Categorie archief: beelden

Een ESPERIENZA SUPERBA in Gubbio


Tegenwoordig is een gebeurtenis al heel snel een ‘experience’, een ‘once in a liftetime’, een ‘super event’. Want én in het Engels én met ‘super’ ervoor ben je natuurlijk helemaal up to date in je spraakgebruik. Nou, een paar dagen geleden, op 15 mei, heb ik een echte ’ESPERIENZA SUPERBA’ meegemaakt. Het Festa dei Ceri, in het Italiaanse Gubbio. Vorige week gaf ik al even een voorzetje, maar ’t echt meemaken? Daar kan beslist niets tegenop.

Toen ik in juli/augustus 2019 door de kunst in het unieke Gubbio verzeild raakte, werd ’t me er door iedereen daar al heel snel op mijn hart gedrukt: ‘Toos, die Ceri moet je assoluto mee gaan maken’. En omdat ik toen het levendige, middeleeuwse Gubbio al in datzelfde hart had gesloten, was mijn voornemen snel gemaakt.

Maar ja, er kwam iets met corona tussen! Mensenmassa’s werden verboden dus het Festa dei Ceri ook. Dat heeft hier in 2020 en 21 ontzettend veel pijn gedaan, dat merk ik aan alles. Dus hoe groot was de opluchting dat het dit jaar weer werd toegestaan door ‘Rome’. Ze mogen, met enige beperkingen, weer bijna helemaal los! Want dat Festa ligt niet alleen al eeuwenlang volledig verankerd in de geschiedenis en cultuur van Gubbio  maar ook in het DNA van de Eugubino, de bewoners. Het word  je van baby af aan met volle paplepels, wapperende vanen, kleurige kledij, denderend tromgeroffel en spetterende voorfeesten al spelenderwijs ingeprent.

overal vanen in de stad met de bijbehorende kleuren van de heiligen
ook in de kledij van de kinderen
en af en toe een trommelfeestje
de drie heiligen waarom alles draait bij het Festa dei Ceri: in het midden Sant’Ubaldo (geel), links San Giorgio (basiskleur blauw) en rechts Sant’Antonio (zwart) met een vlam in zijn hand

Die drie beelden van stadsbeschermheilige Sant’Ubaldo, van drakendoder San Giorgio en van asceet Sant’Antonio moeten en zullen op hun ceri, hun pilaren, eens per jaar al hollend door de oude stad en tegen de berg op naar de Basilica di Sant’Ubaldo gebracht worden. Om dan ’s avonds laat in processie de berg weer af te dalen.

helemaal boven op de berg de Basilica di Sant’Ubaldo
de drie ceri die daar het grootste deel van het jaar staan

De drie ceri blijven dan wel achter in de basiliek. Die mogen pas het jaar daarop, op 1 mei, in een andere processie weer naar beneden.

in de processie naar beneden

Best logisch, toch? Of is dat een volstrekt verkeerde vraag? Ja, natuurlijk! Want zulke eeuwenoude tradities zijn ooit een keer met een idee begonnen, om daarna verder uitgebouwd te worden. Maar de eventuele logica erachter, zo die er al was, is natuurlijk lang geleden al in een dikke historische mist verdwenen. Nu is ’t gewoon zoals ’t is. En terecht. Waar zou onze cultuur zijn zonder mooie tradities? Vormen die er geen onverbrekelijk geheel mee?

Zo ook dus de happening op het Piazza Grande waar de ceri op 1 mei aankomen om daar ceremonieel het Palazzo dei Consoli te worden binnengedragen. Hoewel, ceremonieel? Bekijk het gigantische gekrioel en geduw maar eens waar levensgezel zich met levensgevaar in stortte.

https://www.facebook.com/TOOSvanholstein/videos/300150018980854/

Maar deze ceremonie is slechts een voorproefje voor die 15e mei. Dan pas gaan de Eugubino, na zich vooraf al een paar dagen ingefeest te hebben, echt hélemaal uit hun dak. Met een programma dat ’s morgens om half zes begint en ’s avonds onbepaald laat pas eindigt. Met daarbij de ceraioli in de hoofdrol. De drie groepen van stevige mannen (hoezo emancipatie, traditie is traditie!) die dat jaar uitverkoren zijn om de ceri te dragen. Een grote eer maar ook een volstrekte uitputtingsslag. Wat ze er overigens niet van weerhoudt om, samen met de andere Eugubini, Gubbio tot in de vroege uurtjes nog lang onrustig maar ook veilig te laten blijven. Ondanks alle gewring in de drukte heb ik geen wanklank meegemaakt. Echt een ongelooflijk mooi volksfeest! Hier wat foto’s.

ongelooflijke drukte in de straten

en op de Piazza Grande met allemaal belangrijke deelnemers op het bordes van het Palazzo dei Consoli
Piazza Grande
jong geleerd, oud gedaan

En een paar video’s. Eerst een korte eigen film die ook op Facebook staat en dan een paar prachtige professionele. Die moet je echt zien!!!

https://www.facebook.com/TOOSvanholstein/videos/389241303216003

Mijn keramist Giampietro brak ooit een keer een knieschijf toen hij als ceraiolo viel. Einde ceraioli-carrière! En mijn pottendraaier Daniele (lees vorige week) heeft er na een aantal jaren een punt achter gezet. Hij voelde dat zijn lijf het niet meer aan kan. Reken maar dat hij daarvan baalt.

de ceri tijdens een rustpauze op weg naar de berg
met de bijbehorende ceraioli, de dragers

En reken er ook maar op dat ik nog wel eens ga terugkomen op dit Festa dei Ceri.

Oh ja, en op 16 mei wordt dan nog de sterfdag van Sant’Ubaldo herdacht. Kun je ’s morgens bij de mis in de Basilica boven op de berg devoot en in alle rust bijkomen.

het lichaam van Sant’Ubaldo in zijn eigen basiliek

Tot volgende week.

TOOS

De Verrassing van de Twee Parallelle Ei-Werelden


Als iemand me een paar maanden geleden had voorspeld dat ik, zoals hierboven, begin mei in het Italiaanse Gubbio naast een meer dan menshoog stenen ei zou staan, zou ik net zo ongelovig zijn geweest als de Bijbelse Thomas. Natuurlijk wist ik dat ik eind april opnieuw voor vier weken in Gubbio zou neerstrijken. Dat was al lang geleden afgesproken. En natuurlijk wist ik dat ik in Gubbio met eivormen van keramiek aan de gang zou gaan. Want mijn twee eigen ei-ontwerpen op mm-papier waren via internet al terechtgekomen bij Giampietro Rampini.

Giampietro Rampini?  Ja, die! Mijn eigenste, in mijn hart gesloten keramist in het prachtige middeleeuwse Gubbio. Met wie ik de afgelopen jaren al een paar keer heb samengewerkt (lees bijvoorbeeld hier en hier en hier maar) waardoor ik ook de stad al aardig heb leren kennen.

Ik had zelfs al ideeën geschetst van wat ik met die  veertig cm hoge eieren wilde gaan doen als pottendraaier Daniele er acht stuks van had gemaakt voor Giampietro. Vier van de slankere en vier van de iets dikkere vorm.

samen met Giampietro bekijk ik hoe Daniele in zijn studio de laatste hand legt aan mijn eivormen
het resultaat staat klaar

Maar dat veel grotere en ook nog stenen ei? Hoe zit dat dan? Wel, begin maart werd er door Facebook zomaar een ei op mijn scherm gelegd. Wat bleek? Gubbio bezat al sinds 1976 een 2,30 m hoog, uit brokken steen opgebouwde eivormig beeld. Een monumentale sculptuur die toen als het eerste Italiaanse feministische kunstwerk in de openbare ruimte werd beschouwd. En dat kende ik helemaal niet!! Wat raar. Maar de verklaring bleek simpel. In 2004 was het holle ei in elkaar gestort tot een hoop losse stenen. Maar nu was het gerestaureerd. Reden om het ter ere van de 100ste geboortedag van kunstenaar Mirella Bentivoglio (1922-2017) in maart op de oorspronkelijke plek terug te zetten.

Om daar hernieuwd te getuigen van de rijke symboliek waarmee Bentivoglio het destijds had opgetuigd. Hier even haar heel lange verhaal heel kort gemaakt. “Het ei als oorsprong van het leven, maar wel met de naam ‘Voor de gestenigde overspelige vrouw’. Een hol ei ook dat het denkbeeldige gestenigde lichaam kan omvatten. Want hoeveel vrouwen, verdacht van overspeligheid, zijn er in het verre verleden  wel niet gestenigd? Maar tevens een ei dat kan worden gezien als een vredesverdrag tussen man en vrouw, als teken van gelijkwaardigheid. Daarbij, om Gubbio te eren, een ei opgebouwd uit de grijzige steen waarmee vrijwel het hele middeleeuwse centrum van Gubbio is opgetrokken.“

Gubbio by night

Oh ja, ook deed Bentivoglio nog onderzoek naar taal met in het bijzonder de letter ‘O’. Logisch dat de bevolking het beeld ‘Ovo’ ging noemen. Afgeleid van het Italiaanse uovo voor ei.

Nou, daar sta je dan als Toos van Holstein met je eigen ei-project. Gewoon omdat je die vorm zo mooi vindt en daarmee graag aan de gang wilt in het keramiekatelier van Giampietro. Of, of? Dat is ook weer niet helemaal waar. Want kijk maar eens naar onderstaande foto’s met al die kruiken in het Museo Brocche d’Autore in Gubbio (brocche=kruiken).

Daarin zit natuurlijk toch wel die eivorm. En dat museum bestaat echt niet zomaar. Dat heeft te maken met de diep gewortelde, eeuwenoude traditie van het Festa dei Ceri. Het Feest van de Kaarsen, een gigantische happening op 15 mei rond drie heiligen. Sant’Ubaldo als beschermheilige van de stad, san Giorgio (onze Sint Joris, die van de draak) en sant’Antonio abate (onze Sint Antonius van Egypte, de vader van het kloosterleven).

Wacht even! Op 15 mei? Ja, ook één van de redenen dat ik juist in deze tijd hier ben. Maar dat wordt een ander verhaal. Nu ben ik eerst nog druk bezig om mijn eigen eieren te leggen. Kijk maar.

bezig in het keramiekatelier van Giampietro Rampini

En daar sluipt dus toch langzaam aan de nodige symboliek in. Zelfs met Sant’Ubaldo, san Giorgio en sant’Antonio. Opnieuw een ander verhaal. Tot na 15 mei, tot volgende week.

TOOS

De Demonische Goden en De Kakkerlakken-Snelweg van Teotihuacan: een ReisKunst-verhaal


Toos van Holstein, Teotihuacan I (marouflé)

Heb je wel eens een tweebaansweg gezien met aan weerszijden voortsnellende kakkerlakken? Mexicaanse kakkerlakken? En dat dan ook nog in een hotelkamer? ’t Overkwam levensgezel en mij tijdens onze rugzakreis door Mexico toen we waren aangeland in de buurt van Teotihuacan. Voor een luttel aantal peso’s verkregen we een kamer als een balzaal met daarin een navenant groot bed. Niet onaardig natuurlijk. Tot! Tot ik plots die kakkerlakken-snelweg dwars door onze balzaal op het netvlies kreeg! En dat terwijl ik altijd al een gloeiende hekel aan dat tuig heb gehad. Gelukkig stonden de beddenpoten in met petroleum gevulde potjes. Want, zo wist men bij de receptie, kakkerlakken hebben dan wel een zeer breed ontwikkeld smaakpatroon, maar zwemmen in een badje petroleum? Daaraan hadden zíj dan weer gloeiend de pest.

deel van het tempelcomplex van Teotihuacan

Afgezien van die Teotihuacaanse kakkerlakken was de rest een prachtige ervaring. Want als je Teotihuacan zegt (levensgezel bedacht voor die nogal tongverstruikelende naam het ezelsbruggetje Theo-die-wat-kan), zeg je ook Piramide van de Maan en Piramide van de Zon. Gigantische, bijna tweeduizend jaar oude, hoge steenconstructies omringd door allerlei andere overgebleven tempelresten. Één van de uitgebreidste archeologische plekken in Mexico. En dat zegt wel iets in een land waar nog heel veel architectuur is terug te vinden van precolumbiaanse volken als de Olmeken, Maya’s, Tolteken en Azteken.

In dat Teotihuacan is ’t echt een kwestie van ‘de paden op, de lanen in, vooruit met frisse pas’. Op wat weer een relatief klein deel is van een stad die in zijn bloeitijd, tot ongeveer 500 n.C., een oppervlak van om en nabij 20 km2 moet hebben gehad. Ik heb er de nodige zweetdruppels gelaten. Zeker bij het beklimmen van de vele, vele piramidetraptreden.

Maar zoals dat heet, ‘inspiratie door transpiratie’. Met als gevolg bijvoorbeeld het schilderij bovenaan en het onderstaande.

Toos van Holstein, Teotihuacan II (marouflé)

Beide zogenaamde marouflé’s. Een techniek waarbij beschilderd doek of papier op een stevige ondergrond wordt geplakt. Bij papier natuurlijk wel met zuurvrije lijm! Dat ik daarna nog andere technieken toepaste? Allicht. Eerst dus aquarelleren op dat papier, toen opplakken, daarna erop doorgaan met olieverf en het geheel afsluiten met een beschermende vernis. Want waarom zit een aquarel eigenlijk altijd achter glas? Om aantasting door de lucht te voorkomen.  Bij die marouflé’s van mij is dat dus niet meer nodig.

Deze schilderijen zijn natuurlijk weer geen afspiegeling van de realiteit, wel er op gebaseerd. In een combinatie van wat in mijn atelier uiteindelijk aan beelden uit mijn herinneringen op plopte.

inspiratiefoto’s

Zoals ook bij die boos kijkende kop in ‘Teotihuacan I’. Want dat wist ik natuurlijk al wel uit de  kunstgeschiedenis. Die precolumbiaanse beelduitingen zijn echt heel anders dan waar wij in de loop der eeuwen in onze cultuur aan gewend zijn geraakt. Wat zien hun goden er vaak boos, nors, demonisch en angstaanjagend uit. Zoals de slangengod Quetzalcoatl bij de tempels van Teotihuacan.

vooraan de kop van Quetzalcoatl

En van de Jaguar-god en de Regen-god van de Maya’s kun je ook niet zeggen dat ‘t vrolijke jongens zijn.

links de Jaguar-god, rechts de Regen-god

Heel intrigerend, die zo heel andere beeldcultuur. Over de bijbehorende vele mensenoffers om de goden tevreden te houden zal ik het dan maar niet hebben. Hadden ze daarvoor niet beter kakkerlakken kunnen gebruiken? Kijk, over de schilderkundige verwerking van mijn herinneringen aan de precolumbiaanse architectuur en die demonische goden ben ik wel tevreden. Maar de verwerking van die kakkerlakkensnelweg? Toen ik bij het schrijven van dit stukje er aan terugdacht, kreeg ik spontaan weer koude rillingen en trokken mijn tenen automatisch weer krom. Daar valt geestelijk gezien dus nog enig werk te verrichten. Aan onderstaand olieverfschilderij niet meer.

Toos van Holstein, Chichén Itzá (olieverfschilderij)

Tot volgende week.

TOOS

De Witte Mannen in de Donkere Egyptische Nacht: een ReisKunst-verhaal


De Witte Mannen in de Donkere Egyptische Nacht: een ReisKunst-verhaal

‘Het is weer grijze-koppen-tijd.’ Aldus levensgezel een paar dagen geleden toen hij onderweg de nodige campers en caravans was gepasseerd. Met daarin voornamelijk pensionado’s. ‘Hé’, dacht ik, ‘misschien ook weer eens tijd voor een nieuw ReisKunst-verhaal’. Want dat past wel bij die jaarlijkse lentetrek van grijzende pensioentrekkers. Meestal richting zon en hogere temperaturen. In de periode waarbij voor de slagbomen van vakantie enclaves nog geen files staan.

Vorig jaar startte ik met die ReisKunst-verhalen. Verhalen over het hoe, wat, waarom en de inspiratie bij het ontstaan van sommige van mijn schilderijen. Lees en kijk die van vorig jaar er nog maar eens op na: ‘Mijn genderneutrale Maya Indiaantje’, ‘Het Pistool van de Jemenitische Chauffeur’ en ‘Het Lijk in de Ganges’.

Toos van Holstein, Egyptian Night (olieverf)

Dit keer een ReisKunstverhaal over bovenstaand schilderij. Geïnspireerd door mijn eerste bezoek aan Egypte. Een reis trouwens die de rest van mijn leven sterk heeft bepaald. Sowieso was ’t al mijn eerste vakantie buiten Europa en dan ook nog naar een Arabisch land, naar een heel andere cultuur. En ook nog in m’n uppie, zij ‘t in een reisgezelschap. Met Djoser, toen de echte specialist voor Egypte. Maar, zo bleek, het werd ook de reis waarop ik toen-nog-niet-levensgezel ontmoette. Nou, als je daar geen inspiratie aan ontleent, waaraan dan wel?

Maar wat hebben die foto hierboven en dat schilderij met elkaar te maken? Één van de reisonderdelen was een riviertocht van twee dagen met ons gezelschap op drie van die typische Nijl zeilboten. De feluka. Behoorlijk grote houten boten met dat karakteristieke, prachtig vormgegeven zeil. Heel fotogeniek. Duizenden daarvan bevaren die mythische Nijl. Inspiratie te over dus voor een paar grote aquarellen die later thuis ontstonden. Zoals onderstaande.

een typische feluka op de Nijl
Toos van Holstein, Assuan (aquarel 85 cm-65 cm)

Aan het eind van de eerste vaardag werden de feluka’s aan de oever vast gelegd. Er ging eten bereid worden door de bootbemanning. En er moest ook geslapen worden, op dek onder de prachtige sterrenhemel. Wel op dunne matrasjes op een harde houten vloer. Niet echt comfortabel voor verwende, weke Westerlingen. Maar wie haalde er als enige van het gezelschap onderuit zijn reistas een luchtbed tevoorschijn? Toen-nog-niet-levensgezel! Menige jaloerse blik is hem ten deel gevallen toen hij bezig was met opblazen.

Intussen verzamelden zich op de licht glooiende oever de nodige Egyptenaren. Vooral mannen en kinderen. Waar ze allemaal plotseling vandaan kwamen? Geen idee. Maar ja, de vruchtbare Nijlstrook is heel wat dichter bevolkt dan ons platteland. Ze kwamen gezellig aapjes kijken en gingen daar op hun gemak voor zitten en liggen. Uur na uur. Van schemering naar donker naar nacht, ’t bleef er lekker druk. Ook toen de aapjes onder de open sterrenhemel onder zeil gingen.

Het beeld van die mannen en kinderen in hun onder het heldere maanlicht zacht opgloeiende witte, lange gewaden, die daar midden in de warme nacht nog steeds zaten te kijken, is me altijd bijgebleven. Met als gevolg diverse schilderijen. Zoals dus dat hierboven. En zoals ook onderstaande foto waarin we ’s morgens op ons gemak weer wakker liggen te worden.

’s morgens vroeg op de Nijl

Tot volgende week.

TOOS    

Met de Rembrandtkaart in de hand komt men door -bijna- gans Museumland


voorkant van de Rembrandtkaart 2022
‘De vaandeldrager’ van Rembrandt

‘De vaandeldrager’ van Rembrandt gaat binnenkort uitgebreid op reis door Nederland. En in deze blogaflevering ga ik op een kunstige reis langs Den Haag, Amsterdam, Arnhem, Assen, Leeuwarden en Axel. De verbinding tussen dit alles? De Vereniging Rembrandt en haar Rembrandkaart. Daarom leek bovenstaande titel, als parafrasering van het aloude ‘met de hoed in de hand komt men door het ganse land’, me wel toepasselijk.

Die Vereniging (https://www.verenigingrembrandt.nl/nl ) heeft al sinds 1883 het doel heeft om behoud, restauratie en uitbreiding van ons kunsterfgoed te ondersteunen.  Met particuliere fondsen en giften die er zijn ondergebracht.

een pagina van de website van de Vereniging Rembrandt

Een doel dat ik als persoon, als kunstenaar en als lid samen met zo’n 16.000 anderen volledig ondersteun. Persoonlijk krijg ik er ook nog wat voor terug. Zoals die Rembrandtkaart. Een soort Museumkaart maar dan anders. Met z’n allen echter krijgen we die Vaandeldrager-rondreis door al onze provincies cadeau. Omdat de Vereniging Rembrandt vorig jaar financieel heeft bijgedragen aan de verwerving van dat schilderij door het Rijksmuseum.

En dit jaar? Eind januari stond ik in het Kunstmuseum Den Haag voor dit onderdeel van een drieluik van Paula Rego (lees deze aflevering maar). En wat bleek in maart? Met ook weer financiële steun van de Vereniging Rembrandt heeft het museum dit werk kunnen aankopen. Die expositie bezocht ik natuurlijk gratis met mijn Rembrandtkaart . Net zoals trouwens Museumkaart-bezitters dat konden. Maar niet onaardig, levensgezel en ik betalen, als zogenaamde duo-gezellen van de club met elk een eigen kaart, minder dan voor twee Museumkaarten. Waarbij we dus ook nog eens bijdragen aan ons cultureel erfgoed. Mooi toch? Zeker ook vanwege nog veel andere extraatjes.

een grote Rijksmuseumzaal even helemaal voor ons alleen, samen dan wel met Marten en Oopjen van Rembrandt

Wat voorbeeldjes? Die foto hierboven. Een speciale avond enkele jaren geleden in het Rijksmuseum,  voor alleen Rembrandtleden.  Waarbij we ‘Marten’ en ‘Oopjen’ van Rembrandt op een bepaald moment helemaal  alleen voor onszelf hadden. Of de speciale lezingen over kunst. Of al mogen rondlopen in het gedurende vijf jaar lang verbouwde en uitgebreide Museum Arnhem voor de officiële opening op 13 mei plaatsvindt . Het museum met een prachtige verzameling 20ste eeuwse realistische kunst. En ook nog eens sterk gericht op vrouwen in de kunst. Een ander extraatje? Het mooie magazine dat elk kwartaal in de bus komt.

voorjaarsuitgave van het R-Bulletin van de Vereniging Rembrandt

Nog een financieel dingetje. Toen ik begin maart rondliep in het Drents Museum bij de expositie ‘Viva la Frida’ betaalden, zo las ik, Museumkaart-houders  € 10 extra. En levensgezel en ik? Niente, nichts, rien! Iets dat ik al vaker meemaakte. Een prachtige expositie trouwens, die Frida Kahlo expositie. Een prima aanvulling op de tentoonstelling vorig jaar in Het Amstelveense Cobra Museum over Frida en haar op-en-af-en-op-liefde Diego Rivera (hier beschreven). Wat foto’ uit Assen.

Ik sta altijd weer verrast van de prachtige exposities daar in Assen. Elke keer weet men er de grote tentoonstellingsruimte ingenieus anders in te richten.

op het bordes van het Princessehof in Leeuwarden

Een paar dagen later al toonde ik trouwens mijn Rembrandkaart opnieuw. In het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. Mijn allereerste bezoek daar. Want sinds ik me in het Italiaanse Gubbio heftig bezig houdt met keramiek vul ik graag kennislacunes op dat gebied op. Wat een prettige noordelijke verrassing, dat museum. Gevestigd in een prachtig 17e eeuws stadspaleis van de stadhoudersdynastie van de Nassau’s. De dynastie waaraan ons koningshuis en dus ook Willem Alexander zijn ontsproten. Ook weer wat foto’s.

Maar, en dat moet ik eerlijk toegeven, af en toe heeft de Museumkaart z’n voordelen.  Zoals bij ‘Museum Het Warenhuis-museum Land van Axel’ in Zeeuws-Vlaanderen. Wel gratis toegang met de Museumkaart, niet met de Rembrandtkaart. Toch wilde ik erheen. Vanwege de Zeeuw Johnny Beerens. Hè, hoe, wat, wie? Die reactie kan ik me voorstellen. Want echt bekend is hij niet bij het grote publiek. Maar wel een fantastisch kunstenaar. Die met heel doordachte, ingewikkelde technieken een soort driedimensionale schilderijen maakt. Schilderij-sculpturen met zee en strand als inspiratiebron. Zijn werk kende ik al wel maar nu was er een overzichtstentoonstelling in dat Museum Het Warenhuis. Eigenlijk moet je zijn schilderijen in ’t echt zien. Maar hier toch ter illustratie een korte video en wat foto’s.

een paar details
detail

Conclusie van dit alles? Ik ga voor de Rembrandtkaart en de Vereniging Rembrandt. Vooral omdat je zo ons beeldende kunst erfgoed mee helpt ondersteunen. Een nobel streven toch? Daar waar de overheid heel erg heeft gesneden. Tot volgende week.

TOOS

Diepenheim kan weer helemaal uit z’n kunstdak gaan, ook met mij erbij


Stel dat je willekeurige Nederlanders vraagt op een blinde kaart van ons land aan te wijzen waar Diepenheim ligt. Behoorlijke kans dat de blikken wazig gaan worden en dat je net zoiets krijgt als bij een humoristisch onderdeel uit het jaren 90 tv-programma De Vakantieman. Waarbij vakantiegangers op een blinde kaart van Europa moesten aanwijzen in welk land en welke plaats ze zich op dat moment bevonden. Ik vond op YouTube nog een hilarisch filmpje daarover, zich afspelend in Benidorm.

Maar stel nu dat je je voor zo’n soort aanwijzing van Diepenheim beperkt tot kunstliefhebbers. Dan zouden best wel eens de nodige vingers kunnen wijzen naar ergens op een denkbeeldige verbindingslijn tussen Zutphen en Almelo. Want niet voor niets zet Diepenheim zich op de kaart als het Stedeke van Kunst en Cultuur. Met diverse kunstcentra en als ultieme manifestatie al jaren het ‘Kunstmoment Diepenheim’. Een tiendaags kunstfestijn op heel veel locaties met heel veel kunstenaars. Dat in oktober altijd duizenden bezoekers trok. Ja, trok! Want de laatste twee jaar dus even niet. Iets met een virus! En daardoor geen Kunstmoment. ’t Bleef stil in het Stedeke.

Maar nu komt er een vervroegde inhaalslag. De 16e editie is naar voren gehaald, naar de periode rond Pasen. Van vrijdag  15 tot en met zondag 24 april. Op een kleine 40 plekken in en om Diepenheim. Met ook mijn deelname. In, wat ik zelf vind, de mooiste galerie van het Stedeke. Galerie Álafran aan de Grotestraat 45 .

Ik werk namelijk al flink wat jaren op een heel prettige manier samen met Irma en Hugo Blank, de eigenaren van de galerie. Dus toen ze me vroegen of ik ook schilderijen beschikbaar wilde stellen voor hun groepsexpositie tijden het Kunstmoment hoefde ik daarover in ’t geheel niet na te denken. Ja, natuurlijk.

hierboven en hieronder enkele werken uit mijn ‘The 70-Series’ die ook in Galerie Álafran zijn te zien

Dus nu kunnen de hopelijk weer duizenden bezoekers tien dagen lang ook werk van mij bekijken. Elke dag van 11 tot 17 uur. Ja, je leest ’t goed, elke dag. Maar er valt dan ook heel wat te bezoeken. Kijk https://www.diepenheim.nl/ en https://www.kunstmomentdiepenheim.nl/home/44 er maar eens op na.

Mocht je trouwens op zoek zijn naar een leuk tweede huisje in het oosten van het land? Daarvan zijn er in en rond Diepenheim nogal wat te vinden. Kijk maar.

Er is voor de belangstellenden zelfs een speciale route uitgezet om de zes bij Diepenheim behorende grote landhuizen en kastelen op je gemak te kunnen bekijken. Niet onaardig toch, die optrekjes?

Een paar jaar geleden kwam ik, ook niet ver van Diepenheim, nog een prachtige, enigszins verborgen kunstparel tegen. Gewoon vanuit Diepenheim richting Delden gaan. Naar het particuliere Museum No Hero. Absoluut de moeite waard.

Musaeum No Hero in Delden

Dus op of rond Pasen erop uit? Gewoon naar het Stedeke Diepenheim!! Tot volgende week.

TOOS

Wonderbaarlijke Toevallen die via Internationale (Kunst)Vrouwendag naar Leonor Fini leiden


Leonor Fini

Internationale Vrouwendag deze week en dan Leonor Fini opvoeren, een van mijn vrouwelijke kunstenaarsiconen? Niks opzet maar puur toeval! Gewoon een logisch vervolg op mijn blog van vorige week over Saint-Paul-de-Vence. Zoals ’t ook een toeval van lang geleden is, maar dan wel van een veel wonderbaarlijker soort, dat ik haar nu in de spotlights zet.

Nog eens Leonor Fini, maar dan op wat jongere leeftijd

 In Saint-Paul, in de zomer van 1994, hoorde ik haar naam voor het eerst. Van Sophie Kerfanto, eigenaresse van theesalon Abacadabra en mijn tijdelijke ‘hospita’, die een groot bewonderaar van Leonor Fini (1907 Argentinië-1996 Frankrijk) was. Volkomen terecht, zo leerde ik toen al snel in de bibliotheek van de Fondation Maeght, het museum voor hedendaagse kunst bij Saint-Paul. Wat een ravissante, vrijgevochten, onafhankelijke en krachtige vrouw! En wat een groot kunstenaar! Tijdens haar leven terecht zeer gekend bij ‘tout Paris’  maar onterecht niet toen al wereldberoemd.

een paar schilderijen van Leonor Fini

Nu dat wonderbaarlijke toeval. In diezelfde zomer raakte ik betrokken bij Galerie Quadrige in Nice. Wat bleek toen ik daar een keer de naam Leonor Fini liet vallen? Mede-galerist, de oude Pierre Cottalorda,  bleek met haar te hebben samengewerkt. En sindsdien is zij onafscheidelijk geworden in mijn kunstleven. Vandaar ook die zwart-wit foto uit 2002 waarmee ik de laatste paar weken eindigde.

Met links galerist Jean-Paul Aureglia en zittend zijn oude compaan en leermeester Pierre. Terwijl op de achtergrond een nogal onduidelijk schilderij hangt. Wel een werk van Leonor Fini, dat wist ik. Maar het hoe en wat en waarom ’t daar hing? Pierre kan ik ’t niet meer vragen en Jean-Paul’s verhaal bleef toch wat onduidelijk.

zoals dat in Frankrijk hoort, na de opening van een tentoonstelling van mij, naar een restaurant voor een copieuze maaltijd, hier tussen Jean-Paul en Pierre in

Maar nu ben ik erachter. In feite door een wonderlijk bezoek van levensgezel en mij in Manhattan in november 2015. Een bezoek aan dit unieke kunstpaleisje.

in het midden duidelijk een werk van Leonor Fini
Neil Zukerman in uitgaanstenue

Het appartement van Neil Zukerman en zijn echtgenoot Tom Shivers. Volledig tot de nok behangen met kunst. Waaronder een aantal Fini’s. Het grote schilderij waarnaast Neil zelf staat te pronken is trouwens niet van haar. Van wie wel wordt nog eens een ander boeiend kunstverhaal . Ook met wortels in Saint-Paul.

Maar hoe kwamen we bij Neil terecht? Reden 1: dat hij Leonor tijdens haar leven vele jaren vertegenwoordigd had in Amerika en dat nog steeds deed. Reden 2: dat levensgezel werk bezit van een kunstenaar voor wie hij hetzelfde deed. Reden 3: die houd ik nog geheim. Nadat we Neil een eerste e-mail hadden gestuurd, was ’t op z’n Amerikaans al heel snel ‘als jullie toch in New York zijn, kom maar, leuk’.

’t Werd een aangename en interessante middag. Waarin we ook leerden dat hij met een paar anderen druk bezig was aan een Catalogue Raisonné van Leonor Fini. Een dik boek met daarin al haar olieverfschilderijen gerangschikt en gecatalogiseerd. Plus een uitgebreide levensbeschrijving met foto’s van haar, een uitputtend overzicht van haar exposities en alle boeken die ze had geïllustreerd en … veel, veel meer. Een gigantische klus die nog wel een paar jaar zou duren. Dat werd langer dan verwacht maar uiteindelijk vorig jaar arriveerde een dik pakket. Want dat boekwerk moesten we natuurlijk wel hebben!Twee delen in een cassette, bijna vijf kilo zwaar.

een trotse Neil met de Catalogue Raisonné

Een lust om in te lezen en te bladeren. Dit moest Jean-Paul natuurlijk ook zien! Want zou dat onduidelijke schilderij van de foto erin staan? En ja hoor! Op pagina 471,met als titel ‘Scène de bal’.

Leonor Fini, Scène de bal, olieverfschilderij

Het bleek één uit een serie van twaalf schilderijen die Leonor had gemaakt met als inspiratiebron Shakespeare’s beroemde toneelstuk ‘Romeo en Julia’. Maar, nog belangrijker, waarom had ze die gemaakt? Omdat die goeie ouwe Pierre in samenwerking met Leonor de Franse tekst van ‘Romeo en Julia’ als livre d’art had uitgegeven. Als kunstboek in beperkte oplage, geïllustreerd met twaalf zeefdrukken gebaseerd op die schilderijen.

twee pagina’s uit de Catalogue met 10 van de 12 schilderijen uit de serie, rechts onderaan ‘Scène de bal’

De expositie  daarvan vond plaats in 1979 in Antibes en Marseille. Zo leerde de Catalogue Raisonné. Het livre d’art  ‘La Tragédie de Roméo et Juliette’ verscheen te gelijkertijd in Nice bij uitgeverij ‘La Diane Françaice’. De eigen uitgeverij van Pierre die hij in 1947 had opgericht om onder andere die kunstboeken te kunnen uitgeven. Kunstboeken waarvoor hij dus o.a. samenwerkte met Leonor Fini. Maar bijvoorbeeld ook met Henri Matisse, André Masson en schrijver Jean-Paul Sartre terwijl Salvador Dali voor hem ook geen onbekende was.

dat Leonor Fini en Salvador Dali elkaar kenden spreekt voor zich

 ‘La Diane Française’ bestaat nog steeds, nu met Jean-Paul aan het roer. Waardoor er nog steeds nieuwe livres d’art verschijnen. Met ook bijdragen van mij.

de stapel livres d’art met daarin mijn bijdragen met steendrukken

Naast dat schilderij ‘Scène de bal’ bezat Pierre, zo wist ik, nog een tweede schilderij van Leonor. Ook uit die Shakespeare-serie, zo bleek nu. Maar dat is via een tragische en ingewikkelde erfeniskwestie tot groot verdriet van Jean-Paul elders terechtgekomen. En dat van de foto? Ooit verkocht vanuit de galerie. Of hij daar spijt van heeft nu Leonor echt wereldberoemd begint te worden en haar werk records breekt op veilingen? Hij kan heel goed sfinxje spelen.

nog wat foto’s met Leonor Fini en ook schilderijen van haar

En nu gaat Leonor Fini op de komende Biënnale in Venetië ook nog een rol spelen, zo las ik. Dat wordt dus een verplicht bezoek en vast een nieuw Fini-verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Bedevaart naar Lourdes? Kom nou! Maar naar Saint-Paul-de-Vence? Prima!


Toen mijn moeder lang geleden bedevaartsoord Lourdes meemaakte, is ze daar bijna van haar katholieke geloof gevallen. Die opgeklopte, commerciële kermiszooi paste volstrekt niet bij haar persoonlijke geloofsopvatting . Als sinds-mijn-jonge-jaren-afvallige kon ik het alleen maar helemaal met haar eens zijn, ondanks haar grote teleurstelling.

Saint-Paul-de-Vence met gelukkig nog steeds die middeleeuwse omwalling

Toch bestaat er voor mij een bedevaartsoord waar ik graag kom. Een kunstgerelateerde plek natuurlijk! Saint-Paul-de-Vence, bekend vanwege een roemrijk kunstverleden. Magnifiek gelegen op een heuveltop in de binnenlanden van de Côte d’Azur. Daar waar in 1994 mijn grote Franse kunstavontuur startte. Ooit heb ik dat begin hier al eens beschreven.

Wat daaruit allemaal is voortgekomen? Heel veel. Bijvoorbeeld dat ik recent weer een paar weken in Nice verbleef. In mijn in 1997 verworven appartement/atelier. Onder andere om er een en ander te bespreken over een komend kunstproject (zie mijn blog van vorige week).

het Palais Venise in Nice met daarin mijn appartement/atelier

Nog een gevolg?  Dat ik af en toe beslist op bedevaart moet naar dat Saint-Paul-de-Vence. Niet om er een kaarsje aan te steken, maar gewoon om er rond te slenteren. Zoals vorige week eindelijk weer eens na bijna vier jaar. Zonder coronatoestanden was dat al veel eerder gebeurd.

Het is daar altijd een beetje nostalgisch thuiskomen. Want in de zomer van 1994 woonde ik er drie maanden. Op de zolder boven ‘Abacadabra’, de theesalon van Sophie Kerfanto. Later ‘La terrasse’ geheten toen het in andere handen was overgegaan. Een machtige zomer was dat. Ik mocht als ingeschrevene met parkeervergunning  zelfs nog zomaar met mijn auto over de middeleeuwse wallen rijden om er een van de weinige parkeerplekken te bemachtigen. Moet je tegenwoordig komen! Bewakers en pollers bij de stadspoort. Als ik nu over die verkeersluwe wallen wandel, moet ik altijd even omhoog kijken naar de ramen van ‘mijn’ zolder.

de ramen met de houten luiken, loodrecht boven mijn hoofd

Die ramen zijn er dus nog steeds. Maar mijn ‘Abacadabra/La Terrasse’ met de ingang aan de Rue Grande, de beroemde kunststraat waar ooit grote namen exposeerden,  bleek potdicht. En aan de rotzooi binnenin te zien, was dat ook al heel lang zo. Een financieel gevolg van corona? Wie weet.

de Rue Grande met bij het groene uithangbord ‘La terrasse’

Gelukkig functioneerde het bekende, net buiten de grote poort gelegen Café de la Place nog volop. Altijd heerlijk om daar te vertoeven, met het levendige jeu-de-boule plein vlak voor je neus . Heel wat keertjes heb ik er uren gezeten. Nu ook weer. Bedevaart, niet waar? En opnieuw heerlijk in de volle februarizon, met een salade Niçoise natuurlijk. Net zoals de beroemde kunstenaar Marc Chagall (1887-1985) dat de laatste twintig jaar van zijn leven, als ingezetene van Saint-Paul, ook regelmatig deed.

aan de salade Niçoise op het terras van Café de la Place
het jeu-de-boule plein, toch nog wel een beetje koud zo uit de luwte in de oostenwind

Daarom hoort bij mijn Saint-Paul gang ook altijd even een bezoekje aan het kerkhof , aan het eind van de Rue Grande. Om een eresteentje te leggen op  Marc Chagall’s graf.

het graf van Marc Chagall

Maar verder zie ik het stadje langzaam in een voor mij negatieve spiraal komen. Daar waar eerst nog galerieën zaten, krijg je nu opdringerig vanuit de deuropeningen ineens een plateau met heel kleine nogastukjes onder de neus geduwd. Eten en consumeren zult gij! Drie, vier keer overkwam dat ons. Steeds meer toeristenmassacommercie en steeds minder galerieën. Met ook steeds minder aantrekkelijke kunst. Wel veel glad, fabrieksmatig en hyperige kunstgedoe. Maar interessante kunst met een geheel eigen signatuur? Gebruik dat spreekwoordelijke lantaarntje maar.

Zo bleek ook de galerie van mijn Saint-Paulse kunstvriend Luc Warneck verdwenen. Altijd wipte ik wel aan bij Luc met wie ik in 1994 bevriend was geraakt. Met zijn vele contacten in het stadje zorgde hij er zelfs voor dat ik in de zomer van 1995 als eerste buitenlander mocht exposeren in het Musée de Saint-Paul-de-Vence. Vlak achter de middeleeuwse toegangspoort. In het gebouw waar nog steeds het Office de Tourisme is gevestigd.

links voor de poort het Office de Tourisme, boven mijn hoofd ‘mijn’ atelier waar Fuerza ontstond

Wel moest ik toen elke dag zelf aanwezig zijn. Daardoor is op die overdekte ruimte boven de poort het eerste wasmodel ontstaan van mijn beeld ‘Fuerza’. Daaraan kon ik in de schaduw lekker werken tussen het praten met de bezoekers door. Gevolg? Bronzen Fuerza’s, elk exemplaar altijd anders dan de voorgaande, bij collectioneurs in Amerika, Duitsland en natuurlijk Nederland.

een van mijn serie Fuerza’s

Luc ben ik altijd  een warm hart blijven toedragen. Maar waar was hij nu? Bij Café de la Place dus maar even vragen aan één van de oudere obers van wie ik zijn gezicht al ken vanaf 1994. Die bleek hem af en toe nog wel voorbij te zien komen. Want ons kent ons natuurlijk in Saint-Paul. Maar hoe of wat? Nee, dat wist hij niet. Hoe dan ook, in Middelburg heb ik een bij Luc in zijn galerie gekocht etsje hangen. Van een van mijn vrouwelijke kunstenaarsiconen: Leonor Fini.

dat etsje van Leonor Fini

En dat is gelijk een link met die zwart-wit foto van vorige week en ook een cliffhanger.

de zwart-wit foto die hier vorige week ook al stond

Tot volgende week.

TOOS

’10 Jaar en Meer’ 20 Jaar Later


natuurlijk een prima maniet van overleg over een nieuw kunstproject in Galerie Quadrige (Nice) met eigenaar jean-Paul Aureglia

Nice en mijn atelier daar. Altijd heerlijk om er te zijn. Côte d’Azur, zon, zee, ambiance, kunst, moet ik nog meer redenen noemen? Maar nu is er nog eentje extra. Namelijk het opzetten van een nieuw kunstboekproject met Jean-Paul Aureglia. De eigenaar van Galerie Quadrige en uitgeverij La Diane Française met wie ik al sinds 1994, als zijn enige Nederlandse kunstenaar, samenwerk.

de uitgave ‘Dix ans et plus’

Ter voorbereiding had ik ‘Dix ans et plus’ (Tien jaar en meer) weer eens ter hand genomen. Een uitgave die Jean-Paul maakte toen Quadrige in 2002 tien en La Diane Française 55 jaar bestond. Tien kunstenaars, waaronder ik, namen er aan deel met een kunstwerk in beperkte oplage. Ik met een zeefdruk.

Zo ontdekte ik in ‘Dix ans et plus’ opnieuw het artikel dat de Franse kunstrecensent  Gerard Rücker destijds over mij had geschreven.  ‘Da’s leuk voor mijn blog’ schoot door me heen. Bij deze dus, wel vertaald natuurlijk. Met enkele schilderijen van mij, ter illustratie van die tekst. Bereid je wel voor op de soms wat gezwollen kunsttaal. Frans, hè! En let ook op de zwart-wit foto aan het eind.

mijn zeefdruk voor ‘Dix ans et plus’

“Nederland is al eeuwenlang een land met een ontwikkelde kunstsector, meer in het bijzonder voor de schilderkunst. Honderden beroemde schilders werden er geboren en werkten er, velen van hen werden ware meesters en een genie in hun vak. Vanuit die achtergrond is het maar één stap naar de gedachte dat Toos van Holstein, geboren in 1949 in Eindhoven, van die voorouders haar passie voor het schilderen heeft geërfd.

Van alle kunstenaars die Qvadrige trouw zijn, is Toos van Holstein verreweg de meest bereisde. Om hiervan overtuigd te raken, hoef je alleen maar naar haar schilderijen te kijken: ze nodigen je uit om er even helemaal tussenuit te zijn, te dromen en te reizen. Ook als eigen reiservaring ontbreekt, voel je dit regelmatig terugkerende thema wel aan. Het doet je taferelen ontdekken, bekende stadslandschappen, ook al ben je mischien nog nooit in die landen geweest.

Toos van Holstein, Twogether
Toos van Holstein, Evening blues

Als tiener droomde Toos van Holstein er al van de wereld rond te reizen en het verhaal van haar grote reizen te schilderen. Na een gedegen artistieke opleiding aan de academie in Tilburg was Toos een aantal jaren leraar beeldende kunst. Daardoor kon ze slechts af en toe exposeren, maar wel veel reizen.Vanaf 1990 wijdt ze zich echter volledig aan haar kunst, die ze beoefent in alle disciplines: tekenen, aquarel, olieverf, lithografie of beeldhouwkunst. Haar successen, in het buitenland of in eigen land, mogen er zijn.

Toos van Holstein, Fiësta (steendruk)
Toos van Holstein, Dandelion (brons)

Toos van Holstein heeft een aantal landen bezocht. Egypte, Jordanië, Jemen, Tunesië, Syrië, Marokko, allemaal vanuit haar verlangen de oude cultuur van het Midden Oosten te leren kennen. Maar ze kent ook China, Sri Lanka, Mexico, Guatemala, Honduras en Noord-Amerika. Uit haar notitieboekjes en schetsen, uit haar verwondering, haar emoties, haar herinneringen, ontmoetingen met mensen uit steden en dorpen, ontstond zo een intiem en origineel oeuvre, van onmiskenbare schoonheid en esthetische kwaliteit.

Bij haar schilderijen  treedt de toeschouwer samen met de kunstenaar binnen in een veelzijdig universum waarin de sereniteit van het decor harmonisch samensmelt, in een omgeving ontdaan van vals exotisme, met mysterieuze rust, in een onwerkelijke transparantie doordrenkt met kalme, bewust gestuurde traagheid, waarin het leven stroomt met de verzamelde wijsheid van verhalenvertellers en dichters van alle culturen.

Hier lijkt de tijd te hebben stilgestaan ​​om plaats te maken voor gemoedsrust. De schilder verbeeldt het dagelijks leven met haar eigen suggestieve vleugje magie: “Grijp het geluk om van een bevoorrecht moment te kunnen genieten.”

Toos van Holstein, Introspection
Toos van Holstein, Wunjo

Toos schildert koepels, torens, monumentale halfopen deuren naar lange stille gangen, steegjes, patio’s in de medeplichtige schaduw verfrist door waterstralen van een fontein, door de zon verschroeide pleinen, delen van gebarsten muren, verweerd door tijd en geschiedenis . Haar schilderijen zijn decors waarin zachte en elegante silhouetten verglijden, soms gedrapeerd met lange gewaden, menselijke vormen zodanig discreet geplaatst alsof ze zich vrijwillig hebben laten schetsen.

Het gebruik van de glaceertechniek stelt de kunstenaar in staat om opeenvolgende verflagen met elkaar te verbinden en zo opvallende effecten van diepte in het materiaal te veroorzaken. De doeken lijken zelfs geërodeerd te zijn ten einde de indruk te wekken van afbrokkeling, veroorzaakt door het trage werk van de elementen, van zandstormen, regen, zon…

Toos van Holstein, Fontezuela
Toos van Holstein, City afternoon
Toos van Holstein, Il giardino

De werken van Toos van Holstein zijn geopende deuren naar een verbeelding die ze de onze laat zijn door het doen ontwaken van ons collectieve geheugen. Ze spreken tot het hart, tot de zintuigen en hebben het vermogen onze emotie op te wekken.

Tussen figuratie en zogenaamde informele kunst, kunst zonder vorm, wordt ons tijdloosheid aangeboden met de geheimen van een mooie droom die leidt naar een andere realiteit. Het is hier dat de combinatie van het grote talent van de kunstenaar, haar menselijke uitstraling en haar liefde voor het leven die ze zo bewonderenswaardig weet te delen, wordt bevestigd.”

Toen ik dit alles destijds voor de eerste keer las, moest ik er behoorlijk van blozen!

links Jean-Paul, zittend Pierre Cottalorda en erachter op de muur…. dat komt nog

En nu bovenstaande foto uit ‘Dix ans et plus’? Staand Jean-Paul, zittend zijn overleden compagnon Pierre Cottalorda en op de achtergrond een intrigerend schilderij. Wat dat werk met New York en Venetië heeft te maken? Binnenkort in dit theater. Tot volgende week.

TOOS

Eet ik zomaar uit mijn eigen bord en  nog veel meer keramische gevolgen


Uit je eigen bord eten bij een ander. Zonder dat eigen bord mee te hoeven nemen.  Beetje vreemd? Nee hoor, helemaal niet. Want een poos geleden schreef ik hier over een opdracht die ik had gekregen. Een aantal borden naar mijn eigen ontwerp laten maken in Gubbio (Umbrië) en ze daar ook beschilderen in het atelier van Rampini Ceramiche. Borden bedoeld om én de smaakpapillen én de kegeltjes in het netvlies van onze ogen te behagen.

Zulke borden wijd je natuurlijk niet in met wierook en wijwaterkwast. Nee, daar moet een exquise maaltijd aan te pas komen. Dus toen de opdrachtgevers, aan mij als maker en levensgezel als grote ondersteuner, vroegen deel te nemen aan dat inwijdingsproces was het antwoord duidelijk. Ja, graag! Want culinaire kwaliteiten kunnen onze gastheer beslist niet ontzegd worden. En daarbij hadden zijn levensgezellin en hij ook net een volledig nieuwe, van alle kookgemakken voorziene keuken  laten installeren.

in verband met de privacy heb ik onze gastvrouw en heer maar onthoofd

We zijn zeer tevreden huiswaarts gegaan. Want al ben ik natuurlijk niet onbevooroordeeld, ’t at heel lekker van ‘mijn eigen’ kleurrijke borden. In de loop van dit jaar ga ik trouwens weer richting Gubbio (waarover straks meer) en nieuwe borden kunnen altijd weer gedraaid worden door Daniele, de pottenbakker daar. Voor de goeie verstaander,  ’t is maar een hint!

Voor een andere liefhebber van mijn werk hoef ik overigens geen eetbord meer te laten maken. Hij geniet al jaren mijn schilderij ‘Yatchilan’ (hieronder). Toen hij zag dat ik dat onderwerp afgelopen herfst ook had gebruikt op één van mijn in Gubbio beschilderde borden waren hij en dat bord gelijk verkocht. Dat móést hij hebben. Nu zit hij ’s avonds bij het eten dubbel te genieten. Van zijn bord en van zijn schilderij.

het schilderij en het bord ‘Yatchilan’

Zo merk ik dat die nieuwe keramiektak bij mijn kunstactiviteiten veel positieve reacties oplevert. Tijdens het openingsweekeinde van de Kunstroute Middelburg op 5/6 februari vertrok er opnieuw een enthousiasteling met een bord. Maar niet na mij eerst met bord vereeuwigd te hebben. Heerlijk, dat soort veren in mijn achterwerk.

Binnenkort gaat mijn keramiek voor het eerst ook het galeriecircuit in. Noor van de Ven, galerie-eigenaar van Galerie Persoon in Eersel, wil er wel een paar showen op haar zogenaamde ‘Great Wall of Small’  waarop ook al een enkele werken uit mijn ‘The 70-Series’ pronken. Binnenkort dus misschien wel met ‘Jerubylon’ en ‘Città’. Want natuurlijk geef ik al mijn keramiekcreaties ook een titel.

links ‘Jerubylon’, rechts ‘Città’

Maar ’t draait echt niet alleen om borden. Van de vazen die ik maakte, staat er nu ook al een in Nijmegen. En over een poos gaan er nieuwe bijkomen. Want Giampietro Rampini en ik hebben het plan opgevat om een serie grotere vazen/kruiken te gaan maken. Een idee dat niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Maar dat wordt nog wel een ander verhaal. Daardoor ben ik nu af en toe bezig in een schetsboekje om ontwerpen te maken. Want dat is de bedoeling. Ik maak een ontwerp, Daniele van hierboven gaat aan het draaien en in Giampietro’s atelier ga ik ze daarna beschilderen. Dus als ik weer eens een ideetje heb, ga ik er even voor zitten met dat schetsboek op schoot. Wat ’t uiteindelijk gaat worden? Langzamerhand beginnen die ideeën vorm te krijgen.

Wat ik al wel zeker weet is dat ik over een aantal maanden weer in Gubbio zit. Ik kijk er nu al naar uit.

vorig jaar in het atelier van Giampietro

Tot volgende week.

TOOS

Laat je verleiden door de Sirenen van het Musiom en mijn Museale Tweeslag


museum ‘MUSiOM-huis voor hedendaagse kunst’ in Amersfoort

Voor alles in het leven is er een eerste keer. Zoals bijvoorbeeld voor een museale tweeslag. Nou, en die maak ik dus nu voor het eerst van mijn leven mee.

Het grootste deel van mijn tentoonstellingsleven speelt zich weliswaar af in de galerie en kunstbeurzenwereld maar soms zit er een museumexpositie tussendoor. De allereerste keer was lang geleden in het Musée Municipal van Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur. Daarna volgden nog diverse andere. Onder andere mijn expositie TOOS in Fort Rammekens via het Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen en een lithotentoonstelling in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard . En nu hang ik tot 29 mei zelfs dubbel geëxposeerd in ‘Musiom-huis voor hedendaagse kunst’ in Amersfoort. In de Musiom galerie met een solotentoonstelling en met enkele andere schilderijen in de thematentoonstelling ‘Lage landen en de zee’. Daarover straks meer.

advertentie in de KunstKrant over de thematentoonstelling ‘Lage landen en de zee’ en mijn expositie in de MUSiOM galerie
advertentie’Lage landen en de zee’ met rechts onderaan een werk van mij, 10 april is trouwens verlengd tot 29 mei

Eerst dat Musiom (https://musiom.art/), gelegen direct tegen de oude stadskern aan. Bezoek je regelmatig galerieën en musea, dan kun je dat Musiom bijna niet missen. Als je ten minste een exemplaar van de ‘KunstKrant-Informatiekrant voor beelden kunst’ meeneemt. Altijd in stapels vrij beschikbaar en een van de meest informatieve kunsttijdschriften in Nederland. Met daarin nu naast een verhaal over ‘Lage landen en de zee’ ook de hier getoonde advertenties.

Het nog relatief jonge museum timmert dus behoorlijk dynamisch aan de kunstweg. Ik vind zelfs dat ’t een vermelding in het Guinness Book of World Records verdient. Ga maar na. Pas begonnen ergens in 2018 voldeed het begin 2020 al aan de regels van de officiële Museumnorm. Volgens mij een nog nooit vertoond bureacratierecord in museaal Nederland. Met onder andere als prettige bijkomstigheid dat het Musiom daardoor een financiële bijdrage ontvangt voor elke bezoeker die met de bekende Museumkaart gratis toegang heeft. Dat het bestuur van de Stichting Musiom dit in maar twee jaar tijd voor elkaar heeft gekregen, mag een ware prestatie heten!

Maar Herold Boertjens, voorzitter van de stichting, zet zich daar dan ook volledig voor in. Net zoals sinds enige tijd nu ook Frank van Oortmersen. De man die ik goed ken uit zijn jaren als directeur van het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard. Ja, inderdaad, het museum dat ik hierboven al noemde. De man ook die dat museum toen met heel veel energie stevig heeft weten neer te zetten op de Nederlandse museumlandkaart.

beeldenbinnenplaats van het MUSiOM waar binnenkort ook een café-achtige serre komt

En nu bemoeien onder anderen die twee zich er stevig tegenaan om de generatie kunstenaars, geboren in de periode 1950-60 plus of min een beetje, een verdiende statuur te geven in de museale wereld. Die generatie is namelijk volstrekt onterecht door diverse oorzaken behoorlijk tussen de museumwallen en schepen gevallen. Maar dat is een ander verhaal.

screenshot van de MUSiOM-galerie pagina (klik hier maar)

Sinds kort heeft het Musiom geheel volgens planning ook een verkooppgalerie binnen de muren. De ‘MUSiOM galerie’ (klik hier maar)Maar wel een tikkie anders dan anders. Want bij verkoop van een kunstwerk wordt natuurlijk de kunstenaar er zeker niet slechter van, maar gaat ook een percentage van de verkoopprijs naar de niet winst beogende Stichting Musiom. Met andere woorden, dat geld wordt weer in het museum zelf gestopt. Om de faciliteiten voor de bezoekers steeds verder te veraangenamen. Ik hoop echt dat ik daaraan wat euro’s kan bijdragen met mijn expositie. Allemaal naar het Musiom dus!!

met voorzitter Herold Boertjens in gesprek bij mijn expositie
deel van die expositie

Dan kun je daar ook die expositie ‘Lage Landen en de zee’ bekijken. Een thema waardoor een aantal kunstenaars met hun geboortejaar ergens rond en in die 1950-60 zich vaak verrassend  heeft laten inspireren. Met daarbij ondergetekende uit 1949. In de grote zaal hangen van mij twee schilderijen, ‘Afternoon pleasure’ en ‘Rolling over’.

links ‘Afternoon pleasure’, rechts ‘Rolling over’
deel van de expositie
speurtochtblad voor kinderen, met daarin ook een schilderij-onderdeel van mij, speur maar!

Op de 1e etage, waar zich ook de MUSiOM galerie met mijn solo bevindt, kom je dan nog ‘Sirène’ tegen. Geïnspireerd op een bekend avontuur van Odysseus. Die heeft zich, terwijl de oren van zijn bemanningsleden zijn dicht gestopt, aan de scheepsmast laten vastbinden om toch het oververleidelijke gezang van de Sirenen aan te kunnen horen.

Siréne, onderdeel van ‘Lage landen en de zee’

Als nu veel lezers van dit blog zich ook laten verleiden om het Musiom te bezoeken, maakt me dat helemaal blij. Tot volgende week.

TOOS

It giet oan, maar dan wel in Zeeland + andere kunst en seks gerelateerde zaken


It giet oan! Die legendarische Friese woorden hebben al 25 jaar lang niet meer geklonken. Behalve dan op tv als er weer eens nostalgisch wordt teruggeblikt op de laatste Tocht der Tochten. Daarom voel ik me wel gerechtigd ‘it giet oan’ nu te gebruiken voor een Zeeuws gekleurde vooruitblik. Voor de zo langzamerhand ook best wel legendarische Kunst en Cultuurroute Middelburg. Want begon de eerste editie ervan pas twee jaar na die laatste Elfstedentocht, daarna is ie zonder enige onderbreking wel elk jaar opnieuw doorgegaan! Weer of geen weer, altijd vanaf februari elke maand op de 1e zondag. Elf keer per jaar dus. Zij ’t in 2020 en 2021 met enige van regeringswege opgelegde haperingen. Iets met een virus!

openingspagina van de website van de kunstroute in Middelburg

Maar nu mogen we, ook weer van regeringswege en met in achtneming van een paar niet al te moeilijke coronaregels, lekker weer helemaal los. Met het traditionele februari-thema ‘Zeeuwse Gasten’. Daarbij nodigen routedeelnemers een Zeeuwse kunstenaar uit als mede-exposant in hun atelier of galerie. En dan bij wijze van uitzondering naast de zondag ook op de zaterdag. Dit jaar dus op 5 en 6 februari (van 13-17 uur). Ik ga dit keer voor keramist Marion Kamper uit Wissenkerke.

keramniek van Marion Kamper, kan ’t Zeeuwser?

Dat leek me wel interessant omdat ik met haar erbij twee heel verschillende keramieksferen in mijn atelier kan creëren. Met mijn eigen handbeschilderde keramische borden en vazen die ik maakte in het Italiaanse Gubbio en met de strak geometrische 3-dimensionale keramische objecten van Marion die uitnodigen tot spelen. Want je mag er gewoon aan draaien en schuiven. Je mag er eigenlijk zonder enig probleem een nieuwe vorm aan geven. Echt bijzonder. Kom ’t maar proberen in dat weekeinde van 5/6 februari.

links keramiek van Marion Kamper, rechts van Toos van Holstein
verdraaibaar keramisch object van Marion Kamper
routekaart van de kunstroute, met de vele te bezoeken adressen, te downloaden op de site van de kunstroute

Deze week ben ik met levensgezel al bezig geweest met de absoluut noodzakelijke klus van het grondig kuisen van mijn atelier -om dat prachtige Vlaamse woord maar eens te gebruiken- en het gedeeltelijk inrichten ervan. Opdat de objecten van Marion goed gaan uitkomen.

het al vast ingerichte deel van mijn atelier

En mocht je van plan zijn om onze kunstroute te komen bezoeken, het prachtige Zeeuws Museum is gelukkig ook weer open. Net zoals alle andere musea in Nederland.

welkom in het atelier van mijn 18e eeuwse monumentenpakhuis

’t Moet me toch echt even van het hart dat ik behoorlijk pissig ben geweest over dat regeringsbesluit van enkele weken geleden. Zogenaamde doorstroomlocaties als IKEA en de Bijenkorf mochten wel open en musea, ooit ook als doorstroomlocaties aangemerkt, niet. On-be-grij-pe-lijk!!! Dat zou volgens minister Kuipers te maken hebben met het zoveel mogelijk inperken van verkeersbewegingen. Mijn god! Heb je ooit de elke dag volle parkeerplaatsen gezien bij welke IKEA-vestiging dan ook? Een absolute gotspe! Volkomen terecht dat onze cultuursector eindelijk,eindelijk in opstand kwam. Met tot nagelstudio’s en kapsalons omgetoverde theaters en musea waar je zowel lichamelijke als hersengymnastiek kon doen of een kunstmarathon kon lopen. Wat me wel opviel was dat er, voor zover ik weet,  nergens bordelen in de musea werden ingericht om de deuren open te kunnen gooien. Want de sekswerkers mochten er officieel ook weer op los gaan. Gewoon 10 m2 vrijmaken, uitgaande van 5 m2 per persoon bij een duo. Daar waren toch beslist wel interessante variaties op te bedenken geweest. Maar dan blijkt dat de cultuursector toch best een heel nette sector is die de afgelopen tijd veel te weinig een echte vuist heeft gemaakt. Een les voor de toekomst? Misschien toch maar een grotere mond in een wereld waarin de hardste schreeuwers vooraan staan?

Maar goed, het culturele en kunstzinnige leven wordt godzijdank weer wat vrijer. Toch wil ik je tot leringhe ende vermaeck nog deze vlijmscherpe video van de bekende cabaretier Pieter Derks  voorschotelen. Echt tot het einde uitkijken en luisteren!

Oh ja, en dan nog iets betreffende dat thema ‘Zeeuwse Gasten’. ’t Ziet er naar uit dat we dat thema volgend jaar breder gaan trekken. Waardoor het mogelijk wordt ook kunstenaars van buiten Zeeland als gast uit te nodigen. Dus mocht iemand denken ‘hé, dat lijkt me wel wat’, aarzel niet. Ik sta altijd open voor nieuwe ideeën en kunstavonturen. Tot volgende week.

TOOS

Eeuwenoude inburgeringscursussen en hedendaagse beeldenstormen


Ravenna by night

Lang, lang geleden …., zo begon ik ook vorige week. En net als toen zit ik nog steeds in oude, Romeinse sferen. Maar wel  zo’n luttele zes eeuwen later. Want lang, lang geleden liep ik namelijk met jonge, kunstacademisch gevormde ogen rond in Ravenna. Net als opnieuw een luttele vier maanden geleden. Nu wel met oudere en van kunst bezwangerde kijkers. Het doel beide keren? De 6e eeuwse Basilica di San Vitale. Door omstandigheden, zoals dat zo mooi heet, deels in Romeinse deels in Byzantijnse bouwstijl. Hieronder verspreid wat foto’s.  

op weg naar de Basilica di San Vitale aan het einde van de straat

Ravenna, die prachtige Noord-Italiaanse stad. Met naast de tombe van Dante (lees hier) de unieke, grandioze Byzantijnse mozaïeken. Werelderfgoed tot en met.

de Basilica di San Vitale aan de buitenkant
de overweldigende binnenruimte

Maar hé, Byzantijns? Byzantium is toch wat eerst het Oost-Romeins Rijk heette? Met Constantinopel, het huidige Istanboel, als hoofdstad en Grieks als voertaal? Ja! Ja! Terwijl Ravenna ligt in wat destijds het West-Romeinse Rijk was met Latijn als voertaal? Ja! Maar waarom veroverden die Oost-Romeinen dan Ravenna in 540 n.Chr.? Terwijl het oorspronkelijke Romeinse Rijk al in 285 om administratieve en legertechnische redenen officieel gesplitst was in dat Westelijk en Oostelijk deel. Ik begrijp Obelix helemaal als hij weer eens roept ‘ils sont fous, ces Romains’. ‘Rare jongens, die Romeinen’.

’t Zal eind jaren 70 zijn geweest toen ik in de zomervakantie met een oude academievriendin in mijn Renaultje 4 stapte. Om de Biënnale in Venetië te bezoeken en ook Ravenna mee te pikken. Want die wereldberoemde mozaïeken in de Basilica di San Vitale moesten we nu eindelijk maar eens met eigen ogen aanschouwen. Die zijn me altijd bijgebleven.

 Daarom reed ik afgelopen september vanuit Gubbio, waar ik keramiek beschilderde, opnieuw naar Ravenna. Nu voor twee dagen. Voor van allerlei rond Dante700 als opnieuw voor die mozaïeken. Twee uurtjes rijden maar. En nu in gezelschap van levensgezel die vond dat hij zijn Ravenna-lacune maar eens diende op te vullen.

Voor mezelf ontdekte ik nu met andere ogen te kijken dan destijds. Want de grijzige massa onder mijn schedeldak had in de loop der jaren toch zo een en ander extra aan geschiedeniskennis opgeslagen. Zoals.

Het West-Romeinse Rijk was aardig in verval geraakt. Zelfs de keizer was foetsie. Door grote volksverhuizingen vanuit het oosten, bijbehorende veldslagen en politiek gekonkel met de keizer in Constantinopel waren grote delen in handen gekomen van diverse Germaanse stammen. Zo veroverde eind  5e eeuw koning Theodorik (451-526) met zijn Ostrogoten, en met toestemming van de toenmalige keizer Zeno, de Italiaanse laars. Ravenna werd zijn hoofdstad. Die gekerstende Ostrogoten namen daarbij de nog steeds bestaande Romeinse structuren en de Latijnse spreektaal over. Een geslaagde integratiecursus avant la lettre.

Maar er rees een geloofsprobleempje. De Ostrogoten begonnen het Arianisme aan te hangen. Iets met een andere interpretatie van de Heilige Drie-eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Foei! Afwijken van de orthodoxe leer? Stel je voor! Justinianus I de Grote (keizer van 527 tot 565) nam dat niet. En hij zag ook nog graag dat grote Romeinse imperium van eeuwen her graag weer in ere hersteld. Gevolg? Bij Macht en het Ware Geloof op één kussen, daar slaapt de oorlogsduivel tussen. Dus hup, wat oorlogjes er tegenaan. Nu terug naar de omstandigheden voor die deels Romeinse deels Byzantijnse bouwstijl van de San Vitale.

Vlak na Theodoriks dood startte in 526 daarvan de bouw. In Romeinse stijl. Weet je nog, die integratiecursus? Maar in 540 werden de Ostrogoten verslagen door het leger van Justinianus. Waarna de bouw werd voortgezet in Byzantijnse stijl. Met binnenin mozaïeken in de dogmatisch orthodoxe geloofssymboliek. Oud en Nieuw Testamentische afbeeldingen, Mozes, profeten, de vier evangelisten, Christus op een wereldbol, aartsengelen, vliegende engelen, heiligen, kerkelijke prelaten en allicht keizer Justinianus zelve. Alles in een overweldigende overvloed. Veel goud, veel purper, je weet bijna niet waar je moet kijken. 

groot mozaïek met keizer Justinianus in het midden

Dan is het een eeuw oudere en heel dichtbij gelegen Mausoleo di Galla Placidia heel wat kleiner en veel intiemer. Maar toch ook weer rijk versierd met mozaïeken vol christelijke symboliek. Je kon er zelfs op je gemak gaan zitten. Met QR-code en mondmasker natuurlijk.

Mausoleo di Galla Placidia

En zonder dat kwam je ook de Basilica di Sant’Apollinare Nuovo niet in. Nog wel gebouwd tijdens koning Theodorik’s bewind, vlak naast zijn nu verdwenen paleis. Met natuurlijk opnieuw mozaïeken. Oorspronkelijk met allerlei Ariaanse elementen erin. Maar dat werd natuurlijk snel veranderd na de verovering door Justinianus. Want beeldenstormen zijn van alle tijden. Denk maar aan alle huidige woke-gedoe in Amerika en Engeland rond niet welgevallige beelden.

Basilica di Sant’Apollinare Nuovo

Wist je trouwens dat je in Aken in de beroemde Paltskapel van Karel de Grote (747-814) ook een beetje in Ravenna rondloopt? Zelfs letterlijk. Want het bouwplan van zijn kapel was gebaseerd op die Basilica di San Vitale en daar konden marmeren zuilen en ruïneresten uit Ravenna mooi voor gebruikt worden.

foto’s die ik een aantal jaren geleden maakte van de Paltskapel

Tot volgende week.

TOOS

Asterix en Cicero, best een interessant duo!


Lang, lang geleden schreef ik op de academie een scriptie over de spotprent in de kunst. Met daarin ook stripheld Asterix verwerkt. Waarom daardoor zeer kort geleden de vraag in me opkwam ‘zou Cicero eigenlijk niet eens een rol moeten spelen in ‘Asterix ‘? Omdat ik de ook daadwerkelijk donk’re dagen rond Kerst in welverdiende rust doorbracht in Romeins/Gallische sferen.

Met het al vast afvinken van wat goede voornemens. Zoals het lezen van de Cicero- trilogie van Robert Harris en het consumeren van ‘Asterix en de Griffioen’. De nieuwste ‘Asterix’, de 39ste, net een paar maanden uit.

Natuurlijk een moetje gezien die scriptie. Net als trouwens alle voorgaande albums. Maar daarover straks meer.

Die trilogie (Imperium, Lustum, Dictator) was een voornemen veroorzaakt door levensgezel’s enthousiasme erover. En gelijk had ie! Echt monumentaal. Net zoals trouwens ook Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.) een monument is uit die turbulente tijd van Caesar en de overgang van de Romeinse Republiek naar een keizerrijk.

Cicero: advocaat, consul, senator, politicus en een en al retoricus. Van wie veel toespraken bewaard zijn gebleven. Dankzij z’n secretaris/slaaf Tiro (ca. 103-4 v.Chr.), de man die ook het stenoschrift uitvond. En feitelijk ook de hoofdpersoon van de trilogie die in ik-vorm Cicero’s avontuurlijke en spannende leven beschrijft. Met alle bijbehorende hoogte en dieptepunten, tot aan de moord op Cicero toe. Want een politiek moordje? Of een veldslagje meer of minder? Hoorde er toch gewoon bij toen? Tel je zegeningen van onze democratische tijden. Zelfs bij de formatie van Rutte IV.

Tiro zou destijds zelf al een biografie van Cicero hebben geschreven, maar die is verloren gegaan. Niet echter heel veel andere geschriften. Waardoor Harris, volgens onderstaande leek,  een goed gedocumenteerd verhaal kon schrijven. Met genoeg lacunes tussen alle feiten door om die in te kunnen vullen met zijn grote inlevingsvermogen. Lezen!

Toen ik me daarna op Asterix wierp, zat ik dus nog helemaal in Caesars sferen. Maar nu in gezelschap van zijn twee eeuwige plaaggeesten Asterix en Obelix. Die hem nu zelfs al dwarszitten in het uitgestrekte en ijzig winterse Barbaricum, ver over de oostelijke grens van het Romeinse Rijk. 

Maar hoe zit dat met Asterix en die scriptie van mij? Tijdens mijn kunststudie destijds kwam ik allerlei diepzinnige beschouwingen tegen over de verbanden tussen de Franse geschiedenis, de literatuur en de spotprenten uit de Franse 19e eeuw. Spotprenten van bijvoorbeeld de bekende chroniqueur Daumier (1808-1879,)die op een heerlijke manier de Franse bourgeoisie en politiek op de hak nam, en gravures van Doré (1832-1883) die heel veel boeken illustreerde. En laten nu juist Goscinny en Uderzo,de bedenkers van Asterix en Obelix, voor hun strips rijkelijk hebben geput uit die rijke Franse erfenis! Een paar plaatjes.

Zeg maar eens dat deze prent van Daumier geen voorbeeld is geweest voor de manier waarop Romeinse soldaten in ‘Asterix’ worden weergegeven! En wat te denken van onderstaande vergelijkingen?

Een karikatuur van Louis Philippe, koning van Frankrijk in de periode 1830-48, en Gaius Delirius, gouverneur van Condatum in ‘Asterix en de Helvetiërs’.

Of vergelijk Charles-Louis-Napoléon Bonaparte, eerst president en later als Napoleon III  keizer van Frankrijk, die in 1848 nogal moeizaam op het schild wordt geheven maar eens met het plaatje van stamhoofd Heroïx (ook uit ‘Asterix en de Helvetiërs’).

En waar zou de inspiratie vandaan zijn gekomen voor het altijd laatste plaatje van de gezamenlijke schranspartij in ons dappere Gallische dorpje?

de laatste afbeelding uit Asterix en de Griffioen
detail uit een gravure van Doré (1873) als illustratie bij een boek van Rabelais over het leven van de reuzen Gargantua en Pantagruel.

Maar ook in ‘Asterix en de Griffioen’ staat weer zo’n mooie verwijzing naar het heden.

Lijkt die geograaf Ondeckjeplecjus niet heel erg op Michel Houellebecq, één van de meest omstreden Franse auteurs van de laatste decennia? Waarvan toevallig net vorige week zijn nieuwste roman ‘anéantir’ uitkwam.

Die zogenaamde Romeinse namen, zoals Ondeckjeplecjus (gewoon hardop uitspreken), vind ik altijd hilarisch. Ook nu weer.

Krakatovna, denk aan de Indonesische vulkaan Krakatau, mag er trouwens ook zijn met haar lavarode vlammende haardos. Één van de groep pré-emancipatoire,zelfstandige en krijgslustige Amazones die een grote rol spelen.

Zo zit dit nieuwe album vanzelfsprekend weer vol met allerlei (teken)grappen. Wat voorbeelden.

Het trouwe hondje Idéfix wordt gelinkt aan de bekende speelfilm ‘Dances with wolves’ door met een bende wolven op te trekken.

Een klein linker bovenhoekje in een tekening die je zelf maar moet interpreteren. Net zoals deze.

Ik heb overigens voor alle zekerheid nog uitgezocht of Cicero niet toch ergens een rolletje heeft gekregen in een van de strips. En ja hoor. In ‘Asterix en het ijzeren schild’ komt een citaat van hem voor: O tempora! O mores! Wat een tijden! Wat een zeden!  Maar voor mij mag dat best veel meer worden.

Oh ja, en deze cartoon van onze eigen, grote chroniqueur van de Nederlandse zeden, Peter van Straten (1935-2016), wil ik je toch ook niet onthouden.

Tot volgende week.

TOOS

Met ‘Fuerza’ 2022 tegemoet


Toos van Holstein, Fuerza (bronzen beeld 87 cm hoog)

Fuerza, kracht. Dat bronzen beeld van mij met die bijbehorende titel leek me een goed symbool voor deze nieuwjaarswens. Gehavend als ze is, straalt de vrouw niet alleen kracht uit maar ook moed. Naast fierheid en standvastigheid, naast doorzettingsvermogen en veerkracht.

Eigenschappen die afgelopen jaar zeker en dit komende jaar ongetwijfeld opnieuw nodig zullen zijn. Zowel individueel als maatschappelijk.

Eigenschappen ook die voor mij persoonlijk in 2021 heel goed van pas kwamen gezien onverwachte lichamelijke malheur en de daaruit voortvloeiende ingrepen. Maar ‘Fuerza’, dat ik al een aantal jaren geleden creëerde, is natuurlijk wel de kunstzinnige uiting van een levenshouding.

Ook onze maatschappij als geheel, het sociale weefsel waarin we leven, zal ‘Fuerza ‘ goed kunnen gebruiken. Economie, gezondheidszorg, saamhorigheid en nog zo wat van die zaken hebben ’t zwaar door dat rottige virus, naast nog alle individueel leed dat het veroorzaakt.

Ik hoop van harte dat je in 2022 de ‘Fuerza’, de moed en de wijsheid vindt om er met elkaar een jaar van te maken waarin we onze maatschappij, ondanks vermoedelijk nog steeds hier en daar noodzakelijke beperkingen, een stap verder brengen naar een nog weer betere toekomst.

Met andere woorden, ik wens een ieder een goed, gelukkig en gezond 2022 toe! En tot volgende week.

TOOS

Oh, Oh, Omikron en Neerlands Beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond


Van Middelburg even op en neer naar Assen? Of Enschede? Nee, toch net iets teveel van het verre. Maar als ik levensgezel vraag om beide steden in te passen in een zowel familiale, kunstzakelijke als  logistiek verantwoorde Tour des Pays-Bas weet ik dat ’t wel voor elkaar komt. Maar waarom Assen en Enschede? Natuurlijk vanwege ‘Viva la Frida’ in het Drents Museum en ‘Artemisia, Vrouw & Macht’ in het Rijksmuseum Twenthe.

Dat Rondje Nederland was weer eens even noodzakelijk. Er moest kunst van mij naar kopers in Bergen en Nijmegen. Ook had ik beloofd om een keer in Borne (bij Hengelo)gezellig te komen borrelen bij de enthousiaste bezitters van twee recent bij Galerie Álafran (Diepenheim)aangekochte grote Toos-schilderijen. Verder stond er al een familiebezoek in Friesland in onze agenda’s. Terwijl ook zakelijke kunstafspraken in Emmen en Nijmegen moesten worden geëffectueerd. Net zoals het brengen van flink wat werken naar de galerie van museum Musiom in Amersfoort. Voor een nieuwe solo expositie daar. Maar dat verhaal komt nog wel.

Dat alles combineren in een Tour des Pays-Bas met ook Assen en Enschede er nog bij? Geen probleem voor levensgezel.

Alles dus geregeld, zijn we via Bergen in Friesland aangeland, komen Rutte en De Jonge op nota bene zaterdagavond hun zoveelste coronaconference geven. Lockdown! Musea dicht! Vergeet Frida op maandag maar. En Artemisia op dinsdag? Mooi niet dus!

persconferentie of conference, ik weet ’t eigenlijk niet meer

Bij ‘Viva la Frida’, over schildersicoon Frida Kahlo, valt daarmee voor nu wel te leven. Die expositie loopt nog tot 27 maart. En over haar en haar grote liefde Diego Rivera zag ik deze zomer al een prachtige tentoonstelling in het Amstelveense Cobra Museum. Lees hier maar.

een beroemd zelfportret van Artemisia, 1638-39

Maar bij mijn 17e eeuwse schildersheld en dijk van een wijf Artemisia Gentileschi? Vorig jaar boorde Covid-19 mij nog een grootse expositie over haar in Londen door de neus. Zou ik voor het eerst met de Eurostar naar die stad, was alles met hotel en kaartjes voor de National Gallery geregeld, komen er quarantaineregels op dat Brexit-eiland en rijdt die trein ook niet meer. Daaraan wijdde ik vorig jaar juli al een blog.

zie ook maar dit viseo opwarmertje voor de expositie

Met Artemisia zit ’t dus niet mee. Maar ingedachtig de uitspraak van onze beroemdste Filosoof van de Kouwe Grond (oh ja, en ook nog onze Beste Voetballer Ooit) ‘elk nadeel hep ze voordeel’ , houd ik op deze manier natuurlijk wel iets over om naar uit te kijken. Nu maar hopen dat als het Orakel van het Haagse Torentje begin volgend jaar nieuwe Omikron-uitspraken doet, ik het Rijksmuseum Twenthe toch nog kan bezoeken voor de sluitingsdag 23 januari van  ‘Artemisia, Vrouw & Macht’. Dan toch maar gewoon even op en neer van Middelburg naar Enschede? Een halfvol glas is ten slotte beter dan een halfleeg.

En of Assen nog wat later aan de beurt kan komen? Dat zou wel fijn zijn. Dan zou mijn glas zomaar meer dan half vol raken. Ook omdat de stad, buiten het museum, volop meedoet met Frida-uitingen, zo zag ik bij onderstaande foto’s.

muurschildering in Assen vanwege Viva la Frida
veel Frida, maar wel dicht natuurlijk

Trouwens, na al die andere afspraken wel te hebben kunnen afhandelen, met  als laatste het in etappe 4 afleveren van mijn schilderijen bij het Amersfoortse Musiom, voelde ik me in finishplaats Middelburg best wel wat moe.

mijn schilderijen aflevern voor een solo expositie in de galerie van het Musiom die hopelijk ergens in januari van start kan gaan

Hoe zou dat zijn geweest met nog die twee expositiebezoeken erbij? Best nog wel een beetje moeier, schat ik zo in. Eigenlijk dus, op z’n Cruijffiaans, nog zo’n voordeel bij een nadeel.

Nu op naar 2022. Maak er ondanks, of misschien juist dankzij de Omikronvariant een mooie, vuurwerkvrije en gedenkwaardige Oud en Nieuwjaarsviering van.  Tot volgende week.

TOOS

Geen Rode Kruis maar het Ware Kruis


Arezzo, de aanleiding voor dit verhaal

December is echt zo’n maand van de fantastische en onmogelijke verhalen. Want dat er een oude man in een lange rode mantel met een lange staf en een lange witte baard op een schimmel over daken kan rijden? Of dat er zo’n buikig Amerikaans joho-figuur als slapper dan slap aftreksel van onze eigen Sinterklaas op een slee met rendieren door de lucht suist? En dan ook nog zo stom is om aan de Noordpool te wonen en niet in Spanje? Hoe verzin je ‘t! Moeten we zo’n dumbo nu echt zien als een symbool voor Kerst? Daarbij vergeleken wordt het christelijke Kerstverhaal bijna aannemelijk. Afgezien dan natuurlijk dat van de Onbevlekte Ontvangenis. Bij het waarheidsgehalte daarvan heb ik toch wel enige twijfel.

Arezzo, bij de kathedraal

Maar in het Toscaanse Arezzo, weer zo’n parel van een middeleeuwse Italiaanse stad met veel kunstige schatten, kwam ik ‘De Legende van het Ware Kruis’ tegen. Rond Kerst eigenlijk best wel een passend, stichtelijk en zeer verrassend verhaal dat ik in mijn katholieke opvoeding blijkbaar helemaal heb gemist. Foei Toos, niet goed opgelet bij catechisatie? Maar die schade kon ik in Arezzo via een stijve nek mooi inhalen. Bij een eeuwenoud stripverhaal, nog  zonder tekstballonnen. Als fresco door de beroemde Piero della Francesca (1412-1492) en zijn assistenten geschilderd. Hoog op de muren van de hoofdkapel van de Basilica di San Francesco. En letterlijk zeer illustratief voor bijbelles aan de grote ongeletterde meerderheid van de middeleeuwers.

voorgevel van de Basilica die San Francesco
het inwendige van de Basilica met helemaal achterin de kapel met het beroemde fresco
in die kapel

Begrijp je die stijve nek? Hooguit 15 bezoekers mochten er tegelijkertijd in en dan kreeg je 20 minuten om je te verbazen en te verlekkeren. Aan wat gezien wordt als het opus magnum van één van de grote kunstvernieuwers in de Vroeg-Renaissance en één van de beroemdste schilders uit de 15e eeuw. Zeggen deze in de kunstgeschiedenis beroemde portretten je misschien iets? Ook van zijn hand.

Piero della Francesca, Portretten van Federico da Montefeltro en Battista Sforza

Maar nu dus een korte samenvatting van die Legende van het Ware Kruis. Nou ja, van een van de versies dan. Geboekstaafd in de 13e eeuwse Legenda Aurea. Geschreven door Jacopo de Voragine. Een boek dat ik hier al eens vaker vermeldde.

het aanzicht van de kapel

Als Adam (die van Eva) sterft, krijgt zijn zoon Seth van de aartsengel Gabriël boomzaadjes(van die Paradijselijke boom met die appel) die hij in de mond van zijn vader moet leggen om diens ziel te redden. Nadat Adam begraven is, ontspring daaraan dan ook een boom. Speciale plek, nietwaar? En hoe zou die boom trouwens geworteld zijn? Stomme vragen natuurlijk.

rechts zit Adam te sterven, in het midden ligt zijn dode lichaam
detail waarbij hij de boomzaden in zijn mond heeft gekregen

Millennia verstrijken. En die boom maar groeien. Tot koning Salomo zijn grote tempel gaat bouwen  in Jeruzalem. Waarbij hout nodig is voor een brug. Dat van Adam’s boom natuurlijk! Als de koningin van Sheba haar Oud-Testamentische bezoek aan Salomo brengt, krijgt ze vibraties bij die brug. Met het bijbehorend visioen dat dit hout ooit gebruikt gaat worden voor het ontstaan van een nieuwe orde in Israël. Even voor de duidelijkheid, we zitten ergens in de 10e eeuw v.C.

rechts de koningin van Sheba die het hout uit de boom aanbidt
de koningin vertelt haar visioen aan Salomo

Als de koningin dit vertelt aan Salomo laat hij de brug afbreken en de balk verdwijnen. Dit visioen mag niet uitkomen. Had ie gedacht! Dat hout is bestemd voor het kruis van Jezus.

Salomo laat de balk weghalen en verstoppen

Dat het dus uiteindelijk ergens in een poel water naar boven komt en baders daar van allerlei zieken geneest? Logisch toch? Maar nu toont het fresco een staaltje tijdreizen zoals wij dat alleen in science fiction meemaken. Via een afbeelding van de Annunciatie aan Maria belanden we zomaar huppakee  in de 4e eeuw n.C. Bij keizerin Helena. Moeder van Constantijn, de eerste Romeinse christenkeizer. Zij gaat in Jeruzalem op zoek gaat naar de plek waar het kruis is verborgen. Natuurlijk vindt ze die. Maar daarvoor moet eerst de Jood Judas, toepasselijke naam trouwens, zeven dagen in een diepe, droge put opgesloten worden voordat hij doorslaat.

Judas wordt voor 7 dagen neergelaten in de droge put totdat hij vertelt waar het Ware Kruis ligt verborgen

Blijken op die plek ineens drie kruizen te liggen. Welke van de drie dus. Maar Helena kent wel een goeie test. En ja, het derde exemplaar doet een dode opstaan. Klus geklaard.

de kruizen worden opgegraven, met op de achtergrond Jeruzalem, geïnspireerd op het Arezzo uit de tijd van Piero della Francesca
met het derde kruis wordt een dode weer tot leven gewekt

Dat het kruis een paar eeuwen later gestolen wordt door een heidense Perzische keizer maar bij een woeste veldslag met zijn gelovige Byzantijnse ambtgenoot wordt terug veroverd en naar Jeruzalem wordt teruggebracht? Allicht!

het kruis wordt na de terugverovering in triomf naar Jeruzalem teruggebracht

Hoe ’t verder ging? In allerlei kerken wordt beweerd dat ze op z’n minst een splinter ervan bezitten. En in Ethiopië weet een orthodox-katholieke kerk zelfs zeker het volledige Ware Kruis nog te bezitten. Zoals altijd, een geloof heeft vele facetten.

Maar hoe dan ook, ik wens een ieder fijne en coronavrije Kerstdagen toe. Met of zonder kerstboom, met of zonder het Kerstverhaal en met of zonder de Legende van Het Ware Kruis. En die dikbuikige joho-figuur? Ach, laat maar. Tot volgende week.

TOOS

De staart van Dante700, zijn botten en de Mohammed-kwestie


Toos van Holstein, Paradiso (met de hand beschilderd bord)
het programma van ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’, 17 lezingen in 3 dagen over Dante met daar tussenin die expositie en overhandiging

Zonder Dante was bovenstaand bord van mij niet ontstaan. Zonder Dante was er nu geen kunstwerk van mij aanwezig geweest aan de Universiteit van Perugia. Zonder Jean-Paul Aureglia, eigenaar van Galerie Quadrige in Nice, trouwens ook niet. Want een paar weken geleden was hij in die hoofdstad van Umbrië. Voor het drie dagen durend symposium ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’. En om er met een kleine expositie zijn door de universiteit aangekochte Franse editie van La Divine Comédie te overhandigen. Mee ook door mij geïllustreerd. ’t Is ten slotte nog steeds Dante700. Met een heel jaar lang van alles rond Dante’s 700ste sterfjaar. Ik schreef er bijvoorbeeld hier en hier al eens over. Wat had ik er graag bij willen zijn. Maar ja, dat zat er reis- en tijdtechnisch gewoon niet in.

Overigens, wat kilometers noordoostelijker, in Gubbio, bevindt zich sinds oktober ook die Franse Divine Comédie. Oké, niet helemaal, maar alleen het deel uit het Purgatoire met mijn zeefdrukken. ’t Leek me een leuk idee dat te schenken aan de beroemde Biblioteca Sperelliana daar.

de directeur van de Biblioteca Sperelliana met mijn boekgeschenk aan de bibliotheek en nog een paar borden van mij voor de show

Gevestigd in een prachtig groot en eeuwenoud kloostercomplex. Met in de beveiligde kelder een gigantische hoeveelheid oude folianten. Waarbij natuurlijk uitgaven van en over Dante. Mijn aanvulling werd door de directeur in grote dank aanvaard. En dat er in de bibliotheek een expositie over Dante was? Allicht! Dante700, nietwaar.

in het heilige der heiligen van de bibliotheek, met in het midden een geweldig grote, bruine uitgave over Dante
onderdeel van de expositie over Dante met een prachtige kast waarin de gehele tekst van het Purgatorio uit de Divina Commedia

In heel Italië vond je ze, die Dante-exposities. Daarom wilde ik tijdens onze Gubbio-weken in september/oktober ook persé naar Ravenna. Niet alleen vanwege de wereldberoemde Romeinse mozaïeken (dat wordt nog een ander verhaal), maar ook omdat Dante er stierf in 1321. Met als gevolg een kapel waar zich zijn gebeente bevindt, direct naast het aan hem gewijde Museo Dante.

bij de tombe van Dante met daarin zijn gebeente in een Romeinse sarcofaag
binnenplaats van het Museo Dante

Eigenlijk zijn die botten van hem een soort heiligenreliek geworden. Ongelooflijk zoals daarmee is gerommeld, zo bleek in ’t museum. Eerst begraven geweest in een oude Romeinse sarcofaag buiten het klooster van de Basilica di San Francesco en eind 15e eeuw naar binnen gehaald. Maar begin 16e eeuw stiekem verborgen omdat Dante’s geboortestad Florence zijn overblijfselen opeiste. De Florentijnen vonden dus een lege sarcofaag. Lekker puh! In de loop van de 17e eeuw opgeborgen in een houten kist en eind 18e eeuw terug gelegd in de oorspronkelijke sarcofaag. In de nieuw gebouwde kapel zoals die er nu nog staat.

het houten kistje waarin Dante’s botten ook opgeborgen zijn geweest

Maar in 1810 opnieuw verborgen op een heel geheime plek. Vanwege de Franse bezetting door Napoleon. Die had een goeie hand van weggraaien van kostbare kunst en andere schatten. En daarna? Oh jé, waar was nou die geheime plek ook al weer? Pas in 1865 teruggevonden tijdens restauratiewerkzaamheden rond de viering van Dante’s 600ste geboortejaar. Dante600 zeg maar. Toen voor het publiek een aantal maanden tentoongesteld in een glazen kist.

de glazen showkist waarin zijn botten voor het publiek werden tentoongesteld

In 1944/45 weer uit de sarcofaag gehaald en verborgen onder een hoop aarde. Vanwege angst voor beschadiging door bombardementen van de geallieerden. Hoezo rust in vrede!

de hoop aarde waarin zijn botten waren verborgen tijdens de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog, met gedenkstaan daaraan
nog wat plaatjes van het Museo Dante

Maar er was natuurlijk nog veel meer ‘Dante’ in Ravenna? Zoals ergens in het wild deze speelse affiche en dat schilderij in het restaurant.

gewoon ergens op straat
in een restaurant waar we aten

Of deze tentoonstelling. Een onvermoede verrassing in een groots paleis.

opnieuw van die grote Dante-koppen zoals ze ook in het Museo Dante stonden
kunstwerken geïnspireerd door de gravures van Gustave Doré

Prachtig toch, die koppen. En prachtig ook die kunstwerken geïnspireerd op de geweldige serie gravures die Gustave Doré (1832-1883) ooit maakte bij de Divina Commedia.

Hierdoor moet ik ineens weer denken aan het Vlaams/Nederlandse Dante schandaal begin dit jaar. Want Doré maakte in die serie ook een gravure waarin de profeet Mohammed voorkomt (met zijn neef Ali). Zie de figuur in het midden met opengereten borst.

gravure van Doré met in het midden Mohammed en voorop Ali, Dante en zijn gids Vergilius kijken ernaar

Deze scene komt voort uit Canto 28 van het Inferno. Waarin het lot wordt beschreven van schismaveroorzakers  in het christendom. In Dante’s tijd dacht men namelijk nog dat Mohammed een afvallige christelijke priester was die een splitsing in het geloof had veroorzaakt. Onder andere deze regels vind je daar:

‘Zie mij, Mohammed, aan:verminkt als geen!

Voor mij gaat Ali, met het hoofd gespleten

Van kuif tot kinnebak; hoor zijn geween.

Ook ieder ander hier, laat ik u weten,

Heeft twist en tweedracht op de aard verspreid;

En daarvoor worden wij uiteengereten’

(vertaling Ike Cialona en Peter Verhagen)

Nooit een probleem geweest voor vertalers. Nooit! Tot dit jaar. Toen bleek in een nieuwe Nederlandse vertaling Mohammed ineens verdwenen te zijn. De Twitter-beer brak los! Maar volgens de uitgeefster ‘had dit anonimiseren van de profeet Mohammed er wél voor gezorgd dat het verhaal niet onnodig kwetsend zou kunnen zijn voor een lezersgroep die zo’n groot onderdeel uitmaakt van de Nederlandse en Vlaamse samenleving’. Tja!! Op die manier krijgen geschieds- en literatuurherschrijvers  er een lekkere kluif aan om de wereldliteratuur van alle eeuwen te kuizen en te herschrijven. Best netjes uitgedrukt, toch?

Nog een extra staartje Dante700? Geen probleem. Het Italiaans Cultureel Instituut in Nederland zet nu elke dag een nieuwe, korte video op YouTube waarin een deel van de Divina Commedia ter sprake komt. Kijk maar.  Echt leuk! (voor de inleidende video https://youtu.be/j6beUtGD7LE )  

Tot volgende week.

TOOS

Avventura artistica italiana òftewel Het Italiaanse Improvisatietalent


Tegen mijzelf ‘Toos, laat los, komt goed’. En levensgezel met nog wat extra massage ‘Toos, ze zijn hier heel goed in improviseren en gewoon wat minder in organiseren. Dat ‘hier’? Italië, Gubbio. De aanleiding? Een keramiek-opdracht. De afloop? Straks!

Gubbio nu, met de grootste kerstboom ter wereld, bestaande uit een lichtinstallatie liggend op de berg achter de oude stad

Die opdracht? Een behoorlijk kooklustig persoon was behoorlijk enthousiast over een speciaal eetbord-ontwerp van mij dat ik, als ’t effe kon, in Gubbio wilde gaan realiseren. In het keramiekatelier van Giampietro Rampini waar ik twee jaar geleden al eens vier weken had doorgebracht en dat nu weer ging doen. Even terzijde, ‘doe mij maar zes van die borden’ had opdrachtgever gezegd.

een voorontwerp van het bord, dat daarna nog diverse stadia heeft doorlopen

Het ontwerp had ik al ruim van te voren naar Gubbio doorgeseind. Dan kon GP, Giampietro, zich er met zijn pottenbakker Daniele, die ik ook van twee jaar geleden kende, al vast over buigen. Probleempje, ik kreeg ik geen reactie, ook niet na nog een kleine herinnering. Daar ben ik overigens bij GP al wel aan gewend geraakt. Hij is niet zo’n e-mailer en had ’t vast druk-druk. Nou, dan maar in Gubbio zelf.

Daar bleek hij mijn bericht wel te hebben gezien, maar ja, inderdaad druk-druk en nog wat andere problemen. Sorry, sorry. En GP kan ik gewoonweg niks kwalijk nemen, daarvoor is hij veel te aardig.

overleg met Daniele en Giampietro

Twee dagen later zaten GP, levensgezel en ik einde middag in het pottenbakkersatelier van Daniele. Dan was hij even vrij. Want ook druk, druk, druk. De opdrachten stroomden binnen, zelfs vanuit Australië. Er bleek namelijk een groeiende belangstelling te zijn voor het echte handwerk boven alle fabrieksmatige keramiek. Eigenlijk had hij voor mijn opdracht geen tijd.  En toen kwam dus dat Italiaanse improvisatietalent tot volle bloei. Van onze uitgebreide Italiaans/Engelse conversatie geef ik nu een zeer sterk ingekorte versie.

‘Oei Toos,  die borden met doorsnee van bijna 40 cm, met flink brede randen en met een eivormig kuiltje in de bodem? Technisch mogelijk maar ik heb nauwelijks tijd. Of, wacht even.’ Daniele dook ergens een rommelruimte in en kwam te voorschijn met een soort mal waarop handmatig wel een bord gekleid kon worden.

Daniele heeft die mal te voorschijn getoverd

‘Daarop kan mio padre wel al een beginvorm maken’. Zijn vader, van wie hij de zaak heeft overgenomen, helpt hem af en toe nog wel eens. ‘En dan maak ik zelf de rand nog wat breder, dat kost niet zoveel tijd’.

foto uit 2019 met de vader van Daniele op de achtergrond

Nou, goed idee natuurlijk. Maar dan dat eivormige kuiltje? Dan moest er eerst nog wel apart een losse, behoorlijk hoge onderrand tegen het bord worden aangedrukt.  Pas daarna kon hij die kuil in de nog weke platte bordbodem naar beneden duwen. ’t Was ten slotte niet de bedoeling dat het bord op dat kuiltje stond te wiebelen. ‘Oké, komt voor elkaar. Maar weet dat papa maar een paar borden per dag kan maken en dat ze, als ik ermee klaar ben, ook nog drie dagen moeten staan te drogen.’ Tja, wat moet dat moet.

de hand van Daniele die in een eerste experiment de eivorm maakt, die in het uiteindelijk ontwerp een kwartslag is gedraaid
ja, zo moet ie gaan worden!
de eerste exemplaren liggen nog wat verder te drogen in het atelier van GP

Een week later konden we de eerste borden ophalen. Ik helemaal blij natuurlijk. Maar dan moest GP ze eerst nog dompelen in een wit kalkbad waarna ze opnieuw moesten drogen en voorgebakken worden voor ik aan de gang kon. En vergeet de baktijd in de oven daarna niet.

de borden worden ondergedompeld in het kalkbad
en bij het voorbakken kan dan ook dit wel eens gebeuren
een van de borden voordat die de oven in ging
zoals het bord de oven uit kwam

Dit proces herhaalde zich in de weken daarna nog enkele keren. Waarbij soms ook een exemplaar óf bij Daniele al mislukte óf gebarsten uit de oven kwam. Snap je dat mantra van mij ‘Toos, laat los, komt goed’? Voordat Daniele uiteindelijk de laatste van elf exemplaren (de mislukte meegerekend) afleverde, had levensgezel al beredeneerd dat we ons verblijf voor alle zekerheid toch maar met een dag moesten oprekken. Op die extra dag konden we inderdaad einde middag op ‘ons’ terras in de oude stad toch onze Spritz Campari  heffen. De volgende morgen, vlak voor ons vertrek, zouden de laatste opdrachtborden uit de oven komen.

de herfst was net ingevallen, veel te koud voor de Italianen om op een terras te zitten maar voor stoere Hollanders geen probleem

Hoe ’t verder is gegaan? Afgelopen weekend reed een blije opdrachtgever huiswaarts met zes prachtige unieke borden. Handgemaakt door Daniele en zijn papa en handbeschilderd door mij. Missie geslaagd. Want van mijn kant is de uitvoering van zo’n kunstopdracht altijd vrijblijvend. De opdrachtgever mag altijd nee zeggen als de uitvoering niet echt naar de zin is. Tegen gelukkige kopers kan namelijk geen enkele andere reclame uiting op.

nog een van de zes opdrachtborden
een paar detailafbeeldingen

Mijn volgend verblijf in Gubbio heb ik al weer vastgelegd. Want nu wil ik grote vazen beschilderen. Wel een eigen ontwerp natuurlijk. Met  ‘Toos, laat los, komt goed’, gaat dat zeker en vast lukken. Tot volgende week.

TOOS

Eindelijk geven ‘The 70’s’ zich bloot op hun thuisbasis


‘Back home’ van onze onvolprezen rockband Golden Earring, ken je dat heerlijke nummer? Helemaal Earring, helemaal rockend.

 Ik moest er aan denken toen levensgezel de afgelopen dagen bezig was om mijn ‘The 70-Series’ ophang-gereed te maken voor de maandelijkse Kunst en Cultuurroute. Komende zondag 5 december.

Want die ‘The 70-series’ is eindelijk weer thuis.  Daar waar die wel is ontstaan maar nog nooit was te zien. Dat komt nu prachtig uit.  Want het thema van de route is deze maand ‘Geef Kunst Cadeau’. Is ten slotte december niet de maand bij uitstek om elkaar te verrassen met onverwachte geschenken? Dus waarom geen kunst?

een al verkocht olieverfschilderij uit The 70-Series

Even wat kunstgeschiedenis over ‘The 70-Series’. Oktober 2019 werd ie onthuld bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen (hier terug te lezen). Een serie van 70 kunstwerken: 35 olieverven van 20 bij 20 cm (met lijst 25-25 cm) en 35 niet ingelijste mixed media’s van 25 bij 25 cm op alu-dibond plaat. Gecreëerd om een verder niet nader te specificeren leeftijd luister bij te zetten. Ze vlogen weg, dat openingsweekend! Maar ja, €250 per stuk voor een origineel kunstwerk is natuurlijk ook heel appetijtelijk.

onthulling van een deel van The 70-Series, die verspreid hing over 4 plekken

Daardoor ontstond wel een probleempje. Want voor 2020/2021 stond er nog een aantal afgesproken exposities op de lijst onder de titel ‘The 70-Series and More’. En 70 is ten slotte wel 70. Bij elke tentoonstelling gebeurde trouwens hetzelfde. In Eersel in Brabant, in De Lier in het Westland, in Diepenheim in het Verre Oosten. Steeds weer mocht ik in mijn atelier creatief helemaal uit m’n bol gaan.

bezig in mijn atelier om The 70-Series weer aan te vullen tot 70

Het gevolg? Over heel Nederland verspreid hangen nu werken uit ‘The 70-Series’ terwijl thuisbasis Middelburg verwaarloosd moest worden. Maar daar komt nu dus verandering in. Want eindelijk is die serie na al dat rondreizen ‘Back home’. Ik ben er nu wel mee opgehouden om 70 ook 70 te laten zijn. De drang om weer groter te gaan werken is te groot geworden. Heerlijk om weer eens niet op afmetingen van maximaal 25 cm in te moeten zoomen. Heerlijk om mijn armen weer uit te moeten spreiden bij  ’t op de ezel zetten van doeken. En heerlijk om me daar in grotere gebaren op uit te leven.

hoekje in mijn atelier nu, met mixed media werken uit The 70-Series
idem met olieverven

Maar er zijn nog voldoende 70’s over om op Sinterklaasdag 5 december goed te kunnen uitpakken. In combinatie met wat grotere olieverven en mijn recente keramiek.  Na de eerste presentatie daarvan in november kon ik ’s avonds toch wat moeilijker zitten. Vanwege al die veren in m’n ……, ach, je weet wel. ’t Is dus een echte cadeau-tentoonstelling, al zeg ik dat zelf.

deel van de keramiek
en wil je ze niet afgesneden zien, zoals op de foto, dan ben je van harte welkom

Nou is 5 december natuurlijk wel een speciale dag waarop die heilige met zijn hoge mijter en lange staf ook nog wel eens wat aandacht zou kunnen trekken. Dus mocht ’t zondag slecht uitkomen, geen probleem. Gewoon een mailtje naar toosvanholstein@xs4all.nl en de afspraak voor een persoonlijk atelierbezoek aan de Korendijk 56 is snel gemaakt. Wel zo rustig ook. Want die sluitingstijd van 17 uur gold voor de route altijd al, maar verder probeer ik me vanzelfsprekend ook aan de andere nieuwe coronamaatregelen te houden.

nog een olieverf uit The 70-Series

Tot volgende week.

TOOS