostituee maar mooi een geheel eigen leven. Met die grot er gratis bij. Waarvan we natuurlijk precies weten waar die ligt, zo’n 30 kilometer van Saint Maximin, en die net als de basiliek ook al eeuwen lang een bedevaartsoord is. Waar pauzen, koningen en prinsessen nederig geknield hun gebeden hebben gepreveld. Een plek dus waar ik absoluut heen moest.

boven mijn hoofd in de verte in de rotswand de gebouwen bij de grot van Maria Magdalena

Maar helaas. Vanwege enig lichamelijk ongemak voelde ik me die dag niet in staat om klimmend op te stijgen naar dat honderden meters hoger gelegen heilige oord. Dat moest ik jammer genoeg overlaten aan levensgezel. Die dus ook de bijgaande foto’s daarvan maakte.

zoals het pad naar de grot eruit ziet
ingang van de grot
het altaar daar, met MM bij de gekruisigde Jezus
MM wordt opgeheven door engelen
diverse beelden uit de grot
nog een reliek van Maria Magdalena, maar welk bleek onduidelijk

Best een ruim verblijf, die grot. Oké, vast niet verwarmd in de winter. Maar je doet boete of je doet ’t niet. Vermoedelijk wel met een luxe inloopklerenkast. Afgaande ten minste op veel schilderijen die ooit van Maria Magdalena als boetvaardige vrouw zijn gemaakt.

de in de grot boetedoende Maria Magdalena, door José de Ribera
idem van Titiaan

En nu ben ik nog steeds niet toegekomen aan de echte hoogtepunten uit MM haar leven. Zoals het aanwezig zijn bij de kruisiging van Jezus, haar ontdekking van zijn lege graf en haar ontmoeting als eerste met de opgestane Jezus. Of zoals dat kind van hem en ‘De Da Vinci Code’. Komt nog. Tot volgende week.

TOOS

Huiswerk op weg naar Italië vanwege Maria Magdalena


Toen Tanja zondagmiddag de eerste regels van haar gedicht ‘Kathedralen’ voordroeg, werd ik gelijk naar Vézelay geteleporteerd. Want werd ’t niet eens tijd om met Maria Magdalena op de proppen te komen? Te kort door de bocht? Oké, dan de langere versie.

extra in het zonnetje gezet met een speciaal door Tanja Harpe voor mij gemaakt gedicht

In mijn blog van vorige week schreef ik dat vriendin en Middelburgse dichter Tanja Harpe haar nieuwste en vierde poëziebundel ‘Zeebries’ ten doop zou gaan houden. Op zondag 7 november, in mijn atelier, tijdens onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute Middelburg. En zo geschiedde. Één van de nieuwe gedichten die ze voordroeg, was ‘Kathedralen’. Met de beginregels

‘We hebben kathedralen nodig

om te vieren wie we zijn’

De regels die zorgden voor die plotsklapse teleportatie. Eerst naar Vézelay, vervolgens naar Saint- Maximin-la-Sainte-Baume, beide in la douce France, en tot slot naar het Catharijneconvent in Utrecht. Dat alles vanwege een alom geroemde expositie in dat convent over Maria Magdalena. MM, die nogal raadselachtige, intrigerende vrouw uit het Nieuwe Testament. In feite een groupie van Jezus.

binnenplaats van het Museum Catharijneconvent in Utrecht

Ook een expositie trouwens waarvoor ik mezelf, nog voor die te gaan bezoeken, MM-huiswerk had opgelegd. Op ons septemberprogram stond namelijk een autorit vanuit Middelburg via mijn atelier in Nice naar het Italiaanse Gubbio . Reden om nu eindelijk eens goed rond te gaan kijken in het Zuid-Franse Saint-Maximin-la-Sainte-Baume. Want had Maria Magdalena daar volgens de mythe niet  als apostel van Jezus jarenlang in een grot verkeerd? Op de autoroute naar Nice hoefden we er maar een kippenendje voor om te rijden.

luchtfoto van Saint-Maximin-la-Sainte-Baume

Tot tijdens de reisvoorbereidingen levensgezel ineens heel enthousiast kwam met de vraag ‘weet jij hoe die kerk in Vézelay heet’. Typisch retorische levensgezelvraag natuurlijk. Want als ik ’t had geweten had hij dat ook gedaan. En vice versa. Die benaming? Basilique Sainte-Marie-Madeleine. En ze zouden er zelfs een reliek van MM bezitten. Dat werd dus nog méér huiswerk! Want die kerk in Vézelay, een stadje zo’n 200 km zuidoostelijk van Parijs, stond al langere tijd op onze Franse te-doen-lijst.  Met als enige reden foto’s die we er ooit eens van hadden gezien. Nu werd ’t ineens verplichte kost.  Met als minpuntje wel een behoorlijk stuk omrijden.  

Vézelay van bovenaf
Vézelay van onderaf
Basilique Sainte-Marie-Madeleine

Dat middeleeuwse bedevaartsoord Vézelay in de Bourgogne bleek zo’n heerlijk oer-Frans stadje te zijn. Liggend op een heuvel, gewoon zoals ’t hoort. Met op het hoogste punt vanzelfsprekend een eeuwenoude kerk. De Basilique Sainte-Marie-Madeleine. Waar ooit in de 11e en 12e eeuw de bedevaartgangers zich met duizenden verdrongen vanwege wat gebeente van de heftig vereerde Heilige Maria Magdalena. Wonderen werden daar verricht volgens de verhalen, vele wonderen. Nu rest alleen nog een vingerbeentje van haar, achter een stevig hek in de duizend jaar oude crypte.

de crypte
het vingerkootje achter hek en grendel
schrijn met buisje waarin HET vingerkootje

Zou ’t werkelijk? Dat zou echt heel opmerkelijk zijn. ’t Is namelijk een heel grote vraag of de Maria Magdalena, zoals ze in een gigantische hoeveelheid schilderijen van eeuwen her is afgebeeld, wel heeft bestaan. Is ze niet een soort Bijbelse, vrouwelijke Frankenstein? Maar wel dan zonder dat stigmatiserende ‘Monster’ ervoor.

De boetvaardige Maria Magdalena, van één van mijn vrouwelijke schildershelden Artemisia Gentileschi (Nasjonalmuseet Oslo)

Want in de Evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes in het Nieuwe Testament komen, naast natuurlijk de Maria van de Onbevlekte Ontvangenis, nog meer Maria’s voor. En, om het maar kort te formuleren, daarmee is in de loop der eeuwen behoorlijk wat afgehannest. Welke was waar, en hoe, en wanneer? En welke deed dit of dat of zus of zo? Een en al verwarring waar de wetenschappers waarschijnlijk nooit eenduidig uit zullen komen. Hoe dan ook, in 591n.C. verknoopte paus Gregorius I in een preek drie volgelingen van Jezus met elkaar tot die Bijbelse versie van Frankenstein. De vermoedelijk welgestelde Maria Magdalena bij wie door Jezus demonen waren uitgedreven, een door hem van haar zonden verloste zondares/prostituee zonder naam en ene Maria van Bethanië. Daardoor was er ineens de Maria Magdalena zoals die is gaan voortleven in de Roomse Kerk. Een zondige maar boetvaardige vrouw, altijd beter dan dat ’t een man was natuurlijk. De vrouw dus waarvan een heilig vingerkootje in Vézelay zou liggen.

Maar al die mooie verhalen doen niets af aan de schoonheid en indrukwekkende architectuur van die prachtige basiliek daar waarvan we nog steeds genieten. Ontstaan door de devotie en harde florijnen van gigantisch veel pelgrimgangers vele eeuwen geleden. Die het vast eens zouden zijn geweest met die dichtregels van Tanja Harpe bovenaan.

en natuurlijk een beeld van die boetvaardige MM, met heel veel kaarsjes

Dat Vézelay ook nog een tweede verrassing in petto had? Dat bleek in Musée Zervos. Een in 2006 geopend museum gewijd aan Picasso en tijdgenoten. Niet alleen absoluut de moeite maar mogelijk ook nog eens een ander verhaal waard.

een zaaltje in het Musée Zervos
en een toost op het mooie Vézelay

Nu op naar Saint-Maximin-la-Sainte-Baume en zelfs een hele schedel van MM. Tot volgende week.

TOOS

Geen drieluik maar een driebord en meer wereldpremières


Koud tijdens die tien kunstdagen in een niet verwarmde ouwe koeienstal bij de goed bezochte Kunst10Daagse in het Noord-Hollandse Bergen (zie aflevering vorige week)? Hoe kom je erbij! Gewoon een beetje harden. Daardoor was  het inpakken en laden met een ritje terug van twee en een half uur naar Middelburg een zacht eitje.

nog een beeld van de voorbije K10D in Bergen

 Maar na alle succes zelfvoldaan in een makkelijke stoel neerzijgen bij de verwarming om bij te komen en op te warmen? Nee, nog even niet. Want komende zondag 7 november wacht al weer een heel speciale aflevering van onze Kunst en Cultuurroute Middelburg, de KCM (https://kunstroutemiddelburg.nl/). Zoals altijd op de 1e zondag van de maand van 13-17 uur, nu met het thema Poëzie. En dat wordt niet zomaar een doorsnee zondagmiddagje. Want naast optredende dichters elders word je in mijn pakhuis/atelier (Korendijk 56) getrakteerd op twee ware wereldpremières! Rond een nieuwe poëziebundel en ‘poëtische keramiek’.

Regelmatige lezers van dit blog zal ’t niet zijn ontgaan dat ik in september/oktober een flink aantal weken in het Italiaanse Gubbio doorbracht. Een prachtige middeleeuwse keramiekstad in Umbrië. Dat valt hier na te lezen.

bezig in Gubbio

Van de daar door mij beschilderde borden en vazen ging er een flink aantal mee in de auto naar Middelburg. Goed ingepakt en voorzichtig gestapeld. Allicht, nogal breekbaar spul. Heel gevoelig voor de Italiaanse wegen die, voorzichtig uitgedrukt, niet altijd in optimale staat verkeren! Dus maakte mijn hart een gelukkig huppeltje  toen alles goed bleek te zijn overgekomen. Zelfs geen schrammetje, laat staan breuk, te bekennen. Vandaar die eerste wereldpremière. Want mijn keramiek ga ik nu zondag tonen. Voor de allereerste keer! Niemand heeft er nog een blik op mogen werpen. Behalve dan bij het bord dat ik al op de social media en in zowel mijn blog als mijn recente Nieuwsbrief toonde.

Inferno, keramiek
met ook nog een beschilderde achterkant

Inferno, geïnspireerd door de Divina Commedia van Dante. Maar die Divina is natuurlijk wel opgebouwd uit drie delen: Inferno, Purgatorio en Paradiso (Hel, Purgatorium en Paradijs). Dus heb ik er maar gelijk een drieluik van gemaakt. Alhoewel, is driebord niet een veel origineler benaming? Hieronder het Paradiso-bord.

Maar er is veel meer. Zoals bijvoorbeeld deze eenzijdig gefotografeerde vaas.

De andere kanten? Gewoon langskomen om er een pirouette omheen te draaien. En natuurlijk de rest te bekijken. Daarover ga ik je hier niet wijzer maken.

Maar door dat thema Poëzie is er nog meer in de aanbieding. Nog een wereldpremière namelijk! Het uitkomen van de dichtbundel ‘Zeebries’ van de Middelburgse dichter Tanja Harpe.

Tanja Harpe

Hoe dat zit? Nou, zo! Ik ken Tanja al een aantal jaren en mocht in 2017 de voorkant van haar derde dichtbundel ‘Zee-Kracht’ sieren met mijn schilderij ‘Rolling over’.

de poëziebundel Zee-Kracht met mijn ‘Rolling over op de omslag

Dat de presentatie van die bundel toen ook  in mijn atelier plaatsvond? Logisch toch! Het werd destijds zo’n leuke happening dat Tanja vond dat haar vierde bundel ‘Zeebries’ ook weer in mijn atelier ten doop moest worden gehouden. Ik had totaal geen reden dat tegen te spreken.

Om 14 en 16 uur zal ze er een aantal gedichten uit voordragen en kun je Tanja ongetwijfeld een opdracht in die nieuwe bundel laten schrijven, mocht je er een aan willen schaffen. En natuurlijk wordt er een feestje omheen gebouwd.

Eigenlijk is ’t die middag een en al poëzie, zo bedacht ik me. Want vormen die door mij beschilderde keramische voorwerpen niet een soort gedichten in beelden? Ga maar na. Als je mijn olieverfschilderijen beschouwt als  romans, kun je mijn aquarellen zien als novellen en mijn tekeningen als korte verhalen.  Dus onder welke noemer valt dan mijn beschilderde keramiek? Juist ja, gedichten. ‘Poëtische keramiek’ zogezegd. Tot volgende week.

TOOS

Een eeuw later opnieuw The Roaring Twenties


Bergen

Een jaar later dan bedoeld zit ik nu in het Noord-Hollandse Bergen. Want wie had kunnen bevroeden dat ‘The Roaring Twenties’, het pré-corona verzonnen thema voor de Kunst Tien Daagse van Bergen 2020, zo toepasselijk zou worden? Niemand, denk ik. De Roaring Twenties uit de 20e eeuw kennen we. Maar dat onze 21ste eeuwse Twenties zo ‘Roaring’ zouden beginnen? Verzin ’t maar eens. Een corona-epidemie met alle onbekende en nare gevolgen en beperkingen van dien. Het platleggen van de hele culturele sector. En dus het afgelasten van die K10D in dat bekende kunstenaarsdorp. Je weet wel, het Bergen van de beroemde Dichter des Vaderlands avant la lettre Adriaan Roland Holst (1888-1976), het dorp van de kunstenaars van de bekende Bergense School en niet te vergeten de woonplaats van Charley Toorop (1891-1955), een van mijn vrouwelijke schildershelden.

Charley Toorop geschilderd door Mathieu Wiegman, een van de grondleggers van de Bergense School, museum Kranenburgh in Bergen

Maar goed, nu zit ik er wel, zij ’t een jaar later. Hoewel we met dat Roaring door Covid-19 toch nog wel even bezig zullen zijn. Maar gelukkig kon ik zo’n anderhalve week geleden toch mijn bus naar binnen rijden in de ouwe koeienstal aan de Voert 9. Om mijn aandeel aan de groepsmanifestatie StalKunst9 al grotendeels te kunnen inrichten. Lees maar in de vorige aflevering. Afgelopen vrijdag bracht ik nog wat finishing touches aan en toen kon de zaak los.

deel van de stal met helemaal achterin mijn aandeel met o.a. het grote drieluik Specchio

Met afgelopen zaterdag toch al dik 400 en zondag meer dan 1000 bezoekers. En met ook al de eerste verkopen. Zoals aan een vrouw die haar eerste kunstaankoop ooit deed. Voor haar een absolute kick en daardoor ook voor mij.

het plakken van de rode stip als teken van ‘verkocht’

Maar ook met de ontmoeting met een man die drie jaar geleden, toen ik voor ’t eerst deelnam aan StalKunst, weg was van een bepaald schilderij. Nu was hij er weer en wilde weten of ik dat werk nog had. Over incubatietijd gesproken! Of wat te denken van de 90-jarige man die, zo vertelde hij, al jaren weg is van mijn kunst en alles over mij verzameld omdat hij niet het geld heeft iets te kunnen kopen. Dat ontroert. Net zoals de komst  van bekenden en vrienden van overal uit het land die langskwamen om te kijken. En dan nog die filmopnamen voor RTV Noord-Holland. Wat daarvan gaat worden uitgezonden? Geen idee, dat komt einde vrijdagmiddag pas.

tv-opname voor RTV Noord-Holland

Maar zelf wil ik natuurlijk ook graag ronddwalen langs al die verschillende adressen in Bergen en Bergen aan Zee. Waar ik weet wel niet hoeveel beeldende kunstenaars hun werk tonen. In een ouwe koeienstal dus bijvoorbeeld. Of in hotels, de brandweerkazerne, leegstaande gebouwen, restaurants, galerieën, winkels, privéhuizen, oude villa’s, tuinen en landgoederen. Je kunt ’t zo gek niet verzinnen of er is kunst te vinden tijdens de K10D. Overigens wel rijp en groen door elkaar, dat moet ook gezegd. Enige ballotage door de organisatie zou volgens mij beslist geen kwaad kunnen. Hier wat sfeerimpressies van tot nu toe.

ergens in het centrum van Bergen
in Bergen aan Zee

Oh ja, en dan nog dat thema van The Roaring Twenties. Behalve dat Museum Kranenburgh een expositie onder die naam toont, kon ik daarvan maar heel weinig terugvinden.

Zelf heb ik er nog een kleine installatie aan gewijd met daarin twee in aluminium gegoten meisjes. Waarin ik het verschil wil uitdrukken tussen arm en rijk.

Want die Roaring Twenties van een eeuw geleden hebben dan wel dat etiket van fris, vrolijk en de charleston gekregen, maar het verschil tussen arm en rijk was toen natuurlijk wel heel groot. Een kwestie die, jammer genoeg, in onze twintiger jaren wel eens opnieuw een groot thema kan worden. Eigenlijk een gotspe dat dit in onze zo welvarende Westerse landen nog ter sprake moet komen. Maar dat terzijde.

Voorlopig ben ik tot en met komende zondag 31 oktober nog in mijn koeienstal te vinden. Tussen de andere deelnemende kunstenaars. Elke dag van 11 tot 17 uur. Welkom, welkom!!

Tot volgende week.

TOOS

K10D Bergen (NH), here I come!


In 2020 kon ’t allemaal niet doorgaan. Iets met een virusje en een pandemietje. Maar nu wel. Dankzij de inventiviteit, denkkracht en doorzettingsvermogen bij fundamenteel onderzoek van een groep slimme wetenschappers.  Daardoor lag de kennis voor een nieuw vaccin voor het grijpen en klinken de fileberichten ’s morgens weer bijna als vanouds. Ook kan nu wel de 10e en dus jubileumeditie van StalKunst9 bij de 28e editie van de K10D van Bergen doorgaan. Van vrijdag 22 tot zondag 31 oktober.

Toch even voor de duidelijkheid, dat K10D staat voor de Kunst Tien Daagse die sinds 1993 jaarlijks in dat bekende kunst en kunstenaarsdorp Bergen in Noord-Holland wordt georganiseerd. Op allerlei locaties binnen en buiten het dorp en ook in Bergen aan Zee. Alleen vorig jaar dus even niet. Maar nu is er dan toch voor de tiende keer die manifestatie Stalkunst9. In een oude koeienstal aan de Voert 9 in het buitengebied van Bergen. Een koeienstal? Toos, wat doe jij in godsnaam in een koeienstal?

een gedeeltelijk overzicht van alle locaties, met midden onder de plek van Voert 9 bij die dichte verzameling vierkantjes

Dat was inderdaad ook de vraag die ik mezelf stelde toen Elisabeth Leyen begin 2018 vroeg of ik aan de door haar georganiseerde  expositie Stalkunst9 wilde meedoen. Hoe ik Elisabeth had leren kennen is een verhaal dat ik hier al eens vertelde. Mogelijk belandt daardoor misschien nog eens een kunstbijdrage van mij in het Rijksmuseum.

samen met Elisabeth in de stal, een paar dagen geleden

Maar om een lang verhaal kort te maken, ik ging met Elisabeth kijken aan de Voert 9, ging door haar enthousiasme en de , zeg maar, uitdagende ruimte overstag en deed in 2018 mee aan de 8e editie van StalKunst9. Naar alle tevredenheid, zowel vanwege de sfeer als het succes. Dus toen ze na afloop te kennen gaf mij er heel graag weer bij te hebben voor haar jubileumeditie wist ik ’t wel. Ja, leuk, doen! 2020 stond in de agenda genoteerd. Dat bleek uiteindelijk typisch een jaar om te deleten. Waardoor ik dus pas een paar dagen geleden opnieuw met mijn bus vorstelijk de stal binnenreed. Naar het achterste deel waar jaren geleden de koeien naar buiten liepen via de grote staldeuren.

mijn bus achterin de stal

Want dat achterste deel is weer ‘mijn’ ruimte. Waar ik kan doen en laten wat ik wil. En waar levensgezel gelijk na het uitladen zijn trapvaardigheid kon tonen. Om die staldeuren te behangen met een aantal blauwbeschilderde banners. Allereerst natuurlijk een prima eyecatcher voor de bezoeker die aan de voorkant binnenkomt. Maar ook een mooie achtergrond voor het grote drieluik dat we er nu op hebben hangen.

’t Was wel wat uren doorpezen om de inrichting voor het overgrote deel op een middag voor elkaar te krijgen, maar ’t lukte. Op openingsdag 22 oktober nog even wat herordeningen en aanvullingen en het volk mag toestromen. De organisatie van de K10D schermt met zo’n 40.000 bezoekers in die 10 dagen. Of die ook allemaal naar StalKunst9 komen? Dat zou wel heel bijzonder zijn. De locatie is in ieder geval elke dag open van 11-17 uur. Waarbij ik ga proberen om ook zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Want dat is nou juist een van de leuke aspecten daar. De geïnteresseerde bezoeker persoonlijk te woord kunnen staan. Maar ik wil toch ook graag zelf bezoekertje spelen op de andere plekken. Hoezo nieuwsgierig!

overzicht van de deelnemende kunstenaars aan StalKunst9 met links 2e van boven een van mijn mixed media uit ‘The 70-Series’

Intussen is de publiciteit al wel losgebarsten. In bijvoorbeeld de bij museum en galeriebezoekers ongetwijfeld bekende en altijd gratis verkrijgbare Kunst-&Museumkrant. De Noord-Hollandse uitgave is in een speciaal dik K10D nummer verschenen. Met daarin natuurlijk aandacht voor StalKunst9 en ene Toos van Holstein. Ook op internet kun je jezelf volledig verdiepen in dekunst10daagse.nl . Dat ik daarnaast de komende tijd mee in de bus ga blazen van de social media? Allicht! En let maar op mijn komende blogaflevering.

hier al vast een klein stukje van mijn expositiebijdrage, volgende week meer

Tot volgende week.

TOOS

Een Kleurrijke Ode met Eugubinese Beelden


Één beeld zegt meer dan duizend woorden. Een bekende variatie op een aan de Chinese wijsgeer Confucius, net als de Bijbel altijd goed voor een nuttig citaat, toegewezen uitspraak: ‘Iets honderdmaal horen zegt niet meer dan het eenmaal zien’.Van die uitdrukking maak ik dit keer maar even gebruik als rechtvaardiging voor een aflevering met weinig praatjes maar wel veel plaatjes. Waarom? Lees maar na al die foto’s.

In vorige afleveringen onthulde ik al dat ik een aantal weken in Gubbio verkeerde vanwege dit.

Maar ook omdat ik 2019 bij mijn eerste kennismaking, samen met levensgezel, verliefd werd. Op die stad dus. Een en al oorspronkelijkheid, die middeleeuwse kern binnen de nog gedeeltelijk staande stadsmuren.

een oude kaart van Gubbio die zo past op de nog bestaande stad

Daarbij ook nog echt levend, heel Italiaans, met oud en jong door elkaar. Nog zonder overdaad aan toerisme. Prachtig om daar tussen te zitten. Hierbij daarom een poging tot een foto-ode aan Gubbio. Met een verrekt moeilijke keus uit vele prachtige beelden. Waarbij ook Alighieri, Dante Alighieri, vanzelfsprekend als Via niet ontbreekt.

de Leugenbank op het plein is er goed voor
jong geleerd, oud gedaan

Net zo min als de middeleeuwse kerken waaraan geen gebrek is natuurlijk. Met ook nog verrassend veel bewaard gebleven fresco’s. Maar dat wordt een ander verhaal.

één van die kerken, die van San Francesco

En met vanzelfsprekend een eigen stadsheilige, San Ubaldo. Die een aantal honderden meters boven de stad in zijn eigen Basilica al eeuwen en eeuwen voor iedereen heilig ligt te zijn. Ook weer een ander verhaal. Waarin zeker en vast de Corsa dei Ceri op 15 mei een belangrijke rol gaat opeisen. Een gebeurtenis waar geen maat op staat.

het uitgedroogde lichaam van San Ubaldo als reliek

Loop gewoon maar even mee door de middeleeuwse straten met hun woonhuizen van die typerende grijzige, ruwe steen die de stad tot een unieke architectonische eenheid maakt.

Een stad waarin ik de afgelopen weken ook flink wat speciale ontmoetingen had.

dit komt vast nog wel eens ter sprake
ontmoeting met een kunstschrijver in het keramiekatelier
op de foto met de directeur van de bekende Biblioteca Spirelliana
op de foto met de burgemeester van Gubbio

Waarna ’t op één van onze stamterrassen in de zon bij een heerlijke temperatuur prima bijkomen was met een Campari-spritz. Ontmoetingen die ook weer bronnen vormen voor verhalen die nog moeten rijpen en hun vorm vinden.

Een toegiftje mag natuurlijk niet ontbreken.

dreigende luchten want heel af en toe regende ’t wel eens
bijna een Walcherse zonsondergang maar wel in een heel andere ambiance

Het beloofde ‘waarom’ van deze weinige praatjes en veel plaatjes? Ik heb me na thuiskomst direct moeten gooien op voorbereidingen voor de K10D van Bergen. Oftewel de bekende en gekende jaarlijkse, alleen vorig jaar even niet, Kunst Tiendaagse van kunstenaarsdorp Bergen in Noord Holland. Van aanstaande 22 t/m 31 oktober. Raad eens waarover de komende aflevering gaat? Tot volgende week.

TOOS

Gubbiaanse Keramiek, Italiaanse Creativiteit en de Corona QR-code


Gubbio in Umbrië (Italië)

Ben je in Italië, doe als de Italianen doen. Een paar weken geleden schreef ik over een lijk in de Ganges en dat ik toch wat moeite had met ‘When in India, do as the Indians do’. Dan is ’t met ‘When in Italy, do as the Italians do’ toch ietwat eigener. Zeker als je, zoals ik nu, al een aantal weken in keramiekstad Gubbio in Umbrië verblijft. Om, niet echt moeilijk te raden, keramiek te beschilderen.Natuurlijk moet je jezelf hier instellen op het beslist sterker ontwikkelde improvisatie dan organisatietalent bij veel Italianen. En zeker moet je ook gewoon het Italiaanse joie de vivre, het la dolce vita, omarmen. Nou, graag!

de afscheids campari-spritz op het terras van ons stamcafé in Gubbio afgelopen dinsdag

Neem bijvoorbeeld de omgang van de Italianen met hun Green Pass, onze Corona QR-code. Hoe relaxed tonen hier de vele halfgemaskerde binnenkomende restaurantbezoekers, vaak hele gezinnen,  hun mobieltje met dat vierkantje erop. Zowel in Gubbio, als op reis hierheen in Arezzo, en laatst tussendoor in Ravenna,heb ik geen wanklank meegemaakt. Niet in hotels, niet in de horeca en niet in musea. Waar je trouwens nog steeds zo’n brilbeslaander moet dragen net als in winkels en supermarkten. Alles  als vanzelfsprekend na de gigantische Covid-catastrofe van vorig jaar in Noord-Italië. Wat een gedoe dan van een aantal Nederlanders. Voor zover ik ’t hier van relativerende afstand ervaar,’do as the Italians do’. Die zich percentagegewijs ook meer hebben laten vaccineren.

in het atelier van meesterkeramist Giampietro Rampini

Maar dat terzijde. Ik ben hier ten slotte voor de keramiek. Net zoals twee jaar geleden. Toen ik hier neerstreek voor een groepstentoonstelling  in een paar prachtige eeuwenoude gewelven. Om daarvan één voor mijn rekening te nemen samen met de mij toen nog onbekende maar in Gubbio en omstreken zeer gekende keramist Giampietro Rampini. Ik werd gelijk verliefd op deze prachtige stad. Een echte middeleeuwse Italiaanse parel! Maar daarover komt nog wel een verhaal.

maar een héééél kleine selectie van al die prachtige plekken in Gubbio

Nu eerst die keramiek. Je kunt rustig stellen, een voor mij nog onbeschreven blad. Na die vier weken in 2019 en na opnieuw vier weken nu, begint dat blad zich beetje bij beetje te vullen. Eigenlijk is ’t net zoals bij het creëren van een steendruk. Daar heb ik als kunstenaar een meestersteendrukker bij nodig met een eigen atelier en drukpers, met kennis van de techniek en een in jaren opgebouwde knowhow. Voor mij is Giampietro nu de meesterkeramist. Met zijn werkruimte, zijn opslagplaats, zijn materiaalkennis en met zijn wetenschap over hoe die voorwerpen van klei schilderklaar te maken. En met zijn ovens en zijn ervaring met stookprogramma’s. Hoe langzaam of snel en tot hoe hoog moet de stooktemperatuur? In hoeveel uren moet de oven weer afkoelen. Allemaal stuurbaar met programma’s, maar dan moet je wel de juiste cijfertjes kennen en invoeren.

overleg met Giampietro
werkend aan een nieuw bord
het schoonmaken vooraf van een nieuw item
het dompelen om een witte laag te krijgen zoals de vazen op de voorgrond
altijd opnieuw spannend, hoe komt die schaal uit de oven
Is ie goed geslaagd? Yes!!

Over de te gebruiken pigmenten bij het beschilderen heb ik ’t dan nog niet eens. Want daar zit  magie achter. Nou ja, in feite natuurlijk chemie. Die kleurpigmenten zijn in eerste instantie veel fletser dan olie en waterverf, maar komen sprankelend en schitterend fel de oven uit.

Vooraf  moet je dus heel goed weten wat je opbrengt. Een soort schaken met kleur waarbij je een paar zetten vooruit moet denken en je geen fouten kunt permitteren want herstellen zit er nauwelijks in. Met hoeveel water leng ik een pigment aan om wat voor kleureffect te krijgen na het stoken?  Of hoe dik of dun breng ik ’t op om na drogen er nog in te kunnen krassen voor bepaalde visuele effecten of op te vullen met een andere kleur. Of als ik een heel dun laagje vloeistof langzaam laat absorberen in de klei, hoe wolkig is dan straks het aanzicht?

een van mijn nieuwe aanwinsten voor straks in het atelier in Middelburg tijdens de Kunst en Cultuurroute

De afgelopen weken heb ik voor mijzelf weer heel wat bijgeleerd, net zoals ook Giampietro die meer van de standaardmethode is. Gewoon omdat ik stomweg en onbevangen allerlei techniekjes en ideetjes uitprobeer, staat hij na het ovenresultaat regelmatig paf van ver en bewondering bij de bereikte effecten. Dat maakt onze samenwerking ook zo mooi. “Toos, dit is voor mij nieuw, dit heb ik nog geen andere kunstenaar zo zien doen”. Mijn probleem is dan dat ik me moet zien te herinneren hoe ik dat ook al weer heb gedaan. Want soms dompel ik me zo onder in het creatieve proces dat mijn brein dat na afloop niet meer volledig kan reconstrueren.

Hoe dan ook, as ’t effe kan volgend jaar weer! Tot volgende week.

TOOS

De iconische kop van Dante, de Sommo Poeta, en mijn Dante-reis: ReisKunst deel IV


Wie herkent niet een afbeelding van Marilyn Monroe’s hoofd? Of de gestileerde kop van guerillastrijder Che Guevara? Moderne iconen. Of dat portret hierboven, met die bochtige neus en vooruitstrevende kin?  ‘Oh ja, Dante natuurlijk’. Il Sommo Poeta (1265-1321), de Opperste Dichter uit Florence, de man van de Divina Commedia. En de hoofdpersoon in Dante700, met wereldwijd manifestaties rond zijn 700ste sterfjaar. Reken maar dat ik een paar weken geleden zijn sterfdag op 14 september meekreeg. Ik zit namelijk in Italië. In keramiekstad Gubbio. De prachtige middeleeuwse stad in Umbrië waar ik, net als twee jaar geleden, opnieuw voor een maand ben neergestreken. Om keramiek te beschilderen. Maar dat verhaal komt nog. Nu eerst Dante. Daar kom je hier met goed fatsoen echt niet omheen. Kijk maar.

het septembernummer van het maandelijkse magazine voor Gubbio

En dan heb ik ’t nog niet eens over Ravenna, de stad waar hij stierf in 1321. Op dus 14 september. Ik was er vorige week een paar dagen. Dat was ik zondermeer aan Dante verplicht vanwege de inspiratie die hij mij heeft opgeleverd zoals verderop wel blijkt (en bijvoorbeeld al eerder hier en hier). Eerst trouwens een mini-mini selectie van wat ik in Ravenna aan Dante700 tegenkwam. De maxi-maxi? Dat wordt een ander verhaal.

zomaar een affiche ergens

Maar nou die kop van hem, die iconische kop. In alle variaties altijd herkenbaar. Maar ook altijd gebaseerd op maar één portret uit 1495, dat helemaal bovenaan. Van de beroemde Florentijnse Renaissancekunstenaar Sandro Botticelli. Die kwam pas in 1444 de wereld verkennen, meer dan 120 jaar na de dood van Dante. Terwijl dit toch echt het allereerste schilderij is met Dante’s kop. Ra, ra! Mogelijk is het gebaseerd op een nog bestaand fresco (in Museo Bargello, Florence) van Giotto (1267-1337). Ook verkerend in Florence en mogelijk vriend van Dante. Een fresco waarin mogelijk Dante staat afgebeeld.

dat fresco met daarin onderstaand fragment, zoek maar eens

Maar dat fresco is mogelijk pas geschilderd ergens rond 1335 terwijl Dante in 1301 om politieke redenen al uit Florence was verbannen. En terwijl een beschrijving door dichter Boccaccio (1313-1375), die van de Decamerone en de Vita di Dante en natuurlijk ook uit Florence, weer niet helemaal klopt met die figuur op het fresco. Let ook even op dat verbanningsjaar 1301 en Boccaccio’s geboortejaar 1313. Heeft Boccaccio die beschrijving mogelijk misschien pas ver na Dante’s dood alleen van horen zeggen? Dit alles is natuurlijk uitgebreid bediscussieerd door degenen die er voor hebben doorgeleerd.

Maar stel je nou eens voor dat Botticelli’s kop van Dante niet echt lijkt op de werkelijke uitgave? Een soort avatar avant la lettre is, waar we met z’n allen in zijn gestonken? Intrigerende gedachte, nietwaar? Overigens blijkt uit een recente wetenschappelijke reconstructie m.b.v. wat beenderen van de Sommo Poeta dat die haakneus wel eens zou kunnen kloppen.

Die avatar-gedachte doet natuurlijk niets af aan de Divina Commedia die hij ons heeft nagelaten. En aan de inspiratie die hij met zijn beeldend taalgebruik in de loop der eeuwen bij heel veel kunstenaars heeft opgeroepen. Gewoon omdat hij in zijn geest op reis ging door het Inferno, Purgatorio en Paradiso. En aan die reis zijn uitgebreide kennis koppelde over zowel personen en gebeurtenissen in zijn eigen tijd als uit de oudheid. Waardoor hij er voor gezorgd heeft dat ook ik conform mijn lijfspreuk ‘for me art is travelling the mind’ in mijn geest in zijn gezelschap op reis ging. Met bijvoorbeeld dit schilderij als gevolg.

Toos van Holstein, Dante en Beatrice (olieverfschilderij)

Met daarin Dante die door zijn in het werkelijke leven onbereikbare geliefde Beatrice door het Paradijs wordt rondgeleid. Want hoe moet je je in godsnaam het Paradijs voorstellen? Met allemaal engelen met bazuinen aan hun mond? Met allemaal heiligen zittend op wolkjes en aureolen rond hun hoofd? En ergens helemaal bovenaan God, Jezus en Maria? Best saai allemaal. Niet voor niks hebben de meeste kunstenaars zich op de Hel en het Purgatorium gestort. Daar vind je veel interessanter zaken. Storm, verdrinkingen, Furiën, in bomen vergroeide en in zee ingevroren zielen, aan elkaar knagende personen en nog zo wat leuke dingen voor de mensen. Maar Beatrice in het Paradijs heb ik me toch niet laten ontnemen.

Toos van Holstein, Beatrice (olieverfschilderij)

Met natuurlijk veel bladgoud erin. Wat ’t weer heel moeilijk maakte er een goeie foto van te nemen. Veel schittering, vanuit welke kijkhoek dan ook. Maar ergens in Nederland siert ze met haar paradijselijke aanwezigheid op prachtige wijze een muur. Net zoals trouwens nu dit nieuwe Inferno-bord van mij in de etalage van keramist  Gampietro Rampini schittert.

Toos van Holstein, Inferno (schildering op keramiek)

Tot volgende week.

TOOS

Het Lijk in de Ganges, ReisKunst deel III


‘When in Rome, do as the Romans do.’ Een prachtige uitdrukking en nuttige aanbeveling voor in verre landen.  Maar niet altijd een makkie. Neem nou mijn eerste reis in India. Door Rajasthan en omstreken. Mezelf klein maken om niet boven de Indiase vrouwen uit te steken? Mijn huidskleur aanpassen? Ineens in zo’n prachtig gekleurde sari gaan rondlopen? Maar toch is het me in één opzicht best aardig gelukt.

de prachtige sari’s van de vrouwen in Rajasthan

Want die plotse, schotelronde ogen die bijkans op steeltjes naar buiten schoten bij mij tegemoet komende jongemannen? Met kijkrichting op borsthoogte? Dat was maar niks. Kreeg ik er achter mijn rug nog moeizaam onderdrukt gegiechel gratis bij. Oké, ik moet toegeven dat mijn buste duidelijk vorstelijker is dan gemiddeld bij Indiase vrouwen. En dat zich dit in een voor mij heel normaal T-shirt  ook zo aftekent. Maar wel duidelijk te duidelijk voor deze overrompelde mannen. Om met heer Bommel te spreken, ‘Tom Poes, verzin een list’.

Toos van Holstein, Indian colours , olieverfschilderij geïnspireerd door die prachtige sari’s en de kleuren in de steden

Dus op de derde dag na aankomst  ’s morgens richting een kledingzaak annex naaiatelier. Om me een soepel en ruimvallend hes aan te laten meten. Want mijn maat was natuurlijk niet voorradig. Geen probleem, ’s avonds klaar. ’t Verbaast me nog steeds hoe die kleermaker mij de maat nam zonder mijn borsten ook maar even aan te raken. Excellente keurigheid in het kwadraat. ’s Avonds een telefoontje van de balie. Of ik me wilde begeven naar de ingang van ons hotel, zo’n 10 kilometer buiten de stad gelegen. Stond daar een doornatte en kleumende jongen met zijn brommer om mijn hes af te leveren. ’t Zeek werkelijk van de regen. Logisch dus dat we hem wat te drinken aanboden, hij moest ten slotte door die stortbui ook weer terug. Toen bleek dat we ons nog niet helemaal hielden aan die regel over de Romeinen . De koerier accepteerde wel ons aanbod, maar toch wat ongemakkelijk en aarzelend. En het hotelpersoneel? Duidelijk voelbaar was dat we ons niet conform de cultuurregels gedroegen. Kastensysteem! Overigens heb ik hierna mooi geen last meer gehad van ogen op steeltjes.

Maar dat Hindoeïstische kastensysteem zal never nooit niet wennen. Ik zal ook nooit de aanblik vergeten van dat gezin van onaanraakbaren, of Dalit zoals je tegenwoordig dient te zeggen, dat in New Delhi leefde op een vluchtheuveltje. Te midden van dag en nacht stinkende en ronkende verkeersstromen. Tussen lappen en plastic, hun tentje. Wel heeft dat systeem me indirect inspiratie opgeleverd. Met Jodhpur, de Blauwe Stad.

Jodhpur, de Blauwe Stad

Een stad met veel Brahmanen, de hoogste kaste. En Brahmanen mogen hun huis blauw schilderen. Altijd makkelijk om te weten dat daar dus Brahmanen wonen. In Jodhpur maken ze hier gretig gebruik van. Wat je hier ook van vindt, in combinatie met het op een rots hoog boven de stad uittorende gigantische fort levert ’t een imponerend schouwspel op. Zodanig zelfs dat ik het op mijn manier moest vereeuwigen. ‘For me art is travelling the mind’, nietwaar?

het kasteel boven de stad
Toos van Holstein, Protected (olieverfschilderij)

Wat ik maar niet vereeuwigd heb, is dat lijk in de Ganges uit de titel. Beetje luguber. Maar ik heb het toch echt voorbij zien drijven, gekleed in ritueel begrafeniswit. Toen ik in een boot op die rivier voer bij Varanasi. Of Benares of Kashi. Allemaal namen voor dezelfde, eeuwenoude pelgrimsstad. Die bekend staat om de rituele verbrandingen van de doden aan de rivieroever. Om de rituele baden die Hindoes er nemen in het open riool dat Ganges heet. En om de heilige mannen die blijkbaar leven van rituele aalmoezen. Een en al ritueel, die stad. Maar ook fascinerend. Met al die op elkaar gestapelde bouwsels, gigantische trappen naar de rivier en verbrandingsplaatsen erlangs.

Of je echt het eeuwige leven krijgt door te drinken van water uit de Ganges? Volgens mij wordt het er juist stevig door bekort. En of je er echt je zonden van je af kunt wassen? ’t Lijkt me dat daar dan heel andere zaken voor in de plaats komen. En dat voorbij drijvende lijk? Heel normaal! De afgelopen tijd schijnen ’t er nog heel veel meer te zijn geweest. Gevolg van een overmaat aan coronadoden en tekort aan hout voor de crematiestapels. En toch heb ik Varanasi vereeuwigd. Want fascinerend blijft die oever.

Toos van Holstein, Villes des Rèves (olieverfschilderij)
Toos van Holstein, Ganges (olieverfschilderij)

Maar ‘when in India, do as the Indians do’? Dat gaat me cultureel gezien toch een stap in de Ganges te ver. Hoe aardig en vriendelijk ik de Indiërs ook heb ervaren. Tot volgende week.

TOOS

Het Pistool van de Jemenitische Chauffeur, ReisKunst deel II


Sanaä, Jemen

Vorige week kondigde ik ’t al aan, Jemen. Waar ik een van mijn meest fascinerende reizen maakte. Zowel vanwege landschap, bewoners, cultuur als architectuur. Uiteindelijk ook een inspiratiebron voor flink wat schilderijen. Allemaal ontstaan natuurlijk vanuit mijn kunstenaarsslogan ‘For me art is travelling the mind’.

Toos van Holstein, Jibla (olieverfschilderij)

Het zogenaamd democratische Noord-Jemen, in feite nog een middeleeuwse stammenmaatschappij, en het min of meer communistische Zuid-Jemen waren een paar jaar eerder een door Noord-Jemen afgedwongen samenwerking aangegaan. Toerisme begon zich zeer mondjesmaat te ontwikkelen. En Djoser bleek de aangewezen reisorganisatie om mee op stap te gaan. Want daar in je uppie rondreizen? Zekers niet. Ook omdat ons Arabisch als een volstrekt onontgonnen terrein kon worden beschouwd.  Maar levensgezel wilde altijd al de oude hoofdstad Sanaä bezoeken vanwege de bijzondere architectuur en dit was dus de uitgelezen kans.

Sanaä, Jemen

Wat er nu nog van dat wonderbare oude Sanaä overeind staat? Geen flauwe notie. Maar dat land en bevolking door opnieuw onderlinge strijd, nu ontaard in een regionaal Arabische oorlog , volledig in de vernieling liggen is duidelijk. Overigens wel een goudmijn voor wapenfabrikanten, waaronder heel wat Westerse. Of is dat te cynisch gedacht?

De Jemenieten zelf, en dan vanzelfsprekend de mannen want vrouwen vormen er vooral een natuurlijk en nuttig bijproduct , zijn trouwens ook geen lieverdjes. Dat werd me destijds wel duidelijk. Geweld en wapengebruik zitten stevig in de nationale cultuur ingebakken. En daar komt dus dat pistool van onze Jemenitische chauffeur op de proppen.

We reden al een aantal dagen met onze reisgroep in vaste zetelverdeling in vier forse landrovers door berg en dal van Noord-Jemen. Op een dag zouden we overnachten in een op ruim 2500 meter hoog gelegen bergdorp. Ten minste, als er op dat moment geen wapengekletter was tussen plaatselijke stammen. Voorgaande reizen waren daar om die reden niet doorgegaan. We hadden zowaar mazzel, ’t was al even rustig.

Maar wat bleek beneden bij de steenslagweg omhoog? Georganiseerde blokkade. En we mochten alleen verder met pick-up trucks van de plaatselijke stam. Ze hadden zogezegd hun eigen toeristische verdienmodel uitgedokterd. Over de prijs viel natuurlijk wel te onderhandelen, geheel conform de nationale gewoonte. Onze Arabisch sprekende Nederlandse gids hield zich wijselijk afzijdig, onze chauffeurs waren aan zet. En zeker die van onze four wheel-drive, de oudste en kalmste. Wij moesten als tamme konijntjes in onze hokken blijven zitten. Wat zich bij de vanzelfsprekend woordrijke en verhitte onderhandelingen afspeelde? Dat kan ik hooguit raden. Maar op zeker moment komt onze chauffeur rustig terug wandelen, doet een vakje in het dashboard open en haalt daar tot onze stomme verbazing een overmaats pistool uit. Dat hij voor het verzamelde volk omzichtig ergens in zijn lange jurk verborg. Met wel de geruststellende opmerking dat we ons nergens zorgen over hoefden te maken, dit had niets met ons te maken.

Blijkbaar leidde deze onderhandelingstactiek tot een tevredenstellende overeenkomst. Wij dus met onze bagage, staand in de achterbakken van de trucks, ingewanden en hersensschuddend naar boven. Over een hobbelig geitenpad met diepe afgronden ernaast. De lekke band onderweg laat ik buiten beschouwing. Net zoals het ingestorte wegdeel met bijbehorend geklauter met bagage eroverheen en het bestijgen van al klaarstaande nieuwe trucks aan de andere kant van die instorting.

Dat we uiteindelijk hortend en stotend over een grote trap met uitgehouwen treden het dorp binnenreden heeft wel tot onderstaand schilderij geleid.

Toos van Holstein, Shihara (olieverfschilderij)

’t Werd een memorabel nachtje in het plaatselijke ‘paleis’. Wij vrouwen moesten gescheiden slapen van de mannen. Die natuurlijk een grotere en mooiere slaapzaal kregen. Met ook dikkere op de grond liggende matrassen. Wij kregen een bewaakster voor de zaaldeur, de mannen vanzelfsprekend niet. Maar wel hadden beide seksen in een zaalhoek een gat in de vloer waardoor je direct naar beneden keek op de binnenplaats. De WC! Precies zoals vroeger in onze middeleeuwse kastelen. Met dan vaak een slotgracht eronder. Zullen we ’t maar plaatselijke charme noemen? Het dorp was overigens weer van zo’n Jemenitische organische bouw die elke westerse architect verplicht zou moeten bestuderen.

Die fascinerende Jemenreis is er een om nooit te vergeten. En dan heb ik ’t nog niet eens gehad over dat in colonne rijden door de woestijn van de Marib. Met voor en achter ons door soldaten bemande jeeps met mitrailleurs erop. Standaardprocedure voor onze veiligheid. Er werden daar namelijk nog wel eens toeristen ontvoerd door stammen. Ook een standaardprocedure. Voor het vangen van losgeld. Tot volgende week.

TOOS

Beleef de wereld van beeldend kunstenaar TOOS van Holstein, haar kunstleven, haar ervaringen, haar ideeën

%d bloggers liken dit: