Tagarchief: stilleven

(Van) Holsteinse lijntjes naar Oom Piet, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Zeeuwse Piet Rijken


de Schotse Huizen in Veere, onderdeel van Museum Veere

Mijn Middelburgse oom Piet schildert ook! Zo vertelde een collega van levensgezel alweer jaren geleden. Maar ’t kwam er niet van om daar dieper op in te gaan. Later wel,een keer bij die collega thuis. Daar hing namelijk een werk van oom Piet. Een goed geschilderd stilleven. Dat zich daarbij later een ‘Toos’ heeft gevoegd, een opdracht van die collega, is natuurlijk heel leuk. Zomaar een (van) Holsteins lijntje naar de kunst van Piet Rijken (1915-2001), tegenwoordig eigenlijk alleen nog wereldberoemd in Zeeland. En dat vind ik onterecht. Zo zag ik recent bij de nog tot 8 november durende tentoonstelling ‘Verfijnd verleden’ in de Schotse Huizen in Veere. Een expositie gewijd aan ‘oom Piet’. Tot mijn schande had ik van hem nog nooit een overzichtstentoonstelling kunnen bezoeken. Zoals de laatste grote nog tijdens zijn leven in 1995 in het Zeeuws Museum. Maar nu was de gelegenheid daar, zeker ook omdat nog een paar andere zaken me naar Veere brachten. Zoals de nieuwe ‘kerkmeester’ van de Grote Kerk, dat alles overheersende bouwwerk in het stadje, en een persoonlijke inspectie van mijn ‘Reddersmonument’ daar. Kerkmeester en Reddersmonument? Jazekers! Maar dat zijn komende verhalen.

Eerst Piet Rijken. Met die expositie in de prachtige middeleeuwse Schotse Huizen. Gecombineerde Hollandse en Schotse pracht aan de Kaai. Daar waar ’t eeuwen geleden wemelde van Schotse handelslui, Schotse vrachtschepen en Schotse dukaten. De verklaring daarvan? Het zogenaamde Schotse stapelrecht. Maar een verhaal daarover komt misschien nog wel eens.

beelden uit de rijke middeleeuwse periode van Veere in de Schotse Huizen

Een paar van de zalen op de 1e etage in die grote Schotse Huizen, onderdeel van Museum Veere, zijn nu geheel gewijd aan Piet Rijken. Te beginnen met een prachtig groot schilderij op de begane grond.

Piet Rijken, De rode lap (1974)
detail uit ‘De rode lap’

Een magisch realistisch werk uit 1974 waarin ‘Oom Piet’ heel mooi zijn fascinatie voor vergankelijkheid, natuur en milieuvervuiling verwerkte. Maar voordat hij dit zo kon, waren er al heel wat jaren verstreken. Gegrepen door de kunst had hij na de Tweede Wereldoorlog zijn baan bij de politie opgezegd om zich als autodidact helemaal te storten op het aanleren van de oude schilderstechnieken. Met succes.

Zeeuwse boerin (1953)
Zelfportret (1955)
De Dom van Veere (1955)
Gezicht op Zoutelande (1973)
Het vergeten portretje (1979)
Stenen vruchtenmand (1982)

Nou was dat realistische fijnschilderwerk in de periode van de jaren 50/60 natuurlijk helemaal not done. ’t Was Cobra en abstractie wat in de officiële kunstwereld de klok sloeg. Maar buiten dat circuit waren er nog heel veel liefhebbers van figuratie. Piet Rijken verkocht goed. Zoals op de tentoonstelling ook wel blijkt uit de vele schilderijen die door particulieren zijn uitgeleend. Dat geldt niet voor vier werken die in bezit zijn van het museum. Geschilderd naar aanleiding van de vondst van een oude beerput in een van de Schotse Huizen in 1995. Rijken vereeuwigde de daarin gevonden voorwerpen zodat je nu én die vondsten én zijn schilderijen daarvan in één blik kunt vatten.

de voorwerpen uit de beerput op de voorgrond, drie van de schilderijen erachter, let ook op dat houten bord
Oude wijnflessen met koperen schaaltje (1995)
Stilleven uit 1998 dat me sterk deed denken aan de wereldberoemde Italiaanse schilder Morandi

Hierdoor en door de stijl van Piet Rijken kon ik niet anders dan ook denken aan een andere, veel bekendere autodidact. Workumer Jopie Huisman (1922-2000). Achtereenvolgens plateelschilder, vertegenwoordiger in een metaalhandel, vodden en metalen koopman en ten slotte kunstenaar met zelfs een aan hem gewijd museum in zijn geboorteplaats Workum (Friesland). Een flamboyant figuur met de juiste connecties die regelmatig in tv-programma’s verscheen met zijn sappige verhalen. Maar iemand die ook kon schilderen. Vooral oude spullen die hij tegenkwam in zijn lompenhandel en dan bewaarde.

Vandaar dus mijn associatie met hem bij het zien van stillevens van Rijkens.

Eigenlijk zouden hij, de man die veel minder openbaar optrad, en Jopie Huisman eens een gezamenlijke expositie in Workum moeten krijgen. Ik zie ’t al helemaal voor me. Met een publicitair aansprekende titel. In het Engels natuurlijk, dat scoort beter. ‘The Art Battle of the Year: Piet Rijken, de Zeeuwse Jopie Huisman en Jopie Huisman, de Friese Piet Rijken’.

En mijn (van) Holsteinse lijntje naar Jopie Huisman (zie de titel)? Het Jopie Huisman Museum verhuisde naar een paar panden er tegenover. In het vrijgekomen monumentenpand vestigden Sophie en Klaas Elzinga een aantal jaren later hun Galerie Kesk. Met daarin een permanente ruimte voor mijn schilderijen.

uitladen voor een expositie bij Galerie Kesk in het voormalige Jopie Huisman Museum
deel van mijn eigen zaal daar

De galerie bestaat niet meer, maar ik kan dus in alle eerlijkheid stellen dat ik heb geëxposeerd in het oude Jopie Huisman Museum. Zo zie je maar weer hoe in onze wereld gigantisch veel verbindende lijnen zijn  te ontdekken. Zoals tussen Oom Piet, Jopie Huisman en ondergetekende.

TOOS   

De kunst van pijn lijden voor de kunst


Als ik, liggend in mijn bed in Nice, mijn hoofd in een zodanig onmogelijke hoek zou draaien dat een stevige nekhernia niet echt valt uit te sluiten, krijg ik er zicht op. Op de grote muurschildering die ik laatst heb gemaakt aan het hoofdeinde van dat bed. Geschilderd rondom een zwarte ombouw die ik als Ikea-bouwpakket in de auto had meegenomen naar Frankrijk. En die daar door levensgezel met het vereiste grote Ikea- geduld en bijbehorende scherpe blik op de meegeleverde handleiding perfect in elkaar werd gesleuteld. Komt goed, zegt ie dan, maar stoor me de komende uren eventjes niet.

de start van de muurschildering

 Waarom dat nieuwe hoofdeinde nodig was? Vanwege het veranderingsgen in mijn DNA. Dat zorgt voor het regelmatig opspelend, absoluut niet te negeren gevoel dat ik weer eens iets moet wijzigen in mijn woonstee. Want altijd maar diezelfde meubelopstelling? Of diezelfde muren? Nee, dat kan echt niet. Veranderen, die hap! Levensgezel, daar is ie weer, bespeurt die opborrelende, onstuitbare drang natuurlijk wel na zoveel jaar ervaring en begroet ’t dan ook meestal met een opmerking in de trant van ‘ah, is ’t weer zover?’. Vaak lukt ’t me dan om mijn psyche tevreden te stellen met het creëren van bijvoorbeeld een nieuwe stillevenopstelling op plekken die ik daarvoor in huis beschikbaar heb. Eerst zoeken in mijn rommelkastkast, vol heerlijke troep en min of meer kunstzinnige frutsels en fratsels, en dan schikken en herschikken. Et voilà, ik kan er weer even tegen.

aan het werk

Maar af en toe moet ’t grofstoffelijker. Door een andere meubelopstelling te maken, een wand een andere kleur te geven, schilderijen om te wisselen. Of door iets nieuws toe te voegen. Vandaar dus dat Ikea op mijn pad kwam. Die slaapkamer in Nice was ten slotte al weer zóóóóó lang hetzelfde!  De stoelen en kastjes daar nog weer eens een keer verschuiven naar andere plekken gaf geen echt overtuigende adrenalinekick meer. Maar dan komt van het een het ander. Want toen die ombouw eenmaal stond, zag ik ’t ineens voor me. Een stad op de grote muur achter het bed. Een moderne stad in het nachtelijk duister. Prima passend dus bij de voornaamste functie van een slaapkamer. Indirect kwam dat idee voort uit mijn serie ‘Briljantjes’. Schilderijtjes die ik vorig jaar maakte om cadeau te geven bij aankoop van een groot schilderij tijdens mijn reeks exposities als Nederlands Briljanten Kunstenaar 2016. Dat waren werken waarin ik voor het eerst flink wat zwart durfde te gebruiken in combinatie met diverse kleuren nanoverf. Verf die op een heel speciale en levendige manier licht reflecteert, afhankelijk van de richting waarin je kijkt. Maar ja, die schilderijtjes waren 40 bij 40 cm. En deze wandschildering moest zich over meters uitstrekken. Zowel in de hoogte als de breedte. Toch wel even iets anders.

Nou, dat heb ik dus geweten. Vooral achteraf. Op een trap staan werken valt nog wel mee. Maar kruipend over de vloer om in allerlei niet alledaagse opgevouwen en gedraaide houdingen te schilderen aan de onderkant van wolkenkrabbers? Mijn lichaam begon te piepen en te kraken. Niet algemeen hoorbaar maar wel door lokaal sterk te protesteren in mijn rug, door diverse gewrichten stijver te maken dan op dat moment handig was, door mij opnieuw spieren te laten voelen waarvan ik het bestaan al lange tijd had verdoezeld en door de aan dit alles gelieerde zenuwscheuten. En dat dan ook nog gedurende een aantal dagen. In duursporten noemen ze zoiets afzien. Ik heb trouwens nooit goed begrepen  dat sporters hieraan verslaafd kunnen zijn. Maar ja, ik ben van nature nooit echt geschikt geweest voor dat soort inspanningen.

het eindresultaat

Hoe dan ook, ik ben nu uiteindelijk zeer tevreden. Dat pijn lijden voor de kunst heeft zich beslist uitbetaald. En wat ik nu ook heel goed weet is dat ik mijn nek dus niet moet lenen voor extreme slangenmensverdraaiingen om vanaf mijn kussen die donkere stad achter mij te kunnen aanschouwen. Dan kan ik toch beter gewoon opstaan. En wat voor de komende ook heel belangrijk is? Mijn interieurveranderingsverslaving is voorlopig weer gestild. Denk ik! Tot volgende week.

TOOS