Tagarchief: Peking

’t Kan slechter dan lekker aan de gang zijn in Nice


het gebouw in Nice met daarin mijn atelier/appartement met de markt voor de deur

Een paar weken retraite in Nice is geen slechte bezigheid. Nu zeker niet. Want er staan een paar grote projecten te wachten dit jaar. Projecten die bij de voorbereiding om de nodige rust en concentratie vragen. En in Nice vind ik die makkelijker dan in Middelburg waar allerlei kunstruis op mijn lijn zit. Me daarvoor afsluiten lukt hier veel beter.

Wat die projecten dan wel zijn? Allereerst een nieuw boek.

aan het werk voor mijn nieuwe Grote Boek

Alweer een flink aantal jaren geleden kwam er een groot, dik boek uit over mijn schilderijen met op de rug overduidelijk het Romeinse cijfer I. Natuurlijk de indicatie dat ooit deel II zou verschijnen. Nu is dat zover. Maar dat vergt veel denkwerk, redactie en overleg. Welke schilderijen, beelden en steendrukken moeten er in komen? In welke volgorde? Welke teksten? Wie gaan die schrijven? Waar gaat ’t gedrukt worden? Om over het lettertype nog maar te zwijgen. Begin oktober moet dat boek van meer dan 200 pagina’s er volgens de planning zijn. Werk aan de winkel dus in mijn rustgevende Niçoise atelier en appartement.

aan de lunch in de lentezon

Dat ligt dan wel weer in het bruisende hart van het Libération-quartier. Met de dagelijkse markt voor de deur, de zeer frequente tram om de hoek, de beroemde Promenade des Anglais op 20 minuten loopafstand voor het geval ik die tram niet neem en een zeer ruime keus aan bars en restaurants binnen een straal van 150 meter. Voor de af en toe noodzakelijke onderbreking van mijn werkzaamheden en ter aangename verpozing is het dan ook geen enkel probleem  een zonnig terras te vinden waar ’t met een vriendin goed lunchen is. Te midden van heel veel Fransen. Want die lunch in Frankrijk is natuurlijk wel een cultuuruiting van de heilige soort. Maar daarna is ’t weer werken geblazen.

Aan nog een tweede groot project. Mijn ’70-Series’.

werk voor mijn ’70 Series’

Een paar reeksen van 70 kleine werken: olieverven en dibonds. Allemaal 20 bij 20 cm. Ook die ’70-Series’ gaan in oktober in première. Tegelijk met dat Toos van Holstein Deel II. Een datum is ook al geprikt: zondag 6 oktober in de grote ruimtes van Galerie Peter Leen in Breukelen. Zet ’t maar in je agenda, want dat gaat een leuk feestje worden. Reken trouwens maar dat én dat boek én die ’70-Series’ hier voor die tijd nog wel vaker ter sprake gaan komen.

Dat ik ’t toch niet kan laten om tussendoor ook nog kunstuitingen van anderen te bezoeken? Ach, dat zit nou eenmaal in mijn nieuwsgierigheidsgenen. Als ingeschrevene hier kan ik, als een soort halve Niçoise, met een speciaal pasje alle gemeentelijke musea vrij bezoeken. Zoals hier de Galerie des Ponchettes, gelegen aan die al genoemde wereldbekende Promenade.

dav

Met dit keer een uitgebreide installatie van aan elkaar genaaide, kleurig verweerde doeken. Best esthetisch en interessant om te zien. Ook omdat ik zelf, als artist in residence, in 2008 iets dergelijks creëerde  met grote, bedrukte en beschilderde banners in een kunstruimte in Peking.

mijn banners in Peking

Die banners gaan deze zomer trouwens een soortement vervolg krijgen in de prachtige oude Italiaanse stad Gubbio in Umbrië. Een derde groot project dit jaar. Maar dat is weer een ander, nog toekomstig verhaal. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Zij die vooruit wil, Helden aflevering II


Vorige week schreef ik het al. Een paar weken achter elkaar ga ik even de aandacht richten op mijn helden. Geen film of sporthelden.  Maar helden die ons in de loop van de afgelopen millennia via oude teksten en middeleeuwse  en recente literatuur zijn overgeleverd. Helden die mij inspireerden tot bepaalde schilderijen.

In 2008 verbleef ik voor enige tijd in Peking als artist in residence en heb ik daar op eigen initiatief samen met enkele vrouwelijke Chinese kunstenaars banners van mij beschilderd. Dat was een prachtige ervaring.

Vrouwelijke Chinese kunstenaars beschilderen mijn banners in de ruimte waar ik ga exposeren

In 1994 had ik als toerist door China gereisd, pas in 2008 kreeg ik een klein beetje het gevoel iets meer van de huidige cultuur te gaan begrijpen. Een andere natuurlijk dan die uit Robert van Gulik’s (1910-1969) detectiveverhalen over de 7de eeuwse rechter Tie. Boeken die ik in mijn jeugd verslond en die me nog steeds bijstaan. Nu is alles veel moderner en veel dynamischer, natuurlijk wel binnen de grenzen zoals die door het politieke systeem daar worden gesteld. Peking leefde, Peking bruiste, de inwoners streefden duidelijk naar Westerse welvaart. Een klein voorbeeldje. In 1994 was er in Peking nog geen metro te bekennen. In 2008 lag er 200 kilometer en werden er ook nog eens 400.000 nieuwe auto’s per jaar verkocht. Alleen in Peking dus.

Ik verbleef vlak bij een traditionele hutong waar die ouderwetse sfeer van rechter Tie nog wel voelbaar was en waar hij voor mij weer tot leven kwam. Zij ’t gecombineerd met die nieuwe dynamiek. Eigenlijk waren de inwoners op hun eigen manier helden die met z’n allen het nieuwe China vorm aan het geven waren. In één van de voedselwinkeltjes waar ik regelmatig inkopen deed, zat de eigenaresse ’s avonds vaak Engelse woordjes te leren bij wat lamplicht. Ze wilde vooruit in haar wereld, zo begreep ik wel uit de korte, eenvoudige gesprekjes die ik met haar kon voeren. Daaruit is de inspiratie voor dit schilderij “Contented” voortgekomen.

Toos van Holstein, Contented, olieverf tweeluik 100-170 cm

Tot volgende week.

TOOS

‘The Great Liao’ in het Drents Museum


in een graftombe op ‘The Great Liao’

Als ik van Middelburg met de auto richting Bayonne aan de Frans-Spaanse grens ga, ben ik zo’n 1150 km onderweg. Diezelfde afstand geldt ook voor Bayonne naar Gibraltar aan het zuidelijke puntje van Spanje. Als een Liao-steppekrijger op zijn paard rond het jaar 1100 van de ene kant naar de andere kant van het Liao-rijk zou rijden was hij er dan nog lang niet. Want daarvoor zou hij 4000 km moeten afleggen. Ga je vanaf Gibraltar die afstand noordwaarts, dan kom je enkele honderden kilometers noordelijk boven Oslo uit. Dit om maar even aan te geven hoe groot het Liao-rijk in zijn hoogtijdagen was.

Nog nooit gehoord van die Liao? Dan moet je spoorslags naar het Drents Museum in Assen.  Daar wordt de 10de en 11de eeuwse geschiedenis onthuld van dit door veroveringen en allianties groot geworden Oost- Aziatische imperium van de Khitan-nomaden. Op een prachtige manier.

in het geel het Liao-imperium

Dat rijk? Het kaartje hierboven zegt heel veel. Delen van Rusland en zelfs hoofdstad Peking van het huidige China vielen toen binnen de grenzen ervan. Dat er heel lang weinig over dit nomadenland  bekend was, ligt aan het feit dat de geschiedenis meestal geschreven wordt door de overwinnaar. En die overwinning lag uiteindelijk toch bij de meerderheid van de Han-Chinezen in het zuidelijk deel van het imperium. Hoogontwikkelde, beschaafde Chinezen, volgens henzelf dan wel. En dan zijn nomaden en steppekrijgers natuurlijk al heel snel weg te schrijven als minderwaardig en onontwikkeld. Dat gebeurde dus en dat bleef ook eeuwenlang het beeld van hen.

Tot zo’n 40 jaar geleden bij toeval een aantal graftombes van de Khitan werden ontdekt. Wat daaruit naar boven kwam veranderde als bij donderslag hun historie. Grafgiften van goud en zilver terwijl  de Chinezen dat toen nauwelijks gebruikten. En prachtige wandschilderingen die blijk geven van een hoogontwikkelde cultuur. Iets dat we eigenlijk ook wel hadden kunnen weten als je kijkt naar de Boeddhistische pagodes die de Liao hebben nagelaten en die nog steeds het landschap sieren. Ook geven archeologische vondsten aan dat er enorme ommuurde Liao-steden hebben bestaan.

de graftombe met nagemaakte muurschilderingen
de Witte Pagode van Qingzhou
aardewerken drakenkop als versiering van een pagode

In het Drents Museum wordt heel sterk de nadruk gelegd op de grafvondsten en op versieringen van en voorwerpen uit de pagodes. Maar hoe doe je dat met heel veel kleinere voorwerpen die in vitrines moeten liggen? Door een bijna hallucinerende, gigantisch grote vloerbedekking te leggen die de steppegrond imiteert. Met rondom doorlopende foto’s van de steppe op de wanden. Door een paar van die graftombes na te bouwen met nageschilderde de bijbehorende wandversieringen erin. Een op de normale manier, een door met oplichtende contouren ervan te werken. Ook door de totale opstelling zo neer te zetten dat je heel makkelijk je oriëntatie in de expositiezaal kwijtraakt. Echt knap gedaan. En mooi dat in Assen de geschiedenis van die paar eeuwen Liao-rijk  wordt herschreven.

deel van de grote tentoonstellingsruimte
de speciaal vormgegeven graftombe
verguld zilveren kroon uit een tombe

Een rijk dat begin 12de eeuw uit elkaar viel door onderling getwist. Maar dat vacuüm werd snel opgevuld. Want vanuit het oosten rukten de opstandige Jürchen op, een Mongoolse stam. De Jürchen? Gaat er bij de naam Gengis Khan (1162-1227) of Dzjengis Khan wellicht wel een lampje branden? Alweer een steppekrijger wiens dynastie door zeer gewelddadige veroveringen het grootste aaneengesloten imperium stichtte dat er ooit heeft bestaan. Het Mongools Keizerrijk dat zelfs doorliep tot in Oost-Europa en angst en vrees in heel Europa veroorzaakte. Tja, geschiedenis en oorlog, twee onverbrekelijk met elkaar verbonden begrippen.

gouden dodenmasker van een prinses uit een tombe
de gouden laarzen die ze aan had

Daarom miste ik eigenlijk iets bij die tentoonstelling ‘The Great Liao’. Een grote landkaart van ons Europa met daarop geprojecteerd het Liao-rijk. Ik denk dat de huidige EU en dat oude rijk elkaar dan in grootte ongeveer bedekken. Als je bedenkt dat de EU pas zo’n 50 jaar bezig is zich op vreedzame wijze te vormen en dus nog zo’n 150 jaar te gaan heeft om de twee eeuwen van de Liao vol te krijgen, zouden er dan niet allerlei interessante bespiegelingen op gang kunnen komen? Tot volgende week.

TOOS

De VOC, China en Leen Bakker als logische driehoeksverhouding


kast 1 Weer eens een cryptische titel! Maar oh zo verklaarbaar. Ten minste, als je het eind van dit stukje haalt.

Toen ik mijn pakhuis uit 1738 in 1999 in Middelburg kocht, was ’t daar een gigantische puinzooi. Daarom ook was een ontbindende koopvoorwaarde dat het pand helemaal leeg moest worden opgeleverd. Dit betekende voor de toenmalige bezitter dat er uiteindelijk 13 grote, volle containers naar de stort zijn gegaan. Vrijwel niets bleek ook nog maar van enige waarde. Behalve een paar houten panelen met krullerig houtsnijwerk. Niet bijzonder goed, maar wel intrigerend.

Enig speurwerk leverde op dat het zeer waarschijnlijk panelen waren die nog stamden uit de tijd van de VOC. Echt financiële waarde hadden ze niet, maar voor mij gevoelswaarde des te meer. Zeker ook omdat ze dus kwamen uit de tijd dat mijn huidige atelier/woonhuis werd gebouwd.

Daarom heb ik altijd iets willen doen met die panelen. Maar wat? Het motief van dat snijwerk dus gaan gebruiken voor T-sign. Voor de hand liggend toch? TOOS-design met daarin dat motief verwerkt. Zoals bijvoorbeeld een bijzettafel van metaal, een mesa-brocado. Want in het Spaans klinkt dat natuurlijk veel mooier. En een metalen luz-brocado, een waxinelichtjeshouder voor aan de muur.

kast 1a

Daarvoor heb ik het motief op tekening gezet en het door een echte vakman via een computerprogramma en de lasersnijtechniek laten omzetten in een paar prototypes waar ik nu thuis elke dag van kan genieten. Maar die panelen stonden nog steeds in een hoekje in mijn atelier. Tot ik laatst bedacht dat ik ze goed kon gebruiken voor de versiering van een kastje. Ik vind het namelijk zalig af en toe als afwisseling van het schilderen gewoon lekker wat te rotzooien met allerlei andere materialen.

mesa-brocado
mesa-brocado
luz-brocado
luz-brocado

En dus kocht ik vorige week bij meubelketen Leen Bakker een zelfbouwpakket van eenvoudig blank, laag kastje van min of meer de goeie afmetingen. Daarna heb ik die panelen, door met beitel en figuurzaag aan de gang te gaan, tot de juiste proporties teruggebracht. Nu staat het geheel bij mij, bijna klaar, in het woongedeelte. Maar wat heeft dat China er dan nog mee te maken?

kast 4

Wel, in 2008, toen ik artist in residence was in een galerie in Peking, kocht ik ergens in een buitenwijk daar op een soort rommel en antiek markt waar geen toerist te bekennen was een prachtig slot. Echt een mooi ding van het soort dat je af en toe wel op antieke Chinese kasten ziet. De verkoper wilde er eerst € 150 voor hebben. Al communicerend via rekenmachine, wegloopgedrag,  handgebaren en afkeurende geluiden, want mijn Chinees is beslist onderontwikkeld te noemen, kocht ik het uiteindelijk voor € 15. En dan heb ik waarschijnlijk nog te veel betaald naar Chinese begrippen.

Maar nu prijkt dat slot ten slotte in symbiose met de panelen op mijn kastje. Want hebben de VOC en China lang geleden niet heel veel met elkaar te maken gehad? Dus tot slot: logisch toch, die driehoeksverhouding tussen de VOC, China en Leen Bakker! Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein

Waarom twee Chinese vrouwen met mij in Cambodja op de foto staan


Een klein voorval onthult soms fundamentele veranderingen. Neem nou bovenstaande foto. Gewoon een plaatje van mij met twee jonge Chinese vrouwen in de Banteay Samré, een Khmer-tempel uit de 12de eeuw. Te vinden in  het Cambodjaanse oerwoud waar ooit de machtige stad Anchor lag. Niks bijzonders toch? Hoewel? Cambodja, Khmer, Anchor, ’t klinkt natuurlijk behoorlijk ver weg. Maar iedereen zou er in principe heen kunnen. Neem wel het vliegtuig , lopend duurt ’t nogal lang.

Maar wat is er nou zo bijzonder aan die foto?

In 1995 bezocht ik China voor ’t eerst. Bij die rondreis kwamen veel kinderen op ons af met de vraag “What’s your name?” Na ons antwoord kwamen we nooit verder, want dat was het enige Engelse zinnetje dat ze kenden. Wel kwamen we nog ergens een oudere man tegen met wie we, heel traag en moeizaam, een gesprek in het Engels konden voeren. Zijn accent maakte hem bijna onverstaanbaar. Uiteindelijk bleek dat hij leraar Engels was. Arme leerlingen van hem! Die dachten vast dat ze Engels hadden leren spreken. Ik neem aan dat ze in die verwachting flink teleurgesteld zijn geraakt.

Bantey Samré in Angkor
Bantey Samré in Angkor

Dertien jaar later, in 2008, was ik als artist in residence een maand te gast in Peking. Niet alleen die stad bleek in dertien jaar ongelooflijk veranderd te zijn. Ook met de mensen was dat het geval. Nauwelijks meer mao-pakjes, vrijwel alleen maar westerse kleding. Kleding trouwens, die zeer waarschijnlijk made in China was. En het gebruik van Engels was duidelijk in ontwikkeling. Onze taxichauffeur luisterde in zijn auto naar bandjes met Engelse les. Niet dat hij het al sprak, maar hij begreep meestal vrij snel wat we bedoelden. En af en toe kwamen we een Chinese kunstenaar tegen met wie we enigszins in het Engels konden communiceren. Al een hele vooruitgang dus. In die maand maakte ik ook een dagelijks lees en foto blog dat nog steeds te vinden is op http://toosvanholstein.blogspot.nl/  .

 

Maar de echte vooruitgang kwamen we nu tegen in Cambodja. Die twee jonge vrouwen op de foto waren me al opgevallen door hun aandachtige manier van kijken en fotograferen. Terwijl ik zat te tekenen, kwamen we, door hun nieuwsgierigheid, met elkaar in gesprek. Ze bleken goed Engels te spreken, waren hoog opgeleid en werkten alle twee bij een bank in Peking. Één was getrouwd en had een kind, de ander had nog geen geschikte partner kunnen vinden. Dat bleek moeilijk. Hé, kennen hoger opgeleide vrouwen in West Europa dat verschijnsel ook niet? Daarbij waren ze samen op vakantie en niet in een groep, zoals veelal nog het geval is bij Chinese toeristen. We konden echt over van alles met elkaar praten. Voor mij heeft die foto dus een grote symbolische lading en wordt er de ongelooflijke verandering mee geïllustreerd die in China plaatsvindt. Een verandering die de hele wereld op zijn kop kan zetten.

 

Bantey Samré, Cambodja
Bantey Samré, Cambodja

Een symbolisch plaatje dus op ook nog een heel symbolische plek. Want die oude Banteay Samré tempel was ooit onderdeel van een stad waar in de hoogtijdagen van het uitgebreide Khmer-rijk van de 12de en 13de eeuw waarschijnlijk zo’n één miljoen mensen woonden. Een tijd dus waarin bij ons een stad al groot was met enkele tienduizenden inwoners. De tijd ook waarin bij ons de bouw van de gotische kathedralen begon, terwijl daar het nu wereldberoemde Angkor Wat werd gebouwd. Één van de echt grote culturele wonderen op onze aardbol. Ooit gehoord van de slinger van de geschiedenis, gezien Azië toen en Azië nu? Tot volgende week.

tempel 4

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Kunst is een feestje!


Mozart, het popidool avant la lettre Frans Liszt, de Parijse Salon, Impressionisme, ongelooflijke kunstprietpraat, edelkitsch, kunst voor boven de bank, kunstsubsidies, Peking, Joop van de Ende en Andy Warhol. Hebben die iets met elkaar te maken dan? Nou, wat mij betreft wel. En het verband met die titel “Kunst is een feestje”?

Dat ga ik maar eens haarfijn uitleggen.

 

 Een aantal jaren lang, zeven om precies te zijn, heb ik elk kwartaal een Kunststukje geschreven in het bijna glossy te noemen Magazine van de Nederlandse Club aan de Côte d’Azur. Dat waren dus 28 artikelen van 3 tot 4 pagina’s met zeer afwisselende onderwerpen over de beeldende kunst. Met daarbij natuurlijk plaatjes. Want beeldende kunst zonder plaatjes is net zoiets als een Europees Voetbalkampioenschap zonder ballen.

Maar ik merkte dat het schrijven van die artikelen naast dit vorig jaar gestarte blog toch een behoorlijke tijdwissel op me trok. Vandaar dat het 28ste Kunststukje ook het laatste werd. En dat had dus de titel “Kunst is een feestje”. Want voor mij hoort kunst dat gewoon te zijn. Ondanks alle huidige controverses over subsidies, kunstelite en politiek beleid.

 

Het leek me interessant dat laatste Kunststukje hier toch maar eens extra in de schijnwerpers te zetten. Want een blog leent zich er meestal niet zo goed voor om dieper op allerlei zaken in te gaan. Dan wordt ’t al snel als te lang ervaren. Terwijl dat bij zo’n artikel nou juist wel weer de bedoeling is. Nieuwsgierig geworden na het voorgaande? Met de link http://www.toosvanholstein.nl/artikelen/artikel28.html ben je direct op de plek waar het staat op mijn website www.toosvanholstein.nl .

Daar wordt dan ook wel duidelijk wat het verband is tussen de foto’s bij deze blogaflevering. Want ik kan me zo voorstellen dat de link tussen een foto van het Mamac (het Museum voor Moderne kunst in Nice), een 19de eeuwse spotprent van de Fransman Daumier en “Die fünf Sinne” van de Oostenrijkse 19de eeuwse schilder Hans Makart niet voor de hand liggend is. Tot volgende week.

TOOS.

www.toos.biz

www.toosvanholstein.nl

YouTube  http://bit.ly/ij4Pag

Knielen op een grafsteen


Nee, niet vanuit geloofsoverwegingen “Knielen op een bed violen”, zoals in die veel gelezen roman van Jan Siebelink, maar gewoon knielen op een grafsteen voor de kunst. Dat was bij mij het geval op deze foto, genomen in de middeleeuwse Martinikerk in het Friese Franeker.

In de vorige aflevering van dit blog meldde ik al dat ik “TOOS in Fort Rammekens” na het beëindigen van mijn expositie daar, zou voortzetten als “TOOS&ART”. Wat is dan een mooiere start dan daarmee te beginnen in een nog ouder bouwwerk dan het fort. Die prachtige Martinikerk!

Met die kerk heb ik een speciale band. Héééél lang geleden in de grijze oudheid, in 1996 dus, had ik daar een grote tentoonstelling gedurende de zomermaanden, wanneer het gebouw dagelijks open is voor het publiek. Eén van de attracties wordt gevormd door de eeuwenoude grafstenen waarvan sommige nog uit de 15de eeuw. De uitgehakte teksten en symbolen erop waren toen voor mij uitgangspunt voor die tentoonstelling. Dat werd zo gewaardeerd door de kerkgemeenschap en de duizenden bezoekers dat ik er in 2004 weer  terugkwam voor een nieuwe expositie, “De mens op weg”. Voor beide manifestaties heb ik er veel op mijn knieën gelegen, niet om boete te doen, maar om met de rubbingstechniek delen van de grafstenen met oliekrijt over te nemen op schildersdoek. En nog steeds maak ik af en toe een afspraak met de koster als ik weer eens iets wil rubben voor een kunstwerk. Zo ook afgelopen week om oude teksten over te nemen op Japans papier, waarvan ik in 2008 een grote rol kocht in Peking toen ik daar artist in residence was. Wat er met deze nieuwe rubbings gaat gebeuren weet ik al wel, maar dat ga ik nu nog niet verklappen. Net zo min als waarom ik daar in Friesland ook nog even in Elahuizen, Workum en Leeuwarden was. Dat wordt te zijner tijd wel onthuld in dit blog. Wel kan ik hierbij vertellen dat in 2013 Toos weer de hele Martinikerk gaat vullen met kunst.

Op naar de AAF

Als kunstliefhebber geniet ik ook graag van de kunst van vakgenoten en dan zijn beurzen daarvoor een prima plek. Zo was er afgelopen week alweer voor de 5de keer de AAF, de Affordable Art Fair, in de Amsterdamse Westergasfabriek. De unieke formule voor die kunstbeurs is voor het eerst ontwikkeld in Londen en houdt in dat de te kopen kunstwerken nietr duurder mogen zijn dan € 5000 en dat men zich richt op een jong en dynamisch publiek. Dit idee is zo aangeslagen dat de organisatie erachter nu over de hele wereld zulke Art Fairs organiseert. Afgelopen zaterdagmiddag was het daar in Amsterdam ook weer razend druk. Het leuke is dat je daar goed de ontwikkeling van kunsttrends kunt waarnemen. Drie jaar geleden werd al duidelijk dat jongere generaties grote belangstelling hebben voor digitale fotografie. Photoshoppen is daarbij een begrip geworden dat heel veel verschillende kunstladingen dekt. En, zo kon ik zien, die ontwikkeling is alleen nog maar sterker geworden. Galerieën waarbij vroeger echt geen foto binnenkwam, zie je nu stuk voor stuk overstag gaan. Overigens ben ik daar als TOOS natuurlijk ook mee aan de gang gegaan voor mijn expositie in fort Rammekens, zoals uitgebreid is te zien op www.toos.biz en de video’s op mijn YouTube-kanaal http://bit.ly/ij4Pag. Tot volgende week.

 TOOS

www.toosvanholstein.nl

www.toos.biz