Tagarchief: Rubens

Afdeling ‘Moeilijke Vragen’: is de 17e eeuwse kunst van Artemisia als feministisch te bestempelen?


Ik was dus, zo vertelde ik vorige week, in het Rijksmuseum Twenthe. Bij ‘Artemisia. Vrouw & Macht’ (lees hier maar). En kwam daar enthousiast en vol gedachtespinsels vandaan. Ook vanwege spinsels in allerlei artikelen en boeken over mijn schildersheld Artemisia Gentileschi (1593-1653) die tegenwoordig de markt overstromen. Er wordt over haar wat afgeschreven en gespiegologiseerd (voor woorduitleg zie vorige week)! Ben je eerst weggezakt in vergetelheid, wordt je eeuwen later ineens wereldberoemd en krijg je in sommige kringen ineens het stempel van echte feminist van zeer avant la lettre. Op zich begrijpelijk gezien haar verkrachtingsgeschiedenis en de schilderijen die ze daarna maakte.

nog een van de zalen van de expositie

Tijd dus voor dat beloofde tweede gedachte-experiment.  Want hoe afschuwelijk ook haar ervaring, hoe zou Artemisia zelf alle huidige drukte over haar vanuit haar kunstenaarshiernamaalshoekje ervaren? Wat zou ze vinden van die feministische toe-eigening van haar werk? Zou ze van al dat psychologische geïnterpreteer, al die psygoochelarij, blij worden?

Kijk, natuurlijk heeft ze veel schilderijen gecreëerd met thema’s over vrouwen onder druk en moedige, wraaknemende vrouwen. Zoals Susanna, Jaël, Judith (vorige week!)  Maar hebben Rembrandt en Rubens niet ook ‘Susanna en de Ouderlingen’ geschilderd? Is ‘De onthoofding van Holofernes’ van Caravaggio niet ook wereldberoemd? En hebben veel andere mannelijke kunstenaars niet ook Holofernes bij de kruin gepakt? Net zoals ze ook Jaël op Sisera’s hoofd hebben laten hameren? Dat waren in de 17e eeuw gewoonweg heel populaire thema’s! Adel, kerkprelaten, vermogende burgers, rijen rijke machthebbers wilden maar wat graag een ‘Holofernes’, een ‘Susanna’, een ‘Jaël’ aan hun muren hebben. En vergeet niet dat de kunstenaars van toen leefden van hun opdrachten. Daar waar het geld en de macht zaten, daar gingen ze. De klant was koning, soms letterlijk. Oh, u wilt een extatische ‘Maria Magdalena’? Maar natuurlijk, geen probleem, maken we voor Uwe Hoogheid. Zo ook dus Artemisia. Ze maakte er diverse. Zoals bijvoorbeeld de eerste hieronder die nu op een expositie in Detroit hangt en de tweede die ik in Enschede fotografeerde.

Artemisia, Maria Magdalena (detail)
Artemisia, de Maria Magdalena in Enschede

Een ‘Cleopatra’ was ook nooit weg. Die populaire, machtige vrouw uit de Egyptische oudheid was beslist in. U vraagt, wij schilderen. Alweer Rubens deed ‘t. Net als Michelangelo en vele andere Italianen. En ook Artemisia. Drie hangen er in Enschede.

Artemisia, Cleopatra (met moeilijk zichtbaar bij haar rechterhand de gifslang waarmee ze zichzelf wil doden)
nog zo’n Cleopatra, met in de rechterhand weer de slang
detail met de slang
idem, met nu de slang die op het punt staat in haar linkerborst te bijten

Dus zou die psychologische en feministische benadering van haar werk nou wel zo zaligmakend zijn? Een ontdekking voor mij was daarom deze tekening van de Nederlander Leonaert Bramer (1596-1674) .

Artemisia stond naast haar vrouwtje dus ook haar mannetje. Want ’t staat er echt rechtsboven: Artemisia Gentileschi. Artemisia verkleed als man met snorretje, in Rome rond 1620 getekend op een gezellig feestje van de Bentvueghels. De clubnaam van een roemruchte groep vooral Lage Landen kunstenaars. Allemaal mannen die ter leringhe enkele jaren in Rome, the place to be, doorbrachten. Maar ter vermaeck ook graag uitgebreide schrans en drinkfestijnen aanrichten. Verkleed en wel.

anonym schilderij van zo’n verkleedpartij bij de Bentveughels

Met dus ook een keer een verklede Artemisia als gast tussen al die feestende mannen! Verrassend nietwaar? Ik moest ineens denken aan die feministische feesten uit onze jaren 70 met alleen vrouwen. Toegang voor de vijand, mannen, ten strengste verboden. Even voor alle duidelijkheid, niet mijn soort van feessie.

Wat trouwens te denken van onderstaand schilderij. Waarbij, opnieuw zo’n Oudtestamentisch verhaal, de eenvoudige herder David met een nauwkeurig gerichte steenslingerworp de reus Goliath heeft geveld en daarna met zijn zwaard onthoofd.

Artemisia, David met het hoofd van Goliath
detail

Zoiets van “hè, hè, wat een klus, dat hoofd is eigenlijk best een leuk steuntje, effe rustig zitten en uitpuffen”. Een behoorlijk macho schilderij toch? Opvallend feit: pas een paar jaren geleden is dit werk weer aan Artemisia toegeschreven. Terwijl het in 1631 al werd genoemd door een Duitse kunstenaar/schrijver die haar atelier bezocht.

Nog een ander herontdekt schilderij van haar?

Christus zegent de kinderen

In 1979 door het wereldberoemde New Yorkse Metropolitan Museum  verkocht. Onbekende meester, weg ermee. Hoeveel plukken haar zullen er uit de curatorhoofden zijn gerukt toen het in 2012, na restauratie, een echte Artemisia bleek. Wel een atypische natuurlijk gezien de geldende Artemisia-visie. 

Waar ik het in die visie wel helemaal mee eens ben, is dat Artemisia juist vrouwelijke emoties ook echt vrouwelijk weergeeft. Kijk nog maar eens naar een detail van haar ‘Susanna en de Ouderlingen’ uit Enschede. Geschilderd in 1622. Geef vertwijfeling en angst maar eens zo weer!

Dat deed ze trouwens ook al veel eerder, op 17-jarige leeftijd.

Artemisia, Susanna en de Ouderlingen (geschilderd op 17-jarige leeftijd)

Hoezo getalenteerd? Daar kan Rubens in een van zijn ‘Susanna’s een flinke punt aan zuigen.

Rubens, één van zijn ‘Susanna’s (detail)

Tot slot nog een Enschedese  ‘Holofernes’ als toegift? Oké. Misschien best een ideetje voor een ander blog: al die populaire 17e eeuwse afgehakte-hoofden-schilderijen eens bij elkaar.

Best ook een atypisch werk gezien kleurgebruik en koele emotie. Maar het is dan vermoedelijk ook een gezamenlijk schilderij van dochter Artemisia en vader Orazio. Ergens uit de periode 1607-10. Reken maar uit hoe oud ze toen was. Na al dat hakgeweld zat ’t trouwens best even lekker in het zonnetje op het binnenterras van het museum.

Tot volgende week.

TOOS

Vrouw & Macht, en Kunst natuurlijk, plus Artemisiaanse gedachte-experimenten


Yes, uiteindelijk toch nog gezien! Toen ie me in december door die plotsklapse, wat minder intelligente lockdown pijnlijk door de neus werd geboord, dacht ik: “Nou, tabee dan Artemesia. Dan maar niet naar die eerste grote expositie in Nederland over jou” . Maar de kunstgoden beschikten, godenzijdank, anders. Het Rijksmuseum Twenthe in Enschede bleek ‘Artemisia. Vrouw & Macht’ over Artemisia Gentileschi (1593-1653) te kunnen verlengen. Het overgrote deel van de vooral buitenlandse bruiklenen mocht blijven hangen. Tot 27 maart. Zodat ik vorige week helemaal blij rondliep tussen de olieverven van één van mijn schildersiconen. Over wie ik al wel eerder schreef. Zoals hier en hier. Toch maar even een superkorte samenvatting daarvan? Oké.

in één van de zalen van de expositie

Artemisia, zeer talentrijke dochter van de bekende kunstenaar Orazio Gentileschi uit Rome. Op 18-jarige leeftijd verkracht door een ateliermedewerker. Gevolg een voor haar bijzonder tragische rechtszaak daarover. Daarna vertrokken naar Florence. Achtereenvolgens ook ateliers in Genua, Rome, Londen, Napels. In combinatie met  een succesvolle carrière, zeer bijzonder voor een vrouw destijds. En tegenwoordig gezien als de powervrouw van de Italiaanse Barokperiode.

beroemd zelfportret van Artemisia

Met nu van mijn kant dus opnieuw een blog over haar. Zelfs in twee delen. Want teveel schrijfinspiratie, ook vanwege twee associatief opkomende Artemisiaanse gedachte-experimenten.

Het eerste. Stel nou, zo dacht ik,dat Artemisia vanuit een soortement kunstenaarshiernamaals de huidige aardse activiteiten rond haar schilderijen zou kunnen volgen. Belachelijk idee natuurlijk, dat geef ik direct toe. Maar het leuke van zo’n gedachte-experiment is dat niemand je tegenhoudt.

Zo zou Artemisia haar schilderijen nu niet alleen kunnen zien hangen in Enschede maar ook nog bij twee prestigieuze  groepsexposities. In Rome: ‘Caravaggio and Artemisia, The Challenge of Judith’. In Detroit: ‘By Her Hand: Artemisia Gentileschi and Women Artists in Italy, 1500–1800’. En ook nog een tentoonstelling in wording in Edinburgh. Waar het Hare Majesteit Elizabeth behaagt een piepklein deeltje van haar zeer omvangrijke Royal Collection te tonen. Waarin bovenstaand  zelfportret van Artemisia gecombineerd met o.a. Rembrandt en Rubens.

deel van de tentoonstelling in Rome
deel van de tentoonstelling in Detroit

Zou Artemisia vanuit haar kunstenaarshiernamaalshoekje al die activiteit glunderend gadeslaan?  Dat kan toch bijna niet anders. Welke kunstenaar zou geen vreugdehuppeltjes maken als je na zoveel eeuwen weer hot bent, heel erg hot zelfs. En als je oeuvre in de wereld zoveel aandacht krijgt.

Petje af trouwens voor de leiding van Rijksmuseum Twenthe.  Want er is daar een grote prestatie geleverd. Probeer als regionaal Nederlands museum van de kleine 60 schilderijen die vandaag de dag aan Artemisia worden toegeschreven er maar eens 14 bij elkaar te lenen. In een rijk geschakeerde vertegenwoordiging van de verschillende thema’s waarmee Artemisia  zich vaak seriematig bezig hield.

Artemisia, Jaël en Sisera

“Even kijken, heb ik die tentharing zo wel goed staan? Nee, toch nog maar een centimetertje hoger. Ja, zo is ’t beter. Huppakee, daar gaat ie!” Een verhaal uit het Oude Testament waarbij Jaël de vijandige legerleider Sisera uitnodigt voor een overvloedige maaltijd, wacht tot hij in slaap valt en dan een tentharing door zijn hersens jast. Interessant boek hoor, dat Oude Testament. Nog maar zo’n voor-het-slapen-gaan verhaaltje daaruit?

Artemisia, Judith en Holofernes,.Het echte schilderij kon jammer genoeg niet langer blijven hangen en werd vervangen door een , ook jammer genoeg, slechte kleurenfoto op linnen. Daarom hieronder een betere internetfoto van het echte werk
het afgesneden hoofd van Holofernes wat meer in detail

De rijke, joodse weduwe Judith weet, samen met haar dienstmaagd, de Babylonische generaal Holofernes, die haar stad belegert, te benaderen in zijn legertent, hem met haar vrouwelijke, verleidelijke charmes dronken te voeren en daarna te onthoofden.

Artemisia, Judith en de Ouderlingen

Deze over Susanna en de ouderlingen mag er ook best zijn. Opnieuw zo’n verhaal uit de Hebreeuwse bijbel. Waarin twee machtige, oude mannen de natuurlijk beeldschone maar wel getrouwde Susanna onder dwang willen verleiden. Wat zij natuurlijk weigert, ook al wordt ze ernstig bedreigt. Uiteindelijk worden de geilaards ter dood veroordeeld. Eind goed, al goed.

Maar niet helemaal voor Artemisia. Want je zult maar op 18-jarige leeftijd verkracht worden en daarna jezelf in een proces moeten verdedigen (zie de links bovenaan)! Hoewel succesvol tijdens haar leven zonk ze daarna weg in relatieve vergetelheid. Schilderijen van haar hand werden zelfs aan anderen toegeschreven. Mannen natuurlijk! Pas weer in de jaren 70 van de vorige eeuw werd ze, dankzij de opkomende tweede feministische golf, opnieuw op het kunstschild gehesen. Er ontstond namelijk hernieuwde aandacht voor door mannen uit de kunstgeschiedenis weggeschreven vrouwen.  Maar bij Artemisia speelde nog dat extra element van haar verkrachting een sterke rol. De feministische toe-eigening en het  gespiegologiseer begonnen. Nee, dat laatste is geen taalfout. Denk maar eens aan de trend van nu om het verleden  vooral te laten weerkaatsen in de spiegels van onze huidige normen en waarden. Vandaar een tweede gedachte-experiment.  Maar dan over zeven nachtjes slapen.

een zaal gewoon helemaal voor ons zelf, zalig!

Nu eerst allemaal als de donder voor 27 maart naar Enschede. Tot volgende week.

TOOS

Kandinsky en Toos van Holstein, nu beiden met het etiket ‘roofkunst’


Roofkunst is van alle tijden. De Romeinen, Napoleon en het naziregime konden er wat van. Maar dat ik er persoonlijk nog eens mee te maken zou krijgen? Nee, nee, zelf heb ik niks via oneigenlijke kanalen verkregen. Aub niet.Maar sinds kort heeft iemand anders juist wel illegaal kunst van mij verworven. Door op kunstrooftocht te gaan. Wie? Geen idee. Waar? Hier.

Op die lege plek aan de Loskade in Middelburg. Enkele maanden geleden omgetoverd in de Boulevard van Schoonheid en Troost. Prachtige naam, nietwaar? Zeker in deze carrouselachtige coronatijden en donk’re dagen voor Kerst. Ik schreef er hier al eens over.

voor de roof

Maar nu is mijn bijdrage dus weg. Foetsie, verdwenen, pleite, gewoon gejat. Door iemand die absoluut niet toevallig het juiste gereedschap bij zich had. Want, dat moet gezegd, ’t is keurig gedaan. Toen ik vorige week vanaf station Middelburg langs de, in politiejargon, ‘plaats delict’ liep en even speurde naar mijn kunstwerk bleek dat gevlogen. Gelukkig de enige in de hele rij van 25 van de Boulevard. Dat riep een achtbaan aan emoties op. Je kent dat wel, geef op een schaal van 1 tot 10 aan wat je ergens van vindt. Nou, aan één getal had ik echt niet genoeg. ’t Liep van ‘ze moeten met hun vieze poten van kunst in de openbare ruimte afblijven’, walgelijke wandaad, toch ook verdriet, ‘die rover/roofster moet (nooit de emancipatie uitsluiten) toch wel een grote fan van mij zijn’ tot ‘goh, mijn kunst is blijkbaar het stelen waard’. Van min naar plus dus. Want zo houdt levensgezel mij dat altijd voor: Toos, zorg ervoor dat je het glas altijd halfvol ziet.

Daardoor leverde het toch maar mooi een bericht op in onze PZC. Voor de niet-Zeeuwen onder ons, de Provinciale Zeeuwse Courant. Eén van de oudste dagbladen van Nederland. O zo!

het artikel in de PZC

Eigenlijk ben ik er wel heel nieuwsgierig naar waar mijn bijdrage aan de Boulevard van Schoonheid en Troost nu verkeert. Ergens aan een muur aan een spijker? Misschien zelfs al in een mooie lijst? Waar de illegale eigenaar dan ’s avonds verlekkerd naar zijn/haar verlichte roofkunst zit te kijken? De titel daarvan is, achteraf gezien, trouwens wel heel symbolisch. ‘In afwachting’. We weten nu waarvan.

in mijn atelier bezig aan ‘In afwachting’

Nu is roofkunst natuurlijk van alle tijden. De oude Romeinen konden al niet nalaten geroofde kunst uit overwonnen gebieden bij hun triomfantelijke zegetochten in Rome in volle pracht en praal den volke te tonen. En Napoleon maakte het zelfs tot een standaardonderdeel van zijn veldtochten. Hoe dacht je dat het Louvre één van de grootste, zo niet het grootste museum ter wereld is geworden? Vanuit Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden, overal vandaan werd belangrijke kunst naar Parijs gesleept. Van Rembrandt tot Rubens, van Het Lam Gods van Van Eyck tot Antoon van Dyck, van Holbein tot de bronzen paarden op de San Marco basiliek in Venetië. Niets ontglipte aan de gretige grijpvingers van de grote Bonaparte. Ook in 1795 niet de uitgebreide kunstverzameling van onze stadhouder Willem V. Maar na Napoleons nederlaag kwam uiteindelijk ook veel weer terug. Zoals in 1815 die collectie van Willem V. Was onze eigenste Stier van Potter toch maar weer mooi in Nederland.

Danker van Valkenburg, Het transport van de schilderijen van de stadhouder, 14 november 1815, 1839. Gemeentearchief Den Haag

Best interessant om die gebeurtenis op bovenstaand schilderij te zien afgebeeld. En uiteindelijk hebben we daar nu ons Mauritshuis als museum aan te danken. Want allerlei schilderijen die er nu hangen, bevonden zich op die wagens die vanuit Parijs terugreden naar Den Haag.

Paulus Potter, De stier

En tegenwoordig? Sla de kranten van vorige week er maar op na. Kandinsky en zijn ‘Bild mit Haüsern’,  in bezit van het Stedelijk Museum, zijn helemaal hot. Is ’t nou wel of geen nazi-roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog?

Kandinsky, Bild mit Haüsern

Het Stedelijk mag het uiteindelijk na jarenlang procederen door drie nazaten van de oorspronkelijke eigenaar toch houden. Tot hun spijt natuurlijk. Want, zo las ik, ze hadden de miljoenenbuit blijkbaar onderling al netjes in percentages verdeeld.

Amerikaanse soldaten van de speciale eenheid die moest zoeken naar naziroofkunst. Hierop is de interessante film ‘The Monuments Men’ gebaseerd

Dat gaat, vermoed ik zomaar, mijn geroofde replica van ‘In afwachting’ beslist niet opbrengen. Waar de echte zich bevindt? Dat weet ik wel maar zeg ik lekker niet. Je weet maar nooit. Wat ik ook weet is dat er zonder veel tamtam een tweede Boulevard van Schoonheid en Troost is geopend. Nu in Vlissingen. Niet aan de echte zeeboulevard, maar in Kunstpark Vlissingen. Een wat afgelegen liggende locatie. Eigenlijk wel jammer.

Kunstpark Vlissingen met een van de onderdelen van de Boulevard van Schoonheid en Troost daar

Tot volgende week.

TOOS

Een Paasverhaal bij het wereldmerk Da Vinci


zelfportret van Leonardo da Vinci

Rembrandt is natuurlijk ons grote Nederlands schildersicoon. Of mogelijk Van Gogh? En voor België? Rubens toch wel, denk ik. Picasso voor Spanje? Zou best kunnen. Maar wie zou het wereldmerk voor de beeldende kunst zijn? Ik ga voor Leonardo da Vinci. Want als er ook maar ergens een flintertje nieuws over hem opduikt, vliegt ’t gelijk als Covid-19 de hele wereld over. Mocht er een kunstenaarshiernamaals bestaan, dan heeft Leonardo in de afgelopen eeuwen daardoor vast al heel vaak een hemels glimlachje kunnen tonen boven zijn zorgvuldig gecoiffeerde en gekrulde baard. Misschien ook wel toen ik mijn blog vorige week eindigde met die lange, lege tafel.

Eigenlijk een soort voorbode voor de surrealistische Paasperiode die we nu al weer achter de rug hebben. Een Corona-Pasen in combinatie met de aanstormende 1,5 meter economie. Ga maar na. Sinds eeuwen geen Semana Santa processies in Spanje. Een moeilijk lopende oude paus, bijna in z’n uppie in die gigantische Sint Pieter in Rome met een massaal plein ervoor zelfs zonder uppies. Een volop bloeiende Keukenhof met hallucinerend lege parkeerterreinen. En dus ook geen Jezus en discipelen aan het Laatste Avondmaal op die beroemde en beruchte muurschildering van Leonardo da Vinci in de eetzaal van het Santa Maria delle Grazie klooster in Milaan. Door hem met tussenpozen gecreëerd in de jaren 1495-98. Met experimentele methoden en materialen. Tja, je bent natuurlijk Leonardo de onderzoeker of je bent ‘m niet. Vandaar dan ook die toevoeging ‘beruchte’ hierboven. Want al heel snel begon zijn meters hoge en brede Laatste Avondmaal  te vervagen, te scheuren, te bladderen en wat al niet meer. Vele, meestal slechte restauraties volgden in de eeuwen erna. Experts schatten dat nog maar zo’n 20% enigszins oorspronkelijk is. Maar origineel of niet, Jezus en zijn twaalf apostelen zijn gehavend en wel natuurlijk toch weer teruggekeerd aan hun tafel.

Toch zou Da Vinci niet Da Vinci zijn als dat het hele verhaal over zijn muurschildering zou zijn. Want, zoals al geconstateerd, altijd weer duikt er een artikel, een boek of een documentaire op met deze uomo universale  uit de Renaissance in de hoofdrol. Fascinerend vind ik dat. Zo verscheen een paar jaar geleden een documentaire over een tweede, perfect gelijkend Laatste Avondmaal van Leonardo. Hier de trailer van die documentaire.

We hoeven dus helemaal niet naar Milaan, we kunnen gewoon naar een oude abdij in het Belgische Tongerlo.

de abdij in Tongerlo

de zaal daar met ‘Het Laatste Avondmaal’

Voor dat min of meer verborgen Da Vinci geheim. Even groot als de oorspronkelijke muurschildering maar dan op doek. Gemaakt in opdracht van koning Louis XII van Frankrijk. Wel grotendeels geschilderd door medewerkers van Leonardo’s atelier maar, zo wordt vermoed, met Jezus en Johannes van Leonardo’s eigen hand. Gewoon naar Tongerlo dus en niet naar Milaan. Nu alleen nog even niet. Corona en zo! Nieuwsgierig geworden? Hier vind je de hele documentaire ‘The Search for the Last Supper’. https://youtu.be/FSKIQebJ4ZI

Trouwens, een paar geleden stond ik nog bij de Milanese versie. Wel in Haarlem. Bij een moderne  namaak in het Teylers Museum tijdens een expositie over tekeningen van Leonardo.

Waar je helemaal niet meer naar op zoek hoeft is Leonardo’s beroemde muurschildering ‘De slag bij Anghiari’. Die is namelijk echt verdwenen. Alhoewel? Misschien is ie alleen maar verstopt. Ook dit is weer zo’n intrigerend Da Vinci verhaal dat eens in de zoveel jaar de kop opsteekt. Dat hij in 1507 het fresco maakte op een muur van de grote zaal van het Palazzo Vecchio in Florence is zeker. Er bestaan zelfs nog voorstudies van zijn eigenste hand.

studieschets van Da Vinci voor ‘De Slag bij Anghiari’

Maar ja, zelfde verhaal. Hij was weer lekker aan het experimenteren geslagen met materialen. Gevolg? Mislukking op mislukking. Vermoedelijk zelfs niet afgemaakt en nu, zo lijken een paar piepkleine boorgaatjes van 4 mm aan te tonen, mogelijk verstopt achter een extra muur waarop Giorgio Vasari in 1563 een ander fresco maakte. Een schildering die er trouwens nog wel goed bij staat. Dus wat te doen? Proberen er achter te kijken of die voorste muur in z’n geheel netjes weghalen? Er wordt nog steeds over gediscussieerd door horden specialisten.

Net zoals over waar zich nu eigenlijk dat duurste schilderij ter wereld, die  Salvator Mundi van 450 miljoen dollar, bevindt. Weer zo’n spannend Leonardo da Vinci verhaal. Maar niet voor nu.

Nog even dit. Vorige week begon ik met die gesloten  once in a lifetime expositie over Rafaël in Rome. Laat daarvan nu net een prachtige video op internet te zijn geplaatst.

Net zoals over tekeningen van Rafaël die zich bevinden in een hierboven al genoemde, altijd een beetje verborgen gebleven museumparel. Het Teylers Museum.

Tot volgende week.

TOOS

De Rembrandtkaart, eigenlijk een kunsten-must


Ik heb ‘m altijd op zak, mijn Rembrandtkaart van de Vereniging Rembrandt. Als ik ermee zwaai, heb ik direct toegang tot zo’n 130 musea in Nederland. Heel veel anderen doen dat met hun Museumkaart en ‘Sesam open u’ gaat dan op bij rond 400 musea. En toch geef ik de voorkeur aan die Rembrandtkaart. Niet zomaar natuurlijk. Daarvoor heb ik diverse redenen.

Een paar weken geleden schreef ik hier over de preview die me ten deel viel bij de grandioze blockbusterexpositie ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. Een preview dankzij die Rembrandtkaart. Een paar weken daarvoor had dat ook gekund bij ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ in Den Haag. Jammer genoeg kon ik toen niet. Een paar jaar eerder lukte dat bijvoorbeeld weer wel bij de grote expositie over Matisse in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Valt dat soort voordelen je ook in de schoot bij de Museumkaart? Vergeet ’t maar.

voorkant van de Rembrandtkaart 2019 met de leeuwentekening van Rembrandt die nu is te zien in ‘Alle Rembrandts’

Maar Toos, is die kaart dan niet veel duurder? Nee dus. Niet op de manier zoals levensgezel en ik dat doen. Want voor één persoon apart betaal je € 75 maar voor twee kaarten samen betaal je slechts € 110 als je je aanmeldt als zogenaamde ‘gezel’. En die Museumkaart? 2 x € 64,90 = € 129,80.

Natuurlijk kun je voor dat bedrag wel naar het Aviodrome in Lelystad, het Schoenenmuseum in Waalwijk of het Kermis- en Circusmuseum in Steenwijk. Om zomaar een paar dwarsstraten te noemen. Dat gaat mij dan weer niet lukken zonder daar toegang te betalen. Maar ik ben dan ook veel meer geïnteresseerd in onze musea voor beeldende kunst.

Nog een geldelijk voordeeltje? Regelmatig zie ik voor speciale grootschalige exposities op de informatieborden bij de museumbalie zoiets staan als ‘voor Museumkaart-houders geldt nog een toeslag van € …’. Bij mijn Rembrandtkaart is me dat tot nu maar één keer overkomen. Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling in ‘s-Hertogenbosch een paar jaar geleden. En verder? Nooit! Dus tel uit je winst. Soms hoef ik me met mijn kaart ook niet eens voor een tijdsslot aan te melden bij heel druk bezochte exposities. Ik kom, zwaai en loop door.

het portret van zijn zoon Titus van Rembrandt, ooit verkregen door de Vereniging Rembrandt voor Museum Boymans van Beuningen

Maar wat ik eigenlijk nog het allerbelangrijkste vindt, is dat ik door mijn lidmaatschap van de Vereniging Rembrandt ons kunsterfgoed ondersteun. Heel recent probeerden de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en het Rijk gezamenlijk nog een tekening van Rubens te behouden voor Nederland. Die werd in de verkoop gedaan door prinses Christina. Ooit ergens in de 19e eeuw, toen de financiën van Rijk en het Koninklijk Huis nog niet echt jofel van elkaar gescheiden waren, was die door ons koningshuis aangekocht. Nu meende Christina via Sotheby in New York te moeten cashen zonder het kunstwerk eerst op prinsesselijke manier in Nederland aan te bieden. Typisch gevalletje van misvatting. Een ongetwijfeld schatrijke particulier, voor wie geld waarschijnlijk een volstrekt abstract begrip is, kaapte de schets weg voor de Nederlandse ogen. En Christina? Die zal de 7 miljoen dollar wel nodig hebben gehad.

de tekening van Rubens

Maar vaak lukt een aankoop wel. Zo heeft de Vereniging Rembrandt sinds de oprichting in 1883 meegeholpen om onze musea met alleen al 39 werken van Rembrandt te verrijken. Naast nog heel veel andere kunst. Laatst voor het Centraal Museum in Utrecht nog een heel speciaal, op koper geschilderd werk van Utrechter Joachim Wtewael van begin 17e eeuw. Toevallig ook gekocht bij dat Sotheby in New York. Kijk maar eens op https://www.verenigingrembrandt.nl  wat de vereniging allemaal doet voor onze Nederlandse beeldende kunst.

Wtewael, Het godenbanket

Oh ja, er zijn ook regelmatig interessante lezingen die je gratis worden aangeboden. Allemaal redenen dus voor mij om heel blij te zijn met mijn Rembrandtkaart. En als je vindt dat dit eigenlijk één grote reclameboodschap is voor die kaart? Tja, dat kan en wil ik beslist niet ontkennen. Tot volgende week.

TOOS

Barocker Rubens centraal in Antwerpen


aanzicht van Antwerpen in de tijd van Rubens met heel wat kerktorens meer dan tegenwoordig

standbeeld van Rubens bij de kathedraal

Stel dat Antwerpen in 1585 niet was heroverd door het Spaanse regime en daardoor onderdeel zou zijn gebleven van de Noordelijke Nederlanden. Van de calvinistische Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden dus. Zou die stad dan dit jaar de manifestatie ‘Antwerpen Barok 2018. Rubens inspireert’ hebben kunnen organiseren? Een intrigerende vraag die in me opkwam na een huizenruil met vrienden. Zij voor een paar dagen in mijn Middelburgse pakhuis en wij in hun appartement in het centrum van Antwerpen. Om daar op ’t gemakkie dat groots aangepakte evenement te kunnen bewandelen. Met barok, heel veel swingende barok. Het kunstige paradepaardje van de roomse Contrareformatie in de 17e eeuw. Dat die kunststroming ’t in ons landje van Reformatie en protestante ketters nooit echt heeft kunnen maken is natuurlijk wel duidelijk.

Wij hebben natuurlijk wel ‘ons’ schildergenie Rembrandt (1606-1669) en het woord Rembrandtesk. Maar de Antwerpenaren hebben als antwoord daarop ‘hun’ barokke ster Rubens (1577-1640) en zijn voluptueuze Rubensiaanse vrouwen. Rembrandt en Rubens, beiden dus min of meer tijdgenoten en beiden heel succesvol. Alhoewel bij Rubens de florijnen zijn leven lang in grote golven bleven binnenstromen terwijl dat bij Rembrandt uiteindelijk nog hooguit golfjes waren. Maar zou de roomse Rubens zonder die Spaanse overwinning in een calvinistisch Antwerpen zijn internationale kunstcarrière wel hebben kunnen ontplooien? Met al die opdrachten uit o.a. Frankrijk, Spanje en van de katholieke kerk? Of zou hij dan verhuisd zijn? En had Antwerpen dan niet, zoals nu, met hem kunnen uitpakken? Want dat doen ze, uitpakken!

interieur van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal

Ben je ooit in Antwerpen in de Sint-Carolus Borromeuskerk, de Sint-Jacobskerk of de Sint-Pauluskerk geweest? Ik tot onlangs in ieder geval niet. Ja, wel natuurlijk in de overal bovenuit torenende Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Dat grote kerkse museum met prachtige kunst in een middeleeuwse ambiance van hooggotiek.

kathedraal: Rubens, De kruisoprichting 1609-10

Rubens, De kruisafname 1611-14

Rubens, Tenhemelopneming van Maria 1626

Maar in die andere, wat meer verscholen liggende eeuwenoude kerken? Nee dus. En nu? Gaan, zeg ik enthousiast! Zoals naar die Sint-Jacobskerk. Rubens eigen parochiekerk waar zich ook zijn graf bevindt. Met natuurlijk een altaarstuk van zijn hand.

de Sint-Jacobskerk

de graftombe van Rubens met zijn altaarschilderij geheimzinnig verlicht via een glas-in-lood-raam

Mooi ook dat er in die kerken heel enthousiaste gidsen rondlopen. Vrijwilligers met mappen vol informatie in hun hand die ongelooflijk veel weten van de kerken, van de Antwerpse geschiedenis en van de kunst. Je kunt ze zomaar in het wild aanspreken en anders doen ze dat jou wel. Vrouwen en mannen met heel veel plezier in hun vrijwilligerstaak. Zo spraken we minstens een half uur lang in die Jacobskerk met een gids die een uitstekende bron van informatie bleek.

Datzelfde gebeurde trouwens ook nog eens in de dominicaner Sint-Pauluskerk met weer een enthousiaste verteller.

in de Sint-Pauluskerk bij een altaarstuk van Rubens

nog meer werk van Rubens daar

En als je ’t over barok hebt? Nou, dan daar wel. Met vanzelfsprekend weer  Rubens. Maar ook met beroemdheden als Anthony van Dijck (1599-1641) en Jacob Jordaens (1593-1678), beiden Antwerpenaren van geboorte. Opnieuw zo’n gratis museum waar je overal je ogen de kunstkost kunt geven.

Het mooie van deze kerkenzoektocht is dat je straatjes en pleintjes ontdekt waar je anders nooit komt. En dan te beseffen dat er in al die eeuwen ook heel wat kerken zijn verdwenen. Door vernielingen tijdens de Reformatorische beeldenstormen in 1566. Door rigoureuze afbraak onder het zeer antiklerikale, revolutionaire regiem van de Fransen, zo tegen 1800. Of gewoonweg door brand en verval. Maar de Sint-Carolus Boromeuskerk staat er nog.

de Sint-Carolus Boromeuskerk

Rubens, De terugkeer van de Heilige Familie 1620

Met ook weer barok in een overdadig en toch groots interieur. En van wie is er daar natuurlijk weer kunst te zien? Inderdaad, Rubens! Ten minste, zijn handtekening staat eronder. En niet die van één van zijn vele medewerkers. Want zou hij al die vele joekels van doeken in zijn eentje hebben vol geschilderd? Reken maar van niet. Dat komt wel tot uiting in het Rubenshuis.

het oorspronkelijke atelier van Rubens en zijn medewerkers in het Rubenshuis

in de achtertuin van het Rubenshuis

Nu een museum, destijds zijn woonhuis annex atelier. Niet onaardig toch, zo’n verblijfplaats?

In Nederland gaan we nu trouwens ook een flink Rubensgraantje meepikken. Met een net geopende en alom al bejubelde expositie in Museum Boymans. Barocker Rubens swingt hier dus vast nog wel weer een keertje voorbij. Tot volgende week.

TOOS