Categorie archief: toerisme

Het Arsenale: hoe een gouwe ouwe verviel tot zieltogend eendje en toch nog een trotse zwaan werd


kaart van rond 1720 van het Arsenale terrein

Het Arsenale di Venezia. Ik kondigde het vorige week al aan. Nu een magisch gebied voor de kunst, voor de Biënnale van Venetië. Maar eeuwen geleden naast symbool voor de grote macht van de Republiek Venetië ook de plek waar die macht concreet werd gemaakt. Elke keer opnieuw onderga ik daar de speciale sfeer van dat eeuwenoude, geheimzinnig complex. Drie jaar geleden, toen ik er voor het laatst was, en ook nu weer. Op m’n gemak dwalend door die aaneengeregen rij van hoge stenen hallen met de stoere zuilen. Nu gevuld met moderne kunst. Toen, heel ver voor de Industriële Revolutie, met duizenden handwerkslieden. Die er seriematig de handels en oorlogsschepen bouwden die La Serenissima haar geweldige rijkdom bezorgden. In een soort lopende band  proces, ver, ver avant la lettre. Elke dag zo’n schip. Kun je ’t je voorstellen?Een gigantische logistieke prestatie.

de toegang tot het Arsenale, schilderij van Canaletto uit 1732

Leeg ziet het begin van die hallen er nu uit als hieronder.

Maar als de Biënnale losbarst, is dat heel anders. Dan heeft de curator van dienst, elke twee jaar een andere, honderden meters lengte ter beschikking om zich helemaal uit te leven. Niet alleen daar, maar ook in het hoofdpaviljoen op het Giardini-terrein. Dit jaar dus Cecilia Alemani  die ik vorige week al noemde.

begin van het Arsenale bij deze Biënnale

In de jaren 90 begon dat allemaal. Toen kwam men op het idee een flink deel van het Arsenale bij de Biennale Arte di Venezia te trekken. Een gouden idee voor een gouwe ouwe die daar toch maar stond te verloederen en te vervallen. Napoleon, daar is ook hij weer, had er grootse uitbreidingsplannen mee, liet daarom al delen afbreken maar verdween toen van het wereldtoneel. Net als eigenlijk ook het ooit machtige Venetië.

Nu heb ik de afgelopen twintig, dertig jaar steeds meer hallen opgebouwd en gerenoveerd zien worden en is ’t een feest er rond te lopen. Waarbij je dan wel een aantal van dezelfde kunstenaars tegenkomt als in het hoofdpaviljoen. Zelfde expositiesamensteller ten slotte! Maar dan wel in een heel andere ambiance waarbinnen die curator met groot, hoog, lang en veel kan uitpakken.

nu volgt een ruime selectie aan foto’s
hier ben ik even de weg kwijt
maar dit was een detailfoto waard
tja, wat doe ik hier tussen dit object?

Ben je uiteindelijk door die eerste honderden meters aan hallen heen, dan maak je een haakse bocht naar links waarna er nog heel veel meer wat kleinere ruimten volgen.

andere gebouwen op het Arsenale-terrein, zelfs al met roltrap
nog een paar oude dokken

Waar landen aan de bak komen die destijds bij de inrichting van de Giardini geen eigen officiële plek verwierven om een paviljoen te laten bouwen. Van te voren weet ik dan al dat er ruimten zijn waar ik zal blijven hangen en ruimten waar ik me niet snel genoeg aan kan ontworstelen. Omdat ik dan niet snap wat er zich afspeelt in de bovenkamers van de aangestelde en ongetwijfeld zeer kunstgeleerde curatoren. Hier een kort beeldverslag van wat me wel en niet boeide.

leuk uitgelicht toch?
als ruimten best boeiend
maar de vulling?
positieve verrassing van Slovenië met Marko Jakse, goed geschilderd en een volstrekt eigen, boeiende wereld vol symbolen

Weer heel veel meters en tijd verder op dat uitgebreide Arsenale-terrein eindig je uiteindelijk bij het paviljoen van China. Dit keer volstrekt oninteressant. Waarna op het terras grenzend aan de afsluitende beeldentuin een koud pilsje heel erg verdiend voelt.

de volstrekte afknapper van het Chinese paviljoen
foto uit de beeldentuin helemaal aan het eind van de route

Mocht je er ooit belanden, neem dan daar de stille achteruitgang van het Arsenale. Nogal verborgen in de nog steeds bestaande muur die het hele terrein omringd. Een muur van meer dan drie kilometer lengte. Zo omvangrijk was dus dat ooit zo bruisende Arsenale.

een heel klein stukje van die hele lange muur

Maar waarom je nou juist daar er uit zou moeten willen? Omdat er een verrassing wacht. De heel authentieke, heel rustige Venetiaanse woonwijk Castello. Daar waar de eerste nederzettingen in de Venetiaanse laguna ontstonden. Nauwelijks toeristen, wel de prachtige Basilica di San Pietro di Castello. Eeuwenlang de zetel van het bisdom Venetië. Die door Napoleon, daar is ie weer, werd overgebracht naar de nu door toeristen overlopen Basiliek van San Marco. Tot die tijd alleen maar het niet onaangename huiskapelletje van de Doge.

straatje in Castello
waar iedereen natuurlijk een eigen bootje heeft
die Basilica di San Pietro di Castello

Hoe je dan vanaf die kalme noordoostelijke punt van Venetië terugkomt naar het drukke centrum? De vaporetto natuurlijk, de waterbus. Met als voordeel dat je langzaam weer dat prachtige silhouet van Museum Venetië ziet opdoemen.

Tot volgende week.

TOOS

Surrealistische wegen van Napoleon via Venetië naar de Roma


deel van Venetië met in de cirkel onderaan de groene punt van de Giardini

Stel dat ’t bij Napoleon een misgeboorte was geworden. Dan zou sowieso de Europese geschiedenis anders zijn verlopen. Maar is ’t ook de vraag of ik dan afgelopen mei op een zaterdag op het expositieterrein van de Biënnale van Venetië had kunnen rondlopen. Want wat deed hij na zijn verovering van Venetië in 1797? Juist dat terrein aan de oostpunt van de stad liet hij van moeras tot een groot openbaar park omtoveren. De Giardini. Nu grotendeels de Giardini Della Biennale. Omdat in 1895 een aantal andere grootdenkers een grandioos idee kregen. De toeristische aantrekkingskracht van de Dogenstad uitbuiten met de 1e Biennale Arte di Venezia. Waar toen al zo’n 200.000 bezoekers op afkwamen. Hoeveel dat er nu worden bij de 59e editie die nog tot eind november duurt? Met levensgezel en mij erbij vermoedelijk tegen de 600.000. Want dat was de afgelopen paar keren ook het geval.

toegang van het hoofdpaviljoen op de Giardini Della Biennale

Waarom ik er nu pas over begin terwijl ik er eind mei een paar dagen ronddwaalde? Ik ga opnieuw! In deze blogaflevering van begin juni kwam ’t al even ter sprake. Met de belofte dat dit andere verhalen gingen worden. Bij deze dus.

toegangshal van het hoofdpaviljoen

Want toen, op de terugweg van Gubbio naar Nederland met een auto vol keramiek, hadden we al besloten dat er absoluut nog een extra week Venetië diende te komen. Natuurlijk omdat Venetië mijn lievelingsstad is. En natuurlijk ook omdat ik al heel lang om het jaar elke nieuwe Biënnale bezoek.  Maar net zo goed omdat deze editie een heel speciale is. Niet omdat ’t door corona een triënnale werd, maar, heel belangrijk, vrouwelijke kunstenaars zwaaien er nu de scepter. Voor de allereerste keer zijn zij in de meerderheid! Helemaal passend in de kunsttrend om veel te lang weggestopte vrouwen eindelijk het podium te geven dat ze verdienen. Een podium dat hen in de op en door mannen ingestelde kunstwereld onthouden werd.

Voor het eerst in de Biënnale-geschiedenis kreeg namelijk een Italiaanse vrouw ’t voor het zeggen bij het samenstellen van de hoofdtentoonstelling. En deze Cecilia Alemani  besloot een groep vrouwelijke surrealisten, allemaal al dood, als uitgangspunt te nemen. Voor mij persoonlijk ook heel speciaal. Want daar was ze dan, Leonor Fini! Al heel lang één van mijn grote favorieten. Een poosje geleden nog schreef ik hier over haar.

van Leonor Fini een masker en een deel van een door haar ontworpen jurk
Fini die zelf die jurk draagt
Leonor Fini, olieverfschilderij ‘Vrouw gezeten op naakte man’ (1942)

En wat te denken van Dorothea Tanning die ooit zei “Vrouwelijke kunstenaar? Dat is net zo’n contradictio in terminis als mannelijke kunstenaar of olifanten-kunstenaar”. Maar vooral Leonora Carrington wordt in het zonnetje gezet omdat de titel van haar boek ‘The milk of dreams’ ook de titel van deze Biënnale is. Een boek vol met surrealistische kinderverhalen. Zoals over die jongen met vleugels in plaats van oren, over een man met een krokodil als vriend, over pratende stukken rottend vlees en allicht over een man met twee gezichten die vliegen eet.

Leonora Carrington, Portrait of the late Mrs.Partridge’ (1947), nog surrealistischer door de niet te vermijden weerspiegeling in het glas van de vitrine

Om die groep van overleden vrouwelijke surrealisten heen heeft Alemani vanuit allerlei werelddelen andere vrouwen naar het hoofdpaviljoen in de Giardini gehaald. Met soms heel intrigerend werk, soms goed en soms ‘mwah’. Maar dat blijft natuurlijk persoonlijk. Hier een keus uit wat me intrigeerde.

ik heb ’t niet zo op insecten, laat staan van deze grootte

Een echt hoogtepunt is de zaal van de onlangs overleden Paula Rego. Echt smullen! Dit jaar was er van haar ook nog een prachtige expositie in het Kunstmuseum Den Haag (lees hier mijn stukje daarover maar).  Dat zijn echt de parels waarvoor je naar de Biënnale gaat.

een veelluik van Paula Rego met daarin een poppenopstelling
detail
nog wat hoeken in haar zaal

Die waren er jammer genoeg in de rond het hoofdpaviljoen liggende landenpaviljoens niet veel. Regelmatig vroeg ik me echt af waar al die curatoren die er tegenwoordig allemaal voor hebben doorgeleerd nou eigenlijk mee bezig zijn? Nou, in ieder geval natuurlijk met kunsttrends. En vooral ook met kunst-politieke correctheid. Zoals dus kunst van minderheden die we, net als de vrouwen,hebben veronachtzaamd. Werk van zwarte kunstenaars, van en over de Roma (naast het n-woord bestaat er tegenwoordig volgens mij ook het z-woord), van en over de Sami (zoek maar eens op). Voor mij scoorden daarbij eigenlijk alleen het Amerikaanse en het Poolse paviljoen.

Amerikaanse paviljoen met werk van de zwarte vrouwelijke kunstenaar Simone Leigh
Poolse paviljoen met 12 grote wandkleden over de geschiedenis en het leven van de Roma, ontworpen door Malgorzata Mirga-Tas

En de rest? Af en toe best fotogeniek. Maar overtuigend? Ook al weer heel persoonlijk.

Maar goed, de volgende dag (en in dit blog volgende week) wachtte nog het Arsenale. Het tweede grote expositieterrein dat elke keer alleen al door de oude industriële ruimtes indrukwekkend is.

en na de Giardini met de vaporetto terug naar de stad

En voor de toekomst? Dat komende bezoek aan Venetië. Een stad die al een museum op zich is. Met daarbinnen, dat weet ik nu al, een aantal prachtige exposities in de palazzi. Marlene Dumas, nog meer surrealistische vrouwen, Anselm Kiefer, Anish Kapoor enz. Allemaal komende verhalen. Tot volgende week.

TOOS

De Pot, een toekomstig Rotterdams monument en waarom Frank Gehry nu wel de pot op kan


Depot Boijmans Van Beuningen

Voordat iets op de lijst van Rijksmonumenten kan worden geplaatst, moet het natuurlijk eerst wel zijn gebouwd. Een tikje bejaard worden is daarna ook een pluspuntje en dan is het maar afwachten of het ooit tot erfgoed wordt verklaard. Zoals bijvoorbeeld mijn pakhuis ´Holstein´ uit 1738. Vorige week schreef ik erover vanwege mijn deelname aan de nationale Open Monumentendag op zaterdag 10 september.

Laat ik nou recent een adembenemend nieuw, nog geen jaar oud gebouw hebben bezocht waarvan ik nu al weet dat het ooit een Rijksmonument gaat worden! De Pot in Rotterdam. Oh sorry, eigenlijk moet ik ’t hebben over het Depot Boijmans Van Beuningen. Maar ja, ´t is wel in Rotjeknor. Waar ze er heel goed in zijn om iets iconisch al snel een bijnaam te geven. Wel eens gehoord van de Hoerenloper? De fiets/voetgangersbrug die de moderne Kop van Zuid verbindt met vroegere hoerenbuurt en zeemanskwartier Katendrecht? Officieel de Rijnhavenbrug? Veel te saaie naam natuurlijk. Nee, dan de Hoerenloper, die naam vergeet je niet!

De Pot binnenin

Dus mocht je nu in Rotterdam horen praten over De Pot, dan moet je vlak naast het door renovatie voor de komende jaren gesloten Museum Boijmans Van Beuningen zijn. Een museumverbouwing die traditiegetrouw vast heel veel langer gaat duren dan gepland. Maar De Pot is een geweldige vervanger. Het eerste gebouw ter wereld dat een publiekstoegankelijke combinatie is van kunstopslagplaats, werkplaats en museum tegelijk. En daarbij zowel van buiten als van binnen een overdonderende architectonische creatie. Van het Nederlandse architectenbureau MVRDV. Een icoon tot en met.

een prachtige entree
om even een idee te geven van wat je zoal kunt tegenkomen

Ongeveer een maand geleden schreef ik hier over La Tour in Arles, een kunstje van de wereldberoemde architect Frank Gehry. Aan de buitenkant ook zo’n spiegelpaleis als De Pot, maar dan wel heel anders. Nou, die wereldberoemde Frank kan nu wel de pot op. In mijn ogen dan ten minste. Want wat MVRDV heeft geflikt is zo ontzettend veel beter, ingenieuzer en pakkender! Kijk maar.

overal glazen vloeren met opstellingen

Je kunt er natuurlijk niet verdwalen maar wel verrassend ronddolen. Even een hoek om en je staat ineens het atelier voor beeldenrestauratie in te koekeloeren. Of je kunt ineens een kamertje induiken waar je op een computerscherm door de museumcollectie kunt bladeren. Of je loopt een grote, nu nog lege ruimte in waar je bij een gigantisch groot raam uitzicht op Rotterdam krijgt. Of je drukt op een lichtknop en hebt plots uitzicht op een opslagruimte voor 3-dimensionale kunst. Of van schilderijen. Of je kijkt een vergaderruimte in met vanzelfsprekend design-verantwoorde stoelen. Over elk detail is nagedacht.

restauratieruimte voor beelden
opslag van 3-dimensionale objecten
opslag van en werkruimte voor schilderijen
uitzicht op Rotterdan
vergaderruimte

Dat een schilderij, niet echt verbazingwekkend, ook een achterkant heeft, willen ze in het Depot ook best showen. De prachtigste kunstschatten uit de museumverzameling hangen ergens in keurige rijtjes midden in de ruimte. Onze middeleeuwse Jeroen Bosch naast Amerikaan Jean-Michel Basquiat (1960-1988), nu één van de duurste moderne kunstenaars. En Rembrandt naast Nederlandse Fransman Kees van Dongen (1877-1968). Onze Jacoba van Heemskerck (1876-1923), als vrouwelijk kunstenaar steeds meer in de museale aandacht tegenwoordig, mag zich buur noemen van de veel bekendere tijdgenoot Edvard Munch (1863-1944). En allemaal tonen ze ook hun achterkanten. Een heel interessante manier van presenteren.

Jeroen Bosch links en Basquiat rechts
Rembrandt en Kees van Dongen
Munch links, van Heemskerck rechts

Net zoals trouwens al die ingebouwde vitrines op de gekste plekken, glazen kasten ergens in de hoogte of de laagte, glazen vloeren waarbij je over prachtige uitstallingen loopt. Je komt vele ogen te kort. Dat depot is een kunstdoolhof waarbij je telkens opnieuw tegen nieuwe verrassingen en gewaagde kunstcombinaties aanloopt.

zomaar ineens een zelfportret van Charley Toorop
en dan ineens loop je zo’n ruimte binnen
of een zaal met een keus uit de kunstcollectie van De Rabo-bank zoals deze installatie van Folkert de Jong
hoe zit dat daar nou eigenlijk?
of hier?
hoe ingenieus wil je ’t allemaal hebben

Zo kwam ik zelfs prachtige, zogenaamde lustroborden tegen van de soort die in de 16e eeuw door Mastro Giorgio werden gemaakt in Gubbio.  Door mijn verblijven daar als artist in residence weet ik dat als je begint over deze Mastro je voorlopig onder de pannen bent.

lustrokeramiek uit de 16e eeuw

En dan nog even over die tuin bovenop De Pot, met restaurant Renilde in het midden. Ze hebben er maar gelijk volgroeide bomen en struiken geplant. Zelfs zodanig dat die je af en toe het uitzicht ontnemen op de bekende Rotterdamse skyline.

weerspiegeling van de daktuin in de wand van het Depot
skyline van Rotterdam

Dat er ook dagelijks allerlei rondleidingen door de grote opslagruimten worden georganiseerd wist ik al wel, maar daar kwam ’t dit keer gewoon nog even niet van. Te veel, te indrukwekkend, te overdonderend. GAAN! Zeker op zo’n tropendag van 300 met binnen overal de thermostaat temperatuur van 210. Want het is natuurlijk wel allemaal waardevolle kunst! Zouden ze er deze winter nog 190 van maken om energie te besparen? Tot volgende week.

TOOS

Komt dat zien op Open Monumentendag! Een eeuwenoud, uniek en kunstig pand


Middelburg in de 17e eeuw

Zaterdag 10 september is ’t weer, het grote monumentenfeest. Open Monumentendag door heel Nederland. Waarbij ook mijn grote deuren aan de Korendijk 56 in Middelburg wagenwijd open staan. Open Huis zogezegd.

Vandaar nu de vraag ‘hoeveel Nederlanders zouden er wonen in een Rijksmonument’? Vingers omhoog graag! Dat worden er aardig wat, schat ik zo in. Maar hoeveel daarvan blijven omhoog als ’t gaat om een eeuwenoud pakhuis? Kijk, daar zakken er al een flink aantal. En nu, hoeveel van die pakhuizen bevatten balken afkomstig van onttakelde schepen? Oeps. En van welke van die pakhuizen zijn de muren van de buren? Oei, oei, misschien nog een paar vingertjes die in de lucht priemen? Tot slot de hamvraag. Bij wie zat er op de plek van je pakhuis eerst een open haringpakkerij? Zou ik nu in heel Nederland als enige nog met mijn vinger omhoog zitten? Niet onmogelijk! Dus woon en werk ik dan in een volstrekt uniek pand in Nederland? Een boeiende vraag bij hoe dan ook een trots gevoel. Maar hoe zit ’t nou precies met die vragen hierboven?

links de Korendijk 56 in de jaren 60 (foto gevonden in de beeldbank van het Zeeuws Archief), rechts zoals ’t nu is

’t Is alweer en poos geleden dat ik voor het laatst meedeed met Open Monumentendag. Tijd dus voor een herstart. Mijn atelier op de begane grond is natuurlijk altijd al wel open op de eerste zondag van de maand bij de Middelburgse Kunst&Cultuurroute. Ik zie dan vaak mensen niet alleen naar mijn kunst kijken maar ook omhoog. Naar al die prachtige ouwe, overgedimensioneerde  pakhuisbalken. Maar de deur naar mijn woongedeelte blijft daarbij altijd dicht.

zoals het pakhuis was toen ik het kocht
een impressie van zoals ’t nu is

Komende 10 september dus niet. Je kunt zomaar doorlopen naar de 1e en 2e etage. Om de rest te aanschouwen, opnieuw met een aantal balken uit grote schepen. Schepen die al voor 1738, het bouwjaar van mijn pakhuis, onttakeld moeten zijn geweest. En waarvan de balken bij mij achter uit het water zijn gevist. Want niet voor niets heet het straatje achter mij nu Balkengat. Ooit lag daar de scheepswerf van de VOC en dreven er houten vlotten en balken in de grote plas die je op het schilderij hieronder ziet.

de werf van de VOC in 1778

Er is zelfs nog een foto van die situatie van voor 1898. Dat moet namelijk wel want toen werd een deel gedempt om het wijkje te bouwen dat er nu staat.

Maar hoe zit dat met die muren van de buren? Nou, ooit zat er een doorgang tussen wat nu de woonhuizen Korendijk 54 en 58 zijn. Daar zat, volgens de oude annalen, een haringpakkerij. Met waarschijnlijk wel een dak erboven maar verder open. Best handig natuurlijk, een beetje doorluchten bij al die haring kon geen kwaad. Tot die grond werd aangekocht door de MCC, de in 1720 opgerichte Middelburgsche Commercie Compagnie. Een soort tegenhanger en Middelburgse opvolger van de VOC, de Vereenigde Oostindische Compagnie. Die VOC van de werf bij het Balkengat.  

Ze hadden blijkbaar een pakhuis nodig aan de Korendijk. Koren dus. Want heette destijds de korenhandel in Nederland niet de moedernegotie? Maar dat is een ander verhaal. Dus wat was er makkelijker dan de buitenmuren van de twee huizen aan weerszijden te gebruiken om er vertikaal balken tegenaan te zetten. Met daarop horizontaal weer andere balken. Simpel toch?

nog een sfeerbeeld van het interieur

Tot ik het kocht, was het pakhuis ook alleen maar pakhuis geweest. Er was geen water, geen gas, geen elektriciteit maar wel die muren van de buren. Zo vertelde de kadasterregistratie. Met andere woorden, bij de restauratie hadden de buren eigenlijk voor elke spijker en schroef in hun muren toestemming moeten geven. Niet echt handig. Dat hebben we toen ook maar veranderd.

Nu staat er dat unieke pand waarover ik nog even één ding kwijt wil. Want in een Rijksmonument mag je natuurlijk niet zomaar je goddelijke gang gaan. Een daartoe bevoegde ambtenaar bewaakt het hele proces. In dit geval iemand wiens naam in Middelburg toch wel enigszins gevreesd werd. Bij de definitieve keuring hield ik mijn hart dus echt wel een behoorlijk beetje vast. Weet je hoe hij wegging? Met de opmerking dat hij zelden een pand had gezien dat zo prachtig was gerestaureerd. Daarop hebben levensgezel en ik toen ook maar gelijk geklonken.

Op 10 september kun je zijn opmerking komen controleren. Maar vanzelfsprekend ook overal mijn kunst bekijken. Het slaan van twee vliegen in één klap. Een derde vlieg daarbij is mijn nieuwste steendruk ‘City life’. Alleen deze maand voor een heel speciale prijs te koop

steendruk ‘City life’

. Lees mijn vorige blog maar. Tot volgende week.

TOOS

PS Afgelopen dinsdag zag ik op NPO 2 de eerste aflevering van ‘Krabbé zoekt Kahlo’. Over één van mijn vrouwelijke kunstenaarsiconen aan wie ik in dit blog al wel aandacht gaf. Beslist de moeite waard! Gewoon kijken de komende dinsdagavonden om 20.30 uur.

Hoe Religieuze Recepten zonder Pillen, Poeders en Prikken ook financieel rendeerden , deel II


Abdij van Montmajour

Ooit een rotsachtig eiland in de monding van de Rhône bij Arles, nu al zo’n duizend jaar de Abbaye de Montmajour. Van waaruit je in de verte de nieuwe, bijna 60 meter hoge blinkende La Tour uit Arles ziet oprijzen als een alien raket .

sterk ingezoomd op La Tour in Arles vanuit de abdij

Vorige week schreef ik er al over. Hoe dankzij de inkomsten uit pillen, poeders en prikken de schathemeltjesrijke Maja Hoffmann haar kunstdroom kon realiseren. Of ze zich daarbij ook heeft bedacht dat je vanuit Frank Gehry’s nieuwe egotoren ook de droom van een andere rijke vrouw van meer dan 1000 jaar geleden kon zien liggen? Geen idee! Maar frappant is ’t wel.

Want toen de niet onbemiddelde Frankische edelvrouwe Teucinde van Arles in het jaar onzes Heren 949 via een landruil dat eiland verkreeg van de aartsbisschop van Arles maakte ook zij haar droom waar. Daar ging een klooster komen. En aldus geschiedde. Dank zij ook bijdragen van andere adellijken. Waar die hun geld vandaan kregen? Dat kun je zelf wel verzinnen.

een paar foto’s van de Abbaye de Montmajour
genoeg stof ter overpeinzing in een heerlijk zonnetje

Maar monniken in zo’n klooster kunnen nu eenmaal niet alleen leven van gebeden en Gregoriaanse gezangen. Grond moest erbij voor de landbouw. Plus natuurlijk een heilig voorwerp, een reliek! Want dat trekt bedevaartgangers en daarmee schenkingen in harde zilveren en gouden munten. Laat er nou begin 11e eeuw een splinter van Het Ware Kruis opduiken! Het kruis waaraan Jezus stierf. En ja, daar kwamen ze dus, in horden, die pelgrims. Zeker op feestdag 3 mei, de dag waarop in het jaar 355 in Jeruzalem dat Ware Kruis was teruggevonden (vorig jaar schreef ik daarover al eens). Liet je op 3 mei in de Abdij van Montmajour een leuke donatie achter, dan kreeg je er ook wat voor terug. Namelijk absolutie van al je zonden. Een interessante win-win situatie toch?

op een bepaald moment was de stroom pelgrims zo groot geworden dat op een paar honderd meter afstand van de abdij een speciale kapel werd gebouwd met daarin de splinter van het Ware Kruis

Zie daar nog een overeenkomst tussen het LUMA Arles Parc des Ateliers en de abdij. Zij het dat we Maja’s familie betalen voor pillen, poeders en prikken ten faveure van ons lichamelijk welzijn en dat die absolutie destijds vooral het persoonlijk zielenheil betrof. Een gezonde geest in een gezond lichaam maar dan met zo’n tien eeuwen ertussen.

onder in de machtige gewelven

Maar ja, niets is voor de eeuwigheid. Dat zielenheil natuurlijk wel, maar die abdij niet. Want al bleef die in de loop der eeuwen wel doorgroeien met allerlei nieuwbouw, na het hoogtepunt in de 13e eeuw, ging er in de 14e eeuw de Grote Pestepidemie overheen. Met verder achtereenvolgens, zoals bij veel andere kerkelijke monumenten in Frankrijk, ook nog de Honderjarige Oorlog, de godsdienstoorlogen eind 16e eeuw, na 1789 natuurlijk de flink anti-klerikaal ingestelde Franse Revolutie en af en toe de onvermijdelijke brandjes. Verval, opbouw, verval, opbouw, verval. Kazerne, schapenboerderij, hooi opslagruimte, verkoop van inboedel met dak en deuren tot ruïnestenen toe. Maar dan. Begin 19e eeuw keert het tij langzaam en wordt de abdij zelfs verklaard tot één van de eerste Franse historische monumenten. Met uiteindelijk alle positieve gevolgen van dien.

Maar kun je je voorstellen dat het geheel er in 1880 nog zo bij stond?

Wat jaartjes later liep onze Vincent, Vincent van Gogh,  rond in Arles. Iets dat ze daar nog steeds graag willen weten. En natuurlijk trok hij in die periode van 1888/1889 met zijn teken en schildergerei  rond in het gebied van de abdij. Met bijvoorbeeld onderstaande als gevolg.

Vincent van Gogh, tekening van de abdij (Van Gogh Museum)
nog zo’n tekening
Vincent van Gogh, Zonsondergang bij de Abdij van Montmajour (1888), met de abdijruïne links boven
de lege kerkruimte die in de 18e eeuw nog gevuld was met kostbaar meubilair

Daarover zul je in Maja’s speeltje niets terugvinden. Dat is in opzet alleen op moderne ontwikkelingen gericht. Wel vroeg ik me af of er van La Tour ooit schilderijen in de grote museums terug te vinden gaan zijn. En zou vanuit de Montmajour over een aantal eeuwen nog steeds La Tour te zien zijn? Hoe gaat die de tand des tijds doorstaan? En, leuke hamvraag natuurlijk, als Vincent nu vanuit de schildershemel zou afdalen naar zijn geliefde Arles, hoe zou hij die spiegelende toren ervaren?

nu wel weer ‘aangekleed’ met moderne kunst

Tot volgende week.

TOOS

Money, money, money: van Pillen, Poeders en Prikken naar Godsdienstige Grandeur, deel I


Arles, Zuid-Frankrijk. En nee, ik heb me niet op de bekende Zwarte Zaterdag in Frankrijk  tussen al die verdwaasde vakantielemmingen gestort die zo nodig in honderden kilometers lange files op de Route du Soleil urenlang zuidwaarts kruipen. Asjeblieft zeg, hoe gek kun je zijn! Nee, ik was daar al eerder dit jaar. En nee, ik was daar niet vanwege onze Vincent, Vincent van Gogh. Ik was er omdat ik vijf jaar geleden onderstaande in wording zag.

En dat ding in wording, La Tour, is nu af. Architect Frank Gehry, ja, die van wereldfaam en van bijvoorbeeld het museum in Bilbao, heeft weer eens één van zijn befaamde verwrongen eieren gelegd. Waardoor opdrachtgever Maja Hoffmann, telg van het stinkend rijke farmaceutische Hoffmann-La Roche concern uit Zwitserland, haar grote droom van het ‘LUMA Arles au Parc des Ateliers’ waarheid heeft zien worden.

het spoorwegcomplex zoals ’t er ooit bij lag
en zoals het nu is

Het door haar aangekochte gigantisch grote, oude emplacement waar ooit treinen en treinonderdelen werden gerepareerd in grote en kleinere hallen is volstrekt onherkenbaar veranderd. Terwijl die hallen er toch nog steeds staan. Maar nu om samen met die alien-toren van Gehry dat Parc des Ateliers te vormen. Een, om maar eens haar eigen woorden te gebruiken,  interdisciplinaire creatieve campus waar door middel van tentoonstellingen, conferenties, live performance, architectuur en design, denkers, kunstenaars, onderzoekers, wetenschappers de relaties tussen kunst, cultuur, milieu, mensenrechten en onderzoek ter discussie stellen.

toegangsweg vanaf het parkeerterrein
eerste aanblik en toegang

Nou, daar kun je natuurlijk wel wat mee, met zo’n doelstelling. Zeker als ’t dan ook nog best wat mag kosten. 150 Miljoen zette Maja er uit haar behoorlijk gevulde spaarpotje voor opzij. Levensgezel kon bij het aanschouwen van al dat moois natuurlijk niet nalaten een wat ironische vraag te stellen en gelijk ook maar het antwoord te geven.”En wie zouden dat nou eigenlijk echt betaald hebben? Wij dus! Door ons door Hoffmann te laten prikken en door Hoffmannpilletjes en poedertjes te slikken”. Om direct relativerend toe te voegen dat ze voor dat bedrag natuurlijk ook een leuk oligarchenjachtje had kunnen aanschaffen maar nu in plaats daarvan wel een prachtig cultuurcomplex realiseerde dat ook nog eens vrij toegankelijk is.

klein stukje van het park
en natuurlijk is er horeca met prachtige uitzichten
nog meer horeca

Want dat is een hele grote plus voor Maja. Het nieuwe park kun je zo binnenlopen. Een park met honderden net aangeplante maar al verduveld grote bomen. Want kleine boompjes die nog flink moeten doorgroeien voor ’t wat is, nee, daar deden ze niet aan. De nieuwe, gigantisch grote parkeerplaats in de buurt is ook vrij. Voor de exposities in La Tour en andere gebouwen hoef je alleen maar op de website https://www.luma.org/fr/arles.html  je toegangsbiljet kosteloos te reserveren. Om bij de entree door een legertje jonge mensen enthousiast begroet en voorzien te worden met allerlei nuttige informatie. “Daar kunnen ze bij Museum Voorlinden in Wassenaar nog wat van leren”, zo ging door me heen. Voor dat kunstspeeltje van de ook behoorlijk rijke Joop van Caldenborgh, een prachtig  kunstspeeltje trouwens, betaal je bijna €20 toegang. En houd je Museumkaart en Rembrandtpas maar gewoon op zak. Niet geldig. Maar ja, het vermogen van Joop wordt dan ook geschat op slechts een schamele €800 miljoen. Elke extra stuiver is dus van harte welkom. Maar dat terzijde.

Die La Tour is absoluut indrukwekkend, zowel van buiten als van binnen.

uitzicht vanaf La Tour op het oude Arles
levensgezel leeft zich, net als ik, uit met fotograferen, let op de weerspiegeling bovenin vanwege een reusachtige spiegel in het plafond
Frank Gehry heeft zich ook helemaal kunnen uitleven, met zelfs nog een glijbuis
prachtig toch, al die blokken?

De kunst is natuurlijk de keuze van Maja Hoffmann. Niet altijd mijn keus. Maar ja, de kunstwereld bestaat nu eenmaal uit vele parallelle universums. Hier een paar indrukken ervan, verspreid door La Tour.

hier een paar foto’s van kunst die me nog wel aansprak
bij de liften een muur van uitgekristalliseerde zoutblokken
deel van het trappenhuis
kunst in het park

Eigenlijk was mijn plan nu gelijk door te schrijven naar een soortgelijk groots project, even buiten Arles. Alleen wat eeuwtjes ouder. Maar dat gaat ’t niet worden, te veel. Vandaar dus een snelle ‘deel I’ in de titel erbij getikt met nog een klein opgetild sluiertipje tot slot.

Want ook een project dat indirect mee tot stand kwam via de penningen van de gewone mens.  Niet door lichamelijk geabsorbeerde pillen, poeders en prikken maar door een in de geest diep doorgedrongen devotie. Welk project ik bedoel? De Montmajour.

vanaf de toren zicht in de verte op de Montmajour

Oh ja, en Van Gogh speelt ook nog een rolletje. Tot volgende week.

TOOS

Slot van een Onbedoelde, Kunstvolle en StruinigeTrilogie


het oude Middelburg zoals ’t ooit was en voor het grootste deel nog steeds is

Dat wordt, zo bedacht ik me ineens, zomaar een van te voren niet bedachte en dus onbedoelde trilogie. Met als middelpunt Middelburg. Eigenlijk een soortement advertorial-trilogie voor een stedentrip, uit te voeren in deze zomertijd.

Ga maar na. Twee weken geleden schreef ik hier over Façade, de grote tot 6 november durende kunstmanifestatie in de openbare ruimte van Middelburg. Vorige week speelden de Vier Vrijheden van de Amerikaanse oud-president Franklin Roosevelt de hoofdrol. In combinatie met de Four Freedoms Awards, die eens per twee jaar in Middelburg worden uitgereikt, en een speciale kunstuitgave van mij die daarop is gebaseerd. En nu als slot van deze toevallige trilogie?

De nieuwe ‘Ons Keramiek Middelburg’ route tot 30 september. De ‘Sprekende Gevels’ route het hele jaar door dag en nacht.  Plus, zoals altijd op de 1e zondag van de maand, de Kunst&Cultuurroute Middelburg van aanstaande 7 augustus. Never a dull moment in mijn eeuwenoude stad.

bezig met de tekeningen voor die speciale Four Freedoms uitgave

Over de kunstroute schreef ik ook vorige week al. Net als over mijn livre d’art met uitspraken van laureaten van de Four Freedoms Awards, allemaal geïllustreerd met originele tekeningen. Deze week heb ik van de laatste paar nog voorradige exemplaren de tekeningen afgemaakt. Op 7 augustus liggen ze aan de Korendijk 56 te kijk voor geïnteresseerden. Ik hoop dat inkt en verf tegen die tijd zijn opgedroogd.

de ‘etalage’ van mijn pakhuis/atelier

De verf op bovenstaande keramiek in de ‘etalage’ van mijn atelier is dat in ieder geval wel. Die opstelling maakte ik vanwege de ‘Ons Keramiek Middelburg’ route. Het initiatief van keramiek-enthousiastelingen Lisianne en Gemma. Zij kwamen op het briljante idee om overal in de stad raamexposities te initiëren. Raamexposities met alleen keramiek. Geeft niet wat: oud, nieuw, middeleeuwse scherven, familiebezit, bodemvondsten, vakantiesouvenirs, kinderknutsels. Alles kan als ’t maar keramiek is. Op de door hun hiervoor speciaal opgezette website https://www.onskeramiek.nl/ vind je naast heel veel informatie ook handige kaartjes voor  looproutes.

een van de routekaarten met daarop ook een rode stip voor mijn locatie

Logisch dat ik me, ook enthousiast, bij hun initiatief aansloot. Met onder andere objecten van mijn recent in het Italiaanse Gubbio gecreëerde ‘UOVO-Project’. Bekijk deze video over dat project maar eens op mijn YouTube-kanaal.

Mijn keramiek etalage verander ik trouwens regelmatig. Die eerste foto hierboven was van de afgelopen paar weken, die hieronder van de situatie nu.

Meer dan 100 adressen staan er nu op de routekaarten. Stel eens dat je aan de hand daarvan door de stad zou gaan struinen. Dan dwaal je vanzelf door straatjes en stegen van woonwijken van de oude stad die veel minder voor de hand liggen dan de gebaande winkelstraten en voor de hand liggende terrassen. Laat dat alles maar even liggen, die lopen niet weg. Dan ontdek je waarom Middelburg één van de mooiste oude steden is van ons land. Dwing jezelf daarbij ook om regelmatig omhoog te kijken naar de gevels. En verbaas en verwonder je over al dat prachtigs.

Daarbij kom je ongetwijfeld ook de zogenaamde ‘Sprekende Gevels’ tegen, nog zo’n initiatief van de Kunst&Cultuurroute.  Een 20-tal heel oude gevels met daarop nieuwe gedichten. Zoals deze.

Aan de hand van al die kunstige routes min of meer willekeurig rondstruinend en zwervend door de stad, met regelmatig je hoofd in de nek doe je de verrassendste ontdekkingen. Als ik zo nu en dan mijn hoofd even leeg en atelier-vrij wil maken, doe ik dat zelf ook. En ervaar telkens opnieuw hoe de middeleeuwen en de glorierijke 17e en 18e eeuw Middelburg in al haar poriën nog steeds doordrenken.

en dan mag de gevel van mijn pakhuis natuurlijk ook niet ontbreken

Gewoon een keer doen! Of vaker natuurlijk. Tot volgende week.

TOOS

‘De vrijwaring van vrees’ in Middelburg


Mijn stad Middelburg heeft iets met ‘The Four Freedoms’ van Franklin Roosevelt. En daardoor heb ik er ook iets mee. Roosevelt, de enige Amerikaanse president die vier keer werd verkozen. Ook de president die in 1941 die vier fundamentele vrijheden voor de mens, waar ook ter wereld, formuleerde. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijwaring van gebrek en de vrijwaring van vrees. Vier vrijheden die ik verwerkte in een heel speciale kunstuitgave. Die nu perfect aansluit bij het thema van de grote Middelburgse kunstmanifestatie Façade2022 (zie aflevering vorige week) en daardoor bij de komende Middelburgse Kunst en Cultuurroute op 7 augustus. Maar dat komt zo.

screenshot van de website van de Kunst en Cultuurroute Middelburg

Want hoezo is er die band tussen Roosevelt en Middelburg? Omdat blijkbaar een voorvader heel, heel lang geleden uit Zeeland emigreerde naar de Verenigde Staten. Gevolgen? Twee presidenten Roosevelt: Theodore begin 20e eeuw en Franklin van 1932 tot 1945. En in Middelburg het Roosevelt Study Center, het University College Roosevelt en allicht een hotel The Roosevelt. Maar met als kers op de taart toch wel de Roosevelt Stichting. Die betrokken is bij de zogenaamde Four Freedoms Awards.

Eens in de twee jaar wordt de omgeving van de Nieuwe Kerk met z’n Lange Jan namelijk tot een fort omgebouwd. Met dranghekken, betonnen beveiligingsblokken, stevige beveiligers en de nodige politie. Want dan geven WA plus andere koninklijken, politieke BN’ers en bijbehorende belangrijken acte de présence voor de uitreiking van die Awards. Aan hen die zich, soms met gevaar voor eigen leven, inzetten voor die vier vrijheden.

de laureaten en de uitreikers dit jaar in de Nieuwe Kerk

Nelson Mandela bezocht daardoor Middelburg. Net als, om er maar een paar te noemen, VN-baas Kofi Anan, de Wit-Russische vrijheidstrijder Svetlana Tichanovskaia, de Tsjechische vrijheidsheld en president Vàclav Havel, godsdienstfilosoof Karen Armstrong, de Dala Laima, vrouwenrechtenstrijder Malala Yousafzai, dominee Desmond Tutu, filmster Liv Ullman, en niet te vergeten Angela Merkel. Want laat die nou zo’n kunstuitgave bezitten als ik in het begin al noemde!

omslag van mijn kunstuitgave gewijd aan de Four Freedoms

Toen zij namelijk, alweer enkele jaren geleden, de Freedom Medal kreeg uitgereikt in de Nieuwe Kerk ontving ze daarbij ook die kunstuitgave van mij. Een genummerd exemplaar met door mij uitgekozen citaten van Four Freedoms laureaten, geïllustreerd met originele tekeningen.

Dit idee was begin van dat jaar in me opgekomen en mocht ik in overleg met de Roosevelt Stichting ook gaan uitvoeren. Dat werd dus tien indringende citaten selecteren. Toen omslag en lay-out bepalen in overleg met Jean-Paul Aureglia van mijn galerie Quadrige in Nice. Want hij ging de kleine oplage van 30 met de hand zetten en draaien op zijn eigen pers.

deel van de letterbakken van Jean-Paul in zijn galerie Quadrige in Nice

Vandaar ook die Franstalige titel op de buitenkant. Want voor een echte Fransman als hij was een Engelstalige titel psychisch gezien toch echt een stap te ver, die citaten waren ten slotte al in het Engels. En daarna was ’t aan mij om bij de gedrukte uitspraken van de laureaten in elke genummerde uitgave tien originele tekeningen te maken. Ik heb wat afgetekend en gesigneerd. Sowieso elk boekje, maar ook elke tekening.

‘In societies where men are truly confident of their own worth, women are not merely tolerated but valued’, uitspraak van de nu in Myanmar gevangen zittende Aung San Suu Kyi

Bewust heb ik toen nog enkele exemplaren achter gehouden zonder tekeningen. Wie weet zou ik die nog eens kunnen gebruiken. En ja dus! De grote 5-jaarlijkse kunstmanifestatie Façade kreeg dit keer als leidraad ‘de vrijwaring van vrees’. Bingo, daar kon ik wel wat mee!

bezig met het maken van nieuwe tekeningen voor de ‘Citations’

Vorige week schreef ik al dat ik best moeite had om te ontdekken wat een aantal van de kunstobjecten nou eigenlijk te maken had met dat thema.  Bij mijn ‘Citations des lauréats’ hoef je daar overduidelijk niet naar te speuren.

Neem het citaat ‘For me peace is not only the absence of war but the absence of fear’. Een uitspraak van Malala Yousafzai. De Pakistaanse Nobelprijswinnaar die als meisje door zo’n gehersenspoelde Taliban door het hoofd werd geschoten omdat ze de euvele moed had naar school te willen, die aanslag overleefde en sindsdien onvermoeibaar vreedzaam strijdt voor de vrouwenrechten en het recht op onderwijs voor hen. Absoluut een dijk van een wijf!

Malala Yousafzai
I no longer think that any principle or opinion is worth anything if it makes you unkind or intolerant

Of bovenstaande uitspraak van Karen Armstrong, voormalige non, spraakmakend auteur en godsdienstfilosoof. Toen zij een paar jaar geleden in Middelburg een lezing gaf heb ik haar, als bewonderaar, gesproken en zo’n uitgave van mijn ‘Çitations’ gegeven.

Karen Armstrong

Nu liggen er zondag 7 augustus tijdens de Middelburgse kunstroute (1-5 uur) nog een paar te koop in mijn atelier (Korendijk 56). Met in elk 10 vers gemaakte tekeningen. Een item voor de verzamelaar en liefhebber?

nog zo’n actiefoto van het maken van de nieuwe tekeningen

Tot volgende week.

TOOS

Venetië haar Biënnale, Kassel de Documenta. En Middelburg? Façade 2022!


Venetië organiseert dit jaar de alom bejubelde 59e editie van haar wereldberoemde Biënnale Arte. Het Duitse Kassel geeft, gewoontegetrouw, na vijf jaar weer onderdak aan de ook beroemde, en dit jaar zelfs beruchte, vijftiende Dokumenta. En Middelburg? Dat doet tussen al dit kunstgeweld sinds afgelopen zaterdag 16 juli mee met Façade2022. Met aflevering drie na voorgaande edities in 2012 en 2017.

Façade, een groots opgezette kunstmanifestatie waarvoor CBK Zeeland en een aantal uitgenodigde binnen en buitenlandse kunstenaars hun beste kunstbeentjes hebben voorgezet. Om een zich door de openbare ruimte van de binnenstad slingerende kunstroute te creëren. Onder het thema ‘Reconsidering our freedom’. Wat dan weer, beetje verwarrend, gebaseerd is op ‘de vrijwaring van vrees’, ‘the freedom from fear’, als uitgangspunt. Één van de Four Freedoms, de vier fundamentele vrijheden voor de mens, zoals die in 1941 door de Amerikaanse president Franklin Roosevelt werden geformuleerd. Natuurlijk ben ik na de opening de route gaan verkennen. Nieuwsgierig naar mijn voor en afkeuren.

de routekaart van Façade

Want bij dit soort kunstmanifestaties zijn er naast de persoonlijke plussen, de mooie verrassingen en de goed-gedaan’s ook altijd kunstuitingen met voor mij ‘mwah’s’ en kom-op-zeg-is-dat-het-nou’s.

Helemaal plusserdeplus is de speciale spiegel van de Indiaas-Engelse Anish Kapoor in de Kloostergangen van de Abdij.

‘Random Triangle Mirror’ van Anish Kapoor in de Kloostergangen van de Abdij

En dat is echt niet omdat hij een absolute ster is aan het kunstfirmament. Maar omdat die uit honderden glasfacetten opgebouwde holle spiegel magisch werkt in het weerspiegelen als je er voor heen en weer beweegt.

Niks anders natuurlijk dan natuurkundewetten, maar in uitwerking zo doordacht dat ’t betoverend werkt. De bijbehorende verklaring dat dit werk, overigens niet speciaal voor Façade gemaakt, prachtig aansluit bij ‘de vrijwaring van vrees’ is er wel heel doorzichtig aan de haren bijgesleept. Dat je jezelf door die spiegelmagie even van de wereld kunt wanen, vrij van bedreigingen en leed, verdient een gigantisch grote pot zout. Geldt niet hetzelfde als je voor Rembrandts  Nachtwacht staat? Maar ja, als je Anish Kapoor kunt binnenhalen? Om ’t even te duiden, in Venetië heeft hij nu een grote expositie in zowel de Gallerie dell’Accademia, hét museum daar, als in zijn eigen Palazzo Manfrin dat hij helemaal laat restaureren.

Als je dan bovenstaande drie matrassen met quilt en patchwork in de bunker op het Molenwater ziet? Klein verschilletje toch? Wel natuurlijk gastmatrassen, denk aan vluchtelingen, past wel bij het thema. Maar hangend aan de muur? Dat slaapt vast niet lekker! Voor mij te gemakkelijk. Een ‘mwah’ dus. Net zoals onderstaande tekst op de kademuur van het kanaal bij het nieuwe stadhuis.

De interpretatie ervan laat ik maar aan je eigen hersencellen over, de uitleg van de kunstenaar wil ik je niet onthouden. Volgens hem zijn de gebouwen erboven wanstaltig en zie je het bij hun behorende systeem van uitbuiting in het water weerspiegeld. Waarbij het kanaal als verbinding met de andere kant van de wereld verwijst naar kolonialisme. Diepe gedachten dus. Waar ik, zo moet ik eerlijk toegeven, geestelijk nog niet voldoende rijp voor ben.

Dan zijn de op de buitenmuren bij het CBK gebouw bevestigde 2ehands meubelen gelukkig luchtig, verfrissend en humoristisch. Een duidelijke plus.

dat zwarte kookei links is natuurlijk een particuliere bijdrage aan het geheel

Oostenrijker Erwin Wurm, bekend om zijn kritiek op onze consumptiemaatschappij en net als Kapoor  een bekende in de wereldkunst, heeft dat op zijn geweten. Natuurlijk zit er een filosofie achter, maar wat het met de vrijwaring van vrees heeft te maken? Ik ben er nog niet achter.

Hier nog wat plaatjes van andere locaties.

‘We all need to wake up a little’ van Kianoosh Gerami was al eerder te zien in Zierikzee en gaat vanaf 26 juli op reis door Nederland om op 24 augustus gelukkig weer terug te keren op het Abdijplein in Middelburg.

Bij die laatste van ‘Vagevuur’ van Folkert de Jong vertelde hijzelf nog een mooie anekdote. Voor hem is dat beeld, staand op twee stevige schokdempers, bedoeld om aan te raken, er eventueel zelfs op te slaan, tegen te duwen of er op te schrijven. Publieke interactie dus. Dat gebeurde na de installatie dan ook gelijk al zodanig dat die dempers verruïneerd werden. Nieuwe dus eronder en ook maar vier kettingen om de bewegingsvrijheid van het beeld te beperken. Waardoor nu in mijn ogen die vrijwaring van vrees onbedoeld ineens wel een rol speelt.

En de winnaar is? Nou, wat mij betreft ‘winnaars’. Anish Kapoor en Middelburg. Die fascinerende ‘Random Triangle Mirror’ vind ik de absolute nr.1 van alle kunstwerken. Maar wat zou Façade2022 zijn zonder het decor waarin de manifestatie zich afspeelt? Zonder de oude gevels, de steegjes en smalle straten, het water en de pleinen van Middelburg? Die symbiose tussen kunst en stad is voor Façade2022 een heel grote plus.

Dan toch nog even die Four Freedoms van Franklin Roosevelt. Want die freedom for fear komt er voor mijn gevoel toch wat bekaaid af. Daarom wil ik er bij de komende Kunst en Cultuurroute Middelburg op 7 augustus in mijn atelier meer aandacht aan geven. Hoe? Dat komt nog. Tot volgende week.

TOOS

Weer met de billen bloot bij het steendrukken


Afslag 3 Borgerhout, de Antwerpse Ring, een afslag die ik de komende tijd vaker ga nemen. Want ik heb, in samenwerking met mijn galerie Quadrige in Nice, een paar steendrukprojecten op stapel staan . Waarvoor ik aan de slag ga met Hans van Dijck. En die heeft dus zijn steendrukatelier in Antwerpen, in die wijk Borgerhout.

in het steendrukatelier van Hans van Dijck

Steendrukken? Wat is dat? Of ‘wat is dat ook al weer’? Tja, dat krijg je als een prachtige grafische techniek, in de 19e eeuw uitgegroeid tot DE TECHNIEK voor o.a. de vermenigvuldiging van muziekbladen, handgeschreven toneelstukken en tekeningen, in het verdomhoekje is gedrukt. Door alle offset en digitale geweld. Dan krijg je dat het begrip litho (Grieks voor steen) ineens is geconfisqueerd  door de fotografiebranche. En dat een steendruk in het Engels een stone lithograph is geworden. Letterlijk vertaald een steen-steendruk. Slaat nergens op natuurlijk!

Maar er zijn gelukkig nog steeds kunstenaars die de lithotechniek omarmen, zoals ‘ik zei de gek’. Waardoor er ook nog steeds steendrukkers zijn die deze prachtige oude en ingewikkelde techniek van hun oude leermeesters hebben doorgekregen. Wat je noemt een mooie kruisbestuiving.

Terug dus naar Borgerhout en Hans van Dijck. Voor mij geen onbekende. Want ooit assisteerde Hans mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim in diens atelier in Ekeren (bij Antwerpen). Daarna ondersteunde hij mij bij het creëren van een serie monoprints voor mijn grote expositie ‘TOOS, de ontdekkende mens’ in Fort Rammekens. Het eeuwenoude zeefort in Ritthem, vlak bij Vlissingen, in 2011.

2011, in het atelier Daglicht in Eindhoven bezig met het maken van een serie monoprints, met Hans van Dijck erbij voor een extra paar handjes

Van die samenwerking heb ik nog een veel bekeken video staan op mijn YouTube-kanaal: ‘The Magic of the Monoprint‘.

de ruimte in Fort Rammekens met de serie monoprints tijdens de expositie ‘TOOS-de ontdekkende mens’

Nu is Hans én leraar aan de academie in Brussel én heeft hij zijn eigen steendrukatelier. De meestersteendrukkers die mij heel wat keren terzijde hebben gestaan, zijn er namelijk mee gestopt. Ernst Hanke in Zwitserland: met pensioen! Rudolf Broulim in Ekeren: met pensioen!

in Zwitserland, samen met Ernst Hanke bezig in zijn grote steendrukpers
overleg met Rudolf Broulim in zijn steendrukatelier in Ekeren
een ontroerend moment voor mij, een onverwacht bezoek van Rudolf in het steendrukatelier van Hans van Dijck

Je kunt je ook bijna niet meer voorstellen dat er ooit galerieën waren die bestonden van het uitbrengen van telkens weer opnieuw steendrukoplagen van honderden stuks van bekende kunstenaars.  Maar al zijn die commerciële hoogtijdagen voorbij, er zijn nog steeds litholiefhebbers. Dus worden er ook nog steeds nieuwe gemaakt.

Als je met een voor jou nieuwe meestersteendrukker in zee gaat, is er een goeie gewoonte. Je gaat eerst samen een proef maken, om aan elkaar te wennen. Want de kunstenaar heeft natuurlijk eigen ideeën maar ook de steendrukker heeft eigen technieken en eigen gewoonten ontwikkeld. Vooraf wat aan elkaar snuiven kan daarom geen kwaad. Wordt ’t wel wat, die samenwerking? Om daarachter te komen is het maken van zo’n proefsteendruk in kleine oplage een prima manier. Vandaar onlangs die eerste keer afslag 3 Borgerhout.

overleg met Hans bij de nog lege steen voor de proefsteendruk

De proefsteendruk gaat er eentje worden in twee kleuren, in twee drukgangen dus. Over de teken en schildertechnieken op de steen en bijbehorende chemische druk-geheimen ga ik ’t nu niet hebben, dat komt een andere keer wel. Maar een foto van de eerste opzet om nieuwsgierig te maken, kan natuurlijk geen kwaad.

de eerste aanzet voor de nieuwe steendruk, het uiteindelijke resultaat wordt eind augustus wereldkundig gemaakt

Eind augustus onthul ik het definitieve resultaat. Want op zondag 4 september staat onze onvolprezen Kunst-& Cultuurroute Middelburg in het teken van de grafiek. Een mooie gelegenheid toch om juist dan die nieuwe steendruk ten doop te houden en te koop aan te bieden? Maar voor ’t zover is, heb ik die afslag 3 al wat vaker genomen.

En die steendrukprojecten met Galerie Quadrige in Nice? Dat worden natuurlijk andere verhalen. Tot volgende week.

TOOS

Petra en de Voetjesvrijende Arabier: een ReisKunst -verhaal


Toos van Holstein, l’Heritage (olieverfschilderij 90-100 cm), geïnspireerd door Petra

Waar de handel in wierook een paar duizend jaar geleden al niet toe leidde. Want zonder karavaanvervoer ervan vanuit Jemen naar het Romeinse Rijk was ’t maar de vraag geweest of Petra, hoofdstad van de Nabateeërs, op de lijst van Unesco Werelderfgoed terecht zou zijn gekomen. En of ik dan die Arabier had ontmoet die onder de tafel met mij probeerde voetje te vrijen?

de indrukwekkende toegangskloof naar Petra

Alweer wat jaartjes geleden waren levensgezel en ik rugzakkend op reis in Jordanië. Openbaar vervoer, af en toe een auto hurend, primitief hotelletje hier, soms een wat luxer verblijf daar, eenvoudig volksrestaurantje of exotische pizzeria (want waar op de wereld vind je die niet) en afzien in de warmte. Gewoon zoals dat gaat bij een rugzakvakantie.

Jordanië dus en daarmee Petra. Want als je ‘Indiana Jones and the Last Crusade’ met Harrison Ford en Sean Connery had gezien was dat natuurlijk een must. Die nauwe kloof van een paar kilometer lengte door en dan plotseling de gevel van die grandioze graftempel zien opduiken. Echt een belevenis!

en aan het eind van de kloof ineens dit

Gelige en oranjeachtige steen, eeuwenoude verwering, noem dat maar eens geen kolfje naar mijn kunstenaarshand. Er was zoveel indrukwekkends te zien dat we besloten de volgende dag nog eens te gaan. Net zoals we vonden dat we ons die avond, na terugkeer door de kloof, wel mochten trakteren op een iets duurdere maaltijd. Daarbij bleek onze Jordaanse ober, we schatten hem rond de dertig, zodanig Engels te spreken dat je ook een wat uitgebreider gesprek met ‘m kon voeren. Altijd nuttig als je geïnteresseerd bent in andere culturen. Gevolg? Hij schoof, toen ’t minder druk werd, bij ons aan. Aan de kop van de tafel waar levensgezel en ik tegenover elkaar zaten. Dit om even de situatie te schetsen.

Op een of andere manier kwam het onderwerp ‘vrouwen’ ter tafel. De vrouw in zijn cultuur en die in de westerse wereld. “Kijk”, zo wist hij te vertellen, “die ideeën van mijn vrienden over westerse meisjes die al vanaf hun twaalfde jaar gewoon naar bed gaan met allerlei mannen die ze leuk vonden, zijn natuurlijk onzin. Dat is gewoon niet zo”. Hij wist wel beter. “Vrouwen moet je eren, respecteren, ook al zijn de westerse vrouwen zelfstandiger dan de Islamitische”. Maar hij ging toch wel voor een van die laatsten, als hij genoeg gespaard had om te kunnen trouwen. En in de tussentijd dacht ik steeds “wat voel ik nou toch bij mijn voet”? Die had ik al een paar keer verplaatst maar elke keer gebeurde weer hetzelfde. Tot ik me realiseerde dat deze testosteronbom, die natuurlijk geen Arabische vrouw mocht aanraken, met zijn voet steeds opnieuw contact met de mijne probeerde te maken. Zijn mond vol van vrouwenrespect maar zijn voet een heel andere taal laten spreken. Ondanks levensgezel’s aanwezigheid. Beetje vreemd? Nogal! Zeker gezien zijn zogenaamde kennis over westerse meisjes en vrouwen.

Bijbehorende interpretaties en filosofieën over cultuur en identiteit laat ik verder graag aan de lezer over. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat ik er niet nieuwsgierig naar ben. Nu door naar de volgende dag, naar het tweede Petra-bezoek.

nog zo’n Petra-foto met mijn jongere toen
goed kijken, dan zie je mij heel klein voor die grote donkere toegang van de tempel

Want dat gebied is echt zo groot dat je gewoon aan één dag niet genoeg hebt. Omringd door bergen en alleen toegankelijk via enkele kloven bouwden de Nabateeërs een ingenieuze stad waar op het hoogtepunt zo rond de 20.000 mensen woonden. Een knooppunt van karavaanhandelswegen, midden in woestijngebied, waar flink werd verdiend. Uitgebreide verhalen daarover vind je op internet bij o.a. Wikipedia, dus die sla ik hier over. Opnieuw heb ik er weer uren rondgelopen. Van de ene in de rotsen uitgehouwen tempel naar een nog weer grootsere andere. Van dat ene vergezicht naar nog weer een andere heuvel. Van de ene verbazing naar de andere verwondering.

de wijdsheid ook van Petra

Dat daaruit schilderinspiratie is voortgekomen? Zie de voorbeelden waarvan onderstaande nu te zien is op mijn expositie ‘De Verwondering’ in Galerie Drentsche Aa in Balloo.

Toos van Holstein, Layers of the past (olieverfschilderij 100-130 cm), geïnspireerd dor Petra en nu te zien op mijn expositie ‘De Verwondering’ bij Galerie Drentsche Aa in Balloo

 En wat betreft de voetjevrijende Arabier? Ik zou bijna nog beginnen over die christelijk orthodoxe toeristengids in Syrië (toen je daar nog vrij kon rondzwerven) die ons bij hem thuis had uitgenodigd en daar zo nodig met mij wilde dansen terwijl zijn vrouw zich op zijn bevel bijna letterlijk het vuur uit de sloffen liep tussen keuken en kamer om ons maar te voorzien van veel te veel voedsel. No way natuurlijk, dat dansen. Maar dat is een ander verhaal. Alhoewel, echt anders? Eigenlijk niet. Tot volgende week.

TOOS

Video van mijn ‘the UOVO Project’: 4 intense Italiaanse weken in 8 krachtige minuten samengebald


met Giampietro Rampini in zijn atelier met een van de objecten uit ‘the UOVO Project’

Rond half mei meldde ik hier voor ’t eerst dat ik me bevond in Gubbio. Die prachtige middeleeuwse stad in Umbrië waar ik een paar weken eerder was neergestreken. Maar dat moest toen nog even geheim blijven, ik moest namelijk eerst stevig broeden op een collectie héééél grote eieren. Uit mijn zogenaamde ‘Ei-project’. Dat ik nu, kwestie van voortschrijdend woordgebruik, heb omgedoopt in ‘the UOVO Project’. Klinkt veel leuker toch, met ’t Italiaanse ‘uovo’ voor ei? En daarbij, een internationale titel oogt natuurlijk ook stukken beter.  Zeker nu mijn video over dat project op YouTube net ‘in première’ is gegaan. Op mijn al een aantal jaren bestaand eigen YouTube-kanaal. Waar dus ook filmpjes staan van eerder plaatsgevonden kunstige zaken van mij. Maar dat terzijde.

Zogezegd  een zeer vers gelegd ei. ’t Was even flink persen maar met het resultaat ben ik heel tevreden. Wat ook geldt voor mijn eieren-draaier Daniele Minelli, de man met de gouden handjes, en Maestro Giampietro Rampini, de man zonder wiens technische kennis en keramiekovens ik dit project nooit had kunnen voltooien.

met Daniele bij mijn ‘the UOVO Project’ in wording

Met Daniele heb ik nu, net als met Giampietro, drie keer samengewerkt. En elke keer krijg ik meer bewondering voor wat hij doet en wat hij kan. Kijk gewoon maar eens alleen naar zijn handen in de video, of naar zijn intens gefocuste blik, naar zijn gemoedelijkheid, de vriendelijkheid die hij uitstraalt en zelfs dat gebruik van zijn kin bij het draaien! Pure klasse. Niet voor niets krijgt hij tegenwoordig opdrachten vanuit allerlei streken. Zoals bijvoorbeeld uit Parijs en zelfs Australië. En Middelburg dus.

nogmaals Daniele

En dan Giampietro! Italiaanser kan in mijn ogen bijna niet. Geen geweldige organisator maar een improvisator in optima forma. Als je zijn atelier ziet, zie je gelijk hoe hij is. Beetje chaotisch!

links achterin ben ik aan het werk op ‘mijn plek’
deel van het magazijn

En toch komt altijd alles prima voor elkaar. Met een nimmer aflatend enthousiasme, altijd bereid zijn kennis met me te delen, altijd openstaand voor allerlei ‘onmogelijke’ ideeën die opborrelen in dat associatieve brein van mij. Waarbij we dan na uitvoering ervan samen blij verrast zijn met de resultaten. Hij heeft in het verleden met bekende keramisten uit Engeland, Australië, Turkije en Iran samengewerkt. Maar de combinatie van mijn onbevangenheid en leergierigheid op keramiekgebied heeft tot een heerlijk speciale samenwerking geleid.

met Giampietro het resultaat bekijken na de eerste keer bakken in de oven

En nu dus maar afwachten of kunstliefhebbers ook zo blij verrast zijn met de uitkomsten van ‘the UOVO Project’. Bij de opening van mijn grote, nog tot 17 juli durende expositie ‘De Verwondering’ in Galerie Drentsche Aa in Balloo (zie deze aflevering) ging de kop er in ieder geval gelijk al af.

‘Uovo Unico’, te bekijken bij galerie Drentsche Aa

En aanstaande zondag 3 juli, bij de maandelijkse editie van onze onvolprezen Middelburgse Kunst en Cultuurroute, toon ik een aantal andere ‘eieren’ voor de eerste keer. Een Zeeuwse première dus. Komt dat zien! Ik zal er dan ook graag over vertellen. Van 1 tot 5 uur aan de Korendijk 56.

links ‘Uovo Toscana’en rechts ‘Uovo di Luce’, te bekijken in mijn atelier aan de Korendijk 56

Tot volgende week.

TOOS  

Tijdreizen? Een makkie! Oftewel waarom de Campari Spritz juist bij Bar San Martino zo goed smaakt.


de Via dei Consoli in Gubbio met uitzicht op een deel van de gevel van de Chiesa di San Domenico

Tijdreizen? Onmogelijk? Nee hoor. Fluitje van een eurocent.Tijdens mijn verblijf in het Italiaanse Gubbio in april/mei hoefde ik er alleen maar vanaf het terras van de Bar San Martino  de Piazza Giordano Bruno voor over te steken en door de grote deur de Chiesa di San Domenico  binnen te lopen. Oké, daar kwamen dan dus wel due santi aan te pas. Maar daaraan in Italië ontkomen? Dat kun je rustig vergeten. Laat ik dus eerst die twee heiligen maar eens langslopen.

  de Piazza Giordano Bruno ’s avonds

Die San Martino, onze Sint Maarten of Martinus, de Romeinse soldaat die zijn mantel letterlijk deelde met een arme zwerver, is de naamgever van de oudste wijk in het middeleeuwse Gubbio. En heeft dus ook zijn naam verbonden aan mijn Campari Spritz bar. De Bar Pizzeria San Martino. Onze stambar zogezegd. Ontdekt in 2019 bij mijn eerste verblijf in Gubbio, op wat we al snel ‘ons plein’ doopten. Het gezelligste, markantste plein van de stad. De terrasplek waar levensgezel me regelmatig heen sleept na een dag hard werken in het keramiekatelier van maestro Giampietro Rampini. Om bij te komen met een overheerlijke Campari Spritz. Let wel, geen zoetige Aperol maar lekker bittere Campari!!Met ook nog gratis hapjes. Maar daarover straks meer.

heerlijk bijkomen met een Campari Spritz en mijn e-reader op het terras van de Bar San Martino, met recht boven het dichtsbijzijnde glas de openstaande tijdreisdeur

Eerst nog die San Domenico, onze Sint Dominicus, stichter van de Orde der Dominicanen.  Maar dat dus niet alleen. Nee, ook geëerd met de naam van de oudste kerk van Gubbio. Die 12e eeuwse, in bouw best eenvoudige Chiesa di San Domenico. Met in de gevel  die speciale tijdreisdeur.

Als je daar door naar binnengaat, kom je echt direct in een andere tijd terecht. Eigenlijk in diverse tijden tegelijk. Want dat is het interessante aan oude Italiaanse kerken. Daar zijn geen 16e eeuwse  protestante beeldenstormen overheen gegaan zoals in onze Lage Landen. Of, zoals in Frankrijk, eind 18e eeuw de Revolutie. Met als gevolg heel wat vernielde kerkinterieurs.

het interieur van de San Domenico

Nee, In Italië konden ze ongestoord eeuwenlang hun kerken telkens weer aanpassen aan de modetrends. Van de Italiaanse Gotiek via de Renaissance, het Maniërisme, de Barok en Rococo naar het Neoclassicisme. Om maar wat stromingen te noemen.

Zo loop je in de San Domenico direct het begin van de 15e eeuw binnen. Met in de kapellen  links en rechts fresco’s van  ene Ottaviano Nelli (1375-1444?). Een echte Eugubino, geboren en getogen in Gubbio.

de fresco’s van Ottaviano Nelli

Ik had, eerlijk gezegd, voor 2019 nog nooit van hem gehoord, maar hij was wel wereldberoemd in Umbrië en wijde omstreken. In kerk na kerk schilderde hij fresco’s, muren vol fresco’s. In Gubbio alleen al in vier stuks. Allemaal min of meer bewaard gebleven. In Nederland zingen we uit volle borst hosanna bij elk kleinste stukje fresco dat nog ergens onder allerlei dikke lagen schilder en stucwerk te voorschijn komt. En daar in Italië, in Gubbio, in de San Domenico? Vierkante meters vol, gewoon zomaar voor je neus. Als begin van een kunstzinnige tijdreis. Want een paar stappen verder sta je oog in oog met de vrijwel onvermijdelijke Maria Magdalena. In 1612 geschilderd door Giovanni Baglione, in zijn tijd een bekend kunstenaar in Rome.

Maria Magdalena, olieverfschilderij van Giovanni Baglione (1612)

Laat ik nou net vorig jaar een paar blogs aan haar hebben gewijd toen ik in Frankrijk op een soort Maria Magdalena speurtocht was! Naar de Bijbelse vrouw die nooit heeft bestaan. Best magnifiek zoals het Vaticaan al eeuwen lang weet rond te strooien met fake news. Lees m’n stukjes er hier, hier en hier maar op na. Maar de tijdreisverrassingen houden niet op.

San Antonio Abate, terracottabeeld van Maestro Georgio

Want het terracottabeeld van San Antonio hierboven, gemaakt door Giorgio Andreoli (1470-1555), is echt heel bijzonder. Als mijn eigenste keramist Giampietro de naam van Maestro Giorgio uitspreekt, valt hij bijkans in aanbidding op z’n knieën. Zó belangrijk is deze in Gubbio werkzame keramist geweest in het vervolmaken van de zogenaamde lustro-techniek die vandaag de dag nog overal wordt toegepast.  Zijn keramiek vind je over de hele wereld terug in allerlei musea. En dan staat daar zomaar zijn ‘San Antonio Abate’ in een relatief eenvoudige kerk rustig een beetje voor zich uit te staren!

Echt één van de vele verrassingen op mijn tijdreizen in de San Domenico. Maar altijd was Bar San Martino vertrek of eindpunt voor levensgezel en mij.

door de tijdreisdeur weer terug naar de moderne tijd en de Bar Pizzeria San Martino op de achtergrond

Om daar, in de huidige tijd, met onze Campari Spritz in de hand de Commedia dell’arte van het Italiaanse leven gade te staan. Het leven zoals zich dat daar al eeuwen afspeelt. Op dat plein waar jong en oud zich mengt, waar iedereen elkaar kent, waar de laatste roddels en politieke nieuwtjes worden besproken, waar de dochter de oude moeder meeneemt voor een drankje, waar kinderen die stijl van leven van de oudjes meekrijgen. Machtig om dat gade te slaan.

effe bijkomen op de trappen van de kerk
weet je nog wel, toen …..
vrouwenproblemen?
wat ik nou toch heb meegemaakt!
je kunt er niet jong genoeg mee beginnen, met dat pleinleven in Gubbio
hier worden de wereldproblemen opgelost
hier vermoedelijk niet
foto’s vanaf ongeveer hetzelfde punt, de trap van de kerk, overdag en ’s avonds
herken je die regelmatige pleingangster rechts al?
leuke pleinfeestjes zijn natuurlijk ook nooit weg
ook nog maar even de stevige achterkant van de Chiesa di San Domenico

Vaak leenden die taferelen zich voor een tweede glas. Ook vanwege de uitgebreide happen erbij. Dan hadden we gelijk zoveel gegeten dat aan ons avondmaal was voldaan. Ontken maar eens dat gemak de mens dient. Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Indiase vissers van Kovalam in het Drentse Balloo verzeild raakten: een ReisKunst-verhaal


‘Kovalam’ op de expositie ‘De Verwondering’ in Galerie Drentsche Aa in Balloo

Een kleurrijke vleug Zuid-India bij mijn expositie ‘De verwondering’ in het noordelijke Drentse Balloo. Een olieverfschilderij met de titel Kovalam, centraal op de foto hierboven. Met zo’n speciale titel zit daar natuurlijk een verhaal achter, een ReisKunst-verhaal.

Vier jaar geleden alweer trok ik een aantal weken rond in Zuid-India. En belandde daarbij ook in het allerzuidelijkste puntje van India, aan weerszijden omgeven door de Indische Oceaan. In Kovalam. Niet alleen een toeristische bestemming maar ook een vissersplaats. Zo een waar ’s morgens vroeg nog de vissers met hun houten bootjes hun verse vangst ter verkoop op het strand komen deponeren. Waarna die boten hutje mutje naast elkaar worden gelegd of het nabijgelegen strand worden opgetrokken.

 “In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten”, om maar eens een toepasselijke zinsnede uit het Bijbelse boek Genesis aan te halen. En dat natuurlijk terwijl bezoekers op hun gemakkie plaatjes staan te schieten. In dat soort situaties kijk ik vooral, neem waar, zuig op en laat de kleurkegeltjes in mijn netvlies overuren maken bij het uitvoeren van hun taak.  Levensgezel laat dat dan weer over aan de pixels in zijn camera. Voor later, voor het digitaal geheugen.

De uitermate levendige en kleurrijke beelden die ik in Kovalam opsloeg in m’n grijze hersencellen  resulteerden uiteindelijk in mijn Middelburgse atelier in dat gelijknamige schilderij. Een echt ReisKunst-schilderij dus. Waarbij voor mij persoonlijk heel goed valt te herleiden hoe de compositie ervan tot stand is gekomen. Maar of dat voor ieder ander ook zo is? Ik heb het lichte vermoeden dat je daar een heel goeie spoorzoeker voor moet zijn. Tja, mijn kunstenaarsslogan, ‘for me art is travelling the mind’, is natuurlijk niet zomaar uit de lucht komen vallen. En toch, kijk hieronder nog maar eens goed naar dat ‘Kovalam’.

Toos van Holstein, Kovalam (olieverfschilderij, 110-150 cm)

Zo hangen er natuurlijk meer schilderijen waarin een ReisKunst-verhaal verscholen zit. Wie weet komen die nog wel eens te voorschijn. Hoe dan ook, onderstaande foto’s van de opening van ‘De Verwondering’ tijdens het afgelopen Pinksterweekeinde spreken nu al voor zich.

Met op die foto’s vanzelfsprekend ook de geëxposeerde resultaten van mijn ‘Ei-Project’. Het project dat ik een paar weken geleden afsloot in de Italiaanse keramiekstad Gubbio na een verblijf daar van een maand. Een project waar ik vast nog wel eens op terugkom.

drie van mijn ei-objecten uit de serie van mijn ‘Ei-Project’

Maar nu eerst even wat rust. Want vanaf half juni staat er al weer een andere onderneming op stapel. Iets met nieuwe steendrukken. Met natuurlijk ook een nieuw verhaal voor ergens in de toekomst. Tot volgende week.

TOOS

Een Kunst-op-Reis-verhaal óftewel  ‘Het Ei-Project’


Geen ReisKunst-verhaal dit keer (kijk voor de laatste aflevering in die serie maar eens hier), maar een verhaal over Kunst-op-Reis. Of beter gezegd Eieren-op-Reis, eieren die kilometers maken. Eieren die ik in de Italiaanse keramiekstad Gubbio heb gelegd voor mijn ‘Ei-Project’. In het keramiekatelier van maestro Giampietro Rampini. Eieren die kunnen navertellen dat in Italië buiten de autostrada’s om het kuil en hobbelgehalte in de Italiaanse wegen buitengemiddeld hoog is. Maar ook eieren die dankzij levensgezels rijvaardigheid  vorige week allemaal veilig in mijn Middelburgse atelier aanlandden. Want daar zit ik weer na zes heerlijke en werkzame weken te zijn weggeweest. Met een hoop uitgeladen eierdozen.

Gevuld met  goed ingepakte ei-objecten, gemaakt in mijn vier Eugubinese weken en vanuit Umbrië via Venetië, Oostenrijk, Duitsland en België uiteindelijk terecht gekomen op Walcheren.

Venetië? Zie ik hier en daar mogelijk wat wenkbrauwen opgetrokken worden? Vragen landkaartkenners zich nu af of dat niet een flink stukkie om is? Oh ja, zekers! Toch konden we ’t niet nalaten op de terugweg nog even twee dagen Venetië in te plannen. Voor de 59ste editie van beroemde Kunst Biënnale die daar eind april was begonnen. Met een coronajaartje vertraging. Maar dat worden zeker en vast een paar andere verhalen.

met de vaporetto via het Canal Grande onderweg naar de Giardino, het paviljoenterrein van de Biënnale d’Arte di Venezia 2022
er moeten weer ei-objecten worden ingeladen

Nu eerst het vervolg van ‘Het Ei-Project’. Die eieren zijn natuurlijk niet bedoeld om verder op te gaan zitten broeden, die moeten de komende tijd de wijde wereld in. Één exemplaar doet dat direct al. Net aangekomen in Zeeland zag iemand er zich gelijk al graag de nieuwe eigenaar van. Een paar andere, ik houd er voorlopig ook lekker nog een stel vast in Middelburg, zijn deze week opnieuw op reis gegaan. Naar het Drentse Balloo, naar galerie Drentsche Aa (https://www.galeriedrentscheaa.nl/). Wel in gezelschap van een flinke lading schilderijen.

en samen met de schilderijen bij Galerie Drentsche Aa worden uitgeladen

Vorige week schreef ik al over mijn nieuwe solotentoonstelling daar. Genaamd ‘De Verwondering’. En deze week dus kreeg galerist Jan Wekema die schilderijen samen met een paar van die bijna versgebakken-uit-de-oven eieren. Kon ie gelijk flink aan het werk om er een mooie expositie mee op te bouwen. Met olieverven, marouflé’s, mixed media, werken uit mijn ‘The 70-Series’ op alu-dibond, aluminium en kunststofbeelden. En dus ook keramiek!

twee van mijn nieuwe ei-objecten, vers uit de oven
advertentie in de KunstKrant van mei/juni, verspreid door heel Nederland

Als ik aanstaande Pinksterzondag 5 juni arriveer voor de officiële opening van de tentoonstelling (om 14.30 uur) ga ik me laten verrassen door wat hij er van heeft gemaakt. De twee zalen van zijn boerderijgalerie vol met Toos’en. Ook Pinkstermaandag verkeer ik daar nog tussen mijn eigen werk. Om belangstellenden te ontmoeten en te vertellen over mijn kunst.

En nog even terzijde, niet alle ei-objecten hebben die vele kilometers naar Nederland gemaakt. Er zijn drie achter gebleven. Drie heel speciale. Maar dat zou ook best nog wel eens een ander verhaal kunnen worden.

samen met maestro keramist Giampietro Rampini een blik op de in Gubbio achtergebleven 3 speciale ei-objecten

Tot volgende week.

TOOS

Balloo, the place to be tijdens Pinksteren, vanwege een artistieke wereldprimeur


Bezig in het keramiekatelier van Giampietro Rampini in Gubbio

Ik ben weer op de terugweg naar Nederland. Met een echte primeur achterin de auto. Een aantal keramische objecten uit mijn ei-project. En met in mijn herinnering vier intens werkzame maar ook zeer bevredigende weken in Gubbio. Lees en bekijk hier en hier de vorige twee afleveringen van dit blog er maar op na.

Maar rust en kalmte straks in Middelburg? Vergeet ’t! Ik moet gelijk weer aan de bak. Want in het Pinksterweekeinde van 4,5 en 6 juni start een solotentoonstelling van mij in het Drentse Balloo, een paar kilometer ten oosten van Assen. Een prachtig authentiek boerderijendorp met alle bebouwing in een groot ovaal aaneen geweven rond een open ruimte. Heel speciaal.

oude kaart met daarop duidelijk de vorm van Balloo te zien

In één van die boerderijen bevindt zich de Galerie Drentsche Aa van Jan en Hilde Wekema. Met wie ik alweer een aantal jaren samenwerk.

Galerie Drentsche Aa
overleg met Jan Wekema bij een eerdere expositie

Maar onze voor 2020 geplande solo expositie kwam er dus niet van. ‘Het virus’. Nu is ’t echter zover. Met daarbij zelfs een artistieke wereldprimeur. Want natuurlijk zijn een paar van die nieuwe ei-objecten van mij op de tentoonstelling te bewonderen.

Over dat project is vanzelfsprekend wel een en ander te vertellen. Maar waarom zou ik eigenlijk niet gewoon het persbericht gebruiken dat Jan de galeriedeur heeft doen uitgaan? Af en toe mag gemak best de mens dienen.

‘De verwondering’

expositie van Toos van Holstein bij Galerie Drentsche Aa

‘For me art is travelling the mind’ is al heel lang de slogan van Toos van Holstein, Nederlands Briljanten Kunstenaar van het jaar 2016. Maar zo zegt ze “om die slogan inhoud te geven, is het noodzakelijk het kleine meisje in mezelf te behouden en te koesteren. Zo’n nieuwsgierig meisje dat zich alsmaar kan blijven verwonderen over de wereld om zich heen, over wat ze daarin waarneemt”. Op die manier blijft Toos steeds nieuwe ervaringen opdoen, nieuwe ontdekkingen doen. Net zoals de Alice van ‘Alice in Wonderland’. Voor haar een blijvende inspiratiebron.

Alice, olieverfschilderij van Toos van Holstein (150-120 cm)

Vandaar dus ook die titel ‘De Verwondering’ voor Toos van Holstein’s solo expositie bij Galerie Drentsche Aa in Balloo. Een tentoonstelling waarin ze haar altijd weer herkenbare kunstenaarshandschrift tot uitdrukking laat komen in haar olieverfschilderijen, haar mixed media werken op aludibond en haar kunststofbeelden.

Maar Galerie Drentsche Aa heeft ook de nationale primeur van het nieuwe keramische werk van Toos van Holstein. Keramiek naar eigen ontwerp die ze nog afgelopen maand beschilderde in de Italiaanse keramiekstad Gubbio. Ook weer in haar stijl natuurlijk. Want wat Toos van Holstein ook creëert,  met welk materiaal dan ook, het blijft haar wereld.

detail van een van de ei-objecten

Een wereld die de kijker denkt te kennen maar die feitelijk alleen bestaat in haar rijke fantasie. Nog een citaat van haar: “Als ik vorm geef aan een moderne wolkenkrabberstad kun je je afvragen of dat nu New York of Chicago, Sjanghai of Hongkong is. Nou, eigenlijk geen van alle, die stad bestaat alleen in mijn verbeelding.” Net zoals dat het geval is bij schilderijen met haar lievelingsstad Venetië als onderwerp. Je ziet direct dat ’t Venetië is, die stad met haar unieke sfeer. En toch is de geschilderde plek er nooit en te nimmer te vinden. Want die bestaat namelijk alleen in Toos haar gedroomde Venetië.

Nebbia a Venezia, olieverfschilderij van Toos van Holstein (65-45 cm)

Nog steeds blijft de kunstenaar, net als dat kleine meisje, de wereld om haar heen gretig absorberen. De middeleeuwse steden van Zuidelijk Europa, de warme kleuren van India, de specifieke cultuur van Midden-Amerika, de diverse sferen van het Midden-Oosten, de drukke moderne metropolen. Dat alles sublimerend in die geheel eigen wereld van ‘for me art is travelling the mind’. ’t Mag dan ook geen wonder heten dat Toos bij de gerenommeerde landelijke verkiezing van Kunstenaar van het jaar 2022 behoort bij de 25 populairste kunstenaars van ons land.

Legendary, olieverfschilderij van Toos van Holstein (100-90 cm)

De officiële opening van de expositie vindt plaats op zondag 5 juni. Voorbezichtiging is al mogelijk op zaterdag 4 juni. Toos van Holstein is zelf aanwezig op Pinksterzondag en maandag 5 en 6 juni.

Galerie Drentsche Aa, Balloo 27, 9458 TA Balloo (Drenthe)

expositie ‘De Verwondering’  van Toos van Holstein  4 juni-17 juli

open vr, za, zo 13-17 uur en op Pinkstermaandag 6 juni

tel. 0592 241214

www.galeriedrentscheaa.nl

Daar heb ik op dit moment niks meer aan toe te voegen. Behalve dan dat ik hoop dat ’t tijdens de Pinksterdagen gezellig druk wordt in Balloo. Tot volgende week.

TOOS

Een ESPERIENZA SUPERBA in Gubbio


Tegenwoordig is een gebeurtenis al heel snel een ‘experience’, een ‘once in a liftetime’, een ‘super event’. Want én in het Engels én met ‘super’ ervoor ben je natuurlijk helemaal up to date in je spraakgebruik. Nou, een paar dagen geleden, op 15 mei, heb ik een echte ’ESPERIENZA SUPERBA’ meegemaakt. Het Festa dei Ceri, in het Italiaanse Gubbio. Vorige week gaf ik al even een voorzetje, maar ’t echt meemaken? Daar kan beslist niets tegenop.

Toen ik in juli/augustus 2019 door de kunst in het unieke Gubbio verzeild raakte, werd ’t me er door iedereen daar al heel snel op mijn hart gedrukt: ‘Toos, die Ceri moet je assoluto mee gaan maken’. En omdat ik toen het levendige, middeleeuwse Gubbio al in datzelfde hart had gesloten, was mijn voornemen snel gemaakt.

Maar ja, er kwam iets met corona tussen! Mensenmassa’s werden verboden dus het Festa dei Ceri ook. Dat heeft hier in 2020 en 21 ontzettend veel pijn gedaan, dat merk ik aan alles. Dus hoe groot was de opluchting dat het dit jaar weer werd toegestaan door ‘Rome’. Ze mogen, met enige beperkingen, weer bijna helemaal los! Want dat Festa ligt niet alleen al eeuwenlang volledig verankerd in de geschiedenis en cultuur van Gubbio  maar ook in het DNA van de Eugubino, de bewoners. Het word  je van baby af aan met volle paplepels, wapperende vanen, kleurige kledij, denderend tromgeroffel en spetterende voorfeesten al spelenderwijs ingeprent.

overal vanen in de stad met de bijbehorende kleuren van de heiligen
ook in de kledij van de kinderen
en af en toe een trommelfeestje
de drie heiligen waarom alles draait bij het Festa dei Ceri: in het midden Sant’Ubaldo (geel), links San Giorgio (basiskleur blauw) en rechts Sant’Antonio (zwart) met een vlam in zijn hand

Die drie beelden van stadsbeschermheilige Sant’Ubaldo, van drakendoder San Giorgio en van asceet Sant’Antonio moeten en zullen op hun ceri, hun pilaren, eens per jaar al hollend door de oude stad en tegen de berg op naar de Basilica di Sant’Ubaldo gebracht worden. Om dan ’s avonds laat in processie de berg weer af te dalen.

helemaal boven op de berg de Basilica di Sant’Ubaldo
de drie ceri die daar het grootste deel van het jaar staan

De drie ceri blijven dan wel achter in de basiliek. Die mogen pas het jaar daarop, op 1 mei, in een andere processie weer naar beneden.

in de processie naar beneden

Best logisch, toch? Of is dat een volstrekt verkeerde vraag? Ja, natuurlijk! Want zulke eeuwenoude tradities zijn ooit een keer met een idee begonnen, om daarna verder uitgebouwd te worden. Maar de eventuele logica erachter, zo die er al was, is natuurlijk lang geleden al in een dikke historische mist verdwenen. Nu is ’t gewoon zoals ’t is. En terecht. Waar zou onze cultuur zijn zonder mooie tradities? Vormen die er geen onverbrekelijk geheel mee?

Zo ook dus de happening op het Piazza Grande waar de ceri op 1 mei aankomen om daar ceremonieel het Palazzo dei Consoli te worden binnengedragen. Hoewel, ceremonieel? Bekijk het gigantische gekrioel en geduw maar eens waar levensgezel zich met levensgevaar in stortte.

https://www.facebook.com/TOOSvanholstein/videos/300150018980854/

Maar deze ceremonie is slechts een voorproefje voor die 15e mei. Dan pas gaan de Eugubino, na zich vooraf al een paar dagen ingefeest te hebben, echt hélemaal uit hun dak. Met een programma dat ’s morgens om half zes begint en ’s avonds onbepaald laat pas eindigt. Met daarbij de ceraioli in de hoofdrol. De drie groepen van stevige mannen (hoezo emancipatie, traditie is traditie!) die dat jaar uitverkoren zijn om de ceri te dragen. Een grote eer maar ook een volstrekte uitputtingsslag. Wat ze er overigens niet van weerhoudt om, samen met de andere Eugubini, Gubbio tot in de vroege uurtjes nog lang onrustig maar ook veilig te laten blijven. Ondanks alle gewring in de drukte heb ik geen wanklank meegemaakt. Echt een ongelooflijk mooi volksfeest! Hier wat foto’s.

ongelooflijke drukte in de straten

en op de Piazza Grande met allemaal belangrijke deelnemers op het bordes van het Palazzo dei Consoli
Piazza Grande
jong geleerd, oud gedaan

En een paar video’s. Eerst een korte eigen film die ook op Facebook staat en dan een paar prachtige professionele. Die moet je echt zien!!!

https://www.facebook.com/TOOSvanholstein/videos/389241303216003

Mijn keramist Giampietro brak ooit een keer een knieschijf toen hij als ceraiolo viel. Einde ceraioli-carrière! En mijn pottendraaier Daniele (lees vorige week) heeft er na een aantal jaren een punt achter gezet. Hij voelde dat zijn lijf het niet meer aan kan. Reken maar dat hij daarvan baalt.

de ceri tijdens een rustpauze op weg naar de berg
met de bijbehorende ceraioli, de dragers

En reken er ook maar op dat ik nog wel eens ga terugkomen op dit Festa dei Ceri.

Oh ja, en op 16 mei wordt dan nog de sterfdag van Sant’Ubaldo herdacht. Kun je ’s morgens bij de mis in de Basilica boven op de berg devoot en in alle rust bijkomen.

het lichaam van Sant’Ubaldo in zijn eigen basiliek

Tot volgende week.

TOOS

De Verrassing van de Twee Parallelle Ei-Werelden


Als iemand me een paar maanden geleden had voorspeld dat ik, zoals hierboven, begin mei in het Italiaanse Gubbio naast een meer dan menshoog stenen ei zou staan, zou ik net zo ongelovig zijn geweest als de Bijbelse Thomas. Natuurlijk wist ik dat ik eind april opnieuw voor vier weken in Gubbio zou neerstrijken. Dat was al lang geleden afgesproken. En natuurlijk wist ik dat ik in Gubbio met eivormen van keramiek aan de gang zou gaan. Want mijn twee eigen ei-ontwerpen op mm-papier waren via internet al terechtgekomen bij Giampietro Rampini.

Giampietro Rampini?  Ja, die! Mijn eigenste, in mijn hart gesloten keramist in het prachtige middeleeuwse Gubbio. Met wie ik de afgelopen jaren al een paar keer heb samengewerkt (lees bijvoorbeeld hier en hier en hier maar) waardoor ik ook de stad al aardig heb leren kennen.

Ik had zelfs al ideeën geschetst van wat ik met die  veertig cm hoge eieren wilde gaan doen als pottendraaier Daniele er acht stuks van had gemaakt voor Giampietro. Vier van de slankere en vier van de iets dikkere vorm.

samen met Giampietro bekijk ik hoe Daniele in zijn studio de laatste hand legt aan mijn eivormen
het resultaat staat klaar

Maar dat veel grotere en ook nog stenen ei? Hoe zit dat dan? Wel, begin maart werd er door Facebook zomaar een ei op mijn scherm gelegd. Wat bleek? Gubbio bezat al sinds 1976 een 2,30 m hoog, uit brokken steen opgebouwde eivormig beeld. Een monumentale sculptuur die toen als het eerste Italiaanse feministische kunstwerk in de openbare ruimte werd beschouwd. En dat kende ik helemaal niet!! Wat raar. Maar de verklaring bleek simpel. In 2004 was het holle ei in elkaar gestort tot een hoop losse stenen. Maar nu was het gerestaureerd. Reden om het ter ere van de 100ste geboortedag van kunstenaar Mirella Bentivoglio (1922-2017) in maart op de oorspronkelijke plek terug te zetten.

Om daar hernieuwd te getuigen van de rijke symboliek waarmee Bentivoglio het destijds had opgetuigd. Hier even haar heel lange verhaal heel kort gemaakt. “Het ei als oorsprong van het leven, maar wel met de naam ‘Voor de gestenigde overspelige vrouw’. Een hol ei ook dat het denkbeeldige gestenigde lichaam kan omvatten. Want hoeveel vrouwen, verdacht van overspeligheid, zijn er in het verre verleden  wel niet gestenigd? Maar tevens een ei dat kan worden gezien als een vredesverdrag tussen man en vrouw, als teken van gelijkwaardigheid. Daarbij, om Gubbio te eren, een ei opgebouwd uit de grijzige steen waarmee vrijwel het hele middeleeuwse centrum van Gubbio is opgetrokken.“

Gubbio by night

Oh ja, ook deed Bentivoglio nog onderzoek naar taal met in het bijzonder de letter ‘O’. Logisch dat de bevolking het beeld ‘Ovo’ ging noemen. Afgeleid van het Italiaanse uovo voor ei.

Nou, daar sta je dan als Toos van Holstein met je eigen ei-project. Gewoon omdat je die vorm zo mooi vindt en daarmee graag aan de gang wilt in het keramiekatelier van Giampietro. Of, of? Dat is ook weer niet helemaal waar. Want kijk maar eens naar onderstaande foto’s met al die kruiken in het Museo Brocche d’Autore in Gubbio (brocche=kruiken).

Daarin zit natuurlijk toch wel die eivorm. En dat museum bestaat echt niet zomaar. Dat heeft te maken met de diep gewortelde, eeuwenoude traditie van het Festa dei Ceri. Het Feest van de Kaarsen, een gigantische happening op 15 mei rond drie heiligen. Sant’Ubaldo als beschermheilige van de stad, san Giorgio (onze Sint Joris, die van de draak) en sant’Antonio abate (onze Sint Antonius van Egypte, de vader van het kloosterleven).

Wacht even! Op 15 mei? Ja, ook één van de redenen dat ik juist in deze tijd hier ben. Maar dat wordt een ander verhaal. Nu ben ik eerst nog druk bezig om mijn eigen eieren te leggen. Kijk maar.

bezig in het keramiekatelier van Giampietro Rampini

En daar sluipt dus toch langzaam aan de nodige symboliek in. Zelfs met Sant’Ubaldo, san Giorgio en sant’Antonio. Opnieuw een ander verhaal. Tot na 15 mei, tot volgende week.

TOOS

De Demonische Goden en De Kakkerlakken-Snelweg van Teotihuacan: een ReisKunst-verhaal


Toos van Holstein, Teotihuacan I (marouflé)

Heb je wel eens een tweebaansweg gezien met aan weerszijden voortsnellende kakkerlakken? Mexicaanse kakkerlakken? En dat dan ook nog in een hotelkamer? ’t Overkwam levensgezel en mij tijdens onze rugzakreis door Mexico toen we waren aangeland in de buurt van Teotihuacan. Voor een luttel aantal peso’s verkregen we een kamer als een balzaal met daarin een navenant groot bed. Niet onaardig natuurlijk. Tot! Tot ik plots die kakkerlakken-snelweg dwars door onze balzaal op het netvlies kreeg! En dat terwijl ik altijd al een gloeiende hekel aan dat tuig heb gehad. Gelukkig stonden de beddenpoten in met petroleum gevulde potjes. Want, zo wist men bij de receptie, kakkerlakken hebben dan wel een zeer breed ontwikkeld smaakpatroon, maar zwemmen in een badje petroleum? Daaraan hadden zíj dan weer gloeiend de pest.

deel van het tempelcomplex van Teotihuacan

Afgezien van die Teotihuacaanse kakkerlakken was de rest een prachtige ervaring. Want als je Teotihuacan zegt (levensgezel bedacht voor die nogal tongverstruikelende naam het ezelsbruggetje Theo-die-wat-kan), zeg je ook Piramide van de Maan en Piramide van de Zon. Gigantische, bijna tweeduizend jaar oude, hoge steenconstructies omringd door allerlei andere overgebleven tempelresten. Één van de uitgebreidste archeologische plekken in Mexico. En dat zegt wel iets in een land waar nog heel veel architectuur is terug te vinden van precolumbiaanse volken als de Olmeken, Maya’s, Tolteken en Azteken.

In dat Teotihuacan is ’t echt een kwestie van ‘de paden op, de lanen in, vooruit met frisse pas’. Op wat weer een relatief klein deel is van een stad die in zijn bloeitijd, tot ongeveer 500 n.C., een oppervlak van om en nabij 20 km2 moet hebben gehad. Ik heb er de nodige zweetdruppels gelaten. Zeker bij het beklimmen van de vele, vele piramidetraptreden.

Maar zoals dat heet, ‘inspiratie door transpiratie’. Met als gevolg bijvoorbeeld het schilderij bovenaan en het onderstaande.

Toos van Holstein, Teotihuacan II (marouflé)

Beide zogenaamde marouflé’s. Een techniek waarbij beschilderd doek of papier op een stevige ondergrond wordt geplakt. Bij papier natuurlijk wel met zuurvrije lijm! Dat ik daarna nog andere technieken toepaste? Allicht. Eerst dus aquarelleren op dat papier, toen opplakken, daarna erop doorgaan met olieverf en het geheel afsluiten met een beschermende vernis. Want waarom zit een aquarel eigenlijk altijd achter glas? Om aantasting door de lucht te voorkomen.  Bij die marouflé’s van mij is dat dus niet meer nodig.

Deze schilderijen zijn natuurlijk weer geen afspiegeling van de realiteit, wel er op gebaseerd. In een combinatie van wat in mijn atelier uiteindelijk aan beelden uit mijn herinneringen op plopte.

inspiratiefoto’s

Zoals ook bij die boos kijkende kop in ‘Teotihuacan I’. Want dat wist ik natuurlijk al wel uit de  kunstgeschiedenis. Die precolumbiaanse beelduitingen zijn echt heel anders dan waar wij in de loop der eeuwen in onze cultuur aan gewend zijn geraakt. Wat zien hun goden er vaak boos, nors, demonisch en angstaanjagend uit. Zoals de slangengod Quetzalcoatl bij de tempels van Teotihuacan.

vooraan de kop van Quetzalcoatl

En van de Jaguar-god en de Regen-god van de Maya’s kun je ook niet zeggen dat ‘t vrolijke jongens zijn.

links de Jaguar-god, rechts de Regen-god

Heel intrigerend, die zo heel andere beeldcultuur. Over de bijbehorende vele mensenoffers om de goden tevreden te houden zal ik het dan maar niet hebben. Hadden ze daarvoor niet beter kakkerlakken kunnen gebruiken? Kijk, over de schilderkundige verwerking van mijn herinneringen aan de precolumbiaanse architectuur en die demonische goden ben ik wel tevreden. Maar de verwerking van die kakkerlakkensnelweg? Toen ik bij het schrijven van dit stukje er aan terugdacht, kreeg ik spontaan weer koude rillingen en trokken mijn tenen automatisch weer krom. Daar valt geestelijk gezien dus nog enig werk te verrichten. Aan onderstaand olieverfschilderij niet meer.

Toos van Holstein, Chichén Itzá (olieverfschilderij)

Tot volgende week.

TOOS

De Witte Mannen in de Donkere Egyptische Nacht: een ReisKunst-verhaal


De Witte Mannen in de Donkere Egyptische Nacht: een ReisKunst-verhaal

‘Het is weer grijze-koppen-tijd.’ Aldus levensgezel een paar dagen geleden toen hij onderweg de nodige campers en caravans was gepasseerd. Met daarin voornamelijk pensionado’s. ‘Hé’, dacht ik, ‘misschien ook weer eens tijd voor een nieuw ReisKunst-verhaal’. Want dat past wel bij die jaarlijkse lentetrek van grijzende pensioentrekkers. Meestal richting zon en hogere temperaturen. In de periode waarbij voor de slagbomen van vakantie enclaves nog geen files staan.

Vorig jaar startte ik met die ReisKunst-verhalen. Verhalen over het hoe, wat, waarom en de inspiratie bij het ontstaan van sommige van mijn schilderijen. Lees en kijk die van vorig jaar er nog maar eens op na: ‘Mijn genderneutrale Maya Indiaantje’, ‘Het Pistool van de Jemenitische Chauffeur’ en ‘Het Lijk in de Ganges’.

Toos van Holstein, Egyptian Night (olieverf)

Dit keer een ReisKunstverhaal over bovenstaand schilderij. Geïnspireerd door mijn eerste bezoek aan Egypte. Een reis trouwens die de rest van mijn leven sterk heeft bepaald. Sowieso was ’t al mijn eerste vakantie buiten Europa en dan ook nog naar een Arabisch land, naar een heel andere cultuur. En ook nog in m’n uppie, zij ‘t in een reisgezelschap. Met Djoser, toen de echte specialist voor Egypte. Maar, zo bleek, het werd ook de reis waarop ik toen-nog-niet-levensgezel ontmoette. Nou, als je daar geen inspiratie aan ontleent, waaraan dan wel?

Maar wat hebben die foto hierboven en dat schilderij met elkaar te maken? Één van de reisonderdelen was een riviertocht van twee dagen met ons gezelschap op drie van die typische Nijl zeilboten. De feluka. Behoorlijk grote houten boten met dat karakteristieke, prachtig vormgegeven zeil. Heel fotogeniek. Duizenden daarvan bevaren die mythische Nijl. Inspiratie te over dus voor een paar grote aquarellen die later thuis ontstonden. Zoals onderstaande.

een typische feluka op de Nijl
Toos van Holstein, Assuan (aquarel 85 cm-65 cm)

Aan het eind van de eerste vaardag werden de feluka’s aan de oever vast gelegd. Er ging eten bereid worden door de bootbemanning. En er moest ook geslapen worden, op dek onder de prachtige sterrenhemel. Wel op dunne matrasjes op een harde houten vloer. Niet echt comfortabel voor verwende, weke Westerlingen. Maar wie haalde er als enige van het gezelschap onderuit zijn reistas een luchtbed tevoorschijn? Toen-nog-niet-levensgezel! Menige jaloerse blik is hem ten deel gevallen toen hij bezig was met opblazen.

Intussen verzamelden zich op de licht glooiende oever de nodige Egyptenaren. Vooral mannen en kinderen. Waar ze allemaal plotseling vandaan kwamen? Geen idee. Maar ja, de vruchtbare Nijlstrook is heel wat dichter bevolkt dan ons platteland. Ze kwamen gezellig aapjes kijken en gingen daar op hun gemak voor zitten en liggen. Uur na uur. Van schemering naar donker naar nacht, ’t bleef er lekker druk. Ook toen de aapjes onder de open sterrenhemel onder zeil gingen.

Het beeld van die mannen en kinderen in hun onder het heldere maanlicht zacht opgloeiende witte, lange gewaden, die daar midden in de warme nacht nog steeds zaten te kijken, is me altijd bijgebleven. Met als gevolg diverse schilderijen. Zoals dus dat hierboven. En zoals ook onderstaande foto waarin we ’s morgens op ons gemak weer wakker liggen te worden.

’s morgens vroeg op de Nijl

Tot volgende week.

TOOS