De geïmproviseerde Gubbio-banner òftewel Italië in een notendop


Of er een verschil is in culturen tussen Italië en Nederland? Zekers! Ik heb niet voor niks diverse exposities gehad in de laars van Europa. Daarbij kan dan een grote mate van flexibiliteit heel nuttig blijken. Daarom wil ik jullie het volgende, kostelijke en cultuurgebonden verhaal niet onthouden. Gubbio, de stad waar ik nu verkeer, is plaats van handeling (lees ook voorgaande blogs).

Gubbio

Maar de proloog begint in ons eigen, soms wat over georganiseerde Nederland. In aanloop naar de internationale groepstentoonstelling ‘Arte incontra Artigianato’ hier in Gubbio had levensgezel regelmatig overleg met Martin Impelmans van de organiserende stichting Grenze(N)loze Kunst. Onder andere over publiciteit. Martin moest als Italiaans sprekende maar Nederlandse spin in het Gubbiaanse gemeenteweb allerlei zaken en zaakjes regelen. Ook dus die pr. En wat is tegenwoordig een expositie zonder uitbundig wapperende vlaggen en aandachttrekkende metershoge banners op buitenmuren. Wat in Gubbio dus per definitie middeleeuwse en derhalve beschermde muren zijn. Dat er daarin op wonderbaarlijke wijze wel eens wat verdwaalde spijkers en schroeven  verzeild zijn geraakt? Dat is natuurlijk geschiedenis. Toestemming voor nieuwe spijkers en schroeven? Ojee, dan hebben we een groot probleem, Professore Impelmans! Dat kunnen we echt niet toestaan. Dan kun  je als Nederlander hoog of laag springen, maar Italiaanse ambtenaren kennen hun Italiaanse regels natuurlijk veel beter dan zo iemand uit het hoge noorden. Regels waarvan ambtshalve geen letter, hoe klein ook, mag worden afgeweken. Onder geen beding! Jammer, jammer, Signor Impelmans. Ja maar, die verdwaalde spijkers die er al zitten dan? Ach, u begrijpt vast wel dat wij daar niets van af weten. Conclusie? Geen banners aan de buitenmuur bij de expositie. Vlaggen dan misschien? Want er zitten toch vlaggenhouders hoog in de muur? Oh, maar daarvoor moeten wel speciale vlaggenstokken worden gemaakt. We gaan kijken wat we daaraan kunnen doen. Martin liet al vast vlaggen drukken in Nederland.

Bij de opening op zaterdag 27 juli? Geen banners dus. Maar ook nog geen vlaggenstokken. Toen mijn gastheer en mede-exposant, keramist Giampietro Rampini, opmerkte dat er toch eigenlijk wel wat publiciteit op de buitenmuur moest, vertelde levensgezel hem bovenstaand verhaal. Oh, daar ging hij wat aan doen! Maar de gemeente dan? Kom toch, hadden we die dan nodig? Hij moest nu eerst naar Finland, was woensdag terug en ging donderdag aan de gang. Maar aan Martin mochten we niks vertellen.

Dus op donderdagmiddag loopt Giampietro levensgezel achterop in Gubbio. Harm, Harm die banner! Heb jij een goeie foto van werk van Toos op je laptop? Natuurlijk! Goed, dan gaan we nu aan de slag. Dus werd er, met mij erbij, een langwerpige, abstracte uitsnede van een schilderij gekozen en op USB-stick gezet. Daarna gelijk naar de drukker. Die kon namelijk direct aan de gang. Daar even praten, uitleggen en de start van het drukken meemaken.

de banner begint uit de pers te komen

 

Toen even ergens koffiedrinken met een dolce, de banner van meer dan 3 meter lang bij 1 meter breed na een half uurtje ophalen, terug naar het keramiekatelier, de familie in de persoon van Gampietro’s moeder inschakelen om op haar naaimachine nog iets aan de banner te fiksen en vrijdagmorgen was alles klaar.

klaar!
banner uitgehangen in de keramiekwerkplaats

Nou ja, nog niet helemaal. Want er moesten boven en onder stangen aan en die behoorden natuurlijk wel esthetisch verantwoord te zijn. We zitten uiteindelijk wel in Italië! Stangen dus met middeleeuws aandoend pijlpunten aan weerszijden. Dat deed de smid die vrijdag nog wel even.

Op zaterdagmorgen waren Giampietro en levensgezel uiteindelijk illegaal bezig om gaten in de eeuwenoude muur te boren en de banner te bevestigen. Martin wist niet wat hij zag.

bevestiging van de banner

Giampietro en de verbaasde Martin als de klus is geklaard

Tussendoor moest Giampietro nog wel even weg. Tja, hij had wel veel voorbereid, maar toevallig net niet de juiste maat steenboor en pluggen meegenomen. Nessun problema! Er zat wel een ijzerwinkel om de hoek. Wat weer eens de stelling van levensgezel bewees: improviseren kunnen ze als geen ander, die Italianen.

Heeft daarna een ambtelijk iemand nog iets over die banner gezegd? Nee natuurlijk. En die vlaggen? Die wapperen eindelijk ook. Twee weken na aanvang van de expositie. Italië in een notendop dus. Tot volgende week in de Corriere della Toos.

TOOS

Advertenties

Ik wou dat ik twee Toosjes was, dan …….


de wandelgangen van de Middelburgse Abdij

In een bundel van Michel van der Plas van lang geleden stond het heerlijke gedicht:

Ik zit mij voor het vensterglas

onnoemlijk te vervelen.

Ik wou dat ik twee hondjes was,

dan kon ik samen spelen.

Hier in het Italiaanse Gubbio, in de provincie Umbrië, kwam de volgende variatie in me op:

Ik wou dat ik twee Toosjes was,

Dan had ik me kunnen delen.

 Want dat was eind vorige week best handig geweest. Eén Toosje in Gubbio en één Toosje in Middelburg. Waar het 20-jarig bestaan van onze onvolprezen Kunst en Cultuurroute werd gevierd. Met de opening van een drie weken durende speciale expositie (zie de affiche) en het afscheid van onze net zo onvolprezen, jarenlange voorzitter Jan Kiewiet. Maar ja, ik zit voor een viertal weken vast in Gubbio. Wat trouwens geen straf is te noemen!

afscheid van voorzitter jan Kiewiet
bezoekers bij mijn bijdrage aan de tentoonstelling in de wandelgangen

Dus kon ik Jan geen stevig bedankende afscheidshand geven in de kloostergangen van de Abdij, kan ik niet onze gezamenlijke expositie daar aanschouwen en mis ik ook nog eens de speciale tentoonstelling ‘Omarm Vrijheid’. Plaatsvindend in de zelden geopende crypten onder die kloostergangen. Echt een moetje, die crypten, prachtig! Een beetje wrang daarbij is eigenlijk wel dat ik zelf nog het idee voor die tentoonstelling heb aangedragen.

 

de expositie ‘Omarm Vrijheid’ in de crypten

Want hebben we in Middelburg niet elke twee jaar de uitreiking van de bekende en prestigieuze Roosevelt Awards? Gebaseerd op de Four Freedoms van USA-president Roosevelt: Vrijheid van godsdienst, Vrijheid van meningsuiting, Vrijwaring van gebrek, Vrijwaring van vrees.

Mij leek ’t een inspirerend idee daarmee aan de gang te gaan op basis van uitspraken van laureaten die in het verleden zo’n Roosevelt Award hebben ontvangen. Veertien routedeelnemers, met mij erbij, hebben een kunstwerk gemaakt op basis van zo’n uitspraak. Die van mij? ‘For me peace is not only the absence of war but the absence of fear’. Een uitspraak van de dappere, jonge Pakistaanse vrouw Malala Yousafzai die als meisje door een achterlijke Taliban in haar hoofd werd geschoten. Had ze maar niet moeten pleiten voor onderwijs voor meisjes. Want stel je eens voor dat vrouwen ontwikkeld zouden raken! Te gek voor woorden toch? De wereld, zijn bekrompen en enge wereld dus, zou ten onder gaan. Malala overleefde het en reist nu de wereld over om te pleiten voor de vrouwenrechten. Een vrouw naar mijn hart dus.

mijn bijdrage aan ‘Omarm Vrijheid’
aan een muur in Perugia

Daarom voelde ik me vorige week bij een bezoek aan Perugia, de hoofdstad van Umbrië, extra getroffen. In zo’n steile kronkelstraat van de ook daar weer magnifieke middeleeuwse kern werd ik plots geconfronteerd met een geschilderd portret van haar aan een muur. Toeval? Ja, natuurlijk. Maar wel een bijzonder toeval.

 

Gelukkig kan ik mijn afwezigheid tegenover mijn Middelburgse kunstgenoten wel verantwoorden. Want het is hier ook werken geblazen. In het atelier van mijn gastheer, keramist Giampietro Rampini. Als onderdeel van de ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato'(Art meets Craftmanship) hebben we namelijk een samenwerking opgezet. Ik ga keramiek van hem beschilderen. Een nieuw kunstavontuur. Waarover beslist gerapporteerd gaat worden in de Corriere della Toos.

overleg met Giampietro
bezig met het beschilderen van een bord

Tot volgende week.

TOOS

Het leggen van een kunstei in Gubbio


de bovenstad van Gubbio

Ik hoorde eens beweren dat als alle vrijwilligers in Nederland een paar dagen zouden staken heel ons land direct volledig op z’n gat ligt. Nou zal dat wel niet gaan gebeuren, maar ’t is wel een interessante gedachte. Stel nou eens, op dezelfde manier, dat overal ter wereld alle stichtingen, foundations, fondaziones, Stiftungen, fundações, of hoe ze ook maar heten, plotseling met hun bezigheden zouden stoppen. Zouden we dan met z’n allen niet heel snel wanhopig met de handjes in onze wel of niet kalende kruinen zitten?

bij een van de toegangsdeuren naar de expositiezalen
levensgezel en Giampietro Rampini bezig met mijn ‘Greek tragedy’

Ik weet in ieder geval zeker dat ik dan nu niet in het Italiaanse Gubbio zou verkeren. Want daar hebben de stichting ‘Grenze(N)loze Kunst’ en de fondazione ‘Aion Arte Cultura’ voor gezorgd. Dan was er nu geen ‘Mostra Internazionale d’arte e artigianato’, geen ‘Art meets Craftmanship’ in deze prachtige oude stad in Umbrië, ook bekend door zijn keramisten. En had ik niet als uitgenodigd kunstenaar de eeuwenoude Sala degli Arconi onder mijn hoede mogen nemen. Maar stichtingen staken niet. Vorige week kon ik me dus helemaal uitleven. Met vanzelfsprekend de hulp van mijn ‘mano di tutti’. Maar ook met die van keramist Maestro Giampietro Rampini en een behulpzame medewerker van de gemeente. Die ’t totaal geen probleem vond om ergens in de hoogte mijn lange banners aan het plafond te bevestigen.

uitpakken met de Nederlandse curator Martin Impelmans

 

scherven brengen geluk, zeker die van keramist Rampini

 

overleg met Rampini over de keramiekopstelling op zijn tafel

Afgelopen zaterdag was in het stadhuis aan het prachtige PiazzaGrande de opening. Op z’n Italiaans natuurlijk. Wat dat betekent? Een opening om 18 uur waarbij het getal achttien natuurlijk best wel rekbaar blijkt. Waarbij de burgemeester en minimaal 4 tot 5 andere verantwoordelijken in het Italiaans ’t een en ander mooi dienen te verwoorden. En waarbij natuurlijk een geschenk wordt overhandigd aan de stad. In dit geval mijn steendruk ‘Fiësta’. Toch een heel leuke eer dat ik dit zelf mocht doen. Wel in het Engels. Want Italiaans hoort, jammer genoeg, niet tot mijn actief taalbeheer.

opening in het middeleeuwse stadhuis
overhandiging van mijn steendruk aan de burgemeester
het doorknippen van het lint
bezoekers in ‘mijn’ zaal bij de opening

Daarna volgde een optocht door dalende en slingerende middeleeuwse straatjes en dito trappen naar de expositiezalen. Al waar de burgemeester eerst nog even het traditionele lint moest doorknippen. Bij ‘mijn’ zaal nog wel! En toen mocht de prosecco gaan bruisen. Nou, zeg daar maar eens nee tegen.

Was er dan geen Italiaans diner,Toos ? Ja, allicht was dat er! Maar dan op zondagavond. In aanwezigheid van heel wat deelnemende kunstenaars. Ook weer zoiets waar geen nee bij hoort. Want die Italiaanse keuken? Daar lust ik wel pasta van!

Dus is het absoluut geen straf hier nog een aantal weken te ‘moeten’ verblijven. Onder andere om samen te werken met al genoemde Giampietro Rampini in zijn keramiekatelier. Een nieuw kunstavontuur waar ik echt naar uit kijk. Reken dan ook maar op meer Italiaans nieuws de komende tijd in de ‘Corriere della Toos’. Tot volgende week.

TOOS

Politieke kunstcorrectheid


Venetië

Die beroemde Biënnale van Venetië is altijd een kunstfeest van grote tegenstellingen. Levensgezel, kunstliefhebbende buitenstaander, zegt altijd dat driekwart niks is en het resterende kwart echt de moeite waard. Eerlijkheidshalve moet ik daarbij wel vermelden dat mijn ‘niks’ bij hem een wat scherper 4-letterwoord is. Maar als kunstenaar heb ik toch altijd wat meer schroom om dat zo uit te drukken. Ik houd me dus bij die ‘grote tegenstellingen’.

Wat in ieder geval dit jaar zondermeer onder levensgezels goeie kwart viel was het Nederlandse paviljoen. Eindelijk weer de moeite waard na enkele onpruimbare edities. Er hingen zelfs schilderijen! En dat was echt lang geleden.

Absoluut een interessant geheel dat zelfs aan Mondriaan refereerde. Terwijl ’t ook nog helemaal past in de huidige sociaal gewenste moderne-kunst-context. Zal ik dat maar eens even op een heel persoonlijke manier uitleggen?

Biënnales en andere grote kunstmanifestaties vormen natuurlijk het terrein waarop de bobo’s van de moderne kunst zich helemaal kunnen uitleven in de politiek correcte kunsttrends van nu. Zo MOETEN tegenwoordig kunstenaars in hun werk ‘commentaar’ leveren op de globalisering, de klimaatproblemen, het vluchtelingenvraagstuk, het slavernijverleden van de westerse wereld, de minderhedenvraagstukken, de armoede in de wereld en nog zo wat van die hete hangijzers. Want stel je eens voor dat ik als kunstenaar gewoon alleen maar lekker bezig zou willen zijn in mijn atelier. Gewoon mooie, esthetische dingen creëren. Toos, kom nou toch! Nee, wij MOETEN het voortouw nemen en de wereld de juiste weg wijzen met onze kunst. Vandaar dus de foto hieronder.

In dat slecht onderhouden schip zijn een paar jaar geleden honderden Afrikaanse vluchtelingen verdronken toen de boot op weg naar Italië zonk. Een afschuwelijke gebeurtenis die toen uitgebreid het nieuws haalde. Reden om voor de Biënnale dat schip te lichten en op het terrein van het Arsenale tentoon te stellen. Dat heeft natuurlijk een aardige cent gekost. Had dat geld beter besteed kunnen worden? Heeft dat met kunst te maken? Zeg ’t maar!

Nog iets anders uit het Arsenale.

Prachtig gemaakte en uitgelichte portretten van de armst mogelijke sloebers uit Mumbai. Bij mij plopte direct dat unieke woord ‘dubbeldunk’ op. Ooit bedacht door taal en tekenkunstenaar Marten Toonder voor zijn Bommelstrips. Ik neem aan dat die mensen betaald zijn voor het poseren, maar voor mijn gevoel zit hier een heel diepe dubbele bodem in. De kunstenaar geeft aandacht aan de armsten der armen en probeert te gelijkertijd met die foto’s roem te vergaren om zichzelf op te stoten in de kunstvaart der volkeren. Voor mij dubbeldunk in de ware zin van het woord.

Zo waren er ook diverse, beslist intrigerende en fotogenieke installaties gemaakt plastic. Van zowel nieuw als afvalmateriaal. Suggesties van een soort fantasie koraal en onderwaterwereld.

De plastic soep in de oceanen heeft bij de kunstenaars vast een rol gespeeld. maar ik vroeg me wel gelijk af wat er met al dat plastic gebeurt na de biënnale.

Vanuit de US is een discussie overgewaaid over de weinige aandacht die in de KUNSTwereld tot nu toe werd gegeven aan minderheden. Zoals bijvoorbeeld Afro-Amerikanen. Want die KUNSTwereld is er toch vooral een van witte mannen. Vrouwelijke witte kunstenaars zijn daarin namelijk slecht vertegenwoordigd. Maar dat is een ander verhaal. Het gevolg van die discussie? Ineens veel meer werk van en over onze zwarte medemens.

oh ja, ook zo’n uiting van echte KUNST, een muurtje als statement

In al die sociaal wenselijke trends past voor mij ook het Nederlandse paviljoen. Met twee kunstenaars van Surinaamse roots,  Remy Jungerman (1959) en Iris Kensmil (1970). Waarbij de laatste met haar schilderwerk duidelijk refereert aan het zwarte feminisme. Heel goed, die aandacht. Maar bij de hele biënnale vroeg ik me wel af wat de kwaliteit er van zou worden als de kunstbobo’s nu eens al dat politiek correcte overboord zouden gooien en puur voor de kunst zouden gaan. Zou dat een verschuiving veroorzaken tussen het 3/4 en 1/4 van levensgezel? Hier in ieder geval nog een paar mooie plaatjes.

expositie in zo’n prachtig oud palazzo
een volledig Nederlandse muur met als curator vriend René de Vreugd
expositie van de wereldberoemde Baselitz in de Academia
prachtig lichtspel in het Arsenale
nog een voorbeeld van Groot en Veel (zie vorige week)

Tot volgende week.

TOOS

Maak ’t groot en maak ’t veel, dan wordt ’t KUNST


Weer terug naar Venetië na vorige week als plotsklapse noodzakelijke onderbreking het melden van mijn nominatie voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar. Nu dus toch die Biennale di Venezia. Elk oneven jaar voor mij als kunstenaar een onverbiddelijke must. Niet omdat alles wat daar onder de noemer kunst wordt gepresenteerd nou zo overweldigend  is.  Maar gewoon om op de hoogte te blijven van zowel het goede en slechte als het ridicule en te genieten van de ambiance van die unieke stad. Want reken maar dat je tegen zogenaamd kunstzinnige uitingen aanloopt  waar ik voor mezelf heel grote vraagtekens bij zet. Wat bijvoorbeeld te denken van die koe hieronder?

Die draait de hele dag rondjes op z’n railtje. Uitgezocht en geautoriseerd door de hoofdcurator van de Biennale die voor dit soort kunstuitingen  twee jaar lang de hele wereld over reist. ‘Wat moet ik hiermee’, denk ik dan.  Zeker als ik het bijbehorende verhaal na twee keer lezen ook nog steeds niet begrijp. Zoals een vriend dat een aantal jaren geleden eens heel mooi uitdrukte, ‘hier ben ik geestelijk nog niet aan toe’. Je kunt ’t natuurlijk ook gewoon ‘kunstkul’ noemen. En reken maar dat je dat veel tegenkomt. Naast echt prachtige zaken. Zoals bijvoorbeeld in het officiële Russische paviljoen op de Giardini, het park en heilige kunstplek waar in 1895 de 1ste Biennale di Venezia startte.

Kom ik daar zomaar ineens een hele installatie tegen gewijd aan Rembrandts beroemde schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’ dat hangt in de Hermitage in Sint-Petersburg. Een in het duister gehuld geheimzinnig en intrigerend geheel waarover ik in de Nederlandse pers niets had gelezen. Ook dat is voor mij dan weer onbegrijpelijk in een jaar waarin je bij ons onmogelijk om alle Rembrandt-manifestaties heen kunt.

Waar je op de biënnale in ieder geval ook niet omheen kunt is het ‘groot en veel’. Levensgezel formuleerde dat lang geleden zo: ‘maak ’t groot en maak ’t veel, dan wordt het vanzelf KUNST’. Kunst met hoofdletters dus. Voorbeeldje. Zet in een grote ruimte een ouwe, lege melkfles neer en iedereen denkt dat iemand die fles is vergeten. Zet er een paar duizend neer, maak er een liefst wat ingewikkeld en onbegrijpelijk verhaal met veel dure woorden bij en ’t is ineens een kunstinstallatie. Of zet een pop van een baby neer en men denkt ‘het zal wel’. Maak diezelfde pop 6 meter hoog en iedereen staat vol bewondering te kijken. Want dan is het indrukwekkend. Van dat mechanisme wordt in de kunst veel gebruik gemaakt. Ook weer op de biënnale nu. Kijk maar.

Zet je een zo’n ding neer, dan is ’t niks. Maar een heleboel in strakke rijen zoals op onze tulpenvelden? Dan kom je in een landenpaviljoen op de Giardini.  Nog een aantal variaties hierop? Vooruit.

Bij de laatste foto, gemaakt in het Arsenale (het tweede grote expositieterrein), probeerde ik even zo’n zwart geval op te rapen en te bekijken. Oeps, foutje! Er was gelijk iemand bij die vertelde dat alles precies zo moest blijven liggen als het lag. Nou, vooruit dan maar, dan maar geen vingerafdruk achterlaten op de Biennale!

Je kunt natuurlijk ook een hoop losse motorpakken in het Arsenale draperen over balken en trappen.

Hier ook nog wat voorbeelden van ‘maak het groot, dan wordt ’t kunst’.

Overigens kan dat heel goed werken en een bijzonder indruk achterlaten zonder geforceerd over te komen. Zoals in de kerk San Giorgio Maggiore waar elke biënnale wel iets bijzonders is te zien.

Of dit op een afgelegen gedeelte van het Arsenale.

Wat dan naar mijn mening weer niet kan worden gezegd van deze installatie in de grote, te restaureren San Lorenzo kerk waar ik 4 jaar geleden exposeerde.

Komende keer nog meer Biennale, met ook echt mooie en intrigerende kunst en een snuf politieke correctheid. Tot volgende week.

TOOS

De verkiezing voor de Kunstenaar van het Jaar 2020 is losgebarsten!


Die foto hierboven met een brede glimlach heeft een heel duidelijke, vrolijke verklaring. Want was ik van plan hier deze week nog wat meer over Venetië en de Biënnale te schrijven, haalt de heel prettige actualiteit me in. In mijn achterhoofd wist ik ’t eigenlijk wel, maar in die architectonische wonderstad was ’t echt tot in een zeer verre uithoek van mijn grijze cellen weggedrukt. Wat? De verkiezing van de Kunstenaar van het Jaar. Die start namelijk altijd op 1 juli. Met als uiteindelijk resultaat de bekendmaking van de winnaar begin november. Zij of hij mag zich dan de Kunstenaar van het Jaar 2020 noemen.

 Ik heb er voorgaande jaren al wel vaker over geschreven. Omdat het door de jaren heen geleidelijk aan veranderend kunstpanel mij elke keer opnieuw weer gunstig is gezind met een nominatie. Zo ook nu. Toch mooi van die zo’n 100 museumdirecteuren, conservatoren, docenten kunstgeschiedenis, kunsthistorici,kunstrecensenten en verzamelaars.

Dus zit ik opnieuw in de groep van 90 genomineerde kunstenaars. Met daaronder natuurlijk niet de minsten. Even een greepje. Marlene Dumas, tegenwoordig miljoenen waard. Jeroen Krabbé, jazekers, die heeft de kunstacademie gedaan. Erwin Olaf, de beroemde fotograaf die net een expositie in het Haags Gemeentemuseum afsloot en een nieuwe opende in het Rijksmuseum. Daan Roosegaarde, de regelmatig omstreden kunstenaardesigner die nu een tentoonstelling heeft in het Groninger Museum. herman de vries, ja, zo wil hij zelf zijn naam geschreven hebben, die wat jaartjes geleden het Nederlands paviljoen bij de Biënnale in Venetië tot zijn beschikking had. En daar mag ik, alfabetisch, zomaar weer tussen staan.

Logisch toch dat ik Venetië even voor een weekje opschuif en iedereen graag wil wijzen op die verkiezing: https://kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2020/ronde2/? Of je op mij zou willen stemmen ga ik natuurlijk niet vragen. Maar dat ik ’t op prijs stel, ligt vanzelfsprekend wel een ietsiepietsie voor de hand. ’t Zou sowieso al heel leuk zijn als ik in deze ronde kan doordringen tot bij de laatste 25 kunstenaars die dan weer door de mallemolen van het kunstpanel gaan. De komende paar maanden is in ieder geval de keus aan het kunstliefhebbende publiek.

En voor die nieuwe Venetiaanse avonturen?

En deze Venetiaanse foto? Volgende week de oplossing.

Tot volgende week.

TOOS

Venetië, altijd een feessie!


Venice by night
gondelfile bij de Brug der Zuchten, niet doen, zoiets

Als ik vertel dat ik Venetië altijd een feest vind om heen te gaan, krijg ik vaak de reactie ‘maar Toos, dat is een soort Disneyland geworden, daar loopt ’t toch over van de toeristen ‘. Klopt. Zo’30 miljoen per jaar. En dat gaan er vast nog meer worden. Maar toch! Als je de stad kent, en dat doe ik na vele bezoeken zo langzamerhand wel, valt ’t heel erg mee. Gewoon de Venetiaanse varianten van de Amsterdamse Dam en Kalverstraat mijden en zie daar, rust! Want al die dagjestoeristen, 80% van het totaal, willen alleen maar naar de Rialtobrug en het San Marcoplein. Want dan hebben ze Venetië gezien. Denken ze. Ik ben vorige week, toen ik in La Serenissima, de Allerdoorluchtigste, verkeerde dan ook niet één enkele keer op dat plein met al die schijtduiven geweest.

buiten de Kalverstraat

Nee , ik kwam voor de wereldberoemde Kunstbiënnale van Venetië. Die heeft twee kernterreinen. De oude Giardini met heel veel landenpaviljoens en het Arsenale. Het uit de middeleeuwen stammende industrieterrein met zijn indrukwekkende gigantisch lange en hoge hangars. En weet je hoeveel bezoekers daar komen in de Biënnale periode van mei tot november? Ongeveer een half miljoen! In het veel kleinere Rijksmuseum komen er meer. Maar daarover een andere keer. Nu gewoon eerst  ‘mijn’ Venetië, waar ik in de loop der tijden drie keer heb geëxposeerd.

Daardoor maak ik elke keer ook een vaste gang naar het restaurant Aciugetha. Afkomstig van acciuga, Italiaans voor anchovis. Ergens in de jaren 90 aten we daar met een stel kunstenaars na een opening en heb ik een aquarelletje gemaakt voor de eigenaar. Dus moet ik toch regelmatig even controleren of mijn kunstwerk er nog aanwezig is. En ja hoor, ’t hangt er nog steeds. Zelfs op een officiële foto van hun website kon ik het ontdekken. Daar laat ik mijn kunstenaarsego toch graag door strelen.

het plein waaraan het restaurant Aciugheta
bij mijn aquarel daar

Het woord kunst  zou je trouwens wel als een synoniem kunnen zien voor Venetië. Afgezien van de moderne biënnale en alle andere eeuwenoude kunstschatten  is de stad al kunst van zichzelf. Die je dan al wandelend of varend tot je kunt nemen. Want lopen zul je! Geen auto’s, geen brommers, geen fietsen. Alleen de benenwagen en de vaporetto, de waterbus. Heerlijk gewoon. Daar horen natuurlijk ook terrassen bij. En dan niet die aan de Kalverstraat maar gewoon in de wijken waar de echte Venetianen wonen. Zoekt en gij zult vinden.

aan het tekenen op zo’n rustig terras
op een Venetiaans feest tussen de Venetianen met een Venetiaanse vriendin, curator Efthalia Rentetzi
de kade van Giudecca

Dan geniet je daar van je spritz in relatieve rust, want ’t blijven vanzelfsprekend wel italianen waar je tussen zit. Dit keer zaten we veel op Giudecca, een wijk en eiland even buiten alle drukte. Op een terras met het kanaalwater klotsend tegen de kade bij je voeten en een heerlijk uitzicht. Tussen de Italiaanse bambino’s en bambina’s met bijbehorende moeders en grootmoeders. Met de arbeiders die er einde middag hun aperitief komen halen. En de enkele  erheen gedwaalde toeristen. Leven als God in Venetië!

het Canal Grande, gezien vanuit een van de prachtige paleizen
ook het huisvuil moet vanuit Venetië per boot vervoerd worden
zo’n prachtig verweerde muur in Venetië
een zaal in een van de vele prachtige paleizen
hoezo geen rustige plekjes in Venetië?

Oh ja, en die spritz die tegenwoordig zo heel erg in is, overal in Europa, schijnt dus echt uit Venetië te komen. We ontdekten dat drankje daar al weer heel wat jaren geleden. Heerlijk: voor ons 1/3 prosecco, 1/3 bruisend mineraal water en 1/3 Campari. Want met dat wat bittere laatste is ie veel lekkerder dan met die zoetige Aperol. Proost! En tot volgende week.

TOOS

Een kunstinkijkje in de wereld van beeldend kunstenaar TOOS van Holstein: ervaringen, ideeën en ART

%d bloggers liken dit: