Tagarchief: Nice

De logische lijn van middeleeuwer Dante naar Cobrakunstenaar Alechinsky en komiek John Cleese


Kom ik er in het Franse Chamalières achter dat werk van mij nog nooit zo dicht in de buurt heeft gehangen van de wereldberoemde kunstkanonnen Chagall, Miró, Calder en Braque als juist daar.

in Chamalières

Chamalières? Jazeker! Want als je dan toch met de auto naar Nice en omstreken moet om kunstige zaken te vervoeren, kun je best een omweggetje van een paar honderd kilometer maken naar die plaats. Levensgezel, die zich altijd met liefde opwerpt als privéchauffeur, draait daar zijn hand niet voor om. Oh, waar dat Chamalières ligt? Nou, vlak tegen Clermont-Ferrand aan. En waarom dan die omweg? Wist je dan niet dat daar elke drie jaar Le Triennale Mondiale de l’Estampe et de la Gravure wordt georganiseerd? Een triënnale dus waar de druk van kunst centraal staat. Kunst in gelimiteerde oplage zoals bij steendrukken, zeefdrukken, gravures, etsen, houtsneden. Multiples in het Engels.

Dit jaar vindt de tiende editie plaats. Een kolfje naar de hand van Jean-Paul Aureglia, mijn galeriehouder uit Nice. Hij specialiseert zich ten slotte al een aantal jaren in het uitgeven van het livre d’art. Literaire teksten in kleine oplage, rijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakte multiples. Ik heb daaraan al regelmatig meegedaan met steendrukken. Maar voor de middeleeuwse Divina Commedia van Dante Aleghieri heb ik me aan de zeefdrukken gewaagd.

enkele van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia

En laat Jean-Paul nu net een hele zaal te hebben gekregen om het werk van alle aan dat Dante-project meewerkende kunstenaars tentoon te stellen! Ik was uitgenodigd voor de opening in september maar dat kwam toen niet echt uit. Even een dagje op en neer naar Clermont-Ferrand? Mwah! Vandaar die omweg met de auto nu. En vandaar die beginzin. Want ook Chagall, Miró, Calder en Braque hebben steen en zeefdrukken gemaakt. Miró zelfs hele grote. En daarvoor hoefde ik alleen maar even vanuit ‘onze’ zaal van Dante door te steken naar die van hun. Eigenlijk best een lekker gevoel!

deel van de expositie over de Divina Commedia
bij mijn eigen werk
in de volgende zaal bij Miró

Er was overigens nog heel veel meer. Teveel om in onze paar geplande Chamalières-dagen te kunnen aflopen en rijden. Ga er maar aan staan, zo’n 30 expolocaties verspreid over de regio. Met een veelvoud daarvan aan kunstenaars vanuit alle werelddelen die een grote verscheidenheid aan interessante en natuurlijk ook minder interessante kunst toonden.  En met een prachtig uitgevoerde, dikke catalogus die ik als meewerkend en vanzelfsprekend ook vermeld kunstenaar zomaar daar ter plaatse cadeau kreeg van de organisatie.

de catalogus met een aantal pagina’s gewijd aan Dante en galerie Quadrige uit Nice
gevel van Centre de la Gravure

Maar hoe kom ik nu van Dante naar Alechinsky? Heel simpel. Omdat zich in het Waalse La Louvière, dicht bij Charleroi, het ‘Centre de la Gravure et de l’Image imprimée’ bevindt. Ook al weer grafiek en gedrukte afbeelding dus. Daar was ik nog nooit geweest en ’t lag kunstig mooi in het verlengde van de triënnale. Dus nog een ommetje van een paar honderd kilometer? Pas de problème! Weet je wel, die zich niet omdraaiende hand van levensgezel? ’t Is ook weer eens wat anders, Nice-Middelburg via La Louvière. Echt zo’n wat morsige, weggezonken Waalse industriestad van ooit betere tijden. Maar dat museum bleek een mooie verrassing. Wat anoniem weggestopt achter een weinig interessante gevel bevond zich een geweldig kunstcentrum.

Wat ik al wel van te voren wist, was dat de Belgische Pierre Alechinsky er een grote overzichtstentoonstelling had. Voor mij vormt hij samen met Nederlander Constant Nieuwenhuijs de top van de Cobra-groep die eind jaren 40 van de vorige eeuw werd opgericht. Natuurlijk, de namen van Appel en Corneille duiken meestal gelijk op bij die naam Cobra. Maar geef mij maar Alechinsky, Constant en ook Lucebert .

één van de drie zalen met werk van Alechinsky

Hoewel Alechinsky, met z’n nu 90 vitale levensjaren een van de weinige nog levende Cobra-kunstenaars, heel anders werkt dan ik, spreken zijn tekeningen en schilderijen mij al jaren sterk aan. Nog sterker nu ik drie zalen vol met zijn originelen en zijn grafisch werk heb gezien. Heel intrigerend bijvoorbeeld zoals hij oude landkaarten gebruikt om er voorstellingen op te maken.

oude kaart van Europa met Alechinsky’s interpretatie van de dreiging vanuit Rusland
fragment van een tekening op een oude kaart

Ik ontdekte er zelfs één van Yemen met de havenstad Aden. Waardoor ik ineens moest denken aan die vrijwel verlaten, gigantisch grote restaurantzaal daar waar ik jaren geleden de volmaakte plaatsvervanger van Manuel meemaakte. Je weet wel, die door en door stuntelige ober uit de hilarische tv-serie Fawlty Towers met John Cleese als chaotische hotelmanager. Deze Yemenitische Manuel maakte ’t zelfs nog een graadje erger. Om nooit te vergeten. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Aden op een oude kaart van Yemen, fragment

Ik realiseerde me daar in La Louvière ook  ineens dat de opzet van mijn zeefdrukken voor de Divina Commedia (hierboven) en de opzet van een aantal van Alechynski’s schilderijen wel wat van elkaar weg hadden. Echt heel frappant!

Toch mooi om via een paar ommetjes, nou ja, eigenlijk meer ommen, een kunstcirkel vanuit Nederland via Chamalières, Nice en La Louvière op verschillende manieren grafisch rond te maken. Of klinkt dat erg ingewikkeld en onlogisch? Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Inspiratie II


Ik heb even een pauzestop ingelast van een paar weken, waarbij internet achter de horizon is verdwenen. Maar van te voren heb ik wel een enkele korte afleveringen neergezet. Met schilderijen van mij waarvoor ik inspiratie opdeed uit de wereldliteratuur. Literatuur van en voor alle tijden.

Daarin mag dan natuurlijk de aloude Griek Homerus niet ontbreken. Ten slotte heb ik in Frankrijk met een aantal steendrukken mijn deel geleverd aan het illustreren van een nieuwe uitgave in beperkte oplage van zijn Ilias en Odyssee. Uitgegeven bij mijn galerie/uitgeverij in Nice, Galerie Quadrige/La Diane Française.

Homerus, olieverf, 180 cm-80 cm

Homerus 

Bezing, godin, de wrok van Peleus’ zoon Achilles,

die verwenste, die talloze rampen de Grieken bezorgde

en veel krachtige levens voorwierp aan Hades

van helden, en henzelf tot prooi maakte voor honden

en alle vogels- zo ging Zeus’ wil in vervulling-

vanaf het moment dat een ruzie uitbrak tussen

de leider der mannen Agamemnon en de stralende Achilles.

 

(uit de Ilias van Homerus)

 

Tot volgende week.

TOOS

Honderd miljoen dollar voor dat beeldje? Oké, pak maar in!


Giacometti in Galerie Lympia, Nice

Ik heb in twijfel gestaan. Wel of niet voor een korte trip naar Londen. Want in kunstbladen en op kunstsites valt  ’t maar met moeite over het hoofd te zien, de grote overzichtstentoonstelling van Giacometti in het Tate Modern in Londen. En die heerlijk vreemde kunstvogel Alberto Giacometti  (1901-1966) is een lievelingsartiest van me. Zeker sinds ik in 1994 zijn werk voor het eerst ‘live’ zag bij de Fondation Maeght, een prachtig museum in Saint-Paul-de-Vence even boven Nice.  Daar staan permanent een aantal beelden van hem. Die beslissing over Londen had ik overigens toch nog maar even voor me uitgeschoven. En dat kwam plots ook heel goed uit.

Giacometti bij zijn beelden in Fondation Maeght

Want zo lees ik tijdens mijn recente verblijf in Nice ineens dat daar bijna bij mij om de hoek, nou ja, heel veel bijna dan, ook een expositie van Giacometti is geopend. En niets daarvan dus in die kunstbladen en op die kunstsites. Een Angelsaksisch staaltje van Brexit-kunstdiscriminatie! Dan is de PZC van de Côte d’Azur, de Nice Matin, toch maar weer een nuttige informatiebron. Even terzijde voor de niet-Zeeuwen, die aloude PZC is de Provinciale Zeeuwse Courant die met een viertal verschillende edities de nog steeds heersende eilandengeest van Zeeland voortreffelijk weet te benadrukken.

Wat bleek in de Nice Matin? Er was bij de oude haven pas een nieuw museum geopend. De Galerie Lympia. Twee honderden jaren oude gebouwen die in hun bestaan al hadden gediend als pakhuis, gevangenis of badhuis waren omgetoverd tot een kunstcentrum. Jammer genoeg niet door de stad Nice zelf, maar door het Département. Waardoor ik er niet gratis naar binnen kon.  Alle Niçoise gemeentemusea zijn namelijk gratis toegankelijk voor inwoners mits in bezit van het juiste pasje. Maar het Département des Alpes-Maritimes doet daar niet aan mee. De begroting zal wel net zo krap zijn als die van de provincie Zeeland.

de haven lang geleden, met het gebouw met de klok en de lange muur rechts ervan, nu samen Galerie Lympia
zoals nu, met Galerie Lympia

Maar dat betalen had ik er wel voor over. Geheel terecht, zo bleek. Het Tate Modern? Hoeft niet meer. In samenwerking met de Fondation Giacometti uit Parijs was een heel mooi overzicht gemaakt van werk uit Giacomett’s laatste vijf levensjaren. Hoe groot de verzekeringssom is die ze daarvoor hebben moeten betalen? Geen idee! Maar goedkoop zal ’t niet zijn geweest. Ga maar na, in de top-tien van duurste beelden ooit komt Giacometti veelvuldig voor. Met zelfs plaats 1 en 2 noteringen door rammelende geldbuideltjes gevuld met respectievelijk zo’n 140 miljoen en 100 miljoen US dollars. Volstrekte waanzin natuurlijk, zulke bedragen voor kunst. Maar ja, je hebt dan wel een beeld van Giacometti. Best interessant om aan je vriendjes te laten zien. Toch?

Alberto zelf zal dit nooit hebben kunnen bevroeden. Hij werd tijdens zijn leven wel steeds bekender, maar zat eigenlijk ’t liefst in zijn maar 25 vierkante meter grote, rommelige Parijse atelier. Tekenend, schilderend  en eindeloos werkend in gips en klei aan zijn uiterst langgerekte menselijke figuren en gezichten.  Later een inspiratiebron voor heel veel kunstenaars.

Giacometti in zijn atelier
schets door Giacometti van zijn atelier

Uren moesten zijn modellen in dat vaak koude atelier poseren. Niet, naar zijn eigen zeggen, om ze te boetseren zoals je ze zag maar om weer te geven hoe ze als persoon waren. In eerste instantie gaven vooral zijn broer Diego en zijn vrouw Annette zich over aan die onvermijdelijke procedure. In zijn laatste levensjaren kwamen daar vriend Eli Lotar en een nieuwe vlam, de 20-jarige Caroline, bij. Zogezegd de oude bok en het groene blaadje. Maar zij verleidde hem er in ieder geval ook toe om veel meer uit dat donkere atelierhok te komen. Samen lekker toeren door Parijs. In die mooie sportwagen die hij voor haar had gekocht. Dat dan weer wel. Misschien zelfs nog wel een kostenpost voor de Franse belasting. Want vanuit die auto maakte hij ook nog schetsen van de stad.

foto’s van de expositie in de twee gebouwen

Wat ik altijd heel knap vind van Giacometti is dat de koppen van zijn modellen die hij al deformerend heel langgerekt zat te creëren direct herkenbaar zijn. Daarin toont zich de grote kunstenaar. Want probeer een sterk overdreven lichamelijke deformatie maar eens esthetisch aanvaardbaar en daarnaast ook nog realistisch te laten overkomen. Dat is razend moeilijk.

afbeeldingen van Annette, de vrouw van Giacometti

afbeeldingen van vriend Eli Lotar

Echt een museumaanwinst voor Nice, die Galerie Lympia. Sowieso vanwege de bijzondere Giacometti-expositie. Want hoe vaak zal ’t voorkomen dat te gelijkertijd zijn langste beeld en zijn kleinste samen worden geëxposeerd? Dat laatste van maar een paar centimeter hoog kun je eigenlijk niet eens goed kunt bekijken, zo petieterig. En dan te bedenken dat hij er eindeloos mee bezig is geweest.

kleinste beeldje van Giacometti
hoogste beeld van Giacometti

Maar ook gebouw en ligging zijn heel aantrekkelijk. Je loopt het museum uit en kunt gelijk neerstrijken op een van de terrasjes aan die levendige, mediterraan gekleurde haven. Met ook nog het dagelijks af en aan varen van de veerboten naar Corsica en Sardinië vlak voor je neus. Tot volgende week.

TOOS

École de Nice en de luiheid van kunstrecensenten


MAMAC met een sculptuur van Niki de Saint Phalle ervoor

Je hebt de Haagse School, de Larense School, de goeie ouwe lagere school en in België de Latemse School. Of in Frankrijk de School van Barbizon en de École de Paris. Overal Scholen met een hoofdletter. Afgezien dan van die vertrouwde lagere school allemaal verzinsels van schrijvers over kunst. Die gedachte kwam in me op toen ik kort geleden in Nice in het MAMAC, het museum voor de moderne kunst, een overzichtsexpositie bezocht van de École de Nice.

Want ’t is natuurlijk lekker makkelijk als je een stelletje heel diverse kunstenaars die uit een bepaalde streek komen en heel soms ook nog in een overeenkomstige stijl werken allemaal in een achteraf verzonnen hokje te plaatsen. Onze chaotische wereld toch maar overzichtelijke ingedeeld in rubriekjes en tabelletjes is ten slotte wel zo prettig. Zo bestaat die School van Barbizon uit kunstenaars die voor het eerst  echt buiten gingen schilderen. In de buurt van Barbizon dus, niet al te ver van Parijs. Dat werd mogelijk door de uitvinding van de zinken tube in 1841. Eindelijk konden ze olieverf  langdurig bewaren. Een revolutionaire vinding die de kunstwereld definitief veranderde. Want zonder verftube geen impressionisten! Maar dat is een ander verhaal.

installatie van Martial Raysse op de tentoonstelling

Zo is ooit ook achteraf de École de Nice, de School van Nice, verzonnen voor een zeer diverse groep kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog. Kunstenaars die allemaal wel wat met Nice en omgeving hadden te maken. Omdat ik daar regelmatig verkeer, kan ik moeilijk om ze heen. Daar zorgt dat MAMAC wel voor. Dat is ’t aan zijn Niçoise stand natuurlijk verplicht die kunstenaars voortdurend in een mediterraan zonnetje te zetten.

Nana’s van Niki de Saint Phalle

Zelf heb ik dat al eens gedaan met Yves Klein (1928-1962) en zijn speciaal door hem ontworpen en gepatenteerde Yves Klein blauw. Ook kwam Niki de Saint Phalle (1930-2002) al wel ter sprake. Overgewaaid vanuit Amerika en door de liefde en de kunst aan de Côte d’Azur verbonden geraakt. Maar er zijn ook nog de beroemd geworden Ben (1935), Arman (1928-2005) en César (1921-1998). Naast diverse anderen die ’t niet wereldwijd hebben gemaakt. Het grootste deel ervan is trouwens al overleden. Maar sommigen van die nu ouwe knakkers schuurden al op jonge leeftijd tegen die École de Nice-groep aan  en houden zich nog steeds min of meer op de been. Dat weet ik omdat ik hun broze verschijningen nog wel eens meemaak bij vernissages van  Galerie Quadrige. De galerie waarmee ik al sinds de jaren 90 samenwerk. Maar wie hier in Nederland ooit heeft gehoord van Aloco, Monticelli of Viallat mag nu een vinger opsteken. Dat worden er vast niet veel.

Dit jaar zijn voor een aantal maanden twee verdiepingen van het MAMAC gewijd aan een overzichtstentoonstelling van de hogere en de lagere goden van de groep. Altijd is er van die hogere wel ’t nodige te zien in de vaste collectie. Maar nu heeft men de magazijnen eens heel goed doorgeplozen op meer. Interessant om te zien dat veel van die toen nog jonge kunstenaars vaak werkten met goedkoop afvalmateriaal om hun kunstdrang te kunnen uiten. Een soort recycling avant la lettre.

assemblages van diverse kunstenaars met restmateriaal

Zo begon Arman bijvoorbeeld meubels en oude muziekinstrumenten door te zagen en de losse stukken weer esthetisch met elkaar te verbinden. Dat werd zo gewaardeerd dat ’t uitgroeide tot zijn core-business.

de core-business van Arman

César had waarschijnlijk ooit in een grote pers een autowrak zien verfrommelen tot een groot metalen blok en bedacht dat dit ook kon met andere afvalmaterialen van metaal. En zie daar, César werd er bekend mee.

werk van César

Ben Vautier, maar zijn achternaam laat hij weg, zocht ’t in de jaren 60 meer in de meest maffe performances in de straten van Nice (https://vimeo.com/64392276)

Ook begon hij allerlei zelf verzonnen korte teksten op papier te zetten. En zie, nu sieren die de tramhaltes in Nice.

installatie van Ben
teksten van Ben bij de tramhaltes in Nice

En Yves Klein was behalve met zijn blauw ook al bezig met photoshoppen ver voordat de computer op onze bureaus terecht kwam.

Hoezo dus een School? Van Arman zag ik trouwens nog een installatie waarvoor hij in 1975 in New York zijn slaapkamer enigszins had verruïneerd met een bijl. Er zijn dronken popsterren onder de dope die ’t hem niet nadoen.

Best grappig, je moet ’t maar durven dat als kunst te tonen. Maar het interessante was dat ik gelijk moest denken aan onderstaande foto.

Een installatie uit 1998 van de nu wereldberoemde Engelse Tracey Emin. Ooit verkocht voor ongeveer een miljoen Engelse ponden. Duur bedje dus. Maar ja, bij de prijs inbegrepen waren wel een aantal gebruikte condooms. Toeval, die gelijkenis? Geen idee! Overigens wel een intrigerende gedachte. Tot volgende week.

TOOS

De kunst van pijn lijden voor de kunst


Als ik, liggend in mijn bed in Nice, mijn hoofd in een zodanig onmogelijke hoek zou draaien dat een stevige nekhernia niet echt valt uit te sluiten, krijg ik er zicht op. Op de grote muurschildering die ik laatst heb gemaakt aan het hoofdeinde van dat bed. Geschilderd rondom een zwarte ombouw die ik als Ikea-bouwpakket in de auto had meegenomen naar Frankrijk. En die daar door levensgezel met het vereiste grote Ikea- geduld en bijbehorende scherpe blik op de meegeleverde handleiding perfect in elkaar werd gesleuteld. Komt goed, zegt ie dan, maar stoor me de komende uren eventjes niet.

de start van de muurschildering

 Waarom dat nieuwe hoofdeinde nodig was? Vanwege het veranderingsgen in mijn DNA. Dat zorgt voor het regelmatig opspelend, absoluut niet te negeren gevoel dat ik weer eens iets moet wijzigen in mijn woonstee. Want altijd maar diezelfde meubelopstelling? Of diezelfde muren? Nee, dat kan echt niet. Veranderen, die hap! Levensgezel, daar is ie weer, bespeurt die opborrelende, onstuitbare drang natuurlijk wel na zoveel jaar ervaring en begroet ’t dan ook meestal met een opmerking in de trant van ‘ah, is ’t weer zover?’. Vaak lukt ’t me dan om mijn psyche tevreden te stellen met het creëren van bijvoorbeeld een nieuwe stillevenopstelling op plekken die ik daarvoor in huis beschikbaar heb. Eerst zoeken in mijn rommelkastkast, vol heerlijke troep en min of meer kunstzinnige frutsels en fratsels, en dan schikken en herschikken. Et voilà, ik kan er weer even tegen.

aan het werk

Maar af en toe moet ’t grofstoffelijker. Door een andere meubelopstelling te maken, een wand een andere kleur te geven, schilderijen om te wisselen. Of door iets nieuws toe te voegen. Vandaar dus dat Ikea op mijn pad kwam. Die slaapkamer in Nice was ten slotte al weer zóóóóó lang hetzelfde!  De stoelen en kastjes daar nog weer eens een keer verschuiven naar andere plekken gaf geen echt overtuigende adrenalinekick meer. Maar dan komt van het een het ander. Want toen die ombouw eenmaal stond, zag ik ’t ineens voor me. Een stad op de grote muur achter het bed. Een moderne stad in het nachtelijk duister. Prima passend dus bij de voornaamste functie van een slaapkamer. Indirect kwam dat idee voort uit mijn serie ‘Briljantjes’. Schilderijtjes die ik vorig jaar maakte om cadeau te geven bij aankoop van een groot schilderij tijdens mijn reeks exposities als Nederlands Briljanten Kunstenaar 2016. Dat waren werken waarin ik voor het eerst flink wat zwart durfde te gebruiken in combinatie met diverse kleuren nanoverf. Verf die op een heel speciale en levendige manier licht reflecteert, afhankelijk van de richting waarin je kijkt. Maar ja, die schilderijtjes waren 40 bij 40 cm. En deze wandschildering moest zich over meters uitstrekken. Zowel in de hoogte als de breedte. Toch wel even iets anders.

Nou, dat heb ik dus geweten. Vooral achteraf. Op een trap staan werken valt nog wel mee. Maar kruipend over de vloer om in allerlei niet alledaagse opgevouwen en gedraaide houdingen te schilderen aan de onderkant van wolkenkrabbers? Mijn lichaam begon te piepen en te kraken. Niet algemeen hoorbaar maar wel door lokaal sterk te protesteren in mijn rug, door diverse gewrichten stijver te maken dan op dat moment handig was, door mij opnieuw spieren te laten voelen waarvan ik het bestaan al lange tijd had verdoezeld en door de aan dit alles gelieerde zenuwscheuten. En dat dan ook nog gedurende een aantal dagen. In duursporten noemen ze zoiets afzien. Ik heb trouwens nooit goed begrepen  dat sporters hieraan verslaafd kunnen zijn. Maar ja, ik ben van nature nooit echt geschikt geweest voor dat soort inspanningen.

het eindresultaat

Hoe dan ook, ik ben nu uiteindelijk zeer tevreden. Dat pijn lijden voor de kunst heeft zich beslist uitbetaald. En wat ik nu ook heel goed weet is dat ik mijn nek dus niet moet lenen voor extreme slangenmensverdraaiingen om vanaf mijn kussen die donkere stad achter mij te kunnen aanschouwen. Dan kan ik toch beter gewoon opstaan. En wat voor de komende ook heel belangrijk is? Mijn interieurveranderingsverslaving is voorlopig weer gestild. Denk ik! Tot volgende week.

TOOS

De lange arm van Homerus


de Ilias en Odyssee in de vitrine in mijn atelier

Had die goeie ouwe, rondtrekkende en verhalen vertellende bard Homerus ’t ruim 28 eeuwen geleden ooit kunnen bevroeden? Dat beeldend kunstenaars, filmregisseurs en toneelmakers zich nu nog steeds laten inspireren door wat hij toen op schrift stelde? De Ilias en de Odyssee. In ritmische zangen en verzen gegoten geschiedenissen, mondeling van bard op bard doorgegeven. Avonturenverhalen die toen ook al eeuwenoud waren. En had hij kunnen bedenken dat ik daar komende zondag 4 juni aandacht aan geef in mijn atelier bij de Middelburgse Kunst en Cultuurroute?

Nee, vast niet! Want hadden wij, om maar wat te noemen, 28 jaren in plaats van 28 eeuwen geleden ook maar het flauwste vermoeden van het ritueel dat zich nu veelvuldig voor onze ogen afspeelt? Een ritueel waar hele volksstammen zich op straat, in trein, bus of bioscoop om de haverklap aan overgeven. Volledig gebiologeerd en zonder oog voor de omgeving met hun vingertjes over oplichtende schermpjes vegen. Zowel lopend, staand als zittend. Daarbij ook nog vaak luidop in zichzelf pratend met geluidgevende dopjes in hun oren. Geluid dat, zo schat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in, vast niets met de verzen van Homerus heeft te maken. Nee, dat vermoeden hadden we vast niet. Dus valt die goeie, ouwe bard in dat opzicht helemaal niets kwalijk te nemen.

paar steendrukken uit de Ilias

Hoe ik voor die kunstroute op 4 juni ineens op Homerus kom? Ten eerste, en trouwe lezers weten dat, omdat ik een stevige band met hem heb via mijn galerie in Nice. Waarmee ik heb samengewerkt aan nieuwe, geïllustreerde uitgaven van de Ilias en Odyssee. Maar er is nog een belangrijk ten tweede. Een dikke week geleden bevond ik mij op Malta. In de begin 19de eeuw gebouwde Nationale Bibliotheek van hoofdstad Valetta. Daar bleken ze een ruime collectie heel oude drukken van de Odyssee en de Ilias te bezitten . Waaronder zelfs een kostbare en zeldzame vroege Venetiaanse uitgave uit 1499. Maar ook ontdekte ik dat ze er op Malta behoorlijk trots op zijn dat de grote Griekse held Odysseus een aantal jaren doorgebracht zou hebben op Gozo. Het tweede eiland van de archipel van de Repubblika ta”Malta. Ja, ik heb ook nog wat Maltees opgestoken.

Nationale Bibliotheek in Valetta, Malta

Op dat Gozo, of Ogygia zoals het in de Odyssee heet, werd hij jaren gevangen gehouden door tovenares Calypso. Die was hopeloos verliefd op hem geworden nadat hij op haar eiland aanspoelde na een schipbreuk. Gevangen is daarbij overigens een nogal betrekkelijk begrip. Want Odysseus zou, niet geheel onvrijwillig, een paar kinderen bij haar verwekken. Maar uiteindelijk beschikten de goden op de top van hun Olympus toch maar dat hij weer naar zijn paleis op Ithaka mocht. Waar zijn eigen Penelope al jaren smachtend op hem zat te wachten.

Komt bij dit alles mogelijk de vraag op waarom ik op dat verre Malta verkeerde? Dat is weer een heel ander verhaal.

paar steendrukken uit de Odyssee

Hoe ik op 4 juni aandacht ga geven aan Homerus? Ik heb vier dikke volumes van die Ilias en Odyssee met daarbij door mij gemaakte steendrukken. En natuurlijk schilderijen die erop zijn gebaseerd. Schilderijen die voor zich spreken. Maar ik wil daar best wel wat aan toevoegen. Overigens niet in de vorm van verzen en zangen zoals Homerus dat deed. Lijkt me echt beter van niet. Maar als je die dag Middelburg ingaat, heb je best nog wel kans een aantal woeste zeemansgezangen op te vangen. Want het is Middelburg VÓLkoren. Zo’n spin off van de kunstroute die een eigen leven is gaan leiden. Met overal zangkoren van overal vandaan. Daarbij zitten vast ook shantykoren. Van die groepen mannen die uit volle borst zeemansliederen ten gehore brengen. Soms al honderden jaren oud. Je zou je er de bemanning van het schip van Odysseus zo bij kunnen voorstellen. Ruige, moedige zeevaarders voor geen kleintje vervaard. Waarbij ik wel ’t lichte vermoeden heb dat de meeste van die shantykoorleden de zee nog nooit voor ’t echie hebben meegemaakt.

Sirene, olieverfschilderij gebaseerd op de Odyssee

En wat mijn eigen Odyssee betreft? Die duurt nog wel even. Want ik heb in overleg met Jean-Paul Aureglia van die galerie Quadrige in Nice besloten om samen met hem nog twee unieke exemplaren van, op z’n Frans, L’Odysée te maken. Twee boeken in groot formaat, elk geïllustreerd met 25 originele aquarellen. Voor de Ilias deed ik dat al eerder. De lange arm van Homerus reikt dus nog steeds over de eeuwen heen, zeker ook naar mij. Wie weet tot 4 juni en in ieder geval tot volgende week.

TOOS

Dromen in Balloo bij de Drentsche Aa


Op school moesten we vroeger bij aardrijkskunde heel wat Nederlandse rivieren, riviertjes en beken bij naam kennen en op de kaart kunnen aanwijzen. Maar of de Drentsche Aa daar ook bij zat? Ik weet ’t echt niet meer. Misschien net niet goed opgelet toen? Of een gaatje in mijn geheugenvergiet?

Dat doet er trouwens niet meer toe want nu weet ik het wel.

En Balloo? Is dat bekend? Nee? Nou, dat was voor mij eerlijk gezegd tot vorig jaar net zo.  Maar ook die lacune in mijn aardrijkskundige kennis van Nederland is nu gevuld. Het dorpje ligt vlak bij die Drentsche Aa even ten oosten van Assen. Een leven lang leren heet zoiets tegenwoordig, geloof ik.

Galerie Drentsche Aa

Ik kwam dat allemaal te weten door een bezoek van Jan en Hilde Wekema aan mijn Middelburgse atelier. Rechtgeaarde Drenten. Niks geen gekronkel zoals bij die Drentsche Aa beek . Ze runden de galerie Drentsche Aa in Balloo, vielen op mijn werk en of ik er iets voor voelde om bij hun tentoon te stellen. Normaal gesproken wil ik dan altijd eerst wel de expositieruimte zien voordat ik een besluit neem. Maar bij Jan en Hilde had ik gelijk zo’n gevoel van “dat zit wel goed”. Dus gingen ze einde middag terug naar Drenthe met een paar schilderijen in consignatie achterin hun auto. Want in een nieuwe samenwerking moet je natuurlijk ergens beginnen.

een paar van mijn werken in de galerie

Een frappant vervolg is dat ik een aantal weken later voor een poosje in Nice zat en daar een goeie vriendin bezocht. Een Drentse die al een aantal jaren aan de Côte d’Azur verkeert. Op mijn vraag “ken jij misschien Balloo?” keek ze me zeer verrast aan. Ja natuurlijk kende ze dat. Ze was daar in de buurt geboren en had heel wat gespeeld aan de Drentsche Aa. Of ze dan die galerie kende? Nee. En Jan en Hilde Wekema? Daar ging wel een lichtje branden. Hilde? ’t Zou heel goed kunnen zijn dat die op school had gezeten bij haar zus. En het plaatselijk café kon ook nog wel eens een rol hebben gespeeld. Bij navraag aan de zus, eveneens een goeie vriendin van me, gingen ook bij haar lampjes branden. Zo had de Drentsche Aa zijn stroomgebied dus ineens via Nederland, België en Frankrijk naar de Middellandse Zee uitgebreid. Toch een prachtig voorbeeld van globalisering.

Later ben ik, toen ik toch in het noorden moest zijn, natuurlijk in Balloo wezen kijken.

Google Maps van Balloo
aankondiging van de expositie Dreams

’t Lijkt erop dat ze daar de woorden ringweg en rondweg hebben uitgevonden. Een aaneenschakeling van boerderijen aan een hele grote rotonde. Gelegen ook in een belangrijk toeristisch fietsgebied, zo weet ik intussen. Al die fietsers kunnen dan gelijk, als ze hebben genoten van het heideschoon van het Ballöerveld, vanaf Hemelvaartsdag 25 mei tot 2 juli aan de Balloo 27 in Balloo de expositie “Dromen” meepikken. Met daarin een flink aantal schilderijen van mij. Meer informatie is te vinden bij http://www.galeriedrentscheaa.nl/ en natuurlijk op http://www.toosvanholstein.nl/. En als je nu die naam Balloo nog niet in je hoofd hebt zitten, ik in ieder geval wel. Wie weet tot in Balloo. Hoe dan ook tot volgende week.

TOOS