Tagarchief: China

Goeie wijn en kunst, ’t kan slechter


installatie van de Braziliaan Tunga op Chateau La Coste

Eén keer raden waar ’t bij een wijnchateau om draait. Heel goed! Wijnranken, druiven en het vloeibare eindresultaat in rood, rosé of wit. Maar als je zo’n chateau bezit, daar niet onaardig mee verdient en iets meer wilt? Kijk dan eens bij Chateau La Coste, zo’n twintig kilometer boven Aix-en Provence bij Le Puy-Ste-Réparade. In de prachtige, heuvelachtige campagne van de Provence. Vorige week maakte ik al een link met die plek via Arles en mondiale sterarchitect Frank Gehry. Type Rem Koolhaas, onze Nederlandse pendant. Of die moderne sterstatus van architecten tegenwoordig terecht is? Goeie vraag om in de groep te gooien. Maar ze verdienen er in ieder geval een leuke boterham door. Hoe dan ook, waar in Europa vindt je op iets meer dan een uur rijden van elkaar twee Gehry-bouwsels? In de Provence dus.

Op dat wijnlandgoed doen ze namelijk veel meer dan alleen wijn maken. Ze doen er ook aan landschapskunst, aan een recent geopend museum, en aan beroemde architecten. Vandaar Gehry.

ontwerp van Gehry op het terrein

Maar of ie nou met dit ding z’n sterstatus onderstreept? Mwah! Nogal rommelig en ongeïnspireerd naar mijn smaak. Overigens wordt er daar niet op een paar euro’s gekeken. Van over de hele wereld mochten kunstenaars er in het landschap ingrijpen. Echt zo’n speciale tak van kunstsport. Kunst, en hier ook architectuur, zodanig integreren dat er een eenheid met de omringende natuur ontstaat.

Op Chateau La Coste kun je je er aan verlustigen bij een rondgang van zo’n twee uur over de vele hectaren golvend en gedeeltelijk bebost terrein. Wil je vooraf, of eventueel achteraf, je ook nog verlustigen aan een chique Franse lunch? Geen probleem. De Japanner Tadao Ando, ook alweer zo’n ster aan het architectenfirmament, zorgde voor een dito chique ambiance. Toen ik er afgelopen herfst rondliep, waren de menu’s niet aan te slepen.

het restaurant

Maar goed, nu die landschapskunst. Door ook al weer wereldberoemde namen. Zoals Ai Wei Wei. Waar kom je ‘m tegenwoordig trouwens niet tegen? China misschien?

een soort Romeinse heirweg van Ai Wei Wei met hoog conceptueel gehalte

En Richard Serra met zijn stalen platen. Altijd herkenbaar met toch eigenlijk altijd dezelfde soort truc. Maak ’t groot en het wordt indrukwekkend. Loop maar eens binnen bij Museum Booymans in Rotterdam. Daar staan meters hoge en meters lange gebogen platen van hem.

installatie van Richard Serra

Of Sean Scully. Meer bekend van zijn schilderijen die in heel wat belangrijke musea hangen. Maar hier zette hij een groot stenen bouwwerk neer. In feite een driedimensionale uitwerking van wat hij op het platte vlak maakt.

werk van Sean Scully

Allemaal van die werken die je niet direct boven de bank kunt hangen of in een hoekje van de hal zet. Je kunt ’t echt niks vinden en je kunt er idolaat van worden, met alle gradaties er tussenin. Een soort autismespectrum maar dan anders. Zo vond ik die grote, rechthoekige stapeling van allerlei kleurige steenblokken beslist indrukwekkend. En waarom? Eigenlijk een pure gevoelskwestie in combinatie met esthetiek. Een ander zal misschien wel zeggen ‘Toos toch. Die hoop stenen?’. Datzelfde gevoel had ik ook bij de Braziliaanse installatiekunstenaar Tunga (1952-2016). Zie ook de foto boven .

Ik had nog nooit van de goeie man gehoord maar was gelijk gegrepen door wat hij op ‘zijn’ plek had gecreëerd met steen, kwarts en metaal. De truc die hij uithaalde met sterk magnetisch natuursteen vond ik magisch. Munten die je er bij hield, waren niet meer los te krijgen!

De volgende foto’s zijn een beperkte keus uit de vele projecten en moeten maar hun eigen verhaal vertellen. Zoals o.a. die van objecten van Alexander Calder (1898-1976) en Louise Bourgeois (1911-2010). Twee beelden die niet specifiek voor het Chateau zijn gemaakt, maar gewoon zijn aangekocht.

werk van Alexander Calder
werk van Louise Bourgeois

Zelf kun je er trouwens ook nog het nodige aankopen. Prima drinkbare wijn bijvoorbeeld! Geen verrassende mededeling, schat ik zo in. Maar met acht euro per glas voor de goedkoopste rode mag dat dan ook wel. Een heerlijke herfstzon op het terras hadden we er toen wel gratis bij. Je kunt eventueel ook luxueus blijven overnachten op het landgoed. In, vanzelfsprekend, een speciaal daarvoor architectonisch ontworpen chique gebouw. Een paar nachtjes voor tegen de 900 euro. Best begrijpelijk, die prijsstelling. Want de landschapskunst moet  toch ergens van betaald worden. ’t Komt ten slotte uit de lengte of de breedte. Of uit de zak van de bezoeker. Dat overnachten hebben we dus maar gelaten, de ambiance van de rest is een absolute aanrader. Tot volgende week.

TOOS

Advertenties

Overpeinzingen bij een fotoboek


Een klus geklaard! Ten minste, bijna. Want het doorspitten van mijn Myanmar foto’s leverde zoveel plaatjes op voor een fotoboek dat ’t niet bij één kan blijven. Deel 1 is nu af en gedrukt, 2 bijna. Maar daarover straks meer. Want tussen de vele foto’s stonden er ook een paar die ik bewust alleen voor mijzelf had gemaakt. Niet voor de mooiigheid, het esthetische of HET moment maar simpelweg vanwege de kunst die erop is te zien.

 Ook in Myanmar wordt namelijk geschilderd. Zij ’t vooral voor de toeristen. Heel logisch trouwens voor een arm land waar het overgrootste deel van de bevolking andere zorgen dan “wat wil ik aan de muur hebben hangen”. Maar wat ik aan moderne schilderkunst zag stemde me niet blij. Zie je ergens een paar schildervariaties op een lange rij monniken, dan zie je ook overal die variaties op een lange rij monniken. ’t Is net of er, zoals in China of Vietnam, hele dorpen aan het schilderen zijn met alleen maar variaties op een lange rij monniken. Alles alleen maar repetitief nageschilderd aan de hand van een paar voorbeelden.

Datzelfde geldt voor de fotogenieke en beroemde allerlangste teakhout brug ter wereld, zo’n 1500 meter. Overal, waar je als toerist ook maar komt, vind je telkens weer schilderijen van die brug. Met as ’t effe kan natuurlijk een rij monniken erop. Geen sprankje originaliteit.

de beroemde teakhouten brug

Ik vroeg me af of dat niet ook te maken heeft met de cultuur in Zuid-Oost Azië. Ga maar na hoe het maken van een Boeddhabeeld aan allerlei godsdienstige voorschriften is gebonden. Alleen die en die vaste lichaamshoudingen met die en die vaste standen van handen en vingers zijn toegestaan.

vanaf hier foto’s uit het fotoboek

Of kijk bij de Boeddhistische tempels. Ook een en al voorschrift. Af en toe vroeg ik me, heel ondeskundig natuurlijk, echt af ‘is dit nou een net gerenoveerde oude tempel of een nieuwe?’. Die laatste is dan wat witter en gouder.  Ik moet hierbij ineens denken aan een verhaal van een overleden goede kunstvriend van mij, Poen de Wijs. Hij was ooit op studiereis in Indonesië en gaf daar ook een masterclass aan de kunstacademie. Kwamen er gelijk de volgende dag al een paar studenten hem heel trots tonen hoe zij iets van Poen had nageschilderd. Want hoe kun je een erkend meester beter eren dan door werk van hem na te maken! Iets wat bij ons op de academies al tijden lang volstrekt uit den boze is. Zoek als student maar naar je eigen kern, je eigen oorspronkelijkheid.

Eigenlijk is ‘t, achteraf gezien, heel bijzonder dat in Europa in de 15de eeuw de prachtige en diverse schilderkunst van de zogenaamde Vlaamse Primitieven en van de Italiaanse Renaissance ontstond. Hoe kon dat nou eigenlijk? Zomaar ineens allerlei kerkse  voorschriften van je afschudden en je losmaken van de tradities. Ook voor kerkopdrachten. En dat terwijl in de Oosters orthodoxe kerken het maken van iconen nu nog steeds aan strenge voorschriften is gebonden. Dat moet toch wel iets te maken hebben met de ontwikkeling van een rijkere burgerij en adel door heel westelijk en zuidelijk Europa heen. Een Europa als een lappendeken waarin allerlei machthebbers van staten en staatjes elkaar niet alleen met legers bevochten maar ook met kunst de loef probeerden af te steken. Een Europa ook dat vergeleken met toenmalige ontwikkelde grote rijken in China, Zuid-Oost Azië en India met veel grotere steden niet zoveel voorstelde. Maar dat wel in relatief korte tijd een ontwikkeling doormaakte tot wereldmacht in Oost en West. Denk maar aan de dominantie van bijvoorbeeld stadstaat Venetië en landen als Portugal, Spanje, Nederland en Engeland op de zeeën en continenten. Originaliteit in de kunst en al die onderlinge Europese concurrentie moeten toch wel haast iets met elkaar te maken hebben. Ik weet ‘t, dit is allemaal zeer kort door de bocht geformuleerd. Maar  ’t is ook een zomaar losflodderig overpeinzing bij die schilderijenfoto’s uit Myanmar.

Foto’s overigens die niet staan in dat 100 pagina’s tellende fotoboek deel 1, voor belangstellenden te bekijken met de link http://bit.ly/2pog2op . Een aantal heb ik als lekkermakertje hier boven en onder door de tekst heen gestrooid.

En deel 2? Dat komt eraan. Nog een paar weekjes. Tot volgende week.

TOOS

Muziek


Ik ben voor wat weken onder de internetradarhorizon verdwenen. Dat gebeurt wel eens meer, maar mijn lezers laat ik natuurlijk niet in de steek. Vandaar dus van te voren klaar gezette wekelijkse afleveringen. Maar wel wat korter en iets anders van karakter.

Toos van Holstein, Musica, olieverf 80 cm-160 cm
Toos van Holstein, Musica, olieverf 80 cm-160 cm

Is de poort één van de terugkerende thema’s in mijn schilderijen, muziek is dat ook. Beide, poorten en muziek, zijn voor mijn gevoel universeel. Want waar ik ook kwam, er zijn poorten en er is muziek. Bij de mariachi op het grote plein in Mexico Stad en bij de muzikant met zijn bluesgevoel in de Vlissingse kroeg. Bij de gitarist die improviserend in de Heineken Music Hall de sterren van de hemel rockt en bij het strak gedirigeerde symfonieorkest in het Amsterdamse Concertgebouw. Bij de ouwe mannenband op een pleintje in Cuba en bij het ouwe mannenorkest ergens in China met die zo andere klank dan Westerse oren gewend zijn. Bij de Franse saxofonist die vanwege de galm onder een arcade zijn melancholieke geluid laat horen en bij het Vlaamse amateurkoor dat met vuur barokmuziek doet herleven. Overal hoorde en zag ik muziek in allerlei soorten.

Toos van Holstein, Your own world, olieverf 80 cm-80 cm
Toos van Holstein, Your own world, olieverf 80 cm-80 cm
Toos van Holstein, Cantare, olieverf 90 cm-120 cm
Toos van Holstein, Cantare, olieverf 90 cm-120 cm
Toos van Holstein, Fortissimo, olieverf 130 cm-100 cm
Toos van Holstein, Fortissimo, olieverf 130 cm-100 cm

Dat schilder ik graag. Waarbij ik probeer dat horen en zien te combineren in een geluidloos schilderij dat toch moet vibreren van de klank. Mee ook omdat ik in mijn jongere jaren regelmatig back stage verkeerde. Bij het schilderen betrapte ik me er dan ook op dat ik in mijn muziekschilderijen van vroeger vaak een rockband van achter het podium weergaf. Terwijl dat tegenwoordig meer van voren gebeurt. Maar hoe dan ook, die muziek zal terug blijven keren in mijn werk. Van tijd tot tijd “moet er een muziekschilderij uit”. Tot volgende week.

TOOS

Alles van waarde is (niet) weerloos


bezig met nummeren en signeren van mijn Nieuwjaarssteendruk
bezig met nummeren en signeren van mijn Nieuwjaarssteendruk

’t Is een tijd van tradities, zo rond Oud en Nieuw. Mijn TOOS-doodle is er een van, zo bleek een aantal weken geleden al. Maar ik heb er nog een. Mijn Nieuwjaarswens in steendrukvorm. Een aantal jaren geleden ontstond die omdat mijn steendrukker Rudolf Broulim elk jaar een deel van een steen beschikbaar stelde voor elk van de kunstenaars met wie hij samenwerkte. Eén kleur mochten we dan gebruiken en we kregen 100 exemplaren. Dat was dus altijd weer een gepuzzel. Aan wie zouden levensgezel en ik ze dit jaar sturen?

de Nieuwjaarssteendruk
de Nieuwjaarssteendruk

Maar aan deze traditie dreigde dit jaar een eind te komen. Rudolf geniet van zijn pensioen en zijn  steendrukpers verleent nu goede diensten in het verre China. Ergens op een kunstacademie. Dus wat te doen? Stoppen met die leuke gewoonte van het sturen van een steendrukje aan familie, vrienden, fans en klanten? Nee dus! Ik ben natuurlijk niet zomaar bij de verkiezing van Kunstenaar van het Jaar benoemd tot de Briljanten Kunstenaar van het jaar 2016. Dat schept verplichtingen. De traditie moest worden gehandhaafd! Dus vond ik een briljanten omweg voor een volgende Nieuwjaarssteendruk van mijn hand. Zelfs in een oplage van 125. Maar ook dat blijft natuurlijk maar een beperkt aantal. Vandaar hierbij een afbeelding van de steendruk in deze blogaflevering. Met een bijgaande tekst gebaseerd op de prachtige uitspraak van kunstenaar en dichter Lucebert: “Alles van waarde is weerloos”.

het totaal
het totaal

Alles van waarde is weerloos, een intrigerende uitspraak van dichter en kunstenaar Lucebert. Maar zijn vrede en vrijheid weerloos? Zijn geluk, gezondheid en gastvrijheid weerloos? Niet als we met z’n allen ervoor waken dat deze zaken van waarde ook waardevol blijven. Wij wensen jullie dan ook voor 2016 een weerbaar jaar van vrede, vrijheid, geluk, gezondheid en gastvrijheid toe.

Een 2016 ook waarin ik mijzelf Nederlands Briljanten Kunstenaar van het Jaar mag noemen. En dat mag gevierd worden. Met de voortzetting van een mooie traditie, ook een zaak van waarde. De Nieuwjaarssteendruk. Maar mijn meestersteendrukkers zijn met pensioen gegaan. Toch hoef je dan niet weerloos te zijn. Hier is dus via een briljanten omweg die Nieuwjaarssteendruk voor 2016. Weer in een zeer beperkte oplage.

Toos van Holstein en

Harm Witteveen.

 Tot volgende week.

TOOS

En zo is ’t gekomen!


Als de vader van mijn levensgezel niet een gezin had gekend waarvan een zoon woonde in de Adelheidstraat in Den Haag had dit stukje er heel anders uitgezien. Want dan was Poen de Wijs niet de buurman geworden van levensgezel toen die zich in die Adelheidstraat vestigde. Poen was een zeer getalenteerde fijnschilder, één van de beste van Nederland. Was! Want vorig jaar overleed hij, veel te vroeg. Door dat buurmanschap leerde ik Poen kennen als vriend en kunstgenoot die altijd bereid was om zijn kennis te delen. Met uiteindelijk als gevolg het steendrukje hieronder.

feeststeendruk 1
feeststeendruk 1

Want toen ik op zoek was naar een goeie steendrukker kwam Poen met de suggestie “ga naar Ernst Hanke in Zwitserland”. Ik had in 1995 al eens een steendruk gemaakt in het atelier van de bekende Piet Clement in Amsterdam. Daar waar bijvoorbeeld  Jan Cremer en Lucebert kind aan huis waren. Maar mijn manier van werken paste daar niet. Een 5-kleurensteendruk maken op vijf verschillende stenen? No way, veel te onnauwkeurig! Dus toen Poen me vertelde dat Ernst Hanke dat allemaal op één steen kon, was een afspraak met Ernst snel gemaakt. De treinreis naar zijn atelier in Ringenberg zal ik niet licht vergeten. Van de ene vertraging in de andere, dus onverwachte overstappen, en pas midden in de nacht op de eindbestemming. Maar de samenwerking met Ernst was perfect. In de jaren daarna volgden nog meer steendrukken, zowel opdrachten als litho’s die ik voor mijzelf maakte. Wel ging ik dan met de auto! Heen zonder en terug met steendrukken. Over de Zwitserse douane, Zwitserland is ten slotte geen EU-land, zal ik ’t nu maar niet hebben. Dat is een heel ander verhaal.

samenwerkend met Ernst Hanke in zijn grote steendrukpers
samenwerkend met Ernst Hanke in zijn grote steendrukpers

Maar Hanke ging er mee stoppen. Het was mooi geweest. En de populariteit van de steendruk was duidelijk over zijn hoogtepunt heen. Erger nog, de verkoop stortte jammer genoeg helemaal in door de opkomst van digitale kunstreproductietechnieken. Ook weer een verhaal apart. Dus hoe ging Toos nu nog litho’s maken? Heer Bommel had dan Tom Poes als listverzinner. Maar dit was werkelijkheid en geen stripverhaal. Via via kwam ik ten slotte uit bij een andere meestersteendrukker, Rudolf Broulim. Oorspronkelijk afkomstig uit, toen nog, Tsjecho-Slowakije, al jaren leraar aan de kunstacademie in België, met een eigen steendrukatelier in Ekeren bij Antwerpen en ook werkend met die éénsteentechniek.  Een geheel andere persoonlijkheid dan Ernst. Maar ook met hem kon ik het heel goed vinden. Dus volgde er weer een jarenlange samenwerking met als voordeel dat de afstand Middelburg-Ekeren ietsje korter is dan die van Middelburg naar Zwitserland.

vooroverleg met Rudolf Broulim over de feeststeendrukken
vooroverleg met Rudolf Broulim over de feeststeendrukken
de steendrukken staan te drogen
de steendrukken staan te drogen

En toen wilde ook Rudolf er mee gaan stoppen. Het pensioen lonkte. Maar niet zonder mij nog een mooi afscheidscadeau te geven. Vorig jaar september, tijdens een groot feest dat levensgezel en ik hadden georganiseerd vanwege allerlei mooie leeftijdsgetallen. Ik mocht bij hem nog een laatste litho maken. Bedoeld als herinnering voor alle 140 feestgangers aan een onvergetelijke avond. Dat hebben we tijdens dat feest dus ook luid en duidelijk aan een ieder verkondigd. Zo duidelijk zelfs dat ik kort geleden nog een mailtje kreeg van een toen aanwezige die heel nieuwsgierig was naar de stand van zaken rond die feeststeendruk. Het heeft inderdaad ook even moeten duren.  Want Rudolf was druk bezig allerlei pensioenzaken rond zijn atelier af te wikkelen. Zoals bijvoorbeeld het verkopen van zijn grote pers naar China. Want de Chinezen kopen niet alleen wereldwijd grote bedrijven op, maar ook mooie, oude, grote steendrukpersen. Zij hebben daar voor de steendruktechniek nu veel meer belangstelling dan wij hier in Europa.

feestgangers op de tweede etage achter de balustraden
feestgangers op de tweede etage achter de balustraden

Het duurde dus even voor Rudolf voor mij een steen kon prepareren. Een steen zelfs, zo bleek, waarop ik twee litho’s van A4-formaat kon maken. Altijd makkelijk nietwaar, als zo’n kunstwerk over de post moet worden verstuurd. Want natuurlijk is ’t heel leuk om de feestgangers persoonlijk een exemplaar te overhandigen als dat logistiek goed uitkomt. Maar ja, ze wonen verspreid over het hele land. Dus ik zal toch hier en daar de ouderwetse post moeten gebruiken.

feeststeendruk 2
feeststeendruk 2

Resten nog twee vragen. Eén. Wie wordt mijn volgende meestersteendrukker? Want dat steendrukken is toch veel te leuk om niet meer te doen, na  al die ervaringen met een paar van de echte grote Europese meesters. De tijd gaat het leren. En twee. Stel nu eens dat levensgezel niet in die Adelheidstraat terecht was gekomen en ik Poen de Wijs niet had leren kennen. Zouden dan ooit twee feeststeendrukken zijn ontstaan in het atelier van Rudolf Broulim? Van het een komt het ander, maar of daar logica in zit? Tot volgende week.

TOOS

Terug naar Ekeren


“Nou, dat was dan de laatste keer”, zo dacht ik, toen ik vorig jaar naar buiten stapte en de deur in de Pastoor Goedschalkxstraat in Ekeren bij Antwerpen achter mij in het slot viel. De laatste keer dat ik die licht schuifelende tred van Rudolf had gehoord bij die klassieke muziek zachtjes op de achtergrond. En met het uitzicht op de groene binnentuin, zittend op die bekende stoel aan die bekende tafel met een dikke, platte, rechthoekige Solnhofener kalksteen voor me met een potje speciale tusche ernaast. Want, zo meldde ik destijds, mijn meestersteendrukker Rudolf Broulim ging er mee stoppen. Het was mooi geweest, hij ging met pensioen en zijn steendrukatelier ontmantelen. Gewoon nog even een paar kleine klusjes en dan was ’t gedaan.

Maar toen was hij vorig jaar september met zijn Marie te gast op het grote feest dat mijn levensgezel en ik gaven voor zo’n 140 mensen in mijn Middelburgse pakhuis.

nog een paar impressies van dat feest
nog een paar impressies van dat feest

feeststeendruk 2

Een feest waarvoor we nog steeds complimenten krijgen als we feestgangers van toen weer spreken. Een van de mooiste complimenten kregen we al op die avond zelf. Van Rudolf. “Toos”, zo sprak hij met zijn licht Vlaamse accent, “deze avond verdient een cadeau. Jij komt bij mij helemaal gratis en voor niks nog één keer een steendruk maken die je dan aan alle gasten van deze grandioze avond kunt toesturen als speciale herinnering. We moeten alleen nog even bekijken wanneer dat kan gaan gebeuren vanwege dat uitruimen van mijn atelier.”

Dat uitruimen is dus nog niet afgerond. Eigenlijk staat het wel vast dat een aantal van de steendrukpersen naar een academie in China gaan. Daar willen ze graag de steendruktraditie voortzetten die in Europa, net zoals Rudolfs atelier, aan onttakeling onderhevig is. Maar de bureaucratische molens in China draaien traag. Regeltje hier, stempeltje daar, vergunningkjes, nog meer belangrijke ambtenaren, ach, eigenlijk de bekende riedel.

vooroverleg met Rudolf over de steendruk
vooroverleg met Rudolf over de steendruk
met tusche tekenen op de steen
met tusche tekenen op de steen

feeststeendruk 5a Dus zat ik een dikke week geleden toch nog weer aan die tafel op die stoel in Ekeren. Met die klassieke muziek zachtjes op de achtergrond. Met de vertrouwde licht schuifelende tred van Rudolf op de ateliervloer. En met uitzicht op een nog kale binnentuin want de lente liet wat langer op zich wachten dan ons verlangen daarnaar. Overigens wel met vlak voor mijn neus de musjes en de vinkjes die zich tegoed deden aan van die voedselbolletjes in netjes in de boom. Want Marie en Rudolf zorgen goed voor die gevederde vriendjes. Net zoals Rudolf ook altijd goed zorgt voor mij. Met koffie, met zo’n dikke Solnhofener kalksteen weer voor mijn neus en een potje van zijn zo speciale tusche ernaast. Plus natuurlijk de penselen en de speciale lithopotloden. Ik was weer helemaal blij.

En die steendruk? Dat worden twee verschillende afbeeldingen. Het onderwerp ervan? Natuurlijk dat feest waaruit deze geste van Rudolf voortkwam. Een kleine video impressie staat hierboven.

Wanneer ze klaar zijn, hoor ik vragen. Tja, dat zal mee worden bepaald door die Chinese bureaucratie en de ambtenaren van Ekeren. Want voor de ontruiming van het atelier moet de Pastoor Goedschalkxstraat worden afgesloten, moet er een grote hijskraan komen en moeten die grote steendrukpersen vanuit het atelier aan de achterkant van het huis over die binnentuin en het voorhuis heen op een grote vrachtwagen worden getakeld.  Ook nog Vlaamse bureaucratie dus. Maar ik houd jullie op de hoogte. Tot volgende week.

TOOS

De VOC, China en Leen Bakker als logische driehoeksverhouding


kast 1 Weer eens een cryptische titel! Maar oh zo verklaarbaar. Ten minste, als je het eind van dit stukje haalt.

Toen ik mijn pakhuis uit 1738 in 1999 in Middelburg kocht, was ’t daar een gigantische puinzooi. Daarom ook was een ontbindende koopvoorwaarde dat het pand helemaal leeg moest worden opgeleverd. Dit betekende voor de toenmalige bezitter dat er uiteindelijk 13 grote, volle containers naar de stort zijn gegaan. Vrijwel niets bleek ook nog maar van enige waarde. Behalve een paar houten panelen met krullerig houtsnijwerk. Niet bijzonder goed, maar wel intrigerend.

Enig speurwerk leverde op dat het zeer waarschijnlijk panelen waren die nog stamden uit de tijd van de VOC. Echt financiële waarde hadden ze niet, maar voor mij gevoelswaarde des te meer. Zeker ook omdat ze dus kwamen uit de tijd dat mijn huidige atelier/woonhuis werd gebouwd.

Daarom heb ik altijd iets willen doen met die panelen. Maar wat? Het motief van dat snijwerk dus gaan gebruiken voor T-sign. Voor de hand liggend toch? TOOS-design met daarin dat motief verwerkt. Zoals bijvoorbeeld een bijzettafel van metaal, een mesa-brocado. Want in het Spaans klinkt dat natuurlijk veel mooier. En een metalen luz-brocado, een waxinelichtjeshouder voor aan de muur.

kast 1a

Daarvoor heb ik het motief op tekening gezet en het door een echte vakman via een computerprogramma en de lasersnijtechniek laten omzetten in een paar prototypes waar ik nu thuis elke dag van kan genieten. Maar die panelen stonden nog steeds in een hoekje in mijn atelier. Tot ik laatst bedacht dat ik ze goed kon gebruiken voor de versiering van een kastje. Ik vind het namelijk zalig af en toe als afwisseling van het schilderen gewoon lekker wat te rotzooien met allerlei andere materialen.

mesa-brocado
mesa-brocado
luz-brocado
luz-brocado

En dus kocht ik vorige week bij meubelketen Leen Bakker een zelfbouwpakket van eenvoudig blank, laag kastje van min of meer de goeie afmetingen. Daarna heb ik die panelen, door met beitel en figuurzaag aan de gang te gaan, tot de juiste proporties teruggebracht. Nu staat het geheel bij mij, bijna klaar, in het woongedeelte. Maar wat heeft dat China er dan nog mee te maken?

kast 4

Wel, in 2008, toen ik artist in residence was in een galerie in Peking, kocht ik ergens in een buitenwijk daar op een soort rommel en antiek markt waar geen toerist te bekennen was een prachtig slot. Echt een mooi ding van het soort dat je af en toe wel op antieke Chinese kasten ziet. De verkoper wilde er eerst € 150 voor hebben. Al communicerend via rekenmachine, wegloopgedrag,  handgebaren en afkeurende geluiden, want mijn Chinees is beslist onderontwikkeld te noemen, kocht ik het uiteindelijk voor € 15. En dan heb ik waarschijnlijk nog te veel betaald naar Chinese begrippen.

Maar nu prijkt dat slot ten slotte in symbiose met de panelen op mijn kastje. Want hebben de VOC en China lang geleden niet heel veel met elkaar te maken gehad? Dus tot slot: logisch toch, die driehoeksverhouding tussen de VOC, China en Leen Bakker! Tot volgende week.

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein