Tagarchief: Nice

Carrara


Carrara. Een mythische naam in de kunstwereld en zeker onder beeldhouwers. Want komt daar uit de groeven niet het marmer vandaan waaruit Michelangelo zijn onvergelijkelijke ‘David’ en ‘Pièta’ beitelde! Lang geleden was ik er wel eens geweest, maar nu deed zich de gelegenheid opnieuw voor.

de ‘David’ van Michelangelo in het museum in Florence
de ‘Pièta’ in de Sint Pieter in Rome

Toen namelijk in de loop van april mijn Odyssee-kunstklus was geklaard (lees het blog van twee weken geleden), besloten levensgezel en ik vrienden te gaan bezoeken in het Toscaanse Marina di Massa en daar gelijk een korte vakantie aan te koppelen. Want vanuit Nice zit je via de Franse autoroute binnen de kortste keren aan de andere kant van de grens op de Italiaanse autostrada. Dan nog een paar uurtjes doortuffen langs de kust en daar is Marina di Massa al. Kilometers daarvoor kondigen opslagwerven en werkplaatsen langs de weg al aan dat er in die streek iets met marmer te doen is. En dan ineens zie je links hoog in de Apuaanse Alpen als doorslaggevend bewijs daarvan dat witte gesteente van de marmergroeven van Carrara liggen blinken in de zon.

Zoals gezegd een mythische plek en dat echt niet alleen vanwege Michelangelo of de net zo beroemde Bernini. Want ook de laatste heeft heel wat marmer vandaar naar Rome laten verslepen voor door hem ontworpen paleizen, voor zijn beelden en ook voor die beroemde Vierstromenfontein op de Piazza Navona.

de Vierstromenfontein van Bernini in Rome

Maar ver voor hen waren de Etrusken en later de Romeinen al bezig om er marmer uit de bergflanken te hakken. En wat dacht je van al die witte steen op het indrukwekkende Piazza dei Miracoli in Pisa met z’n Baptisterium, Duomo en die toren die al heel lang lekker scheef staat te staan?

de Piazza dei Miracoli in Pisa

 Waar zou die steen nou vandaan komen? Trouwens, hoe zit dat met die witte marmeren tegels in onze eigen badkamers? Of al dat marmer in van die protserig lelijke en smakeloos moderne paleizen en vergaderzalen in bepaalde landen, alleen maar bedoeld om indruk te maken? Grote kans dat er marmer bij zit uit Carrara. Of ook in die categorie, de Trump Tower in New York? Reken maar 100% van yes!

Logisch dus dat ik, nu die gelegenheid er was, mijn nogal versleten herinneringen aan Carrara van tientallen jaren geleden wilde opfrissen. ’t Was net of ze in al die tijd niks waren opgeschoten met afhakken. Zo gigantisch groot is ’t daar met nog steeds zo’n 300 marmergroeven die vaak familiebezit zijn. Niet alleen buiten maar ook binnen in de bergen. Met overweldigend hoge gewelven die door al het gehak en gezaag alsmaar groter worden.

Het is echt ongelooflijk wat mensenhanden daar met primitieve middelen in de loop der eeuwen hebben bereikt. Je kunt alleen maar heel grote bewondering krijgen voor die arbeiders van vroeger en er te gelijker tijd met afschuw aan denken. Hoezo Arbowetten en 8-urige werkdagen zoals tegenwoordig? Uitputtend lange werkdagen, slechte en gevaarlijke werkomstandigheden en simpele werktuigen. Probeer ’t je maar eens voor te stellen. Die ‘David’ van Michelangelo, gebeiteld uit één blok marmer, is meer dan 5 meter hoog.  Maar dat blok moest wel de steile berghelling af! Om daarna nog naar Florence getransporteerd te worden. Hoeveel pure spier en mankracht en hoeveel trekdieren en wagens zijn daar wel niet voor nodig geweest? Over primitieve wegen! Wat een klus. En zo ging dat eeuwen lang. Op nog bestaande oude foto’s krijg je een beetje een indruk van die Sisyfusarbeid  uit een tijdperk nog zonder elektrische drilboren, mechanische hijskranen en doordenderende vrachtwagens. Ik schat zo in dat de gemiddelde leeftijd van de werklui in de marmergroeven destijds niet echt hoog is geweest.

’t Schijnt daar in Carrara in de 19de eeuw ook een behoorlijk anarchistische bende te zijn geweest. Gevaarlijke en zwaar werk, dat wil en kan niet iedereen doen. Dus elk paar handen aan het marmer in plaats van aan het bed was welkom. Ook die van misdadigers die in de afgelegen groeven anonieme veiligheid zochten. Nu ziet ’t er allemaal heel geciviliseerd uit. Maar ’t levert nog steeds prachtige beelden op. Zeker als de hemel ook nog stralend blauw is.

Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Een Toosiaanse Odyssee


aan het werk in mijn atelier in Nice

Al ruime tijd geleden had ik mijn galerist in Nice, Jean-Paul Aureglia, een belofte gedaan. Een Odysseese belofte zogezegd. Ik ging op zijn verzoek voor zijn uitgave van de Odyssee twee volstrekt unieke exemplaren maken. Niet meer, niet minder, gewoon twee, maar dan wel  de twee enige op deze hele wereld!Met alleen originele en gesigneerde tekeningen en mixed-media werken. Minimaal 24 per exemplaar. Want dat is het aantal delen in dichtvorm waarmee Homerus de beroemde avonturen van zijn Griekse held Odysseus heeft verwoord. Ik strooi er hier zo wat van die tekeningen tussendoor.

Voor zo’n klus moet je echt wel gaan zitten, dat gaat niet even tussen neus en lippen door. Reden om mij in maart en april af te zonderde in mijn atelier in Nice. Even geen Nederlandse kunstruis om mijn hoofd, maar de rust om ongestoord en geconcentreerd te kunnen werken.

Eerst nog kort het volgende. Dat ik multiples heb gemaakt voor Jean-Paul’s met de hand gezette en gedraaide livre d’art van de Odyssee (oplage 140) is wel meer ter sprake gekomen. Maar die bijdrage bestond uit ‘slechts’ vijf steendrukken bij de delen 10 tot en met 14. Nu ging ik dus het totale epos te lijf. Niet echt volstrekt nieuw trouwens want ik had zoiets al eens eerder gedaan. Bij de Ilias namelijk. Dat andere mythische verhaal van Homerus over de strijd van de Grieken tegen de Trojanen. Ook daarvan bestaan er op deze wereld twee unieke exemplaren, vol met aquarellen van mij.

twee boeken dus elke keer een tweetal werken die op elkaar lijken maar in detail verschillen zoals uit de volgende foto’s ook wel blijkt

Nu was dus Odysseus aan de beurt. In de Ilias speelt hij al een kleine maar wel beslissende rol als bedenker van de list met het Paard van Troje. Daardoor valt de stad uiteindelijk na jaren strijd in handen van de Grieken. Maar dan krijgt Odysseus alle ruimte van Homerus om zijn eigen avonturen te beleven. En dat allemaal als speelbal van de goden. Met zeegod Poseidon die hem om allerlei redenen dwars zit, met godin Athena als zijn beschermengel  en met oppergod Zeus die ’t allemaal op z’n gemakkie aankijkt.

Eerst houdt de verliefde Kalypso, dochter van Atlas, hem een aantal jaren gevangen. Daarna steekt hij de levensgevaarlijke cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon, zijn enige oog uit, verkeert hij een aantal jaren bij tovenares Kirke, bezoekt de Griekse onderwereld en weerstaat het dodelijk verleidende gezang van de Sirenen terwijl tussendoor zijn hele scheepsbemanning verdrinkt, wordt opgegeten of gedood. Dat alles terwijl op thuiseiland Ithaka zijn vrouw Penelope zich een groep opdringerige vrijers van het lijf houdt die haar allemaal wel willen trouwen. Maar zij blijft hem trouw. Dat hij intussen amoureuze  avonturen beleeft met Kalypso en Kirke? Ach, wie maalt daar om! Zo is dat nu eenmaal met mannen. Voor mij nam onze held eigenlijk steeds meer de vorm aan van vooral charmeur en charlatan. Dat ie dan bij zijn uiteindelijke thuiskomst na vele jaren nog even al die vrijers in de pan hakt om samen met Penelope oud te worden is voor het verhaal natuurlijk mooi meegenomen.

Maar voor Jean-Paul was dat nog niet genoeg. Want tijdens zijn bezoek aan de onderwereld voorspelt de blinde ziener Tiresias aan Odysseus dat hij ook volkeren zal ontmoeten die nog nooit de zee hebben gezien. Dat echter komt in de ons bekende Odyssee niet meer voor. Dus heeft Jean-Paul daarover nog vier ‘chants‘, helemaal in de vereiste stijl, bij laten maken door Homerus-kenner Jean-Louis Augé. Conservator van het Musée Goya in Castres, een museum waar ik ook nog wel eens heb geëxposeerd. Maar dat is natuurlijk weer een ander verhaal.

Zo heb ik uiteindelijk 28 chants elk tweemaal geïllustreerd met in totaal 64 werken. Wat je noemt een echte kunstklus. Die liggen nu allemaal in Nice en worden door Jean-Paul op de juiste plaats los ingeschoven in de twee klaar liggende boeken. Eén gaat er bij hem in de verkoop, één is voor mij. Dat exemplaar komt dus straks naar Middelburg. Of zal ik ’t maar gaan ophalen? Want een reisje naar dat Parijs in het klein op z’n Italiaans kun je moeilijk een straf noemen. Ik zie wel. Tot volgende week.

TOOS

High Society in het Rijksmuseum, Lower Society in Zuid-India


Ik verkeer nog steeds in Niçoise dreven, al een flinke tijd. En daar is helemaal niks mis mee. Maar ’t betekent natuurlijk wel dat ik van een aantal recente kunstige belevenissen in Nederland alleen op de hoogte kan blijven via internet. Tot voor een paar jaar moest ik daarvoor naar buiten. Zoals naar een terrasje tegenover het prachtige oude complex waarin mijn atelier zit.

Een terrasje dus met wifi en ook vaak zon. iPad’je erbij en, afhankelijk van het tijdstip, een cappucino, een pilsje of een glas wijn. Ook alweer niks mee mis. Maar het moderne communicatieleven schrijdt voort. Niet gestadig, maar in een continue sprint. Dus heb ik me hier uiteindelijk toch maar overgegeven  aan die niet te stuiten ontwikkeling en me gewaagd aan een huiselijke internetverbinding. En nu? Wat went een mens toch onafwendbaar snel aan zoiets. Een leven zonder cyberspace op mijn Niçoise afzonderingsplek? Ik kan ’t me bijna niet meer voorstellen.

Daardoor heb ik alle berichtgeving over de nieuwe blockbustertentoonstelling ‘High Society’ in het Rijksmuseum goed kunnen volgen. Wie kan ’t trouwens ook zijn ontgaan? Overal is er wel aandacht besteed aan die van over de hele wereld verzamelde collectie van menshoge portretten. Met onze eigen afgestofte en opgefriste Marten en Oopjen van Rembrandt als stralend middelpunt.

Rembrandt, Marten en Oopjen
Paolo Veronese, Graaf en Gravin da Ponte, 1552

Een soort parade van machtigen en rijken door eeuwen heen. Want machtig of rijk moest je natuurlijk wel zijn als je je vroeger op die manier liet vereeuwigen. Nu, met de fotografie, laat je gewoon voor niet al te veel geld even een paar meter hoge foto van jezelf afdrukken. Hoewel?

Zijn van Barack en Michelle Obama niet net een paar maanden geleden hun officiële geschilderde, ook menshoge portretten onthuld?

Ze hadden zo in ‘High Society’ in het Rijksmuseum ingepast kunnen worden. De portretschilderkunst wordt blijkbaar nog steeds hoger gewaardeerd dan de portretfotografie. Ga maar eens na hoeveel mensen graag van zichzelf en van hun kinderen een geschilderde beeltenis aan de muur hebben hangen. Hele volksstammen, schat ik zo in. Maar ’t is natuurlijk ook wel zo dat een echt goeie portrettist heel veel extra’s in een schilderij kan leggen. Kijk maar bij Barack en Michelle. Zoiets gaat volgens mij niet lukken bij een foto, hoe goed ook.  Terecht dus dat zowel destijds de schilders van ‘High Society’ als hun moderne opvolgers nu een leuk belegde boterham kunnen verdienen. Bij Kehinde Wiley en Amy Sherald, die respectievelijk Barack en Michelle heel mooi en persoonlijk in de verf zetten, zal dat beleg zelfs wel extra dik gaan worden. Want reken maar dat ze nu lange wachtlijsten hebben voor klanten die een aardige duit in hun schilderszakje willen doen. En ook weer daarmee is niks mis. Kunstenaars die hun vak verstaan, verdienen dat.

Net toen de portretten van het ex-presidentspaar werden onthuld, reisden levensgezel en ik rond in Zuid-India. Zie een paar voorgaande afleveringen. Bij de vele foto’s van de reis zitten natuurlijk ook heel wat mensenplaatjes. Geen dure portretten dus van de rijken en machtigen der aarde waaraan lang is gewerkt. Maar gewoon momentopnamen van vaak karakteristieke koppen waar het leven op heeft ingewerkt en de tijd overheen is gegaan. Noem het maar snapshots van de ‘Lower Society’ van India. Geen vooraf bepaalde poses en geen voor de selfie ingestudeerde tandpastaglimlachjes, maar de dynamiek en bijbehorend toeval van net die ene halve seconde. Dit leek me wel leuk als tegenstelling met bovenstaande. Bij deze een selectie.

Maar as ’t effe kan, ga ik natuurlijk nog wel naar het Rijksmuseum. Want de expositie daar duurt tot begin juni. En voor die tijd ben ik zeker weer terug in Nederland.

TOOS

2x Frank Gehry en 1x Beatrix Ruf op 1 dag in 2 plaatsen in de Provence


Je hebt heel rijke mensen en dan nog die van de hors category. Zeg maar die 1% de nu al meer bezit dan de resterende 99% van de wereldbevolking zoals berekeningen laatst aantoonden. Het type dus dat geld als een volledig abstract begrip kan zien en waarschijnlijk al in geen jaren hun handen aan een geldbiljet, laat staan een munt, vuil heeft gemaakt. Ik stel me zo voor dat er altijd wel iemand is die hun diamanten en platina creditcards in een bundeltje voor ze meedraagt. Want een Dagobert Duck-achtig zwembad tot de rand gevuld met geld is natuurlijk niet meer van deze tijd.

Zoals bekend probeert van die 1% een deel alleen nog maar meer te krijgen. Stel je eens slechte tijden voor!Dan moet je toch wel wat extra’s achter de hand hebben. Maar sommigen willen met hun kapitaal wel iets constructievers doen. Onder andere op kunstgebied. En dan bedoel ik niet de lui die ‘van kijk mij eens’  op kunstveilingen tientallen, zo niet honderden miljoenen neerleggen voor een schilderij. Want dat slaat echt helemaal nergens meer op. Nee, dan doel ik op twee initiatieven in de Franse Provence. In Arles en op het wijnchateau La Coste bij Aix-en-Provence.

de oude Romeinse arena in Arles

Hoe ik daar zo op kom? Ik zit alweer een poosje in Nice om daar te werken aan een speciaal project. Een heel ander verhaal trouwens dat nog wel eens komt. Af en toe even mijn atelier uit is dan geen slecht idee. Vandaar onlangs Arles. Voor Franse begrippen niet echt ver van Nice. Gewoon twee uurtjes doorrijden en je zit er. Een aangename pleisterplaats die de oude Romeinen al op hun landkaarten intekenden. En natuurlijk ook de stad waar onze eigenste Vincent van Gogh heel wat eeuwen later inspiratie opdeed voor een reeks prachtige schilderijen.

Van Gogh, Arles onder de sterrenhemel
Van Gogh, het bekende café in Arles

Maar daarvoor kwam ik niet. Ik wilde iets anders zien. Het nieuwe kunstinitiatief waar door een superrijke familie meer dan 100 miljoen euro tegenaan wordt gegooid.  De familie Hoffman van de Zwitserse farmaceutische gigant Hoffmann-La Roche. Zo’n tak van industrie waarin miljarden worden verdiend. Miljarden die, voorzichtig uitgedrukt, regelmatig ter discussie staan. En terecht!

Ooit werd Luc Hoffmann (1923-2016)verliefd op de Camargue streek waarin Arles ligt. Met als gevolg dat, heel kort door de bocht geformuleerd, zijn dochter Maja Hoffmann nu de Luma Foundation beheert. Een kunststichting die een aantal jaren geleden een uitgebreid en oud en vervallen complex van de SNCF, de Franse NS, in Arles kocht. Om er iets kunstigs mee te gaan doen.

het oude SNCF complex in de overgang naar kunstcentrum

En bij dat iets hoorde een soort toren van Babel, te ontwerpen door Frank Gehry. De wereldberoemde architect die, al weer wat jaartjes geleden, de in vergetelheid weggezonken Spaanse provinciestad Bilbao opnieuw op de kaart zette met een iconische museum voor moderne kunst.

het beroemde gebouw van Gehry in Bilbao

Voor Arles is dat niet persé noodzakelijk maar die nog niet affe nieuwe kunstkathedraal van Gehry wilde ik wel eens met eigen ogen komen aanschouwen.

Nou, modern is ie absoluut. Zeker voor dat ouwe Arles. Hoe zou Van Gogh dit hebben gevonden, vroeg ik me af. Zou hij er een schilderij aan hebben gewaagd? Geen idee! Maar persoonlijk vind ik het niet echt erg dat het bouwsel behoorlijk buiten de stadskern ligt. Stel je voor dat die toren naast het Romeinse amfitheater was komen te liggen! Geen echt lekkere combinatie. Overigens doet dat niets af aan het feit dat het een geweldig multidisciplinair kunstcentrum gaat worden waar beeldende kunst, architectuur, design en kunstonderzoek gecombineerd gaan worden. Nu al is de gigantisch grote, prachtig gerenoveerde treinreparatiehal open. Net als een aantal opgeknapte remises. Als alles echt helemaal officieel klaar is in 2019 ga ik zeker weer.

de tot grote kunsthal omgebouwde treinwerkplaats

Op z’n minst ook interessant was dat ik de naam Beatrix Ruf tegenkwam in het begeleidend kunstteam voor de stichting. Je weet wel, de ex-directeur van het Amsterdams Stedelijk Museum. Smadelijk vertrokken vanwege ondergrondse schnabbelpraktijken. Maar ja, als je rond moet komen van zo’n armzalig directeurssalarisje? Da’s geen echte vetpot. Overigens past dat dan wel weer aardig in het beeld dat Hoffmann-La Roche ooit door de Europese Commissie een boete van € 462 miljoen opgelegd kreeg. Iets met geheime kartelvorming in de farmaceutische wereld. Dus die 100 miljoen voor dit nieuwe kunstcentrum? Er zijn ergere zaken om je druk over te maken. Toch?

En waar dat 2x Frank Gehry op 1 dag uit de titel op slaat? Op het al genoemde Chateau La Coste zo’n 20 km boven Aix-en-Provence. Lees maar over 7 dagen. Tot volgende week.

TOOS

Hoe Plantin en zijn Garamond de wereld via Antwerpen, Nice en Middelburg rond maken


In 1546 stierf Maarten Luther, in 1555 drukte Christoffel Plantin zijn eerste boek en 462 jaar later stond ik vorige maand december even te wachten op een aantal kleurkopieën die een machine in hoog tempo uitspuugde. Cryptisch? Jazekers. Maar daarom niet minder associatief logisch.

portret van Christoffel Plantin

Want een paar weken geleden schreef ik over de Luther-expositie in het Museum Catharijneconvent. Daar leerde ik dat hij vijf jaar na publicatie van zijn 95 stellingen al de meest gelezen auteur in Duitsland was geworden. Mee natuurlijk dankzij zijn voor het eerst in het Duits vertaalde bijbel. Een bijbel die dan weer dankzij de boekdrukkunst wijd en zijd verspreid kon worden. Stel je eens voor dat dit nog had moeten gebeuren met handgeschreven exemplaren, de enige manier in de eeuwen daarvoor. Zou de Reformatie dan zo snel de Europese geloofswereld op zijn kop hebben kunnen zetten? Vast niet. De boekdrukkunst was voor Luther dus cruciaal, hoe arbeidsintensief dat drukproces toen ook nog verliep. En tegenwoordig? Nu stond ik op m’n gemakkie bij die machine te wachten op een stapeltje kleurkopieën van mijn nieuwjaarswens. Vanzelfsprekend gedrukt via een bestandje op een USB-stick. Over moderne zegeningen gesproken!

Museum Plantin-Moretus in Antwerpen

Dat besefte ik onlangs in Museum Plantin-Moretus in Antwerpen. De stad waar de hierboven al genoemde Fransman Christoffel Plantin (1520-1589) neerstreek, een drukkerij begon en in 1555 zijn eerste uitgave de wereld in stuurde. In dat prachtige drukkersmuseum ga je figuurlijk en letterlijk ver terug in de tijd. Omdat je er rondloopt in de oorspronkelijke woonruimten en drukkerswerkplaatsen van vele generaties  Plantin en Moretus, de aangetrouwde tak.

Steeds rijker wordend kochten ze uiteindelijk een carré van aaneengesloten eeuwenoude woningen bij elkaar rond een grote binnentuin. Nu is dat een grandioos monument uit de Gouden Eeuw van Antwerpen. Een toen van de handelslui vergeven kosmopolitisch  Antwerpen dat in die 16de eeuw bruiste aan alle kanten en een van de belangrijkste Europese havensteden was.

de binnentuin van het complex

Een vrijzinnig Antwerpen ook waar de humanistisch ingestelde Plantin zich goed thuis voelde en al snel zijn drukkerij opstootte in de vaart der volkeren en zelfs uitbouwde tot de grootste ter wereld. Met 22 persen en meer dan 80 werknemers. Met boeken op zowel religieus, humanistisch, taalkundig, kartografisch als wetenschappelijk gebied. Gedrukt in vele talen. Van o.a. Latijn, Grieks en Nederlands  tot zelfs Oud-Syrisch en Armeens. Echt ongelooflijk. Hoeveel verschillende soorten loden lettertekens moeten ze daar wel niet hebben gehad?

opslagruimte met de letterbakken

Daarnaast zette Plantin zelf nog een filiaal op in Leiden en werd hij zelfs officiële drukker van onze Staten Generaal werd. Achteraf gezien heel belangrijk omdat Leiden zich daardoor, na de oprichting in 1575 van de universiteit door Willem van Oranje,  tijdens de Tachtigjarige Oorlog tot een belangrijke en vrije drukkersstad  kon ontwikkelen.

Dat in tegenstelling tot Antwerpen. In 1585 was de stad weer in Spaanse handen gevallen. Veel protestantse kooplui verlieten de stad richting Noordelijke Nederlanden. Achteraf gezien betekende dat stuivertje wisselen van Gouden Eeuw. Amsterdam nam het havenstokje van Antwerpen over. Ook omdat die vervelende protestantse Zeeuwen en Hollanders nu tol eisten voor de toegang tot de Westerschelde. Een heffing die officieel pas in1863 werd afgeschaft. Maar om nou te zeggen dat ’t tegenwoordig helemaal pais en vree is tussen Vlaanderen en Nederland rond die Westerschelde? Niet echt toch? Nog steeds animositeit genoeg.

gravure over de bezigheden in een drukkerij destijds
schilderij van een proeflezer die de teksten controleert

Hoewel Antwerpen dus economisch wegzakte, wist die drukkerij van de Plantijnen en Moretussen zich goed te handhaven. De Officina Plantaniana had namelijk het recht kregen van de Spaanse regering alle religieuze geschriften voor hun rijk te drukken. Best een leuk contract als je beseft dat ook al die veroverde gebieden in Midden en Zuid-Amerika er onder vielen. Zodoende stond in Antwerpen de grootste drukkerij van de Contrareformatie. Maar aan alle moois komt ooit een eind. Meer dan drie eeuwen na de oprichting verkocht nazaat Edward Moretus drukkerij en gebouwen aan de stad Antwerpen. Nu dat stijlvolle en heel interessante Museum Plantin-Moretus.

de oudste nog bestaande drukpersen ter wereld
de privé-bibliotheek van de familie

Zo leerde ik er dat Christoffel Plantin ook de Garamond had ontworpen. Een lettertype dat nog steeds in zwang is. Toen ik dat las, had ik direct mijn Niçoise galerist/uitgever Jean-Paul Aureglia in zijn werkplaats voor ogen. De man met wie ik samenwerkte aan nieuwe uitgaven van onder andere de Divina Commedia en de werken van Homerus.

Griekstalige uitgave van Homerus, gedrukt in de Officina Plantiniana

De man die de teksten van zijn uitgaven nog ouderwets handmatig zet met loden lettertjes. Letters in van die letterbakken die ooit heel populair waren als wandversiering. En weet je welk lettertype hij daarin heeft zitten? De Garamond! Thuis in Middelburg staat dus een hele reeks livres d’art met daarin illustraties van mij en Franse teksten uit Nice in de Garamond, de letter die Plantin in Antwerpen ontwierp. Prachtig toch?

deel van galerie/werkplaats van Jean-Paul in Nice met ook nog een schilderij van mij

Tot volgende week.

TOOS

De logische lijn van middeleeuwer Dante naar Cobrakunstenaar Alechinsky en komiek John Cleese


Kom ik er in het Franse Chamalières achter dat werk van mij nog nooit zo dicht in de buurt heeft gehangen van de wereldberoemde kunstkanonnen Chagall, Miró, Calder en Braque als juist daar.

in Chamalières

Chamalières? Jazeker! Want als je dan toch met de auto naar Nice en omstreken moet om kunstige zaken te vervoeren, kun je best een omweggetje van een paar honderd kilometer maken naar die plaats. Levensgezel, die zich altijd met liefde opwerpt als privéchauffeur, draait daar zijn hand niet voor om. Oh, waar dat Chamalières ligt? Nou, vlak tegen Clermont-Ferrand aan. En waarom dan die omweg? Wist je dan niet dat daar elke drie jaar Le Triennale Mondiale de l’Estampe et de la Gravure wordt georganiseerd? Een triënnale dus waar de druk van kunst centraal staat. Kunst in gelimiteerde oplage zoals bij steendrukken, zeefdrukken, gravures, etsen, houtsneden. Multiples in het Engels.

Dit jaar vindt de tiende editie plaats. Een kolfje naar de hand van Jean-Paul Aureglia, mijn galeriehouder uit Nice. Hij specialiseert zich ten slotte al een aantal jaren in het uitgeven van het livre d’art. Literaire teksten in kleine oplage, rijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakte multiples. Ik heb daaraan al regelmatig meegedaan met steendrukken. Maar voor de middeleeuwse Divina Commedia van Dante Aleghieri heb ik me aan de zeefdrukken gewaagd.

enkele van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia

En laat Jean-Paul nu net een hele zaal te hebben gekregen om het werk van alle aan dat Dante-project meewerkende kunstenaars tentoon te stellen! Ik was uitgenodigd voor de opening in september maar dat kwam toen niet echt uit. Even een dagje op en neer naar Clermont-Ferrand? Mwah! Vandaar die omweg met de auto nu. En vandaar die beginzin. Want ook Chagall, Miró, Calder en Braque hebben steen en zeefdrukken gemaakt. Miró zelfs hele grote. En daarvoor hoefde ik alleen maar even vanuit ‘onze’ zaal van Dante door te steken naar die van hun. Eigenlijk best een lekker gevoel!

deel van de expositie over de Divina Commedia
bij mijn eigen werk
in de volgende zaal bij Miró

Er was overigens nog heel veel meer. Teveel om in onze paar geplande Chamalières-dagen te kunnen aflopen en rijden. Ga er maar aan staan, zo’n 30 expolocaties verspreid over de regio. Met een veelvoud daarvan aan kunstenaars vanuit alle werelddelen die een grote verscheidenheid aan interessante en natuurlijk ook minder interessante kunst toonden.  En met een prachtig uitgevoerde, dikke catalogus die ik als meewerkend en vanzelfsprekend ook vermeld kunstenaar zomaar daar ter plaatse cadeau kreeg van de organisatie.

de catalogus met een aantal pagina’s gewijd aan Dante en galerie Quadrige uit Nice
gevel van Centre de la Gravure

Maar hoe kom ik nu van Dante naar Alechinsky? Heel simpel. Omdat zich in het Waalse La Louvière, dicht bij Charleroi, het ‘Centre de la Gravure et de l’Image imprimée’ bevindt. Ook al weer grafiek en gedrukte afbeelding dus. Daar was ik nog nooit geweest en ’t lag kunstig mooi in het verlengde van de triënnale. Dus nog een ommetje van een paar honderd kilometer? Pas de problème! Weet je wel, die zich niet omdraaiende hand van levensgezel? ’t Is ook weer eens wat anders, Nice-Middelburg via La Louvière. Echt zo’n wat morsige, weggezonken Waalse industriestad van ooit betere tijden. Maar dat museum bleek een mooie verrassing. Wat anoniem weggestopt achter een weinig interessante gevel bevond zich een geweldig kunstcentrum.

Wat ik al wel van te voren wist, was dat de Belgische Pierre Alechinsky er een grote overzichtstentoonstelling had. Voor mij vormt hij samen met Nederlander Constant Nieuwenhuijs de top van de Cobra-groep die eind jaren 40 van de vorige eeuw werd opgericht. Natuurlijk, de namen van Appel en Corneille duiken meestal gelijk op bij die naam Cobra. Maar geef mij maar Alechinsky, Constant en ook Lucebert .

één van de drie zalen met werk van Alechinsky

Hoewel Alechinsky, met z’n nu 90 vitale levensjaren een van de weinige nog levende Cobra-kunstenaars, heel anders werkt dan ik, spreken zijn tekeningen en schilderijen mij al jaren sterk aan. Nog sterker nu ik drie zalen vol met zijn originelen en zijn grafisch werk heb gezien. Heel intrigerend bijvoorbeeld zoals hij oude landkaarten gebruikt om er voorstellingen op te maken.

oude kaart van Europa met Alechinsky’s interpretatie van de dreiging vanuit Rusland
fragment van een tekening op een oude kaart

Ik ontdekte er zelfs één van Yemen met de havenstad Aden. Waardoor ik ineens moest denken aan die vrijwel verlaten, gigantisch grote restaurantzaal daar waar ik jaren geleden de volmaakte plaatsvervanger van Manuel meemaakte. Je weet wel, die door en door stuntelige ober uit de hilarische tv-serie Fawlty Towers met John Cleese als chaotische hotelmanager. Deze Yemenitische Manuel maakte ’t zelfs nog een graadje erger. Om nooit te vergeten. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Aden op een oude kaart van Yemen, fragment

Ik realiseerde me daar in La Louvière ook  ineens dat de opzet van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia (hierboven) en de opzet van een aantal van Alechynski’s schilderijen wel wat van elkaar weg hadden. Echt heel frappant!

Toch mooi om via een paar ommetjes, nou ja, eigenlijk meer ommen, een kunstcirkel vanuit Nederland via Chamalières, Nice en La Louvière op verschillende manieren grafisch rond te maken. Of klinkt dat erg ingewikkeld en onlogisch? Tot volgende week.

TOOS

Inspiratie II


Ik heb even een pauzestop ingelast van een paar weken, waarbij internet achter de horizon is verdwenen. Maar van te voren heb ik wel een enkele korte afleveringen neergezet. Met schilderijen van mij waarvoor ik inspiratie opdeed uit de wereldliteratuur. Literatuur van en voor alle tijden.

Daarin mag dan natuurlijk de aloude Griek Homerus niet ontbreken. Ten slotte heb ik in Frankrijk met een aantal steendrukken mijn deel geleverd aan het illustreren van een nieuwe uitgave in beperkte oplage van zijn Ilias en Odyssee. Uitgegeven bij mijn galerie/uitgeverij in Nice, Galerie Quadrige/La Diane Française.

Homerus, olieverf, 180 cm-80 cm

Homerus 

Bezing, godin, de wrok van Peleus’ zoon Achilles,

die verwenste, die talloze rampen de Grieken bezorgde

en veel krachtige levens voorwierp aan Hades

van helden, en henzelf tot prooi maakte voor honden

en alle vogels- zo ging Zeus’ wil in vervulling-

vanaf het moment dat een ruzie uitbrak tussen

de leider der mannen Agamemnon en de stralende Achilles.

 

(uit de Ilias van Homerus)

 

Tot volgende week.

TOOS