Tagarchief: Yemen

De logische lijn van middeleeuwer Dante naar Cobrakunstenaar Alechinsky en komiek John Cleese


Kom ik er in het Franse Chamalières achter dat werk van mij nog nooit zo dicht in de buurt heeft gehangen van de wereldberoemde kunstkanonnen Chagall, Miró, Calder en Braque als juist daar.

in Chamalières

Chamalières? Jazeker! Want als je dan toch met de auto naar Nice en omstreken moet om kunstige zaken te vervoeren, kun je best een omweggetje van een paar honderd kilometer maken naar die plaats. Levensgezel, die zich altijd met liefde opwerpt als privéchauffeur, draait daar zijn hand niet voor om. Oh, waar dat Chamalières ligt? Nou, vlak tegen Clermont-Ferrand aan. En waarom dan die omweg? Wist je dan niet dat daar elke drie jaar Le Triennale Mondiale de l’Estampe et de la Gravure wordt georganiseerd? Een triënnale dus waar de druk van kunst centraal staat. Kunst in gelimiteerde oplage zoals bij steendrukken, zeefdrukken, gravures, etsen, houtsneden. Multiples in het Engels.

Dit jaar vindt de tiende editie plaats. Een kolfje naar de hand van Jean-Paul Aureglia, mijn galeriehouder uit Nice. Hij specialiseert zich ten slotte al een aantal jaren in het uitgeven van het livre d’art. Literaire teksten in kleine oplage, rijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakte multiples. Ik heb daaraan al regelmatig meegedaan met steendrukken. Maar voor de middeleeuwse Divina Commedia van Dante Aleghieri heb ik me aan de zeefdrukken gewaagd.

enkele van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia

En laat Jean-Paul nu net een hele zaal te hebben gekregen om het werk van alle aan dat Dante-project meewerkende kunstenaars tentoon te stellen! Ik was uitgenodigd voor de opening in september maar dat kwam toen niet echt uit. Even een dagje op en neer naar Clermont-Ferrand? Mwah! Vandaar die omweg met de auto nu. En vandaar die beginzin. Want ook Chagall, Miró, Calder en Braque hebben steen en zeefdrukken gemaakt. Miró zelfs hele grote. En daarvoor hoefde ik alleen maar even vanuit ‘onze’ zaal van Dante door te steken naar die van hun. Eigenlijk best een lekker gevoel!

deel van de expositie over de Divina Commedia
bij mijn eigen werk
in de volgende zaal bij Miró

Er was overigens nog heel veel meer. Teveel om in onze paar geplande Chamalières-dagen te kunnen aflopen en rijden. Ga er maar aan staan, zo’n 30 expolocaties verspreid over de regio. Met een veelvoud daarvan aan kunstenaars vanuit alle werelddelen die een grote verscheidenheid aan interessante en natuurlijk ook minder interessante kunst toonden.  En met een prachtig uitgevoerde, dikke catalogus die ik als meewerkend en vanzelfsprekend ook vermeld kunstenaar zomaar daar ter plaatse cadeau kreeg van de organisatie.

de catalogus met een aantal pagina’s gewijd aan Dante en galerie Quadrige uit Nice
gevel van Centre de la Gravure

Maar hoe kom ik nu van Dante naar Alechinsky? Heel simpel. Omdat zich in het Waalse La Louvière, dicht bij Charleroi, het ‘Centre de la Gravure et de l’Image imprimée’ bevindt. Ook al weer grafiek en gedrukte afbeelding dus. Daar was ik nog nooit geweest en ’t lag kunstig mooi in het verlengde van de triënnale. Dus nog een ommetje van een paar honderd kilometer? Pas de problème! Weet je wel, die zich niet omdraaiende hand van levensgezel? ’t Is ook weer eens wat anders, Nice-Middelburg via La Louvière. Echt zo’n wat morsige, weggezonken Waalse industriestad van ooit betere tijden. Maar dat museum bleek een mooie verrassing. Wat anoniem weggestopt achter een weinig interessante gevel bevond zich een geweldig kunstcentrum.

Wat ik al wel van te voren wist, was dat de Belgische Pierre Alechinsky er een grote overzichtstentoonstelling had. Voor mij vormt hij samen met Nederlander Constant Nieuwenhuijs de top van de Cobra-groep die eind jaren 40 van de vorige eeuw werd opgericht. Natuurlijk, de namen van Appel en Corneille duiken meestal gelijk op bij die naam Cobra. Maar geef mij maar Alechinsky, Constant en ook Lucebert .

één van de drie zalen met werk van Alechinsky

Hoewel Alechinsky, met z’n nu 90 vitale levensjaren een van de weinige nog levende Cobra-kunstenaars, heel anders werkt dan ik, spreken zijn tekeningen en schilderijen mij al jaren sterk aan. Nog sterker nu ik drie zalen vol met zijn originelen en zijn grafisch werk heb gezien. Heel intrigerend bijvoorbeeld zoals hij oude landkaarten gebruikt om er voorstellingen op te maken.

oude kaart van Europa met Alechinsky’s interpretatie van de dreiging vanuit Rusland
fragment van een tekening op een oude kaart

Ik ontdekte er zelfs één van Yemen met de havenstad Aden. Waardoor ik ineens moest denken aan die vrijwel verlaten, gigantisch grote restaurantzaal daar waar ik jaren geleden de volmaakte plaatsvervanger van Manuel meemaakte. Je weet wel, die door en door stuntelige ober uit de hilarische tv-serie Fawlty Towers met John Cleese als chaotische hotelmanager. Deze Yemenitische Manuel maakte ’t zelfs nog een graadje erger. Om nooit te vergeten. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Aden op een oude kaart van Yemen, fragment

Ik realiseerde me daar in La Louvière ook  ineens dat de opzet van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia (hierboven) en de opzet van een aantal van Alechynski’s schilderijen wel wat van elkaar weg hadden. Echt heel frappant!

Toch mooi om via een paar ommetjes, nou ja, eigenlijk meer ommen, een kunstcirkel vanuit Nederland via Chamalières, Nice en La Louvière op verschillende manieren grafisch rond te maken. Of klinkt dat erg ingewikkeld en onlogisch? Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

De kunstpracht van Baganese megalomanie


Bagan
Bagan

“For me art is travelling the mind” is al heel lang mijn kunstenaarsmotto. Er wordt ten slotte heel wat afgereisd in mijn hersenen. Zowel geestelijk als natuurkundig. Denk maar aan alle miljoenen elektrische pulsjes die door de verbindingskanalen tussen onze hersencelletjes heen en weer schieten. Maar al die reisactiviteit laat ik ook graag voeden door het fysieke reizen. Naar vaak verre bestemmingen en andere culturen. Daar zijn in de afgelopen decennia heel wat schilderijen uit voort gekomen. Met als inspiratiebronnen o.a.  het oude Egypte, de prachtige leemarchitectuur in Jemen, de Mayatempels in Midden-Amerika, het moderne New York en het middeleeuwse Venetië. Om maar een paar dwarsstraten te noemen.

Uxmal
Uxmal
City
City
Riva
Riva

Daarbij zit het intrigerende Angkor Wat van Cambodja nog steeds onder mijn hersenpan te wroeten en heeft recentelijk Cuba al tastbare resultaten opgeleverd in mijn atelier. En nu is daar ook nog Bagan bijgekomen.

bagan05a

bagan06 Bagan, een gebied van vele vierkante kilometers in Myanmar waar van de 11de t/m de 13de eeuw een machtige dynastie van koningen het grote rijk van Pagan tot bloei bracht en zich ook architectonisch helemaal uitleefde. In steeds rijker, versierder, groter, hoger. Het gevolg? Een ongelooflijk uitgebreid complex aan kleine en grote Boedhistische tempels, pagodes en kloosters. Met destijds nog de prachtigste kunstzinnige versieringen. Hoe we dat weten? Door musea in Europa! Want kunst roven, zowel door de koloniale machten als in opdracht van particulieren, was in de 19de en begin 20ste eeuw ook tot een hogere kunst verheven.

Maar meer dan tweeduizend van die bouwsels hebben gelukkig de tand destijds min of meer doorstaan.  In een gebied dat er nu ongetwijfeld heel anders uitziet dan al die eeuwen geleden. Want de huizen van hout en bamboe van de tienduizenden, zo niet honderdduizenden bewoners van toen zijn weggerot. Of in as en rook opgegaan bij van die grote, alles vernietigende stadsbranden zoals er in de Middeleeuwen in Europa ook vele zijn geweest. Of ingestort bij de aardschokken in dit aardbevingsgevoelige gebied. Daardoor staan nu alleen nog de stenen tempels en pagodes overeind. Alhoewel,overeind? Er wordt heel wat gerestaureerd sinds recente aardbevingen. En nu ook eindelijk goed.

bagan07

bagan08

Het dictatoriale militaire regime heeft namelijk bij voorgaande restauraties flink aan zitten klooien. Ongekwalificeerde krachten, slechte materialen, verkeerde plannen, foute planning. En niet te vergeten ook eigen verrijking eerst. Zoals bij die volstrekt belachelijke hoteltoren die een invloedrijk militair met zeer weinig gevoel voor ambiance in het historisch gebied, sorry voor het woordgebruik, neer pleurde. De vergunning ervoor, zo al nodig, was voor zo’n figuur natuurlijk een eitje.

foutje!
foutje!

Maar nu moet dat vreselijke ding gelukkig verdwijnen. Vanwege de toekomstige benoeming van dit hele gebied tot Unesco World Heritage. Maar daarvoor stelt de Unesco wel strenge voorwaarden. Zoals goede restauratie door gekwalificeerde mensen met de juiste en mogelijk nog oorspronkelijke materialen. En dus ook de afbraak van die toren. Ik ben benieuwd. Want de financieel zeer machtige militaire clan van Myanmar heeft nog overal heel dikke vingers in heel veel papjes. Maar dat is een ander verhaal.

bagan10 bagan11a bagan12 bagan13 bagan14a

Cultuur-historisch gezien is ’t overigens volkomen terecht als Bagan op die Unesco World Heritage lijst komt. Natuurlijk is het megalomaan wat daar is gebouwd. Want wat voegt een 21ste grote tempel aan de voorgaande twintig toe? En die 2017-de pagode? Was die nou echt nog nodig? Of nog weer een klooster voor nog meer Boeddhistische monniken? Maar macht in combinatie met rijkdom leidt nogal eens tot grootheidswaanzin. Unieke voorbeelden te over, zowel tegenwoordig als toen. Wel vaak met als gevolg het op gang brengen van onvoorspelbare en onbeheersbare processen. Zodat zo’n machtig rijk als dat van Pagan ineens zijn ondergang tegemoet gaat. De rijksspaarpot raakt leeg door te grote uitgaven aan dat buitenissige bouwen. De uitdijende Boeddhistische clerus slorpt een te groot deel op van wat we nu het bruto nationaal product noemen. Leiders in onderworpen gebieden aan de grenzen van het rijk ruiken hun eigen kansen op macht en aanzien. En tot overmaat van ramp komen vanuit het noorden de woeste Mongoolse horden van Kublai Khan aangedenderd. Een lastige combinatie. Einde dus van het grote koninkrijk van Pagan. Maar niet het einde van de stenen nalatenschap op de huidige vlakte van Bagan. Daar kunnen we nog steeds van genieten.

bagan15 bagan16a bagan17 bagan18

Zo heeft de megalomanie van destijds toch een bouwkundige wonder voortgebracht dat de eeuwen kon doorstaan. Maar eens afwachten hoe dat met die protserige Trump Tower in New York gaat. Tot volgende week.

TOOS

Schots en scheve Egyptische notities


We hebben in het verleden flink wat Arabische landen afgereisd, levensgezel en ik. Tunesië, Yemen, Syrië, Jordanië, Marokko en Egypte. Georganiseerd met een groep of als backpackers op onszelf. Landen met een grote historie, met interessante oude kunst en een aparte cultuur. Destijds natuurlijk niet wetende dat je nu een aantal van die streken maar beter even kunt mijden. Heel erg jammer. Levensgezel en ik hebben elkaar zelfs in Egypte ontmoet. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

sfeer in Alexandrië
sfeer in Alexandrië

Vanwege die vroegere reizen en de in eerdere blogs beschreven uitnodiging deel te nemen aan de Biënnale voor kunstboeken in Alexandrië was ’t dus heel interessant om eind april, na heel veel jaren, weer eens in Egypte rond te neuzen. Nou ja, Egypte? Alleen Alexandrië en Caïro dan, om nauwkeurig te zijn. Logisch dat je dan gaat vergelijken met de Egyptische ervaringen van toen, van de tijd dat onze haren absoluut minder of misschien zelfs nog niet grijs waren. Dit keer daarom even geen kunst, maar wat willekeurige notities bij dat recente verblijf.

Alexandrië
Alexandrië

Taxichauffeurs

Taxichauffeurs? Altijd oppassen. Bij  aankomst ’s avonds op het vliegveld van Caïro zou er één op ons staan wachten voor de rit naar het hotel in het centrum. Levensgezel had dat via internet geregeld met een als betrouwbaar bekend staand bedrijf. Er was zelfs al vooraf betaald. Maar hoeveel chauffeurs er bij de uitgang ook stonden met omhoog geheven kartonnetjes, geen bordje met onze naam. Nou hebben die zonder bordje natuurlijk  feilloos snel in de gaten dat je zoekend rondloopt. Keus te over dus om naar Caïro te komen. Maar levensgezel bekijkt zoiets altijd op z’n gemak. Maakt een rondje, maakt een praatje, kiest voor zichzelf al vast een chauffeur, vraagt naar de prijs, loopt nog een rondje, vraagt nog eens naar de prijs, enz. Want Egypte en dan niet onderhandelen? Dat gaat er bij hem niet in. Dus ging de eerst gevraagde 18 dollar via 15 naar 12 en ten slotte naar 10. Niet dat het daarvoor zou gaan lukken, dat wist hij ook wel. Er is altijd wel weer een truc waardoor die prijs toch nog omhoog gaat. Maar dat hoort bij het spel.

de chaos van Caïro
de chaos van Caïro

Dus de taxi in voor 10 dollar. Bij de slagboom bij het verlaten van de parkeerplaats voor taxi’s moest de chauffeur wel ineens geld aan de parkeerwacht daar overhandigen. Vijf dollar naar zijn zeggen. Of dat ook klopte? Dat hadden we zo gauw niet kunnen zien. Dus werd die rit toch ineens weer 15 dollar. Kijk, daar heb je de truc! Ook bleek zijn korte termijn geheugen niet helemaal op orde want van die 10 dollar kon hij zich absoluut niets meer herinneren. “We hebben toch echt 15 afgesproken, my friend!” Daar moet je je dan ook niet druk over maken. Andere cultuur en een domme westerling die er toch niets van snapt. Go with the flow, zoals dat heet. Dus betaalde levensgezel keurig 15 dollar na aankomst bij het hotel. Maar in één van de biljetten zat een kreukje. En dat is in Egypte een doodzonde voor dollarbiljetten. Dat hoort niet. Een verschijnsel dat we van vroeger al kenden. Bij kreukjes schijnt de waarde te dalen. Toen heeft levensgezel laten blijken dat hij en de chauffeur beslist niet in de wieg waren gelegd om vrienden voor het leven te worden. En de taximan begreep dat uiteindelijk ook wel.

aan  de thee in Caïro
aan de thee in Caïro

Overigens was die 15 dollar een redelijk gangbare prijs. Want voor die taxi die niet was komen opdagen hadden we €16,32 moeten betalen. Dat is na een klacht achteraf trouwens keurig terug gestort. Blijft natuurlijk de vraag wat de prijs zou zijn geweest als levensgezel in eerste instantie niet had afgedongen.

Hotelveiligheid

detectiepoortjes in de hotels
detectiepoortjes in de hotels

In alle hotels bleken ineens van die veiligheidspoortjes te staan. Zoals op het vliegveld. Van die dingen die gaan piepen bij onverantwoord aanwezig metaal. Zo werden we toch maar uitstekend beveiligd tegen het gevaar van terroristen. Hoewel? Bij zo’n poortje zat altijd een mannetje die natuurlijk moest ingrijpen bij calamiteiten. Als ie er ten minste al zat. Want zo iemand moet natuurlijk ook regelmatig even een plasje doen of naar buiten voor een sigaret of een kletspraatje. Indommelen of verdiept zijn in de krant hoorde er trouwens ook bij. Toch bestond er beslist een kans dat hij opkeek bij een piep van onze kant. Maar dan werden we met een wuivend handgebaar gelijk doorgelaten. Wat moeten we er toch vertrouwenwekkend hebben uitgezien, elke keer weer. Of we ons er veiliger door hebben gevoeld? Is dat van belang? Hoe dan ook is zo’n staatsmaatregel natuurlijk wel goed voor baantjes in een land waar de werkloosheidscijfers gigantisch hoog zijn. En vergeet ook die andere cultuur niet. Westerse efficiency is niet overal zaligmakend.

Deze schots en scheve notities lopen uit de hand. Dat heb ik al wel in de gaten. Dus heb ik achter de titel maar snel een Romeinse I geplakt. Tot volgende week.

TOOS