Tagarchief: New York

Kunst die een verkeersfile veroorzaakt? Het bestaat!


Dit verhaal begint in juli in de Franse Var en eindigt vorige week bij het Waalse Wanlin. Of nee, eigenlijk begint ’t al in Nice. In het Mamac, het museum voor de moderne kunst daar. Een aantal jaren geleden alweer liep ik daar tegen een expositie aan van ene Bernar Venet. Nog nooit van gehoord, maar wel afkomstig uit het gebied boven Nice. Ik was direct geïntrigeerd door zijn monumentale, abstracte sculpturen. Heel eenvoudig, heel afgewogen, heel esthetisch. Weer wat jaren later ontdekte ik een enigszins verstopt, huizenhoog werk van hem dat sinds kort een nieuwe, veel prominentere plek heeft aan de bekende Promenade des Anglais in Nice.

de sculptuur van Venet in Nice

Steeds meer drong ’t tot me door dat hij eigenlijk behoorlijk beroemd was en in diverse landen grote sculpturen had staan in de openbare ruimte.

Een paar jaar geleden pas las ik een piepklein berichtje over de Venet Foundation, opgericht in 2014. Best curieus. Een in New York gevestigde stichting met een kunstpark bij Le Muy in de Var. Het gebied dat je vanuit het westen doorkruist voordat je via het Massif de l’Esterel afdaalt naar Cannes en Nice. Daar moest ik natuurlijk heen, naar dat kunstpark. Maar ja, ’t was slechts open in de zomermaanden op donderdag en vrijdag. En dan mocht je ’t ook nog alleen met een gids groepsgewijs betreden als je alles van te voren via internet had geregeld. Oh ja, ook heel merkwaardig, de toegangsprijs was in dollars. Iets belastingtechnisch? Vast wel!

Een vriendin, woonachtig in de Var, was ook heel nieuwsgierig naar die toch behoorlijk verstopte Foundation. Zij zorgde dus voor kaartjes op een vrijdagmiddag in juli. We waren toen toch onderweg vanuit Nederland naar Nice om van daaruit richting Gubbio te trekken (zie vorige afleveringen). Gewoon even een klein ommetje, meer niet. Maar wel een geweldige ervaring.

bij de parkeerplaats van het complex

Een prachtig onderhouden groot park aan een riviertje waar die grote sculpturen van Venet optimaal uitkomen. Een grote hal waar de cortenstaal elementen die hij gebruikt geheel esthetisch verantwoord liggen opgestapeld. Grote galerieruimten waar zijn eigen 2-dimensionale werk hangt en waar ook tijdelijke exposities van kunstvrienden van hem worden georganiseerd. Zoals nu van Claude Viallat, een oude kunstenaar waarmee mijn galerie Quadrige in Nice ook samenwerkt. En in dat alles liepen we in alle rust rond met een steeds weer uitzwermend groepje van maar zes personen.

elementen in de opslagplaats

expositie van Clauude Viallat op het terrein

Over smaak valt te twisten, dus ’t kan heel goed zijn dat Venet’s kunst niet jouw piece of cake blijkt te zijn. Maar dan nog kan de ambiance van het geheel je overdonderen.

Overigens hoef je binnenkort helemaal niet meer zo ver te rijden om werk van hem te kunnen aanschouwen. Want nu komt het Waalse Wanlin in beeld. Enkele weken geleden stuurde die vriendin uit de Var een mailtje over iets dat gaat gebeuren bij de E411. Die saaie, vrijwel recht toe recht aan weg tussen Brussel en Luxemburg. Die gaat nu wat minder saai worden met een kunstwerk van 250 ton staal en 60 meter hoog bij Wanlin. Al zichtbaar van kilometers afstand. En wie maakt dat? Bernar Venet! Wij natuurlijk nieuwsgierig naar waar dat dan wel zou zijn.

Afgelopen week, op de terugweg uit Gubbio in Wallonië aangeland, hadden we elkaar al aangekeken. Waar oh waar? Opeens reden we een volstrekt onverwachte file in. Eentje van anderhalve kilometer, zo werd aangegeven. Wegwerkzaamheden zeker. Het enige wat je dan kunt doen, is je aan dat frustrerende fileleed overgeven. Tot we plots ver vooruit een bruin getint, gebogen stuk staal de lucht in zagen pieken. ’t Zou toch niet dat … Ja, dat zou dus wel.

bezig met plaatsing van Arc Majeure

Ze waren al bezig om Venet’s Arc Majeur te verankeren in de benodigde 1000 ton cement. Daarvoor was één rijbaan afgezet. Een file dus voor en door de kunst. Daar konden we wel vrede mee hebben. Een animatiefoto laat zien hoe je straks van ver die Arc Majeur al kunt ervaren. Nu maar hopen dat nieuwsgierige en daardoor afremmende automobilisten er niet een permanente kunstfile gaan veroorzaken.

zoals ’t er uit moet komen te zien

’t Kan bijna niet anders, dit gaat een icoon worden. Hoger dan het Jezusbeeld in Rio de Janeiro, hoger dan het Vrijheidsbeeld van New York. Hier kan het noodlijdende Wallonië mee scoren. En dat voor ‘maar’ 2,5 miljoen. Ook nog geschonken door een Belgische industriebedrijf. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Alice, mijn eigen Fearless Girl


Alice bewaakt mijn pakhuis/atelier in gezelschap van haar vriendje Little Cerby

Soms vallen er zaken ineens samen op een gezamenlijk plekje. Mijn eigenste nieuwsgierige en voor de duvel niet bange kleine meisje Alice, dat bij mij wel zonder haar Wonderland kan, was nodig aan een nieuwe editie toe. Daarvoor moest ik naar Tenax. Maar dat leg ik zo wel uit.  Vlak daarvoor kreeg ik een e-mail van een vriend.  Over het beeld ‘Fearless Girl’. Dat meisje staat sinds 2017 in New York de bekende ‘Wall Street Bull’  uit te dagen vlak voor het beroemde en beruchte beursgebouw daar, Maar ze had nu blijkbaar ook in Londen een plekje gekregen. Zijn opmerking daarbij deed mij veel deugd: “Eigenlijk zou dat jouw Alice moeten zijn want die vind ik veel beter”. En wie ben ik om dat tegen te spreken. Eerst maar eens die beelden van ‘Fearless Girl’ in New York en Londen.

Fearless Girl en de Stier vlak voor de New York Stock Exchange
Fearless Girl in Londen

Een aantal jaren geleden maakte ik mijn eerste Alice. Het meisje dat onbevangen maar wel met een tikje gezonde achterdocht de wereld aanschouwt en niet van plan is om over zich heen te laten lopen. Dat ze niet voor één gat was te vangen, bleek wel toen ik haar in aluminium wilde laten gieten. In de mal bleek namelijk een klein gaatje te zitten en bij het gieten met het vloeibaar aluminium stroomde dat er net zo hard uit als dat ’t erin kwam. Met spectaculaire gevolgen! Zie onderstaand filmpje maar dat ook op mijn YouTube-kanaal staat (https://youtu.be/LxzksZxi4oY) en waarin met foto’s en video het onstaansproces van Alice wordt weergegeven.

’t Kwam overigens allemaal wel weer goed met haar.

Later kwam ik erachter dat bij het bedrijf Tenax in Veghel beelden in kunststof met allerlei kleuren werden gegoten. Een methode die aanzienlijk goedkoper was dan het gieten in brons of aluminium. Dus heb ik Alice toen maar haar stoute schoentjes uitgetrokken en voor de verandering laarsjes aangedaan. Elke vrouw wil ten slotte wel eens ander schoeisel. Bij Tenax heeft ze er toen de nodige zusjes bij gekregen. Wel telkens in een andere zogenaamde RAL-kleur. Geen zusje is hetzelfde, dat heb ik mijn eerste Alice met de hand op het hart beloofd.

Nu siert ze diverse huizen en houdt ze ook de wacht bij o.a. Galerie Peter Leen XL in Breukelen.

Alice houdt de boel in de gaten ergens in Groningen
Alice links voor het raam bij Galerie Peter Leen XL in Breukelen

Maar vanwege de verschillende adressen waar ze nu huist, krijgt ze er af en toe weer een nieuw zusje bij. Vandaar dus mijn tocht naar Tenax. Om daar met eigenaar Ronnie van Grunsven overleg te plegen over het gieten zelf en de kleuren van Alice haar nieuwe zusjes. Want bij Tenax kunnen ze nu ook hol gieten. Waardoor Alice makkelijker draagbaar wordt als ze in een koppige bui even niet mee op reis wil naar een nieuw adres. Maar voor dat nieuwe gietproces moest wel de mal wat worden aangepast. En het uitzoeken van een nieuwe kleur jurkje luister natuurlijk ook nauwkeurig voor eigenwijze meisjes.

overleg met Ronnie over Alice
welke kleur gaan we haar geven?

Over een poosje gaan ze hun ‘nursery’ in Veghel verlaten. Waar ze dan terechtkomen? In eerste instantie in Breukelen. Bij mijn grote expositie ‘The 70-Series and More’ waarover ik al eerder berichtte. Vanaf zondag 6 oktober kan iedereen daar met hen kennismaken. Tot volgende week.

TOOS

De Rembrandtkaart, eigenlijk een kunsten-must


Ik heb ‘m altijd op zak, mijn Rembrandtkaart van de Vereniging Rembrandt. Als ik ermee zwaai, heb ik direct toegang tot zo’n 130 musea in Nederland. Heel veel anderen doen dat met hun Museumkaart en ‘Sesam open u’ gaat dan op bij rond 400 musea. En toch geef ik de voorkeur aan die Rembrandtkaart. Niet zomaar natuurlijk. Daarvoor heb ik diverse redenen.

Een paar weken geleden schreef ik hier over de preview die me ten deel viel bij de grandioze blockbusterexpositie ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. Een preview dankzij die Rembrandtkaart. Een paar weken daarvoor had dat ook gekund bij ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ in Den Haag. Jammer genoeg kon ik toen niet. Een paar jaar eerder lukte dat bijvoorbeeld weer wel bij de grote expositie over Matisse in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Valt dat soort voordelen je ook in de schoot bij de Museumkaart? Vergeet ’t maar.

voorkant van de Rembrandtkaart 2019 met de leeuwentekening van Rembrandt die nu is te zien in ‘Alle Rembrandts’

Maar Toos, is die kaart dan niet veel duurder? Nee dus. Niet op de manier zoals levensgezel en ik dat doen. Want voor één persoon apart betaal je € 75 maar voor twee kaarten samen betaal je slechts € 110 als je je aanmeldt als zogenaamde ‘gezel’. En die Museumkaart? 2 x € 64,90 = € 129,80.

Natuurlijk kun je voor dat bedrag wel naar het Aviodrome in Lelystad, het Schoenenmuseum in Waalwijk of het Kermis- en Circusmuseum in Steenwijk. Om zomaar een paar dwarsstraten te noemen. Dat gaat mij dan weer niet lukken zonder daar toegang te betalen. Maar ik ben dan ook veel meer geïnteresseerd in onze musea voor beeldende kunst.

Nog een geldelijk voordeeltje? Regelmatig zie ik voor speciale grootschalige exposities op de informatieborden bij de museumbalie zoiets staan als ‘voor Museumkaart-houders geldt nog een toeslag van € …’. Bij mijn Rembrandtkaart is me dat tot nu maar één keer overkomen. Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling in ‘s-Hertogenbosch een paar jaar geleden. En verder? Nooit! Dus tel uit je winst. Soms hoef ik me met mijn kaart ook niet eens voor een tijdsslot aan te melden bij heel druk bezochte exposities. Ik kom, zwaai en loop door.

het portret van zijn zoon Titus van Rembrandt, ooit verkregen door de Vereniging Rembrandt voor Museum Boymans van Beuningen

Maar wat ik eigenlijk nog het allerbelangrijkste vindt, is dat ik door mijn lidmaatschap van de Vereniging Rembrandt ons kunsterfgoed ondersteun. Heel recent probeerden de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en het Rijk gezamenlijk nog een tekening van Rubens te behouden voor Nederland. Die werd in de verkoop gedaan door prinses Christina. Ooit ergens in de 19e eeuw, toen de financiën van Rijk en het Koninklijk Huis nog niet echt jofel van elkaar gescheiden waren, was die door ons koningshuis aangekocht. Nu meende Christina via Sotheby in New York te moeten cashen zonder het kunstwerk eerst op prinsesselijke manier in Nederland aan te bieden. Typisch gevalletje van misvatting. Een ongetwijfeld schatrijke particulier, voor wie geld waarschijnlijk een volstrekt abstract begrip is, kaapte de schets weg voor de Nederlandse ogen. En Christina? Die zal de 7 miljoen dollar wel nodig hebben gehad.

de tekening van Rubens

Maar vaak lukt een aankoop wel. Zo heeft de Vereniging Rembrandt sinds de oprichting in 1883 meegeholpen om onze musea met alleen al 39 werken van Rembrandt te verrijken. Naast nog heel veel andere kunst. Laatst voor het Centraal Museum in Utrecht nog een heel speciaal, op koper geschilderd werk van Utrechter Joachim Wtewael van begin 17e eeuw. Toevallig ook gekocht bij dat Sotheby in New York. Kijk maar eens op https://www.verenigingrembrandt.nl  wat de vereniging allemaal doet voor onze Nederlandse beeldende kunst.

Wtewael, Het godenbanket

Oh ja, er zijn ook regelmatig interessante lezingen die je gratis worden aangeboden. Allemaal redenen dus voor mij om heel blij te zijn met mijn Rembrandtkaart. En als je vindt dat dit eigenlijk één grote reclameboodschap is voor die kaart? Tja, dat kan en wil ik beslist niet ontkennen. Tot volgende week.

TOOS

Het Stadse Leven


Voor de komende paar weken heb ik wat speciale blogs op het oog. Vakantietijd, nietwaar? En dan ook nog bij al zo’n lange periode van onnederlands weer. Even een versnelling lager dus. Met wat praatjes bij plaatjes. Gewoon een verhaaltje bij een schilderij van mij.

Toos van Holstein, Modern life, olieverf 110-100 cm

De natuur kan mooi en heel aantrekkelijk zijn. Maar ’t is toch de stad waar ik wil leven. Want sinds de burgerij in de oude middeleeuwse steden langzaam aan steeds meer macht kreeg, is ’t toch daar waar HET gebeurt. In de hectische stedelijke gebieden ontstaan makkelijker cultuurveranderingen en vindt ook de meeste innovatie plaats. Al eeuwen lang. Al eeuwen worden die steden ook alleen maar groter en machtiger. Woont niet nu al meer dan de helft van de wereldbevolking in die alsmaar uitdijende stadsagglomeraties? Hoeveel steden met 10 miljoen of meer inwoners zijn er al niet, verspreid over onze aardkloot. Daarbij vergeleken is ons eigen Amsterdam met maar zo’n 860.000 inwoners niet meer dan kleinsteeds. Vloeken in de kerk natuurlijk voor een echte Amsterdammer, die laatste opmerking!

Steden fascineren me dus! Of ze oud zijn of nieuw maakt me daarbij niet eens zoveel uit. Oude, vervallen en afbladderende lemen steden in Yemen, waar ik ooit was, zijn me net zo lief als de verzamelingen aan hightech glazen wolkenkrabbers in New York, Hongkong of Sjanghai. In die oude steden heb ik trouwens heel wat inspiratie opgedaan. Maar pijnlijk brandende voeten van het vele lopen in bruisende, moderne straten en kramp in mijn nek van het omhoog kijken in de skyscrapersteden hebben daarin ook beslist hun aandeel geleverd.

’t Mag duidelijk zijn dat bovenstaand schilderij ‘Modern life’ het gevolg is van die stadsliefde. Een werk uit een hele reeks zogenaamde cityscapes die het laatste jaar in mijn atelier is ontstaan. Tot volgende week.

TOOS

“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”


“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”. Dat kan ik rustig van mijzelf zeggen. Afgezien natuurlijk van het kunstenaar zijn. Dat staat nog wat hoger in rangorde. Die beginzin ontleen ik trouwens, al parafraserend, aan Louis Couperus (1863-1923). De schrijver van klassiekers als ‘Eline Vere’, ‘De stille Kracht’ en ‘Van oude mensen de dingen die voorbij gaan’. Hij sprak namelijk ooit de onsterfelijke woorden “Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”.

een van mijn nieuwe cityscapes

De aanleiding voor deze inleiding? De Winter Art tentoonstelling bij Galerie Hans Persoon in Eersel en mijn deelname daarin. Die tentoonstelling start op zaterdag 18 november en dus  leverde ik heel recent een aantal nog maar net droge schilderijen aan.

Domein Oogenlust met daarin Galerie Hans Persoon
Hans bekijkt een paar van de nieuwe werken

Schilderijen met als thema, en dat zal dus niet verbazen, de stad. In het eerstvolgende nummer van kunstblad VIND staan in de expositie-agenda dan ook zinnen als:

‘De stad! Al duizenden jaren lang het kloppend hart voor civilisatie, innovatie, inspiratie, economische en culturele ontwikkeling. Wanneer en waar dan ook. Babylon, Athene, Rome, Venetië, New York, Sjanghai. Die stad, een bron van inspiratie voor Toos van Holstein’

en

‘Zo zijn er een aantal volstrekt persoonlijke cityscapes ontstaan. Stadsschappen die je herkent, maar nooit kunt plaatsen. Want ze bestaan niet echt, behalve in haar fantasie’.

Duomo, nieuw werk, Toos van Holstein

Zo is ’t maar net! Veel van mijn schilderijen hebben altijd al de stad en de mensen daarin als onderwerp gehad. En nog steeds dus. Van middeleeuwse tot moderne stad. Van de eeuwenoude duomo tot de skyline van … Ja, waarvan? Vul ’t zelf maar in. Reis in je eigen geest maar naar je eigen beelden en ervaringen. Net zoals ik dat doe als ik me opsluit in mijn atelier, staand voor mijn ezel en een in eerste instantie heel wit doek. Met boven een deur mijn slogan ‘for me art is travelling the mind‘.

Luccicare,  olieverfschilderij, ook nieuw

Maar de natuur links laten liggen? Nee, natuurlijk niet.  Ook daaruit put ik inspiratie. Waarbij het volgende, persoonlijke verhaal wel tekenend is.

Lang geleden, in 1990,reisden levensgezel en ik door de Wild West. Hij moest namelijk in Canada een week lang, samen met een aantal andere mannen, met een stok met onderaan een krul tegen een klein, hard, wit balletje slaan. En als je toch in die buurten bent, kun je net zo goed ook even wat verder kijken. Een Amerikaanse kunstvriend, Michael Parkes, had ons de natuurparken in Utah, Nevada, Arizona en Californië aangeraden. Op dus naar het Amerikaanse Wilde Westen.

Inheritance, geïnspireerd op het Wilde Westen

De eerste paar dagen zogen we volop de ongelooflijke kleurenpracht in van de natuur daar. Want dat rood, geel, bruin, oranje en zwart van de rotsen, de canyons, de bergen, het groen van de bomen, alles overgoten door fel zonlicht uit een strakblauwe hemel, was absoluut overweldigend. In Europa kennen we zoiets helemaal niet. Een en al imponerende natuurpracht dus. En toch bekroop ons beiden na een aantal dagen een licht gevoel van onbehagen. Maar waardoor dan?

Silence, Toos van Holstein

Nou, stel je voor. Je verlaat ’s morgens je motel en de routekaart, je weet wel, zo’n ouderwetse tom-tom op papier, vertelt dat het volgende dorp 1 uur en 37 minuten verderop ligt. Dat was met een zakjapanner, ook al weer zo’n bijna archeologisch ding, ook probleemloos uit te rekenen. Bijna lege wegen en een zeer strakke en ook genadeloos gecontroleerde snelheidslimiet. Goed, koffiestop dus over 1 uur en 37 minuten. Kom je daar, bestaat het gehucht uit een kerk en twee boerderijen waarvan er ook nog een verlaten is. Hoezo koffiestop? Oké, gewoon door naar de volgende mogelijkheid. Even kijken op de kaart. Oh, die is over 1 uur en 58 minuten. Rijden we na inderdaad  1 uur en 58 minuten een van god verlaten mormonendorp binnen! Want daar is ’t in Utah mee vergeven. Starbucks hadden we beslist niet verwacht, maar ook het totaal ontbreken van een soortement café?  Zelfs ’t bruinige, drabbige vocht dat in Amerika voor koffie doorgaat, was er op dat moment bij ons ingegaan als Gods woord in een ouderling. Maar dat werd ons door de Mormonen dus niet gegund.

Kort samengevat, natuurschoon in het kwadraat in combinatie met een volstrekt gebrek aan cultuur. Totaal niets van waar we in Europa zo aan gewend zijn: overal oude dorpen en steden, overal kerken, paleizen en kastelen, overal cafés, restaurants en terrassen. En daar? Nothing, niente, nada.

Together, Toos van Holstein

Dus ben ik een stadsmens? Ja, dat ben ik. Ik heb die stadscultuur om me heen nodig. Natuur is absoluut mooi. Maar alleen natuur? Nee. Vandaar dus die nieuwe cityscapes bij Galerie Hans Persoon op het al helemaal in kerstsfeer verkerende prachtige Domein Oogenlust.

Domein Oogenlust in kerstsfeer met de doorgang naar Galerie Hans Persoon

Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Middelburgse Façade leidt naar graffiti in Tarente


Tarente (of Taranto), Italië

Wel eens in Puglia geweest? De regio die de hak van het Italiaanse schiereiland in beslag neemt? Die kans wordt met het jaar groter, want ook de Nederlandse toerist weet dat prachtige gebied steeds vaker te vinden. Ik was er in ieder geval wel. In mei vorig jaar. Onder andere ook in de oude havenstad Tarente (of Taranto). Al een paar duizend jaar oud en met grote welvaartspieken en armoedalen in haar bestaan. Nu duidelijk in een dal want de oude stad maakte een behoorlijk onderkomen en vervuilde indruk. Mee door de natuurlijk onontkoombare smerige spuitbustags op de eeuwenoude muren.

graffiti diarree, Taranto

Maar daar tussendoor ontdekte ik ook heel intrigerende kunstzinnige graffiti. Duidelijk allemaal van één kunstenaar.

die kunstenaar

Waarom ik daar nu zo ineens mee aankom, ruim een jaar later? Tja, associaties! Want in dat brein van mij schiet ’t de hele dag door alle kanten op. Best vermoeiend voor de mensen om mij heen als ik weer eens een opmerking maak die ze absoluut niet kunnen volgen. In mijn hoofd zijn daar dan namelijk al heel wat stappen aan vooraf gegaan waar zij geen weet van hebben. Soms word ik er zelf trouwens ook wel eens moe van. Maar goed, die associaties richting Taranto dus.

meer van die kunstenaar

Een paar weken geleden schreef ik over de nog tot begin november durende kunstmanifestatie Façade in Middelburg. Met als ‘logisch’ gevolg dat in een volgend blog ook de huidige Mondriaanversieringen in rood, geel en blauw op allerlei kantoorgevels in Den Haag ter sprake kwamen. Dan is ’t nog maar een kleine associatiestap naar die internationale plaag van dat afschuwelijke gekladder op allerlei muren in steden en langs snelwegen.

Van honden weten we het, die moeten vanwege een instinctieve drang altijd tegen paaltjes en bomen piesen. Maar sommige leden van het menselijk geslacht lijden blijkbaar ook aan zo’n onbedwingbare primitieve drang. Alleen gebruiken zij een spuitbus voor hun tag. Dan hebben we ons reukorgaan niet nodig, maar kunnen we visueel ‘genieten’ van hun vervuilende oprispingen.

Rome

Overigens leidt dat voor mij af en toe wel tot het maken van foto’s zoals hierboven in Rome of hieronder in Venetië. Maar je moet toch beslist ernstige puberale kortsluitingen in je brein hebben om op die manier de stad te verstieren. ’t Zal wel zoiets zijn van ‘eigen kick eerst’!

Venetië

Toch kan graffiti ook prachtige versieringen opleveren als je in kunstzinnig opzicht echt iets in je mars hebt. Dan ontstaan er zelfs fantasierijke, intrigerende muurversieringen en façadeschilderingen. Zoals die van hieronder. Plaatjes die ik schoot in Havana en New York.

Havana
New York

Je kunt er zelfs wereldberoemd mee worden. De mysterieuze Banksy van wie men nog steeds niet goed weet wie dat is, laat over de hele wereld beelden achter op muren die zelfs uitgroeien tot kunsticonen.

Banksy, Londen

Of die roem ook in het verschiet ligt voor de onbekende muurkunstenaar in dat Taranto in Puglia? Vermoedelijk niet. Want wie zit er nu te wachten op zo’n figuur uit Taranto. Die vervallen, in zee uitstekende stad. Op zich trouwens beslist een stad met grote toeristische mogelijkheden. Als ie maar met de nodige investeringen behoorlijk stevig wordt afgestoft en opgepoetst. Toch gaf de huidige situatie die kunstenaar wel weer de gelegenheid om op allerlei plekken zijn kunstzinnige tags achter te laten. Elk nadeel hep ze voordeel!

Het was wel grappig hoe ’t ging. Eerst zagen we plotseling één zo’n afbeelding, toen een tweede en daarna nog weer een. Tussen al die oerlelijke andere graffiti door. Dat leidde er toe om, genietend van de zon en toch ook van die krakkemikkige omgeving, allerlei straatjes en doodlopende stegen in te lopen met als doel er nog meer te ontdekken. En die waren er. Op allerlei, in ieder geval in mijn ogen, schilderachtige en fotogenieke plekken.

Dan toch nog even een laatste associatie. Waarom niet zoiets in Middelburg? We hebben al een, nog steeds te onbekende, route met gedichten op diverse muren in de stad. Daar kan best een route met muurschilderingen bij. Een soort blijvende Façade. Middelburg op de kaart als kunststad!Tot volgende week.

TOOS

Mondriaans, heel veel Mondriaans


Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944

’t Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?

een van de vele zalen met veel Mondriaans

Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  ‘De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York’. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.

het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan

Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo’n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt https://vimeo.com/222828403 .

De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan ’t alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego’s die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.

Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar ’t verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak ‘onmogelijke’ experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.

de verschillende stijlen van Mondriaan
Molen bij Domburg, 1908
Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Duinen bij Domburg, 1910
zaal vol met Zeelandschilderijen

Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar ’t allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.

studie voor De grijze boom, 1911
De grijze boom, 1911
Compositie Bomen 1, 1912
Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat.

Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken. Tot volgende week.

TOOS