Tagarchief: Nice

Dood of Levend, de Vrouwelijke Kunstenaars Rukken Op


Het een roept het ander op. Eerst het een. ’t Was even goed plannen maar het lukte, twee bezoeken vlak na elkaar aan twee tentoonstellingen over en van vrouwen.’De Nieuwe Vrouw’ in het Singer in Laren en ‘Vrouwenpalet 1900-1950’ in de Rotterdamse Kunsthal .

‘De Nieuwe Vrouw’ in museum Singer (nu al wel voorbij)
‘Vrouwenpalet 1900-1950’ in de Kunsthal in Rotterdam

Overigens maar twee van alle museale exposities over vrouwen tegenwoordig. Want bijvoorbeeld  ‘Vrouwen op papier’ in het Rijksmuseum staat nog op mijn verlanglijstje. ’t Moet echt niet gekker worden met al die kunstvrouwententoonstellingen, zowel hier als in het buitenland. Maar dat komt straks aan bod. Eerst even verzuchten ‘eindelijk, eindelijk’. Eindelijk die broodnodige inhaalslag. Eindelijk hebben museumconservatoren de laatste jaren door dat de kunstgeschiedenis deels moet worden herschreven. De vrouwelijke kunstenaars, dood of levend, ze rukken op!

leek me wel leuk, een detail van het beroemde schilderij ‘De vrijheid’ van Eugène Delacroix, met het vrouwelijke symbool Marianne als aanvoerder bij de strijd van de Franse revolutie in 1789

En dat ander dat door het een kwam? Mijn door die twee exposities opborrelende herinneringen aan artikelen die ik jaren geleden schreef voor het Holland Côte d’Azur Magazine. Het elk kwartaal verschijnende, full colour tijdschrift van De Nederlandse Club aldaar. In dat Magazine heb ik namelijk ver voor die vrouwentrend van nu de geschiedenis van de telkens weer door mannen verdrongen vrouwelijke kunstenaars al toegelicht.

compilatie van voorkanten van het Magazine

Eerst toch die club nog maar even. Dit wordt echt een van de hak op de tak blog. Ik werd al snel lid toen ik vanaf 1994 regelmatig een aantal maanden op telkens andere locaties ging schilderen aan die heerlijke Côte d’Azur.  Waar ik in 1997 in Nice zelfs mijn eigen atelier kon verwerven. Gevolg: in 2004 vroeg de hoofdredacteur van dat Magazine me zomaar of ik heel misschien, eventueel, indien mogelijk, genegen zou zijn om elk kwartaal een drie tot vier pagina’s groot artikel te leveren voor de Kunstrubriek. Oeps! Maar daarna toch ook al snel ‘nou, prima, als er maar plaatjes bij kunnen’. ’t Ging ten slotte wel om beeldende kunst! Echt een heerlijk nieuwe uitdaging, met de pen in plaats van het penseel. Met heel veel plezier heb ik dat gedaan, van 2005 tot begin 2012. Elk kwartaal weer.

de 1e pagina van mijn laatste bijdrage in 2012
met als afscheidscadeau een heerlijk etentje in een bekend restaurant in Nice en een afscheidsinterview

Zo kon ik ook gelijk helemaal legitiem eieren leggen over ‘de vrouw in de kunst’, een onderwerp dat me toen al na aan het hart lag. Eieren over de, stevig onderkoeld uitgedrukt, niet altijd zo geweldige positie van de vrouwelijke kunstenaar in een eeuwenlang door mannen gedomineerde kunstwereld. In mijn tweede bijdrage, april 2005,legde ik gelijk al zo’n ei: De Vrouw in de Kunst deel I. Want toen al wist ik, er gaan er meer volgen. Die aflevering begon als volgt.

‘U kent dat spelletje wel! Je krijgt een rijtje namen voor je en je moet raden welke namen daarin niet thuishoren. Hier komt in willekeurige volgorde zo’n rij: Botticelli, Da Vinci, Gentileschi, Rembrandt, Matisse, Leyster, Picasso, Caravaggio, Cézanne en Vermeer.’

Voor de actualiteit vanwege die exposities ‘De Nieuwe Vrouw’ in Laren, ‘Vrouwenpalet 1900-1950’ in Rotterdam en ‘Vrouwen op papier’ in het Rijksmuseum pas ik dat rijtje wat aan. Met namen van alleen Nederlandse kunstenaars. Rembrandt, Van Heemskerck, Hals, Van Gogh, Schwartze, Vermeer, Mondriaan, Israëls, Toorop, Appel. Welke drie namen van deze in hun tijd allemaal en deels ook nu nog beroemde, zoniet wereldberoemde kunstenaars zouden hierin niet thuishoren? Ik help even met hun voornamen: Jacoba, Thérèse en Charley. Behorend bij achtereenvolgens Van Heemskerck (1876-1923), Schwarze (1851-1918) en Toorop (1891-1955).

Alledrie vrouwen met kunstwerken in zeker twee van die drie net genoemde exposities. Ken je ze? Of zit je nee te schudden? Hieronder hun foto of zelfportret.

Jacoba van Heemskerck voor de schildersezel

Jacoba van Heemskerck, na jaren in het schemerdonker nu toch wel beschouwd als één van de belangrijkste Nederlandse expressionisten.

zelfportret van Thérèse Schwarze

Thérèse Schwarze, in haar tijd de succesvolste Nederlandse portretschilder bij wie het geld met volle bakken  binnenkwam en die nu pas weer opnieuw waardering begint te krijgen.

zelfportret van Charley Toorop

En Charley Toorop met haar kenmerkende stijl van wie nu eindelijk het Rijksmuseum recent een schilderij heeft aangekocht.

Want daar is namelijk vorig jaar het ‘Vrouwen van het Rijksmuseum Fonds’ opgericht. Lees maar wat de directeur Development&Media daarover zelf schrijft.

‘Zowel in de geschiedenis als in de kunst worden vrouwen als uitzondering op de regel gezien. Hun aandeel is in werkelijkheid echter veel groter dan tot nu toe bekend of beschreven is. Dankzij de genereuze steun van particulieren en de oprichting van het fonds, kunnen we hiernaar onderzoek doen en verhalen toevoegen om het beeld bij te stellen.’

de expositie ‘Vrouwen op papier’ , nu in het Rijksmuseum in Amsterdam

Hoelang zijn ze daar bij dat belangrijkste museum van Nederland in godsnaam in winterslaap geweest?

Nog even opnieuw een hak-op-het-takje. Stel nou eens dat ik Robertson (Suze), Pott (Alida), Berg (Else) of Loeber (Lou) in dat rijtje namen had gezet. Hoeveel van hen ken je? Oei, oei! Dat geldt trouwens voor mij ook. Want dit kunstvrouwenverhaal loopt in lengte weer eens volledig uit de klauw. Komende keer maar verder dus. Hier een paar fotografische voorproefjes.

Tot volgende week.

TOOS

Vrouwen Versieren met Glimmend Goud


Op de kunstacademie destijds was ’t niet echt ‘in’ om hem te waarderen, om hem mooi te vinden. Terwijl ik dat dus wel deed. Eigenlijk een beetje boel foei dus. Maar ze konden me wat! Ik had zelfs een afbeelding van hem hangen in mijn werkkamertje in het ouderlijk huis. Maar toen bleek gelukkig dat de docente van Kunstbeschouwing hem toch ook wel mocht. De man die wereldberoemd was geworden omdat hij op zijn schilderijen vrouwen magnifiek kon versieren met goud. En dat trouwens bij zijn vele ‘veroveringen’ in het dagelijks leven niet nodig had. Maar dat komt straks. De Golden Boy wordt hij nu genoemd in de expositie ‘Golden Boy Gustav Klimt. Inspired by Van Gogh, Rodin, Matisse …’.Waar anders dan in het Van Gogh Museum in Amsterdam (van 7 oktober tot 8 januari).

Daar wilde ik natuurlijk absoluut heen. Maar ja, Nice hè. Door de lange afzondering in mijn Niçoise atelier moest ik me nu uiteindelijk toch nog haasten. Maar ’t is afgelopen zaterdag gelukt. Dankzij ook de een paar weken vooraf met onze Rembrandtkaart gereserveerde gratis toegangsbewijzen. Want bij de ingang stonden zaterdag aardig wat mensen beteuterd te kijken naar het bord met de mededeling ‘voor vandaag geen kaarten meer beschikbaar’. Binnen was het dus een beetje druk, met ook opvallend veel jongeren.

Want dat laatste is echt niet vanzelfsprekend. Meestal hebben in de kunstmusea, zo is mijn ervaring, de ‘grijze koppen’ behoorlijk de overhand. Maar zowel de jonkies als de oudjes hadden terecht kaartjes gescoord, ’t was een indrukwekkende expositie. Eigenlijk moet je nu eerst gaan zitten voor deze video over de expositie met start in Wenen.

Zo af en toe had ik hier en daar wel eens ‘een Klimt’ in het echt gezien, maar zoveel bij elkaar? Nee. Ik kwam trouwens wel een oude bekende tegen die ik eerder in 2015 had gezien in het MoMA, het Museum of Modern Art in New York.

in 2015 in het MoMa (New York) bij Klimt’s ‘Adèle Bloch-Bauer II’ uit 1912
nu in het Van Gogh Museum

Maar een paar andere van zijn beroemdste werken hangen niet in het Van Gogh Museum. Zoals de versie nummer I van Adèle Bloch-Bauer, de gouden versie (helemaal bovenaan). Die mocht haar museum in New York blijkbaar niet verlaten. Net zoals de overberoemde ‘De Kus’ in Wenen is gebleven.

Gustav Klimt, De kus

Maar Judith, officieel ‘Judith und Holofernes’ geheten, is er dan gelukkig wel weer. Kijk maar eens rechtsonder waar je nog net het afgehouwen hoofd van generaal Holofernes kunt zien. Lekker sensueel hè, zo’n schilderij!

Gustav Klimt, Judith (1901)

Dat verhaal uit het Oude Testament is hier in mijn blog al wel eens eerder ter sprake gekomen in verband met mijn schilderheld Artemisia Gentileschi. Maar dat even terzijde. Niet zo terzijde is dat Klimt niet alleen graag vrouwen schilderde, maar er ook een groot liefhebber van was. Het aantal kinderen dat hij bij verschillende vrouwen verwekte is alleen maar ruw te schatten, het aantal minnaressen uit alle rangen en standen van de Weense maatschappij is nog veel moeilijker te bepalen. Er liepen er dagelijks altijd wel een paar half of geheel naakt rond in zijn atelier. Wat dan weer leidde tot, eufemistisch uitgedrukt, zeer persoonlijke schetsen die voor die tijd zeker pornografisch waren te noemen. Hele stapels had hij ervan. Maar die zijn natuurlijk niet in Amsterdam te zien. En ’t is ook maar de vraag of in dit MeToo-tijdperk gevoelige zielen daar niet instantaan bij de opening van de expositie aanstoot aan zouden hebben genomen.

Dat kon in ieder geval niet bij een aantal prachtige, intrigerende schilderijen van Klimt die ik alleen kende van plaatjes maar nu voor ’t eerst in het echt zag. En ik kan je verzekeren, dat is echt heel iets anders! Een paar voorbeelden.

Water serpents (1906-07)
Emilie Flöge (1902-08), jarenlange muze van Klimt
Zilvervissen (Waternimfen), 1901-03
Het leven is een strijd (De gouden ridder), 1903
De bruid (1917-18), dit werk stond onafgemaakt op zijn ezel toen Klimt stierf in 1918

Een klein schilderijtje was voor mij ook beslist een verrassing en paste mooi bij het tweede deel van de tentoonstellingstitel. Over die beïnvloeding van Klimt door andere kunstenaars.

Studie voor Schubert aan de piano (1896)

Dit doet toch wel heel impressionistisch geïnspireerd aan terwijl onze eigen Vincent van Gogh met zijn veel ruwere, expressionistische penseelstreek dan weer debet is geweest aan de bomenrij hieronder.

Laan naar kasteel Kammer (1912)

Aan het eind, bij nog weer een prachtig portret met ook een behoorlijk ruw geschilderde achtergrond, was ik echt op door al dit visueel geweld. As ’t effe kan, ga nog voor 8 januari.

Maar daar op die bank nam ik me wel voor dat ik voor Klimt en de musea daar nu eindelijk eens naar Wenen moest. De barokstad waar ik nog nooit ben geweest. Kan ik gelijk ook eens uitgebreid Egon Schiele gaan bewonderen, een grote favoriet van me voor wie Klimt op zijn beurt weer een grote inspiratiebron was.

het beroemde ‘Beethovenfries’ (1902), op ware grote nagebouwd middenin de expositie
een paar details uit het Beethovenfries

Tot volgende week.

TOOS

Hoe in Nice een Carré, een Vierkant, net geen echt Vierkant is


in het midden, boven de heg, mijn atelier/appartement in het Palais Venise in Nice

Laatst vroeg iemand aan me “Toos, als je, zoals laatst, voor een flinke tijd in Nice zit, wat doe je daar dan allemaal”. Nou, vooral de accu met het opschrift ‘Creativiteit’ opladen door een beetje heremiet te spelen en daarbij heel veel ruizige ballast uit mijn hoofd te verwijderen. Gewoon mijn hoofd leeg maken, maar ook weer vullen met nieuwe ideeën. Met ter afwisseling van het kluizenaarsbestaan wel voedsel inslaan op de markt voor mijn deur en van tijd tot tijd uit eten te gaan met Franse en Nederlandse vrienden. ’t Is ten slotte wel Zuid-Frankrijk, hè! Dit keer liep er echter ook nog een speciale rode draad door het geheel. Overigens geen ronde maar een vierkante. En het begin van die draad ontstond in 2021 bij het samenzijn op onderstaande foto.

in Galerie Quadrige, Nice

Een samenzijn  met mijn galerist Jean-Paul Aureglia van Galerie Quadrige. Met allicht een drankje en een hapje. ’t Is wel Zuid-Frankrijk, hè! Jean-Paul publiceert naast veel magnifieke livres d’art ook een serie met de naam ‘L’art au carré‘. Kunstboeken in zeer beperkte oplage, gewijd aan maar één kunstenaar. Die speciaal voor zo’n Carré zowel originelen als multiples maakt, kunstwerken in kleine oplage. Zoals bijvoorbeeld steendrukken of etsen. Met daarnaast in dat Carré ook nog twee aparte beschouwingen van kunstcritici  over de kunstenaar.

achterin de galerie waar Jean-Paul met de hand de teksten zet van zijn uitgaven en die drukt op zijn handpers

Al pratend, drinkend en etend met elkaar kwam het idee naar voren om samen ook zo’n ‘L’art au carré‘ over mij te maken. Met daarin 8 steendrukken. Nou, dat leek me wel wat. Maar, zo waarschuwde Jean-Paul, ’t was wel een heel proces, hoor! Met ook veel overleg. Want wel Zuid-Frankrijk, hè!Een gezamenlijk project dus waarbij ik eerst een flink aantal voorbeeldschetsen moest maken waaruit hij dan voor het boek kon kiezen. Nou, Jean-Paul, pas de problème. En vertel me ook maar snel wanneer in 2023 de bijbehorende expositie plaatsvindt.

blad met schetsideetjes

Zo maakte ik eerst, in Middelburg nog, een aantal bladen met daarop allemaal vierkante schetsjes als ideetjes. Bovenstaand blad is daarvan een voorbeeld. Zo’n Carré heeft trouwens wel afmetingen van 25 bij 28 cm. Zodat de steendrukken en originelen ook die grootte moeten hebben. Dus echt vierkant, echt carré? Natuurlijk niet. Maar ja, ’t is natuurlijk wel Zuid-Frankrijk, hè!

screenshot van de Carré-pagina op de website van galerie Quadrige

Die schetsbladen gingen afgelopen oktober mee naar Nice. Waarbij ik heel nieuwsgierig was naar de voorkeuren van JP. Van te voren had levensgezel natuurlijk ook al zijn voorkeuren aangewezen. En wat bleek, heel frappant, JP was ‘t, zonder dat te weten, op één na helemaal met hem eens.

Die acht van JP ben ik in Nice dus, als originelen en voorbeelden voor de steendrukken, verder gaan uitwerken op het juiste net-niet-carré formaat. Met nog een aantal originelen erbij. Binnen de formule van het Carré dienen dat er namelijk 15 te zijn. Ziedaar dus die rode vierkante draad waarover ik hierboven schreef. Waarbij dan ook gelijk weer levensgezel in beeld komt.

Want die blijft bij zo’n langer verblijf van mij in Nice wel helemaal alleen zielig in z’n uppie in Nederland achter. Daarom stuur ik hem ter troost af en toe per post een kaartje. Geen gewoon ansichtkaartje natuurlijk. Nee, een echte originele tekening/aquarel van ansichtformaat. Hij bezit er al een hele verzameling van. Die gewoonte kon ik nu mooi gebruiken om te spelen met mijn ideeën voordat ik ze als onechte carré aan echt goed handgeschept papier toevertrouwde. Want reken maar dat in alle verkrijgbare soorten papier een gigantisch kwaliteitsverschil zit. Hier een voorbeeldje aan levensgezel.

kaartje zoals ik die wel aan levensgezel stuur over de post

En hier wat ik uiteindelijk als origineel creëerde voor JP.

het uiteindelijke origineel op Carré-formaat

Kun je je voorstellen dat ik heerlijk bezig ben geweest in Nice met al die tekeningen? Maar in de tussentijd was ik natuurlijk ook al bezig geweest om afspraken te maken met Hans Van Dijck, mijn steendrukker in Antwerpen (lees deze aflevering er nog maar eens op na). Vlak voor Sinterklaas heb ik in zijn atelier op een grote steen de eerste aanzet kunnen maken voor vier van de acht litho’s.

begin december bezig op de steen met de opzet voor 4 steendrukken die in één keer worden gedrukt en daarna uitgesneden

De eerste aanzet! Dus dit verhaal rond dat net niet vierkante Carré is nog lang niet rond. Oh ja, en die expositie rond mijn Carré staat gepland van 19 oktober tot 18 november 2023. Wel in Zuid-Frankrijk natuurlijk! Maar ongetwijfeld ook met een vervolg in Nederland. Tot volgende week.

TOOS

De niet zo sexuele LAT-relatie tussen Sinterklaas en de Heilige Catharina


Sinterklaas in het zuiden van het katholieke Frankrijk? Quoi? Wat is dat? Maar de heilige Saint Nicolas (270-342)? Ja, natuurlijk, die kennen ze allemaal. Wat wil je ook, één van de belangrijkste aanbedenen in dat uitgebreide heiligenleger van de Roomse kerk. Met ook nog heel wat Franse kerken die zijn naam dragen.

portret van Sint Nicolaas uit 1472
De heilige Catharina van Alexandrië, geschilderd door Rafaël in 1508

Dus leek ’t me wel leuk om voor mijn galerist in Nice, Jean-Paul Aureglia van Galerie Quadrige, als verrassing Saint Nicolas mee te nemen als Sinterklaascadeautje. Maar dan wel in gezelschap van de Heilige Catharina (†307) als zijn vriendinnetje. Want er moet natuurlijk nog wel het nodige gedaan worden aan het evenwicht tussen man en vrouw in de katholieke kerk.

Toosiaans cryptisch allemaal? Vast wel. Maar de verklaring is simpel. Alweer wat jaartjes geleden maakte ik van beide heiligen al eens steendrukken voor een nieuwe uitgave van La Légende dorée, De Gouden Legende. Een beroemd 13e eeuws boek van monnik Jacques de Voragine waarin hij allerlei heiligenlevens beschreef. Jean-Paul ging dat uitgeven als een livre d’art. Een kunstboek in zeer beperkte oplage, geïllustreerd met speciaal voor die uitgave gemaakte kunstdrukken. Met van mij, omdat Jean-Paul dat vroeg, steendrukken bij de levensbeschrijvingen van Sint Nicolaas en Sint Catharina. Waarom juist die twee? Nou, Nicolaas natuurlijk vanwege onze Sinterklaastraditie en Catharina omdat dit mijn officiële voornaam is. Hè? Catharina en Toos? Ja hoor. Gewoon via wat naamstappen in mijn eerste levensjaren. Van Catharina naar Cato naar To naar Toos.

Twee jaar geleden kwam Jean-Paul opnieuw met die vraag. Vanwege het grote succes van die Légende dorée uitgave had hij besloten er nog een in groter formaat te gaan drukken. Nu 170 exemplaren van 33 bij 27 cm. Met daarin even grote kunstdrukken in dezelfde oplage. Oké, ik doe mee, zo zei ik. Maar voorlopig nog even niet. Dat gebeurde pas afgelopen juli, zonder dat Jean-Paul ’t wist.

plezierig aan het werk met Hans Van Dijck in zijn steendrukatelier in Antwerpen

Ik moest namelijk eerst een nieuwe steendrukker vinden omdat mijn trouwe Rudolf Broulim met pensioen was gegaan. Voor hem in de plaats is nu Hans Van Dijck ten tonele verschenen. Leraar aan de academie in Brussel, zelfs nog assistent van Rudolf geweest en nu ook met een eigen steendrukatelier in Antwerpen.

Ik schreef hier al over hem omdat we als wederzijdse snuffelstage eerst samen een proefsteendruk gingen maken. ‘City life’. Ook hier al ter sprake gekomen. Deze video op YouTube getuigt ervan.

De samenwerking beviel zo goed dat we in het verlengde van ‘City life’ gelijk maar zijn doorgegaan met Saint Nicolas en Sainte Catherine. Naast elkaar op een wat grotere steen. Of ze dat schuren tegen elkaar als heiligen nou wel of niet prettig vonden, ’t zou me een zorg zijn. Voorlopig moesten ze maar een LAT-relatie met elkaar aangaan. Zie de foto’s tussendoor van het maakproces.

Van te voren had ik twee aquarellen gemaakt als voorstudie voor de steendruk. Met daarin allerlei symboliek verwerkt. Want reken maar niet dat je zomaar snel even heilig wordt.

de aquarel/voorstudie van Saint Nicolas
aan de gang met Saint Nicolas op de steen

Dat scheepje en die zeemeermin rechts bij Nicolaas? Een lang verhaal kort: hij redde zeelui het leven door een storm te onderdrukken. Dus is hij de beschermheilige van schippers. En links die blote jongedame en de om hulp roepende man? Hij was arm, had drie dochters, kon ze niet onderhouden maar Nicolaas zorgde op stiekeme wijze voor geld zodat de dochters niet tot prostitutie hoefden te vervallen. Gevolg? Beschermheilige van maagden en prostituees. Typische combinatie, nietwaar?

aquarel/voorstudie van Sainte Catharine

En het gebroken rad en zwaard bij de heilige Catharina van Alexandrië? Weer een lang verhaal kort. Catharina al jong zeer christelijk en ook nog eens zowel bloedmooi als zeer wijs. Koning verliefd, wil haar als 2e vrouw. Mooi niet van haar kant. Gevangen gezet, 40 wijze mannen op bezoek die haar én moeten bekeren én williger maken. Mooi niet. Zij bekeert juist die wijzen. Foute boel dus, zeker als ze ook nog de vrouw van de koning bekeert. Nou, dan maar radbraken, dat wicht. Onweer, bliksemschicht, rad kapot (1e symbool), Catharina nog heel. Dan maar verbranden. Vuur waait uit en juist de beulen verbranden. Help, wat nu? Onthoofden dus, met het zwaard (2e symbool)! Dat lukt. Maar zie, engelen dalen neer, heffen haar lichaaam op en brengen dat per luchtpost naar de Sinaïwoestijn. Waar zich nu al eeuwen het Catharinaklooster bevindt.

overleg over de afbeelding van Sainte Catharine op de steen
Catharinaklooster in de Sanaïwoestijn

Zie je dus oude schilderijen met daarop een vrouw met een gebroken rad en/of zwaard, je kunt er vergif op innemen, dat is de Heilige Catharina van Alexandrië.

Catharina, in 1616 geschilderd door mijn kunstheld Artemisia Gentileschi (let op het rad als symbool)
overleg over de proefdruk: moet ik eventueel nog iets bijwerken op de steen?
altijd weer beschouwen en nadenken voor een goed eindresultaat
prachtig verfijnd toch, zo’n detail bij Catharina?
ja, dat is ‘m!
en dan moet elk exemplaar nog genummerd en gesigneerd worden

Jean-Paul was maar wat blij met zijn twee Sinterklaascadeautjes. Want de LAT-relatie van Nicolaas en Catherine was intussen wel versneden geraakt.

Jean-Paul ontvangt zijn Sinterklaas verrassing

Tot volgende week.

TOOS

Geen Salade Niçoise maar wel Niçoise Inspiration + Hoe te SCHRIJDEN, een ReisKunst-verhaal


De beroemde Russische schrijver Anton Tsjechov liep er ooit rond. Net zoals toekomstig Russisch dictator Lenin. Duitsers Thomas Mann, bekend van zijn romans, en Bertol Brecht, denk aan zijn toneelstukken, frequenteerden er voor de Tweede Wereldoorlog de café’s.

Place Masséna met nog de niet overdekte rivier Paillon ervoor en zicht naar het binnenland

En laat ik me nou zo  gelukkig kunnen prijzen daar de laatste maand ook weer regelmatig voetstappen te hebben achtergelaten. Waar dan wel? Op het prachtige 19e eeuwse plein Place Masséna in Nice. Met prachtige en kleurige omringende bebouwing  schaduwrijke arcaden, die café’s, de winkels en niet te vergeten op een hoek het luxe Galleries Lafayette. De Franse Bijenkorf. 

Typisch zo’n plein dat vanzelf tot schilder-inspiratie leidde en daardoor nu tot een aflevering in mijn ReisKunst-reeks. Want al heb ik ’t daarin tot nu toe vooral over verweggistan-landen gehad als  Mexico, Jemen, Egypte, India en Jordanië, veel dichterbij is die inspiratie natuurlijk ook te vinden. Zoals op die Place Masséna.

Place Masséna met zicht naar zee en de nu wel overdekte Paillon, én de paardentram

Vorige week gaf ik ’t al aan, ik heb mezelf al een poos heerlijk stiekem weggestopt in Nice. Om er ongestoord te kunnen werken in mijn appartement/atelier in de wijk Libération. In het zo bruisende, kleurrijke centrum van die overheerlijke Mediterrane stad. Een klein kwartiertje wandelen van Place Masséna.

de arcaden nu

Te lang geleden al had ik me hier voor het laatst voor langere tijd in retraite gezet. Weg van de kunstruis die me in Nederland altijd wel omringt. Gewoon lekker een tijd zonder al te veel afleiding. In stilte mijn creativiteit laten borrelen. Daar was ik stomweg weer eens aan toe.

bezig met een project voor mijn Galerie Quadrige in Nice tweede helft volgend jaar
en natuurlijk de uitdaging van het maagdelijk witte doek

En wil ik er op uit, dan stap ik door de poort van mijn Palais uit 1908 zo de markt, winkel en horecadrukte in. Bijvoorbeeld linea recta naar de Mediterranée zo blauw zo blauw (denk maar aan het bekende lied van Toon Hermans) via Place Masséna. Een plein dat gigantisch verbeterd is vergeleken met de situatie op die parkeerplaatsfoto van hieronder!

weer zicht naar het binnenland zoals op de eerste foto

Verbeterd was het trouwens al toen ik in 1997 mijn atelier in Nice verwierf. Maar in 2007 vond de vervolmaking plaats. In juni werd toen het plein echt teruggegeven aan de inwoners in plaats van aan de auto’s.

Ik zie hem er nog lopen, nee, SCHRIJDEN, de toenmalige burgemeester Jacques Peyrat. Echt zo’n rijzige, grijzende Franse magistraat die wist hoe te schrijden. De handen op de rug in elkaar klemmen waardoor de rug zich vanzelf recht, dan stap voor stap met kalme schreden over het vernieuwde plein naar het podium. Maar hij mocht dan ook trots zijn! Nauwelijks meer auto’s, vooral voetgangers en de lang geleden verdwenen paardentram ging vervangen worden door de elektrische tramlijn Ligne 1.

het plein nu met zicht naar de zee
nog wat sfeerplaatjes van enkele dagen geleden

Maar ook aan de kunst was gedacht. Een aantal zittende kunststof mensfiguren op hoge palen die ’s avonds van binnenuit verlicht langzaam van kleur veranderen. Een echte blikvanger van de Spanjaard Jaume Plensa.

verbeelding van de zeven continenten op aarde waarbij Plensa de kijkers deelgenoot wil laten zijn van de interactie tussen de verschilende bevolkingsgroepen en culturen op onze planeet

Ooit op het plein voor het station van Leeuwarden geweest? Nou, die dus.

beeld van Plensa in Leeuwarden voor het station

De dag na de opening hadden de Niçois zich het plein al helemaal toegeëigend. Alsof het altijd al zo was geweest. En dat is zo gebleven.

Voor mij kwam er het olieverfschilderij ‘Place Masséna’ uit. Geen nageschilderd plaatje natuurlijk. Allicht niet. Maar wel met de sfeer, het geroezemoes en de kleuren, helemaal indachtig mijn kunstenaarsslogan ‘for me art is travelling the mind’.

Toos van Holstein, Place Masséna (olieverfschilderij 130-100 cm)

Tot volgende week.

TOOS

Wat zijn die Surrealistische Vrouwen Hot!


Peggy Guggenheim op het boventerras haar palazzo aan het Canal Grande

Peggy Guggenheim lustte er wel pap van. Van zowel mannen, zo ongeveer duizend volgens haar eigen zeggen, als van kunst, ook zo’n duizend schilderijen en beelden. Dat liep dus aardig gelijk op met elkaar. Maar daardoor liep ik vorige maand in Venetië wel over min of meer heilige kunstgrond. In het palazzo non finito, het niet afgemaakte paleis, het Palazzo Venier dei Leoni aan het Canal Grande. Het gebouw waarin  Peggy Guggenheim’s wereldberoemde collectie valt te bewonderen. De kunst dan, wel te verstaan. Waaronder bijvoorbeeld wereldberoemde surrealisten als Max Ernst, Yves Tanguy, Salvador Dali en René Magritte. Mannen dus. Maar, en dat moet je Peggy nageven, ook wel een paar vrouwen: Leonora Carrington en Leonor Fini. Over wie ik al eens eerder hier schreef. Maar dat komt straks.

het palazzo non finito

Heb je dat Canal Grande wel eens bevaren, dan is de kans heel groot dat je gelijk weet welk palazzo ik bedoel. Vlak voor het einde, waar het water zich wijd opent bij de Punte della Dogana, zit aan de rechterkant een soortement vreemde eend in de bijt. Een gebouw van maar één zielig verdiepinkje dat volgens de plannen in 1751 er vijf had moeten bevatten. Maar, zoals ’t daar dus voor de bewoners heet, nu het palazzo non finito. Het gebouw ook dat in 1949 werd aangekocht door die kunst en mannenbelustte Peggy Guggenheim. Om er tot haar dood in 1979 te blijven wonen. Nu het museum Peggy Guggenheim Collection waar tot eind september de expositie ‘Surrealismo & Magia’ (Surrealisme en Magie)was te zien. Met een keus uit de eigen collectie plus flink wat bruiklenen.

Daar was ik toch nog maar mooi op tijd bij! Want dat had ik me ook stellig voorgenomen na mijn tweedaags bezoek aan de Biënnale in mei. Waarvan het thema ‘The Milk of Dreams’ was opgehangen aan een boek van die bovengenoemde Leonara Carrington en een aantal andere vrouwelijke surrealisten. Lees hier en hier mijn schrijfsels daarover er maar op na.

De vrouwelijke surrealisten zijn de laatste jaren namelijk helemaal hot. Met overal ter wereld exposities over hen. Zoals bijvoorbeeld in 2020 in ons land in het Utrechtse Centraal Museum. Eindelijk, eindelijk krijgen ze de aandacht die ze verdienen. Want voor al die bekende mannen in hun surrealistische kringen van destijds waren die vrouwen niet meer dan hun muze en bedgenoot en zeker geen echte kunstenaars. Vrouwen konden toch niet geniaal zijn? Dat was alleen aan het mannelijk geslacht voorbehouden. Maar partnerruil valt niet onder genialiteit. Lees er deze blogaflevering nog maar eens op na.

Op die manier raakte Peggy Guggenheim, vanwege haar kunstinteresse en handel volop in allerlei kunstenaarkringen verkerend, ook getrouwd met Max Ernst. Niet zo lang trouwens, van 1941 tot 1946. Maar natuurlijk wel met het gevolg dat ik een flink aantal prachtige werken van hem kreeg te zien in ‘Surrealismo & Magio’.

Max Ernst, Europe after the Rain II (1940-42)
Max Ernst, Attirement of the Bride (1940)

Een verrassing was trouwens onderstaande foto gelijk bij de ingang van de tentoonstelling met daarop de al genoemde Leonor Fini en Leonora Carrington.

links Leonor Fini, rechts Leonora Carrington

Aan hen werd verderop ook behoorlijk aandacht gegeven. En dat deed mijn kunsthart goed. Omdat Leonor één van mijn kunsthelden is, veel meer dan Leonora. Haar schilderijen en haar levenswandel  spreken me om diverse redenen veel meer aan. Wat zeer zeker te maken heeft met de band die bestond tussen haar en mijn galerie Quadrige in Nice. Lees hier maar.

een paar schilderijen van Leonora Carrington in het aan haar gewijde zaaltje
beeld van Leonora Carrington, Cat Woman (La Grande Dame), 1951
Leonora Carrington, Portrait of Max Ernst (1939)
een bekend schilderij van Leonor Fini, The Shepherdess of the Spinxes (1941)
nog een bekend schilderij van haar (zie hieronder)
Leonor Fini, Stryges Amaouri (1947).

Het extra positieve van die nieuwe wereldwijde aandacht voor de surrealistische vrouwelijke kunstenaars is dat ik nu namen en schilderijen te voorschijn zie komen die me nog onbekend waren. Vrouwen die in kwaliteit absoluut niet onderdoen voor veel bekendere mannen. Gerechtigheid dus! Een paar voorbeelden.

Dorothea Tanning, The Magic Flower Game (1941)
Remedios Varo, Three Destinies (1956)
Kay Sage, Tomorrow is Never (1955)

Dan was er nog een andere leuke verrassing bij de expositietoegang.  Bij die affiche van Carrington en Fini hing ook deze.

Van een schilderij van de net niet wereldberoemde surrealist André Masson. Waarom een verrassing? Omdat ook die Masson in het verleden van galerie Quadrige voorkomt. En dat vind ik genieten, dat zich verknopen van lijnen uit mijn eigen  kunstleven met die uit het verleden, uit de kunstgeschiedenis.

André Masson, Study of a Portrait of Goethe (1940)
André Masson, Ophelia (1937)

Dan is ’t daarna best lekker om alles eens even rustig te overpeinzen in de tuin van het museum.

De tuin waar ooit ook Peggy Guggenheim rust vond in haar roerige leven en rondliep met die schoothondjes van haar. En waar nu niet alleen haar as maar ook die van haar vele hondjes is bijgezet.

Gezien de grootte van het graf is ’t maar goed dat er geen ruimte voor al haar mannen is vrijgemaakt. Tot volgende week.

TOOS

‘De vrijwaring van vrees’ in Middelburg


Mijn stad Middelburg heeft iets met ‘The Four Freedoms’ van Franklin Roosevelt. En daardoor heb ik er ook iets mee. Roosevelt, de enige Amerikaanse president die vier keer werd verkozen. Ook de president die in 1941 die vier fundamentele vrijheden voor de mens, waar ook ter wereld, formuleerde. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijwaring van gebrek en de vrijwaring van vrees. Vier vrijheden die ik verwerkte in een heel speciale kunstuitgave. Die nu perfect aansluit bij het thema van de grote Middelburgse kunstmanifestatie Façade2022 (zie aflevering vorige week) en daardoor bij de komende Middelburgse Kunst en Cultuurroute op 7 augustus. Maar dat komt zo.

screenshot van de website van de Kunst en Cultuurroute Middelburg

Want hoezo is er die band tussen Roosevelt en Middelburg? Omdat blijkbaar een voorvader heel, heel lang geleden uit Zeeland emigreerde naar de Verenigde Staten. Gevolgen? Twee presidenten Roosevelt: Theodore begin 20e eeuw en Franklin van 1932 tot 1945. En in Middelburg het Roosevelt Study Center, het University College Roosevelt en allicht een hotel The Roosevelt. Maar met als kers op de taart toch wel de Roosevelt Stichting. Die betrokken is bij de zogenaamde Four Freedoms Awards.

Eens in de twee jaar wordt de omgeving van de Nieuwe Kerk met z’n Lange Jan namelijk tot een fort omgebouwd. Met dranghekken, betonnen beveiligingsblokken, stevige beveiligers en de nodige politie. Want dan geven WA plus andere koninklijken, politieke BN’ers en bijbehorende belangrijken acte de présence voor de uitreiking van die Awards. Aan hen die zich, soms met gevaar voor eigen leven, inzetten voor die vier vrijheden.

de laureaten en de uitreikers dit jaar in de Nieuwe Kerk

Nelson Mandela bezocht daardoor Middelburg. Net als, om er maar een paar te noemen, VN-baas Kofi Anan, de Wit-Russische vrijheidstrijder Svetlana Tichanovskaia, de Tsjechische vrijheidsheld en president Vàclav Havel, godsdienstfilosoof Karen Armstrong, de Dala Laima, vrouwenrechtenstrijder Malala Yousafzai, dominee Desmond Tutu, filmster Liv Ullman, en niet te vergeten Angela Merkel. Want laat die nou zo’n kunstuitgave bezitten als ik in het begin al noemde!

omslag van mijn kunstuitgave gewijd aan de Four Freedoms

Toen zij namelijk, alweer enkele jaren geleden, de Freedom Medal kreeg uitgereikt in de Nieuwe Kerk ontving ze daarbij ook die kunstuitgave van mij. Een genummerd exemplaar met door mij uitgekozen citaten van Four Freedoms laureaten, geïllustreerd met originele tekeningen.

Dit idee was begin van dat jaar in me opgekomen en mocht ik in overleg met de Roosevelt Stichting ook gaan uitvoeren. Dat werd dus tien indringende citaten selecteren. Toen omslag en lay-out bepalen in overleg met Jean-Paul Aureglia van mijn galerie Quadrige in Nice. Want hij ging de kleine oplage van 30 met de hand zetten en draaien op zijn eigen pers.

deel van de letterbakken van Jean-Paul in zijn galerie Quadrige in Nice

Vandaar ook die Franstalige titel op de buitenkant. Want voor een echte Fransman als hij was een Engelstalige titel psychisch gezien toch echt een stap te ver, die citaten waren ten slotte al in het Engels. En daarna was ’t aan mij om bij de gedrukte uitspraken van de laureaten in elke genummerde uitgave tien originele tekeningen te maken. Ik heb wat afgetekend en gesigneerd. Sowieso elk boekje, maar ook elke tekening.

‘In societies where men are truly confident of their own worth, women are not merely tolerated but valued’, uitspraak van de nu in Myanmar gevangen zittende Aung San Suu Kyi

Bewust heb ik toen nog enkele exemplaren achter gehouden zonder tekeningen. Wie weet zou ik die nog eens kunnen gebruiken. En ja dus! De grote 5-jaarlijkse kunstmanifestatie Façade kreeg dit keer als leidraad ‘de vrijwaring van vrees’. Bingo, daar kon ik wel wat mee!

bezig met het maken van nieuwe tekeningen voor de ‘Citations’

Vorige week schreef ik al dat ik best moeite had om te ontdekken wat een aantal van de kunstobjecten nou eigenlijk te maken had met dat thema.  Bij mijn ‘Citations des lauréats’ hoef je daar overduidelijk niet naar te speuren.

Neem het citaat ‘For me peace is not only the absence of war but the absence of fear’. Een uitspraak van Malala Yousafzai. De Pakistaanse Nobelprijswinnaar die als meisje door zo’n gehersenspoelde Taliban door het hoofd werd geschoten omdat ze de euvele moed had naar school te willen, die aanslag overleefde en sindsdien onvermoeibaar vreedzaam strijdt voor de vrouwenrechten en het recht op onderwijs voor hen. Absoluut een dijk van een wijf!

Malala Yousafzai
I no longer think that any principle or opinion is worth anything if it makes you unkind or intolerant

Of bovenstaande uitspraak van Karen Armstrong, voormalige non, spraakmakend auteur en godsdienstfilosoof. Toen zij een paar jaar geleden in Middelburg een lezing gaf heb ik haar, als bewonderaar, gesproken en zo’n uitgave van mijn ‘Çitations’ gegeven.

Karen Armstrong

Nu liggen er zondag 7 augustus tijdens de Middelburgse kunstroute (1-5 uur) nog een paar te koop in mijn atelier (Korendijk 56). Met in elk 10 vers gemaakte tekeningen. Een item voor de verzamelaar en liefhebber?

nog zo’n actiefoto van het maken van de nieuwe tekeningen

Tot volgende week.

TOOS

Weer met de billen bloot bij het steendrukken


Afslag 3 Borgerhout, de Antwerpse Ring, een afslag die ik de komende tijd vaker ga nemen. Want ik heb, in samenwerking met mijn galerie Quadrige in Nice, een paar steendrukprojecten op stapel staan . Waarvoor ik aan de slag ga met Hans van Dijck. En die heeft dus zijn steendrukatelier in Antwerpen, in die wijk Borgerhout.

in het steendrukatelier van Hans van Dijck

Steendrukken? Wat is dat? Of ‘wat is dat ook al weer’? Tja, dat krijg je als een prachtige grafische techniek, in de 19e eeuw uitgegroeid tot DE TECHNIEK voor o.a. de vermenigvuldiging van muziekbladen, handgeschreven toneelstukken en tekeningen, in het verdomhoekje is gedrukt. Door alle offset en digitale geweld. Dan krijg je dat het begrip litho (Grieks voor steen) ineens is geconfisqueerd  door de fotografiebranche. En dat een steendruk in het Engels een stone lithograph is geworden. Letterlijk vertaald een steen-steendruk. Slaat nergens op natuurlijk!

Maar er zijn gelukkig nog steeds kunstenaars die de lithotechniek omarmen, zoals ‘ik zei de gek’. Waardoor er ook nog steeds steendrukkers zijn die deze prachtige oude en ingewikkelde techniek van hun oude leermeesters hebben doorgekregen. Wat je noemt een mooie kruisbestuiving.

Terug dus naar Borgerhout en Hans van Dijck. Voor mij geen onbekende. Want ooit assisteerde Hans mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim in diens atelier in Ekeren (bij Antwerpen). Daarna ondersteunde hij mij bij het creëren van een serie monoprints voor mijn grote expositie ‘TOOS, de ontdekkende mens’ in Fort Rammekens. Het eeuwenoude zeefort in Ritthem, vlak bij Vlissingen, in 2011.

2011, in het atelier Daglicht in Eindhoven bezig met het maken van een serie monoprints, met Hans van Dijck erbij voor een extra paar handjes

Van die samenwerking heb ik nog een veel bekeken video staan op mijn YouTube-kanaal: ‘The Magic of the Monoprint‘.

de ruimte in Fort Rammekens met de serie monoprints tijdens de expositie ‘TOOS-de ontdekkende mens’

Nu is Hans én leraar aan de academie in Brussel én heeft hij zijn eigen steendrukatelier. De meestersteendrukkers die mij heel wat keren terzijde hebben gestaan, zijn er namelijk mee gestopt. Ernst Hanke in Zwitserland: met pensioen! Rudolf Broulim in Ekeren: met pensioen!

in Zwitserland, samen met Ernst Hanke bezig in zijn grote steendrukpers
overleg met Rudolf Broulim in zijn steendrukatelier in Ekeren
een ontroerend moment voor mij, een onverwacht bezoek van Rudolf in het steendrukatelier van Hans van Dijck

Je kunt je ook bijna niet meer voorstellen dat er ooit galerieën waren die bestonden van het uitbrengen van telkens weer opnieuw steendrukoplagen van honderden stuks van bekende kunstenaars.  Maar al zijn die commerciële hoogtijdagen voorbij, er zijn nog steeds litholiefhebbers. Dus worden er ook nog steeds nieuwe gemaakt.

Als je met een voor jou nieuwe meestersteendrukker in zee gaat, is er een goeie gewoonte. Je gaat eerst samen een proef maken, om aan elkaar te wennen. Want de kunstenaar heeft natuurlijk eigen ideeën maar ook de steendrukker heeft eigen technieken en eigen gewoonten ontwikkeld. Vooraf wat aan elkaar snuiven kan daarom geen kwaad. Wordt ’t wel wat, die samenwerking? Om daarachter te komen is het maken van zo’n proefsteendruk in kleine oplage een prima manier. Vandaar onlangs die eerste keer afslag 3 Borgerhout.

overleg met Hans bij de nog lege steen voor de proefsteendruk

De proefsteendruk gaat er eentje worden in twee kleuren, in twee drukgangen dus. Over de teken en schildertechnieken op de steen en bijbehorende chemische druk-geheimen ga ik ’t nu niet hebben, dat komt een andere keer wel. Maar een foto van de eerste opzet om nieuwsgierig te maken, kan natuurlijk geen kwaad.

de eerste aanzet voor de nieuwe steendruk, het uiteindelijke resultaat wordt eind augustus wereldkundig gemaakt

Eind augustus onthul ik het definitieve resultaat. Want op zondag 4 september staat onze onvolprezen Kunst-& Cultuurroute Middelburg in het teken van de grafiek. Een mooie gelegenheid toch om juist dan die nieuwe steendruk ten doop te houden en te koop aan te bieden? Maar voor ’t zover is, heb ik die afslag 3 al wat vaker genomen.

En die steendrukprojecten met Galerie Quadrige in Nice? Dat worden natuurlijk andere verhalen. Tot volgende week.

TOOS

De staart van Dante700, zijn botten en de Mohammed-kwestie


Toos van Holstein, Paradiso (met de hand beschilderd bord)
het programma van ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’, 17 lezingen in 3 dagen over Dante met daar tussenin die expositie en overhandiging

Zonder Dante was bovenstaand bord van mij niet ontstaan. Zonder Dante was er nu geen kunstwerk van mij aanwezig geweest aan de Universiteit van Perugia. Zonder Jean-Paul Aureglia, eigenaar van Galerie Quadrige in Nice, trouwens ook niet. Want een paar weken geleden was hij in die hoofdstad van Umbrië. Voor het drie dagen durend symposium ‘La Varia Fortuna di Dante in Italia e in Europa’. En om er met een kleine expositie zijn door de universiteit aangekochte Franse editie van La Divine Comédie te overhandigen. Mee ook door mij geïllustreerd. ’t Is ten slotte nog steeds Dante700. Met een heel jaar lang van alles rond Dante’s 700ste sterfjaar. Ik schreef er bijvoorbeeld hier en hier al eens over. Wat had ik er graag bij willen zijn. Maar ja, dat zat er reis- en tijdtechnisch gewoon niet in.

Overigens, wat kilometers noordoostelijker, in Gubbio, bevindt zich sinds oktober ook die Franse Divine Comédie. Oké, niet helemaal, maar alleen het deel uit het Purgatoire met mijn zeefdrukken. ’t Leek me een leuk idee dat te schenken aan de beroemde Biblioteca Sperelliana daar.

de directeur van de Biblioteca Sperelliana met mijn boekgeschenk aan de bibliotheek en nog een paar borden van mij voor de show

Gevestigd in een prachtig groot en eeuwenoud kloostercomplex. Met in de beveiligde kelder een gigantische hoeveelheid oude folianten. Waarbij natuurlijk uitgaven van en over Dante. Mijn aanvulling werd door de directeur in grote dank aanvaard. En dat er in de bibliotheek een expositie over Dante was? Allicht! Dante700, nietwaar.

in het heilige der heiligen van de bibliotheek, met in het midden een geweldig grote, bruine uitgave over Dante
onderdeel van de expositie over Dante met een prachtige kast waarin de gehele tekst van het Purgatorio uit de Divina Commedia

In heel Italië vond je ze, die Dante-exposities. Daarom wilde ik tijdens onze Gubbio-weken in september/oktober ook persé naar Ravenna. Niet alleen vanwege de wereldberoemde Romeinse mozaïeken (dat wordt nog een ander verhaal), maar ook omdat Dante er stierf in 1321. Met als gevolg een kapel waar zich zijn gebeente bevindt, direct naast het aan hem gewijde Museo Dante.

bij de tombe van Dante met daarin zijn gebeente in een Romeinse sarcofaag
binnenplaats van het Museo Dante

Eigenlijk zijn die botten van hem een soort heiligenreliek geworden. Ongelooflijk zoals daarmee is gerommeld, zo bleek in ’t museum. Eerst begraven geweest in een oude Romeinse sarcofaag buiten het klooster van de Basilica di San Francesco en eind 15e eeuw naar binnen gehaald. Maar begin 16e eeuw stiekem verborgen omdat Dante’s geboortestad Florence zijn overblijfselen opeiste. De Florentijnen vonden dus een lege sarcofaag. Lekker puh! In de loop van de 17e eeuw opgeborgen in een houten kist en eind 18e eeuw terug gelegd in de oorspronkelijke sarcofaag. In de nieuw gebouwde kapel zoals die er nu nog staat.

het houten kistje waarin Dante’s botten ook opgeborgen zijn geweest

Maar in 1810 opnieuw verborgen op een heel geheime plek. Vanwege de Franse bezetting door Napoleon. Die had een goeie hand van weggraaien van kostbare kunst en andere schatten. En daarna? Oh jé, waar was nou die geheime plek ook al weer? Pas in 1865 teruggevonden tijdens restauratiewerkzaamheden rond de viering van Dante’s 600ste geboortejaar. Dante600 zeg maar. Toen voor het publiek een aantal maanden tentoongesteld in een glazen kist.

de glazen showkist waarin zijn botten voor het publiek werden tentoongesteld

In 1944/45 weer uit de sarcofaag gehaald en verborgen onder een hoop aarde. Vanwege angst voor beschadiging door bombardementen van de geallieerden. Hoezo rust in vrede!

de hoop aarde waarin zijn botten waren verborgen tijdens de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog, met gedenkstaan daaraan
nog wat plaatjes van het Museo Dante

Maar er was natuurlijk nog veel meer ‘Dante’ in Ravenna? Zoals ergens in het wild deze speelse affiche en dat schilderij in het restaurant.

gewoon ergens op straat
in een restaurant waar we aten

Of deze tentoonstelling. Een onvermoede verrassing in een groots paleis.

opnieuw van die grote Dante-koppen zoals ze ook in het Museo Dante stonden
kunstwerken geïnspireerd door de gravures van Gustave Doré

Prachtig toch, die koppen. En prachtig ook die kunstwerken geïnspireerd op de geweldige serie gravures die Gustave Doré (1832-1883) ooit maakte bij de Divina Commedia.

Hierdoor moet ik ineens weer denken aan het Vlaams/Nederlandse Dante schandaal begin dit jaar. Want Doré maakte in die serie ook een gravure waarin de profeet Mohammed voorkomt (met zijn neef Ali). Zie de figuur in het midden met opengereten borst.

gravure van Doré met in het midden Mohammed en voorop Ali, Dante en zijn gids Vergilius kijken ernaar

Deze scene komt voort uit Canto 28 van het Inferno. Waarin het lot wordt beschreven van schismaveroorzakers  in het christendom. In Dante’s tijd dacht men namelijk nog dat Mohammed een afvallige christelijke priester was die een splitsing in het geloof had veroorzaakt. Onder andere deze regels vind je daar:

‘Zie mij, Mohammed, aan:verminkt als geen!

Voor mij gaat Ali, met het hoofd gespleten

Van kuif tot kinnebak; hoor zijn geween.

Ook ieder ander hier, laat ik u weten,

Heeft twist en tweedracht op de aard verspreid;

En daarvoor worden wij uiteengereten’

(vertaling Ike Cialona en Peter Verhagen)

Nooit een probleem geweest voor vertalers. Nooit! Tot dit jaar. Toen bleek in een nieuwe Nederlandse vertaling Mohammed ineens verdwenen te zijn. De Twitter-beer brak los! Maar volgens de uitgeefster ‘had dit anonimiseren van de profeet Mohammed er wél voor gezorgd dat het verhaal niet onnodig kwetsend zou kunnen zijn voor een lezersgroep die zo’n groot onderdeel uitmaakt van de Nederlandse en Vlaamse samenleving’. Tja!! Op die manier krijgen geschieds- en literatuurherschrijvers  er een lekkere kluif aan om de wereldliteratuur van alle eeuwen te kuizen en te herschrijven. Best netjes uitgedrukt, toch?

Nog een extra staartje Dante700? Geen probleem. Het Italiaans Cultureel Instituut in Nederland zet nu elke dag een nieuwe, korte video op YouTube waarin een deel van de Divina Commedia ter sprake komt. Kijk maar.  Echt leuk! (voor de inleidende video https://youtu.be/j6beUtGD7LE )  

Tot volgende week.

TOOS

Krijg de pest óftewel aan welke Heilige gaan we Corona koppelen?


het MAMAC in Nice

Als ik weer eens in Nice verblijf, in mijn nu dus Werelderfgoed-atelier (lees hier maar), is een bezoek aan het moderne-kunst-museum MAMAC gewoonweg verplichte kost. Nu dus ook, wel vlak nadat voor toegang tot Franse musea de passe sanitaire verplicht was gesteld. Zodoende hadden levensgezel en ik bij voorbaat onze internationale QR-code te voorschijn getikt op de CoronaCheck-app. Maar ’t leek ons wel een interessant experiment om te testen of het medisch paspoort ook als voldoende zou worden aangemerkt. In de voorgaande weken was er namelijk voor zowel code als paspoort nergens ook maar enige belangstelling geweest.

Wij dus zwaaien met dat door verre reizen behoorlijk volgestempelde  Gele Boekje. Zoals al die miljoenen Chinezen dat in de jaren zestig deden met het Rode Boekje van Mao om hun Grote Leider onvoorwaardelijke trouw te tonen. Jammer, niet genoeg. Dat Gele Boekje leek een volstrekt nieuw belevenis voor de deurbewaker. Dus maar even die stempels getoond met daarin vetgedrukt PfizerB. Frons, frons op z’n voorhoofd, uitleg van onze kant  en diep nadenken bij hem met positief resultaat. We werden doorgezwaaid. De QR-code kon dus verborgen blijven maar het gezichtsmasker moest wel tevoorschijn worden getoverd.

Museum Het Valkhof in Nijmegen

Daardoor  kwam me ineens mijn laatste museumbezoek in Nederland weer voor de geest. Aan ‘De Pest’ in Museum Het Valkhof in Nijmegen, vlak voor vertrek naar Nice. Vanzelfsprekend een moetje in deze coronatijden. Eigenlijk zou ’t heel toepasselijk zijn geweest om de bezoekers in plaats van dat muilkapje een snavelmasker op te laten zetten. Zoals in vroeger tijden wel werd gedaan door dokters en verplegers als de beruchte Zwarte Dood weer eens rondwaarde.

Dat zou nog wat humoristische sjeu hebben gegeven aan een verder behoorlijk tegenvallende expositie. Die overigens al gepland stond voordat Covid-19 aan z’n wereldreis begon. De pest, die eeuwenlang alsmaar weer opnieuw epidemisch uitbrak, had als onderwerp veel en veel beter kunnen worden uitgediept dan nu gebeurde op die oude kasteelberg van Karel de Grote (748-814). Bij de toegangszaal begon ’t trouwens best aardig. Met onderstaande maatregelen tegen de builenpest toen er in 1664 in Nijmegen weer eens een epidemie was uitgebroken.

Best bekend, toch? Maar daarna? Toen werd ’t de ene Heilige Sebastiaan (gestorven in 288) na de andere. Want hij was blijkbaar een bekend beschermheilige tegen de pest vanwege de vele heidense pijlwonden die hij als standvastig christen had overleefd.

enkele van de te vele afbeeldingen van Sint Sebastiaan in de expositie
Josse van der Baren (1550-1614), De marteling van Sint-Sebastiaan (1597)

Laat ik nu, vanuit de kunstgeschiedenis, altijd gedacht hebben dat de Heilige Rochus (1295-1327) de bekendste was van alle aan de pest gekoppelde beschermheiligen en dat Sebastiaan ergens achteraan in die rij stond. Rochus, de Fransman die in de 14e eeuw pestlijders bezocht, ze soms genas met een kruisteken, zelf de pest kreeg maar door een engel werd genezen en die op oude schilderijen altijd wordt afgebeeld met een pestbuil op een bovenbeen. Maar gelukkig, daar was aan het eind van al die Sebastianen toch ineens nog een Rochus. Zij ’t toch in gezelschap van die man met de pijlen.

Ernst van Schayck III (1567-1631), Sint-Sebastiaan en Sint-Rochus (1600)

‘Gaat ’t dan nu echt beginnen’ dacht ik nog. Komt nu bijvoorbeeld de ‘Decamerone’, die beroemde raamvertelling van middeleeuwer Boccacio (1313-1375)? Geïnspireerd door de grote pestepidemie in Florence in 1348 en eeuwenlang inspiratiebron voor vele kunstenaars. Maar nee hoor, niks geen Decamerone. En ook geen Isaac Newton (1643-1727), de grote natuurkundige, die door een pestepidemie te ontvluchten de wiskunde op een hoger plan tilde en zijn zwaartekrachttheorie ontwikkelde. Niente, nada!

En waar bleven de gevolgen van hoe de Zwarte Dood rond 1350 over Europa raasde en mogelijk bijna de helft van de bevolking doodde. Door alle rangen en standen heen. Heel Europa op z’n gat en niks geen NOW-ondersteuning. De sociale orde totaal ontwricht.  Hongersnoden, mee omdat ook veel boeren stierven. Complottheorieën waarin de joden de schuld kregen van het verspreiden van de pest. Ja, wie anders? Vele duizenden, zoniet tienduizenden werden er vermoord. Vrijwel niets van dat alles kwam ter sprake. Trouwens, complottheorieën? Ja hoor, ook destijds al. Alleen wisten ze toen nog niks van microchips in zombievaccins.

Niet dat er verder niks interessants was te vinden. Maar ’t had echt zoveel beter gekund.

een van de expositiezalen
De Pest in de Leuvense Sint-Jacobsparochie in 1578, een schilderij met veel details over de gevolgen van de pest
een van de vaak slecht uitgelichte en voor mij te laag staande vitrines met handschriften en miniaturen
Theodoor Cornelisz. van der Schuer (1634-1710), Pestlijders in een gasthuis (1682)
slachtoffers van de pest uit de 14e eeuw
de mooie installatie L’amour fou (2018) van Carolein Smit, maar er behoorlijk met de haren bijgesleept
installatie van Baum en Leah (2019) die de bacterieën en microben in ons lichaam moet verbeelden, maar een nuttige toevoeging?

Door die onnodig vele Heilige Sebastianen en die te enkele Heilige Rochus kwam bij mij wel een vraag op. Want moet er door het Vaticaan eigenlijk niet een Corona-beschermheilige worden benoemd? Maar ja, wie oh wie? Zelf denk ik aan de wijze Catharina van Alexandrië. In de middeleeuwen ook als pestheilige aangeroepen maar bijna zeker een fictief karakter dat vermoedelijk gedeeltelijk gebaseerd is op Hypathia van Alexandrië.  Een beroemde vrouwelijke wiskundige/astronoom/filosoof die in 415 werd vermoord door christenen die de wetenschap verwierpen. En laten we nu net onze coronavaccins aan de wetenschap te danken hebben. Terwijl vandaag de dag nog steeds ‘ongelovigen’ diezelfde wetenschap in een kwaad daglicht proberen te zetten.  Interessant toch? Ik ga dus voor Catharina!Tot volgende week.

TOOS

!! Heb ik in Nice zomaar een Werelderfgoed-atelier !!


Dat onderste raam midden tussen die twee palmbomen op bovenstaande foto is niet zomaar een raam. Nee, dat is sinds 27 juli een zeer bijzonder raam. Een Werelderfgoed-raam! Maar daar had ik nog geen flauwe notie van toen ik begin juli dit plaatje schoot van het Palais Venise met daarop mijn atelier/appartement. Toen was ’t nog maar gewoon een raam van mijn woonkamer.

Want wist ik veel dat het stadsbestuur van Nice bij de Unesco het verzoek had lopen om delen van de stad tot Werelderfgoed te betitelen! Onder het motto ‘Nice, de stad van het winterresort aan de Rivièra’ vanwege de roemrijke en lange toeristische historie.  Nu geef ik ze natuurlijk helemaal gelijk, zeker ook omdat ‘mijn’ Palais Venise’ nog net binnen de grens van dit nieuwe World Heritage valt.

Kijk maar op de kaart bij pijl 1. Daar ligt de Rue Clement Roassal met mijn appartementencomplex uit 1910. Nog net binnen de grens. Net zoals trouwens Place Charles de Gaulle, dat naar links uitstekende kopje erboven, waar ik deze foto maakte.

Met op de achtergrond nog de zogenaamde Belle Epoque gevel van Palais Venise. Eigenlijk best frappant dat ik twee weken geleden hier in dit blog uitgebreid aandacht gaf aan dat prachtige Nice. Met daarin ook een foto van het uit 1897 stammende Regina. Het gigantisch grote hotel waar Queen Victoria regelmatig logeerde als één van die 150.000 wintergasten die destijds jaarlijks de Rivièra frequenteerden vanwege het heerlijke klimaat. En laat nu dat Régina ook binnen de grenzen vallen! Bij pijl 2, op de nu behoorlijk volgebouwde heuvelrug van de Cimier.

Nog steeds een zeer prestigieus deel van Nice met in die Belle Époque alleenhier en daar verspreid liggende, gigantische villa’s. Waaronder het huidige Musée Matisse, nu dus ook Werelderfgoed.

bij Musée Matisse

Dat doet mijn kunsthart heel erg goed. Juist omdat de stad Nice ook zoveel aan kunst doet. Dat werd me nog eens bevestigd toen ik ging kijken bij het eindpunt van de gloednieuwe Ligne 2. De tramlijn die, beginnend bij het vliegveld, vanuit een tunnel opduikt bij de Vieux Port, de Oude Haven (pijl 3 op de kaart). Want Nice zou Nice niet zijn als bij dat eindpunt niet ook een groot kunstwerk zou opduiken.

Le Vieux Port in Nice
waar een terrasje niet te versmaden is om in de zon lekker te lezen

Want zo werkt dat daar. In Frankrijk, en zeker in Nice, is men niet bang voor grote kunstzinnige gebaren. Waar je ’t dan wel of niet mee eens kunt zijn. In Nederland krijgen we door allerlei gedoe in commissietjes vaak van die niksige dingetjes in de openbare ruimte. Maar in Frankrijk mag ’t indrukwekkend worden. Zoals dus bij Le Vieux Port. En niet alleen daar. Want bij het voorlaatste ondergrondse tramstation zie je dit als je bovenkomt.

Want dat daar het bijbehorende park met het aangrenzende bibliotheekgebouw te gelijkertijd met de bouw van Ligne 2 zouden worden opgeknapt, lag op Niçoise denkwijze natuurlijk helemaal voor de hand.

Die sculptuur is van Claude Gilly, één van de oprichters van de zogeheten École de Nice. Een groep kunstenaars die zich eind jaren 50 manifesteerde met uiteenlopende soorten kunst. Sommigen schopten ’t zelfs tot internationale faam. Zoals Arman, Yves Klein, Bernar Venet en César. Logisch dat die École de Nice geëerd wordt! Zoals met dit, letterlijke, hoofdgebouw van Sosno waarin zich een deel van de Centrale Bibliotheek bevindt.

Nog wat voorbeelden?

Arman die vooral bekend is geworden met zijn doorgezaagde muziekinstrumenten.

César die auto’s verfrommelde en van wie overal ter wereld zijn duimen zijn te vinden. Dus zeker in Nice bij de ingang van het stadhuis.

En Venet, over wie ik in 2019 hier al eens schreef. Hij kon 2x breed uitpakken aan de Promenade des Anglais.

 En bovenop de Paillon, de nu onzichtbare rivier die langs de middeleeuwse stad stroomt. Op onderstaande foto sta ik er zelf ook bovenop bij een kopie van Michelangelo’s beroemdste beeldhouwwerk, de David.

Zie je ook die toren daar? Nou, zoek die ook maar even op in deze oude foto waar vrouwen nog de was doen in de nog niet overdekte Paillon.

Nog meer indrukwekkende kunst in de openbare ruimte?

Deze figuren op de Place Massena zijn van Jaume Plensa. Hé, Plensa? Die naam zou je kunnen kennen. Want hij mocht in 2018, toen Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa was, een prachtig groot werk plaatsen voor het station daar.

Nog een toetje? Vooruit! Niki de Saint Phalle bij het Mamac, het museum voor moderne kunst. Ook al bovenop die Paillon gebouwd.

Begrijp je dat ik nu lekker trots zit te werken in mijn Niçoise Werelderfgoed-atelier?

En dat ik, toen dat bekend werd, met levensgezel bij een temperatuur van rond de 30 graden daarop  ben gaan proosten met een heerlijk koud pilsje op het terras aan de kop van Palais Venise? Wel in de schaduw dan!

Tot volgende week.

TOOS

Mediterranée, zo blauw, zo blauw, zelfs in Covid-19 tijden


Nice en de Mediterranée, zo blauw, zo blauw, gefotografeerd van de Colline du Chateau

Lang geleden zong onze onvergetelijke Toon Hermans ‘Mediterranée, zo blauw, zo blauw’. Hoewel, onvergetelijk?  Ook bij jongere generaties? Dus toch maar even deze link die ik van YouTube plukte.

Ik moest aan Toon’s liedje denken nu ik alweer enkele weken verkeer in Nice. Aan de Côte d’Azur, die natuurlijk niet zomaar de kleur ‘azur’ toegemeten kreeg. Hierbij een paar recente foto’s om dat te bewijzen.

En dat azuurblauw geldt niet alleen voor de kust, maar ook voor de hemel. Daarbij moet ik dan weer denken aan de regels in het lijflied van de ook onvergetelijke Ramses Shaffy: “Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy, want daar is de blauwe lucht”. Ramses Shaffy? Oh ja, wacht even! Voor de jeugdigen onder ons toch maar deze video.

Indachtig Ramses zijn woorden heb ik hier in Nice de laatste weken ook flink omhoog gekeken. Want speur je hier de gevels af, dan zie je heel goed waarom levensgezel Nice altijd definieert als ‘Parijs in ’t klein, maar dan op z’n Italiaans’. Dat is ook waarom ik zo verknocht ben aan deze stad. De architectuur, de kleuren,het klimaat, het blauw van de hemel, de joie de vivre, de terrassen en vanzelfsprekend de kunst. Eerst maar die architectuur.

L’ Opéra met een klein Vrijheidsbeeldje ervoor, ten slotte ooit door Frankrijk geschonken aan de VS
Place Massena
deel van het Régina waar de Engelse Queen Victoria wel logeerde
ook een soort gevels waarbij de hemel een rol speelt

Je komt echt de prachtigste, pronkerigste, barokke, gekleurde gevels tegen die Nice zo’n eigen sfeer geven. Ontstaan in de loop van de 19e en begin 20e eeuw toen de stad een geweldige bouwdrift meemaakte  met als kern het oude havenstadje.  Al eeuwen ingeklemd tussen die blauwe Mediterranée van Toon Hermans, de nu overdekte rivier Le Paillon en de Colline du Chateau. De Heuvel van het Kasteel, waar trouwens sinds 1706 geen kasteel meer te bekennen valt. Maar dat is te wijten aan Zonnekoning Lodewijk XIV en daarmee een ander verhaal.

Die oude stad is overigens zeer de moeite waard. Gewoon de drukke en op zich ook aantrekkelijke smalle toeristenstraten laten voor wat ze zijn en de beschaduwde zijstraten inslaan die om en tegen de Colline liggen aangebouwd.

Straatjes waar nog veel echte Niçois-families wonen, trots op hun afkomst van de oude vissers en handelaarsfamilies . Nog vanuit de tijd voor 1860 toen het Comté de Nice deel uitmaakte van het hertogdom Savoye met Turijn als hoofdstad. Uit de tijd dat Nice de enige haven was van dat hertogdom. De tijd dat Nice ook de aanvoerhaven was voor al het zout dat door de bergen naar Turijn ging. Zout? Ja, maar dat (kunst)verhaal komt nog wel eens.  De tijd ook dat de kleine Garibaldi (1807-1882) er als geboren Niçois rondstapte, nog niet wetend dat hij aan de basis zou komen te staan van de nieuwe staat Italië. Logisch dus dat er nu een Place Garibaldi in Nice ligt. Een prachtig plein met zo’n verheerlijkend stoer beeld van de grote strijder en met terrassen, veel terrassen.  Ook mijn lievelingsplein sinds het verkeersluw is gemaakt en het stinkende, ronkende verkeer er grotendeels is verbannen.

gevels aan de Place Garibaldi
Garibaldi himself, in steen gehouwen

En daar zit gemeentebeleid achter! De beroemde kustboulevard, de Promenade des Anglais, heb ik zien veranderen van een overdrukke 6-baans fileverkeersroute via vier en twee naar nu zelfs gedeeltelijk een éénbaansweg. En de ruimte die daarmee vrij is gekomen? Allemaal flaneer, fiets en skateruimte. Top!

deel van de nu zo verkeersluwe Promenade des Anglais

Net zoals sinds enkele jaren de uitstekende en heel frequente lijnen 1 en 2 van le Tramway die waarvan dagelijks tienduizenden gebruik maken. Één euro per rit. Bij mij, bijna voor de deur, is de eens zo drukke doorgaande Avenue Malaussena alleen nog trambaan. Met op de tramhalte deze tekst van Ben Vautier, beroemd onder zijn kunstenaarsnaam Ben, die vooral met taal speelt.

geen auto meer te bekennen op deze ooit drukke Avenue Malaussena
regarder le ciel, kijk naar de hemel

En weet je dat ik dit pas ontdekte toen ik me had voorgenomen om als Sammy wat meer omhoog te kijken? En weet je dat ’t helemaal direct voor mijn deur nu voetgangersgebied is met ’s morgens een deel van de dagelijkse markt  en ’s avonds  het terras van restaurant L’instant?

’s morgens
’s avonds

Leven als god in Nice? Pas de problème! Tot volgende week.

TOOS

Geweldig middeleeuws artistiek voer op weg naar het zuiden


Belofte maakt schuld. Voor mij in ieder geval. Vorige week liet ik de directe actualiteit even voordringen vanwege mijn nominatie voor de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar 2022 (lees hier maar). Elke stem telt ten slotte. Met wel de belofte nu weer de al geplande draad op te pakken. Namelijk mijn enthousiasme en bewondering voor een paar prachtige middeleeuwse bouwwerken in la douce France. Indrukwekkende kerken waar ik altijd weer langskom als ik via Antwerpen, Brussel, Luxemburg, Metz, Dijon en lyon richting Nice rijd. Naar mijn appartement/atelier daar.

het Palais Venise in Nice met daarin mijn appartement/atelier

Metz? Als je die weg kent, zul je misschien denken ‘is dat niet waar je vanaf de autoroute die machtige, gelige kathedraal met dat groene dak boven alles ziet uittorenen? Ja, inderdaad!De Cathédrale Saint-Étienne de Metz.

Cathédrale Saint-Étienne de Metz

Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe dat destijds voor de middeleeuwers is geweest die voor het eerst Metz betraden. Hoe moet hun gevoel zijn geweest als die kathedraal nu nog steeds zo’n grootse indruk maakt, zowel van buiten als binnenin? Volgens mij overweldigend in het kwadraat. Hoe die gotische bouwmeesters binnenin een  gigantische hoogte wisten te suggereren met de visuele truc van smalle, lange, in puntige bogen toelopende kerkramen! Visuele kunstenaars!

Wij zullen dat kwadraatgevoel zeer waarschijnlijk nooit meer zo kunnen ervaren, murw gebeukt als we zijn door alle moderne hoogbouw. Maar toch kreeg ik nog een lichte afspiegeling van die emotie in het kleine zusje van het Musée Centre Pompidou. Een annex van het beroemde Parijse Pompidou. Dat was toen ik daar plots voor een gigantisch groot raam stond met uitzicht op de kathedraal.

Een gouden greep van de architect. Middeleeuws en modern in één blik! Net zoals trouwens in de kathedraal zelf met de nieuwe vensterramen van Marc Chagall uit de jaren 60 van de vorige eeuw. Met afbeeldingen van het Oude Testament in prachtig heldere kleuren. Volkomen verantwoord, die moderne toevoeging. Een moetje dus als je in de buurt van Metz bent.

de moderne ramen van Chagall

Op die 1300 km van Middelburg naar Nice is het toch wel prettig om ergens te overnachten. Meestal zo tussen Dijon en Lyon. Halverwege ligt daar Tournus, een pleisterplaats met een speciaal plekje in mijn hart. En dat niet alleen door de prachtige abdij in Romaanse stijl. De eenvoudiger en robuustere stijl die opgeld deed voordat de gotiek zich in de 13e eeuw begon te ontwikkelen. Nee, ook om heel persoonlijke redenen.

deel van de Romaanse kerk in Tournus
een kijkje binnenin

Ergens rond 2000 maakte ik op m’n dooie gemakkie die lange reis met mijn moeder. Daarbij raakten we een zaterdagmiddag laat in Tournus verzeild. En mamma móést van mij natuurlijk die Abbaye Saint-Philibert zien. Dat werd zondagmorgen. Logisch dus dat daar de mis aan de gang is. In de oude stijl. Wat heeft mamma, gelovig katholiek, toen genoten! ’t Werd voor haar een diep indruk makende, unieke ervaring, die ouderwetse mis in die Bourgondische kerk uit de 11/12e eeuw. Iets waar we ’t later nog vaak over hadden.

Dan is er ook nog Pierre, Pierre Cottalorda, de nu al weer jaren hemelende oude compagnon van mijn galerist Jean-Paul Aureglia van galerie Quadrige in Nice. Echt zo’n heerlijk gedistingeerde oude Franse heer met een geweldige kennis van kunst. Met hem heb ik, ondanks mijn toch wel wat rudimentaire Frans, diepe gesprekken kunnen voeren. Toen Tournus eens ter sprake wees hij me natuurlijk op de abdij maar ook op het beroemde, klassiek-Franse sterrenrestaurant Greuze in dat stadje. ‘Toos, daar zou je toch eens een keer moeten gaan dineren’! Dat is er,eerlijk gezegd, nog nooit van gekomen. Maar stel nu eens dat levensgezel en ik toevallig de geldpest krijgen, dan is het zeker niet onmogelijk dat we in Greuze nog eens het glas hemelwaarts heffen op ‘mijn’ oude Pierre. Aan wie ik best nog eens een verhaal wil wijden vanwege de kunstverhalen die voor mij met hem verbonden zijn. Met bijvoorbeeld Salvador Dali en met mijn favoriete Leonor Fini.

uitzicht vanuit onze hotelkamer op het abdijcomplex met achter de bomen dat fameuze restaurant Greuze
restaurant Greuze

Nu is het gebleven bij een uitzicht op Greuze en de abdijtorens vanuit onze hotelkamer. Maar natuurlijk heb ik wel in de kerk nog een kaars voor mamma aangestoken. Een ritueel dat er ondanks mijn kerkelijke afvalligheid toch bij hoort.

even wat contemplatie na het aansteken van die kaars voor mijn moeder

De abdij, hoe machtig ook nog steeds de indruk, ziet er van binnen overigens echt niet meer zo uit als in de middeleeuwen. Toen waren de met kalk bestreken muren bedekt met fresco’s, nu zie je alleen de oude stenen ervan. Toen stond de kerk vol rekwisieten, nu zijn die vooral verdwenen.

recent ontdekte mozaïeken in de oude kerkvloer
nog wat details in het abdijcomplex
de crypte onder de kerk
ruimte bovenin de kerk
modern object is de abdijtuin

Want hebben we in Nederland onze Beeldenstorm gehad, in Frankrijk konden de Hugenoten er ook wat van, waarna de Franse Revolutie er eind 18e eeuw nog eens extra dik overheen is gegaan. Maar dat bewaar ik voor komende week, samen met de abdij van Cluny wat kilometers verderop. Waar ooit de grootste Rooms-katholieke kerk van zijn tijd stond.

maquette van het abdijcomplex in Cluny in de hoogtijdagen

TOOS

Mijn nominatie en meer aangename verrassingen bij verkiezing Kunstenaar van het Jaar 2022


Daar mocht toch best wel iets op gedronken worden, nietwaar? Op mijn nominatie voor de verkiezing van de Nederlandse Kunstenaar van het Jaar. Editie 2022. Een steeds meer aan gewicht winnende gebeurtenis in de onze kunstwereld.

Waar die dronk werd genuttigd? Zie de parasol boven mijn hoofd. Want na een reis van een paar dagen was ik net in Nice aangekomen toen op 1 juli de lijst van genomineerden de cyberspace werd ingestuurd.

Eigenlijk was ’t mijn plan om iets te schrijven over die reis. Over een aantal imposante middeleeuwse bouwwerken die je, bij wijze van spreken, bijna rakelings passeert op de zuidwaartse reis van Middelburg naar de Côte d’Azur. Of beter gezegd, niet moet passeren maar gewoon met een bezoek dient te vereren. Eeuwenoude bouwkunst in optima forma. Zoals dit bijvoorbeeld.

de Romaanse kerk van Tournus op de achtergrond en het bekende sterrenrestaurant in die plaats op de voorgrond, waar we overigens niet hebben gegeten
een deel van dat prachtige Romaanse bouwwerk

De imposante Romaanse kerk en abdij van Tournus, een heerlijk oud stadje zo’n 100 km ten noorden van Lyon. In Bourgondië dus. Maar dat verhaal houd je nog te goed. Nu eerst toch maar voorrang aan de actualiteit, die verkiezing Kunstenaar van het Jaar.

Want al is zo’n nominatie mij al eerder overkomen, het blijft absoluut een kunsteer om ook voor deze editie van 2022 benoemd te zijn door het verantwoordelijke kunstpanel. ’t Zijn namelijk niet de minsten uit onze kunstwereld die in dat panel zitting hebben. Een regelmatig veranderend, onafhankelijk gezelschap van directeuren en conservatoren van musea en andere kunstinstituten, kunstredacteuren en journalisten, kunstadviseurs en verzamelaars, veilingmeesters en kunsthistorici, programmamakers en vormgevers. Welgeteld zo’n honderd vrouwen en mannen. Dus toen ik mijn naam opnieuw, ondanks al die vele duizenden kunstenaars in ons land, onder de 90 genomineerden zag staan, voelde ik me best trots. Gewoon zomaar tussen gerenommeerde museale namen van schilders, beeldhouwers, fotograven en installatiemakers als Lita Cabbellut, Henk Helmantel, Claudy Jongstra, Mark Manders, Erwin Olaf, Marte Röling, Fiona Tan en Henk Visch. Niet slecht!

Maar nu moet er natuurlijk gestemd worden!! Klik maar op https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/  als je meer wilt weten over de verkiezing.

Of, als je direct wilt stemmen (alle namen staan alfabetisch), op naar https://www.kunstenaarvanhetjaar.nl/verkiezing2022/ronde2/

deel van de lijst van genomineerden met in de tweede kolom, slecht leesbaar, mijn naam

Zelf sta ik in de tweede kolom. En klik je even op de naam van je favoriete kunstenaar, dan ploept er gelijk een venster te voorschijn met de nodige persoonlijke informatie . Met plaatjes natuurlijk. Zoals bij mij dit.

De hele stemprocedure spreekt verder voor zich. Maar dit keer is er op die verkiezingssite iets extra’s dat nog meer persoonlijke voldoening geeft. Daarvoor moet je op de site, na het aanvinken van je favoriete kunstenaar en na een ietsie doorscrollen echt even stoppen bij de lijst van ‘Genomineerde onsterfelijke kunstenaars’. Onsterfelijk in de zin van overleden zijn maar toch voortlevend in de kunstwereld. Rembrandt, Van Gogh, zoiets. Maar wiens naam staat daar nu dit jaar voor het eerst? In de laatste kolom vanwege de W? Die van Poen de Wijs! Eindelijk, eindelijk!

Poen’s naam rechts onderaan in dit gedeelte van de Galerie der Onsterfelijken

Zijn naam heb ik wel eens vaker laten vallen in dit blog. Kortgeleden nog. In verband met een expositie in het museum Musiom te Amersfoort. Voor mij en enkele andere fans van zijn werk moest hij gewoon bij die Onsterfelijken komen. En YES, YES,YES, dat is gelukt. Nu staat hij daar zomaar! Een soort Epke-Zonderland-moment voor mij vanwege die beroemde uitspraak van de reporter bij Epke’s laatste afsprong toen hij in 2012 de Olympische medaille won: “Hij staat!”. En nu staat Poen daar. Met dik verdiende erkenning. Persoonlijk vind ik dat we nu allemaal zijn naam moeten aanvinken voordat we aan het eind van de verkiezingsite de procedure afronden.

En weet je wat ook nog heel bijzonder is? De mede-exposant van Poen bij die expositie ‘Herkenning in Vervreemding’ in het Musiom is beeldhouwer Margot Homan. En laat haar naam nou direct onder die van mij staan in de lijst van de 90 genomineerden. Kwestie van alfabetische volgorde. En laat je nou twee kunstenaars aan mogen vinken. Tot volgende week.

TOOS

Nog net geen Tour de France maar al wel de 6e etappe van mijn Tour de Dante


De Tour de France begint aanstaande zaterdag, maar ik heb er al vijf etappes opzitten in mijn persoonlijke Tour de Dante. De resultaten? Gewoon even klikken op etappe 1, etappe 2, nummer 3, nummer 4 en 5.Nu dus nummertje zes.

Stel dat ik de Italiaanse taal machtig was en stel dat ik in zo’n praatgraag gezelschap Italianen de kans zou krijgen te beginnen met de zin “Nel mezzo del cammin di nostra vita“, dan schat ik de kans zeer groot dat velen direct, misschien wel in koor, invallen met

mi ritrovan per una selva oscura

ché la diritta via era smarrita“.

Want zo begint de Divina Commedia van Alighieri, Dante Alighieri, en zo hebben ze dat er op school allemaal in moeten stampen. Ter ere van hun grote dichter. Toch maar even in het Nederlands:

“Op ’t midden van ons levenspad gekomen

kwam ik bij zinnen in een donker woud,

want ik had niet de rechte weg genomen.” (vertaling Cialona en Verstegen)

de eerste van de reeks illustraties die Gustave Doré maakte voor de Divina Commedia: het ontwaken van Dante in het donkere woud

Hoe zou dat gaan in een Nederlands gezelschap bij het reciteren van de eerste regels van ons waarschijnlijk toch wel bekendste gedicht “Wilhelmus van Nassauwe ben ik, van Duitsen bloed,”? Zou iedereen dan gelijk invallen met “den vaderland getrouwe blijf ik tot in den doet. Een Prinse van Oranje …….. enz “? Ik heb zo mijn grote twijfels. Maar ja, de Italianen zijn nu eenmaal gekker en trotser met hun Dante dan wij met Filips van Marnix van Sint-Aldegonde(1540-1598), de vermoedelijke schrijver van ons volkslied. In Italië hebben de geleerden zelfs uitgedokterd dat Dante aan zijn reis door Hel, Louteringsberg en Paradijs begon op exact 25 maart 1300. Best knap bij zo’n volstrekt  imaginaire reis! Maar ja, kwestie van stand van de zon en de sterren zoals Dante die in het begin beschrijft. Nu is die datum zelfs officieel tot de jaarlijkse Dantedi, Dantedag, verklaard.

Ook dus de dag waarop in Italië dit jaar het Dante700 herdenkingsjaar begon. Terwijl hij toch echt pas komende 14 september 700 jaar geleden stierf. Maar ach,de duivel Lucifer zit bij Dante toch pas helemaal onderin de donkerste, stinkendste krochten van de laatste en negende cirkel van de Hel, het Inferno. Dus ’t duurde wel even voordat Dante hem daar kon aanschouwen. En geldt niet ook jede Konsequenz führt zum Teufel?

detail

Bovenstaande afbeelding van het Inferno door de beroemde renaissanceschilder Sandro Botticelli(1445-1510) is er een die hij maakte voor een unieke uitgave van de Divina Commedia. Maar hij was, heel voorzichtig uitgedrukt, niet echt de enige die zich liet inspireren door Dante’s verhaal. In de vorige etappes van mijn Tour de Dante heb ik er ook al enkele van mijn eigen schilderijen bij gehaald. Maar ik maakte er nog wel een paar meer. Dus waarom niet eens heel hovaardig die combineren met bekende museumstukken van echt beroemde kunstenaars?

Toos van Holstein, Beatrice (olieverf)

Hier een van mijn interpretaties van Dante’s onbereikbare en vroeg gestorven liefde Beatrice als hij haar uiteindelijk mag aanschouwen in het Paradijs samen met het beroemde schilderij ‘Dante and Beatrice’ uit 1883 van de Engelsman Henry Holiday (1839-1927). Waarop Beatrice straal voorbij loopt aan Dante bij de Ponte di Santa Trinita in Florence. Holiday baseerde zijn olieverf trouwens op Dante’s autobiografische boek ‘La Vita Nuova’ uit 1294.

Dante wordt op zijn reis door Hel en Purgatorium (Louteringsberg) vergezeld door de Romeinse schrijver Vergilius, zeer bewonderd door Dante. Edgar Degas(1834-1917) maakte in 1858 een schilderij over hun ontmoeting bij de ingang van de Hel. In mijn interpretatie zijn ze al een poosje samen op stap.

Edgar Degas, Dante en Vergilius bij de ingang van de Hel
Toos van Holstein, Dante en Vergilius in het Purgatorioum (olieverf)

Salvador Dali, ja, vanzelfsprekend ook hij, heeft zich helemaal uitgeleefd op de Divina Commedia. Met zo’n 100 aquarellen die hij daarvoor in de jaren 50 van de vorige eeuw maakte. Hier één over het Paradijs in combinatie met mijn olieverfschilderij ‘Dante en Beatrice’, ook in Paradijselijke uitvoering natuurlijk.

Salvador Dali
Toos van Holstein, Dante en Beatrice (olieverf)

En ook nog even dat prachtige schilderij van Bronzino (1503-1572): Dante afgebeeld met zijn Divina Commedia met op de achtergrond de zeven ommegangen hoge Louteringsberg. Eén voor elke hoofdzonde. Mijn olieverf Purgatorium laat wat meer te raden over.

Toos van Holstein, Purgatorium (olieverf)

Of het aantal etappes in deze Tour de Dante nog groter wordt? Dat zou zomaar kunnen. In 2017 nam mijn Franse galerie Quadrige (Nice) deel aan de Triënnale Mondiale de l’Estampes in Chamalières, een voorstad van Clairmont-Ferrand. Met het exposeren van onder andere mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia.

toch niet de minste namen bij die Triënnale Mondiale de l’Estampes : Braque, Chagall, Miro, en dus ook Toos van Holstein, maar die ontbreekt nog op deze affiche

En zoals ’t er nu naar uitziet, gaat dat komende september/oktober opnieuw gebeuren. In Perugia, de prachtige middeleeuwse hoofdstad van de Italiaanse provincie Umbria. Dat wordt dan allicht een etappe Middelburg-Perugia. Tot volgende week.

TOOS

Die goeie, ouwe Homerus komt aardbevend Noordoost Groningen een hart onder de riem steken


Waarom iets makkelijk doen als ’t ook moeilijk kan? Dat idee krijg ik wel eens bij ambtelijke stukken die qua taalgebruik zo moeilijk in elkaar steken dat je er geen steek van begrijpt. Of ken je die kunstverhalen van recensenten waarbij je je afvraagt wat je eigenlijk aan het lezen bent? Maar dat wordt nog wel eens een ander verhaal. In deze aflevering volg ik voor één keertje maar de meer gebruikelijke uitdrukkingsvorm ‘waarom iets moeilijk doen als ’t makkelijk kan’.

Want net deze week gaat er weer een Nieuwsbrief van mij de computer uit naar zeer veel e-mailadressen waarvan de bezitters graag op de hoogte blijven van mijn exposities. Dit keer is dat er eentje in Bad Nieuweschans, in het Noordoosten van Groningen. Het gebied waar de bodem nog wel eens wil rommelen en de bevolking terecht de NAM en de overheid de maat neemt. Maar dat terzijde.

Een blog-makkie dus deze week. Want ik neem gewoon die Nieuwsbrief over, kwestie van kopiëren en plakken. Met stiekem toch nog één extra foto er tussendoor. Raad zelf maar welke. Tot volgende week.

TOOS

 NIEUWSBRIEF TOOS van HOLSTEIN
mei/juni 2021

Toos van Holstein, Sirène, olieverf 90-100 cm

Homerus doet Bad Nieuweschans aan op zondag 6 juni

De galeriewereld mag langzaam aan weer ontwaken van de Haagse regelaars. Daardoor doet de oude Griekse bard Homerus, zelfs duizenden jaren na zijn dood, nu zowaar toch nog het oosten van de provincie Groningen aan. Bad Nieuweschans, om nauwkeurig te zijn. Of nog nauwkeuriger, Galerie WiekXX. Gelegen aan het oude exercitieterrein van wat tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1628 werd aangelegd als het verdedigingsbolwerk Langeakkerschans, later Nieuweschans geheten en nu dus Bad Nieuweschans genoemd. Want dat er zich al weer jaren een bekend en drukbezocht thermenbad/hotel bevindt, moet natuurlijk wel duidelijk worden gemaakt.

Toos van Holstein, Penelopé, aquarel/olieverf op papier 45-30 cm

Maar goed, Homerus dus. Henriëtte en Frans, de galeristen van WiekXX schreven ergens vorig jaar hun kunstenaars aan met de vraag of ze wilden meedoen met een groepstentoonstelling rond  schrijver Homerus en zijn befaamde Ilias en Odyssee.

Nou, dat was bij mij niet tegen dovemansoren gezegd. Niet voor niets heb ik meegedaan aan het illustreren met steendrukken van nieuwe Franstalige uitgaven van beide boeken bij mijn galerie Quadrige annex uitgeverij La Diane Française in Nice. Niet voor niets heb ik mij regelmatig door zijn werken laten inspireren tot schilderijen. En niet voor niets had ik daar in Nice een expositie over  de ‘L’Odysée d’Homère’. Nu komen er dus bij WiekXX, te midden van de werken van medekunstenaars, een aantal Homerus-schilderijen van mij te hangen en zijn die Franstalige edities er te bekijken. Twee volumes L’Iliade en twee volumes L’Odyssée. Met o.a. mijn steendrukken erin.

de vier volumes en één van mijn steendrukken bij de Ilias

De opening van de expositie vindt plaats op zondag 6 juni om 15 uur. Welkom, welkom. Meer gegevens staan onderaan deze Nieuwsbrief.

met meestersteendrukker Rudolf Broulim werkend aan mijn litho’s voor de Odyssee

Mogen, vele weken na de blijkbaar essentiële  IKEA en Primark, eindelijk de blijkbaar niet-essentiële musea weer open?

Ik ben niet zo van het vastnagelen van mensen op hun uitspraken. Maar die gotspe van minister Hugo de Jonge ga ik nooit meer vergeten! Dat je best een dag zonder een museumbezoek  kunt en dat je dan in plaats daarvan een leuke DVD kunt opzetten, Eén dag? Hoeveel maanden al niet! Wat een ongelooflijk dédain naar kunstwereld en kunstenaars. Ik zou nog veel meer willen zeggen, maar doe dat toch maar niet.

Op het moment van schrijven van deze Nieuwsbrief begint ’t er op te lijken dat 5 juni misschien D-day gaat worden. Eindelijk, eindelijk. Ik weet dan al vast wel naar welke tentoonstellingen ik toe zou willen. Deze Nieuwsbrief is er niet zo geschikt voor te melden welke, mijn blog ‘TOOS&ART’ des te meer. Wil je meer weten over mijn toekomstige kunstavonturen en belevenissen? Dan naar https://toosvanholstein.wordpress.com/category/toos-van-holstein/. Daar kun je je er ook makkelijk op abonneren.

Toos van Holstein

‘for me art is travelling the mind’

Homerus- Ilias & Odyssee opening zondag 6 juni 15 uur

de expositie loopt van 6 juni tot 16 juli

Galerie WiekXX, open vr, za, zo 12-17 uur

Voorstraat 50, 9693 EH Bad Nieuweschans

https://www.wiekxx.nl/

website www.toosvanholstein.nl        

e-mail: toosvanholstein@xs4all.nl

wekelijks blog ‘TOOS&ART’ https://toosvanholstein.wordpress.com/

ook actief op Facebook, LinkedIn,Twitter, Pinterest, Pictify, Tumblr en Instagram

Dante en de Magie van Epoxy


atelier ‘Holstein’ aan de Korendijk 56 in Middelburg

Wil je een wereldpremière meemaken? Helemaal gratis? Voor ’t eerst in mijn leven ga ik publiekelijk voordragen uit de Divina Commedia van Alighieri, Dante Alighieri. Op zondag 2 mei.

Hoe dat zit? Nou, de landelijk bekende grote boekenmarkt die voor die dag was gepland in Middelburg gaat niet door. Reden voor een aantal deelnemers  aan de Kunst en Cultuurroute om dan zelf maar het boek centraal te stellen. Zelfs ook nog oraal.

affiche met daarop vermeld de ateliers waar wordt voorgelezen

We starten namelijk weer. Een half jaar lang hield ik de twee grote glazen toegangsdeuren naar mijn atelier potjedicht. Coronagedwongen. Vorig jaar 6 december stonden ze voor het laatst open tijdens de maandelijkse kunstroute in Middelburg. En nu ‘gooi’ ik ze weer open. Eindelijk, eindelijk! Op 2 mei dus, de 1e zondag van de nieuwe maand, van 1 tot 5 uur. Wel voorwaardelijk, want er gelden natuurlijk nog steeds die niet altijd even makkelijk te doorgronden coronaregels. Want waarom mocht er eind vorig jaar in winkels nog één bezoeker binnen per 10m2 en is dat nu 25m2 geworden? Ra ra! En waarom wordt van regeringswege een nieuwe broek veel belangrijker geacht dan het geestelijk voedsel dat te verkrijgen is in de nog steeds gedwongen gesloten bibliotheken en musea? Zeg ’t maar.

bibliotheken dicht, maar hier zijn de plaatsen waar aandacht aan boeken en grafiek wordt gegeven

Oké, de kunstroute. Hoe is dat gezegde ook al weer? ‘In mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet’. Nou, ik heb in de maanden hiervoor al vast maar wat eieren gelegd. Kunsteien. En daar mag nu best iets van worden getoond. Samen met Dante en zijn Divina Commedia. Voor mij een logische combinatie gezien dat boeken-thema bij de route. En gezien mijn blogs van 8 en van 15 april. Over Dante700 en mijn persoonlijke mijmeringen bij en kunstuitingen naar aanleiding van dit al zeven eeuwen lang beroemdste boek uit de Italiaanse literatuur. Daar kan onze eigenste Vondel in de verste verte niet aan tippen. Maar eerst die nieuwe kunsteien.

één van die nieuwe kunsteien

Trouwe lezers van TOOS&ART weten wat ik bedoel met de actie ‘Kunstbezorgd.nl’. Weet je ’t niet, dan kun je hier je achterstallig onderhoud bijspijkeren. Het leek me best interessant om voort te borduren op dat idee van die reeks mixed media kunstwerken op dun aluminiumplaat van A4-formaat. Een reeks die ik uiteindelijk mijn ‘XX-XX Serie’ doopte en waarvan ik nu een prachtige, 32 pagina’s dikke brochure in mijn atelier beschikbaar heb voor liefhebbers.

voorkant van die brochure

Waarom zou ik me niet eens buiten die beperking van A4 begeven? Dus heb ik enkele werken uit die ‘XX-XX Serie’ door het mij zo vertrouwde ZWF in Bolsward laten aanbrengen op platen van alu dibond van 70 bij 100 cm. En daar ben ik toen weer verder op gaan doorschilderen. Zelf vind ik ze heel geslaagd geworden. Maar ja, hoe objectief ben ik hierbij in te schatten? Ook bedacht ik me dat het laten aanbrengen van een epoxylaag op zo’n kunstwerk best het experiment waard kon zijn. Epoxy, een uit twee componenten gemaakte doorzichtige en keiharde hars, zorgt namelijk voor een magisch lichteffect. Kleuren komen ineens nog helderder en sprankelender over terwijl er ook een groot diepte-effect ontstaat. Ik kan dat nu wel zo beschrijven, maar je moet die magie echt in werkelijkheid zien om te begrijpen wat ik bedoel. Dus hangen er nu diverse van die nieuwe mixed media schilderijen op alu dibond, met en zonder epoxy, in mijn atelier. Tezamen met mijn Divina Commedia olieverven en zeefdrukken. En met natuurlijk op tafel een dik volume van De  Goddelijke Komedie zelf. Weet je wel,die wereldpremière?

een paar van mijn ‘Dante-schilderijen’

Kijk maar eens op https://kunstroutemiddelburg.nl/activiteiten/33-middelburg-boekenstad. Daar vind je alle extra boekactiviteiten die plaatsvinden bij de deelnemers. Zelf geef ik om 2, 3 en 4 uur bij mij voor die grote glazen toegangsdeuren acte de présence met dat voorlezen uit De Goddelijke Komedie. Ten minste, als ik niet alleen voor mijzelf hoef te gaan staan oreren.

En binnen? Die nieuwe mixed media’s met en zonder epoxy naast nieuwe olieverfschilderijen en mijn Dante-werken. Verder natuurlijk ook de zeefdrukken die ik maakte voor de Franstalige La Divine Comédie in samenwerking met Galerie Quadrige in Nice en uitgeverij La Diane Française.  

Oh ja, ik ben je ook nog de verklaring schuldig van deze foto waarmee ik twee weken geleden eindigde.

Nou, komende keer dan maar. Tot volgende week.

TOOS

Mijn Schatplichtige Dante700 Kunstmijmeringen (II)


Zou Dante dik 700 jaar geleden, net als ik op deze foto, ook hebben zitten genieten van de Italiaanse zon tegen die muur van het duizend jaar oude Monastero di Fonte Avellana. Gekke vraag? Nee, zekers niet. Want zoals ik vorige week al beschreef , bezocht hij ooit ook dit afgelegen Benedictijner klooster waar ik in september 2019 de eer had een persoonlijke rondleiding van de abt te krijgen. Dat hij hier was, laten ze ook graag weten.  Zie de gedenksteen in de kloostermuur. Ik vermoed zomaar dat die eer mij niet te beurt gaat vallen.

Het bewijs van zijn bezoek? Dat levert Dante zelf. In de regels 106-111 van Canto XXI uit ‘Paradiso’, het laatste deel van zijn La Divina Commedia.

“Daar waar de bergen hoge kammen dragen,

Niet ver verwijderd van uw vaderstad,

Hoog boven het geweld der donderslagen

Ligt bij de Catria een klooster dat

Bewoond wordt door een aantal metgezellen

Dat er als kluizenaars de Heer aanbad.”

(vertaling Ike Cialoni en Peter Verstegen)

Het Monastero is nu met de auto goed bereikbaar via een omhoog  slingerende, geasfalteerde weg. Maar Dante, die heeft op zijn reis vast veel meer moeten afzien dan ik bij de mijne. Te voet, te paard, smalle, steile en stenige bergpaden? Zo zat ik daar tegen die muur van alles te bemijmeren, in volledige rust en stilte, met alleen wat bladergeruis om me heen. Mijmeringen als ‘zal ik die abt bij een volgend bezoek ‘mijn’ Divina Commedia katern uit het Purgatorium met die vier zeefdrukken cadeau doen voor hun bibliotheek?’

met abt en mijn gastheer Giampietro Rampini in de bibliotheek

Want ook die bibliotheek mocht ik bezoeken. Ooit stonden daar de prachtigste door monnikshanden geschreven middeleeuwse folianten. Nu jammer genoeg niet meer. Ze staan opgeslagen in de gigantische bibliotheek van het Vaticaan. Misschien maar goed ook. Want zo kunnen te grijpgrage handjes dat soort zeldzame boeken zich niet onrechtmatig toe eigenen in een niet zo geweldig beveiligd klooster. Nog meer mijmeringen? Mijn eigenste Dante-exposities. Zoals bijvoorbeeld die in Nice, in 2004. In Galerie Quadrige.

uitnodiging voor de expositie

Dat was namelijk de afspraak. Elke kunstenaar die meedeed aan de nieuwe Franstalige uitgave van La Divine Comédie (lees vorige week) maakte rond die bijdrage ook nog een tentoonstelling in de galerie. Gericht op Dante natuurlijk. En aldus geschiedde.

Zo maakte ik een hele reeks Dante-schilderijen, vooral gebaseerd op de Louteringsberg, ook wel betiteld als Vagevuur of Purgatorium. Het gebied waar je alsnog je toegang naar het Paradijs kon verdienen als ’t je lukte je te louteren voor nog niet uitgeboete zonden. Ook het gebied trouwens waar voor-christelijke zielen mochten verkeren. Want tja, hoe kon de kerk die kwijt? Die hadden hun zonden niet vergeven kunnen krijgen omdat Jezus pas na hen op aarde kwam. Voor het Paradijs konden ze dus niet in aanmerking komen, dat was echt alleen voor christenen bedoeld.

nog wat foto’s van de opening van die expositie in Galerie Quadrige in Nice

Dante had daardoor eigenlijk best mazzel. Want op die manier kon de grote Romeinse dichter Vergilius (70-19 v.C.), van wie Dante een grote fan was, zijn begeleider worden door Hel en Louteringsberg. Gebieden die Vergilius op zijn duimpje kende omdat hij er al eeuwen vrij rond kon dwalen. Wie beweert er hier nog dat logica ver te zoeken in is de leer van de Rooms-Katholieke kerk?

galerie eigenaar Jean-Paul Aureglia in gesprek met een bezoekster

Toch heb ik mij destijds ook nog wel schilderkundig bezondigd aan het Paradiso. Met een schilderij van die naam waarop ik mijn interpretatie weergaf van Beatrice. De voor Dante onbereikbare jonge vrouw, eigenlijk meisje nog, waarop hij verliefd werd en die jong stierf. Zij huisde vanzelfsprekend in het Paradijs en werd daar ook zijn begeleidster nadat hij aan het eind van zijn tocht over de Louteringsberg afscheid had moeten nemen van Vergilius. Die mocht natuurlijk geen stap zetten over de hemelse drempel.

mijn schilderij ‘Paradiso’

Maar dit schilderij ‘Paradiso’ hing duidelijk niet in galerie Quadrige. Nee, deze foto is, ook in 2004, genomen in de Martinikerk in Franeker. Waar toen mijn expositie ‘De Mens op Weg’ werd tentoongesteld. Met daarin een heel duidelijke Dante-exponent. Alweer zo’n persoonlijke Dante-link! Hoe dat zit? Ach, Dante700 duurt het hele jaar zodat ik ook nog wel wat tijd heb. Tot volgende week.

TOOS

Mijn schatplichtigheid aan Alighieri, Dante Alighieri, nog springlevend 700 jaar na zijn dood


Alighieri, Dante Alighieri! Bond, James Bond stelt de verschijning van zijn nieuwe film telkens maar weer opnieuw uit, maar Alighieri, Dante Alighieri heeft in 2021 première na première. Schrijvend aan mijn blog van vorige week dacht ik ineens aan hem bij het tikken van ‘scriptorium’. De mallemolen onder mijn hersenpan ging direct in de vierde versnelling met allerlei persoonlijke Dante pop-ups. Dante700, scriptorium, klooster in de Marche, Gubbio, zeefdrukken, Carros, galerie Quadrige, kunstroute Middelburg, mijn expo De Mens op Weg, the Dutch Church in Londen. Oh ja, en ook nog Perugia. Dat alles draaiend rond Dante’s ultieme La Divina Commedia, De goddelijke komedie, het belangrijkste werk uit de Italiaanse literatuur. Dante’s virtuele reis via Hel en Louteringsberg naar het Paradijs waar hij zijn vroeg gestorven liefde Beatrice zou ontmoeten. Daar ging ik over schrijven!Bij deze.

het dodenmasker van Dante met het officiële certificaat van echtheid erbij

Dante, de beroemdste dichter van Italië (Florence 1265-Ravenna 1321). De man van wie gezegd wordt dat hij aan de basis stond van wat de officiële Italiaanse taal is geworden. Want zijn beroemdste boek, La Divina Commedia, schreef hij niet in het toen gebruikelijke Latijn, Nee, dat deed hij in het Toscaanse dialect. Zijn eigen volkstaal, die van Florence en omstreken. Razend populair werd dat boek. Door alle stadstaatjes en onafhankelijke streken van de Italiaanse laars heen. Met al hun verschillende dialecten. En met al hun elkaar altijd maar weer bestrijdende machthebbers. Wilde je dus die middeleeuwse bestseller kunnen lezen of aanhoren, dan moest je dat Toscaanse dialect beheersen. De taal die nu het Italiaanse woordenboek vult.

Nog één van de gevolgen? Een heel jaar Dante700. Eén grote Dantemanifestatie gewijd aan zijn sterfdag op 14 september 700 jaar geleden. Dat mag ik niet zomaar voorbij laten gaan gezien mijn schatplichtigheid aan hem. Die begon in 2002 in Carros, een plaats even ten noorden van Nice.

bezig in het zeefdrukatelier in Carros (Frankrijk)

Of beter gezegd, het begon met Jean-Paul Aureglia in zijn galerie Quadrige in Nice. Want Jean-Paul had het plan opgevat een nieuwe uitgave te maken van La Divine Comédie. Een speciale Franstalige kunstuitgave van de Divina Commedia in beperkte oplage. Met illustraties  van de hand van kunstenaars uit zijn ‘stal’. Of ik mee wilde doen? Ja, natuurlijk! En bij welk onderdeel  ik dan afbeeldingen wilde maken? Bij De Hel, De Louteringsberg of Het Paradijs? Dat werd de Louteringsberg, het Purgatorium. En bij welke van de 33 Canto’s, de 33 Verzen, daarin?  Ik koos voor de nummer 25 t/m 29. Die spraken mij wel aan. Toen was de uiteindelijke vraag wat voor soort multiples ik dan wel wilde gaan maken. Steendrukken, gravures, zeefdrukken, houtsneden, etsen? Laat nou in dat Carros dicht bij Nice en dus makkelijk aan te rijden een zeefdrukatelier zitten. Keus gemaakt! Net zoals dus uiteindelijk een aantal zeefdrukken. Dat was trouwens makkelijker gezegd dan gedaan. Want de laatste keer dat ik er een maakte was in 1987.

die zeefdruk ‘Kloof’ uit 1987

Dat was voor een speciaal kunstproject bij Elegance. Destijds de eerste glossy in Nederland,HET maandelijks magazine over lifestyle. Een geselecteerde groep van 99 kunstenaars maakte in samenwerking met het zeefdrukatelier van Wout van der Vet voor het decembernummer van 1987 honderdduizend zeefdrukken. Die los werden bijgesloten in de Elegance oplage van 100.000. Op die manier zijn er aardig wat exemplaren van mijn ‘Kloof’ verspreid geraakt. Af en toe zie ik er nog wel eens eentje voorbij komen op internet kunstveilingen. Allemaal natuurlijk handgesigneerd, gewoon zoals ’t hoort. Dat hele project staat trouwens ook vermeld bij het Guinness Book of Records.

Maar nu wachtte er een nieuwe zeefdrukklus die technisch ook wat anders in elkaar stak. Met zeefdrukrasters die elke keer apart belicht moesten worden voor elke aparte kleurdrukgang.

weer dat zeefdrukatelier in Carros

1 van mijn 4 zeefdrukken bij la Divine Comédie

Vier zeefdrukken maakte ik voor Jean-Paul en zijn nieuwe Divine Comédie. Kunstwerken die nu ook deel uitmaken van een regelmatig rondreizende expositie. Eigenlijk lag ’t wel voor de hand dat die dit jaar in Italië zou neerstrijken. Dante700 tenslotte. En ja hoor, laatst vernam ik van Jean-Paul dat het Perugia gaat worden. Corona volente natuurlijk. Ik veerde echt even op toen hij dat vertelde. Perugia? Daar liep ik zomer 2019 nog rond! In die prachtige oude hoofdstad van Umbrië.

Perugia 2019

Ik werkte toen voor een maand in Gubbio, nog zo’n eeuwenoude stad in die streek. De streek ook waar ik dankzij mijn gastheer en keramist Giampietro Rampini een persoonlijke rondleiding kreeg van de abt in een middeleeuws klooster waar ook Alighieri, Dante Alighieri, had verbleven. Het Monastero di Fonte Avellana, midden in de bergen op de grens van Umbrië en de Marche. Daar stond ik dan, in het scriptorium waar Dante rond 1318 ongetwijfeld ook had gezeten.

met Giampietro en de abt in het scriptorium van het Monastero di Fonte Avellana

Echt goud, dat moment. Je merkt, over mijn ‘persoonlijke’ Dante ben ik nog niet uitgeschreven. Tot volgende week.

TOOS

Mythe, Magie en Mystiek, het Kunstenaarsatelier leent zich er wel voor (III)


Van de Rijksmuseumse Eregalerij vorige keer terug naar mijn belofte over die eenzame monnik aan zijn lessenaar in de week daarvoor. Want die plotsklapse actualiteit van de Gouden Eeuwse vrouwelijke kunstenaars die eindelijk, eindelijk hun eigen plek kregen in de Eregalerij drong zich er even tussen.  Nu verder met mijn schrijfsels over de plek waar toch ook die vrouwen hun schilderijen maakten: het kunstenaarsatelier. Met bijbehorende geschiedenissen en persoonlijke ervaringen. Met de mythen, de magie en de legenden die er vaak aan de haren bij worden gesleept. En met ook mijn eigen werkplekken. In zowel Middelburg als Nice.

bezig in mijn atelier in Nice
het Palais Venise in Nice met op de 1e etage achter de witte balustrade en de draaimolen mijn atelier

Zeg nou zelf, is dat atelier in Nice zoiets speciaals? Een doodgewone kamer in een trois pièces, een driekamer appartement. Maar dan wel in het heerlijk barokke Palais Venise. Alleen de naam al! ’t Is een plek waar ik me heel goed thuis voel. Waar ik me als een monnik kan terugtrekken in mijn cel en me kan afsluiten van de drukte in Nederland. Waar ik de Mediterrané en de beroemde Promenade des Anglais heel dichtbij weet en waar ik helemaal tot rust kan komen. Maar waar ik dus door dat rottige virus nu al een heel jaar niet heen heb gekund. Lees hier maar eens terug hoe ik er vorig jaar maart weg moest vluchten.

illustratie uit de 11e eeuw, gemaakt in de abdij van Echternach
monnik in het scriptorium

Goed, die plaatjes met monniken. Die doen daar wat ik in Nice ook zo graag in alle rust en stilte doe. Gewoon lekker bezig zijn. Zij vooral met het nijver overschrijven en kalligraferen van teksten. Want de boekdrukkunst?  Die liet in die periode van de Middeleeuwen nog honderden jaren op zich wachten. Waar komt, dacht je, de uitdrukking ‘dat is monnikenwerk’ vandaan? Juist, ja! Maar al die ter ere van God beschreven perkamenten bladen werden ook regelmatig verluchtigd met miniaturen. Van heel eenvoudig tot meer kunstzinnig.

al veel mooier, een afbeelding vermoedelijk gemaakt door de beroemde Jan van Eyck rond 1420

Een twee-eenheid tussen tekst en verklarend plaatje. Op die manier werd het scriptorium mee ook een atelier. Simpel weliswaar, maar wel een voorloper van de veel latere schildersateliers.

Maar hoe zat ’t nu eigenlijk ver voor de Middeleeuwen? In de Griekse Oudheid en het Romeinse rijk. Want die hadden toch ook hun kunstenaars. En wat voor! Kijk maar.

Weten we ook iets van hun ateliers? Zoals van de legendarische schilder Apelles of de befaamde beeldhouwer Phidias. Het korte antwoord is, voor zover ik weet, nee. Wel kennen we het prachtige verhaal van de mythische Pygmalion. Die beeldhouwde een zo perfect marmeren beeld van het vrouwelijk lichaam dat hij er zelfs heimelijk verliefd op werd. Gelukkig was daar Aphrodite, de godin van de liefde. Met haar hulp kon hij het beeld tot leven brengen door het zacht op de lippen te kussen. Een moment dat Jean-Léon Gérôme (1824-1904) prachtig verbeeldde.

Maar of hij het beeldhouwatelier historisch een beetje correct heeft weergegeven? Slechte vraag natuurlijk bij deze zeer persoonlijke, romantische 19e eeuwse interpretatie. Pygmalion en zijn Galatea leefden in ieder geval nog lang en gelukkig. Maar dat dit verhaal in de middeleeuwen aanleiding was om dan maar te veronderstellen dat de perfecte vrouwelijkheid alleen kon bestaan dankzij de mannelijke scheppingskracht? Vast eenzijdig denkende mannen die dit idee kregen.

Ook die legendarische Apelles (370-306 v.C.) heeft heel wat kunstzinnige inspiratie op zijn geweten. Maar ja, hij werd in het Romeinse rijk dan ook gezien als de grootste schilder aller tijden. Dankzij beschrijvingen van Plinius de Oudere in zijn Naturalis Historia weten we het nodige over hem en zijn schilderijen. Waarvan niets is overgebleven. Wel zou onderstaande muurschildering uit Pompeï gebaseerd zijn op zijn schilderij ‘Venus Anadyomene’ (Venus oprijzend uit de zee) dat ooit in bezit was geraakt van keizer Augustus.

Een geweldig verhaal over Apelles heeft veel en veel later trouwens nog heel wat kunstwerken door anderen opgeleverd.

Jan Wierix, Apelles en Alexander de Grote

Zo zou Alexander de Grote hem opdracht hebben gegeven om een naaktportret te maken van Campasne, een belangrijke minnares van onze wereldveroveraar. Maar wat gebeurt er? Tijdens het poseren wordt Apelles straalverliefd op Campasne. Als Alexander dit te weten komt en weer op bezoek gaat in het atelier is hij zo sterk onder de indruk van het portret dat hij subiet zijn minnares schenkt aan Apelles als tegenprestatie voor dat schilderij. Of Campasne hierover iets te zeggen had? Goeie vraag! En of het geschetste atelier hier wel klopt? Kleine kans, schat ik zo in. Maar ’t kan nog veel erger.

Willem van Haecht (II), Alexander de Grote bezoekt het atelier van Apelles, in bezit van het Mauritshuis

Ja, ook hier wordt Apelles’ atelier verbeeld.  Kijk maar linksonder waar hij een in dit geval min of meer keurig gekleed poserende Campasne op het doek zet terwijl Alexander in extase toekijkt.

Volgende keer meer over dit curieuze schilderij en andersoortige atelierverhalen. Of? Nee, toch eerst maar Dante700. Tot volgende week.

TOOS