Tagarchief: New York

De Rembrandtkaart, eigenlijk een kunsten-must


Ik heb ‘m altijd op zak, mijn Rembrandtkaart van de Vereniging Rembrandt. Als ik ermee zwaai, heb ik direct toegang tot zo’n 130 musea in Nederland. Heel veel anderen doen dat met hun Museumkaart en ‘Sesam open u’ gaat dan op bij rond 400 musea. En toch geef ik de voorkeur aan die Rembrandtkaart. Niet zomaar natuurlijk. Daarvoor heb ik diverse redenen.

Een paar weken geleden schreef ik hier over de preview die me ten deel viel bij de grandioze blockbusterexpositie ‘Alle Rembrandts’ in het Rijksmuseum. Een preview dankzij die Rembrandtkaart. Een paar weken daarvoor had dat ook gekund bij ‘Rembrandt en het Mauritshuis’ in Den Haag. Jammer genoeg kon ik toen niet. Een paar jaar eerder lukte dat bijvoorbeeld weer wel bij de grote expositie over Matisse in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Valt dat soort voordelen je ook in de schoot bij de Museumkaart? Vergeet ’t maar.

voorkant van de Rembrandtkaart 2019 met de leeuwentekening van Rembrandt die nu is te zien in ‘Alle Rembrandts’

Maar Toos, is die kaart dan niet veel duurder? Nee dus. Niet op de manier zoals levensgezel en ik dat doen. Want voor één persoon apart betaal je € 75 maar voor twee kaarten samen betaal je slechts € 110 als je je aanmeldt als zogenaamde ‘gezel’. En die Museumkaart? 2 x € 64,90 = € 129,80.

Natuurlijk kun je voor dat bedrag wel naar het Aviodrome in Lelystad, het Schoenenmuseum in Waalwijk of het Kermis- en Circusmuseum in Steenwijk. Om zomaar een paar dwarsstraten te noemen. Dat gaat mij dan weer niet lukken zonder daar toegang te betalen. Maar ik ben dan ook veel meer geïnteresseerd in onze musea voor beeldende kunst.

Nog een geldelijk voordeeltje? Regelmatig zie ik voor speciale grootschalige exposities op de informatieborden bij de museumbalie zoiets staan als ‘voor Museumkaart-houders geldt nog een toeslag van € …’. Bij mijn Rembrandtkaart is me dat tot nu maar één keer overkomen. Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling in ‘s-Hertogenbosch een paar jaar geleden. En verder? Nooit! Dus tel uit je winst. Soms hoef ik me met mijn kaart ook niet eens voor een tijdsslot aan te melden bij heel druk bezochte exposities. Ik kom, zwaai en loop door.

het portret van zijn zoon Titus van Rembrandt, ooit verkregen door de Vereniging Rembrandt voor Museum Boymans van Beuningen

Maar wat ik eigenlijk nog het allerbelangrijkste vindt, is dat ik door mijn lidmaatschap van de Vereniging Rembrandt ons kunsterfgoed ondersteun. Heel recent probeerden de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en het Rijk gezamenlijk nog een tekening van Rubens te behouden voor Nederland. Die werd in de verkoop gedaan door prinses Christina. Ooit ergens in de 19e eeuw, toen de financiën van Rijk en het Koninklijk Huis nog niet echt jofel van elkaar gescheiden waren, was die door ons koningshuis aangekocht. Nu meende Christina via Sotheby in New York te moeten cashen zonder het kunstwerk eerst op prinsesselijke manier in Nederland aan te bieden. Typisch gevalletje van misvatting. Een ongetwijfeld schatrijke particulier, voor wie geld waarschijnlijk een volstrekt abstract begrip is, kaapte de schets weg voor de Nederlandse ogen. En Christina? Die zal de 7 miljoen dollar wel nodig hebben gehad.

de tekening van Rubens

Maar vaak lukt een aankoop wel. Zo heeft de Vereniging Rembrandt sinds de oprichting in 1883 meegeholpen om onze musea met alleen al 39 werken van Rembrandt te verrijken. Naast nog heel veel andere kunst. Laatst voor het Centraal Museum in Utrecht nog een heel speciaal, op koper geschilderd werk van Utrechter Joachim Wtewael van begin 17e eeuw. Toevallig ook gekocht bij dat Sotheby in New York. Kijk maar eens op https://www.verenigingrembrandt.nl  wat de vereniging allemaal doet voor onze Nederlandse beeldende kunst.

Wtewael, Het godenbanket

Oh ja, er zijn ook regelmatig interessante lezingen die je gratis worden aangeboden. Allemaal redenen dus voor mij om heel blij te zijn met mijn Rembrandtkaart. En als je vindt dat dit eigenlijk één grote reclameboodschap is voor die kaart? Tja, dat kan en wil ik beslist niet ontkennen. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Het Stadse Leven


Voor de komende paar weken heb ik wat speciale blogs op het oog. Vakantietijd, nietwaar? En dan ook nog bij al zo’n lange periode van onnederlands weer. Even een versnelling lager dus. Met wat praatjes bij plaatjes. Gewoon een verhaaltje bij een schilderij van mij.

Toos van Holstein, Modern life, olieverf 110-100 cm

De natuur kan mooi en heel aantrekkelijk zijn. Maar ’t is toch de stad waar ik wil leven. Want sinds de burgerij in de oude middeleeuwse steden langzaam aan steeds meer macht kreeg, is ’t toch daar waar HET gebeurt. In de hectische stedelijke gebieden ontstaan makkelijker cultuurveranderingen en vindt ook de meeste innovatie plaats. Al eeuwen lang. Al eeuwen worden die steden ook alleen maar groter en machtiger. Woont niet nu al meer dan de helft van de wereldbevolking in die alsmaar uitdijende stadsagglomeraties? Hoeveel steden met 10 miljoen of meer inwoners zijn er al niet, verspreid over onze aardkloot. Daarbij vergeleken is ons eigen Amsterdam met maar zo’n 860.000 inwoners niet meer dan kleinsteeds. Vloeken in de kerk natuurlijk voor een echte Amsterdammer, die laatste opmerking!

Steden fascineren me dus! Of ze oud zijn of nieuw maakt me daarbij niet eens zoveel uit. Oude, vervallen en afbladderende lemen steden in Yemen, waar ik ooit was, zijn me net zo lief als de verzamelingen aan hightech glazen wolkenkrabbers in New York, Hongkong of Sjanghai. In die oude steden heb ik trouwens heel wat inspiratie opgedaan. Maar pijnlijk brandende voeten van het vele lopen in bruisende, moderne straten en kramp in mijn nek van het omhoog kijken in de skyscrapersteden hebben daarin ook beslist hun aandeel geleverd.

’t Mag duidelijk zijn dat bovenstaand schilderij ‘Modern life’ het gevolg is van die stadsliefde. Een werk uit een hele reeks zogenaamde cityscapes die het laatste jaar in mijn atelier is ontstaan. Tot volgende week.

TOOS

“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”


“Zo ik iets ben, ben ik een stadsmens”. Dat kan ik rustig van mijzelf zeggen. Afgezien natuurlijk van het kunstenaar zijn. Dat staat nog wat hoger in rangorde. Die beginzin ontleen ik trouwens, al parafraserend, aan Louis Couperus (1863-1923). De schrijver van klassiekers als ‘Eline Vere’, ‘De stille Kracht’ en ‘Van oude mensen de dingen die voorbij gaan’. Hij sprak namelijk ooit de onsterfelijke woorden “Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar”.

een van mijn nieuwe cityscapes

De aanleiding voor deze inleiding? De Winter Art tentoonstelling bij Galerie Hans Persoon in Eersel en mijn deelname daarin. Die tentoonstelling start op zaterdag 18 november en dus  leverde ik heel recent een aantal nog maar net droge schilderijen aan.

Domein Oogenlust met daarin Galerie Hans Persoon
Hans bekijkt een paar van de nieuwe werken

Schilderijen met als thema, en dat zal dus niet verbazen, de stad. In het eerstvolgende nummer van kunstblad VIND staan in de expositie-agenda dan ook zinnen als:

‘De stad! Al duizenden jaren lang het kloppend hart voor civilisatie, innovatie, inspiratie, economische en culturele ontwikkeling. Wanneer en waar dan ook. Babylon, Athene, Rome, Venetië, New York, Sjanghai. Die stad, een bron van inspiratie voor Toos van Holstein’

en

‘Zo zijn er een aantal volstrekt persoonlijke cityscapes ontstaan. Stadsschappen die je herkent, maar nooit kunt plaatsen. Want ze bestaan niet echt, behalve in haar fantasie’.

Duomo, nieuw werk, Toos van Holstein

Zo is ’t maar net! Veel van mijn schilderijen hebben altijd al de stad en de mensen daarin als onderwerp gehad. En nog steeds dus. Van middeleeuwse tot moderne stad. Van de eeuwenoude duomo tot de skyline van … Ja, waarvan? Vul ’t zelf maar in. Reis in je eigen geest maar naar je eigen beelden en ervaringen. Net zoals ik dat doe als ik me opsluit in mijn atelier, staand voor mijn ezel en een in eerste instantie heel wit doek. Met boven een deur mijn slogan ‘for me art is travelling the mind‘.

Luccicare,  olieverfschilderij, ook nieuw

Maar de natuur links laten liggen? Nee, natuurlijk niet.  Ook daaruit put ik inspiratie. Waarbij het volgende, persoonlijke verhaal wel tekenend is.

Lang geleden, in 1990,reisden levensgezel en ik door de Wild West. Hij moest namelijk in Canada een week lang, samen met een aantal andere mannen, met een stok met onderaan een krul tegen een klein, hard, wit balletje slaan. En als je toch in die buurten bent, kun je net zo goed ook even wat verder kijken. Een Amerikaanse kunstvriend, Michael Parkes, had ons de natuurparken in Utah, Nevada, Arizona en Californië aangeraden. Op dus naar het Amerikaanse Wilde Westen.

Inheritance, geïnspireerd op het Wilde Westen

De eerste paar dagen zogen we volop de ongelooflijke kleurenpracht in van de natuur daar. Want dat rood, geel, bruin, oranje en zwart van de rotsen, de canyons, de bergen, het groen van de bomen, alles overgoten door fel zonlicht uit een strakblauwe hemel, was absoluut overweldigend. In Europa kennen we zoiets helemaal niet. Een en al imponerende natuurpracht dus. En toch bekroop ons beiden na een aantal dagen een licht gevoel van onbehagen. Maar waardoor dan?

Silence, Toos van Holstein

Nou, stel je voor. Je verlaat ’s morgens je motel en de routekaart, je weet wel, zo’n ouderwetse tom-tom op papier, vertelt dat het volgende dorp 1 uur en 37 minuten verderop ligt. Dat was met een zakjapanner, ook al weer zo’n bijna archeologisch ding, ook probleemloos uit te rekenen. Bijna lege wegen en een zeer strakke en ook genadeloos gecontroleerde snelheidslimiet. Goed, koffiestop dus over 1 uur en 37 minuten. Kom je daar, bestaat het gehucht uit een kerk en twee boerderijen waarvan er ook nog een verlaten is. Hoezo koffiestop? Oké, gewoon door naar de volgende mogelijkheid. Even kijken op de kaart. Oh, die is over 1 uur en 58 minuten. Rijden we na inderdaad  1 uur en 58 minuten een van god verlaten mormonendorp binnen! Want daar is ’t in Utah mee vergeven. Starbucks hadden we beslist niet verwacht, maar ook het totaal ontbreken van een soortement café?  Zelfs ’t bruinige, drabbige vocht dat in Amerika voor koffie doorgaat, was er op dat moment bij ons ingegaan als Gods woord in een ouderling. Maar dat werd ons door de Mormonen dus niet gegund.

Kort samengevat, natuurschoon in het kwadraat in combinatie met een volstrekt gebrek aan cultuur. Totaal niets van waar we in Europa zo aan gewend zijn: overal oude dorpen en steden, overal kerken, paleizen en kastelen, overal cafés, restaurants en terrassen. En daar? Nothing, niente, nada.

Together, Toos van Holstein

Dus ben ik een stadsmens? Ja, dat ben ik. Ik heb die stadscultuur om me heen nodig. Natuur is absoluut mooi. Maar alleen natuur? Nee. Vandaar dus die nieuwe cityscapes bij Galerie Hans Persoon op het al helemaal in kerstsfeer verkerende prachtige Domein Oogenlust.

Domein Oogenlust in kerstsfeer met de doorgang naar Galerie Hans Persoon

Tot volgende week.

TOOS

Hoe de Middelburgse Façade leidt naar graffiti in Tarente


Tarente (of Taranto), Italië

Wel eens in Puglia geweest? De regio die de hak van het Italiaanse schiereiland in beslag neemt? Die kans wordt met het jaar groter, want ook de Nederlandse toerist weet dat prachtige gebied steeds vaker te vinden. Ik was er in ieder geval wel. In mei vorig jaar. Onder andere ook in de oude havenstad Tarente (of Taranto). Al een paar duizend jaar oud en met grote welvaartspieken en armoedalen in haar bestaan. Nu duidelijk in een dal want de oude stad maakte een behoorlijk onderkomen en vervuilde indruk. Mee door de natuurlijk onontkoombare smerige spuitbustags op de eeuwenoude muren.

graffiti diarree, Taranto

Maar daar tussendoor ontdekte ik ook heel intrigerende kunstzinnige graffiti. Duidelijk allemaal van één kunstenaar.

die kunstenaar

Waarom ik daar nu zo ineens mee aankom, ruim een jaar later? Tja, associaties! Want in dat brein van mij schiet ’t de hele dag door alle kanten op. Best vermoeiend voor de mensen om mij heen als ik weer eens een opmerking maak die ze absoluut niet kunnen volgen. In mijn hoofd zijn daar dan namelijk al heel wat stappen aan vooraf gegaan waar zij geen weet van hebben. Soms word ik er zelf trouwens ook wel eens moe van. Maar goed, die associaties richting Taranto dus.

meer van die kunstenaar

Een paar weken geleden schreef ik over de nog tot begin november durende kunstmanifestatie Façade in Middelburg. Met als ‘logisch’ gevolg dat in een volgend blog ook de huidige Mondriaanversieringen in rood, geel en blauw op allerlei kantoorgevels in Den Haag ter sprake kwamen. Dan is ’t nog maar een kleine associatiestap naar die internationale plaag van dat afschuwelijke gekladder op allerlei muren in steden en langs snelwegen.

Van honden weten we het, die moeten vanwege een instinctieve drang altijd tegen paaltjes en bomen piesen. Maar sommige leden van het menselijk geslacht lijden blijkbaar ook aan zo’n onbedwingbare primitieve drang. Alleen gebruiken zij een spuitbus voor hun tag. Dan hebben we ons reukorgaan niet nodig, maar kunnen we visueel ‘genieten’ van hun vervuilende oprispingen.

Rome

Overigens leidt dat voor mij af en toe wel tot het maken van foto’s zoals hierboven in Rome of hieronder in Venetië. Maar je moet toch beslist ernstige puberale kortsluitingen in je brein hebben om op die manier de stad te verstieren. ’t Zal wel zoiets zijn van ‘eigen kick eerst’!

Venetië

Toch kan graffiti ook prachtige versieringen opleveren als je in kunstzinnig opzicht echt iets in je mars hebt. Dan ontstaan er zelfs fantasierijke, intrigerende muurversieringen en façadeschilderingen. Zoals die van hieronder. Plaatjes die ik schoot in Havana en New York.

Havana
New York

Je kunt er zelfs wereldberoemd mee worden. De mysterieuze Banksy van wie men nog steeds niet goed weet wie dat is, laat over de hele wereld beelden achter op muren die zelfs uitgroeien tot kunsticonen.

Banksy, Londen

Of die roem ook in het verschiet ligt voor de onbekende muurkunstenaar in dat Taranto in Puglia? Vermoedelijk niet. Want wie zit er nu te wachten op zo’n figuur uit Taranto. Die vervallen, in zee uitstekende stad. Op zich trouwens beslist een stad met grote toeristische mogelijkheden. Als ie maar met de nodige investeringen behoorlijk stevig wordt afgestoft en opgepoetst. Toch gaf de huidige situatie die kunstenaar wel weer de gelegenheid om op allerlei plekken zijn kunstzinnige tags achter te laten. Elk nadeel hep ze voordeel!

Het was wel grappig hoe ’t ging. Eerst zagen we plotseling één zo’n afbeelding, toen een tweede en daarna nog weer een. Tussen al die oerlelijke andere graffiti door. Dat leidde er toe om, genietend van de zon en toch ook van die krakkemikkige omgeving, allerlei straatjes en doodlopende stegen in te lopen met als doel er nog meer te ontdekken. En die waren er. Op allerlei, in ieder geval in mijn ogen, schilderachtige en fotogenieke plekken.

Dan toch nog even een laatste associatie. Waarom niet zoiets in Middelburg? We hebben al een, nog steeds te onbekende, route met gedichten op diverse muren in de stad. Daar kan best een route met muurschilderingen bij. Een soort blijvende Façade. Middelburg op de kaart als kunststad!Tot volgende week.

TOOS

Mondriaans, heel veel Mondriaans


Victory Boogie Woogie van Mondriaan, 1944

’t Is nog maar twintig jaar geleden dat Piet Mondriaan (1872-1944) Nederland heftig in beroering bracht. Met zelfs vragen in de Tweede Kamer. Aan Mondriaan persoonlijk lag dat niet natuurlijk, die was ten slotte al een poosje dood. Veel lezers zullen zich dat misschien nog herinneren. 82 Miljoen harde guldens werden er betaald voor de aankoop van Victory Boogie Woogie. Het laatste, nog onaffe werk van één van Nederlands beroemdste kunstenaars waaraan hij tot zijn dood nog had doorgewerkt. Verontwaardiging alom. Niet eens af met ook nog overal beschilderde stukjes plakband erop. De Nederlandse Bank die ook een financiële bijdrage leverde, moest dus wel gek zijn. Net zoals toenmalig Minister van Financiën Gerrit Zalm die daar toestemming voor gaf. Hé, Gerrit Zalm! Ja, niet weg te krijgen die man. Met wat voor klusje is ie nu ook al weer bezig?

een van de vele zalen met veel Mondriaans

Nu hoor je niemand meer over die aankoop en is het iconische Victory Boogie Woogie het sluitstuk van de tentoonstelling  ‘De ontdekking van Mondriaan/ Amsterdam, Parijs, Londen, New York’. Het heeft in het Haags Gemeentemuseum zelfs een zaal helemaal alleen voor zichzelf gekregen. Ik denk dat Mondriaan, die in zijn leven heel veel opzij zette voor de kunst, daar heel blij mee zou zijn geweest. Best wat extra boogie-woogie dansjes van hem waard, daar in de schildershemel, op die door hem zo geliefde muziekstijl. Je hoeft trouwens geen liefhebber te zijn van dat latere abstracte werk van Mondriaan (1872-1944) om hem toch een groot kunstenaar te vinden. Voor mij geldt dat in ieder geval in beide opzichten. Wat ik heel sterk in hem bewonder is die drang naar verandering, naar steeds verdergaande vernieuwing in zijn werk. Zijn hele leven lang.

het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan

Dat is nog tot eind deze maand heel goed te zien in het Haags Gemeentemuseum. Zo’n driehonderd werken hebben ze daar van Mondriaan, de grootste verzameling ter wereld. Ooit verkregen via legaten van verzamelaars van zijn werk. Een aantal is er altijd wel te zien. Maar nu hebben ze het magazijn leeg geplunderd om in chronologische volgorde de ontwikkeling van de kunstenaar Mondriaan te tonen. Ook is er nog een mooie documentaire bij gemaakt https://vimeo.com/222828403 .

De aanleiding van dit alles? De oprichting van de Nederlandse avant-gardistische kunstenaarsgroep De Stijl honderd jaar geleden door recensent/kunstenaar Theo van Doesburg (lees mijn blog van vorige week). Met vanaf het begin ook Mondriaan daarbij. Tot hij een aantal jaren later met Van Doesburg ruzie kreeg. Waarom? Omdat Van Doesburg weer gebruik ging maken van de diagonaal in zijn werk terwijl Mondriaan ’t alleen had op de voor hem vrouwelijke horizontale en mannelijke verticale lijn. Snap je? Die diagonalen verstoorden volgens hem maar het gevoel van fysiek evenwicht dat noodzakelijk was om van een kunstwerk te kunnen genieten. Ben je er nog? Tja, zo gaat dat bij kunstenaarsego’s die zich helemaal vastbijten in theoretische concepten. Dat daar bij Mondriaan heel wat aan vooraf is gegaan, spreekt voor zich. Zie onderstaand schilderij maar.

Ven bij Saasveld, 1907

Eigenlijk heel braaf kunstacademisch werk. Maar ’t verkocht wel af en toe. En een mens moet kunnen leven. Toch was de heftige drang naar iets anders daar. Walcheren, of nauwkeuriger gezegd de kunstenaarskolonie in Domburg, ging een grote rol spelen. De Zeeuwse molens en kerken, de duinen en de zee inspireerden. Schilderijen in vaak ‘onmogelijke’ experimentele kleuren met een duidelijk hang naar vereenvoudiging en abstractie ontstonden. Er hangt een hele zaal mee vol. En dat spreekt mij, als zo langzamerhand halve Zeeuwse, natuurlijk wel aan.

de verschillende stijlen van Mondriaan
Molen bij Domburg, 1908
Vuurtoren bij Westkapelle, 1910
Duinen bij Domburg, 1910
zaal vol met Zeelandschilderijen

Maar in 1912, bijna 40 jaar oud, verbrandt hij allerlei schepen achter zich, ook dat hij intussen één van de modernste Nederlandse landschapsschilders is, en trekt naar wereldkunstcentrum Parijs. Daar waar ’t allemaal gebeurde. Om het kubisme van Braque en Picasso te bestuderen en ook zelf in die stijl te gaan schilderen. Weer een stap verder op weg naar de volledige abstractie.

studie voor De grijze boom, 1911
De grijze boom, 1911
Compositie Bomen 1, 1912
Het grote naakt, 1912

Dan vanaf 1914, door een familiebezoek, een ineens afgedwongen lang verblijf in Nederland. Want net dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit, de terugweg naar Parijs is afgesloten. Met dus wel als gevolg die deelname aan De Stijl en een volledige doorbraak naar de abstractie met verticalen, horizontalen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. De Mondriaan zoals de wereld hem nu kent ontstaat.

Dat hij daarnaast voor zijn levensonderhoud nog steeds bloemen en molens bleef schilderen omdat die nu eenmaal verkochten? Dat moge zo zijn, niemand kan leven van lucht alleen. Dat hij via Londen en later in New York steeds meer bekendheid in de kunstwereld verkreeg? Heel begrijpelijk door de toen plaatsvindende kunstrevoluties. Maar dat de eenzaam op de schildersezel in zijn New Yorkse atelier achtergebleven Victory Boogie Woogie ooit voor, omgerekend, 37 miljoen euro  in zijn geboorteland zou komen te hangen? Nee, dat had Mondriaan natuurlijk nooit kunnen bedenken. Tot volgende week.

TOOS

De kunstpracht van Baganese megalomanie


Bagan
Bagan

“For me art is travelling the mind” is al heel lang mijn kunstenaarsmotto. Er wordt ten slotte heel wat afgereisd in mijn hersenen. Zowel geestelijk als natuurkundig. Denk maar aan alle miljoenen elektrische pulsjes die door de verbindingskanalen tussen onze hersencelletjes heen en weer schieten. Maar al die reisactiviteit laat ik ook graag voeden door het fysieke reizen. Naar vaak verre bestemmingen en andere culturen. Daar zijn in de afgelopen decennia heel wat schilderijen uit voort gekomen. Met als inspiratiebronnen o.a.  het oude Egypte, de prachtige leemarchitectuur in Jemen, de Mayatempels in Midden-Amerika, het moderne New York en het middeleeuwse Venetië. Om maar een paar dwarsstraten te noemen.

Uxmal
Uxmal
City
City
Riva
Riva

Daarbij zit het intrigerende Angkor Wat van Cambodja nog steeds onder mijn hersenpan te wroeten en heeft recentelijk Cuba al tastbare resultaten opgeleverd in mijn atelier. En nu is daar ook nog Bagan bijgekomen.

bagan05a

bagan06 Bagan, een gebied van vele vierkante kilometers in Myanmar waar van de 11de t/m de 13de eeuw een machtige dynastie van koningen het grote rijk van Pagan tot bloei bracht en zich ook architectonisch helemaal uitleefde. In steeds rijker, versierder, groter, hoger. Het gevolg? Een ongelooflijk uitgebreid complex aan kleine en grote Boedhistische tempels, pagodes en kloosters. Met destijds nog de prachtigste kunstzinnige versieringen. Hoe we dat weten? Door musea in Europa! Want kunst roven, zowel door de koloniale machten als in opdracht van particulieren, was in de 19de en begin 20ste eeuw ook tot een hogere kunst verheven.

Maar meer dan tweeduizend van die bouwsels hebben gelukkig de tand destijds min of meer doorstaan.  In een gebied dat er nu ongetwijfeld heel anders uitziet dan al die eeuwen geleden. Want de huizen van hout en bamboe van de tienduizenden, zo niet honderdduizenden bewoners van toen zijn weggerot. Of in as en rook opgegaan bij van die grote, alles vernietigende stadsbranden zoals er in de Middeleeuwen in Europa ook vele zijn geweest. Of ingestort bij de aardschokken in dit aardbevingsgevoelige gebied. Daardoor staan nu alleen nog de stenen tempels en pagodes overeind. Alhoewel,overeind? Er wordt heel wat gerestaureerd sinds recente aardbevingen. En nu ook eindelijk goed.

bagan07

bagan08

Het dictatoriale militaire regime heeft namelijk bij voorgaande restauraties flink aan zitten klooien. Ongekwalificeerde krachten, slechte materialen, verkeerde plannen, foute planning. En niet te vergeten ook eigen verrijking eerst. Zoals bij die volstrekt belachelijke hoteltoren die een invloedrijk militair met zeer weinig gevoel voor ambiance in het historisch gebied, sorry voor het woordgebruik, neer pleurde. De vergunning ervoor, zo al nodig, was voor zo’n figuur natuurlijk een eitje.

foutje!
foutje!

Maar nu moet dat vreselijke ding gelukkig verdwijnen. Vanwege de toekomstige benoeming van dit hele gebied tot Unesco World Heritage. Maar daarvoor stelt de Unesco wel strenge voorwaarden. Zoals goede restauratie door gekwalificeerde mensen met de juiste en mogelijk nog oorspronkelijke materialen. En dus ook de afbraak van die toren. Ik ben benieuwd. Want de financieel zeer machtige militaire clan van Myanmar heeft nog overal heel dikke vingers in heel veel papjes. Maar dat is een ander verhaal.

bagan10 bagan11a bagan12 bagan13 bagan14a

Cultuur-historisch gezien is ’t overigens volkomen terecht als Bagan op die Unesco World Heritage lijst komt. Natuurlijk is het megalomaan wat daar is gebouwd. Want wat voegt een 21ste grote tempel aan de voorgaande twintig toe? En die 2017-de pagode? Was die nou echt nog nodig? Of nog weer een klooster voor nog meer Boeddhistische monniken? Maar macht in combinatie met rijkdom leidt nogal eens tot grootheidswaanzin. Unieke voorbeelden te over, zowel tegenwoordig als toen. Wel vaak met als gevolg het op gang brengen van onvoorspelbare en onbeheersbare processen. Zodat zo’n machtig rijk als dat van Pagan ineens zijn ondergang tegemoet gaat. De rijksspaarpot raakt leeg door te grote uitgaven aan dat buitenissige bouwen. De uitdijende Boeddhistische clerus slorpt een te groot deel op van wat we nu het bruto nationaal product noemen. Leiders in onderworpen gebieden aan de grenzen van het rijk ruiken hun eigen kansen op macht en aanzien. En tot overmaat van ramp komen vanuit het noorden de woeste Mongoolse horden van Kublai Khan aangedenderd. Een lastige combinatie. Einde dus van het grote koninkrijk van Pagan. Maar niet het einde van de stenen nalatenschap op de huidige vlakte van Bagan. Daar kunnen we nog steeds van genieten.

bagan15 bagan16a bagan17 bagan18

Zo heeft de megalomanie van destijds toch een bouwkundige wonder voortgebracht dat de eeuwen kon doorstaan. Maar eens afwachten hoe dat met die protserige Trump Tower in New York gaat. Tot volgende week.

TOOS

Toos gaat naakt


stockruimte van Galerie Peter Leen
stockruimte van Galerie Peter Leen

Een wat provocerende titel bij dit stukje? Ja, eigenlijk wel. Want ik ga echt niet zelf uit de kleren. Maar er komt wel een speciale expositie van mij aan. Een expositie met heel veel naakt. Dat zit zo.

Al weer meer dan een jaar geleden zat ik wat te brainstormen met Peter Leen in zijn galerie in Breukelen. Altijd gezellig, zeker ook sinds hij zijn galerie verrijkte met een Thais restaurant direct ernaast. In dat voortreffelijke Same Same restaurant, met de rondborstige Peter als voortreffelijk gastheer, eet je te midden van de kunst en kun je te gelijkertijd ongedwongen rond lopen in de galerie. Letterlijk een smaakvolle en kunstzinnige ervaring. En ook zeer bevorderlijk om het bezoek aan de galerie heel laagdrempelig te maken.

lezing van mij bij een eerdere expositie in de grote ruimte
lezing van mij bij een eerdere expositie in de grote ruimte

Al pratend kwamen we op het naaktmodeltekenen dat ik vroeger heel veel heb gedaan. Samen met een club kunstvrienden in Eindhoven één keer per week van een model snelle schetsen en ook wat meer tijd vragende tekeningen maken. Van zowel mannelijke als vrouwelijke modellen in allerlei houdingen.  Zeer bevorderlijk voor het goed en intens leren kijken en voor de tekenvaardigheid.

Bij dat gesprek kwam het idee op om een speciale tentoonstelling met alleen naakt te maken voor Peters galerie. Dat leek me een interessante uitdaging. Waarom niet? Die vraag klinkt in deze tijd eigenlijk heel gewoon. Waarom zou een vrouw niet zowel vrouwelijk als mannelijk naakt tekenen en schilderen? Toch is dat een verworvenheid die enkele eeuwen geleden absoluut onmogelijk was.

affiche van de film "Artemisia"
affiche van de film “Artemisia”

Laat ik als voorbeeld nog eens één van mijn schilderheldinnen uit de 17de eeuw erbij halen. Artemisia Gentileschi (1593-1653), ook hoofdpersoon in de boeiende historische roman “De Passie van Artemisia” door Susan Vreeland. Toevallig kwam ze ook nog voor in mijn blog van twee weken geleden naar aanleiding van een schilderij van haar in het Metropolitan Museum in New York. Dochter van de Romeinse kunstenaar Orazio Gentileschi, meewerkend in zijn atelier en duidelijk getalenteerder dan haar vader die vooral schilderde in het historische kunstgenre. Dat van de Bijbelse en mythologische voorstellingen, in die tijd ook de duurst betaalde schilderijen. Daarin kwam natuurlijk ook het nodige naakt voor. Mee een reden trouwens voor de grote populariteit ervan. Als daarvoor mannelijke modellen nodig waren, mochten er geen vrouwen bij. Stel je voor, de wereld moest natuurlijk niet op z’n kop komen te staan! Dat mannen vrouwelijke modellen gebruikten was normaal en logisch. Maar vrouwen die mannelijke modellen mochten aanschouwen, laat staan tekenen of schilderen? No way! Volstrekt zedeloos! Òf weg wezen òf een groot gordijn ertussen in het atelier.  In “Artemisia”, een prachtige film over haar ook dramatische jonge jaren (zie de filmtrailer op YouTube https://www.youtube.com/watch?v=6aE8VT-Gsgs), wordt wel gesuggereerd dat ze een jongeman weet te verleiden om naakt voor haar te poseren, maar daarvoor is geen enkel historisch bewijs.

Vandaar dat je alleen vrouwelijk naakt zult tegenkomen op schilderijen van de paar vrouwen die zich in de 16de en 17de eeuw in die vrijwel volstrekt mannelijke kunstwereld wisten te wurmen.

Artemisia, Suzanna en de ouderlingen, jeugdwerk uit 1610
Artemisia, Suzanna en de ouderlingen, jeugdwerk uit 1610

De eerst bekende tekeningen met mannelijk naakt, gemaakt door een vrouw, stammen pas uit het begin van de 18 de eeuw. Ook daarna bleef het trouwens een moeizame zaak. Pas in de loop van de 19de eeuw drongen de vrouwen langzamerhand meer door in dat mannenbolwerk. Maar dat zijn weer heel veel andere verhalen.

Nu is dit in onze maatschappij gelukkig geen enkel punt van discussie meer. Alhoewel? Ik hoorde onlangs het volgende verhaal. Iemand probeert in het stadhuis van Den Haag een expositie te organiseren van Poen de Wijs (1948-2014) en Marion van Nieuwpoort (1950-2008). Een succesvol schildersechtpaar dat leefde in Den Haag, beiden goede vrienden van me, maar alle twee te vroeg overleden. Ze hebben ook het nodige naakt geschilderd.

werk van Poen de Wijs
werk van Poen de Wijs
werk van Marion van Nieuwpoort
werk van Marion van Nieuwpoort

Die expositie zit er mogelijk wel aan te komen, maar dan mag er geen naakt in. Want in dat stadhuis komen mensen van allerlei culturen en die mogen aan naakt natuurlijk geen aanstoot kunnen nemen. Vindt men ten minste bij de gemeente Den Haag. Er valt nog steeds een en ander te winnen. Tot volgende week met meer over dat naakt van mij.

TOOS