Tagarchief: Vrouwen in de Kunst

Moesman en de Museumhonger óftewel de Surrealistische Vrouwen zijn Hot


‘Huidhonger’ mag van mij het mooiste nieuwe woord van 2020 worden. Nu al. Want klinkt dat woord niet heel erg veel leuker dan het door de coronaperikelen zo langzamerhand toch wel erg afgesleten ‘knuffelen’?

Voor mij persoonlijk zou ‘museumhonger’ dan trouwens geen slechte keus zijn voor de tweede plek. Maar zoals gezegd, dat is echt persoonlijk. Want honger naar musea na onze intelligente lockdown zal voor een behoorlijk deel van de Nederlandse bevolking toch even wat minder prioriteit hebben. Dat ik al een paar jaar na mijn geboorte behept bleek met een overmatig groot kunstgen? Tja, iedereen heeft wel ergens een handicap.

mijn museumhonger stillend in het Centraal Museum in Utrecht

Mooi dus dat ik mijn museumhonger sinds kort weer mag uitleven. Ik deed hier al verslag van mijn bezoek aan het Rijksmuseum direct na de lockdown opheffing. Met daarin verwerkt een speciale Efteling-ervaring wat rijen en wachten betreft. Dus toen ik vier dagen later de ingang van het Utrechtse Centraal Museum in de verte zag opdoemen, was ik sterk benieuwd naar de logistieke gang van zaken daar. Geen enkel probleem zowaar. Tijdslot oké, pijltje volgen, het nieuwe ritueel van handjes met gel opschonen, het gratis online-ticket tonen in combinatie met de Rembrandtkaart en op naar ‘De Tranen van Eros- Moesman, surrealisme en de seksen’.

klein deel van ‘De tranen van Eros’

Want daarvoor kwam ik. Zeker omdat Nederlands enige echte en bekende surrealist, de Utrechter Joop Moesman, daarin de hoofdrol speelde. Maar meer nog eigenlijk vanwege de speciale aandacht voor vrouwelijke surrealisten. Een in de kunstgeschiedenis weggeschreven groep kunstenaars die nu extra in de lichtspots werd gezet. Die groep is namelijk de laatste paar jaar ineens heel erg hot geworden in de museum en veilingwereld. En terecht! Daarover later meer.

bij een werk van Leonor Fini, een van de vrouwelijke surrealisten en al jaren een favoriet van me
dat zelfportret uit 1922

Eerst Moesman (1909-1988). Een nogal gecompliceerd mens, maar als jongen al een overduidelijk schildertalent. Dat zegt bijgaand zelfportret wel dat hij op 13-jarige leeftijd maakte met een olieverfkistje dat hij voor zijn verjaardag kreeg van zijn vader. Die, van beroep tekenaar en steendrukker, dat talent natuurlijk wel onderkende.

Rond 1930 ontdekte Moesman het surrealisme. Een tak van kunstsport die ontstond in het Parijs van 1924 op initiatief van schrijver André Breton. En daarna groot werd gemaakt door onder anderen Salvador Dalí, Max Ernst en René Magritte. Mannen allemaal, die nu niet meer uit de musea zijn weg te denken.

reproductie van ‘Bijeenkomst van vrienden’ van Max Ernst (1922) waarop al veel leden van de toekomstige surrealistengroep van 1924

De dromen in ons onderbewuste, waaronder ook seksuele fantasieën, wilden ze zichtbaar maken om op die manier de geest vrij te maken. Vrouwen speelden daardoor een belangrijke rol bij die mannelijke surrealisten van het eerste uur. Maar dan alleen als muze en inspiratiebron. Dat er ook kunstenaars onder hen waren?  Hoezo? Vrouwen waren toch vooral een object om vaak naakt weer te geven in allerlei onbestaanbare, droomachtige vormen in een verder ook surreële omgeving?

onderdeel van de expositie, Salvador Dalí, La mémoire da la femme-enfant (1929)
Max Ernst, La joie de vivre (1936-37)
René Magritte, La race blanche (1937)

Toen Moesman voor het eerst zwart-wit foto’s van die schilderijen zag, wist hij ‘t. Dit wil ik ook. Onder de noemer van surrealisme kon hij de gecompliceerde gevoelens kwijt waar hij mee zat. Zoals bijvoorbeeld zijn niet altijd even makkelijke verhouding met vrouwen. Een volgens de verhalen nogal dominante moeder, een verloofde die van haar ouders niet met hem mocht trouwen en daarbij nog zijn hang naar sadomasochisme. Nou, dan kon je in het calvinistische Nederland van de jaren 30 je borst wel natmaken voor een schandaaltje hier en een schandaaltje daar als je dat in schilderijen verwerkte. Zoals in 1933. Toen de directie van Amsterdamse Stedelijk Museum bij een tentoonstelling onderstaand schilderij verwijderde.

Moesman, Namiddag (1932)

Want pervers en onsmakelijk! Dat was het oordeel van pers en bestuurlijke instanties. Wat ze in deze amorfe vorm zagen, zei natuurlijk ook direct heel veel over hun eigen onderbewuste. Wat mij betreft dus gewoon touché voor het surrealisme. Maar Moesman ging onverdroten verder op de ingeslagen weg en heeft nog heel wat iconische schilderijen gemaakt die nu onverbrekelijk verbonden zijn met ons Nederlandse kunsterfgoed. Zoals onderstaande werken waarvan bijna iedereen wel eens het beeld ergens heeft opgepikt.

Moesman, Het gerucht (1937), toen ook al een schandaal waardig
Moesman, Ontmoeting (1932)
Moesman, Avonduur (1962), waarin hij tijdens de seksuele revolutie in de jaren 60 iets durfde te tonen van zijn SM gevoelens
Moesman, Oktober (1965)
Moesman, Zelfportret (1935), geschiilderd toen bleek dat hij van haar ouders niet met zijn verloofde mocht trouwen

Moesman heeft dus een heel intrigerend en prachtig fijnschildersoeuvre nagelaten. Nu een kern in de collectie van het Centraal Museum en ook kern van de echt heel mooie, tot 16 augustus verlengde tentoonstelling ‘De tranen van Eros’. Heengaan!

En de surrealistische vrouwelijke kunstenaars die nu over de hele wereld hot aan het worden zijn? Die moeten toch nog even wachten. Maar dat hebben ze al heel lang gedaan, daar kunnen ze wel tegen. Tot volgende week.

TOOS

Hoe je plots besluit naar Parijs te gaan


 Kort geleden viel mijn oog op een NRC-artikel over een heel speciale expositie in Parijs. Over Artemisia Gentileschi (1593-1653)! Ik wist ’t meteen. Daar moest en zou ik heen. Want Artemisia is voor mij één van de iconen uit de geschiedenis van de kunst. Nooit van gehoord? Tja, zo is dat met veel vrouwelijke kunstenaars uit het verleden gegaan. Daaruit weggeschreven door  mannen die kunstboeken publiceerden over alleen maar mannen.  Overdreven? Goed, even twee voorbeelden die zeer illustratief zijn voor de rest.

In de USA wordt al heel lang “Wereldgeschiedenis van de kunst”van ene Janson op de universiteiten als standaardwerk gebruikt. Pas in de 5de druk (1995) kwam daarin voor het eerst aandacht voor vrouwen. Zelf gebruikte ik op de academie “Eeuwige schoonheid” van Gombrich. En nu één keer raden. Inderdaad, er werd geen vrouwelijke kunstenaar in genoemd! Terwijl in “Kunstenaarslevens”, in de 16de eeuw geschreven door Vasari, wel degelijk vrouwen voorkwamen. Toen wel!

Die vrouwen werden pas weer aan de vergetelheid ontrukt toen in de jaren 70 van de vorige eeuw door de emancipatie de vrouwenstudies op universiteiten tot ontwikkeling kwamen. Nu kennen we ze weer, vrouwen die in hun tijd niet onderdeden voor de mannen. En Artemisia is één van hen (zie haar zelfportret hierboven). Ik schreef al eens over haar in mijn “Kunststukjes” waarover ik een paar weken geleden verhaalde. Klik maar op http://www.toosvanholstein.nl/artikelen/artikel02.html en http://www.toosvanholstein.nl/artikelen/artikel06.html.  Dan kun je je hart ophalen aan spannende verhalen, anekdotes en achtergrondverklaringen over “De vrouw in de Kunst” in de loop der eeuwen.

 Artemisia spant voor mij de kroon. Ga maar na. Dochter van een schilder in Rome, werkzaam in zijn atelier, zeer getalenteerd, verkracht door een compagnon van haar vader en daarna door de magistraten gemarteld om na te gaan of ze wel de waarheid sprak (haar vingers, haar werktuigen dus, werden in klemschroeven gezet). Later op voorspraak van de grote Michelangelo de eerste vrouw die in Florence werd toegelaten tot het mannelijk bolwerk van de Kunstacademie. Vervolgens een carrière die voerde langs allerlei vorstenhuizen. Schilderijen over sterke vrouwen met heel veel dramatiek, heiligen, portretten en nog veel meer. Maar dat komt binnenkort wel.

Voor die vrouw ga ik dus binnenkort naar Parijs. Naar het Musée Maillol waar nu een grote tentoonstelling is over haar. Ik verheug me erop.

Tot volgende week.

TOOS.

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag